Toelichting zeven dimensies

Vergelijkbare documenten
TOELICHTING ZEVEN DIMENSIES PEDAGOGISCH EXPERTSYSTEEM ZIEN! VOOR HET PRIMAIR ONDERWIJS

TOELICHTING ZEVEN DIMENSIES PEDAGOGISCH EXPERTSYSTEEM ZIEN! VOOR HET PRIMAIR ONDERWIJS

Observatiekladblok ZIEN!

Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012

Ouderinformatie over ZIEN!

Stellingen leerlingvragenlijst

Stellingen en normering leerlingvragenlijst

Stellingen. toelichtingen

Betrokkenheid. Competentie. De behoefte aan competentie wordt vervuld.

Stellingen en toelichtingen Groep 1-4. Betrokkenheid. oktober

ZIEN! Pedagogisch Expertsysteem voor het PO Tussen voelen, willen,denken en doen!

Stellingen en normering leerlingvragenlijst

Doel. De categorieën binnen ZIEN! Je kunt er wat mee. Twee graadmeters, vijf vaardigheden

Leer- en ontwikkelingslijnen jonge kind (ZONDER extra doelen) - versie aug Naam leerling. Sociaal-emotionele ontwikkeling Betrokkenheid

ZIEN!leerlingvragenlijst BETROKKENHEID WELBEVINDEN. Dit klopt soms. Dit klopt vaak. Dit klopt (bijna)nooit. Dit klopt (bijna) altijd

Aansluiting zoeken en houden bij een groep. Toelichting bij deze handelingssuggestie Aanpak Leerdoelen... 2

SCOL Sociale Competentie Observatielijst. Analyse doelen Jonge kind

BELEIDSPLAN SOCIAAL EMOTIONELE ONTWIKKELING EN SOCIALE VEILIGHEID

Prentenboeken kikker Gebruiksmogelijkheden in het kader van Waarnemen > Begrijpen > plannen > realiseren

DAT KINDEREN EEN ANDER PLAGEN IS HEEL GEWOON, MAAR BIJ PESTEN IS ER EEN SLACHTOFFER WAAROVER EEN KIND OFMEER KINDEREN DE BAAS SPELEN.

UIT DE STOKLAND GEKLAPT 3. Er is weer veel gebeurd op de Stokland..dus: tijd voor een nieuwe UDSG, om even achter- en vooruit te blikken.

team De gelukkige groep

Toelichting bij deze handelingssuggestie Stellingen uit de leerkracht- en leerlingvragenlijst Aanpak Leerdoelen...

Pedagogisch klimaat. Na.v. leerling-ouder en personeel enquête Beoordeling uitslagen

Visie (Pedagogisch werkplan)

Inhoud. Veenendaal, Onderwerp: verantwoording van ons onderwijs. Beste ouder(s)/verzorger(s),

De doelen van de kanjertraining:

Onderzoeksaanvraag school

Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden

Gemiddelde. Gemiddelde

Doel. De categorieën binnen ZIEN! Je kunt er wat mee. Twee graadmeters, vijf vaardigheden

Competenties verbonden aan het ComPas

Protocol gewenst gedrag

GEDRAGSPROTOCOL. (anti pestgedrag) Basisschool De Boomgaard Dieren

HANDBOEK ZIEN! CBS De Regenboog Zandbos DE Hoofddorp

SOCIALE VAARDIGHEDEN: contactsleutels

Verantwoording van ons onderwijs

Nieuwsbrief De Vreedzame School

1 Het sociale ontwikkelingstraject

Aanpassingen Leer- en ontwikkelingslijnen jonge kind SEO

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan

Onderwijsgemeenschap Titus Brandsma, Hengelo, Ouder vragenlijst oktober 2014 De Akker

vaardigheden - 21st century skills

Sofie en Sam uit groep 5 en Vanity uit groep 6 hebben hun tafeltjesdiploma gehaald. Toppie! Super gedaan.

