Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt drs. L.P.M. van Dun en drs. W.H.M. van der Zanden Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2008 In opdracht van ds+v Wonen
Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: L.P.M. van Dun en W.H.M. van der Zanden Project: 07-2761 Prijs: Adres: Goudsesingel 78, 3011 KD Rotterdam Postbus 21323, 3001 AH Rotterdam Telefoon: (010) 489 95 00 Telefax: (010) 489 95 01 E-mail: info@cos.rotterdam.nl Website: www.cos.rotterdam.nl 2 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
INHOUD Samenvatting en conclusies 5 1 Inleiding 9 1.1 Aanleiding 9 1.2 Onderzoeksvragen en opzet 9 1.2.1 Feitelijke ontwikkelingen 9 1.2.2 Jongerenpanel 10 2 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt: stand van zaken 11 2.1 Jongeren in Rotterdam 11 2.2 Jongeren op de woningmarkt 12 2.3 Woningzoekende jongeren 17 2.4 Woonwensen en zoekgedrag 20 3 Jongerenpanel 27 Bijlagen Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 3
Samenvatting en conclusies Voorliggend rapport geeft een beeld van de situatie van jongeren op de Rotterdamse woningmarkt; het gaat over jongeren in de leeftijdsgroepen 18 tot en met 22 jaar en 23 tot en met 29 jaar. Aanleiding vormde een motie die bij de behandeling van de Woonvisie 2007-2010 in de gemeenteraad is aangenomen. Onderdeel van de motie was na te gaan welke hindernissen jonge starters ondervinden bij het zoeken van een huurwoning buiten het woonpassysteem. Aan de hand van de volgende vragen geven we een feitelijk beeld van de positie van jongeren op de woningmarkt, en inventariseren we knel- en verbeterpunten bij het zoeken naar woonruimte: 1. Hoeveel jongeren wonen nog thuis of reeds zelfstandig? 2. Hoe wonen jongeren die al zelfstandig in Rotterdam wonen? 3. Hoeveel jongeren reageren op aanbod in Rotterdam via WoonNet? 4. Hoeveel jongeren zijn er geslaagd in Rotterdam? 5. Welk aandeel van de actief woningzoekende jongeren slaagt in het vinden van woonruimte? 6. In welke woningen en welke buurten zijn jongeren geslaagd? 7. Hoe zoeken jongeren op de woningmarkt en wat zijn hun woonwensen? 8. Welke knelpunten en hindernissen komen jongeren bij hun zoektocht naar woonruimte tegen? 9. Welke verbeterpunten zien jongeren bij het zoeken naar woonruimte? Hoeveel jongeren wonen nog thuis of reeds zelfstandig? Op 1 januari 2008 is 7 procent van de Rotterdamse bevolking 18 tot en met 22 jaar, en 12 procent is 23 tot en met 29 jaar. In totaal gaat het om 109.000 jongeren. Van de groep 18- tot en met 22-jarigen woont de helft nog thuis; dat zijn circa 20.500 jongeren. Van de groep 23- tot en met 29-jarigen woont 14 procent nog thuis; dat zijn ongeveer 9.200 jongeren. De rest van de bijna 80.000 jongeren van 18 tot en met 29 jarigen woont (al dan niet met een partner) zelfstandig. Hoe wonen jongeren die al zelfstandig in Rotterdam wonen? Van de groep 18- tot en met 22-jarigen woont ruim 45 procent in een particuliere huurwoning, een iets kleinere groep van 41 procent woont in een sociale huurwoning. Bijna een op de zeven jongeren in deze leeftijdsgroep woont in een koophuis. Van de groep 23- tot en met 29- jarigen woont 36 procent in een sociale huurwoning, een derde in een particuliere huurwoning en 31 procent bezit een koopwoning. In beide leeftijdsgroepen woont de grootste groep in een portiekwoning zonder lift. De grootste groep jongeren woont in een huis met een WOZ-waarde van maximaal 112.000. De oudste groep jongeren woont gemiddeld in minder goedkope woningen dan de jongste leeftijdsgroep. Van alle zelfstandig wonende huishoudens is in 2006 12 procent verhuisd: onder jongeren is dit aandeel drie tot vier keer groter. Veel verhuisde jongeren woonden al in Rotterdam en zijn starter op de woningmarkt: onder de 18- tot en met 22-jarigen is dat 45 procent en onder de 23- tot en met 29-jarigen is dat 37 procent. Bovendien komt een groot deel van de jongeren van buiten de stad: respectievelijk 42 en 37 procent. Ter referentie: van alle verhuisden in 2006 is 26 procent starter en 30 procent vestiger. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 5
Hoeveel jongeren reageren op aanbod in Rotterdam via WoonNet? 46 procent van de totale woningvraag (actief woningzoekenden en direct bemiddelden) in 2007 via WoonNet Rijnmond komt van jongeren onder de 30. Dat zijn ongeveer 24.000 jongeren, waarvan 8.100 onder de 23 jaar en 16.000 van 23 tot 30 jaar. Bijna 17.000 jongeren wonen reeds in Rotterdam, de overige 7.000 wonen elders. Onder de woningzoekenden van buiten Rotterdam zitten relatief meer jongeren. Jongeren zijn vanzelfsprekend vaak te vinden onder de starters; van de woningzoekenden uit Rotterdam die wensen door te stromen is een kwart onder de dertig, onder starters is dat aandeel twee derde. Hoeveel jongeren zijn er geslaagd in Rotterdam via Woonnet? In totaal vonden in 2007 ruim 3.000 jongeren woonruimte in Rotterdam via Woonnet. Is van actief woningzoekenden 46 procent jonger dan 30 jaar, van het aantal geslaagde woningzoekenden is 36 procent jonger dan 30 jaar. Een aanwijzing dat jongeren onder de 30 minder snel woonruimte vinden dan 30-plussers. Welk aandeel van de actief woningzoekende jongeren slaagt in het vinden van woonruimte? De slaagkans onder jongeren is kleiner dan die van 30-plussers: de verschillen zijn het grootst onder woningzoekenden afkomstig uit Rotterdam. Doorstromers afkomstig uit Rotterdam van boven de dertig hebben een slaagkans van een op vijf, doorstromende jongeren van 23 tot 30 jaar hebben een slaagkans van bijna een op acht, en doorstromende jongeren tot en met 22 jaar slagen in bijna een op de tien gevallen in het vinden van woonruimte. Onder starters afkomstig uit Rotterdam scoren jongeren van 23 tot 30 jaar aanmerkelijk beter dan jongeren tot 23 jaar. Starters hebben een grotere slaagkans dan doorstromers, hoewel dat verschil bij de jongeren tot 23 jaar bijna te verwaarlozen is. Voor woningzoekenden van buiten Rotterdam zijn de slaagkansen over alle categorieën kleiner dan voor woningzoekenden uit Rotterdam; bovendien zijn de verschillen naar leeftijd minder uitgesproken. De slaagkans voor doorstromende jongeren van 23 tot 30 jaar is vergelijkbaar met die van doorstromende 30-plussers. Ook onder woningzoekenden van buiten Rotterdam is de slaagkans voor starters groter dan voor doorstromers, met uitzondering van de jongste groep startende woningzoekers. Starters van buiten Rotterdam die jonger zijn dan 23 jaar, hebben een kans van een op 25 om woonruimte te vinden in Rotterdam. Een verklaring voor de kleinere slaagkans van jongeren ligt in het feit dat ze minder inschrijfduur hebben: je kunt je pas vanaf 18 jaar inschrijven bij Woonnet Rijnmond en dus minder inschrijfduur sparen. Jongeren tot 23 jaar (doorstromers en starters) staan gemiddeld bijna twee jaar ingeschreven voor ze iets vinden. Jongeren van 23 tot 30 jaar staan als doorstromers gemiddeld 41 maanden ingeschreven voor ze woonruimte vinden, als starters is dat een half jaar langer (bijna vier jaar). 30-plussers (doorstromers of starters) wachten gemiddeld 43 maanden op een woning. Woningzoekenden van buiten Rotterdam hebben een kleinere kans woonruimte te vinden in Rotterdam dan woningzoekers uit de stad zelf, maar ze staan gemiddeld minder lang ingeschreven. Jongeren hebben dus een lagere slaagkans, maar weten met hun gemiddeld kortere inschrijfduur toch ruim een derde van het beschikbare woningaanbod te bemachtigen. 6 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
In welke woningen en welke buurten zijn jongeren geslaagd? Bijna 80 procent van de jongeren slaagt in een flat of bovenwoning. Dat is ook vaker dan het gemiddelde over alle geslaagden. De buurten waar jongeren in vergelijking met het totaal vaker woonruimte weten te vinden zijn: Schiemond, Zuidwijk, Groot IJsselmonde, Beverwaard, Hoogvliet Noord en Heijplaat. Hoe zoeken jongeren op de woningmarkt en wat zijn hun woonwensen? Het Rotterdamse deelbestand van het WoonOnderzoek Nederland 2006 (WoON 2006) laat zien dat de meest voorkomende zoekstrategie inschrijven bij Woonnet Rijnmond is, gevolgd door zoeken op internet, en intensief lezen van advertenties in de (woon)krant. Een voor dit onderzoek geraadpleegd jongeren-internetpanel (verder jongerenpanel genoemd) geeft vergelijkbare resultaten, echter zelfstandig wonende jongeren maken vaker van internet gebruik dan nog thuiswonende jongeren. Urgentie verhuisplannen en gemiddelde zoektijd Het jongerenpanel laat verder zien dat meer dan tweederde van de jongeren binnen een half jaar wil verhuizen. De gemiddelde zoektijd echter bedraagt 11 maanden, waarbij thuiswonende jongeren gemiddeld al wat langer zoeken dan zelfstandig wonende jongeren. Gewenste woning WoON 2006 laat zien dat potentiële doorstromers voornamelijk een koopwoning zoeken, terwijl potentiële starters een gelijke voorkeur voor een koop- of een huurwoning hebben. Bij de jongeren die urgent op zoek zijn naar een woning gaat de voorkeur uit naar een huurwoning, waarbij urgente doorstromers nog iets vaker een koopwoning ambiëren. Verder komt naar voren dat starters een sterke voorkeur hebben voor een meergezinswoning met 1-3 kamers. Doorstromers vinden bij een eengezinswoning vooral het aantal kamers van belang (4 of meer). Het jongerenpanel toont dat de voorkeur van thuiswonende jongeren vooral uitgaat naar een huurwoning van een woningcorporatie, gevolgd door een huurwoning van een particuliere verhuurder. Zelfstandig wonende jongeren verdelen hun voorkeur over een corporatiehuurwoning en een koopwoning. Thuiswonende jongeren zijn tevreden met maximaal drie kamers, de jongeren die reeds zelfstandig wonen zoeken ook vaak een vierkamerwoning. Gewenste ligging, huur/koop, segment, nieuwbouwwoning Onder urgente doorstromers wil bijna 40 procent aan de rand van Rotterdam wonen; ongeveer een kwart wil in het centrum of op 15 minuten of minder lopen van het centrum, wonen. Van de overige jongeren wil ongeveer een derde een woning op 15 minuten of minder lopen van het centrum. Jongeren geven veruit de voorkeur aan een tussenwoning. Met uitzondering van potentiële doorstromers gaat de voorkeur van jonge woningzoekenden vooral uit naar Rotterdam als woonplaats. Minder dan de helft van de potentiële doorstromers zegt in Rotterdam te willen blijven wonen, een derde geeft de voorkeur aan een andere woonplaats. Diegenen die urgent een woning zoeken zijn vooral op zoek naar een middeldure of goedkope huurwoning. Potentiële doorstromers richten zich vooral op een (middeldure) koopwoning. Potentiële starters zoeken gelijkelijk naar een (goedkope) huur- of koopwoning. De voorkeur voor een nieuwbouwwoning is niet groot. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 7
