HANDLEIDING NME EXCURSIES



Vergelijkbare documenten
De Groene Basis Excursieprogramma

Doe- pad Watertorenweg

Oude bomen. Opdracht 1 - Bijzondere bomen. Opdracht 2 De leeftijd van een boom meten. Benodigdheden

,:,- ::s (\') ., - n. -==-. (\) ==} (\) (\) (ih. (\) (h. b,. (\)

Visje,visje, in de sloot. Waterdiertjes vangen en bekijken

De Veluwe Opdrachten en Overzichten voor begeleiders

Opdrachten thema. Veluwe

2. Maak met de 4 buizen een vierkant op de grond. Dit is het zoekraam.

Volg de aanwijzingen en ontdek met de cijfercode wat de naam van de boom is. Onze boom heet :...

Rivierenhof. Ontdekkingstocht voor gezinnen

Lesbrief Bodemdiertjes favoriete voedsel

DE HERFST: KLEURRIJK SEIZOEN

4 Vind me dan. Achtergrondinfo Planten en dieren hebben allerlei manieren om niet op te vallen. Deze kunnen onderverdeeld worden in:

Doe- pad Watertorenweg. Achtergrond informatie voor de begeleider. Groep 5-6

Voorbereiding post 5. Iedere vogel zijn eigen plekje Groep

ONDERZOEKERS:...(vul je naam in) Volg de aanwijzingen en ontdek met de cijfercode wat de naam van de boom is. Onze boom heet :...

2 > Kerndoelen > Aan de slag > Introductie van de manier van werken > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

7-12 jaar Scharrelavontuur jaar Scharrelavontuur

Doe- pad Watertorenweg

Opdrachten thema. Veluwe

Opdrachten thema. Veluwe

DOCENT. Thema: Water BEESTJES IN DE SLOOT. groep 1 en 2. Stadshagen

Lesbrief Bodemdiertjes favoriete voedsel

De bedoeling van deze opdracht is om aandacht te besteden op de luchtjes op de boerderij.

Introductieles. Vogels in de klas. groep 5/6. Handleiding leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen

4-7 jaar Scharrelavontuur. 4-7 jaar Scharrelavontuur. Sterke geuren. Aardegeuren. Pluk een blaadje van een plantje.

Rivierenhof. Handleiding. Opgesteld door de domeinwachters. >> Ontdekkingstocht voor het 4, 5 en 6 leerjaar. Tjakkie de specht Ontdekt de Herfst

Werkblad Waterrapport 1 - Kleur van het water

Opdrachtkaarten Lente

Inleiding Doelgroep Relatieschema Opzet van de lescyclus Algemeen doel De doelstellingen...

inhoud 1. De mier 2. De teek 3. De regenworm 4. De pissebed 5. De hoofdluis 6. De vlieg 7. De mug 8. De vlo 9. Filmpje Pluskaarten Colofon

WATERKWALITEIT IN HET BEATRIXPARK

I NSECTEN 2. Kleine Beestjessafari

Een project van het IVN Veldhoven / Vessem voorjaar 2009

Ga je mee op watersafari?

GROEP 1-2. Wat valt er buiten te BELEVEN?!

Diertjes vangen en bekijken

Doel: De kinderen kunnen de verschillende kleine beestjes benoemen en kunnen aangeven hoe deze dieren leven.

Leerpad Natuurbeleving kleuters Lesduur: ca 60 minuten Bestemd voor groep 1/2/3 Sluit aan bij kerndoel: 39, 40a

Voorbereiding post 2. Veren maken de vogel Groep 1-2-3

Wriemelbeestjes. Aanwijzingen begeleider: Laat gevangen diertjes naderhand weer los.

Voorbereiding post 4. Heidespinsels Groep 1-2-3

Auditieve oefeningen bij het thema: Kriebelbeestjes

Voorbereiding post 5. Iedere vogel zijn eigen plekje Groep 1-2-3

Wriemelbeestjes. Als je een holletje gaat graven kom je kleine beestjes tegen. Kun jij kleine beestjes vinden als je in de bladhoop graaft?

NME-leerroute Kabouters in het Westerpark

inhoud blz. 1. Au! Dat prikt! 3 2. Stekels 4 3. Nacht 5 4. Op zoek naar eten 6 5, Egel, pas op! 7 6. Mensen 8 7. Het nest van de egel 9 8.

Natuur dagboek. Op ontdekking in je achtertuin

Kleine beestjes Tijdstip: Deze activiteit kan in de lente, zomer of herfst en door alle groepen gedaan worden.

Ideeën voor leerkrachten ter voorbereiding op de insectenwandeling door de Natuurtuin 't Loo

Aanbod NME voorjaar 2014

MINIDIERENSAFARI - veldwerkopdrachten met ongewervelden-

PLEINGEIN SPELENDERWIJS IN GESPREK OVER HET SCHOOLPLEIN

14 Speuren naar dieren Handleiding voor begeleiders 01

Ontdek je mee het leven in vijver en sloot? Zeg niet gewoon vis tegen een vis. Visinitiatie en Visdeterminatie voor de 3 de graad

NATUUR- EN MILIEU EDUCATIE ZWIJNDRECHTSE WAARD

Opdrachtenboekje. Waterkant

Het konijnenpad van Lars en Lineke. docentenhandleiding

Natuuractiviteiten voor Basisscholen 2013 / 2014

Alleen maar zand? Groep 1,2,3 en 4. Bodemproject van IVN Veldhoven Eindhoven Vessem voor de basisschool.

Voorbereiding post 3. Allemaal beestjes Groep 1-2-3

Veldonderzoek. Deel 1. Biologisch onderzoek. Onderzoek van het water van het Apeldoorns Kanaal.

