Beginnen met de Casio fx-cg20 - Korte uitleg van de meest gebruikte knoppen en functies - De knoppen De belangrijkste menu s Navigatie door de mappen Auteur: Tim Bebensee Vertaling en bewerking: Wouter Vonk Casio Benelux B.V. Juni 2012
De knoppen Functietoetsen: F1 F6 Variabele toets: X, Θ, T Menu & EXIT EXE toets Pagina 2
Belangrijke toepassingen voor berekeningen voor het oplossen van vergelijkingen voor grafische weergave voor statistische berekeningen (Statistiek) Pagina 3
Mappenstructuur Hoofdmenu Met de cursortoetsen & l komt u in een gewenste toepassing. Met L & p komt u in de SET UP. Met d gaat u weer terug. Hierbij worden instellingen automatisch opgeslagen!! 5 p L & p Toepassing d SET UP Pagina 4
Menustructuur - Navigatie Opdrachten worden met de F-toetsen gekozen. q - u Bij diverse menu-items zijn er verdere keuzemogelijkheden! Pagina 5
Initialisering h Het instellen van de gebruikersnaam: System toepassing u volgende scherm w Gebruikersnaam 06-nummer is handig! Pagina 6
Run-Matrix-toepassing Berekeningen, matrices
Basisbewerkingen Standaard werkt de FX-CG20 met natuurlijke invoer. Raak vertrouwd met de in- en uitvoer-formats van de FX-CG20. Indien mogelijk geeft de FX-CG20 een exacte uitkomst weer. Deze uitkomsten zijn met de x toets om te zetten. q w JUMP Zet de cursor aan het begin (TOP) of eind (BOTTOM) van een beeldschermweergave. Met PageUp en PageDown bladert u door de schermen. DELETE U kunt een regel wissen (DEL-LINE) of het gehele scherm (DEL-ALL). Pagina 8
Natuurlijke invoer (Natural Display) De FX-CG20 gebruikt de natuurlijke invoer en de natuurlijke weergave. Voor het werken met de natuurlijke invoer zijn er talrijke sjablonen, lijkend op de bekende formule editors. Rekenen met breuken: z Breuken Z Gemengde breuken Wortels & machten: Met de overeenkomstige rekentekens worden de sjablonen automatisch geactiveerd. Uitkomsten omzetten: Met de x toets kunnen uitkomsten worden omgezet/geconverteerd. In de praktijk: meteen x. Pagina 9
Bewerkingen Verdere berekeningen krijgt u met de i toets: Berekent u in de RUN toepassing: Opgave d x 2 x x ( + ) = 3 dx 1 1 dx x + 1 0 17 ofwel 17 C 8 8 x 2 2x = 0 sin( x) = cos( x) TIPS Met $ komt u in het volgende veld. Vergelijk uw uitkomst met ln(2). Gebruik ncr en toets daarmee 17C8 in. Los op met de SolveN opdracht. Los op met de SolveN opdracht. 7 0,6931471806 24310 { 0,2}... Pagina 10
Natuurlijke invoer - MATH Onder de knop MATH r vindt u regelmatig gebruikte bewerkingen: Als u zich in een submenu bevindt, gebruikt u de d toets, tot u weer op het hoogste niveau terug bent gekomen. r MAT logab Abs d/dx / d²/dx² dx ( matrices logaritmen vrij te kiezen grondtal absolute waarde afgeleide / tweede afgeleide integraal sommaties Pagina 11
Graph-toepassing Functieplotter, grafisch oplossen
De Graph-toepassing Het overzicht scherm van de Graph-toepassing staat de invoer van meerdere functies toe, die geplot kunnen worden. Voer de functie y=x 2 +2x-1 in. Voor de variabele gebruikt u f Sla de invoer op met l Plot nu met u Pagina 13
Het grafiekenoverzicht scherm In het overzicht scherm van de Graph-toepassing definieert u functies en slaat deze op, die (indien gewenst) geplot moeten worden. q w e r y u SELECT Functies selecteren die geplot moeten worden. DELETE Functies wissen. TYPE Functietype instellen (y=; parametervoorstelling; etc.). TOOL Stijl instellen / geheugen / standaardgrafieken. MODIFY Het aanpassen van parameters (bijv. A sin x). DRAW Geselecteerde functies plotten. Pagina 14
Mogelijkheden in het grafiekenscherm Nadat de grafiek met u (DRAW) geplot is, kunt u kiezen uit de volgende opties in het grafiekenscherm. Met L krijgt u toegang tot de volgende opdrachten: q TRACE w ZOOM e V-WINDOW r SKETCH y G-SOLV u G T (volgen) (vergroten/verkleinen) (vensterinstellingen) (tekenen w.o. raaklijn) (grafisch oplossen) (grafieken- / invoerscherm) Pagina 15
Mogelijkheden met grafieken Probeert u: TRACE Door de invoer van een waarde, kunt u precies naar de gewenste plaats op de grafiek gaan. Met EXE kunt u coördinaten markeren. SKETCH Teken een raaklijn (verander, indien nodig eerst de instelling bij Derivative in de Setup). Bepaal de vergelijking. G-SOLV Bereken de snijpunten van twee grafieken. (volgende dia) Pagina 16
Mogelijkheden met grafieken Probeert u ook nog: Voer ook de functie y=2x+3 in. Sla de invoer op met l Plot nu met u Bepaal (grafisch) de snijpunten Pagina 17
Ongelijkheden Ook ongelijkheden zijn uit te beelden Voorbeeld: e (TYPE) Kies het type Y Voer nu de volgende ongelijkheden in: Y X Y X 2-2 u (DRAW) Laat de grafieken plotten. Pagina 18
Familie van krommen Functies met parameters Parameter als Lijst: U kunt de parameter voor de functie als lijst invoeren. Gebruik hiervoor accolades. MODIFY: In het grafiekenoverzicht scherm kunt u in plaats van DRAW ook MODIFY kiezen. Nu zijn de waarden voor meerdere parameters real-time wijzigen. Pagina 19
Statistiek-toepassing Lijsten, gegevens, regressie
Statistiek De statistiek-toepassing is er voor het rekenen met, bewaren van en bewerken van lijsten. Gegevens worden in de lijsten ingevoerd. Statistische berekeningen kunnen worden gemaakt. De waarden kunnen als grafiek worden weergegeven. Er kan regressie op de gegevens worden toegepast. Het resultaat kan als functievoorschrift in het grafiekengebied opgeslagen worden. Pagina 21
Statistiek De statistiek-toepassing ook voor bijvoorbeeld de normale verdeling. Pagina 22