talen leren met prisma



Vergelijkbare documenten
Duits voor zelfstudie

Duits voor zelfstudie

Grüß Gott! Guten Morgen! Guten Tag! Guten Abend! Ich heiße Wie heißt du? Das ist Max. Das finde ich auch. Kommst du auch aus Duisburg.

Samenvatting Duits Grammatica Duits

Samenvatting Duits Grammatica

TOETS A A1 vmbo-gt(h), DEEL 1, SCHRITT 1-8. Luister naar het luisterfragment Neu im Fußballverein. Beantwoord de vragen in het Nederlands.

5,5. Samenvatting door een scholier 543 woorden 19 juni keer beoordeeld. Prüfungsteil Schreiben. Schrijfvaardigheid formele brief

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4

Werkwoorden TB 49. wissen = weten müssen = moeten fahren = rijden. Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3

Woordenlijst Nederlands Duits

Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits

Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem en lager 6

Samenvatting Duits Hoofdstuk 3 en 4 grammatica

Top 100 Duitse woorden

Samenvatting Duits Hoofdstuk 2

Voorbereiding PW hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 Duits DUK3 - werkblad 1

Test KAPITEL. Ich habe Angst, den Zug wieder zu

haben / hatten / hätten können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden

Kunde (vul de rol in het Duits in) 1 Guten Tag. 1 Groet terug.

Samenvatting door een scholier 1996 woorden 19 juni keer beoordeeld. Persoonlijk voornaamwoord. 1e nv ich du er sie es wir ihr sie Sie

Aantekening Duits Sterke werkwoorden, zwakke werkwoorden en haben, sein en werden

die Meldung bestätigen nicht jetzt

Wir sind verwandt. Wir sind verwandt. Kann ich die Antworten haben. Kann ich die Antworten haben? die Cousine. die Nichte / die Cousine

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

INHOUD Zo gebruikt u dit boek 4 Lees eerst dit! 5 Vorderingstabel 6 Week 1: dagplanning 7 Week 2: dagplanning 17 Week 3: dagplanning 25

De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat.

Themaboek IBL1 - Internationaal marktanalist

Uiteenzetting Duits Duitse naamvallen

Zoals jullie afgelopen jaar geleerd hebben eisen voorzetsels een naamval.

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Gefeliciteerd! Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja. In de gloria. Lang zal hij leven. Hij leve lang hoera hoera

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Antwoorden Duits Hoofdstuk 1

Snel uw zakelijk Duits verbeteren, zonder saaie grammaticaregels uit uw hoofd te leren

werkbladen thema 1 naar een nieuwe school

Studiehandleiding. Russisch voor beginners

De kleine Duits voor Dummies. Paulina Christensen en Anne Fox

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.

Inhoudsopgave. Luisterteksten en instructies bij de oefen-cd 201. Grammaticaoverzicht 233. Correctiesymbolen schrijfvaardigheid 269.

Wie is dat? thema. Hoe heet jij? Ik weet het niet! Beatriz. Marco. Hallo, ik heet Jürgen. Dag mevrouw. Dag meneer. Hoi! Ik heet Bushra. En jij?

1 Spelling en uitspraak

Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen.

EL ABANICO CURSUSSEN SPAANS ROTTERDAM STUDIEGIDS

TAKENBOEK DEEL 1 0-A1

Meer dan grammatica!

Kapitel 8 Nervenkitzel

weiblich das Alter der Beruf

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN?

Methodes, cursussen en andere veelgevraagde materialen voor NT2

Nederlands voor Arabisch taligen A0 A1/A2

2.5 Seminar Literatur- und Sprachwissenschaft (3. und 4. Semester) 2.5 a Werkcollege met werkstuk (en presentatie) datum:

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel

Persoonlijke correspondentie Brief

Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen. 15. Januar groepswerk en stadsbezoek. Gruppenarbeit und Stadtbesichtigung. Nijmegen is een heel mooie stad.

bringen ausleihen bezahlen wären denken auschecken das Handtuch das Problem das Missverständnis das Zimmer die Rechnung die Bettwäsche

a Luister en noteer. Hören Sie und notieren Sie die Nummer des passenden Dialogs zu den Bildern.

