TRAINING interactievaardigheden BSO



Vergelijkbare documenten
TRAINING interactievaardigheden BSO

TRAINING interactievaardigheden BSO

Spel en sociaal spel in ontwikkelingsperspectief. Masterclass Simeacongres, Lunteren Lilian van der Bolt

TRAINING interactievaardigheden BSO

Gespreksspel. gespreksspel. Ontdek meer over elkaars pleegzorg-ervaringen. Ontdek meer over elkaars pleegzorgervaringen

Training. Vergaderen

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus

Meningsvorming: jij en vluchtelingen

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Grenzen stellen Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van jaar

In je kracht. Werkboek voor deelnemers

TOOLBOX TOOLBOX. Betekenisvol Contact AAN DE SLAG MET DE. Draaiboek voor twee trainingsbijeenkomsten

Workshop samen talenten benutten

Spelkaartjes behorende bij spelbord Pak een Puk!, thema Spel

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie

Wie ben jij? HANDLEIDING

DUUR WAT HOE MATERIAAL

Spelregels voor de kaarten Beroepskwaliteiten en Leerpunten. Het Beroepskwaliteitenspel

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Rouw en verlies Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van kinderen van 8-12 jaar

Wat is Kraak kracht? Kraak kracht

Trainershandleiding Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar

Inhoud Trainersmap Verdieping

leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen

De kinderen zitten in een hoefijzeropstelling, omdat er iets gaan gebeuren vooraan in de klas. Iedereen moet dat goed kunnen zien.

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van jaar

Advies en verkoopvaardigheden

Les 3 Radboud Kids: Meet the professor Voor de leraar

Prettige en niet prettige aanrakingen

Geloofsopvoeding 3. Leeftijd: Soort bijeenkomst: Soort werkvorm: Thema: 3e bijeenkomst - Communiceren met je kind

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk

Luisteren en samenvatten

De Kracht van Herhaling 28 september 2019

Handleiding Werkvormen Vragen stellen

ADHD en lessen sociale competentie

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Moeilijke kindervragen

Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding

Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID

Cultuureducatie met Kwaliteit

Stap 7 Nabespreking met het slachtoffer en nabespreking met de steungroepleden (apart)

TRAINING 1. Tijd: Onderwerp: Waarom Resultaat Werkvorm Materiaal

HANDLEIDING TALENTENQUIZ

Training. Interactieve vaardigheden

Voorbereiding op de studiekeuzecheck 1. Lees aandachtig het meegezonden artikel. 2. Maak hiervan een samenvatting van 10 regels. 3.

INTERACTIEVE WERKVORMEN IN DE WISKUNDELES

China Pagina 1. - Wie nodig jij uit voor een Chinese maaltijd? -

Yvonne Schuiling en Jeanet Damink. Jonge kinderen met speciale spelbehoeften

Maarten Stevens

Handleiding voorbereidende les bij Democracity. Basisonderwijs. Versie 22 mei Handleiding voorbereidende les bij Democracity

Uitleg Werkwijzers Bovenbouw Dit zijn de beschrijvingen van alle presentaties die je moet doen en het werkstuk dat je maakt.

GASTLES ONDERNEMERSCHAP. Handreiking. voor ondernemers. Ondernemerschap in de klas

Kindervergadering Zo gaat het bij ons!

Leerlijn Samenwerken SingaporeNext

Voeding. Handleiding voor begeleiders

Handleiding lesmethode Groep 8 Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar

Welke coöperatieve werkvormen gaan we aanleren?

Observatielijst sportpedagogische competenties. De sportbegeleider zorgt voor een veilig en ordelijk klimaat

Zo verstuurt u een WhatsApp! Opdracht: Analyseren, evalueren

gevoelens (2) De les Inhoud Doel Materiaal Tip 52 GROEP 8

Inhoud van de ochtend

Ontdek je kracht voor de leerkracht

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen

5 pedagogisch medewerkers

Cosis Begeleid Leren

TEAMSPEL: UNDERCOVER

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?"

3 Hoogbegaafdheid op school

Lesbrief: Bewust sociaal Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen?

Les 2 Integratie Leestekst: Begeleid Werken. Introductiefase

Doel en resultaat WPOplus training

Reflectie #Zo dus! Hieronder vind je een aantal oefeningen om te leren reflecteren waar je zelf mee aan de slag kunt.

