Gastronomie Werkboek
Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteurs: Hans Veelers, Anja Wiersma Eindredactie: Martin Steehouwer Titel: Gastronomie ISBN: 978 90 3722 940 0 Edu Actief b.v. 2016 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in compilatiewerken op grond van artikel 16 Auteurswet kan men zich wenden tot de Stichting PRO (www.stichting-pro.nl). De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Door het gebruik van deze uitgave verklaart u kennis te hebben genomen van en akkoord te gaan met de specifieke productvoorwaarden en algemene voorwaarden van Edu Actief, te vinden op www.edu-actief.nl.
Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 Oriëntatie op gastronomie Drankenkennis opdoen en overdragen Weten over eten Alvast een slokje wijn Eindopdracht Evaluatie en reflectie Werken als professioneel gastronoom Horeca op verschillende manieren Adviseren van gasten over dranken Meer over wijn Adviseren van gasten over gerechten Wijn-spijscombinaties Eindopdracht Evaluatie en reflectie 4 10 19 35 41 42 46 51 55 58 72 77 87 89
Oriëntatie op gastronomie 1. Oriëntatie op gastronomie De module Gastronomie bestaat uit twee werkboeken. Dit is werkboek 1: Oriëntatie op gastronomie. Aan de slag Gastronomie is een belangrijk onderdeel van de opleiding tot gastheer. Maar wat is gastronomie? Er zijn verschillende definities voor, van de hogere kookkunst en de betrekkingen tussen voedsel en cultuur tot de kunst van lekker eten en drinken. Veel mensen vinden het leuk zich te verdiepen in bijvoorbeeld wijnen of bepaalde kooktechnieken. Gasten kunnen dus vaak al aardig wat voorkennis hebben en (kritische) vragen stellen. Voor jou als gastheer betekent het dat je heel wat moet weten om gasten goed te kunnen informeren en adviseren. Daarom is het belangrijk je te verdiepen in de wondere wereld van de gastronomie, zodat je van alles leert over ingrediënten, kooktechnieken, smaakprofielen en alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. Je maakt kennis met de verschillende onderdelen van de gastronomie. Je besteedt aandacht aan veelvoorkomende keukentechnieken die worden gebruikt om gerechten te bereiden. Ook verdiep je je in wijnwetgeving. Wist je bijvoorbeeld al dat je heel veel informatie over een wijn kunt aflezen van het etiket? Niet iedereen drinkt wijn, dus ook andere dranken, alcoholvrije en alcoholhoudende varianten komen voorbij. Verder maak je kennis met de vijf basissmaken. Tijdens het contact met de gasten over gastronomie kun je als gastheer de volgende processtappen onderscheiden: 1. het informeren van gasten 2. het adviseren van gasten over dranken 3. het adviseren van gasten over gerechten 4. het opnemen van de bestelling. Je oriënteert je vooral op het informeren en een klein beetje op het adviseren. Als je de basiskennis goed beheerst, ga je in het volgende deel meer de diepte in en worden je adviesvaardigheden verder aangescherpt en getoetst. Wat heb je nodig bij dit werkboek? theorieboek Tendens Bediening deel 1 en 2 methodesite www.tendensbediening.nl. Wanneer je de theorie of de methodesite moet raadplegen, staat er een pictogram in het werkboek. Bij dit pictogram lees je wat je nodig hebt om de opdracht(en) te maken. Er zijn drie verschillende pictogrammen: Theorieboek Hier lees je in welk theorieboek en in welke paragraaf je de informatie vindt om de volgende opdracht(en) te maken. 4
