Observatielijst Puk & Ko

Vergelijkbare documenten
maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) begint steeds meer woorden te herhalen en (na) te zeggen

De sociaal emotionele ontwikkeling van het jonge kind

toont enthousiasme (lacht, kirt, trappelt met de beentjes)

Leren praten. Praten gaat niet vanzelf, praten moet je leren. Een kind leert praten door horen, zien en doen.

Peuterspeelzaal Jip en Janneke

Weekprogramma: 1 jaar Kinderen kleden Puk uit en kiezen kleren voor Puk. 2 jaar Kinderen kleden Puk uit en kiezen kleren voor Puk

Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen.

Adam en Eva eten van de boom

*Tijdens dit thema leren de kinderen verschillende plaatsen te benoemen bijv. op de kast, in het bedje, onder de tafel enz.

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling: Omgaan met zichzelf

Basiswerkboek Gebaren 0-3 jaar, aanvulling

Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3

Hotel Hallo - Thema 2 Hallo TELEVISIE KIJKEN

Ik heb een nieuw horloge, zegt papa. Kijk.

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

Dingetjes I. Kleuter-kabouters

Gastouderbureau MijnGastouderopvang

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

Leerlijn Sociaal-emotionele ontwikkeling

ZML SO Leerlijn Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag

Copyright Beertje Anders

Miauw! Miauw!

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram,

Baby s houden van boeken! voorlezen leuk, gezellig én leerzaam!

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

ACTIVITEITEN JAARPLAN 2015 KINDERDAGVERBLIJF WERELDPLEK

Leerlijnen jonge kind (MET extra doelen) - versie juli Naam leerling. Sociaal-emotionele ontwikkeling Betrokkenheid

LESBRIEF BIJ DE VOORSTELLING KNUFFEL OP ZEE. Figurentheater Propop vzw

Observatielijst Groepsfunctioneren

Leer- en ontwikkelingslijnen jonge kind (ZONDER extra doelen) - versie aug Naam leerling. Sociaal-emotionele ontwikkeling Betrokkenheid

Appeltje en Eitje Een postpakket uit Spanje

ZML SO Leerlijn Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag

Tips voor Taal Hoe stimuleer je de taalontwikkeling van je kind?

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 1 Het huis

Aanpassingen Leer- en ontwikkelingslijnen jonge kind SEO

Taalontwikkeling: woordenschat en woordgebruik passieve woordenschat

Het Bas overdrachtsformulier

Hoe gaat het in groep 1/2 b

Observatielijst groepen 1-4 Wijzer in Executieve Functies

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen

Het Bas overdrachtsformulier

Kinderdagverblijf programma Dit ben ik

Tussendoelen Taal: Spraak- Taalontwikkeling

DE SPROOKJESPARADE. Rolverdeling:

Curriculum Leerroute 4 en 5 Sociale en emotionele ontwikkeling

leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen

Hotel Hallo - Thema 1 Hallo

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

HET KOMPAS DOEL BENODIGDHEDEN: WERKINSTRUCTIE: OPDRACHT IN DE KLAS:

Vragen bij het prentenboek 'De tovenaar die vergat te toveren'

Tussendoelen domein SOCIAAL EMOTIONELE ontwikkeling. Zelfbeeld. *bron: SLO ;6 4 4;6 5 5;6 6 6,6 7

Praten leer je niet vanzelf

Noach bouwt een ark Genesis 6-8

Wat kun je doen als je baby huilt? Kijk mee hoe de vader en moeder van Sam dat doen...

MAMA MIA! FLYNN IS AL GROOT. * 1. Flynn en zijn broers Gil en Kato Dit is Flynn. Hij is vier jaar.

De Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid

juni 2015 vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof Naar de camping

Activiteit 8. Taal Kringgesprek Ik ben bang... Doelen. Materiaal. Voortaak

SOCIALE EN EMOTIONELE ONTWIKKELING: ZELFBEELD EN SOCIAAL GEDRAG

Het is druk op het schoolplein. Overal zie je kinderen die aan het knikkeren zijn. Joost heeft een grote zware knikkerzak. Hij roept: 'Ik heb de

Ontwikkelingslijnen 0-4 jaar (ZONDER extra doelen) - versie januari Naam kind. Sociaal-emotionele ontwikkeling Betrokkenheid

Inleiding WIST JE DAT JE GEVOEL VAAK BEPAALT WAT VOOR HUMEUR JE HEBT?