Tijdsvormen. 1. Präsens: tegenwoordige tijd ich stam+e du stam+st er stam+t

Inleiding 8 DEEL Les 1 - ik ben, jij bent 14 A1 - Ik kan het werkwoord zijn goed gebruiken. Ik kan vertellen wie ik ben en waar ik ben.

Persoonlijke correspondentie Brief

Persoonlijke correspondentie Brief

Prisma Taaltraining. Uitgeverij Unieboek Het Spectrum bv, Houten-Antwerpen

TOETS A A1 VWO(H), DEEL 1, SCHRITT Luister naar Auf dem Münchner Viktualienmarkt. Kruis tijdens het luisteren het goede antwoord aan.

Pascal Egbers gestorben am 12. Mai 2017

- De site voor samenvattingen

Zakelijke correspondentie

Zakelijke correspondentie

Taalkalender. 1. De tijd. 2. Voorzetsels. 3. Wat hoort bij elkaar? 4. Werkwoorden: zijn. 5. Persoonlijke voornaamwoorden

TOETSTAAK 11: NICHTEN EN NEVEN

Kapitel 6 Frust oder Lust?

Nederlands voor zelfstudie

Talenquest Duits 2thv: Grammatica

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Dag! kennismaken. Ik ben Eric.

Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting

De Alfa-leerling autonoom aan het werk met DigLin+

Inleiding IN DIT BOEK LEES JE WAAROM STEUN, RESPECT EN VERTROUWEN BIJ VRIENDSCHAP HOREN.

Inhoud. 1 Spelling en uitspraak. 2 Grammatica

INHOUD. Seite 5 INHOUD. Inleiding 9

5,9. Samenvatting door een scholier 1371 woorden 4 november keer beoordeeld. * Duits * Uitspraak

De KERNCURSUS opbouw, doelstellingen, inhoud, lesmateriaal

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

VSO leerlijn Engels (uitstroom arbeid)

Les 1. A Het alfabet. Rose Omar. Welkom! Welcome! Bienvenue! እንቛዕ ብደሓን መጻእኩም! Hallo, wat is jouw naam? Mijn naam is Rose. = ik mijn.

Studiehandleiding. Duits voor beginners

2 Wie kann ich Ihnen helfen? 2 Je vraagt of zij/hij je kan doorverbinden met de heer Schröder?

1. INLEIDING 2. LESMATERIAAL

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

Schule: Schreiben B 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Aantekening Duits Duitse grammatica

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat.

Gesprekjes voeren Waar sta ik nu?

Horeca Vak Opleidingen. Eindopdracht. Ontwerp je restaurant en ontvang je gasten. Naam: Klas: De ontvangstfase

Transcriptie:

talen leren met prisma Als u een taal wilt leren, kunt u met de op elkaar afgestemde uitgaven van Prisma uw eigen leerprogramma samenstellen. Afhankelijk van uw leerdoel kunt u verschillende taalvaardigheden verstaan, spreken, lezen en schrijven trainen. Het Prisma taalleersysteem bestaat uit dit BASISBOEK UIT DE ZELFSTUDIEREEKS, met daarbij aansluitend een WERKBOEK. Voor verdere uitleg en training van de grammatica is er de Basisgrammatica en, voor verdieping, de Grammatica. Voor uitgebreide informatie over de woordenschat van de vreemde taal zijn er diverse Prisma woordenboeken. Daarnaast heeft Prisma nog Luistercursussen en Interactieve taaltrainingen voor op de computer voor bijvoorbeeld het perfectioneren van de uitspraak. Welke van deze uitgaven voor u het meest geschikt zijn, hangt af van wat u wilt bereiken. Een gesprekje voeren op een terras veronderstelt een andere training dan het voeren van een zakengesprek. Ook is het van belang om eerst voor uzelf te bepalen hoe u het makkelijkst leert. Prisma biedt drie leervormen: luistercursussen, leerboeken (steeds met audiomateriaal) en cursussen voor op de computer. Aan u de keuze welke van deze leervormen u het meest aanspreekt en motiveert. Uiteraard kunt u de leervormen combineren. Er is altijd een zekere basiskennis nodig, het fundament om op verder te bouwen. Die noodzake lijke ondergrond vindt u in dit BASISBOEK met audiomateriaal. Het besteedt aandacht aan alle basisvaardigheden die in ieder geval nodig zijn voor een goede beheersing van de vreemde taal. Het aanvullende WERKBOEK biedt zeer gevarieerd oefenmateriaal om het fundament te versterken. Voor training van specifieke vaardigheden kunt u kiezen voor de volgende uitgaven: spreken en uitspraak kunt u goed trainen met de Prisma Luistercursussen (cursussen op cd s). En nog beter met de Complete taalcursussen interactieve cursussen voor op de computer, met een ingebouwde uitspraakcorrector. woordenschat: deze kunt u vergroten door de woordenlijst in dit basisboek te bestuderen. Voor verdere uitbreiding kunt u gebruikmaken van de speciale woordentrainer in de Complete taalcursus. En voor de vertaling van woorden die u niet kent, kunt u uiteraard terecht bij de Prisma woordenboeken. verstaan en BegrIjpen van de vreemde taal in gesproken vorm kunt u oefenen met het audiomateriaal bij dit basisboek en het bijbehorende Werkboek. Ook de Luistercursussen zijn zeer geschikt voor dit doel. grammatica vindt u in de lessen van dit basisboek en het Werkboek. Verder is er de Prisma Basisgrammatica, met een helder overzicht van alle grammaticale basisregels én veel oefenmateriaal. Voor verdere verdieping en verfijning van de grammaticale kennis kunt u terecht bij de Prisma Grammatica. zelf teksten schrijven in de vreemde taal veronderstelt een goede kennis van woordenschat, spelling, woordvolgorde, vervoegingen en verbuigingen, basisidioom, kortom alle aspecten van een taal die hierboven aan de orde zijn geweest. Als u correspondentie moet voeren in de vreemde taal is de reeks Prisma e-mails en brieven schrijven een erg praktisch hulpmiddel. Kijk voor meer informatie op www.prisma.nl