Ik heb een ziekte, maar ik ben die ziekte niet!

Leerlijnen jonge kind (ZONDER extra doelen) - versie november Naam leerling. Sociaal-emotionele ontwikkeling Betrokkenheid

Bijlage 2 Competentieprofiel leerling

Externe benchmark Aantal scholen: 692 Benchmark cijfer scholen Hoogste cijfer scholen Laagste cijfer scholen Cijfers Ouders Mariaschool 2016

Basisschool 't Maxend, Nistelrode, Ouders

Kwaliteitsvragenlijst

Behandel een kind zoals die is, en het zal zo blijven. Behandel het kind zoals het kan zijn, en het zal zo worden.

GROTE OUDER- EN LEERLINGENENQUETE 2010

THEMA SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING Kern Subkern 0-4 groep 1-2 groep 3-6 groep 7-8 Onderbouw vo Bovenbouw vmbo Bovenbouw havo-vwo

Leerlijnen jonge kind (MET extra doelen) - versie juli Naam leerling. Sociaal-emotionele ontwikkeling Betrokkenheid

Borgloschool, locatie Groenewold, Deventer, Ouders

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. Naam: Datum:

Pedagogisch beleidsplan Fris! Kinderdagverblijven

Achtergrond. Missie Onze missie op basis van deze situatie luidt:

De leerkracht stelt duidelijke opbrengst- en inhoudsdoelen op en geeft concreet aan wat verwacht wordt van het werken in de klas en de omgang met

Pedagogisch beleid in Brede School de Waterlelie, Prinsenhof te Leidschendam

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Pedagogisch beleid Kinderdagverblijf de Harlekijn

DE 12 VAN DOK12. Dit ben ik

Visie op ouderbetrokkenheid

Beoordelingsrapport. Keimaat is een product van b&t begeleiding en training B.V.

Toelichting op het SCOL normeringsonderzoek

Heleen Schoots-Wilke

Bekijk het maar! met Suus & Luuk

Hoofdstuk 4: De gehele periode van wennen 6

Een innovatief behandelprogramma voor jongeren ( jaar) Aangevuld en verrijkt met evidence en practice based methodieken

Competenties / bekwaamheden van een daltonleerkracht

Observatielijst Zelfregulatie in het Onderwijs

Leer- en ontwikkelingslijnen 2-7 jaar (ZONDER extra doelen) - versie januari Naam leerling. Sociaal-emotionele ontwikkeling Betrokkenheid

Gemiddelde. BOp school komt mijn kind in aanraking met maatschappelijke en actuele thema's (onder andere het milieu en de politiek).

Kanjerbeleid Samenvatting voor ouders

UITWERKING KOERS BEST ONDERWIJS

Protocol. Pestprotocol

T: Instructies en procedures opvolgen. 1.2.Bereidt de uitvoering

Beleid Kanjertraining op De Meeander

Intakevragenlijst school

Thermometer leerkrachthandelen

Inhoudsopgave. Visie 3. Kernwaarden. 4. Zorgstructuur. 5. Zorgniveau 1 6. Zorgniveau Zorgniveau 3 9. Zorgniveau Zorgniveau 5.

ADHD en lessen sociale competentie

Voorbeeldvragen en antwoorden helpdesk

Beleid Kanjertraining

Verbindingsactietraining

Transcriptie:

Toelichting zeven dimensies Expertsysteem ZIEN! voor het primair onderwijs December 2009 ZIEN! is een product van, in samenwerking met ParnasSys

Inhoudsopgave Zeven dimensies 3 1. De kwaliteitsdimensies of graadmeters 3 1.1. Betrokkenheid (BT) 3 1.2. Welbevinden (WB) 4 2. De vaardigheidsdimensies of sociale vaardigheden 4 2.1. Sociaal initiatief (SI) 5 2.2. Sociale flexibiliteit (SF) 5 2.3. Sociale autonomie (SA) 5 2.4. Impulsbeheersing (IB) 6 2.5. Inlevingsvermogen (IL) 6 2

