Inleiding... 4. 1. Strategisch kader... 5 1.1 Aanleiding... 5. 1.2 Strategische doelstelling... 6. 1.3 Uitgangspunten... 6



Vergelijkbare documenten
Veiligheidsanalyse. m.b.t. integraal veiligheidsbeleid Gemeente Geertruidenberg en Drimmelen

Betreft Kadernota Integrale Veiligheid Westelijke Mijnstreek Veiligheid kent geen grenzen.

Integrale veiligheid. Uitvoeringsplan 2013 / 2014

Kadernota Integrale Veiligheid Westelijke Mijnstreek

O O *

Beleidsplan Integrale Veiligheid

Portefeuillehouder : J.J.C. Adriaansen Datum : 18 november : Burger en bestuur: Woensdrecht veilig

Taak en invloed gemeenteraad op de. Integrale veiligheid

PROGRAMMABEGROTING

Startnotitie integraal veiligheidsbeleid gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg


Integrale Veiligheidsrapportage. Gemeente Littenseradiel. Januari t/m december 2011

agendanummer afdeling Simpelveld VI- onderwerp Kadernotitie Integraal Veiligheidsbeleid Gemeente Simpelveld

VOORBLAD RAADSVOORSTEL


Raadsleden & Veiligheid. Een introductie

Politierapportage. Eenheid Noord-Nederland. District Fryslân. Basiseenheid A5 Sneek. Samenvatting 2015

Raadsmededeling - Openbaar

KADERNOTA VEILIGHEID Veilig zijn en veilig blijven

Het IV beleid is geen nieuw verschijnsel in de gemeente Boxmeer. Het vorige IV nota dateert van

Voorbeeld Startnotitie Behorend bij Kernbeleid Veiligheid 3.0 d.d. september 2010

Rapportage driehoeksmonitor Lokaal Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld Basisteam Zaanstad

GEMEENTE OSS Resultaten op hoofdlijnen

Mr. B.B. Schneiders burgemeester

Leeswijzer veiligheidsanalyse gemeente Geertruidenberg en Drimmelen

VEILIGHEIDSMONITOR Asten Onderzoek naar de leefbaarheid en veiligheid in Asten

Maastricht Informatie Knooppunt (MIK)

Jaarstukken Versie:

Veiligheidsavond Leiderdorp

Integraal veiligheidsbeleid

Bijlage A: Veiligheidsanalyse (cijfermatig overzicht) Gemeente Neder- Betuwe

Kadernota Integrale Veiligheid

Criminaliteitscijfers 2012 en gebiedsscan criminaliteit & overlast - update 2013

Prioritering Beleidskader Veiligheid Veiligheidsanalyse 2018

Veiligheid. Integrale Veiligheid. Rampenbestrijding

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN EVALUATIE UITVOERINGSPLAN 2012 INTEGRAAL VEILIGHEIDSBELEID

INTEGRALE VEILIGHEID

W BŪBglîũ(iB(alŝil[ĩûilū^ŝ(i

INTERN MEMO. Prioritering

Jaarplan Veiligheid 2018 met uitvoeringsprogramma s en verlengen kadernota Integrale Veiligheid (wensen en bedenkingen)

Een veilige stad begint in de buurt

Tabellen Veiligheidsmonitor 2008 Leiden

Prioriteiten en doelstellingen voor Openbare Orde en Veiligheid Gemeente Sliedrecht

Veiligheidssituatie in s-hertogenbosch vergeleken Afdeling Onderzoek & Statistiek, juni 2014

Veiligheid(sbeeld) gemeente Goirle

Kadernota. Integrale Veiligheid WM "Veiligheid kent geen grenzen"

Integrale Veiligheid Uitvoeringsprogramma 2012 Samen werken aan veiligheid in Hof van Twente

Raadsstuk. Onderwerp: integraal veiligheids- en handhavingsbeleid BBV nr: 2014/367894

Integraal Veiligheidsbeleid

Veiligheidsj aarplan 2012 Teylingen

Veiligheidsmonitor 2017 Gemeente Heusden

Startnotitie integraal veiligheidsbeleid

Wat volgt, staat altijd in verband met wat eraan voorafging

Resultaten gemeentebeleidsmonitor Veiligheid en leefbaarheid

In dit hoofdstuk worden de cijfers beschreven op de volgende niveaus:

Programma 1 Leefbaarheid en Veiligheid. Begroting 2018 Gemeente Heerhugowaard

Hollands Midden District Rijn- en Veenstreek. Veiligheidsthema s integraal districtsjaarplan 2011

