DEEL 0 AANNEMING WERF



Vergelijkbare documenten
dossier SGR1/AP/0071/2016/004 lot Ruwbouwwerken ontwerp aanleg parkings bouwheer Scholengroep 1 Antwerpen 00. ALGEMENE BEPALINGEN

nr art. omschrijving eenheid hoev. eenh.pr. totaal hoofdstuk 00 HFST00 ALGEMENE BEPALINGEN projectgegevens

6/03/2015 Samenvattende opmeting dossier BALENBERG 1

DOSSIER: hsreno02 lot 4 elektr. GDR-architecten bvba tel. 09/ info@gdr-architecten.be DATUM:31/01/2012

Eenheid som (afgerond. ontwerper inschrijver in letters op de cent) Hoeveelheid Ged. Sommen (afgerond op de cent)

DEEL 0 AANNEMING WERF

a) De vennootschap (1) (handelsnaam of benaming, rechtsvorm, zetel) vertegenwoordigd door de ondergetekende(n)

DEEL 0 AANNEMING WERF

01/09/ Meetstaat -1

Bijzonder bestek Open aanbesteding

SAMENVATTENDE MEETSTATEN

BOUWHEER : Meetjeslandse Bouwmaatschappij voor Volkwoningen CVBA WERKEN : BOUWEN VAN 12 SOCIALE KOOPAPPARTEMENTEN MET PERKEERKELDER

PERCEEL 1 : Water- & winddicht

22/09/2015 Roeselare LUTGART Brandbeveiligings en dakisolatiewerken SAMENVATTENDE OPMETINGSSTAAT 1/6

DEEL 0 AANNEMING WERF

PROJECT NIEUWBOUW TOT UITBREIDING VAN EEN BESTAANDE SCHOOL OPEN AANBESTEDING

D E E L 0 A A N N E M I N G / W E R F

BIJZONDER BESTEK FASE 3 ALLE DELEN

ZHC AANNEMINGSMODALITEITEN aannemingsmodaliteiten - algemeen aannemingsmodaliteiten bestek

AFBREKEN VAN EEN BESTAAND JEUGDHUIS EN BOUWEN VAN EEN NIEUW JEUGDHUIS CLUB 9 EN SLAGWERKLOKALEN. Deel 1: architectuur

ALGEMENE VOORWAARDEN BIJZONDER BESTEK AFBRAAKWERKEN

00. ALGEMENE BEPALINGEN 43

DEEL 0 AANNEMING WERF

28/11/2016 beschrijvende meetstaat verbouwingswerken aan het paviljoen van het kasteel van Groenendaal 1/7

PERCEEL 5 : Binnenafwerking

BIJZONDER BESTEK NR. 351

TECHNISCHE BEPALINGEN

INTENTIEVERKLARING VAN DE AANNEMER. Ik (aannemer)

3 Technische Bepalingen

RESTAURATIE DAKEN OPERA ANTWERPEN

LASTENBOEK. BOUWEN VAN EEN DRIEGEVELWONING Verkaveling Zagerijstraat Lot Hofstade

Gedeeltelijke herinrichting Vlaams Administratief Centrum te Antwerpen. Inhoudstafel. Bouwheer

Hoofdstuk 1: Algemene bepaling

STAD ANTWERPEN Stadsontwikkeling Openbaar domein

TUSSEN: Het Autonoom Gemeentebedrijf Vastgoed en Stadsprojecten Antwerpen, Generaal Lemanstraat 55, 2018 Antwerpen, hierbij vertegenwoordigd door

00. INLEIDING / ALGEMEEN voorwoord - algemeen uitgangspunten - algemeen structuur & opvatting - algemeen...

Administratieve voorwaarden Bellevuekaai - Blok FG

RAAMCONTRACT DAKWERKEN BETONHERSTELLINGEN SCHRIJNWERK (1)

Koningin Elisabethlei 22 Schoonselstraat Antwerpen 2610 Wilrijk

1 COÖRDINATIE-INSTRUMENTEN

Andere controleorganismes :

Bijzonder beschrijvend bestek. STABILITEIT Deel 1

LASTENBOEK ALGEMENE BEPALINGEN AANNEMINGSMODALITEITEN BOUWPLAATSVOORZIENINGEN AFBRAAKWERKEN GEBOUWPRESTATIES BOUWKUNDE 00. ALGEMENE BEPALINGEN...

MODEL VAN TIJDELIJKE EN PRECAIRE GEBRUIKSOVEREENKOMST WAARSCHUWING

BOUWEN VAN EEN LUIFEL OP BEGRAAFPLAATSEN ITEGEM EN BOOISCHOT - HEIST-OP-DEN-BERG LOT 1 - CONSTRUCTIE VAN DE LUIFELS BESCHRIJVENDE MEETSTAAT

ZHC SOG. Hoofdstuk BOUWPLAATSVOORZIENINGEN bouwplaatsvoorzieningen - algemeen

GEDETAILLEERDE MEETSTAAT

Postnr. Omschrijving Type Eenh Lengte Breedte Hoogte Aantal Subtotaal Totaal Opmerkingen

Bouwheer. Werf. Algemeen verwijzingsbestek. Tel: Fax: Gsm: Deel: 0 Aanneming / Werf

DEEL 0 - AANNEMING / WERF INHOUDSOPGAVE 01. AANNEMINGSMODALITEITEN SOG...

Architectenbureau Vanhecke & Suls Architect Mark Van Hecke ART OMSCHRIJVING VH EH L B H X TOTAAL

VOORSTEL FORMULIER ALLE BOUWPLAATS RISICO S

DEEL 9 OMGEVINGSWERKEN

BIJZONDER BESTEK D351/10 Blad nr. B.239 GEDETAILEERDE MEETSTAAT. art.nr. titel lengte breedte hoogte aantal product eenheid meetcode

DEEL 0 AANNEMING WERF

BIJZONDER BESTEK VOOR DE OVERHEIDSOPDRACHT VOOR WERKEN MET ALS VOORWERP EVERE PAPAGENO - NIEUWBOUW BASISSCHOOL EN KINDERDAGVERBLIJF OPEN AANBESTEDING

B B Zandwege

dossier VETO Hfst. 2 grondwerken T 1 HOOFDSTUK 02 - GRONDWERKEN EN BIJZONDERE FUNDERINGEN

14/05/ BIJBOUWEN B-VLEUGEL Samenvattende opmeting 1

GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap afdeling infrastructuur Willebroekkaai 36, 1000 Brussel t:

bestek nummer: blad nummer 1/5

AANBESTEDINGSDOSSIER LASTENBOEK DEEL 0 AANNEMING/WERF

EEN SUCCESVOL BOUWPROCES VRAAGT EEN SPECIFIEKE AANPAK

april Gemeentehuis Aalter_fase 1 p. 1

RAAMCONTRACT ALGEMENE BOUWWERKEN DAKWERKEN ELEKTRICITEIT SANITAIR EN CENTRALE VERWARMING (1)

6 Documenten te bezorgen door aannemer bij zijn inschrijving

De taluds worden opnieuw ingezaaid zoals in oorspronkelijke toestand.

REGEL-MAAT-WERK INGELMUNSTER. TRANS l UTIL l MICCONSULT

Document : MEETSTAAT Dossier : PAGA Opdrachtgever : AG Vespa Datum : 12/10/2011

ANCO-TORENS TURNHOUT. VERKOOPSLASTENBOEK PARKEERGARAGE Fase

BEDRIJVENTERREIN INGELMUNSTER URA UTIL LANDZICHT

OVERZICHT. totalen 1/ RIN/AD/me01/meetstaat.xls

CAMPUS KOEKELBERG AFBRAAK VAN HET BESTAAND VOORMALIG UNIVERSITEITSGEBOUW HUB

HANDLEIDING BOUWTECHNISCH BESTEK WONINGBOUW

12/01/2016 Gedetailleerde opmeting dossier - Herinrichting kantoren bibliotheek Permeke - P dossier ontwerp bouwheer

LOT 1 : RUWBOUW - AFWERKING

Vertegenwoordigd door: Dhr. Kris Eggermont, technisch directeur Hierna de opdrachtgever genoemd,

00. ALGEMENE BEPALINGEN projectgegevens...13

BIJLAGE: OFFERTEFORMULIER

SAMENVATTENDE MEETSTAAT

OCMW BRUGGE Ruddershove Brugge 0 ALGEMENE BEPALINGEN. 1 VOORAFGAANDE WERKEN EN SLOOPWERKEN.

AGION V.O Bestek nr Tweebruggenstraat GENT OFFERTEFORMULIER

GESCHIKTMAKINGSWERKEN

HANDLEIDING BOUWTECHNISCH BESTEK WONINGBOUW

LASTENBOEK ROESELARE SERINGENSTRAAT WOONPROJECT BOTANIEK HANDELSRUIMTE

51. BINNENPLAATAFWERKINGEN

Gebruiksreglement polyvalente zaal Serviceflatcomplex Duinenzichterf

Restauratie koetshuizen en tuinmuur park Sorghvliedt Hoboken AANBESTEDINGSDOSSIER DEEL TECHNISCHE BEPALINGEN

BIJLAGE A : OFFERTEFORMULIER

Transcriptie:

DEEL 0 AANNEMING WERF 00. ALGEMENE BEPALINGEN 9 00.10. projectgegevens 9 00.20. ontwerpteam 9 00.21. ontwerpteam - architecturaal ontwerp 9 00.22. ontwerpteam - studie stabiliteit 9 00.23. ontwerpteam - studie technieken 9 00.24. ontwerpteam - veiligheidscoördinatie 9 00.25. ontwerpteam EPB verslaggeving 9 00.30. documenten 10 00.31. documenten - architectuur 10 00.32. documenten - stabiliteit 10 00.33. documenten - technieken 10 00.34. documenten - veiligheidscoördinatie 10 00.35. documenten EPB verlaggeving 10 00.36. documenten - diepsonderingsverslag 10 00.37. documenten - verslag milieutechnisch bodemonderzoek 10 01. AANNEMINGSMODALITEITEN 11 01.00. aannemingsmodaliteiten - algemeen 11 01.01. aannemingsmodaliteiten bestek PM 11 01.02. aannemingsmodaliteiten voorafgaand plaatsbezoek PM 11 01.03. aannemingsmodaliteiten burgerlijke aansprakelijkheid PM 12 01.04. aannemingsmodaliteiten volledigheid van inschrijving PM 12 01.05. aannemingsmodaliteiten onderaanneming PM 12 01.06. aannemingsmodaliteiten verrekeningen PM 12 01.07. aannemingsmodaliteiten keuringsattesten PM 13 01.08. aannemingsmodaliteiten materialenlijst PM 13 01.10. plaatsbeschrijvingen algemeen 14 01.11. plaatsbeschrijvingen aangrenzende constructies 14 01.11.10. plaatsbeschrijvingen aangrenzende constructies/bij aanvang van de werken PM 14 01.14. plaatsbeschrijvingen verhardingen en afsluitingen 14 01.14.10. plaatsbeschrijvingen verhardingen en afsluitingen/bij aanvang van de werken PM 14 01.15. plaatsbeschrijvingen beplanting 15 01.15.10. plaatsbeschrijvingen beplanting/bij aanvang van de werken PM 15 01.20. werfcoördinatie algemeen 15 01.21. werfcoördinatie planning van de werken PM 15 01.22. werfcoördinatie werfleiding en controle PM 15 01.23. werfcoördinatie werfvergaderingen PM 15 01.24. werfcoördinatie uitzetten bouwwerken PM 16 01.25. werfcoördinatie as-builtdossier TP st 16 01.26. werfcoördinatie uitvoeringsplannen en uitvoeringsdetails TP st 17 01.27. werfcoördinatie nutsvoorzieningen bestaand gebouw PM 17 01.30. werfcondities algemeen 18 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 1

01.31. werfcondities orde en netheid PM 18 01.32. werfcondities geluids- en stofhinder PM 18 01.33. werfcondities nazorg PM 18 01.40. veiligheidsvoorschriften algemeen PM 19 02. BOUWPLAATSVOORZIENINGEN 20 02.00. bouwplaatsvoorzieningen - algemeen 20 02.10. beschermingswerken algemeen 20 02.11. beschermingwerken openbare weg PM 20 02.12. beschermingswerken - beplantingen 20 02.12.10. beschermingswerken beplantingen/bomen PM of FH st 20 02.12.20. beschermingswerken beplantingen/struiken en hagen PM 21 02.30. toegangswegen algemeen 21 02.31. toegangswegen voorlopige verharding voor voetgangers PM 21 02.32. toegangswegen voorlopige verharding voor zware lasten PM 22 02.33. toegangswegen parkeerruimte voor laden en lossen PM 22 02.40. voorlopige omheining algemeen 22 02.50. aankondiging werf algemeen 23 02.51. aankondiging werf - werfbord PM 23 02.60. werflokalen algemeen 24 02.61. werflokalen berging van materieel en bouwmaterialen PM 24 02.62. werflokalen kantoorruimte PM 24 02.63. werflokalen personeelslokaal PM 24 02.64. werflokalen sanitaire voorzieningen PM 25 02.70. voorlopige aansluitingen algemeen 25 02.71. voorlopige aansluitingen - stroomvoorziening PM 25 02.72. voorlopige aansluitingen - watervoorziening PM 26 02.73. voorlopige aansluitingen - waterafvoer PM 26 02.80. arbeidsmiddelen algemeen 27 02.81. arbeidsmiddelen werken op hoogte 27 02.81.10. arbeidsmiddelen werken op hoogte / ladders PM 27 02.81.20. arbeidsmiddelen werken op hoogte / steigers PM 27 02.82. arbeidsmiddelen hijsen en heffen van lasten PM 27 03. AFBRAAKWERKEN 28 03.00. afbraakwerken algemeen 28 03.01. afbraakwerken asbestverwijdering 29 03.02. afbraakwerken schoring 29 03.03. afbraakwerken in bewoonde gebouwen 29 03.10. afbraak volledige constructie algemeen 30 03.11. afbraak volledige constructie vrijstaand 30 03.11.10. afbraak volledige constructie vrijstaand/asbestverwijdering 30 03.11.20. afbraak volledige constructie vrijstaand/slopen gebouw FH m3 31 04. GEBOUWPRESTATIES 32 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 2

04.00. gebouwprestaties - algemeen 32 04.10. energieprestatie en binnenklimaat (EPB) algemeen PM 32 04.20. luchtdichtheid - algemeen PM 32 04.30. akoestiek - algemeen PM 33 04.40. brandveiligheid - algemeen PM 33 05. PROEVEN 34 05.00. proeven - algemeen 34 05.10. proeven - luchtdichtheidsmeting 34 05.12. proeven luchtdichtheidsmeting / gebouw FH st 36 10. GRONDWERKEN 37 10.00. grondwerken - algemeen 37 10.10. voorafgaande afgraving van het terrein - algemeen 39 10.11. voorafgaande afgraving terrein - ontzoden FH m2 39 10.12. voorafgaande afgraving terrein - afgraven teelaarde PM 39 10.13. voorafgaande afgraving terrein - machinale nivellering PM 39 10.20. uitgraving bouwputten - algemeen 40 10.21. uitgraving bouwputten - gewone bouwputten VH m3 40 10.23. uitgraving bouwputten - rioleringselementen PM 41 10.30. uitgraving sleuven - algemeen 41 10.31. uitgraving sleuven - funderingssleuven FH/ m3 41 10.33. uitgraving sleuven - ondergrondse leidingen PM 42 10.40. grondverzet - algemeen 42 10.42. grondverzet - hergebruik uitgegraven grond op werf VH m3 43 10.70. aanvullingen algemeen 43 10.71. aanvullingen - wederaanvullingen 43 10.71.30. aanvullingen wederaanvullingen/gestabiliseerd zand VH m3 44 17. ONDERGRONDSE LEIDINGEN 45 17.00. ondergrondse leidingen - algemeen 45 17.10. rioolbuizen - algemeen 45 17.12. rioolbuizen kunststof 47 17.12.10. rioolbuizen kunststof/pvc 47 17.41. ontvangtoestellen - buitenontvanger 48 17.41.10. ontvangtoestellen - buitenontvanger/met klok FH st 48 17.70. regenwaterbehandeling - algemeen 49 17.71. regenwaterbehandeling - regenwaterputten 49 17.71.10. regenwaterbehandeling regenwaterputten/beton FH st 50 17.80. aansluitingen - algemeen 51 17.82. aansluitingen doorvoer- en wachtbuizen 51 FH m 51 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 3

23 DORPELS, PLINTEN EN DEKSTENEN 53 23.00. dorpels, plinten en dekstenen - algemeen 53 23.15. raam- en deurdorpels - hout FH m3 53 34. THERMISCHE ISOLATIE PLAT DAK 54 34.00. thermische isolatie plat dak - algemeen 54 34.10. isolatieplaten plat dak algemeen 54 34.12. isolatieplaten plat dak PUR 55 34.12.20. isolatieplaten plat dak PUR 24 cm FH m2 55 34.20. dampscherm - algemeen 55 34.21. dampscherm gewapend bitumen PM 56 35. AFDICHTING & AFWERKING PLAT DAK 57 35.00. afdichting & afwerking plat dak - algemeen 57 35.01. afdichting & afwerking plat dak - waterdichtheidsproeven PM 58 35.02. afdichting & afwerking plat dak - waarborgen & attesten PM 58 35.10. bitumineuze dakafdichting - algemeen 58 35.21. kunststof dakafdichting - EPDM 59 35.21.20. kunststof dakafdichting - EPDM/gekleefd FH m2 59 35.50. toebehoren plat dak algemeen 60 35.51. toebehoren plat dak dakdoorvoeren FH st 60 35.53. toebehoren plat dak valbeveiliging 61 35.53.10. toebehoren plat dak valbeveiliging/doodgewicht ankers TP 61 36. DAKLICHTOPENINGEN 62 36.00. daklichtopeningen - algemeen 62 36.30. koepels - algemeen 62 36.31. koepels kunststof acrylaat (PMMA) 63 36.31.10. koepels kunststof acrylaat (PMMA)/vast FH st 63 37. DAKRANDEN EN KROONLIJSTEN 64 37.00. dakranden en kroonlijsten - algemeen 64 37.10. slabben, loketten en aansluitbanden - algemeen 64 37.12. slabben, loketten en aansluitbanden - membranen 64 37.12.10. slabben, loketten en aansluitbanden - membraan/epdm PM 64 37.50. toebehoren dakranden - algemeen 65 37.51. toebehoren dakranden - valbeveiliging 65 37.51.10. toebehoren dakranden - valbeveiliging/lijn- of railsysteem FH m 65 38. DAKWATERAFVOER 66 38.00. dakwaterafvoer - algemeen 66 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 4

38.31. afvoerpijpen - kunststof 66 38.31.10. afvoerpijpen - kunststof/pvc FH m 66 38.51. toebehoren - dakkolken en tapbuizen PM 67 38.52. toebehoren - draad- en bolroosters PM 67 38.53. toebehoren - noodspuwers 68 PM 40. BUITENSCHRIJNWERK 69 40.00. buitenschrijnwerk - algemeen 69 40.01. buitenschrijnwerk - prestaties 70 40.02. buitenschrijnwerk - proeven 71 40.02.20. buitenschrijnwerk proeven/op kosten aannemer VH st 71 40.03. buitenschrijnwerk - montage 71 40.03.10. buitenschrijnwerk montage/spouwconstructie en dorpel PM 72 40.03.40. buitenschrijnwerk montage PM 73 40.10. profielsystemen - algemeen 73 40.11. profielsysteem - hout 74 40.11.10. profielsysteem hout/vaste delen PM 75 40.11.40.1 profielsysteem hout/buitendeuren 75 FH m2 40.11.40.2 hout/buitendeuren in houtmassiefbouw FH m2 76 40.20. hang- en sluitwerk - algemeen 77 40.22. hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen PM 78 40.23. hang- en sluitwerk - sloten PM 79 40.23.10. hang- en sluitwerk sloten/manueel PM 79 40.25. hang- en sluitwerk - panieksluitingen PM 80 40.27. hang- en sluitwerk - deurkrukken PM 81 40.30. ventilatieroosters - algemeen 81 40.31. ventilatieroosters - op glas 82 40.31.10. ventilatieroosters - op glas/kleprooster FH m 82 40.40 beglazing - algemeen 82 40.40.10. beglazing prestaties 83 40.43. beglazing - drievoudige beglazing 84 40.43.10. beglazing - drievoudige beglazing/type 1 FH m2 84 40.50. vulelementen - algemeen 84 40.54. vulelementen vezelcement PM 85 40.55. vulelementen multiplexplaten met spiegel PM 85 40.84. toebehoren - deurstoppen PM 86 42. GEVELBEKLEDINGEN 87 42.00. gevelbekledingen - algemeen 87 42.20. thermische isolatie voorhanggevel - algemeen 87 42.25. thermische isolatie voorhanggevel - XPS 88 42.25.10. thermische isolatie voorhanggevel - XPS/14 cm FH m2 88 42.51. bekledingspanelen kruislagenhout 2cm FH m2 89 42.80. buitenzonwering bedrukte doeken FH st 89 51. BINNENPLAATAFWERKINGEN 90 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 5

51.00. binnenplaatafwerkingen - algemeen 90 51.10. lichte scheidingswanden - algemeen 90 51.11. lichte scheidingswanden - gipskartonplaten FH m2 90 51.20. voorzetwanden algemeen 92 51.21. voorzetwanden - gipskartonplaten 92 51.21.10. voorzetwanden gipskartonplaten/op regelstructuur FH m2 92 51.50. plafondafwerking algemeen 93 51.52. plafondafwerking uitbekleding daklichtopeningen FH m2 93 51.53. plafondafwerking verlaagd plafond 93 51.53.10. plafondafwerking verlaagd plafond/gipskartonplaten FH m2 94 52. DEK- EN BEDRIJFSVLOEREN 96 52.00. dek- en bedrijfsvloeren - algemeen 96 52.10. isolerende uitvullagen - algemeen 96 52.12.01 isolerende uitvullagen schuimbeton 5 cm dikte 96 FH m2 52.12.02 isolerende uitvullagen schuimbeton 21 cm dikte 97 FH m2 52.20. vochtwerende lagen - algemeen 97 52.21. vochtwerende lagen - PE-folie PM 97 052.30. thermische isolatie vloer - algemeen 98 52.35. thermische isolatie vloer - EPS 98 52.35.10. thermische isolatie vloer EPS/ 2 x 8 cm FH m2 99 52.70. bedrijfsvloeren - algemeen 99 52.71. bedrijfsvloeren - gepolierd beton FH m2 99 54. BINNENDEUREN en -RAMEN 101 54.00. binnendeuren en -ramen - algemeen 101 54.01. binnendeuren en -ramen prestaties 101 54.02. binnendeuren en -ramen keuring en proeven 102 54.03. binnendeuren en -ramen proefopstelling 102 54.20. deurbladen - algemeen 103 54.21. deurbladen - hout met holle kern 103 54.21.20. deurbladen - hout met holle kern/tubespaan FH st 103 54.22. deurbladen - hout met volle kern 104 54.22.30. deurbladen - kruislagenhout FH st 104 54.30. deurgehelen - algemeen 104 54.31. deurgehelen kozijnen hout 104 54.31.10. deurgehelen kozijnen hout/brandwerend FH st 104 54.60. hang- en sluitwerk - algemeen 105 54.61. hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen 106 54.61.30. hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen PM 106 54.62. hang- en sluitwerk - deursloten 107 54.62.20. hang- en sluitwerk deursloten/veiligheidssloten PM 107 54.63. hang- en sluitwerk - deurkrukken 108 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 6

54.63.20. hang- en sluitwerk deurkrukken/rvs PM 108 54.64. hang- en sluitwerk vaste handgrepen PM 108 54.81. toebehoren - deurroosters 109 54.81.10. toebehoren deurroosters/inbouw FH st 109 54.86. toebehoren - deurstoppen FH st 109 56. VAST BINNENMEUBILAIR 111 56.00. vast binnenmeubilair - algemeen 111 56.10. keukenmeubelen - algemeen 112 56.11. keukenmeubelen - onderdelen 112 56.11.10. keukenmeubelen onderdelen/stelpoten en plintplaat PM 112 56.11.20. keukenmeubelen onderdelen/corpus en leggers PM 112 56.11.30. keukenmeubelen onderdelen/fronten en zichtwanden PM 113 56.11.40. keukenmeubelen onderdelen/werkbladen PM 113 56.11.50. keukenmeubelen onderdelen/beslag en handgrepen PM 114 56.11.60. keukenmeubelen onderdelen/toebehoren PM 115 56.12. keukenmeubelen type 1 FH st 115 56.30. inbouwkasten - algemeen 115 56.31. inbouwkasten - onderdelen 115 56.31.10. inbouwkasten onderdelen/stelpoten en plintplaat PM 115 56.31.20. inbouwkasten onderdelen/corpus en leggers PM 115 56.31.30. inbouwkasten onderdelen/fronten en zichtwanden PM 116 56.31.50. inbouwkasten onderdelen/beslag en handgrepen PM 116 56.31.60. inbouwkasten onderdelen/toebehoren PM 117 56.32. inbouwkasten kastgeheel type 1 FH st 117 57. TABLET- EN WANDBEKLEDINGEN 118 57.00. tablet- en wandbekledingen - algemeen 118 57.13. tabletten - hout 118 57.13.10. tabletten - hout/massief FH m 118 80. BINNENSCHILDERWERKEN 119 80.00. schilderwerken algemeen 119 80.20. binnenschilderwerken op gipskartonplaten - algemeen 121 80.21. binnenschilderwerken op gipskartonplaten - acrylaathars FH m2 121 90. BUITENVERHARDINGEN 123 90.00. buitenverhardingen - algemeen 123 90.10. funderingen - algemeen 123 90.25. verhardingen betontegels 123 90.25.10. verhardingen betontegels gerecupereerde tegels VH m2 123 90.30. lijnvormige elementen - algemeen 124 90.31. lijnvormige elementen - boordstenen 124 90.31.10. lijnvormige elementen boordstenen/beton 124 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 7

93. GROENAANLEG EN -ONDERHOUD 126 93.00. groenaanleg en onderhoud - algemeen 126 93.10. grondbewerkingen - algemeen 126 93.12. grondbewerkingen egaliseren PM 126 93.20. verwerking teelaarde - algemeen 126 93.21. verwerking teelaarde afkomstig van afgraving VH m3 126 93.40. aanleg grasmatten - algemeen 127 93.41. aanleg grasmatten - door bezaaiing FH m2 127 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 8

00. ALGEMENE BEPALINGEN 00.10. projectgegevens BOUWPLAATS Het uit te voeren project betreft de nieuwbouw/renovatie van woningen/appartementen te Straat nr Postcode Plaats BOUWHEER Naam bouwheer Straat Nr. Postcode Plaats Tel projectverantwoordelijke 00.20. ontwerpteam 00.21. ontwerpteam - architecturaal ontwerp Het architecturaal ontwerp is opgemaakt door Naam architectenbureau Straat Nr. Postcode Plaats Tel projectverantwoordelijke 00.22. ontwerpteam - studie stabiliteit De stabiliteitsstudie is uitgevoerd door Naam stabiliteitsbureau Straat Nr. Postcode Plaats Tel projectverantwoordelijke 00.23. ontwerpteam - studie technieken De studie van de technieken is uitgevoerd door Naam studiebureau technieken Straat Nr. Postcode Plaats Tel projectverantwoordelijke 00.24. ontwerpteam - veiligheidscoördinatie De veiligheidscoördinatie wordt uitgevoerd door Naam veiligheidscoördinator Straat Nr. Postcode Plaats Tel projectverantwoordelijke 00.25. ontwerpteam EPB verslaggeving De EPB-verslaggeving wordt uitgevoerd door Naam EPB-verslaggever Straat Nr. Postcode Plaats Tel projectverantwoordelijke Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 9

00.30. documenten 00.31. documenten - architectuur PLANNENLIJST 00.32. documenten - stabiliteit PLANNENLIJST 00.33. documenten - technieken PLANNENLIJST 00.34. documenten - veiligheidscoördinatie VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDPLAN Referentie: 00.35. documenten EPB verlaggeving EPB-DOSSIER Referentie: 00.36. documenten - diepsonderingsverslag Uitgevoerd door de firma Referentie diepsonderingsverslag: 00.37. documenten - verslag milieutechnisch bodemonderzoek Uitgevoerd door de firma Referentie verslag: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 10

01. AANNEMINGSMODALITEITEN 01.00. aannemingsmodaliteiten - algemeen De voorschriften van dit hoofdstuk vormen een toelichting en/of aanvulling bij de wetgeving overheidsopdrachten. Aan alle hieraan verbonden verplichtingen en aansprakelijkheden wordt door onderhavige richtlijnen op geen enkele manier afbreuk gedaan. De aard van alle artikels van dit hoofdstuk 01. Aannemingsmodaliteiten is Pro Memorie (PM), inbegrepen in het geheel van de aanneming. 01.01. aannemingsmodaliteiten bestek PM ALGEMEEN Deze bestektekst is opgemaakt volgens de typetekst van het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw, zoals opgemaakt door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW). In tegenstelling tot de vorige uitgaven van bestekken van de VMSW (B2001 en B2005) is het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw GEEN verwijsbestek. Onderhavig bestek is dus de enige bestektekst voor dit project. Bepalingen die door de architect zijn toegevoegd of gewijzigd t.o.v. het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw zijn in een duidelijk herkenbare letter- en alineastijl opgemaakt. Indien in artikels verwezen wordt naar andere artikels die door vergetelheid niet opgenomen zijn in dit bestek, is de overeenkomstige recentste beschrijving van deze artikels uit het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw van de VMSW van toepassing. Indien tijdens de uitvoering van de werken nieuwe posten zouden moeten uitgevoerd worden, die niet opgenomen zijn in onderhavig bestek, is de overeenkomstige recentste beschrijving van deze posten uit het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw van de VMSW van toepassing. MEETCHAR Naast elke artikeltitel staat een meetchar die aangeeft welke meeteenheid en aard van overeenkomst van toepassing is voor dat artikel. Indien een tegenstrijdigheid tussen de meetchar en de paragraaf zou voorkomen in dit bestek heeft de tekst onder de paragraaf voorrang op de meetchar. NORMEN De aannemer is behalve aan alle in het bestek vermelde normen onverminderd onderworpen aan de bepalingen van de geldende normen NBN, technische voorschriften van de STS en, TV s (WTCB) en PTV s (Probeton) zoals die drie maanden voor de aanbestedingsdatum werden gehomologeerd of geregistreerd. VERANTWOORDELIJKHEID Dit bestek vraagt in verschillende artikels om documenten ter goedkeuring voor te leggen aan de ontwerper en/of het Bestuur. De goedkeuring door ontwerper en/of Bestuur ontslaat de aannemer en leden van het ontwerpteam echter niet van hun volledige verantwoordelijkheid. 01.02. aannemingsmodaliteiten voorafgaand plaatsbezoek PM Door het feit dat hij zijn offerte indient, erkent de inschrijver dat hij ter plaatse is geweest en zich op de hoogte heeft gesteld van de bestaande toestand van de bouwplaats, de ligging, de omgeving en de toegangswegen. Hierdoor wordt de inschrijver geacht zich volledig rekenschap te hebben gegeven van de omvang van de aanneming en de moeilijkheidsgraad van de uit te voeren werken, m.b.t. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 11

de algemene coördinatie van de werken de inrichting van de bouwplaats de gemeentelijke voorschriften en nutsleidingen de noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen op de werf de mogelijkheden tot de aanvoer en het stockeren van bouwmaterialen het plaatsen van stellingen de opstelling van aangepast materieel (graafmachines, kranen, ) de eventuele voorafgaande sloopwerken de gebeurlijke aanbouw tegen en de bijhorende afwerkingen van scheidingsmuren of bestaande constructies,. 01.03. aannemingsmodaliteiten burgerlijke aansprakelijkheid PM De aannemer is verantwoordelijk voor iedere schade die hij tijdens of door zijn werken zou toebrengen aan gebouwen, inboedel, beplanting, wegenis, nutsleidingen, e.d. of aan derden zowel aan hun persoon als aan hun goederen. Het betreft de extra contractuele aansprakelijkheid volgens artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek. 01.04. aannemingsmodaliteiten volledigheid van inschrijving PM De opsomming van de prestaties in dit bestek moet als niet beperkend worden beschouwd. Door zijn inschrijving verplicht de aannemer zich ertoe in het kader van zijn forfaitaire prijs alle prestaties te leveren die behoren tot en/of in verband staan met de volledige en onberispelijke voltooiing van de werken, zoals die in het aannemingsdossier voorzien zijn. Bijkomende leveringen en prestaties die niet expliciet beschreven zijn in het bestek, detailplannen of uitvoeringsschema s, maar onontbeerlijk zijn voor een volledige en vakkundige uitvoering van de werken of technische installaties maken integraal deel uit van de overeenkomst en worden verondersteld te zijn opgenomen in de prijsbieding. Eventuele leemtes of opmerkingen moeten gemeld worden bij de inschrijving. Zo niet worden deze verondersteld te zijn inbegrepen in de offerte. De aannemer kan zich niet beroepen op onderschatting of misvatting van de beschreven werken om afwijkingen van het aannemingscontract te bedingen. 01.05. aannemingsmodaliteiten onderaanneming PM Niettegenstaande de aanbestedende overheid geen contractuele band heeft met de onderaannemers eist zij van de hoofdaannemer dat hij enkel werkt met onderaannemers die een erkenning hebben voor het deel van de opdracht dat zij zullen uitvoeren. Het bestek kan steeds bijkomende eisen opleggen inzake onderaannemers (zoals habilitatie, erkenningen, e.d.). 01.06. aannemingsmodaliteiten verrekeningen PM VERREKENINGEN TENGEVOLGE VAN VERMOEDELIJKE HOEVEELHEDEN Alle hoeveelheden vermeld op de samenvattende opmeting zijn forfaitair, behalve de hoeveelheden die volgens de documenten tegen prijslijst worden uitgevoerd en die worden voorafgegaan of gevolgd door de vermelding VH of Vermoedelijke Hoeveelheid. Enkel die werken en artikels die uitdrukkelijk als vermoedelijke hoeveelheid zijn opgenomen in het bestek komen in aanmerking. Overschrijdingen van vermoedelijke hoeveelheden moeten voorafgaandelijk aangevraagd worden aan de opdrachtgever. Zij zullen na uitvoering verrekend worden op basis van de opgegeven eenheidsprijzen. De aannemer legt alle nuttige bewijzen voor om de juiste hoeveelheden te bepalen. De opmeting zal gebeuren op initiatief van de aannemer, op het ogenblik dat ze best controleerbaar zijn, in het bijzijn van de architect en/of een afgevaardigde van het Bestuur. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 12

VERREKENINGEN TENGEVOLGE VAN WIJZIGINGEN TIJDENS DE UITVOERING VAN DE WERKEN - Iedere wijziging, toevoeging of weglating van werken moet in principe worden vermeden. Indien toch noodzakelijk zijn zij het voorwerp van een verrekening-aanhangsel. Ze worden opgesteld vóór de uitvoering van de werken en onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door de architect en het bestuur. 01.07. aannemingsmodaliteiten keuringsattesten PM In dit bestek wordt voor verschillende materialen en/of systemen geëist dat zij beschikken over een merk van overeenkomstigheid BENOR of een doorlopende technische goedkeuring ATG of een gelijkwaardig keuringsattest. De producten waarvoor een merk van overeenkomstigheid BENOR of een technische goedkeuring ATG bestaat, of die het voorwerp uitmaken van een kwaliteitscontrole tijdens de fabricage door een door de overheid erkende onpartijdige instelling, worden vrijgesteld van de proeven voor voorafgaande technische keuring. De aanbestedende overheid behoudt zich nochtans het recht voor om, in geval van twijfel, op haar kosten tot een geheel of een gedeelte van de keuringsproeven over te gaan; de resultaten van deze proeven kunnen worden meegedeeld aan de instelling belast met het toekennen van het merk BENOR of ATG of met de kwaliteitscontrole van het desbetreffend product. Wanneer door de aannemer een partij zogenoemd (aan BENOR of ATG) gelijkwaardige producten voorgesteld wordt, toont de aannemer vooraf en op zijn kosten de gelijkwaardigheid aan met een gemotiveerde nota opgesteld in het Nederlands. Deze nota omvat alle stavingsstukken zoals auditrapporten, proefuitslagen,, opgemaakt door een officieel erkend onafhankelijk laboratorium. Indien de gelijkwaardigheid niet aanvaard wordt door de aanbestedende overheid zal deze overgaan tot een volledige partijkeuring ten laste van de aannemer. De betrokken producten mogen niet verwerkt worden voordat alle resultaten positief zijn. De aannemer heeft in dit geval nooit recht op schadevergoeding noch op termijnverlenging. 01.08. aannemingsmodaliteiten materialenlijst PM De aannemer dient voor de aanvang der werken de voorziene materialen te laten keuren. Op aanvraag van de architect en/of minstens 30 dagen voor iedere levering of verwerking (volgens vordering der werken), is aannemer er dienaangaande toe gehouden, een lijst met de te gebruiken materialen en op aanvraag de nodige materialenmonsters, kleurstalen, technische fiches en keuringsattesten ter goedkeuring voor te leggen aan de architect. Laattijdige voorleggingen van materialenmonsters, kleurstalen, technische fiches en keuringsattesten zullen niet als reden voor termijnsverlengingen en/of vertragingen worden aanvaard. Ook bij keuzes die bestuur en/of architect nog moeten maken, door bv een variante aanbieding van de aannemer, moet met dezelfde termijn van minstens 30 dagen rekening worden gehouden. Materialen De materialen worden zoveel mogelijk in recycleerbare verpakkingen geleverd. Het verpakkingsmateriaal wordt systematisch gesorteerd op de werf. Vlarema is van toepassing. De aannemer toont aan de hand van de veiligheidsfiche (Safety Data Sheet) of de technische fiche aan dat er bij de productie van de gebruikte materialen geen stoffen voorkomen die als schadelijk beschouwd worden door de Europese richtlijn 67/548/EEC. Afwerkingsmaterialen en -producten die in contact staan met de binnenomgeving van het gebouw mogen geen stoffen bevatten die kankerverwekkend (R40, R45, R49), mutageen (R46, R68), schadelijk of giftig voor de voortplanting (R60, R61, R62, R63) of toxisch (R23, R24, R25, R26, R27, R28) zijn. Hierbij wordt verwezen naar de Europese Verordening (EG) nr. 1272/2008. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 13

01.10. plaatsbeschrijvingen algemeen De plaatsbeschrijvingen omvatten een volledige en nauwkeurige weergave van de toestand waarin eigendommen, zowel roerend als onroerend, zich bevinden op het ogenblik van het onderzoek. Dit betreft alle eigendommen en openbare domeinen die op een of andere wijze nadelige invloeden zouden kunnen ondergaan door de uitvoering van de werken. De tegensprekelijke plaatsbeschrijvingen en de vergelijkende beschrijvingen worden opgemaakt door een beëdigd onafhankelijk expert, aangesteld door de aannemer. Hij zal minstens veertien dagen op voorhand, door middel van een aangetekend schrijven, de eigenaar(s) van de te bezoeken panden de dag en het uur meedelen voor het plaatsbezoek. Hij zal hen in dit schrijven ook verzoeken om zich eventueel te laten bijstaan door een raadsman of deskundige om het tegensprekelijk karakter van de vaststellingen te verzekeren. Een kopie van dit schrijven wordt naar het Bestuur en de architect verstuurd. Voor de aanvang van de werken wordt een kopie van de door alle betrokken partijen ondertekende plaatsbeschrijving(en) aan alle betrokken partijen en het Bestuur overhandigd. Bij het einde van de werken wordt een tegensprekelijke staat van vergelijking opgemaakt met de vaststelling van de mogelijke schade t.o.v. de toestand vermeld in de plaatsbeschrijvingen bij de aanvang van de werken. De aannemer moet de vastgestelde beschadigingen herstellen of de schade vergoeden voor de voorlopige oplevering. Vóór de voorlopige oplevering overhandigt hij de opdrachtgever de schriftelijke verklaringen van de betrokken eigenaars dat ze ofwel geen schade hebben geleden ofwel dat de schade werd hersteld en/of vergoed. De plaatsbeschrijving zal bestaan uit een nauwkeurige tekstuele beschrijving een visualisering van de bestaande situatie d.m.v. foto s of video een ontvangstmelding en door de eigenaar(s) voor akkoord ondertekend exemplaar het eindrapport beslaat een geschreven tekst met vermelding van de wijzigingen t.o.v. de originele plaatsbeschrijving, aangevuld met foto s van de gebeurlijke schadegevallen. een aanduiding van de plaats waar de foto s genomen zijn op plan 01.11. plaatsbeschrijvingen aangrenzende constructies 01.11.10. plaatsbeschrijvingen aangrenzende constructies/bij aanvang van de werken PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 01.14. plaatsbeschrijvingen verhardingen en afsluitingen De nodige plaatsbeschrijvingen van de openbare en/of private verhardingen en afsluitingen, inclusief de bestaande infrastructuur (riolering, putdeksels, verlichtingspalen, ) grenzend aan de werf en/of deel uitmakend van de werf. 01.14.10. plaatsbeschrijvingen verhardingen en afsluitingen/bij aanvang van de werken PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 14