Gewenste oppervlakte, gewenste maximale huur Er zijn duidelijke verschillen tussen het gewenste aantal vierkante meters: thuiswonende jongeren willen gemiddeld 69 vierkante meter, zelfstandig wonende jongeren gaan gemiddeld voor 84 vierkante meter. Vergelijking van de maximale huurprijs laat zien dat thuiswonende jongeren gemiddeld een bedrag van net boven de 400 euro willen betalen, terwijl dat voor zelfstandig wonende jongeren op gemiddeld bijna 500 euro ligt. Gewenste woonomgeving Jongeren hebben geen voorkeur voor hoog- dan wel laagbouw in de omgeving. 5 tot 6 op de tien woningzoekenden geeft de voorkeur aan een buurt met meer voorzieningen boven een buurt waar vooral gewoond wordt. Aanpassen woonwensen Urgente doorstromers stellen hun specifieke wensen/eisen bij; urgente starters gaan op zoek naar een duurdere woning; potentiële starters zoeken vooral naar een goedkopere woning, ongeveer een derde zoekt het in een kleinere woning; dat laatste geldt ook voor potentiële doorstromers, die gaan vooral op zoek naar een kleinere woning, terwijl een vijfde zijn wensen/eisen bijstelt. Welke knelpunten en hindernissen komen jongeren bij hun zoektocht naar woonruimte tegen? Op de vraag waarom men nog niets gevonden heeft wordt weinig tot geen aanbod in de buurt waar ik wil wonen het vaakst genoemd. Ook weinig tot geen aanbod van wat ik zoek, er is een lange wachttijd / wachtlijst bij verhuurders waar ik sta ingeschreven thuiswonende jongeren noemen deze reden veel vaker dan zelfstandig wonende jongeren, weinig tot geen aanbod van starterswoningen en het woningaanbod is te duur (zowel huurprijzen als koopprijzen) worden minstens in een kwart van de gevallen als reden opgevoerd. Thuiswonende jongeren noemen onbekendheid met de Rotterdamse woningmarkt en onvoldoende kennis van alternatieven in 8 respectievelijk 15 procent van alle gevallen. Opvallend is dat in ongeveer een op de zes gevallen jongeren aangeven zelf te weinig actief te zijn in hun zoektocht. Vooral de huur- of koopprijs is het grootste knelpunt. In een kwart van de gevallen wordt dit bezwaar genoemd. Vervolgens is het de eigen voorkeur die in de weg staat bij het zoeken naar woonruimte (vooral onder zelfstandig wonende jongeren) In een op de tien gevallen wordt de wachttijd of wachtlijst als bezwaar genoemd. Welke verbeterpunten zien jongeren bij het zoeken naar woonruimte? Betaalbare huur- en koopprijzen en een ruimer aanbod speciaal voor jongeren (met name voor starters en studenten) worden het vaakst genoemd. Thuiswonende jongeren noemen het vaakst een ruimer aanbod, zelfstandig wonende jongeren spreken vaker over betaalbare huuren koopprijzen. Meer of betere (financiële) mogelijkheden voor jongeren (een aanpak speciaal op jongeren gericht) wordt in 1 op de 8 gevallen als verbeterpunt opgevoerd. Betere informatie (site speciaal voor jongeren) wordt door de thuiswonende groep relatief vaak als verbeterpunt opgevoerd. 8 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Bij de behandeling in oktober 2007 van de Woonvisie 2007-2010 in de gemeenteraad is een motie aangenomen over de positie van jongeren op de woningmarkt in Rotterdam 1. Onderdeel van de motie is te onderzoeken welke hindernissen jonge starters ondervinden bij het zoeken van een huurwoning buiten het woonpassysteem. De afdeling Wonen van de ds+v heeft het COS gevraagd om ter beantwoording van de motie enerzijds de positie van jongeren op de woningmarkt in beeld te brengen en anderzijds de mogelijke hindernissen te inventariseren. Voorliggend rapport doet hiervan verslag. 1.2 Onderzoeksvragen en opzet De tweeledige onderzoeksvraag in beeld brengen van de positie van jongeren op de woningmarkt, en inventariseren van eventuele hindernissen bij het zoeken naar een huurwoning leidt tot een opzet in twee delen: enerzijds geven we een beeld van de feitelijke ontwikkelingen met betrekking tot de positie van jongeren op de woningmarkt; anderzijds inventariseren we, via een bestaand internetpanel, welke hindernissen Rotterdamse jongeren die actief op zoek zijn naar woonruimte, tegenkomen. 1.2.1 Feitelijke ontwikkelingen In het eerste deel van de onderzoeksopzet brengen we de feitelijke ontwikkelingen met betrekking tot de positie van jongeren op de Rotterdamse woningmarkt in kaart. We hebben daarvoor een aantal bestaande bronbestanden gebruikt, die het COS ter beschikking heeft. In dit rapport verstaan we onder jongeren in overleg met de opdrachtgever twee groepen: 18- tot en met 22-jarigen en 23- tot en met 29-jarigen. In dit eerste deel komen achtereenvolgens aan de orde: Jongeren in Rotterdam Aan de orde komen kenmerken van de groep jongeren, zoals die uit de bevolkingsadministratie (GBA) zijn te herleiden. Het gaat om vragen als: Hoeveel jongeren wonen nog thuis (bij de ouders/verzorgers)? Hoeveel jongeren wonen er zelfstandig (alleen, met kind(eren), met partner en met partner en kind(eren))? Jongeren op de woningmarkt Het COS beschikt over een bestand waarin bevolkinggegevens (GBA) zijn gekoppeld aan woninggegevens: het woningen-bevolking-onderzoeksbestand (WBOB). Met behulp van dit bestand hebben we in beeld gebracht hoe jongeren die al zelfstandig wonen in Rotterdam wonen. Dat hebben we gedaan aan de hand van de volgende kenmerken: marktsegment (sociale huur, particuliere huur, koop) 1 Motie-Hagenaars-Baldee, raadsstuk 2007-2971, zie http://www.bds.rotterdam.nl/content.jsp?objectid=173649 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 9
woningtype woningwaarde locatie (buurt) jongeren in studentenunits woonduur Aldus hebben we de vraag beantwoord in wat voor soort woningen de meeste jongeren in Rotterdam terechtkomen. Woningzoekende jongeren via WoonNet In dit onderdeel is er aandacht voor jongeren die een sociale huurwoning zoeken of hebben gevonden via WoonNet Rijnmond. Het gaat om de volgende vragen: Hoeveel jongeren reageren op aanbod in Rotterdam via WoonNet? Hoeveel jongeren zijn er geslaagd in Rotterdam? Welk aandeel van de actief woningzoekende jongeren slaagt in het vinden van woonruimte? In welke woningen en welke buurten zijn jongeren geslaagd? Bij de beantwoording van deze vragen hebben we steeds onderscheid gemaakt naar woningmarktstatus (starter/doorstromer), herkomst (uit Rotterdam, van elders) en gemiddelde inschrijfduur. Woonwensen en zoekgedrag Uit het op het COS beschikbare Rotterdamse deelbestand van het WoonOnderzoek Nederland 2006 (WoON2006) hebben we informatie herleid over hoe jongeren zoeken op de woningmarkt en wat hun woonwensen zijn. In verband met de omvang van de steekproef hebben we hier geen onderscheid gemaakt naar de twee deelgroepen jongeren, maar slechts over de gehele groep van 18- tot en met 29-jarigen uitspraken gedaan. 1.2.2 Jongerenpanel Voor het tweede deel van de onderzoeksopzet hebben we een groep jongeren via een internetpanel benaderd. Een groep van bijna 300 Rotterdamse jongeren die actief op zoek zijn naar woonruimte is geselecteerd uit het panel van Bliksemonderzoek.nl. Deze jongeren is gevraagd naar hun ervaringen op de Rotterdamse woningmarkt bij hun zoektocht naar woonruimte en er is in het bijzonder geïnventariseerd welke knelpunten en hindernissen zij tegenkomen. 10 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
2 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt: stand van zaken In dit hoofdstuk laten we een aantal feitelijke ontwikkelingen de revue passeren. Hoe groot is de groep 18- tot en met 29-jarigen, hoeveel jongeren wonen nog thuis en hoeveel zelfstandig, hoe wonen de jongeren die al zelfstandig wonen, hoe vinden (vonden) jongeren een sociale huurwoning via WoonNet Rijnmond, en tenslotte: hoe zoeken jongeren op de woningmarkt en wat zijn hun woonwensen. In vier paragrafen komen aan de orde: Jongeren in Rotterdam: cijfers Jongeren op de woningmarkt: hoe wonen jongeren? Woningzoekende jongeren: WoonNet Rijnmond Woonwensen en zoekgedrag: WoON 2006 2.1 Jongeren in Rotterdam Volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) wonen er per 1 januari 2008 582.949 mensen in Rotterdam, waarvan 109.039 jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 29 jaar. We maken in dit rapport steeds een onderscheid (voor zover mogelijk) naar de groepen 18- tot en met 22-jarigen versus 23- tot en met 29-jarigen. In tabel 2.1 staan de cijfers. Tabel 2.1 Aantal jongeren in Rotterdam, 1 januari 2008 Leeftijd absoluut % 18 tot en met 22 jaar 41084 7% 23 tot en met 29 jaar 67955 12% Overig 473910 81% Rotterdam totaal 582949 100% In de bijlage staan de cijfers per deelgemeente 1. In figuur 2.1 staan de cijfers over de gezinsverhouding waarin de jongeren leven: wonen ze nog thuis of al zelfstandig: alleen, met kind(eren), met partner, met partner en kind(eren)? Van de groep 18- tot en met 22-jarigen woont de helft nog thuis bij de ouders/verzorgers. Een grote groep van 45 procent woont alleen, en 3 procent vormt een éénoudergezin (en dat zijn vrijwel alleen vrouwen). In de groep 23- tot en met 29-jarigen liggen de verhoudingen anders. Ruim 60 procent woont alleen en nog slechts 14 procent woont bij de ouders. Een groep van 13 procent woont samen met partner en kind(-eren). Samenwonenden en éénoudergezinnen vormen elk een groep van 6 procent (net als bij de 18- tot en met 22-jarigen vormen vrijwel alleen vrouwen een éénoudergezin). In de bijlage staan de precieze cijfers. 1 De cijfers en percentages die in het vervolg van dit rapport voor de deelgemeenten Hoek van Holland en Pernis worden gepresenteerd, zijn gebaseerd op relatief weinig jongeren (Hoek van Holland 180 en Pernis 153) zodat de resultaten voor deze deelgemeenten met enige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 11
