Katern voor scholing, her- en bijscholing 44 inhoud 1 Moflassen van kunststofdrukleidingen 4 Otib-nieuws Cursussen 5 Otib-nieuws Een uitgave van Intech Klimaat & Sanitair en otib december 2011 Moflassen van kunststofdrukleidingen In de installatietechniek worden voor drukleidingen diverse soorten kunststof gebruikt, het is mogelijk hiervoor verschillende soorten verbindingstechnieken toe te passen. Een aantal soorten kunststof is zeer geschikt om met een lasmethode te verbinden. Een van de manieren om kunststofbuizen te verbinden is de moflasmethode. Door: Han Brouwer-Keij Moflassen, of polyfusielassen, worden toegepast voor kunststofleidingen met een kleine middellijn (tot 125 mm). Het lasproces bestaat in principe uit het plastisch maken van de buitenzijde van het buiseind en de binnenzijde van het hulpstuk met een verwarmingselement. De plastische delen worden dan in elkaar geschoven waardoor buis en hulpstuk een geheel vormen. Kleine buismiddellijnen (tot 40 mm) kunnen nog met de hand worden gelast, maar het is lastig om buis en hulpstuk recht in elkaar te steken. Voor grotere middellijnen is een lasmachine nodig waarin het hulpstuk en de buis kunnen worden geklemd. Buizen met een dunne wanddikte, zoals voor hemelwaterafvoeren, kunnen niet met de moflasmethode worden verbonden. Het kunststof wordt dan over de hele wanddikte plastisch, waardoor buis en hulpstuk niet meer in elkaar kunnen worden geschoven. Toepassing De moflasmethode wordt hoofdzakelijk toegepast in een lasmachine of op een werkbank. In positie lassen is meestal niet mogelijk. De moflasmethode wordt daarom vooral gebruikt voor de prefabricage van lei- Belangrijke normen en richtlijnen - dvs-richtlijn 2207 Deel 1, 5 en 11, Schweißen von thermoplastischen kunststoffen. pijp mofstuk 1. Principe van een moflas. verwarmingselement fitting fittingstuk dingdelen. De laatste verbindingen in positie worden meestal uitgevoerd als insteekverbinding of als elektromoflas. Moflassen wordt niet veel toegepast, omdat stuiklassen goedkoper is. Voor stuiklassen zijn namelijk geen hulpstukken nodig. Toch heeft moflassen een paar belangrijke voordelen ten opzichte van stuiklassen. Bij stuiklassen wordt de leiding door het lassen altijd korter, bij moflassen heb je daar geen last van. Daarnaast heb je bij stuiklassen altijd een inwendige ril, bij moflassen blijft de binnenkant glad. Bij het moflassen gebruik je hulpstukken, zoals T-stukken en bochten. Een variant op het moflassen is het zadellassen. Hierbij maak je op een buis met een grote middellijn een aftakking met een kleine middellijn door een zadel. Bij kunststofleidingen moet je rekening houden met de afkoeltijd. Voor een pe-leiding met een middellijn van 125 mm is de afkoeltijd, gefixeerd in de lasmachine, minstens 1 min. Dat is veel korter dan bij stuiklassen. Het afkoelen van de leiding moet op een natuurlijke manier plaatsvinden; afkoelen 44 1
moflassen van kunststofdrukleidingen middellijn [mm] insteekdiepte [mm] opwarmtijd [s] maximale vasthoudtijd [s] afkoeltijd [min.] omschakeltijd [s] 16 15 5 4 15 2 20 15 6 4 15 2 25 18 6 4 15 2 32 20 10 6 20 4 40 22 14 6 20 4 50 25 18 6 30 4 63 28 22 8 30 6 75 31 26 8 60 6 90 36 30 8 75 6 110 42 35 10 90 6 Tabel 1. Voorbeeld lasparameters pp-r. met vloeistof of een koude (lucht)stroom is niet toegestaan. Is de kunststofleiding voldoende afgekoeld, dan kan het leidingdeel uit de machine worden genomen. Let op dat de las daarna nog 8 min. onbelast moet afkoelen, dus ook bij het uit de machine nemen mag de las niet worden belast. Bij langere prefabdelen is dat lastig; pas na een afkoeltijd van 2 h mag de leiding worden beproefd op dichtheid. Belangrijke parameters bij het moflassen zijn: - temperatuur; - tijd; - druk; - afkoeltijd. De temperatuur van de lasdoorn en de lasmof moeten voor het lassen van pe, pb, pvdf en pp liggen tussen de 250 en 275 C. Door toevoegingen aan de kunststof kan de ideale lastemperatuur per fabrikant iets afwijken. Lees daarom altijd de lastabellen van de betreffende fabrikant en materiaalsoort. Meestal is die toegevoegd aan de verpakking van de hulpstukken. Ook zijn er