Dyslexieprotocol Basisschool D n Overkant Bettine Hazen Jacqueline van Dorst Schooljaar 2015-2016 0
Inleiding Voor u ligt het schoolspecifiek protocol dyslexie van basisschool D n Overkant. Leescoördinator Bettine Hazen heeft dit protocol in samenwerking met intern begeleider Jacqueline van Dorst geschreven. Om aan te sluiten bij de recente ontwikkelingen op het gebied van signaleren en begeleiden van leerlingen met lees- en spellingsproblemen hebben wij geprobeerd nauw aan te sluiten bij het Protocol Leesproblemen en Dyslexie van het Expertisecentrum Nederlands. Het is daarom ook mogelijk dat er verwezen wordt naar dit protocol. Het gebied van lezen, spelling en dyslexie is voortdurend in beweging. Wij willen aansluiten bij nieuwe ontwikkelingen, daarom zal het protocol jaarlijks aangepast worden. Mocht u naar aanleiding van het lezen van dit protocol nog vragen hebben, dan kunt u zich richten tot Bettine Hazen of Jacqueline van Dorst. April 2016 1
Inhoudsopgave Algemene informatie lezen en spellen blz. 3 Definitie dyslexie blz. 7 Signalering dyslexie blz. 8 - Signalering groep 1/2 blz. 9 - Signalering groep 3 blz. 13 - Signalering groep 4 blz. 15 - Signalering groep 5 t/m 8 blz. 17 Ouders inlichten blz. 19 Verwijzing dyslexieonderzoek blz. 20 Vaststelling dyslexie blz. 21 Na vaststelling: begeleiding op school blz. 22 Behandeling externen onder schooltijd blz. 24 Sociaal emotionele ontwikkeling en dyslexie blz. 27 Bijlage 1: Dyslexiekaart blz. 28 2
Algemene informatie lezen en spellen Geletterdheid bij groep 1/2 Schriftelijke taal is overal, ook kleuters komen er dagelijks mee in aanraking. Niet alleen op school, maar ook in de buitenwereld speelt geletterdheid een grote rol. Hierdoor worden kleuters geprikkeld, de interesse in het ontcijferen van de schriftcode is gewekt. Ze willen weten wat er op de uitnodiging van het feestje staat, of wat er op de voorkant van hun favoriete leesboek staat. Daarom is het niet verwonderlijk dat de ontwikkeling van de geletterdheid al is begonnen voordat de kinderen naar school gaan. Ook in hun voorschoolse periode komen kinderen in aanraking met diverse vormen van geschreven materiaal. De ervaring die ze opdoen in deze voorschoolse periode heeft grote invloed op het niveau van geletterdheid waarmee ze de basisschool instromen. In groep 1 en 2 bereiden kleuters zich voor op het leesonderwijs van groep 3. Spelenderwijs maken ze kennis met de functies van geschreven taal en leren ze de basisprincipes van het lezen en schrijven. Met taalspelletjes leren ze rijmen, woorden opdelen in klankgroepen en langzamerhand krijgen ze in de gaten dat woorden opgebouwd zijn uit klanken en dat de letters van het alfabet de klanken weergeven. Ze leren zich niet alleen meer op de inhoud van een woord te richten, maar ook op de vorm. Deze kennis en vaardigheden zijn belangrijk om te leren lezen en schrijven in groep 3. Werkwijze groep 1/2 met betrekking tot geletterdheid Gedurende de week komt het onderdeel geletterdheid geregeld aan bod in de groepen. We werken aan taal, letterkennis en fonemisch bewustzijn op de onderstaande manier. Kleuterplein Halverwege het schooljaar 2015-2016 zijn de groepen 1/2 gestart met de methode Kleuterplein. Kleuterplein is een complete methode waarbij leerlingen zich spelenderwijs kunnen ontwikkelen. De thema s hebben een vaste structuur en leiden de kinderen stap voor stap door de leerlijnen heen. De leerlijn taal-lezen is hier een vast onderdeel van. Werkmap Fonemisch Bewustzijn Het fonemisch bewustzijn stimuleren wij door gebruik te maken van de Werkmap Fonemisch bewustzijn van het CPS. Hierin zijn de onderdelen luisteren, zinnen & woorden, rijmen, klankgroepen, isoleren van klanken, synthese van klanken, analyse van klanken, manipuleren van klanken en letterkennis opgenomen. We houden ons zoveel mogelijk aan de ordening en opbouw van activiteiten die is voorgeschreven door de werkmap. Lettermuur Letterkennis doen de leerlingen op met behulp van de Lettermuur. Twee keer per week is er een grote kringactiviteit van ongeveer 30 minuten die hier aandacht aan besteedt. Om de week wordt er een nieuwe letter aangeboden. Er wordt een woordweb rondom gemaakt en het versje behorend bij de nieuwe letter wordt voorgelezen. Leerlingen worden gestimuleerd om zelf na te denken of ze woorden kennen waarbij ze de letter horen. Ook mogen ze spulletjes van thuis meenemen waarin ze de letter horen. Na 2 weken komt er weer een nieuwe letter. Op deze manier worden zoveel mogelijk letters per schooljaar aangeboden. Uiteindelijk hebben de leerlingen na twee jaar alle letters van het alfabet geleerd, met uitzondering van de c, q, x en y. De lange klanken (oo, ee, uu, aa) worden ook aangeboden, de tweetekenklanken (au-ou-ie-ei-ij-ui-oe) komen niet aan bod. Leerlingen in groep 2 die op het gebied van letterkennis al vooruit lopen op hun klasgenoten kunnen in aanmerking komen voor extra verdieping met betrekking tot letters. We willen leerlingen extra leerstof aanbieden zodat ze in groep 3 goed en vlot met Veilig Leren Lezen kunnen starten. Met de extra verdieping starten we rond januari/februari. We bekijken welke leerlingen veel letters kennen en die lezen leuk en interessant vinden. Vervolgens bieden wij ze wekelijks op vrijdag een tweetekenklank aan, hier 3
maken ze opdrachtenboekje van. Wij hebben voor deze tweetekenklanken gekozen omdat wij deze letters in principe niet aanbieden in groep 2, het blijft voor de goede leerlingen op deze manier een uitdaging om met letters en lezen bezig te zijn. Ontwikkelingsmateriaal In de klas is ook ontwikkelingsmateriaal aanwezig met betrekking tot geletterdheid. Enkele voorbeelden zijn: rijmlotto, stempelwerkjes, sorteerwerkjes m.b.t. begin- midden- en eindklank, leesrups, woord aan boord. Dit ontwikkelingsmateriaal wordt ingezet tijdens de werktijden s ochtends. Leren lezen en spellen Goed kunnen lezen en spellen is belangrijk om te kunnen functioneren in onze geletterde maatschappij. Daarom wordt er in het basisonderwijs expliciet onderwijs in technisch lezen en spellen gegeven. Het daadwerkelijke technisch lezen start in groep 3. Onder technisch lezen (ook wel decoderen genoemd) verstaan we de vaardigheid om de geschreven vorm van een woord om te zetten naar de klankvorm van dat woord. Bij spellen (ook wel coderen genoemd) gebeurt het omgekeerde: hierbij wordt de klankvorm omgezet naar schrift. De klanken die binnen een taal worden onderscheiden, worden ook wel fonemen genoemd. Letters of lettercombinaties die klanken weergeven worden grafemen genoemd. In dit protocol spreken we steeds van klanken en letters als het gaat om respectievelijk de klankvorm (fonemen) en de geschreven vorm (grafemen). Technisch lezen gaat over klanken, letters en de verbinding daartussen. Als een leerling een woord leest, worden in de hersenen de letters en de bijbehorende klanken geactiveerd. Bovendien wordt dan meestal automatisch de koppeling met de betekenis van het woord gemaakt. Het technisch lezen en spellen ontwikkelt zich bij de meeste kinderen niet spontaan. Het zijn aangeleerde vaardigheden die het resultaat zijn van gericht en instructief onderwijs. Bij het ontwikkelen van een goede lees- en spellingsvaardigheid staan twee aspecten centraal: inzicht in het alfabetisch principe en automatisering Inzicht in het alfabetisch principe Inzicht in het alfabetisch principe is het besef dat letters corresponderen met bepaalde klanken en andersom: dat je klanken kunt koppelen aan letters. Automatisering Automatisering betekent dat het koppelen van letters aan klanken zo snel gaat, dat dit proces zonder bewuste aandacht van de lezer of speller verloopt. Als de woordherkenning geautomatiseerd is, herkent de lezer in één flits een woord. Dit is een belangrijke vaardigheid: hoe minder aandacht het ontsleutelen vraagt, hoe meer aandacht de lezer kan hebben voor de betekenis van wat wordt gelezen. Werkwijze groep 3 met betrekking tot aanvankelijk technisch lezen en spelling In groep 3 wordt gebruik gemaakt van de methode Veilig Leren Lezen. Veilig Leren Lezen is een geïntegreerde taal/leesmethode. Zowel mondelinge als schriftelijke taalontwikkeling wordt geïntegreerd aangeboden. Onder schriftelijke taalontwikkeling verstaan zij technisch lezen, spellen, begrijpend lezen en functioneel lezen. Binnen mondelinge taalontwikkeling valt spreken & luisteren, woordenschat, boekoriëntatie en verhaalbegrip. Veilig Leren Lezen is opgebouwd uit twaalf thematische kernen. In kern 1 t/m 6 wordt gewerkt aan het alfabetisch principe en de elementaire leeshandeling. Ook het correct kunnen schrijven van klankzuivere mkm-woorden staat centraal. In kern 7 t/m 12 wordt de leesvaardigheid verder geautomatiseerd en uitgebouwd naar moeilijkere en langere woorden. Wat betreft spellen leren kinderen ook het schrijven 4