Figuur 2.1 Thuis of zelfstandig Thuis bij ouders 14% 50% Met kind(eren) (1- oudergezinnen) Met partner en kind(eren) 6% 3% 1% 13% Met partner 1% 6% Alleen 45% 61% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 18 t/m 22 jr. 23 t/m 29 jr. Kijken we naar de cijfers per deelgemeente, dan valt op dat het percentage 18- tot en met 22- jarigen dat alleen woont in de deelgemeenten Delfshaven, Noord, Kralingen-Crooswijk en (met name) Stadscentrum bovengemiddeld is. Bijna driekwart van de groep 18- tot en met 22- jarigen in het Stadscentrum woont alleen. Vooral in de deelgemeenten Prins Alexander, Hoogvliet, Pernis en Hoek van Holland woont het grootste gedeelte van deze leeftijdsgroep nog thuis bij de ouders (in Hoek van Holland is dat percentage 90 procent). Is het percentage éénoudergezinnen voor de hele groep 18- tot en met 22-jarigen bijna drie procent, in Charlois is dat bijna vijf procent. Van de 23- tot en met 29-jarigen woont 61 procent alleen; in de deelgemeenten Noord (74 procent), Kralingen-Crooswijk (76 procent) en Stadscentrum (83 procent) is dat bovengemiddeld. In alle deelgemeenten vormen de alleenstaanden de grootste groep. In Hoogvliet, Overschie, IJsselmonde, Feijenoord en Pernis woont één vijfde samen met partner en kind(eren). In Feijenoord, IJsselmonde, Charlois en Hoogvliet, tenslotte, wonen relatief meer éénoudergezinnen dan gemiddeld voor deze leeftijdsgroep. De precieze cijfers voor de deelgemeenten staan in de bijlage. 2.2 Jongeren op de woningmarkt In deze paragraaf kijken we naar de jongeren die al zelfstandig wonen. Dat doen we aan de hand van de volgende kenmerken: wonen ze in (particuliere of sociale) huurhuizen of koophuizen, in wat voor type woning, wat is de WOZ-waarde van hun woningen, hoeveel jongeren wonen er in studentenunits, en hoeveel jongeren verhuizen binnen één jaar. Figuur 2.2 laat zien dat van de groep 18- tot en met 22-jarigen ruim 45 procent in een particuliere huurwoning woont, een iets kleinere groep van 41 procent woont in een sociale huurwoning. Bijna een op de zeven jongeren in deze leeftijdsgroep woont in een koophuis. In de leeftijdsgroep 23- tot en met 29-jarigen zijn er weinig grote verschillen te zien: 36 procent 12 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
woont in een sociale huurwoning, een derde in een particuliere huurwoning en 31 procent heeft een koopwoning. In beide leeftijdsgroepen wonen vrouwen vaker dan mannen in een sociale huurwoning en hebben mannen vaker dan vrouwen een koophuis. Figuur 2.2 Huur of koop 50% 40% 41% 45% 30% 36% 33% 31% 20% 10% 14% 0% 18 t/m 22 jaar 23 t/m 29 jaar sociale huur particuliere huur koop De cijfers voor de marktsegmenten per deelgemeente staan in de bijlage. Woont gemiddeld 41 procent van de 18- tot en met 22-jarigen in een sociale huurwoning, in de deelgemeenten Hoogvliet (77 procent), IJsselmonde (80 procent) en met name Pernis (88 procent) is dat veel vaker het geval. Meer dan gemiddeld wonen er in Stadscentrum, Noord en Delfshaven jongeren uit deze leeftijdsgroep in particuliere huurwoningen. In Charlois en Overschie hebben gemiddeld meer 18- tot en met 22-jarigen een koophuis dan in andere deelgemeenten. In de groep 23- tot en met 29-jarigen ontlopen de drie segmenten elkaar procentueel niet veel als we naar heel Rotterdam kijken; kijken we naar de deelgemeenten dan is meer variatie te zien. Zo woont in het Stadscentrum de helft van deze leeftijdsgroep in een particuliere huurwoning; ook in Noord en Delfshaven vormen de bewoners van een particuliere huurwoning de grootste groep. In Feijenoord en IJsselmonde woont de grootste groep in sociale huurwoningen. Pernis spant de kroon wat betreft koopwoningen: bijna zes op de tien 23- tot en met 29- jarigen heeft een koopwoning. Ook Hoek van Holland (46 procent) en Overschie (44 procent) kennen veel eigen huisbezitters in deze leeftijdsgroep. Feijenoord, Stadscentrum, Delfshaven en Kralingen-Crooswijk hebben de kleinste groep eigen huisbezitters: een op vier jongeren van 23 tot 30 jaar heeft een eigen huis. Opgemerkt dient te worden dat verschillen tussen deelgemeente het gevolg zijn van verschillen in woningvoorraad tussen de deelgemeenten. Figuur 2.3 toont in welk type woning de zelfstandig wonende jongeren wonen. In beide leeftijdsgroepen woont de grootste groep in een portiekwoning zonder lift: 35 procent voor de 18- tot en met 22-jarigen, 40 procent voor de 23- tot en met 29-jarigen. Van de 18- tot en met 22- jarigen woont verder 15 procent in een etagewoning, 12 procent in een benedenwoning en 11 procent in een portiek-/galerijwoning met lift. De grootste groep 23- tot en met 29-jarigen (vier op tien) woont in een portiekwoning zonder Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 13
lift. Verder woont 16 procent in een portiek-/galerijwoning met lift, en tien procent elk in een benedenwoning en een etagewoning. Onderscheid tussen mannen en vrouwen is er nauwelijks. Alleen in de groep 23- tot en met 29-jarigen zijn twee verschillen te zien: tweemaal zoveel mannen als vrouwen wonen in een eengezinswoning (10 om 5 procent) en er wonen meer vrouwen dan mannen in een portiekwoning zonder lift. Figuur 2.3 Type woning 2 50% 40% 30% 35% 40% ééngezinsw oning benedenw oning vrije bovenw oning etagew oning 20% 10% 0% 15% 12% 11% 9% 8% 10% 10% 7% 8% 7% 4% 4% 18 t/m 22 jaar 23 t/m 29 jaar 6% 16% onvrije etagew oning portiekw oning zonder lift galerijw oning zonder lift portiek-/galerijw oning met lift Het type woning naar deelgemeente levert het volgende beeld op. Van de groep jongeren van 18 tot en met 22 jaar woont in de meeste deelgemeenten de grootste groep in een portiekwoning zonder lift; uitzonderingen zijn Prins Alexander (37 procent woont in portiek-/galerijwoning met lift), IJsselmonde en Pernis (de helft woont in een galerijwoning zonder lift), en Hoek van Holland (38 procent woont in een vrije bovenwoning). In Stadscentrum wonen evenveel 18- tot en met 22-jarigen in een portiekwoning zonder lift als in een portiek-/galerijwoning met lift; in Delfshaven en Noord wonen even grote groepen in portiekwoningen zonder lift als in etagewoningen. Het beeld onder de 23- tot en met 29-jarigen is vergelijkbaar. In het Stadscentrum echter woont meer dan de helft in een portiek-/galerijwoning met lift; in IJsselmonde woont de grootste groep niet meer in een galerijwoning zonder lift, maar in een portiekwoning zonder lift; in Hoogvliet (45 procent) en Pernis (86 procent) wonen de jongeren in deze leeftijdsgroep vooral in ééngezinswoningen. Figuur 2.4 geeft een beeld van de WOZ-waarde. De jongeren die in Rotterdam zelfstandig wonen, wonen voor het grootste deel in goedkope woningen. Nemen we de grenzen zoals die per 1 juli 2006 gelden tot 163.000 is goedkoop, van 163.000 tot 231.000 is middelduur en vanaf 231.000 is duur dan woont 92 procent van de groep 18- tot en met 22-jarigen en 87 procent van de 23- tot en met 29-jarigen in een goedkope woning. Voor middelduur zijn de percentages 6 respectievelijk 11 procent; 2 procent in beide leeftijdsgroepen woont in een dure woning. In de jongste groep zijn er vrijwel geen verschillen tussen man en vrouw. De groep 23- tot en met 29-jarigen geeft meer tekening te zien: mannen wonen minder vaak in goedkope 2 Zie de bijlage voor een verklaring van de verschillende typen woningen. 14 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
woningen (85 om 91 procent), en vaker in middeldure (13 om 8 procent) en dure woningen (3 om 2 procent). Omdat de groep die in goedkope woningen woont (tot 163.00) zo groot is, hebben we die groep uiteengelegd in 3 categorieën: tot en met 62.000, van 63.000 tot en met 112.000 en van 113.000 tot en met 162.000. In beide leeftijdsgroepen woont de grootste groep in huizen met een WOZ-waarde van 63.000 tot en met 112.000 (58 om 50 procent). De oudste groep jongeren woont gemiddeld in minder goedkope woningen dan de jongste leeftijdsgroep; hun aandeel in de woningen met een WOZ-waarde van 113.000 tot en met 162.000 is groter dan van hun jongere tegenhangers: 35 om 27 procent. Figuur 2.4 WOZ-waarde in vijf klassen 2% 23 t/m 29 jaar 11% 3% 35% 50% vanaf 231.000 euro tussen 163.000 tot 231.000 euro 18 t/m 22 jaar 2% 6% 27% 58% van 113.000 tot en met 162.000 euro van 63.000 tot en met 112.000 euro tot en met 62.000 euro 6% 0% 20% 40% 60% 80% Kijken we naar de WOZ-waarde per deelgemeente. In vergelijking met de andere deelgemeenten wonen in Delfshaven, Overschie, Noord, Feijenoord, IJsselmonde, Charlois en Hoek van Holland relatief meer 18- tot en met 22-jarigen in goedkope woningen. Hetzelfde geldt voor de 23- tot en met 29-jarigen, met uitzondering van IJsselmonde en Hoek van Holland. In Stadscentrum, Hillegersberg-Schiebroek, Kralingen-Crooswijk, Prins Alexander en Hoogvliet wonen relatief meer 18- tot en met 22-jarigen in middeldure woningen dan in de andere deelgemeenten; voor de oudere leeftijdsgroep geldt hetzelfde verhaal, met uitzondering van Kralingen- Crooswijk, en met toevoeging van Hoek van Holland (woonde in de groep 18- tot en met 22- jarigen niemand in een middelduur of duur huis, in de oudere groep is dat bijna de helft). Wat het dure segment betreft (vanaf 231.000) geldt een bijna identiek verhaal. Vooral Stadscentrum, Kralingen-Crooswijk, Hoogvliet en Hoek van Holland kennen relatief veel 23- tot en met 29-jarigen die in een middeldure of dure woning wonen. Koppeling van het objectenbestand, het bestand met alle gebouwen in Rotterdam, met de GBA, laat zien dat 3838 jongeren in een studentenunit wonen. Dat is ruim 11 procent. Daarvan is 42 procent tussen de 18 en 23 jaar, en 58 procent tussen de 23 en 30 jaar oud. Van de 18- tot en met 22-jarigen die in een studentenunit wonen, is 43 procent man en 57 procent vrouw; onder de 23- tot en met 29-jarigen is 54 procent man en 46 procent vrouw. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 15
