Antwoordmodel - In de ruimte



Vergelijkbare documenten
Antwoordmodel - Kwadraten en wortels

Antwoordmodel - Vlakke figuren

Oefentoets - Lineaire problemen

Willem-Jan van der Zanden

Antwoordmodel oefentoets - Formules en grafieken

8.1 Inhoud prisma en cilinder [1]

Doorsnede inhoud vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

1 kraan: dit is een M/G/1/ / rij. P 0 = 1 ρ = = 0.2 (3 pnt) e) = (4 2. = (3 pnt) E r (t) = Er(n) = = uur.

1. rechthoek. 2. vierkant. 3. driehoek.

Stap 1: Ga naar Stap 3: Gebruik de pijltjes om te navigeren tussen de bladzijden.

Hoofdstuk 4: Meetkunde

Oefentoets - Grafieken

Bij deze PTA-toets hoort een uitwerkbijlage, die behoort bij opdracht 4c. Pagina 1 van 8. Vestiging Westplasmavo

Thema: Ruimtelijke figuren vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Thema: Ruimtelijke figuren vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

1. De benodigde hoeveelheid arbeidskrachten blijft gelijk. 2. De opbrengst voor komend jaar moet meer dan 140 miljoen euro bedragen.

wiskunde B havo 2015-II

Extra oefenmateriaal H10 Kegelsneden

Oppervlakte en inhoud van ruimtelijke figuren

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Oefenexamen wiskunde vmbo-tl Onderwerp: meetkunde H2 H6 H8 Antwoorden: achterin dit boekje

REKENEN. Les Probleemoplossend Rekenen. Hoofdstuk 13 -

10 Afstanden. rood. even ver van A als van C even ver van A, van C en van E. 10 m. blauw

Homogene groepen, de balk

Hoofdstuk 6 Inhoud uitwerkingen

Met behulp van deze gegevens kan worden berekend welke maximale totale behoefte aan elektrische energie in Nederland er voor 2050 wordt voorspeld.

wiskunde CSE GL en TL

wiskunde CSE GL en TL

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 maandag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur

1. Ik kan vormen en figuren herkennen en gebruiken met bijbehorende wiskundige vaktaal.

Hoofdstuk 2 Oppervlakte en inhoud

Aanzichten en inhoud. vwo wiskunde C, domein G: Vorm en ruimte

Thema: Ruimtelijke figuren vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Extra opgaven Aanzichten, oppervlakte en inhoud

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 15 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Thema 10: Ruimtelijke figuren vmbo-b12

Uitwerkingen oefenopdrachten WEX6

2.1 Cirkel en middelloodlijn [1]

04 Meetkunde. hoofdstuk. 4.1 Uitslagen

Grensvlakken en ribben vmbo-kgt12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Let op: Indien van toepassing: schrijf berekeningen bij de opdrachten. Gebruik bij de tekeningen een passer en geodriehoek/hoekmeter.

f) (9 pnt) Wat is bij Wachtebeke de gemiddelde wachttijd voor een vrachtwagen voordat hij gelost wordt?

Herhalingsles 2 Meetkunde 1 Weeroefeningen

Eindexamen wiskunde B havo I

Hoofdstuk 3: De stelling van Pythagoras

1 Wiskunde, zeker. 1, 2, 3, 5, 6, 7. 8, 10, 11, 12 en 13 eurocent. duimstok Timmerman Hoe lang iets is.

De basiselementen van Markov-ketens zijn:

Hoofdstuk 1 - Inleiding ruimtefiguren

A. Cooreman. 6 MV 3D volume, constructies en problemen

Efficientie in de ruimte - leerlingmateriaal

5.7. Boekverslag door P woorden 11 januari keer beoordeeld. Wiskunde B

Voorbereiding : examen meetkunde juni - 1 -

wiskunde CSE GL en TL

Wiskunde. Hoofdstuk 1 en hoofdstuk 5, paragraaf 5.1, 5.2 en 5.3 kennen en kunnen.

Spelen met passer en liniaal - werkboek

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde

5.0 INTRO. Hoofdstuk 5 DE RUIMTE IN

Thema 02 a: Meetkunde 1 vmbo-b12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

5.1 Punten, lijnen en vlakken [1]

6.1 Rechthoekige driehoeken [1]

Afsluitende Opdrachten

E = mc². E = mc² E = mc² E = mc². E = mc² E = mc² E = mc²

Werken met primitieven deel 1.

7 a. 8 a. de Wageningse Methode Antwoorden H24 GONIOMETRIE HAVO 1

Hoofdstuk 2 boek 1 havo b Oppervlakte en inhoud.

