Lerarenopleiding Thomas More Kempen Campus Turnhout Campus Blairon 800 2300 Turnhout Tel: 014 80 61 01 Fax: 014 80 61 02 Campus Vorselaar Lepelstraat 2 2290 Vorselaar Tel: 014 50 81 60 Fax: 014 50 81 61 Lesvoorbereidingsformulier Naam student(e): Nicky Scheirs Opleiding: Bachelor Lager Onderwijs Niveau: 1 2 3 Stageschool: Datum lesuitvoering: Mentor: Leerjaar: 3 e graad Uur: 75 minuten Leergebied + leereenheid: Wereldoriëntatie Lesonderwerp: Project: Erfgoed van Heist-op-den-Berg Van zaad tot brood Gebruikte documentatie: André Geens (Heemkring Die Swane Heist-op-den-Berg) Rik Van den Broeck (Heemkring Die Swane Heist-op-den-Berg) Gaston Van den Broeck (Molenaar Kaasstrooimolen) Museumgids van het heemmuseum http://www.libelle.be/tv/276282/hoe-bak-je-brood Didactisch materiaal (media): Infofiche: Van zaad tot brood Grond in doosje, tarwezaad, tarwegraan, stenen, meel Weegschaal, 120 g meel, 2 g zout, 5 g boter, 6 g verse gist, Maatbeker, 70 ml water (Ingrediënten voor 2 broodjes) Keukenhanddoeken Bakplaat van oven / oven Foto s van tarwe, dorsvlegel, pik, pikhaak, pikdorser, taal van de molenaar Bijlagen bij deze lesvoorbereiding: Infofiche: Van zaad tot brood Foto s van tarwe, dorsvlegel, pik, pikhaak, pikdorser, taal van de molenaar Beginsituatie: (inhoudelijke beginsituatie, leefwereld lln., verschillen tussen lln., organisatorische beginsituatie) Omschrijving beginsituatie: Aandachtspunten i.v.m. deze les: - De leerlingen kregen reeds twee lessen over dit thema. - De leerlingen krijgen les in een school die gelegen is in een deelgemeente van Heist-op-den-Berg of de buurgemeente Hulshout. - De leerlingen kunnen reeds verhalen gehoord hebben over de Kaasstrooimolen en Pandoerenhoeve van bijvoorbeeld grootouders. - De leerlingen kunnen de Pandoerenhoeve en Kaasstrooimolen al eens bezocht hebben. Pagina 1
Hoe ga je er concreet rekening mee houden: - De leerkracht zal de kennis van de voorgaande les over dit thema herhalen aan het begin van de les. Ik zal de leerlingen vragen wat ze onthouden hebben van het filmfragment over malen van graan tot meel. - De leerkracht zal het filmfragment nogmaals herhalen aan het begin van de les. - De leerkracht kan de vragen van de voorgaande les gebruiken wanneer de leerlingen sneller klaar zijn. Zo mogen ze een vraag kiezen en informatie opzoeken op een computer in de klas. Daarna kunnen zij eventueel de informatie kort vertellen aan de andere leerlingen. Deze vragen komen vanuit de leerlingen zelf na de inleidende les. - De leerkracht kan de eetzaal gebruiken nadat het tonen van het filmfragment in de klas. Zo kan de leerkracht alles klaar leggen en is er voldoende plaats voor alle leerlingen om hun deeg te kneden. - De leerkracht zal de broodjes thuis bakken na de les of eventueel in de oven van de school. - De leerkracht zal de broodjes de dag nadien meebrengen voor de leerlingen of eventueel aan het einde van de dag aan de leerlingen bezorgen. De leerlingen kunnen zo hun resultaat zien en nadien hun broodje opeten. - De leerkracht zorgt voldoende materiaal en ingrediënten. Het recept is voor 2 broodjes. Wanneer