Tot slot van deze paragraaf bespreken we de vraag hoeveel jongeren binnen één jaar verhuizen. Figuur 2.5 geeft de woonduur op het adres (op 1 januari 2007) en laat zien dat de jongste leeftijdsgroep in meer dan de helft van het aantal gevallen korter dan één jaar op het huidige adres woont. Dit betekent dat ruim de helft van de zelfstandig wonende hoofdbewoners van 18 t/m 22 jaar in 2006 is verhuisd; het betreft hier 2.500 jongeren. Onder de 23- tot en met 29- jarigen is het aandeel verhuisden minder dan één derde; dit zijn 8.887 jongeren uit die leeftijdsgroep. Van alle zelfstandig wonende huishoudens is in 2006 12 procent verhuisd; onder jongeren is dit aandeel dus drie tot vier keer groter. Veel verhuisde jongeren woonden al in Rotterdam en zijn starter op de woningmarkt: van de 18 t/m 22 jarigen is dat 45 procent en van de 23 t/m 29 jarigen is dat 37 procent. Bovendien komt een groot deel van de jongeren van buiten de stad: respectievelijk 42 en 37 procent. Ter referentie: van alle verhuisden in 2006 is 26 procent starter en 30 procent vestiger. Figuur 2.5 Woonduur van jongeren (hoofdbewoners) op het adres, 1-1-2007 80% 60% 69% 40% 52% 48% < 1 jaar 20% 31% > 1 jaar 0% 18 t/m 22 jaar 23 t/m 29 jaar Kijken we naar de woonduur per deelgemeente, dan valt op dat de jongste leeftijdscategorie in de deelgemeenten Hoogvliet, Hillegersberg-Schiebroek, Charlois en IJsselmonde vaker is verhuisd dan in de andere deelgemeenten. In Hoek van Holland en Pernis daarentegen gebeurt dan (veel) minder vaak. In de groep 23- tot en met 29-jarigen zijn er minder grote verschillen te zien. Deze groep is in Hoek van Holland juist het vaakst verhuisd in vergelijking met de andere deelgemeenten. Voor de precieze cijfers verwijzen we naar de bijlage. 16 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
2.3 Woningzoekende jongeren In deze paragraaf besteden we aandacht aan hoe jongeren een sociale huurwoning vinden via WoonNet Rijnmond. De volgende vragen komen daarbij aan de orde: hoeveel jongeren reageren op aanbod in Rotterdam via WoonNet, hoeveel jongeren zijn er geslaagd in Rotterdam, welk aandeel van de actief woningzoekende jongeren slaagt in het vinden van woonruimte, en in welke woningen en welke buurten zijn jongeren geslaagd. Bij de beantwoording van deze vragen hebben we steeds onderscheid gemaakt naar woningmarktstatus (doorstromer of starter), herkomst (uit Rotterdam, van elders) en leeftijd. In tabel 2.2 staan de resultaten over het jaar 2007. Tabel 2.2 Totale woningvraag, aantal geslaagde woningzoekenden, aandeel geslaagden, gemiddelde inschrijfduur van geslaagde woningzoekenden, naar leeftijd, herkomst en woningmarktstatus in 2007 Totale woningvraag (actief plus direct bemiddelden) Rotterdam elders Totaal Doorstromers Starters Doorstromers Starters tot en met 22 jaar 733 4% 4819 26% 252 4% 2336 30% 8140 15% 23 tot 30 jaar 4130 20% 7227 39% 1490 26% 3296 42% 16143 31% 30+ 15746 76% 6513 35% 4007 70% 2234 28% 28500 54% Totaal 20609 100% 18559 100% 5749 100% 7866 100% 52783 100% Aantal geslaagde woningzoekenden Rotterdam elders Totaal Doorstromers Starters Doorstromers Starters tot en met 22 jaar 67 2% 489 14% 15 3% 102 14% 673 8% 23 tot 30 jaar 519 13% 1385 40% 113 22% 342 47% 2359 28% 30+ 3275 85% 1547 45% 378 75% 280 39% 5480 64% Totaal 3861 100% 3421 100% 506 100% 724 100% 8512 100% Aandeel geslaagden (=aantal geslaagde woningzoekenden/totale woningvraag) Rotterdam elders Totaal Doorstromers Starters Doorstromers Starters tot en met 22 jaar 9% 10% 6% 4% 8% 23 tot 30 jaar 13% 19% 8% 10% 15% 30+ 21% 24% 9% 13% 19% Totaal 19% 18% 9% 9% 16% Gemiddelde inschrijfduur van geslaagde woningzoekenden in maanden Rotterdam elders Totaal Doorstromers Starters Doorstromers Starters tot en met 22 jaar 22 23 21 17 22 23 tot 30 jaar 41 47 38 37 44 30+ 43 43 38 34 42 Totaal 43 42 38 33 41 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 17
Om te beginnen kijken we naar de totale woningvraag (actief woningzoekenden en direct bemiddelden) in 2007, onderverdeeld naar leeftijd, herkomst en woningmarktstatus. 46 procent van de totale woningvraag in 2007 via WoonNet Rijnmond komt van jongeren onder de 30; onder de woningzoekenden van buiten Rotterdam zitten relatief meer jongeren (43 om 54 procent). Jongeren zijn voornamelijk te vinden onder de starters; van de woningzoekenden uit Rotterdam die wensen door te stromen is een kwart onder de dertig, onder starters is dat aandeel twee derde. Is, zoals hierboven betoogd, 46 procent van de woningzoekenden jonger dan 30 jaar, van het aantal geslaagde woningzoekenden is 36 procent jonger dan 30. Een eerste aanwijzing dat jongeren onder de 30 minder snel woonruimte vinden dan 30-plussers. Uit de totale woningvraag en het aantal geslaagden, kunnen we het aandeel afleiden van de actief woningzoekende jongeren dat slaagt in het vinden van woonruimte. De slaagkans 3 onder jongeren is kleiner dan die van 30-plussers: de verschillen zijn het grootst onder woningzoekenden afkomstig uit Rotterdam. Doorstromers afkomstig uit Rotterdam van boven de dertig hebben een slaagkans van een op vijf (21 procent), doorstromende jongeren van 23 tot 30 jaar hebben een slaagkans van bijna een op acht (13 procent), en doorstromende jongeren tot en met 22 jaar slagen in bijna een op de tien gevallen (9 procent) in het vinden van woonruimte. Onder starters afkomstig uit Rotterdam scoren jongeren van 23 tot 30 jaar aanmerkelijk beter dan jongeren tot 23 jaar (19 om 10 procent). Starters hebben een grotere slaagkans dan doorstromers, hoewel dat verschil bij de jongeren tot 23 jaar bijna te verwaarlozen is (10 tegen 9). Voor woningzoekenden van buiten Rotterdam zijn de slaagkansen over alle categorieën kleiner dan voor woningzoekenden uit Rotterdam; bovendien zijn de verschillen naar leeftijd minder uitgesproken. Zo is de slaagkans voor doorstromende jongeren van 23 tot 30 jaar vergelijkbaar met die van doorstromende 30-plussers. Ook onder woningzoekenden van buiten Rotterdam is de slaagkans voor starters groter dan voor doorstromers, met uitzondering van de jongste groep startende woningzoekers. Starters van buiten Rotterdam die jonger zijn dan 23 jaar, hebben een kans van een op 25 om woonruimte te vinden in Rotterdam. Een eerste verklaring voor de kleinere slaagkans van jongeren ligt in het feit dat ze minder inschrijfduur hebben; jongeren hebben nu eenmaal gemiddeld een kortere inschrijfduur, simpelweg als gevolg van hun leeftijd: je kunt je pas vanaf 18 jaar inschrijven bij Woonnet Rijnmond. Jongeren tot 23 jaar (doorstromers en starters) staan gemiddeld bijna twee jaar ingeschreven voor ze iets vinden. Jongeren van 23 tot 30 jaar staan als doorstromers gemiddeld 41 maanden ingeschreven voor ze woonruimte vinden, als starters is dat een half jaar langer (bijna vier jaar). Voor 30-plussers maakt het geen verschil of ze doorstromen of starten op de woningmarkt, zij wachten gemiddeld 43 maanden op een woning. Woningzoekenden van buiten Rotterdam hebben een kleinere kans woonruimte te vinden in Rotterdam dan woningzoekers uit de stad zelf, maar ze staan gemiddeld minder lang ingeschreven. Jongeren hebben dus een lagere slaagkans, maar weten met hun gemiddeld kortere inschrijfduur toch ruim een derde van het beschikbare woningaanbod te bemachtigen. 3 De hier gebruikte slaagkans is een berekening op jaarbasis en is niet vergelijkbaar met de slaagkans uit de monitor woonruimteverdeling. De daar gebruikte slaagkans is het gemiddelde van de vier kwartaalslaagkansen; die ligt per definitie lager. Voor deze rapportage is het voldoende om een vergelijking te maken op jaarbasis. 18 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
In tabel 2.3 is het woningtype van de door jongeren gevonden woonruimte weergegeven. Daaruit blijkt dat bijna 80 procent van de jongeren slaagt in een flat of bovenwoning. Dat is ook vaker dan het gemiddelde, waarbij voor het totaal de geslaagden in 55-plus en servicewoningen buiten beschouwing zijn gelaten. Tabel 2.3 Woningtype van geslaagde woningzoekenden naar leeftijdsklasse in 2007 tot en met 22 jaar 23 tot 30 jaar Totaal Benedenwoning 57 9% 152 6% 503 7% Bovenwoning 136 20% 421 18% 1089 16% Eengezinswoning 35 5% 215 9% 959 14% Flat 400 60% 1403 60% 3896 56% Maisonnette 41 6% 160 7% 529 8% Totaal 669 100% 2351 100% 6976 100% In bijlage B.9 is tenslotte een tabel opgenomen met de buurten waarin jongeren zijn geslaagd in het vinden van woonruimte in 2007 via Woonnet Rijnmond. Jongeren weten in veel buurten wel een woning te vinden, maar soms gaat het maar om enkele geslaagden. De buurten waar jongeren in vergelijking met het totaal vaker woonruimte weten te vinden zijn: Schiemond, Zuidwijk, Groot IJsselmonde, Beverwaard, Hoogvliet Noord en Heijplaat. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 19