Trainershandleiding Huiswerk Bikkels. Inkijkexemplaar

Grenzeloze vrijheid? Discussiebijeenkomst tienerclub

Inleiding 8 DEEL Les 1 - ik ben, jij bent 14 A1 - Ik kan het werkwoord zijn goed gebruiken. Ik kan vertellen wie ik ben en waar ik ben.

Leven in een groep. Hoe gaat dat en wat vinden jongeren?

Lesvoorbereiding Studie en loopbaan Keuze- en Loopbaanvaardigheden 3-4 vmbo

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.

Methodieken en werkvormen Module 9: Presenteren en uitleggen van activiteiten - Spelleiding

LES 2 THEMA S UIT DE FILM GODS LAM EN PANTOMIME

SPELVARIANTEN. Bonus: Ondertussen oefen je met het geven en ontvangen van feedback en bouw je aan het vertrouwen in jouw team.

SPELVARIANTEN. Je ontdekt meer in een uur spelen dan in een jaar converseren Plato

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS Versie in eenvoudig Nederlands

Sterker naar het mbo. Docentenhandleiding. Januari 2018 Spirit4you.

Houd je aandacht erbij! Trainers: Jan de Groot Henk Torreman

BIJLAGEN DOCENTENHANDLEIDING. Doel van de lessenserie

In je kracht. Spelhandleiding

Speak up! Wat is JA en wat NEE?

Het houden van een spreekbeurt

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

PeerEducatie Handboek voor Peers

Gezond thema: DE HUISARTS

Lesbrief Planologie van een wijk Waarom is mijn wijk zo ingericht? En hoe zou ik zelf een eigen wijk inrichten?

Docentenhandleiding KIES VAARDIG! klas 1/2 VMBO-TL/HAVO/VWO

Onderhandelen en afspraken maken

Huiswerk tips! Speciaal voor jou! Praktijk voor reflexintegratie & kindercoaching

Transcriptie:

TRAINING interactievaardigheden BSO Derde bijeenkomst: Spel en spelontwikkeling Leerdoelen van de derde bijeenkomst: Duur van de bijeenkomst: De pedagogisch medewerkers worden zich bewust van de verschillende soorten spel en het belang daarvan. De pedagogisch medewerkers weten de algemene ontwikkelingen op het gebied van spelontwikkeling en creatieve ontwikkeling en kunnen activiteiten op deze ontwikkelingsgebieden herkennen en inzetten. De pedagogisch medewerkers weten hoe ze een spel moeten uitleggen. De deelnemers kunnen interacties tussen kinderen beter begeleiden. Deze bijeenkomst duurt 3 uur. De pedagogisch medewerkers lezen vooraf: Stukje uit de handleiding over spelontwikkeling Stukje uit de handleiding over Praten en uitleggen Stukje over begeleiden van interacties Benodigdheden: Presentatie bijeenkomst 3 Laptop, beamer en scherm Hand-outs van de presentatie voor alle deelnemers Flapover en stiften Werkbladen voor de casussen bij opdracht 3 en 4 voor alle deelnemers Rollenkaartjes werkblad begeleiderrollen en kleuterrollen 2 werkbladen van opdracht Actief meespelen voor alle deelnemers 5 activiteitbeschrijvingen voor opdracht 8 Huiswerkopdracht voor alle deelnemers

Voorbereiding: Lees de theorie van deze bijeenkomst uit de handleiding door en check of je deze begrijpt. Indien nodig kan aanvullende informatie opgezocht worden.

1: Opening en programma Doelen: De deelnemers: kennen het programma van de dag Duur: 5 minuten Nodig: De agenda (dia1) Werkvorm De trainer vertelt werkwijze De trainer heet iedereen kort welkom. De trainer checkt of iedereen de teksten uit de handleiding voor vandaag gelezen heeft. De trainer vertelt kort wat de onderwerpen voor vandaag zijn (dia1).

