Intervisie
1.Doelstellingen van intervisie Intervisie kent de volgende doelstellingen: - Professionals helpen elkaar om tot oplossingen te komen; - Het problematiseren, analyseren en verhelderen van het professionele handelen; - Het optimaliseren van de kwaliteit van het persoonlijk, beroepsmatig functioneren. Belangrijke subdoelen zijn: - Onderlinge uitwisseling en steun; - Gemotiveerder werken; - Zicht krijgen op jezelf en je eigen functioneren in de werksituatie; - Eigen vaardigheden vergroten; - Oplossingsalternatieven zien en keuzes maken; - Leren zelfsturend te werken; - Leren luisteren, accepteren, invoelen van de ander; - Leren werken met nieuwe methoden. Voorwaarden Om te kunnen kiezen voor het intervisiemodel als model voor het bespreken van werkproblemen dient er sprake te zijn van een gelijkwaardige relatie tussen de deelnemers. Men moet open willen staan voor problemen van anderen en bereid zijn eigen problemen in te brengen. Het gaat om het inbrengen van ervaren knelpunten in eigen functioneren en de bereidheid te leren van de bijdrage van collega s. Het intervisiemodel gaat uit van een leergroep. Veiligheid, eerlijkheid, vertrouwen en respect voor de ander zijn voorwaarden om gezamenlijk in een groep te kunnen leren. In de leergroep moet men eerlijk en open met elkaar kunnen en willen communiceren met respect voor de leerweg van de ander. Een intervisiegroep maakt afspraken, bijvoorbeeld over aanwezigheidsverplichting, op tijd komen en niet vroeger weggaan, geheimhouding, de voorbereiding voor de volgende bijeenkomst, verslaglegging, rol van de procesbegeleider/gespreksleider etc.. 2
2.Voorbereiding op de intervisie: format voor de gespreksleider Hieronder vind je een stappenplan dat je zou kunnen volgen ter voorbereiding op een intervisiebijeenkomst waarvoor jij gespreksleider bent. Ongeveer één week van tevoren stuurt de gespreksleider een mail naar de collega s waarin wordt gevraagd om na te denken over een concrete casus voor de volgende intervisiebijeenkomst. De casussen die worden opgestuurd neem je door. Je kunt ze onder elkaar zetten. Je leest je in, in de intervisiemethode die je gaat gebruiken. Je legt het benodigde materiaal klaar om mee te nemen. Denk hierbij aan flip-over, post-its, stiften, etc. Neem tevens de ontvangen casussen mee. 3
3. De intervisie: format voor de gespreksleider Taken Als gespreksleider heb je een aantal taken tijdens de intervisiebijeenkomst: - Bewaken van procedures en afspraken; - Bewaken van de tijd; - Zorgdragen voor een gelijkwaardige inbreng van iedereen; - Leiden en waar nodig samenvatten van de gesprekken. De gespreksleider neemt in principe zelf niet deel aan de discussie. Als je op een bepaald punt toch graag input wilt leveren, is het handig dit te benoemen en even af te stemmen met de groep. Maatje Als je als gesprekleider optreedt is het handig om een maatje te kiezen die je kan ondersteunen tijdens de intervisiebijeenkomst. Hij/zij kan bijvoorbeeld de tijd in de gaten houden en je bijvoorbeeld een advies geven tijdens de sessie. Na de sessie kunnen jullie evalueren: wat ging er goed als gespreksleider? Wat ging minder? Gesprekleidraad Op de volgende pagina vind je een gesprekleidraad dat je als gespreksleider tijdens een intervisie kunt gebruiken. Dit is slechts een richtlijn, je kunt ook je eigen pad hierin kiezen! De gespreksleider koppelt na de intervisiebijeenkomst de belangrijkste punten terug aan de teammanager. 4
4. Intervisiemethoden Op de volgende pagina s staan verschillende uitwerkingen van intervisie-methoden die je kunt toepassen in de intervisiebijeenkomsten, namelijk: - Tienstappenmethode - Vijfstappenmethode - Balint Methode - Roddelmethode - Dominante Ideeën Methode - Leren van Successen 5
Tienstappenmethode De tienstappenmethode is een methode die uitnodigt om vragen te blijven stellen en je oordeel uit te stellen. Door de heldere structuur is deze methode ook geschikt voor een beginnende intervisiegroep. Belangrijkste doel Vooral geschikt voor Minder geschikt voor Logisch pauzemoment Inzicht geven door een vraagstuk opnieuw te definiëren Onderzoek van actuele vraagstukken Onderzoek naar achterliggende normen en waarden van de casusinbrenger Na stap 5, alvast stap 6 meegeven om over na te denken tijdens de pauze. Stap 6: Stap 7: Stap 8: Stap 9: Stap 10: De inbrenger beschrijft de feitelijke waarnemingen en de beleving van de casus beknopt en formuleert de vraagstelling. De andere deelnemers mogen