van niet-klankzuivere woorden, woorden met letterclusters en eenvoudige samenstellingen correct te schrijven. Dagelijks wordt er gelezen in groep 3, van 9.00-10.15uur is er een les van Veilig Leren Lezen. s Middags is er van 13.00-13.30uur nog een flitsles van deze methode. Na de carnavalsvakantie wordt er gestart met tutorlezen. Leerlingen uit groep 8 komen dan 2x per week lezen met de leerlingen uit groep drie. Dit doen ze van 8.30-8.45uur. De activiteiten variëren van Veilig&Vlot lezen, woorden flitsen en boekje lezen tot in het werkboek werken. Werkwijze groep 4 t/m 6 met betrekking tot voortgezet technisch lezen De groepen 4, 5 en 6 lezen dagelijks 30 minuten. Er wordt gebruik gemaakt van de methode Leeslijn. De lezers die op niveau zijn, lezen meer zelfstandig in Leespad. Leerlingen die extra oefening nodig hebben, lezen onder begeleiding van de leerkracht in Leesweg. In de groepen 4 en 5 lezen de Leespad leerlingen de eerste 5-10 minuten van de leestijd rijtjes woorden om de scores bij DMT te verhogen. Ze gebruiken hierbij het leerboek van Leeslijn. Tijdens de leestijd wordt er ook gelezen in Kidsweek of zelf gekozen leesboeken (die worden gehaald in de bibliotheek). Werkwijze groep 7 en 8 met betrekking tot voortgezet technisch lezen De groepen 7 en 8 lezen 3 keer per week 30 minuten, ook hier wordt gebruik gemaakt van de methode Leeslijn. De leerlingen die op niveau zijn, lezen zelfstandig in Leespad, Kidsweek of in vrij leesboek (hier is een schema voor gemaakt), de leerlingen die extra oefening nodig hebben lezen onder begeleiding van de leerkracht in Leesweg. Werkwijze groep 4 t/m 8 met betrekking tot spelling De groepen 4 t/m 8 besteden per week 4 lessen van 25 minuten aan spelling. De groepen 4 t/m 8 werken met de methode Taalverhaal.nu. De methode werkt met woordpakketten. Elke week staat 1 categorie centraal. Er wordt gewerkt met werkboeken (vanaf groep 4) en leerboeken (groep 4 en 5). Elke maandag is een introductieles waarin de spellingmoeilijkheid wordt geïntroduceerd. De andere dagen wordt er na een korte instructie zelfstandig gewerkt. Dit gebeurt met oefeningen in het spellingwerkboek. Kinderen die moeilijkheden ondervinden bij spelling krijgen verlengde instructie en doen mee met de begeleide inoefening. In groep 4 en 5 werken deze kinderen met een Maatschrift waarmee dezelfde doelen worden bereikt. Alle afspraken rondom de werkwijze van spelling worden op taalvergaderingen doorgenomen en indien nodig aangepast, zodat voor iedereen de afspraken levend en actueel blijven. 5
Onderkenning lees- en spellingsproblemen Al is er in de onderbouw alles aan gedaan om lees- en spellingsproblemen bij zoveel mogelijk leerlingen te verhelpen, er zullen altijd leerlingen zijn die extra hulp nodig hebben bij lezen en spellen. Leesproblemen De meeste zwakke lezers kampen met decodeerproblemen: problemen met het omzetten van een geschreven letterreeks in de corresponderende klankcode. Spellend lezen Spellend lezen is het letter voor letter verklanken van een woord. Dit is een goede strategie voor het aanvankelijke leesproces. Meestal wordt deze strategie vlot vervangen door vlot en vloeiend lezen. Er zijn echter leerlingen die een spellende strategie blijven gebruiken. Deze strategie leidt tot een traag leestempo. Radend lezen Een leerling met een radende strategie leest niet precies wat er staat maar probeert te gissen naar het juiste woord door gebruik te maken van voorkennis, illustraties bij de tekst en de context van het verhaal. Deze manier van lezen leidt vaak tot veel leesfouten. Een combinatie van spellend en radend lezen komt ook voor. Spellingproblemen Leerlingen met spellingproblemen maken vaak langdurig veel basale spellingfouten als gevolg van een automatiseringstekort. Ze kennen en onthouden weinig tot geen spellingsregels en ze corrigeren zichzelf niet. Ze schrijven vaak letterlijk op wat ze horen (fonetische strategie). Van de regels die ze wel kennen, weten ze vaak niet wanneer en hoe ze deze moeten toepassen. Andere regelmatigheden in het spellingsysteem (her)kennen ze ook moeizaam. Ze hebben geen of nauwelijks inzicht in hoe het spellingssysteem van hun moedertaal is opgebouwd. Als gevolg van dit alles kan het bijvoorbeeld voorkomen dat ze een bepaald woord op één bladzijde op verschillende manieren spellen. Ook schrijven leerlingen met spellingproblemen vaak onleesbaar en maken ze veel doorhalingen. Bij leerlingen die wel leesbaar schrijven, valt het trage schrijftempo op. Ook dit zijn symptomen van automatiseringsproblemen. 6
Definitie dyslexie Effectief lees- en spellingonderwijs, waarbij problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en aangepakt, kunnen lees- en spellingproblemen bij een groot deel van de leerlingen voorkomen. Toch zullen er altijd leerlingen zijn die problemen met lezen en spellen blijven houden, ondanks intensivering van het onderwijs met extra instructie- en oefentijd en specifieke lees- en spellinginterventies. Ongeveer 4% van de leerlingen wordt gezien als dyslectisch. Dit betekent dat er in elke groep (van ongeveer 25 leerlingen) gemiddeld één leerling zit met zodanig ernstige lees- en spellingproblemen, dat (te zijner tijd) dyslexie kan worden vastgesteld. Definitie Er zijn diverse definities van dyslexie te vinden. Wij beperken ons tot de definities die ook beschreven staan in het Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau (Stichting Dyslexie Nederland, 2008) Dyslexie is een specifieke lees- en spellingstoornis met een neurobiologische basis, die wordt veroorzaakt door cognitieve verwerkingsstoornissen op het raakvlak van fonologische en orthografische taalverwerking. Deze specifieke taalverwerkingsproblemen wijken proportioneel af van het overige cognitieve, en met name taalverwerkingsprofiel en leiden tot een ernstig probleem met het lezen en spellen van woorden ondanks regelmatig onderwijs. Dit specifieke lees- en spellingprobleem beperkt in ernstige mate een normale educatieve ontwikkeling, die op grond van de overige cognitieve vaardigheden geïndiceerd zou zijn (Blomert, 2006) Didactische resistentie Uit de definities blijkt dat dyslexie een hardnekkig probleem is dat niet samenhangt met de intellectuele vermogens van een leerling. Het is een probleem in de verwerking van taal in de hersenen dat tot uiting komt in het lees- en spellingonderwijs. Voor de vaststelling van dyslexie kan nooit worden volstaan met een eenmalige testafname. Hardnekkigheid blijkt als extra planmatige en intensieve didactische maatregelen en remediëringsinspanningen nauwelijks leiden tot een verbetering van de lees- en spellingvaardigheid. De hardnekkigheid van dyslexie wordt ook wel uitgedrukt in de woorden didactische resistentie. Didactische resistentie kan wel worden aangetoond wanneer een leerling nauwelijks vooruitgang boekt op genormeerde toetsen gedurende ten minste een half jaar intensieve begeleiding (twee interventieperioden van elk minimaal 12 effectieve weken). Onder intensieve begeleiding verstaan wij minimaal één uur per week extra begeleiding buiten de reguliere leestijd. Bij leerlingen met dyslexie blijft altijd een zekere achterstand bestaan. Er wordt van een significante achterstand gesproken als een leerling op lezen op woordniveau/spelling een niveau behaalt dat niet past bij zijn leeftijd en omstandigheden. Dit is ook het geval na systematische hulp: dyslexie gaat nooit helemaal over! 7