2: Huiswerkopdracht bespreken Doelen: De deelnemers krijgen feedback op hun opdracht Duur: 15 minuten Nodig: De huiswerkopdracht (dia 2) Werkvorm Bespreken en elkaar feedback geven. Bespreking Herhaal heel kort de stof van vorige week en bespreek de huiswerkopdrachten. Hierbij gaat het om van elkaar te leren. Zorg daarom voor een open sfeer, het is nooit erg om fouten te maken, daar kun je van leren. Mogelijke bespreekpunten Mogelijke bespreekpunten: De trainer vraagt of iedereen de huiswerkopdracht gemaakt heeft. Hoe vonden ze de opdracht? Hoe ging het observeren? Hoe ging de uitvoering? Wat ging er goed? Wat vonden ze moeilijk? Waar liepen ze tegen aan, en wat viel op? (De deelnemers kunnen de gemaakte verslagen gebruiken als geheugensteun). Waar moeten ze een volgende keer op letten? (dia 2) Mogelijke bespreekpunten bij alternatieve opdracht 1: Lukte het om te bepalen in welke intelligentie het kind goed was? Lukte het om hier gebruik van te maken bij de minder goed ontwikkelde intelligentie? Wat ging er goed? Wat vonden ze moeilijk? Mogelijke bespreekpunten bij alternatieve opdracht 2: Hoe vonden ze de opdracht? Hoe ging de uitvoering? Wat viel op?

3: Wat is spel Doelen De deelnemers leren: Wat spel is. Waarom spel belangrijk is. Duur 20 minuten Nodig Spelkenmerken (dia 3) Flap-over Werkvorm Theorie leren door middel van een gesprek/ discussie Werkwijze Stel de onderstaande vragen aan de deelnemers. Bij de vraag Wat zijn de kenmerken van spel is een dia opgenomen. Stel eerst de 3 vragen en praat erover. Geef daarna dia 3 om de genoemde kenmerken van spel aan te vullen en een overzicht te geven. Zo krijgen de deelnemers de gelegenheid eerst zelf goed na te denken over wat spel nu eigenlijk is. Is de dia een eye-opener of een bevestiging? Vragen aan de deelnemers: Wat versta je onder spel? Wat zijn volgens jullie de kenmerken van spel? Waarom is spel belangrijk? (dia 3) Verwerking Wat versta je onder spel en wat zijn de kenmerken van spel? Spel is moeilijk te definiëren. Kenmerken van spel zijn (dia 3): Plezier: Spelen is leuk om te doen. Dit plezier zie je aan de houding en uitdrukking van het kind. Het gaat hierbij om activiteiten die kinderen zelf (spontaan) kiezen om te doen. Vrijheid van handelen: Kinderen bepalen zelf wat ze doen met de voorhanden zijnde materialen. Winkeltje spelen lijkt sterk op hoe volwassenen het in het echte leven doen, maar de kinderen zijn vrij om te experimenteren en ze kunnen sommige handelingen bijvoorbeeld sterk vereenvoudigen door zich niet druk te maken over de hoeveelheid wisselgeld. Dingen kunnen daarbij een andere betekenis krijgen. Spel kent spelregels: Ondanks dat een spel veel vrijheid kent zijn er wel spelregels. Bij een rollenspel maak je gebruik van een bepaalde taal met eigen woorden en handelingen die passen bij de rol, spellen kennen vaak spelregels. Spelen is vrijwillig: Je kunt kinderen niet dwingen om te spelen. Spelen is een open of flexibele activiteit: Spelen gaat om het proces zelf, niet zozeer om de uitkomsten. Kinderen bepalen zelf aan welke eisen hun activiteit moet voldoen. Spel

kan zich herhalen, vernieuwen of een hele andere wending nemen. Een spel kent daarom ook geen vast einde. Iedere handeling kan tot een andere handeling leiden. Zelfs bij het spelen van een spel met vaststaande spelregels zoals ganzenbord is er doelvrijheid. Kinderen kunnen samen bijvoorbeeld andere spelregels afspreken, het spel nogmaals doen, of aan het eind van het spel een ander spel kiezen om te spelen. Waarom is spel belangrijk? Spel is een belangrijke vorm van leren voor alle mensen, jong en oud, maar zeker voor jonge kinderen. Met spel kan je verschillende ontwikkelingsgebieden stimuleren. Het is een manier om je zelf en je omgeving te leren kennen. Je kunt nieuwe vaardigheden en kennis uit proberen in een vertrouwde en/ of vereenvoudigde omgeving. Het is ook een belangrijke manier om bijvoorbeeld hun sociaal-emotionele vaardigheden te stimuleren. In een rollenspel kunnen ze houdingen oefenen zonder dat deze echt zijn. In cursussen voor volwassenen wordt hier ook vaak gebruik van gemaakt. Spelen stimuleert de sociale ontwikkeling wanneer kinderen samen spelen. Ze leren dan om met elkaar te delen en sociale rollen aan te nemen (bijvoorbeeld van volgers of leiders). In deze cursus is ontwikkeling en stimulatie van de verschillende ontwikkelingsgebieden opgenomen. In het activiteitenboek staat bij de activiteiten aangegeven welke ontwikkelingsgebieden met de betreffende activiteit gestimuleerd worden. Tip: Je kan bij deze opdracht ook nog eens terugdenken aan de doelstellingen waarover samen gesproken is in de eerste bijeenkomst. Hebben jullie nu nieuwe inzichten gekregen?