Reader voor pedagogisch medewerkers

Gastouderbureau Barbamama

Lesbrief bij de voorstelling Aardblij

De wereld op zijn kop! Kan de wereld op zijn kop staan? Met gym heb je het vast wel eens geprobeerd Op je kop staan, bedoel ik, soms lukt het

Hatsjoe! heb je pijn? Dit zijn mijn wangetjes. Activiteiten. Voorleesverhaa I. Spelenderwijs ontwikkelen LIEDJES :=-

Omgaan met zichzelf, 2-4;6 jaar

pest eruit? De baas spelen

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 7 Delen maakt blij. H. Theobaldusparochie, Overloon

Teksten bewerkt uit het gezinsboek Ons Dagelijks Brood veertigdagentijd van pastoor M. Hagen door EBP voor

NASCHOOLSE DAGBEHANDELING. Figaro. Welkom! Waarom kom jij naar de groep? Informatieboekje voor kinderen die komen kennismaken. Dit boekje is van:

Gezinssituatie: - woont bij... - broers... - zussen...

Video-hometraining. Informatie voor ouders

Kerk op Schoot met toelichting

Ko observatielijst/ Kern(tussen)doelen TULE SLO Van November 2006

Video-hometraining. Informatie voor ouders

Vrienden kun je leren

Tekst en illustraties Wieteke van der Ven Geinspireerd door Lars en Sara van der Ven ZELF INKLEUREN SARA STELT VRAGEN

ALFA A ANTWOORDEN STER IN LEZEN

WonderWoordenWinkel. T-shirt Labelles

Wardje Wasbeer: Daar zijn echte vrienden voor!

Leven in een groep. Hoe gaat dat en wat vinden jongeren?

HOE NIEMAND MIJ GELOOFDE EN IK BIJNA ALLES VERLOOR

De Puk-poster. Goed voorbeeldgedrag. Een baby ontwikkelt zich razendsnel. Vaak lijkt. dit vanzelf te gaan. Toch is het belangrijk om ook

Weet wat je kan. Zelfvertrouwen

Ik help je wel. illustraties Karlijn Scholten verhaal Isabelle de Ridder

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg

Peuter gegevens 2. Zelfredzaamheid / zelfregeling 3. Weerbaarheid / Welbevinden 4. Relatie met andere kinderen 5. Relatie met de leidster 6

OPVOEDTIPS VOOR JONGE OUDERS. 10 handige tips voor ouders van baby s en peuters

Doelenkaart SO. Domein Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag. Schoolstandaard van de Waterlelie

Binnenkomst. Pedagogisch Actief KDV. Pedagogisch actief KDV - C. Schuurman

ER KOMT EEN VRIENDJE BIJ AAPJE PIPPO

Kansen grijpen en kansen creëren

Kinderdagverblijf De Palmboom Activiteitenprogramma

Transcriptie:

Observatielijst Puk & Ko Naam van de peuterspeelzaal:.. Naam van het kind:.... Naam van de leidster:.... Ingevuld op: l e observatie:...... 2 e observatie:... 3 e observatie:.... 4 e observatie:....

