INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G05 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CENTRALE VERGRENDELING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf DAM-nr. 9001) Partner (van DAM-nr. 9457 tot 9478 indien met COM2000) Partner (alle uitvoeringen vanaf DAM-nr. 9479) 807 Behandelde klachten van de klant De auto kan niet worden vergrendeld/ontgrendeld met de radiografische afstandsbediening of met de sleutel in het slot. Het inklappen van de buitenspiegels werkt niet. De signalering werkt niet. De drukknop van de vergrendeling/ontgrendeling in de auto werkt niet. Het inleren van sleutels en het synchroniseren van de afstandsbedieningen kan niet worden uitgevoerd. De portieren worden automatisch weer ontgrendeld bij een poging ze te vergrendelen.
Overzicht van wijzigingen van het document Datum Versie Beschrijving van de wijzigingen 11/06/2004 v1.0 Eerste uitgave van het document 22/06/2004 v1.1 Het controleschema van het noodprogramma is vervangen door een waarschuwing met betrekking tot de controles vooraf. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 2
INHOUD 1 ONDERWERP:...4 2 VERGOEDING IN GEVAL VAN GARANTIE...4 3 WERKING EN OVERZICHT VAN DE FUNCTIE...5 3.1 VERGRENDELING VAN DE ACHTERKLEP...5 3.2 CENTRALE VERGRENDELING TIJDENS HET RIJDEN...5 3.3 THERMISCHE BEVEILIGING VAN DE SLOTMOTOREN...5 3.4 TELECODEREN EN CONFIGUREREN VAN DE FUNCTIE...6 4 WAARSCHUWINGEN - CONTROLES VOORAF...7 5 [G05] [S01] DE AUTO KAN NIET WORDEN VERGRENDELD/ONTGRENDELD MET DE RADIOGRAFISCHE AFSTANDSBEDIENING OF MET DE SLEUTEL IN HET SLOT...8 6 [G05][S02] STORING IN DE WERKING VAN DE BUITENSPIEGELS (INKLAPPEN)...17 7 [G05][S03]: SIGNALERING ALARMKNIPPERLICHTEN...18 8 [G05][S04]: DRUKKNOP CENTRALE VERGRENDELING...19 9 [G05][S05]: STORING BIJ HET INLEREN EN SYNCHRONISEREN VAN DE RADIOGRAFISCHE AFSTANDSBEDIENING...20 10 [G05] [S06] DE PORTIEREN WORDEN AUTOMATISCH WEER ONTGRENDELD BIJ EEN POGING ZE TE VERGRENDELEN...21 G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 3
1 ONDERWERP: Dit document is een diagnoseprocedure voor de functie Centrale vergrendeling. Deze procedure moet altijd worden uitgevoerd voordat wordt overgegaan tot het vervangen van de BSI in verband met deze functie. 2 VERGOEDING IN GEVAL VAN GARANTIE LET OP: VOOR HET ONDER GARANTIE VERVANGEN VAN DE BSI IS EEN "VOORAFGAAND AKKOORD" NOODZAKELIJK. HET IS VERPLICHT DEZE PROCEDURE UIT TE VOEREN VOORDAT DE BSI WORDT Het vervangen van de BSI valt onder garantie als de laatste stap van de gebruikte test als volgt op de claim wordt ingevuld: Procedurenr. Versie van het Testnr. Laatste stap document G01 v1.1 S03 E3.1 Procedurenr.: Versie van het document Testnr.: Dit is te vinden onder aan elke bladzijde. De versie van het document wordt aangegeven in het overzicht van wijzigingen van het document. Dit is te vinden in de titel van de paragraaf van de procedure. Voorbeeld: [G01][S03] De bagageruimteverlichting werkt niet. LET OP: ALLE ONDERDELEN MOETEN WORDEN BEWAARD VOLGENS DE BEKENDE PROCEDURE. DE ONDERDELEN WORDEN STEEKPROEFSGEWIJS GECONTROLEERD. ALS DE STORING NIET KAN WORDEN HERLEID, WORDT DE VERGOEDING GEANNULEERD. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 4
