16 Basisagenda 17 DOCENTENHANDLEIDING
Docentenhandleiding Basisagenda '16-'17 Een (digitale) agenda is voor de meeste volwassenen onmisbaar, maar voor kinderen is het gebruik ervan niet vanzelfsprekend. Zij moeten leren een agenda in te vullen en te gebruiken. Leerlingen van groep 7 en 8 hebben de leeftijd waarop ze zelf afspraken beginnen te maken, bijvoorbeeld met vrienden. Ze zullen die afspraken dan ook zelf moeten bijhouden. Bovendien krijgen ze huiswerk dat ze niet meer zomaar onthouden. Als de leerlingen straks naar de brugklas gaan, zullen ze nog meer huiswerk krijgen en meer eigen afspraken maken. Daarom is het goed om nu vast te oefenen met het gebruik van een agenda. De Basisagenda heeft dan ook als belangrijk doel dat de leerlingen leren een agenda goed in te vullen. Dat houdt onder meer in dat ze leren plannen. U kunt uw leerlingen daarbij helpen. Hoe u dat kunt doen, leest u in deze handleiding. Leren plannen Het woord agenda vindt zijn oorsprong in het Latijn en betekent letterlijk: de dingen die gedaan moeten worden. Een agenda dient dus als geheugensteun. Veel volwassenen hebben behoorlijk gevulde agenda s en zijn gewend vooruit te kijken. Ze regelen dat werk niet op de laatste dag aankomt, spreiden arbeidsintensieve klussen over verschillende dagen en bouwen marges in. Kortom: ze zorgen voor een reële planning om niet in tijdnood te komen. Kinderen zijn daar nog niet mee bezig. Ze leven van dag tot dag en plannen is voor hen nog niet vanzelfsprekend. Ze moeten het leren. Op pagina 6 t/m 9 van de Basisagenda staat daarom uitleg over hoe je een agenda gebruikt. De vaste onderdelen van de agenda worden besproken, zoals het calendarium en de feestdagen. Ook is er aandacht voor zaken die de leerlingen zelf kunnen invullen, zoals verjaardagen van vrienden en familieleden en schoolvakanties. Tot slot wordt uitgelegd hoe je huiswerk inplant. U kunt deze informatie met de leerlingen doorlezen en bespreken om ervoor te zorgen dat alle leerlingen begrijpen hoe het werkt. 1 van 6
Wat staat er al in een agenda? Als u samen met de groep de Basisagenda doorbladert, kunt u op de calendariumpagina s aanwijzen wat een agenda te bieden heeft. Vraag de leerlingen op wat voor dag van de week hun verjaardag dit jaar valt en op wat voor dag het Sinterklaas is. Weten ze wanneer de wintertijd ingaat? Of wanneer het dierendag is? Valt Koningsdag dit jaar in het weekend of op een schooldag? De antwoorden op deze vragen vinden de leerlingen terug in hun agenda. In het calendarium staan alle belangrijke feesten vermeld op de dag dat ze plaatsvinden of beginnen. Het zijn feesten die in Nederland, maar soms ook in andere landen gevierd worden. Wat kan je zelf invullen? Aan het begin van het schooljaar kunnen de leerlingen al veel in hun agenda invullen. U kunt de leerlingen daartoe stimuleren. Wijs de leerlingen bijvoorbeeld op het informatieboekje of de website van de school, waar ze gegevens kunnen vinden over vrije dagen, vakanties, de Cito-toets en sportdagen. Laat ze deze informatie overnemen in hun agenda. Ook kunnen ze hun wekelijkse training bij de sportvereniging of hun muziekles noteren. Verjaardagen van familie, vrienden en klasgenoten zijn ook leuk om op te schrijven. Moedig de leerlingen aan zo veel mogelijk belangrijke gegevens te noteren. Klassikaal kunt u met de leerlingen de telefoonboom op pagina 14 en 15 van de Basisagenda invullen. De telefoonboom is handig als iedereen uit de klas tegelijkertijd op de hoogte moet worden gebracht van hetzelfde bericht. Onder de telefoonboom staat een uitleg over de werking ervan. In veel klassen wordt tegenwoordig een klassenapp gebruikt om iedereen op de hoogte te stellen als er belangrijk nieuws is, dat is natuurlijk ook een uitstekende manier. Maar omdat niet alle leerlingen een mobiele telefoon hebben, kan het toch handig zijn om de telefoonboom in te vullen. Daarnaast is het voor de leerlingen makkelijk om te weten op welk telefoonnummer ze hun klasgenoten kunnen bereiken als ze vragen hebben over huiswerk, of af willen spreken buiten schooltijd. 2 van 6