(1/4) Taalvaardigheid Wen- Moeilijke re variant Gespreksvaardigheid 1. Objecten en handelingen aanduiden Het kind is geïnteresseerd in de dingen om zich heen en kan een aantal dingen en handelingen benoemen en aanwijzen. Voorbeeld: Het kind wijst naar de kast als jij een puzzel wilt opruimen. Het kind legt Ko in bed als jij zegt dat Ko moet gaan slapen. Het kind kan de meeste dingen in de groep benoemen, evenals een aantal eenvoudige handelingen. Voorbeeld: Het kind benoemt de stoel, de tafel, de pop, Puk,... Het kind kan benoemen wat Puk doet in de huishoek : koken, slapen, liggen... 2. Antwoord geven.... Het kind reageert met interesse op vragen van Het kind kan antwoord geven op de leidster (door te knikken, te lachen), en pro- eenvoudige vragen. beert soms antwoord te geven op eenvoudige Voorbeeld: 'Waar is de knoop van vragen. Puk?' Voorbeeld: 'Puk is z'n knoop kwijt. Waar is Kind: Op tafel! Of: Ik weet het niet. de knoop?' Het kind helpt actief met zoeken of schudt nee. 3. Vertellen van gebeurtenissen.. Het kind reageert geïnteresseerd als de leidster Het kind kan met hulp een gebeurtenis vertelt in het hier-en-nu, en gebeurtenissen in het heden doet mee door ja te zeggen of te knikken. beschrijven. Voorbeeld: 'Wat hang jij nu op de waslijn? Is Voorbeeld: 'Wat gaan jullie nu dat een broek of een rok?' Kind zegt ja, zegt na, wassen? Wie wast de broek en wie wijst of knikt. wast de jas?' Kind: Ik de broek, Yasmin de jas. 4. Vragen stellen.. Het kind probeert iets te vragen door te Het kind vraagt soms om hulp of wijzen, iets te pakken of een woord te zeggen, informatie maar kan niet altijd duidelijk of door de leidster te herhalen. Voorbeeld: Kind maken wat het bedoelt. pakt de leidster bij de hand en zegt 'Kijk!'. Of de Voorbeeld: Het kind vraagt of jij thee of leidster zegt: 'Vraag maar aan Puk of hij honger limonade wil. Thee of limonade?' heeft. Puk, heb je honger?' Kind probeert op vraagtoon na te zeggen. 5. Gevoele ns en mening uitdrukken Het kind kan gevoelens herkennen en heeft af Het kind drukt af en toe al talig en toe een mening, maar kan deze nog niet talig gevoelens of een mening uit, maar kan uitdrukken. Als de leidster vragen stelt over de daarvoor nog niet altijd de juiste woorden gevoelens of de mening van het kind, reageert vinden. het kind vooral met gezicht en lichaam. Voorbeeld: 'Ben ik boos of ben ik blij?' Het Voorbeeld: 'Pop huilt' (de pop is kind kan aan het gezicht van de leidster zien of verdrietig). zij boos of blij is. Of: Het kind kan aangeven of het iets mooi of lekker vindt. 'Vind je dit lekker? Proef maar.' (2/4) Taalvaardigheid Wen- Moeilijke re variant

6. Samenspelen in een groep Het kind volgt het samenspel van andere Het kind neemt af en toe deel aan samenspel met andere kinderen. kinderen met interesse. Voorbeeld: Kind speelt naast een ander kind in de Voorbeeld: Twee kinderen spelen samen in de huishoek: één kind kookt en de ander verzorgt de huishoek, waarbij ze met elkaar communiceren pop. Af en toe kijken ze naar elkaars spel. over het koken. Begrijpend luisteren Voor de items onder het kopje Begrijpend luisteren gelden steeds dezelfde voorwaarden. Als voor één van de items onder begrijpend luisteren het voorwaarden vervuld is, geldt dat ook voor de andere items. Je kunt dan overal het hokje ' ' aankruisen. De moeilijkere variant verschilt wel per item. 1. Aandachtig luisteren naar een verhaal.. Het kind heeft plezier in het luisteren naar voorlezen, en laat dat merken door aandachtig te luisteren of goed te kijken. Het kind reageert op het verhaal of op vragen van de leidster over het verhaal. Voorbeeld: Lachen, knikken, wijzen, 'Oh!'. Leidster laat prent zien met huilende baby: 'En wat gebeurt er hier? Kind trekt huilend gezicht of zegt: Huilen! Het kind luistert aandachtig naar een verhaal. Voorbeeld: Het kind luistert van begin tot einde naar een prentenboekverhaal en is tussentijds niet afgeleid. 2. Reageren op de inhoud van een verhaal.. Het kind heeft plezier in het luisteren naar Het kind reageert spontaan op de inhoud voorlezen, en laat dat merken door aandachtig te van een verhaal luisteren of goed te kijken. Het kind reageert op Voorbeeld: Tijdens het voorlezen maakt het verhaal of op vragen van de leidster over het kind opmerkingen zander dat jij het verhaal. daarom vraagt. 'Oh, de baby huilt weer.' 3. Antwoord geven op vragen over het verhaal.. Het kind heeft plezier in het luisteren naar Het kind kan met hulp antwoord geven voorlezen, en laat dat merken door aandachtig op eenvoudige vragen over het verhaal. te luisteren of goed te kijken. Het kind reageert Voorbeeld: 'Is de baby nu stil? Vindt de op het verhaal of op vragen van de leidster baby het eten lekker?' Kind geeft kort over het verhaal. antwoord: Ja, ijs! 4. Voorspellen van het verloop van een verhaal Het kind heeft plezier in het luisteren naar Het kind kan met hulp op basis van een voorlezen, en laat dat merken door aandachtig te deel van een verhaal een voorspelling doen luisteren of goed te kijken. Het kind reageert op van wat er verder gaat gebeuren. het verhaal of op vragen van de leidster over Voorbeeld: 'Wat gaan de dieren doen om het verhaal. de baby stil te krijgen? Kind reageert kort: Spelen! In bad!'