2.4 Woonwensen en zoekgedrag Deze paragraaf handelt over hoe jongeren zoeken op de woningmarkt en wat hun woonwensen zijn. De gegevens zijn afkomstig uit het Rotterdamse deelbestand van het WoonOnderzoek Nederland 2006 (WoON 2006). In verband met de (beperkte) omvang van de steekproef hebben we geen onderscheid gemaakt naar de twee deelgroepen jongeren, maar slechts over de gehele groep van 18- tot en met 29-jarigen uitspraken gedaan. Achtereenvolgens komen vragen aan de orde als gewenste woning, vorm en aantal kamers gewenste woning, ligging gewenste woning, eigendom en prijs gewenste woning, type gewenste woning, wenst men bij voorkeur een nieuwbouwwoning, neemt men een woning in een nieuwbouwwijk in overweging, is in de gewenste buurt hoogbouw of laagbouw, is de gewenste buurt een woonbuurt of een buurt waar veel voorzieningen aanwezig zijn, moet de gewenste woning in Rotterdam zijn of in een andere woonplaats, moet de gewenste woning in de huidige wijk liggen, en tenslotte op welke manier men zijn woonwensen (indien nodig) zou aanpassen. Vervolgens zullen we inventariseren hoe de jongeren in Rotterdam volgens het WoON 2006 zoeken op de woningmarkt. De resultaten zullen we steeds presenteren aan de hand van vier onderscheiden groepen: urgente doorstromers/starters en potentiële doorstromers/starters 4. Figuur 2.6 laat zien of de jongeren tot 30 jaar, afhankelijk van hun status (urgent of potentieel), een koop- of een huurwoning wensen. Potentiële doorstromers gaan voornamelijk voor een koopwoning (70 procent), terwijl bij de potentiële starters de voorkeur voor een koop- of een huurwoning vrijwel gelijk is (51 om 49 procent). Bij de jongeren die urgent op zoek zijn naar een woning, gaat de voorkeur (zoals verwacht kon worden) uit naar een (eerder haalbare) huurwoning, waarbij doorstromers nog iets vaker een koopwoning ambiëren. De volgende figuur (2.7) toont de voorkeur voor een een- of meergezinswoning en het aantal kamers. Starters (potentieel 62 procent, urgent 76 procent) hebben een sterke voorkeur voor een meergezinswoning met 1-3 kamers; een derde van de urgente doorstromers en ruim een vierde van de potentiële doorstromers heeft ook een voorkeur voor een meergezinswoning met 1-3 kamers. Een eengezinswoning met 1-3 kamers is weinig populair. Doorstromers vinden bij een eengezinswoning vooral het aantal kamers van belang (4 of meer). 4 De verdeling in de steekproef van de vier onderscheiden groepen is: urgente doorstromers 16 procent; urgente starters 27 procent; potentiële doorstromers 32 procent en potentiële starters 25 procent. 20 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Figuur 2.6 Gewenste woning pot starter pot doorstromer koopw oning urg starter huurw oning urg doorstromer 0% 20% 40% 60% 80% 100% Figuur 2.7 Vorm gewenste woning en aantal kamers pot starter pot doorstromer urg starter urg doorstromer eengezinsw oning 1-3 kamers eengezinsw oning 4 kamers eengezinsw oning 5 en meer kamers meergezinsw oning 1-3 kamers meergezinsw oning 4 en meer kamers 0% 25% 50% 75% 100% Tabel 2.4 toont de voorkeur voor ligging, type woning, eigendom en prijs van de woning, en nieuwbouwwoning. Bijna 40 procent van de urgente doorstromers wil bij voorkeur aan de rand van Rotterdam wonen, terwijl een iets grotere groep (44 procent) in het centrum of op 15 minuten of minder lopen van het centrum wil wonen. Van de andere groepen wil telkens ongeveer een derde een woning op 15 minuten of minder lopen van het centrum. Verhuizen naar landelijk gebied met verspreide bebouwing is nauwelijks populair. Woningzoekenden, en dan met name urgente starters (85 procent), geven veruit de voorkeur aan een tussenwoning. Een derde van de potentiële doorstromers richt zich daarnaast op een vrijstaande eengezinswoning. Een kwart van de urgente doorstromers en potentiële starters heeft ook een voorkeur voor een hoekwoning. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 21
Kijken we naar de voorkeur voor huur/koop en prijs, dan valt op dat diegenen die urgent een woning zoeken vooral op zoek zijn naar een middeldure of goedkope huurwoning; potentiële doorstromers richten zich vooral op een koopwoning (vooral middeldure koopwoningen). Potentiële starters zoeken gelijkelijk naar een huur- of een koopwoning, maar dan vooral in het goedkope segment. De voorkeur voor een nieuwbouwwoning is niet groot, maar urgente woningzoekenden (en dan met name doorstromers) hebben eerder een voorkeur voor een nieuwbouwwoning dan potentiële woningzoekenden. Tabel 2.4 Gewenste ligging, type, eigendom en prijs, voorkeur nieuwbouwwoning Ligging gewenste woning urg doorstromer urg starter pot doorstromer pot starter Totaal in het centrum 24 15 14 11 15 op 15 minuten of minder lopen van het centrum 20 37 35 31 32 op meer dan 15 minuten, maar niet aan rand van woonplaats 14 22 12 22 18 aan de rand van de woonplaats 37 9 26 16 21 in landelijk gebied met verspreide bebouwing 5 4 3 geen voorkeur 6 16 8 16 12 Totaal 100 100 100 100 100 Type gewenste woning vorm urg doorstromer urg starter pot doorstromer pot starter Totaal vrijstaande eengezinswoning 3 34 11 19 2 onder 1 kap woning 7 4 4 hoekwoning 26 15 8 25 16 tussenwoning 64 85 51 62 60 geen van deze 3 2 2 Totaal 100 100 100 100 100 eigendom en prijs gewenste woning urg doorstromer urg starter pot doorstromer pot starter Totaal huurwoning goedkoop 42 37 12 27 27 huurwoning middelduur 29 37 17 19 25 huurwoning duur 3 1 3 2 koopwoning goedkoop 12 17 20 31 21 koopwoning middelduur 10 5 33 13 17 koopwoning duur 7 1 17 8 9 Totaal 100 100 100 100 100 Is gewenste woning bij voorkeur nieuwbouwwoning urg doorstromer urg starter pot doorstromer pot starter Totaal ja 37 25 13 18 21 nee 27 39 40 50 40 geen voorkeur 36 36 47 32 38 Totaal 100 100 100 100 100 Vervolgens kijken we naar de gewenste woonomgeving. Dat doen we aan de hand van een viertal vragen. Moet de buurt hoog- of laagbouw zijn, gaat de voorkeur uit naar een woonbuurt of een buurt waar veel voorzieningen aanwezig zijn, ligt de gewenste woning in Rotterdam, en indien men in Rotterdam wil blijven wonen ligt de gewenste woning in de huidige wijk. Zoals figuur 2.8 laat zien, is in elk van de vier onderscheiden groepen de groep die geen voorkeur heeft voor hoog- dan wel laagbouw in de omgeving het grootst; onder urgente starters is de groep die een gelijke verdeling van hoog- en laagbouw in de buurt wenst, vrijwel even groot als de groep die geen voorkeur heeft. 22 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Figuur 2.8 Hoog- of laagbouw in de omgeving pot starter vooral eengezinsw oningen pot doorstromer vooral etagew oningen urg starter urg doorstromer ongeveer evenveel eengezinsals etegew oningen geen voorkeur 0% 25% 50% 75% 100% Over de voorkeur voor een woonbuurt of een buurt met meer voorzieningen zijn de woningzoekenden wat uitgesprokener (zie figuur 2.9). 5 tot 6 op de tien woningzoekenden geeft de voorkeur aan een buurt met meer voorzieningen; in de meeste gevallen is de voorkeur voor een buurt met meer voorzieningen tweemaal zo groot als de voorkeur voor een buurt waar vooral gewoond wordt. Hooguit een kwart heeft geen voorkeur. Figuur 2.9 Woonbuurt of buurt met meer voorzieningen pot starter pot doorstromer urg starter buurt w aar met name gew oond w ordt buurt met meer voorzieningen geen voorkeur urg doorstromer 0% 25% 50% 75% 100% Figuur 2.10 beantwoordt de vraag waar men het liefst wil wonen. Met uitzondering van potentiele doorstromers gaat de voorkeur van woningzoekenden vooral uit naar Rotterdam als woonplaats; minder dan de helft (maar nog altijd 46 procent) van de potentiële doorstromers zegt in Rotterdam te willen blijven wonen. Maar een derde heeft een voorkeur voor een andere woonplaats en een vijfde maakt het niet uit. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 23
Figuur 2.10 In Rotterdam of elders pot starter pot doorstromer urg starter in Rotterdam in een andere w oonplaats binnen Nederland geen voorkeur urg doorstromer 0% 25% 50% 75% 100% Figuur 2.11 toont de voorkeur voor het wonen in de eigen wijk. Van diegenen die in Rotterdam willen blijven wonen zijn het vooral potentiële starters die bij voorkeur in hun huidige wijk willen blijven wonen (52 procent). Doorstromers (en dan vooral urgente doorstromers) willen dat bij voorkeur niet. Urgente starters zijn verdeeld: bijna even grote groepen zeggen liever niet in hun huidige buurt te willen blijven wonen, of hebben geen voorkeur. Figuur 2.11 In huidige wijk pot starter pot doorstromer urg starter ja nee geen voorkeur urg doorstromer 0% 25% 50% 75% 100% De laatste vraag in het eerste deel van deze paragraaf gaat over de mate waarin de jonge woningzoekenden hun wensen willen aanpassen. Figuur 2.12 toont dat de vier onderscheiden groepen ieder hun eigen aanpassingsstrategie hebben. Urgente doorstromers stellen hun specifieke wensen/eisen bij; urgente starters gaan op zoek naar een duurdere woning; potentiële starters zoeken vooral naar een goedkopere woning, ongeveer een derde zoekt het in een kleinere woning; dat laatste geldt ook voor potentiële doorstromers, die gaan vooral op zoek 24 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