01.15. plaatsbeschrijvingen beplanting 01.15.10. plaatsbeschrijvingen beplanting/bij aanvang van de werken PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 01.20. werfcoördinatie algemeen 01.21. werfcoördinatie planning van de werken PM Voor de aanvang van de werken moet een globale planning opgemaakt worden in samenspraak met de opdrachtgever, de architect, de betrokken studiebureau s en nutsmaatschappijen. Deze planning houdt rekening met de vastgelegde uitvoeringstermijnen door de verschillende onderaannemers. Eventuele opmerkingen zullen door de aannemer in een herziene versie worden verwerkt. Op regelmatige tijdstippen zal de planning worden geëvalueerd, i.f.v. de vordering van de werken, de vastgelegde uitvoeringstermijn en gebeurlijke termijnsverlengingen. Gedurende de werken dient de school ten allen tijde zoveel mogelijk ongehinderd kunnen blijven functioneren. Wanneer de aannemer werken wil uitvoeren aan het bestaande gebouw(en) wordt dit minstens 1 week op voorhand meegedeeld aan de architect, directie en veiligheidscoördinator. 01.22. werfcoördinatie werfleiding en controle PM WERFLEIDING De aannemer neemt persoonlijk de leiding van en het toezicht op de werken op zich of wijst hiervoor een gemachtigde aan, die als werfverantwoordelijke instaat voor de goede uitvoering van de opdracht. De gemachtigde moet door het Bestuur worden erkend. Het Bestuur heeft steeds het recht om de gemachtigde te doen vervangen. WERFCONTROLE 0p de werf is steeds een kopie van het volledige aannemingsdossier aanwezig. De plannen worden op een afgesproken plaats opgehangen; hierop worden alle verbeteringen en aanpassingen aangeduid. Deze wijzigingen worden, na goedkeuring door de architect en/of opdrachtgever, in het dagboek der werken en/of de werfverslagen genoteerd. Het dagboek der werken en een kopie van alle werfverslagen moeten zich steeds op de bouwplaats bevinden in het werfkantoor. De aannemer stelt het nodige materieel, leveringen en personeel ter beschikking van het Bestuur en de controleorganen om al de door hen nuttig geachte controles uit te voeren. 01.23. werfcoördinatie werfvergaderingen PM Minstens eenmaal per werkweek vindt er een werfvergadering plaats. Er wordt in samenspraak tussen de opdrachtgever, de architect en de aannemer een bepaalde dag van de week en een vast uur afgesproken waarop de werfvergaderingen worden gehouden. Indien geen specifieke problemen in de werfvergadering worden besproken, mag de aannemer vertegenwoordigd zijn door een gemachtigde. Indien voorafgaandelijk gesignaleerd wordt dat op de werfvergadering een specifiek probleem zal worden besproken, moet de aannemer daarbij vertegenwoordigd zijn door een terzake bevoegd afgevaardigde. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 15

Eventueel bijkomende vergaderingen op uitnodiging van de architect zijn verplichtend voor de aannemer. In overleg tussen het Bestuur en de architect worden dag en uur bepaald. Van elke werfvergadering wordt door de architect een werfverslag opgemaakt waarin alle besproken punten worden opgenomen en dat aan alle betrokken personen wordt overhandigd of toegestuurd. Deze verslagen zullen de waarde hebben van een aangetekende briefwisseling. Alle punten waarop geen bezwaar gemaakt is, worden als bekrachtigd beschouwd. 01.24. werfcoördinatie uitzetten bouwwerken PM Alle vereiste middelen en prestaties om de maten van de constructies correct vast te leggen, te visualiseren en de controle ervan door het Bestuur mogelijk te maken. Voor de aannemer begint met het uitzetten, verwittigt hij de architect hiervan minimum drie dagen op voorhand. Het uitzetten van de bouwwerken op het terrein gebeurt door het aanbrengen van voldoende referentiepunten en stevige merktekens. De waterpasmerktekens voor de afgewerkte vloerpeilen moeten op onuitwisbare wijze vastgelegd worden in overleg met de architect. Het niveau 0.00 is het peil van de afgewerkte vloerpas van de gelijkvloerse verdieping of zoals aangegeven op de plannen. Bij vastgestelde anomalieën op het terrein moet de aannemer zo nodig de afgeleverde bouwvergunning raadplegen en het Bestuur hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen. Na het uitzetten nodigt de aannemer de architect en de opdrachtgever uit tot verificatie op het terrein en het eventueel aanbrengen van de nodige verbeteringen in het bijzijn van de aannemer of zijn gemachtigde. Het Bestuur moet zijn akkoord over de uitgezette maten noteren in het dagboek der werken. Pas dan kunnen de funderingswerken aangevat worden. 01.25. werfcoördinatie as-builtdossier TP st aard van de overeenkomst: Totale Prijs: forfaitair: per stuk Algemeen Overeenkomstig de gestelde eisen in het bijzonder bestek dient de aannemer oa. de nodige asbuilt plannen te leveren aan de opdrachtgever. Het betreft de respectievelijk grafische weergave op schaal 1/50 van de uitgevoerde bouwwerken en technische installaties en leidingen (gas, sanitair, verwarming, elektriciteit, liften, ) over hun volledig verloop tot aan de aansluiting op de openbare distributieleidingen. Als basis hiervoor kunnen de uitvoeringsplans van de aannemer dienen. Mogelijke wijzigingen en verdere detailleringen worden verwerkt in de plannen tot een asbuilt dossier. Standaard in te dienen na de uitvoering der werken asbuilt-plannen structuur en architectuur asbuilt-plannen van de waterdistributie asbuilt-plannen van de verwarmingsleidingen asbuilt-plannen van de ondergrondse en bovengrondse rioleringswerken asbuilt-plannen van de gasdistributieleidingen asbuilt-plannen en schema van de elektrische installatie technische fiches van alle gebruikte materialen, producten enz alle uitvoeringsdetails (zoals effectief uitgevoerd) asbuilt-plannen van de thermische isolatie, in het kader van EPR veiligheid- en gezondheidsfiches van gevaarlijke producten en isolaties keuringen fotomateriaal Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 16

Het asbuilt-dossier zal overzichtelijk en logisch worden opgebouwd, met een behoorlijke inhoudstafel, met schutbladen enz om toe te laten dat de diensten die het gebouw na definitieve oplevering verder moeten beheren en onderhouden snel en eenvoudig de nodige documenten kunnen traceren. Het dossier zal dus ook toegepaste informatie bevatten ifv onderhoud, herstellingen en vervangingen: bv. kleurnummers RAL of NCS, samenstellingen voegspecie, gebruikte kleurstoffen, lampenlijst enz Aanpassingen met de hand op plannen wordt niet aanvaard. Onverminderd wat bepaald is ter zake in het veiligheids- en gezondheidsplan met betrekking tot de samenstelling post interventiedossier, levert de aannemer minstens 2 weken voor de voorlopige oplevering 3 stellen afdrukken van de bijgewerkte en goedgekeurde as built dossiers en 3 exemplaren digitaal op CD ROM of USB- stick, in DWG formaat, en PDF formaat. 1 exemplaar wordt overhandigd aan de architect, 2 exemplaren aan de bouwheer. 01.26. werfcoördinatie uitvoeringsplannen en uitvoeringsdetails TP st aard van de overeenkomst: Totale Prijs - forfaitair: per stuk UITVOERINGSDETAILS De door de ontwerper overhandigde details zijn principedetails en IN GEEN GEVAL uitvoeringsdetails. Op basis van deze principedetails zal de aannemer alle nodige uitvoeringsdetails maken en ter goedkeuring voorleggen aan het bestuur en de ontwerpers en dit minimum 3 werfvergaderingen voor de geplande uitvoering. UITVOERINGSPLANNEN De stabiliteits- en architectuurplannen worden door de aannemer op zijn kosten aangevuld tot uitvoeringsplans en ter goedkeuring in 3 exemplaren voorgelegd. Indien werken worden uitgevoerd zonder voorafgaandelijke goedkeuring kunnen deze geweigerd worden, en kan door architect & bestuur opdracht gegeven worden tot afbraak en/of aanpassingen. 01.27. werfcoördinatie nutsvoorzieningen bestaand gebouw PM De bouwwerken vinden plaats op een schooldomein in werking. Gedurende de werken dient de school ten allen tijde ongehinderd kunnen blijven functioneren. De aannemer zal hiermee rekening houden bij de planning & uitvoering van de werken (zie ook art. 1.21). De elektrische stroom in het bestaande schoolgebouw dient ononderbroken beschikbaar te blijven. Alle regenwaterafvoeren, rioleringen en nutvoorzieningen moeten ononderbroken blijven functioneren. Wanneer bij hoogste uitzondering toch werken dienen te gebeuren die zware hinder aan de nutsvoorzieningen van het in werking blijvende gebouw met zich meebrengen (zoals stroomtoevoerafsluitingen, ) worden minstens 1 week op voorhand concrete afspraken gemaakt op de werfvergadering in aanwezigheid van architect, schooldirectie en bouwheer voor de aanvang van deze werken. Doel is om de school ongehinderd te laten functioneren. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 17

01.30. werfcondities algemeen 01.31. werfcondities orde en netheid PM De hoofdaannemer richt een nette en ordentelijke werf in en is gedurende de hele uitvoering van de werken verantwoordelijk voor het onderhoud en regelmatig opruimen ervan. TUSSENTIJDS OPRUIMEN & REINIGEN VAN DE BOUWPLAATS Tot aan de voorlopige oplevering staat de aannemer in voor: het wekelijks opruimen van de bouwplaats en reinigen van werflokalen, of telkens het opdrachtgevend Bestuur, architect of veiligheidscoördinator hierom verzoeken het regelmatig opruimen en verwijderen van de werf van alle puin, afval, overschotten van gebruikte materialen of afval van de door hem en/of zijn onderaannemers uitgevoerde werken. het treffen van alle maatregelen om de toegangswegen tot de werf (wegenis, riolen) proper te houden; alle door het gemeentebestuur opgelegde waarborgen betreffende het openbaar domein zijn daarbij ten laste van de aannemer. ALGEMENE SCHOONMAAK VOOR DE VOORLOPIGE OPLEVERING Bij het beëindigen van de werken en voor er tot de voorlopige oplevering kan worden overgegaan, moet de aannemer zorgen voor een grondige opkuis van de volledige werf, zowel buiten als binnen de gebouwen, door hem gebouwd, uitgerust of gebruikt tijdens de werken, ongeacht of de vervuiling door hemzelf of zijn onderaannemers werd veroorzaakt. Deze algemene opkuis omvat o.a. het weghalen van klevers, het wassen van alle schrijnwerk en beglazing, bevloeringen, vensterbanken, sanitaire toestellen,. De reinigingswerken gebeuren met aangepaste producten en waar vereist door gekwalificeerd personeel. Keuring De architect en het Bestuur behouden zich het recht voor om na schriftelijke aanmaning, en indien de aannemer hieraan geen gevolg heeft gegeven binnen de 8 dagen na ontvangst, de werf te laten opruimen door derden en de achtergelaten materialen te laten afvoeren. De kosten hiervoor worden onverminderd van de maandelijkse vorderingsstaat of eindafrekening van de aannemer afgehouden. 01.32. werfcondities geluids- en stofhinder PM GELUIDSHINDER De aannemer moet zijn machines en het aangewende materieel voorzien van alle geluiddempende middelen die de techniek hem ter beschikking stelt. In het bijzonder bij werkzaamheden in stedelijke omgevingen moet de geluidshinder tot een minimum beperkt worden, conform eventuele gemeentelijke voorschriften. Alle gebeurlijke klachten en/of boetes zijn ten laste van de aannemer. STOFHINDER Bij werken die gepaard gaan met opwaaiend stof, treft de aannemer de nodige maatregelen om de hinder voor de omgeving te beperken. De voorziene maatregelen kunnen bestaan uit het besproeien met water en/of het spannen van afschermende zeilen. Alle gebeurlijke klachten, schadeclaims en/of boetes zijn ten laste van de aannemer. 01.33. werfcondities nazorg PM De aannemer verbindt zich ertoe om de afgewerkte gebouwen en/of lokalen te beschermen en in goede staat te houden tot aan de voorlopige oplevering. Waar vereist zullen bouwdrogers, vorstbeschermers, e.d. worden voorzien. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 18

01.40. veiligheidsvoorschriften algemeen PM De aannemer neemt op zijn verantwoordelijkheid alle nodige organisatorische en technische maatregelen om gedurende het ganse verloop van de werken de veiligheid te verzekeren van zijn personeel en van alle op de werf toe te laten personen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijzen van alle respectievelijke uitvoeringsposten waarop het veiligheids- & gezondheidsplan betrekking heeft. Materialen en uitvoering Alle werken worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van: de Codex over het welzijn op het werk de welzijnswet van 04/08/1996 het KB van 25/01/2001 betreffende tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, en haar wijzigingen de nog geldende voorschriften van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) de diverse publicaties van het Nationaal Actiecomité voor de Veiligheid en hygiëne in het Bouwbedrijf (NAVB). De aannemer zal zich schikken naar de aanbevelingen van de veiligheidscoördinatorverwezenlijking en de richtlijnen van het veiligheids- & gezondheidsplan, zoals gevoegd bij het aanbestedingsdossier. Alle eventueel hieraan verbonden kosten zijn inbegrepen in de aanneming. Volgens het art.159 van het KB van 15/07/2011 inzake overheidsopdrachten is de opvraging van documenten zoals vermeld in punt 1 en punt 2 van art. 30 van het KB van 25/01/2001 (gewijzigd door het KB van 19/01/2005) facultatief. Aangezien het veiligheids- en gezondheidsplan voldoende nauwkeurig beschrijft op welke wijze het bouwwerk moet worden uitgevoerd, worden er door de coördinatorontwerp geen bijkomende documenten opgevraagd aan de inschrijvers. Door het ondertekenen van het inschrijvingsbiljet van bevestigt de inschrijver dat hij de werkmethode zal volgen die voortvloeit uit dit veiligheids- en gezondheidsplan. Personen die de veiligheidsvoorschriften overtreden, kunnen van de bouwplaats worden gestuurd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 19

02. BOUWPLAATSVOORZIENINGEN 02.00. bouwplaatsvoorzieningen - algemeen De voorbereidende werkzaamheden voor de inrichting van de bouwplaats omvatten alle administratieve en organisatorische maatregelen en technische middelen om de werken volgens de bepalingen van het aanbestedingsdossier mogelijk te maken en dit overeenkomstig de omvang van de opdracht, de moeilijkheidsgraad en de eisen van veiligheid en hygiëne. Alle bedrijfsmiddelen, zoals materieel, energie, water, communicatiemiddelen, transport, e.d., alsook de (voorlopige) aansluiting aan de installaties van algemeen nut, de nodige vergunningen, vergoedingen of borgstellingen nodig voor de verwezenlijking van de aanneming zijn standaard inbegrepen in de eenheidsprijs. Dit geldt tevens voor alle deelaspecten van de inrichting van de werf, behalve indien de aanbestedingsdocumenten voor sommige van deze artikelen uitdrukkelijk een afzonderlijke post zouden voorzien. De inrichting en organisatie van de bouwplaats gebeurt voor de aanvang van de werken en volledig op kosten van de aannemer. De concrete planning hiervan wordt volledig overgelaten aan het initiatief en de verantwoordelijkheid van de aannemer, tenzij het bestek specifieke voorschriften oplegt. Het Bestuur kan steeds een schetsmatig voorstel van de geplande inrichting opvragen ter goedkeuring. 02.10. beschermingswerken algemeen 02.11. beschermingwerken openbare weg PM De bestaande openbare wegen en voetpaden moeten op doelmatige wijze beschermd worden tegen iedere gebeurlijke beschadiging. Er mogen geen materialen of afval op de openbare weg worden gestapeld en het verkeer mag niet onnodig worden belemmerd. De geldende politionele verordeningen hierover moeten opgevolgd worden. Bij eventuele schade zal de aannemer op zijn kosten de bestaande uitvoering volledig herstellen, voor de voorlopige oplevering. Bijkomende herstellingswerken die na de oplevering nodig zouden zijn, zullen door de opdrachtgever op de aannemer worden verhaald. 02.12. beschermingswerken - beplantingen 02.12.10. beschermingswerken beplantingen/bomen PM of FH st De aannemer moet de bestaande bomen waarvan de verwijdering niet uitdrukkelijk wordt voorzien, op afdoende wijze beschermen tegen ieder risico tot beschadiging of vernietiging. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) De te behouden bomen worden beschermd, de bescherming wordt gedurende de ganse loop van de werken in stand gehouden. De beschermingshoogte is aangepast aan de kruinhoogte met een minimum van 1,80 m. De beschermingszijvlakken zijn tenminste 0,5 m breder dan de kruindiameter van de boom. Binnen deze zone mogen geen bouwactiviteiten plaatsvinden (graven, ophogen, bouwverkeer, opslag van materialen, ), behoudens de uitdrukkelijke toestemming van de opdrachtgever en architect. Na voltooiing worden de beschermingsmiddelen verwijderd en afgevoerd van de bouwplaats. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 20

De bomen die tijdens de beschermingsperiode toch beschadigd worden, zullen vervangen worden (soort en grootte zoals de beschadigde exemplaren) of vergoed worden op kosten van de aannemer. De schade zal berekend worden op basis van de Uniforme methode voor de waardebepaling van straat-, laan-, en parkbomen behorende tot het openbaar domein. Alle bomen op het terrein blijven staan. Het beschermen wordt gevraagd indien de aannemer dit nodig vindt voor het behoud van de bomen. 02.12.20. beschermingswerken beplantingen/struiken en hagen PM De aannemer moet de bestaande struiken en beplantingen waarvan de verwijdering niet uitdrukkelijk wordt voorzien, op afdoende wijze beschermen tegen ieder risico tot beschadiging of vernietiging. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Alle struiken en hagen op het terrein blijven staan. Het beschermen wordt gevraagd indien de aannemer dit nodig vindt voor de struiken en hagen. 02.30. toegangswegen algemeen De aannemer zorgt voor een vlotte, veilige en degelijke ontsluiting van de werf. Alle kosten voor eventuele hieraan verbonden grond- en andere werken zijn integraal ten laste van de aanneming. De aannemer wordt bij zijn inschrijving verondersteld de aard en de toestand van het terrein te kennen en zich volledig rekenschap te hebben gegeven van de moeilijkheden die hij in dat opzicht zou kunnen ondervinden. Hij kan hierover geen redenen inroepen om vertragingen of meerkosten te rechtvaardigen. Gedurende de werken dient de school ten allen tijde ongehinderd kunnen blijven functioneren. Het werfverkeer wordt volledig gescheiden van het verkeer van leerlingen en personeel van de school. Ten allen tijde dient elk bestaand leslokaal geëvacueerd te kunnen worden De vrije breedte van toegangswegen, gangen en trappen dient voldoende breed en onbelemmerd te zijn, om een vlotte evacuatie van alle gebruikers toe te laten. 02.31. toegangswegen voorlopige verharding voor voetgangers PM De voorlopige wegverharding moet toelaten de bouwkeet veilig en droogvoets te bereiken. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) De verharding bestaat uit een aangepaste steenslagverharding, dikte circa 15 cm, of uit een houten beplanking, genageld op steunbalken. Het pad is minstens 0,80 m breed. Te verharden zone: overeenkomstig aanduiding op plan of te bepalen in overleg met het Bestuur. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 21

Bij het einde van de werken wordt de wegverharding verwijderd en het terrein in zijn oorspronkelijke toestand hersteld. 02.32. toegangswegen voorlopige verharding voor zware lasten PM De voorlopige wegverharding laat alle werfverkeer van en naar de bouwplaats toe. Deze wegverharding staat eveneens ter beschikking van andere aannemers, die een gelijktijdige opdracht op de bouwplaats vervullen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Het type verharding en de laagdikte zijn aangepast aan de te verwachten belasting (vrachtwagens) en de aard van de ondergrond. De verharding is waterdoorlatend. Te verharden zone: overeenkomstig aanduiding op plan of te bepalen in overleg met het Bestuur. Bij het einde van de werken wordt de wegverharding verwijderd en het terrein in zijn oorspronkelijke toestand hersteld. 02.33. toegangswegen parkeerruimte voor laden en lossen PM Bij gebrek aan voldoende parkeerruimte op het bouwterrein zelf wordt indien mogelijk in de nabijheid van het bouwterrein een ruimte ingericht als tijdelijke parking en/of worden de nodige vergunningen aangevraagd bij de plaatselijke instanties om hiervoor gebruik te kunnen maken van de openbare weg. De aannemer staat in voor de vereiste signalisatie, vergunningsaanvragen, alle verschuldigde huren, taksen en/of gebeurlijke boetes. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) 02.40. voorlopige omheining algemeen De aannemer moet ervoor zorgen dat het betreden van de bouwplaats door derden wordt verhinderd. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Alle kosten zijn ten laste van de aanneming. De nodige borden, signalisatie, verlichting, overdekkingen, voetgangerspaden, taksen, enz. worden hierbij inbegrepen. Waar de bouwplaats grenst aan openbaar terrein plaatst de aannemer een voorlopige omheining en de nodige signalisatie, die voldoende doeltreffend is om onbevoegde personen te weren en de veiligheid van het verkeer te waarborgen. Indien nodig kan het Bestuur de aannemer vragen ook andere delen van de bouwplaats van een omheining te voorzien. De omheining wordt voldoende stevig uitgevoerd, onderhouden en zonodig hersteld. De hoogte van de voorlopige omheining bedraagt ten minste 1,80 m. De afsluiting is voorzien van de nodige afsluitbare toegangen. Sleutels van deze toegangen worden bezorgd aan de architect en het Bestuur. Inplanting, materiaal, afmetingen en uitrusting moeten in overeenstemming gebracht worden met de geldende gemeentelijke voorschriften. De aannemer doet de vereiste aanvragen en betaalt de verschuldigde taksen. Waar de omheining wordt aangebracht op het voetpad, moet de aannemer zorgen voor een veilige voetgangerszone met een minimale breedte van 0,80 m en voorzien van een stevige borstwering op 1,00 m hoogte. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 22

De omheining wordt op regelmatige afstanden voorzien van een bordje verboden de werf te betreden of dergelijke. De omheining blijft eigendom van de aannemer en wordt pas weggenomen na de voorlopige oplevering of na akkoord van het Bestuur. De aannemer is volledig verantwoordelijk voor alle gebeurlijke diefstallen en/of vandalisme. De bouwplaats bevindt zich midden op het schooldomein. Er moet vermeden worden dat de kinderen op de bouwplaats kunnen. De volledige bouwplaats moet dus voldoende worden afgeschermd. 02.50. aankondiging werf algemeen De aannemer voorziet informatie over de werf voor voorbijgangers. De opstelling van de werfaankondiging zal gebeuren in samenspraak met het Bestuur en moet in overeenstemming zijn met alle wettelijke en/of gemeentelijke verordeningen. Indien de werf aan verschillende straten paalt, wordt in elke straat een werfaankondiging geplaatst. De werfaankondiging wordt in weersbestendige materialen uitgevoerd. De leesbaarheid van de informatie moet gedurende de volledige uitvoeringstermijn gegarandeerd zijn. De aannemer is verantwoordelijk voor de veilige opstelling, stabiliteit en verankering van het geheel, ook bij hevige regen en stormwinden. De onderkant van de werfaankondiging bevindt zich op een hoogte van min. 250 cm boven het plaatselijk niveau van het voetpad. De werfaankondiging wordt pas verwijderd mits uitdrukkelijke goedkeuring van het Bestuur en blijft eigendom van de opdrachtgever, ook na verwijdering. Na verwijdering wordt de inplantingsplaats in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Behalve de vermelding van de hoofdaannemer en eventuele onderaannemers op de borden worden bijkomende reclamepanelen niet toegestaan, behoudens de uitdrukkelijke goedkeuring van het Bestuur. Iedere andere vorm van publiciteit is verboden en moet van de werf worden verwijderd. 02.51. aankondiging werf - werfbord PM De aankondiging van de werf gebeurt d.m.v. een werfbord. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Kleur panelen: wit Afmetingen per paneel: circa 200 x 20 cm Letters: zwarte letters in een eenvoudig, strak afgelijnd lettertype Het informatiepaneel bevat minstens de volgende gegevens in de Nederlandse taal : logo GO! titel van de opdracht gegevens bouwheer gegevens + logo ontwerper gegevens + logo studiebureau stabiliteit gegevens + logo studiebureau technieken gegevens + logo veiligheidscoördinator gegevens van de hoofdaannemer. Alle lettertypes en lettergroottes zullen uniform en duidelijk leesbaar zijn. De aannemer zal het ontwerp laten opmaken en ter goedkeuring voorleggen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 23

Er worden geen andere reclameborden toegelaten op de werf. 02.60. werflokalen algemeen De aannemer voorziet de nodige werflokalen voor de volledige duur van de werken. De werken omvatten ook de aanleg, onderhoud, verwijdering en herstel van het grondoppervlak. Materialen Alle werflokalen zijn opgetrokken uit een degelijke en solide constructie en moeten volledig afsluitbaar zijn. De aannemer bezorgt het Bestuur voorafgaandelijk een schetsmatig overzicht van de inplanting van de werflokalen. De werflokalen zijn gemakkelijk bereikbaar en toegankelijk, worden netjes onderhouden tijdens hun volledige gebruiksduur en zijn wind-, stof- en waterdicht. Werflokalen die op de openbare weg moeten staan, moeten voldoen aan de geldende gemeentelijke en politiereglementen. 02.61. werflokalen berging van materieel en bouwmaterialen PM Materieel en bouwmaterialen gevoelig voor vocht moeten opgeslagen worden op een droge plaats. De aannemer voorziet hiervoor de nodige opslagruimten. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De aannemer moet de bergruimten afsluiten, de gestapelde voorwerpen beschutten en ze beschermen tegen hitte, koude, vochtigheid en brandgevaar. De aannemer draagt zelf de volledige verantwoordelijkheid bij gebeurlijke diefstal van goederen. 02.62. werflokalen kantoorruimte PM Voor werken met een uitvoeringstermijn langer dan 100 kalenderdagen en een bestelbedrag van meer dan 75.000 (excl. btw) voorziet de aannemer een tijdelijke kantoorruimte. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De kantoorruimte zal voldoende ruim zijn om het houden van o.a. werfvergaderingen met een zestal personen mogelijk te maken. De keet wordt voorzien van het nodige meubilair (tafel voor zes personen, zes stoelen, afsluitbare bergkast voor de berging van de werfverslagen, technisch dossier, attesten, vorderingsstaten, stalen, ) De kantoorruimte is voorzien van aangepaste verlichting en moet in de winter behoorlijk verwarmd kunnen worden. De kantoorruimte moet op alle officiële werkdagen tijdens de normale werktijden toegankelijk zijn voor de opdrachtgever en de architect. 02.63. werflokalen personeelslokaal PM De aannemer moet zijn arbeiders lokalen ter beschikking stellen waar zij kunnen schuilen, hun kleding bergen, zich verzorgen en eten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 24

aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De lokalen moeten overeenstemmen met de voorschriften van het ARAB en aanbevelingen van het NAVB. De keet moet behoorlijk verlicht zijn, in de winter behoorlijk verwarmd kunnen worden en voorzien zijn van aangepast meubilair. Deze bouwketen mogen niet gebruikt worden voor het opslaan van materialen en gereedschap. 02.64. werflokalen sanitaire voorzieningen PM De aannemer voorziet de nodige sanitaire voorzieningen met minimaal één (chemisch) toilet. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De sanitaire voorzieningen zijn voorzien van verlichting en een watervoorziening. Zij moeten overeenstemmen met de eisen van het ARAB inzake veiligheid en hygiëne. Er wordt geen gebruik gemaakt van het sanitair van de school. 02.70. voorlopige aansluitingen algemeen De aannemer voorziet de nodige voorlopige aansluitingen voor de nodige nutsvoorzieningen. Alle nodige formaliteiten, evenals de kosten voor aansluiting, huur, taksen, leveringen, verbruik en onderhoud voor de diverse voorlopige aansluitingen vallen volledig ten laste van de aannemer, gedurende het ganse verloop van de werf. De aannemer moet tijdig contact opnemen met de respectievelijke nutsmaatschappijen om de aanvang en het verloop van de werken niet te vertragen. De aannemer moet er over waken dat de installaties in overeenstemming zijn met de reglementen van de distributiemaatschappijen. Wanneer tijdens de werken gebruik wordt gemaakt van bestaande of voorlopige aansluitingen op naam van het Bestuur, zullen de meterstanden bij de aanvang van de werken en bij de voorlopige oplevering worden genoteerd. Alle kosten (volgens de tarieven zoals aangerekend door de leverende nutsmaatschappij) vallen ten laste van de aannemer en zullen door het Bestuur worden verrekend. Deze kosten zullen aan de school terugbetaald worden ten laatste 1 maand na voorlopige oplevering. Indien andere aannemers gelijktijdig of na hem op de bouwplaats moeten werken, kan de aannemer verplicht worden om de verwezenlijkte voorlopige aansluitingen te handhaven. In dat geval heeft de aannemer recht op een vergoeding voor het ter plaatse laten van zijn materieel en voor het gebruik. Het bedrag ervan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. 02.71. voorlopige aansluitingen - stroomvoorziening PM De aannemer doet het nodige om de bouwplaats van elektrische stroom te voorzien. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 25

De aannemer neemt de nodige stappen om een voorlopige aansluiting op het elektriciteitsnet te bekomen en levert de nodige goedgekeurde werfkasten en aansluitkabels. De tijdelijke installaties en het gebruikte materieel moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen van de netbeheerder en het AREI en het ARAB. De bestaande stroomtoevoer (= luchtleiding) van het af te breken schoolgebouw kan vermoedelijk worden gebruikt als werfaansluiting. Een tussenteller dient te worden geplaatst en de stand dient in aanwezigheid van de schooldirectie te worden opgenomen voor aanvang van de werken. 02.72. voorlopige aansluitingen - watervoorziening PM De aannemer doet het nodige om de bouwplaats van water te voorzien. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De kwaliteit van het water moet voldoen aan de minimale kwaliteitsvereisten voor aanmaakwater voor beton en mortel. De aannemer zal gebruik maken van de bestaande installaties. De bestaande watertoevoer van het af te breken schoolgebouw kan vermoedelijk worden gebruikt als werfaansluiting. Een tussenteller dient te worden geplaatst en de stand dient in aanwezigheid van de schooldirectie te worden opgenomen voor aanvang van de werken. 02.73. voorlopige aansluitingen - waterafvoer PM De aannemer treft alle nodige maatregelen voor de waterafvoer, zonder dat hij daarvoor mag rekenen op de riolering die ontworpen is voor de op te richten gebouwen. De aannemer voorziet in een voorlopige riolering om de afvoer van bestaande rioleringsstelsels te verzekeren, die tijdelijk of definitief onderbroken zouden worden. Alle uitgravingen, aanvullingen, leveringen en aansluitkosten zijn inbegrepen. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De voorlopige riolering wordt aangelegd met buizen van een type en afmetingen die geschikt zijn voor de vereiste afvoer en voorzien van de nodige hulpstukken en aansluitingselementen. Gedurende het gebruik wordt de voorlopige riolering onderhouden. Van zodra ze overbodig is geworden en mits toestemming van het Bestuur, wordt de overbodige riolering verwijderd. De uitgebroken riolering blijft eigendom van de aannemer. Het tracé van de voorlopige afvoer wordt door de aannemer aan het Bestuur voorgelegd. Na verwijdering van de voorlopige riolering worden de sleuven aangevuld met grond voortkomende van de uitgravingen De bestaande waterafvoer van het af te breken schoolgebouw kan vermoedelijk worden gebruikt alswaterafvoer. Er worden geen producten in de waterafvoer geloosd die risico geven op verstopping (bv. Schoonmaken cementkuipen, verfborstels, ) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 26

02.80. arbeidsmiddelen algemeen 02.81. arbeidsmiddelen werken op hoogte 02.81.10. arbeidsmiddelen werken op hoogte / ladders PM De aannemer voorziet de nodige ladders. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Het KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte (KB 31/08/2005 en eventuele aanvullingen, wijzigingen) is van toepassing. 02.81.20. arbeidsmiddelen werken op hoogte / steigers PM De aannemer voorziet de nodige steigers. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Het KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte (KB 31/08/2005 en eventuele aanvullingen, wijzigingen) is van toepassing. Steigers moeten voldoen aan de normen NBN EN 12810 en NBN EN 12811. Er moet steeds een stabiliteitsberekening uitgevoerd worden om het ontwerp van de steigers te bepalen. Ze worden zodanig opgebouwd dat geen enkel onderdeel, tijdens het gebruik van de steiger, ten opzichte van het geheel kan bewegen. De steigers moeten verankerd of bevestigd zijn aan een punt dat voldoende weerstand biedt of beschermd zijn tegen elk risico van wegglijden of omvallen. Tussen de randen van de vloeren en het bouwwerk waartegen de steiger is geplaatst, mogen geen gevaarlijke openingen voorkomen. Tijdens de montage, de demontage, de ombouw en het gebruik van de steiger wordt er een aangepaste bescherming tegen het risico van vallen en tegen het risico van vallende voorwerpen aangebracht op elk niveau van de steiger. 02.82. arbeidsmiddelen hijsen en heffen van lasten PM De aannemer voorziet de hulpmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten (kranen, hefplatformen, takels, ). aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Het KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (KB 04/05/1999 en eventuele aanvullingen, wijzigingen) is van toepassing. De pijl van de werfkraan mag geen hinder veroorzaken of hinder ondervinden indien deze buiten de bouwplaats zwenkt. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 27

03. AFBRAAKWERKEN 03.00. afbraakwerken algemeen PLAATSBEZOEK De aannemer is verplicht om vóór het indienen van zijn offerte een plaatsbezoek te brengen aan de af te breken constructies om zich te vergewissen van de plaatselijke omstandigheden. Hij maakt hiervoor een afspraak bij de bouwheer zodat deze de aannemer toegang kan verlenen. PLANNING De aannemer legt minstens twee weken voor de aanvang van de afbraakwerken een werkplanning ter goedkeuring voor aan het Bestuur. De aannemer houdt rekening met eventuele aanpassingen die door het Bestuur gevraagd worden. De aannemer treft de nodige maatregelen bij slechte weersomstandigheden. VOORZORGSMAATREGELEN EN VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Het uitvoeren van de afbraak- en stutwerken gebeurt onder volledige verantwoordelijkheid van de aannemer. Hij neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om schade aan omliggende gebouwen, de openbare weg en nutsleidingen te voorkomen. De aannemer herstelt op zijn kosten alle schade die door de afbraakwerken wordt veroorzaakt. Ook eventuele kosten voor bijkomende werken, leveringen en testmetingen die door de netbeheerder uitgevoerd moeten worden om de schade te herstellen, zijn ten laste van de aannemer. De nodige beveiliging voor personen en de afscherming voor onbevoegde personen wordt voorzien. De aannemer neemt de nodige maatregelen om de verspreiding van stof te beperken. Bij gebruik van stellingen worden zeilen geplaatst. De werknemers die in deze afgeschermde zone werken, moeten geschikte werkkledij en persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Het puin van de afbraakwerken mag niet naar beneden gegooid worden, er moet gebruik gemaakt worden van stortkokers. De puincontainers moeten afgedekt worden om zo weinig mogelijk stof te doen opwaaien. Er worden bij de afbraak geschikte arbeidsmiddelen gebruikt zodat zo weinig mogelijk stof geproduceerd wordt. Er wordt een geschikte stofafzuiging voorzien op de machines. De richtlijnen van de Instructiefiches gebaseerd op de Nepsi-fiches opgemaakt door het NAVB worden opgevolgd. Wanneer de aannemer onverwacht materialen ontdekt waarvan hij vermoedt dat ze asbesthoudend zijn (en die niet opgenomen zijn in de asbestinventaris), verwittigt hij onmiddellijk de architect. Een staal van het materiaal wordt naar een erkend labo voor asbestonderzoek gestuurd. Indien het staal asbesthoudend blijkt te zijn, maakt de aannemer een verrekeningsvoorstel op voor de bijkomend te verwijderen asbesttoepassingen. De aannemer vangt de verwijderingwerkzaamheden pas aan na goedkeuring van de architect en bouwheer. De verwijdering gebeurt volgens artikel 03.01. De aannemer zorgt ervoor dat overtollig oppervlaktewater afgevoerd wordt. Bij nalatigheid hiervan kan hij kan onder geen beding overmacht inroepen. Massieven worden met geschikte middelen gesloopt. Voor het gebruik van explosieven moeten de nodige toelatingen bekomen worden en moet de bestaande reglementering nageleefd worden. Bij gedeeltelijke afbraakwerken binnen in gebouwen is het strikt verboden om compacte laders of compacte graafmachines te gebruiken, tenzij het Bestuur hiervoor schriftelijk toestemming geeft. De aannemer blijft echter volledig aansprakelijk bij gebeurlijke ongevallen of het berokkenen van schade. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 28

AFVOER VAN PUIN Alle in of rond de af te breken constructies achtergelaten inboedel, afval, sluikstorten, e.d. wordt voorafgaandelijk aan de afbraakwerken verzameld en reglementair gestort. Alle afbraakmaterialen worden na de afbraak eigendom van de aannemer en worden volgens vordering van de werken weggevoerd naar officieel erkende stortplaatsen of verwerkingscentra. De aannemer moet op verzoek van het Bestuur de bewijzen hiervan kunnen voorleggen. Het is verboden de openbare weg te belemmeren met de afbraakmaterialen. Onder geen beding worden afbraakmaterialen, puin, vuilnis of afval op de werf achtergelaten, ingegraven of verbrand. ARCHEOLOGIE Indien voorwerpen met een wetenschappelijke of een kunsthistorische waarde ontdekt worden tijdens de sloopwerken, het graafwerk of de verdere uitvoering van de werken, meldt de aannemer dit onmiddellijk aan het Bestuur. Deze voorwerpen worden automatisch eigendom van de bouwheer. De bouwheer heeft het recht om de aannemer bijzondere voorschriften op te leggen tot (voorlopige) vrijwaring, inventarisering, conservering of opruiming van de voorwerpen. 03.01. afbraakwerken asbestverwijdering Het KB 16/03/2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico s van blootstelling aan asbest is van toepassing op de afbraakwerken van elementen die asbest bevatten. Een asbestinventaris van de af te breken gebouwen en/of gebouwdelen is opgemaakt ten laste van de bouwheer en is toegevoegd aan het aanbestedingsdossier. De verwijdering van asbesthoudende materialen is opgenomen in specifieke asbestverwijderingsartikels per toepassing verder in dit hoofdstuk. De aannemer verwijdert de asbesthoudende materialen volgens de in het KB toegelaten methode. In geval van twijfel over de toe te passen verwijderingsmethode neemt de aannemer vóór zijn inschrijving contact op met de regionale directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk om te bepalen welke methode voor de betreffende asbesttoepassing moet gebruikt worden. De aannemer bepaalt op basis hiervan zijn eenheidsprijs voor de asbestverwijdering. Verrekeningen hieromtrent worden niet aanvaard. De techniek van de eenvoudige handelingen die toegelaten is voor sommige hechtgebonden asbesttoepassingen kan door de aannemer zelf uitgevoerd worden. De richtlijnen van het WTCB hieromtrent worden gevolgd (zie o.a. artikel Ontmanteling van elementen uit asbestcement in buitenomstandigheden WTCB-dossiers Nr. 2/2008). De verwijdering van asbest d.m.v. de couveusezakmethode en de methode van de hermetisch gesloten zone mag enkel door een door de minister van werk erkende asbestverwijderingsfirma uitgevoerd worden. Een attest van de erkenning wordt voor de aanvang van de asbestverwijderingswerken voorgelegd aan de architect. 03.02. afbraakwerken schoring De aannemer zorgt ervoor dat de horizontale stabiliteit van aanpalende constructies gevrijwaard blijft. Hij voert hiertoe eventueel de nodige tijdelijke stut- en schoringswerken uit. Deze zijn inbegrepen in de prijs van de afbraakwerken. Vóór uitvoering van de schoringswerken legt de aannemer het principe ter goedkeuring voor aan de architect en/of stabiliteitsingenieur. Eventuele door hen gevraagde aanpassingen worden zonder meerprijs uitgevoerd. 03.03. afbraakwerken in bewoonde gebouwen De afbraakwerken gebeuren in de omgeving van of binnen in gebouwen die bewoond blijven tijdens de uitvoering van de werken. Daarom zal de aannemer alle nodige maatregelen treffen om de veiligheid van de bewoners te verzekeren en de inhoud van de woningen te beschermen. Dit is inbegrepen in de prijs van de afbraakwerken. Hij zorgt in overleg met het Bestuur voor een duidelijke communicatie met de bewoners over de planning en voortgang van de werken. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 29

De duur van de werken en voortkomende hinder voor de bewoners moet tot een minimum beperkt worden. De toegang tot de woningen moet steeds verzekerd blijven. Elke aangevatte werkzaamheid wordt volledig afgewerkt vooraleer een andere wordt aangevat. De werken moeten uitgevoerd worden tussen 7u en 18u, van maandag tot vrijdag of volgens de met het Bestuur afgesproken planning. 03.10. afbraak volledige constructie algemeen 03.11. afbraak volledige constructie vrijstaand De werken omvatten: het opstellen van plaatsbeschrijvingen van de buurgebouwen en de openbare weg; het treffen van de nodige veiligheidsmaatregelen aan de straatzijde volgens de geldende reglementeringen van de gemeente. Eventuele kosten hiervoor zijn ten laste van de aannemer; het treffen van de nodige maatregelen tegen stofhinder, zoals het regelmatig besproeien van de werf met water om opwaaiend puinstof te vermijden; het eventueel afkoppelen, omleiden en/of verwijderen van bestaande nutsleidingen. Eventuele administratieve formaliteiten hiervoor en de eventuele kosten van werken die hiervoor door de nutsmaatschappijen moeten uitgevoerd worden, zijn ten laste van de aannemer; de eigenlijke sloopwerken van het volledige gebouw; de eventuele huur van speciaal materieel, vrachtwagens en containers en alle bijhorende taksen; het afvoeren van alle afbraakmaterialen en puin naar officieel erkende stortplaatsen; de vereiste aanpassings- en dichtingswerken aan de afvoerleidingen ter hoogte van de rioleringsaansluitingen; het nivelleren van de grond na de afbraakwerkzaamheden. 03.11.10. afbraak volledige constructie vrijstaand/asbestverwijdering 03.11.13. afbraak volledige constructie vrijstaand/asbestverwijdering asbestcementbuizen Het gebouw bevat buizen uit asbestcement. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Materialen Specificaties Het betreft bovendakse schoorsteenbuizen in asbestcement. FH st De bepalingen van artikel 03.01. zijn van toepassing. De asbestcementbuizen worden verwijderd met de methode van de eenvoudige handelingen. Zie asbestverslag in bijlage bij het dossier 03.11.18. afbraak volledige constructie vrijstaand/asbestverwijdering raam- en deurkitten De kit rond de ramen en deuren is asbesthoudend. VH m Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 30

meeteenheid: per lopende meter aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De bepalingen van artikel 03.01. zijn van toepassing. Het bestuur heeft contact opgenomen met de regionale directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk om te bepalen welke verwijderingsmethode moet toegepast worden. De kit moet op volgende wijze verwijderd worden: met de methode van de eenvoudige handeling. Zie asbestverslag in bijlage bij het dossier 03.11.20. afbraak volledige constructie vrijstaand/slopen gebouw FH m3 Bestaande gebouw(en) zoals aangeduid op de plannen worden volledig gesloopt meeteenheid: per m3 gebouw aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Het gebouw wordt gesloopt met inbegrip van de volledige bestaande fundering, riolering en eventuele water- en beerputten. o Bij het uitbreken van de funderingen, kelders, putten en dergelijke moeten deze voldoende worden vrijgemaakt om het Bestuur toe te laten de nodige controle uit te voeren. o Water- en beerputten worden volledig geruimd voor met de uitbraak begonnen wordt. o Stookolietanks worden gereinigd en verwijderd volgens de voorschriften van Vlarem II. o De putten veroorzaakt door de afbraak van funderingen, kelders en putten worden gevuld met zuivere grond. De prijs hiervan is inbegrepen in dit artikel. De grond wordt aangedamd en tot op het voorziene niveau gebracht. Deze post omvat de sloop van het volledige gebouw G62 inclusief de technieken en rioleringen, met uitzondering van de asbest houdende delen. Voor de asbest houdende delen wordt verwezen naar de posten 03.11.10. Ook het wegnemen van de verhardingen binnen de opnieuw aan te leggen zone van de op de plannen aangeduide rechhoek maakt deel uit van dit artikel. Het uitbreken van de verhardingen rond het bestaande gebouw die zich binnen de nieuw aan te leggen zone bevinden (zie plan) is inbegrepen in deze post. De uitgebroken betonstegels en boordstenen worden gerecupereerd voor de artikels 90.25.10 en 90.31.11. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 31