Signalering dyslexie Tijdig signaleren van vermoedens van dyslexie kan veel problemen (op o.a. sociaal-emotioneel vlak) voorkomen. Het is daarom belangrijk goed op de hoogte te zijn van de verschillende signalen die kenmerkend zijn voor dyslexie. Het is een misvatting dat deze signalen pas in groep 3 naar voren komen omdat daar leerlingen leren lezen. Signalen kunnen al (en liever) in groep 1 en 2 opgepikt worden zodat direct kan worden gehandeld en dossiers worden aangemaakt. Onderzoek heeft aangetoond dat leerlingen met een risico voor leesproblemen of dyslexie die in de kleuterperiode gerichte hulp hebben gekregen op het gebied van letterkennis en fonologische vaardigheden, in groep 3 een betere start maken met lezen. Handelen in groep 1/2 is dus voornamelijk preventief bedoeld, als voorbereiding op het leren lezen. 8
Signalering groep 1/2 In groep 1/2 zijn verschillende signalen van mogelijk dyslectische leerlingen op te merken door goed te observeren. Het is belangrijk dat de leerkracht zich goed bewust is van de signalen die jonge kinderen met dyslexie laten zien, dat kan zelfs al wanneer een leerling in groep 1 zit. Deze signalen zijn erg divers en zeer regelmatig zal het kind niet alle signalen laten zien. Dit vraagt van de leerkracht een oplettende houding. Hieronder staan verschillende signalen: Bij het kind is in de familie dyslexie gediagnosticeerd. Als dyslexie bij één van de ouders voorkomt, heeft het kind ongeveer 40% kans om ook dyslectisch te zijn. Als beide ouders dyslexie hebben, is de kans 80%. Wanneer bij het intakegesprek bekend wordt dat een kind laat is gaan spreken (bijv. pas bij leeftijd van 2 jaar echte zinnen maken), kan dit een signaal zijn. Zeker wanneer dyslexie ook in de familie zit, gecombineerd met laat spreken dan is dit een duidelijk signaal. Een kind heeft uitspraakproblemen. Vooral lange woorden geven problemen. Typische voorbeelden zijn het weglaten van de beginklank (bijv. paghetti of lifant ) of het omkeren van de klanken in een woord zoals bij namier in plaats van manier. (Bedenk wel dat het niet het denken betreft, het gaat puur over de expressieve taal. Een kind weet wel wat hij wil zeggen of wat hij bedoelt, hij kan alleen niet de juiste woorden oproepen uit zijn geheugen. Dit kan best frustrerend zijn.) Het kind heeft moeite met het automatiseren van willekeurige reeksen: kleurnamen, namen van kinderen in de klas, namen van de dagen van de week, namen van cijfers en namen van letters. Het kind heeft moeite met het ordenen van objecten. Het kind verwerkt (talige) informatie traag, dit is het gevolg van het algemeen automatiseringsprobleem. Dubbeltaken en werken onder tijdsdruk zijn problematisch. Het kind heeft moeite met meervoudige instructies, terwijl ze de afzonderlijke taken wel goed kan uitvoeren. Dit heeft te maken met het feit dat dyslectici vaak een beperkt kortetermijngeheugen hebben. Het kind heeft moeite met het onthouden van versjes en rijmpjes. Dit komt omdat de auditieve verwerking van klanken problematisch verloopt, hierdoor kunnen ze minder goed verschillen horen tussen de klanken in woorden. Dyslectische kinderen horen echt niet dat iets rijmt. Het kind heeft moeite met het nazeggen van zinnen. Ze hebben dan vooral moeite met de woorden op de juiste positie of in de juiste volgorde te plaatsen. Dyslectische kinderen hebben ook over het algemeen moeite met spreken. Bedenk wel dat het niet het denken betreft, het gaat puur over de expressieve taal. Een kind weet wel wat hij wil zeggen of wat hij bedoelt, hij kan alleen niet de juiste woorden oproepen uit zijn geheugen. Belangrijke misvatting: Kinderen die in spiegelschrift schrijven, zijn niet per definitie dyslectisch. Het achterstevoren schrijven en het omdraaien van letters en woorden komt veel voor in de eerste fasen van de schrijfontwikkeling, zowel bij dyslectische als niet-dyslectische kinderen. Signaleringslijst voor Kleuters Bij het Protocol Leesproblemen en Dyslexie (Groep 1 en 2) is de Signaleringslijst voor Kleuters toegevoegd. Dit is een hulpmiddel om tijdig achterstanden in geletterdheid te signaleren. Deze signaleringslijst bevat de belangrijkste observaties per tussendoel beginnende geletterdheid en biedt ruimte om gegevens over specifieke risicofactoren weer te geven. 9
Het is raadzaam om kinderen in groep 1 vooral goed te observeren en gericht werkjes te geven als je twijfelt over een bepaalde vaardigheid. Alleen op die manier kun je erachter komen of een kind een duidelijk signaal laat zien of dat het misschien een toevalstreffer is. De signaleringslijst zit in het Protocol Leesproblemen en Dyslexie van 1/2 op bladzijde 102, in iedere kleutergroep is dit protocol aanwezig (voorafgaand aan het invullen, graag de lijst kopiëren zodat het origineel altijd behouden blijft). Afspraken over het gebruik van de Signaleringslijst voor Kleuters Wanneer duidelijk wordt dat er bij een leerling dyslexie in de naaste familie zit (ouders, broers/zussen), dient de leerkracht de lijst in te vullen aan het einde van groep 1. Wanneer de leerkracht één duidelijk signaal (d.w.z. meerdere malen gesignaleerd of getoetst) opmerkt dat zou kunnen wijzen op dyslexie of een achterstand in de geletterdheid, dan vult hij de lijst eind groep 1 in. Het is mogelijk de lijst ook eerder in te vullen maar zorg ervoor dat je het kind al voldoende begeleiding hebt gegeven om te kunnen spreken van een signaal. Wanneer de leerkracht eind groep 1 de lijst ingevuld heeft voor een leerling, wordt de lijst ook januari groep 2 en juni groep 2 ingevuld. De lijsten worden door de leerkracht bewaard zolang de leerling in groep 1/2 zit. Gaat de leerling over naar groep 3, dan gaat de lijst in het dossier van de leerling (dossier is aanwezig in zorgkamer). Ook wordt er een notitie gemaakt in Esis over de reden waarom de lijst is ingevuld en wat de bevindingen waren. Ouders worden altijd ingelicht wanneer de leerkracht de lijst invult. De leerkracht meldt bij het groepsgesprek aan de IB-er dat er een signaleringslijst ingevuld is voor de leerling. Vermeld ook de reden. De leerkracht noteert alles wat hij doet. Hij beschrijft wat er gesignaleerd is en hoe dat gesignaleerd is. Vervolgens wordt beschreven hoe de leerkracht hierop heeft gehandeld. Voorschotbenadering Mogelijke risicoleerlingen worden door observaties en toetsmomenten gesignaleerd. Bij deze leerlingen wordt de voorschotbenadering ingezet. Het doel van deze voorschotbenadering is om leesproblemen zo veel mogelijk te voorkomen door leerlingen alvast een voorschot te geven op de leesinstructie in groep 3. De extra ondersteuning biedt leerlingen expliciete oefening in het aanleren van klank-letterkoppelingen (wij leren de letters van kern 1 aan) en fonemisch bewustzijn. Toetsen en observeren in groep 1/2 In groep 1/2 zijn er jaarlijks twee toetsmomenten, in januari/februari en in mei/juni (afhankelijk van start en einde schooljaar). We nemen dan de Cito Taal voor Kleuters af. De leerlingen in groep 2 hebben nog een extra toets die specifiek onderdelen van het fonemisch bewustzijn toetst, het Screeningsinstrument Beginnende Geletterdheid van het Cito. Er zijn twee afnamemomenten in oktober/november en maart/april.. Ook worden de leerlingen jaarlijks twee keer geobserveerd en geregistreerd middels het KIJK registratieprogramma, beginnende geletterdheid is hier ook een vast onderdeel van. 10
In het schema hieronder staan de meetmomenten en interventiemomenten PREVENTIENIVEAU 1 Aandachtspunten: - Mondelinge taalvaardigheid - Geletterde ervaringen - Fonemisch bewustzijn - Begrijpend luisteren MOMENTEN IN DE TIJD WAT MOET ER GEBEUREN? HOE PAKKEN WE HET AAN? 1 In kaart brengen beginsituatie GROEP 1 Welke gegevens verstrekken ouders en peuterspeelzalen over de taalontwikkeling van het kind? 2 Oktober/november Hoe is het met de spraak/taalontwikkeling van de nieuwe kinderen? 3 Interventieperiode 1 herfstvakantie januari 4 Meetmoment 2 (januari/februari) Stimuleren goede spraak/taalontwikkeling ** Nagaan effectiviteit stimulering spraak/taalontwikkeling 5 Interventieperiode 2 Stimuleren spraak/taalontwikkeling en fonemisch bewustzijn 6 Meetmoment 3 (mei/juni) Nagaan effectiviteit spraak/taalontwikkeling en het fonemisch bewustzijn Warme overdracht, Dit-kan-ik-al-boekje van de peuterspeelzaal / het kinderdagverblijf en intakegesprek met ouders Bij de risicoleerlingen worden uit de TAK de toetsen klankonderscheiding en klankarticulatie afgenomen. Afname van Cito Taal voor kleuters (M1) Invullen Signaleringslijst voor kleuters (PLD) voor de risicoleerlingen. ** Invullen Signaleringslijst voor kleuters bij risicoleerlingen en, indien nodig, de toetsen klankonderscheiding en klankarticulatie van de TAK. 7 Interventieperiode 3 Stimuleren spraak/taalontwikkeling en fonemisch bewustzijn 8 Eindevaluatie: (Eind schooljaar) Spraak/taalontwikkeling en fonemisch bewustzijn van alle leerlingen nagaan. Afname van Cito Taal voor kleuters (E1) ** Aandachtspunten voor groep 2 formuleren. 11