Prisma Taaltraining Duits voor zelfstudie dr. Katja B. Zaich

Inhoud Voorwoord inhoud Les 1 Tekst 1 9 Begroetingen 9 Du of Sie? 10 Vragen hoe het met de ander gaat 11 Zich voorstellen 11 Tekst 2 13 Vragen naar de persoon 14 Hoofdletter of kleine letter 16 Beroepen 19 Tekst 3 20 Familie en relaties 22 Het alfabet 23 Uitspraak 23 Les 2 Tekst 1 26 Kaffee und Kuchen 27 Op visite 27 Tekst 2 31 Over hobby s spreken 32 Een afspraak maken 33 De dagen van de week 33 De getallen 34 Tekst 3 39 Een etentje 41 Les 3 Tekst 1 43 Boodschappen doen 44 Bij de bakker 45 Tekst 2 50 Winkelen 51 Openbaar vervoer 52 Tekst 3 56 Café en koffie 58 Les 4 Tekst 1 61 Telefoneren 62 Meubels 62 Tekst 2 71 Het huis/de woning 72 Tekst 3 76 Les 5 Tekst 1 80 Verjaardag 81 Tekst 2 86 Verjaardagsfeest 88 Feestjes en feliciteren 88 Tekst 3 95 Les 6 Tekst 1 99 Familierelaties 100 Tekst 2 107 Du und Sie (binnen de familie) 109 Vraagwoorden 109 Tekst 3 114 Les 7 Tekst 1 118 Bundesländer 119 vakantie 120 Tekst 2 125 De supermarkt 127 Tekst 3 133 Les 8 Tekst 1 138 Dagen en maanden 140 Tijdsbepalingen 140 Tekst 2 145 Werk en gezin 147 Tekst 3 152 Les 9 Tekst 1 157 Reizen en openbaar vervoer 159 Tekst 2 164 Berlijn 166 Tekst 3 172 Les 10 Tekst 1 176 (Zakelijke) telefoongesprekken 178 Tekst 2 183 Zakelijke telefoongesprekken/ zakelijke besprekingen 185 Tekst 3 191 Les 11 Tekst 1 196 Problemen met de auto 198 Tekst 2 203 als of wenn 204 Tekst 3 209 Les 12 Tekst 1 214 Wonen 216 Tekst 2 222 Een huis opknappen 224 Tekst 3 229 5

