Gastlessen voor studenten 1 e leerjaar PW 3 en 4 Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar Docentenhandleiding Basishouding Werken in de KO Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 1
Gastles basishouding werken in de KO - Docentenhandleiding Deze lesmodule hoort bij hoofdstuk 5 (KDV) uit het Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar en hoofdstuk 7 (BSO) uit het pedagogisch kader 4-12 jaar. Lesduur 50 minuten Doelgroep ROC-studenten PW 3 en 4 1e jaars Doelen van deze les - Studenten bewust maken van de basishouding in de KO in relatie tot de 4 opvoedingsdoelen; - Studenten laten oefenen met het vertalen van de 4 opvoedingsdoelen naar hun eigen handelen als ze in de KO zouden werken. Deze gastles is gemaakt door Fia Conijn; Pedagogisch beleidsmedewerkster SKH Stichting Kinderopvang Hoorn. Mocht u vragen hebben rondom deze gastles kunt u contact opnemen met Fia door een mail te sturen naar: FConijn@kinderopvanghoorn.nl Noot voor de docent Vooraf aan de gastles: - Neem contact op met ROC docent. Vraag of de KWAKO koffer met gastlessen beschikbaar is voor de afgesproken datum en lesuur? - Maak een afspraak met de docent wanneer hij de DVD opvoedingsdoelen Tavecchio vooraf aan de gastles aan studenten laat zien. - Laat studenten voorafgaand aan de les hoofdstuk 5, blz 61 uit het Pedagogisch kader 0-4 en hoofdstuk 7 blz 101 uit het Pedagogisch kader kindercentra 4-13 jaar lezen. - Lees voordat je deze handleiding doorneemt de Algemene handreiking bij de gastlessen. - Lees handreiking bij spel (bijlage 2) - Zet vooraf stoelen en tafels klaar in max 6 groepen. Plaats op iedere tafel de 6 categorieën kaartjes per kleur en per tafel voor een gekleurde dobbelsteen. - Hangt 4 prints op van de opvoedingsdoelen (aparte bijlage 1) - Zorg voor een evaluatieformulier per deelnemer. (bijlage 4) Tip:zorg dat de deelnemers dit spel later in het jaar nog eens spelen met als doel of de antwoorden verdiept zijn/kunnen worden. Noot voor gastdocent -Zorg voor een agenda. -Stellingen voor spel (zie bijlage 3) Deze gastles kan gegeven worden door pedagogische beleidsmedewerkers en locatiemanagers kinderopvang (SKH - Stichting Kinderopvang Hoorn) De les bestaat uit 6 delen 1. Opener even voorstellen ca. 5 min 2. Korte inleiding op de les (agenda) en verwijzing naar DVD opvoedingsdoelen ca. 5 minuten 3. Gastdocent stelt vragen aan deelnemers m.b.t. DVD opvoedingsdoelen ca. 10 minuten 4. introductie spel ca. 5 minuten 5. Spel ca. 20 minuten 6. Afsluiting ca. 5 minuten De genoemde tijden zijn richtlijnen. Een onderdeel kan iets uitlopen of juist korter duren. Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 2
Werken aan de 4 opvoedingsdoelen 1. Opener 5 minuten Werkwijze kennismaking Gastspreker stelt zich voor en vraagt aan deelnemers: Wie heeft ervaring met de kinderopvang? Wat voor soort ervaring en wat is je mening over kinderopvang? Opmerkingen: Zet je voornaam op het bord. Schrijf ook de organisatienaam waar je voor werkt. Doelen van de werkvorm De leerling op een luchtige manier bezig te laten zijn met het onderwerp van de les; De leerling laten nadenken over hun mening ten aanzien van het werken in de kinderopvang Benodigdheden White bord stift Tape:Print per opvoedingsdoel (A4 print opvoedingsdoelen zie aparte bijlage 3) 2 Inleiding 5 minuten Achtergrondinformatie o In hoofdstuk 5, blz 61 uit het Pedagogisch kader 0-4 en hoofdstuk 7 blz 101 uit het Pedagogisch kader kindercentra 4-13 jaar worden