1 Junior Wiskunde Olympiade : tweede ronde

Handig met getallen 4 (HMG4), onderdeel Meetkunde

Uitwerkingen oefenopdrachten or

Hoofdstuk 1 LIJNEN IN. Klas 5N Wiskunde 6 perioden

handleiding pagina s 1005 tot Handleiding 1.2 Huistaken nihil 2 Werkboek 3 Posters 4 Scheurblokken bladzijden 122, 147, 150 en Cd-rom

Kaas. foto 1 figuur 1. geheel aantal cm 2.

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Achter het correctievoorschrift zijn twee aanvullingen op het correctievoorschrift opgenomen.

Hoofdstuk 8 - Ruimtefiguren

handleiding pagina s 434 tot Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 12: bladzijde Werkboek

7 a. 8 a. de Wageningse Methode Antwoorden H24 GONIOMETRIE HAVO 1

Tweepuntsperspectief I

Eindexamen wiskunde vmbo gl/tl I OVERZICHT FORMULES: omtrek cirkel = π diameter. oppervlakte cirkel = π straal 2

wiskunde B bezem havo 2017-I

Voorbeeldexamen Wiskunde B Havo

2. Antwoorden meetkunde

Extra oefeningen hoofdstuk 12: Omtrek - Oppervlakte - Inhoud

Antwoorden De juiste ondersteuning

Oppervlakte ruimtelijke figuren

Wiskunde Opdrachten Vlakke figuren

Wiskunde Uitwerkingen Leerjaar 1 - Periode 3 Meetkunde 3D Hoofdstuk 4 t/m 7

Eindexamen wiskunde B havo II

Meetkunde. MBO Wiskunde Niveau 4 - Leerjaar 1, periode 3

Noordhoff Uitgevers bv

Les 1 Oppervlakte driehoeken. Opl. Les 2 Tangens, sinus en cosinus. Aantekening HAVO 4B Hoofdstuk 2 : Oppervlakte en Inhoud

Oefenopgaven Stelling van Pythagoras.

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Transcriptie:

Antwoordmodel - In de ruimte Vraag 1 Welke ruimtefiguren (of delen van) herken je op de volgende foto s? a Foto 1. Balk, prisma, cilinder en kubus. b Foto 2. Cilinder, balk, kubus en prisma c Foto 3. Balk, kubus, piramide, cilinder en kegel. Vraag 2 Geef aan welke figuur bij welke uitslag hoort. 1. Prisma Uitslag A 2. Kubus Uitslag C 3. Balk Uitslag B Vraag 3 a Uit hoeveel blokjes bestaat onderstaand bouwwerk? Figuur 1: Bouwwerk 1

Tel de blokjes bijvoorbeeld laag per laag. Van onder naar boven geeft dat: 18 + 8 + 4 + 3 + 1 = 34 blokjes. b Wat zijn de afmetingen van de grootst mogelijke kubus die je met deze blokjes kan maken? Hoeveel blokjes hou je over? Begin bij de kleinst mogelijke kubus en kijk wanneer je het aantal beschikbare blokjes overschrijdt. Dit geeft: 1 bij 1 bij 1 kubus: 1 blokje. 2 bij 2 bij 2 kubus: 2 2 2 = 8 blokjes. Ok. 3 bij 3 bij 3 kubus: 3 3 3 = 27 blokjes. Ok. 4 bij 4 bij 4 kubus: 4 4 4 = 64 blokjes. Niet ok. Dus de afmetingen van de grootst mogelijke kubus zijn 3 bij 3 bij 3 blokjes. Er blijven 34 27 = 7 blokjes over. c Hoeveel blokjes heb je meer nodig om er een kubus van 4 bij 4 bij 4 cm van te maken? Een kubus van 4 bij 4 bij 4 blokjes bestaat uit 64 blokjes (zie hierboven). Dus er moeten 64 34 = 30 blokjes bijkomen. Vraag 4 De volgende vragen gaan over figuur 2. Figuur 2: Figuur bij vraag 4 a Hoeveel ribben heeft het bouwwerk? En hoeveel hoekpunten? Lees af uit de figuur. Het bouwwerk heeft 18 ribben en 12 hoekpunten. VWO b Een bekende wiskundige heeft ooit de volgende formule bedacht: aantal grensvlakken = aantal ribben aantal hoekpunten + 2 Gebruik je gevonden antwoorden bij vraag a om deze formule in te vullen. Lees nu uit figuur 2 het aantal grensvlakken af. Komen je antwoorden overeen? Vul in de formule in: aantal ribben = 18 en aantal hoekpunten = 12. Dit geeft: aantal grensvlakken = 18 12 + 2 = 8 grensvlakken. Lees vervolgens uit de figuur het aantal grensvlakken af en je ziet dat dit overeenkomt. 2

