OVERBRENGINGSMECHANISMEN Woord vooraf TECHNIEK IS EEN PRACHTIG HUIS MET VELE KAMERS. U, ALS LEERKRACHT TECHNOLOGISCHE OPVOEdING, BENT UITSTEKENd GEPLAATST OM jongeren MET EEN TECHNISCHE KNOBBEL door dat HUIS TE LEIdEN. MAAR Uw LESTIjd IS BEPERKT EN dus BENT U VOORTdURENd OP zoek NAAR HANdIGE EN EFFICIëNTE EdUCATIEVE MIddELEN. daar wil TOEKOMSTOPwIELEN.BE U BIj HELPEN EN daarom ONTVANGT U NU de NIEUwSTE lesbrief voor leerkrachten, HET IdEALE hulpmiddel OM TECHNIEK EN AUTO S OP EEN LEUKE MANIER IN Uw LESSEN AAN BOd TE BRENGEN. de LESBRIEFONdERwERPEN: Nummer 1: technisch communiceren (reeds verschenen) Nummer 2: beslissen met poorten en sturingen (reeds verschenen) Nummer 3: elektrische kringloop (reeds verschenen) Nummer 4: overbrengingen (reeds verschenen) Nummer 5: technische communicatie (reeds verschenen) Nummer 6: overbrengingsmechanismen (nu beschikbaar) Per schooljaar verschijnen vier lesbrieven, altijd met een onderwerp dat perfect inspeelt op de eindtermen van het leerplan. Maar de indeling van de lesbrieven verandert niet. Elke editie heeft vijf vaste hoofdstukken: achtergrond dankzij dit theoretische hoofdstukje kan u zich de inhoud van het onderwerp eigen maken en kan u inschatten over welke kennis de leerlingen moeten beschikken om de opdrachten aan te kunnen. EindtErmEn Een overzicht van de eindtermen technologische opvoeding die met de opdrachten in deze lesbrief behandeld worden. OpdrachtEn de eigenlijke opdrachten bevatten tips en didactische wenken om de opdracht nog beter in te kleden en te kaderen. de opdrachten variëren in moeilijkheid voor het 1ste en het 2de jaar, maar altijd gaat het om: het opstellen van een schema of overzicht het opsporen van een fout of storing het uitvoeren van een proef of opstelling. EvaluatiE dit laatste hoofdstuk bevat de resultaten of oplossingen van de opdrachten en suggesties voor een nabespreking. lesbladen de invulbladen voor de leerlingen worden u apart aangeboden. U kan ze makkelijk zelf in de gewenste oplage afdrukken. Log met uw persoonlijke paswoord in op de leerkrachtenpagina van de GaragastenSite. Op www.garagasten.be/leerkrachten kan u zowel de lesbrief als de lesbladen in pdf-formaat downloaden. Surf ook even naar www.. daar vindt u nog meer kant-en-klare hulpmiddelen die u als leerkracht kan gebruiken om de passie voor techniek bij jongeren te stimuleren. LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 1
1 ACHTERGRONd OVERBRENGINGSMECHANISMEN 1 ste jaar Overbrenging is de verzamelnaam voor een aantal technieken die technici gebruiken om een ronddraaiende beweging door te geven. dat kunnen mechanische, hydraulische of elektrische overbrengingen zijn. In deze lesbrief beperken we ons, net als het leerplan van het vak technologische opvoeding, tot de mechanische systemen. tandwieloverbrenging Kracht en beweging overbrengen, daar gebruiken we onder andere tandwielen voor. Tandwielen grijpen stevig in elkaar en wanneer één tandwiel draait, komt daarom ook het tandwiel dat ertegen aanligt automatisch in beweging. kruiste ketting met elkaar verbonden worden. Het grote voordeel van een ketting is dat haar schakels netjes op de tanden van het tandwiel passen en ze dus nooit slipt. r i E m Ov E r b r E n g i n g Bij toestellen die met een elektromotor worden aangedreven, is echter een overbrenging nodig die wel kan slippen. Als het bewegende deel van zo n toestel (zoals de trommel van een wasmachine) geblokkeerd raakt, moet de elektromotor immers gewoon kunnen doordraaien. Kan dat niet, bijvoorbeeld omdat er een ketting werd gebruikt, dan begeeft ofwel de ketting het, ofwel de motor. daarom genieten riemen en riemschijven in zulke gevallen de absolute voorkeur. In de techniek worden tandwielen om verschillende redenen ingezet: Om de draaizin te veranderen. Twee tandwielen tegen elkaar hebben een tegengestelde draaizin. Om de hoek van een draaibeweging te veranderen. Bijvoorbeeld over twee loodrecht tegenover elkaar geplaatste assen die verbonden zijn met conische (kegelvormige) tandwielen. toepassing: de fiets Het grote tandwiel vooraan drijft via de ketting een klein tandwiel op het achterwiel aan. daarbij wordt een trage beweging van de benen omgezet in een snelle beweging van het wiel. Hoe groter het verschil tussen de twee tandwielen, hoe meer kracht de fietser moet uitoefenen om de pedalen rond te draaien. Voor een stevige beklimming kiest de fietser dus het best voor een tandwielcombinatie met een kleiner tandwiel vooraan en een groter achteraan. Om de draaibeweging te versnellen of te vertragen. Een klein tandwiel heeft minder tanden en draait daarom sneller rond dan een groot. Tegelijk geven tandwielen ook kracht door. Een kleiner, sneller draaiend tandwiel draait met minder kracht dan een groot tandwiel. de verhouding tussen het voorste en het achterste tandwiel is de overbrengingsverhouding of versnelling. die geeft aan hoeveel keer het achterwiel ronddraait bij één volledige omwenteling van de trappers. die verhouding is makkelijk te berekenen: het aantal tanden op het voorste kamwiel delen door het aantal tanden achteraan. 45 tanden voorin en 15 tanden achterin levert dus een versnelling van 3 op. die wordt genoteerd als 1:3. kettingoverbrenging Tandwielen hoeven niet rechtstreeks in elkaar te grijpen om elkaar te doen draaien. Een afstand tussen twee tandwielen op evenwijdig lopende assen kan je met een ketting overbruggen. Ook in dat geval draait een kleiner tandwieltje sneller dan een groot, maar dan wel allebei in dezelfde richting. Tenzij ze natuurlijk met een ge- LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 2
1 ACHTERGRONd OVERBRENGINGSMECHANISMEN extra informatie voor het 2 de jaar toepassing: de versnellingsbak Een veel voorkomende toepassing van tandwielen is de versnellingsbak. dat is een verbindingsstuk tussen twee assen dat ervoor zorgt dat de ene as op een constante snelheid kan blijven draaien, terwijl de rotatiesnelheid van de andere as verhoogt of verlaagt. In de versnellingsbak van een auto is de ene as verbonden met de motor, de andere met de wielen. Maar allebei hebben ze evenveel tandwielen als er versnellingen zijn. En elk tandwiel op de eerste as vormt een duo met een tandwiel op de tweede as. Voor elk duo, en dus voor elke versnelling, verschilt de overbrengingsverhouding. Bij de eerste versnelling is het tandwiel op de eerste as veel groter dan dat op de tweede as. Maar het verschil wordt kleiner naarmate de chauffeur voor een hogere versnelling kiest. Bij de vijfde versnelling zijn de tandwielen zelfs even groot. Als de bestuurder schakelt, zet hij een van de tandwielen op de eerste as in beweging. daar is de schakelmof voor nodig, een getande ring die de bestuurder met de versnellingspook van links naar rechts over de as kan schuiven. de tanden van de schakelmof passen precies in de gaatjes in de zijkant van het tandwiel. zodra de schakelmof in het tandwiel grijpt, gaat dat met de as meedraaien en zet het op zijn beurt z n tegenhanger op de tweede as in beweging. toepassing: het verzet Behalve de overbrengingsverhouding (zie info 1ste jaar) kunnen leerlingen vrij makkelijk het verzet berekenen. dat verzet is een afstand: het aantal meter dat een fiets aflegt als de trappers één keer rondgegaan zijn. Het verzet is dus de versnelling vermenigvuldigd met de omtrek van het achterwiel. Om de omtrek van een wiel (een cirkel dus) te berekenen, hoeft alleen de diameter of de straal gekend te zijn. Ofwel meten de leerlingen dus de afstand van de wielas tot de wielrand (straal) ofwel meten ze de afstand tussen twee recht tegenover elkaar liggende punten op de wielrand (diameter). daarna berekenen ze de wielomtrek door de diameter (of straal x 2) te vermenigvuldigen met 3,14 (het getal π). Voorbeeld: een fiets met een overbrenging van 2,5 (40 tanden voorin, 16 tanden achterin) en een wieldiameter van 68 cm heeft een verzet van 68 x 2,5 x 3,14 = 533,8 cm. Eén omwenteling van de pedalen brengt de fiets dus 5,34 meter vooruit. de achteruitversnelling is dan weer een geval apart. Omdat de draairichting van de overbrenging veranderd moet worden, zit er een extra tandwieltje tussen de twee assen. dat wordt een loos tandwiel genoemd. door te schakelen, zorgt de bestuurder ervoor dat de motor op een constant toerental kan blijven draaien, terwijl de wielen toch sneller of trager bewegen. dat is belangrijk, want elke motor heeft een optimaal toerental waarop hij het hoogste rendement haalt. LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 3
