Werkblad 40 Klinkers in woorden met twee syllaben [oo] rook roken [o] rok rokken mond monden Lang: [aa], [oo] Kort: [o], [a] maken rok maken open wekker buren boter ronde gekke nemen tassen bussen komen knappe weken tante zeker sokken kranten zusje pennen roken
Werkblad 41 De letter <c> Deel A 1 De docent geeft informatie over de cursus. 2 Het consulaat ligt in het centrum van de stad. 3 Deze patiënt is in december aan zijn rechter oog geopereerd. 4 Ze geven geen cijfers over de verkoop van hun producten. 5 Het recept voor die medicijnen is vanmiddag klaar. 6 Veel succes met je concert vanavond! 7 U moet met die documenten naar de politie. 8 U kunt bij de drogist een crème voor uw voeten krijgen. 9 Ze had een excuus maar de docent accepteerde het niet. 10 Hij heeft van zijn huisarts een antibioticum gekregen. Deel B De regels: Voor de letters <i>, <e> of <ij> spreek je de letter <c> altijd uit als, in alle andere gevallen als. Bij twee c s (<cc>) spreek je de eerste letter <c> uit als.
Werkblad 42-1 Lettercombinaties voor een klinker 5 4
Werkblad 42-2 Lettercombinaties voor een klinker
Werkblad 42-3 Lettercombinaties voor een klinker
Werkblad 42-4 Lettercombinaties voor een klinker
Werkblad 43 De klank [ie] Deel A de [i] van ik de [ie] van fiets en kilo januari april kilo benzine diploma liter direct gezin citroen minuut medicijn vissen file zilver Deel B 1 Er zit nog t n l ter benz ne in onze auto. 2 In jul heb ik mijn d ploma gehaald. 3 Ik v nd d med cijnen niet zo goed. 4 Ze kocht een k lo v s en dr c troenen. 5 Er staat een f le van v r k lometer.
Werkblad 44 De klank [ee] Deel A lezen deze twee weten negen zee rekenen vergeten tevreden regenen meenemen vele Deel B theelepel tweede meeëten ideeën thee
Werkblad 45 De sjwa (1) achter gewoon samen verder allemaal bedanken ontmoeten betekent rekening vergeten
Werkblad 46 De sjwa (2) Versie 1 De praktijk van dokter Posthuma Dit is de praktijk van dokter Posthuma. En dit zijn de patiënten die vandaag op het spreekuur zijn geweest. Maaike heeft buikpijn. Ze heeft van de dokter een recept voor pillen gekregen. Ze moet driemaal daags een pil met water innemen, een half uur voor het eten. Dit is mevrouw Van der Zon. Ze heeft vaak hoofdpijn. De dokter heeft haar een recept voor poeders gegeven. Ze moet bij elke maaltijd een poeder in een glas water doen, even roeren met een lepel en dan opdrinken. [Bron: IJsbreker deel 1 Wonen en werken in Nederland, p. 296] Versie 2 De praktijk van dokter Posthuma Dit is de praktijk van dokter Posthuma. En dit zijn de patiënten die vandaag op het spreekuur zijn geweest. Maaike heeft buikpijn. Ze heeft van de dokter een recept voor pillen gekregen. Ze moet driemaal daags een pil met water innemen, een half uur voor het eten. Dit is mevrouw Van der Zon. Ze heeft vaak hoofdpijn. De dokter heeft haar een recept voor poeders gegeven. Ze moet bij elke maaltijd een poeder in een glas water doen, even roeren met een lepel en dan opdrinken. [Bron: IJsbreker deel 1 Wonen en werken in Nederland, p. 296]
Werkblad 47 De sjwa (3) 1 dodelijk 2 dergelijke 3 afdeling 4 tijdje 5 twintig 6 aanwezig 7 hebberig 8 ontsteking 9 gelijk 10 dertig 11 onveilig 12 beheersing 13 duizelig 14 misselijk 15 zestig
Werkblad 48 De lettercombinaties <sch> en <schr> schrijver schreeuwen schriftelijk handschrift schroevendraaier overschrijden beschrijven schrikbeeld doktersvoorschrift inschrijven schrobben bankschroef verschrikkelijk schroeien geschrokken
Werkblad 49A-1 Zeg de letters: t-h-e-e Zeg het woord: [tee] Je hoort de letter h niet. Zeg de letters: b-e-n-a-u-w-d Zeg het woord: [benaud] Je hoort de letter w niet. Zeg de letters: b-e-n-i-e-u-w-d Zeg het woord: [be-nie-oet] Je hoort de letter w niet. Zeg de letters: k-a-t-h-o-l-i-e-k Zeg het woord: [katoliek] Je hoort de letter h niet. Zeg de letters: l-e-e-u-w Zeg het woord: [lee-oe] Je hoort de letter w niet. Zeg de letters: l-o-g-i-s-c-h Zeg het woord: [logies] Je hoort de letters ch niet. Zeg de letters: k-o-p-e-n Zeg het woord: [kopə] Je hoort de letter n niet. Zeg de letters: n-i-e-u-w Zeg het woord: [nie-oe] Je hoort de letter w niet.