Les 13 Tekst 1 233 Vakantie en hotel 235 Tekst 2 240 Vakantiegebieden in Duitsland 242 Tekst 3 250 Les 14 Tekst 1 255 Ziekenhuis 257 Tekst 2 261 Wegverkeer 262 Tekst 3 266 Les 15 Tekst 1 271 Kerstmis 273 Tekst 2 278 Hotel en wintersport 280 Tekst 3 284 Duitse onregelmatige werkwoorden 290 Grammaticale inhoudsopgave 297 Antwoorden 299 Woordenlijst Duits-Nederlands 314 6 Duits voor zelfstudie

voorwoord Duits voor zelfstudie is een communicatieve cursus waarmee u in hoog tempo de Duitse taal kunt leren. Door de uit het leven gegrepen dialogen die u op de toegevoegde audio-cd kunt beluisteren, leert u niet alleen de juiste uitspraak, maar ook de juiste formuleringen en zegswijzen. De grammatica wordt met gevarieerde oefeningen verdiept. De vertalingen van de teksten, de woordenlijsten, de antwoorden van de oefeningen en de doorgaans Nederlandstalige uitleg van de grammatica maken het mogelijk om de Duitse taal door zelfstudie te leren, maar het boek is ook geschikt voor een cursus in groepsverband of als houvast bij een gespecialiseerde cursus. Het boek bevat vijftien lessen die elk uit drie onderdelen bestaat, waarin verschillende thema s en grammaticale structuren worden behandeld. Ieder onderdeel begint met een tekst die is gebaseerd op een alledaagse situatie en die wordt gevolgd door informatie, zowel over communicatieve situaties als over grammaticale problemen, aangevuld met oefeningen. De al gevorderde student zal overzichten van grammaticale vormen en betekenissen vinden. Iedere les is als volgt opgebouwd: Luisteroefening met tekst Vertaling van de tekst Taalgebruik en culturele informatie Grammatica: uitleg, eventuele schema s, oefeningen Luisteroefening met tekst Vertaling van de tekst Taalgebruik en culturele informatie Grammatica: uitleg, eventuele schema s, oefeningen Luisteroefening met tekst Vragen over de tekst Vertaling van de tekst Herhalingsoefeningen van de geleerde grammatica Aan het begin van het boek staat een inhoudsopgave. De uitspraakregels vindt u aan het einde van les 1. Aan het eind van het boek staat de woordenlijst, een overzicht van de onregelmatige werkwoorden, een schema van de behandelde grammatica per les en de antwoorden van de oefeningen. Alle andere overzichten vindt u in de les waar het thema wordt behandeld. Wij raden u aan naast de woordenlijst ook een woordenboek te gebruiken omdat u daarin meer informatie kunt vinden. Hoe werkt u met Duits voor zelfstudie? Met dit boek zult u vooral spreek- en luistervaardigheid opdoen en inzicht krijgen in grammaticale structuren. Bij het maken van Duits voor zelfstudie ben ik ervan uitgegaan dat een zekere basiskennis aanwezig is - de meeste Nederlanders hebben deze al op grond van de gelijkenis van de twee talen. In tegenstelling tot wat veel Nederlanders op school hebben geleerd, zult u geen rijtjes gaan leren, maar zult u de principes erachter leren begrijpen. Denk erom dat grammatica geen doel op zich is, maar een hulpmiddel om te communiceren. De Duitse basisgrammatica wordt in zijn geheel behandeld, maar het tempo is vrij hoog. Als zelfstudieboek is dit boek vooral geschikt voor cursisten die voorkennis van grammaticale begrippen hebben en de Nederlandse grammatica kennen. Tips voor het studeren met Duits voor zelfstudie Volg de instructies bij de lessen op. Dat houdt vooral in dat u zich intensief met de luisterteksten bezighoudt. Als u een tekst nog niet goed hebt begrepen of de uitspraak u niet duidelijk is, luister er vaker naar en spreek de teksten hardop na. Herhaal oefeningen waarin u veel fouten hebt gemaakt. Leer woorden in een context. Maak uw eigen woorden-box (zie les 1) die u overal kunt meenemen. U kunt ook woorden en uitdrukkingen opnemen die u in het woordenboek vindt of bijvoorbeeld op televisie hoort. Denk erom: woorden kennen is veel belangrijker voor de communicatie dan grammatica! Leer de grammatica niet in rijtjes, maar in context. Onthoud bijvoorbeeld niet dat op mit de 3e naamval volgt, maar onthoud iets als mit dem Auto. Om de taal echt goed te leren, is het belangrijk om gelegenheid te hebben om Duits te horen en te spreken (bijvoorbeeld vakantie, Duitstalige kennissen, etc.). Ook Duitse televisie kijken of Duitse kranten en tijdschriften lezen (bijvoorbeeld via internet) is erg zinvol. voorwoord 7