naar een kleinere woning, terwijl een vijfde zijn wensen/eisen bijstelt. Figuur 2.12 Welke manier aanpassen woonwensen pot starter pot doorstromer urg starter een goedkopere w oning zoeken een duurdere w oning zoeken een kleinere w oning gaan zoeken specifieke w ensen/eisen bijstellen urg doorstromer 0% 25% 50% 75% 100% Het tweede deel van deze paragraaf gaat over de manier waarop jongeren volgens het WoON 2006 zoeken. Tabel 2.5 toont de zoekstrategieën. Meerdere antwoorden waren mogelijk. Tabel 2.5 Hoe zoeken jongeren volgens WoON 2006 urgente urgente potentiële potentiële ingeschreven bij: doorstromer starter doorstromer starter totaal een gemeentelijk huisvestingsbureau 5 54 71 23 17 51 een woningbouwvereniging 60 95 87 73 81 bij organisatie voor studenten- of ouderenhuisvesting 12 3 6 bij makelaar, pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij 4 4 2 2 geen van deze 14 3 9 25 11 hebt u: geïnformeerd naar bouwkavels of nieuwbouwwoningen 41 23 33 36 33 ingeschreven voor bouwkavels of nieuwbouwwoningen 23 13 33 18 een makelaar ingeschakeld 35 26 4 37 19 geen van deze 24 59 64 52 55 heeft u een van de volgende acties ondernomen: intensief advertenties in (woon)krant gelezen 56 23 58 55 50 woonbon uit de woonkrant ingeleverd 56 28 6 17 20 familie en kennissen ingeschakeld 45 39 36 34 op internet gezocht 100 70 56 40 60 rondgekeken, -gereden of -gebeld 57 28 23 geen van deze 14 4 7 5 Deze terminologie is van het WoON2006. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 25
De meest voorkomende zoekstrategie is inschrijven bij een woningbouwvereniging, gevolgd door zoeken op internet, inschrijven bij een gemeentelijk huisvestingsbureau en intensief lezen van advertenties in (woon)krant. Inschrijven bij een woningbouwvereniging of een gemeentelijk huisvestingsbureau zal in de Rotterdamse praktijk wijzen op een inschrijving bij Woonnet Rijnmond, met uitzondering van Stadswonen waar je apart voor moet inschrijven. Kijken we naar de verschillende groepen, dan zien we weinig verschillen. Urgente doorstromers zoeken voornamelijk via internet, urgente starters, potentiële doorstromers en starters zoeken vooral via een woningbouwvereniging. 26 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
3 Jongerenpanel In dit hoofdstuk komt het tweede deel van de onderzoeksopzet aan de orde: we hebben een groep jongeren via een internetpanel benaderd. Een groep van bijna 300 Rotterdamse jongeren van 18 tot en met 29 jaar die actief op zoek zijn naar woonruimte is geselecteerd uit het panel van Bliksemonderzoek.nl. 1 Deze jongeren is gevraagd naar hun ervaringen op de Rotterdamse woningmarkt bij hun zoektocht naar woonruimte en is in het bijzonder geïnventariseerd welke knelpunten en hindernissen zij tegenkomen. Bij de presentatie van de resultaten zullen we telkens onderscheid maken tussen jongeren die nog thuiswonen en actief op zoek zijn naar woonruimte en jongeren die reeds zelfstandig wonen en actief op zoek zijn naar woonruimte. De eerste vraag is hoe de ondervraagde jongeren op zoek zijn naar woonruimte. Meerdere antwoorden waren hierbij mogelijk 2. Figuur 3.1 laat zien dat met name internet en inschrijven bij Woonnet Rijnmond de meest gebruikte zoekmethoden zijn. Ongeveer een derde zoekt via vrienden, familie en kennissen of volgt advertenties in krant/woonkrant. Rond een kwart van de jongeren heeft zich ingeschreven op websites, of probeert via een makelaar/woningbureau een woning te vinden, of kijkt, rijdt of belt rond. Figuur 3.1 Hoe zoeken jongeren Rondkijken, -rijden of bellen Advertenties in krant/w oonkrant volgen Via vrienden, familie en kennissen Via internet Via makelaar/w oningbureau Ingeschreven/geïnformeerd voor bouw kavels of nieuw bouw w oningen w oont zelfstandig thuisw onend Ingeschreven op w ebsites Ingeschreven bij Stadsw onen Ingeschreven bij Woonnet Rijnmond 0% 25% 50% 75% De verschillen wat betreft zoekmethoden tussen diegenen die nog thuis wonen en diegenen die reeds zelfstandig wonen, zijn niet groot. Thuiswonenden staan vaker dan zelfstandig wo- 1 Bliksemonderzoek.nl is een activiteit van MWM2, een onderzoeksbureau dat gespecialiseerd is in online onderzoek en datacollectie. Voor dit onderzoek zijn via twee panels 3685 respectievelijk 1437 jongeren benaderd; daarvan hebben bijna 300 jongeren die aan de voorwaarden voldeden een volledige vragenlijst ingevuld. 2 Vandaar dat de percentages tot meer dan honderd optellen. Het getoonde percentage geeft aan hoeveel jongeren gebruikmaken van een bepaalde zoekstrategie. Doorgaans maken ze gebruik van meerdere manieren om woonruimte te vinden. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 27
nenden ingeschreven bij Woonnet Rijnmond en/of Stadswonen, terwijl diegenen die zelfstandig wonen meer dan tweemaal zo vaak als thuiswonenden via een makelaar/woningbureau op zoek zijn naar een woning, of vaker zelf rondkijken, -rijden of -bellen. Figuur 3.2 toont de urgentie van de verhuisplannen, en de gemiddelde zoektijd in maanden van de thuiswonende en zelfstandig wonende jongeren. Figuur 3.2 Urgentie verhuisplannen, gemiddelde zoektijd (in maanden) 3 11,6 Niet op korte termijn 11,4 11,2 Binnen een jaar Binnen een half jaar w oont zelfstandig thuisw onend 11,0 10,8 w oont zelfstandig thuisw onend 10,6 Zo snel mogelijk 10,4 0% 10% 20% 30% 40% 50% 10,2 gemiddelde in maanden Van de thuiswonende jongeren wil een derde zo snel mogelijk vertrekken, en nog een derde wil binnen een half jaar een andere woning gevonden hebben. Een kwart wil binnen een jaar het ouderlijk huis verlaten. Vier op de tien zelfstandig wonende jongeren willen zo snel mogelijk andere woonruimte vinden, drie op de tien binnen een half jaar en een op de vijf binnen een jaar. Kortom, meer dan tweederde van de jongeren wil binnen een half jaar verhuizen naar een nieuwe woning. De gemiddelde zoektijd echter bedraagt voor de hele groep 11 maanden. Thuiswonende jongeren zoeken gemiddeld al wat langer dan zelfstandig wonende jongeren, maar het verschil kan, mede door de grootte van de onderzoeksgroep (N=274), niet significant worden genoemd. De jongeren is gevraagd naar de wijk van hun voorkeur. In tabel B.10 van de bijlage staan de cijfers. De voorkeur gaat vooral uit naar wonen in het Centrum; vier op de tien thuiswonende jongeren vinden het liefst woonruimte in het centrum van Rotterdam, onder zelfstandig wonende jongeren zijn er dat drie op tien. Verder is er geen uitgesproken voorkeur voor andere wijken; een op de vijf jongeren heeft geen voorkeur. Vervolgens is de jongeren gevraagd wat voor woning ze, gelet op hun beschikbare budget, bij voorkeur zoeken. Figuur 3.3 laat de voorkeuren zien. Ook hier waren meerdere antwoorden mogelijk. 3 De gemiddelde zoektijd is gebaseerd op de tijd dat de respondenten al op zoek zijn op het moment van de enquête. 28 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Figuur 3.3 Wat voor woning zoekt men Woongroep Kamer in een studentenhuis Studentenunit Kamer bij een hospita w oont zelfstandig Wooneenheid met gezamenlijk gebruik van keuken en/of toilet thuisw onend Koopw oning Huurw oning van een particuliere verhuurder Huurw oning van een w oningcorporatie 0% 25% 50% 75% Thuiswonende jongeren zoeken vooral (62 procent) een huurwoning van een woningcorporatie. Een huurwoning van een particuliere verhuurder is wat minder populair, maar wordt nog altijd door bijna vier op de tien genoemd. Een derde zoekt een koopwoning. Zelfstandig wonende jongeren verdelen hun voorkeur over een corporatiehuurwoning en een koopwoning. Een derde neemt genoegen met een huurwoning uit de particuliere sector. Aan diegenen die hun voorkeur uitspraken voor een huurwoning (corporatie dan wel particulier) of een koopwoning, is gevraagd hoeveel kamers deze woning dan zou moeten hebben. Figuur 3.4 toont de resultaten. Figuur 3.4 Hoeveel kamers 5 of meer kamers 4 kamers 3 kamers w oont zelfstandig thuisw onend 1 of 2 kamers 0% 10% 20% 30% 40% 50% De jongeren die nog thuiswonen en actief op zoek zijn naar woonruimte, nemen met minder kamers genoegen dan de zelfstandig wonenden; driekwart van de thuiswonenden is tevreden met maximaal drie kamers. De jongeren die zelfstandig wonen gaan met name voor een drie- Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 29
(37 procent) of een vierkamerwoning (36 procent). Gevraagd naar het aantal vierkante meters van de gewenste woonruimte, richten de thuiswonende jongeren zich vooral op woonruimtes met een oppervlakte tot en met 60 vierkante meter (bijna twee derde); zelfstandig wonenden gaan voor meer oppervlakte, vooral vanaf 60 vierkante meter (twee derde). Figuur 3.5 toont de cijfers. Kijken we naar het gemiddelde aantal vierkante meters dat de twee onderscheiden groepen wensen, dan zijn de verschillen duidelijk: thuiswonende jongeren willen gemiddeld 69 vierkante meter, zelfstandig wonende jongeren gaan gemiddeld voor 84 vierkante meter. Figuur 3.5 Gewenste oppervlakte meer dan 100 m2 81 t/m 100 m2 61 t/m 80 m2 41 t/m 60 m2 w oont zelfstandig thuisw onend 21 t/m 40 m2 t/m 20 m2 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% Aan de jongeren die een huurwoning van een woningcorporatie of van een particuliere verhuurder zoeken, is gevraagd wat zij maximaal (exclusief vaste lasten zoals water, gas en licht) aan huur willen betalen. Figuur 3.6 laat zien dat de thuiswonende jongeren een minder hoge huur wensen te betalen dan de jongeren die reeds zelfstandig wonen. 30 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Figuur 3.6 Gewenste maximale huur 501 euro of meer 401 t/m 500 euro 301 t/m 400 euro w oont zelfstandig thuisw onend t/m 300 euro 0% 10% 20% 30% 40% Twee derde van de thuiswonende jongeren wil maximaal 400 euro betalen voor een huurwoning; twee derde van de zelfstandig wonende jongeren is bereid tussen 300 en 500 euro te betalen. Vergelijking van de gemiddelde bedragen laat zien dat het voor de thuiswonende jongeren net boven de 400 euro ligt, terwijl de reeds zelfstandig wonende jongeren gemiddeld bijna 500 euro willen betalen. Vervolgens is de jongeren gevraagd wat zij het belangrijkste vinden bij de keuze van een woning. Figuur 3.7 toont dat de helft van de zelfstandig wonende jongeren de woning of woonruimte zelf het belangrijkste vindt; onder thuiswonende jongeren vinden bijna even grote groepen de woonruimte zelf dan wel de prijs het belangrijkste. Figuur 3.7 Belangrijkste bij keuze van woning w oning/w oonruimte zelf prijs ligging w oont zelfstandig thuisw onend iets anders 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 31