3 WERKING EN OVERZICHT VAN DE FUNCTIE Met behulp van deze functie kunnen de te openen carrosseriedelen handmatig of met een afstandsbediening worden vergrendeld en ontgrendeld. Bovendien zijn afhankelijk van de uitvoering verschillende specifieke functies beschikbaar. Deze worden hieronder beschreven. Radiografische afstandsbediening HDC VAN CAR BSI Draadverbinding Portiercontacten Draadverbinding Portiersloten Of VAN COMF Drukknop centrale vergrendeling Instrumentenpaneel Draadverbinding 3.1 Vergrendeling van de achterklep Bij bepaalde modellen kan de achterklep na het rijden niet worden geopend voordat het bestuurdersportier is geopend. 3.2 Centrale vergrendeling tijdens het rijden Bij bepaalde typen wordt de centrale vergrendeling geactiveerd tijdens het rijden. Als deze functie beschikbaar is, kan deze worden ingeschakeld door telecoderen van de desbetreffende parameter. 3.3 Thermische beveiliging van de slotmotoren Als de sloten herhaaldelijk zijn bediend, wordt de thermische beveiliging van de slotmotoren ingeschakeld en is de centrale vergrendeling tijdelijk buiten werking. Of deze beveiliging is geactiveerd, kan worden gecontroleerd met behulp van het diagnosegereedschap, via het menu: BSI Meting gegevens Vergrendeling Parameter: "Beveiliging van de sloten" G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 5
3.4 Telecoderen en configureren van de functie Deze functie kan worden getelecodeerd en geconfigureerd vanuit Peugeot Planet 2000 of DIAG 2000. De configuratie van de functie is toegankelijk via het menu: BSI Configuratie Optie klant Vergrendeling/ontgrendeling De configuratie wordt uitgevoerd aan de hand van de volgende variabelen: Optie vergrendeling tijdens het rijden (Afwezig/Aanwezig) Optie afzonderlijke ontgrendeling bestuurdersportier (Afwezig/Aanwezig) Optie drukknop vergrendeling interieur (Afwezig/Aanwezig) Optie ontvangst radiografisch signaal (vergrendeling) (Afwezig/Aanwezig) Optie supervergrendeling (Afwezig/Aanwezig) Optie ontgrendeling supervergrendeling tijdens het rijden (Afwezig/Aanwezig) Optie automatisch vergrendelen na het ontgrendelen met de radiografische afstandsbediening (Afwezig/Aanwezig) Drukknop ontgrendeling aanwezig (ja/nee) Type vergrendeling (Geen vergrendeling/normale vergrendeling/supervergrendeling) Optie permanente vergrendeling van de achterklep (Afwezig/Aanwezig) De parameters die betrekking hebben op de functie zijn toegankelijk via het menu: BSI Meting gegevens Vergrendeling Opmerking: Tijdens de diagnose kunnen afhankelijk van het type auto enkele verschillen voorkomen. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 6
4 WAARSCHUWINGEN - CONTROLES VOORAF LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan de auto, dient u het volgende te controleren: - DE ACCUSPANNING - DE ZEKERINGEN - PROCEDURE G00: "CONTROLE VAN HET NOODPROGRAMMA" - VERVOLGENS KUNT U DE HUIDIGE PROCEDURE UITVOEREN. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 7
5 [G05] [S01] DE AUTO KAN NIET WORDEN VERGRENDELD/ONTGRENDELD MET DE RADIOGRAFISCHE AFSTANDSBEDIENING OF MET DE SLEUTEL IN HET SLOT STAP 1 Basisvoorschrift: Controleer of +APC wordt onderbroken als het contact wordt afgezet. Ga ter hoogte van de achterzijde van de auto op 1 meter van de bestuurderszijde staan en probeer de auto te ontgrendelen met de afstandsbediening. Als ten minste één slot van de auto wordt ontgrendeld: LIGT DE OORZAAK NIET IN DE BSI. HET IS NIET TOEGESTAAN DEZE TE Voorschrift BSI: Sluit het diagnosegereedschap Peugeot Planet 2000 of Diag 2000 aan op de auto. Voer het type en het DAM-nummer van de auto in. Selecteer het menu: BSI Configuratie Optie klant Vergrendeling/ontgrendeling Controleer of de parameters van de configuratie van de auto correct zijn ingesteld. Wijzig deze indien nodig. Ga naar stap 2. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 8
STAP 2 Controleer de batterij van de radiografische afstandsbediening (er zijn 3 methoden mogelijk). 1) Gebruik het gereedschap voor controle van de radiografische afstandsbediening. 2) Controleer de status van de parameter "Batterij radiografische afstandsbediening leeg" indien deze parameter beschikbaar is bij de softwareversie van de BSI. Selecteer het menu: BSI Meting gegevens (De plaats van deze parameter in het menu is afhankelijk van het type auto.) 3) m de batterij uit de afstandsbediening, wacht 10 s en controleer de spanning van de batterij. Is de batterij in orde? Ga naar stap 3. STAP 2.1 Vervang de batterij van de radiografische afstandsbediening. DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 9