2 EINdTERMEN a-stroom 1 kennismaken met techniek En ErOvEr reflecteren de leerlingen illustreren het belang van technische tekeningen en andere technische gegevensoverdragers maken kennis met de activiteiten van technische beroepsbeoefenaars, zowel mannen als vrouwen. 2 planmatig werken En attitudes aannemen de leerlingen evalueren eigen werk in elke fase van het technologisch proces raadplegen een handleiding, plan of schema leren systematisch te werk gaan bij het uitvoeren van een technische opdracht. B-stroom de leerlingen kunnen symbolen lezen die rechtstreeks in verband staan met het gekozen verkenningsgebied kunnen eenvoudige tekeningen lezen kunnen bij de opgelegde oefeningen juist, veilig en volgens gepaste regels omgaan met gereedschappen, toestellen of apparaten. zij kennen ook de juiste benaming, enkele mogelijkheden en beperkingen ervan kunnen onder begeleiding een opdracht voltooien en de kwaliteit controleren en evalueren kunnen fouten of gebreken die ze gemaakt hebben herkennen, opzoeken en zo mogelijk herstellen monteren (demonteren) of construeren of voegen de verschillende delen samen, herkennen de samenhang, benoemen de delen en voeren het geheel precies uit. 3 EnkElE technische begrippen verwerven de leerlingen duiden de onderdelen aan van een technisch systeem met behulp van een eenvoudig schema (stuklijst en/of symbolen) herkennen in concrete situaties de meest gebruikte technische tekensymbolen en genormaliseerde afspraken onderscheiden een aantal bewegings- en krachtoverbrengingen. 4 EnkElE technische basisvaardigheden beheersen de leerlingen gebruiken voor een eenvoudig praktisch werkstuk het gepaste gereedschap schetsen een eenvoudig technisch voorwerp passen probleemoplossende technieken toe. 5 meetkunde de leerlingen kiezen geschikte eenheden en instrumenten om afstanden te meten of te construeren met de gewenste nauwkeurigheid. berekenen de omtrek en oppervlakte van een cirkel. LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 4
3 OPdRACHTEN 1 ste jaar 1.2 goed Of fout? aanpak Toon de leerlingen enkele concrete toepassingen van overbrengingen: een blikopener, een horloge, een klok, een slacentrifuge... U kan de leerlingen ook zelf iets laten bouwen met bouwpakketten waarin tandwielen zitten. Let er in elk geval op dat uw leerlingen bij elke opdracht de regels van het technologisch werken in acht nemen: gestructureerd en planmatig werken en probleemoplossend denken. Verhelderende animatie over overbrengingen (en dan vooral tandwielen) vindt u bovendien op www.garagasten.be. Klik op de knop experimenten, dan op Hoe werkt het? en ten slotte op tandwielen. Op diezelfde experimentenpagina staat ook een leuke doe-opdracht ivm overbrengingen. die vindt u onder de knop doe-het-zelf, rubriek overbrengingsmechanismen. Op dezelfde site staan in de rubriek archief bovendien drie edities van de GaragastenKrant die helemaal aan tandwielen en overbrengingsmechanismen gewijd zijn. de pdf s vindt u onder jaargang 1, editie oktober 2002; jaargang 3, editie maart 2005; en jaargang 5, editie december 2006. Kennen uw leerlingen de basisprincipes van (tandwiel) overbrengingen? Neem de proef op de som en laat hen onderstaande beweringen beoordelen op hun correctheid. Met tandwielen en riemen/kettingen kan je alleen een draaibeweging doorgeven tussen twee assen die evenwijdig lopen. Of mijn fiets nu grote of kleine wielen heeft, dat maakt niks uit voor de overbrengingsverhouding of versnelling. Als ik een loos tandwiel tussen twee tandwielen van gelijke grootte plaats (drijver en volger), dan kan ik de volger sneller laten