Alleen geldig op printdatum

Vergelijkbare documenten
Afdeling ICU / CCU Intensive Care Unit / Coronary Care Unit. Informatie voor patiënt en familie

Afdeling Special Care. Informatie voor patiënt en familie

Hij draagt in deze hoedanigheid zorg voor:

Intensive care/coronaire care. Informatie voor de patiënt en familie

De organisatie van de reanimatie van volwassenen, kinderen en pasgeborenen in het ziekenhuis Een richtlijn van de Nederlandse Reanimatie Raad

Voor alle volwassenen patiënten ziekenhuisbreed behalve op de IC units. Door IC-arts en IC-verpleegkundige.

Zorgpad Hartinfarct. Cardiologie

Zorgpad Hartinfarct. Cardiologie

Intensive care locatie Hilversum

Coronary Care Unit (CCU) CCU patiënt

Intensive Care (IC) INTENSIVE CARE. Afdeling D1

Hartbewaking.

Praten over behandelwensen en -grenzen

Voorbeelden informatiepakketten

De Intensive Care. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden

BLS ers redden LEVENS!

Hartbewaking (CCU) Hart-long centrum. mca.nl

Compagnoncursus. Martini Ziekenhuis. Juni 2012 Texel

Welkom op zorgeenheid. na een. afdeling. hernia-operatie Intensive Care. ZorgSaam

Eerste Hart Hulp, Coronary Care Unit en Verpleegunit Cardiologie

Afdeling Intensive Care: informatie voor naasten

Wel of niet reanimeren in het Lievensberg ziekenhuis. Wat is úw keuze?

Doel van de behandeling Het doel van de behandeling is het herstellen van het onregelmatige hartritme.

Bezoekersinformatie. Intensive Care. Algemene informatie

Informatie Intensive Care (afdeling 2A)

Verpleegafdeling ICCC

Eerste Hart Hulp, Coronary Care Unit en Verpleegunit Cardiologie

Spoedeisende hulp. Werkafspraken. OLVG Oosterpark AC Amsterdam T (020) F (020)

ANESTHESIOLOGISCHE ZORGVERLENING AAN EN INGREPEN BIJ KINDEREN (2009)

Cardiac Care Unit (afdeling 2A)

Automatische Externe Defibrillatie Opleiding Hulpverlener. Europese Reanimatieraad

Algemeen. Code Acute Verloskunde. (versie: 1) Nummer Versie 1. Aanmaakdatum Datum laatste wijziging

Eerste Hart Hulp, Coronary Care Unit en Verpleegunit Cardiologie

Behandelbeperkingen, wel of niet reanimeren?

Cardiologie. Patiënteninformatie. Cardioversie. Behandeling bij een hartritmestoornis. Slingeland Ziekenhuis

Wel of niet reanimeren?

Cardiologie. Patiënteninformatie. Cardioversie. Behandeling bij een hartritmestoornis. Slingeland Ziekenhuis

Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen

Anesthesie bij een nier of (nier) pancreas transplantatie

Als uw kind van NICU naar de kinderafdeling gaat

Informatie over (niet)-reanimeren

Intensive Care Medium Care. Afdeling D2

CPR-richtlijnen Werkgroep Limburg: FOD, MUG s (Hasselt, St.-Truiden, Genk, Tongeren, e.a.), Kruisverenigingen, PLOT

Opname op verpleegafdeling. Hartbewaking, locatie Dordwijk

Als elke seconde telt...

Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen

De afdelingen Intensive Care en High Care

Informatie voor bezoekers van de Intensive Care

Intensive Care afdeling (IC/CCU) IC patiënt

Verpleegafdeling G2, Intensive Care

Algemene informatie CARDIOLOGIE

Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen

Samenwerking op terrein van IC zorg tussen ziekenhuizen in Noordoost Nederland en afspraken over specialismen die op meerdere locaties werkzaam zijn

Cardiologie. Cardioversie. Afdeling: Onderwerp:

Niet-reanimeren en andere behandelafspraken

Samenwerking op terrein van IC-zorg tussen ziekenhuizen in Noordoost- Nederland en afspraken over specialismen die op meerdere locaties werkzaam zijn

Opname op verpleegafdeling

Cardioversie Cardiologie

Informatie over de gang van zaken op de afdeling

Verpleegafdeling. Cardiologie. Cardiologie

Reanimeren, wel of niet

Afspraken maken over uw behandelgrenzen

Reanimatie richtlijnen. 25 mei 2002 Utrecht

Reanimeren, wel of niet

In de bijlage treft u het definitieve rapport aan, uw reactie op het concept rapport is hierin verwerkt.

