Handleiding niveau AA De afgelopen weken stond het water in veel plaatsen in Nederland hoog. Verschillende scholen hebben aangegeven hierover een tekst te willen. Daarom besteedt Nieuwsbegrip er deze week aandacht aan. De strategie die deze week centraal staat, is Ophelderen van onduidelijkheden. Het sleutelschema dat in opdracht 4 ingevuld wordt, is een Woordenweb. De denkactiviteiten die hierbij aan de orde komen, zijn vergelijken en combineren. De intelligenties die in opdracht 5 aangesproken worden, zijn de logischmathematische (rekenknap), de visueel-ruimtelijke (beeldknap), de lichamelijkkinesthetische (beweegknap) en de naturalistische (natuurknap) intelligentie. Het AVI-niveau van de leestekst is M4. De extra les op Nieuwsbegrip XL gaat dieper in op de tekstsoort verhalende tekst. De leerlingen schrijven zelf een verhaal verder bij een gegeven begin van het verhaal. Het verhaal bij de extra les is beter bekend als het verhaal over Hans Brinker, geschreven door de Amerikaanse Mary Mapes Dodge in haar boek Hans Brinker, or the Silver Skates. Dit verhaal speelt zich af in de 19e eeuw en gaat hoofdzakelijk over schaatswedstrijden over Hollandse vaarten rond Haarlem. In één van de hoofdstukken komt het verhaal De held van Haarlem voor. Deze held voorkwam een dijkdoorbraak door een gat in de dijk te dicht te houden met zijn vinger. Hans Brinker komt in het boek van Dodge voor, maar speelt geen rol in het verhaal over de dijkdoorbraak. Door een slechte Nederlandse bewerking is dit misverstand ontstaan. We hebben daarom gekozen voor de titel De held van Haarlem in plaats van Het verhaal van Hans Brinker. De woorden uit de basisteksten die deze week in Nieuwsbegrip XL (extra licentie) aan de orde komen zijn: in de ban van in zijn greep houden wegebben sijpelen de overlast parten spelen doorbreken het klimaat de samenloop van intussen extreem omstandigheden kritiek veilig de maatregel mild wassen het klimaat vertrouwd de monding stijgen de hoogleraar in beslag nemen nauw pleiten het peil de pionier dreigen het verschijnsel inschakelen zich wapenen tegen nu eenmaal pagina 1 van 5 pagina 1 van 5
Voor elke leerling een exemplaar van de tekst Had jij last van het hoge water? (niveau AA) met bijbehorende opdrachten voor niveau AA en het stappenplan met woordhulp (te downloaden bij Basismateriaal op de website). Eventueel rolkaarten voor de leerlingen (zie ook Basismateriaal). Neem de algemene handleiding een keer door (te downloaden bij Basismateriaal op de website). Voor iedere leerling een kopie van het stappenplan Luisteren en kijken (te downloaden op de website onder Basismateriaal). Voor opdracht 2: de kaart van Nederland. Voor opdracht 5: allerlei knutselmaterialen om huizen te maken die kunnen drijven. Denk bijvoorbeeld aan kurken, lege pakken melk, rietjes, touwtjes, stokjes, lijm, scharen, etc. U kunt leerlingen met dyslexie gebruik laten maken van de optie om de tekst voor te laten lezen (bij elk niveau na inloggen). Nieuwsbegrip maakt daarvoor gebruik van het programma Readspeaker. Zie www.nieuwsbegrip.nl. Vooraf (klassikaal) In dit onderdeel worden de woorden behandeld die technisch lastig zijn. Behandel de woorden klassikaal. Lees ze eerst een keer voor, laat de leerlingen dan (hardop) voor zichzelf lezen en laat ze vervolgens hardop in koor lezen. De woorden die behandeld worden zijn: Gro ni ngen Gro ningen Groningen sij pel de sijpel de sijpelde boer de rij boerderij boerderijen over stro ming overstroming overstromingen ei gen lijk eigen lijk eigenlijk spe cia le spe ciale speciale Tekst lezen (klas) U kunt de digibordtoepassing Voorspellen op de website bij de opdracht gebruiken. U vindt deze toepassing op www.nieuwsbegrip.nl bij niveau AA. 1. Doe de opdracht klassikaal. Laat de leerlingen de tekst en het stappenplan voor zich nemen. Lees de tekst voor volgens de stappen van het stappenplan. Model de tekst, met name met betrekking tot relevante zaken voor de strategie Ophelderen van onduidelijkheden. Geef hardop aan wat u denkt en doet terwijl u de tekst leest met het stappenplan (zie ook Algemene handleiding). De moeilijke woorden komen bij opdracht 3 aan bod. pagina 2 van 5 pagina 2 van 5