Dit boek komt voort uit mijn ervaringen als taaltrainster Duits in Nederland. Veel inspiratie heb ik opgedaan in gesprekken met collega s; vooral aan Roswitha Schmitt en Sabine Weijers ben ik dank verschuldigd, maar ook aan mijn cursisten die mij op de problemen hebben gewezen die Nederlanders met de Duitse taal hebben. Als germaniste heb ik getracht om de Duitse taal zo weer te geven zoals ze tegenwoordig wordt gebruikt. Daarbij heb ik niet altijd naar volledigheid gestreefd. De aangeboden woorden en structuren moesten vooral frequent en bruikbaar zijn. Ten slotte wilde ik graag tegen het vooroordeel ingaan dat het Duits een jungle van regels en rijtjes zonder communicatieve functie is. De kennis van woorden en cultuur is meestal veel belangrijker dan de kennis van een grammaticaregel. Amsterdam, in de herfst van 2004. Katja B. Zaich 8 Duits voor zelfstudie

Les 1 Tekst 1 (track 1) BegrüSSung sich vorstellen les 1 - tekst 1 Luister naar de teksten. Frau Hoffmann: Frau Schneider: Frau Hoffmann: Bettina: Steffi: Bettina: Steffi: Herr Hoffmann: Frau Mayer: Herr Hoffmann: Frank Hoffmann: Frank Hoffmann: Frank Hoffmann: Sabine Gruber: Guten Morgen, Frau Schneider. Wie geht es Ihnen? Danke, gut. Und Ihnen? Auch gut, danke. Hallo, Steffi! Hallo, Bettina. Wie geht s dir? Danke, gut. Und dir? Auch gut, danke. Guten Tag, mein Name ist Hoffmann. Mein Name ist Mayer. Es freut mich, Sie kennen zu lernen. Ganz meinerseits. Thomas! Was für ein Zufall! Hallo, Frank, wie geht s? Gut. Und dir? Bestens. Ist Lisa auch hier? Ja, sie holt etwas zu trinken. Da kommt sie. Hallo, Thomas. Lange nicht gesehen. Hallo, Lisa. Darf ich euch Sabine Gruber vorstellen? Sabine, das sind Lisa und Frank Hoffmann, alte Freunde von mir. Guten Tag. Es freut mich, Sie kennen zu lernen. Wir können doch du sagen. Ich bin Lisa. 9

Luister opnieuw naar de teksten. Lees daarna hardop. Vertaling: Begroeting zich voorstellen Mw. Hoffmann: Goedemorgen, mevrouw Schneider. Hoe gaat het met u? Mw. Schneider: Goed, bedankt. En met u? Mw. Hoffmann: Ook goed, bedankt. Bettina: Steffi: Bettina: Steffi: Dhr Hoffmann: Mw. Mayer: Dhr Hoffmann: Frank Hoffmann: Frank Hoffmann: Frank Hoffmann: Sabine Gruber: Hoi, Steffi! Hoi, Bettina. Hoe gaat het met jou? Goed, bedankt. En met jou? Ook goed, bedankt. Dag, mijn naam is Hoffmann. Mijn naam is mevrouw Mayer. Aangenaam kennis te maken. Insgelijks. Thomas! Dat is toevallig! Hoi, Frank, hoe gaat het? Goed. En met jou? Heel goed. Is Lisa hier ook? Ja, ze is net iets te drinken aan het halen. Daar komt ze. Hoi, Thomas. Dat is lang geleden. Hoi, Lisa. Mag ik Sabine Gruber aan jullie voorstellen? Sabine, dit zijn Lisa en Frank Hoffmann, oude vrienden van mij. Goededag. Aangenaam kennis met u te maken. Laten we je zeggen. Ik ben Lisa. Begroetingen Guten Morgen Guten Tag Guten Abend Grüß Gott Hallo Goedemorgen Goededag / Goedemiddag / Dag Goedenavond Goededag [in Zuid-Duitsland en Oostenrijk] Hallo, Hoi 1. vul In: 1, Herr Hoffmann. Goedemorgen, meneer Hoffmann. 2 Tag, Frau Schneider. Goedemiddag, mevrouw Schneider. 3, Bettina. Hoi, Bettina. Du of Sie? De aanspreekvormen du en Sie in het Duits zijn niet zomaar met het Nederlandse jij en u te vergelijken. In het Duits wordt de Sie-vorm vaak gebruikt. Het is de normale vorm om iemand aan te spreken. De du-vorm drukt een zekere vertrouwdheid uit. Vooral binnen de familie en onder vrienden spreek je elkaar met du aan. Sie zeggen tegen ouders, grootouders of tegen God is in het Duits volkomen onbekend. Volwassen mensen spreken elkaar niet zomaar met du aan, maar spreken dat af. De beleefdheidsvorm Sie moet altijd met een hoofdletter worden geschreven. 10 Duits voor zelfstudie