De anesthesioloog en de snijdend specialist zijn tezamen verantwoordelijk voor de preoperatieve zorg.

Wegwijzer op de afdeling Medium Care (MC) en Hartbewaking (Coronary Care Unit) Informatie voor patiënt en familie

Tevredenheidsenquête MPU

Het uitvoeren van mechanische externe hartmassage bij volwassen patiënten met een acute circulatiestilstand.

Intensive Care en High Care

Patiënteninformatie. Opname op de Medium Care-IC. Opname op de Medium Care-IC

Over de intensive care Bewakingsapparatuur rondom een intensive care-bed

Basale reanimatie van baby s en kinderen inclusief de AED. Voor een toekomst in de zorg!

Welkom op verpleegafdeling D1. Locatie Dordwijk

Algemene informatie Intensive Care (IC)

Protocol opname en ontslagbeleid Acute Zorg Afdeling Treant Zorggroep

Samenwerking op terrein van IC zorg tussen ziekenhuizen in Noordoost Nederland en afspraken over specialismen die op meerdere locaties werkzaam zijn

Levelcriteria Traumatologie van de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie

Informatie voor bezoekers van de IC/MC

College Geneeskundige Specialismen

Intensive care (IC) West 32. Algemene informatie

Basale reanimatie. Versie aug / 51

Uw naaste op de IC Locatie Den Helder.

BIJLAGEN Lijst bedrijfshulpverleners Ontruimingsplan stroomschema Ontruimingsplan stroomschema H- BHV Ontruimingsplan stroomschema BO

LET OP!!! 2015 Nederlandse Reanimatie Raad

Intensive Care. Intensive Care (IC)

Algemene informatie Intensive Care (IC)

LET OP!!! 2015 Nederlandse Reanimatie Raad

Informatie voor ICbezoekers

Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen

Transcriptie:

1. DOEL Het doel van het proces reanimeren is volgens protocol uitvoeren van reanimaties in het ziekenhuis en het waarborgen van de kwaliteit van de reanimaties. Toepassingsgebied Specialisten, arts-assistenten en andere medewerkers met directe patiëntencontacten, afdeling opleiding en afdeling receptie & beveiliging. Klant Patiënten met een adem- en/of circulatiestilstand en/of een acute bedreiging van ademweg en/of circulatie. 2. DEFINITIES EN AFKORTINGEN 2.1. Advanced Life Support (ALS) Alle leden van het reanimatieteam worden geacht de onderdelen van de Advanced Life Support te beheersen, te weten: hartmassage; beademing op kap; intubatiecontroles na intubatie; defibrillatie; inbrengen van een infuus; indicatie stellen voor elementaire medicatie (alleen voor artsen). 2.2. Basic Life Support (BLS) 2.3. CCU Coronary Care Unit. De afdeling waar hartpatiënten met instabiele heamodynamieke- en/of ritmestoornissen worden behandeld. 2.4. ICU Intensive Care Unit. De afdeling waar intensieve verpleging en behandeling plaatsvindt. 2.5. Poli-traumatisé Een patiënt meer meervoudige en ernstige verwondingen waardoor ook ademhalings- en/of circulatieproblemen kunnen ontstaan. 2.6. Reanimatie Het herstellen van een ademhalings- en/of circulatiestilstand. 2.7. Reanimatiecommissie De commissie is ingesteld door de Raad van Bestuur van het ziekenhuis en functioneert binnen de ziekenhuisstructuur als adviescommissie van de Raad van Bestuur. De reanimatiecommissie evalueert alle reanimaties, bewaakt de naleving van deze procedure en stelt eventueel deze procedure bij. Leden van de reanimatiecommissie zijn: een cardioloog; een anesthesioloog; een SEH-arts; het hoofd van de afdeling CCU; een CCU-verpleegkundige; een anesthesiemedewerker die affiniteit met de opleiding heeft. Pagina: 1/7