Werkblad 49A-2 Zeg de letters: t-h-e-m-a Zeg het woord: [tema] Je hoort de letter h niet. Zeg de letters: n-i-e-u-w-j-a-a-r Zeg het woord: [nie-oejaar] Je hoort de letter w niet. Zeg de letters: o-p-n-i-e-u-w Zeg het woord: [opnie-oe] Je hoort de letter w niet. Zeg de letters: p-r-a-k-t-i-s-c-h Zeg het woord: [prakties] Je hoort de letters ch niet. Zeg de letters: s-n-e-e-u-w Zeg het woord: [snee-oe] Je hoort de letter w niet. Zeg de letters: b-e-t-r-o-u-w-b-a-a-r Zeg het woord: [betroubaar] Je hoort de letter w niet. Zeg de letters: s-p-o-r-t-h-a-l Zeg het woord: [sporthal] Je hoort alle letters. Zeg de letters: t-e-h-u-i-s Zeg het woord: [tehuis] Je hoort alle letters.
Werkblad 49A-3 Zeg de letters: w-e-t-h-o-u-d-e-r Zeg het woord: [wethoudər] Je hoort alle letters. Zeg de letters: s-c-h-e-m-a Zeg het woord: [schema] Je hoort alle letters. Zeg de letters: r-u-w Zeg het woord: [ru-oe] Je hoort de letter w niet. Zeg de letters: l-a-n-d-s-c-h-a-p Zeg het woord: [landschap] Je hoort alle letters. Zeg de letters: a-f-s-c-h-e-i-d Zeg het woord: [afscheid] Je hoort alle letters. Zeg de letters: g-e-s-c-h-i-k-t Zeg het woord: [geschikt] Je hoort alle letters. Zeg de letters: b-e-e-l-d-s-c-h-e-r-m Zeg het woord: [beeldscherm] Je hoort alle letters. Zeg de letters: b-e-r-o-u-w Zeg het woord: [berouw] Je hoort alle letters.
Werkblad 49B Spelregels Aantal spelers 2 tot 5 1 Leg alle kaartjes op tafel met de tekstkant naar beneden. 2 Speler A pakt een kaartje van de stapel en leest duidelijk de eerste drie regels van het kaartje voor. 3 Speler B geeft antwoord op de vraag. - Als speler B het antwoord goed heeft, mag hij het kaartje hebben. - Als speler B het antwoord niet goed heeft, gaat het kaartje weer terug in de stapel, onderop. Speler B moet dan het volgende kaartje pakken en voorlezen wat er op het kaartje staat. 4 Speel tot alle kaartjes op zijn. De speler met de meeste kaartjes heeft gewonnen.
Werkblad 49C Spelregels Regels: 1 De letters <th> spreek je meestal uit als. 2 De letters <isch> aan het eind van een woord spreek je uit als. 3 De letters <ieuw> en <eeuw> spreek je uit als en. 4 De <n> achter een [ə] wordt meestal niet uitgesproken.
Werkblad 50 Lettercombinaties in leenwoorden Lettercombinaties au /eau Uitspraak en voorbeelden Uitspraak au: saus Uitspraak o: chauffeur ou Uitspraak au: outfit Uitspraak oe: retour ch Uitspraak g: chemie Uitspraak sj: chocola accountant allround applaus astronaut aubergine aula auteur autoriteit blouse bureau chagrijnig champagne champignon chanteren chaos charmant chic chloor cholesterol chronisch douane journaal layout limousine mountainbike restaurant retour route sauna trauma