STAP 3 Controleer de werking van de portiervergrendeling met de radiografische afstandsbediening en met de sleutel in het slot. Werkt de centrale vergrendeling? STAP 3.1 DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. HET IS NIET TOEGESTAAN DEZE TE STAP 4 Controleer of de radiografische afstandsbediening wel op enkele centimeters afstand en niet op een afstand van meer dan 50 cm van de auto werkt. Is dit inderdaad het geval? Ga naar stap 5. STAP 4.1 DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. Het betreft een storing in een HDC van het merk Delphi. Controleer met behulp van het diagnosegereedschap van welke leverancier deze module afkomstig is, via het menu: Configuratie en taken elektronische eenheid Informatie voor de bestuurder / Communicatie Schakelaarmoduul onder stuurwiel Identificatie G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 10
STAP 5 Controle van het bereik van de afstandsbediening: Loop met een constante afstand ten opzichte van de auto om de auto heen en controleer de werking van de afstandsbediening (vergrendelen of ontgrendelen). Let op: Tijdens deze controle kan de thermische beveiliging van de slotmotoren worden geactiveerd, waardoor de sloten tijdelijk niet kunnen worden vergrendeld of ontgrendeld. Wordt de auto bij geen enkele poging ontgrendeld? STAP 5.1 Als de sloten niet bij elke poging kunnen worden ontgrendeld, wordt het signaal van de afstandsbediening onder die hoek door de auto onderbroken. Er wordt gewerkt aan een oplossing voor dit probleem. STAP 6 Controleer de vergrendeling van de auto met behulp van de sleutel in het slot. DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. HET IS NIET TOEGESTAAN DEZE TE Kan de auto worden vergrendeld met behulp van de sleutel in het slot? Ga naar stap 9. STAP 7 Maak de accukabels los volgens de onderstaande procedure: Start de motor. Zet het contact af. Maak binnen 30 s de accukabels los. Ga naar stap 8. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 11
Sluit de accukabels weer aan. STAP 8 Voer een synchronisatie van de radiografische afstandsbediening uit aan de hand van de volgende procedure: 1) Zet het contact af en verwijder de sleutel uit het contactslot. 2) Wacht 1 minuut, zonder op een van de knoppen van een afstandsbediening te drukken. 3) Plaats de sleutel in het contactslot en zet het contact (+APC) aan. 4) Druk binnen 10 s op de vergrendelingsknop en houd deze 10 s ingedrukt. 5) Zet het contact af en verwijder de sleutel uit het contactslot. 6) Herhaal de procedure met de andere sleutels vanaf punt (3). Ga als de procedure voor alle sleutels is uitgevoerd naar punt (7). 7) Wacht 30 s, de afstandsbedieningen zijn geactiveerd. Let op: Als op een knop van een ongesynchroniseerde afstandsbediening wordt gedrukt, gaat de BSI gedurende 1 minuut over op de functie anti-scanning. Gedurende deze minuut is het synchroniseren niet toegestaan. Controleer de werking van de vergrendeling met de radiografische afstandsbediening. Controleer de werking van de vergrendeling met de sleutel in het slot. Werkt de vergrendeling in beide gevallen? STAP 8.1 DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. Kan de auto wel met de sleutel in het slot, maar niet met de afstandsbediening worden vergrendeld? Ga naar stap 12. Ga naar stap 9. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 12