2.8. Reanimatieteam Team van functionarissen die 24 uur per dag door middel van een reanimatietelefoon oproepbaar zijn voor het uitvoeren van reanimaties in het ziekenhuis. Het team dat direct wordt opgeroepen bestaat uit: de dienstdoende SEH-arts; de dienstdoende arts-assistent Chirurgie; een dienstdoende CCU-verpleegkundige; een anesthesiemedewerker (alleen binnen kantooruren). Ingeval een van bovengenoemde leden van het reanimatieteam niet aanwezig kan zijn, nemen de andere teamleden diens taken over. Tevens wordt het reanimatiealarm uitgezet op de telefoons van: de cardiologen; de dienstdoende anesthesioloog/ intensivist; het team Geestelijke zorg; overheadverpleegkundigen. 2.9. Reanimatiewagen De reanimatiewagen bevat de minimaal noodzakelijke apparatuur voor het uitvoeren van een reanimatie, te weten: een draagbare defibrillator met ECG afleesmogelijkheid; een afzuigapparaat; een zuurstoffles met toedieningsysteem; een omschreven hoeveelheid medicatie en materialen. 3. VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN 3.1. De reanimatiecommissie is verantwoordelijk voor de naleving van deze procedure; is verantwoordelijk voor de evaluatie van de uitgevoerde reanimaties; is bevoegd deze procedure te wijzigen; is bevoegd controle uit te oefenen op de gehele reanimatieprocedure. 3.2. De dienstdoende SEH- arts is verantwoordelijk voor het volgens protocol uitvoeren van de reanimatie bij afwezigheid van een medisch specialist; is bevoegd aanwijzingen te geven aan de overige leden van het reanimatieteam; moet alle onderdelen van de reanimatiecursus met goed gevolg afgelegd hebben, voordat hij/zij kan functioneren binnen het reanimatieteam; is verantwoordelijk voor het vastleggen van de reanimatie in het medische dossier en voor de verslaglegging aan de reanimatiecommissie; is verantwoordelijk voor het informeren van de hoofdbehandelaar over de reanimatie. 3.3. De opleider SEH is verantwoordelijk voor het vaststellen van de kundigheid op het terrein van reanimaties van SEH-artsen die diensten uitvoeren; is verantwoordelijk voor het geven van gelegenheid tot het ongestoord volgen van reanimatieonderwijs door de arts-assistent; is verantwoordelijk voor het doen volgen van herhalingsonderwijs door arts-assistent. 3.4. De dienstdoende assistent chirurgie is verantwoordelijk voor het volgens protocol uitvoeren van de reanimatie bij afwezigheid van een medisch specialist; is bevoegd aanwijzingen te geven aan de overige leden van het reanimatieteam; moet alle onderdelen van de reanimatiecursus met goed gevolg afgelegd hebben voordat hij/zij kan functioneren binnen het reanimatieteam; is verantwoordelijk voor de eerste opvang van poli-traumatisés. Pagina: 2/7

3.5. De anesthesioloog is verantwoordelijk voor het geven van het respiratoire gedeelte van het reanimatieonderwijs; is verantwoordelijk voor het beoordelen van de resultaten van de arts-assistent na het gevolgde reanimatieonderwijs en, bij goed resultaat, voor het versturen van het reanimatiebewijs naar de verantwoordelijke opleider. 3.6. De cardioloog is verantwoordelijk voor het geven van het circulatoire deel van het reanimatieonderwijs. 3.7. Het team Geestelijke zorg is verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van de familie en/of personeel. 3.8. Overhead Verpleegkundigen zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van de verpleegkundige taken en faciliteren het reanimatieteam. 3.9. Hoofd opleiding (P&O&O) is verantwoordelijk voor het organiseren en faciliteren van het reanimatieonderwijs. 3.10. Teamleider receptie & beveiliging is verantwoordelijk voor het functioneren van de reanimatietelefoons. Pagina: 3/7