Met Sie spreek je aan: onbekende volwassenen onbekende jongeren vanaf ongeveer 16 jaar mensen die je niet goed kent zakenpartners collega s Met du spreek je aan: familieleden kinderen vrienden, goede kennissen collega s [na afspraak] les 1 - tekst 1 Als je iemand met Sie aanspreekt, zeg je normaalgesproken ook Herr X of Frau Y. Het is echter ook mogelijk om de voornaam met Sie te combineren (bij jongeren, als tussenvorm). Als je iemand met du aanspreekt, zeg je altijd de voornaam. Vragen hoe het met de ander gaat Wie geht es dir? Hoe gaat het met jou? Danke, gut. Und dir? Goed, bedankt. En met jou? Auch gut, danke. Ook goed, bedankt. Wie geht es Ihnen? Hoe gaat het met u? Danke, gut. Und Ihnen? Goed, bedankt. En met u? Auch gut, danke. Ook goed, bedankt. Wie geht s? Hoe gaat het? 2. Vul in: 1 Wie geht, Steffi? Danke, Und? 2 Wie geht es, Frau Schneider? -, gut. Und? 3 gut, danke. 4 es Ihnen? Danke,? 5 Wie geht es? Danke, gut. Und dir? Zich voorstellen Ich heiße Ich bin Mein Name ist Darf ich mich vorstellen? Es freut mich, Sie kennen zu lernen. Angenehm! Ganz meinerseits. Ik heet Ik ben Mijn naam is Mag ik mij voorstellen? Aangenaam met u kennis te maken. Aangenaam! Insgelijks. formeel Mein Name ist Hoffmann. / Mein Name ist Frank Hoffmann. Ich heiße Mayer. / Ich heiße Claudia Mayer. 11

informeel Ich heiße Frank. / Ich heiße Frank Hoffmann. / Ich bin (der) Frank. Ich heiße Claudia. / Ich heiße Claudia Mayer. / Ich bin (die) Claudia. Volwassenen stellen zich praktisch nooit alleen met de voornaam aan elkaar voor. In een formele - zakelijke - situatie is het gebruikelijk om alleen de achternaam te gebruiken, maar voor- en achternaam mag ook. Je gebruikt Herr / Frau alleen maar om anderen aan te spreken, niet als je over jezelf spreekt. 3. Vul in: 1 Mein ist Paul Keller. Es freut mich, kennen zu lernen. 2 heiße Mayer. Angenehm. Name ist Schneider. 3 Darf ich? Mein ist Luise Weber. 4 Es, Sie kennen zu lernen. 5 Ich Anna Limmer. -! 6 heiße Rolf Becker. Es freut mich,. 7 Darf vorstellen? Name Angermeier. 8 Es mich, Sie Ganz. 12 Duits voor zelfstudie