4: Spelontwikkeling Doelen Deelnemers leren wat de verschillende fasen van spelontwikkeling zijn. Duur 10 minuten theorie 15 minuten casussen + bespreking Nodig Spelontwikkelingsfasen (dia 4) Werkblad casussen opdracht 4 Werkvorm Theorie uitleggen Theorie verwerken door middel van casusbespreking Voorbereiding Zorg dat je van tevoren zelf dit onderdeel goed gelezen hebt en snapt. Het verschil tussen spelvormen (uit de handleiding) en spelontwikkelingsfasen (zie hieronder) is lastig. Zoek indien nodig wat extra informatie over dit onderwerp op. Werkwijze Leg de verschillende ontwikkelingsfasen van spel uit: In de handleiding wordt over verschillende soorten spel gesproken. Naarmate kinderen ouder worden zullen ze meer soorten spel vertonen. Daarmee zijn de soorten spel ook als ontwikkelingsfase te beschouwen. De laatste spelsoort constructiespel is geen aparte fase, deze komt bij alle fasen terug. Er is echter wel een vierde fase: de bewuste leeractiviteit. De vier spelfasen worden hieronder uitgelegd (dia 4): Bewegingsspel: Plezier in het bewegen zelf en het oefenen van lichamelijke functies. Voorbeelden: Het zwaaien met de armen bij baby s, in een klimrek klimmen, het steeds gerichter gooien van een bal. Manipulerend spel: Kinderen experimenteren met de mogelijkheden van materiaal. Denk bijvoorbeeld aan het experimenteren met klei waarbij geen directe kunstwerken gemaakt wordt, maar het materiaal verkend wordt. Materiaal kan een andere functie krijgen zoals een blokje dat een telefoon wordt, ze kunnen combinaties en ordeningen maken, stapelen, rijtjes maken, in en uitpakken. Eenvoudige rollenspelen vallen hier ook onder. Hierbij neemt het kind zelf een rol aan als het voorwerp ook een rol heeft. Bijvoorbeeld als een kind een pop in bad doet en zelf de mamma is (zonder met andere kinderen te spelen). Thematisch rollenspel: Kinderen spelen gezamenlijk binnen een zelfde thema waarbij iedereen een eigen rol aanneemt. Dit is een ingewikkelder rollenspel dan in de voorgaande fase. Hier heb je de situatie zelf minder in de hand en ben je afhankelijk van de inbreng van anderen. Bewuste leeractiviteit: doen-alsof-spelsituaties worden bijna echte situaties. Kinderen onderzoeken hoe het nu echt zit. Denk aan het maken van een krant, het uitvoeren van een proefje of een spelletje softbal met alle regels die erbij horen.

Als baby s beginnen we in de fase van bewegingsspel. Naarmate we ouder worden komt er iedere keer een fase bij. Vanaf ongeveer 7 jaar komen kinderen bij de fase bewuste leeractiviteit. De voorgaande fasen blijven echter een rol spelen bij nieuwe vaardigheden, ook als volwassenen. Als je bijvoorbeeld een nieuwe sport gaat beoefenen moet je je nieuwe bewegingen eigen maken door deze te oefenen (balletje overgooien) en steeds verder te verfijnen. De nadruk komt echter wel steeds meer bij de latere fasen te liggen. Verwerking Geef individueel bij de volgende casussen aan welke spelontwikkelingsfase dit is. Geef ook aan waarom. Bespreek dit na in de groep. Oplossingen: Casus 1: Manipulerend spel (ontdekken van het materiaal zand) Casus 2: Bewuste leeractiviteit / constructiespel (de kinderen moeten nadenken over de kenmerken van een huis en hoe deze met de ballonnen te kunnen laten zien. Daarbij komen ook overlegtechnieken om de hoek kijken) Casus 3: Bewegingsspel (ze ontdekken de verschillende mogelijke bewegingen bij de stangen) Casus 4: Thematisch rollenspel (een gezamenlijk rollenspel binnen één gezamenlijk thema) Alternatieve opdracht Laat de pedagogisch medewerkers bij de verschillende spelontwikkelingsfasen een spel uit het activiteitenboek zoeken. Bespreek vervolgens waarom ze zijn gekozen.