4. STROOMSCHEMA 1. Reanimatietraining en onderwijs Opleidingsschema reanimatiecursussen 2. Eerste hulp verlenen 3. Alarmeren reanimatieteam Verslag receptionist 4. Uitvoeren reanimatie Medisch dossier 5. Overplaatsen en verdere opvang Reanimatieformulier Evaluatieverslag 6. Verslaglegging en evaluatie Jaarverslag reanimatiecommissie 7. Periodieke controles Controlelijsten Pagina: 4/7

5. TOELICHTING OP HET STROOMSCHEMA 5.1. Reanimatietraining en onderwijs Er zijn ten aanzien van reanimaties drie categorieën medewerkers waarvoor scholing vereist is: Aanwezig personeel dat kans loopt bij een reanimatie betrokken te raken Medewerkers van het ziekenhuis die een grotere kans lopen om bij een reanimatie betrokken te raken (verpleegkundigen, analisten, laboranten, fysiotherapeuten etc) zijn verplicht periodiek de reanimatiecursus van de afdeling Opleiding en Ontwikkeling te volgen. Verpleegkundigen van de afdeling CCU De verpleegkundigen van de CCU zijn per definitie lid van het reanimatieteam. De vakgroep cardiologie verzorgt voor de circulatoire component van de reanimatie, onderwijs in hartmassage, beoordelen van hartritmes, defibrillatie en het gebruik van cardiologische medicatie. De vakgroep anesthesiologie geeft het respiratoire deel van het reanimatieonderwijs aan de leden van het reanimatieteam. Arts-assistenten De arts-assistenten wordt in het kader van de opleiding tot specialist uitgebreidere kennis bijgebracht omtrent indicaties en gebruik van cardiale medicatie en handvaardigheid inzake elektrische cardioversie en defibrillatie. Tevens volgen alle arts-assistenten een training in adequaat oxygeneren en intuberen bij de anesthesie. De reanimatiecommissie coördineert en bewaakt de voortgang van de diverse. Periodiek zullen er reanimatieoefeningen worden gehouden op diverse plekken in het ziekenhuis. Het reanimatieteam evalueert de oefeningen met de betrokkenen. 5.2. Eerste hulp verlenen Iedere medewerker die in aanraking komt met een patiënt die een ademstilstand of circulatiestilstand heeft, waarschuwt eerst extra hulpverleners. Direct daarna wordt een begin gemaakt met hartmassage en mond-op-mond beademing. De te hulp geschoten personen dienen: telefonisch via de receptie het reanimatieteam op te (laten) roepen: toestelnummer 333. Vermeld altijd verdieping, afdeling en ruimtenummer te assisteren bij de reanimatie; het reanimatieteam de weg wijzen; de dienst geestelijke verzorging te waarschuwen; niet ter zake doende personen (patiënten, bezoek, omstanders) op afstand te houden, dan wel uit de ruimte te verwijderen. 5.3. Alarmeren reanimatieteam Ieder lid van het reanimatieteam is voorzien van een reanimatietelefoon die geschikt is voor de directe ontvangst van door de receptionist ingesproken berichten. Voor ieder lid van het reanimatieteam zijn twee telefoons beschikbaar: één voor de dag en één voor de nacht. De receptionist zal na ontvangst van de melding: via de reanimatietelefoons de plaats van het incident doorgeven; het tijdstip van binnenkomst van de melding noteren; bij een reanimatie op de kinderafdeling de dienstdoende kinderarts bellen; een lift blokkeren ten behoeve van de CCU-verpleegkundige; de overheadverpleegkundige waarschuwen indien aanwezig. De CCU-verpleegkundige neemt de reanimatiewagen van de afdeling CCU mee naar de plaats van de reanimatie. Een achtergebleven CCU-verpleegkundige regelt indien nodig personele versterking voor de afdeling CCU. Dit gebeurt allereerst via de afdeling Cardiologie en in tweede instantie via de Intensive Care. Pagina: 5/7