Ontdekdoos Zaden. groep 5 en 6. docentenhandleiding

INSECTEN. werkboekje

Ontwerp je eigen superbijzondere dier

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

Natuurleerpad 8 tot 12 posten voor groep 3-4

Ontdekkingstocht voor gezinnen

Van eitje tot vlinder

Themawandeling Herfst

Naverwerking in de klas

inhoud Herfst 1. Het weer 2. Overal blad 3. Zaden 4. Paddenstoelen 5. De eekhoorn 6. De egel 7. Insecten 8. Vogels op reis 9. Filmpje Pluskaarten

Het boek van VISJE BLUB. Gemaakt door iedereen die op de foto staat

Docentenhandleiding Onderzoek Leefomgeving

Onderzoek op de Boerderij 2010 Buitenopdrachten

Het houden van een spreekbeurt

Werkblad: Vind me dan

Handleiding Leskist bomen groep 7

De kleine beestjesclub

Groep: 1-2 Lesduur: ± 1 uur Periode: september - oktober (Heksenpad) en april - juni Dora- en Diegopad

Voorbereiding post 2. Veren maken de vogel Groep 6-7-8

Wist je dat?... Overwintering van vlinders. Vragen. De vlinder. De levenscyclus..

Project: Zintuigen handleiding

SPREEKBEURT BIDSPRINKHAAN

SPREEKBEURT Vissengroep Harnasmeervallen

( DATUM) WAARNEMERS : SCHOOL:

Lesbrief Kikker viert de lente. Kikkertiendaagse: 21 t/m 30 maart Thema: Kikker viert de lente Leeftijd: voor kinderen van 3 tot en met 6 jaar

Basiscursus planten: Bladvormen. Klas:. Plantenpersnr: Namen van leerlingen: 1:..

MENU. Tekenevenement Tussen de lijnen = GROEI! 1. Help de boom - groep 1 t/m 4 (hoofdopdracht)

Opdrachten thema. Veluwe

Rivierenhof. Handleiding. Opgesteld door de domeinwachters. >> Ontdekkingstocht voor het 1, 2 en 3 leerjaar. Tjakkie de specht Ontdekt de lente

Thema Zintuigen. BSO in 2 nature Bushraft activiteit. info@in2nature.eu. stichting in2nature. info@in2nature.

DOCENT. Thema: natuur BOMEN BIJ MIJN SCHOOL. groep 3 en 4. Stadshagen

Blijde Wei. Lesaanbod

Transcriptie:

HANDLEIDING NME EXCURSIES Voor de excursievrijwilligers van de Stichting De Groene Basis

Inhoud Inleiding... 3 Algemeen... 3 Verantwoordelijkheden:... 4 Kinderboerderij-excursie Pronkepauw... 5 Kriebelexcursie... 7 Slootjesexcursie... 9 Schoolplein... 11 Natuurtuin excursie... 13 Vogelexcursie... 15 Wateronderzoek... 17 Herfstwandeling... 19 Stichting De Groene Basis maart 2015 2

Inleiding Deze handleiding NME-excursies van de Stichting de Groene Basis beschrijft in grote lijnen het verloop van de verschillende excursies. Het is een levend document waarin de nieuwste inzichten steeds verwerkt zijn. Op de website is aanvullende informatie te vinden zoals het verhaal van de pauw, de handleidingen voor de leerkrachten en de opdrachten bij de verschillende excursies. Algemeen Zes uitgangspunten bij het op-excursie-gaan: (bron: A. Lommers) Willen we de kinderen de kans geven om allerlei indrukken en ervaringen op te doen en daarbij op een speelse manier van alles te leren, dan zijn o.a. de volgende uitgangspunten en middelen van belang: 1 Het leggen van (lichamelijke) contacten met de natuur. Bijvoorbeeld: op je buik een dijk opkruipen om watervogels te bekijken, met blote voeten over het gras lopen (uitkijken voor hondenpoep), tegen een boom zitten; 2 Speelse elementen. Vooral voor jonge kinderen is een excursie al snel te serieus. Er zijn veel manieren om al spelend de natuur te verkennen, bijvoorbeeld: grote hopen dorre bladeren maken en dan omhoog schoppen, een hondsdraf-sliert lostrekken ( hondenstapjes ), kleefkruid op je jas hangen, ketting maken van madeliefjes, boompje verwisselen; 3 Alle zintuigen mee laten doen. Luisteren naar de natuurgeluiden, voelen, ruiken, proeven, kijken, maar ook de rest van het lichaam mee laten doen, zoals blazen, fluiten, sjouwen, trekken, duwen, allerlei manieren van voortbewegen. Bij het laten gebruiken van de zintuigen laten we de kinderen hun eigen ervaringen verwoorden. We zeggen dus niet dat een plantje naar pepermunt smaakt, maar laten dat de kinderen zelf onderzoeken en ervaren. Laat de kinderen hun waarnemingen vergelijken en benoemen, bijvoorbeeld: Waar ruikt dit plantje naar? Waar lijkt dat geluid op? Wat is er anders aan de vorm van deze bladeren, de kleuren, takken en twijgen, etc. 4 Het prikkelen van de fantasie. Waar lijken de wolken op, waar lijken de bomen op? Verzin samen met de kinderen namen, zowel biologische (kronkelaar, dropjesboom, e.d.) als eigennamen (Beer, Reus, Juffrouw Piekhaar, e.d); 5 Aandacht voor verbanden. Niet alleen het verband tussen het groen en de bebouwing, maar ook tussen natuur en geschiedenis, godsdienst, verkeer, aardrijkskunde, etc. Alles maakt deel uit van een geheel; 6 Het inzetten en trainen van de vaardigheden, die de kinderen op school hebben geleerd. Laat de kinderen meten, tellen, schatten, tekenen, vertellen, lezen, etc. Een goed hulpmiddel voor alle excursies is de praatstok: een zelfgemaakte mooie stok, of gewoon een tak die je ter plaatse hebt gevonden. Degene die de praatstok in handen heeft mag praten, en de rest luistert. Zo komt iedereen aan de beurt en praat niet iedereen door elkaar heen. Stichting De Groene Basis maart 2015 3