feitelijke verhelderingsvragen stellen en dan elk twee of drie verdiepende open vragen bedenken. De vragen worden op de flip-over geschreven. De inbrenger doet nog even niets. De inbrenger beoordeelt in hoeverre elke vraag de essentie van de casus raakt, door een K (koud), W (warm) of N (neutraal) bij te schrijven. Dit gebeurt in stilte De inbrenger beantwoordt nu alle vragen kort en bondig (dus ongeacht de beoordeling). Alle deelnemers stellen nu aanvullende en verdiepende vragen. Deze vragen worden niet opgeschreven, de inbrenger beantwoordt ze direct. De andere deelnemers herdefiniëren het vraagstuk: Mijn probleem is. De herdefinities worden weer op de flipover genoteerd De inbrenger waardeert ook deze probleemdefinities met koud, warm of neutraal en voegt een eigen definitie toe. Alle deelnemers bespreken samen de nieuwe situatie en mogelijke gedragsalternatieven voor de inbrenger. De deelnemers krijgen nu de gelegenheid praktische tips en adviezen te geven als ze daar behoefte aan hebben. De deelnemers houden een nabespreking en evaluatie. Wat heeft iedereen geleerd van de casusbespreking? De inbrenger krijgt als eerste de mogelijkheid om te reageren, dan de andere deelnemers. 6
Vijfstappenmethode De vijfstappenmethode is een verkorte versie van de tienstappenmethode. Belangrijkste doel Oplossingsgericht denken. Daarnaast ook inzicht geven door een vraagstuk opnieuw te definiëren Vooral geschikt voor Onderzoek van actuele vraagstukken Minder geschikt voor Onderzoek naar achterliggende normen en waarden van de casusinbrenger Logisch pauzemoment Na stap 3 De inbrenger introduceert zijn/haar vraag en geeft een beknopte toelichting. Groepsleden verkennen de vraag door het stellen van vragen. Zij maken vooral gebruik van een volgende gespreksstijlen: open vragen, samenvattingen, luisterreacties, stiltes en benutten alle vier de gespreksniveau s (inhoud, procedure, relatie, gevoel). Groepsleden formuleren één of meer probleemdefinities. De inbrenger, die dit heeft gehoord, formuleert nogmaals zijn/haar vraag. Ieder groepslid formuleert tenminste één advies voor de inbrenger. Noteer dit bijvoorbeeld op een flip-over. De inbrenger reageert op de adviezen: wat spreekt aan, wat niet? De inbrenger evalueert het consultatieproces: ervaringen, effecten van inbreng van groepsleden, etc.. 7
Balint Methode Bij het hanteren van de Balint methode kom je tot de oplossing van problemen door de fasen van probleemstelling, beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming strak van elkaar te scheiden. Belangrijkste doelen Logisch pauzemoment Het stellen van een gezamenlijke diagnose, namelijk: wat is het eigenlijke probleem? Daarnaast het kijken naar het aandeel en de invloed van de professional zelf met betrekking tot de oplossing. Na stap 3 of in het midden van stap 4 (eerst schrijven of bespreken, na de pauze toelichting) De inbrenger vertelt in het kort iets over de situatie waarin zijn probleem of vraag is ontstaan en stelt duidelijk zijn vraag. Associatiemoment: iedere deelnemer schrijft kort zijn associaties op die opgeroepen zijn door de inbreng. Het opschrijven van de opgeroepen associaties kan de inleving in de inbreng verbeteren en moet ervoor zorgen dat ieder zijn vooroordelen loslaat. Beeldvorming: de deelnemers vragen informatie ter verduidelijking van de inbreng. Hierdoor ontstaat inzicht in de belemmerende en bevorderende factoren. De inbrenger antwoordt kort en duidelijk. Hierbij gaat het om de feitelijke informatie en de belevingservaringen van de inbrenger. Oordeelsvorming: in deze fase zijn er verschillende varianten mogelijk. - ieder groepslid schrijft zijn advies en/ of idee op en vertelt het daarna - adviezen en ideeën worden direct mondeling gegeven - de adviezen en ideeën worden in subgroepjes besproken Een combinatie van verschillende varianten is mogelijk, de inbrenger reageert niet tussendoor. Stap 6: Besluitvorming: de inbrenger vertelt wat hij daadwerkelijk heeft gedaan of wil gaan doen. De inbrenger geeft daarnaast aan wat hij aan de adviezen heeft. Gedrag in vergelijkbare situaties: de deelnemers vertellen over hun eigen handelen in soortgelijke situaties. 8