de leerkracht bijvoorbeeld 20 leerlingen heeft, moet de leerkracht zorgen voor voldoende ingrediënten (maal 10). - De leerkracht zorgt voor propere handdoeken om over de broodjes te leggen tijdens het rijzen. De broodjes mogen niet te lang rechtstreeks in contact komen met de buitenlucht. Doelen: Leerplan: VVKBaO Leerplan Wereldoriëntatie Leerplandoelen: Overkoepelende doelen Pagina 2-0.1 Kinderen willen meer te weten komen over de wereld in al z n dimensies, hier en elders, vroeger en nu. P. 36-0.5 Kinderen werken samen. P. 37 o Dat houdt in dat ze niemand uitsluiten, anderen helpen, afspraken binnen de groep naleven, overleggen over groepsopdrachten. - 0.6 Kinderen drukken zich zo verstaanbaar mogelijk uit en benoemen waar mogelijk de dingen correct. P. 37-0.10 Kinderen kunnen vragen stellen waarvan de antwoorden onderzoekbaar of opzoekbaar zijn. P. 39-0.15 Kinderen kunnen verslag uitbrengen over hun bevindingen. P. 41 o Dat houdt in dat ze verslag kunnen uitbrengen over een taakgroep. Mens en samenleving - 1.1 Kinderen zien in dat mensen moeten zorgen voor hun dagelijks bestaan. P. 46 o Dat houdt in dat ze ervaren, vaststellen en uiten dat zeer veel menselijke activiteiten gericht zijn op het vervullen van materiële en levensnoodzakelijke behoeften (voeding, bescherming, veiligheid, gezondheid, ) - 1.2 Kinderen zien in dat mensen arbeid verrichten om in hun levensonderhoud te voorzien. P. 46 o Dat houdt in dat ze kunnen illustreren dat in (bepaalde delen van) een samenleving mensen vaak zelf hun levensnoodzakelijke producten (voeding, kleding, bescherming, woning, ) produceren. o Dat houdt in dat ze kunnen illustreren dat mensen goederen kunnen produceren en diensten verrichten op zeer verschillende plaatsen (thuis, op de boerderij, in de fabriek, ). Mens en techniek - 6.1 Kinderen zien in dat courante producten gemaakt zijn uit welbepaalde materialen en/of grondstoffen. P. 95 o Dat houdt in dat ze ervaren en uiten op welke wijze een aantal grondstoffen worden verwerkt tot materialen en/of producten (bv. meel tot brood). - 6.6 Kinderen zien in dat producten worden gemaakt volgens bepaalde technische principes. P. 97 o Dat houdt in dat ze ervaren en uiten dat een constructie (toren, huis, puzzel, ) of bereiding wordt gemaakt met behulp van verschillende onderdelen of ingrediënten en in relatie staan tot elkaar in functie van het vooropgesteld doel. o Dat houdt in dat ze kunnen aantonen dat een product uit verschillende onderdelen of ingrediënten bestaat of kan bestaan. o Dat houdt in dat ze ontdekken hoe veel voorkomende verbindingen, hechtingen en bereidingen worden gemaakt. o Dat houdt in dat ze ontdekken dat ze voor het maken van een bruikbare bereiding dienen te beschikken over de juiste (hoeveelheid) ingrediënten. - 6.13 Kinderen kunnen een constructieactiviteit of een bereiding correct uitvoeren. P. 100 o Dat houdt in dat ze aan de hand van een al dan niet zelfgemaakte, eenvoudige werktekening of handleiding het geschikte materiaal en gereedschap kiezen en daarmee de constructieactiviteit of de bereiding stap voor stap juist en veilig uitvoeren.