(3/4) Taalvaardigheid Wen- Moeilijke re variant 5. Navertellen van een verhaal aan de hand van prenten... Het kind heeft plezier in het luisteren naar voorlezen, en laat dat merken door aandachtig te luisteren of goed te kijken. Het kind reageert op het verhaal of op vragen van de leidster over het verhaal. Het kind kan met hulp een verhaal in grote lijnen navertellen. Voorbeeld: 'Wat gebeurt er dan? Gaat de baby dan wel slapen? Kind: Nee, poes wel slapen. 6. Weergeven van de volgorde van gebeurtenissen in een verhaal.. Het kind heeft plezier in het luisteren naar voorlezen, en laat dat merken door aandachtig te luisteren of goed te kijken. Het kind reageert op het verhaal of op vragen van de leidster over het verhaal. Het kind kan met hulp de volgorde van gebeurtenissen in een verhaal aangeven. Voorbeeld: 'Gaat de baby meteen slapen?' Kind: Nee, eerst eten en in bad. Institutionele interacties 1. Begrijpen van eenvoudige opdrachten.. Als de leidster een opdracht geeft of iets voordoet, dan laat het kind merken te begrijpen dat eenvoudige opdrachten en kan er op Het kind begrijpt de meeste er iets van hem wordt verwacht. reageren. Voorbeeld: 'Wil jij Puk even Voorbeeld: 'Ga jij Puk even voor mij pakken?' aankleden?' Kind gaat Puk halen of gaat Puk aanwijzen. Kind: 'Ja'. Het kind kleedt Puk aan, of: Nee, Mette moet Puk aankleden.' 2. Formeel taalgebruik.. Het kind begrijpt en kent een aantal eenvoudige Het kind kan formele taaluitingen, formele taaluitingen. zoals Voorbeeld: 'Dag! Hallo! Dank je wel! groeten en bedanken, in de juiste situaties gebruiken. Voorbeeld: Het kind zegt 'Dank je wel' als het een cadeautje krijgt. Informatie geven 1. Beschrijven en plaats bepalen van objecten Het kind wijst dingen aan en gebruikt soms Het kind kan objecten uit de omgeving woorden die plaats aangeven. Het kind begrijpt op een eenvoudige manier beschrijven vragen van de leidster over de plaats van dingen en reageert er op. woorden als hier en daar. en er de plaats van aangeven met Voorbeeld: 'Zit Puk op de kast? Of ligt Puk Voorbeeld: Kind zegt 'Hier is Puk! Op achter de tafel?' Kind zegt 'ja' of 'nee', lacht, wijst de kast!' of zegt' daar!' of 'kast'.