Oriëntatie op gastronomie Bron op www.tendensbediening.nl Hier lees je of je een formulier, weblink, opdracht of andere soort bron bij de opdracht gebruikt en welke dit is. Film op www.tendensbediening.nl Hier lees je welke film je bekijkt om de opdracht te maken. Let op! Wanneer je een verwijzing krijgt naar een film of een andere bron op de methodesite, doe je het volgende: 1. Ga naar www.tendensbediening.nl. 2. Klik op Studentenmateriaal. 3. Kies voor Gastronomie en Oriëntatie op gastronomie. Tijdens dit werkboek werk je aan het volgende werkproces: W4: Adviseert gasten en neemt de bestelling op. Hoe sluit je dit werkboek af? Door het maken en uitvoeren van de opdrachten uit dit werkboek doe je nieuwe kennis en vaardigheden op. Het doel van dit werkboek is dat je gasten kunt informeren over de kenmerken van dranken en keukentechnieken. Je levert in elk geval de volgende producten op: Theorie Je hebt alle opdrachten gemaakt. Je hebt de vaktermenlijst bijgewerkt. Je hebt de eindopdracht gedaan. Praktijk Je hebt een rollenspel over basiskooktechnieken uitgewerkt. Je hebt een reflectieverslag over het rollenspel basiskooktechnieken uitgewerkt. Je hebt wijnetiketten uitgewerkt. Je hebt een wijnlexicon uitgewerkt. Je hebt een reflectieverslag uitgewerkt. Tips voor werken en leren: Maak zo veel mogelijk gebruik van jouw ervaringen in de praktijk. Gebruik zo veel mogelijk de procedures en gegevens van jouw praktijkbedrijf om aan de opdrachten en de eventuele eindopdracht te voldoen. Maak goede afspraken met je praktijkbegeleider. Maak een goede planning (stappenplan/afsprakenlijst) waarin staat wanneer je wat gaat doen en aan wie je eventueel hulp kunt vragen. Stem dit af met je docent. 5
0.1 Oriëntatie In dit werkboek ga je ontdekken en leren welke kennis je in huis moet hebben om gasten goed te informeren en adviseren over gastronomische zaken. Om voor jezelf op een rijtje te zetten wat je al weet en beheerst, ga je een aantal vragen beantwoorden. We kijken eerst naar de werkzaamheden die in je praktijkbedrijf voorkomen en die je wel of niet mag uitvoeren. Opdracht 1: Eigen ervaring Geef in de tabel aan: welke werkzaamheden voorkomen in je praktijkbedrijf welke werkzaamheden jij als gastheer uitvoert wie de werkzaamheden uitvoert als jij het niet mag doen. Werkzaamheden Komt voor in mijn praktijkbedrijf Doe ik wel of niet? Wie doet dit wel? Bestellingen opnemen Gasten informeren over de alcoholhoudende dranken bier en wijn Gasten informeren over sterk alcoholhoudende dranken Gasten informeren over cocktails en mocktails Gasten informeren over de bereiding van gerechten Gasten informeren over de samenstelling van gerechten Gasten adviseren over hun drankenkeuze Gasten adviseren over gerechten Gasten informeren over de gerechtenopbouw van een menu Gasten wijzen op de specialiteiten van de dag 6
Oriëntatie op gastronomie Opdracht 2: Waar sta jij? Beantwoord de volgende vragen zo eerlijk mogelijk: a. Voor welke gerechten mogen mensen jou s nachts wakker maken? b. Wat lust je beslist niet? c. Zijn er ingrediënten die je niet eet vanwege religieuze of principiële redenen? Zo ja, welke ingrediënten zijn dat en waarom eet je deze niet? d. Wat is je favoriete drank? e. Welke drank(en) lust je niet? f. Welke alcoholhoudende dranken nuttig je weleens? 7