Roddelmethode De roddelmethode geeft de inbrenger inzicht in het kijken vanuit andere perspectieven. Belangrijkste doelen Vanuit andere perspectieven naar het vraagstuk kijken en daardoor op vernieuwende ideeën komen. Logisch pauzemoment Na stap 3 Vraagintroductie of ervaringsverslag: de inbrenger introduceert zijn vraag en geeft een beknopte toelichting, dan wel een verslag van een ervaring (een project waarin hij actief is, dingen die hem opvallen in de relatie met een cliënt of iets dergelijks). Verkenning: de deelnemers verkennen de vraag of de ervaring door het stellen van (zo veel mogelijk open) vragen. Roddelen: de inbrenger gaat buiten de kring zitten en bemoeit zich op geen enkele manier met het komende gesprek. Hij/zij luistert aandachtig en maakt notities over zaken die hem/haar raken, opvallen of een vernieuwend inzicht geven. Groepsleden roddelen met elkaar over de vraag van de inbrenger en over mogelijke achtergronden, oorzaken en oplossingen en komen uiteindelijk tot een gezamenlijk advies. Uitwisselen: de inbrenger komt weer tussen de andere groepsleden in zitten en vertelt zijn/haar ervaringen als waarnemer van de roddelfase. Wat heeft hem/haar geraakt? Wat is opgevallen? Verwerpt of accepteert hij/zij het gegeven advies? Evaluatie: inbrenger en groepsleden kijken terug op de consultatie. Wat heeft het de inbrenger opgeleverd? Hoe zijn de groepsleden met de vraag omgegaan? Optioneel: Na stap 4 kan inbrenger zijn/haar vraag herformuleren waarna de stappen 2 t/m 4 worden herhaald. 9
Dominante Ideeën Methode De dominante ideeënmethode is een krachtige en verrassende intervisiemethode die confronterend kan zijn door de focus op onderliggende overtuigingen. De casusinbrenger staat centraal. Vanwege de diepgang is deze methode minder geschikt voor een eerste of tweede bijeenkomst. Belangrijkste doel Inzicht krijgen in aannames die je vaak onbewust hanteert en hoe die je gedrag beïnvloeden Vooral geschikt voor Het bekijken van vraagstukken door een andere bril en het zoeken van nieuwe oplossingen voor vraagstukken waar je regelmatig tegenaan loopt Minder geschikt voor Analyse van een probleem Logisch pauzemoment Na stap 4 Stap 6: Stap 7: De inbrenger introduceert de casus en geeft toelichting bij de vraagstelling. De andere groepsleden proberen de dominante ideeën van de inbrenger te achterhalen door vragen te stellen en aandachtig te luisteren, ook tussen de regels door. Wat stuurt het denken van de inbrenger? Welke opvattingen, idealen, normen en waarden zijn in het verhaal te horen? Ze maken voor zichzelf aantekeningen. De deelnemers noemen de gevonden dominante ideeën en inventariseren ze op de flip-over. De inbrenger luistert aandachtig, maar reageert nog niet. De inbrenger reageert. Wat herken ik? Wat herken ik niet? Waar liggen aanknopingspunten voor verandering? De inbrenger omcirkelt de dominante ideeën om verder te onderzoeken. Met hulp van de andere deelnemers probeert de inbrenger nu voor alle omcirkelde ideeën een alternatief te vinden. Bijvoorbeeld door het idee om te keren. Welke andere handelingsmogelijkheden levert de opmerking op (herformuleren)? De inbrenger bespreekt wat het onderzoek heeft opgeleverd. Welke aanknopingspunten grijp ik aan om het anders te doen? Hoe ziet het andere gedrag er uit? De hele groep kijkt terug. Hoe verliep het gesprek en wat heeft het iedereen opgeleverd? 10
Leren van Successen Bij deze stimulerende intervisiemethode is de aandacht gericht op successen en op de ingrediënten die bijdragen aan succes. Het is een vorm van waarderend onderzoek (appreciative inquiry). Het succes kan een individueel succes zijn of een succes van de groep als geheel. Belangrijkste doel Leren van successen en opsporen van succespatronen Vooral geschikt voor Groepen die nieuwe wegen willen inslaan en nieuwe oplossingen zoeken Minder geschikt voor Groepen die graag onderzoeken wat er misging Logisch pauzemoment Na stap 2 De inbrenger beschrijft het vraagstuk en vertelt uitgebreid over een succeservaring daarbij: de context van het succes en de gevoelens en emoties die het opleverde. De andere deelnemers noteren welke factoren en gedragingen hebben bijgedragen aan het succes. Alle succesfactoren worden op een flip-over geïnventariseerd, waarbij de deelnemers onderscheid maken tussen acties van de inbrenger zelf en van de omgeving. Iedereen (ook de casusinbrenger zelf) doet mee en vult aan. Ze bespreken alleen de successen en houden de toon positief. Ronde van vragen stellen en luisteren om nog meer onderliggende succesfactoren te vinden. De deelnemers noteren deze nieuwe vondsten op een tweede flip-over vel. De casusinbrenger reflecteert op het proces en benoemt de opbrengst. De deelnemers bespreken met elkaar wat de groep leerde van deze manier van kijken. 11