Vraag 5 Het begin van de balk ABCDEFGH is in figuur 3 getekend. Figuur 3: Figuur bij vraag 5 a Neem de figuur over in je schrift en maak hem af. Zie figuur 4. Figuur 4: Antwoord vraag 5a b Welke ribben komen samen in hoekpunt B? Lees af uit de figuur. De ribben AB, BC en BF komen samen in hoekpunt B. c In welke grensvlakken ligt de ribbe DH? Lees af uit de figuur. De ribbe DH ligt in grensvlakken ADHE en CDHG. De afmetingen zijn AB = 5cm, BC = 4cm en DH = 2, 5cm. 3

d Teken de uitslag van de balk. Zie figuur 5. Figuur 5: Antwoord vraag 5d e Kleur de onderzijde (in figuur 3) van de balk rood in je uitslag. Zie figuur 6. Figuur 6: Antwoord vraag 5e 4

Vraag 6 f Denkbeeldig loop je (zonder omwegen) over de balk volgens de route A B F G C. Hoeveel cm heb je nu gelopen? Tel de lengte van de ribben die je passeert op. Je krijgt: AB + BF + F G + GC = 5 + 2, 5 + 4 + 2, 5 = 14 cm. a Teken een rechthoek PQRS met PQ = 3 cm en PS = 7 cm. Zie figuur 7. b Teken de diagonalen van de rechthoek. diagonalen. Zie figuur 7. c Teken een cirkel met als diameter PR Zet een M bij het snijpunt van de Aanwijzing: zet de punt van je passer op M en het potlood van je passer op R. Zie figuur 7. d Teken een cirkel met middelpunt hoekpunt R en straal 2 cm. Hoeveel cm is de middellijn van deze cirkel? Aanwijzing: zet de punt van je passer op R en het potlood van op precies 2 cm afstand (bijvoorbeeld op de lijn RQ). Zie figuur 7. De middellijn is het dubbele van de straal, dus 4 cm. Figuur 7: Antwoord vraag 6 5

Vraag 7 Teken een driehoek ABC met AB = 4 cm en AC = BC = 3, 5 cm. Teken eerst de lijn AB. Zet vervolgens de punt van je passer in A en teken een cirkel met straal 3, 5cm. Herhaal dit met de punt van je passer in punt B. Het snijpunt van de twee cirkels is het punt C. Het resultaat staat in figuur 8. Figuur 8: Antwoord vraag 7 Vraag 8 a Een prisma heeft een achthoekig grondvlak. prisma? En hoeveel grensvlakken? Hoeveel hoekpunten heeft dit Er zitten acht hoekpunten in het grondvlak en acht hoekpunten in het bovenvlak. Dus dit prisma heeft 8 + 8 = 16 hoekpunten. Het aantal grensvlakken is 10 (een boven- en ondervlak en acht vlakken langs de zijkant). b Hoeveel ribben heeft het prisma uit vraag a? Het boven- en ondervlak bevatten ieder acht ribben. Langs de zijkant zitten ook acht ribben. Totaal heeft dit prisma dus 8 + 8 + 8 = 24 ribben. c Een piramide heeft een achthoekig grondvlak. Hoeveel ribben heeft deze piramide? Er bevinden zich acht ribben in het grondvlak en er zijn acht opstaande ribben. In totaal heeft deze piramide dus 8 + 8 = 16 ribben. d Een piramide heeft zes hoekpunten. Hoeveel grensvlakken heeft deze piramide? Één hoekpunt is de top dus er blijven vijf hoekpunten over voor het grondvlak. Dat betekend dat er vijf opstaande vlakken zijn. Samen met het grondvlak geeft dat zes vlakken. 6

Dit document is samengesteld door onderwijsbureau Bijles en Training. Wij zijn DE expert op het gebied van bijlessen en trainingen in de exacte vakken, van VMBO tot universiteit. Zowel voor individuele lessen op maat als voor doelgerichte groepstrainingen die je voorbereiden op een toets of tentamen. Voor meer informatie kun je altijd contact met ons opnemen via onze website: http://www.wiskundebijlessen.nl of via e-mail: marc bremer@hotmail.com. Disclaimer Alle informatie in dit document is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Toch is het niet uit te sluiten dat informatie niet juist, onvolledig en/of niet up-to-date is. Wij zijn hiervoor niet aansprakelijk. Op geen enkele wijze kunnen rechten worden ontleend aan de in dit document aangeboden informatie. Auteursrecht Op dit document berust auteursrecht. Het is niet toegestaan om dit document zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur te kopieren en/of te verspreiden in welke vorm dan ook. 7