- 6.13 Kinderen kunnen een constructieactiviteit of ene bereiding correct uitvoeren. P. 100 o Dat houdt in dat ze zich bereid tonen om veilig om te gaan met materialen en gereedschap van de klas. o Dat houdt in dat ze aan de hand van een al dan niet zelfgemaakte, eenvoudige werktekening of handleiding het geschikte materiaal en gereedschap kiezen en daarmee de constructieactiviteit of de bereiding stap voor stap juist en veilig uitvoeren. - 6.14 Kinderen kunnen gebruik maken van hun kennis over en vaardigheid in techniek om een bereiding te maken en een constructie uit elkaar te halen of in elkaar te zetten. P. 101 o Dat houdt in dat ze geschikt materiaal, geschikte hechtingswijzen en geschikt gereedschap kiezen. o Dat houdt in dat ze kunnen plooien, bevestigen, verdelen, samenvoegen, snijden, kneden, schillen, roeren, schudden, en afwerken. o Dat houdt in dat ze een eigen strategie ontwikkelen om dingen uit elkaar te halen en weer te assembleren. o Dat houdt in dat ze hun materialenkennis en hun kennis van constructie- en bewegingsprincipes functioneel kunnen toepassen. o Dat houdt in dat ze zich bereid tonen nauwkeurig, veilig, zorgzaam en hygiënisch te werken. - 6.15 Kinderen kijken kritisch naar een zelfgemaakt product of bereiding. P. 101 o Dat houdt in dat ze controleren of een zelfgemaakt product voldoen aan de zelf vooropgestelde eisen. Mens en tijd - 8.12 Kinderen zien in dat mensen, dieren, planten, objecten, opvattingen, structuren evolueren in de tijd. P. 128 o Dat houdt in dat ze vaststellen en uiten dat mensen nu andere gewoonten en gebruiken hebben dan vroeger. o Dat houdt in dat ze inzien dat de producten die er nu zijn, er niet altijd waren. o Dat houdt in dat ze weten dat de evolutie van de techniek het leven van mensen verandert. - 8.13 Kinderen zijn nieuwsgierig naar de historische ontwikkeling van planten, dieren, mensen, voorwerpen, systemen, actuele toestanden. P. 128 o Dat houdt in dat ze vragen stellen bij en actief op zoek gaan naar de voorgeschiedenis van hedendaagse fenomenen als ontspanning en vrije tijd, arbeid, speelgoed, communicatie, samenlevingsvormen, feesten, woningbouw, o Dat houdt in dat ze overblijfselen van vroeger opsporen in hun omgeving. Lesdoelen: 1. De leerlingen kunnen kort vertellen wat ze onthouden hebben van het filmfragment De molenaar maalt graan tot meel dat ze tijdens de eerste les van dit thema zagen. 2. De leerlingen kunnen aandachtig kijken naar het filmfragment De molenaar maalt graan tot meel. 3. De leerlingen kunnen kort vertellen wat ze gezien hebben in het filmfragment De molenaar maalt graan tot meel. 4. De leerlingen kunnen enkele teksten over tarwe, graan en meel luidop voorlezen. 5. De leerlingen kunnen de korte opdrachten bij de teksten over tarwe, graan en meel correct maken. 6. De leerlingen kunnen de stappen die nodig zijn om brood te bereiden correct maken. 7. De leerlingen kunnen de juiste hoeveelheden gebruiken en afmeten bij het maken van brood. 8. De leerlingen kunnen correct gebruik maken van de weegschaal en maatbeker. 9. De leerlingen hebben respect voor het materiaal. 10. De leerlingen kunnen kort vertellen wat ze tijdens deze les gedaan hebben. 11. De leerlingen kunnen met respect hun mening geven over de activiteit en zijn verloop. 12. De leerlingen kunnen het materiaal opruimen zodat de ruimte opnieuw netjes is. Evaluatie doelen (in te vullen na de lesuitvoering): Pagina 3