competenties toegelicht. Pm-ers in een kindercentra bieden een belangrijke bijdrage aan de opvoeding. Ze dragen bij in de ontwikkeling van belangrijke competenties. De vier pedagogische basisdoelen zijn de leidraad voor het werken in de kinderopvang. Het is een verplichte kapstok voor beleid die in de Wet kinderopvang wordt aangegeven als basis voor verantwoorde kinderopvang. In het pedagogisch beleidsplan worden de 4 opvoedingsdoelen vertaald naar concreet handelen. -KIJK, IK MAG ER ZIJN (emotionele competentie) -KIJK, WE DOEN HET SAMEN (sociale competentie) -KIJK, IK KAN HET ZELF, HET LUKT ME (motorische- zintuiglijke competenties) -KIJK, IK VOEL< DENK EN ONTDEK (cognitieve competentie) -LUISTER, IK KAN HET ZELF ZEGGEN ( taal en communicatieve competenties) -KIJK, IK BEN EEN LIEF, GOED KIND ( morele competenties) -KIJK, IK KAN DANSEN, ZINGEN EN IETS MAKEN (expressieve en beeldende competenties) o Omschrijving 4 opvoedingsdoelen (A4 print opvoedingsdoelen zie aparte bijlage 1) Ontwikkelingstaken Competentie ondersteuning 0-1 jaar Veiligheid Emotionele veiligheid sensitiviteit &responsiviteit signalen interpreteren & interactie opgang houden) 1-3 jaar Autonomie (ík zelf ) respect voor autonomie Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 3
-persoonlijke ontwikkeling grenzen stellen, praten, (kind in zijn ontwikkeling bevestigen) Persoonlijke competentie uitleggen, ontwikkeling stimuleren -sociale ontwikkeling Sociale competentie begeleiden interacties 3-6 jaar Socialisatie Overdracht waarden en normen voorleven &opstellen van regels/ normen en waarden en cultuur vanaf 6 jaar Specifieke vaardigheden aanleren (Voor ieder kind die nieuw bij ons komt geldt deze opbouw. Daarbij blijft iedere voorafgaande fasen meespelen, alleen de oriëntatie wordt anders) Werkwijze Toelichten van de agenda. Verwijzing naar DVD opvoedingsdoelen 3. Interactie met deelnemers. 10 minuten Gastdocent stelt vragen aan deelnemers - Wat sprak je aan in de film m.b.t. opvoedingsdoelen - Welke voorbeelden heb je gezien rond EV, PC, SC, W&N. 4. introductie spel (bijlage 2) 5 minuten Voor de begeleider: Geef vooraf -mits het in je presentatie al aan de orde is geweest- uitleg over de term pm-er (pedagogisch medewerker KDV/ BSO); Sensitief en Responsief en vertel dat dit spel gemaakt is voor pm-ers van een kindercentra. (KDV, BSO, VSO,TSO) Dus als er een vraag staat hoe dat je dat op de groep beantwoord deze vraag dan alsof jij in de kinderopvang werk op een KDV of een BSO groep. Het gaat er bij dit spel om, dat er nagedacht wordt over het werk en er gesprekken tot stand komen. En dat men een idee krijgt over het werken met opvoedingsdoelen in de praktijk. Het antwoord ontstaat soms doordat men elkaar aanvult. Hiervoor is ruimte. Probeer wel de beurten goed te verdelen en mensen die aan de beurt zijn de tijd te geven om na te denken. Zo komt iedereen tot zijn recht. Als men de vragen niet begrijpt kun jij als voorzitter bepalen wat de bedoeling is. Dit voorkomt discussie over de vraag zelf. 5. spel (bijlage 2) 20 minuten Spel: Werken aan opvoedingsdoelen Samengestelde groepen ( max 6 groepen) Werkvorm Kennis vertalen naar concreet handelen. Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 4