Tekst 2 (track 2) Einander kennen lernen les 1 - tekst 2 Luister naar de teksten. Herr Hoffmann: Wie ist Ihr Name? Frau Mayer: Mayer. Und wie heißen* Sie? Herr Hoffmann: Hoffmann, Frank Hoffmann. Woher kommen Sie, Frau Mayer? Frau Mayer: Ich komme aus der Schweiz. Herr Hoffmann: Und wo wohnen Sie? Frau Mayer: In Zürich. Woher kommen Sie, Herr Hoffmann? Herr Hoffmann: Ich komme aus Deutschland. Ich wohne in Hamburg. Frau Mayer: Was sind Sie von Beruf? Herr Hoffmann: Ich bin Verkaufsleiter von Beruf. Frau Mayer: Und wo arbeiten Sie? Herr Hoffmann: Ich arbeite beim Otto-Versand. Was sind Sie von Beruf? Frau Mayer: Ich bin Einkaufsleiterin bei einem Modehaus. Herr Hoffmann: Ah, sehr interessant. Thomas, wie heißt deine Freundin? Sie heißt Sabine. Woher kommt Sabine? Sie kommt aus Österreich. Und wo wohnt sie? Sie wohnt jetzt hier in Hamburg. Wo denn in Hamburg? In der Lübecker Straße. Was ist Sabine von Beruf? Sie ist Bankkauffrau von Beruf. Wo arbeitet sie denn? Bei derselben Bank wie ich. Ach, da habt ihr euch kennen gelernt! * De letter ß heet in het Duits es-tsett en wordt als een s uitgesproken. De ß staat in plaats van ss, als de klinker daarvoor lang is óf een dubbelklinker zoals hier bij heißen. 13

Luister opnieuw naar de teksten. Lees daarna hardop. Vertaling: Elkaar leren kennen Dhr Hoffmann: Wat is uw naam? Mw. Mayer: Mayer. En hoe heet u? Dhr Hoffmann: Hoffmann, Frank Hoffmann. Waar komt u vandaan, mevrouw Mayer? Mw. Mayer: Ik kom uit Zwitserland. Dhr Hoffmann: En waar woont u? Mw. Mayer: In Zürich. Waar komt u vandaan, meneer Hoffmann? Dhr Hoffmann: Ik kom uit Duitsland. Ik woon in Hamburg. Mw. Mayer: Wat is uw beroep? Dhr Hoffmann: Ik ben verkoopleider. Mw. Mayer: En waar werkt u? Dhr Hoffmann: Ik werk bij de Otto-Versand. Wat is uw beroep? Mw. Mayer: Ik ben hoofd inkoop bij een modehuis. Dhr Hoffmann: Zo, dat is interessant! Thomas, hoe heet je vriendin? Ze heet Sabine. Thomas, waar komt Sabine vandaan? Zij komt uit Oostenrijk. En waar woont zij? Zij woont nu hier in Hamburg. Waar in Hamburg? In de Lübecker Straße. Wat voor een beroep heeft Sabine? Zij is bankmedewerkster. Waar werkt zij? Bij dezelfde bank als ik. Ach, daar hebben jullie elkaar leren kennen! Vragen naar de persoon Wie heißen Sie? Hoe heet u? Wie ist Ihr Name? Wat is uw naam? Wie heißt du? Hoe heet jij? Wie ist dein Name? Wat is je naam? Wie heißt er? Hoe heet hij? Wie ist sein Name? Wat is zijn naam? Wie heißt sie? Hoe heet zij? Wie ist ihr Name? Wat is haar naam? Woher kommen Sie? Woher kommst du? Woher kommt sie? Woher kommt er? Ich komme aus Er/sie kommt aus Waar komt u vandaan? Waar kom jij vandaan? Waar komt zij vandaan? Waar komt hij vandaan? Ik kom uit Hij/zij komt uit 14 Duits voor zelfstudie

Wo wohnen Sie? Waar woont u? Wo wohnst du? Waar woon jij? Wo wohnt er/sie? Waar woont hij/zij? Ich wohne in Ik woon in Er/sie wohnt in Hij/zij woont in Was sind Sie von Beruf? Wat is uw beroep? Was bist du von Beruf? Wat is je beroep? Was ist er/sie von Beruf? Wat is zijn/haar beroep? Ich bin. [von Beruf]. Ik ben. [beroep]. Er/sie ist. [von Beruf]. Hij/zij is. [beroep]. les 1 - tekst 2 Wo arbeiten Sie? Waar werkt u? Wo arbeitest du? Waar werk jij? Wo arbeitet er/sie? Waar werkt hij/zij? Ich arbeite bei Er/sie arbeitet bei Ik werk bij Hij/zij werkt bij 1. Vul in: 1 ist Ihr Name? Mein ist Hoffmann. 2 Wie Sie? Ich heiße Bettina Mayer. 3 Wo, Herr Hoffmann? Ich in Hamburg. 4 Wo, Thomas? wohne in Hamburg. 5 Wo Frau Mayer? Sie in Zürich. 6 kommt Sabine? kommt aus Österreich. 7 Was Sie von Beruf? Ich Verkaufsleiter Beruf. 8 Was ist Herr Hoffmann? ist Verkaufsleiter von Beruf. 9 Lisa, arbeitest du? Ich beim Otto-Versand. 10 Wo arbeitet Sabine? Sie bei der Bank. 2. Vertaal: 1 Waar komt u vandaan? 2 Waar woon jij? 3 Waar woont mevrouw Mayer? 4 Ik kom uit Duitsland. 15