draaien door voor een klein loos tandwiel te kiezen. de allereerste fietsen hadden geen ketting. de trappers zaten rechtstreeks aan het voorwiel vast. Omdat dat enorm grote voorwielen waren konden de fietsers met elke pedaalslag toch een flinke afstand afleggen. Maar met zo n hoge bi (zo heten die fietsen) raak je nooit een steile berg op. Leg uit waarom wel/niet. 1.1 fiks de tandwieltrein Technici gebruiken overbrengingen om een draaiende beweging van richting te veranderen en te versnellen of te vertragen. daar is soms flink wat denkwerk voor nodig, zoals blijkt uit de ingewikkelde tandwieltrein in deze opgave. de leerlingen zijn de technici met dienst en krijgen de opdracht om de vier ontbrekende tandwielen/schijven/riemen in te vullen op basis van de zeven mogelijkheden die onderaan het lesblad gegeven zijn. Het laatste tandwiel in de rij moet twee keer trager draaien dan het aandrijfwiel en in dezelfde richting. de tandwieltrein loopt van links naar rechts. LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 5
3 OPdRACHTEN 1.3 steek s EEn tandje bij 2 de jaar In de derde opdracht gaan de leerlingen na welke van twee fietsers het snelst rijdt. Alleen het aantal tanden van de beide tandwielcombinaties is gegeven. Fietser 1 gaat op weg met 34 tanden vooraan en 8 tanden achteraan. Fietser 2 heeft 54 tanden vooraan en 12 tanden achteraan. aanpak de leerlingen kennen overbrengingen nog uit het eerste jaar. Ga daarom even na of ze nog over voldoende actieve kennis bezitten. Kennen ze het verschil tussen riemen, kettingen, schijven en tandwielen? Kunnen ze de eigenschappen van een groot tandwiel vergelijken met die van een klein? Met die gegevens kunnen de leerlingen de overbrengingsverhouding berekenen. Als ze weten dat de wielomtrek van beide fietsen dezelfde is en dat de twee fietsers eenzelfde trapfrequentie hebben, zien ze meteen wie de meeste wielomwentelingen maakt bij elke pedaalslag. Uit hun berekeningen zal blijken dat de verschillen tussen beide atleten behoorlijk klein zijn. de traagste fietser hoeft vooraan maar enkele tandjes bij te steken om de overbrengingsverhouding in zijn voordeel te laten uitvallen. Aan de leerlingen de vraag om uit te vissen hoeveel tanden minimaal nodig zijn om de overbrengingsverhouding van de snelste renner te overtreffen. TIP: Een tikje moeilijker maar heel interessant is het berekenen van het verzet. dan gaan de leerlingen aan de slag met geometrische begrippen zoals het getal π en de cirkelomtrek. Meer uitleg daarover vindt u bij de achtergrondinformatie voor het 2de jaar, de opdracht vindt u bij 2.3. deze lesbrief laat u bovendien toe enkele elementaire meetkundige begrippen aan te halen: wat is de straal van een cirkel, wat is het getal π, hoe bereken je de cirkelomtrek? dat komt allemaal aan bod in de derde opgave van deze lesbrief, een pittig vraagstuk met Eddy Merckx in de hoofdrol. de versnellingsbak van een auto is een prachtvoorbeeld van een tandwielsysteem. Hoe zo n versnellingsbak precies in elkaar zit, hebt u intussen in de rubriek achtergrondinformatie gelezen. Verhelderende animatie over dit onderwerp vindt u bovendien op www.garagasten.be. Klik op de knop experimenten, dan op Hoe werkt het? en ten slotte op tandwielen. Op diezelfde experimentenpagina staat ook een leuke doeopdracht ivm overbrengingen. die vindt u onder de knop doe-het-zelf, rubriek overbrengingsmechanismen. Op dezelfde site staan in de rubriek archief bovendien drie edities van de GaragastenKrant die helemaal aan tandwielen en overbrengingsmechanismen gewijd zijn. de pdf s vindt u onder jaargang 1, editie oktober 2002; jaargang 3, editie maart 2005; en jaargang 5, editie december 2006. LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 6