Voorbereiding Leg de benodigdheden vooraf klaar op een aantal tafels. -6 stapeltjes kleurkaarten van 6 categorieën (kleur :Blauw,Groen,Rood,Geel, Wit, Orange) of kaarten met nummers 1 t/m 6 waarop de vragen/stellingen zijn geplakt. -per tafel een kleurendobbelsteen of gewone dobbelsteen Werkwijze De groep speelt het competentiespel. Om de beurt gooit een deelnemer een dobbelsteen met 6 kleurvlakken. Bij elke kleur (nr) hoort een stapel vragen. De deelnemer neemt een vraag van de stapel van de kleur (nr) die zij gooit en probeert deze te beantwoorden. Het zijn over het algemeen open vragen, waar geen duidelijk goed of fout antwoord bij zit. De groep beoordeelt of het antwoord voldoende is. Als iemand geen antwoord kan geven mag ze een andere deelnemer vragen om te helpen. Er zijn 6 categorieën: Blauw (1) Emotionele Veiligheid Groen (2) Persoonlijke competentie Rood (3) Sociale competentie Geel (4) Overdracht waarden en normen Wit (5) Persoonlijke vragen Orange (6) Persoonlijke opdrachten 6. Afsluiting 5 minuten Sluit de les af (zie algemene handleiding) en laat studenten het evaluatieformulier invullen (Zie bijlage 4) Bijlage 1 A4 print per opvoedingsdoel en handelingsaspecten. Zie aparte bijlage i.v.m. lay-out Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 5
Bijlage 2 Spel: werken aan competenties Doel van het spel Het gaat er bij dit spel om, dat er nagedacht wordt over het werken in de KO en gesprekken tot stand komen. Studenten krijgen een idee krijgt over het werken met opvoedingsdoelen in de praktijk. Het antwoord ontstaat doordat men elkaar aanvult. Hiervoor is ruimte. Probeer wel de beurten goed te verdelen en mensen die aan de beurt zijn de tijd te geven om na te denken. Zo komt iedereen tot zijn recht. Als men de vragen niet begrijpt kun jij als voorzitter bepalen wat de bedoeling is. Dit voorkomt discussie over de vraag zelf. Organisatie Verdeel de klas in groepen (maximaal 6 groepen) Benodigdheden -6 stapeltjes kleurkaarten met de kleuren :Blauw,Groen,Rood,Geel, Wit, Oranje( of kaarten met nummers 1 t/m 6 ) waarop de vragen/stellingen staan. -6x kleurendobbelsteen of 6x gewone dobbelsteen Er zijn 6 categorieën: Blauw (1) Emotionele Veiligheid Groen (2) Persoonlijke competentie Rood (3) Sociale competentie Geel (4) Overdracht waarden en normen Wit (5) Persoonlijke vragen Oranje (6) Persoonlijke opdrachten Verloop van het spel De groep speelt het competentiespel. Om de beurt gooit een deelnemer een dobbelsteen met 6 kleurvlakken. Bij elke kleur (nr) hoort een stapel vragen. De deelnemer neemt een vraag van de stapel van de kleur (nr) die zij gooit en probeert deze te beantwoorden. Het zijn over het algemeen open vragen, waar geen duidelijk goed of fout antwoord bij zit. De groep beoordeelt of het antwoord voldoende is. Als iemand geen antwoord kan geven mag ze een andere deelnemer vragen om te helpen. Voor de begeleider Geef vooraf -mits het in je presentatie al aan de orde is geweest- uitleg over de term pm-er (pedagogisch medewerker KDV/ BSO); Sensitief en Responsief (zie uitwerking thema ) en vertel dat dit spel gemaakt is voor pm-ers van een kindercentra. (KDV, BSO, VSO,TSO) Dus als er een vraag staat hoe dat je dat op de groep beantwoord deze vraag dan alsof jij in de kinderopvang werk op een KDV of een BSO groep. Thema Het begrip sensitief komt tot uiting in het handelen van de pm-er. Dit doen wij door: - een inschatting te maken wanneer het kind wel /geen behoefte heeft aan aandacht. - aan te sluiten bij persoonlijke emoties en ervaringen van een kind. - in te spelen op situaties die plezier opleveren voor het kind Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 6
