Doe- pad Watertorenweg Achtergrond informatie voor de begeleider. Groep 1-2
Colofon Deze lesbrief in opgesteld door De Hortus, Centrum voor Natuur en Milieu in opdracht van gemeente Harderwijk. Wij hebben ons uiterste best gedaan om rekening te houden met de copyright op de gebruikte afbeeldingen. Mocht u afbeeldingen tegen komen die onrechtmatig gebruikt worden neemt u dan contact op met De Hortus. De Hortus Centrum voor Natuur en Milieu Melis Stokelaan 93 3842 GL Harderwijk Telefoon: (0341) 427 406 E- mail: info@hortusharderwijk.nl 1
Doepad Watertorenweg groep 1-2 Met de komst van een nieuwe natuurspeeltuin aan de Watertorenweg in Harderwijk zag de gemeente Harderwijk ook kans om op deze locatie een aanbod te realiseren voor natuur- en milieueducatie. De Hortus, Centrum voor Natuur en Milieu is door de gemeente gevraagd om dit aanbod te ontwikkelen. Het resultaat: een natuur educatief doepad rondom de speeltuin dat voornamelijk gericht is op de kinderen die de speeltuin bezoeken en opdrachten voor groep 1 t/m 8 van het basisonderwijs. Deze buitenles kunt u zelf uitvoeren bij het doe- pad aan de Watertorenweg in Harderwijk. Deze les is een aanvulling op de educatieve route die rondom de speeltuin loopt. De educatieve route bestaat uit 7 themapleintjes met opdrachten. De inhoud van de educatieve route en de opdrachten kunt u vinden op de website van De Hortus: www.hortusharderwijk.nl of de gemeente Harderwijk: www.harderwijk.nl Inhoud van de les De kinderen gaan op een actieve manier aan de slag in het bos. Door verschillende opdrachten ontdekken de kinderen dat een bos meer is dan een groep bomen. Door de opdrachten, die uiteenlopen van bewegingsspel tot goed waarnemen, maken de kinderen kennis met een aantal aspecten van het bos. Begeleiding Voor de les is het de bedoeling dat de klas in maximaal 7 groepjes wordt verdeeld. Samen met een begeleider voeren de leerlingen bij elk pleintje een opdracht uit. Iedere opdracht duurt ongeveer 10 minuten. De totale les duurt ongeveer 1,5 uur. Laat ieder groepje bij een ander pleintje beginnen. Zijn de kinderen klaar dan zoeken ze een pleintje waar ze nog niet zijn geweest. Geef de materialen mee aan de groepjes. Laat het laatste groepje de materialen weer mee terug nemen. Let op: bij opdracht 4 moet een touw gespannen worden tussen een aantal bomen. De kinderen moeten met hun ogen dicht het touw volgen. Zorg dat er een aantal obstakels zijn maar let vooral op de veiligheid. Let op: Opdracht 7: In de winter kan het zijn dat de waterpomp is afgesloten i.v.m. vorst. In dat geval komt deze opdracht te vervallen en verdeelt u de klas in 6 groepjes. 2
Materialen U kunt zelf voor de benodigde materialen kopietjes van de opdrachten zorgen. U kunt er ook voor kiezen om een tas met de materialen en opdrachten te lenen bij De Hortus. Te bestellen via info@hortusharderwijk.nl of 0341-427406. De borg bedraagt 10 euro. Veel plezier! Overzicht opdrachten en materialen Hieronder vindt u de benodigde materialen. Een overzicht van de opdrachten staat op de volgende bladzijden. De opdrachten kunt u uitprinten via het document: opdrachten. De titel van de opdracht is gelijk aan de naam van het pleintje waar de opdracht wordt uitgevoerd. Opdracht Naam Materialen 1 Windrichtingen 2 Bomen en struiken 20 bekertjes, niet doorzichtig 3 Vogels 4 Zintuigen 3 eierdozen 5 Boomstronk Potloden, papier evt loepjes of loeppotjes 6 Grond 3 spiegeltjes 7 Waterpomp 2 even grote emmertjes, bekertjes met gelijke inhoud, stopwatch 3