5.4. Uitvoeren reanimatie De SEH-arts heeft de leiding tijdens de reanimatie tot het moment dat een verantwoordelijke medisch specialist (cardioloog of anesthesioloog/intensivist) de leiding overneemt. Zie HP.MED.10 De reanimatie wordt in eerste instantie zoveel mogelijk uitgevoerd op de plaats waar de patiënt is aangetroffen. Het streven is om de patiënt ter plaatse stabiel te krijgen, dat wil zeggen; (ondersteunde) ademhaling, een acceptabel hartritme en tensie. Indien dit niet binnen een redelijke termijn lukt, kan besloten worden om de patiënt al reanimerend naar de ICU te vervoeren. Deze werkwijze geldt ook voor reanimaties op de SEH. Bij een reanimatie op de CCU of ICU geldt deze procedure eveneens. De aanwezige verpleegkundigen starten echter direct met de Life Support in afwachting van de komst van het reanimatieteam. 5.5. Overplaatsen en verder opvang De patiënt wordt in het algemeen overgeplaatst naar de ICU. De arts-assistent zal op de afdeling waar de reanimatie plaatsvindt, contact opnemen met de dienstdoende cardioloog/ internist, de hoofdbehandelaar, de dienstdoende anesthesioloog en in geval van reanimatie van een kind, de kinderarts. Met deze betrokkenen wordt het beleid afgesproken ten aanzien van de verdere behandeling of het staken van verdere behandeling. 5.6. Verslaglegging en evaluatie De receptie noteert alle binnengekomen reanimatiemeldingen en eventuele bijzonderheden, steeds met tijdstippen. De SEH-arts legt het beloop van de reanimatie vast in het medisch dossier. Relevante observaties, interventies en medicatietoedieningen worden chronologisch en steeds met vermelding van het tijdstip vastgelegd. Tevens wordt door de SEH-arts de gang van zaken gerapporteerd op een apart formulier; het reanimatieverslag. Bij een mislukte reanimatie belt de SEH-arts de huisarts en deelt mede dat de patiënt is overleden. De afdelingssecretaresse stuurt een kopie van de relevante onderdelen van het medisch dossier en het reanimatieformulier naar het directiesecretariaat ter attentie van de reanimatiecommissie. De reanimatiecommissie evalueert alle reanimaties op basis van de beschikbare documentatie en doet hiervan verslag. Elk kwartaal evalueert de reanimatiecommissie de reanimaties van de afgelopen maanden, steekproefsgewijs en bij bijzonderheden, en doet zonodig verbetervoorstellen. Tot slot maakt de reanimatiecommissie een jaarverslag. 5.7. Periodieke controle van het reanimatiemateriaal Periodiek controleren en testen daartoe aangewezen medewerkers het benodigde reanimatiemateriaal volgens controlelijsten en checklists. wekelijks worden door een medewerker van de receptie de reanimatietelefoons getest. Op een controlelijst worden de controles vastgelegd. Zo nodig worden niet functionerende reanimatietelefoons hersteld via de teamleider receptie; de reanimatiewagens op de afdelingen CCU, IC, Kinderafdeling, SEH, BWC, OK, angiokamer en CT-kamer worden na iedere reanimatie en in ieder geval maandelijks gecontroleerd en aangevuld. De controles worden vastgelegd op een controlelijst. de beademingstoestellen op de SEH en op de CT-kamer worden door een anesthesiemedewerker maandelijks gecontroleerd. De controles worden vastgelegd op een controlelijst. Pagina: 6/7

6. PRESTATIE-INDICATOREN Aantal volledig ingevulde reanimatieverslagen bij commissie- Of percentage ingevulde verslagen van totaal aantal reanimaties; Percentage succesvolle reanimaties van totaal aantal reanimaties. Dit wellicht af te zetten tegen landelijke gegevens?; Aantal specialisten dat niet/wel naar verplichte scholing is geweest- Of percentage wel/niet van totaal specialisten; Aantal nieuwe SEH-artsen en arts-assistenten chirurgie dat binnen 2-3 weken na indiensttreding reanimatietraining heeft gevolgd- Of percentage cursisten van totaal nieuwe SEH-artsen en arts-assistenten chirurgie. 7. REFERENTIES HP.MED.10 Huisprotocol Reanimatie opleidingsschema reanimatiecursussen; reanimatieformulier; checklisten beademingstoestellen; checklisten reanimatiewagens; checklist reanimatietelefoons; protocol IC.11 Opname- en ontslagcriteria *** einde *** Pagina: 7/7