Stagehandleiding Master Letterkunde Studenten van de master Letterkunde kunnen een onderzoeksstage volgen als onderdeel van hun opleiding. Voor studenten van de masterprogramma s Literair Bedrijf en Europese Letterkunde is de stage sterk aanbevolen. De stage kan worden beschouwd als een schakel tussen de academische opleiding en de arbeidsmarkt. Studenten doen ervaring en competenties op die op de arbeidsmarkt vaak gevraagd worden, leggen professionele contacten, en krijgen meer en beter zicht op hun eigen ambities en kwaliteiten. Bovendien oefenen en verdiepen zij hun onderzoeksvaardigheden. De stage heeft een vaste omvang van 10 EC (280 uur). Daarbinnen besteedt de student een substantieel deel (d.w.z. minimaal 25%) van de tijd aan het uitvoeren van een onderzoeksopdracht. In veel gevallen wordt de onderzoeksopdracht door de stageverlenende organisatie geformuleerd. Wanneer dit niet het geval is, bedenkt de student zelf een onderzoeksvraag in samenspraak met de begeleidende docent. De onderzoeksvraag dient aan te sluiten bij het masterprogramma dat de student volgt. Deze handleiding gaat in op achtereenvolgens het zoeken (en vinden) van een stageplaats, het opstellen van een stagewerkplan, het aanvragen van goedkeuring, de vorm van de begeleiding en de wijze van beoordeling van de stage. 1. Een stage zoeken Studenten Letterkunde vinden vaak stageplaatsen bij organisaties die opereren in het literaire en culturele veld. Uitgeverijen, festivalorganisaties, beleidsinstellingen, archieven en onderzoeksinstituten zijn voor de hand liggende stageplaatsen. Een stage kan eventueel in het buitenland plaatsvinden. Wie een stage zoekt kan kijken naar het aanbod dat via de Blackboardomgeving en Facebookgroep van de opleiding wordt bekendgemaakt. Ook Career Service Letteren biedt stageplaatsen aan, die te vinden zijn op www.ru.nl/csl. Een student die niet afhankelijk wil zijn van wat wordt aangeboden, en een duidelijk beeld heeft van het soort organisatie waar zij/hij stage wil lopen, gaat zelf op zoek. Sommige organisaties publiceren op hun website stagevacatures. Soms kunnen docenten hun contacten aanboren voor stageplaatsen. Open sollicitaties blijken vaak succesvol te zijn.
Stagehandleiding Letterkunde 2 Voor vragen en advies bij het opstellen van een CV of het schrijven van een sollicitatiebrief kun je een beroep doen op de medewerkers van Career Service Letteren. 2. Goedkeuring en begeleiding Als een student een stageplaats heeft gevonden, dient zij/hij daar goedkeuring voor aan te vragen. Formeel beslist de Examencommissie over goedkeuring, in de praktijk delegeert zij dit aan de stagecontactpersoon van de opleiding. Goedkeuring wordt verleend wanneer de stage een duidelijke link heeft met het masterprogramma van de student en voldoende academisch niveau heeft (d.z.w. een substantiële onderzoekscomponent). De procedure is als volgt: De student vult via de stagewebsite van Career Service Letteren (www.ru.nl/csl, klik op Masterstages ), een goedkeuringsformulier in. Dit wordt voorgelegd aan de stagecontactpersoon van de opleiding, die de student laat weten of de stage is goedgekeurd en welke docent de stage gaat begeleiden. Als de stage is goedgekeurd, maakt CSL een contract op dat de student krijgt toegestuurd en dat ondertekend moet worden geretourneerd. Een kopie van dit contract wordt verstuurd naar de stagecontactpersoon. Om juridische en verzekeringstechnische redenen is het noodzakelijk dit contract op te stellen. In sommige gevallen heeft de organisatie zelf ook een contract. Het wordt nadrukkelijk afgeraden zo n contract te ondertekenen voordat de stage door de opleiding is goedgekeurd. Het is wel verstandig om met de stageverlenende organisatie afspraken te maken over een eventuele stagevergoeding, en/of over de vergoeding van