5. Pauze Pauze 15 minuten

6: Spelbegeleiding en spelverrijking Doelen Deelnemers leren Hoe ze spel kunnen verrijken Duur 20 minuten Nodig Werkblad met casussen Spelverrijkingsmogelijkheden (dia 5) Werkvorm Theorie + casusbespreking Inleiding Check of iedereen het stukje over begeleiden van interacties gelezen heeft. Heeft iedereen het begrepen? Ga indien nodig in op vragen. We hebben net geleerd dat spel belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen. Kinderen moeten zelf kunnen ontdekken door middel van spel. Om kinderen verder te laten komen met hun spel kun je hun spel verrijken. Hoe kan je het spel van kinderen zoveel mogelijk verrijken? Om het spel van kinderen te verrijken en/of de onderlinge interacties te verbeteren zijn er verschillende mogelijkheden: Meespelen (Zal ik de vader zijn?): Als medespeler Als spelleider Als regisseur Als waarnemer Deze termen komen in de volgende opdracht terug Voordoen (Zo maak je een muizetrapje) Een nieuwe rol invoegen (Wie is?) Materiaal toevoegen (Wat een mooi huis hebben jullie gemaakt van die blokken. Mogen deze poppetjes in het huis wonen?) Communicatie tussen de spelers gaande houden (Wat ga jij doen Floor? En wat ga jij dan doen Inge?) Samenspel en betrokkenheid op elkaar bevorderen (Wat een leuke huizen hebben jullie gebouwd van die blokken. Het lijkt wel een straat. Staan er nog meer huizen in jullie straat?) Structuur aanbrengen en verbeteren (Welke materialen heb je nodig voor je kunstwerk? Ga die eerst maar klaarleggen, dan hoef je straks niet meer heen en weer te lopen.) Spelplan maken (Wat ga je eerst doen? En daarna?) Voorstellen doen en problemen inbrengen (Ga je boodschappen doen? Is het niet koud buiten?)

Met deze verrijkingsvormen kun je de kennis van een thema vergroten doordat je bijvoorbeeld materialen toevoegt of voorbeelden geeft die ook bij het thema horen. Daarnaast geef je ook voorbeelden en aanwijzingen van hoe je met elkaar omgaat. Met deze verrijkingsvormen kun je dus ook de interacties tussen kinderen stimuleren. (dia 5) Soms kan je het spel het beste verrijken door juist niets te doen! Ook al zie je dat iets niet lukt en het kind gefrustreerd raakt, een kind moet ook met frustratie om leren gaan. Bovendien prikkelt dat een kind om een andere manier te proberen of toch verder te gaan. Wanneer je wel of niet ingrijpt in het spel is een balans die je zelf zal moeten leren afwegen. Werkwijze Geef individueel bij de volgende casussen aan met welke vorm je het spel kan verrijken en hoe je dat dan zou doen. Bespreek dit na in de groep. Het spel kan met meerdere vormen verrijkt worden, er zijn dus meerdere antwoorden mogelijk. Met verschillende verrijkingsvormen kun je verschillende resultaten behalen. Casussen Hoe kun je onderstaande casussen verrijken? Welke verrijkingsvormen kun je gebruiken? Geef kort aan hoe je die verrijkingsvormen kan gebruiken. Casus 1: Ahmed (7) en Fleur(6) spelen met de blokken. Fleur is een huis aan het bouwen en Ahmed is daarnaast een parkeergarage aan het bouwen. (Denk bijvoorbeeld aan samenspel en betrokkenheid op elkaar bevorderen. Kunnen de twee bouwwerken gecombineerd worden in een gezamenlijk thema? Dat is handig! De bewoners van het huis kunnen hun auto daar parkeren! Wellicht dat deze daar ook gemaakt kan worden?) Casus 2: Bink (9), Mark (10), Stijn (9), Noa (8) en Fleur (9) gaan een toneelstukje maken. Noa en Stijn zoeken kleding uit de verkleedkist. Noa verkleed zich al als prinses. Bink roept dat er helemaal geen prinses in het toneelstuk zit. Noa vindt van wel. Fleur, Bink en Mark bespreken waar het toneelstuk over gaat, maar komen er niet uit. (Denk bijvoorbeeld aan communicatie gaande houden en structuur aanbrengen. Betrek Noa bij dit gesprek en houdt in de gaten of ze er samen uit komen. Geef ze indien nodig wat handreikingen, maar laat het ze zoveel mogelijk zelf verzinnen. )