(4/4) Taalvaardigheid Wen- Moeilijke re variant 2. Vergelijken... Het kind begrijpt vragen van de leidster over Het kind kan zelf dingen met elkaar vergelij - het vergelijken van dingen, en reageert er op. ken en gebruikt daarvoor af en toe ook Voorbeeld: 'Dit is een grote knoop. Is die knoop woorden zoals groot/groter, klein/kleiner, hetzelfde?' Kind zegt 'nee' of 'klein' of schudt mooi/mooier. nee. Leidster: 'Nee hé, dat is een kleine knoop. Voorbeeld: 'Deze knoop is groen. En deze? 1 Deze knoop is geel. Is deze ook geel?' Kind zegt Kind: 'Hé, die knoop is ook groen. Kijk, deze is 'nee' of 'blauw of schudt nee. rood! 3. Uitleg geven.. Het kind begrijpt vragen van de leidster die te maken hebben met uitleggen. Voorbeeld: Het kind denkt mee over geschikt speelgoed voor een baby. Leidster: 'Zijn deze kralen voor de baby?' Kind zegt 'nee' of schudt nee. Leidster: 'Nee hè, die kralen zijn veel te klein. De baby eet ze op.' Het kind kan met hulp iets uitleggen. Voorbeeld: Het kind denkt mee over geschikt speelgoed voor een baby. Leidster: 'Is deze knuffel voor de baby? Vindt de baby de knuffel leuk? Kind zegt 'Ja.' of 'Ja, lekker zacht. Auto niet zacht' 4. Omstandigheden: volgorde gebeurtenissen of handelingen.... Het kind begrijpt het als de leidster de volgor- Het kind kan met hulp de volgorde aange ven de van een gebeurtenis of handeling aangeeft. door middel van woorden als 'toen', Het kind reageert op vragen daarover. 'daarna', 'eerst', enzovoort. Voorbeeld: 'Kan de baby nu in bad?' Kind schudt Voorbeeld: Kind: Eerst uitkleden, toen in nee. 'We gaan haar eerst uitkleden. Wat doe jij bad. eerst uit? De broek of de sokken?' 'De sokken!' Leidster: En daarna? Kind: Slapen. Taalbeschouwing 1. Rijmen Het kind heeft plezier in het luisteren naar en Het kind is zich ervan bewust dat woorden meedoen met rijmspelletjes en -liedjes. rijmen en kan al een beetje zelf rijmen. Voorbeeld: Kind zingt en brabbelt een beetje Voorbeeld: 'Oh, wat een pech. De ballon mee met een rijmliedje en geniet hier zichtbaar is...' Kind: Weg! van.