- bewust te zijn van onze communicatie (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen) -aan te sluiten bij de communicatiecirkel; Sensitief zijn (attent zijn; volgen; toewenden;aankijken) ontvangstbevestiging (instemmen; ja- knikken; vriendelijke expressie/intonatie) leidinggeven (instemmen benoemen; ik-benoemend; coöperatief zijn (voorstellen doen) ;sfeercommunicatie), beurtverdelen (beurt geven; beurt nemen) Thema Het begrip responsief komt tot uiting in het handelen van de pm-er: Dit doen wij door: -bij jonge kinderen te verwoorden wat een kind doet of voelt. -te reageren op verbale en non-verbale signalen. -in te gaan op behoeftes en vragen van kinderen - bewust te zijn van onze communicatie (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen) Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 7
Bijlage 3 1 EMOTIONELE VEILIGHEID (Groen) 1. Hoe zorgen pm-ers ervoor dat kinderen zich op een kinderdagverblijf welkom voelen? 2. Waaruit blijkt dat een pm-er een sensitieve en responsieve houding heeft? 3. Pm-ers reageren met respect en aandacht voor ieder kind. Noem 3 dingen hoe ze dat doet. 4. Geef een voorbeeld van een manier waarop de indeling van de ruimte effect heeft op de emotionele veiligheid van een kind. 5. Kun je ouders inschakelen om een kind zich veilig te laten voelen? 6. Noem 2 zaken, hoe je ervoor kunt zorgen dat een kind zich vertrouwd voelt in de groep? 7. Op welke wijze bouw je in de groep een vertrouwensband op met een kind? 8. Op welke wijze zouden andere kinderen uit de groep een rol kunnen spelen voor de emotionele veiligheid van een kind. 9. Op welke wijze zouden andere kinderen uit de groep een rol kunnen spelen voor de emotionele veiligheid van een kind. 10. In de structuur van de dag / week/ maand/ jaar zitten herkenningspunten. Welke herkenningspunten Kun je hierbij bedenken? Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 8
2 PERSOONLIJKE COMPETENTIE (Blauw) 1. Hoe kun je kinderen op de groep helpen bij het verkennen van eigen mogelijkheden? 2. Hoe help je kinderen te leren van hun emoties zoals; plezier, verdriet, angst, boosheid? 3. Op welke wijze m.b.t. het kiezen van een activiteit kun je kinderen de ruimte bieden voor eigen initiatief? 4. Leg eens m.b.t. activiteiten uit, wat het verschil is tussen het proces en het product. 5. Op welke wijze, m.b.t. de inrichting houd je rekening met de ontwikkeling van kinderen? 6. Op welke wijze zorg je ervoor dat kinderen worden uitgedaagd om te ontdekken? 7. Wij benutten de groep als sociale leeromgeving. Geef minstens 2 voorbeelden. 8. Op welke wijze kun je kinderen gelegenheid bieden om op hun eigen manier uiting te geven aan hun creativiteit? 9. Wat is er voor nodig om als kind echt gezien te worden? 10. Welke rol hebben wij m.b.t. het omgaan met (spel)materiaal)? Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 9
3 SOCIALE COMPETENTIE (Rood) 1. kinderen hebben op jouw groep ruzie met elkaar, wat doe je? 2. Noem 2 dingen die kinderen stimuleren om elkaar complimentjes te geven. 3. Hoe zorg je ervoor dat kinderen contact maken met elkaar? 4. Noem 3 activiteiten waarmee kinderen goed kunnen leren samenwerken? 5. Op welke wijze gebruik je eet en drinkmomenten als een sociaal moment? 6. Op welke wijze betrek je kinderen bij de dagelijkse uitvoering van activiteiten? 7. Op welke wijze kun je kinderen inspraak geven in het activiteiten aanbod. 8. Welke keuzes maak je als je voor je groep materiaal mag aanschaffen? 9. Op welke wijze geef je kinderen de gelegenheid om hun kwaliteit te tonen? 10. Op welke wijze zorg je voor een balans tussen de behoefte aan spanning, rust, gezelligheid en uitdaging? Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 10