fabrikanten die afwijkende lastijden hebben bij verschillende wanddikten of een verschil in opwarmtijd hebben voor buis en hulpstuk. Vooral bij die verschillende opwarmtijden worden vaak fouten gemaakt die de kwaliteit van de las nadelig beïnvloeden. Bij pvc is de lastemperatuur hoger, tussen de 290 en 310 C. Niet alle lasapparaten kunnen die hoge temperatuur halen en bovendien is pvc moeilijker te lassen. Pvc wordt daarom maar weinig gelast. Lasbare kunststoffen Kunststoffen zijn polymeren, dit zijn complexe moleculen met veel gelijke deeltjes die aan elkaar zijn gekoppeld. Als polyme- ren uitsluitend uit koolstof (C) en waterstof (H) zijn opgebouwd, worden het polyolefinen genoemd. Polyolefinen, zoals pe, zijn goed lasbaar. Polymeren met toevoegingen, zoals abs, zijn ook wel lasbaar, maar veel minder gemakkelijk dan polyolefinen. Polymeren kun je verdelen in thermoplasten en thermoharders. De thermoplasten worden week als je ze verwarmt, hierdoor zijn ze lasbaar. De ene soort thermoplast is beter lasbaar dan de ander. Thermoharders zijn niet lasbaar. Het is niet toegestaan verschillende soorten kunststof door moflassen met elkaar te verbinden. Ook materialen die heel erg op elkaar lijken, kunnen toch heel verschillende laseigenschappen en lastemperaturen hebben. Het is daarom niet aan te raden 2. Een buizensnijder is voor het moflassen een onmisbaar gereedschap. soort kunststof temperatuur laselement [ C] pp 260 270 pe 250 270 pvdf 260 270 pb 255-270 Tabel 2. Bekendste lasbare kunststoffen. om bijvoorbeeld pp-h met een moflasmethode te verbinden aan pp-s of pp-r of hpe aan zpe. Een uitzondering is pe-100. Deze kunststof kan gelast worden aan alle soorten hpe. De meest toegepaste lasbare kunststoffen zie je in tabel 2. Moflassen moet plaatsvinden bij een constante temperatuur die boven de 5 C ligt, maar lager dan 40 C. Tijdens het moflassen mag de temperatuur niet meer dan 10 C afwijken. De werkplek moet vrij zijn van wind, water en stof. De lastijden die de fabrikanten opgeven gelden meestal bij een omgevingstempratuur van 20 C. Bij andere omgevingstemperaturen moeten de lastijden worden aangepast. Raadpleeg hiervoor de informatie van de fabrikant. Voorbereiding Het op maat afkorten van de buizen kan het best worden gedaan met een snijmes voor kunststofbuis. Hierbij ontstaan geen bramen en is de afkorting altijd haaks. Bij buizen met een middellijn van 25 mm of groter moet een zoekrand worden aangebracht. Deze rand moet onder een hoek van 15 20 op de lengterichting worden gemaakt en aan de kopse kant van de buis tot de helft van de wanddikte komen. Zo kort mogelijk voor het lassen wordt het hulpstuk uit de verpakking gehaald. De lasvlakken van buis en hulpstuk worden met een speciaal ontvettingsmiddel (bijvoorbeeld Tangit) gereinigd. Hierbij gebruik je niet-pluizend, kleurloos papier. Op dezelfde manier maak je de al warme lasdoorn en lasmof schoon. Sommige fabrikanten geven aan dat de oxidehuid van de buis moet worden verwijderd door schrapen, krabben of met een schilapparaat. 44 2
infraroodbediening en piëzodrukknop Het lasapparaat Er zijn handlasapparaten waar een, twee, drie of vier lasmoffen en lasdoorns van verschillende diameters op kunnen worden gemonteerd. In het algemeen moet de grootste middellijn worden gemonteerd op die plaats waar de lasspiegel het grootste oppervlak heeft. Daarnaast zijn er lasmachines. Bij de eenvoudigste kan een handlasapparaat met de aansluiting voor een enkele middellijn in een houder worden geplaatst. Alle lasapparaten hebben een regeling voor de temperatuur, dat kan een thermostatische regeling zijn, maar die is minder nauwkeurig dan een elektronische regeling. De meeste lasapparaten zijn geschikt 3. Aanschuinen van de buis. 4. Ontvetten. Het is belangrijk dat dit op de juiste manier wordt gedaan. voor verschillende kunststoffen doordat de temperatuur kan worden ingesteld. Andere lasapparaten hebben een vaste instelling en kunnen dus niet voor kunststoffen met een afwijkende lastemperatuur worden gebruikt. Werkvolgorde handmatig moflassen 1. Regel een droge, schone tochtvrije werkplek met een constante temperatuur tussen de 5 en 40 C. 2. Monteer de juiste lasdoorn en verwarmingsmof op de spiegel van het handlasapparaat. 