0.2 Nulmeting Om voor jezelf op een rijtje te zetten wat je al weet en beheerst, ga je de volgende leerdoelen doornemen. Als je de vragen beantwoord hebt, komt jouw score in beeld. Met deze uitslag kun je een planning maken voor dit werkboek. Belangrijk is wel dat je elke vraag in deze nulmeting beantwoordt. In overleg met je docent kun je op basis hiervan eventueel onderdelen overslaan. Je docent bepaalt of dat gebeurt. Om een beeld te krijgen van wat je hebt geleerd, vul je na afronding van de opdrachten in het werkboek de kolom Evaluatie in. Verderop in het boek lees je daar meer over. Nr. Leerdoel Nulmeting Evaluatie Ja Nee Ja Nee 1. Je kunt de kenmerken opsommen van alcoholvrije dranken. 2. Je kunt de kenmerken opsommen van zwak alcoholhoudende dranken. 3. Je kunt een wijnetiket lezen. 4. Je kunt de kenmerken opsommen van sterk alcoholhoudende dranken. 5. Je weet hoe een cocktail wordt samengesteld. 6. Je hebt basiskennis van ingrediënten. 7. Je kunt de kenmerken van gerechten benoemen. 8. Je kunt de bereidingen van gerechten herkennen en benoemen. 9. Je kunt de kooktechnieken van gerechten herkennen en benoemen. 10. Je herkent keukenmaterialen. 11. Je weet hoe een menu opgebouwd wordt. 12. Je kent de meest voorkomende dieetwensen. 13. Je kent de meest voorkomende allergieën. 8
Oriëntatie op gastronomie 0.3 Planning Door het maken van een planning houd je controle over je werkzaamheden. Daarom maak je een planning voor dit werkboek. Je maakt een planning voor zowel de praktijk als de theorie (zoals workshops en hoorcolleges). Geef in je planning aan wanneer je wat gaat uitvoeren, hoeveel tijd je eraan denkt te besteden en wanneer je iets af wilt hebben. Wat Geplande tijd Werkelijke tijd Waar School, thuis, BPV? Wanneer Is het klaar? Inleiding Plannen Opdrachten Eindtoets Theorie Praktijk Evaluatie Reflectie Controleer samen met je docent of je een realistische planning hebt gemaakt en wat de planning van je docent is. 9
1.1 Drankenkennis opdoen en overdragen Je kunt gasten pas informeren als je bepaalde kennis hebt opgedaan, zodat je die weer door kunt geven. Wat helpt, is als je veel interesse hebt voor het onderwerp waar het over gaat. In dit geval is dat gastronomie, alles wat met eten en drinken te maken heeft. Wat mensen met elkaar gemeen hebben, is dat ze elke dag met eten en drinken te maken hebben. Jij dus ook. Leerdoelen: - Je kunt de kenmerken opsommen van alcoholvrije dranken. - Je kunt de kenmerken opsommen van zwak alcoholhoudende dranken. - Je kunt een wijnetiket lezen. - Je kunt de kenmerken opsommen van sterk alcoholhoudende dranken. - Je weet hoe een cocktail wordt samengesteld. - Je kunt de kenmerken van gerechten benoemen. Opdracht 3: Met smaak Weblink Ruiken en proeven a. Welke basissmaken zijn er? b. Wat moet je doen om smaak te krijgen? In Nederland hebben we een heuse smaakprofessor. Dat is Peter Klosse. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar ruiken en proeven en heeft ervoor gezorgd dat je smaak ook objectief kunnen beschrijven. Dat is prettig, want met alleen maar lekker en vies kom je niet veel verder. Smaken proef je op je tong. Weblink Smaakpapillen Lees het artikel over smaakpapillen op de tong. 10