Monitor Veiligheidsbeleid Groningen januari tot april 2019

De Eindhovense Veiligheidsindex. Eindhoven, oktober 11

Bijlage 3 Jaaruitvoeringsplan Tweestromenland 2015

Integraal Veiligheidsbeleid Deel 2, Veiligheid in Bronckhorst

Kernrapport Veiligheidsmonitor ( ) Gemeente Leiden. Leefbaarheid in buurt

MEMO AAN DE GEMEENTERAAD

B A S I S V O O R B E L E I D

5. CONCLUSIES. 5.1 Overlast

Programma 2 Openbare Orde en Veiligheid

7,5 50,4 7,2. Gemeente Enkhuizen, Leefbaarheid. Overlast in de buurt Enkhuizen. Veiligheidsbeleving Enkhuizen

Veiligheidsmonitor 2009 Gemeente Leiden

Samenvatting en conclusies

Inhoudsopgave. Inleiding p. 3

Veiligheidsbeeld gemeente Amersfoort

Raadsinformatiebrief Nr. :

Jaaruitvoeringsprogramma integrale veiligheid. Gemeente Beemster 2013

Analyse cijfers prioriteiten Veiligheid 2012 t/m 2016

Veiligheidscijfers Soest 2015 samenwerking loont

Raadsvoorstel. Onderwerp. Status. Voorstel. Inleiding. Beoogd effect. Ag. nr.: Reg. nr.: Datum:

Werkgroep Begroten en Verantwoorden. Programma 1 Leefbaarheid en Veiligheid

Kadernota Integrale Veiligheid Gemeente Zevenaar

B A S I S V O O R B E L E I D

Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen mei - augustus 2018

Gemeente Uden INTEGRAAL VEILIGHEIDSBELEID

CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTAD UTRECHT PROCESEVALUATIE


Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Aan de commissie: Algemeen bestuur en middelen Datum vergadering: 14 februari 2008 Agendapunt : 6. Aan de Raad. Made, 22 januari 2008

Vernieuwend Werken per

Veiligheidsmonitor 2010 Gemeente Leiden

tabel 2-1: Beleidsinstrumenten per veiligheidsveld Woon-/ Bedrijvigheid Jeugd leefomgeving Instrument Integriteit Overig

Veiligheid in Leusden. We kijken even terug naar 2018.maar vooral vooruit!

Samenvatting en conclusies

Integraal veiligheidsbeleid

ONDERZOEK VEILIGHEID. Inwonerpanel Gemeente Dongen Onderzoek 9 Mei GfK 2014 Gemeente Dongen Onderzoek Veiligheid Mei

Integraal Veiligheidsbeleid gemeente Castricum

Veiligheidsbeeld gemeente Amersfoort

Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid 2017

Tijdens de informatiebijeenkomst d.d. 12 februari 2015 heeft de politie een toelichting gegeven op deze politie(criminaliteits)cijfers.

Dynamisch uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid Peelland

Actieplan Veiligheid 2018

Grafiekenrapport Integrale Veiligheidsmonitor in Brabant

Raadsvoorstel Integraal Veiligheidsbeleid Haarlemmermeer/ Prioriteiten meerjarenplan politie

Transcriptie:

Inhoudsopgave Inleiding... 4 1. Strategisch kader... 5 1.1 Aanleiding... 5 1.2 Strategische doelstelling... 6 1.3 Uitgangspunten... 6 1.4 Strategische partners... 7 2. Veiligheid in de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg... 8 2.1 De veiligheidsanalyse... 8 2.2 Veilige woon- en leefomgeving... 8 2.3 Bedrijvigheid en veiligheid...10 2.4 Jeugd en veiligheid...12 2.5 Fysieke veiligheid...13 2.6 Integriteit en veiligheid...15 2.7 Vervolg...16 3. Prioriteiten... 17 3.1 Proces...17 3.2 Uitkomsten prioriteitensessie...17 3.3 Prioriteiten 2013-2016...19 3.3.1 Woninginbraken...20 3.3.2 Geweldsmisdrijven...23 3.3.3 Alcoholgebruik onder jongeren...25 3.3.4 Georganiseerde criminaliteit gemeente Geertruidenberg...28 3.3.5 Verkeer en veiligheid gemeente Drimmelen...31 3.3.6 Jeugdoverlast gemeente Drimmelen...33 3.4 Overige thema s...36 4. Overige strategische thema s... 37 4.1 Algemene omschrijving...37 4.2 Beschrijving thema s...37 4.2.1 Drugsgebruik onder jongeren...37 4.2.2 Alcoholoverlast op straat...38 4.2.4 Voertuigcriminaliteit...39 4.2.5 Veiligheid in de Biesbosch...40 2