1 In kaart brengen beginsituatie 2 Interventieperiode 1 (begin schooljaar herfstvakantie) meetmoment 1 (Herfstsignalering oktober) 3 Interventieperiode 2 (herfstvakantie februari) 4 Meetmoment 2 (januari/februari) GROEP 2 Gebruik maken van de gegevens uit groep 1 Groepsplan 1 opstellen Verder stimuleren spraak/taalontwikkeling, kennis van de namen en klanken van letters en fonemisch bewustzijn Nagaan: spraak/taalontwikkeling, fonemisch bewustzijn en kennis van de namen en klanken van letters Groepsplan 1 evalueren en groepsplan 2 opstellen Verder stimuleren spraak/taalontwikkeling, kennis van de namen en klanken van letters en fonemisch bewustzijn Hoe verloopt de ontwikkeling van de spraak/taalontwikkeling, de ontwikkeling van letterkennis en fonemisch bewustzijn? Groepsplan 2 evalueren en groepsplan 3 opstellen 5 Interventieperiode 3 Verder stimuleren spraak/taalontwikkeling, kennis van de namen en klanken van letters en fonemisch bewustzijn 6 Meetmoment 3 (voor de zomervakantie) Vaststellen fonemisch bewustzijn zwakke kinderen Bepalen welke kinderen specifieke aandacht in groep 2 nodig hebben. Groepsplan 1 uitvoeren ** Screeningsinstrument Beginnende Geletterdheid afnemen (na herfstvakantie) Groepsplan 2 uitvoeren ** Voor kinderen die geen ontwikkeling laten zien: inschakelen deskundige Invullen Signaleringslijst voor kleuters 2 voor risicoleerlingen Afname van Cito Taal voor kleuters (M2) Groepsplan 3 uitvoeren ** Screeningsinstrument Beginnende Geletterdheid afnemen (eind maart, begin april) afname van Cito Taal voor kleuters (E2) Invullen Signaleringslijst voor kleuters voor risicoleerlingen ** Aanpak tijdens de interventiemomenten in 1 en 2: - Preteaching en verlengde instructie vanuit de methode Ik en Ko - Map Fonemisch bewustzijn - Tips en adviezen uit PLD voor groep 1 en 2 - Lettermuur - De voorschotbenadering (alleen groep 2) uit PLD bladzijde 55 12
Signalering groep 3 Om zicht te krijgen op de lees- en spellingontwikkeling van de leerlingen is het belangrijk om de vorderingen systematisch bij te houden. Naast het afnemen van methodegebonden toetsen, worden ook de methodeonafhankelijke toetsen afgenomen. Bij methodegebonden toetsen wordt gekeken of de leerlingen de in de methode aangeboden stof beheersen. Bij methodeonafhankelijke toetsen wordt bekeken of de leerling de aangeboden stof ook kan toepassen in andere situaties. Op basis van toetsresultaten en observaties bepaalt de leerkracht (evt. in samenspraak met leescoördinator) bij welke leerlingen het lees- en spellingsonderwijs geïntensiveerd moet worden. In groep 3 is het belangrijk om te toetsen op het gebied van het fonologisch bewustzijn, letterkennis en technisch lezen. De toetsen met betrekking tot het fonologisch bewustzijn, de letterkennis en het technisch lezen zijn aanwezig binnen de toetsen van de methode Veilig Leren Lezen. Voor het technisch lezen nemen wij ook nog de methodeonafhankelijke toetsen DMT (Drie Minuten Toets, gericht op het lezen van woorden) en AVI (gericht op het lezen van zinnen/teksten) af. In het schema hieronder staan de meetmomenten en interventiemomenten. MOMENTEN IN DE TIJD WAT MOET ER GEBEUREN? HOE PAKKEN WE HET AAN? ** GROEP 3 1 In kaart brengen (augustus/september) 2 Interventieperiode 1 (september herfstvakantie) 3 Meetmoment 1: Herfstsignalering (oktober) 4 Interventieperiode 2 (oktober-januari) 5 Meetmoment 2: Wintersignalering (januari / februari) 6 Interventieperiode 3: (februari-april) Vastleggen beginsituatie Opstellen groepsplan 1 Overdracht groep 2 Ondersteuning mogelijke risicolezers Lees- en schrijfvaardigheid van alle leerlingen toetsen Groepsplan 1 evalueren en groepsplan 2 opstellen Elementaire leeshandeling Letterkennis en elementaire lees-/spelhandeling van alle leerlingen. Groepsplan 2 evalueren en groepsplan 3 opstellen. Volledige letterkennis en leessnelheid - Informatie observatielijsten / KIJK - Gegevens spraak/taalontwikkeling - Resultaten methodeonafhankelijke toetsen - Goed inplannen volgens de methode VLL - Doelgericht werken: alle kinderen eind groep 3 minimaal AVI-E3 - Pre- en reteaching met behulp van de lessen uit de methode - Verlengde instructie - Extra oefenen automatiseren van de letters (dagelijks) - VLL-herfstsignalering - Observaties als aanvulling - Pre- en reteaching met eigen methode: uitbreiding instructie- en leertijd voor de risicolezers, - Dagelijks verlengde instructie - Structureel met de zwakke lezers oefenen met Veilig en Vlot. - Afname LOVS Spelling M3 - Afname DMT / AVI Van uitvallers wordt een analyse gemaakt - Pre- en reteaching met de methode: zwakke leerlingen: dagelijks verlengde instructie 13
7 Meetmoment 3: Lentesignalering (april) 8 Interventieperiode 4: april - juni 9 Meetmoment 4: Eindsignalering (juni) Letterkennis en leessnelheid. Groepsplan 3 evalueren en groepsplan 4 opstellen. Automatisering van het leesproces Lees- en schrijfvaardigheid van alle leerlingen toetsen. Groepsplan 4 evalueren Informatie doorgeven aan leerkrachten groep 4 - Evt. letters blijven oefenen - Uitvoeren groepsplan Bij zwakke leerlingen: decodeervaardigheid nagaan (DMT en AVI) Verder: is de leerling mogelijk dyslectisch? - Pre- en reteaching met de methode: verlengde instructie voor zwakke lezers. dagelijks ca. 10 min. En: halen de zwakke lezers eind groep 3 AVI-E3? Bij alle kinderen DMT en AVI afnemen. Norm: minimaal III-niveau (DMT) Norm AVI: minimaal AVI-E3 Afname LOVS Spelling E3 Norm: minimaal III-niveau Afname LOVS Begrijpend lezen E3 Norm: minimaal III-niveau Verder: Welke kinderen hebben in groep 4 specifieke ondersteuning nodig? 14
Signalering groep 4 De lees- en spellingvaardigheid wordt in groep 4 uitgebreid en verdiept en de aandacht verschuift steeds meer van leestechniek naar leesbegrip. De automatisering van het leesproces gaat door als gevolg van oefening en ervaringen die leerlingen met het lezen van boeken opdoen. Ze lezen steeds meer en de teksten worden steeds langer en complexer. Om goed zicht te krijgen op deze ontwikkeling is het van belang om in groep 4 op een systematische manier te bekijken hoe het lezen en schrijven zich ontwikkelt. Daarom hebben we het schooljaar opgedeeld in vier periodes. Op basis van toetsresultaten en observaties bepaalt de leerkracht (evt. in samenspraak met leescoördinator) bij welke leerlingen het lees- en spellingsonderwijs geïntensiveerd moet worden. In het schema hieronder staan de meetmomenten en interventiemomenten. MOMENTEN IN DE TIJD WAT MOET ER GEBEUREN? HOE PAKKEN WE HET AAN? GROEP 4 In kaart brengen (augustus/september) Interventieperiode 1 (augustus-oktober) Meetmoment 1: Herfstsignalering (oktober) Interventieperiode 2 (oktober-februari) Meetmoment 2: (januari/februari) Interventieperiode 3 (februari-april) Meetmoment 3 (april) Vastleggen beginsituatie zwakke lezers (lezen lager dan AVI-E3) Groepsplan 1 opstellen Tussenmeting lees- en schrijfvaardigheid zwakke lezers Nagaan effectiviteit interventies zwakke lezers Groepsplan 1 evalueren groepsplan 2 opstellen Lees- en schrijfvaardigheid van alle leerlingen nagaan Nagaan effectiviteit interventies zwakke lezers Groepsplan 2 evalueren en groepsplan 3 opstellen Tussenmeting lees- en schrijfvaardigheid zwakke lezers Nagaan effectiviteit interventies en aanpak - Zie meetmoment 4 in groep 3 - Doelgericht werken: alle kinderen eind groep 4 minimaal AVI-E4 - Pre- en reteaching met technisch lezen (Leeslijn), en begrijpend lezen uitbreiding instructietijd - Bij zwakke lezers nagaan decodeervaardigheden (DMT en AVI) - Evt. afname PI-dictee bij mogelijk dyslectische kinderen die moeite hebben met spelling - Pre- en reteaching met leesmethode (Leeslijn) en spellingmethode, uitbreiding instructietijd. - Voor-koor-door methode - DMT-oefenmap In kaart brengen van de lees- en spellingvaardigheid. - Afname van LOVS Spelling, AVI en DMT, Begrijpend lezen Werken met nieuwe groepsplan (zie interventieperiode 2) - Bij zwakke lezers nagaan decodeervaardigheden (DMT en AVI) - Evt. afname PI-dictee bij mogelijk dyslectische kinderen die moeite hebben met spelling 15