Huiswerk inplannen Het leren inplannen van huiswerk begint met het noteren van een simpele opdracht. U geeft op maandag bijvoorbeeld het volgende huiswerk op: Schrijf in je agenda, voor donderdag moeten jullie tien sommen van pagina 25 maken. Het is dan de bedoeling dat de leerlingen de opdracht noteren bij donderdag; dan moet het huiswerk af zijn. Ze moeten ook opschrijven wanneer ze het huiswerk willen gaan maken en hoelang ze denken ermee bezig te zijn. Dat kan in de kolom To do. Ze noteren bijvoorbeeld bij woensdag: rekensommen maken voor morgen, 20 minuten. Controleer de eerste paar keer dat u huiswerk opgeeft of de leerlingen het juist noteren. Maandag 12 SEPTEMBER week 37 Donderdag 15 Aangepast tafeltennis, Kelly van Zon rekenen: 10 sommen van blz. 25 13 16 Dinsdag Vrijdag Woensdag 14 rekensommen maken 20 minuten voor morgen Zaterdag Zondag 17 18 Aangepast zwemmen, Chantalle Zijderveld 30 31 Natuurlijk is enige ervaring nodig om in te kunnen schatten hoeveel tijd verschillende opdrachten vergen. Daarvoor kunt u de leerlingen een paar weken laten oefenen met verschillende soorten huiswerk. Laat de leerlingen een periode bijhouden hoeveel tijd ze daadwerkelijk nodig hebben voor verschillende soorten huiswerk. Dit lijstje kunnen ze zo nodig het hele jaar bewaren als leidraad bij het indelen van hun tijd. 3 van 6
Soms is het huiswerk een grotere opdracht, zoals het leren van een proefwerk, het schrijven van een werkstuk of het houden van een spreekbeurt. Daarbij is het noodzakelijk dat de leerlingen de tijd in stukken hakken. U geeft bijvoorbeeld op maandag een proefwerk aardrijkskunde op voor vrijdag, waar de leerlingen gemiddeld ongeveer twee uur voor moeten leren. De leerlingen plannen dan bijvoorbeeld een uur leren in op woensdag en een uur op donderdag. Of ze moeten bedenken dat ze op dinsdag al moeten beginnen, omdat ze donderdag na school een judotraining hebben. Het is belangrijk dat u met de leerlingen oefent hoe ze dit moeten doen. 12 SEPTEMBER week 37 15 Aangepast tafeltennis, Kelly van Zon Maandag Donderdag training judo om 16.00 uur 13 16 Dinsdag proefwerk AARDR 1 uur Voor: vrijdag Vrijdag proefwerk AARDR: hoofdstuk 8, 9 en 10 tot blz. 84. Let op ontstaan van rivieren! 14 17 Aangepast zwemmen, Chantalle Zijderveld Woensdag proefwerk AARDR 1 uur Voor: vrijdag Zaterdag Zondag 18 30 31 Het is van belang dat u het huiswerk helder en eenduidig opgeeft. Schrijf het bij voorkeur op het (digi)bord. Het liefst volgens een vast stramien, bijvoorbeeld: datum waarop het huiswerk af moet zijn, vak, opdracht, eventuele toetsvorm en bijzonderheden. 4 van 6
Huiswerk aanpakken Hoe het huiswerk aangepakt wordt, kan voor elke leerling verschillend zijn. Toch kunt u wel algemene richtlijnen geven. Allereerst maakt u onderscheid in soorten huiswerk. Dat is belangrijk, omdat de manier waarop een leerling met leerwerk om moet gaan anders is dan de manier waarop hij met maakwerk omgaat. Snapwerk vraagt weer een andere aanpak. De leerlingen moeten leren wat het verschil is. Wat maakwerk is, is meestal wel duidelijk. Bij leerwerk gaat het erom de les vaak over te lezen en alles precies te onthouden. Bij snapwerk gaat het erom grote lijnen te kunnen zien en in eigen woorden te kunnen vertellen wat de essentie is. Het onderscheid is echter niet altijd even makkelijk te maken. Soms heeft een huiswerkopdracht zowel elementen van leer-, maak- als snapwerk. Sta hierbij stil in uw bespreking. Niet alle kinderen beschikken over een eigen kamer. Rustig huiswerk maken kan dan best een uitdaging zijn. Rust, licht, ruimte en goede werkvormen zijn de basis voor goede resultaten bij het maken van huiswerk. Geef de leerlingen onderstaande huiswerktips. In een klassengesprek kunt u met uw leerlingen ingaan op de manier waarop zij hun huiswerk maken. Doen zij het goed of zijn er verbeteringen mogelijk? Als u serieus aandacht besteedt aan het onderwerp huiswerk (noteren) en plannen, zullen uw leerlingen er veel profijt van hebben. Op de basisschool, maar vooral ook daarna, in het voortgezet onderwijs. Huiswerktips: ontspan na schooltijd altijd eerst een tijdje; kijk in je agenda wat je allemaal moet doen; doe eerst het moeilijkste huiswerk; wissel leer-, maak- en snapwerk af; herhaal leerwerk altijd; laat leerwerk eventueel thuis overhoren; kijk maakwerk altijd na op fouten; maak bij snapwerk eerst een samenvatting; oefen bij snapwerk hardop om te kunnen vertellen waar het over gaat; pauzeer na elke huiswerktaak even. 5 van 6
TeamNL in de klas Tot slot moet het bijhouden van een agenda natuurlijk ook een beetje leuk zijn. In de Basisagenda is daarom voldoende ruimte om er een persoonlijk document van te maken. Dit schooljaar is de agenda bovendien samengesteld in samenwerking met NOC*NSF. NOC*NSF wil met het project TeamNL in de klas leerlingen graag meer vertellen over de Olympische en Paralympische Spelen en de sporters die daaraan meedoen: TeamNL. De agenda bevat daarom onder meer leuke weetjes over de Spelen, interviews met een aantal topsporters en een Olympische quiz. Ook worden de verjaardagen van een aantal van de sporters uit TeamNL vermeld. Er wordt aangegeven waar de leerlingen informatie kunnen vinden voor een spreekbeurt over de Olympische Spelen. U kunt deze informatie natuurlijk ook gebruiken voor een project(week) in de klas. www.nocnsf.nl/educatie, www.teamnl.org www.kenmerk.nl 6 van 6