3 OPdRACHTEN 2.1 hoe schakelt EEn versnellingsbak? 2.2 goed Of fout? U hebt de leerlingen intussen verteld hoe een Technici gebruiken overbrengingen om een draaiende versnellingsbak in elkaar zit. In deze opdracht passen beweging van richting te veranderen en te versnellen de leerlingen die kennis toe. Alle tandwielen van of te vertragen. daar is soms flink wat denkwerk een versnellingsbak zijn op het lesblad als icoontjes voor nodig, zoals blijkt uit de ingewikkelde, vertakte afgebeeld, de tandwielen van de derde versnelling zijn tandwieltrein uit deze opgave. de leerlingen zijn de gegeven als referentie. Aan de leerlingen de vraag om technici met dienst en krijgen de opdracht om de de icoontjes op hun juiste plaats aan te brengen. daartoe vier onderstaande beweringen op hun correctheid te moeten ze gewoon de letter of het cijfer van elk tandwiel beoordelen. de tandwieltrein loopt van links naar rechts. op de juiste plaats in het schema invullen. Tandwiel A loopt trager dan tandwiel B, maar in dezelfde richting. Tandwiel C loopt sneller dan tandwiel d, maar in dezelfde richting. Tandwiel d loopt trager dan tandwiel A, en in tegengestelde richting. Tandwiel B loopt sneller dan tandwiel C, en in tegengestelde richting. OPGELET! de achteruitversnelling is een buitenbeentje. Om de draairichting om te keren, is een loos tandwiel nodig. de ene as verbindt de versnellingsbak met de motor, de andere met de wielen. Even logisch nadenken moet volstaan om te achterhalen wat de ingaande en de uitgaande assen van de versnellingsbak zijn. In het invulvak naast de assen vullen de leerlingen het woord motor of wielen in. P. 7 LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN 6 NUMMER: december 2008 e GARAGASTEN
3 OPdRACHTEN 2.3 sneller dan Eddy merckx? In de derde opdracht nemen de leerlingen het op tegen Eddy Merckx en zijn werelduurrecord uit 1972. Op 25 oktober van dat jaar legde Eddy Merckx in één uur tijd exact 49,431 km af. Hij deed dat op een traditionele koersfiets zonder aërodynamische verbeteringen en moest het dus wel hebben van zijn zware verzet. Bij elke pedaalslag legde hij immers niet minder dan 7,93 meter af. En dat deed hij met een kamwiel met 54 tanden vooraan en een rondsel met 14 tanden achteraan. Aan die info hebben de leerlingen genoeg om de overbrengingsverhouding en de wielomtrek van de fiets van Eddy Merckx te berekenen. TIP: Laat de leerlingen eerst de stappen van hun berekening bepalen. ze beginnen met de overbrengingsverhouding. daarna berekenen ze de wielomtrek (diameter x het getal π). door die wielomtrek te vermenigvuldigen met de overbrengingsverhouding bekomen ze het verzet (= de afstand per pedaalslag). dat verzet vermenigvuldigen ze met 90 (pedaalslagen per minuut). de uitkomst van die berekening is het aantal meter dat ze per minuut afleggen. dat getal vermenigvuldigen ze dus nog eens met 60 om de afstand na één uur te kennen. daarna ondernemen ze zelf een aanval op het record uit 1972. Met een iets grotere fiets (diameter van het wiel is 68 cm) en 48:12 als tandwielcombinatie. Als ze erin slagen om een trapfrequentie van 90 pedaalslagen per minuut aan te houden, verbeteren ze dan het record van Merckx? LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 8
4 EVALUATIE EN OPLOSSINGEN evaluatie de leerlingen kennen intussen een aantal voorbeelden van overbrengingen, zoals de fietsversnelling en de versnellingsbak. Maar kunnen ze ook een aantal evidente voorbeelden uit hun onmiddellijke leefomgeving opnoemen? En gaat het dan altijd over tandwielen, of worden ook spontaan riemoverbrengingen en kettingoverbrengingen genoemd? Vraag de leerlingen om in hun eigen woorden uit te leggen waarom riemoverbrengingen in bepaalde toepas- singen echt wel nodig zijn. waarom is een kettingoverbrenging wel een goed idee bij een fiets en niet bij een wasmachine? Versnellingsbakken hebben verschillende toepassingen. de bekendste toepassing is die in de auto. Kunnen de leerlingen het principe en het doel van zo n systeem uitleggen? Kunnen ze de eigenschappen van een groot tandwiel vergelijken met die van een klein tandwiel? oplossingen 1.1 fiks de tandwieltrein a d 5 2 b 3, 4 of 6 c 7 1 2 3 4 5 6 7 LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 9