Zeven dimensies ZIEN! hanteert zeven dimensies. Twee graadmeters, welbevinden en betrokkenheid, die een signaalfunctie hebben en vijf vaardigheidsdimensies die relevante informatie geven over de ontwikkelbehoeften van een leerling op sociaal-emotioneel gebied. Per dimensie wordt nu een toelichting gegeven. 1. De kwaliteitsdimensies of graadmeters Betrokkenheid en Welbevinden zijn twee graadmeters die aangeven of het kind in staat is om te profiteren van het onderwijsaanbod. Als dat het geval is, zegt ZIEN! dat er niet direct grote reden tot zorg is. Er zullen geen indicatie-uitspraken worden gegeven. Positief is dat een leerkracht veel mogelijkheden heeft om betrokkenheid en welbevinden te beinvloeden. Wanneer bij meerdere kinderen de betrokkenheid en/of het welbevinden matig of onvoldoende is, is het verstandig dat een leerkracht voor zichzelf reflecteert of in de voorwaardelijke sfeer dingen aangepast kunnen worden. Bijvoorbeeld meer uitdaging bieden of duidelijker regels stellen en handhaven. Als dat in orde is, kan bekeken worden hoe op individueel niveau het kind ondersteund kan worden. 1.1. Betrokkenheid (BT) Een hoge betrokkenheid wordt zichtbaar in geconcentreerd, aanhoudend en tijdvergetend bezig zijn. Dit gaat gepaard met veel energie, dat zich weer uit in nauwkeurigheid, verwoording, reactiesnelheid en mimiek en houding. Een hoge betrokkenheid op het activiteitenaanbod op school laat emotioneel welzijn zien. Een hoge betrokkenheid betekent dat ontwikkeling plaatsvindt. Een kind dat gedurende een langere periode op de automatische piloot bezig is met de schoolse activiteiten of zich zelfs geheel niet betrokken toont, verdient per definitie onze zorg. Een hoge betrokkenheid vertelt ook: dit kind ontwikkelt zich ook daadwerkelijk door ons activiteitenaanbod! 3

1. Heeft plezier in wat het doet. 1. Heeft plezier in het schoolwerk (de kernvakken). 2. Gaat een tijd lang geconcentreerd op in de 2. Gaat geconcentreerd op in het werk op school activiteit. (kernvakken). 3. Toont belangstelling voor het 3. Toont belangstelling voor de kernvakken. activiteitenaanbod. 4. Toont doorzettingsvermogen. 4. Toont doorzettingsvermogen bij de kernvakken. 1.2. Welbevinden (WB) Echt kunnen genieten, je in je element voelen, ontspannen zijn, in contact zijn met jezelf en de omgeving, je tijdig over frustraties heen kunnen zetten. Het zijn kenmerken van een kind dat zich welbevindt. Je welbevinden is een voorwaarde om maximaal te kunnen profiteren van het onderwijsleeraanbod. Het is ook een voorwaarde om op sociaal gebied te kunnen leren. Daarom neemt ook deze graadmeter een belangrijke plaats in binnen ZIEN!. 5. Komt opgewekt over. 5. Komt opgewekt over. 6. Maakt een vitale, levenslustige indruk. 6. Maakt een vitale, levenslustige indruk. 7. Komt ontspannen en open over. 7. Komt ontspannen en open over. 8. Gaat graag naar school. 8. Gaat graag naar school. 2. De vaardigheidsdimensies of sociale vaardigheden ZIEN! geeft pas indicatie-uitspraken die betrekking hebben op een sociale vaardigheid als ook het welbevinden matig of onvoldoende is. Het kan namelijk goed zijn dat eventuele beperkingen op het gebied van sociale vaardigheden het kind belemmeren niet in de mate dat het niet meer mee doet of slecht in zijn vel zit. In dat geval is de leerkracht blijkbaar goed in staat om de minder ontwikkelde vaardigheden te compenseren. Bijvoorbeeld door een positief pedagogisch klimaat, door emotionele ondersteuning of door duidelijke regels. De leerkracht blijft de professional die het kind het beste kent. Hij kan altijd besluiten om een kind toch extra ondersteuning te bieden als blijkt dat een vaardigheid in mindere mate aanwezig is of wordt toegepast. Want al de volgende vaardigheden zijn nodig om op een adequate manier de sociaalemotionele ontwikkeltaken te volbrengen. Hierbij gaat het om: 1. vriendschap te sluiten 2. ruzies en conflicten oplossen 3. een ander te helpen 4. samen werken 5. aansluiting zoeken bij een groep Binnen ZIEN! zijn deze vijf vaardigheden geselecteerd omdat het direct te beinvloeden leerlingkenmerken zijn. Het heeft in onze ogen vooral zin om die aspecten van de ontwikkeling in kaart te brengen waar ook invloed op uitgeoefend kan worden. Een andere reden voor het kiezen van deze vaardigheden is dat het zicht geeft op de achtergrond van het wel of niet aanwezig zijn van vaardigheden. Het gaat daarmee veel verder dan het beschrijven van symptomen! 4