Verantwoordelijkheden: - De school schept de kaders waarin de NME-vrijwilligers met de kinderen inhoudelijk aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld, de leerkracht zorgt dat het benodigde lesmateriaal voorhanden is, let op een evenwichtige samenstelling van de groepen, en regelt de benodigde begeleiding per groep (bijv. ouders of onderwijsassistenten, géén oudere kinderen). - De verantwoordelijkheid voor de leerlingen tijdens de excursie wat betreft welzijn, gedrag en veiligheid, ligt bij de begeleiders van school en de leerkracht - De verantwoordelijkheid voor de inhoud van de excursies ligt bij de NME-vrijwilligers. - De eindverantwoordelijkheid voor de leerlingen ligt bij de school/leerkracht. - Het is de bedoeling dat de kinderen de opdrachten zelf uitvoeren, alleen als het nodig is kunnen de (groot)ouders de kinderen helpen. Excursie spelregels voor de vrijwilligers: - Verzamelen: ongeveer 10 minuten vóór de geplande tijd voor de hoofdingang van de school of op de geplande locatie. Op elkaar wachten! - Beginnen: op de geplande tijd als iedereen er is, tenzij anders is afgesproken. Vóór aanvang van de excursie onderling de taken verdelen (o.a. wie opent, wie sluit). - Afspreken: met elkaar en de leerkracht hoe lang een excursie duurt en waar je na afloop weer verzamelt. - Controleren: bij het afsluiten, dat excursiekisten compleet zijn!! - Evalueren: met elkaar na afloop van de excursie. Eventueel gewenste acties zonodig doorgeven aan Corry van Leeuwen. - Bij verhindering in principe zelf zorgen voor vervanging en dit aan degene waarmee je excursie zou lopen en aan Corry van Leeuwen doorgeven! - Mobieltjes aan en lijstje 06-nummers mee! - I.v.m herkenbaarheid, is het dragen van Groene Basis shirt en/of jas wenselijk. Stichting De Groene Basis maart 2015 4

Kinderboerderij-excursie Pronkepauw Groep 1/2 Tijdsduur ca 1 uur Begeleiding: 2 vrijwilligers en per 4-5 kinderen 1 begeleider van school Doel: spelenderwijs kennis laten maken met de dieren op Kinderboerderij Essesteijn, waarbij het gebruik van de zintuigen wordt gestimuleerd. Vooraf: - KOM OP TIJD!!! Alles klaarzetten kost 30-45 min. - Kijk rond/informeer waar welke dieren zijn (kan variëren!) en waar de kinderen in mogen. Voorbereiding: - Tafel en stoeltjes voor de kinderen onder de hooikap klaarzetten, bij kou of regen binnen in de stal. - De dozen met opdrachten, foto s pauw en pauwenveren op tafel uitstallen. De houten pauw in de deksel van de open pauwenkist plaatsen en vastmaken. - Een afvalemmer voor het dumpmateriaal (oneven jaren). - Afhankelijk van welke excursie wordt gedaan: klaarzetten bak met zand voor pootafdrukken, elektrobord, koe om te melken. - Opstapkrukjes in de stal neerzetten. - Buitendeur naar de WC openzetten. Vertellen als iedereen zit: - Welkom namens de pauw en de andere dieren. - Voorstellen: vrijwilligers en de Groene Basis. - Sommige medewerkers van de kinderboerderij beantwoorden graag vragen! - Verhaal meneer pauw naar doel spelletjes. (Het verhaal van de pauw staat op onze website, leerkracht heeft ter voorbereiding het verhaal gekregen). - Uitleg rol begeleiders (niet voorzeggen, kinderen stimuleren om te ontdekken, elke opdracht niet langer dan 10 min, groepje bij elkaar houden, LET OP DE VEILIGHEID). - Veel bij de dieren kijken (vertellen waar de dieren zijn, waar kinderen bij mogen). - Dieren worden graag geaaid. Maar als ze weglopen hebben ze daar geen zin in! N.b, waarschuwen: niet rennen, gillen of dieren achterna lopen (dieren schrikken daarvan). Stichting De Groene Basis maart 2015 5

De opdrachten: Er zijn twee excursies met verschillende opdrachten. Het ene jaar wordt de ene set opdrachten gebruikt, het andere jaar de andere. - Overleg met leerkracht: maximaal 6 groepjes van 4 á 5 kinderen - Per groepje een gekleurde kraal laten grabbelen. Dit is de kleur van hun veer (de kraal om een mouw doen). - Na elke opdracht: opdrachtkaart en alle doosjes/kistjes weer innemen en een oog in kleur van de opdracht op eigen veer laten plakken. Zo is aan de ogen te zien welke opdrachten al zijn gedaan en kan een nieuwe worden meegegeven. Tip: het kind die de kraal heeft de oog laten plakken, daarna kraal aan een ander doorgeven. - Als de kinderen bezig zijn: rondlopen en zonodig helpen bij de spelletjes. Één vrijwilliger blijft bij de kist (kan bij toerbeurt) - Ongeveer een kwartier voor eindtijd (check met leerkracht!) is de laatste opdrachtronde. Afronding: - na laatste opdracht kraal vragen en groepje hun veer af laten maken - handen wassen en schoenen vegen - kinderen gaan nog even allemaal zitten - afsluiten met mooie en blije pauw N.b. niet vergeten kleurplaten en folders mee te geven. Na afloop: Na elke groep: - ogen van de pauw halen - stoeltjes rechtzetten - neuzen poetsen (oneven jaren) - potjes paarse kist leegmaken (oneven jaren) - water voor de koe bijvullen Na laatste excursie van de dag: - doosjes controleren en kist inruimen - tafel en stoeltjes en overige materialen opruimen - geef je ervaringen door! Stichting De Groene Basis maart 2015 6