3. Sluit het handlasapparaat aan en stel de temperatuurregeling in op de door de fabrikant van de buizen voorgeschreven temperatuur. 4. Laat het handlasapparaat minstens 10 min. op temperatuur komen. 5. Controleer de temperatuur van het lasapparaat met een contactthermometer of een temperatuurstift. 6. Kort de buis haaks af (verwijder eventuele bramen). 7. Schuin het uiteinde van de buis aan met het aanschuingereedschap onder een hoek van 15 tot halverwege de wanddikte 8. Reinig de lasoppervlakken van buis en hulpstuk met een geschikt reinigingsmiddel en reinigingspapier (haal het hulpstuk zo laat mogelijk uit de verpakking). 9. Reinig de lasmof en de lasdoorn voor elke las met een geschikt reinigingsmiddel en reinigingspapier. 10. Teken de insteekdiepte af op de buis. 11. Schuif de buis en het hulpstuk zonder draaien op de lasdoorn en de lasmof en houd de voorgeschreven opwarmtijd aan. 12. Trek de buis en het hulpstuk van de mof en de doorn en steek ze binnen de voorgeschreven tijd zonder draaien in elkaar. 13. Druk buis en hulpstuk gedurende de voorgeschreven tijd samen zonder ze te verdraaien. 14. Controleer of langs de mof van het hulpstuk een mooie gelijkmatige ril is ontstaan. 15. Laat de buis gedurende de voorgeschreven tijd afkoelen. 16. Laat de gelaste delen minstens een uur verder afkoelen voor je ze op dichtheid beproeft. Bekijk de video op www.installtv.nl 44 3
moflassen van kunststofdrukleidingen cursussen Nadat de lasmof en de lasdoorn op de spiegel zijn geplaatst moet het lasapparaat minstens 10 min. aan staan voor je de eerste las maakt. Sommige fabrikanten geven aan dat het controlelampje minstens drie keer moet zijn uitgegaan voor je begint te lassen. De meeste lasmachines hebben een instelknop voor de verschillende middellijnen. Eerst worden buis en hulpstuk tegen elkaar geplaatst en in die stand wordt de aanslag vastgezet. Daarna worden buis en hulpstuk uit elkaar geschoven en worden de warme lasdoorn en lasmof tussen buis en hulpstuk geplaatst. Voorkom daarbij dat de kopse kant van de buis en hulpstuk door het warme lasapparaat wordt geraakt. Nu worden buis en hulpstuk in de lasmof en om de lasdoorn geschoven. 5. Handmoflasapparaat. 6. Moflasmachine. Na de bij de middellijn en materiaalsoort behorende opwarmtijd worden buis en hulpstuk van de lasmof en lasdoorn geschoven, de lasdoorn en lasmof worden tussen buis en hulpstuk weggeklapt en buis en hulpstuk worden binnen de vereiste omschakeltijd in elkaar geschoven en gedurende de vereiste vasthoudtijd aangedrukt. Daarna moet de las nog afkoelen voor er andere werkzaamheden aan het leidingdeel mogen plaatsvinden. Cursussen: Sanitaire technieken Sanitaire technieken Wie: Ondernemers/projectleiders water, afvoer en sanitair, werkvoorbereiders, tekenaars gebouwinstallaties sanitair. Informatie: www.tvvl.nl. Aankomend ontwerptechnicus gebouwinstallaties (aog san) Wie: Verwarmingsmonteurs, servicemonteurs, installatiemonteurs, middenkaderfunctionarissen. Instructie sanitaire installaties Wie: Installateurs, installatiedeskundigen, medewerkers onderhoudsdienst. Informatie: www.isso.nl. Service sanitair (praktijk) Wie: Monteurs, servicemonteurs, installateurs. Informatie: www.geberit.nl. Sanitairsystemen Wie: Installateurs, medewerkers woningbouw/utiliteit, ontwerpers. Informatie: www.geberit.nl. Stabicad 8 Pro W-installatietechniek Wie: Tekenaars, werkvoorbereiders, projectleiders, calculators. Informatie: www.stabiplan.nl. Stabicad 8 lt W-installatietechniek Wie: Werkvoorbereiders, projectleiders. Informatie: www.stabiplan.nl. Viega v1 Viptool Wie: Installateurs, calculators, adviesbureaus. Informatie: www.viega.nl/workshop. Tekenaar gebouwinstallaties sanitair (tgi san) Wie: Tekenaars gebouwinstallaties cv en ventilatie, assistenten installatie-/verwarmingsmonteur. Tekenaar gebouwinstallaties sanitair, cv en ventilatie Wie: Tekenaars gebouwinstallaties sanitair, tekenaars gebouwinstallaties cv en ventilatie, assistenten installatie-/verwarmingsmonteurs. Tekenaar