04. GEBOUWPRESTATIES 04.00. gebouwprestaties - algemeen Dit bestek is opgesteld conform de wettelijke vereisten en de eventueel aanvullende gebouwprestaties. De aannemer zal alle nodige maatregelen treffen voor en tijdens de uitvoering van de werken zodat de beoogde resultaten behaald worden. De in dit hoofdstuk vermelde prestaties moeten gehaald worden, zelfs als verdere bepalingen in het bestek dit tegenspreken. De aannemer signaleert het onmiddellijk aan de ontwerper als hij tegenstellingen in het bestek ontdekt. Een goede coördinatie van de werken met de onderaannemers is onontbeerlijk. 04.10. energieprestatie en binnenklimaat (EPB) algemeen PM Algemeen Het gebouw en de inviduele wooneenheden voldoen aan de voor het project geldende EPB-eisen. De voorgestelde materialen en componenten moeten volgens de bepalingen van de EPB-rekenmethodiek gevaloriseerd kunnen worden in de definitieve EPB-aangifte. Dit kan betrekking hebben op de warmtegeleidingscoëfficiënt van isolatiematerialen, het rendement van warmteterugwinapparaten, (niet-limitatief). Aanvullende specificaties De verslagen opgemaakt door de EPB-verslaggever zijn bij het aanbestedingsdossier gevoegd. 04.20. luchtdichtheid - algemeen PM Algemeen De gebouwschil wordt luchtdicht uitgevoerd en moet, gemeten door een luchtdichtheidsmeting, overeenkomstig artikel 05.10., voldoen aan de eis: v 50 < 1,5 m3/hm2 Onverminderd alle specifieke bepalingen verder in het bestek worden alle aansluitingen tussen de componenten van de gebouwschil (ruwbouw, buitenschrijnwerk, daken, vloeren, ) luchtdicht uitgevoerd. Doorvoeren door muren moeten steeds op voorhand voorzien worden d.m.v. ingemetselde buisstukken of nadien geboord worden met een geschikte boor en diameter. De doorvoeropeningen mogen in geen geval gekapt worden en moeten op luchtdichte wijze afgewerkt worden. Alle ingrepen in de gebouwschil voor elektriciteit, sanitair, verwarming, ventilatie, worden luchtdicht afgewerkt. De proef wordt uitgevoerd na volledige afwerking van het gebouw. Het tijdstip van de proef wordt bepaald in samenspraak met de architect. Bij deze test moet de vooropgestelde luchtdichtheidseis gehaald worden en moet er ook een proefrapport afgeleverd worden. Er wordt nadrukkelijk op gewezen dat het herstellen en bijsturen van tekortkomingen in deze fase moeilijk kan zijn. De aannemer zal dan ook alle nodige maatregelen treffen voor en tijdens de uitvoering van de werken zodat de beoogde resultaten behaald worden. Een goede coördinatie van de werken met de onderaannemers is dan ook onontbeerlijk. De aannemer kan eventueel tussentijdse proeven uitvoeren. Deze richtinggevende proeven kunnen pas uitgevoerd worden indien de gebouwschil volledig dicht is. Bij voorkeur vinden deze proeven plaats voor de start van de binnenafwerking (muren wel reeds gepleisterd). Aanwezige lekken kunnen dan nog eenvoudig opgespoord en bijgewerkt worden. Deze tussentijdse proeven zijn steeds ten laste van de aannemer. Wordt de vooropgestelde luchtdichtheidseis tijdens de laatste proef niet gehaald, dan moet het luchtdichtheidsscherm opnieuw worden bijgewerkt. Deze kosten, de eventuele kosten voor het verwijderen en terugplaatsen van reeds geplaatste afwerkingslagen en de bijkomende proeven zijn ten laste van de aannemer. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 32

Er wordt voor de afwerkingsfase verplicht 1 richtinggevende proef uitgevoerd. Tijdens deze proef waarbij ook de architect aanwezig is, worden actief lekken opgespoord. Hiervan wordt een verslag opgesteld. Deze proef is inbegrepen in het artikel 05.12 04.30. akoestiek - algemeen PM Algemeen De norm NBN S01-400-2 Akoestische criteria voor schoolgebouwen is van toepassing op dit bouwproject. Deze norm bepaalt de vereisten waaraan voldaan moet worden aangaande lucht- en contactgeluidisolatie, gevelisolatie, het lawaai van technische installaties en de beheersing van de nagalm van specifieke ruimten. Tenzij anders vermeld is het vereiste prestatieniveau normaal akoestisch comfort. 04.40. brandveiligheid - algemeen PM Algemeen Het KB van 07/07/1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen met alle wijzigingen is van toepassing op dit bouwproject. De bijlage(s) lage gebouwen zijn van toepassing. Aanvullend op de basisnormen kunnen ook bijkomende en/of afwijkende voorschriften van de gemeente of lokale brandweer van toepassing zijn. De norm NBN S21-204 brandbeveiliging in schoolgebouwen is van toepassing. Het brandweerverslag bij de bouwvergunning is toegevoegd aan dit dossier. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 33

05. PROEVEN 05.00. proeven - algemeen Algemene proeven die uitgevoerd worden voor de voorlopige oplevering waarmee gecontroleerd wordt of de vereiste gebouwprestaties behaald worden. Naast de hieronder beschreven proeven kunnen in het bestek nog andere proeven of keuringen geëist worden. Deze zijn opgenomen in de betreffende artikels. 05.10. proeven - luchtdichtheidsmeting Bij een luchtdichtheidsmeting (ook blowerdoortest of pressurisatieproef genoemd) wordt een ventilator in een opening van de gebouwschil geplaatst en het gebouw achtereenvolgens in over- en onderdruk gezet ten opzichte van de buitenomgeving. Met het gemeten lekdebiet kunnen dan een aantal afgeleide grootheden berekend worden. Deze post moet steeds omvatten: het monteren en afstellen van de meetapparatuur; alle voorbereidende werken zoals het sluiten of afdichten van openingen, vullen van sifons, openen van binnendeuren, nodig voor een correcte meting; het uitvoeren van de vereiste metingen bij onder- en overdruk; de opmaak en het bezorgen van het proefverslag. ALGEMEEN De luchtdichtheidsmeting wordt uitgevoerd conform de norm NBN EN 13829 Thermische eigenschappen van gebouwen - Bepaling van de luchtdoorlatendheid van gebouwen Overdrukmethode, methode A, aangevuld met de specificaties van bijlage VI - Bijkomende specificaties voor de meting van de luchtdichtheid van gebouwen in het kader van de EPB-regelgeving van het MB van 02/04/2007. Vanaf publicatie van STS-P-71-3 en de invoering van het kwaliteitskader voor luchtdichtheidsmeters worden de proeven uitgevoerd conform deze STS en door een erkend luchtdichtheidsmeter. VOORBEREIDING Voor de start van de proef worden de grenzen van de te meten zone nauwkeurig vastgelegd. Deze zone moet in samenspraak met de ontwerper en de EPB-verslaggever bepaald worden, overeenstemmend met de opdeling van het gebouw in de EPBaangifte. In de meeste gevallen valt de te meten zone samen met het beschermd volume. De testoppervlakte van de gebouwschil Atest en het interne volume V worden door de ontwerper of EPB-verslaggever meegedeeld aan de uitvoerder, die de waardes mee opneemt in het proefverslag. Alle systemen die lucht aan de te meten zone toevoeren of eraan onttrekken worden stilgezet. Bewuste openingen in de gebouwschil met sluitingsinrichting worden gesloten, maar niet afgedicht. Hieronder vallen o.a. regelbare ventiltieopeningen, afvalwaterafvoerbuizen (gevulde sifon). In sommige gevallen moeten bewuste openingen dichtgehouden worden door bijkomende voorzieningen zoals een stuk kleefband (bijv. brievenbus, ). De gebruikte voorziening mag in geen geval gebruikt worden om de dichtheid van de openingen in gesloten toestand te verhogen. Openingen van mechanische ventilatiesystemen worden afgedicht door ofwel alle individuele ventielen af te dichten, ofwel de hoofdkanalen af te dichten tussen ventilator en gebouwschil ofwel de buitenopeningen af te dichten. Afdichten betekent hier het hermetisch afsluiten met alle mogelijke geschikte middelen; sluiten betekent het gebruik van de op de betrokken opening aanwezige sluitingsrichting zonder de luchtdichtheid van de opening in gesloten toestand te verhogen. Alle openingen binnen de te meten zone moeten geopend worden met uitzondering van de deuren van ingemaakte kasten en toiletten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 34

Bestanddeel van het gebouw Buitendeur Buitenvenster Deur naar een binnenruimte buiten de gemeten zone (bijvoorbeeld naar een kelder, een garage, enz.) Luik naar een binnenruimte buiten de gemeten zone (bijvoorbeeld naar een zolder, een geventileerde kruipruimte, een onbewoonbare zolderruimte, enz.) Deur binnenin de gemeten zone (met uizondering van deur vvan wandkasten en van toiletten) Regelbare ventilatieroosters (met inbegrip van RTO en RAO volgens NBN D50-001 Mechanische toevoer- en afvoeropening Vast ventilatierooster (niet regelbaar bijvoorbeeld: luchttoevoer voor een stookketel, een droogkast, een dampkap, enz.) Luchtafvoeropening bijvoorbeeld voor een droogkast of een dampkap (indien er geen sluiting voorhanden is op de opening zelf, kan het toestel dat op de opening aangesloten is desgevallend gesloten worden.) Brievenbus die in de gebouwschil geïntegreerd is Schoorsteen (haard, stookketel, kachel, enz.) Afvalwaterafvoer Ontluchting van de afvalwaterafvoer Behandeling bewuste openingen (Methode A) Gesloten (bij voorkeur met sleutel) Gesloten Gesloten Gesloten Open Gesloten Afgedicht of dichtgestopt met een ballon Niet afgedicht Gesloten (als er een sluiting voorhanden is) Gesloten Gesloten Gevulde sifon Niet afgedicht MEETPROCEDURE De pressurisatie-apparatuur wordt in een veilig toegankelijke buitenopening geplaatst die de grootste luchtdichtheid biedt, in volgorde van voorkeur: vensterdeur of venster met een elastische dichting over de volledig omtrek, deur uitgerust met afdichting onderaan, deur zonder afdichting onderaan. Zelfklevende tape kan gebruikt worden om de luchtdichtheid aan de rand van de apparatuur te verzekeren. Er worden twee reeksen van metingen uitgevoerd: één met overdruk en één met onderdruk. Het grootste drukverschil moet minstens 50 Pa bereiken, bij voorkeur 100 Pa (in absolute waarde). Tijdens de proef kunnen met de blote hand, rookgasbuisjes of een IR-camera nog aanwezige lekken opgespoord en waar mogelijk bijgewerkt worden. PROEFVERSLAG Het proefverslag moet minstens volgende informatie bevatten: gegevens uitvoerder meting (naam, adres en btw-nummer onderneming, datum, naam en handtekening uitvoerder) gegevens aanvrager (naam, adres) gegevens gebouw en de gemeten zone: adres omschrijving van de gemeten zone, aangevuld met aanduiding op de bouwplannen (grondplannen en doorsneden) toestand (in- of uitgeschakeld) verwarming, ventilatie en andere toestellen toestand bewuste openingen (gesloten of niet gesloten), positie van de afdichting van ventilatieknanalen) gegevens over de proef: merk, type en positie van de pressurisatie-apparatuur en meetapparaten laaste ijkingsdatum apparatuur en naam van instelling die ijking uitgevoerd heeft beschrijving van het type van opening waarin de appartuur geplaatst werd binnen- en buitentemperaturen detail van de drukverschillen bij nuldebiet, gemeten voor en na de proef, en drukverschil bij gemiddeld nuldebiet gebruikt in de berekeningen gegevens van de relatie debiet/druk bij overdruk en bij onderdruk verantwoording indien de bereikte maximale druk lager is dan 100 Pa dubbele logaritmische grafiek met de gegevens en regressielijnen bij overdruk en bij onderdruk Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 35

resultaat van de tussenberekeningen zowel bij overdruk als bij onderdruk; coëfficiënt Cenv en exponent n verkregen door regressie, gecorrigeerde coëfficiënt CL en V 50 gemiddeld luchtlekdebiet V 50 binnenvolume V (volgens NBN EN 13829) infiltratievoud n50 testoppervlakte van de gebouwschil Atest (volgens definitie in de EPB-regelgeving) luchtlekdebiet per oppervlakte-eenheid van de gebouwschil v 50 de verklaring: Bij de luchtdichtheidstest werden alle voorschriften in het kader van de EPB-regelgeving zoals bescherven in het Specificatiedocument, versie x van dd mm jjjj, gerespecteerd (zie www.epbd.be/go/luchtdichtheidsmeting). 05.12. proeven luchtdichtheidsmeting / gebouw FH st meeteenheid: per gebouw aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Luchtdichtheidsproef EPB eisen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 36

10. GRONDWERKEN 10.00. grondwerken - algemeen Alle graafwerken noodzakelijk voor het verwezenlijken van de bouwputten en sleuven, alle wederaanvullingen rondom de gerealiseerde funderingen en/of kelders van de op te richten gebouwen. Behalve de in de volgende artikels beschreven werken, omvat de post grondwerken ook steeds: het nauwkeurig uitzetten en controleren van de uit te graven zones en peilen van de bouwputten en/of sleuven; het ter plaatse brengen en de installatie van het benodigde materieel, graafmachines, e.a.; het uitbreken en wegruimen van hindernissen of massieven met een volume kleiner dan 0,5 m3; de ongeschonden vrijwaring, de eventuele verlegging of terugplaatsing van aangetroffen kabels en leidingen; het droog houden van de bouwputten en sleuven ten gevolge van neerslag en/of grondwater (tenzij dit apart gemeten wordt onder artikel 10.60). AARD VAN HET TERREIN - GRONDONDERZOEK De aannemer wordt, door het feit van zijn inschrijving, geacht voorafgaandelijk kennis te hebben genomen van het terrein en de bodemgesteldheid, zodat dit geen aanleiding kan geven tot het indienen van verrekeningen, behalve de toegestane meerwerken voor onvoorziene omstandigheden en/of de afrekening van vermoedelijke hoeveelheden die expliciet in het bestek en de samenvattende opmeting worden vermeld. De opdrachtgever zal instaan voor het aanleveren van: de benodigde informatie omtrent de milieuhygiënische kwaliteit, die de aannemer in staat moet stellen om zijn prijszetting te maken, rekening houdend met de wetgeving m.b.t. het werken met uitgegraven bodem; het diepsonderingsverslag. Deze documenten worden als bijlage gevoegd bij de aanbestedingsdocumenten. De kosten voor deze grondonderzoeken vallen behoudens andere bepalingen ten laste van de bouwheer. WIJZE VAN UITVOERING - PLANNING Alle op het terrein achtergelaten inboedel, afval, sluikstorten, e.d. wordt voorafgaandelijk aan de werken verzameld en reglementair gestort. De graafwerken moeten, volgens de aard van het terrein en volgens noodwendigheid, machinaal of handmatig, uitgevoerd worden. Er worden geen verrekeningen toegestaan voor graafwerken die handmatig moeten uitgevoerd worden. Er wordt uitsluitend in droge bouwputten gewerkt. Indien artikel 10.60. betreffende bronbemalingen niet opgenomen is in dit bestek wordt deze automatisch beschouwd als een last van de aanneming, zonder recht op enige prijsverrekening. Mits alle voorschriften van dit bestek en de plannen nageleefd worden en mits geen schade wordt aangebracht aan werken in uitvoering en/of aan bestaande bouwwerken, wordt de uitvoeringswijze overgelaten aan het initiatief van de aannemer, die er de volle verantwoordelijkheid voor draagt. BESCHERMINGSMAATREGELEN De aannemer zal zich voor de aanvang van de graafwerken per aangetekend schrijven informeren bij de gemeente waar de ondergrondse leidingen lopen en of deze een risico kunnen inhouden bij de geplande werkzaamheden. Registratie en planaanvraag via het KLIP. De verplichtingen voor de aannemer, m.b.t. elektrische kabels worden verwoord in het AREI (artikel 192.02) en het ARAB (artikel 260bis). Bij schade aan een ondergrondse kabel tijdens de uitvoering van de werken zal de aannemer hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 37

De werkzaamheden mogen geen schade aanrichten aan de aan de gang zijnde werken of aan bestaande bouwwerken. De bodems van bouwputten en sleuven worden beschermd tegen elke schade door water of vorst. Iedere gebeurlijke schade valt ten laste van de aannemer. De aannemer treft alle nodige schikkingen om afkalvingen tijdens de uitvoering van de werken te vermijden. Indien de graafwerken de stabiliteit van bepaalde constructies in het gedrang kunnen brengen, verwittigt de aannemer onmiddellijk het bestuur. De graafwerken mogen pas weer aangevangen worden na het akkoord van het bestuur en na het eventueel nemen van maatregelen zoals het plaatsen van doeltreffende stutten, schoringen of onderschoeiingen. VERREKENINGEN De voorziene afmetingen en diepte van de funderingssleuven en/of bouwputten worden vermeld op de plannen, in het bestek en/of de gedetailleerde meetstaat. Er worden hieromtrent geen wijzigingen of verrekeningen toegestaan. De architect/stabiliteitsingenieur kan echter in elke fase van de uitgraving eisen sleuven en/of bouwputten dieper of minder diep uit te voeren dan het aanvankelijk voorgeschreven niveau vanwege de toestand van de blootgemaakte grond. Meer- of minwerken die hieruit voortspruiten, worden verrekend in de diepte (niet in de breedte) en aan de eenheidsprijs voorzien in de offerte. Zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de architect/stabiliteitsingenieur is het verboden de uitgravingen dieper uit te voeren dan voorzien. Indien dit toch zou gebeuren en/of bouwputten door toedoen van de aannemer beschadigingen hebben ondergaan, heeft de architect het recht een bepaalde aanvulling op te leggen, waarbij de aannemer niet zal vergoed worden voor alle hieruit voortvloeiende bijkomende uit te voeren grond- en graafwerken, aanvullingen, funderings-, metsel- en andere werken. MASSIEVEN - ONVOORZIENE HINDERNISSEN Bij het uitvoeren van de grond- en graafwerken verwijdert de aannemer alle overtollige hindernissen (oude funderings- en metselwerkmassieven, oude rioleringsbuizen, rioleringsputten, en alle hindernissen zoals ingegraven puin, wortelstronken, ). Bij het vaststellen van bijzondere hindernissen of ernstige gebreken in de grond die de stabiliteit en/of het gebruik van de constructie nadelig kunnen beïnvloeden, zoals oude waterputten, slappe grondlagen of allerhande verontreinigingen, verwittigt de aannemer onmiddellijk de architect en/of de stabiliteitsingenieur, die verdere instructies zal geven voor het verwijderen van deze hindernissen, het oplossen of saneren van het gebrek. De werken voortvloeiend uit deze instructies worden achteraf verrekend na overeenkomst over de prijs. Indien de aannemer bij het graven van de bouwputten zou stoten op massieven of hindernissen, met een volume kleiner dan 0,5 m3, dan worden deze elementen verwijderd, zonder enige meerprijs. Veiligheid Toegangen tot de bodem van bouwputten worden behoorlijk aangelegd. Ze worden in goede staat onderhouden en moeten alle nodige veiligheid bieden. De opstelling van graafmachines gebeurt overeenkomstig de voorschriften van het ARAB, de aanbevelingen van het NAVB en het veiligheids- en gezondheidsplan. Indien de architect, stabiliteitsingenieur en/of veiligheidscoördinator-verwezenlijking dit zouden eisen, moet de aannemer waar nodig bijkomende veiligheidsmaatregelen nemen, aangepaste middelen gebruiken en/of zijn uitvoeringsplanning herzien. Hieromtrent zullen geen verrekeningen worden aanvaard. Keuring De aannemer verwittigt tijdig de architect en/of de ingenieur, om de uitgravingen te controleren en voert geen werken uit die een visuele controle door de architect/ingenieur zouden kunnen hinderen. De afmetingen van de bouwputten en sleuven moeten het daarbij mogelijk maken alle werken gemakkelijk uit te voeren en te controleren. De ontwerper en/of de ingenieur stabiliteit controleert de diepte, de bodem en de afmetingen van de putten en de sleuven, vooraleer de aannemer mag overgaan tot het betonstorten van de funderingen en het wederaanvullen. De toleranties in min of meer, Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 38

op de peilen van een willekeurig profiel bedragen in grond maximaal 3 cm en in rotsachtige bodem maximaal 5 cm. 10.10. voorafgaande afgraving van het terrein - algemeen 10.11. voorafgaande afgraving terrein - ontzoden FH m2 Voorafgaandelijk wegnemen van de graszoden op al de delen van het terrein, waarop de bouwwerken zullen worden opgericht en/of de overtollige grond zal worden gestort. meeteenheid: per m2 meetcode: netto af te graven oppervlakte. Deze oppervlakte wordt berekend door aan de zone van de bebouwde oppervlakte aan alle afmetingen (lengte en breedte) 1 meter toe te voegen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De graszoden worden afgegraven over een dikte van 5 cm. De zoden worden gestapeld op de bouwplaats. Op vraag van de aannemer duidt de architect de plaatsen aan waar de graszoden moeten geborgen worden. Tot hun herplaatsing worden ze door bevochtiging en andere middelen geschikt gehouden voor hergebruik. 10.12. voorafgaande afgraving terrein - afgraven teelaarde PM Wegnemen van de teelaarde op alle delen van het terrein waar de bouwwerken en eventuele verhardingen voorzien zijn, alsook waar de overtollige grond zal worden gestort. meetcode: er wordt geen meting opgemaakt voor dit artikel, enkel de beschrijving dient te worden gevolgd. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) De teelaarde wordt afgegraven over de volledige dikte van de aanwezige teelaardelaag. Na afgraving wordt alle teelaarde, bestemd voor de omgevingsaanleg, gezuiverd van zoden en andere insluitsels. De gezuiverde teelaarde wordt binnen de bouwplaats gestapeld op een door het Bestuur aan te duiden plaats. De teelaarde wordt opgestapeld in taluds van maximum 1,5 m hoog en 3 m diameter. De teelaarde dient apart te worden opgestapeld op het terrein om te kunnen gebruiken voor de aanleg van de omgeving. De prijs van deze post is inbegrepen in post 10.21. uitgraving bouwputten. 10.13. voorafgaande afgraving terrein - machinale nivellering PM De machinale nivellering heeft betrekking op het verwezenlijken van de nieuwe profielen van het grondoppervlak onder de bestaande hoogtepeilen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 39

meetcode: er wordt geen meting opgemaakt voor dit artikel, enkel de beschrijving dient te worden gevolgd. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Het terrein wordt eerst ontdaan van alle puin, afval en overtollige plantengroei die zich nog op het terrein zouden bevinden. Deze voorbereidende werken en de afvoer ervan buiten de bouwplaats zijn integraal inbegrepen in de eenheidsprijs. Alle behandelingen en vervoer worden voorzien als een last van de aanneming. De voorafgaandelijke verwijdering van de teelaarde (en desgevallend afzonderlijke ontzoding) worden vermeld in voorgaande artikels. De grond wordt afgegraven tot op het peil aangeduid op de uitvoeringsplannen. Alle te hergebruiken grond voor wederaanvullingen en/of ophogingen wordt gestapeld binnen de bouwplaats op een door het Bestuur aan te duiden plaats. De overtollige grond wordt afgevoerd volgens artikel 10.43. Nivellering na afbraakwerken en graafwerken. Het nivelleren van het terrein na de afbraakwerken (03.11.20.) en na de graafwerken (10.12 en 10.21. is telkens inbegrepen in deze posten. 10.20. uitgraving bouwputten - algemeen De uitgravingen hebben tot doel de voorziene bouwputten te realiseren (ongeacht of deze boven of onder het freatisch oppervlak zijn gelegen). De bouwputten worden waterpas en zuiver uitgegraven tot op het niveau voorgeschreven door de architect/ingenieur. De funderingsaanzet ligt daarbij minstens op vorstvrije diepte (80 cm) en tot op draagkrachtige grond. Bij het uitgraven moet erop gelet worden dat de uiteindelijke bodem van de put niet losgewoeld wordt. In elk geval moet de bodem vlak en genivelleerd zijn. De bodem moet bovendien gezuiverd worden van alle organisch afval en puin, ijzer of andere materialen die harde plaatsen of inklinkingen kunnen veroorzaken. De aannemer mag slechts starten met de funderingswerken of de bouwput dempen na akkoord van de architect of ingenieur betreffende de juiste diepte. Dit wordt opgetekend in het werfdagboek. De aannemer plaatst de nodige veilige toegangen tot de bodem van de bouwput en houdt ze in goede staat gedurende de uitvoering van de werken. Alle te hergebruiken grond voor aanvullingen en/of ophogingen, wordt gestapeld binnen de bouwplaats op een door het Bestuur aan te duiden plaats. Informatie over de grondwaterstand is terug te vinden in het diepsonderingsverslag dat als bijlage bij de aanbestedingsdocumenten gevoegd is. 10.21. uitgraving bouwputten - gewone bouwputten VH m3 De nodige uitgravingen tot realisatie van bouwputten voor de kelders, kruipkelders, ondergrondse parkings, liftputten, (ongeacht of deze boven of onder het freatisch oppervlak zijn gelegen), inclusief het hergebruik van het uitgegraven materiaal als wederaanvulling. De afvoer van overtollige uitgegraven grond wordt beschreven onder artikel 10.43. meeteenheid: per m3 meetcode: het te meten volume wordt steeds gerekend met rechte wanden en is begrepen tussen de buitenomtrek van de fundering. Er wordt geen rekening gehouden Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 40

met taluds of meerbreedtes voor werkruimte. De diepte van de uitgraving wordt gerekend tot de funderingsaanzet. Indien de uitgegraven grond gebruikt wordt om weer aan te vullen rondom de constructie, zijn deze wederaanvullingen inbegrepen in de prijs van dit artikel. De afvoer van de overtollige uitgegraven grond wordt apart gemeten onder artikels 10.43. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) De wanden worden zoveel mogelijk verticaal uitgegraven. Wanneer echter voor inkalving gedurende de werken gevreesd wordt, worden de wanden in taluds uitgevoerd. De aannemer kan daarbij zelf de hellingshoek van zijn uitgravingen bepalen in functie van de grondsoort en de uit te voeren werken. De taluds worden echter niet meegerekend in het volume van de uitgegraven grond. Afgraven tot onderkant stabilisé onder vloerplaat. Het afgraven van de teelaarde (10.12.) en nivelleren (10.13.) is inbegrepen in de kostprijs van deze post 10.23. uitgraving bouwputten - rioleringselementen PM De nodige uitgravingen tot realisatie van bouwputten voor rioleringselementen, zoals inspectieputten, septische putten en regenwaterputten (ongeacht of deze boven of onder het freatisch oppervlak zijn gelegen), inclusief het hergebruik van het uitgegraven materiaal als aanvulling. De afvoer van de overtollige uitgegraven grond wordt beschreven onder artikels 10.43. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). De graafwerken zijn begrepen in de eenheidsprijzen voor het leveren en plaatsen van deze elementen. De zone voor de rioleringselementen wordt uitgegraven tot op het peil aangeduid op de uitvoeringsplannen. Alle rioleringselementen 10.30. uitgraving sleuven - algemeen 10.31. uitgraving sleuven - funderingssleuven FH/ m3 De nodige uitgravingen tot realisatie van de funderingssleuven en/of vorstranden (gelegen zowel onder als boven het freatisch oppervlak), inclusief het hergebruik van het uitgegraven materiaal als wederaanvulling. De afvoer van overtollige uitgegraven grond wordt beschreven onder artikels 10.43. meeteenheid: per m3 meetcode: het te meten volume wordt berekend door de breedte van de funderingszool/vorstrand te vermenigvuldigen met de aanzetdiepte van de funderingszool/vorstrand en de lengte. Er wordt geen rekening gehouden met taluds of gebeurlijke meerbreedtes van de sleuven. Meerbreedtes voor bekistingen en bestrijkingen worden evenmin in rekening gebracht bij de berekening van het volume. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 41

aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De funderingssleuven/vorstranden worden uitgegraven zoals aangeduid op de plannen en in de gedetailleerde meetstaat, met een minimale diepte van 80 cm onder het toekomstige maaiveld. Alle te hergebruiken grond voor aanvullingen en/of ophogingen wordt gestapeld binnen de bouwplaats op een door het Bestuur aan te duiden plaats. De overtollige grond wordt afgevoerd volgens artikels 10.43. Informatie over de grondwaterstand is terug te vinden in het diepsonderingsverslag dat als bijlage bij de aanbestedingsdocumenten gevoegd is. Vorstrand funderingsplaat 10.33. uitgraving sleuven - ondergrondse leidingen PM De nodige uitgravingen tot realisatie van de sleuven voor het plaatsen van de voorziene rioleringsbuizen op funderingsniveau (gelegen zowel onder als boven het freatisch oppervlak), inclusief het ondersteunen van de buizen en de wederaanvullingen. De afvoer van de overtollige uitgegraven grond wordt beschreven onder artikels 10.43. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). De graafwerken en wederaanvullingen van de sleuven zijn standaard inbegrepen in de eenheidsprijzen voor het leveren en plaatsen van deze elementen. De uitgravingen voor leidingen gebeuren volgens de aanduidingen op het rioleringsplan, rekening houdend met de vereiste hellingen en de nodige werkruimte. De breedte aan de basis van de sleuven is minstens gelijk aan de leidingdiameter verhoogd met 40 cm en garandeert een gemakkelijke uitvoering en controle. Alle te hergebruiken grond voor aanvullingen en/of ophogingen wordt gestapeld binnen de bouwplaats op een door het Bestuur aan te duiden plaats. De overtollige grond wordt afgevoerd volgens artikels 10.43. Informatie over de grondwaterstand is terug te vinden in het diepsonderingsverslag dat als bijlage bij de aanbestedingsdocumenten gevoegd is. Sleuven voor toevoer water, gas, elektriciteit, data, drukleidingen en wachtbuizen. 10.40. grondverzet - algemeen Voor het gebruik van uitgegraven bodem moet steeds voldaan zijn aan de bepalingen van hoofdstuk XIII van Vlarebo (het Vlaams Reglement betreffende de Bodemsanering en Bodembescherming); de van toepassing zijnde standaardprocedures en Codes van Goede Praktijk; de voorwaarden- en uitvoeringsbepalingen van het technisch verslag en de conformverklaring, die deel uitmaken van het bestek. Het grondverzet moet bovendien steeds uitgevoerd worden conform de traceerbaarheidsprocedure van een door de OVAM erkende bodembeheerorganisatie in het kader van hoofdstuk XIII van Vlarebo. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 42

10.42. grondverzet - hergebruik uitgegraven grond op werf VH m3 Het hergebruik van op de werf uitgegraven grond als aanvulling, ophoging,. Het betreft hergebruik als bodem en als bouwkundig bodemgebruik. meeteenheid: per m3 meetcode: theoretisch te hergebruiken volume (opp. x diepte, volgens plannen) Het hergebruik van uitgegraven grond voor de aanvulling van uitgravingen beschreven in de artikels 10.20. t.e.m. 10.33. is echter inbegrepen in deze uitgravingsartikels 10.20. t.e.m. 10.33. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Voor het gebruik van de uitgegraven grond moet voldaan worden aan de betreffende bepalingen van Vlarebo Hoofdstuk XIII. Al de uitgegraven grond zal worden hergebruikt voor de aanleg van de omgeving. 10.70. aanvullingen algemeen 10.71. aanvullingen - wederaanvullingen De wederaanvullingen betreffen alle opvullingen van de zone rondom of tussen de gerealiseerde funderingen om de bouwzone terug onder profiel te brengen overeenkomstig de uitvoeringsplannen. Deze post omvat: het verwijderen van alle puin en afval uit de aan te vullen putten en oppervlakken; het leveren van het wederaanvullingsmateriaal en/of het geschikt maken van de uitgegraven grond of teelaarde als aanvullingsmateriaal; het spreiden van de aanvullingsmaterialen in correct opeenvolgende lagen; de verdichting (aandamming, walsen, ) van het aanvullingsmateriaal; plaatbelastingsproef van Westergaard ter controle van de beddingsconstante k. Materialen In de voor wederaanvullingen gebruikte materialen mogen onder geen beding puin, afbraakmaterialen, graszoden, stronken, bevroren materiaal of andere afvalstoffen voorkomen. TIMING - UITVOERINGSMETHODE De wederaanvullingen worden pas uitgevoerd nadat de architect alle ondergrondse leidingen en constructies heeft gecontroleerd en zijn schriftelijke toelating in het werfboek of werfverslag heeft gegeven tot het starten van de aanvullingen. Aanvullingen tegen metselwerk of beton mogen slechts uitgevoerd worden nadat de waterdichte lagen, voorgeschreven bepleisteringen en/of bestrijkingen op de ondergrondse constructies uitgevoerd zijn, voldoende verhard zijn en ook de elementen waartegen ze aanleunen, een voldoende sterkte verkregen hebben. VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN De bodem wordt op de plaatsen die moeten worden aangevuld, gezuiverd van alle stoffen die de binding van de aangevoerde aarde aan de reeds aanwezige grond in het gedrang zouden kunnen brengen, zoals wortels, boomstronken, hagen en ander afval. SPREIDING - VERDICHTING De aanvullingen gebeuren volgens noodzaak handmatig of machinaal en tot op het vooropgesteld afwerkingspeil. Naargelang het aanvullingsmateriaal en het materieel worden de ophogingen daarbij met de meeste zorg uitgevoerd in horizontale lagen van maximaal 20 à 30 cm. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 43

Elke gespreide laag wordt afzonderlijk verdicht zodat de verdichting gelijkmatig is; de beddingsconstante k, zoals bepaald volgens de plaatbelastingsproef van Westergaard, minimaal 30 MN/m bedraagt. Er moet gezorgd worden dat alle onvoldoende draagkrachtige delen, als gevolg van te losse pakking of door omwoeling, vervangen worden door een zandaanvulling. Deze werken en leveringen kunnen niet aangerekend worden indien zij het gevolg zijn van slechte uitvoeringsmethodes of van foutieve of te diepe uitgravingen. In dat geval blijven zij ten laste van de aannemer. Keuring Na verdichting van de wederaanvullingen moet de aannemer d.m.v. 1 plaatbelastingsproef van Westergaard controleren of de minimale beddingsconstante gehaald wordt. Bij deze proef wordt een plaat met een diameter gelijk aan 760 mm gebruikt. De proef wordt op de meest kritieke plaats onder de fundering uitgevoerd. 10.71.30. aanvullingen wederaanvullingen/gestabiliseerd zand VH m3 De wederaanvullingen worden uitgevoerd met gestabiliseerd zand. meeteenheid: per m3 meetcode: Er wordt gerekend in aangedamde hoeveelheid, niet in geleverde hoeveelheid. Wederaanvulling sleuven: netto volume, waarbij o breedte = breedte van de funderingszool - breedte ondergronds metselwerk o hoogte = peil na afgraven van de teelaarde peil bovenkant funderingszool Wederaanvulling rond kelderwanden, liftputwanden, : netto volume, waarbij o lengte en breedte = 0,50 m buiten de wanden, zonder rekening te houden met taluds. o hoogte = peil onderkant vloerplaat boven kelder, liftput, - aanzetpeil kelder, liftput, Ophogingen tussen funderingen: het volume wordt begrensd door de binnenomtrek van de omringende wanden. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) De bepalingen van SB 250 index IX-1 zijn van toepassing. Specificaties Samenstelling: 100 kg cement (CEM I 32,5) per m3 vochtig grof zand (volgens SB 250 - III.6.2.4 en NBN EN 13242). De aannemer bepaalt de samenstelling, ermee rekening houdend dat het mengsel aardvochtig moet zijn, d.w.z. dat de hoeveelheid water 6 tot 11% van de zandmassa bedraagt. De verwerking gebeurt overeenkomstig SB 250 - index IX-1, in aan te dammen lagen van maximaal 20 cm, volgens een nivelleringsplan. Het betreft de aanvullingen op een terrein gelegen binnen het bouwblok: onder de gelijkvloerse funderingsplaten, met een laagdikte van 5 cm; Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 44

17. ONDERGRONDSE LEIDINGEN 17.00. ondergrondse leidingen - algemeen Alle ingegraven elementen voor het verzamelen, behandelen en afvoeren naar de openbare riolering van huishoudelijk afvalwater, fecaal water en regenwater van een gebouw of gebouwencomplex. Materialen & De volgende normen zijn van toepassing: NBN EN 752 Buitenriolering NBN EN 476 - Algemene eisen voor rioleringsonderdelen NBN EN 1610 - Aanleg en testen van rioleringen en afvalwaterleidingen TV 200 - Sanitair Reglement - deel 1: Installaties voor de afvoer van afvalwater in gebouwen is van toepassing. Het rioleringssysteem voldoet aan de voorschriften van de rioolbeheerder. De aannemer wint de nodige inlichtingen in bij de plaatselijk rioolbeheerder. Het rioleringsschema (met vermelding van de types afvalwater, leidingdiameters, toestellen, e.a.) is opgenomen in het bestek. Bij ontbreken ervan, bij tegenstrijdigheden of bij ontbrekende gegevens licht de aannemer het bestuur hiervan tijdig in. Voorafgaand aan de werken zoekt de aannemer zelf alle noodzakelijke informatie i.v.m. de juiste ligging en peilen van de openbare riolering op en na goedkeuring door het bestuur, past hij het rioleringstracé hieraan aan. De riolen op het privé terrein zijn steeds opgevat als een gescheiden systeem (scheiding tussen regenwater en fecaal en huishoudelijk afvalwater). Het rioleringsnet wordt over zijn ganse lengte door verticale stijgbuisleidingen verlucht. De verluchtingsbuizen worden in overleg met het bestuur gepositioneerd. Toezichtstukken zijn te voorzien bij richtingsveranderingen. De graafwerken voor de sleuven van de ondergrondse leidingen worden beschreven onder artikel 10.33. Alle af te voeren grond die voortkomt uit graafwerken voor elementen in dit hoofdstuk wordt gemeten onder artikels 10.40. As-builtplannen: voor de voorlopige oplevering levert de aannemer aan het bestuur tekeningen van het rioleringsstelsel zoals het is uitgevoerd, met de exacte ligging en hoogtepeilen van de leidingen, toestellen, verzamelputten en aflopen. 17.10. rioolbuizen - algemeen Alle ondergrondse leidingen voor de afvoer van afvalwater en regenwater, afkomstig van leidingen, toestellen en putten. De werken omvatten: de leidingen, alle hulpstukken; de koppelstukken en verbindingen met de putten en toestellen; de muurdoorgangen en kokers; de dichtheidscontrole, de wederaanvullingen; alle werken voor het voorlopig afvoeren van het oppervlaktewater; het ongeschonden bewaren van aanwezige kabels en leidingen; de as-built-plannen. Materialen en uitvoering ALGEMEEN Volgende normen zijn van toepassing: NBN EN 1295-1 - Statische berekening van ingegraven buisleidingen onder verschillende belastingsomstandigheden - Deel 1: Algemene eisen SB 250 - Index III-24 Buizen en hulpstukken voor riolering en afvoer van water Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 45