2.1. Sociaal initiatief (SI) Contact maken met anderen en dat op een handige manier doen, toont sociaal initiatief. Het kind voelt zich competent in de omgang met anderen en is niet sociaal angstig. Sociaal angstige kinderen kunnen teruggetrokken zijn, maar sociale angst kan zich ook uiten in clownesk of agressief gedrag. Aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten is cruciaal voor een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. De mate waarin een kind uit eigen beweging af durft te stappen op kinderen en de wijze waarop het contact legt bepaalt voor een belangrijk deel of deze aansluiting al dan niet slaagt. Ook de kwaliteit van het samen spelen en werken wordt hierdoor beïnvloed. 9. Stapt uit eigen beweging op anderen af. 9. Stapt uit eigen beweging op anderen af. 10. Heeft duidelijk een eigen inbreng tijdens gezamenlijke activiteiten. 10. Heeft duidelijk een eigen inbreng tijdens gezamenlijke activiteiten. 11. Vertelt uit zichzelf in de groep. 11. Vertelt uit zichzelf in de groep. 12. Spreekt uit eigen beweging met andere kinderen. 12. Spreekt uit eigen beweging met andere kinderen. 2.2. Sociale flexibiliteit (SF) Soepel kunnen schakelen in wisselende sociale situaties, je goed kunnen redden in meer open situaties, compromissen kunnen sluiten, een standpunt ook eens los kunnen laten. Al deze vaardigheden maken dat iemand als meer of minder flexibel beleefd wordt in het sociale verkeer. Sociale flexibiliteit beïnvloedt de kwaliteit van de interacties met anderen. Het samen spelen en werken verloopt bijvoorbeeld soepeler. Leerlingen met een goede sociale flexibiliteit beschikken bovendien over een groter gedragsrepertoire. Ze zijn beter in staat in te spelen op de sociale situaties. Ze kunnen zich makkelijk aanpassen en afstemmen op de omgeving gaat relatief eenvoudig. Een gebrekkige sociale flexibiliteit anderzijds, maakt bijvoorbeeld dat het samen spelen of leren stroef kan lopen of zelfs uitmondt in spanningen. In die zin valt sociale flexibiliteit als een maatschappelijk zeer relevante sociale competentie te beschouwen. 13. Sluit makkelijk een compromis met een medeleerling. 13. Sluit makkelijk een compromis met een medeleerling. 14. Staat open voor nieuwe plannen, ideeën en activiteiten. 14. Staat open voor nieuwe plannen, ideeën en activiteiten. 15. Laat een eigen werkwijze of eigen idee makkelijk los. 15. Laat een eigen werkwijze of eigen idee makkelijk los. 16. Toont veerkracht. 16. Toont veerkracht. 2.3. Sociale autonomie (SA) Hieronder verstaan we het hebben van een eigen mening in contacten met anderen. Dat komt tot uitdrukking in het hebben van eigen interessegebieden, hobby's en voorkeuren. Beschikken over 'eigenheid' bevordert dat je bij eigen keuzes kunt blijven, groepsdruk kunt weerstaan en niet al te afhankelijk bent van wat anderen van je vinden. Eigenheid werkt positief door in de aandachtsconcentratie in de klas, het maakt ook dat een leerling beter zelfstandig kan werken. Het hebben van een duidelijke eigen inbreng werkt doorgaans ook positief door in 5