4 EVALUATIE EN OPLOSSINGEN 1.2 goed Of fout? Met tandwielen en riemen/kettingen kan je alleen een draaibeweging doorgeven tussen twee assen die evenwijdig lopen. Of mijn fiets nu grote of kleine wielen heeft, dat maakt niks uit voor de overbrengingsverhouding of versnelling. Als ik een loos tandwiel tussen twee tandwielen van gelijke grootte plaats (drijver en volger), dan kan ik de volger sneller laten draaien door voor een klein loos tandwiel te kiezen. Met een hoge bi raak je nooit een steile berg op. Fout. Met conische (kegelvormige) tandwielen kan je ook een beweging doorgeven via assen die loodrecht op elkaar staan. Goed. De overbrengingsverhouding wordt alleen door de twee tandwielen van de fiets bepaald, niet door de omtrek van de wielen. Die omtrek speelt overigens wel een rol als je het verzet wil berekenen, dat is de afstand die je met één pedaalslag aflegt. Fout. Een loos tandwiel heeft geen enkele invloed op de snelheid waarmee drijver en volger draaien. Het loos tandwiel heeft maar één functie: ervoor zorgen dat de draaizin van drijver en volger dezelfde is. Goed. Het voorwiel van de hoge bi heeft dezelfde functie als het kamrad bij de pedalen van een fiets zoals wij die kennen. Met een hoge bi is het dus alsof je met een enorm tandwiel vooraan en een klein tandwiel achteraan rijdt. En dat is niet de juiste tandwielcombinatie om een steile berg op te rijden. 1.3 steek s EEn tandje bij Fietser 1 heeft een overbrengingsverhouding van 4,25 (34:8), fietser 2 heeft een verhouding van 4,5 (54:12). Fietser 2 rijdt dus het snelst, want hij maakt meer wielomwentelingen per pedaalslag dan fietser 1. Toch hoeft fietser 1 maar drie tandjes bij te steken om de overbrengingsverhouding in zijn voordeel te laten uitdraaien. 37:8 levert immers een verhouding van 4,625 op en daarmee haalt hij het van fietser 2. LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 10
4 EVALUATIE EN OPLOSSINGEN 2.1 hoe schakelt EEn versnellingsbak? MOTOR 4 3 1 A 2 C F E of G E of G B d wielen 2.2 goed Of fout? Tandwiel A loopt trager dan tandwiel B, maar in dezelfde richting. Tandwiel C loopt sneller dan tandwiel d, maar in dezelfde richting. Tandwiel d loopt trager dan tandwiel A, en in tegengestelde richting. Tandwiel B loopt sneller dan tandwiel C, en in tegengestelde richting. Goed Goed Fout Fout LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 11
4 EVALUATIE EN OPLOSSINGEN 2.3 sneller dan Eddy merckx? Om het werelduurrecord te verbeteren, koos Eddy Merckx voor een overbrengingsverhouding van 3,85 (54:14). Omdat zijn verzet 7,93 meter was, betekent dit dat de omtrek van zijn wielen overeenkwam met 205,97 cm (verzet gedeeld door overbrengingsverhouding). Voor hun eigen recordpoging kiezen ze een overbrengingsverhouding van 4 (48:12). daarna berekenen ze hun wielomtrek door de diameter van hun wiel te vermenigvuldigen met 3,14 (het getal π). dat levert een wielomtrek van 213,52 cm op (68 x 3,14). door die wielomtrek te vermenigvuldigen met de overbrengingsverhouding bekomen ze het verzet: 8,54 m (= de afstand per pedaalslag). dat verzet vermenigvuldigen ze met 90 (pedaalslagen per minuut) om het aantal meter te kennen dat ze per minuut afleggen: 768,6 m. Als ze dat getal nog eens met 60 vermenigvuldigen, kennen ze hun afstand na één uur. En wat blijkt? Met hun 46,111 km komen ze enkele kilometers te kort om het record van Eddy Merckx te verbeteren. heeft een hart voor jongeren met technische talenten en zet heel wat acties op touw om hen wegwijs te maken in het technisch onderwijs en de autosector. Maar u als leerkracht laten we evenmin in de kou staan. Ontdek ons educatief pakket voor de tentoonstelling Techniek op wielen in Autoworld in Brussel. Of neem s een exemplaar van TurboStart ter hand, het gratis magazine voor alle jongeren in het autotechnisch onderwijs. Meer info vindt u op www.. En natuurlijk is er nog steeds de GaragastenEncyclopedie. Vier keer per jaar verschijnt er een leuk naslagwerkje over een specifiek auto-onderwerp. Laat uw leerlingen zich gratis op deze encyclopedie abonneren via www.garagasten.be. LESBRIEF VOOR LEERKRACHTEN P. 12