Kriebelexcursie Groep 3 Tijdsduur ca 1 uur Begeleiding: 1 vrijwilliger en 1 begeleider van school per ca 10 kinderen Doel: verwondering wekken over het bestaan, het uiterlijk en de manier van leven van insecten en andere kriebelbeestjes. Vooraf: Geschikte locatie in de buurt van de school zoeken (in de zon, met bloeiende planten en struiken, veilig). Verzamelen: In de klas. Materiaal: De leskist is door de school opgehaald. Vertellen (ca 10 min): Wie je bent, wat De Groene Basis doet en wat je van de begeleiders verwacht: meehelpen met het zoeken naar insecten en ander beestjes en de (veiligheid van de) kinderen in de gaten houden op weg naar en op de excursielocatie. Vertel globaal hoe de excursie gaat. Vraag de groep waarom we dit een kriebelexcursie noemen, hoe insecten er uit zien. Wat kriebelt er eigenlijk aan? Doet het pijn? Hoe zoekt een beestje eten? Waar zitten de ogen en waar zitten die bij een mens? Leg nadruk op de voelsprieten. Je kunt een kind laten voordoen hoe het beestje over de grond kruipt. Suggestie: teken met behulp van de kinderen een kriebelbeestje op het bord (bijv. mier, spin) Voor het naar buiten gaan: Ieder kind: - een diadeem met voelsprietjes. - een loep om de nek. Ieder groepje: - een plastic verzameldoosje. Jezelf: - één lakentje - 2 loeppotjes. Het kan handig zijn om een paar extra loeppotjes mee te nemen om bijzondere of vliegende insecten apart in te vangen en ter plekke te bekijken. Actie: Teken! - Laat de kinderen zelf zoeken en help ze met vangen. - Geef aanwijzingen bij het zoeken: waar gaat een insect zitten als hij het koud heeft? Waar maakt een spin haar web? Waar wonen de regenwormen? Hoe pak je een insect op? - Je kunt ook een struik boven het laken uitschudden. Stichting De Groene Basis maart 2015 7

Tip bij het vangen: beestjes gaan naar het licht! Na ongeveer 20 minuten verzamelen we bij voorkeur op de locatie om de diertjes op de lakens te bekijken en te bespreken. Stel vragen zoals: hoeveel pootjes, zijn het er meer dan zes? En de duizendpoot? Zijn er sprieten? - Durft iemand een worm over de hand te laten lopen? - Waar zijn de ogen van de slak? - Kijk ook naar wat anderen gevonden hebben. Enige wetenswaardigheden: - Een mierenvolk heeft één moeder: de koningin. De werksters en soldaten zijn steriel, de gevleugelde mieren vliegen allemaal tegelijk uit en vinden elkaar in de lucht. De bevruchte vrouwtjes overwinteren en stichten een nieuw volk in het voorjaar; de mannetjes sterven meteen na de paring. - Bij sommige spinnensoorten moet het mannetje heel voorzichtig zijn als hij op bezoek gaat bij een vrouwtje. Vrouwtjesspinnen eten graag mannetjes! - Sommige pissebedden maken een gepantserd balletje van zichzelf als ze in gevaar zijn. Die noemen we oprollertjes. - Steekmuggen hebben bloed nodig om eitjes te leggen, dus alleen de vrouwtjes steken. De larven zien we misschien volgend jaar wel bij de slootjesexcursie. - Een spin die je van je hand laat vallen spint een draad. -Een lieveheersbeestje op je hand kruipt alleen omhoog en vliegt vanaf hoogste punt weg. - Een oorwurm kan ook vliegen (die zie je ook wel eens op de was zitten als die buiten te drogen hangt); heeft 2 vleugels, die helemaal opgevouwen onder het schild zitten. Afsluiten: - De gevangen diertjes loslaten. - Bij voorkeur in de klas. - Laat plaatjes zien van de beestjes die gevangen zijn en vertel daar iets over. - Je kunt eventueel daarna een verhaaltje voorlezen uit het boekje van Ditte Merle, of bij tijdgebrek de juf vragen om eentje zelf in de klas voor te lezen. - Loepjes en diademen innemen, kist inruimen en controleren. Leerkracht vragen om vieze bakjes en loeppotjes schoon te maken. Stichting De Groene Basis maart 2015 8