BUIZEN - BOCHTSTUKKEN De rioolbuizen zijn bestand tegen corrosie, oplosmiddelen, wasmiddelen en temperaturen tot 90 C. Alle buizen en hulpstukken zijn onderling verenigbaar. Alle hulpstukken zijn voorzien in het gamma van de fabrikant. De diameters van de buizen stemmen overeen met de aanduidingen op de rioleringsplannen en/of worden afgestemd op de te verwachten maximum debieten. Elke richtingsverandering worden uitgevoerd met aangepaste bochtstukken. De aftakkingen van verticale en horizontale leidingen worden uitgevoerd onder hoeken van maximaal 45. Wanneer de hoek tussen twee op elkaar aan te sluiten leidingen meer bedraagt dan 45 zal de aansluiting gebeuren door twee opeenvolgende bochtstukken elk met een hoek kleiner dan 45. MONTAGE - VERBINDINGEN - AANSLUITINGEN Het montagewerk en de verbindingen worden uitgevoerd door daartoe opgeleide en bekwame vaklui. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van rechte buizen uit één stuk. De plaatsing van buizen met vaste of losse moffen begint stroomafwaarts, met het mofeind stroomopwaarts gericht. Buizen worden haaks gezaagd, van bramen ontdaan en eventueel afgeschuind. Voor het samenvoegen van de buizen worden de mof en het spie-einde zorgvuldig gereinigd en verbonden volgens de voorschriften van de fabrikant. Alle beschadigde buizen worden vervangen. De aannemer verwezenlijkt alle aansluitingen op leidingen, toestellen en putten. De uiteinden van de afleiders, overlopen van putten enz. worden zorgvuldig met de afvoer verbonden en waar nodig waterdicht uitgewerkt. Ingeval van waterdruk worden de dichtingwerken uitgevoerd volgens een aan het bestuur ter goedkeuring voor te leggen detailtekening. Binnen het gebouw worden de buizen tot in het vlak van de onderste vloeren of kelderwanden gebracht waar ze eindigen met een mof. Tijdens de werken worden de moffen afgedekt met een beschermkap. Buiten het gebouw worden op analoge wijze de voorlopig openstaande buizen afgedekt zodat er geen vuilresten, grond e.d. in kunnen terechtkomen. Buizen, verticaal geplaatst of opgehangen, worden standaard voorzien van aangepaste bevestigingsmaterialen. De voorschriften van de fabrikant worden strikt nageleefd. De bevestigingswijze zal voldoende stevig zijn om het gewicht van de gevulde horizontale leidingen te dragen. De beugels mogen niet meer dan 200 cm uit elkaar staan en op maximum 30 cm aan weerszijden van elke verbinding. DOORVOEREN Geen enkele buisverbinding of koppeling mag in een muurdoorvoering aangebracht worden. De doorvoeren zijn zo voorzien dat zettingen de buis niet kunnen belasten. Bij doorgangen door muren of platen worden de leidingen vrij geplaatst. De nodige aanpassingswerken, het maken van gaten, het dichten van de openingen tussen de buizen en de gaten met een geschikt elastisch materiaal of een plastisch blijvende mortel, zijn inbegrepen. Doorgangen doorheen bouwdelen moeten na afwerking aan dezelfde prestaties (waterdichtheid, brandveiligheid, stabiliteit, luchtdichtheid, ) voldoen als de prestaties gesteld aan deze bouwdelen. Doorgangen doorheen balken mogen enkel gebeuren in overleg met het bestuur en de stabiliteitsingenieur. LEIDINGTRACE - HELLING Het leidingtracé wordt zorgvuldig uitgezet, volgens de aanduidingen op de rioleringsen/of grondplannen. De juiste peilen van de riolering zullen in aanwezigheid van het bestuur correct worden uitgepast in functie van de vereiste helling, het uitpassen vangt steeds aan bij het laagste punt. De rioleringsbuizen worden gelegd met een minimale en constante helling, waarbij de diameter van de buis in verhouding tot de helling en het af te voeren volume een Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 46

minimale afwateringssnelheid van 0,60 m/sec. en een maximale snelheid van 2,50 m/sec. garanderen. Richtwaarden voor de helling: circa 0,5 cm/m voor regenwater, 1 cm/m voor vuil water en 2 cm/m voor fecaal water. BEDDING - AANVULLINGEN De buizen worden over hun ganse lengte ondersteund. Ter plaatse van de verbindingen van de buizen worden in het funderingsbed tijdelijke uitsparingen aangebracht die het mogelijk maken de verbindingen af te werken over de volledige omtrek van de buizen, de waterdichtheid ervan te controleren en de kragen of verbindingsstukken aan te brengen. Ofwel wordt een voorgevormde fundering toegepast, ofwel worden de buizen aan de zijkanten onder een hoek van 45 tot halve hoogte aangevuld. De aanvulling van de ingegraven riolering wordt pas uitgevoerd na goedkeuring door het bestuur en na het uitvoeren van de controleproeven op de waterdichtheid (zie keuring). Keuring Materialen met een BENOR merk, BUtgb of EUtgb- technische goedkeuring of gelijkwaardig genieten vrijstelling van voorafgaandelijke technische proeven. Deze vrijstelling slaat niet op de controle van de uitvoeringskwaliteit op de bouwplaats. Het rioleringsstelsel wordt vóór aanvulling onderworpen aan een waterdichtheidcontrole volgens SB250 Index III 7.1.3.4. 17.12. rioolbuizen kunststof 17.12.10. rioolbuizen kunststof/pvc Rioolbuizen en hulpstukken uit hard niet-geplastificeerd PVC. NBN EN 1401-1 - Kunststofleidingsystemen voor ondergrondse drukloze rioleringen - Ongeplasticeerd poly(vinylchloride) (PVC-U) - Deel 1: Eisen voor buizen, hulpstukken en het systeem is van toepassing. De leidingen met bijhorende koppelstukken en hulpstukken beschikken over het BENORkeurmerk, een technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig. Specificaties Markering: Voor ondergrondse rioleringsbuizen vanaf 1 m buiten het gebouw: U - RIOOL-EGOUT - NBN EN 1401 - PVC-U - SN klasse - Fabrikant - BENOR diam x dikte - fabricatiecode Voor ondergrondse rioleringsbuizen binnen en buiten het gebouw: UD - RIOOL- EGOUT - NBN EN 1401 - PVC-U - SN klasse - Fabrikant - BENOR diam x dikte - fabricatiecode Sterktereeks: SN4 De hulpstukken hebben dezelfde herkomst en wanddikte als de buis. De PVC buizen worden gekoppeld d.m.v. verlijming op basis van PVC. De verwerking en verbindingen worden uitgevoerd volgens de voorschriften van de fabrikant. De leidingen die blootgesteld zijn aan temperaturen lager dan 5 C, en die mogelijk stoten kunnen ontvangen, moeten hiertegen worden beschermd. Diepte: minimum 80cm onder de begane grond. Helling: circa 1,5 cm/m (fecaal water) en 1,5 cm/m (huishoudelijk afvalwater en regenwater) Bedding: zandbed Wederaanvulling: te verdichten grond van de uitgravingen Riolering Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 47

17.12.11. rioolbuizen kunststof/pvc diam 50 FH m meeteenheid: lm meetcode: netto te plaatsen lengte, gemeten volgens de aslijn en tot de binnenkant van de put of toestel. De leidingen, hulpstukken en toezichtstukken worden doorgemeten volgens aslijn. De hulpstukken worden niet gemeten en zijn begrepen in de eenheidsprijs. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Riolering 17.12.12. rioolbuizen kunststof/pvc diam 110 FH m meeteenheid: lm meetcode: netto te plaatsen lengte, gemeten volgens de aslijn en tot de binnenkant van de put of toestel. De leidingen, hulpstukken en toezichtstukken worden doorgemeten volgens aslijn. De hulpstukken worden niet gemeten en zijn begrepen in de eenheidsprijs. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Riolering 17.12.13. rioolbuizen kunststof/pvc diam 160 FH m meeteenheid: lm meetcode: netto te plaatsen lengte, gemeten volgens de aslijn en tot de binnenkant van de put of toestel. De leidingen, hulpstukken en toezichtstukken worden doorgemeten volgens aslijn. De hulpstukken worden niet gemeten en zijn begrepen in de eenheidsprijs. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Riolering 17.12.14. rioolbuizen kunststof/pvc diam 200 FH m meeteenheid: lm meetcode: netto te plaatsen lengte, gemeten volgens de aslijn en tot de binnenkant van de put of toestel. De leidingen, hulpstukken en toezichtstukken worden doorgemeten volgens aslijn. De hulpstukken worden niet gemeten en zijn begrepen in de eenheidsprijs. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Riolering 17.41. ontvangtoestellen - buitenontvanger 17.41.10. ontvangtoestellen - buitenontvanger/met klok FH st Kloksterfput met waterslot. meeteenheid: per stuk meetcode: netto uit te voeren hoeveelheid Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 48

aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Kloksterfputten voorzien van een waterslot van minimum 60 mm. Specificaties : vormgietstaal volgens NBN B 53-101/A1 Buitenafmetingen rooster: 200x200 Aansluiting: verticaal De aansluitwaarde: ND 100 De buitenontvanger wordt ingegoten in een omkadering uit licht gewapend beton. Dit kader wordt niet zichtbaar in de buitenverharding geplaatst. In de overdekte buitenspeelruimte volgens plan 17.70. regenwaterbehandeling - algemeen 17.71. regenwaterbehandeling - regenwaterputten Ondergrondse vergaarbakken voor regenwater, bestaande uit één of meerdere elementen. Inbegrepen: de uitgravingen (met eventueel verlagen van de grondwaterstand en afvoeren van het oppervlaktewater), de funderingen, het leveren en plaatsen van de regenwaterputten, de aansluitingen van de aanvoerleidingen en de overloop, de wederaanvullingen, de voorziening van een ontluchting en een overloop met sifon, het opmetselen van de mangaten en aanbrengen van de putranden, het leveren en plaatsen van reukdichte en kindveilige deksels en hun inlegkaders (indien niet opgenomen als een afzonderlijk artikel). Materialen De gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater van 5 juli 2013 is van toepassing. De materialen beantwoorden aan de voorschriften van TV 200 - Sanitair Reglement (WTCB) en moeten onderling verenigbaar zijn. Op de prefab regenwaterputten staat vermeld: handelsnaam, naam en adres van fabrikant en nuttige inhoud. De keuze van het toestel is in overeenstemming met de aan te sluiten buisdiameters. De put wordt voorzien van een overloop met geïntegreerde sifon. De put is bereikbaar voor toezicht en ruiming. Daarom wordt op elke eenheid een mangat opgemetseld of wordt de put opgehoogd met prefab elementen tot op het voorziene niveau van de putdeksels. UITGRAVING - FUNDERING - PEILEN Alle werken worden uitgevoerd in het droge. De afmetingen van de uitgravingen zijn zodanig dat een vlotte en onberispelijke plaatsing van de putten mogelijk is. De aannemer voert de nodige schorings- en stutwerken uit om inkalven van de uitgravingen te voorkomen. De architect zal de juiste plaats en de pas aangeven. Het aanzetpeil, bodemniveau en topniveau van de putten worden bepaald in functie van de hellingen van het rioleringsstelsel en het niveau van de putdeksels t.o.v. het maaiveld en/of de vloerafwerking en zodanig dat de putten op hun maximale capaciteit functioneren. De Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 49

aannemer stelt zich op voorhand op de hoogte van het juiste peil van de rioleringen, voor het bepalen van de diepte en de aansluiting van de putten. De regenwaterputten worden volkomen waterpas geplaatst op een stabiele en egale ondergrond. De uitvoeringswijze moet zo zijn dat verzakking van de putten niet kan voorkomen. Om verzakking of omhoogdrijven te voorkomen worden de putten waar vereist aangezet op een funderingsplaat die circa 10 cm rond de put uitsteekt. Na de uitvoering worden de putten gevuld met zuiver waterindien dit nodig is om opdrijven te voorkomen. Het bovenvlak van de putten moet met minstens 30 cm grond (teelaarde) bedekt worden. De juiste niveaus worden aangegeven op de plannen of de uitvoering vastgelegd in samenspraak met het bestuur. AANSLUITINGEN - OVERLOOP & ONTLUCHTING De toevoerleidingen, overloop en aanzuigleiding worden waterdicht aangesloten op de put. Het inloopstuk bestaat uit een T-stuk voor de opvang van de overdruk bij doorspoeling. De overloop is voorzien van een ondergedompelde elleboog (sifon). De reuk- en waterdichte aansluiting van de PVC-buis op de put wordt verzekerd door middel van een gefixeerde rubbermanchet. Zij dragen het BENOR-merk (of gelijkwaardig). In geval van aansluiting op een gemengde riolering, moet deze standaard voorzien worden van een terugslagklep (zie artikel 17.76). De afmetingen en de nodige aansluitingen voor in- en uitgaande leidingen worden op het as-built-leidingenschema weergegeven. Er wordt een ontluchtingsbuis voorzien in PVC. Het verloop van de ontluchtingsbuis gebeurt volgens de aanwijzingen van het bestuur. MANGATEN PUTDEKSELS Een mangat wordt voorzien om de toezichtdeksels tot op vloerpas of maaiveldniveau te brengen: opgemetseld met volle baksteen (volgens NBN EN 771-1) en metselmortel categorie M15 (volgens NBN EN 998-2). De muurtjes worden langs binnen en buitenzijde uitgecementeerd. Om een waterdichte cementlaag te bekomen wordt aan het aanmaakwater een vochtwerend product toegevoegd dat de sterkte-eigenschappen van de cementpleister niet aantast en vrij is van organische stoffen en oliën. Na voldoende verharding wordt de cementlaag in aanraking met grond bestreken met 2 lagen vernis geactiveerd met steenkoolpek of bitumen (NBN B 46-101) à rato van minimum 200gr/ m2 en per laag; beide lagen verschillen van kleur. Het putdeksel wordt op het voorziene niveau geplaatst in een hiertoe voorzien kader stevig verankerd in het metselwerk. Metalen kaders moeten roestvrij zijn of voorzien van een roestwerende bescherming. Keuring Voor de oplevering wordt de put volledig gevuld met zuiver water ter controle van de algemene waterdichtheid. De waarborg van waterdichtheid is beperkt tot onder het deksel of het niveau van de overloopbuis. Bij de voorlopige oplevering zullen de regenwaterputten volledig gezuiverd zijn. 17.71.10. regenwaterbehandeling regenwaterputten/beton FH st Prefab betonnen regenwaterput. meeteenheid: per stuk meetcode: netto hoeveelheid aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 50

De prefabputten bestaan uit waterdicht, goed verdicht beton, conform PTV 114 Geprefabriceerde bekuipingen van beton voor regenwaterputten, septische tanks en zuiveringsinstallaties van huishoudelijk afvalwater en/of beschikken over een BENORkeuring (attest voor te leggen). De karakteristieke druksterkte van het beton bedraagt minstens 30 N/mm2. De waterdichtheid bij een druk van 40 kn/m2 moet gegarandeerd zijn. De wand en bodem moeten uit één stuk zijn. De wanden van de regenwaterput moeten zo berekend zijn dat zij bestand zijn tegen het transport, de plaatsing en de bedrijfsdruk. De bovenplaat moet naast de vaste overlast te weerstaan aan een gebruiksbelasting van minimum 15 kn/m2. Wanneer de putten niet opgevat zijn om de voorziene belastingen te dragen, of wanneer de werkelijke belasting hoger ligt dan de voorziene moet er een versterkt deksel worden voorzien of een verdeelplaat in gewapend beton worden gestort. De regenwaterput dient te voldoen aan klasse B125 Specificaties Nuttige inhoud: 20 000 liter. Type: enkelvoudig, conform PTV 114 Vorm: cilindrisch. Wanddikte: volgens voorschriften fabrikant. Vloerdikte: volgens voorschriften fabrikant Dekplaat belastingklasse: A 15 Overloop met sifon: ingeval van aansluiting op gemengde riolering, met terugslagklep Mangat: minimum opening 50x50 cm Putdeksel: bovengronds, gietijzer, roestvrij, inbegrepen in dit artikel, klasse B125 De plaatsing gebeurt conform de voorschriften van de fabrikant op een stabiele en geëgaliseerde ondergrond. Het transport en verplaatsing van putten moet voorzichtig gebeuren ter voorkoming van scheurvorming of breuk. Er mag slechts overgegaan worden tot aanvulling nadat de afgewerkte put gekeurd is door het bestuur. De wederaanvullingen rondom de put worden uitgevoerd met: te verdichten grond van de uitgravingen. Boven de putten wordt minstens 30 cm teelaarde aangebracht. regenwaterput 17.80. aansluitingen - algemeen 17.82. aansluitingen doorvoer- en wachtbuizen FH m Levering en plaatsing van alle wachtbuizen. De uitgraving de sleuven wordt beschreven onder artikel 10.33, en is dus inbegrepen in deze post. meeteenheid: lopende meter meetcode: netto lengte in de as van de leidingen, alle bocht- en hulpstukken inbegrepen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Buizen uit thermoplastisch materiaal (PVC) met aangepaste diameter, geschikt voor de doorvoer van de nutsleidingen (elektriciteit, aardgas, water, kabel, telefoon, ). Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 51

De plaatsing van de wachtbuizen moet gebeuren volgens de voorschriften van de verdelende maatschappijen. De nutsmaatschappijen worden tijdig geraadpleegd om de exacte plaats van de binnenkomende leidingen te bepalen. De wachtbuizen worden aangesloten op de door hen voorziene of voorgeschreven hulpstukken. De buizen worden loodrecht op de rooilijn aangebracht. De plaatsing van de buizen tussen twee aansluitpunten of putten gebeurt met rechte stukken. De aannemer verwezenlijkt alle aansluitingen, waarbij scherpe bochten vermeden worden. De buizen worden over hun volledige lengte gefundeerd op een voldoende breed zandbed van 10 cm dikte en hierin verzonken. In geval van gebundelde kokerbuizen worden de ruimten tussen de buizen eveneens opgevuld met zand. De doorvoering in de muren gebeurt zodanig dat geen druk op de kokers wordt uitgeoefend. De aannemer maakt de openingen na het plaatsen van de kokers waterdicht. De wederaanvulling van de sleuven mag slechts aanvangen na goedkeuring van de architect. Alle buizen die beschadigd zijn, worden vervangen. In de wachtbuizen bestemd voor soepele kabels worden voorlopige, gegalvaniseerde stalen trekdraden geplaatst om de kabeldoorvoer te vergemakkelijken. Voor de voorlopige oplevering van de werken levert de aannemer een asbuilt-plan van het verloop van de leidingen. Deze aanduidingen mogen op het uitvoeringsplan van de rioleringen voorkomen. Wachtbuizen volgens plan Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 52

23 DORPELS, PLINTEN EN DEKSTENEN 23.00. dorpels, plinten en dekstenen - algemeen De werken omvatten: het plaatsen en verwijderen van alle voor de werken vereiste stellingen, afdekzeilen en beschermingswerken; de controle en de voorbereiding van het draagvlak en de ondergrond; de controleopmeting van de juiste afmetingen tijdens of na uitvoering van de ruwbouw; de voorbereiding, werkhuistekeningen en prefabricatie van alle voorziene ementen; de vereiste bevestigingselementen met de andere bouwelementen (ankers, doken, rails, ); de bevestiging en het inmetselen van de dorpels, plinten en dekstenen, met inbegrip van de legmortels, verankeringselementen, vochtisolaties, uitzettingsvoegen, voegwerk, opvulkitten, ; de beschermingsmaatregelen, nabehandelingen; het opruimen en schoonmaken van de bouwplaats. 23.15. raam- en deurdorpels - hout FH m3 De balken bestaan uit massieve houten liggers. meeteenheid: m3 aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH). Het hout moet gesorteerd en gemarkeerd zijn volgens NBN EN 14081. Het hout moet voorzien zijn van een CE-markering. Het hout heeft een FSC- of PEFC-label en de leverancier is respectievelijk FSC of PEFC CoC-gecertificeerd. De houtvochtigheid bedraagt maximaal 20%. Bij naaldhout met een sectie groter dan circa 6 cm x15 cm mag de houtvochtigheid bij plaatsing slechts 16% bedragen. De bepalingen van de STS 04.1 en STS 31 zijn van toepassing. Specificaties Type hout: naaldhout (vuren, grenen, douglas, ) Houtverduurzaming: A2.1 procedé volgens STS 04.3 of natuurlijke duurzaamheidsklasse 2 Kwaliteit (volgens NBN EN 338): C18 Hoogte: zie principedetails De elementen moeten beantwoorden aan de vereisten van STS 31 en NBN B 03-003. Dit is de uitwerking van de raam- en deurdorpels volgens de details, voor de plaatsing van de ramen met verdoken profiel. Inbegrepen zijn alle waterkerende slabben en langs de buiten zijde een noppenmembraan die voor een goede afwatering van zowel regenwater als condenswater moet zorgen. Het gaat om (een) houten balk(en) die enerzijds als stelprofiel dient voor de verdoken raamprofielen, en anderzijds als isolerende zone tussen raam en vloerisolatie. In hoofdzaak gaat het om alle ramen en deuren in contact met de vloerpas. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 53

34. THERMISCHE ISOLATIE PLAT DAK 34.00. thermische isolatie plat dak - algemeen Levering en plaatsing van de isolatie en het dampscherm voor het plat dak binnen het voorziene dakdichtingssysteem. De werken omvatten: de controle en de eventuele voorbereiding van de dakvloer; de levering en verwerking van de isolatiematerialen en bijhorende dampschermen; de eventuele levering en de plaatsing van kleefmiddelen (lijmen, bitumen, ) en/of mechanische bevestigingstoebehoren; de eventuele verticale isolatiestroken tegen dakopstanden en/of dakranden; de eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen. 34.10. isolatieplaten plat dak algemeen Materialen De isolatiematerialen zijn weersbestendig, rotbestendig, drukvast, niet onderhevig aan krimp en hebben een geringe wateropname. Ze mogen geen voedingsbodem vormen of doen ontstaan voor ongedierte, bacteriën of schimmels en tasten de andere bouwelementen niet aan. Beschadigde plaatdelen mogen niet verwerkt worden. Enkel producten waarvan de hierna vermelde λ-waarde kan aangetoond worden met de gedeclareerde λd-waarde vermeld in de CE-marking, ATG-H of ETA, of met de rekenwaarde λui vermeld in EPB-productgegevensdatabank (EPBD) worden aanvaard. De bepalingen van volgende normen en technische voorlichtingen zijn van toepassing: TV 215 - Het platte dak 7 Dakisolatie : Eigenschapen van de dakisolatiematerialen TV 239 Mechanische bevestiging van de isolatie en de afdichting op geprofileerde staalplaten De isolatiematerialen beschikken over een ATG-H productgoedkeuring en een ATG technische goedkeuring voor de toepassing als respectievelijk warm dak/omkeerdak of gelijkwaardig. De isolatieplaten en bevestigingswijze zijn verenigbaar met de ondergrond en het voorziene dakafdichtingssysteem. Eventuele mechanische bevestigingsmiddelen worden steeds ter goedkeuring voorgelegd. ALGEMEEN De bepalingen van volgende normen en technische voorschriften zijn van toepassing: TV 215 - Het platte dak : opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud TV 239 Mechanische bevestiging van de isolatie en de afdichting op geprofileerde staalplaten TV 244 - Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes NBN B 46-401 - Het platte dak opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud BUtgb-nota m.b.t begaanbaarheid van platte daken De plaatsing gebeurt volgens TV 215 - Het platte dak 7.3 - Plaatsing van de isolatie (tabel 18) en conform de richtlijnen in de technische goedkeuring, rekening houdend met de te verwachten gebruiks- en windbelastingen, de betrokken ondergrond en het voorziene dakdichtingssysteem. De uitvoeringsvoorschriften in de technische goedkeuring en van de fabrikant moeten strikt gevolgd worden, zelfs al zouden deze afwijken van onderstaande beschrijving. VOORBEREIDING De aannemer zal vóór de aanvang van de werken alle bouwdelen inspecteren waarop of waartegen hij moet aansluiten. Hij zal nagaan of er overal een gelijkmatige helling gerealiseerd is en of alle opstanden en randen volledig en correct zijn afgewerkt. Hij zal iedere onregelmatigheid aan de architect signaleren en zijn werken slechts aanvatten wanneer de staat, vlakheid en cohesie van de dakvloer een onberispelijke uitvoering van zijn werk toelaten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 54

UITVOERINGSOMSTANDIGHEDEN De ondergrond moet zuiver en winddroog zijn (vrij van zichtbaar vocht), waarbij de plaatsingsoppervlakte en de materialen droog moeten worden gehouden tot voltooiing van de werken. De isolatie mag nooit nat geplaatst worden, bij iedere werkonderbreking is het daarbij aangewezen het blootliggend isolatiemateriaal tegen weersinvloeden te beschermen. Bij verlijming van de platen met warme bitumen of bitumineuze koudlijm, moet de omgevingstemperatuur minimaal 5 C bedragen. VLAKHEID VAN DE ONDERGROND De hechting van dampscherm en isolatie vergen een voldoende vlakheid van de ondergrond, aangepast aan de aard van het voorziene systeem en de plaatsingswijze. Waar vereist zullen oneffenheden voorafgaandelijk worden weggewerkt en/of bijgewerkt. De eisen gesteld aan de vlakheid van ondergrond moeten daarbij voldoen aan de tolerantiewaarden volgens TV 215 4.2.1 (tabel 10). 34.12. isolatieplaten plat dak PUR Isolatieplaten uit hard polyurethaanschuim of polyisocyanuraatschuim overeenkomstig NBN EN 13165 - Materialen voor de warmte-isolatie van gebouwen - Fabrieksmatig vervaardigde producten van hard polyurethaanschuim (PUR) - Specificatie. Het blaasmiddel gebruikt bij de productie bevat geen HFK s. Specificaties Dikte: volgens subartikel Oppervlakteafwerking: aan beide zijden bekleed met een meerlagen alu-complex Prestatiecriteria: Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde) voor de toegepaste dikte(s) : maximum 0,025 W/mK Druksterkte bij 10% vervorming (NBN EN 826): minimum 120 kpa Belastingsklasse (volgens tabel2 BUtgb-nota): minimum P2 Aanvullende specificaties (schrappen indien niet van toepassing) Reactie bij brand (NBN EN 13501-1): min. klasse D-s2-d0 De platen in afschot worden door de fabrikant op maat geleverd volgens legplan voor het realiseren van een dakhelling van minimum 1,5 % De isolatielaag wordt uitgevoerd in één laag / twee lagen (naar keuze aannemer) Overeenkomstig de voorziene dakopbouw worden de isolatieplaten, volgens TV 215 7.3 en de technische goedkeuring, koud gelijmd met een bitumineuze koudlijm (C) / synthetische lijm (Cs). De isolatieplaten worden nauw aansluitend geplaatst. Eventuele openstaande naden worden opgeschuimd. 34.12.20. isolatieplaten plat dak PUR 24 cm FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten als de horizontale projectie tussen de dakopstanden. Uitsparingen kleiner dan 1m2 worden niet afgetrokken. De eventuele verticale isolatiestroken tegen dakopstanden en/of dakranden worden ook in dit artikel gerekend en zijn steeds inbegrepen in de prijs. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Plat dak 34.20. dampscherm - algemeen Materialen De bepalingen van volgende normen en voorschriften zijn van toepassing: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 55

TV 215 - Het platte dak : opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud NBN EN 13707 - Flexibele banen voor waterafdichting - Gewapende bitumen dakbanen voor waterafdichtingen - Definities en eigenschappen NBN EN 13970 - Flexibele banen voor waterafdichtingen - Dampremmende lagen van bitumen - Definities en eigenschappen PTV 46-002 Dakafdichting Onderlaagmembranen op basis van bitumineuze bindmiddelen Het dampscherm moet beschikken over een BENOR certificering of opgenomen zijn in de ATG technische goedkeuring of gelijkwaardig van de dakdichting. De keuze van de dampschermen is verenigbaar met de voorgeschreven isolatiematerialen en met de voorziene dakopbouw en afdichting. Het type dampscherm en de bevestigingswijze moeten voorafgaandelijk ter goedkeuring worden voorgelegd aan de architect. De bepalingen van volgende voorschriften zijn van toepassing: TV 215 - Het platte dak : opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud TV 244 - Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes De plaatsing en bevestigingswijze (losliggend, deelgekleefd, ) van het dampscherm zal gebeuren in overeenstemming met de plaatsingswijze van de isolatieplaten, de aard van de ondergrond en het type dampscherm, volgens de bepalingen van TV 215 6.3 (tabel 15) en de richtlijnen, zoals opgenomen in de technische goedkeuring ATG (of gelijkwaardig) van het dakdichtingssysteem. Bij platte daken zal het dampscherm steeds aangebracht worden op een doorlopende drager (betonvloer, beplating, ). Het insluiten van vochtige (isolatie) materialen tussen het dampscherm en de afdichtingslaag moet worden uitgesloten. Indien vereist moet bij de uitvoering gebruik te worden gemaakt van aangepaste compartimenteringstechnieken. Er worden zo weinig mogelijk voegen gemaakt. Voegen in overlapping moeten steeds onderling en tegen andere bouwdelen aangekleefd worden, zodat de dampremmende laag een doorlopend membraan vormt over de gehele dakoppervlakte. De overlappingen en voegdichtingen worden uitgevoerd conform de voorgeschreven dampschermklasse. Ter hoogte van opstanden (dakranden, lichtkoepels, doorbrekingen, ) wordt het dampscherm voldoende opgetrokken zodat de isolatie volledig ingesloten is (zie ook TV 244 5 Opstanden). Bijzondere zorg moet worden besteed aan alle doorboringen (kabeldoorvoeren, openingen verluchtingen,...), of daar waar lokaal condensatie kan optreden in het isolatiemateriaal. De doorboringen worden niet ruimer gemaakt dan strikt noodzakelijk. Door de openingen wordt een mantelbuis geplaatst waartegen het dampscherm aansluit zodat de isolatie volledig ingesloten zit (zie ook TV 244 8 Dakdoorbrekingen en sokkels). 34.21. dampscherm gewapend bitumen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de isolatieplaten en/of de dakdichting. Dampscherm klasse E3 volgens TV 215 bestaande uit een gewapend (gemodificeerd) bitumenmembraan. Specificaties Dikte: 1,5 mm Equivalente luchtlaagdikte sd (=µd-waarde) (volgens NBN EN 1931): min. 25 m Dampscherm plat dak Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 56

35. AFDICHTING & AFWERKING PLAT DAK 35.00. afdichting & afwerking plat dak - algemeen Deze post omvat alle leveringen en werken tot het realiseren van de voorziene platdakdichting tot een afgewerkt en waterdicht geheel. De werken omvatten: het nazicht en de voorbereiding van het draagvlak in coördinatie met de post 34 Thermische isolatie plat dak; de levering en verwerking van de voorgeschreven dakdichtingslagen, inclusief alle noodzakelijke scheidingslagen, primers, lijmen, bevestigingsmiddelen en toebehoren; het aanwerken van de dakdichting rondom koepels, rookkanalen, ventilatiekanalen, e.d.; de waterdichte afwerking en aansluiting (of herstelling) van de dakdichting ter hoogte van de dakranden, gevelopstanden en eventuele aangrenzende constructies; de eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen; de eventuele te voorziene ballast; de gebeurlijke kosten voor de proeven op de waterdichtheid. Materialen De volgende normen zijn integraal van toepassing: TV 215 - Het platte dak: opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud (WTCB) NBN B 46-001 - Dakopbouw met afdichtingen - Bitumen- of kunststoffolies. De dichtingssystemen beschikken over een doorlopende technische goedkeuring van de Butgb, EUtgb of gelijkwaardig voor toepassing binnen de voorziene dakopbouw. Bij onverenigbaarheden tussen het vooropgestelde dakafdichtingssysteem en de dakopbouw (dakvloer, dampscherm, isolatie- en dichtingssysteem) stelt de aannemer de ontwerper onmiddelijk op de hoogte en dient het advies van de fabrikant te worden ingewonnen. Bij toepassing zonder bijkomende schutlaag dient gekozen voor een UV-bestendige eindlaag. De uitvoering gebeurt volgens TV 215 - Het platte dak: opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud en TV 244 - Aansluitingsdetails bij platte daken: algemene principes. Het daksysteem en voorziene bevestigingswijze moeten de aangrijpende windlasten kunnen opnemen. Indien de windweerstand van gekleefde systemen onvoldoende zouden zijn, dient bijkomend ballast te worden voorzien, inbegrepen in de eenheidsprijs. De ondergronden dienen, in functie van de voorziene dakafdichting en plaatsingsmethode, respectievelijk te voldoen aan de voorschriften van NBN B 46-001 en TV 215 4.2.: zij moeten luchtdroog zijn en een temperatuur van meer dan 2 C hebben. zij moeten goed vlak, vast, zuiver en vrij zijn van vreemde stoffen (vet, kiezel, olie...). zij moeten chemisch en mechanisch met de dakdichting verenigbaar zijn. voegen van draagvloerelementen of van cellenbeton zullen gepast overbrugd worden. De dakafdichtingen mogen enkel aangebracht worden door gekwalificeerde plaatsers, volledig vertrouwd met de uitvoering van het voorziene dakafdichtingssysteem (referenties voor te leggen). De plaatsing zal onderbroken en op zijn minst voorlopig beschermd worden bij vochtig weer (regen, sneeuw, mist) en/of bij temperaturen lager dan 5 C. Het werk mag in deze gevallen enkel voortgezet worden, mits voorafgaandelijke toestemming van de architect en naleving van de door de fabrikant opgelegde voorzorgsmaatregelen. Dagproducties moeten steeds waterdicht kunnen worden afgewerkt met inbegrip van de randafwerkingen. De voorziene isolatie mag onder geen beding nat worden of dient te worden vervangen. De aannemer zal de daken hiertoe waar aangewezen compartimenteren. De nodige maatregelen worden getroffen om na de uitvoering van de dakwerken het betreden van het dak te beperken. Indien nodig in functie van de verdere opbouw zal men bovenop de afdichting een beschermlaag aanbrengen (beschermdoek van Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 57

minimaal 300 g/m², bouwbeschermplaten,.). Alle mogelijke schade, voortvloeiende uit een gebrekkige coördinatie of onvoldoende beschermingsmaatregelen vallen ten laste van de aannemer. De aannemer dient garant te staan voor een perfecte waterdichte afwerking en aansluiting van de dakdichting ter hoogte van dakranden, opstanden, schoorstenen, sokkels, horizontale en verticale dakdoorbrekingen, bewegingsvoegen overeenkomstig de bepalingen van TV 244, alsook de randafwerking (en/of herstelling) t.a.v. aangrenzende constructies. De stroken zullen zoveel mogelijk uit één stuk, gelijkmatig en spanningsvrij, uitgerold en bevestigd worden. De schikking van langs- en dwarsnaden wordt zodanig gekozen dat een volledige waterafvloeiing verzekerd is. Als de helling meer dan 20% bedraagt zullen de schikkingen voor het bevestigen van de dakdichting uitgevoerd worden volgens de technische goedkeuring ATG. Aan de dakranden worden de hoeken tussen het strekkende deel en de opkant, behoudens detailtekeningen, afgeschuind onder een hoek van 45, met schuin gesneden isolatiestroken. 35.01. afdichting & afwerking plat dak - waterdichtheidsproeven PM Algemeen Na uitvoering van de dakafdichting worden de daken, ter beproeving van de waterdichtheid onder water gezet gedurende ten minste 48 uur, overeenkomstig de bepalingen van TV 215 8.5. 35.02. afdichting & afwerking plat dak - waarborgen & attesten PM Algemeen De aannemer blijft gedurende een periode van 10 jaar na de voorlopige oplevering, aansprakelijk voor de volledige waterdichtheid van de uitgevoerde dakafdichting. Bijkomend zal de aannemer bij de voorlopige oplevering een door de fabrikant opgemaakt attest afleveren, houdende een 10-jarige fabriekswaarborg op gebreken m.b.t. de geleverde materialen (zonder voorbehoud op materialen en arbeidsloon wanneer zich dientengevolge een vervanging van de dakbedekking zou opdringen). Dienaangaande dienen alle richtlijnen van de producent van de dakdichtingsmaterialen (volgens technische goedkeuring ATG) nauwgezet te worden nageleefd, onverminderd gebeurlijke tegenstrijdige bepalingen vermeld in het bijzonder bestek. 35.10. bitumineuze dakafdichting - algemeen Materialen Meerlaagse dakafdichtingen op basis van bitumen volgens NBN B 46-003 - Dakafdichting - Producten op basis van APP of SBS- polymeerbitumen en Bijlage 1 van TV 215 - Kwaliteitseisen voor dakafdichtingen op basis van polymeerbitumen. De voorziene eindlagen bevatten een wapening van polyestervlies of hoogwaardige composiet-inlage van tenminste 150 gr/m2. Het afdichtingssysteem bezit een doorlopende technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig voor toepassing op de betrokken ondergrond. Alle bijproducten (keuze van geschikte onder- en tussenlagen volgens NBN B 46-002 en TV 215 8.2.1.1 - tabel 19) zijn afkomstig van en/of stemmen overeen met de richtlijnen van de ATG en/of de fabrikant. Systeem ter goedkeuring voor te leggen. De rollen worden verticaal vervoerd en op een vlakke en gladde vloerbodem opgeslagen. Zij zullen met zorg behandeld worden om iedere beschadiging te voorkomen. Bij temperaturen onder 5 C moeten de rollen zeer behoedzaam worden behandeld. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 58

De onderlaag, eventuele tussenlaag en eindlaag worden geplaatst conform de technische goedkeuring ATG, de voorschriften van NBN B 46-001 en TV 215 8.2 - Plaatsingsmethoden. De lagen worden geplaatst met de minimale langse en dwarse overlappingen, overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant en TV 215 8.2.4.2.2 - tabel 28. De overlapping van onder- en eindlaag lopen in dezelfde richting en zijn geschrankt. De naadoverlappingen worden zorgvuldig gelast over de volledige breedte van de naad en samengedrukt. Opstanden worden steeds volledig gekleefd uitgevoerd ofwel door vlamlassen ofwel met een aangepaste verlijming. 35.21. kunststof dakafdichting - EPDM 35.21.20. kunststof dakafdichting - EPDM/gekleefd FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto horizontaal geprojecteerde dakoppervlakte. Openingen met een dagmaat kleiner dan 1 m2 worden niet afgetrokken. Dakopstanden worden niet afzonderlijk opgemeten en zijn in de eenheidsprijs begrepen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) UV-bestendige membranen vervaardigd op basis van synthetisch rubber (Ethyleen- Propyleen-Dieen-Monomeer) volgens TV 215 8.3.2.1. Het systeem garandeert een volledige compatibiliteit met de voorziene dakopbouw en ondergrond (tabellen 32 en 36 van TV 215). De EPDM-afdichting kan volgens systeem van de fabrikant worden samengesteld uit: ofwel afzonderlijke banen ter plaatse verbonden, ofwel één (of meer) voorgevormde zeilen op maat van het dak (hiertoe zijn de overlappen tussen de banen gevulkaniseerd door hot-bonding, bij fabricatie tijdens de vulkanisatie of via warme lucht las verbonden). Bij grotere dakoppervlakken kunnen verschillende grote membranen ter plaatse aan elkaar worden verbonden. Specificaties Dikte EPDM-laag: minimum 1,3 mm (excl. evt. dikte onderlaag) Overeenkomstig TV 215 8.3.2.1 kunnen de membranen behoren tot onderstaande types ongewapend (type Eo), Let wel: Om mogelijke monopoliebeschrijvingen te voorkomen (conform de wetgeving op overheidsopdrachten) moet de ontwerper minstens twee keuzemogelijkheden weerhouden. Bij directe plaatsing op dragende elementen is een beschermingstussenlaag uit ongeweven polyester (300 g/m2) of uit een gelijkwaardig materiaal noodzakelijk. Aanvullende specificaties Het membraan voldoet aan de basiskwaliteitsnormen voor oppervlaktewater (neutrale ph-waarde) en geeft geen schadelijke stoffen af. Conform TV 215 8.3.6. en TV 244, de ATG-richtlijnen en/of voorschriften van de fabrikant Compartimentering: volgens aanduiding dakplan Plaatsingsmethode: gekleefd met aangepaste lijm in volle of partiële kleving in functie van de ondergrond en de windbelasting (overeenkomstig ATG en/of richtlijnen van de fabrikant). De breedte van de langse en dwarse overlappen tussen de banen bedraagt minimum 50 mm (overeenkomstig ATG en plaatsingsmethode). Alle overlappen worden op dezelfde dag gedicht. Zo niet worden ze gereinigd en/of voorbehandeld zoals beschreven in de richtlijnen van de fabrikant. De overlappen worden gedicht (zie TV 215 8.3.2.1.3): Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 59

ofwel door met warme lucht gelaste overlappen van lasbare polyethyleenbanden, lasbare butyltapes (eventueel op een EPDM-drager), EPDM met SBS-bitumen aan de onderzijde, TPE-tapes op een EPDM-drager of TPE-stroken. ofwel door koudverkleving met contactlijm op basis van butyl of polychloropreen of met zelfklevende butyltapes. Tegen opstanden worden de banen steeds vol gekleefd. Kimfixatie langsheen dakranden en lichtstraten en rondom dakdoorvoeren dient te worden voorzien waar vereist en uitgevoerd zoals voorgeschreven in de ATG en/of volgens de richtlijnen van de fabrikant Aansluitingsdetails overeenkomstig TV 244 en/of TV 239 van het WTCB: aansluiting plat dak met dorpels en buitenschrijnwerk volgens TV 244 5.5.2 en detailtekening opvatting bewegingsvoegen volgens TV 244 7 Plat dak Het hemelwater mag niet bruin worden door aanraking met de EPDM. Op de detailtekeningen gebeurt de aansluiting tussen de dakbedekking en de stalen luifel in een u-profieltje dat op de luifel bevestigd is. Dit u-profieltje wordt mee met de staalstructuur geprefabriceerd en op atelier gelast tegen de luifel. Dit om een waterdichte aansluiting tussen u-profiel en staalstructuur te verzekeren. Dit principe is een voorstel en te bespreken met de aannemer 35.50. toebehoren plat dak algemeen 35.51. toebehoren plat dak dakdoorvoeren FH st Dakdoorvoerelementen in te werken in platte daken voor rookkanalen, ventilatieleidingen, ontluchtingselementen, opgenomen in deel 6. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Dakdoorvoerelementen, samengesteld uit een plakplaat en een standpijp, diameter en lengte afgestemd op de opbouw van het platte dak en de beoogde functie van de doorvoer. Specificaties : aluminium met PP-binnenbuis Diameter: aangepast aan de voorziene ventilatiebuis en rookgasafvoer Afwerking: voorzien van verluchtingskap Volgens TV 244 8.4 verticale doorbrekingen en in nauwgezette coördinatie met de uitvoering van het deel technieken. De onderbreking van luchtdichtheidsmembranen, dampschermen, thermische isolatie, waterdichte lagen, mag geen afbreuk doen aan de prestaties. Een continue aansluiting op de dakdoorvoer moet worden gerealiseerd. Detailering ter goedkeuring voor te leggen aan de ontwerper. Doorvoeren technische ruimte Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 60

35.53. toebehoren plat dak valbeveiliging 35.53.10. toebehoren plat dak valbeveiliging/doodgewicht ankers TP meeteenheid: Totale Prijs aard van de overeenkomst: Forfaitair Valbeveiligingssysteem gecertificeerd volgens NBN EN 795 Bescherming tegen vallen van een hoogte Verankeringsvoorzieningen Conform klasse E, d.m.v. doodgewicht ankers, opgevat als vrij opgelegde ankerpunten op platte daken. Specificaties Type: permanent, conform klasse E ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Kader, behuizing en ankers: verzinkt staal / roestvast staal (ankers) en hoogwaardig kunststof Ballast: kiezel, kunststof granulaatblokken, tegels, Aantal personen: één (ballast 250 kg), totaalgewicht per anker conform NBN EN 795, klasse E. Volgens de richtlijnen van de systeemfabrikant. Opstelling volgens aanduiding op plan. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 61