7: Actief meespelen Doelen Deelnemers leren Hoe je op verschillende manieren kunt meespelen. Duur 10 minuten inleiding + theorie 20 minuten rollenspellen 10 minuten nabespreken Nodig Actieve meespeel rollen (dia 6) Rollenkaartjes Voor iedere deelnemer 2 werkbladen kookwekker Werkvorm Theoriebespreking + rollenspel Inleiding Door met kinderen mee te spelen heb je mogelijkheden om hun spel meer verdieping te geven. Je doet dit door op hun eigen niveau in het spel te stappen en vervolgens iets aan het spel toe te voegen wat het spel verrijkt. Je kunt hierbij verschillende interactievaardigheden gebruiken. Niet alleen in de poppenhoek / drama, maar ook bij constructieactiviteiten, knutselen en dergelijke. Als pedagogisch medewerker kan je op verschillende manieren betrokken zijn in het spel (dia 6): Als medespeler: De kinderen hebben de leiding van het verloop van het spel. Als pedagogisch medewerker ben je een model, je laat zien wat je kunt doen, hoe je gesprekken voert en hoe je met elkaar omgaat. Tip: kies een kleine (kortdurende) rol binnen een rollenspel. Als spelleider: Als spelleider in het spel heb je meer invloed. Deze rol kun je gebruiken om het spel te verlengen en te verrijken door bijvoorbeeld nieuwe attributen of (deel-)thema s in te brengen of door het verhaal een andere wending te geven. Tip: kies hiervoor een belangrijke bepalende rol. Als regisseur: Je staat buiten het spel en geeft aanwijzingen en advies. Tip: aan het begin van het spel kan je deze rol gebruiken om het spel te structureren door met de kinderen te overleggen wat en hoe ze het gaan doen en wie of wat ze nodig hebben. Als waarnemer: Op non-verbale wijze kan je laten zien wat je van het spel vindt. Je kunt duidelijk (glim-)lachen als je het goed vindt gaan. Tip: deze rol kun je goed gebruiken om te bevestigen en te belonen. Daarnaast krijg je informatie die je kunt gebruiken om vervolgens een andere rol in het spel aan te nemen. Met de eerste twee rollen ben je actief in het spel betrokken, met de laatste twee rollen sta je buiten het spel.