Slootjesexcursie Groep 4 Tijdsduur ca. 1½ uur Begeleiding: 2 vrijwilligers en per 10 kinderen 1 begeleider van school Doel: Verwondering wekken en kennis opdoen over wat er in de sloot leeft. Verzamelen: In de klas. Materiaal: De leerkracht heeft de leskist, en emmers en schepnetten opgehaald. Vertellen: - Wie ben je, wat doet De Groene Basis. - Wat verwacht je van de ouders: opletten voor de veiligheid onderweg naar de sloot of vijver en in de buurt van het water. Hebben de kinderen allemaal een zwemdiploma? Attendeer de ouders erop dat de kinderen zelfstandig kunnen werken, dus alleen helpen waar nodig. Vertel globaal hoe excursie gaat. - Wat verwachten de kinderen aan te treffen in de sloot? Laat ze van alles opnoemen, van vissen tot kroos en van eenden tot oude fietsen. - Teken een dwarsdoorsnede van een sloot op het bord. Een ondiepe U, met waterplanten bij de oevers. - Vertel dat de vissen altijd in het diepste gedeelte, dus in het midden zitten. Er is dus weinig kans dat die worden gevangen, behalve babyvisjes die meteen weer terug in de sloot moeten omdat ze anders vrijwel direct doodgaan. - De diertjes die we wél kunnen vangen houden zich voornamelijk op tussen de waterplanten. - Vertel dat er allereerst water in het emmertje moet zitten. - Leg uit en doe vóór hoe je met het schepnet door het water moet scheppen: achtjes draaien en zorgen dat het netje helemaal uitstaat tijdens het scheppen. Laat zien hoe je de diertjes uit het netje het emmertje inwipt. Actie: Elk groepje van drie á vier kinderen krijgt een schepnet en een emmertje mee. De leskist ook meenemen. Eerst alleen maar kijken of er iets beweegt in de sloot. Door de kinderen wordt het emmertje half gevuld met zo schoon mogelijk slootwater. Stichting De Groene Basis maart 2015 9

Bij de sloot/vijver Laat nog een keer zien hoe het schepnet gehanteerd moet worden en hoe het geleegd wordt in de emmer zodat het water zo schoon mogelijk blijft: in netje boven de emmer zoeken naar beestjes en deze voorzichtig via je vinger in het water overbrengen of anders uit het netje in het water over laten wippen. Dus niet tussen je vingers proberen te pakken! Waterplanten en bladeren afzoeken naar beestjes en daarna direct terug in het water doen! De bedoeling is dat de kinderen later gaan uitzoeken hoe de verschillende diertjes heten, dus vertel nog niet teveel. Na maximaal een half uur: - alle emmertjes verzamelen bij de kist - met de leerkracht afspreken dat alle kinderen even ergens gaan spelen - de inhoud van de emmertjes over de verschillende witte bakken verdelen. In de doorzichtige bakken gaan bijzondere beesten zoals kreeft, waterschorpioen, geelgerande waterkever, staafwants. Wel even afdekken, sommige zoals staafwants kunnen vliegen!! - In de tussentijd kunnen de ouders de schepnetjes e.d omspoelen. - Verzamelen:de leerkracht en kinderen terugroepen, het gebruik van zoekkaarten en loeppotjes uitleggen: de diertjes zijn het beste zichtbaar als maar een bodempje water in het loeppotje zit - Uitdelen: aan elk groepje een bak, 2 loeppotjes en een zoekkaart. - Met het loeppotje scheppen ze de diertjes op om ze beter te bekijken en op naam te brengen. Eventueel hiermee helpen. - De bakken en emmers legen in de sloot/vijver, en omspoelen. Afsluiting op locatie: - Laat de platen zien en vertel de namen erbij. - Vertel nog iets over een diertje, bijv. de muggenlarve (vrouwtje steekt, heeft bloed nodig om eitjes te leggen, eitjes komen in het water uit, pop hangt aan het wateroppervlak en komt boven water uit als mug). - Afsluiting kan ook door b.v. met de kinderen te benoemen wat men heeft ontdekt en wat er nog opgezocht kan worden. - Vraag de leerkracht om alles na afloop schoon en droog te maken. Stichting De Groene Basis maart 2015 10

Schoolplein Groep 5 Tijdsduur 1 à 1½ uur Begeleiding: 2 vrijwilligers en de leerkracht Doel: kinderen bewust maken van de natuur in de directe omgeving van hun school Verzamelpunt: In de klas. Materiaal: De leerkracht heeft de leskist opgehaald. Voorbereiding: De kinderen werken in paren, ieder paar krijgt op een clipbord een set opdrachten (vier A-viertjes), te kopiëren door de leerkracht. Vertellen: Wie je bent, wat De Groene Basis doet. In de klas : - Dit is meer een onderzoekje dan een excursie. - Leg de opdrachten heel precies uit. - Demonstreer (evt. met een kind) hoe de hoogte van een boom gemeten kan worden (ondersteboven met de neus tussen de knieën naar de top van de boom kijken, dan het aantal grote stappen = meters meten vanaf dat punt tot aan de boom). - Een schorstekening lukt alleen als je één enkel velletje tegen de boom houdt! Voordoen op en ongelijke oppervlak. - Diertjes vangen: 2 van elke soort is voldoende om ze goed te kunnen bekijken! - De kinderen nemen per paar een eigen potlood mee naar buiten. - De kist ook mee naar buiten nemen. Buiten: Direct bij buitenkomen, - Hang de thermometer in de schaduw aan een boomtak of in een struik - Teken met stoepkrijt een grote windrichtingwijzer op de grond (kompas in de kist). - Ezelsbruggetje voor de windrichtingen: met de klok mee Nooit Op Zondag Werken. - De andere vrijwilliger geeft de kinderen het materiaal uit de kist dat ze nodig hebben. De kinderen hebben meestal de opdrachten al van de Stichting De Groene Basis maart 2015 11

leerkracht gekregen, anders opdrachten meegeven. Als de kinderen een doosje voor het kriebelbeestjes-opdracht komen halen, kun je even checken dat ze goed bezig zijn geweest en niet alles afgeraffeld hebben. Zoekkaart en loeppotje krijgen ze pas als ze klaar zijn met vangen. De kinderen werken zelfstandig (help indien nodig bij het zoeken en vangen van kleine diertjes). NB Het kan zijn dat er op de schoolplein niets te vinden is. In overleg met de leerkracht kan in de omgeving van de school verder gezocht worden. Afsluiten: - Materialen innemen, kist controleren. Leerkracht vragen vieze bakjes schoon te maken. - Alleen eventueel wat bijzondere diertjes mee naar de klas nemen, de rest vrijlaten. - In de klas de resultaten van de opdrachten globaal met de kinderen doornemen, zoals gemeten temperatuur, windrichting, hun boomschorstekeningen etc. Bij het bespreken van hun vangsten kun je de insectenplaten gebruiken. De afbeeldingen van mier etc. laten zien, eventueel assistentie vragen van kinderen om dit even vast te houden. Je kunt ook een verhaaltje van Ditte Merle voorlezen (of anders aan de juf vragen). Vraag de leerkracht of de boomschorskunstwerken in de klas opgehangen mogen worden. Stichting De Groene Basis maart 2015 12