2. Bespreek tekstvraag 2. Laat de leerlingen op de kaart van Nederland het noorden van Nederland aanwijzen. Laat ze ook de provincie Groningen opzoeken en aanwijzen. 3. Bespreek tekstvraag 3 over het onder water zetten van weilanden bij hoog water. Moeilijke woorden (klas en samen) U kunt de digibordtoepassing Ophelderen van onduidelijkheden op de website bij de opdracht gebruiken. U vindt deze toepassing op www.nieuwsbegrip.nl bij niveau AA. 1. Lees de uitleg samen met de leerlingen. Kijk specifiek naar de woordhulp op het stappenplan. 2. Doe de eerste betekenis klassikaal en laat de leerlingen in twee- of drietallen de betekenissen van de overige woorden achterhalen. Ze maken hierbij gebruik van de woordhulp en krijgen ook gerichte tips bij de opdracht. 3. Bespreek de antwoorden en ga in op het gebruik van de tips (de woordhulp). Let op: de tips werken niet bij elk moeilijk woord, maar het is wel slim om te kijken of je ze kunt gebruiken. Vaak staat er als tip dat je een stukje terug of verder moet lezen. Daar staat dan niet altijd precies wat het woord betekent. Maar in die zinnen wordt het vaak wel duidelijker wat de betekenis van een woord is. Een woordenweb maken (samen) 1. Bespreek de opdracht met de leerlingen. 2. Laat de leerlingen het woordenweb in twee- of drietallen invullen. 3. Bespreek de opdracht na. Een drijvend huis maken (samen) 1. Bespreek de opdracht met de leerlingen. Ze gaan een drijvend huis maken! Leg uit wat een drijvend huis is en lees gezamenlijk regel 32-35 van de tekst nogmaals. 2. Bekijk ook gezamenlijk de foto's van de drijvende huizen in Maasbommel op pagina 4 en bespreek wat daarop te zien is. Hoe zijn deze drijvende huizen gemaakt? Hoe kunnen ze stijgen als het water stijgt? Bespreek ook dat een drijvend huis moet kunnen stijgen, maar niet ver weg mag drijven. Het moet dus vastzitten. Wat voor oplossingen kunnen de leerlingen daarvoor bedenken (het huis kan over palen omhoogschuiven, het huis ligt vast aan een ketting,...)? 3. Laat de leerlingen in kleine groepjes een drijvend huis maken van allerlei knutselmaterialen. Bij voldoende tijd kunnen de leerlingen ook de oplossing maken die ze hebben bedacht voor het niet wegdrijven van het huis. 4. Laat de leerlingen in een bak met water uitproberen of hun huis echt drijft. 5. Loop tijdens het maken van de huizen rond en ondersteun de groepjes leerlingen waar nodig. pagina 3 van 5 pagina 3 van 5
(klassikaal) 1. Doe de opdracht klassikaal. Laat de leerlingen het Stappenplan Luisteren en kijken voor zich nemen (te downloaden bij Basismateriaal op de website). Laat de leerlingen het filmpje zien (log in op www.nieuwsbegrip.nl, ga naar recent materiaal en klik op de link). Volg de stappen van het stappenplan. 2. Stel de leerlingen naar aanleiding van het filmpje de volgende vragen: Welke dingen beschermen Nederland tegen het water? (duinen, dijken en dammen) Wat gebeurde er in 1953 in Nederland? (een watersnoodramp) Wie is Hans Brinker? (een jongen die zijn vinger in een gat in de dijk hield; het water stopte toen met stromen) pagina 4 van 5 pagina 4 van 5
1. C. heel zachtjes stromen 2. Een dijk is een soort muur van zand en stenen langs de zee of een rivier, om het land droog te houden. 3. B. kapotgaan 4. c. zonder gevaar 5. A. omhooggaan Mogelijke antwoorden: - spannend - in het noorden - Groningen - dijk doorbreken - mensen en dieren naar een veilige plek - overstromingen - meer huizen en wegen - water kan niet de grond in - klimaat verandert - het regent vaker en harder - water in de rivieren stijgt - rivieren dieper en breder - weilanden onder water - drijvend huis - huis stijgt mee met rivier pagina 5 van 5 pagina 5 van 5