5 Hij woont in Oostenrijk. 6 Wat voor een beroep heeft u? 7 Wat is uw naam? 8 Hij heet Frank. Hoofdletter of kleine letter? In het Duits staat niet alleen aan het begin van een zin en bij namen een hoofdletter. Alle zelfstandige naamwoorden worden met een hoofdletter geschreven. Zelfstandige naamwoorden zijn woorden waar in het Nederlands de, het of een voor kan staan. In het Duits is dat der (= de, mannelijk), die (= de, vrouwelijk) of das (= het); een is ein bij mannelijke en onzijdige woorden en eine bij vrouwelijke woorden. Het is belangrijk om zelfstandige naamwoorden in het Duits met hun lidwoord te leren. 3. Hoofdletter of kleine letter? Vul in: Das ist (f) rau Mayer. Sie ist (e) inkaufsleiterin von (b) eruf. Herr Hoffmann (i) st (v) erkaufsleiter beim Otto-(v) ersand. Das sind (l) isa und (f) rank, (a) lte (f) reunde von mir. Thomas arbeitet bei der (b) ank. Grammatica de persoonlijke voornaamwoorden Einzahl ich du er sie es Mehrzahl wir ihr sie Sie* enkelvoud ik jij hij zij het meervoud wij jullie zij u * De beleefdheidsvorm Sie komt qua vorm overeen met de meervoudsvorm sie (= zij, meervoud). Zowel één als meerdere personen spreek je in de beleefdheidsvorm met Sie en de meervoudsvorm van het werkwoord aan. In de luisterteksten tref je ook de vormen mir, dir, euch en Ihnen aan. Dat zijn andere vormen van de persoonlijke voornaamwoorden. Deze worden in een later hoofdstuk behandeld. 16 Duits voor zelfstudie

De werkwoordsvormen Regelmatig wohnen wonen arbeiten werken ich wohne ik woon ich arbeite ik werk du wohnst jij woont du arbeitest jij werkt er/sie/es wohnt hij/zij/het woont er/sie/es arbeitet hij/zij/het werkt wir wohnen wij wonen wir arbeiten wij werken ihr wohnt jullie wonen ihr arbeitet jullie werken sie wohnen zij wonen sie arbeiten zij werken Sie wohnen u woont Sie arbeiten u werkt les 1 - tekst 2 Let op de vetgedrukte uitgangen die bij de persoonsvormen horen. Om een werkwoord in de juiste persoonsvorm te zetten, streep je de uitgang en van het werkwoord weg en vervang je die door de juiste uitgang. Let erop dat de ihr-vorm niet dezelfde uitgang heeft als wir en sie. Als de stam van het werkwoord (dus het werkwoord minus en) op een d of t eindigt, komt er bij du, er/sie/es en ihr een e tussen stam en uitgang. Dat maakt de uitspraak makkelijker. De vormen van sein (zijn) en haben (hebben) sein zijn haben hebben ich bin ik ben ich habe ik heb du bist jij bent du hast jij hebt er/sie/es ist hij/zij/het is er/sie/es hat hij/zij/het heeft wir sind wij zijn wir haben wij hebben ihr seid jullie zijn ihr habt jullie hebben sie sind zij zijn sie haben zij hebben Sie sind u bent Sie haben u heeft De vormen van sein lijken op de vormen van het Nederlandse zijn, maar let goed op de meervoudsvormen in het Duits! Oefeningen 4. Vul de juiste uitgang of de juiste vorm in. 1 Wo wohn Sie? 2 Mein Name Hoffmann. 3 Wo wohn Sabine? 4 Ich komm aus Österreich. 5 Er Verkaufsleiter von Beruf. 6 Was Sie von Beruf? 7 Ich heiß Lisa. 8 Wir komm aus der Schweiz. 17