36. DAKLICHTOPENINGEN 36.00. daklichtopeningen - algemeen Het betreft alle openingen in hellende of platte daken voorzien van lichtdoorlatende elementen. De elementen worden stormvast en inbraakbestendig bevestigd aan de dak- en/of ruwbouwstructuur, met aangepaste, roestbestendige bevestingsmiddelen. De montage van de daklichtelementen in het dak en de aansluiting met de dakbedekkingen en/of dakdichtingen zijn perfect water- en winddicht. Een goede afwatering garandeert dat zich nergens stagnerend water kan ophopen. De prestatieniveaus m.b.t. sterkte tegen wind, luchtdoorlaat en waterdichtheid, stemmen overeen met tabel 6 van STS 52.0. De aansluiting met de dakconstructie garandeert bovendien een correcte thermische aansluiting (bouwknopen EPB doorboring dakschil, isolatie en luchtscherm) Beglazingen zijn van het type veiligheidsbeglazing volgens NBN S 23-002 Glasnorm. De karakteristieken (thermische doorlatendheid, waterdichtheid,...) waaraan de dakramen moeten voldoen zijn opgenomen in tabel 1 van de productnorm NBN EN 14351-1. 36.10. dakvlakramen algemeen Alle voegen tussen pleisterwerk en de daklichtopeningen worden met een overschilderbare elastische kit afgedicht. 36.30. koepels - algemeen Levering en plaatsing van geprefabriceerde dakkoepels voor platte daken, d.w.z. het volledige oplegkader, het koepelgedeelte en alle nodige toebehoren, met inbegrip van de nodige bevestigingsmiddelen, opstanden, randaansluitingen, kitten, e.d.. Bij plaatsing in bestaande daken is het plaatselijk wegnemen van de dakdichting, het maken en stabiliseren van een aangepaste dakopening inbegrepen in de eenheidsprijs. Eventuele bijhorende binnenbekledingen worden beschreven onder artikel 51.52. plafondafwerking - uitbekleding daklichtopeningen. Materialen De koepels dragen een CE-merk overeenkomstig NBN EN 1873 Geprefabriceerde toebehoren voor daken - Kunststof lichtkoepels met opstanden - Productspecificatie en beproevingsmethoden. Alle koepels zijn optisch zuiver, lichtecht en weerbestendig. Zij zijn voorzien van een oplegrand voor een spanningsvrije oplegging en een afdruipboord. In overeenstemming met de voorziene dakbedekking en/of afwerking wordt een thermisch geïsoleerde geprefabriceerde (of op maat vervaardigde) opstand bijgeleverd, die een waterdichte aansluiting en opstandhoogte van 150 mm garandeert (gemeten vanaf het afgewerkte dak). Zij worden voorzien van inbraakbestendige en corrosievrije bevestigingsmiddelen (éénrichtingsschroeven) en duurzame aansluitflenzen voor een waterdichte hechting met de voorziene dakdichting. De koepels worden geplaatst volgens de voorschriften van de fabrikant en volgens de aanduidingen op plan. Voor de uitvoering van de dakplaat worden de nodige uitsparingen in de ruwbouw door de aannemer opgegeven, rekening houdend met de afmetingen van de koepel, de vorm van de opstand en de afwerking van de daklichtopening. De koepels en opstanden worden perfect horizontaal geplaatst, ongeacht lichte hellingen van het dak. De aansluiting met de dakdichting gebeurt volgens de uitvoeringsschriften van de fabrikant en TV 244 5.5.4 waarbij de dakdichting met zorg Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 62

opgetrokken wordt tot bovenaan de rand van de koepelopstand zodat elke waterinfiltratie voorkomen wordt. De koepel moet tochtvrij op de opstand aansluiten door middel van een duurzame, UVbestendige afdichtingsband. De vastzetting van de koepel is zo dat de vrije uitzetting mogelijk blijft. Dubbelwandige koepels moeten aan de buitenzijde gelast worden om condensatievorming te voorkomen. De koepels worden naargelang de opstand, met inox schroeven of bouten bevestigd doorheen de schroefkoppeling. Keuring De aannemer blijft aansprakelijk voor de goede waterdichte aansluiting op de voorziene dakdichting, gedurende een termijn van tien jaar, vanaf de datum van voorlopige oplevering. 36.31. koepels kunststof acrylaat (PMMA) Meerwandige lichtkoepels uit UV-bestendige acrylaatharsbladen (PMMA), voorzien van een doorlopende luchtspouw tot in de rand gevuld met voorgedroogde lucht en zo uitgevoerd dat de twee koepelplaten elkaar nergens raken in het koepelvlak, de wanden mogen niet aan elkaar worden gelast om uitzetting en inkrimping toe te laten. De bijgeleverde opstanden uit hoogwaardig kunststof zijn meerwandig uitgevoerd en inwendig voorzien van een isolatielaag. De bovenflens van de opstand is voorzien van een waterkering voor eventuele afvoer van condenswater langs de buitenzijde van de opstand. Plaatdiktes: volgens de plaatafmetingen en rekening houdend met sneeuw- en windbelasting. 36.31.10. koepels kunststof acrylaat (PMMA)/vast FH st meeteenheid: per stuk. meetcode: de opgegeven opmetingen zijn de dagmaten van de koepel gemeten aan de bovenkant van de opstand. Inbegrepen alle hulpstukken en bevestigingsmiddelen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Specificaties Type: driewandig Vorm: rond en bolvormig Ug-waarde: < 1,9 W/m2K (driedubbelwandig ) Brandreactie: euroklasse E (volgens NBN EN 13501-1) Geluidsverzwakkingsindex Rw: < 20 db (overeenkomstig EN ISO 717-1) Uitzicht: helder, LTA lichttransmissie 60-80% Afmetingen: diam 200. De opstand is vervaardigd uit: geïsoleerd glasvezelversterkt polyester (glad afgewerkte binnenzijde, weersbestendig gecoate buitenzijde) De hoogte van de opstand bedraagt circa 50 cm. De opstand is recht of licht hellend Daglichtkoepel boven centrale ruimte. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 63

37. DAKRANDEN EN KROONLIJSTEN 37.00. dakranden en kroonlijsten - algemeen 37.10. slabben, loketten en aansluitbanden - algemeen Materialen Slabben, loketten en aansluitbanden voor een water- en regendichte afwerking van de aansluitvoegen tussen verschillende constructiedelen. Het betreft o.a. de randaansluitingen tussen dak en opgaande gevelmuren, dak en schoorsteen, rond dakdoorgangen en langs de boven- en zijranden van dakvlakken. Bij de aansluiting tegen gevelmetselwerk worden de slabben afgewerkt met een loket of aansluitingsband. Loketten en/of aansluitbanden zijn stukken die aan één kant in de muur worden bevestigd en aan de andere kant een voldoende overlap bewerkstelligen over de opstaande strook van de slabben of afdichtingsmembramen. De aangewende materialen garanderen een volledige compatibiliteit met de voorziene dakopbouw en ondergronden. volgens de aanduidingen op plan, detailtekeningen en uitvoeringsprincipes van de respectievelijke Technische Voorlichtingsnota s (WTCB) en STS 56.1, aangevuld met de richtlijnen van de fabrikant van de dakbedekking: platte daken aansluiting plat dak met dorpels / buitenschrijnwerk volgens TV 244 5.5.2 en detailtekening Alle te voorziene aansluitingen waarborgen een waterdichte en verzorgde afwerking. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de waterdichte aansluiting met onderdaken voor hellende daken en de vereiste luchtdichtheid aan de binnenzijde. Op de detailtekeningen gebeurt de aansluiting tussen de dakbedekking en de stalen luifel in een u-profieltje dat op de luifel bevestigd is. Dit u-profieltje wordt mee met de staalstructuur geprefabriceerd en op atelier gelast tegen de luifel. Dit om een waterdichte aansluiting tussen u-profiel en staalstructuur te verzekeren. Dit principe is een voorstel en te bespreken met de aannemer. 37.12. slabben, loketten en aansluitbanden - membranen 37.12.10. slabben, loketten en aansluitbanden - membraan/epdm PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de prijs van de dakbedekking. Systeem van membranen uit UV-bestendig gewapend EPDM, bestemd voor het aansluiting van de dakdichting met de staalstructuur. Alle nodige hulpstukken zijn te voorzien voor een perfecte waterdichting. Specificaties Dikte: min. 1,3 mm Bandbreedte(s): volgens aard toepassing Voor een goede hechting van de verlijming moet de ondergrond schoon, droog en vetvrij zijn. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 64

Overlappingen en hoeken van de EPDM-stroken worden met uiterste zorg gevormd en aan elkaar gekleefd met koudlijm zodat alle spouwvocht naar buiten gevoerd wordt. Overlappen minstens 5 cm. De membranen worden vastgezet tegen de staalstructuur d.mv. een verlijming. Bij het plaatsen van meerlagige bedekkingen wordt deze omhooggewerkt tot onder de uitstekende slab, die dan neergeplooid wordt en vastgelast op de meerlagige bedekking. Aansluiting dakdichting met staalstructuur 37.50. toebehoren dakranden - algemeen 37.51. toebehoren dakranden - valbeveiliging 37.51.10. toebehoren dakranden - valbeveiliging/lijn- of railsysteem FH m meeteenheid: per lm aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) & Voorziening van een leeflijn conform NBN EN 795 type C of rail type D, waaraan dak- of gevelwerkers zich d.m.v. een musketon kunnen bevestigen, om zo de veiligheid van het onderhoudspersoneel te helpen verzekeren. De leeflijn of rail wordt opgevat als een stalen kabel of buisstang die aan stalen hulzen van circa 20 cm hoogte op het (plat) dak bevestigd wordt op een afstand van circa 3 m van de dakrand. De hulzen staan maximaal 6 m van elkaar ingeplant. De hulzen worden met een voetplaat op de onderliggende draagstructuur bevestigd. Over het geheel wordt een geïsoleerde afdekkap geschoven en vastgeklikt op de opstand, zodat het geheel perfect waterdicht afgewerkt is. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 65

38. DAKWATERAFVOER 38.00. dakwaterafvoer - algemeen Alle werken en leveringen voor het plaatsen van bovengrondse elementen die instaan voor het opvangen en afvoeren van het dakwater tot op rioleringsniveau. Materialen De materialen voor gootbekledingen, hanggoten en afvoerbuizen moeten duurzaam en UV-bestendig zijn en weerstand kunnen bieden aan de agressiviteitsklasse: klasse 2: industriële (of stedelijke) atmosfeer. De aannemer is verplicht na te gaan of de gootbekledingen, hanggoten, afvoerbuizen, hulpstukken en toebehoren kunnen geplaatst worden in de vormen, afmetingen en uitvoering zoals voorgeschreven in de aanbestedingsdocumenten en/of zij volgens aard en maatafstemming onderling verenigbaar zijn. Bij onverenigbaarheden stelt hij de architect vooraf op de hoogte. Bijzondere aandacht moet besteed worden aan: het vermijden van galvanische koppels bij onderling contact tussen verschillende metalen. Het metaal met de grootste positieve elektrochemische spanning, moet altijd het meest stroomafwaarts worden geplaatst. het vermijden van rechtstreeks contact tussen bepaalde houtsoorten en metaal, gezien deze van nature corrosief kunnen zijn voor metalen (bv. zink, gegalvaniseerd staal of aluminium, in contact met taninehoudend eiken, kastanje, teak, oregon of cederhout). Ook houtverduurzamingsproducten kunnen de corrosiviteit van metaal doen toenemen. het vermijden van rechtstreeks contact tussen zink en bitumen dat blootgesteld aan atmosferische invloeden, organische zuren kan afgeven, die samen met water het zink kunnen aantasten. Deze bitumencorrosie kan optreden bij lood, koper en verzinkt staal. De aannemer legt voor de uitvoering de nodige monsters van de voorziene materialen, bekledingstypen en afwerkingsdetails ter goedkeuring voor aan het Bestuur. De uitvoering beantwoordt aan NBN 306 Dakbedekkingen - Leidraad voor de goede uitvoering Waterafvoer en NBN EN 12056-3 Binnenriolering onder vrij verval - Deel 3: Ontwerp en berekening van hemelwaterafvoersystemen. In de periode tussen het plaatsen van de gootafdichtingen en van de afvoerbuizen neemt de aannemer de nodige voorzorgen opdat het hemelwater niet kan aflopen op de gevelwanden. Keuring Alle gebruikte materialen en hulpstukken zijn vrij van materiaals- of fabricagegebreken die hun sterkte, zuiverheid van vorm en goed gedrag in de tijd in het gedrang kunnen brengen. Alle elementen die voor of bij de uitvoering werden beschadigd, worden geweigerd. 38.31. afvoerpijpen - kunststof 38.31.10. afvoerpijpen - kunststof/pvc FH m meeteenheid: lopende m meetcode: netto lengte, gemeten in de as van de buis, zonder de overlappingen mee te rekenen. Eventuele ellebogen worden haaks gemeten alsof het hoeken betreft. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Buizen uit PVC beantwoordend aan NBN EN 12200-1 - Kunststofleidingsystemen voor de afvoer van hemelwater voor bovengronds gebruik buiten - Ongeplasticeerd Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 66

polyvinylchloride (PVC-U) - Deel 1: Specificaties voor buizen, koppelstukken en het systeem. Buizen en hulpstukken dragen het kenmerk PVC-hemelwater (RWA). De bijhorende beugels beantwoorden aan NBN EN 12095. Specificaties Type: gewone kwaliteit Kleur: grijs Vorm: rond Buitendiameter: ND 160 Beugels: schroefbeugels uit gegalvaniseerd staal ZN 450. Opstelling: volgens de aanduidingen op plan Aansluiting op de tapbuizen d.m.v.een vaste overlapping Verbindingen d.m.v. een effen mofverbinding zonder verlijming, waarbij de buizen in elkaar worden geschoven, en afgedicht d.m.v. dichtingsringen (koppeling met uitzetspeling) De beugels zijn deels klemmend en deels glijdend zodat de buizen kunnen bewegen zonder beschadigingen. Bevestiging minstens om de 150 cm. De maximale afstand tussen twee vaste punten bedraagt 150 cm. Om lengteveranderingen door temperatuursschommelingen te kunnen opvangen worden de nodige uitzetstukken ingebouwd. De uitzettingsmoffen bestaan uit een band met lage wrijvingsweerstand en zonder schadelijke inwerking op de buis. 38.51. toebehoren - dakkolken en tapbuizen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen bij de afwerking en aansluiting van de hemelwaterafvoervoorzieningen. Dakkolken beantwoordend aan TV 244 3.6. en vervaardigd uit een materiaal, verenigbaar met de dakvloer, het isolatiemateriaal, het dampscherm en de dakdichting. Specificaties : metaal (aluminium / inox / koper / ) en een bijhorende plakplaat. Volgens de voorziene opstelling zijn de te voorziene tapbuizen opgevat als recht tapgat volgens TV 244 3.6.2 en TV 244 8.4 De tapbuizen zijn zonder overloop. Aansluitdiameter: 160 mm (de diameter van de bijhorende tapbuis is gelijk aan deze van de afvoerbuis indien deze laatste er rechtstreeks mee verbonden is. Indien er een vergaarbak bestaat, is de diameter van de tapbuis kleiner dan deze van de afvoerbuis). De tapbuizen worden waterdicht ingewerkt in de dakdichtingslagen volgens TV 244 Aansluitingdetails platte daken en de ATG-richtlijnen (of gelijkwaardig) van het voorziene dakdichtingsmateriaal. Opvatting en uitvoering: volgens TV 244 3.6.2 Dakwaterafvoeren in het dakvlak, aangevuld met TV 244 8.4 verticale doorbrekingen. De kolken worden zodanig geplaatst dat plasvorming wordt vermeden. De insteekdiepte in de afvoerpijp bedraagt ten minste 10 cm. De flens van de kolk wordt koud verlijmd. Rw afvoeren dak 38.52. toebehoren - draad- en bolroosters PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 67

aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen bij de afwerking en aansluiting van de hemelwaterafvoervoorzieningen. Ballonvormige draadbolroosters uit een corrosievast materiaal, aangepast aan de diameter van de afvoerbuizen. : verzinkte staaldraad (dikte 2 mm), aan elkaar gelast tot gevlochten korf, ballonvormig Te plaatsen op iedere tapbuis. 38.53. toebehoren - noodspuwers PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) De noodspuwers, worden voorzien als secundaire hemelwaterafvoer ingeval verstopping van de primaire afvoer van platte daken / terrassen / De spuwertjes zijn voorzien van aangepaste plakplaatjes voor een stabiele en waterdichte aansluiting op de voorziene dakdichting. Specificaties : roestvast staal mee bevestigd en geprefabriceerd met de luifel. Diameter: minimum aangepaste diameter volgens TV 191 4.2 Uitsteek (t.o.v.) gevelvlak: minimum 50 mm Opstelling: in de dakopstand Positionering bij platte daken volgens TV TV 244 3.4.3 Nooduitlaten spuwers Bij horizontale plaatsing worden de buisjes lichtjes afwaterend naar buiten toe geplaatst. De aansluiting garandeert een waterdichte en verzorgde aansluiting met het dakvlak en gevelzichtvlak. De doorvoeropening wordt afgewerkt met een aangepaste kit (uitsparing en afwerking is een last van de algemene aanneming ruwbouw). Noodspuwers dak De noodspuwers worden gezien als deel van de staalstructuur, en worden mee gelakt. Er dienen 3 noodspuwers te worden voorzien. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 68

40. BUITENSCHRIJNWERK 40.00. buitenschrijnwerk - algemeen De post buitenschrijnwerk omvat steeds: de opmeting en controle van de juiste afmetingen ter plaatse; de eventuele voorstudies ten laste van de aanneming, de voor te leggen berekeningsnota s; de levering en montage van alle geassembleerde raam- en deurgehelen, met inbegrip van de voorziene aansluitingen, randisolatie en voegafwerkingen tussen schrijnwerk en ruwbouw, specifieke maatregelen m.b.t. de vereiste luchtdichtheid, akoestische prestaties, de beschermende behandeling en/of afwerking, incl. eventuele bijkomende bestrijkingen na plaatsing; de levering en montage van het hang-en sluitwerk, de controle en naregeling ervan, een eerste maal voor de voorlopige oplevering en een tweede maal voor de definitieve oplevering, met inbegrip van het waar nodig vervangen van slecht afsluitende dichtingsrubbers; de eventuele levering en montage van te integreren verluchtingsroosters; de levering en montage van beglazing en vulelementen, incl. spieën, glaslatten en dichtingen; de reiniging voorafgaand aan de oplevering. Materialen Alle geleverde ramen en deuren dragen een CE-markering, vergezeld van een prestatieverklaring, conform de productnorm NBN-EN 14351-1. Volgens toepassingsgebied gelden onderstaande normen: NBN EN 14351-1 - Ramen en deuren - Productnorm, prestatie-eisen - Deel 1: Ramen en deuren zonder brand- en rookwerende eigenschappen NBN B 25-002-1 - Buitenschrijnwerk - Deel 1 Algemene voorschriften STS 52.0 - Buitenschrijnwerk - Algemene voorschriften STS 53.1 - Prestatie-eisen Deuren (buiten + binnen) STS 56.1 - Dichtingskitten voor gevels TV 222 - Dimensioneren van schrijnwerk onder windbelasting TV 206 - Mechanische inbraakbeveiliging van schrijnwerk en beglazing Typebestek voor inbraakvertragend schrijnwerk en beglazing (TIS-inbraak, 2006/2014) www.tis-inbraak.be De aannemer bezorgt van alle raam- en deurprofielen, hang- en sluitwerk, beglazing, ventilatieroosters en de plaatsingswijze vóór levering en plaatsing ter goedkeuring aan het Bestuur: de vereiste attesten, technische goedkeuring ATG, garantiebewijzen, stalen van de verschillende componenten, waarvan minstens één opendraaiende hoek, model raam- en deurbeslag, kleurenkaart met het beschikbare kleurengamma van de fabrikant, een ramenplan met duidelijke aanduiding van de draai- en schuifrichtingen; de voorziene beglazingstypes en respectievelijke glasdiktes per raamelement een gedetailleerde berekening van de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-window) per raamtype volgens NBN EN ISO 10077-1 de eventueel gevraagde akoestische studie een prototype ter beproeving of modelopstelling Keuring Voor de voorlopige oplevering wordt het buitenschrijnwerk en de beglazing ontdaan van kitresten, vlekken, raammerken en klevers op het glas (na akkoord van de architect). Voor de voorlopige oplevering moet worden gecontroleerd of: de beweegbare delen en het hang- en sluitwerk naar behoren functioneren; de oppervlakten vrij zijn van beschadigingen; de ventilatieroosters in- en uitwendig zuiver zijn; Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 69

de beglazing vrij is van krassen en/of vlekken; de aansluitingen met de ruwbouw (voegbanden en kitvoegen) zorgvuldig zijn uitgevoerd. Oppervlakte onvolkomenheden van de profielen: bij een loodrechte observatie van het betreffende oppervlak onder diffuus licht (betrokken buitenlucht en geen kunstmatig licht binnen), mogen er geen holtes, blazen, vlekken, krassen of andere beschadigingen zichtbaar zijn vanop een afstand van 2 meter. In tegenstelling tot NBN 25-002-1 en de respectievelijke STS 52 gelden de eisen gesteld aan de buitenoppervlakte ook voor de binnenoppervlakte van de profielen die zichtbaar worden bij het openen van het raam. Ontoelaatbare gebreken of beschadigingen op de profielen, zoals krassen, deuken, uithollingen of slechte bevestigingen hebben afkeuring tot gevolg. Zij mogen worden hersteld of bijgewerkt worden tot voldoening bekomen wordtof het element wordt vervangen. De aannemer geeft een tienjarige waarborg op de water- en winddichtheid van het geheel van het buitenschrijnwerk, bij normaal gebruik en onderhoud. 40.01. buitenschrijnwerk - prestaties Algemeen Onderstaande prestatie-eisen zijn van toepassing op de schrijnwerkelementen in hun geheel (inclusief beglazing, hang- en sluitwerk, ) en zijn bindend. In functie van de projectcondities kunnen hieronder in de specifieke artikels aanvullende criteria opgelegd zijn op niveau van het schrijnwerktype (vaste ramen, schuiframen, buitendeuren, ) en/of de beglazing, het hang-en sluitwerk,. De gevraagde prestatieniveaus kunnen steeds gecontroleerd worden d.m.v. opgelegde proeven op één prototype. Het prototype zal worden gekozen door het Bestuur (zie 40.02). Karakteristieken volgens NBN B 25-002-1 Prestatie-eisen ramen TOEPASSINGSGEBIED ALLE BUITENRAMEN en -DEUREN Luchtdoorlatendheid volgens NBN EN 12207 Waterdichtheid volgens NBN EN 12208 verbeterde luchtdichtheid max. debiet 1,5 m³/(h.m²) bij 50 Pa, onverminderd de luchtdichtheidsprestaties gesteld aan het gebouw als geheel volgens tabel 6 (NBN B 25-002-1) volgens ligging en hoogte (*) Weerstand volgens tabel 6 (NBN B 25-002-1) volgens ligging en hoogte (*) tegen windbelasting volgens NBN EN 12211 (*) Ligging en hoogte gebouw: Aard van het terrein: zone III (dorp-voorstedelijk) (volgens tabel 5 NBN EN 25-002-1): Gebouwhoogte: 0-10 m U-window (*) < 1 W/m2K voor de deuren < 0,7 W/m2K voor de ramen (= zonder profielen) Warmtedoorgangscoëfficiënt volgens NBN EN ISO 10077-1 (*) Oppervlaktegewogen gemiddelde U-waarde van alle schrijnwerkelementen per wooneenheid. Deze prestatie-eis is bindend. Als het buitenschrijnwerk binnen bijkomend gestelde randvoorwaarden (zoals maximale Ug- of Uf-waarden per schrijnwerktype) niet aan deze U-windowwaarde kan voldoen, moet de aannemer zonder meerprijs een performanter profiel of een performantere beglazing voorzien. Bij zijn materiaalvoorstelling bezorgt de aannemer aan de ontwerper een gedetailleerde berekening per raamtype volgens NBN EN ISO 10077-1. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 70

Akoestische prestaties volgens NBN EN ISO 717-1 en NBN EN ISO 140-3 (tabellen 11, 12 en 13 van NBN EN B 25-002-1) Studie ten laste van de aannemer, volgens het vooropgestelde akoestische comfort en volgens blootstelling per gevel. Aanvullende specificaties (schrappen indien niet van toepassing) Het Bestuur wenst een gelijkvormig uitzicht over het hele gebouw. Daarom moet het prestatieniveau dat overeenstemt met de bovenste delen van het gebouw toegepast worden op al het buitenschrijnwerk. 40.02. buitenschrijnwerk - proeven Algemeen Het Bestuur behoudt zich het recht voor om voor of tijdens de plaatsing functionele proeven te laten uitvoeren op een of meerdere door het Bestuur uitgekozen schrijnwerkelement(en). De monstername gebeurt in aanwezigheid van de aannemer en het Bestuur. Indien de tijdig verwittigde aannemer niet aanwezig is, gaat het Bestuur alleen over tot de monstername. De proeven moeten plaatsvinden onder toezicht van het Bestuur in een onafhankelijk en gecertificeerd labo. Bij de mechanische proeven mag er noch voor de opengaande delen noch voor de toebehoren een blijvende vervorming optreden of een verhoogde speling worden waargenomen. Er mogen ook geen beschadigingen voorkomen aan het oppervlak van de onderdorpels en van de taatsen of aan andere delen van het sluitsysteem. De volgorde van de proeven m.b.t. luchtdichtheid, waterdichtheid, windbelasting, verkeerd gebruik en bedieningskrachten verloopt volgens bijlage 2 van NBN 25-002-1. De functionele raamproeven zullen uitgevoerd worden met inbegrip van de voorziene ventilatieroosters. Als schrijnwerkelementen worden gecombineerd met verschillende soorten glas of vulpanelen, moeten de proeven worden uitgevoerd met de minst stijve elementen. Het geteste en goed bevonden proefraam wordt gemerkt en op de werf bewaard als referentie. Het mag geplaatst worden, als laatste element. Wanneer producten niet aan de proeven voldoen, kan de ontwerper de werken onmiddellijk laten stopzetten. 40.02.20. buitenschrijnwerk proeven/op kosten aannemer VH st Algemeen De kosten van de proeven per raamtype vallen integraal ten laste van de aanneming tot volledige voldoening wordt bekomen. Mocht het schrijnwerkelement niet voldoen aan de functionele proeven zal een nieuwe functionele proefreeks worden opgelegd zonder meerprijs. meeteenheid: stuk, per te beproeven type schrijnwerkelement (tot volledige voldoening) aard van de overeenkomst: Vermoedelijke hoeveelheid (VH). Bij het niet uitvoeren van de proeven wordt deze post in mindering gebracht. Deze proef wordt gedaan voor plaatsing indien noodzakelijk geacht door de aannemer en/of bestuur. 40.03. buitenschrijnwerk - montage Materialen Alle bevestigingsmiddelen zijn vervaardigd uit roestvast of verzinkt staal (minimum 275 g/m2). Zwelbanden, voegbodems, kitten voor de waterdichte aansluiting met het voorziene parement of gevelbekledingssysteem zijn conform NBN B 25-002-1, TV 188 en STS 56.1 en zijn compatibel met de aansluitende materialen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 71

Alle hulpmiddelen tot het realiseren van thermische en luchtdichte aansluitingen, zoals isolatieschuimen, wachtfolies, kitten, kleefbanden, primers, dichtingsmanchetten, vloeibare afdichtingen, zijn compatibel met de gebruikte folies en aansluitende materialen. ALGEMEEN In afwachting van herziening geldt de TV 188 - Plaatsen van buitenschrijnwerk als leidraad voor de goede uitvoering, aangevuld met de voorschriften van de technische goedekeuring ATG (of gelijkwaardig) en de fabrikant. BEVESTIGINGEN Het buitenschrijnwerk wordt symmetrisch in de opening geplaatst en in functie van de aansluitingen, de ruimte voor de scharnieren en hun afregeling, op de vereiste afstand van de ruwbouw aangebracht. De opstelling is perfect loodrecht, waterpas en in horizontale richting in de as gezet, met inachtneming van de maximale afwijking ten aanzien van de as- en stramienlijnen en peilmaten volgens TV 188 5.1.1. De opstelling op de dorpels moet garanderen dat water dat ofwel in de sponning is binnengedrongen, ofwel condensatiewater, steeds via de onderzijde of voorzijde van het profiel wordt afgeleid naar de buitendorpel en nooit aan de binnenzijde kan terechtkomen. De bevestiging moet zo gebeuren dat de belasting van de ramen wordt overgedragen op de ruwbouw en zettingen van het gebouw geen invloed hebben op het buitenschrijnwerk. De aard en het aantal bevestigingselementen moeten in staat zijn om zonder blijvende vervorming te weerstaan aan de winddrukken volgens NBN EN 1991-1-4 (+ ANB). AANSLUITINGEN Het buitenschrijnwerk moet over de gehele omtrek van de ruwbouw geïsoleerd worden. De afdichting van de naden tussen het vast kader, de gevel en/of tussen de kozijnen onderling, moeten een water- en luchtdichte aansluiting garanderen. De kozijnaansluitingen worden van een dubbele afdichting voorzien: een wind- en waterkering aan de buitenzijde (zwelband+kit) en een luchtdichte afwerking aan de binnenzijde. Waar waterdichtingen aangebracht tegen de buitenzijde worden gecombineerd met luchtdichtingen aan de binnenzijde, moet men erover waken dat de dampdichtheid van de binnenmembramen hoger is dan de waterdichting. Met het oog op de luchtdichtheidsprestaties zal bijzondere zorg worden besteed aan de luchtdichte aansluiting tussen het buitenschrijnwerk, de voorziene draagconstructie, de gevelisolatie en de binnenafwerking. De afwerking langs de binnenzijde (pleisterwerk, omkastingen, venstertabletten, ) mag pas worden gestart na controle door de ontwerper van de isolatie en luchtdichte aansluitingen. 40.03.10. buitenschrijnwerk montage/spouwconstructie en dorpel PM Algemeen PLAATSING EN BEVESTIGING Plaatsing volgens principedetails. De aannemer schrijnwerk bezorgt aan de ontwerper en aannemer ruwbouw tijdig de nodige richtlijnen m.b.t. de correcte positionering per type schrijnwerk. Het aantal bevestigingspunten voor de verticale stijlen en de boven- en onderregels van de vaste delen voldoet minimaal aan de voorschriften van de technische goedkeuring. In alle andere gevallen worden minimaal voorzien: in de breedte: minimum één bevestiging per 0,5 m breedte en minimum een bevestiging ter hoogte van elke tussenstijl en op de plaatsen die het meest belast worden. buitendeurstijlen worden ter hoogte van de scharnierkant voorzien van minimum vijf doken. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 72

40.03.40. buitenschrijnwerk montage PM Algemeen De opstelling en montage van het schrijnwerk worden uitgevoerd volgens detailtekening van de ontwerper zoals gevoegd bij het aanbestedingsdossier De montage van het schrijnwerk in de ruwbouw, moet gebeuren in nauwe coördinatie met de ruwbouwaannemers en de dorpelopvatting. De montage van het schrijnwerk in de openingen moet de vervanging van het schrijnwerk toelaten, zonder de ruwbouw te moeten ontmantelen. De dorpels waar water- en winddicht op moet worden aangesloten zijn voorzien in artikel 23.15. Het type verankering samen met het aantal bevestigingspunten worden bepaald in functie van het voorziene gevelbekledingssysteem en de windbelasting volgens NBN EN 1991-1-4 (+ ANB). Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (schrappen indien niet van toepassing) Er wordt voorzien in een proefopstelling voor volgende elementen: een deur en een module vast glas. Bij buitenschrijnwerktypes tot op niveau van de vloerpas wordt de ruimte tussen de profielen en de draagvloer voorzien van een strokenisolatie volgens detailtekening. Deze wordt lucht- en dampdicht afgewerkt tot tegen de draagvloer, d.m.v. aangepaste membranen: EPDM slabben en een noppenmembraan. Thermische onderbreking tussen dorpels en binnenvloerafwerking: volgens detailtekening buitenschrijnwerk 40.10. profielsystemen - algemeen Algemeen De samenstelling van de schrijnwerkgehelen per profieltype wordt verduidelijkt door de plannen en/of detailstudies ofwel vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de ontwerper. Het schrijnwerk wordt zo opgevat en gemonteerd dat de volle delen, de doorzichtige of doorschijnende delen, de vaste delen en de opengaande delen, de borstweringen, het hang- en sluitwerk en de diverse aansluitingen in het algemeen gemakkelijk te vervangen zijn zonder dat belendende elementen hiervoor moeten worden gedemonteerd. De maximale raamafmetingen per profieltype, het voorziene beslag en het aantal sluitpunten beantwoorden aan de richtlijnen van de profielleverancier en de systeemgever van het hang- en sluitwerk, volgens de gestelde prestaties aan het schrijnwerk volgens artikel 40.01. De voorgeschreven bouwdiepte van de profielen zal waar noodzakelijk worden verhoogd of voorzien van bijkomend opgestelde steunprofielen, in functie van de over te dragen winddruk en het traagheidsmoment van de profielen. De voorgeschreven breedte van de kaderprofielen zal waar noodzakelijk worden verhoogd in functie van de voorziene montage. De profilering en sectie van opengaande vleugels realiseren minimum een dubbele aanslag en zijn voorzien van een aangepaste aanslag en middendichting uit hoogwaardig kunststof conform NBN B 25-002-1 5.1.4. Enkel dichtingen vermeld in de technische goedkeuring mogen aangewend worden. Zij worden in volledige lengtes in de profielgroeven geklemd en aan de hoeken in verstek gesneden en gevulkaniseerd of gelast. Ze moeten makkelijk vervangbaar zijn. Alle ingewerkt hang- en sluitwerk en veiligheidsbeslag moet instelbaar en vervangbaar zijn. De montage gebeurt volgens de specificaties van de beslagleverancier (vereiste opdek- of overslagwaarden, positie van sluitplaten ten opzichte van sluitnokken, bevestigingsschroeven, ). Samengestelde ramen bestaande uit meerdere elementen worden voorzien van de nodige koppelprofielen. De elementen moeten steeds een voldoende hoge stijfheid bezitten zodat het aantal bevestigingen beperkt kan blijven. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de afdichting van de onderlinge verbindingen tussen de profielen. Vaste holle tussendwarsregels moeten kunnen worden afgewaterd. Om de afzetting van Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 73

aflopend water van hogere naar lagere delen te voorkomen, worden waar nodig aangepaste druiplijsten voorzien. 40.11. profielsysteem - hout Materialen Het houten buitenschrijnwerk moet, conform de productnorm NBN EN 14351-1, drager zijn van een CE-markering. De schrijnwerker of fabrikant beschikt hiervoor over een eigen productiecontrolesysteem en kan ofwel voorafgaandelijk testen laten uitvoeren, ofwel een beroep doen op de databank Shared Initial Type Testing van het WTCB. Uitzondering hierop kan enkel worden gemaakt voor de schrijnwerkers die hun buitenschrijnwerk volledig in eigen atelier produceren én ook zelf plaatsen. Voor het houten buitenschrijnwerk zijn onderstaande normen en richtlijnen van toepassing: STS 52.1 Houten buitenschrijnwerk STS 04.2 Schrijnwerkhout STS 04.3 Hout en plaatmaterialen op basis van hout Behandeling van het hout STS 04.4 Platen op basis van hout Leidraad voor de productiecontrole voor houten buitenschrijnwerk (TCHN) NBN EN 14220 Hout en houtachtige materialen in buitenramen, buitendeurvleugels en buitendeurkozijnen Eisen en specificaties NBN EN 13307 Gezaagd hout en halfafgewerkte profielen voor niet-constructieve toepassing NBN EN 636 Multiplex Specificaties NBN EN 927 Verven en vernissen Coatingmaterialen en systemen voor buitenhoutwerk Delen 1 t.e.m. 5 Infofiche WTCB nr. 16 Afwerking van houten buitenschrijnwerk Specificaties buitendeuren D01 D06 Houtsoort van schrijnwerkkwaliteit volgens STS 52.1, STS 04.2 en NBN EN 14220: Afzelia FAS (First and Second), volumemassa minimum 750 kg/m3 (bij een houtvochtgehalte van 15%) en duurzaamheidklasse I. Visuele klasse zichtzijden volgens NBN EN 942 (tabel 2 van STS 52.1): te bijtsen hout, klassen volgens bijlage 6 tabel A.10 en tabel 2 van STS 52.1 Profilering: op voorstel aannemer volgens detailtekeningen De schrijnwerker mag zelf de nodige voorstellen doen inzake profilering en dichtingen, in overeenstemming met de gestelde prestaties. Profielsecties afgewerkte stukken (diepte x hoogte): minimaal 88 x 88 mm. Volgens schrijnwerktype (buitendeuren) kunnen zwaardere secties vereist zijn. Dit wordt vermeld onder de specifieke artikels. Houtbescherming: procédé C1, volgens STS 04.3.1.43. Het behandelingsprocédé moet verenigbaar zijn met de voorziene afwerking. Oppervlakteafwerking (tweezijdig): procédé met BVHB homologatie, C2-procédé: niet filmvormende houtveredeling, volgens STS 52.1.8.3.1 en STS 04.3.1.4.4. Er wordt 1 laag voorzien. laagdikte15-20 µm. Kleurtint: zwart Er moet in geval van filmvormende verfsystemen op worden toegezien dat de voorziene afwerking aan de binnenzijde dampdichter is dan deze aan de buitenzijde, ofwel door keuze van het verfproduct ofwel door het voorzien van een bijkomende laag. De profielen worden aan de binnen- en buitenzijde bekleed. De oppervlakteafwerking type C2 is bedoeld om het hout te voeden en verduurzamen. Enkel de na het bekleden zichtbare delen moeten zwart gebeitst worden ( = de kopse kanten van het schrijnwerk en de multiplex platen). Specificaties buitendeuren D07 D08 Houtsoort: kruislagenhout - zie artikel. Visuele klasse zichtzijden : volgens artikel. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 74

Profilering: op voorstel aannemer en volgens principedetails. De schrijnwerker mag zelf de nodige voorstellen doen inzake profilering en dichtingen, in overeenstemming met de gestelde prestaties. De buitendeuren D07 en D08 hebben in principe dezelfde samenstelling als de buitenwanden. Het is de bedoeling dat de nodige profileringen in het kruislagenhout worden gefreesd door de fabrikant. 40.11.10. profielsysteem hout/vaste delen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Voorzien van de mogelijkheid voor de montage van de binnen- en buitenafwerking zoals beschreven in post 40.50. Inbegrepen in de post van de buitendeuren: 40.11.40 40.11.40.1 profielsysteem hout/buitendeuren FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte van alle buitendeuren, zonder onderscheid in type. De afmetingen worden bepaald aan de hand van de dagopeningen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Afmetingen en draairichtingen van de buitendeuren volgens gevel- en/of ramenplannen. Specificaties Hang- en sluitwerk: Aantal scharnieren, paumellen en wijze van ophanging, in functie van het eigen gewicht en de afmetingen beantwoorden aan de voorschriften van STS 52.0 en STS 53.1, en van de technische goedkeuring van het profielsysteem en het beslag. De buitendeurvleugels worden daarbij afgehangen aan minstens 5 scharnieren type 3D (regelbaar in hoogte, breedte en diepte). scharnieren type volgens beschrijving in artikel 40.22.1 Aantal sluitpunten: minimum 3 te voorzien van inbraakvertragende paddestoeltaps en een dievenklauw aan de scharnierkant, beiden uitgevoerd in een legering die staal bevat. Voorzien van een nachtschoot van minimum 20 mm met een sluiting in één of twee toeren. Deurbeslag: volgens detailbeschrijving (zie rubriek 40.20. hang- en sluitwerk - algemeen) o Slotkast en veiligheidscilinder conform weerstandsklasse RC2: manueel slot, volgens artikel 40.23.10. o Sleutelplan volgens 40.23.30. hang- en sluitwerk - sloten / sleutelplan o Deurkrukken buitendeuren met een draaikruk aan de binnen- en buitenzijde volgens artikel 40.27. o De onderdorpel wordt voorzien van een ingewerkte tochtstrip, d.m.v. een uitschuifbare perlon-, nylon- of rubberstrip, die tegen de bevloering aandrukt wanneer de buitendeur dicht is en automatisch omhoog gaat bij het openen. Vulpanelen buitendeurvleugels volgens geveltekeningopgevat o met aan de buitenzijde een bekleding met een spiegel. zie post 40.50. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 75

o met aan de binnenzijde een bekleding met een vezelcementplaat zie post 40.50. Zwaardere houtsecties worden aangewend voor: deur-vleugelkaders: volgens noodzaak - op aangeven van aannemer voor de goede werking van de deuren. Samengestelde deurgehelen, bestaande uit meerdere elementen, worden vormvast verbonden door vaste tussenprofielen. Zij moeten steeds een voldoende hoge eigen stijfheid bezitten zodat het aantal bevestigingen beperkt kan blijven. Waar samengestelde deurgehelen tot op vloerpas enkel steunen op de dorpels, moeten de nodige tussenstijlen bijkomend verankerd worden met de draagconstructie. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de verzorgde lucht- en waterdichte afdichting van de verbinding van de tussenprofielen. De samenstelling van de deurgehelen wordt verduidelijkt op de plannen en/of in de detailstudies. verbeterde luchtdichtheid max. debiet 1,5 m³/(h.m²) bij 50 Pa, onverminderd de luchtdichtheidsprestaties gesteld aan het gebouw als geheel Voor een verbeterde luchtdichtheid van de buitendeuren Er wordt in de vloer een aangepast aanslagprofiel voorzien tussen de dorpel en de binnenvloerafwerking. Voorzien van de mogelijkheid voor de montage van de binnen- en buitenafwerking zoals beschreven in post 40.50. D01-D06 40.11.40.2 hout/buitendeuren in houtmassiefbouw FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte van alle buitendeuren, zonder onderscheid in type. De afmetingen worden bepaald aan de hand van de dagopeningen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Afmetingen en draairichtingen van de buitendeuren volgens gevel- en/of ramenplannen. Specificaties Hang- en sluitwerk: Aantal scharnieren, paumellen en wijze van ophanging, in functie van het eigen gewicht en de afmetingen beantwoorden aan de voorschriften van STS 52.0 en STS 53.1, en van de technische goedkeuring van het profielsysteem en het beslag. De buitendeurvleugels worden daarbij afgehangen aan minstens 4 scharnieren / scharnieren type volgens beschrijving in artikel 40.22.2 Aantal sluitpunten: minimum 3 te voorzien van inbraakvertragende paddestoeltaps en een dievenklauw aan de scharnierkant, beiden uitgevoerd in een legering die staal bevat. Voorzien van een nachtschoot van minimum 20 mm met een sluiting in één of twee toeren. Deurbeslag: volgens detailbeschrijving (zie rubriek 40.20. hang- en sluitwerk - algemeen) o Slotkast en veiligheidscilinder conform weerstandsklasse RC2: manueel slot, volgens artikel 40.23.10 o Sleutelplan volgens 40.23.30. hang- en sluitwerk - sloten / sleutelplan o Deurkrukken inkomdeuren: draaikruk aan de binnenzijde volgens artikel 40.27. en een vaste handgreep aan de buitenzijde volgens artikel 40.28. o De onderdorpel wordt voorzien van een ingewerkte tochtstrip, d.m.v. een uitschuifbare perlon-, nylon- of rubberstrip, die tegen de bevloering aandrukt wanneer de buitendeur dicht is en automatisch omhoog gaat bij het openen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 76