gebouwinstallaties cv/ventilaties Wie: Assistent verwarmingsmonteurs, tekenaars gebouwinstallaties sanitair, assistenten installatiemonteurs. * Ga voor het meest actuele overzicht van opleidingen en aanbieders naar www.etalage.otib.nl. Radar 2020 : een overzicht van kansen! In de technische installatiebranche vinden volop innovaties plaats, want de technologische ontwikkelingen gaan snel. Wat zijn de kansen voor de branche? Weet jij wat je kunt verwachten en waarop jij met kennis en kunde op kunt inspelen? Radar 2020 biedt dat inzicht! Technische installatiebedrijven zijn actief in markten waarin veranderingen aan de orde van de dag zijn. Installateurs moeten dus continu alert zijn in hoeverre deze ontwikkelingen de markt, het bedrijf en de bedrijfsvoering beïnvloeden. Installateurs herkennen de ontwikkelingen omdat ze er middenin staat. Maar wat doe je als een trend of ontwikkeling pas over langere tijd duidelijk wordt of als je nog niet weet wat de trend inhoudt? Ga voor inzicht in alle trends, ontwikkelingen en handvatten naar www.radar2020.otib.nl en bekijk hier ook de korte inspiratiefilmpjes over de installatiebranche in 2020. 44 4
otib nieuws Inschrijvingen Skills Best Men 2012 geopend! Otib organiseert ook weer in 2012 de Skills Best Men -wedstrijden. Dit zijn vakwedstrijden voor vierdejaars vmbo-leerlingen elektrotechniek, installatietechniek en instalelektro. Ook leerlingen met een techniekbrede opleiding mogen meedoen. De regionale voorronden vinden plaats tussen half januari en begin februari op zeven verschillende plekken in het land. In totaal kunnen honderdveertig kandidaten aan de voorronden deelnemen. Aanmelden hiervoor kan op: www.skillsbestmen.otib.nl. Winnaars van de regionale voorronden zullen het in de finale tegen elkaar opnemen. Zij zullen strijden om de eretitel Skills Best Men 2012. De finale vindt plaats tijdens de nationale beroepenmanifestatie Skills Masters van 15 tot en met 17 maart 2012 in Ahoy Rotterdam. Demoversie Suncycle gepresenteerd Suncycle, het bedrijf dat het gelijknamige zonnepaneel ontwikkelt, heeft een demoversie van het zonnepaneel gepresenteerd. Het paneel met de concentrische lenzen dat meedraait met de zon moet in medio 2013 klaar zijn voor massaproductie. Het paneel is uitgebreid besproken in Intech K&S juni 2011. Het artikel kan worden teruggelezen in het archief van www.intechks.nl of via www.intechks.nl/suncycle. Wat heeft u aan Otib in 2012? De Otib-brochure Wat heeft u aan Otib in 2012? is op 22 november verschenen. Hierin vinden installateurs een overzicht van een aantal instrumenten, activiteiten en regelingen die voor werkgevers in de technische installatiebranche van belang zijn. Tevens biedt de brochure een overzicht van alle Otib-producten op het gebied van voorlichting en vakmanschap. Werkgevers in de technische installatiebranche ontvangen de brochure Wat heeft u aan Otib in 2012? automatisch. Extra exemplaren van de brochure zijn telefonisch aan te vragen bij de Otib Servicedesk via 0800 885 58 85 (kosteloos), of per mail (servicedesk@otib.nl). Wat heeft u aan Otib in 2012? kan ook via www.otib.nl worden besteld. Leerlingen maken kennis met Technologie Thuis Nu! De eerstejaarsleerlingen van de mboopleidingen verpleegkunde en zorg van het roc in Amsterdam zijn er klaar voor. Gemotiveerd en gericht op hun toekomst als zorgprofessional maakten zij kennis met de mogelijkheden van techniek in de zorg tijdens een buitenschoolse les in de modelwoningen van het project Technologie Thuis Nu! in Woerden. Voorafgaand aan het bezoek aan de modelwoningen is op school aan een voorbereidingsopdracht gewerkt. De buitenschoolse les in de modelwoningen bestaat uit allerlei actieve opdrachten passend bij hun opleiding, en wordt afgesloten met een opdracht. Als zorgprofessionals van de toekomst kunnen zij de opgedane ervaringen toetsen door toepassing in de praktijk. Naast de bestaande lespakketten voor leerlingen techniek, zorg en welzijn op het vmbo en mbo is Otib druk bezig met de ontwikkeling van lespakketten voor leerlingen op havo- en vwo-niveau. Kijk voor meer informatie op www.technologiethuis.nu. 44 5