Sociaal-communicatieve vaardigheden Wen- Moeilijke re variant 1. Jezelf presenteren en opkomen voor jezelf. Het kind kan met hulp voor zichzelf opkomen en Het kind kan voor zichzelf opkomen en laat laat niet over zich heenlopen. niet over zich heenlopen. Voorbeeld: Kind laat zich niet zomaar speelgoed Voorbeeld: Kind kan tegen andere kinderen afpakken. Of: Kind durft zich in gekke verkleedkleren zeggen: 'Dat wil ik niet of Nou mag ik.' Of het aan de andere kinderen te laten zien. kind durft de aandacht van anderen op zich te vestigen:'kijk, ik ben een konijn!'. 2. Samen spelen en werken.. Het kind geeft een ander kind de ruimte bij het samen spelen in de hoeken. Voorbeeld: Kind speelt naast een ander kind in de huishoek zonder het andere kind te storen. Het kind speelt met andere kinderen samen. Voorbeeld: Bij het samenspelen in de kookhoek pakt het kind voor een ander een pannetje. Samen koken ze soep. 3. Gevoelens herkennen en delen.. Het kind probeert duidelijk te maken hoe het Het kind wil en kan gevoelens delen met zich voelt, en met hulp lukt dat ook. andere kinderen. Voorbeeld: 'Je vindt het niet l euk hè, dat je niet mee Voorbeeld: 'Ik vind jou lief.' Of: 'Ik ben boos mag doen?' Kind knikt nee, zodat de andere kinderen op jou!' het zien. Of: 'Vind je het lief dat Asha jou heeft geholpen?' Kind geeft Asha een kusje. 4. Aardig doen.. Het kind kan met hulp aardig doen of iets Het kind kan uit zichzelf aardig doen of iets aardigs zeggen tegen een ander kind. aardigs zeggen tegen een ander kind. Voorbeeld: 'Wat vind je van de nieuwe jas van Voorbeeld: 'Mooie jas!' Of: Kind staat uit Yasmin?' Kind: 'Mooi' Of: 'Mag Robin even met zichzelf speelgoed of waar een ander mee wil jouw bal spelen?' Kind staat speelgoed af. spelen. 5. Omgaan met een ruzie Het kind kan met hulp een conflictje oplossen. H et kind kan kleine ruzietjes of Voorbeeld:Twee kinderen willen allebei met onenigheden oplossen. dezelfde auto spelen. Leidster zegt:'dat kan niet. Voorbeeld: Het kind wil met dezelfde auto Eerst mag Manda en dan Yoeri. Is dat goed?' Het kind spelen als een ander kind. Na wat getrek legt zich daarbij neer. zegt het kind: Jij' mag en ik dan.' 6. Omgaan met een taak.. Het kind heeft plezier in het uitvoeren van een taak en kan een klein deel van een taak met hulp volbrengen. Voorbeeld: Kind helpt met opruimen of zet iets klaar als jij daarom vraagt Het kind kan kleine taken zelfstandig uit - voeren, en zet door tot de taak af is. Voorbeeld: Kind ruimt op tot alle blokjes in de doos zitten. 7. Kiezen Het kind kan met hulp een keuze maken tussen twee mogelijkheden. Voorbeeld:'We gaan Puk aankleden. Zullen we Puk deze broek aandoen of deze jurk?' Kind zegt Broek!' of wijst naar de broek. Het kind kan kiezen tussen verschillende mogelijkheden. Voorbeeld: Kind kiest uit een stapeltje kleertjes de kleren die hij Puk wil aantrekken. Ontluikend rekenen

Wen- Moeilijkere variant 1. Meten... Het kind heeft plezier in activiteiten die met meten te Het kind doet actief mee met activiteiten die maken hebben en begint enig besef te krijgen van met meten te maken hebben en kan met hulp groot en klein en van tijd. oplossingen verzinnen. Voorbeeld:'De puzzel past niet in de t as. Wat moeten Voorbeeld: 'De puzzel past niet in de tas. Wat we doen?' Kind lacht of probeert de puzzel toch in de tas moeten we doen?' Kind: 'Grote tas pakken!' Of: te stoppen. Kind begint de puzzel in stukjes te verdelen die wel in de tas passen. 2. Ruimtelijke oriëntatie.. Het kind begint besef te krijgen van de plaats die dingen in de ruimte innemen, en reageert met interesse als de leidster vraagt naar de plek waar iets zich bevindt. Voorbeeld: Eerst zijn er twee poppen. Dan zet de leidster de ene pop achter de andere. 'H é, nu is er nog maar één. Waar is de andere pop?' Kind gaat zo staan dat hij bei de poppen weer kan zien, of lacht en wijst. Het kind heeft begrip van de plaats die dingen in de ruimte innemen, en kent een aantal woorden die daarmee te maken hebben zoals 'voor','achter','in','naast'. Voorbeeld: Eerst zijn er twee poppen. Dan zet de leidster de ene pop achter de ande re.'hé, nu is er nog maar een. Waar is de andere pop? Kind:'Pop zit achter!' 3. Ontluikende gecijferdheid.. Het kind heeft plezier in activiteiten met aantal len en Het kind doet actief mee in activiteiten met doet bijvoorbeeld mee met telliedjes. aantallen en kent al een aantal getallen Voorbeeld: Kind 'telt' mee: 'Eén, twee, drie... (zonder perse te begrijpen waarnaar ze plons!'. Of: Kind kiest als vanzelf voor het bakje met de precies verwijzen). meeste snoepjes. Voorbeeld: Kind telt: Eén, twee, drie, vijf; acht, veel! Of: Kind ziet dat de beer drie koekjes heeft en Puk maar twee. Kind pakt er voor Puk een koekje bij.