Weerstand tegen herhaald gebruik volgens NBN EN 12400 (tabel 27 van NBN B 25-002-1): min. klasse 3 Weerstand verkeerd gebruik volgens NBN EN 13115 (tabel 8 van NBN B 25-002-1): min. klasse 4 - intensief gebruik (collectieve inkomdeuren) Mechanische sterkte volgens NBN EN 1192 (STS 53.1.4.2.2.): Inkomdeuren (collectief): klasse M2 (scholen, ) Luchtdoorlatenheid volgens NBN EN 12207: bij uitzondering volstaat minimum klasse 4 (max. debiet 3 m³/(h.m²) bij 100 Pa / Voor een verbeterde luchtdichtheid van de buitendeuren wordt in de vloer een aangepast aanslagprofiel voorzien met een geïntegreerde thermische onderbreking tussen de dorpel en de binnenvloerafwerking. D07 D08 Deze buitendeuren hebben dezelfde opbouw als de wanden in kruislagenhout: kruislagehout 10 cm isolatie 14cm afwerking kruislagehout 2cm. De deur is zo bedacht dat het lijkt alsof een deel van de wand in kruislagenhout opengaat. Voor de beschrijving van het hout wordt verwezen naar post 29.51. Alle verstevigingen van de deuren of de wanden waarin deze geplaatst worden die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de deuren dienen te zijn inbegrepen in deze post. De profilering is weergegeven op de principedetails. De schrijnwerker mag zelf de nodige voorstellen doen inzake profilering en dichtingen, in overeenstemming met de gestelde prestaties. Het is de bedoeling dat de nodige profileringen in het kruislagenhout worden gefreesd door de fabrikant. Deze deuren worden voorzien van scharnieren volgens artikel 40.22. Deur D08 dient als aanslag voor D07 en d04. Deur D08 moet manueel kunnen worden vastgezet in vloer en plafond. 40.20. hang- en sluitwerk - algemeen Levering en montage van alle elementen voor het bedienen, equilibreren, afhangen, geleiden, sluiten en vergrendelen, incl.de controle en naregeling zowel voor de voorlopige als voor de definitieve oplevering. Materialen De producent beschikt over een naverkoopdienst in België. Voor alle gemonteerde onderdelen moeten vervangstukken nageleverd kunnen worden tot een periode van minimaal 10 jaar na stopzetting van de productie van het gebruikte beslagsysteem. De geschiktheid van het hang- en sluitwerk moet in functie van het vleugeltype, de gewichtsklasse en de prestaties gesteld aan de schrijnwerkelementen worden afgetoetst aan de normenreeks NBN EN 13126-1 t/m 17 en NBN EN 12365-1, volgens het opgegeven aantal cycli tijdens beproeving en de overeenkomstige graad volgens de gestelde prestaties in artikel 40.01. buitenschrijnwerk - prestaties en de bijkomend gestelde eisen per type schrijnwerk. Waar bijzondere prestaties gevraagd worden voor de buitenschrijnwerkelementen als geheel moeten de profielen, dichtingen en het beslag door één en dezelfde systeemleverancier getest zijn en geleverd worden. Wat de beproeving betreft kan uitwisselbaarheid wel worden toegestaan, mits aantoonbare conformiteit aan de hand van erkende labels (bv. SKG). Het voorziene beslag laat toe om eenvoudig te worden bijgeregeld, vervangen of aangepast. Alle samenstellende materialen zijn roestbestendig en verenigbaar met het materiaal van de profielen. Bij metalen profielen zijn ze doeltreffend beschermd om elektrolytische Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 77

koppels te vermijden. Alle pennen, schroeven en hulp- en bevestigingstukken zijn uit roestvast staal. Glijdende en bewegende delen worden van neutraal vet voorzien. Van alle hang- en sluitwerk moeten op aanvraag de nodige modellen ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Bestuur. De sluitorganen worden zodanig opgesteld dat zij een gemakkelijke ergonomische bediening toelaten door één persoon. De bedieningskrukken bevinden zich bij de ramen standaard op ca. 1/3 van de raamhoogte en maximum 150 cm boven de vloerpas. Bij de buitendeuren op ca. 105 cm boven de vloerpas. Keuring Alle hang- en sluitmechanismen moeten gemakkelijk, feilloos, geruisloos en zonder speling werken en mogen geen nadelige invloed hebben op de vereiste luchtdichtheidsprestaties. De opstelling van vaste handgrepen mag de ergonomische bediening van het sleutelslot niet hinderen. Het dichttrekken van de deur moet op een vlotte manier kunnen gebeuren zodat geen contact gemaakt wordt met de vaste deurstijl. Voor de voorlopige en definitieve oplevering staat de aannemer in voor de goede afregeling van het hang- en sluitwerk. 40.22. hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen PM Scharnieren en paumellen aangepast aan de afmetingen en het gewicht van de vleugels. Vleugels breder dan 120 cm of zwaarder dan 120 kg worden uitgerust met regelbare scharnieren en een versterkingsset. Specificaties Type: scharnieren; zichtbaar buitendeuren d.m.v. minimum 4 driedelige (3D) klembare scharnieren voor opdekdeuren met eurogroef. De scharnieren zijn voorzien van een horizontale-, hoogte- en aandrukregeling, zonder demontage van de deurvleugels. : gepolijst roestvast staal 18/8 of 18/10 met inox slijtring Inox stift volgens STS 36.14.13 met een knoopdikte van minimaal 11 (deuren) mm Hoogte: volgens vereiste sterkte. Scharnieren die buiten gebruikt worden (bij naar buiten draaiende deuren) zijn standaard voorzien van een inox stift als dievenklauw. De scharnieren worden op de profielen bevestigd d.m.v. bevestigingsstukjes in de buisvormige kamers van de profielen. De bevestigingsschroeven worden verzorgd ingewerkt of afgedekt d.m.v. aangepaste afdekkapjes. In functie van de respectievelijke raam- en/of deurhoogte beantwoordt het aantal ophangpunten aan de richtlijnen van de technische goedkeuring. Voor buitendeuren D07 en D08 moeten de scharnieren voldoen aan de volgende eisen: Scharnier voor zware deuren op houten omlijstingen met 3-dimensioneel verstelbare klemdoos. CE gekeurd, draagkracht 300 kg Hoogte scharnier: 160mm, Vleugelbreedte: volgens details > voldoende breed voor een goede bevestiging van de scharnieren op het centrum van de draagstructuur van de deur. Knoop diameter: 22,5 mm dikte: 4 mm links en rechts omkeerbaar. Stift geklemd en geschroefd Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 78

Afwerking: Massief roestvrijstaal geborsteld Klemdoos voor scharnieren voor houten deuromlijstingen met opdek of stompe deuren. Draagkracht: 200 kg > 300 kg in combinatie met hoek die hieronder wordt beschreven. 3-Dimensioneel verstelbaar: zijdelings : +/- 3 mm hoogte : +/- 3 mm diepte : +/- 3 mm. Afwerking: verzinkt Hoek-sluitplaat voor klemdoos Afwerking: roestvrij staal Dit geheel wordt 4 keer per deur voorzien. 40.23. hang- en sluitwerk - sloten PM Materialen Alle sloten zitten vervat in een universele slotkast, zodat de benodigde uitsparing in de deur ook bruikbaar is voor andere slotfuncties. Alle onderdelen zijn corrosiebestendig en verenigbaar met de omgevende materialen. De tuimelaars zijn gelagerd in een zelfsmerende staalring om radiale en axiale slijtage van tuimelaar en slotkast te voorkomen. De slotkast is uitgerust met gaten waarlangs het veiligheidsbeslag of veiligheidsrozet kan bevestigd worden. Per slot worden minimaal drie of per gelijksluitende cilinderset minimaal zes sleutels geleverd met eigendomsbewijs en certificaat voor het bijmaken van sleutels. Zij moeten met een aangetekende zending rechtstreeks van de fabrikant naar de bouwheer opgestuurd worden. In samenspraak met het Bestuur moeten zij bij meergezinswoningen passen in een sleutelplan. De sloten worden tot de voorlopige oplevering voorzien van voorlopige werfcilinders, op initiatief en verantwoordelijkheid van de aannemer. Er wordt één sleutel ter beschikking gesteld aan de ontwerper en één sleutel aan het Bestuur. De uitsteek van de cilinders t.o.v. het deurvlak mag maximaal 2 mm bedragen, om afbreken van het slot te verhinderen. Als de uitsteek meer bedraagt moet steeds een veiligheidsrozet met doorverbinding geplaatst worden. Alle bevestigingen en koppelingen moeten tegen afboren beveiligd zijn. Keuring Na plaatsing moeten de sloten moeiteloos en zonder enige hinder werken. Het dagslot moet zonder enige hinder in de sluiter vallen zonder gebruik te maken van de kruk. In gesloten toestand mag er geen speling voorkomen op de dagschoot. D01 D08 40.23.10. hang- en sluitwerk sloten/manueel PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van het buitenschrijnwerk. Specificaties Behuizing: gesloten kast vervaardigd uit gebichromateerd staal van minimum 2 mm dikte; inox voorplaat met dikte van minimum 3 mm (of 2 mm voor opdekdeuren). Sluitplaat: regelbare vlakke inox sluitplaat aangepast aan de meerpuntsluiting met een dikte van minimum 3 mm. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 79

Schoten en tuimelaars: vernikkeld gepolijst staal, voorzien van een nachtschoot van minimum 20 mm met een sluiting in één of twee toeren. Veiligheidscilinder: vernikkeld messing, europrofiel volgens NBN EN 1303, voorzien van inboorbeveiliging d.m.v. hardmetalen stiften in cilinderhuis en kern. Veiligheidsrozet: standaard te voorzien bij schrijnwerk in hout en pvc aangepast aan type deurkruk, met minimum twee bevestigingspunten verankerd aan de binnenzijde met schroeven diameter min. M5 of M6. Keurmerk cilinders: SKG**, Belgisch I3 of Duits ES2 label Aanvullende specificaties Alle buitendeuren worden aan de binnenzijde uitgerust met een knopcilinder, die het openen en sluiten van de deur mogelijk maken zonder sleutel. Insteek cilinderdeurslot met paniekfuncties waarbij de binnenzijde van het slot steeds geopend kan worden door middel van een halve kruk die automatisch ook de nachtschoot opent. Sleutelplan: volgens artikel 40.23.30. D01 D08 D08 werkt als vaste aanslag voor D07. D08 is dus enkel te openen als D08 open staat. D08 heeft geen slot of deurkruk. D08 moet wel manueel boven en onderaan kunnen worden vastgezet. Dit is inbegrepen in dit artikel 40.25. hang- en sluitwerk - panieksluitingen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van het schrijnwerk. Op de deuren worden verticale stangen geplaatst die als een spanjolet de deur vergrendelen. Horizontaal worden stangen aangebracht die bij het naar beneden drukken de vergrendeling van de deur opheffen. De horizontale stangen zijn aan de breedte van de deur aangepast. Alle stangen zijn vervaardigd uit staal en zijn verzinkt. De consoles zijn vervaardigd uit staal en zijn behandeld tegen corrosie. Indien de deur ook als ingang gebruikt wordt, moet aan de buitenzijde een oplegcilinderslot geplaatst worden. Door middel van een te vergrendelen draaiknop op de slotkast kunnen de stangen aan de binnenzijde al dan niet worden bediend. Panieksluitingen beschikken over een CE-markering en beantwoorden aan NBN EN 1125 of NBN EN 179. Volgens de voorschriften van de fabrikant en eisen van de lokale brandweer. Zij worden geplaatst in combinatie met de elektromagnetische sloten voorzien van een paniekfunctie volgens artikel 40.23.20. D01-D07 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 80

40.27. hang- en sluitwerk - deurkrukken PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van het schrijnwerk. Deurkrukken beantwoordend aan NBN EN 1906. De lagers zijn uit roestvast staal met een zelfsmerende hoogwaardige kunststof voering die een soepele bediening ook bij intensieve belasting garanderen. Stabilisatienokken aan schilden of rozetten, met doorgaande onzichtbare bevestigingen, moeten een blijvende stabiele positie waarborgen bestand tegen lostrillen of verschuiven. Specificaties Type: springloaded veer (of aangepast aan type slot) : roestvast staal 18/8 en 18/10, geborsteld Sectie: rond Rozetten: kortschild (rond) Vorm: zonder terugplooi (L-vormig) Stift: 8 mm (standaard) Inbraakweerstand: klasse RC2 (standaard voor buitendeuren) D01-D07 binnen en buiten 40.30. ventilatieroosters - algemeen Geïntegreerde ventilatieroosters bestemd voor montage op de beglazing of raamprofiel. Het zijn regelbare toevoeropeningen (RTO) conform de EPB-rekenmethodiek. Materialen De productkarakteristieken zijn conform met de bepalingen van Bijlage V en VI van het EPB-besluit. De roosters moeten de debieten zoals bepaald in de ventilatienorm NBN D 50-001 kunnen leveren, rekening houdend met de nuttige werkende lengte en het nominaal debiet van het rooster. Alle types geplaatst in eenzelfde zichtvlak moeten qua vormgeving en uitzicht op elkaar te zijn afgestemd. De roosters zijn voorzien van een regenwerend buitenprofiel voor een voldoende regendichtheid in open (tot 20 Pa) en gesloten (tot 150 Pa) stand. Bij schuiframen worden aangepaste vlakke roosters zonder uitsprong voorzien. De roosters zijn voorzien van een insectenwering en moeten zowel uit- als inwendig gemakkelijk te reinigen zijn. Aan slijtage onderhevige delen moeten vervangbaar zijn zonder het rooster uit te bouwen. De luchtdoorlaat moet van binnenuit te bedienen zijn en continu (of in minstens vijf standen: open, dicht en drie tussenstanden) regelbaar zijn. Voor een opstelling hoger dan 210 cm moet standaard een bediening met koord of stang voorzien worden. Documentatie en stalen zijn voorafgaandelijk ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Montage volgens voorschriften van de fabrikant. De roosters moet perfect lucht- en slagregendicht aansluiten op de beglazing en/of de raamkaders. Hiervoor wordt een aangepaste beglazingsrubber (EPDM, EPT, ) gebruikt. Ter hoogte van de eindstukken wordt bijkomend een compri-afdichtingsband voorzien. De montage moet een stijf en stabiel geheel waarborgen. Keuring Alle roosters worden voor de voorlopige oplevering gecontroleerd op hun functionele werking. Ze worden vrijgemaakt van stof en andere onzuiverheden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 81

40.31. ventilatieroosters - op glas 40.31.10. ventilatieroosters - op glas/kleprooster FH m Zelfregelende kleproosters voor glasopbouw. meeteenheid: per lopende meter meetcode: volgens dagmaat ramen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De klep mag zich in de minimumstand niet sluiten onder invloed van wind of trillingen. De profielen zijn voorzien van kopstukken, vervaardigd uit hard UV-bestendig kunststof, met aansluitribben en waterdichtingprofielen, aangepast aan de voorziene glasdikte. Onderaan is een zwelband aangebracht om de overgang tussen het glas en het rooster waterdicht te maken en een stabiele afdichting te garanderen. Indien de kopstukken leverbaar zijn in meerdere kleuren worden kleurstalen ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. Specificaties Debiet bij 2 Pa: min. 105,0 m3/h per lm - 72,0 m3/h per lm Zelfregelendheidsklasse: P4 Warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde): maximum 3 W/m2K Debietregeling: manuele tuimelknop Afwerking: geanodiseerd Akoestische prestaties open stand (volgens NBN EN ISO 10140-1 en NBN EN ISO 717-1): DneAtr (=Dne,w+Ctr): min. 25 db Akoestische prestaties gesloten stand: min. 43 db Lekdebiet bij 50 PA: <15% Deuren D01 D06 Per buitendeur zijn er 2 ventilatieroosters boven elkaar te plaatsen. 1 van de 2 dient te worden voorzien van een interne debietregelaar waardoor het debiet van 105,0 m3/h wordt gereduceerd tot 72,0 m3/h 40.40 beglazing - algemeen Levering en plaatsing van alle voorziene beglazingstypes met inbegrip van alle toebehoren, de steunblokjes, dichtingsbanden, afdichtingskitten,. Materialen Alle glasproducten dragen de CE-markering met bijhorende prestatieverklaring (DoP). Ieder beglazingselement draagt op de binnenzijde van een afstandhouder een merkteken met de naam van de fabrikant, de U-waarde, de voorziene tussenafstand en datum van fabricatie. Onderstaande normen en richtlijnen zijn algemeen van toepassing: NBN S 23-002 - Glaswerk TV 221 Plaatsing van glas in sponningen TV 214 Glas en glasproducten Functies van beglazing TV 222 Dimensioneren van schrijnwerk onder windbelasting STS 56.1 Dichtingskitten voor gevels In functie van de gestelde prestaties kan elk glasblad van een ander type zijn en/of uit verschillende lagen bestaan. De vereiste glasdiktes worden afgetoetst in functie van de glasoppervlakte en de opgegeven dynamische basisdruk voor het schrijnwerk. Voorafgaand aan de levering en plaatsing levert de aannemer een volledig overzicht van de voorziene beglazingstypes, hun prestaties en dikte van de glasbladen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 82

De karakteristieken van alle samenstellende onderdelen (profielen, glas, beglazingsblokjes, rubbers, afdichtingskitten, ) moeten onderling verenigbaar zijn inzake mogelijke fysisch-chemische interacties die de prestaties of het uitzicht nadelig zouden kunnen beïnvloeden. Enkel dichtingskitten die een ATG (of gelijkwaardig) hebben mogen worden gebruikt. De voorschriften van het ATG-attest moeten integraal gevolgd worden. Ze moeten chemisch verenigbaar zijn met de voorziene beglazing (bv. PVB-inlagen), de profielen en/of de behandelingsproducten van het buitenschrijnwerk. Waar de kitfabrikant dit oplegt wordt voorafgaandelijk een primer aangebracht op PVC-profielen. De uitvoering gebeurt conform NBN S 23-002 en TV 221 - Plaatsing van glas in sponningen, aangevuld met de specifieke voorschriften van de profiel- en glasleverancier. De aannemer draagt alle verantwoordelijkheid voor de tijdige bestelling en levering van het glas, de juiste afmetingen en de correcte berekening van de noodzakelijke glasdiktes. Uitgezonderd uitdrukkelijke toestemming van de ontwerper worden de glaslatten steeds aan de binnenzijde van het schrijnwerk geplaatst. In andere gevallen worden inbraakvertragende glaslatten voorzien of wordt een aangepast blokkagesysteem voorzien dat uitname van het glas verhindert. De glasplaatser moet nagaan of er geen elementen in de omgeving van het glas voorkomen die een correcte plaatsing zouden kunnen hinderen en/of thermische breuk veroorzaken. Omwille van de luchtdichtheidsprestaties moet bijzondere zorg besteed worden aan het vermijden van luchtlekken tussen binnen en buiten via de decompressiekamer.. Als de afmetingen, het gewicht van de beglazing of de werkhoogte niet toelaten om de beglazing op een veilige wijze manueel te monteren, zal verplicht gebruik worden gemaakt van een daarvoor geschikte kraan. Keuring GEBREKEN Volgens NBN S 23-002 8.2 Toegestane gebreken en en 8.3 Ontoelaatbare gebreken, aangevuld met Nota VGI 03 - Aanvaardingscriteria voor transparante beglazingen voor gebouwen: methodes en aanvaardingscriteria. Na het plaatsen van de beglazing wordt nagegaan of overal een zorgvuldige water- en luchtdichte afdichting werd gerealiseerd tussen het glas, de voegdichtingen, de glaslatten en de profielen. Voor de voorlopige oplevering worden alle beglazingen ontdaan van stikkers en zorgvuldig gereinigd om de controle op gebeurlijke beschadigingen ontegensprekelijk te kunnen vaststellen. Er mogen geen blijvende sporen van kitten, PU-schuim, cementspatten zichtbaar zijn. Beglazing met zichtbaar blijvende schade, zoals barsten, krassen, inbranding vonken slijpschijf, ten gevolge van een onzorgvuldige bescherming, moeten vervangen worden. Bij beperkte schade kan het Bestuur echter ook een minwaarde voorstellen. WAARBORGEN De aannemer bezorgt aan het Bestuur een door de producent ondertekend en gedateerd attest waarbij deze voor een termijn van 10 jaar, die ingaat vanaf de datum van de voorlopige oplevering, een waarborg verstrekt m.b.t. de hermetische luchtdichtheid van alle meervoudige beglazingen en tegen het vertroebelen door condensatie of stofvorming. De waarborg verplicht tot de gratis levering van een vervangende beglazing, inclusief de demontage en plaatsingskosten. Om discussies over de verantwoordelijkheid te vermijden, moeten alle activiteiten van glasproductie tot assemblage van de meervoudige beglazingen zijn uitgevoerd door eenzelfde glasproducent. 40.40.10. beglazing prestaties Algemeen De uiteindelijke samenstelling en effectieve glasdiktes zullen door de leverancier worden bepaald in optimale overeenstemming met de vereiste prestaties, de glasoppervlakte, Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 83

de belastingen en de dynamische basiswinddruk. Als de leverancier ongerijmdheden zou vaststellen zijn de veiligheidscriteria en de thermische en akoestische criteria bindend. 40.43. beglazing - drievoudige beglazing Drievoudige beglazing volgens NBN EN 572-2 en NBN EN 1279, bestaande uit drie heldere glasbladen, op twee posities voorzien van een laag-emissieve coating en gescheiden door een spouw gevuld met een thermisch isolerend gas. De beglazing wordt geplaatst volgens de drukvereffende beglazingsmethodeop voorstel en verantwoordelijkheid van de aannemer in functie van de te behalen luchtdichtheidsprestaties (blowerdoortest). In functie van de vereiste luchtdichtheid moet de aannemer zo nodig voorzien in zogenaamde hieldichtingen (NPR 3577). 40.43.10. beglazing - drievoudige beglazing/type 1 FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte van alle buitendeuren, zonder onderscheid in type. De afmetingen worden bepaald aan de hand van de dagopeningen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Specificaties Warmtedoorgangscoëfficiënt (Ug-waarde) volgens NBN EN 673: max. 0,7 W/m2K Afstandshouders: kunststof (warm-edge spacers) Lichttoetredingsfactor (LTA-waarde) volgens NBN EN 410: min. 0,70 (marge +/- 3%) Aanvullende specificaties (schrappen wat niet van toepassing is) Kleurtint: neutraal Veiligheidsbeglazing volgens NBN S 23-002 tabel 5 binnenblad: 1B1 buitenblad: 1B1 Inbraakweerstand glas volgens NBN EN 356: P2A Buitengevel Samenstelling glas: 44.2 15Argon 4 15Argon 44.2 40.50. vulelementen - algemeen Levering en plaatsing van vulelementen om bepaalde delen van het buitenschrijnwerk vol en ondoorzichtig te maken. Materialen De vulelementen en hun bevestigingsmiddelen zijn verenigbaar met het materiaal en de vormgeving van het profielkader en de glaslatten waarin/-mee zij worden geplaatst. De opvulelementen hebben geen nadelige invloed op de regen-, wind- en luchtdichtheid van het deur- of raamgeheel. Volgende normen zijn van toepassing: TV 221 - Plaatsing van glas in sponningen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 84

STS 56.1 - Dichtingskitten voor gevels De inpassing van de vulelementen stemt overeen met de verhoudingen aangegeven op de gevel- en/of detailtekeningen. De plaatsing gebeurt volgens een op het plaattype en oppervlaktebehandeling afgestemde wijze, o.a. door de keuze van de bevestigingsmiddelen en de plaatsingsrichting. De plaatsingsvoorschriften van de fabrikant worden nauwkeurig opgevolgd. 40.54. vulelementen vezelcement PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de buitenschrijnwerk. Vulelementen bestaande uit een isolerende kern gecacheerd met een buitenplaat van vezelcement. Specificaties Warmtedoorgangscoefficiënt (U-waarde) vulpaneel: max. 0,7 W/m2K Vezelcementplaten: Nominale dikte: minimaal 12 mm Kleur: te kiezen uit het standaardgamma van de fabrikant Isolatiemateriaal: PUR (polyurethaan) Volgens detaillering. De binnenzijde van de deurgehelen wordt afgewerkt met een vezelcementplaat. 40.55. vulelementen multiplexplaten met spiegel PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de buitenschrijnwerk. Vulelementen bestaande uit een enkelwandig paneel van watervaste multiplex, geschikt voor gebruiksklasse III - vochtig buitenklimaat (volgens NBN EN 636-3). Specificaties Aard van de multiplexplaat: Volumemassa: minimum 500 kg/m3 Plaatdikte: 12 mm Samenstelling symmetrisch opgebouwd uit minimum 5 fineerlagen Houtsoort fineerlagen: watervast. Aard van het dekfineer: Houtsoort dekfineer: watervast Snijfineer: kwaliteit A Oppervlaktebehandeling: ongelakt Aanvullende specificaties De kopse kanten van de platen moeten zo worden behandeld dat ze geen water opnemen, omdat deze kanten bloot staan. Volgens geveltekening en/of detailtekening worden de platen volledig bedekkend aangebracht over de vleugelprofielen. Afwerking van de buitenzijde van het buitenschrijnwerk. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 85

Op deze multiplexplaten wordt een spiegel verlijmd. Dit is inbegrepen in dit artikel. De prijs is inbegrepen in de prijs van het buitenschrijnwerk. De kopse kanten van de multiplex moeten zo behandeld worden dat er geen waterabsorbtie kan gebeuren! 40.84. toebehoren - deurstoppen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van het buitenschrijnwerk. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Aangepaste deurstoppen, voor bevestiging in op de staalstructuur ter begrenzing van de uiterste nuttige open deurstand. Model ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Specificaties Type: wandstoppen : zwaar rubber voorzien van diepe plug en roestvaste schroef Diameter: circa 30 mm Het boorgat wordt zodanig gekozen dat deze geen beschadiging aan de vloerafwerking tot gevolg heeft, op minimum 25 mm afstand van een tegelrand of midden in een voeg. De inplanting houdt rekening met de afmeting van de voorziene deurkruk om muurbeschadigingen te voorkomen. Er wordt een deurstop op een subtiele manier bevestigd op een stalen kolom. De kleur van de stop is dezelfde als deze van de staalstructuur. Voor D0.7 wordt de deurstop op de vloer bevestigd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 86

42. GEVELBEKLEDINGEN 42.00. gevelbekledingen - algemeen De post "gevelbekledingen" omvat: het ter plaatse opmeten van de afmetingen, of uitvoering volgens plan; het plaatsen en naderhand verwijderen van de nodige stellingen en afdekzeilen en alle beschermingsmaatregelen eigen aan het werk; de levering en plaatsing van de eventueel voorziene isolatie en buitenfolie; de levering en plaatsing van het voorziene regelwerk, met inbegrip van alle hulpstukken en bevestigingselementen; de levering en plaatsing van de eigenlijke gevelbekleding (platen, stroken, pannen, leien, ) met inbegrip van alle hulpstukken en bevestigingselementen; de levering en plaatsing van de nodige rand- en hoekafwerkingen, aansluiting (of herstelling) op andere gevelelementen en/of aangrenzende constructies, ; het wegnemen, afvoeren en reglementair storten van alle afval en verpakkingsresten. Materialen & ALGEMEEN De in dit hoofdstuk behandelde gevelbekledingen betreffen de toepassing van een geventileerde voorhanggevel tegen een dragende wand. In tegenstelling tot zelfdragende vliesgevels is het buitenblad niet zelfdragend en moet de constructieve verankering van een regelstructuur de ophanging van het buitenblad aan de draagconstructie verzekeren. MONTAGE - UITVOERINGSCOÖRDINATIE De montage van de voorziene gevelbekledingen en regelstructuur gebeurt in nauwe coördinatie met de uitvoering van alle gevelelementen waar zij op aansluiten, de gevelisolaties, buitenramen en -deuren, raam- en deurdorpels, plint- en dakrandafwerkingen,. Vooraleer de regelstructuur, de eventuele gevelisolatie en de gevelbekleding aan te brengen, gaat de aannemer na of de draagconstructie in overeenstemming is met de plannen en de voorschriften en of een onberispelijke uitvoering van de werken verzekerd kan worden. Als onverenigbaarheden worden vastgesteld brengt de aannemer de ontwerper hiervan onmiddellijk op de hoogte. Wanneer de regelstructuur, de gevelisolatie en de bekleding door verschillende (onder-) aannemers worden uitgevoerd, dient rekening gehouden te worden met de toelaatbare open tijd, waarin de materialen (bijv. isolatie, ) onbeschermd mogen blootgesteld worden aan weersinvloeden. De aannemer moet dus alle werken tijdig plannen en uitvoeren. Schade voortvloeiend uit een laattijdige aanvang zullen hem ten laste gelegd worden. Waar nodig zullen waterkeringen en/of dilatatievoegen voorzien worden. De bevestiging van zware elementen aan de gevel moet gebeuren op de achterliggende draagconstructie en niet op regelstructuur of gevelbekleding. Keuring De gevelopbouw wordt verplicht opgetrokken in afzonderlijke fasen: dragende wand, regelstructuur/isolatie en gevelbekleding. De goede onderlinge aansluiting en bevestiging van de isolatie en vochtwerende lagen kunnen daardoor in betere omstandigheden worden gecontroleerd. In het bijzonder zal worden toegezien op de goede aansluiting van de isolatie ter hoogte van ramen, dorpels, Beschadigde of nat geworden platen dienen op aanwijzen van de ontwerper te worden vervangen. 42.20. thermische isolatie voorhanggevel - algemeen Materialen De isolatiematerialen zijn weersbestendig, rotbestendig, niet onderhevig aan krimp en hebben een geringe wateropname. Ze mogen geen voedingsbodem vormen of doen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 87

ontstaan voor ongedierte, bacteriën of schimmels en tasten de andere bouwelementen niet aan. Beschadigde plaatdelen mogen niet verwerkt worden. Enkel producten waarvan de hierna vermelde λ-waarde kan aangetoond worden met de gedeclareerde λd-waarde vermeld in de DoP, ATG/H of ETA, of met de rekenwaarde λui vermeld in EPB-productgegevensdatabank (EPBD) worden aanvaard. De λ-waarde moet geldig zijn voor de toegepaste plaatdikte(s). De isolatieplaten mogen pas worden aangebracht na voorafgaandelijke keuring van de dragende wand door de architect. Ze worden geplaatst volgens de uitvoeringsvoorschriften van de fabrikant. De aannemer zal er over waken dat de isolatie een ononderbroken geheel vormt, koudebruggen en vervormingen van de isolatielaag worden vermeden. De platen worden daartoe in zo groot mogelijke afmetingen, nauwsluitend tegen de dragende wand en onderling goed aansluitend in verband geplaatst. Zij worden waar nodig mooi recht versneden voor een perfecte aansluiting tegen andere bouwelementen. Ter plaatse van eventuele beugels worden de platen zorgvuldig ingesneden en worden de gaten nadien opgevuld of opgespoten met isolatieschuim. De isolatie wordt geplaatst met de lange zijde horizontaal (en eventuele groef of sponning aan de onderzijde) en met verspringende verticale naden. Indien de isolatielaag wordt opgebouwd uit meerdere lagen wordt de isolatie van de bijkomende laag geschrankt geplaatst tov de achterliggende laag. Aan de hoeken wordt de isolatie steeds over de volledige dikte doorgetrokken. De isolatie sluit nauwkeurig aan op het buitenschrijnwerk. Waar vochtwerende lagen doorheen de isolatie dringen worden de platen zorgvuldig doorgesneden. De onderbreking mag dus niet gebeuren ter hoogte van de eventuele tand/groef of sponning van de isolatieplaat. De plaatsing en plooiing van de lagen verzekeren een trapafwaartse afwatering. 42.25. thermische isolatie voorhanggevel - XPS Stijve isolatieplaten uit geëxtrudeerd polystyreen, beantwoordend aan de voorschriften van NBN EN 13164 - Materialen voor de warmte-isolatie van gebouwen - Fabrieksmatig vervaardigde producten van geëxtrudeerd polystyreenschuim (XPS) - Specificatie. Het blaasmiddel gebruikt bij de productie bevat geen HFK s. De platen zijn geschikt als isolatie achter een voorhanggevel en beschikken over een ATG-H productgoedkeuring of gelijkwaardig. Specificaties Dikte: volgens subartikel Randafwerking: tand en groef Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde): maximum 0,036 W/mK De isolatielaag wordt uitgevoerd in één laag Aanvullende uitvoeringsvoorschriften De naden en zichtbare plaatranden worden met een geschikte tape afgekleefd. Na het plaatsen van de isolatie wordt een gevelfolie voorzien overeenkomstig artikel 42.31 buitenfolie gevelfolie. 42.25.10. thermische isolatie voorhanggevel - XPS/14 cm FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: gemeten volgens netto oppervlakte, uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 88

De isolatieplaat wordt verlijmd tegen de draagstruktuur in kruislagenhout, om vervolgens te worden afgewerkt met een plaat van 2 cm kruislagenhout ( post 42.51.) 42.51. bekledingspanelen kruislagenhout 2cm FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte, alle openingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. De dagkanten van eventuele openingen worden indien uitbekleed met hetzelfde materiaal ook meegerekend. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De bepalingen van volgende normen en voorschriften zijn van toepassing: NBN EN 14915 Wand- en gevelbekleding van massief hout Eigenschappen, conformiteitsbeoordeling en markering STS 04.2 Hout en plaatmaterialen op basis van hout: Schrijnwerkhout STS 04.3 Hout en plaatmaterialen op basis van hout: Behandelingen van hout TVN 243 - Gevelbekledingen uit hout en plaatmaterialen op basis van hout. $7.1 Beschikking 2006/2013/EG tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten voor houten vloeren en massief houten lambriseringen bekleding De uitvoeringsrichtlijnen van TV 247 zijn van toepassing, aangevuld met de aanduidingen op de gevelplannen en de detailtekeningen. Bevestigingswijze: gelijmd op de isolatie Buitenwanden in kruislagenhout Voor de technische specificaties van het materiaal wordt verwezen naar post 29.51. 42.80. buitenzonwering bedrukte doeken FH st meeteenheid: per stuk meetcode: netto oppervlakte, alle openingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. De dagkanten van eventuele openingen worden indien uitbekleed met hetzelfde materiaal ook meegerekend. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Het gaat over eenvoudige standaard doeken die gebruikt worden als reklame op bv hekken. De doeken hebben een afmeting van 140cm x 100cm, en worden in de hoeken vastgehaakt aan de stalen kolommen. De print op de doeken is nog te bepalen. De doeken doen dienst als zonwering in de buitengevel. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 89

51. BINNENPLAATAFWERKINGEN 51.00. binnenplaatafwerkingen - algemeen Alle noodzakelijke leveringen en werken voor het realiseren van lichte binnenconstructies en uitbekledingen met plaatmaterialen tot een volledig afgewerkt geheel. Materialen Alle gebruikte materialen zijn bestand of worden beschermd tegen schade door corrosie, schimmelvorming of insecten. Alle hout gebruikt voor regelstructuren moet het FSC- of PEFC-label dragen en de leverancier moet FSC of PEFC CoC gecertificeerd zijn. De platen worden droog, horizontaal en op een vlakke ondergrond opgeslagen, goed beschermd tegen beschadiging. De voegproducten worden droog en vorstvrij opgeslagen. De plaatafwerkingen moeten uitgevoerd worden door een hierin gespecialiseerd (onder)aannemer. De uitvoering zal gebeuren in regen- en winddichte ruimten en bij risico s op vervormingen als gevolg van vocht enkel in een droog gebouw (relatieve luchtvochtigheid maximaal 80%). De aannemer gaat na of de ondergrond voldoende vlak, haaks, droog, net, stabiel en coherent is en maakt deze waar nodig geschikt. Indien zichtbare gebreken aanleiding kunnen geven tot een slechte uitvoeringskwaliteit, wordt de ontwerper hiervan op de hoogte gesteld. Er wordt hierbij rekening gehouden met de voorschriften van de fabrikant van de platen, lijmen, bevestigingsmiddelen en/of de achterliggende draagstructuur. De bevestiging van het geheel aan de dragende structuren gebeurt volgens voorstel van de aannemer. Op aanvraag van het Bestuur zal de aannemer de nodige werktekeningen voorleggen. De afwerkingen en hun bevestigingen moeten weerstaan aan de verschillende belastingen die zullen aangrijpen op het geheel. Er wordt rekening gehouden met aan de afwerking opgehangen en bevestigde structuren. Waar vereist worden aangepaste bevestigings- of ophangversterkingen geïntegreerd. Dit wordt vooraf besproken met de architect. Er moet een goede uitvoeringscoördinatie met de andere onderaannemers gegarandeerd zijn. De nodige uitsparingen, versterkingen,, worden in overleg met de respectievelijke onderaannemer voorzien, rekening houdend met de vereiste afwerking. Onvolkomenheden, zoals rond doorvoeren voor technische installaties, worden bijgewerkt. De aannemer is verantwoordelijk voor een scheurvrije uitvoering van de wand- en plafondafwerkingen en zal dilatatievoegen aanbrengen volgens aanduiding op de plannen, de voorschriften van de fabrikant en/of volgens zijn ondervinding. Als er bijkomende bewegingsvoegen tengevolge van scheurvorming in de ondergrond moeten voorzien worden, zal dit aan de architect voorgelegd worden. 51.10. lichte scheidingswanden - algemeen Levering en plaatsing van vrijstaande, niet-dragende lichte scheidingswanden, met inbegrip van het raamwerk, de voorgeschreven isolatiematerialen, de plaatmaterialen, de bevestigingsmiddelen en afwerking volgens de voorgeschreven afwerkingsgraad. 51.11. lichte scheidingswanden - gipskartonplaten FH m2 Lichte scheidingswanden uitbekleed met gipskartonplaten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 90

meeteenheid: m2 meetcode: netto wandoppervlakte. Openingen groter dan 0,50 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De lichte scheidingswanden voldoen aan de voorschriften van TV 233 Lichte binnenwanden (WTCB), aangevuld met de uitvoeringsvoorschriften van de fabrikant. De platen beantwoorden aan NBN EN 520 + A1 en zijn voorzien van een CE-markering. De platen bevatten geen radonhoudend fosforgips. Specificaties Wanddikte: 12cm draagstructuur: hout (voldoet aan STS 04.1, is geschaafd aan de zijden waarop de beplating wordt aangebracht en is beschermd met een procédé A volgens STS 04.31) Opvatting draagstructuur: enkel Staanderafstand: maximaal 40 cm Isolatiemateriaal: halfstijve platen uit minerale wol volgens NBN EN 13162. De fabrikant heeft een ATG, ETA of gelijkwaardig voor de platen. Volledige vulling van de wand vereist. Beplating langs elke zijde: enkelvoudige beplating Afmetingen van de platen: plaatdikte: min. 12,5 mm breedte: keuze aannemer lengte: afgestemd op de wandhoogte Type platen (volgens NBN EN 520): keuze aannemer volgens gevraagde brandweerstand (zie aanvullende specificaties) Plaatafwerking langskanten: afgeschuind kopse kanten: afgeschuind. Hoekbeschermingsprofielen: gegalvaniseerd staal (Zn100/275) Brandreactie platen: niet ontvlambaar, klasse A2-s1,d0 volgens NBN EN 13501-2 Stopprofielen: gegalvaniseerd staal (Zn100/275) Voeg- en vulmiddelen overeenkomstig NBN EN 13963. Aanvullende specificaties In ruimten waar een verhoogde brandweerstand gevraagd wordt, worden gipskartonplaten type F voorzien, conform NBN EN 520. Op de plannen wordt aangeduid welke ruimten voorzien moeten worden van type F-platen. De scheidingswanden worden uitgevoerd conform TV 233 en de voorschriften van de fabrikant. De scheidingswanden worden geplaatst op de bevloering. De platen eindigen 10 mm boven de vloer. De voegen worden opgekit met een elastisch blijvende watervaste kit. De scheidingswanden worden uitgevoerd volgens tekeningen. Aansluitingen: op de vloer: d.m.v. een schaduwvoeg. tegen plafond: volgens tekeningen deuropeningen: d.m.v. blokkaders Op alle buitenhoeken worden hoekbeschermingsprofielen geplaatst. De schroefkoppen moeten in het kartonvlak liggen en niet te diep in de plaat dringen. Dimensionele toleranties volgens TV 233 tabel 28 en TV 233 4.3: klasse normaal Afwerkingsgraad volgens TV 233 tabel 30: F2b (te schilderen-schraapmethode). Er mogen geen onregelmatigheden (scherpe randen, groeven, bramen, ) zichtbaar blijven. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften Nutsleidingen: in te werken volgens plannen sanitair en elektriciteit Centrale sanitaire ruimte Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 91