reis- en andere onkosten. De student heeft voor aanvang van de stage een gesprek met de begeleidende docent. Tijdens dit gesprek wordt het werkplan vastgesteld. Dit moet garanderen dat de student voldoende gelegenheid krijgt letterkundige kennis en onderzoeksvaardigheden toe te passen en dat de geplande werkzaamheden (inclusief verslaglegging) in 280 uren zijn uit te voeren. Het werkplan bevat: 1. een omschrijving van de onderzoeksopdracht en andere werkzaamheden die de student zal verrichten, 2. de criteria waaraan het eindproduct moet voldoen, 3. een aanduiding van de aard en omvang van de begeleiding,
Stagehandleiding Letterkunde 3 4. een opsomming van de persoonlijke leerdoelen van de student De begeleidende docent zoekt voor aanvang van de stage contact met de begeleider ter plaatse om hem of haar te informeren over de stagerichtlijnen en beoordelingsprocedure en een afspraak te maken voor een stagebezoek. Tijdens de stage gelden de volgende richtlijnen: De student is verantwoordelijk voor het bewaken van het overzicht van de geplande werkzaamheden en de tijdige afronding ervan. De student informeert de begeleidende docent regelmatig over de voortgang van de stage, bijvoorbeeld in de vorm van een weekjournaal of logboek. De begeleider vanuit de organisatie begeleidt de student bij zijn of haar werkzaamheden en draagt er zorg voor dat de student kennismaakt met de werkomgeving, de regels en gebruiken en de leidinggevenden. De stageverlenende organisatie schept de voorwaarden voor een goede uitvoering van de stagewerkzaamheden. De begeleider vanuit de universiteit houdt toezicht op het academische niveau van de stagewerkzaamheden en ziet erop toe dat de geformuleerde leerdoelen worden gerealiseerd. De begeleider van de universiteit legt een stagebezoek af om het verloop van de stage tussentijds te evalueren. Indien nodig wordt het aantal contactmomenten uitgebreid.
Stagehandleiding Letterkunde 4 3. Eindverslag en beoordeling Het stageverslag Iedere stage wordt afgesloten met een verslag van circa 5000 woorden (excl. bijlagen) waarin de student de uitgevoerde werkzaamheden bespreekt, de onderzoeksresultaten presenteert en reflecteert op zijn of haar leerproces. In het verslag legt de student een verband tussen de inhoud van de stage en de masteropleiding, bijvoorbeeld door een koppeling aan cursusinhouden of verworven recente theoretische inzichten. Concrete producten of resultaten van de stage kunnen als bijlage worden opgenomen. In de regel bestaat het stageverslag uit de volgende onderdelen: Omslag Titelpagina, waarop vermeld: titel van het verslag, naam en studentnummer, naam van de stage-organisatie, stageperiode, namen van de begeleiders Inhoudsopgave Inleiding: presentatie van de stageverlenende organisatie (kernactiviteiten, omvang), de stageopdracht en de beoogde doelen en de opzet van het verslag. Beknopte beschrijving van de stagewerkzaamheden, eventuele problemen die zich hebben voorgedaan en de manier waarop die zijn aangepakt. Overzicht van de resultaten van de stage: samenvatting van het onderzoek dat is uitgevoerd en eventueel een beschrijving van de producten die als bijlage zijn opgenomen. Koppeling van de inhoudelijke resultaten van de stage aan de inhoud van de opleiding en de stand van zaken in het letterkundig onderzoek. Evaluatie van het leerproces: zijn de leerdoelen gerealiseerd? welke kennis en vaardigheden uit de studie konden worden benut? welke nieuwe kennis en vaardigheden heeft de stage opgeleverd? wat is de belangrijkste persoonlijke winst van de stage geweest? Literatuur Bijlagen: voorbeelden van concrete producten tijdens de stage zijn gerealiseerd, bijvoorbeeld reclameteksten, redactiewerk of rapportages. Je kunt hier ook een impressie geven van een digitale producten zoals websites of databestanden.