Interventieperiode 4 (april juni) Meetmoment 4 en Eindevaluatie (juni) bijstellen Groepsplan 3 evalueren en groepsplan 4 opstellen Lees- en schrijfvaardigheid toetsen van alle leerlingen; Groepsplan 4 evalueren. Overdracht naar groep 5 Werken met nieuwe groepsplan (zie interventieperiode 2) Vaststellen lees- en spellingvaardigheid: - AVI, DMT, TBL, Spelling Norm: Spelling minimaal III-niveau DMT minimaal III-niveau TBL minimaal III-niveau AVI minimaal niveau E4 16
Signalering groep 5-8 Om de technische lees- en spellingvaardigheid zich gedurende de gehele basisschool nog wikkelt, is het van belang om bij alle leerlingen in groep 5 tot en met 8 de voortgang bij het lezen en spellen systematisch te volgen. Met een lees- en/of spellingachterstand wordt het immers in de bovenbouw voor leerlingen steeds lastiger om de lessen in de verschillende vakken bij te houden. Op basis van toetsresultaten en observaties bepaalt de leerkracht (evt. in samenspraak met leescoördinator) bij welke leerlingen het lees- en spellingsonderwijs geïntensiveerd moet worden. In het schema hieronder staan de meetmomenten en interventiemomenten aangegeven van de groepen 5 t/m 8. Omdat de verschillen niet groot zijn, is ervoor gekozen om niet per jaargroep een apart schema te maken maar om de groepen 5 t/m 8 samen te voegen. MOMENTEN IN DE TIJD WAT MOET ER GEBEUREN? HOE PAKKEN WE HET AAN? GROEP 5-8 1 In kaart brengen (augustus/september) 2 Interventieperiode 1 (augustus-oktober) 3 Meetmoment 1: Herfstsignalering (oktober) Vastleggen beginsituatie zwakke lezers (lezen lager dan AVI eind niveau vorige groep) Groepsplan 1opstellen Tussenmeting lees- en schrijfvaardigheid zwakke lezers Nagaan effectiviteit interventies zwakke lezers Groepsplan 1 evalueren en groepsplan 2 opstellen - Zie Meetmoment 4 in voorgaande groep - Doelgericht werken: alle kinderen einde schooljaar minimaal AVI eindniveau behorend bij leerjaar. - Pre- en reteaching met leesmethode (Leeslijn) en spellingmethode, uitbreiding instructietijd. - Nagaan decodeervaardigheden (DMT en AVI) - Verloop begrijpend lezen (methodegebonden toetsen) - Evt. afname PI-dictee bij mogelijk dyslectische kinderen die moeite hebben met spelling 4 Interventieperiode 2 oktober-februari 5 Meetmoment 2: (januari/februari) Lees- en schrijfvaardigheid van alle leerlingen nagaan Nagaan effectiviteit interventies zwakke lezers Groepsplan 2 evalueren en groepsplan 3 opstellen Werken met nieuwe groepsplan (zie interventieperiode 1) In kaart brengen van de lees- en spellingvaardigheid. - Afname van LOVS Spelling, AVI en DMT, Begrijpend lezen 6 Interventieperiode 3 Werken met nieuwe groepsplan (februari-april) (zie interventieperiode 1) 7 Meetmoment 3 Tussenmeting lees- en - Bij zwakke lezers nagaan 17
(april) 8 Interventieperiode 4 april juni 9 Meetmoment 4 en Eindevaluatie (juni) schrijfvaardigheid zwakke lezers Nagaan effectiviteit interventies en aanpak bijstellen Groepsplan 3 evalueren en groepsplan 4 opstellen Lees- en schrijfvaardigheid toetsen van alle leerlingen; Groepsplan 4 evalueren. Overdracht naar volgende groep Groep 8 overdracht naar Voortgezet Onderwijs decodeervaardigheden (DMT en AVI) - Evt. afname PI-dictee bij mogelijk dyslectische kinderen die moeite hebben met spelling Werken met nieuwe groepsplan (zie interventieperiode 1) Vaststellen lees- en spellingvaardigheid: - AVI, DMT, TBL, Spelling Norm: Spelling minimaal III-niveau DMT minimaal III-niveau TBL minimaal III-niveau AVI minimaal niveau E- afname Voortgang voortgezet onderwijs Overdrachtgegevens naar voortgezet onderwijs. Welke leerlingen hebben extra begeleiding nodig op leesen/of spellinggebied? 18
Ouders/verzorgers inlichten Wanneer er sprake is van een achterstand worden ouders/verzorgers altijd ingelicht. Er wordt niet gewacht tot het 10-minutengesprek maar er wordt tijdig een afspraak gemaakt voor een gesprek. Dit gebeurt al wanneer er alleen een achterstand op lees- en spellingniveau is, zonder een direct vermoeden van dyslexie. Wel bestaat de mogelijkheid dat er wordt gesproken over dyslexie in het gesprek. In dit gesprek: Informeert de leerkracht de ouders over de achterstand van hun kind. Op welk gebied is het precies, hoe ernstig is de achterstand? Bevraagt de leerkracht de ouders op eventuele signalen die thuis zijn op gevallen en de achtergrond van het kind. Bespreekt de leerkracht de inmiddels gegeven extra ondersteuning en de mogelijke ondersteuning die de school kan bieden (en niet kan bieden). Maakt de leerkracht concrete afspraken met de ouders rond de ondersteuning in de komende periode. Geeft de leerkracht de ouders handvaten om hun kind thuis te ondersteunen. Wat kunnen ze doen, wat kunnen ze beter niet doen. Er kunnen afspraken gemaakt worden welke onderdelen ouders thuis met hun kind oefenen en hoe zij hun kind thuis begeleiden bij lezen en spelling De familiaire achtergrond rondom dyslexie is al bekend vanaf groep 1/2. Hier wordt aan ouders/verzorgers al gevraagd of dyslexie in de familie voorkomt. Zodoende zal dit tijdens het gesprek niet extra gevraagd of besproken worden. Na de interventieperiode worden de ouders door de leerkracht benaderd voor een vervolggesprek waarin de vorderingen besproken worden. Indien er sprake is van onvoldoende voortgang en de hardnekkigheid van het probleem is aangetoond, kan de leerkracht in samenspraak met de leescoördinator de ouders inlichten over het sterke vermoeden van dyslexie. Ouders/verzorgers worden geïnformeerd over de verwijzing naar een dyslexieonderzoek. Het is de taak en verantwoordelijkheid van de ouders om hun kind daadwerkelijk aan te melden voor een dyslexieonderzoek. 19
Verwijzing dyslexieonderzoek Wanneer een gedegen aanpak niet tot het beoogde resultaat leidt, is er mogelijk sprake van dyslexie en moet een gekwalificeerde gedragswetenschapper worden ingeschakeld. Niet alle leerlingen komen in aanmerking voor een dyslexieonderzoek. Een positieve indicatiestelling voor mogelijk onderzoek naar dyslexie kan alleen volgen indien is voldaan aan de volgende criteria: Criterium van achterstand: het niveau van de leerling ligt significant onder het niveau dat op basis van leeftijd en gevolgd onderwijs verwacht mag worden. De ernst van het probleem onderbouwt de school door aan te tonen dat op drie achtereenvolgende hoofdmeetmomenten (tussenmetingen tellen niet mee) sprake is van een achterstand, ondanks voldoende begeleiding in de tussenliggende perioden. Criterium van didactische resistentie: de achterstand blijft bestaan, ondanks oefening en intensieve en systematische begeleiding. Met behulp van handelingsplannen wordt aangetoond dat er goede begeleiding is geboden, maar dat deze geen of slechts beperkt effect heeft gehad (twee achtereenvolgende interventieperioden van elk minimaal twaalf effectieve weken). Wordt aan bovenstaande criteria voldaan, dan kunnen de ouders een dyslexieonderzoek aanvragen. De ouders zijn vrij in hun keuze voor behandelaar waar zij hun kind aanmelden. Uiteraard kan de school wel een adviserende rol bekleden. Leerlingdossier Wanneer ouders hun kind aanmelden voor het onderzoek naar dyslexie, dienen zij te beschikken over het leerlingdossier van hun kind. Dit leerlingdossier ligt op school. Het dossier is voorzien van een argumentatie voor het vermoeden van (ernstige) dyslexie en is getekend namens het bevoegd gezag van de school. Wat moet in het leerlingdossier aanwezig zijn? Basisgegevens uit het leerlingvolgsysteem Beschrijving van het lees- en spellingprobleem Signalering van lees- en spellingproblemen: datum, toets (criteria, score) Omschrijving van de extra begeleiding (doelen, duur, inhoud, organisatie, begeleider) Resultaten van de extra begeleiding en beschrijving van gebruikte toetsen en normering Vaststelling toenemende achterstand ten opzichte van de normgroep met vermelding van gebruikte toetsen en normcriteria. Argumentatie voor het vermoeden van ernstige dyslexie: aantonen van didactische resistentie na geboden begeleiding van voldoende intensiteit en kwaliteit. Indien bekend, vermelding en beschrijving van eventuele andere (leer)stoornissen 20
Vaststelling dyslexie Nadat ouders hun kind hebben aangemeld bij een behandelaar, zal deze op basis van schoolgegevens uit het leerlingdossier beoordelen of het vermoeden van dyslexie gerechtvaardigd is. Als dit het geval is, volgt er diagnostisch onderzoek. In dit onderzoek wordt in de eerste plaats de achterstand in lees- en spellingvaardigheid vastgesteld waarbij ook aandacht wordt besteed aan een aantal indicatoren van dyslexie. Ook wordt de algemene intelligentie vastgesteld. In het kort verloopt een dyslexieonderzoek als volgt: Beoordelen leerlingdossier door behandelaar Intakegesprek: de informatie uit het leerlingdossier wordt besproken met de ouders Diagnostisch onderzoek: achterstand lees- en spellingvaardigheid bepalen en algemene intelligentie vaststellen. Evaluatie en rapportage: behandelaar maakt rapportage en bespreekt dit met de ouders. Indien van toepassing bespreekt hij ook de behandeling, vaak omschreven in een behandelplan Opstelling dyslexieverklaring: de dyslexieverklaring bevestigt dat uit het onderzoek is gebleken dat een leerling dyslexie heeft en omschrijft welke ernstige belemmeringen zich voordoen. De verklaring geeft aan wat de leerling nodig heeft om de nadelige gevolgen te beperken. Op basis van deze gegevens wordt een conclusie getrokken. Daarbij zijn verschillende uitkomsten mogelijk: 1. Er is geen sprake van dyslexie, maar er is wel sprake van een (ernstig) lees- en/of spellingprobleem. Behandeling in de gezondheidszorg is niet nodig, wel extra ondersteuning thuis en op school. 2. Er is sprake van (ernstige) dyslexie en er is geen sprake van een andere problematiek die de gevolgen van dyslexie afzwakt of juist versterkt. Dit wordt ook wel enkelvoudige dyslexie genoemd. Afhankelijk van het oordeel van de behandelaar, is behandeling in de gezondheidszorg gewenst. Als het kind ernstige, enkelvoudige dyslexie heeft en het voldoet verder aan de (leeftijds)criteria die de verzekeraar stelt, dan worden de diagnostiek en de behandeling vergoed. 3. Er is sprake van (ernstige) dyslexie, maar er is tegelijkertijd sprake van een andere problematiek die de gevolgen van de dyslexie afzwakt of juist versterkt. We spreken van comorbiditeit. Behandeling in de gezondheidszorg is mogelijk gewenst, maar het kind komt niet in aanmerking voor vergoeding van behandeling vanuit de basisverzekering. Zorgverzekering Ouders zijn verantwoordelijk voor het in gang zetten van de behandeling, ze zijn ook vrij om te kiezen bij welke behandelaar ze hun kind laten behandelen. Als school hebben wij een adviserende taak, we willen ouders graag helpen bij hun keuze. We weten bij welke instituten behandelingen worden uitgevoerd. Wel is het voor ouders belangrijk om voor aanvang van de diagnostiek navraag bij de gemeente te doen. Gemeenten zijn vanaf januari 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg, waar ook de dyslexiezorg onder valt. Het is mogelijk dat er een contract is tussen de gemeente en een bepaalde behandelaar. Voorheen moesten ouders zich wenden tot de zorgverzekeraar maar sinds januari 2015 valt de dyslexiezorg net als de jeugdzorg en jeugd GGZ onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. Het verschil is dus dat de gemeenten nu de (dyslexie)zorg inkopen en niet meer de zorgverzekering. Hieronder enkele sites die kunnen helpen bij de keuze voor behandelaar. Kwaliteitsinstituut dyslexie: www.kwaliteitsinstituutdyslexie.nl behandelaars Nationaal Referentiecentrum Dyslexie: www.nrd.nu aangesloten instituten en praktijken Logopedisten/dyslexiespecialisten: nvlf.logopedie.nl/site/leden_in_nvlf_registers dyslexie 21
Na vaststelling: begeleiding op school Leerlingen met lees- en/of spellingmoeilijkheden worden intensiever begeleidt. Een dyslectische leerling komt hier ook zeker voor in aanmerking. Toch is dit vaak niet voldoende. Leerlingen met dyslexie ondervinden bovendien ook problemen bij andere vakken waar ze lezen en spellen voor nodig hebben, denk aan de zaakvakken (geschiedenis en aardrijkskunde), begrijpend lezen, Engels en stellen. Het is belangrijk te voorkomen dat deze leerlingen ook op andere vakgebieden achterstand oplopen. Dit kan de leerkracht realiseren door extra handreikingen in de instructie te bieden, door compenserende hulpmiddelen ter beschikking te stellen of door dispenserende maatregelen te nemen. Aanpassingen in lesstof Voordat er gelijk dispenserende en compenserende maatregelen worden toegepast, is het belangrijk ook te kijken naar de begeleiding van de leerkracht. Deze kan aanpassingen maken in de lesstof van bijv. zaakvakken, begrijpend lezen en stellen zodat het voor de dyslectische leerling beter te leren/maken is. Hierbij valt te denken aan: Teksten samen doorlezen, moeilijke woorden behandelen (uitleggen en leesstrategie verwoorden) Teksten kopiëren en meegeven naar huis Bij schrijven van tevoren afspreken of spellingfouten beoordeeld worden en zo ja, welke. Gebruik van spellingkaart bij schrijfopdrachten. Compenserende en dispenserende maatregelen Compenserende en dispenserende maatregelen worden vaak in één adem genoemd, hoewel er toch zeker wel verschil in zit. Bij compenseren wordt de lees- en/of spellingtaak wel uitgevoerd, zij het met hulpmiddelen. Deze maatregelen ondersteunen het uitvoeren van de taak. Bij dispenseren is er sprake van ontheffing, de leerling hoeft de taak (deels) niet uit te voeren. Compenseren Extra tijd bij schriftelijke toetsen Software: tekst-naar-spraak software, teksten worden voorgelezen op de computer. Gebruik maken van spellingcontrole LOVS: rekenen, woordenschat en spelling auditief en/of digitaal afnemen Dispenseren Leerling krijgt opdrachten voorgelezen en hoeft dus niet zelf te lezen. Leerling hoeft slechts een beperkt aantal bladzijden te lezen Schrijftaken worden vereenvoudigd, aantal oefeningen ook beperkt Leerling wordt bij zaakvakken mondeling overhoord in plaats van schriftelijk Leerling maakt niet alle dictees mee of maken gebruik van invuldictee zodat niet alle woorden geschreven hoeven te worden. Leerling hoeft tekst niet zelf te schrijven maar maakt gebruik van spraak-naar-tekst software. Dyslexiekaart Wanneer een leerling is onderzocht en er is een dyslexieverklaring afgegeven, komt een leerling in aanmerking voor compenserende en dispenserende maatregelen. In de dyslexieverklaring staat omschreven welke maatregelen het meest geschikt zijn voor de leerling. Het is dus mogelijk dat de ene dyslectische leerling wel in aanmerking komt voor een bepaalde maatregel en de andere niet. 22
Alle maatregelen die wij als D n Overkant kunnen bieden hebben wij vastgelegd op onze dyslexiekaart. De leerkracht zal, wanneer een leerling een dyslexieverklaring gekregen heeft, samen met de leerling deze dyslexiekaart invullen. De leerling mag dus, is samenspraak met de leerkracht, bekijken welke maatregelen voor hem of haar het meest geschikt zijn. Op deze manier wordt de leerling mede-eigenaar gemaakt van het leerproces, ook kan er zo goed aangesloten worden bij de behoeften van de leerlingen. Elke dyslexiekaart kan zodoende anders zijn en zal elk jaar (indien nodig meerdere keren) opnieuw bekeken worden. De leerkracht bewaart een dyslexiekaart in de groepsmap en de leerling heeft zijn of haar dyslexiekaart in de lade liggen. De algemene dyslexiekaart is te vinden in bijlage 1 op pagina 28 van dit protocol. Op deze kaart staan de maatregelen die wij als school kunnen bieden. Natuurlijk zullen er nog meer compenserende of dispenserende maatregelen zijn die goed kunnen zijn voor dyslectische leerlingen. Mochten er meerdere maatregelen als idee aangedragen worden, dan wordt dit eerst besproken met de leescoördinator en intern begeleider voordat dit op de dyslexiekaart komt. Kurzweil In het schooljaar 2013-2014 is het softwareprogramma Kurzweil 3000 aangeschaft. Kurzweil is dyslexiesoftware voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben op het gebied van lezen en spellen. Het heeft vele mogelijkheden. Zo leest Kurzweil alle digitale teksten voor, de teksten worden eerst gescand en vervolgens door de computer gelezen. De teksten blijven hun originele lay-out behouden wat ervoor zorgt dat de leerling als het ware in het leerlingboek meekijkt en leest, alleen dan op de computer. Bij het spellen leest de computer voor wat de leerling geschreven heeft, zowel de woorden als de zinsconstructie. De spellingcontrole is ook een gesproken variant net als het verklarende woordenboek waar de leerlingen gebruik van kunnen maken. Voor nog meer mogelijkheden en inhoudelijke informatie over Kurzweil, verwijzen