Natuurtuin excursie Groep 6 Tijdsduur ca. 1 uur Begeleiding: 1 vrijwilliger en 1 begeleider van school per ca 10 kinderen Doel: verwondering wekken over planten, struiken, bomen en dieren die je in verschillende biotopen tegen kunt komen. Verzamelen: bij speelweide park Rusthout Voorbereiding excursie De boekjes van Ton Lommers, die in de afgelopen jaren aan onze vrijwilligers kado zijn gegeven, bieden een schat aan informatie over allerlei bijzonderheden die aan planten, bomen en struiken te ontdekken vallen. De boekjes geven ook talrijke andere leuke dingen die je in de natuur kan doen/beleven. Ter ondersteuning van deze natuurtuinexcursie is een overzicht gemaakt van alle voorkomende planten, bomen en struiken in de verschillende biotopen van Rusthout met hun bijzonderheden en een verwijzing naar de betreffende boekjes van Ton Lommers voor nadere informatie. Daarnaast is er ook een overzicht van doe-dingen die op verschillende plekken in Rusthout kunnen worden uitgevoerd. Deze doe-dingen zijn op kaartjes gezet om bij de excursie te gebruiken. Je mag zelf bedenken wanneer en hoe je de kaartjes inzet, maar houd er wel rekening mee dat sommige acties aan een bepaalde plek zijn gebonden! Bij de oude natuurtuinkaarten zit een plattegrond van Rusthout waarin de verschillende biotopen staan aangegeven. Deze plattegrond is ook op A4-formaat beschikbaar. Maak vooraf een rondje door Rusthout om te kijken wat waar te ontdekken/ te doen valt. Mee te nemen: set kaartjes met doe-dingen en stethoscoop, loeppotjes, kompas, bosparfumdoosjes, hemelogen, verzamelbakjes, papier voor kleuren met planten, (blind)doek, plastic zak(ken). Eventueel: zoekkaarten voorjaarsbloeiers, algemene planten, boombladeren Vertellen: - Wie je bent en wat De Groene Basis doet. - Wat je van de ouders verwacht: enthousiast meekijken, meedoen. De kinderen van hun groepje in de gaten houden en zo nodig tot de orde roepen. - Uitleggen wat je gaat doen. Waarom heet het hier een natuurtuin? Actie: We nemen de kinderen mee op ontdekkingstocht door de verschillende biotopen van Rusthout. Daarbij laten we ze allerlei bijzonderheden ontdekken aan planten, struiken en bomen die we daar tegenkomen, zoals: Stichting De Groene Basis maart 2015 13

- brandnetels zijn eetbaar (hoe maak je een snoepje zonder je te prikken) - stinkende gouwe bevat geel melksap (kun je mee verven, ook goed tegen wratten) - weegbree heeft verticale nerven (breek blad voorzichtig en zie dat de nerven intact blijven) Daarnaast besteden we ook aandacht aan dieren (of sporen van dieren) die we tegenkomen. Denk daarbij aan: vogels, insecten, waterdieren, bladvraat, eieren, poepjes, etc. We stimuleren de kinderen al hun zintuigen te gebruiken. Dus niet alleen kijken, maar ook ruiken voelen, proeven en horen. Elke vrijwilliger heeft een set kaartjes met speciale doe-dingen. Hiermee kunnen de kinderen op uiteenlopende manieren extra worden gestimuleerd tot actief natuur beleven, zoals: - kijken naar figuren in wolken - rollen van de helling - bosparfum maken, - springen op een veenlaag - etc Aandachtspunten excursie: - niet alleen planten, bomen en struiken, maar ook aandacht voor dieren - afwisseling door een mix van natuur- en algemene doe-dingen (kaartjes) - kinderen zoveel mogelijk zelf laten ontdekken (afspraken maken over plukken!) - stimuleer het gebruik van verschillende zintuigen (zien/ horen/ voelen/ proeven) - zo min mogelijk weetjes, vooral ervaren wat is - stel open vragen zoals: wat valt je op?, waar ruikt dit naar?, hoe voelt dit? - kinderen soms laten samenwerken (duo s) N.b! Pas op! Plantensappen of brandharen kunnen irritatie geven in ogen, op slijmvliezen en de huid. Denk bijvoorbeeld aan de brandnetel, Kaukasische berenklauw en stinkende gouwe. Stichting De Groene Basis maart 2015 14