Oriëntatiefase 10 1 2 3 Herhaling Een molenaar maalt graan tot meel De wind zorgt ervoor dat de wieken van de molen draaien. Hierdoor kan het graan gemalen worden. Het graan wordt eerst naar de zolder gehesen. Boven wordt het graan in een silo gestort, dat is een grote ronde bewaarbak. Vanuit de silo komt het graan door een luikje in een houten kist. Dan wordt het beetje bij beetje in het kropgat geschud. Kijk, dit is het kropgat. Zo komt het graan terecht tussen de molenstenen. Zij malen het graan tot meel. Het meel gaat vervolgens de zeefkasten in. Daar worden de vliesjes uit het meel gezeefd en wat je overhoudt is fijn tarwemeel. De zakken worden dicht gemaakt. Het meel is nu klaar om verkocht te worden. Les van vandaag - Van zaad naar graan, naar meel, naar brood Herhaling Een molenaar maalt graan tot meel http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20021104_meel02 lkr: We zagen al eens een filmfragment over het malen van graan tijdens de eerste les. Wat weet je hier nog over? lln vertellen wat ze nog weten over het malen van graan. lkr: Ik toon dit korte filmfragmentje nog even. lln gaan rond de computer staan. lkr toont het filmfragment. lln kijken aandachtig. lkr stelt enkele vragen over het filmfragment: - Wat zag je in het filmfragment? - Welke stappen worden er gezet om graan te malen? - Wat kan je daarna met het meel doen of maken? - Ben je al ooit naar de bakker geweest? lkr: Wij gaan vandaag van zaadje naar graan, naar meel en naar brood. 5 Verplaatsing naar de eetzaal lkr en lln verplaatsen zich naar de eetzaal. lkr en lln wassen de handen in de eetzaal of aan de toiletten. Pagina 4
Leerfase Fase 1 35 4 5 6 7 8 9 Verwerving en verwerking Van zaad tot brood - Van zaadje tot tarwe (groeiproces tarwe) - Van tarwe tot graan (pikken, dorsen) - Van graan tot meel (malen met molen) - Van meel tot brood (samenstellen, kneden, bakken) Verwerving en verwerking Van zaad naar graan naar meel naar brood lkr: Ik heb materiaal bij om van zaad tot brood te gaan. Ook heb ik alle stappen die we moeten zetten op infokaarten bij. lkr laat telkens een ll een infokaart luidop voorlezen. ll leest voor. lkr en lln voeren de stap samen uit met het nodige materiaal. lkr en lln volgen de stappenkaarten. lln lezen de tekst en voeren samen de korte opdrachten uit. Van meel tot brood: in groep De ingrediënten in het recept zijn voor 2 kleine broodjes. De leerlingen worden in groepen verdeeld en maken hun eigen deeg. Indien ze met 4 zijn, moeten ze dus alle ingrediënten verdubbelen. Hierbij moeten ze dus goed opletten en rekenen. lkr begeleidt. Speeltijd 15 De broodjes hebben 15 minuten rust nodig om te rijzen. Leg een propere handdoek over de broodjes. De broodjes rusten 15 minuten en kunnen zo rijzen. Leg een propere handdoek over de broodjes. Pagina 5
Fase 2 5 6 7 8 9 Verwerking Afwerking van de opdracht - Na 15 minuten rust van het deeg, worden de broodjes in een kleine ronde vorm gemaakt. Daarna krijgen ze nog 40 minuten rust. Verwerking Afwerking en vorming lln maken hun broodje af. Ze vormen een klein rond broodje. Hierna rusten de broodjes gedurende 40 minuten. lkr: Het malen van het brood gebeurde vroeger in een molen zoals de Kaasstrooimolen. Daarna kon men in het bakhuis al beginnen aan het maken van het brood. Zo moest het meel niet verplaatst worden. Fase 2 10 9 10 Herhalen van de gemaakte stappen Opruimen - Gebruikte materiaal opruimen - Zaal netjes achterlaten Herhalen van de gemaakte stappen Opruimen lkr en lln ruimen het gebruikte materiaal op en brengen alles naar de klas. lkr en lln laten de eetzaal netjes achter. Pagina 6
Controlefase en/of slot 10 11 12 Controle - Wat hebben we gedaan? - Welke stappen hebben we gemaakt? - Wat hebben we geleerd? - Wat vond je van deze activiteit? - Vond je dit een leerrijke activiteit? Controle lkr stelt enkele vragen over de les: - Wat hebben we gedaan? - Welke stappen hebben we gemaakt? - Wat hebben we geleerd? - Wat vond je van deze activiteit? - Vond je dit een leerrijke activiteit? Slot Slot - Na school in de oven - De dag nadien brengt de leerkracht de broodjes mee naar school en mogen de leerlingen deze opeten. lkr: Straks bak ik de broodjes in mijn oven. Morgen breng ik de broodjes mee naar school en mogen jullie deze opeten. Indien het mogelijk is kan de lkr de broodjes in een oven in de school bakken en nadien aan de lln geven. Pagina 7