Opdracht 1 Windrichtingen Bekijk met de kinderen de grote windroos die op dit plein aanwezig is. Kies samen 1 richting uit. In die richting gaan de kinderen straks een verstopplek zoeken. Bij jonge kinderen gebruik je alleen de pijlen. Bij kinderen die meer aan kunnen kan je ook de letters en/of de windrichting gebruiken. 1 kind gaat in het midden van de windroos staan met zijn ogen dicht en telt tot 10. De andere kinderen lopen in de afgesproken richting en zoeken daar een verstopplek. Degene die heeft geteld gaat de kinderen zoeken. Is iedereen gevonden dan spreken jullie een nieuwe richting af en komt er een nieuwe zoeker. Opdracht 2 Bomen en struiken Laat de kinderen in tweetallen werken. Laat ieder tweetal 5 verschillende duo s verzamelen. Bijvoorbeeld 2 dezelfde bladeren, 2 stukjes schors, 2 takjes, 2 dennenappels enz. Laat de kinderen de andere kant op kijken terwijl u de verzamelde voorwerpen onder de bekertjes legt. Nu kunnen de kinderen memorie gaan spelen. Één kind begint en mag twee bekertjes optillen. Ligt er hetzelfde onder dan mag het kind het duo pakken en nog een poging doen. Ligt er niet hetzelfde dan mag de volgende. Ga zo door tot alle duo s gevonden zijn. Opdracht 3 Vogels Laat de kinderen rustig om zich heen kijken en luisteren naar de geluiden in het bos. Zien of horen ze vogels? Soms lijkt het alsof twee vogels tikkertje spelen. Ze vliegen dan steeds achter elkaar aan, van boom naar boom. Alle kinderen worden vogels. Ze fladderen in het rond of pikken op de grond naar voer. Één van de vogels wordt de tikker. Als een vogel bij een boom staat is hij eventjes vrij. Een vogel mag maar kort (max 5 sec) bij een boom rusten. Daarna moet hij weer verder vliegen. Kan de tikker de vogels tikken? Als een vogel getikt is gaat deze aan de kant zitten. Zijn alle vogels getikt of is de tikker al lang bezig, wissel dan van tikker. 4
Opdracht 4 Zintuigen Vertel de kinderen dat ze in tweetallen tien verschillende dingen uit de natuur gaan verzamelen. Probeer zoveel mogelijk losse dingen te verzamelen. Als je iets plukt, pluk dan bijvoorbeeld alleen een blaadje, geen hele tak. Geef aan dat de doos in twee delen is verdeeld. De bovenste rij is voor zachte dingen, de onderste voor harde dingen. De kinderen verzamelen per tweetal 5 zachte dingen en 5 harde dingen en stoppen deze in de doos. Probeer dit ook eens met de volgende tegenstellingen, of bedenk zelf iets: Slijmerig droog Prikkelig donzig Klein groot Opdracht 5 Boomstronk De kinderen gaan tussen de wortels op zoek naar levende diertjes. Sommige diertjes verstoppen zich graag op donkere, vochtige plekken zoals onder een boomstronk of tussen de bladeren op de grond. Leer de kinderen de diertjes voorzichtig op te pakken. Als de kinderen een diertje hebben gevonden, bekijken ze hem goed (evt. met een loep of in een loeppotje). Hoeveel poten heeft het beestje? Hoe ziet zijn lijf er uit? Heeft hij vleugels? 5
Opdracht 6 Grond Wat zien de kinderen als ze om zich heen kijken? Laat ze nu eens een tijdje naar boven kijken. Wat zien ze dan? De kinderen stellen zich voor dat ze een kaboutertje zijn, of een mier, of een ander klein diertje. Hoe zou de wereld er dan uitzien? Laat ze op hun knieën zitten of liggen zodat hun hoofd dicht bij de grond is. Zien ze nu andere dingen dan ze zagen toen ze stonden? Met een spiegeltje kun je goed zien wat kleine beestjes zien als ze omhoog kijken. Laat de kinderen het spiegeltje maar eens ergens onder houden zoals onder een struik, een paddenstoel, een grasspriet. Wat zien ze dan in de spiegel? Opdracht 7 Waterpomp N.B. In de winter kan de waterpomp afgesloten zijn. Zet de emmers op gelijke afstand van de waterpomp. Verdeel de kinderen in twee groepjes. 1 groepje begint. Houd de tijd bij. Één kind begint met pompen. De ander zorgt dat het bekertje gevuld wordt en brengt het volle bekertje naar de emmer. Leeg het bekertje water in de emmer. Stop na twee minuten, dan gaat het andere groepje. Welk groepje heeft na twee minuten de volste emmer? Herhaal dit eventueel nog een keer waarbij iemand anders pompt. Als het geen mooi weer is en je niet nat wilt of mag worden zet dan de emmer onder de pomp. 1 kind gaat pompen. Houdt met de stopwatch bij hoe lang het duurt voor de emmer overstroomt. Wie dit het snelst kan is de winnaar. 6