Bij het meespelen hoef je niet het hele spel mee te spelen. Je kan bij actief meespelen in een rol stappen, en als het spel een stapje verder geholpen is kun je weer uit je rol stappen. Probeer dit zeker bij rollenspellen wel vanuit je rol te doen zodat er geen groot gat valt. Als je bijvoorbeeld in een rollenspel de vaderfiguur speelde, geef je aan dat je boodschappen gaat doen en voorlopig niet terug bent. Werkwijze Verdeel de groep afhankelijk van het aantal deelnemers in viertallen (of zo nodig vijftallen) en geef ieder groepje een stapel met kaartjes (zie werkblad begeleiderrollen en kleuterrollen) mee. Neem een dagelijkse spelsituatie voor het rollenspel, bijvoorbeeld winkeltje spelen. De groepjes kunnen ook zelf een spelactiviteit kiezen. De groepen kiezen een ruimte in het gebouw waar ze wat ruimte hebben om te spelen. Eén pedagogisch medewerker is een begeleider, eentje is observator, 2 of 3 pedagogisch medewerkers spelen kleuters. De kleuters trekken gezamenlijk een kaartje met voor hen een rol en spelen hun spel. De begeleider trekt een kaartje met een begeleiderrol en speelt die uit. Laat de kaartjes niet aan de ander zien. Wissel regelmatig van rol zodat iedereen aan de beurt komt als leerkracht, kleuter en observator. Zet hiervoor iedere keer de kookwekker op 4 á 5 minuten. Laat ze na iedere rol heel kort in steekwoorden opschrijven hoe zij hun rol ervaren hebben en wat hen opviel. Schrijf op het werkblad ook je eigen rol en die van de anderen op. Neem voor dit opschrijven niet meer dan één minuut per spel. Gebruik hiervoor werkblad opdracht actief meespelen. Speel de volgende begeleiderrollen: Medespeler Spelleider Regisseur Waarnemer Speel heel dominant mee waarbij je te weinig rekening houdt met het spel van de 'kleuters'. Rol naar keuze Rollen voor de 'kleuters': Kleuters spelen op zichzelf en niet samen Kleuters spelen heel eenzijdig, blijven hangen in één handeling Kleuters laten in hun spel blijken dat ze niet goed begrijpen wat er allemaal bij het thema hoort. Kleuters spelen goed samen Afsluiting Bespreek kort de ervaringen na. Hoe vond je het om in het spel mee te spelen? Kon je als observator goed zien welke leerkrachtrol gespeeld werd? Wat vond je leuk? Wat vond je lastig? Hebben anderen daar tips voor?

8: Speluitleg Doelen Deelnemers leren: hoe je duidelijk een spel kan uitleggen. Duur 35 minuten Nodig 5 activiteitbeschrijvingen zie ook de tip onderaan Materialen die bij de verschillende spellen horen ter ondersteuning van de uitleg Speluitleg kenmerken (dia 7) en bespreekvragen (dia 8) Werkvorm Uitproberen voor de groep en bespreken Werkwijze Bespreek eerst de randvoorwaarden met elkaar van het uitleggen van een spel. Daarna kunnen een paar pedagogisch medewerkers een spel uitleggen. Bespreek deze uitleg na. Inleiding Vrijwel alle activiteiten beginnen met de uitleg wat je gaat doen. Het is dus iets wat je vaak doet, maar de ene keer gaat het beter dan de andere keer. Waar moet je rekening mee houden bij de uitleg van een spel? (dia 6): Ken de activiteit Bereid niet alleen de activiteit maar ook je uitleg voor. Geef een logische volgorde in je uitleg waarvan je denkt dat de kinderen deze begrijpen. Houdt hierbij rekening met het ontwikkelingsniveau van de kinderen. Bij kleuters geef je bijvoorbeeld niet teveel informatie in 1 keer. Deel de activiteit eventueel op zodat je tijdens de activiteit de activiteit af en toe even stillegt en een nieuw stukje, een nieuwe variatie, enz. uitlegt. Oefen de uitleg een keer voor jezelf. Stel de groep op voor je uitleg. Zorg daarbij dat kinderen niet teveel afgeleid worden. Geef ze het materiaal bijvoorbeeld pas na je uitleg. Tenzij je in je speluitleg iets wil oefenen of wil laten zien. Laat ze dan actief meedoen in je uitleg. Ook hierbij houdt je rekening met de kinderen in de groep. In de ene groep kan je al wel materiaal uitdelen, in een andere groep gaan ze daarmee alleen maar vervelen. Kan iedereen je horen? Luistert iedereen ook daadwerkelijk? Het geluid door gepraat in een groep gaat met golven van harder naar zachter en weer naar harder. Begin in een geluidsdal te praten. Klap eventueel een keer in je handen om de aandacht op je te vestigen. Probeer daarbij niet over hen heen te schreeuwen, dan moeten de kinderen nog harder schreeuwen om over jou heen te komen. Schreeuwen mag dan blijkbaar om je verstaanbaar te maken. Begin rustig en met normaal stemniveau te praten, ook al zijn ze niet helemaal stil. Begin daarbij met een inleidende zin zodat ze niet meteen de hoofdregels van het spel kwijt zijn als ze je eerste zin niet gehoord hebben, maar