4 OVERDRACHT VAN WAARDEN EN NORMEN (Geel) 1)Ik ben bewust van mijn voorbeeldfunctie. (vul in) Hierdoor? 2)Op welke wijze kan je ervoor zorgen dat iedereen zich in de groep welkom voelt? 3)Op welke wijze maak je met de kinderen afspraken over wat wel en niet kan in het kindercentra? 4)Op welke wijze ga je om met eigen dingen van een kind? 5)Op welke wijze begeleid je kinderen om respectvol met een ander om te gaan? 6)Op welke wijze geef je aan kinderen de ruimte om eigen keuzes te maken? 7)Op welke wijze geef je kinderen de gelegenheid tot inspraak in de groep? 8)Op welke wijze kan je op de groep aandacht hebben voor waarden en normen? 9)Hoe reageer je als een kind zich in de groep racistisch uitlaat? 10)Vind je dat verschillende culturen terug moeten komen in het (spel)materiaal? Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 11
5 PERSOONLIJKE VRAGEN (Wit) 1. Vertel aan de groep wat in deze gastles het meeste indruk op je hebt gemaakt. 2. Vertel aan de groep wat je kwaliteiten zijn. 3. Vertel aan de groep wat je hobby is. 4. Vertel aan de groep wat je zo leuk vindt aan je werk (stageplaats) 5. Vertel aan de groep wat de naam is van de directeur. (school) 6. Vertel aan de groep bij welke organisatie je het liefst zou willen werken en waarom. 7. Vertel aan de groep wat jij zou doen als je de baas van een kindercentra zou zijn 8. Vertel aan de groep tot welke sociale groep(en) je behoor. 9. Vertel aan de groep waar je trots op bent. 10. Vertel aan de groep wat je liefste wens is. 11. Vertel aan de groep wat je bewondert aan iemand. 12. Vertel aan de groep wat je nog graag zou willen leren. 13. Vertel aan de groep wat je van deze dag had verwacht. 14. Vertel aan de groep hoe je vanmorgen bent opgestaan. 15. Vertel aan de groep wat je belangrijk vindt bij het inrichten van een ruimte. Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 12
6 PERSOONLIJKE OPDRACHTEN (Orange) 1. Kies een opdracht uit de rode stapel en geef die aan je rechter buurvrouw/buurman. 2. Kies een opdracht uit de gele stapel en geef die aan je linker buurvrouw/buurman. 3. Kies een opdracht uit de groene stapel en geef die aan je linker buurvrouw/buurman. 4. Kies een opdracht uit de blauwe stapel en geef die aan je rechter buurvrouw/buurman. 5. Kies een opdracht uit de paarse stapel en geef die aan je over- buurvrouw/buurman. 6. Kies een opdracht uit de paarse stapel en beantwoord die zelf. 7. Pak de bovenste opdracht uit de paarse stapel en beantwoord die zelf. 8. Kies een opdracht uit de groene stapel en geef die aan je rechter buurvrouw/buurman. 9. Kies een opdracht uit de gele stapel en geef die aan je rechter buurvrouw/buurman. 10. Kies een opdracht uit de rode stapel en geef die aan je over- buurvrouw/buurman. Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 13
Bijlage 4 Evaluatieformulier Klas: Docent: Datum: Gastspreker: Organisatie gastspreker: 1) Wat vond je van de inhoud? Onvoldoende voldoende goed Opmerking: 2) Wat vond je van de presentatie? Onvoldoende voldoende goed Opmerking: 3) Wat vond je van het onderwerp? Onvoldoende voldoende goed Opmerking: 4) Wat vond je van het lesmateriaal dat is gebruikt tijdens en vooraf aan de gastles? Onvoldoende voldoende goed 5) Wat zijn tips voor verbetering? 6) Waar ga je zeker op letten in de praktijk? Gastles 1: basishouding werken in de KO versie 0612 14