Een vijfde van beide groepen jongeren vindt de ligging het belangrijkste bij hun keuze. Een enkeling noemt een andere reden, zoals een combinatie van genoemde redenen of niet in Rotterdam. Op de vraag waarom heb je nog niets gevonden werd weinig tot geen aanbod in de buurt waar ik wil wonen het vaakst genoemd, door zowel thuiswonende als zelfstandig wonende jongeren (maar vaker door thuiswonende dan zelfstandig wonende jongeren). Op deze vraag waren meerdere antwoorden mogelijk. Tabel 3.1 geeft de precieze cijfers. Tabel 3.1 Waarom nog niets gevonden thuiswonend woont zelfstandig totaal Weinig tot geen aanbod in de buurt waar ik wil wonen 38% 31% 34% Weinig tot geen aanbod van starterswoningen 35% 24% 29% Weinig tot geen aanbod van wat ik zoek 33% 28% 30% Er is een lange wachttijd / wachtlijst bij verhuurders waar ik sta ingeschreven 37% 25% 30% Voorwaarden in de advertenties van Woonnet Rijnmond 10% 8% 9% Onbekendheid met Rotterdamse woningmarkt en aanbieders 8% 5% 6% Onvoldoende kennis van alternatieven 15% 5% 10% Het woningaanbod is te duur (zowel huurprijzen als koopprijzen) 27% 24% 25% Ongunstige prijs-kwaliteit verhouding van het aanbod 17% 22% 19% Ik weet niet welke buurten leuk zijn om te wonen 3% 5% 4% Ik ben te weinig actief 19% 12% 15% Andere reden, namelijk 3% 19% 12% Ook weinig tot geen aanbod van wat ik zoek (thuiswonende vaker dan zelfstandig wonende jongeren), er is een lange wachttijd / wachtlijst bij verhuurders waar ik sta ingeschreven (thuiswonenden noemen deze reden (veel) vaker dan zelfstandig wonenden), weinig tot geen aanbod van starterswoningen (thuiswonenden ook vaker dan zelfstandig wonenden) en het woningaanbod is te duur (zowel huurprijzen als koopprijzen) (vrijwel geen verschil tussen beide groepen) worden vaak als reden opgevoerd. Onder thuiswonende jongeren wordt onbekendheid met de Rotterdamse woningmarkt in 8 procent van alle gevallen en onvoldoende kennis van alternatieven in 15 procent van alle gevallen genoemd; onder de reeds zelfstandig wonende jongeren spelen deze redenen een kleinere rol. Opvallend is dat in ongeveer een op de zes gevallen de jongeren aangeven te weinig actief te zijn in hun zoektocht. In twee van de tien gevallen geven zelfstandig wonende jongeren een andere reden op nog niets gevonden te hebben. Belangrijkste daarvan zijn dat ze al wat gevonden hebben, dat het eigen huis eerst moet worden verkocht of dat men op nieuwbouw wacht, of variaties op de redenen uit tabel 3.1. Knelpunten en/of hindernissen bij het zoeken naar woonruimte Onder de nog thuis wonende en de reeds zelfstandig wonende jongeren die actief op zoek zijn naar woonruimte, is vooral de huur- of koopprijs het grootste knelpunt. In een kwart van de gevallen wordt dit bezwaar genoemd (27 procent onder thuiswonenden tegen 24 procent onder reeds zelfstandig wonende jongeren). Vervolgens is het de eigen voorkeur die in de weg staat bij het zoeken naar woonruimte. Onder zelfstandig wonende jongeren wordt de eigen voorkeur in 17 procent van de gevallen opgevoerd als knelpunt. In 1 op de 10 gevallen wordt de wachttijd of wachtlijst als bezwaar genoemd. Tabel 3.2 geeft de precieze cijfers. 32 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Tabel 3.2 Knelpunten/hindernissen bij het zoeken naar woonruimte 4 thuiswonend woont zelfstandig totaal wachtlijst/wachttijd 11% 10% 10% huur- of koopprijs (met name in verhouding tot eigen inkomen) 27% 24% 25% verhouding prijs/kwaliteit 4% 4% 4% staat van de woningen (achterstallig onderhoud) 7% 6% 6% beperkt aanbod 4% 8% 6% buurt/ligging (ook wat betreft veiligheid) 7% 8% 8% eigen voorkeur (betreft indeling van de woning, aantal en grootte van de kamers, grootte woning) 13% 17% 15% concurrentie 2% 3% 3% kost te veel tijd/ongunstige bezichtigingstijden 4% 2% 3% te korte inschrijfduur 2% 0% 1% overige knelpunten/hindernissen (1 of 2 keer genoemd) 6% 6% 6% geen knelpunten 2% 7% 5% weet niet/geen idee 4% 1% 2% geen antwoord 9% 4% 6% Verbeterpunten bij het zoeken naar woonruimte Kijken we naar de verbeterpunten, dan worden betaalbare huur- en koopprijzen en een ruimer aanbod speciaal voor jongeren (met name voor starters en studenten) het vaakst genoemd. Thuiswonenden noemen het vaakst een ruimer aanbod (in 20 procent van de gevallen); zelfstandig wonende jongeren spreken vaker over betaalbare huur- en koopprijzen (22 procent van alle genoemde verbeterpunten). Meer of betere (financiële) mogelijkheden voor jongeren (een aanpak speciaal op jongeren gericht) wordt in 1 op de 8 gevallen als verbeterpunt opgevoerd. Betere informatie (site speciaal voor jongeren) wordt door de nog thuiswonende groep relatief vaak als verbeterpunt opgevoerd. 4 Op de open vraag naar knelpunten/hindernissen en verbeterpunten zijn meerdere antwoorden gegeven; 120 thuiswonende jongeren hebben samen 168 knelpunten genoemd, 153 zelfstandig wonende jongeren hebben samen 254 punten genoemd. De percentages geven aan hoe vaak een knelpunt/hindernis is genoemd. Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 33
Tabel 3.3 Verbeterpunten bij het zoeken naar woonruimte thuiswonend woont zelfstandig totaal kortere wachttijden/wachtlijsten 5% 3% 4% betaalbare huur- en koopprijzen 17% 22% 20% meer/betere (financiële) mogelijkheden voor jongeren (aanpak speciaal gericht op jongeren) 11% 13% 12% hulp/begeleiding bij zoeken 2% 1% 2% ruimer/beter aanbod voor starters 20% 18% 19% meer/betere/duidelijke informatie (site speciaal voor jongeren) 7% 4% 5% goedkopere nieuwbouw 4% 2% 3% buurt/ligging (ook wat betreft veiligheid) 7% 6% 6% betere verhouding prijs/kwaliteit 5% 4% 4% woningen verbeteren/aanpassen (kleiner, groter) 2% 3% 2% overige verbeterpunten (1 of 2 keer genoemd) 7% 6% 7% geen verbeterpunten 2% 2% 2% weet niet/geen idee 7% 10% 9% geen antwoord 5% 6% 6% 34 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Bijlagen Tabel B.1 Aantal jongeren in Rotterdam per deelgemeente, 1 januari 2008 Deelgemeente 18 t/m 22 jaar 23 t/m 29 jaar 18 t/m 29 jaar overig totaal 18 t/m 22 jaar 23 t/m 29 jaar 18 t/m 29 jaar overig totaal Stadscentrum 2539 5843 8382 21689 30071 8% 19% 28% 72% 100% Delfshaven 6285 10234 16519 53384 69903 9% 15% 24% 76% 100% Overschie 920 1434 2354 13414 15768 6% 9% 15% 85% 100% Noord 3733 8429 12162 37267 49429 8% 17% 25% 75% 100% Hillegersberg-Schiebroek 1782 2856 4638 36208 40846 4% 7% 11% 89% 100% Kralingen-Crooswijk 4696 7429 12125 37091 49216 10% 15% 25% 75% 100% Feijenoord 5125 7403 12528 56386 68914 7% 11% 18% 82% 100% IJsselmonde 3871 5566 9437 48549 57986 7% 10% 16% 84% 100% Pernis 244 412 656 4081 4737 5% 9% 14% 86% 100% Prins Alexander 4899 6590 11489 77736 89225 5% 7% 13% 87% 100% Charlois 4419 8720 13139 49153 62292 7% 14% 21% 79% 100% Hoogvliet 2063 2442 4505 30405 34910 6% 7% 13% 87% 100% Hoek van Holland 489 568 1057 8344 9401 5% 6% 11% 89% 100% Haven- en industriegebieden 19 29 48 203 251 8% 12% 19% 81% 100% Rotterdam totaal 41084 67955 109039 473910 582949 7% 12% 19% 81% 100% Tabel B.2 Thuis of zelfstandig, naar leeftijd en geslacht Mannen Vrouwen 18 t/m 22 jr. Mannen Vrouwen 23 t/m 29 jr. Totaal Alleen 43,0% 46,6% 44,8% 66,8% 55,0% 60,8% 54,7% Met partner 0,4% 2,2% 1,3% 5,5% 7,2% 6,4% 4,4% Met partner en kind(eren) 0,7% 2,9% 1,8% 9,4% 17,8% 13,7% 9,2% Met kind(eren) (1-oudergezinnen) 0,1% 5,2% 2,6% 0,3% 11,1% 5,8% 4,6% Thuis bij ouders 55,7% 43,2% 49,4% 18,0% 9,0% 13,4% 27,0% Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 35
Tabel B.3 Thuis of zelfstandig, naar leeftijd en deelgemeente Stads- Hillegersberg- Kralingen- 18 tot en met 22 jaar centrum Delfshaven Overschie Noord Schiebroek Crooswijk Alleen 73,2% 56,5% 26,7% 59,3% 28,7% 64,4% Met partner 0,6% 1,7% 2,1% 1,4% 0,7% 0,6% Met partner en kind(eren) 0,6% 1,8% 3,0% 1,9% 1,5% 0,7% Met kind(eren) (1-oudergezinnen) 1,1% 2,9% 2,7% 1,4% 2,1% 0,8% Thuis bij ouders 24,5% 37,1% 65,5% 36,0% 67,1% 33,5% Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Prins Feijenoord IJsselmonde Pernis Alexander Charlois Hoogvliet Alleen 41,9% 29,4% 14,3% 23,5% 48,8% 16,1% Met partner 1,9% 1,5% 1,2% 0,7% 2,4% 0,4% Met partner en kind(eren) 2,2% 2,2% 3,2% 1,3% 3,8% 1,1% Met kind(eren) (1-oudergezinnen) 3,7% 4,1% 1,6% 1,3% 4,7% 4,3% Thuis bij ouders 50,3% 62,7% 79,8% 73,3% 40,3% 78,1% Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Hoek van Haven- en Totaal Holland industriegebieden 18 t/m 22 jaar Alleen 8,7% 65,0% 44,8% Met partner 0,2% 0,0% 1,3% Met partner en kind(eren) 0,6% 0,0% 1,8% Met kind(eren) (1-oudergezinnen) 0,2% 0,0% 2,6% Thuis bij ouders 90,3% 35,0% 49,4% Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 36 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Vervolg Tabel B.3 Thuis of zelfstandig naar leeftijd en deelgemeente Stads- Hillegersberg- Kralingen- 23 tot en met 29 jaar centrum Delfshaven Overschie Noord Schiebroek Crooswijk Alleen 83,2% 62,2% 47,8% 74,3% 59,1% 76,4% Met partner 3,8% 6,3% 8,4% 5,9% 6,7% 3,6% Met partner en kind(eren) 4,4% 14,2% 19,5% 9,0% 11,6% 7,1% Met kind(eren) (1-oudergezinnen) 2,4% 5,8% 6,3% 3,3% 5,1% 3,0% Thuis bij ouders 6,2% 11,5% 18,0% 7,5% 17,4% 9,9% Eindtotaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Prins Feijenoord IJsselmonde Pernis Alexander Charlois Hoogvliet Alleen 46,0% 46,1% 39,3% 50,8% 57,6% 37,1% Met partner 7,8% 7,4% 8,3% 7,4% 7,5% 7,8% Met partner en kind(eren) 21,9% 19,9% 22,4% 13,9% 16,4% 18,7% Met kind(eren) (1-oudergezinnen) 8,3% 9,4% 4,2% 4,8% 8,9% 8,8% Thuis bij ouders 16,0% 17,1% 25,8% 23,0% 9,6% 27,6% Eindtotaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Hoek van Haven- en Totaal Holland industriegebieden 23 t/m 29 jaar Alleen 46,1% 76,9% 60,8% Met partner 4,5% 5,1% 6,4% Met partner en kind(eren) 11,7% 5,1% 13,7% Met kind(eren) (1-oudergezinnen) 1,6% 0,0% 5,8% Thuis bij ouders 36,0% 12,8% 13,4% Eindtotaal 100,0% 100,0% 100,0% Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 37