wij u naar de website: http://www.kurzweil3000.nl/productinformatie Op D n Overkant wordt nog hard gewerkt aan de implementatie van Kurzweil. Het scannen en bewerken van de teksten kost veel tijd waardoor het langer duurt voordat het voor meerdere leerlingen beschikbaar is. Door de inzet van ouders en vrijwilligers komen we steeds een stapje verder. In samenspraak met de leescoördinator, intern begeleider, ouders en behandelaar bekijken we welke leerlingen in aanmerking komen voor het werken met Kurzweil. Criteria Kurzweil Niet elke dyslectische leerling komt in aanmerking voor het werken met Kurzweil. Om duidelijkheid te verschaffen hebben wij als school criteria opgesteld waar de leerlingen aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor het werken met Kurzweil: De leerling heeft dyslexieverklaring waaruit blijkt dat de leerling ernstige dyslexie heeft. Als blijkt dat de leerling onvoldoende voortgang laat zien tijdens de behandelingen. De leerling zit in groep 6 of een hogere groep. (mochten leerlingen in lagere groepen gebruik willen maken van Kurzweil, dan moet dit het nadrukkelijke advies van de behandelaar zijn). De leerling dreigt een achterstand op te lopen bij vakken waarvoor een bepaald niveau van (technische) leesvaardigheid vereist is. Het ligt dus puur aan de leesvaardigheid dat hij/zij de eventuele achterstand oploopt niet aan intellectuele capaciteiten. Het advies van de behandelaar moet positief zijn, d.w.z. de behandelaar ziet Kurzweil als een noodzakelijk hulpmiddel voor de dyslectische leerling. 23
Behandeling externen onder schooltijd Basisscholen worden in toenemende mate geconfronteerd met ouders/verzorgers die op eigen initiatief en voor eigen rekening externe hulp inschakelen om extra zorg voor hun kind(eren) te organiseren. Doelstelling notitie. In deze beleidsnotitie wordt een algemeen kader en regelgeving beschreven aangaande leerlingenzorg door externen onder schooltijd. Binnen de beschreven kaders is er ruimte voor de school om eigen afwegingen te maken t.a.v. onder andere de volgende vragen: hoe moet school omgaan met een verzoek tot het verstrekken van gegevens over een kind aan een door de ouders ingeschakeld extern hulpverlener; hoe moet school omgaan met een verzoek om mee te werken aan een onderzoek van een kind door een door de ouders ingeschakeld extern onderzoeker; hoe moet school omgaan met een verzoek om mee te werken aan de uitvoering van een door een extern onderzoeker uitgebracht advies over de behandeling van een kind door: * de groepsleerkracht/ RT-er van school * de groepsleerkracht/ RT-er van school in samenwerking met de externe hulpverlener; * het externe bureau onder schooltijd binnen de eigen school; * het externe bureau onder schooltijd buiten de eigen school. In twee laatste gevallen betreft het door de ouder(s) betaalde speciale zorg door externe behandelaars. Uitgangspunten van beleid. In deze paragraaf worden de uitgangspunten kort gememoreerd, te weten: Het primaat van de opvoeding ligt in eerste instantie bij de ouders/verzorgers. Zij zijn de eindverantwoordelijken voor de opvoeding van en het onderwijs aan hun kind. De ouders/verzorgers dragen door hun kind in te schrijven op een school de uitvoering van het onderwijs over aan de school van hun keuze. Dit gebeurt in het vertrouwen dat de school alles in het werk stelt om het onderwijs aan het kind optimaal vorm te geven. Zorg voor kinderen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van school en ouders. Zorg voor een optimale ontplooiing voor ieder individueel kind, door het geven van goed onderwijs binnen een veilig pedagogisch klimaat, behoort tot de kernopdracht van school en ouders. Vanuit de wet en regelgeving is het volgende van belang: Artikel 41 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) schrijft voor dat de leerling, behoudens een eventuele voorziene vrijstelling, dient deel te nemen aan alle voor hem bedoelde onderwijsactiviteiten. Gronden voor eventuele vrijstelling van onderwijsactiviteiten staan op de schoolkalender vermeld. Het is de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag er voor te zorgen dat de leerling de voor hem/haar bedoelde onderwijsactiviteiten krijgt aangeboden. Het bevoegd gezag heeft de uitvoering van deze taak opgedragen aan school onder eindverantwoordelijkheid van de directeur. Het is uiteindelijk ook de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag of de onderwijsactiviteiten alleen mogen worden verzorgd door het eigen personeel en reguliere hulpverleners ( Edux, collegiale consultatiegever Speciaal Basisonderwijs en ambulante begeleiders REC) of ook door externen. Indien dit laatste het geval is, is het bevoegd gezag ook verantwoordelijk en aanspreekbaar voor de geboden extra zorgactiviteiten. Artikel 40 WPO, lid 1, tweede en derde volzin, handelt over de kosteloosheid van het onderwijs. De bepaling is geformuleerd als een verboden toelatingsbeding, hetgeen betekent dat de toelating niet afhankelijk mag worden gesteld van een geldelijke bijdrage van de ouders. Het effect van dit verbod reikt evenwel verder dan uitsluitend het moment van toelating. Bij eenmaal toegelaten leerlingen mag ook de verdere toegang tot onderwijsactiviteiten niet afhankelijk worden gesteld van een geldelijke bijdrage van ouders. 24
Vertaling van de beleidsuitgangspunten naar concreet handelen. Hoe dient de school om te gaan met deze ontwikkelingen? De school accepteert het gegeven dat ouders/verzorgers voor hun eigen kind, op eigen initiatief en voor eigen kosten, acties ondernemen om noodzakelijk geachte extra of speciale hulp te organiseren. De schoolt stelt zich positief op t.a.v. door ouders ondernomen acties er van uitgaande dat e.e.a. in het belang is van het kind in kwestie. De directeur, gehoord de argumenten en meningen van betrokkenen, bepaalt op welke wijze de school medewerking verleent. Hoe gaat de school om met het verzoek tot/om het verstrekken van relevante gegevens over een kind aan een door de ouders ingeschakeld extern hulpverlener? Uitgangspunt van beleid is dat de school, binnen de regelgeving van de wet op de bescherming persoonsgegevens (WBP) en de procedurele zorgvuldigheid t.a.v. het omgaan met leerling-gegevens, meewerkt aan het verstrekken van deze gegevens (bijlage 2). Alvorens deze gegevens te verstrekken dienen de ouders/verzorgers een verklaring van toestemming tot het verstrekken van de gegevens te tekenen. Hoe gaat de school om met het verzoek om mee te werken aan de uitvoering van uitgebracht advies van een door de ouders ingeschakeld extern onderzoeker. Uitgangspunt is dat er altijd sprake is van een handelingsplan op grond waarvan de te bieden hulp (door school of ook door externen) op elkaar kan worden afgestemd en dat de school op grond hiervan en ten aanzien van de uitvoering haar toezegging tot samenwerking kan uitspreken. De externe hulpverlener neemt vooraf het initiatief tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst met de school m.b.t.: beginsituatie, werkwijze, frequentie, tijdsduur en terugkoppeling naar de school (bijlage 3). Zonder handelingsplan en voornoemde samenwerkingsovereenkomst kan er geen verzoek worden gericht aan school om medewerking te verlenen. Aard van het verzoek door de groepsleerkracht/ IB-er van school. door de groepsleerkracht/ IB-er van school in samenwerking met de externe hulpverlener. door het externe bureau onder schooltijd binnen de eigen school. Handelswijze In beginsel staat de school hier positief tegenover. Bepalend is of de te verlenen hulp haalbaar is wat betreft de noodzakelijke deskundigheid en de beschikbare tijd en middelen binnen de organisatie en werkwijze van de school. Ook moet duidelijk zijn voor welke periode dit geldt en wanneer en op welke wijze het proces wordt geëvalueerd. Als aan deze voorwaarden niet kan worden voldaan, kan geen medewerking worden verleend. In beginsel staat de school hier, onder boven geschetste condities, positief tegenover. In beginsel staat de school hier, gezien de uitgangspunten van beleid, afwijzend tegenover. Indien er sprake is van een medische indicatie of indien kan worden aangetoond dat de te verlenen hulp voor dit kind een onmisbare schakel in het hulpverleningsproces is, wordt hierop een uitzondering gemaakt mits praktisch realiseerbaar. Dit is ter beoordeling aan de directeur van de school. Als dit is aangetoond, dient er door de ouders/ verzorgers en de uitvoerder van de hulpverlening een verklaring van vrijwaring van verantwoordelijkheid aan school te worden 25