je maakt ze zo wel duidelijk dat ze moeten luisteren. Kinderen die willen weten hoe het spel gaat zullen stil moeten zijn om je te horen. Praat rustig en duidelijk. Houdt ondertussen in de gaten of iedereen daadwerkelijk luistert. Houdt je uitleg kort en duidelijk. Wijdt niet teveel uit. Denk aan de meervoudige intelligenties uit de vorige bijeenkomst. Kijk of je de uitleg (ook) op een andere manier moet uitleggen. Doe het bijvoorbeeld een keer voor, of laat kinderen die het spel al kennen het spel een keer voordoen. Maak gebruik van voorbeelden in je uitleg. Laat bijvoorbeeld een knutselvoorbeeld zien of loop zelf het parcours door waarbij je laat zien wat de bedoeling is. Vraag of er nog vragen zijn. Check of iedereen het heeft begrepen. Hebben de deelnemers nog tips? Wat werkt bij hen goed om een groep of een specifieke groep stil te krijgen? Praat erover en lukt het je niet goed, kijk eens bij een ander hoe die het doet. De ene groep kan je een spel uitleggen, een andere groep (zeker jongere kinderen) moeten het zelf ervaren. Doe bijvoorbeeld een parcours één keer rustig samen voordat je er een wedstrijdje van maakt. Uitvoering Er zijn 5 activiteiten uit het activiteitenboek als opdracht opgenomen in deze training. Deel deze uit en geef ongeveer 5 minuten de tijd om het even voor te bereiden. Laat ze hierbij voor zichzelf steekwoorden opschrijven om de volgorde aan te geven wat ze willen vertellen. Iedereen legt om de beurt een spel uit aan de rest van de groep, alsof zij de groep kinderen zijn aan wie het uitgelegd wordt. De speluitleg wordt daarna nabesproken. De pedagogisch medewerker geeft ook aan wat ze voorbereid zou hebben of aan materiaal doet, maar in deze setting niet kan laten zien. Vragen voor de nabespreking: Wat gaat er goed? Is het spel helder bij de groep? Welke tips kun je geven? Denk aan taalgebruik, spreeksnelheid, opbouw, enz.. (dia 7) Indien de groep groter is dan 5 deelnemers, verdeel de groep dan in kleinere groepen van 3 tot 5 mensen, zodat iedereen een beurt krijgt. Probeer hierbij een mix te krijgen van zwakkere en sterkere pedagogisch medewerkers op dit onderwerp. (Maak de indeling eventueel vast van tevoren). Loop zelf rond en probeer bij de speluitleg en bespreking van de zwakkere pedagogisch medewerkers even aan te schuiven. Let op dat de nabespreking niet te lang duurt. Ze hebben in totaal ongeveer 5 minuten per deelnemer. Tip: 5 activiteiten uit het activiteitenboek die goed voor deze oefening gebruikt kunnen worden zijn: Boekje met bellen maken Wat is onze afwijking Levend stratego Hoorspel van een sprookje maken Spijkerportret

9: Huiswerkopdracht Doelen Het geleerde toepassen in de praktijk Duur 5 minuten Nodig Huiswerk opdrachtbladen Huiswerkopdrachten (dia 9 en 10) Werkvorm Het geleerde uitproberen en oefenen in de praktijk Werkwijze Leg de huiswerkopdracht uit. Geef de onderwerpen 'Inrichting en gebruik van de ruimte', ' Adequaat spel- en ontwikkelingsmateriaal', 'structureren en grenzen stellen', 'motorische ontwikkeling' en 'creatieve ontwikkeling' op die ze uit de handleiding moeten lezen. nr. 1: Observeer 5 minuten je bso-groep op een moment dat er veel verschillende dingen gedaan worden. Welke spelontwikkelingsfasen zie je in je groep (zowel binnen als buiten)? Schrijf deze op. Huiswerkopdracht Huiswerkopdracht nr. 2: Probeer bewust minimaal 1 keer bij een groepje kinderen actief mee te spelen. Denk daarbij aan de verschillende rollen en kies er bewust eentje uit die je op dat moment geschikt lijkt. Schrijf zo kort mogelijk nadat je weer uit het spel gestapt bent even kort je ervaringen op. Eventueel kan je op een later moment dit aanvullen. Was het leuk? Vonden de kinderen het ook leuk? Welke vorm van meespelen heb je gebruikt? Vond je dit een positieve invloed hebben op het spel? Wat ging er goed? Wat kon beter?