Tabel B.4 Huur of koop, naar leeftijd en deelgemeente 18 t/m 22 jaar sociale huur particuliere huur koop Stadscentrum 28 57 16 Delfshaven 28 60 12 Overschie 48 31 20 Noord 31 57 12 Hillegersberg-Schiebroek 56 31 12 Kralingen-Crooswijk 38 52 10 Prins Alexander 67 16 17 Feijenoord 38 47 14 IJsselmonde 80 10 11 Charlois 32 49 19 Hoogvliet 77 10 13 Hoek van Holland 38 50 13 Pernis 88 0 13 23 t/m 29 jaar sociale huur particuliere huur koop Stadscentrum 25 51 24 Delfshaven 34 42 24 Overschie 39 17 44 Noord 24 45 31 Hillegersberg-Schiebroek 39 28 33 Kralingen-Crooswijk 37 38 25 Prins Alexander 45 18 37 Feijenoord 51 25 24 IJsselmonde 49 14 36 Charlois 30 34 37 Hoogvliet 46 13 41 Hoek van Holland 43 11 46 Pernis 21 20 58 38 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Tabel B.5 Verklaring woningtype Eengezinswoning: woning met tenminste één door de toegangsdeur ontsloten vertrek op de begane grond of beletage beide zonder opbouw van andere objecten Benedenwoning: woning gelegen in een bouwkundige eenheid, waarvan de woonkamer op de begane grond gelegen is, met een eigen toegangsdeur aan de straatzijde. Boven deze woning zijn andere objecten aanwezig Souterrain: bouwlaag, in gebruik als woning, waarvan het vloerpeil maximaal -1.00 meter onder het straatpeil gelegen is Belétage: bouwlaag, in gebruik als woning, gelegen boven het souterrain waarvan het vloerpeil minimaal + 1.40 meter en maximaal + 2.80 meter ten opzichte van het straatpeil ligt Vrije bovenwoning: woning gelegen in een bouwkundige eenheid, niet gelegen op de begane grond, met een eigen toegangsdeur aan de straatzijde Etagewoning: woning gelegen in een bouwkundige eenheid, niet gelegen op de begane grond, met een gemeenschappelijke opgang, die niet als een portiek- of galerijwoning kan worden aangemerkt Onvrije etagewoning: woning gelegen in een bouwkundige eenheid, niet gelegen op de begane grond, met een gemeenschappelijke opgang. Echter de aanwezige overloopruimte dient zowel voor intern huiselijk verkeer als voor verkeersruimte voor andere in de eenheid gelegen objecten Portiekwoning: woning gelegen in een bouwkundige eenheid, waarbij de toegangsdeur van de woning uitkomt op een gemeenschappelijk portiek, al of niet met een lift Galerijwoning: woning gelegen in een bouwkundige eenheid, waarbij de toegangsdeur van de woning uitkomt op een gemeenschappelijke galerij, al of niet met een lift Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 39
Tabel B.6 Woningtype, naar leeftijd en deelgemeente Deelgemeente type woning 18 t/m 22 jaar 23 t/m 29 jaar Stadscentrum ééngezinswoning 1% 0% benedenwoning 4% 4% vrije bovenwoning 6% 3% etagewoning 18% 6% onvrije etagewoning 6% 2% portiekwoning zonder lift 31% 31% galerijwoning zonder lift 3% 2% portiek-/galerijwoning met lift 31% 52% Delfshaven ééngezinswoning 1% 1% benedenwoning 14% 12% vrije bovenwoning 10% 9% etagewoning 29% 21% onvrije etagewoning 10% 6% portiekwoning zonder lift 30% 41% galerijwoning zonder lift 2% 3% portiek-/galerijwoning met lift 5% 8% Overschie ééngezinswoning 9% 9% benedenwoning 14% 8% vrije bovenwoning 9% 11% etagewoning 0% 1% portiekwoning zonder lift 66% 62% galerijwoning zonder lift 0% 1% portiek-/galerijwoning met lift 2% 9% Noord ééngezinswoning 1% 0% benedenwoning 14% 16% vrije bovenwoning 11% 11% etagewoning 25% 22% onvrije etagewoning 14% 9% portiekwoning zonder lift 25% 32% galerijwoning zonder lift 1% 2% portiek-/galerijwoning met lift 9% 8% Hillegersberg-Schiebroek ééngezinswoning 8% 7% benedenwoning 12% 13% vrije bovenwoning 14% 17% etagewoning 3% 3% onvrije etagewoning 1% 2% portiekwoning zonder lift 34% 41% galerijwoning zonder lift 13% 8% portiek-/galerijwoning met lift 14% 10% Kralingen-Crooswijk ééngezinswoning 2% 2% benedenwoning 12% 10% vrije bovenwoning 11% 7% etagewoning 21% 14% onvrije etagewoning 6% 4% portiekwoning zonder lift 35% 42% galerijwoning zonder lift 1% 2% portiek-/galerijwoning met lift 12% 20% 40 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Vervolg Tabel B.6 Woningtype, naar leeftijd en deelgemeente Prins Alexander ééngezinswoning 12% 23% benedenwoning 12% 4% vrije bovenwoning 2% 2% portiekwoning zonder lift 21% 24% galerijwoning zonder lift 16% 11% portiek-/galerijwoning met lift 37% 36% Feijenoord ééngezinswoning 7% 9% benedenwoning 12% 11% vrije bovenwoning 12% 9% etagewoning 18% 11% onvrije etagewoning 13% 5% portiekwoning zonder lift 28% 38% galerijwoning zonder lift 1% 4% portiek-/galerijwoning met lift 10% 13% IJsselmonde ééngezinswoning 8% 18% benedenwoning 10% 5% vrije bovenwoning 1% 2% etagewoning 0% 0% portiekwoning zonder lift 25% 39% galerijwoning zonder lift 50% 21% portiek-/galerijwoning met lift 5% 14% Charlois ééngezinswoning 3% 4% benedenwoning 11% 9% vrije bovenwoning 8% 8% etagewoning 5% 3% onvrije etagewoning 5% 2% portiekwoning zonder lift 57% 60% galerijwoning zonder lift 4% 6% portiek-/galerijwoning met lift 6% 9% Hoogvliet ééngezinswoning 15% 45% benedenwoning 0% 2% vrije bovenwoning 1% 4% portiekwoning zonder lift 41% 23% galerijwoning zonder lift 26% 16% portiek-/galerijwoning met lift 16% 10% Hoek van Holland ééngezinswoning 13% 29% benedenwoning 13% 8% vrije bovenwoning 38% 12% portiekwoning zonder lift 25% 36% galerijwoning zonder lift 13% 7% portiek-/galerijwoning met lift 0% 7% Haven- en industriegebieden ééngezinswoning 100% 60% vrije bovenwoning 0% 40% Pernis ééngezinswoning 40% 86% benedenwoning 10% 5% vrije bovenwoning 0% 1% portiekwoning zonder lift 0% 3% galerijwoning zonder lift 50% 5% Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 41
Tabel B.7 WOZ-waarde, naar leeftijd en deelgemeente van 63.000 van 113.000 van 163.000 vanaf 18 tot en met 22 jaar tot 63.000 tot 113.000 tot 163.000 tot 231.000 231.000 Stadscentrum 6 29 42 17 5 Delfshaven 7 54 32 6 2 Overschie 0 73 24 2 2 Noord 4 47 42 6 0 Hillegersberg-Schiebroek 4 57 24 9 6 Kralingen-Crooswijk 4 34 46 10 4 Prins Alexander 4 46 35 14 3 Feijenoord 8 70 17 4 1 IJsselmonde 13 67 16 3 0 Charlois 5 86 7 1 0 Hoogvliet 3 71 13 14 0 Hoek van Holland 14 0 86 0 0 Pernis 40 30 10 0 20 Haven- en industriegebieden 0 0 0 0 100 van 63.000 van 113.000 van 163.000 vanaf 23 tot en met 29 jaar tot 63.000 tot 113.000 tot 163.000 tot 231.000 231.000 Stadscentrum 2 18 53 21 6 Delfshaven 3 58 31 7 1 Overschie 1 67 27 3 1 Noord 1 42 47 9 1 Hillegersberg-Schiebroek 3 34 47 12 5 Kralingen-Crooswijk 2 34 50 11 3 Prins Alexander 1 24 52 17 5 Feijenoord 6 57 26 9 2 IJsselmonde 3 58 25 12 1 Charlois 4 85 8 2 1 Hoogvliet 1 38 26 33 1 Hoek van Holland 5 8 42 31 15 Pernis 6 13 64 10 6 Haven- en industriegebieden 0 0 50 0 50 42 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Tabel B.8 Mutatiegraad, naar leeftijd en deelgemeente 18 tot en met 22 jaar < 1 jaar > 1 jaar Stadscentrum 51 49 Delfshaven 48 52 Overschie 44 56 Noord 45 55 Hillegersberg-Schiebroek 59 41 Kralingen-Crooswijk 50 50 Prins Alexander 51 49 Feijenoord 50 50 IJsselmonde 61 39 Charlois 59 41 Hoogvliet 54 46 Hoek van Holland 25 75 Pernis 30 70 23 tot en met 29 jaar < 1 jaar > 1 jaar Stadscentrum 34 66 Delfshaven 28 72 Overschie 28 72 Noord 30 70 Hillegersberg-Schiebroek 31 69 Kralingen-Crooswijk 33 67 Prins Alexander 34 66 Feijenoord 31 69 IJsselmonde 34 66 Charlois 28 72 Hoogvliet 32 68 Hoek van Holland 37 63 Pernis 28 72 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 43
Tabel B.9 Geslaagde woningzoekenden naar leeftijdsklasse en buurt van de gevonden woning, 2007 tot en met 22 jaar 23 tot 30 jaar 30+ Totaal Stadsdriehoek 3 40 60 103 Oude Westen 14 61 137 212 Cool 1 2 5 8 Rubroek 4 43 69 116 Agniesebuurt 6 21 49 76 Provenierswijk 4 7 31 42 Delfshaven 15 37 39 91 Bospolder 6 46 97 149 Tussendijken 4 26 83 113 Spangen 6 36 60 102 Nieuwe Westen 21 69 111 201 Middelland 4 12 40 56 Oud-Mathenesse 2 38 40 Witte Dorp 1 1 2 4 Schiemond 30 26 25 81 Bergpolder 8 36 50 94 Blijdorp 3 34 37 Liskwartier 2 38 29 69 Oude Noorden 12 116 192 320 Nieuw-Crooswijk 3 2 5 Oud-Crooswijk 6 52 109 167 Kralingen-West 11 62 130 203 Kralingen-Oost 2 8 15 25 s-gravenland 16 32 48 De Esch 15 45 41 101 Kralingseveer 1 1 2 Struisenburg 9 11 20 Prinsenland 19 54 161 234 Het Lage Land 1 19 79 99 Kleinpolder 10 39 102 151 Overschie 13 22 24 59 Landzicht 1 1 Schiebroek 12 80 174 266 Hillegersberg-Zuid 5 3 8 Hillegersberg-Noord 10 27 37 Ommoord 21 65 294 380 Terbregge 3 3 Molenlaankwartier 25 25 Zevenkamp 20 77 166 263 Oosterflank 4 69 157 230 Nesselande 2 2 4 Tarwewijk 6 48 97 151 Carnisse 8 22 30 Zuidwijk 59 134 275 468 Oud-Charlois 20 58 125 203 Wielewaal 1 4 5 10 Zuidplein 4 4 44 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt
Pendrecht 24 60 148 232 Entrepot 10 47 69 126 Vreewijk 6 40 213 259 Bloemhof 16 59 149 224 Hillesluis 7 22 56 85 Oud-IJsselmonde 12 14 19 45 Lombardijen 7 59 191 257 Katendrecht 2 23 35 60 Afrikaanderwijk 20 62 101 183 Feijenoord 5 42 93 140 Noordereiland 2 9 31 42 Groot-IJsselmonde 88 181 366 635 Beverwaard 41 78 128 247 Pernis 14 37 51 Hoogvliet-Noord 29 35 109 173 Heijplaat 18 16 33 67 Hoogvliet-Zuid 8 54 214 276 Totaal 660 2324 5229 8213 Tabel B.10 Voorkeur voor wijk (maximaal 2 antwoorden) thuiswonend woont zelfstandig Totaal Rotterdam Centrum 39 29 34 Rotterdam Noord (Blijdorp) 13 13 13 Rotterdam Noord (Oude Noorden) 7 6 6 Rotterdam Noord (Hillegersberg-Schiebroek) 11 14 13 Rotterdam Oost (Kralingen) 15 13 13 Rotterdam Oost (Crooswijk) 7 1 3 Rotterdam Oost (Prins Alexander, Ommoord) 14 10 12 Rotterdam West (Delfshaven) 6 4 5 Rotterdam West (Oude Westen) 3 2 3 Rotterdam Kop van Zuid 4 8 6 Rotterdam Zuid 14 18 16 weet niet 14 25 20 Jongeren op de Rotterdamse woningmarkt 45