Vogelexcursie Groep 7 Tijdsduur: ca. 1,5 uur Begeleiding: 1 vrijwilliger en 1 begeleider van school per ca 10 kinderen Doel: kinderen laten kennismaken met de vogelwereld en leren een verrekijker te gebruiken. Verzamelen: Op afgesproken locatie (Laarzenpad: parkeerterrein aan het eind van de Tuinenlaan, of Starrevaartplas: parkeerterrein bij de brug over de A4) Kijk steeds op het rooster voor de startplaats! Materiaal: 3 kisten met verrekijkers, vogelkaarten en snavelknijpers (zie op het rooster wie de kisten meeneemt). Neem mee: Snavelplaat als je die hebt, vogelkaart (evt. vogelboek) en een veer. Voorbereiding: De groep heeft op school de CD met vogelgeluiden bekeken en beluisterd. Start: Bij de auto CD met vogelgeluiden aan de leerkracht terugvragen, en de kijkers aan iedereen uitdelen. Er zijn een aantal kijkers voor brillendragers, en anders rand oculair terugbuigen. Let op! Kijkers altijd om de nek!. Vertellen: - Wie je bent, wat De Groene Basis doet. - Wat je van de ouders verwacht: actief en enthousiast meedoen, eventueel met de verrekijkers helpen; de kinderen in de gaten houden en zonodig tot de orde roepen. - Leg uit: collectief of per groepje hoe de kijker werkt en dat het wat oefening vergt om er mee om te gaan: 1. Oculairs op nul zetten 2. Kijkers op oogwijdte afstellen (streep in midden verdwijnt) 3. Scherpstellen (op voorwerp veraf en dichtbij) Stichting De Groene Basis maart 2015 15

Onderweg: - Vraag of de groep nog iets heeft onthouden van de vogelgeluiden. - Om de kinderen alvast een opdracht te geven, stel je voor dat elk kind een eigen vogel onthoudt en kijkt hoe vaak die vogel gehoord of gezien wordt. - Tijdens het speuren naar vogels zijn niet zozeer de namen belangrijk, als wel dat er veel verschillen zijn. - Laat wel minstens twee vogelgeluiden leren herkennen (tjiftjaf en winterkoning bijvoorbeeld). - Maak ze attent op het belang van rustig te lopen en zachtjes te praten (NB zelf ook bewust je stem dempen!) - De knijpers kun je gebruiken (al dan niet in geval van nood: weinig vogels te zien/horen) om ze te laten proberen een nest te bouwen van takken. Daar heeft de vogel ook alleen maar zijn snavel voor. Is best moeilijk. - welke soorten vogels denk je dat hier voorkomen: water-, weide-, roof-, bosvogels. (Weidevogels zitten vaak op de Starrevaartplas, weide genoeg in de buurt). - Waarom zingen vogels en doen ze dat het hele jaar door? Waarom is het mannetje mooier (meer gekleurd) dan het vrouwtje? Vrouwtje mag niet opvallen als ze op het nest zit. - Waar dienen de veren voor? Ze houden de vogel droog en warm en helpen bij het vliegen. Ik laat ze proberen de veer uit elkaar te trekken en de randjes met weerhaakjes voelen. Daarom poetsen ze steeds hun veren, watervogels smeren er dan ook nog vet op, behalve de aalscholver. - De snavelkaart kan je gebruiken om te laten zien dat iedere vogel eet zoals ie gebekt is. Een reigersnavel heeft stootkracht, net als de kraaiensnavel. De vink kraakt knoppen, noten en zaden, net als de parkiet en de pimpelmees heeft een piepklein precisie-instrumentje voor de het priegelwerk. De merel heeft een pincet waarmee hij wormen in de houdgreep neemt en de scholekster steekt zijn gevaarte diep in de grond om met de uiteinden naar larven te zoeken. Roofvogels als de buizerd doden met hun poten en gebruiken hun snavel om stukken te snijden. - Bij een paar soorten snavels kan je vragen wat die vogel eet. En vraag naar een voorbeeld van een vogel met zo'n snavel. - Zoek sporen van vogels. Afsluiten: - Kijkers en snavelknijpers weer innemen. - Aantal controleren, en in de kisten bergen. - Een vrijwilliger neemt de CD mee terug (van te voren afspreken wie) en brengt die naar het Groene Basis secretariaat. Stichting De Groene Basis maart 2015 16

Wateronderzoek Groep 8 Tijdsduur: ochtend, inclusief het waterrapport Begeleiding: 3 of 4 vrijwilligers en de leerkracht Doel: interesse wekken in het doen van (natuur)onderzoek d.m.v. het meten van waterkwaliteit. Verzamelpunt: In de klas. Materiaal: De leerkracht heeft de leskist gekregen en de formulieren gekopieerd. Ieder groepje van ca 2 kinderen krijgt 1 exemplaar van de formulieren (max 16 groepjes) Vooraf met leerkracht afspreken dat de kinderen pauze hebben als zij met de opdrachten klaar zijn. Na de pauze doen we de evaluatie. Vertellen: Wie je bent, wat De Groene Basis doet. Wat je hier vertelt moet kort zijn: max. 10 minuten. De rest kan buiten worden verteld. Uitleggen: Wat de bedoeling is, dat de scholen in Leidschendam-Voorburg meewerken aan dit wateronderzoek, elk jaar weer. Steeds wordt dezelfde sloot of vijver onderzocht. Op deze manier kunnen we de kwaliteit van het water in de sloten en vijvers in de gaten houden. Globaal vertellen hoe de ochtend is ingedeeld. In grote lijnen bespreken wat de opdrachten inhouden, dat ze verschillende aspecten van waterkwaliteit meten. Nadruk op het belang van het netjes uitvoeren van de opdrachten! Leg uit dat ze steeds eerst de opdracht helemaal van begin tot einde door moeten lezen voordat ze de materialen uit de kist krijgen en aan de proef beginnen. Alles wordt stap voor stap uitgelegd, ze moeten de opdrachten dan ook stap voor stap uitvoeren. Stilstaan bij het uitvoeren van de chemische proefjes: in de buurt van de kist, met aandacht voor veiligheid. Er zijn 10 opdrachten. Er is niet genoeg tijd om iedereen alle opdrachten te laten doen. Dat is ook niet nodig. Voor een goede evaluatie, is het wenselijk dat iedere opdracht door tenminste 3 groepjes wordt uitgevoerd. Klassen in 16 groepjes indelen. De helft van de groepjes begint met waterdiertjes zoeken en identificeren, terwijl de rest de andere opdrachten uitvoert. Na ca 30 minuten, ruilen. Stichting De Groene Basis maart 2015 17

Naar buiten: De hele kist gaat mee naar buiten, alsmede de schepnetten, de emmers en de stokken met thermometer, secchischijf en zeef. Actie: Bij het water krijgt elk groepje één opdracht (opdrachtkaart meegeven). Ze moeten na het lezen van de opdracht de materialen opvragen en niet zelf pakken!. Als een groepje klaar is, krijgt het pas weer een nieuwe opdracht mee als al het oude materiaal inclusief opdrachtkaart is ingeleverd. De kinderen houden zelf bij welke opdrachten ze al hebben gedaan. Het zoeken naar waterdiertjes aan slootkant uitleggen: 2 keer achtjes draaien per persoon om kleine beestjes (geen visjes!) te vangen, beestjes in bak met schoon slootwater wippen, daarna identificeren, plant materiaal meteen terug in de sloot. Tenminste één vrijwilliger blijft permanent bij de kist i.v.m. het uitdelen van de materialen en de chemische proefjes, die dan ook in de buurt van de kist moeten worden gedaan. De groepen met de chemische proeven delen materialen, zoals de schaar. Opletten dat de voorraaddoos met ph- papiertjes niet nat wordt!!! Tip: Wanneer er even geen nieuwe opdracht voorhanden is kan de plattegrond gemaakt worden (opdracht 1). Laat in een extra formulier alvast een plattegrond tekenen t.b.v. het waterrapport. Afsluiten: - Materialen schoon innemen, kist inruimen en de inhoud van de kist controleren aan de hand van de lijst. - Aantal schepnetjes e.d controleren. - Eén vrijwilliger kan in de klas met de kinderen het waterrapport maken, de overigen kunnen dan desgewenst weg. Vraag wat de kinderen aan waarden hebben gevonden en noteer het gemiddelde (kan digitaal, usb-stick in kist). De kinderen kunnen de gemiddelde resultaten van proeven die ze zelf niet gedaan hebben in hun eigen waterrapport bijschrijven. Planten en dierennamen allemaal opschrijven of aankruisen. Leg de betekenis uit van de resultaten. Laat de kinderen conclusies trekken. - Vergelijk de resultaten met vroegere overzichten voor zover aanwezig. Neem het plattegrond/ingevulde rapport voor Corry mee of leg het in de kist. - Na afloop de leerkracht vragen de gebruikte spullen schoon en droog te maken. Evt.tekorten melden! (briefje in kist of via secretariaat) Stichting De Groene Basis maart 2015 18

Herfstwandeling Groep 5 Tijdsduur ca 1 uur Begeleiding: 1 vrijwilliger en 1 begeleider van school per ca 10 kinderen Doel: herfst ontdekken, ontwikkelingen van planten en bomen in de herfst. Meenemen: - Herfst opdrachtenkaartjes, - 3 blinddoeken, - oud theedoekje of lakentje, - evt. loeppotje, - spiegeltje, etc. Verzamelpunt: Op locatie of buiten op het schoolplein. Kijk altijd op het rooster wat er met de school is afgesproken. Vertellen: Wie je bent, wat De Groene Basis doet en wat je van de ouders verwacht: actief meedoen en alle kinderen in hun groepje in de gaten houden (veiligheid!) en zo nodig tot de orde roepen. Verdeel de klas in zoveel groepjes als er vrijwilligers zijn. Actie: - Laat de kinderen praten over de herfst: wat er bijzonder is aan de herfst, dat de dagen korter worden, de bomen vruchten dragen of hun blad al verliezen, dat het kouder wordt, dat de trekvogels vertrekken, de insecten een warm plekje zoeken, etc. - Laat de kinderen om de beurt een opdracht of een vraag uit je stapeltje herfstkaartjes trekken. Kies zelf een geschikt moment voor opdrachten zoals een minuut stilte, een boom uitbeelden of het blinddoekspel. Bij deze excursie wordt bij uitstek met de zintuigen gewerkt. Natuurlijk let je altijd op hondenpoep, maar er is niets op tegen om lekker op je rug in het gras te gaan liggen. Stimuleer de kinderen om hun handen te gebruiken, laat ze een regenworm op hun hand voelen, voelen of de boomstammen warm of koud, droog of vochtig zijn, etc. Bij de ruikopdracht kun je zelf verschillende blaadjes en kruiden aanbieden (als je wat kunt vinden). Stichting De Groene Basis maart 2015 19

Let er op dat je de kaartjes met opdrachten niet alleen maar als nood hulpmiddel gebruikt. Natuurlijk is het heel goed om ook buiten de opdrachten om allerlei zaken te ontdekken, maar probeer te vermijden dat je te veel gaat vertellen en daarmee de kinderen belet zelf actief met de natuur en de herfst bezig te zijn. Voor verdere ideeën zie het boekje Schrikdraad van Ton Lommers. Tip: ongeïnteresseerde kinderen serieus nemen en iets belangrijks laten doen, bijv. tas dragen. Als de groep druk is, laat ze een stok zoeken of een hoop bladeren maken. Afsluiten: Gevonden bladeren en vruchten mogen mee naar de klas. De kinderen kunnen er met de leerkracht verder mee werken, bijv. natekenen, vormen vergelijken, versieringen maken, ontleden Een paddenstoel kan zonder steel op een papier (donker papier als je lichte sporen verwacht) gelegd worden, de volgende dag is een sporenpatroon te zien. Aandacht voor teken! Stichting De Groene Basis maart 2015 20