Alle wanden worden alvorens af te werken met gyproc aan 2 zeiden bekleed met OSB 18mm. Dit is inbegrepen in deze post. De stookruimte moet Rf 1h hebben. 51.20. voorzetwanden algemeen Levering en plaatsing van niet-dragende voorzetwanden, met inbegrip van het eventuele raamwerk, de voorgeschreven isolatiematerialen, de plaatmaterialen, de bevestigingsmiddelen en de afwerking volgens de voorgeschreven afwerkingsgraad. 51.21. voorzetwanden - gipskartonplaten 51.21.10. voorzetwanden gipskartonplaten/op regelstructuur FH m2 Voorzetwanden bestaande uit een regelstructuur uitbekleed met gipskartonplaten. meeteenheid: m2 meetcode: netto wandoppervlakte. Openingen groter dan 0,50 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De voorzetwanden voldoen aan de voorschriften van TV 233 Lichte binnenwanden (WTCB), aangevuld met de uitvoeringsvoorschriften van de fabrikant. De platen beantwoorden aan NBN EN 520 + A1 en zijn voorzien van een CE-markering. De platen bevatten geen radonhoudend fosforgips. Specificaties Dikte voorzetwand: 9 cm draagstructuur: hout (voldoet aan STS 04.1, is geschaafd aan de zijden waarop de beplating wordt aangebracht en is beschermd met een procédé A volgens STS 04.31) Opvatting draagstructuur: enkele draagstructuur afgestemd op de voorziene wanddikte Staanderafstand: max. 40 cm Isolatiemateriaal: halfstijve platen uit minerale wol volgens NBN EN 13162. De fabrikant heeft een ATG, ETA of gelijkwaardig voor de platen. Plaatdikte: zoals in scheidingswanden Beplating: enkelvoudige beplating Afmetingen van de platen: plaatdikte: min. 12,5 mm breedte: keuze aannemer lengte: afgestemd op de wandhoogte Type platen (volgens NBN EN 520): keuze aannemer volgens gevraagde brandweerstand (zie aanvullende specificaties) Plaatafwerking langskanten: afgeschuind kopse kanten: afgeschuind. Brandreactie platen: niet ontvlambaar, klasse A2-s1,d0 volgens NBN EN 13501-2 Hoekbeschermingsprofielen: gegalvaniseerd staal (Zn100/275) Stopprofielen: gegalvaniseerd staal (Zn100/275 Voeg- en vulmiddelen overeenkomstig NBN EN 13963. De voorzetwanden worden uitgevoerd conform TV 233 en de voorschriften van de fabrikant. De voorzetwanden worden uitgevoerd volgens tekeningen De voorzetwanden worden geplaatst op de bevloering De platen worden verticaal aangebracht en eindigen 10 mm boven de vloer. De voegen worden opgekit met een elastisch blijvende watervaste kit. Aansluitingen: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 92

op de vloer: d.m.v. schaduwvoeg Op alle buitenhoeken worden hoekbeschermingsprofielen geplaatst. De schroefkoppen moeten in het kartonvlak liggen en niet te diep in de plaat dringen. Dimensionele toleranties volgens TV 233 tabel 28 en TV 233 4.3: klasse normaal Afwerkingsgraad volgens TV 233 tabel 30: F2b (te schilderen-schraapmethode). Er mogen geen onregelmatigheden (scherpe randen, groeven, bramen, ) zichtbaar blijven. Centrale sanitaire ruimte Alle wanden worden alvorens af te werken met gyproc bekleed met OSB 18mm. Dit is inbegrepen in deze post. De stookruimte moet Rf 1h hebben. 51.50. plafondafwerking algemeen 51.52. plafondafwerking uitbekleding daklichtopeningen FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Levering en plaatsing van de uitbekledingen voor de dagkanten van de koepel, met inbegrip van stellatten, isolatiematerialen, plaatmaterialen, bevestigingsmiddelen en afwerking volgens de voorgeschreven afwerkingsgraad. Specificaties Plaatstroken : gipskartonplaten type H1. Op alle buitenhoeken wordt een hoekbeschermingsprofiel geplaatst. Afwerkingsgraad: F2b (te schilderenschraapmethode). De plaatstroken worden ingepast in de hiertoe voorziene profilering in het raam. Zij worden uitgelijnd op stellatten uit PNG. Hierbij wordt er op toegezien dat de dampschermen nergens worden doorboord. 51.53. plafondafwerking verlaagd plafond Levering en plaatsing van verlaagde plafonds, met inbegrip van het raamwerk, de ophanging, de voorgeschreven isolatiematerialen, de plaatmaterialen, de bevestigingsmiddelen en de afwerking volgens de voorgeschreven afwerkingsgraad. Materialen De verlaagde plafonds beantwoorden beantwoorden aan TV 232 - Verlaagde plafonds (WTCB), NBN EN 13964, aangevuld met de uitvoeringsvoorschriften van de fabrikant. De verlaagde plafonds worden d.m.v. een regelbare ophanging vlak geplaatst. De afmetingen en secties van de profielen, het aantal ophangingen en tussenafstand van de dragers worden bepaald in functie van het gewicht van de voorziene plaatbekleding, de vereiste overspanning en de maximale doorbuiging, die ten hoogtse 1/500 van de overspanning mag bedragen. De randprofielen van de opgehangen roostering worden na tussenvoeging van een soepele dichtingsband (type PE) minimum om de 600 mm aan de omgevende wanden Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 93

bevestigd d.m.v. roestbestendige schroeven en pluggen. Om het uitknikken van vooral hoge profielen tegen te gaan, moeten de regels op gepaste tussenafstanden worden verbonden door een profiel of lat dwars over de regels te plaatsen en te bevestigen aan elke regel. De verlaagde plafonds worden geplaatst conform de voorschriften van de fabrikant en TV 232. Verlaagde plafonds moeten aangebracht worden in dezelfde atmosferische omstandigheden als zullen gelden bij het later in functie zijnde gebouw. Het aanbrengen van leidingen en muurbepleisteringen moet al beëindigd zijn. Het gebouw moet wind- en regendicht zijn. De montage van verlaagde plafonds gebeurt volgens de voorschriften van de fabrikant en volgens de aanduidingen op de plannen en/of detailtekeningen, of de aanwijzingen van de architect. De aannemer legt de plafondplans voor, rekening houdende met de uitvoering van de speciale technieken volgens de hem verstrekte gegevens. Het zichtvlak van het plafond bevindt zich op de hoogtes zoals aangegeven op de plannen en doorsneden. De plafonds worden vlak geplaatst, wat ook de oneffenheden mogen zijn van de bovenliggende constructie. De platen worden geplaatst in de grootst mogelijke fabricatielengte. De richting van de platen verloopt haaks op één van de muren. De zijkanten van het plafond worden afgewerkt zonder kantlijsten. Uitzettingsvoegen in het plafond moeten voorzien worden: ter hoogte van een in de ruwbouwconstructie aanwezige uitzettingsvoeg; in geval de draagconstructie aan verschillende ruwbouwstructuren wordt bevestigd; volgens de richtlijnen van de ontwerper wanneer de plafondlengte of -breedte groter is dan 15 m. Ter bevestiging van voorwerpen aan het verlaagde plafond moet rekening gehouden worden met de te verwachten belastingen: Voorwerpen met een gewicht tot 5 kg kunnen worden bevestigd d.m.v. holle wandpluggen; Voorwerpen met een gewicht tussen 5 en 15 kg, kunnen op een verstevigende hulpconstructie (bv. extra profiel, 18mm dikke multiplex, ) bevestigd worden; Voorwerpen zwaarder dan 15 kg (lusterarmaturen, ) moeten steeds aan de bovenliggende draagconstructie bevestigd worden. Inbouwverlichting: rekening houdend met de eisen inzake brandveiligheid en de eventuele voorziening van een dampscherm Ventilatiemonden: rekening houdend met de eisen inzake brandveiligheid en de eventuele voorziening van een dampscherm Keuring Dimensionele uitvoeringstoleranties toleranties en beoordeling van het uitzicht overeenkomstig TV 232 4.1.2. en 4.3 Controle van de toleranties. Bescherming uitgevoerde werken overeenkomstig TV 233 3.5. 51.53.10. plafondafwerking verlaagd plafond/gipskartonplaten FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto plafondoppervlakte. Openingen groter dan 0,50 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De platen beantwoorden aan NBN EN 520 + A1 en zijn voorzien van een CE-markering. De platen bevatten geen radonhoudend fosforgips. Specificaties Verlagingshoogte: volgens aanduiding op doorsnede Doorbuigingsklasse volgens TV 232 tabel 7: klasse 1 (1/500 en max. 4 mm) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 94

regelwerk: hout (voldoet aan STS 04.1, is geschaafd aan de zijden waarop de beplating wordt aangebracht en is beschermd met een procédé A1 volgens STS 04.31; de secties zijn aangepast aan de te overbruggen afstanden en het gewicht van de bekleding) Regelafstand: maximaal 40 cm Beplating: enkel Afmetingen van de platen: plaatdikte: min. 12,5 breedte: keuze aannemer lengte: keuze aannemer Type platen (volgens NBN EN 520): keuze aannemer volgens gevraagde brandweerstand (zie aanvullende specificaties) Plaatafwerking langskanten: afgeschuind kopse kanten: afgeschuind. Hoekbeschermingsprofielen: gegalvaniseerd staal (Zn100/275) Voeg- en vulmiddelen overeenkomstig NBN EN 13963. Aansluiting met omgevende wanden: uitbepleisterd en ingesneden. Op alle buitenhoeken worden hoekbeschermingsprofielen geplaatst. De schroefkoppen moeten in het kartonvlak liggen en niet te diep in de plaat dringen. Dimensionele toleranties volgens TV 232 tabel 28: klasse normaal Afwerkingsgraad volgens TV 233 tabel 30: F2b (te schilderen-schraapmethode) Er mogen geen onregelmatigheden (scherpe randen, groeven, bramen, ) zichtbaar blijven. Nutsleidingen: coördinatie in te werken elektriciteitsleidingen volgens elektriciteitsplan. Centrale sanitaire ruimte Alle wanden worden alvorens af te werken met gyproc aan 1 zeide bekleed met OSB 18mm. Dit is inbegrepen in deze post. De stookruimte moet Rf 1h hebben. Alle verlaagde plafonds hebben minimaal Rf 0,5h Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 95

52. DEK- EN BEDRIJFSVLOEREN 52.00. dek- en bedrijfsvloeren - algemeen 52.10. isolerende uitvullagen - algemeen In de uitvullagen worden alle oneffenheden, peilverschillen, leidingen, kokers, dozen, buizen, van en op de draagvloer weggewerkt, zodat de dekvloer in een vrij constante dikte kan aangebracht worden. De vereiste voorzieningen voor rand- en zettingsvoegen zijn inbegrepen. en De bepalingen van TV 189 en 193 zijn van toepassing. De draagvloer moet voldoende zuiver zijn om een goede hechting te waarborgen. De peilen van de afgewerkte uitvullagen beantwoorden aan de eisen gesteld in TV 189 4.2.1.3. Het afgewerkte peil houdt steeds rekening met de dikte van de dekvloer, eventuele akoestische vloermatten, isolatie en de vloerbekleding. Eventuele uitzetvoegen van de draagstructuur worden steeds in de uitvullaag doorgetrokken. Eventuele vochtweringslagen ter hoogte van het buitenschrijnwerk en/of dorpels zullen voorafgaandelijk op een adequate manier rechtop gezet worden om de isolerende uitvullaag naadloos te laten aansluiten tegen de gevel. Rond eventuele uitsparingen voor trapopeningen, kokerdoorvoeren, worden geschikte randbekistingen voorzien. 52.12.01 isolerende uitvullagen schuimbeton 5 cm dikte FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte. Uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De isolerende uitvullaag bestaat uit cementgebonden schuimbeton vervaardigd met een schuimgenerator, en is samengesteld uit hoogoven- of portlandcement, fijn zand en speciale toevoegstoffen (schuimvormer), tot het bekomen van een gesloten celstructuur met hoge stabiliteit. De specie wordt aangemaakt in een betoncentrale die over het Benor-merk beschikt. Specificaties Dikte: 5 Volumemassa in verse toestand: min. 600 kg/m3 Rekenwaarde voor de warmtegeleidbaarheid Ui vo o r b in n W/mK. De uitvullaag wordt aangebracht door een hierin gespecialiseerde firma d.m.v. continu pompen, openspreiden en aftrekken. Indien de specie verpompt wordt met perslucht wordt gebruik gemaakt van slangen met voldoende diameter en zonder insnoeringen om elke ontmenging of destabilisatie van de schuimverdeling te voorkomen. Een continue controle en regeling tijdens het productieproces is vereist. Het schuimbeton wordt in een uniforme laag volgens de aangeduide niveaus verdeeld en glad afgestreken. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 96

52.12.02 isolerende uitvullagen schuimbeton 21 cm dikte FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte. Uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De isolerende uitvullaag bestaat uit cementgebonden schuimbeton vervaardigd met een schuimgenerator, en is samengesteld uit hoogoven- of portlandcement, fijn zand en speciale toevoegstoffen (schuimvormer), tot het bekomen van een gesloten celstructuur met hoge stabiliteit. De specie wordt aangemaakt in een betoncentrale die over het Benor-merk beschikt. Specificaties Dikte: 21 Volumemassa in verse toestand: min. 600 kg/m3 Rekenwaarde voor de warmtegeleidbaarheid Ui vo o r b in n W/mK. De uitvullaag wordt aangebracht door een hierin gespecialiseerde firma d.m.v. continu pompen, openspreiden en aftrekken. Indien de specie verpompt wordt met perslucht wordt gebruik gemaakt van slangen met voldoende diameter en zonder insnoeringen om elke ontmenging of destabilisatie van de schuimverdeling te voorkomen. Een continue controle en regeling tijdens het productieproces is vereist. Het schuimbeton wordt in een uniforme laag volgens de aangeduide niveaus verdeeld en glad afgestreken. 52.20. vochtwerende lagen - algemeen 52.21. vochtwerende lagen - PE-folie PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de dekvloer. Specificaties Type: ongewapend Dikte: min. 0,2 mm De folie wordt geplaatst met overlappingen van minstens 30 cm en wordt tegen de muren opgetrokken tot op 2 cm boven het afgewerkte vloerpeil. Beschadigde delen worden hersteld met een bijkomend stuk folie, steeds met minstens 30 cm overlapping. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften De folie wordt losliggend geplaatst De naadoverlappingen worden zorgvuldig verlijmd over de volledige breedte van de naad en samengedrukt. Naadbreedte: min. 5 cm. Opstandhoogte: min. 12 cm Boven de thermische isolatie in EPS en onder de vloerplaat Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 97

052.30. thermische isolatie vloer - algemeen Alle werken en leveringen voor de realisatie van de thermische isolatie binnen de voorziene vloeropbouw. De werken omvatten: de voorbereiding en nazicht van de ondergrond de levering en de verwerking van de isolatiematerialen, met inbegrip van de eventuele scheidingslagen en omtrekisolatie de levering en plaatsing van de plaatsings- en bevestigingstoebehoren de eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen de eventuele plaatsing van een PE-folie aan de onderzijde Materialen De isolatiematerialen zijn weersbestendig, rotbestendig, drukvast, niet onderhevig aan krimp en hebben een geringe wateropname. Ze mogen geen voedingsbodem vormen of doen ontstaan voor ongedierte, bacteriën of schimmels en tasten de andere bouwelementen niet aan. Beschadigde plaatdelen mogen niet verwerkt worden. Enkel producten waarvan de hierna vermelde λ-waarde kan aangetoond worden met de gedeclareerde λd-waarde vermeld in de DoP, ATG-H of ETA, of met de rekenwaarde λui vermeld in de EPB-productgegevensdatabank (EPBD) worden aanvaard. De isolatiematerialen voldoen aan de bepalingen van 8.2 van TV 189 - Dekvloeren (WTCB). Om scheurvorming in de dekvloer of in de betegeling te vermijden, zal gebruik gemaakt worden van voldoende drukvaste en stijve isolatiematerialen. De bepalingen van TV 189 Dekvloeren Deel1: materialen en van TV 193 Dekvloeren Deel2: zijn van toepassing. De aannemer plaatst de isolatie binnen de juiste vloeropbouw. Vooraleer de vloerisolatie aan te brengen, gaat de aannemer na of de draagconstructie in overeenstemming is met de plannen en de voorschriften en een onberispelijke uitvoering van de werken verzekerd kan worden. Zo niet stelt hij de architect daarvan tijdig in kennis, die de noodzakelijke maatregelen zal treffen opdat naderhand geen aanpassingen meer moeten uitgevoerd worden. De architect wordt voorafgaandelijk aan de uitvoering uitgenodigd. Het volledig dragen van de platen op de ondergrond moet verzekerd zijn en grote vervormingen van de isolatielaag worden vermeden. De platen worden in verband en aaneengesloten gelegd en in zo groot mogelijke afmetingen verwerkt. Indien de isolatie bestaat uit meerdere lagen worden de voegen geschrankt. Naargelang de aard van de platen worden ze koud tegen elkaar of met sponning of tand en groef op de vorm geplaatst. De randen en spleten worden opgespoten met een aangepast voegvullend en thermisch isolerend schuim. Na afloop van de werken worden de nodige beschermingsmaatregelen getroffen, alsook de nodige bevestigingen om de isolatieplaten op hun plaats te houden. Keuring Voor de dekvloer geplaatst wordt, controleert de architect de plaatsing van de isolatie en ziet de aansluitingsdetails en overlappingen na op hun correcte uitvoering. 52.35. thermische isolatie vloer - EPS Stijve isolatieplaten uit geëxpandeerd polystyreen overeenkomstig NBN EN 13163 - Materialen voor warmte-isolatie van gebouwen - Fabrieksmatig vervaardigde producten van geëxpandeerd polystyreenschuim (EPS) - Specificatie. De platen zijn brandvertragend gemodificeerd (type EPS-SE). De platen zijn geschikt voor het isoleren onder een dekvloer en beschikken over een ATG- H productgoedkeuring of gelijkwaardig. Specificaties Isolatiedikte: 2 platen van 8cm Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 98

Randafwerking: tand en groef Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde): maximum 0,036 W/mK Vervormingscriteria: Samendrukbaarheid (NBN EN 12431): dl-db 5 mm (klasse CP5) Kruipweerstand (NBN EN 1606): totale afname van de dikte i2 na 10 jaar bij een spanning van 5 kpa 2 mm De isolatielaag wordt uitgevoerd in twee lagen De platen worden los gelegd op de draagvloer of uitvullaag. De platen worden van de ondergrond gescheiden door een kunststoffolie geplaatst met gelijmde of gelaste randen of met voldoende overlapping (> 20 cm). De randen tegen opgaande muren, kolommen, e.d.... worden opgetrokken tot boven het niveau van de thermische isolatie. 52.35.10. thermische isolatie vloer EPS/ 2 x 8 cm FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte. Uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) vloerisolatie 52.70. bedrijfsvloeren - algemeen Bedrijfsvloeren worden in één of meerdere bewerkingen aangebracht op een reeds verharde ondergrond om op zichzelf een afgewerkte vloer te vormen. Ze worden daarom gepolijst en/of voorzien van een speciale top- of slijtlaag, die voldoet aan de specifieke gebruikseisen qua uitzicht en resistentie. Materialen en De bedrijfsvloer wordt pas aangebracht na de pleisterwerken, eventuele metsel- en betonsokkels en na de plaatsing van buitenschrijnwerk met beglazingen. Ze mogen niet worden aangebracht wanneer de temperatuur van het grondvlak en/of de omgeving lager is dan 5 C. De bedrijfsvloeren worden tegen snel uitdrogen beschermd. Tocht en intense straling zijn te weren. De aannemer vergewist zich ervan of het legvlak beantwoordt aan de eisen gesteld in respectievelijk TV 204 en TV 216. De uitvoering van de randstroken, krimp- en bewegingsvoegen (polystyreen- of polyethyleenschuim, dikte: minimum 5 mm) is in dit artikel begrepen. Het voegenpatroon en de uitvoering ervan worden voorgelegd aan de ontwerper. Ter hoogte van de deuropeningen worden de randvoegen doorgetrokken. Indien het polijsten buiten de normale werkuren plaatsvindt, moet men voorafgaandelijk toelating vragen aan de lokale politie of het gemeentebestuur, om problemen met geluidshinder voor de omwonenden te vermijden. Na voldoende verharding van de bedrijfsvloer wordt alle materiaal en afval van de werf verwijderd en de bedrijfsvloer schoongeveegd. Keuring De bedrijfsvloer moet vlak zijn en op het voorgeschreven niveau liggen. De controle wordt uitgevoerd volgens de bepalingen in respectievelijk TV 204 en TV 216 en met de in het bestek bepaalde toleranties. 52.71. bedrijfsvloeren - gepolierd beton FH m2 meeteenheid: m2 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 99

meetcode: netto oppervlakte gemeten tussen de onafgewerkte muren. De oppervlakten worden over de voegen en naden heen gemeten. In hetzelfde materiaal uitgevoerde deurtussenruimten worden meegerekend. Uitsparingen groter dan 0,50 m2 worden afgetrokken. De eenheidsprijs omvat alle werken en leveringen tot het bekomen van een afgewerkte bedrijfsvloer, met inbegrip van de vochtwerende lagen, de wapeningen, de rand- en uitzettingsvoegen, het inwerken van eventuele klok- en vloerroosters, aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De bepalingen van TV 204 Cementgebonden bedrijfsvloeren zijn van toepassing. Stortklaar beton volgens 26.12. Wapening volgens 26.11. Specificaties Dikte: 12 cm Betonkwaliteit volgens NBN EN 206-1 en NBN B 15-001: Sterkteklasse Gebruiksdomein Omgevingsklasse Consistentieklasse Maximale korrelgrootte minimum minimum keuze aannemer keuze aannemer C30/37 BA EI S4 14 / 16 mm Wapening: netten 150x150x6; staalkwaliteit: BE 500 Vlakheidsklasse (TV 204): minimum klasse I Aanvullende specificaties Macroruwheid: fijn Microruwheid: fijn De uitvoering voldoet aan de voorschriften van TV 204 Cementgebonden bedrijfsvloeren. De bedrijfsvloer wordt van de ondergrond gescheiden door een folie overeenkomstig artikel 52.20. De vloer wordt in velden verdeeld door het inzagen van krimpvoegen. De afstand tussen de voegen bedraagt maximum 5 meter. Het voegenpatroon wordt op voorhand voorgelegd aan het Bestuur. Het zagen van de voegen moet beginnen binnen de 24 u na het uitvoeren van de vloer en tot op een diepte van 1/3 van de vloerdikte. De voegen worden nadien gevuld met een hoogwaardige elastische kit met dezelfde kleur als de vloer. De vloer wordt na het polijsten beschermd door het vernevelen van een watergedragen curing compound. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (schrappen indien niet van toepassing) De bedrijfsvloer wordt gelegd met een helling van 10 mm/m naar de waterafvoergeulen toe. Dit geldt voor de delen polierbeton buiten. De vloer wordt voor ingebruikneming gevoed met een product op basis van lijnolie Klokroosters: overeenkomstig artikel 60.30. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 100

54. BINNENDEUREN en -RAMEN 54.00. binnendeuren en -ramen - algemeen Alle noodzakelijke elementen, werken en leveringen voor het samenstellen van de binnendeuren en -ramen tot een afgewerkt geheel. De werken omvatten: de controle en opmeting ter plaatse van alle deuropeningen (dagmaten) en de eventueel vereiste aanpassing van te prefabriceren elementen aan de werkelijke afmetingen,...; de levering en plaatsing van alle elementen nodig voor het samenstellen van de deuren/of raamgehelen: de kozijnen met inbegrip van alle toebehoren voor de bevestiging aan de ruwbouw van de vaste of bewegende bovenpanelen en van alle onderdelen voor meervoudige deurgehelen, de doorlopende dichtingstrippen, de nodige schootgaten met metalen dekplaatjes,...; de deurbladen met inbegrip van eventuele uitsparingen voor beglazing of vulpanelen; alle hang- en sluitwerk; de voorgeschreven beschermingsprocédés en oppervlaktebehandelingen (behalve de afwerkingen opgenomen in hoofdstuk 80 binnenschilderwerken); het verwijderen van alle afval afkomstig van de werken en van alle klevers op deurbladen, met uitzondering van deze met de kenmerken van brandweerstand, ; de controle ter plaatste voor de definitieve oplevering, de vervangingen en/of bijregelingen. Materialen STS 53-1 Deuren is van toepassing. In afwachting van een geharmoniseerde productnorm met bijhorende CE-markering, wordt in geval van betwistingen de voorlopige norm prnbn EN 14351-2 Binnendeuren zonder brandeigenschappen, manueel bediend of aangedreven gehanteerd. TIMING OMGEVINGSINVLOEDEN De plaatsing van het binnenschrijnwerk mag pas gebeuren op het ogenblik dat de hygrothermische omstandigheden gunstig zijn overeenkomstig STS 53-1 1.5.1.5. en TV 166, t.t.z. in een droog gebouw met een temperatuur tussen 15 C en 25 C en vochtigheidsgraad tussen 40 tot 70% R.V. Indien de leverancier of plaatser vreest dat zijn leveringen onderhevig zouden kunnen zijn aan abnormale hygrothermische toestanden met onomkeerbare effecten, die afkeuring tot gevolg hebben, brengt hij de architect hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. VORM - TYPE - SAMENSTELLING Vooraleer de deurelementen te bestellen of vervaardigen vergewist de plaatser zich van de draairichtingen en openingswijze zoals aangeduid op de plannen en/of detailtekeningen. Alle afmetingen, deurhoogtes, breedtes, muurdiktes moeten terplaatse worden gecontroleerd. Alle hout moet voldoende droog zijn om de dimensionele stabiliteit van het binnenschrijnwerk te waarborgen. De vochtigheidsgraad van het hout bij verwerking in het atelier ligt tussen de 8 en 12 % bij een basistemperatuur van 18 C. Zichtbaar blijvend hout wordt op alle vlakken geschaafd en gladgeschuurd, waarbij scherpe hoeken licht worden afgerond met schuurpapier. Schroefkoppen worden in het hout ingefreesd en nadien voorzien van houten stoppen en/of opgevuld met kneedbaar hout. Nagels worden ingedreven en opgestopt met zuivere lijnoliestopverf of kneedbaar hout. 54.01. binnendeuren en -ramen prestaties Algemeen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 101

De deurelementen beantwoorden volgens hun respectievelijke bestemming aan de gestelde prestaties volgens STS 53 1.4. Prestatievoorschriften en de normen NBN EN 950, NBN EN 951, NBN EN 952, NBN EN 1529, NBN EN 1530, NBN EN 1191 NBN EN 1192 en NBN EN 1294. Volgens toepassingsdomein beantwoorden de binnendeuren minimaal aan de prestaties van de bijlage bij STS 53 Aanbevolen prestaties in functie van de toepassing of aan strengere voorwaarden die eventueel opgelegd worden verder in dit bestek. De deuren voldoen aan de mechanische weerstandsklasse volgens STS 53 1.4.2.2. en NBN EN 1192: klasse M1 voor binnendeuren klasse M2 voor brandwerende deurgehelen, collectieve ruimten, voor een gebruiksfrequentie van 100.000 cycli klasse M3 voor intensief gebruikte deuren (fietsenbergingen, ) voor een gebruiksfrequentie van 100.000 cycli Bedieningskrachten F volgens STS 53 1.4.2.3 en NBN EN 12217: standaard klasse F2 Brandwerende en inbraakbestendige deuren moeten steeds in hun geheel voldoen aan de proefvoorwaarden volgens de voorgeschreven klasse, t.t.z. de deurkozijnen, het hangen sluitwerk, de deurbladen, eventuele beglazingen, en de aansluiting op de ruwbouw. Deurgehelen of deurelementen waaraan akoestische prestaties worden gesteld houden voor een correcte uitvoering rekening met het artikel Uit De Praktijk Akoestische problematiek van deuren WTCB-Tijdschrift 2000/1 p. 15-29 54.02. binnendeuren en -ramen keuring en proeven Algemeen Monsternames en keuring volgens STS 53 1.6.: elementen, die kunnen worden geleverd volgens een geprefabriceerd model, worden voorafgaandelijk ter goedkeuring aan het Bestuur voorgelegd. Producten met een ATG, BENOR (of gelijkwaardig) worden vrijgesteld van voorafgaande keuringsproeven op een prototype. Tolerantieklassen overeenkomstig STS 53.1: Maximale toegelaten afwijkingen op de breedte, hoogte, dikte, en haaksheid volgens STS 53 1.3.1. en NBN EN 1529: minimum klasse D2 Maximale toegelaten afwijking op vlakheid volgens STS 53 1.3.2., 1.4.2.1. en NBN EN 1530: minimum klasse V2 Opleveringsmodaliteiten volgens STS 53 1.6.5 en 1.6.6. Deuren geplaatst met een foutieve openingsrichting of deurelementen met zichtbare beschadigingen worden niet aanvaard. Vuistregels visuele controle: tussen deurkozijn en deurvleugel van gewone binnendeuren mag de speling bij een afgewerkte deur in gesloten toestand niet groter zijn dan 3 mm aan de zichtbare bovenkant en zijkanten; niet groter zijn dan 5 mm van de afgewerkte vloer onderaan (behoudens gevraagde doorstroomopeningen via de onderzijde van de deur) Bij plaatsing van brandwerende deuren gelden de toleranties en spelingen van de Benor of ATG als maximumwaarden. Alle deuren moeten zonder bijzondere inspanningen kunnen gesloten worden en vlak met de omlijstingen tussen de kozijnen vallen. Gedurende een jaar volgend op de voorlopige oplevering vervangt de aannemer stukken die afwijkingen vertonen die groter zijn dan de toegestane afwijkingen m.b.t. afmetingen, haaksheid en vlakheid van de deurvleugels. De definitieve oplevering wordt voorafgegaan door een rondgang waarbij de ophanging van de deuren waar vereist wordt bijgeregeld. 54.03. binnendeuren en -ramen proefopstelling Algemeen Er zal worden voorzien in een proefopstelling voor volgende elementen: Na goedkeuring van de opstelling worden de andere elementen op analoge wijze uitgevoerd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 102

54.20. deurbladen - algemeen Levering en afhangen van de deurbladen, met inbegrip van de deurvleugels, sloten en sleutels, krukken en rozetten, roosters, evt. bovenpanelen, invulbeglazing en toebehoren,. Materialen De deurbladen laten toe de nodige uitsparingen te voorzien voor een stevige bevestiging van ophangings-, bedienings- en sluitingsorganen. De slotkant is gemerkt. Bij deuren voorzien van een deursluiter worden de bovenregels hiertoe verzwaard. Enkelvoudige draaideuren tot 2115 mm hoogte worden opgehangen met minimum 3 paumellen voor deurbladen tot 880 mm breedte en minimum 4 paumellen voor deurbladen > 880 mm breedte. Bekledingsplaten worden thermisch en onder hoge druk met het randhout, het binnenwerk en/of de massieve kernplaten verlijmd, d.m.v. een kunstharslijm ongevoelig voor vocht. Volgende fabricagegebreken hebben afkeuring tot gevolg: delaminatie of open voegen tussen de lagen of tussen twee stroken fineer van eenzelfde laag, overlappende lagen, uitgevoerde reparaties, blazen, ruw oppervlak, lijmpenetratie. De montage van de deurvleugels en hun toebehoren gebeurt volgens STS 53.1, de voorschriften van de fabrikant en aanwijzingen op de plannen en detailtekeningen. Voor het in fabricatie geven van de deuren legt de aannemer de nodige details ter goedkeuring voor aan de architect. De bijhorende ophangingsorganen volgens openingswijze stemmen overeen met de bepalingen van artikel 54.50. De paumellen worden verdiept aangebracht en vastgezet met minstens 3 bijpassende schroeven in roestvast staal. De schootgaten zijn aangepast aan de afmetingen en de kenmerken van de sloten. De bevestiging van de krukken en rozetten is onzichtbaar. 54.21. deurbladen - hout met holle kern 54.21.20. deurbladen - hout met holle kern/tubespaan FH st meeteenheid: per stuk meetcode: deurbladen met inbegrip van het hang- en sluitwerk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Standaard leverbare vlakke deurbladen voor normaal gebruik. Ze zijn samengesteld uit spaanderplaat (densiteit >500 kg/m3) met holle luchtkanalen van maximaal 15 cm2, en gevat tussen bekledingsplaten uit oil-tempered hardboard, dikte min. 3 mm, densiteit > 750 kg/m3. Specificaties Type: opdekdeur recht volgens tekeningen Afwerking: geplamuurd, laagdikte minimum 0,2 mm, geschikt om te worden voorzien van de schilderafwerking volgens art. 80.21 Afmetingen: breedtes volgens aanduidingen op plan dikte: 40 (± 2 mm) hoogte: 2010 mm breedte: 950 mm Aanvullende specificaties Deurspaties onderzijde: conform ventilatiedebiet EPB volgens NBN D 50-001 Alle deurbladen in dit artikel worden opgevat als pivoterende deuren Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 103

d05, d06, d08, d09 Voor deze deuren is er geen kozijn voorzien. Deze deuren worden voorzien van een universele vloerveer met traploos instelbare sluitkracht en mechanische openingsdemping volgens artikel 54.61.20. 54.22. deurbladen - hout met volle kern 54.22.30. deurbladen - kruislagenhout FH st meeteenheid: per stuk meetcode: deurbladen met inbegrip van het hang- en sluitwerk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Vlakke deurbladen uit kruislagenhout. Specificaties Type: sponningdeur (profilering volgens detailtekeningen ter bespreking met aannemer) Afwerking: volgens post. Afmetingen: breedtes volgens aanduidingen op plan dikte: 100 mm dezelfde breedte als de wand waarin de deur komt hoogte: 2010 mm breedte: volgens tekeningen mm (per 50 mm) Aanvullende specificaties Volgende deurbladen zijn voorzien van een verluchtingsrooster volgens art. 54.81: d02, d03, d04 d01, d02, d03, d04 Deze buitendeuren hebben dezelfde opbouw als de wanden in kruislagenhout. De deur is zo bedacht dat het lijkt alsof een deel van de wand in kruislagenhout opengaat. Voor de beschrijving van het hout wordt verwezen naar post 29.51. Eventuele verstevigingen van de deuren of de wanden waarin deze geplaatst worden die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de deuren dienen te zijn inbegrepen in deze post. De profilering is weergegeven op de principedetails. De schrijnwerker mag zelf de nodige voorstellen doen inzake profilering en dichtingen, in overeenstemming met de gestelde prestaties. Het is de bedoeling dat de nodige profileringen in het kruislagenhout worden gefreesd door de fabrikant. Deze deuren worden voorzien van scharnieren volgens artikel 54.61.20. Deur d01 dient als aanslag voor d02 en d03. Deze deur moet manueel kunnen worden vastgezet in vloer en plafond. Deur d04 sluit samen met D07 op deur D08. 54.30. deurgehelen - algemeen 54.31. deurgehelen kozijnen hout 54.31.10. deurgehelen kozijnen hout/brandwerend FH st meeteenheid: per stuk Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 104

meetcode: deurgeheel, inclusief kozijnen, deurbladen, deklijsten, hang- en sluitwerk en toebehoren tot een afgewerkt geheel in overeenstemming met de attestering. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Brandwerende deurgehelen uit één of meerdere houten deurvleugels in een houten deurkozijn. De brandprestaties worden geattesteerd door een BENOR of ATG-label (of gelijkwaardig) of CE-markering volgens de productnorm pren 16034. Het keuringsattest is steeds van toepassing op het geplaatste deurgeheel (deurblad, hang- en sluitwerk, deurkozijn, toebehoren, zelfsluitendheid en plaatsing). Alle gebruikte materialen zijn deze vermeld in het proefverslag. Ingeval van onverenigbaarheden in de materiaalspecificaties is de attestering doorslaggevend. De brandwerende deuren beantwoorden aan de eisen van de plaatselijke brandweer en aan het KB 13 juni 2007 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen. Specificaties Brandweerstand volgens NBN EN 1634-1 en NBN EN 13501-2: EI 30 Mechanische sterkte STS 53 1.4.2.2. en NBN EN 1192: minimum klasse M2 voor een gebruiksfrequentie f 5 (100.000 cycli) Zelfsluitendheid volgens NBN EN 1191 en NBN EN 14600: klasse C0 Houten kozijn: conform het brandattest MDF type H volgens NBN EN 622-5, dikte minimum 18 mm, densiteit 650-800 kg/m3 deklijsten: geen deklijsten. De aansluiting van het houten kozijn met de wandafwerking dient naadloos te gebeuren. Hiervoor moet het houten kozijn in verstek gezaagd te worden. Zoals weergegeven op de principedetails. Deurblad: met een aan de vereiste brandweerstand aangepast bekledingsmateriaal Type: sponningdeur : volle kern uit spaan, Afwerking: geplamuurd, laagdikte minimum 0,2 mm, geschikt om te worden voorzien van de schilderafwerking volgens art. 80.21. Afmetingen: breedtes volgens aanduidingen op plan dikte: 40 (± 2 mm) hoogte: 2010 mm volgens tekeningen breedte: 840 mm volgens tekeningen Scharnieren en paumellen: standaard volgens attestering RVS Deurkrukken: volgens artikel 54.53. Sloten: volgens artikel 54.52.20. Plaatsing door ISIB gecertificeerde plaatsers overeenkomstig de technische goedkeuring. Na plaatsing worden de deuren voorzien van een label in de zijkant van de deur. De aannemer levert bij de oplevering een attest af voor de brandweerstand van de deuren d07 54.60. hang- en sluitwerk - algemeen Levering en montage van alle hang- en sluitwerk. Alle noodzakelijke toebehoren voor de ophanging, het openen en sluiten en afwerking van de binnenschrijnwerkelementen zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen van de deurkozijnen, deurbladen of deurgehelen. Ook als de expliciete beschrijving zou ontbreken in het bestek. Materialen Het hang- en sluitwerk beantwoordt aan de bepalingen van STS 53.1 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 105

Alle hang- en sluitwerk en hun bevestigingsmiddelen zijn roestbestendig, conform de eisen van NBN EN 1670 - Hang- en sluitwerk - Bestandheid tegen corrosie - Eisen en beproevingsmethoden. Alle deurbeslag is zoveel mogelijk van gelijke vormgeving en kleur. Types en modellen worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. Volgens de montagevoorschriften van de fabrikant. 54.61. hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen 54.61.30. hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie(PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de deurkozijnen of deurgehelen. Opendraaiende deurvleugels worden standaard voorzien van minimaal drie paumellen of fitsen. Samen voldoen zij in functie van het gewicht van de deurvleugels aan de eisen van NBN EN 947 Scharnierende of draaideuren - Bepaling van de weerstand tegen verticale belasting. Massieve deurbladen worden voorzien van 4 scharnieren waarvan 2 kort tegen de bovenzijde. Iedere scharnierflank wordt bevestigd met minimum 3 schroeven. Specificaties : zie hieronder. Type (conform NBN EN 947): Volgende binnendeuren worden opgevat als pivoterende deuren: d05, d06, d08, d09 d01, d02,d03, d04, d05, d06, d08, d09 Voor deuren d01, d02, d03 en d04 moeten de scharnieren voldoen aan de volgende eisen: Scharnier voor zware deuren op houten omlijstingen met 3-dimensioneel verstelbare klemdoos. CE gekeurd, draagkracht 300 kg Hoogte scharnier: 160mm, Vleugelbreedte: volgens details > > voldoende breed voor een goede bevestiging van de scharnieren op het centrum van de draagstructuur van de deur. Knoop diameter: 22,5 mm dikte: 4 mm links en rechts omkeerbaar. Stift geklemd en geschroefd Afwerking: Massief roestvrijstaal geborsteld Klemdoos voor scharnieren voor houten deuromlijstingen met opdek of stompe deuren. Draagkracht: 200 kg > 300 kg in combinatie met hoek die hieronder wordt beschreven. 3-Dimensioneel verstelbaar: zijdelings : +/- 3 mm hoogte : +/- 3 mm diepte : +/- 3 mm. Afwerking: verzinkt Hoek-sluitplaat voor klemdoos Afwerking: roestvrij staal Dit geheel wordt 4 keer per deur voorzien. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 106

De deuren d05, d06, d08 en d09 worden voorzien van een universele vloerveer met traploos instelbare sluitkracht en mechanische openingsdemping: Deuren voorzien van een hydraulische vloerveer met traploos instelbare sluitkracht bruikbaar voor pendel- en aanslagdeuren. De vloerveer is vastgeschroefd in een aluminium cementkast en kan in de drie richtingen tot 10 mm bijgesteld worden. A lle b e w e g e onderdelen werken in een thermoconstant oliebad. De steekas is vlakkonisch, uitschroefbaar en vervangbaar door een verlengde as en draait op een hartvormig nokkensysteem. De universele dekplaat is in roestvrij staal. De dekplaat wordt bevestigd op de cementkast. deuren. De cem entkast is geschikt voor de De universele vloerveer met traploos instelbare sluitkracht (ca 10-30 Nm), gekeurd volgens EN 1154, grootte 1-4, corrosieklasse 4, voor DIN-linkse, DIN- rechtse en dubbelwerkende deuren heeft een sluit-werking vanaf ca. 175 graden. De sluitsnelheid met ventielen is onafhankelijk van elkaar traploos instelbaar van 175 tot 15 graden en van 15 tot 0 graden. geïntegreerde De mechanische openingsdemping beschermt de deur en de wand als de deur met te veel kracht wordt geopend. Met behulp van een constante vastzetinrichting kan de deur in een openingshoek van 90 of 105 graden worden vastgezet. 54.62. hang- en sluitwerk - deursloten 54.62.20. hang- en sluitwerk deursloten/veiligheidssloten PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie(PM). Inbegrepen in de prijs van de deurbladen of de deurgehelen. Veiligheidssloten volgens NBN EN 12209 - Hang- en sluitwerk - Sloten en grendels - Mechanisch bediende sloten, grendels en sluitplaten - Eisen en beproevingsmethoden Specificaties Sluiting: minimum dag- en nachtschoot Behuizing: gesloten kast DM 60 vervaardigd uit gebichromateerd staal van minimum 1,5 mm dikte, met afgeronde voorplaat uit RVS, dikte minimum 3 mm en voorzien van een gelagerde klemtuimelaar Sluitplaat: regelbare vlakke RVS sluitplaat aangepast aan het aantal sluitpunten, met een dikte van minimum 2 mm. Schoten en tuimelaars: vernikkeld gepolijst staal Veiligheidscilinder: vernikkeld messing, europrofiel 17 mm conform NBN EN 1303, voorzien van een inboorbeveiliging d.m.v. hardmetalen stiften in cilinderhuis en kern. Keurmerk cilinders: SKG**, Belgisch I3 of Duits ES2 label Sleutels: geleverd met 3 sleutels per slot De sleutels passen in een sleutelplan. Dit wordt besproken met het Bestuur. De gevraagde sleutelcombinaties zullen uiterlijk 3 maanden voor de oplevering ter goedkeuring voorgelegd worden. d02, d03, d04, d07 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 107