Oriëntatie op gastronomie c. Noteer de basissmaken op de foto, op de plek waar ze volgens jou thuishoren. d. Welke smaak is op de foto vergeten? Opdracht 4: Wat heb je in huis? Weblink Linoit Weblink Tozzl Bestudeer van paragraaf 9.2 Alcoholvrije dranken de teksten Zuiveldranken, Frisdranken en vruchtensappen, Mineraalwater en Diverse alcoholvrije dranken. a. Maak foto s van de dranken die bij jou thuis in de koelkast staan. Maak ook foto s van de andere dranken die je in huis kunt vinden. Denk daarbij aan plekken zoals een kelder, een drankenkast, een voorraadkast en keukenkastjes. Sommige dranken zijn al kant-en-klaar, andere moeten nog bereid worden. Beperk je tot de dranken die geen alcohol bevatten. b. Verwerk je foto s met een van de twee websites op een prikbord. Je kunt ook de foto s in een tekstverwerkingsprogramma zetten of printen. Noteer bij elke drank wat een belangrijk kenmerk is van de drank. Voeg tevens toe tot welke soort de drank behoort. Zo kun je bij een zuiveldrank aangeven dat de basis melk is. Denk ook aan kenmerken als koolzuur, een uitgesproken smaak, kleur of geur. c. Welke drie warme dranken vragen een bereiding? Opdracht 5: Een heel assortiment Verschillende dranken met dezelfde soortnaam. 11
a. Op de afbeelding zie je een aantal flessen drank. Wat zijn de overeenkomsten tussen deze dranken? b. Wat zijn de verschillen tussen deze dranken? Opdracht 6: Zwak alcoholhoudende dranken Bestudeer paragraaf 9.3 Zwak alcoholhoudende dranken. Ga in je praktijkbedrijf op zoek naar bieren, wijnen en versterkte wijnen. Geef in de schema s hierna twee biersoorten, twee wijnen en één versterkte wijn weer. Probeer de gevraagde informatie te achterhalen met je theorieboek, praktijkbegeleider, docent en medestudenten. Vergelijk en overleg met minimaal twee medestudenten de ingevulde informatie. Onder in het schema geef je nog één bier, één wijn en één versterkte wijn weer die je hebt geleerd van een medestudent. Voorbeeld Naam: Grolsch pils 5% Nederland Goudgeel Als dorstlesser, in de kroeg of als aperitief Naam bier 1: Naam bier 2: 12
Oriëntatie op gastronomie Naam wijn 1: Naam wijn 2: Naam versterkte wijn: Toegevoegde zwak alcoholhoudende dranken. Naam bier: Naam wijn: Naam versterkte wijn: 13
Opdracht 7: De smaken herkennen Zet een kruisje in het smaakvak dat hoort bij de genoemde drank. Het kan heel goed zijn dat je bepaalde dranken zelf nog nooit gedronken hebt. Vraag het dan na bij bijvoorbeeld je ouders, een collega of je docent. Product Zoet Zuur Zout Bitter Tonic Karnemelk Amaretto Limoncello Koffie Pils Cointreau Gekruid tomatensap Appelsap Lang getrokken thee Opdracht 8: Een hartige drank De meeste dranken zonder alcohol zijn zoet (frisdrank), zoet-zurig (vruchtensappen) of bevatten zuivel (fristi, chocolademelk). Soms willen gasten liever een alcoholvrije drank die een beetje pit bevat. Dan kom je eigenlijk altijd uit bij groentesappen. Het meest bekende hartige, pittige drankje is tomatensap. Hoe serveer je een gast op de juiste wijze een glas tomatensap? Zoek op het internet een foto op van een serveergereed glas tomatensap. Upload deze foto of print deze en beschrijf waarom dit de juiste wijze van serveren is. Opdracht 9: Welk biertje? Bier en wijn zijn de meest gedronken alcoholhoudende dranken. Het zijn zwak alcoholhoudende dranken, omdat het alcoholpercentage niet boven de 15% uitkomt. Maar als je er veel van drinkt, kun je er natuurlijk toch wel behoorlijk dronken van worden! 14
Oriëntatie op gastronomie Als zij het kunnen a. Een gast bestelt een biertje. Wat serveer je deze gast? Weblink Biernet Bestudeer kort de website en gebruik de informatie op de site voor de volgende vraag. b. Een gast heeft zin in een zwaar en zoet biertje. Wat raad je de gast aan? Opdracht 10: Wat zit er in de fles? Verschillende soorten sterkedranken. 15