TOETSTAAK 5: LUIDRUCHTIGE BUREN Vaardigheid: spreken. Doelstelling: eindterm 5 beheersen: de cursist kan een probleem of klacht formuleren. Verwerkingsniveau: beschrijvend. Context: leefomstandigheden. INTRODUCTIE De toetsafnemer stelt de cursist gerust aan de hand van een kort introducerend gesprek over wonen. Het is belangrijk voor het goede verloop van de toetstaak dat de cursist even kan praten zonder dat hij daarop beoordeeld wordt. Samenwonen met andere mensen in een groot gebouw kan heel leuk zijn, maar het kan ook tegenvallen. Bijvoorbeeld, wanneer je buren heel veel lawaai maken. Heeft de cursist al een dergelijke situatie meegemaakt? Wat heeft hij toen gedaan? INSTRUCTIE De toets: zie kopieerblad cursist, toets: spreken 5. De toetsafnemer leest de instructie voor: Je ligt in bed. Je moet morgenvroeg al om 6.00u opstaan. Maar je kan niet slapen omdat je buren heel veel lawaai maken. De muziek staat heel luid, en er wordt luid gepraat, alsof er een feestje is. Het is niet de eerste keer dat je buren zoveel lawaai maken. Je staat op en gaat kloppen aan de deur. Je zegt wat het probleem is. Maak ook enkele afspraken voor de volgende keer. Tijdens het uitvoeren van de toetstaak mag de toetsafnemer op geen enkele wijze helpen. Eventueel kunnen de instructies nog eens op dezelfde wijze worden herhaald als ze niet goed begrepen zijn, maar extra uitleg (bijvoorbeeld, woordverklaringen) is uitgesloten. De maximale tijd voor het voeren van dit gesprek is 5 minuten. handleiding toetsafnemer toets: spreken 5
Gespreksstramien Dit gesprek is een open gesprek. Het uiteindelijke doel is dat de cursist duidelijk maakt dat hij het graag wat stiller zou hebben. De toetsafnemer neemt de rol van luidruchtige buur op zich. De toetsafnemer kan zelf het gesprek in de juiste richting sturen. Bijvoorbeeld: Wij houden een klein feestje. Wilt u niet mee komen vieren?... Waarom niet? Kunnen we niet tot een oplossing komen? Het kan voorkomen dat een cursist onvoorziene dingen zegt of vraagt. De toetsafnemer reageert daarop naar eigen goeddunken en noteert dit voorval op het scoreblad van de cursist. Zo kan hij er achteraf naar teruggrijpen en op een vergelijkbare manier reageren bij andere cursisten. Maar de toetsafnemer moet er zich altijd van bewust zijn dat hoe meer hij tussenkomt of reageert, hoe meer verschillen hij creëert tussen de cursisten. En dat moet worden vermeden. handleiding toetsafnemer toets: spreken 5
BEOORDELINGSMODEL De nadruk ligt op het overbrengen van de inhoud van de boodschap, niet de vorm. Op dit niveau zijn de vormelijke eisen die kunnen worden gesteld nog zeer laag. Voor vorm wordt dan ook een meer globaal criterium gehanteerd (zie model). Het spreektempo mag laag zijn, maar het gesprek moet in zijn geheel niet langer duren dan 5 minuten. De woordenschat mag omschrijvend zijn. Toetsitems Preconditie De cursist voert een adequaat gesprek. Score Inhoud Item. De cursist stelt zich voor als de buur. Item 2. De cursist maakt duidelijk dat hij vindt dat er teveel lawaai is. Item 3. De cursist vermeldt dat hij s morgens heel vroeg op moet staan en dat hij zijn nachtrust echt wel nodig heeft. Item 4. De cursist onderhandelt over een afspraak voor de komende nachten. Item 5. De cursist rondt af en zegt slaapwel. Spreekdurf De cursist doet actief mee aan het gesprek en wacht niet telkens hulpvragen van de toetsafnemer af om een goed antwoord te formuleren. handleiding toetsafnemer toets: spreken 5
Vorm De cursist kan zeer eenvoudige korte zinnen maken met stereotype formuleringen en standaarduitdrukkingen. De zinnen mogen op dit niveau nog af en toe fouten bevatten zoals: uitspraakfouten, fouten tegen de woordvolgorde,.... De fouten die gemaakt worden, hebben geen systematisch karakter; er worden niet steeds dezelfde fouten gemaakt. OF: De cursist kan woordgroepen formuleren, maar maakt systematisch dezelfde fouten, bijvoorbeeld tegen de woordvolgorde, vervoeging,... OF/EN De cursist maakt veel fouten, maar er ontstaat geen begripsverwarring. OF: De cursist formuleert uitingen van slechts woord, herhaalt enkel de instructie of kan helemaal geen antwoord geven. Totaal 7 0,5 0 (bijgevoegd: scoretabel) handleiding toetsafnemer toets: spreken 5
Naam:.. Datum:... TOETS Je ligt in bed. Je moet morgenvroeg al om 6.00u opstaan. Maar je kan niet slapen omdat je buren heel veel lawaai maken. De muziek staat heel luid, en er wordt luid gepraat, alsof er een feestje is. Het is niet de eerste keer dat je buren zoveel lawaai maken. Je staat op en gaat kloppen aan de deur. Je zegt wat het probleem is. Maak ook enkele afspraken voor de volgende keer. kopieerblad cursist toets: spreken 5