54.63. hang- en sluitwerk - deurkrukken 54.63.20. hang- en sluitwerk deurkrukken/rvs PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie(PM). Inbegrepen in de prijs van de deurbladen of de deurgehelen. De deurkrukken beantwoorden aan de duurzaamheidseisen van NBN EN 1906 - Hang- en sluitwerk - Deurklinken en -knoppen - Eisen en beproevingsmethoden. Een doorgaande stift verbindt de twee krukhelften. Na montage van de krukken en rozetten op de deur ontstaat een stevige draaibare lagering. Specificaties : roestvast staal 18/8 volgens DIN 17440 of AISI 304 Vorm: L rond profiel, sectie circa 18 à 20 mm Afwerking: geborsteld Krukstift: aangepast aan de slotkast, dikte van het deurblad en de rozetten Rozetten, afdekplaat: afzonderlijke krukrozetten met onzichtbare bevestiging Sleutelplaatjes: afzonderlijk met onzichtbare bevestiging afhankelijk van het voorziene slottype bestemd voor profielcilinder Aanvullende specificaties De rozetten hebben een stalen binnenkern met zelfstellende onderhoudsvrije glijlager met vetvulling, slotrozetten in zelfde uitvoering. De rozetten en sleutelplaatjes worden dwars door deur en slot, die hiervoor voorzien zijn van de nodige openingen, aan elkaar bevestigd. Sanitaire deuren zijn voorzien van een vrij - bezet garnituur in combinatie met de dagschoot, zelfde materiaal als de deurkrukken, vrij en bezet sloten. De deurbladen van schuifdeuren worden uitgerust met ingewerkte schelpjes in hetzelfde materiaal en dezelfde afwerking als de krukken van de standaard binnendeuren. Montage volgens de voorschriften van de fabrikant. Opstelhoogte: standaard 105 / cm. d07 54.64. hang- en sluitwerk vaste handgrepen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie(PM). Inbegrepen in de prijs van de deurbladen of de deurgehelen. De handgrepen zijn geschikt voor enkelzijdige onzichtbare bevestiging, d.m.v. schroeven die een degelijke en inbraakbestendige bevestiging garanderen. Specificaties Model en materiaal: Voorgevormd buisprofiel o : roestvast staal 18/8 volgens DIN 17440 of AISI 304, geborsteld o Sectie: rond, sectie circa 18 à 20 mm o Vorm : L rond Volgens de montagevoorschriften van de fabrikant. De opstelling mag de goede ergonomische bediening van het sleutelslot niet hinderen. De hand mag bij het dichttrekken van de deur geen contact kunnen maken met de vaste deurstijl. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 108

d05, d06, d08 en d09 d05, d06, d08 en d09 worden voorzien van een vaste handreep. Het uitzicht en de vorm van de handgreep is dezelfde als de kruk voor deur d07 in post 54.63.20. d02, d03 en d04 worden voorzien van rolsloten en een vaste handgreep die wordt uitgefreesd in de deur. 54.81. toebehoren - deurroosters 54.81.10. toebehoren deurroosters/inbouw FH st meeteenheid: stuk meetcode: per deurset, inclusief bevestigingsmiddelen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Inbouwroosters samengesteld uit twee over elkaar schuivende helften (tegenkader) geschikt voor deurbladen van 30 tot 50 mm. De aannemer legt het type rooster ter goedkeuring voor, samen met de technische fiche m.b.t. luchtdoorlaat. Specificaties Type: aangepast akoestisch rooster (Dn,e,w 32 db) : aluminium volgens EN AW-6060 of EN AW-6063 (geanodiseerd 20 µm) Inbouwmaat: volgens vereiste ventilatiedebiet doorstroomopening Minimale luchtdoorlaat volgens NBN EN 13141-1 bij 2 Pa: minimum 25 m3/h Alle bevestigingselementen, beugels, vijzen, haken, zijn roestebstendig. Volgens de montagevoorschriften van de fabrikant. De uitsparing wordt centraal gepositioneerd circa 15 cm boven vloerniveau. d02, d03, d04 Het deurrooster dient te worden ingewerkt volgens de principedetails. Het afwerken van het rooster met geperforeerde platen in kruislagenhout van 20mm dikte is inbegrepen in deze post. 54.86. toebehoren - deurstoppen FH st meeteenheid: stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Deurstoppen met een verdoken bevestiging. Model voor te leggen aan het Bestuur. Specificaties Type: vloerbuffer Diameter: circa 25 mm : hoogwaardig kunststof (rond) Kleur rubber: kleurkeuze uit standaardgamma van de fabrikant Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 109

De deurstoppen worden zo aangebracht dat zij kunnen weerstaan aan de normale belastingen uitgeoefend door de deurvleugels en geen hinder vormen voor het gebruik van de lokalen. Montage volgens voorschriften van de fabrikant met roesvaste bevestigingsmiddelen. Bij vastzetting in de vloer of wand moet erover gewaakt worden dat geen ingewerkte leidingen geraakt worden. d02, d03, d04 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 110

56. VAST BINNENMEUBILAIR 56.00. vast binnenmeubilair - algemeen Alle leveringen en werken voor de realisatie van het te voorziene vast meubilair en/of andere vaste uitrustingselementen, tot een afgewerkt geheel. De werken omvatten: de controle m.b.t. technische aansluitpunten (water, gas, elektriciteit), de opmeting van de juiste afmetingen en eventuele aanpassing van de elementen aan de werkelijke afmetingen; de voorbereiding, het uitwerken van uitvoeringdetails volgens de aanwijzingen op de detaiplannen en volgens bestek; de prefabricatie in de werkplaats van de nodige meubelmodules en uitrustingselementen; de opstelling, montage, bevestiging en afregeling van alle elementen en hun toebehoren, de aansluiting van voorziene toestellen en kranen opgenomen in de posten 61, 62 en 68. het opkitten van de aansluitvoegen tussen de schrijnwerkelementen, wanden en plafonds; het verwijderen van alle afval, het ontdoen van klevers, bescherming van de werken, en reiniging voor de voorlopige oplevering,... Materialen De prestaties, veiligheidseisen en beproevingswijzen, waaraan inbouwkasten, tabletten en werkbladen moeten voldoen, stemmen overeen met NBN EN 14749 Woon- en keukenmeubelen Opslageenheden en werkbladen Veiligheidseisen en beproevingsmethoden. Zichtbaar blijvende zijwanden worden afgewerkt zoals de kastfronten. Houten plaatmaterialen beantwoorden aan STS 04.4. Zij beschikken over een CEmarkering en dragen het FSC- of PEFC-label en de leverancier is FSC of PEFC CoC gecertificeerd. Formaldehydegehalte: klasse E1 volgens NBN EN 717-2/AC. Platen in vochtige binnenomgevingen zijn steeds van het type 2 (vochtige binnenomgeving). Timmerhout voor afkastingen voldoet aan STS 04.1. Het hout moet droog en maatvast zijn bij de plaatsing. Zichtbaar blijvend hout is van schrijnwerkkwaliteit volgens STS 04.2. en wordt geimpregneerd met een B-procédé (volgens STS 04.3.1.4.2) of procédé C1 (volgens STS 04.3.1.4.3) met een doorlopende technische goedkeuring, hetzij heeft een natuurlijke duurzaamheid van klasse III of hoger. Het hout moet droog en maatvast zijn bij de plaatsing. Metalen componenten van het vast meubilair en de inrichting zijn roestbestendig en beantwoorden aan de voorschriften van STS 36 (deel II, 06.74). Schroefkoppen zijn enkel toegestaan binnen de kastelementen, zij worden ingefreesd en voorzien van kunststof afdekkapjes in de kleur van het corpus. Nagels worden ingedreven en opgestopt met zuivere lijnoliestopverf of kneedbaar hout. De nodige documentatie, stalen van plaatmaterialen, beslag en toebehoren worden voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. Wanneer twijfel bestaat omtrent de juiste keuzes, wordt vooraf het advies van de architect ingewonnen. Met de eigenlijke plaatsing van vast binnenmeubilair mag pas worden begonnen op het ogenblik dat de ontwerper en de aannemer, na gezamenlijk overleg, oordelen dat de plaatsingsvoorwaarden gunstig zijn, d.w.z. in een droog en gesloten gebouw, met een temperatuur begrepen tussen 15 en 25 C en een relatieve vochtigheid tussen 40 en 70 % R.V. Het inbouwmeubilair mag in geen geval geplaatst worden indien de omstandigheden van die aard zijn dat zij onomkeerbare effecten (opzwellen, kromtrekken of krimpen van het schrijnwerk) tot gevolg kunnen hebben. De kastelementen sluiten verzorgd aan op de constructies, er wordt hierbij rekening gehouden met de uitbekleding van leidingkokers die eventueel moeten worden geïntegreerd en afgewerkt. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 111

De aansluitingsvoegen t.o.v. wandafwerking en kastelementen, alsook de voegen tussen sokkel en bevloering worden opgespoten met een elastische kit op basis van niet zuurhoudend, schimmelwerende sanitaire siliconen. Ze polymeriseren volledig, zijn krimpvrij en bestand tegen reinigings- en oplosmiddelen. Kleur: te bepalen door de ontwerper. Keuring Randaansluitingen van het inbouwmeubilair of plaatafwerkingen met omgevende bouwdelen vormen een afgelijnd en zuiver afgewerkt geheel. Kastfronten worden recht afgehangen, met regelmatige tussenvoegen. Alle ophang- en sluitingsmechanismen functioneren zonder haperen. De oppervlakteafwerking van plaatafwerkingen, tabletten, werkbladen, deur- en schuiffronten vertonen geen beschadigingen. 56.10. keukenmeubelen - algemeen 56.11. keukenmeubelen - onderdelen 56.11.10. keukenmeubelen onderdelen/stelpoten en plintplaat PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. Elk kastelement wordt opgesteld op 4 regelbare stelpoten, voorzien van een klemsysteem voor de bevestiging van een plintplaat. De sokkel springt circa 5 cm in op de rand van het kastfront en is 8 cm hoog, of overeenkomstig detailtekeningen. Specificaties Aanrechthoogte bovenkant werkblad: 90 cm Stelpoten: roestbestendig staal Plintplaat: kernplaat uit watervaste houtspaanplaat volgens NBN EN 312, densiteit 650-700 kg/m3, dikte 18 mm. Plaatbekleding: de plintplaten zijn bekleed op beide zijden met hogedruk laminaatplaten van eenzelfde afwerkingskwaliteit als deze van de fronten en zichtbaar blijvende wanden. Aanvullende specificaties De plintplaat is onderaan voorzien van een dichtingsprofiel in PVC, met zachte neusstrook om lichte oneffenheden in de vloer op te vangen. De aansluitvoeg tussen plintplaat en vloerafwerking wordt afgekit met een elastische (kleur: ) Alle keukentypes 56.11.20. keukenmeubelen onderdelen/corpus en leggers PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. De platen van het corpus worden zo bevestigd zodat de volledige kastconstructie onvervormbaar is. Hiervoor worden verlijmde pen- en gatverbindingen of mechanische verbindingen gebruikt. In het geval van verlijming is de lijm water- en slagvast. Het nagelen of nieten is verboden. Het corpus van elke kast is voorzien van de nodige aanslag- en oplegprofielen nodig voor de bevestiging van werkbladen, inbouwelementen en fronten. Uitsparingen voor de doorvoer van waterafvoer- en toevoerleidingen zijn verzorgd en waterbestendig afgewerkt. Deze worden voorzien in de werkplaats van de constructeur. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 112

De legplanken zijn in de hoogte verstelbaar d.m.v. in de zijranden inplugbare pennen. Bij dubbele (hang)kasten worden de legplanken, langer dan 80 cm, ook in het midden ondersteund aan zowel de front- als de rugzijde. Specificaties Kernplaat: houtspaanplaten volgens NBN EN 312, densiteit 650-700 kg/m3, dikte min. 18 mm. Plaatbekleding: op beide zijden bekleed met hogedruk laminaatplaten volgens NBN EN 438-1, klasse HPL-EN 438 VLS of S 121, minimum dikte: 0,7 mm. Zichtranden: HPL stroken Kleur: wit Rugplaat: in zelfde materiaal als corpus, Leggers: materiaal: zelfde kernplaat en plaatbekleding als corpussen, dikte 18 mm. steunpennen: vernikkeld staal Aansluitvoegen: elastische kit, kleur: wit De opstelling en montage van de corpussen garandeert een stevig en onvervormbaar geheel waarbij accidenteel verplaatsen van kasten is uitgesloten. De elementen worden horizontaal gesteld en aan elkaar verbonden met klasseervijzen, bedekt met hoedjes in PVC. keuken 56.11.30. keukenmeubelen onderdelen/fronten en zichtwanden PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. Specificaties Kernplaat: houtspaanplaten volgens NBN EN 312, densiteit: 650-700 kg/m3. Plaatdikte: minimum 18 mm Bekleding frontpanelen (i.g.v. houtspaanplaten): hogedruklaminaatplaat, klasse HPL-EN 438 VGP of P 222, dikte 0,8 mm. Postforming: SQ/E kopse kanten afgewerkt in ABS dezelfde kleur als de afwerking van de fronten Kleur: te kiezen uit het standaard kleurengamma van de fabrikant. Oppervlaktetextuur: licht gestructureerd Staal voor te leggen aan het bestuur keuken 56.11.40. keukenmeubelen onderdelen/werkbladen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. De vochtbestendigheid van de werkbladen, bestand tegen opzwelling, moet gegarandeerd zijn. Specificaties Kernplaat hout: dikte 18 mm multiplexplaten type 2 (vochtige omgeving) volgens en NBN EN 636 Bekleding bovenzijde: water- en hittebestendig verlijmd met een kraswerende hogedruklaminaatplaat beantwoordend aan NBN EN 438-1 van de klasse: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 113

HPL-EN 438 HGS, Type S (standaard) met een slijtvastheid 3, een schokweerstand 3 (à20n), een krasweerstand 3 (à 20N). Dikte minimum 0,8 mm. Voorrand en zichtbare zijranden: acryllijst, dikte min. 3 mm. Onderzijde werkblad: kunstharsfolie, dikte 0,2 mm / hogedruklaminaatplaat HPL-EN 438 HGS, gelijke dikte als bovenzijde. Oppervlakteafwerking: lichtkorrelig oppervlak mat Kleur: kleurkeuze te bepalen uit het standaard kleurengamma van de fabrikant. Aansluiting achterwand: recht Voor een vochtbestendige uitvoering wordt een getrokken alu-profiel voorzien, dat in de achterzijde van het werkblad past en boven het werkblad uitsteekt; dit deel wordt ingewerkt achter de wandbetegeling en afgewerkt met een elastische kit. Het werkblad moet uit 1 stuk zijn. In het werkblad worden de nodige openingen gezaagd met afgeronde hoeken voor het inwerken van de voorziene inbouwelementen. De dichting tussen de inbouwtoestellen en het werkblad worden waterbestendig en verzorgd uitgevoerd. De werkbladen worden stevig verbonden met de kastmodules d.m.v. voldoende schroeven. De werkbladen worden tegen wanden aangesloten d.m.v. een elastische voeg op basis van neutrale siliconen (kleur: wit). De voegkit is na verharding blijvend elastisch, waarbij de bovenlaag niet afzonderlijk verhardt. Zij moet goed vastkleven aan alle materialen en bestand zijn tegen warm water en gewone onderhoudsproducten en detergenten. Alle keukentypes 56.11.50. keukenmeubelen onderdelen/beslag en handgrepen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. Draai- en klapdeuren worden opgehangen met voldoende scharnieren (minimum om de 80 cm). Deuren van onderkasten en hangkasten krijgen twee scharnieren per deur; deuren van halfhoge kasten drie scharnieren, deuren van hoge kolomkasten krijgen vier scharnieren. Scharniertype: drie-dimensionaal regelbare klipscharnieren van het zelfsluitend inpottype (diameter 35 mm) vervaardigd uit vernikkeld staal of hard metaal. Openingshoek: minimum 105 Pottenwagens en voorraadladen: voorzien van telescopische geleiders type onder- of zijbouwgeleider met viervoudige nylon rol of kogellagers. Het geheel is compleet uitschuifbaar, geruisloos werkend en voorzien van een veiligheidspal tegen uitvallen. De sterkte van de looprails is aangepast aan de afmetingen van de laden en bestand tegen een last van 5N per dm3 nuttig volume. : gegalvaniseerd en gelakt staal of vernikkeld staal. Alle kastdeuren worden voorzien van een greepsysteem van het type: zonder zichtbare handgrepen Onderkasten: volgens principetekeningen Alle keukentypes Er zijn geen lades in de keuken, enkel legplanken. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 114

56.11.60. keukenmeubelen onderdelen/toebehoren PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. Wandbekleding: de wandstrook tussen het aanrecht en het verlaagd plafond bestaat uit een plaat met dezelfde eigenschappen en afwerking als de fronten. Zijpaneel: zie tekeningen. Dit paneel bestaat uit een plaat met dezelfde eigenschappen en afwerking als de fronten. Deze plaat dient onzichtbaar bevestigd te worden op de eerste corpus, en voldoende sterk en onzichtbaar bevestigd te worden in het verlaagd plafond. Alle keukentypes 56.12. keukenmeubelen type 1 FH st meeteenheid: per stuk meetcode: volgens keukentype aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Keuken 56.30. inbouwkasten - algemeen 56.31. inbouwkasten - onderdelen 56.31.10. inbouwkasten onderdelen/stelpoten en plintplaat PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de inbouwkasten. Elk kastelement wordt opgesteld op 4 regelbare stelpoten, voorzien van een klemsysteem voor de bevestiging van een plintplaat. De sokkel springt circa 5 cm in op de rand van het kastfront en is minimum 5-10 cm hoog, of overeenkomstig detailtekeningen. De plint loopt door over zijranden, hoeken worden in verstek geplaatst en afgekit of voorzien van een aangepast hoekprofiel uit aluminium of kunststof. Specificaties Stelpoten: roestbestendig staal Plintplaat: kernplaat uit watervaste houtspaanplaat volgens NBN EN 312, densiteit 650-700 kg/m3, dikte minimum 18 mm. Plaatbekleding: de plintplaten zijn bekleed op beide zijden met hogedruk laminaatplaten van eenzelfde afwerkingskwaliteit als deze van de fronten en zichtbaar blijvende wanden. Kast centrale ruimte 56.31.20. inbouwkasten onderdelen/corpus en leggers PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 115

aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de inbouwkasten. De platen van het corpus worden zo bevestigd zodat de volledige kastconstructie onvervormbaar is. Hiertoe worden verlijmde pen- en gatverbindingen ofwel mechanische verbindingen gebruikt. In het geval van verlijming is de lijm water- en slagvast. Het nagelen of nieten is verboden. De legplanken zijn in de hoogte verstelbaar d.m.v. in de zijranden inplugbare pennen. Bij dubbele (hang)kasten worden de legplanken, langer dan 80 cm, ook in het midden ondersteund aan zowel de front- als de rugzijde. Specificaties Kernplaat: houtspaanplaten volgens NBN EN 312, densiteit 650-700 kg/m3, dikte min. 18 mm. Plaatbekleding: op beide zijden o bekleed met hogedruk laminaatplaten volgens NBN EN 438-1, klasse HPL-EN 438 VLS of S 121, minimum dikte: 0,7 mm. Zichtranden: HPL stroken Kleur: wit / te kiezen uit het standaard kleurengamma van de fabrikant. Rugplaat: gemonteerd in groef, in zelfde materiaal als corpus, Leggers: materiaal: zelfde kernplaat en plaatbekleding als corpussen, dikte 18 mm. steunpennen: vernikkeld staal / kunststof Laden: er zijn geen laden, enkel legplanken. 56.31.30. inbouwkasten onderdelen/fronten en zichtwanden PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de inbouwkasten. Specificaties Kernplaat: (houtspaanplaten volgens NBN EN 312, densiteit: 650-700 kg/m3. Plaatdikte: minimum 18 mm Bekleding frontpanelen (i.g.v. houtspaanplaten): hogedruklaminaatplaat, klasse HPL-EN 438 VGP of P 222, dikte 0,8 mm. Postforming: SQ/E kopse kanten afgewerkt in ABS dezelfde kleur als de afwerking van de fronten Kleur: te kiezen uit het standaard kleurengamma van de fabrikant. Oppervlaktetextuur: licht gestructureerd Alle keukentypes 56.31.50. inbouwkasten onderdelen/beslag en handgrepen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de inbouwkasten. Draaideuren worden opgehangen met voldoende scharnieren (minimum om de 80 cm). Deuren van halfhoge kasten krijgen drie scharnieren, deuren van kamerhoge kasten 5 scharnieren. Scharniertype: drie-dimensionaal regelbare klipscharnieren van het zelfsluitend inpottype (diameter 35 mm) vervaardigd uit vernikkeld staal of hard metaal Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 116

Openingshoek: minimum 105 Schuifladen: standaard voorzien van telescopische geleiders type onder- of zijbouwgeleider met viervoudige nylon rol of kogellagers. het geheel is compleet uitschuifbaar, geruisloos werkend en voorzien van een veiligheidspal tegen uitvallen. de sterkte van de looprails is aangepast aan de afmetingen van de laden en bestand tegen een last van 5N per dm3 nuttig volume. materiaal: gegalvaniseerd en gelakt staal of vernikkeld staal. Alle kastdeuren worden voorzien van een greepsysteem van het type: Ingefreesd: in de dikte van de plaat vertikale greep. Inbouwkasten centrale ruimte 56.31.60. inbouwkasten onderdelen/toebehoren PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de inbouwkasten. Aanvullende specificaties Afschermstrook voor indirecte verlichting Hogedruk laminaatplaten van dezelfde kwaliteit als de frontplaten Sloten: kastcilinderslot geleverd met twee sleutels per slot 56.32. inbouwkasten kastgeheel type 1 FH st meeteenheid: per stuk meetcode: volgens type aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Inbouwkasten centrale ruimte Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 117

57. TABLET- EN WANDBEKLEDINGEN 57.00. tablet- en wandbekledingen - algemeen Alle leveringen en werken voor het realiseren van de tabletten. De werken omvatten: het opmeten van de juiste afmetingen; het voorbereiden van de ondergrond, d.w.z. het verwijderen van alle vuil en loszittende delen; het bevestigen van de tabletten De tabletten worden volkomen horizontaal en waterpas geplaatst. 57.11. venstertabletten - natuursteen 57.13. tabletten - hout 57.13.10. tabletten - hout/massief FH m meeteenheid: per lopende m meetcode: netto lengte, gemeten tussen de dagkanten van de raamopeningen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Dezelfde houtsoort + behandeling als deze die is voorgeschreven voor het buitenschrijnwerk in post 40.11. Specificaties Totale dikte: 40 mm voldoende dik om dienst te doen als zitbank. Randafwerking: hoeken en randen zijn recht Houtverduurzaming: volgens post 40.11. Onzichtbare bevestiging. Op de verwarmingselementen zijn beugels geplaatst om deze houten tabletten op te bevestigen. De houten tabletten doen dienst als zitbankjes. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 118

80. BINNENSCHILDERWERKEN 80.00. schilderwerken algemeen Alle noodzakelijke leveringen en werken voor het realiseren van de voorziene schilderwerken binnen het gebouw, tot een zuiver afgewerkt en afgelijnd geheel. De werken omvatten: de plaatsing van de nodige stellingen of ladders en alle gereedschap om een veilige en efficiënte uitvoering mogelijk te maken; het stofvrij maken van de lokalen, waarin geschilderd wordt; het nemen van alle voorzorgsmaatregelen om beschadigingen van het gebouw en de eventuele inboedel te voorkomen (het beschermen van alle niet te schilderen delen d.m.v. dekzeilen, afplakken,, het demonteren en terugplaatsen van dekplaatjes van elektrische schakelaars, krukken en slotplaatjes voor ramen en deuren, ); het eventueel voorafgaandelijk wegnemen van bestaande bekledingen die het aanbrengen van nieuwe verflagen zouden kunnen bemoeilijken; het eventueel slecht functioneren van draai- en sluitwerk door verflagen ongedaan maken, e.d.; het nazicht en geschikt maken van de ondergrond, d.w.z. het bijwerken van onvolkomenheden, zoals oneffenheden of krassen, het ontstoffen (afborstelen, afwassen) en ontvetten van de te schilderen oppervlakken; het zorgvuldig afkitten van openstaande voegen, e.d.; het voorafgaandelijk aanbrengen van de gevraagde kleurstalen; het zorgvuldig aanbrengen van alle in het bestek of door de fabrikant voorgeschreven hecht-, grond-, dek- en/of vernislagen, ; het voorzichtig verwijderen van afplakstroken, het reinigen van gebeurlijke vlekken of spatten, het verwijderen van alle afval voortkomend van de werken, ; de bescherming van het aangebrachte schilderwerk tot bij de voorlopige oplevering en het eventueel zorgvuldig aanbrengen van kleine 'retouches'. ALGEMEEN Volgende normen zijn van toepassing: Solventrichtlijn (2004/42/EG) REACH, EU-richtlijn 1907/2006 EG Gevaarlijke stoffen richtlijn 67/548/EEC Richtlijn 2001/59/EG Preparaten richtlijn 1999/548/EC NBN EN 13300: Verven en vernissen - Watergedragen verf en verfsystemen voor wanden en plafonds binnen Indeling NBN EN ISO 4618 : 2006 - Verven en vernissen - Termen en definities MATERIAALKEUZE Alle gebruikte materialen en producten zijn geschikt voor de beoogde toepassing en zijn onderling en met de staat van de ondergrond verenigbaar. De verantwoordelijkheid van de aannemer wordt door het voorschrijven van samenstellingen of formules geenszins verminderd, ze blijft volledig bestaan. De aannemerschilder moet dan ook alle nodige voorzieningen treffen ter voorkoming van reacties, haarscheuren, enz., ten gevolge van het contact van de verven onderling en/of met de drager. Gepigmenteerde verfproducten voor gekleurde deklagen moeten steeds fabrieksmatig gedoseerd en gemengd worden. De architect mag steeds de kwaliteit van de gebruikte materialen laten nagaan. LEVERING OPSLAG De verf -en behandelingsproducten worden aangevoerd in oorspronkelijke en gesloten recipiënten, die voorzien zijn van de nodige etiketten, met duidelijke vermelding van de naam van de fabrikant, de naam van het product, de samenstelling, houdbaarheidsdatum, gebruiksaanwijzing en eventueel te nemen voorzorgsmaatregelen. Na uitvoering van de werken wordt minimum twee liter per aangebrachte kleur kosteloos aan de bouwheer gegeven. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 119

KLEURTINTEN- EN PROEFSTALEN Er kunnen voor gelijkaardige constructiedelen steeds verschillende kleuren gevraagd worden, zonder meerprijs. De kleuren van de deklagen worden door de architect en/of de bouwheer bepaald na voorlegging van NCS- en/of RAL - kleurkaarten, zonder uitsluiting van kleuren. Om tot een juiste kleurkeuze te komen, kan aan de aannemer worden gevraagd om voorafgaandelijk enkele stalen aan te brengen van ten minste 0,5 m2, op hardboard panelen en/of op de drager, zoals aangeduid door de architect. De architect houdt zich het recht voor, indien sommige kleuren na het zetten van meerdere stalen niet zouden voldoen, andere stalen te laten zetten, en dit zonder meerprijs. Pas na goedkeuring en eventuele opmerkingen van de architect mag de behandeling en/of het schilderwerk aangevat worden. ALGEMEEN De schilderwerken worden uitgevoerd volgens TV 249 - Leidraad voor de goede uitvoering van schilderwerken (herziening van TV 159) (WTCB). De schilderwerken moeten uitgevoerd worden door ervaren vaklui. De aannemer respecteert de te nemen voorzorgsmaatregelen, opgegeven door de fabrikant en de bepalingen van het A.R.A.B., m.b.t. gezondheidsrisico s verbonden aan het inademen van schadelijke solventen, e.d. Bij twijfel of onvoorziene omstandigheden wordt de adviseur van de verffabrikant geraadpleegd. OMGEVINGSINVLOEDEN Onder voor schilderwerken ongunstige omstandigheden mag onder geen beding geschilderd worden. De uitvoering van de binnenschilderwerken zal gebeuren in een stofvrije en voldoende verluchte omgeving. De minimale en maximale temperatuur en relatieve vochtigheid van de lokalen moeten overeenstemmen met de voorschriften van de verffabrikant. AFVAL EN BESCHERMINGSMAATREGELEN Het is ten strengste verboden afval van verfproducten uit te gieten in wasbakken, uitgietbakken, putjes,, die zich in het gebouw bevinden. De aannemer zal het afval verzamelen in eigen recipiënten, van de werf verwijderen en op reglementaire wijze storten. Gedurende de droogtijd of uithardingsperiode, neemt de aannemer de nodige voorzorgen om personen te waarschuwen voor de pas uitgevoerde schilderwerken, d.m.v. opschriftborden, het spannen van koorden of plaatsen van afsluitingen. Alle gebeurlijke beschadigingen, voortvloeiend uit de nalatigheid van de aannemer zijn volledig op zijn verantwoordelijkheid en zullen onmiddellijk worden hersteld. OPKITTEN VAN AANSLUITVOEGEN Alle openstaande voegen ter hoogte van plinten, trappen, houten binnenschrijnwerk, muur- en plafondaansluitvoegen, e.d. worden opgevuld met een aangepaste overschilderbare kit. De kit moet zich als een standvaste pasta laten verwerken in verticale voegen zonder te vloeien. De kit moet vrij zijn van oplosmiddelen en nagenoeg zonder krimp verharden. Vooraf worden de voegranden waar nodig beschermd met kleefbanden, die onmiddellijk na het gladstrijken van de kit verwijderd worden. De voegen worden mooi rechtlijnig afgewerkt en gladgestreken. VERWERKINGSMODALITEITEN Voor het aanbrengen van iedere nieuwe laag moet de daarvoor aangebrachte laag droog zijn. Na nat schuren moet eveneens steeds voldoende droogtijd in acht genomen worden. De aannemerschilder verzekert, eens begonnen, zijn werk zonder onderbreking verder te zetten tot gehele voltooiing, dit afgezien van overeengekomen wachttijden, of bijzondere omstandigheden. Keuring Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 120

AFWERKING TOLERANTIES Dekking: met het blote oog mogen geen doorschijnsels van de onderlaag waargenomen worden. Aflijning: aflijningen tussen aangrenzende afwerkingen en/of kleurvlakken zijn zuiver en rechtlijnig. Vlekken - Spatten: bij toepassing van verschillende kleuren, mogen geen met het blote oog waarneembare spatten voorkomen. Geen onregelmatigheden - aflopers DUURZAAMHEID - WAARBORGEN Indien er zich blaarvorming, barstvorming, afschilfering, verkleuring, afpoederen en/of haarscheurvorming voordoet, binnen een waarborgtermijn van 12 maanden na de voorlopige oplevering, zal de schilder, op zijn kosten, alle nodige herstellingen uitvoeren die de architect en het bestuur noodzakelijk achten. Eventueel moet de verf worden verwijderd en de werken worden herbegonnen. Voor de herstelde oppervlakken zal een nieuwe waarborgperiode van 12 maanden gelden. 80.20. binnenschilderwerken op gipskartonplaten - algemeen Binnenverfsystemen op ondergronden van gipskartonplaten, met inbegrip van de voorbereiding van de ondergrond. 80.21. binnenschilderwerken op gipskartonplaten - acrylaathars FH m2 Ademend verfsysteem voor binnen op basis van acrylaathars. meeteenheid: m2 meetcode: netto te schilderen oppervlakte aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Samenstelling Bindmiddel(en): acrylaathars Oplosmiddel: water VOS-EU-grenswaarde: cata/a: 30 g/l Verwerking Ondergrond- en omgevingstemperatuur: > 5 C of volgens voorschriften van de fabrikant Relatieve luchtvochtigheid maximaal 85% Verwerking: borstel, rol of spuit Bijkleuren: via kleurenmengmachine Reiniging gereedschap: water Specificaties Eigenschappen (volgens NBN EN 13300) Glansgraad: mat Schrobvastheid: klasse I Dekvermogen: klasse I Korrelgrootte: fijn Kleur: te bepalen tijdens de uitvoering van de werken De schilderwerken gebeuren op nieuwe ongeschilderde gipskartonplaten. Gewenste eindafwerking volgens TV 249: graad III De aannemer voert de vereiste voorbereidende en afwerkingsbehandelingen uit. Deze zijn afhankelijk van de hierboven bepaalde eindafwerking en zijn opgelijst in de bepalingen opgenomen in 5.4, 5.5 en 5.6 van TV 249. De richtlijnen van de fabrikant moeten steeds nauwgezet opgevolgd worden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 121

Wanden, plafonds en deuren in de centrale sanitaire ruimte. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 122

90. BUITENVERHARDINGEN 90.00. buitenverhardingen - algemeen Algemeen SB 250 voor de wegenbouw versie 2.2 (Agentschap Wegen en Verkeer) geldt als referentiedocument bij de uitvoering van de buitenverhardingen. Er wordt verwezen naar volgende hoofdstukken van het SB 250 versie 2.2: Hoofdstuk 3: materialen Hoofdstuk 5: onderfunderingen en funderingen Hoofdstuk 6: verhardingen Hoofdstuk 8: lijnvormige elementen Voor het grondverzet gelden de bepalingen van hoofdstuk 10, artikel 10.40 grondverzet algemeen en onderliggende artikels. Alle handelingen en werken m.b.t. het grondverzet worden verrekend in de betreffende posten van 10.40. Er moet bijzondere aandacht uitgaan naar het aanhouden van de juiste peilen, zodat een vlotte afwatering naar het voorziene rioleringsstelsel gegarandeerd wordt. Als de aannemer bij het uitzetten van de peilen problemen vaststelt, zal hij de ontwerper hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen. 90.10. funderingen - algemeen De werken omvatten: de nodige afgravingen en afvoer van de overtollige grond de eventuele aanvoer van zuivere grond tot op het gewenste peil het vooraf effenen en waterpas maken van de grond het leveren en aanbrengen van de eventueel voorgeschreven folies en/of geotextielen het leveren, spreiden, effenen en verdichten van de voorziene funderingslagen tot het gewenste peil en samendrukbaarheid. De verwerking en controle gebeuren volgens het SB 250 hoofdstuk 5 Onderfunderingen en funderingen. De fundering wordt aangelegd op een vooraf voldoende geëffend en verdicht grondoppervlak, met de gewenste dwarshelling. Het vooraf effenen en verdichten van het grondoppervlak is inbegrepen. Na verdichting moet de gemiddelde dikte van de fundering minstens gelijk zijn aan de nominale dikte. De plaatselijke tolerantie op de dikte in min ten opzichte van de nominale dikte bedraagt 2,5 cm. Het verdichten en profileren van de funderingen gebeurt zo dat de oneffenheden gemeten met de rij van 3 meter, ten hoogste 1,5 cm bedragen. 90.25. verhardingen betontegels 90.25.10. verhardingen betontegels gerecupereerde tegels VH m2 plaatsing van buitenverhardingen d.m.v. betontegels met inbegrip van het bestratingbed, het invullen van de voegen en alle werken die ermee samenhangen: het voorbereiden van het draagvlak, verwijderen van puin, afval, vreemde stoffen,, het controleren van de hoogtepeilen, het aanbrengen van het legbed, het leveren, plaatsen en invoegen van de betontegels, het opkuisen en reinigen van de vloer met inbegrip van het verwijderen van vlekken van legmortel en voegspecie. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 123

meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte. Uitsparingen kleiner dan 1 m2 worden niet afgetrokken. De rand-, scheidings- en uitzetvoegen zijn inbegrepen. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke hoeveelheid (VH) De tegels worden gerecupereerd van de af te breken verhardingen. De uitvoering gebeurt volgens SB 250 hoofdstuk 6-3.6 en hoofdstuk 3-23.3.1. Bestratingsbed en voegvulling: De nominale dikte van de onderliggende straatlaag bedraagt na verdichting van de betontegels 5 cm. De betontegels worden geplaatst volgens SB 250 hoofdstuk 6-3.6 in een zandbed (zand voor keibestratingen) (volgens SB 250 hoofdstuk 6-3.6.1.3.A). Het materiaal voor de voegvulling is zand. Voegbreedte: circa 2 mm Legpatroon: kruisverband De verharding mag niet geplaatst worden wanneer vastgesteld wordt dat de temperatuur s morgens lager is dan 1 C of s nachts lager was dan -3 C en/of wanneer zoveel neerslag valt dat er gevaar bestaat voor uitspoeling. Alle verkeer is verboden gedurende de eerste 7 dagen na het aanbrengen van de verharding. Verbinding tussen verharding voor inkom G03 en omgeving zie plan. 90.30. lijnvormige elementen - algemeen 90.31. lijnvormige elementen - boordstenen Alle leveringen en werken voor de realisatie van de boord- en kantstroken, als randafwerking van de voorziene buitenverhardingen. De nodige graafwerken, het afvoer van de overtollige grond en een aangepaste fundering zijn inbegrepen. Keuring De boordstenen, in rechte lijn geplaatst, wijken maximaal 0,5 cm af ten opzichte van de rechte. De boordstenen in een bocht geplaatst hebben een vloeiend verloop. 90.31.10. lijnvormige elementen boordstenen/beton 90.31.11. lijnvormige elementen boordstenen/beton te recupereren uit omgeving VH m2 meeteenheid: per lopende m, ongeacht recht of gebogen van vorm. meetcode: netto uit te voeren lengte gemeten op de randlijn van de buitenbestrating aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Materialen De boordstenen worden gerecupereerd uit de af te breken verhardingen Specificaties Fundering: fundering en stut van schraal beton De uitvoering gebeurt volgens SB 250 hoofdstuk 8-1.2. De boordstenen worden geplaatst op en zijdelings onder een hoek van 45 aangewerkt met zandcement. De boordsteen wordt volledig ingegraven op bestratingsniveau. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 124

Overgang tussen gras en verharding Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 125

93. GROENAANLEG EN -ONDERHOUD 93.00. groenaanleg en onderhoud - algemeen Algemeen Voor de uitvoering van de groenaanleg wordt het Standaard Bestek 250 voor de wegenbouw van het agentschap Wegen en Verkeer als referentiedocument genomen, in het bijzonder hoofdstuk 3 Materialen, hoofdstuk 4 Voorbereidende werken en grondwerken en hoofdstuk 11 Groenaanleg en groenonderhoud. 141216_LEEW_AA_BESTEK.docx De voorbereidingen van het terrein (zuiveren, maaien) gebeuren volgens de bepalingen van SB 250 4-1.1.4.2 en 4-1.1.4.3. Het grondverzet gebeurt volgens artikel 10.40. en volgende. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is gebonden aan het decreet van 21/12/2001 dat een vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest vooropstelt. 93.10. grondbewerkingen - algemeen De grondbewerkingen omvatten de profielbewerkingen en werkzaamheden nodig voor aanleg van beplantingen en grasmatten. Eventuele zuiveringswerken die moeten uitgevoerd worden voor en gedurende iedere grondbewerking gebeuren volgens SB 250 4-1.1.4.2. en 4-1.1.4.3. De kostprijs hiervan is inbegrepen in dit artikel. Op machinaal niet bereikbare plaatsen wordt met de hand bijgewerkt. In de bewortelingszone van bomen en struiken wordt er minder diep gewerkt zodat de wortels niet beschadigd worden. VERMIJDEN VAN BODEMVERDICHTING Bij werkzaamheden voor groenaanleg of onderhoud moet iedere ongewenste bodemverdichting worden vermeden. De nodige maatregelen worden genomen, ondermeer om het draagvlak van machines zoveel mogelijk te verruimen (beschermplaten, ). Ook de rijroute van machines en voertuigen mag de verdichting van de grond niet in de hand werken. Er mag niet gewerkt worden in perioden met hevige neerslag of in en op een natte bodem. 93.12. grondbewerkingen egaliseren PM Het egaliseren of effenen van de grond met een egalisatiemachine tot een vlak grondoppervlak verkregen wordt. De bewerking wordt desnoods herhaald in alle richtingen om een vlak grondoppervlak te verkrijgen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de bezaaiing. Aansluiting tussen gebouw en omgeving 93.20. verwerking teelaarde - algemeen 93.21. verwerking teelaarde afkomstig van afgraving VH m3 Het verwerken van teelaarde omvat het spreiden, het profileren en het licht verdichten ervan, met inbegrip van het wegnemen van alle aangetroffen stenen met een afmeting van meer dan 50 mm, afval en grove plantaardige resten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 126

meeteenheid: per m3 meetcode: netto te verwerken volume aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) De teelaarde voldoet aan de bepalingen van SB 250 3-4.2. Overeenkomstig SB 250, 11-1.3. Het uitspreiden van de teelaarde mag slechts gebeuren na voltooiing van de uitgravingen, ophogingen en het uitvoeren van de profileringswerken. De dikte van de laag teelaarde moet na verdichten overal minimum 30 cm bedragen. Aansluiting tussen gebouw en omgeving De aansluiting tussen het gebouw en het omliggende terrein gebeurt in een zachte helling. Hiervoor wordt de grond gebruikt afkomstig van de afgravingen. 93.40. aanleg grasmatten - algemeen 93.41. aanleg grasmatten - door bezaaiing FH m2 De aanleg van grasmatten door bezaaiing omvat: het verdelen van het graszaad en het inwerken ervan; nazicht na 30 kalenderdagen; bijzaaien van plekken met slechte opkomst; herstel van kale plekken; het uitvoeren van de eerste twee maaibeurten en het afranden van de grasmat. meeteenheid: per m2 meetcode netto aan te leggen oppervlakte van de grasmat aard van de overeenkomst Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De soorten graszaden volgens SB 250 3-63, worden bij de zaadleverancier gemengd. Bij elke levering van graszaad is een certificaat van herkomst en echtheid gevoegd. De bepalingen van het SB 250 11-8.4.1.2 en 11-8.4.1.3 zijn integraal van toepassing. Keuring De keuring omvat: de voorafgaande technische keuring van de materialen; de controle na 30 dagen, na de tweede maaibeurt en bij de definitieve oplevering overeenkomstig de kenmerken van de uitvoering volgens SB250 11-8.4.1.2. Herstellingswerken Om te voldoen aan de kenmerken van de uitvoering volgens SB 250 11-8.4.1.2 moet de aannemer de plekken waar 30 dagen na het zaaien geen normale opkomst merkbaar is, opnieuw inzaaien met hetzelfde zaadmengsel. Daarenboven herstelt de aannemer vóór de definitieve oplevering de kale plekken en de plekken met enkel ongewenste gewassen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 1 juli 2014 127