STAP 9 Selecteer met het diagnosegereedschap het menu: BSI Meting gegevens Vergrendeling Controleer de parameters: Bediening vergrendeling sloten Bediening ontgrendeling sloten Deze parameters variëren tijdens de bediening van de vergrendeling/ontgrendeling met de radiografische afstandsbediening. Variëren de parameters? STAP 9.1 DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. Ga naar stap 10. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 13
STAP 10 Selecteer met het diagnosegereedschap het menu: BSI Testen van regelorganen Vergrendeling Voer een test van het regelorgaan "Vergrendeling van de sloten" uit. Werkt de centrale vergrendeling? STAP 10.1 DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. STAP 11 Controleer de geleiding van de bedrading. Controleer de sloten. Controleer de bedrading en de nietwerkende sloten. Zijn de bedrading en alle sloten in orde? STAP 11.1 DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. Repareer de defecte onderdelen en herhaal de procedure vanaf stap 1. STAP 11.2 De BSI mag worden vervangen. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 14
STAP 12 De auto kan wel met de sleutel in het slot, maar niet met de afstandsbediening worden vergrendeld. Selecteer met het diagnosegereedschap het menu: Informatie voor de bestuurder / Communicatie Schakelaarmoduul onder stuurwiel Uitlezen van storingen Is de storing "Radiografische afstandsbediening" aanwezig? STAP 12.1 DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. Verhelp de storing in de module stuurkolomschakelaars (COM2000) en ga terug naar stap 1. STAP 13 Maak de aansluitingen van het diagnosegereedschap los en wacht tot de BSI inslaapt (hierbij is het klikken van een relais hoorbaar). Controleer met een multimeter of de spanning van +VAN naar de BSM stijgt naar de accuspanning als op de knop van de afstandsbediening gedrukt wordt. Bedraagt de uiteindelijke spanning op het circuit +VAN 12 V? STAP 13.1 DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. Ga naar stap 14. m contact op met de diagnosehelpdesk. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 15
STAP 14 Controleer of de auto is voorzien van een module stuurkolomschakelaars (COM2000). (dit is vooral van toepassing bij de Partner, waarvan uitvoeringen met en zonder COM2000 bestaan) Is de module aanwezig? STAP 14.1 De BSI mag worden vervangen. STAP 15 DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. Gebruik een radiografische afstandsbediening van een andere auto van hetzelfde type. Controleer met een multimeter het spanningsverloop van +VAN naar de BSM als op de knop van de afstandsbediening gedrukt wordt. Bedraagt de uiteindelijke spanning op +VAN 12 V? STAP 15.1 Advies: Vervang de HDC. STAP 15.2 Advies: De radiografische afstandsbediening van de auto werkt niet. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 16
6 [G05][S02] STORING IN DE WERKING VAN DE BUITENSPIEGELS (INKLAPPEN) LET OP: DE OORZAAK LIGT IN DIT GEVAL NIET IN DE BSI. (Behalve als de BSI een storing in de multiplexnetwerken veroorzaakt, want er gaat geen rechtstreeks uitgangssignaal naar de buitenspiegels.) Herprogrammeer indien nodig de BSI om deze bij te werken. Selecteer met het diagnosegereedschap het menu: BSI Configuratie Optie klant Zicht Controleer de telecodering van de parameters van de buitenspiegels aan de hand van het type auto. Controleer de modulen van de elektrisch bedienbare schuifdeuren (EDP) op storingen en verhelp deze, indien de auto is voorzien van deze modulen (Peugeot 807). Selecteer met het diagnosegereedschap het menu: Aansturen te openen carrosseriedelen Portiermodule (bestuurder of passagier) Uitlezen van storingen Controleer de werking van de buitenspiegels. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 17