het contact met medeleerlingen. Het omgekeerde geldt uiteraard ook. Het werkklimaat in een groep kan flink verstoord raken wanneer bij een groep leerlingen de eigenheid in het geding is. 17. Zegt wat het ergens van vindt. 17. Zegt wat het ergens van vindt. 18. Komt verbaal voor zichzelf op. 18. Komt verbaal voor zichzelf op. 19. Maakt eigen keuzes. 19. Maakt eigen keuzes. 20. Regelt eigen zaken. 20. Regelt eigen zaken. 2.4. Impulsbeheersing (IB) We bedoelen hiermee het kunnen controleren en corrigeren van je eigen gedrag in het verkeer met anderen. Impulsief zijn is zeker niet per se negatief. Het gaat niet zelden hand in hand met spontaniteit. Beschikken over voldoende impulsbeheersing is echter wel nodig om de ander en/of het andere recht te doen. Om niet door te slaan in ruimtenemend gedrag. Want dat zet de kwaliteit van de sociale interactie met anderen onder druk. Met als risico dat de leerling in de contacten met anderen irritatie, onbegrip en afwijzing ontmoet. Beschikken over voldoende impulsbeheersing werkt bovendien positief door in de aandachtsconcentratie in de klas. Evenals in de werkhouding. 21. Praat niet voor zijn beurt. 21. Praat niet voor zijn beurt. 22. Denkt na voor het iets onderneemt, heeft controle over eigen gedrag. 22. Denkt na voor het iets onderneemt, heeft controle over eigen gedrag. 23. Eist weinig aandacht op. 23. Eist weinig aandacht op. 24. Houdt zich aan de regels. 24. Houdt zich aan de regels. 2.5. Inlevingsvermogen (IL) De leerling toont tijdens de les en/of daarbuiten begrip voor de gedachten en gevoelens van een ander. Hij kan afstemmen op de behoeften van anderen. Leerlingen met een goed inlevingsvermogen dragen doorgaans positief bij aan het groepsklimaat. Het zijn kinderen met een sociale antenne. Het beschikken over zo n sociale antenne is voorwaarde om kwalitatief goed contact met anderen te hebben. Soms beschikken leerlingen in potentie best over inlevingsvermogen, maar tonen zij dit onvoldoende in contacten met medeleerlingen. Bijvoorbeeld als gevolg van een gebrekkige impulsbeheersing. Beschikt een leerling daadwerkelijk over onvoldoende inlevingsvermogen dan is dit per definitie een belangrijk punt van zorg. De sociale leerbaarheid is dan feitelijk in het geding. 25. Luistert met aandacht naar wat anderen zeggen of vertellen. 25. Luistert met aandacht naar wat anderen zeggen of vertellen. 26. Toont belangstelling voor wat andere kinderen zeggen of doen. 26. Toont belangstelling voor wat andere kinderen zeggen of doen. 27. Zegt aardige dingen tegen medeleerlingen. 27. Zegt aardige dingen tegen medeleerlingen. 28. Gedraagt zich behulpzaam. 28. Gedraagt zich behulpzaam. 6