door het externe bureau onder schooltijd buiten de eigen school. afgegeven. Op die wijze wordt bewerkstelligd dat de school c.q. het bevoegd gezag niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de kwaliteit of gevolgen van de door de externe hulpverlener geleverde diensten en producten. In beginsel staat de school hier, gezien de uitgangspunten van beleid, afwijzend tegenover. Indien er sprake is van een medische indicatie of indien kan worden aangetoond dat de te verlenen hulp voor dit kind een onmisbare schakel in het hulpverleningsproces is, wordt hierop een uitzondering gemaakt. Tevens moet helder zijn, dat de hulpverlening niet leidt tot een onaanvaardbaar verlies van leertijd. Dit ter beoordeling van de directeur van de school. Als dit is aangetoond, dient er door de ouders/ verzorgers en de uitvoerder van de hulpverlening een verklaring van vrijwaring van verantwoordelijkheid aan school te worden afgegeven. Op die wijze wordt bewerkstelligd dat de school c.q. het bevoegd gezag niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de kwaliteit of gevolgen van de door de externe hulpverlener geleverde diensten en producten. Tevens dienen goede afspraken te worden gemaakt over de frequentie, tijdsduur van de externe behandeling en de wijze waarop de terugkoppeling naar school plaats vindt. Als dat allemaal geregeld is, kan de school alsnog medewerking verlenen. Handelwijze bij afwijzing van een verzoek. Indien de school besluit een verzoek tot medewerking, zoals hierboven beschreven in de punten 1 t/m 4 af te wijzen, deelt de school dat mondeling met redenen omkleed mee aan de ouders/verzorgers. 26
Sociaal emotionele ontwikkeling & dyslexie Wanneer bij een leerling dyslexie is gediagnosticeerd is hier vaak al een heel proces aan vooraf gedaan. De signalering, interventieperiodes, onderzoekaanvraag. Een leerling heeft dus al heel wat moeten doorstaan, hij of zij zal vast gemerkt hebben dat het lezen en spellen niet verloopt zoals bij andere leerlingen. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor de sociaal emotionele ontwikkeling van een leerling. Daarom besteden wij hier in dit protocol ook aandacht aan. We geven weer wat de gevolgen kunnen zijn en hoe wij daar als school mee omgaan. Nadelige gevolgen door dyslexie Het gevoel van eigenwaarde kan achteruit gaan. Leerlingen raken gefrustreerd door het feit dat ze ondanks goede intelligentie niet goed kunnen lezen, terwijl de rest het zo snel lijkt te leren Leerlingen raken minder gemotiveerd om te lezen omdat het niet lukt, waardoor leerlingen geen zin meer hebben om te lezen terwijl oefening juist zo belangrijk is. Het niet meer naar school willen, buikpijn hebben voor een dictee Hoe gaan wij er mee om? We complimenteren ze en moedigen ze aan. De stapjes die dyslectische leerlingen maken, zijn veel kleiner dan bij leerlingen zonder dyslexie. Toch verdienen dyslectische leerlingen oprechte complimenten bij elke stap. We proberen opdrachten goed aan te laten sluiten bij de mogelijkheden van de leerling. We proberen ze niet teveel te behoeden voor faalervaringen door veilige opdrachten te geven maar bieden juist de hulpmiddelen aan om ook uitdagende opdrachten tot een goed einde te brengen. We maken duidelijke afspraken met de dyslectische leerling en zijn ouders en noteren dit op de dyslexiekaart. Dyslectische leerlingen zullen moeten leren omgaan met de gevolgen van hun leesspellingprobleem. De leerkracht of leescoördinator heeft hierin een begeleidende rol. Hij tracht de zelfredzaamheid van de dyslectische leerling te vergroten door hem te helpen bij vragen als: wat doe ik als ik een tekst niet kan lezen, wat als ik te weinig tijd heb voor een proefwerk, hoe zorg ik voor zo min mogelijk spellingfouten. Goedbedoelde opmerkingen die de leerling een ongemakkelijk gevoel geven, proberen wij zoveel mogelijk te vermijden. Denk hierbij aan opmerkingen als: Jan, dit hoef jij straks niet te doen hoor, dit is nog te moeilijk voor je. Wij gaan samen een andere opdracht doen. Dit vinden wij niet goed voor het zelfbeeld van een leerling Ook schrijfproducten van dyslectische leerlingen worden opgehangen in de klas en voorgelezen, we willen ze aanmoedigen en ze laten zien dat ze deel zijn van de groep. Letters op de snelweg Dyslectische leerlingen moeten hun stoornis leren accepteren. Maar ook voor klasgenoten kan het belangrijk zijn om te weten wat dyslexie is, de dyslectische leerling krijgt vaak aanpassingen die de rest ook wel zou willen! Het is belangrijk om ook de klasgenoten in te lichten over de stoornis van de leerling en uit te leggen wat het betekent om dyslexie te hebben. Op school is het lesmateriaal Letters op de snelweg aanwezig. Dit lesmateriaal is bedoeld voor leerlingen in groep 7 en 8 en richt zich op de klasgenoten, niet direct op de dyslectische leerling. Het doel is om de kennis over dyslexie te vergroten zodat klasgenoten uiteindelijk begrip zullen hebben voor leerlingen met dyslexie. 27
Bijlage 1: Dyslexiekaart Hieronder een voorbeeld van een niet ingevulde dyslexiekaart. Hierop staan de maatregelen en hulpmiddelen die wij momenteel als school aan kunnen bieden. Ook deze kaart wijzigt nog regelmatig. Dit komt omdat wij aan proberen te sluiten bij de laatste inzichten en ontwikkelingen. 28
Dyslexiekaart Naam leerling:. Geboortedatum:. Is in het bezit van een officiële dyslexieverklaring en komt in aanmerking voor: Algemene maatregelen: Verlichting/aanpassing huiswerk Meer tijd bij schriftelijke toetsen (methode & LVS) Opgaven bij schriftelijke toetsen in groter lettertype Mag alles met potlood schrijven, met uitzondering van schrijflessen. Maakt gebruik van leesliniaal (gekleurde of vergrotende) Huiswerk wordt door leerkracht genoteerd en/of gecontroleerd in agenda Leerling laat nakijkwerk doen door maatje/leerkracht Per vakgebied Lezen: Geen (onvoorbereide) hardop leesbeurten Tijdens vrij lezen, lezen in luisterboek Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 n.v.t. n.v.t. Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 Begrijpend lezen: Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 Cito begrijpend lezen wordt in 4 delen afgenomen i.p.v. 2 Maakt geen boekbesprekingen, maar filmbespreking n.v.t. n.v.t. Maakt boekbespreking/ boekpresentatie van luisterboek Begrijpend lezen teksten worden bij vakgebied lezen voorbereid Leerling krijgt kopie tekst begrijpend lezen mee naar huis Leerkracht bereidt begrijpend lezen voor door teksten samen te lezen en samen te vatten. Cito begrijpend lezen wordt voorgelezen, is dan begrijpend luisteren (notitie Esis) Rekenen: Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 Bij alle toetsen rekenen (WIG, LVS) worden contextopgaven voorgelezen Zaakvakken: Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 Leestaken worden verlicht/verminderd Oefeningen werkboek worden samen gemaakt met 29
maatje Samenvatting en/of leerboek wordt vergroot uitgeprint om te leren Werkschrift leerkracht (met antwoorden) wordt gekopieerd en meegegeven om te leren. Toetsen worden mondeling afgenomen Topografie wordt in kleur en vergroot uitgeprint om te leren n.v.t. Spelling: Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 Gebruik hulpmiddelen die leiden tot minder spelfouten: - woordenboek - regelkaart (evt. van behandelaar) - schema s - tekstverwerker met spellingcontrole - mapje met weetwoorden - Taal in blokjes (door ouders aangeschaft) Stellen: Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 Verlichting/vermindering schrijftaak n.v.t. n.v.t. Schrijfwerk wordt door klasgenoot gecorrigeerd n.v.t. n.v.t. Stappenplan voor controle schrijfwerk n.v.t. n.v.t. Spellingfouten krijgen geen aandacht n.v.t. n.v.t. Mag stelopdrachten in Word maken met spellingcontrole n.v.t. n.v.t. Engels Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 Bij Engelse toets worden de vragen voorgelezen, toets n.v.t. n.v.t. schriftelijk gemaakt Engelse woorden mogen fonetisch geschreven worden n.v.t. n.v.t. Software Kurzweil bij onderstaande vakken: Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 Overige afspraken met leerkracht 30