7 [G05][S03]: SIGNALERING ALARMKNIPPERLICHTEN Voer het volgende uit als de alarmknipperlichten niet gaan branden als op de knop van de radiografische afstandsbediening wordt gedrukt. Selecteer met het diagnosegereedschap het menu: BSI Configuratie Optie klant Vergrendeling/ontgrendeling Controleer de telecodering van de parameter: "Lokalisatie". Raadpleeg voor overige storingen de procedure: G11 "Richtingaanwijzers, alarmknipperlichten". G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 18
8 [G05][S04]: DRUKKNOP CENTRALE VERGRENDELING Controle vooraf: Test bij draaiende motor de werking van de drukknop van de centrale vergrendeling. Als de vergrendeling werkt, is het vervangen van de BSI niet toegestaan. Drukknop centrale vergrendeling aangesloten op de BSI: STAP 1 Selecteer met het diagnosegereedschap het menu: BSI Meting gegevens Vergrendeling Controleer de variatie van de parameter "Verzoekssignaal vergrendeling door drukknop". Varieert de parameter? STAP 3 HET IS NIET TOEGESTAAN DE BSI TE m contact op met de diagnosehelpdesk. STAP 2 Controleer de staat van de drukknop van de centrale vergrendeling. Controleer of de bedrading tussen de drukknop van de centrale vergrendeling en de BSI in goede staat verkeert. In dat geval is het toegestaan de BSI te vervangen. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 19
Drukknop centrale vergrendeling aangesloten op het instrumentenpaneel: Voor andere auto's: DE OORZAAK LIGT NIET IN DE BSI. (Behalve als de BSI een storing in de multiplexnetwerken heeft veroorzaakt) Selecteer met het diagnosegereedschap het menu: Informatie voor de bestuurder / Communicatie Instrumentenpaneel Meting gegevens Status van ingaande signalen instrumentenpaneel Controleer de variatie van de parameter "Drukknop centrale vergrendeling" 9 [G05][S05]: STORING BIJ HET INLEREN EN SYNCHRONISEREN VAN DE RADIOGRAFISCHE AFSTANDSBEDIENING 1) Bij een nieuwe afstandsbediening (magazijnonderdeel): Als het inleren van de sleutel is gelukt, maar de centrale vergrendeling van de auto na het synchroniseren niet werkt, is het vervangen van de BSI niet toegestaan. Controleer de spanning van de batterij en controleer de radiografische werking met het gereedschap Protoctel, indien beschikbaar. Vervang indien nodig de sleutel. 2) Bij een gebruikte afstandsbediening: m contact op met de diagnosehelpdesk. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 20
10 [G05] [S06] DE PORTIEREN WORDEN AUTOMATISCH WEER ONTGRENDELD BIJ EEN POGING ZE TE VERGRENDELEN Opmerking: Als een van de portieren of de achterklep is geopend, worden bij een poging om de auto te vergrendelen de sloten vergrendeld en vervolgens direct weer ontgrendeld. Deze werking is normaal. Bij alle typen, behalve de Peugeot 807: Controleer als dit verschijnsel aanwezig is of alle te openen carrosseriedelen goed zijn gesloten. Controleer het volgende als de storing nog steeds aanwezig is: In meting gegevens "portiercontact" in de BSI. De staat van de portierschakelaars en de bedrading tussen de portierschakelaars en de BSI. Als de storing nog steeds aanwezig is en u weet zeker dat de portierschakelaars en de bedrading tussen de portierschakelaars en de BSI in orde zijn, dan is het toegestaan de BSI te vervangen. Bij de schuifdeuren van de Peugeot 807: Let op: Het signaal van de achterste portiercontacten van de 807 wordt ontvangen door de module van de schuifdeuren. Als de te openen carrosseriedelen weer worden ontgrendeld, controleer dan of deze goed zijn gesloten. Controleer het volgende als de storing nog steeds aanwezig is: In meting gegevens "portiercontact" in de module van de schuifdeuren. De staat van de portierschakelaars en de bedrading tussen de portierschakelaars en de module van de schuifdeuren. De oorzaak ligt niet in de BSI; het is niet toegestaan deze te vervangen. G05 Controleprocedure van de functie Centrale vergrendeling 21