Stagehandleiding Letterkunde 5 Wat betreft inhoud, tekstopbouw, stijl, spelling en vormgeving dient het verslag te voldoen aan de richtlijnen van de Schrijfwijzer Letterkunde). Beoordeling De student levert een exemplaar van het stageverslag in bij de beide begeleiders. Zij bepalen in onderling overleg het eindcijfer. De begeleider bij de stageverlenende instelling geeft aan de hand van een beoordelingsformulier (zie bijlage) zijn/haar oordeel over de stagiair. De volgende aspecten worden daarbij in aanmerking genomen: Kennis (theoretisch inzicht, praktisch inzicht, toepassing van kennis) Houding (tegenover begeleider en collega s, initiatief, inzet, zelfstandigheid, vermogen tot samenwerken) Praktisch werk (kwaliteit, tempo, accuratesse, creativiteit) Communicatieve vaardigheden (mondeling en schriftelijk) Kwaliteit rapportage Persoonlijke ontwikkeling De beide begeleiders spreken de beoordeling door, veelal per mail. De begeleider ter plaatse kan een cijfervoorstel doen, dat echter niet per definitie zal worden overgenomen door de begeleidend docent. Het eindcijfer wordt vastgesteld door de begeleidend docent. Eindgesprek De docent heeft met de student een eindgesprek waarin de stage wordt geëvalueerd en het eindcijfer wordt gegeven. Afronding De begeleidende docent geeft het eindcijfer van de stage door aan Cecilia Stutvoet (c.stutvoet@let.ru.nl) De student levert het stageverslag in bij de secretaresse (c.stutvoet@let.ru.nl) en Career Service Letteren (careerservice@let.ru.nl).
Stagehandleiding Letterkunde 6 Bijlage: Beoordelingsformulier Dit formulier is bedoeld om te worden ingevuld door de begeleider bij de stageverlenende organisatie. Het vormt het uitgangspunt voor het afsluitende gesprek dat de begeleidend docent met de begeleider ter plekke voert om te komen tot een eindbeoordeling van de stage. Het is de verantwoordelijkheid van de student om de begeleider van het formulier te voorzien. Nadat de begeleider het heeft ingevuld, zal zij/hij het formulier sturen aan de verantwoordelijke docent van de Radboud Universiteit. Naast een beoordeling van de aspecten die als steekwoorden in de tabel zijn opgenomen, wordt nadrukkelijk verzocht om het geven van een (korte) toelichting. De begeleider bij de stageverlenende organisatie kan een cijfervoorstel doen, dat echter niet per definitie zal worden overgenomen. Het eindcijfer, dat is gebaseerd op de beoordeling van de stage zelf en van het stageverslag, wordt toegekend onder verantwoordelijkheid van de begeleidend docent van de master Letterkunde. Naam stagiair(e) : Naam begeleider : Organisatie : Afdeling/onderdeel : Telefoonnummer : E-mailadres : Stageperiode : Beoordeelde aspecten 1. Kennis a. Theoretisch inzicht b. Praktisch inzicht c. Toepassing van kennis 2. Houding a. Tegenover begeleider b. Tegenover collega s c. Tonen van initiatief d. Inzet e. Zelfstandigheid f. Vermogen tot samenwerken 3. Praktisch werk a. Kwaliteit b. Tempo c. Accuratesse d. Creativiteit 4. Communicatieve vaardigheid a. Mondeling b. Schriftelijk 5. Kwaliteit rapportage/verslag 6. Persoonlijke ontwikkeling Zeer goed Goed Voldoende Onvoldoende
Stagehandleiding Letterkunde 7 Toelichting: Eventueel cijfervoorstel: Plaats/datum: Handtekening: