1 Instructie Stabiliteitsmeter Toon Pennings en Hans Meij, Nederlands Jeugdinstituut Aan de slag Met de Stabiliteitsmeter krijgt u inzicht in de structurele kwaliteitskenmerken van de groep: de groepsgrootte, de staf-kindratio, de groepsstabiliteit en de stafstabiliteit. Meer informatie hierover vindt u in deel II, handleiding 3 van de NCKO-Kwaliteitsmonitor. U vult met het programma op uw computer gedurende een week gegevens in over de bezetting van pedagogisch medewerkers en kinderen op de groep. Het programma berekent dan automatisch de gewenste structurele kwaliteitsmaten. Als u de Stabiliteitsmeter opent komt u automatisch bij het formulier om uw gegevens in te vullen (het werkblad). Onder aan het scherm ziet u dat het programma naast het werkblad nog een aantal onderdelen bevat die u kunt openen. Dit doet u door op een van de volgende tabjes te klikken: INSTRUCTIE GRAFIEK CONTACTEN GRAFIEK STABILITEIT HELP Hier staan aanwijzingen voor het invullen, opslaan en printen van het werkblad. Ook vindt u hier de betekenis van de gebruikte afkortingen en kleuren op het werkblad. Als u het werkblad hebt ingevuld, ziet u hier een grafiek van de contacten van elk kind in de groep met kinderen van dezelfde leeftijd, en met oudere en jongere kinderen. Als u het werkblad hebt ingevuld, ziet u hier een grafiek van de stabiliteitsindex van elk kind met de groep kinderen van dezelfde leeftijd. Hier vindt u informatie over wat u kunt doen bij technische problemen. 1 De Stabiliteitsmeter is ontwikkeld door het Nederlands Jeugdinstituut en maakt onderdeel uit van de NCKO-Kwaliteitsmonitor (2009).
Help Voor technische vragen en opmerkingen over de Stabiliteitsmeter kunt u contact opnemen met: Toon Pennings Nederlands Jeugdinstituut 030-2306872 t.pennings@nji.nl Twee problemen die zich mogelijk kunnen voordoen, kunt u gemakkelijk zelf oplossen: Het kan voorkomen dat u bij het openen van de Stabiliteitsmeter niet alles op het scherm te zien krijgt. In dat geval dient u via het Windows Configuratiescherm de resolutie van de monitor in te stellen op 1024 x 768. Het kan voorkomen dat de rode knoppen op het werkblad niet werken. In dat geval dient u in het menu (bovenste regel) naar Extra - Macro - Beveiliging te gaan om het Beveiligingsniveau op Gemiddeld te zetten. Als u daarna het programma opnieuw opstart, wordt een vraag over de macro s gesteld. Klik dan op macro s inschakelen.
Instructie Invullen van het werkblad Op het werkblad kunt u alleen de witte gedeeltes invullen, de rest is beveiligd. locatie groep datum kind geboortedat. ma vr pedag. medewerker Vul hier de naam van de locatie in. Vul hier de naam van de groep in. Vul hier de datum van invullen in. Vul hier de namen van de kinderen in. Vul hier de geboortedata van de kinderen in. Vul hier een 1 in als het kind of de pedagogisch medewerker aanwezig is op die dag. Ook bij aanwezigheid van een halve dag, vult u een 1 in. 2 Vul niets in als het kind of de pedagogisch medewerker niet aanwezig is op die dag. Vul hier de namen van de pedagogisch medewerkers in. Opslaan van het werkblad Om met de Stabiliteitsmeter te werken kunt u ook een kopie van het (nog niet ingevulde) bestand van de cd-rom naar de harde schijf van uw computer maken. U kunt dan voortaan rechtstreeks vanaf de harde schijf van uw computer werken zonder dat u de cd-rom nodig hebt. Het originele bestand is beveiligd en kan alleen worden opgeslagen onder een andere naam, nadat u ermee gewerkt hebt ( Opslaan als ). Kies hiervoor bijvoorbeeld de naam van de groep en de datum. Een eenmaal opgeslagen bestand kunt u later altijd weer openen, wijzigen en opslaan. Printen U kunt het werkblad printen door op de rode knop Printen te klikken en vervolgens bovenaan op het scherm op Afdrukken (of op Sluiten in geval dat u alsnog besluit niet te printen). Als u een grafiek wilt printen, klikt u op het werkblad eerst op de rode knop van de betreffende grafiek ( Grafiek contacten of Grafiek stabiliteit ). U krijgt nu de grafiek te zien. Vervolgens klikt u op de knop Printen en dan bovenaan op het scherm op Afdrukken (of op Sluiten in geval dat u alsnog besluit niet te printen). Printen via het menu boven aan het scherm wordt afgeraden, omdat dan automatisch ook alle onzichtbare onderdelen van het programma worden afgedrukt op lege vellen. 2 De Stabiliteitsmeter maakt geen onderscheid tussen aanwezigheid van een halve dag en een hele dag. Naarmate er meer en vaker kinderen en pedagogisch medewerkers halve dagen aanwezig zijn, levert het gebruik van de Stabiliteitsmeter gegevens op die minder nauwkeurig zijn.
Legenda Voor de overzichtelijkheid worden op het werkblad verschillende kleuren gebruikt. Elke kleur heeft een eigen betekenis: Wit Blauw Oker Rose Groen Geel Rood Invulvakjes Individuele scores per kind of pedagogisch medewerker Individuele scores per kind in relatie tot leeftijdsgroepen Totaal van een kolom Gemiddelde van een kolom Structurele kwaliteitsmaten van de NCKO-Kwaliteitsmonitor knoppen om gedeeltes van de invoer uit te vegen of andere functies, zoals printen, op te roepen Op het werkblad staat ook een aantal afkortingen. De betekenis van deze afkortingen is: ma - vr lft aanw N kk N j N z N o SI kk SI j SI z SI o N pm SI pm N kk aant perc Dagen van de week Leeftijd van het kind in maanden Aantal dagen dat het kind of de pedagogisch medewerker deze week aanwezig is Aantal kinderen dat het kind deze week ontmoet op de groep Aantal jongere kinderen dat het kind deze week ontmoet op de groep (meer dan drie maanden jonger) Aantal kinderen van dezelfde leeftijd dat het kind deze week ontmoet op de groep (binnen drie maanden jonger of ouder) Aantal oudere kinderen dat het kind deze week ontmoet op de groep (meer dan drie maanden ouder) Individuele groepsstabiliteitsindex van het kind met alle andere kinderen in de groep Individuele stabiliteitsindex van het kind met jongere kinderen in de groep (meer dan drie maanden jonger) Individuele stabiliteitsindex van het kind met kinderen van dezelfde leeftijd in de groep (binnen drie maanden jonger of ouder) Individuele stabiliteitsindex van het kind met oudere kinderen in de groep (meer dan drie maanden ouder) Aantal pedagogisch medewerkers dat het kind deze week ontmoet Individuele stafstabiliteitsindex van het kind Aantal kinderen dat de pedagogisch medewerker deze week ontmoet Aantal Percentage
Toelichting op de scores We geven hier voor de belangrijkste scores die met behulp van de Stabiliteitsmeter worden verkregen een korte toelichting. Dit doen we aan de hand van de vier structurele kwaliteitsmaten van de NCKO-Kwaliteitsmonitor. Groepsgrootte De groepsgrootte wordt berekend voor elke dag van de week. De Stabiliteitsmeter checkt zelf of de groepsgrootte binnen de gestelde regels blijft. Als dit niet zo is, komt er rechts onderaan op het werkblad een melding. Als u zo n melding krijgt kunt u het aantal kinderen in de groep terugbrengen of misschien over de dagen heen anders indelen. De Stabiliteitsmeter geeft ook aan of het aantal kinderen in de groep dat jonger is dan één jaar binnen de regels blijft. Staf-kindratio De staf-kindratio wordt eveneens per dag berekend. De Stabiliteitsmeter checkt of het aantal pedagogisch medewerkers ten opzichte van het aantal kinderen conform de regels is. Als dit niet zo is, komt er een melding. U kunt in dat geval het aantal kinderen in de groep terugbrengen of misschien over de dagen heen anders indelen, of u kunt de inzet van pedagogisch medewerkers verhogen. Groepsstabiliteit De meest omvattende maat hiervoor is de groepsstabiliteitsindex. Een lage score wijst erop dat kinderen maar weinig mogelijkheden hebben om vertrouwd te raken met de andere kinderen in de groep. Hoe dit eruitziet voor elk kind afzonderlijk kunt u zien aan de individuele groepsstabiliteitsindex. Ook kunt u zien of een kind voldoende mogelijkheden heeft om vertrouwd te raken met kinderen van zijn eigen leeftijd. Suggesties voor het verhogen van de groepsstabiliteit vindt u in de NCKO-Kwaliteitsmonitor, deel II, handleiding 3. Stafstabiliteit De meest omvattende maat hiervoor is de stafstabiliteitsindex. Een lage score wijst erop dat kinderen maar weinig mogelijkheden hebben om vertrouwd te raken met de pedagogisch medewerkers. Hoe dit eruitziet voor elk kind afzonderlijk kunt u zien aan de individuele stafstabiliteitsindex. Suggesties voor het verhogen van de stafstabiliteit vindt u in de NCKO-Kwaliteitsmonitor, deel II, handleiding 3.