4.2.6 Voortdurende aandacht voor integriteit van bestuur en ambtenaren...41 4.2.7 Opleiden, trainen en oefenen (OTO) van de gemeentelijke rampen- en crisisorganisatie...41 4.3 Vervolg...42 5. Organisatorische borging... 43 5.1 Algemene omschrijving...43 5.2 Integrale veiligheid binnen de gemeentelijke organisaties...43 5.3 Ambtelijke coördinatie...43 5.4 Bestuurlijke coördinatie...44 5.5 Planning en control...44 5.5 Evaluatie...46 Afkortingenlijst Literatuurlijst 3

Inleiding In deze nota worden de kaders geschetst voor het integraal veiligheidsbeleid binnen de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg in de periode 2013-2016. Hierin is beschreven welke veiligheidsthema s prioriteit hebben voor beide gemeenten. Naast deze prioriteiten komen overige strategische veiligheidsthema s aan bod. Bij zowel de prioriteiten als de overige thema s wordt de huidige aanpak beschreven, de daarbij betrokken partijen en de strategische doelstelling die de gemeenten en de veiligheidspartners hebben gesteld. Tot slot wordt beschreven hoe de organisatorische borging geregeld is (ambtelijke- en bestuurlijke coördinatie, planning en control). De colleges van beide gemeenten leggen door middel van deze kadernota de basis voor de integrale aanpak vast: de prioriteiten worden samen met de veiligheidspartners (zie hoofdstuk 3) aangepakt door gebruikt te maken van elkaars capaciteiten, expertise, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en overige versterkende middelen. De prioriteiten en aandachtspunten die in deze kadernota zijn opgenomen, komen voort uit prioriteitensessies die zijn gehouden met beide gemeenteraden (zie hoofdstuk 3). Alvorens deze sessies is de veiligheidsanalyse gepresenteerd en is op basis daarvan een advies gegeven over de mogelijke prioriteiten. In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de uitkomsten van de veiligheidsanalyse. Het advies dat is gegeven tijdens de presentaties hebben beide raden omgezet in de definitieve prioriteiten. In beide gemeenten is gebruik gemaakt van de zogenaamde stickermethodiek, die is ontwikkeld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De uitleg van deze methodiek en hoe deze in beide gemeenten is toegepast, staat omschreven in hoofdstuk 3. De titel van deze kadernota geeft duidelijk weer waarom de samenwerking is gezocht tussen beide gemeenten: Samen staan we sterker. Het samen sterker staan kan alleen door actieve en intensieve samenwerking met alle betrokken veiligheidspartners. Zonder inspanning van alle partijen, zijn de gestelde doelen niet realiseerbaar en heeft de kadernota niet het gewenste effect. Om de verwachtingen van de partners duidelijk te omschrijven, moet een onderscheid worden gemaakt tussen partners uit de opgestelde werkgroep (politie, woningcorporaties uit beide gemeenten, OM en de beleidsmedewerkers Openbare orde en Veiligheid en communicatieadviseurs van beide gemeenten) en schriftelijk geconsulteerde partners (o.a. Halt, jongerenwerk, RIEC, Novadic-Kentron). De partners uit de werkgroep vervullen een actievere rol. Echter wil het niet zeggen dat de inbreng/inzet van de schriftelijk geconsulteerde partners er minder toe doet. Deze kadernota is dan ook het resultaat van een gezamenlijk, integraal product waarin een gezamenlijke visie, aanpak en ambitie zijn verwoord. Leeswijzer In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding, strategische doelstelling en uitgangspunten beschreven met daarbij de strategische partners. Hoofdstuk 2 beschrijft de beknopte inhoud en uitkomsten van de integrale veiligheidsanalyse. Hoofdstuk 3 en 4 beschrijven respectievelijk de prioriteiten en overige strategische thema s. Tot slot is in hoofdstuk 5 de (gemeentelijke) organisatorische borging beschreven van het integraal veiligheidsbeleid. Bijlagen zijn samengevoegd in een bijgevoegd bijlagenboek. 4

1. Strategisch kader 1.1 Aanleiding Gemeenten hebben in de toekomst de regierol voor het voeren van lokaal integraal veiligheidsbeleid. Om gemeenten op weg te helpen met hun beleid heeft de VNG een handreiking ontwikkeld om op een gestructureerde manier integraal veiligheidsbeleid te ontwikkelen. Deze handreiking heet Kernbeleid Veiligheid en is inmiddels een aantal keer vernieuwd en verbeterd. De handreiking beschrijft de regierol van de gemeenten als volgt: het zodanig sturen, interveniëren en in stand houden van allerlei randvoorwaarden dat de diverse betrokken partijen op het terrein van veiligheid, op een effectieve manier blijven samenwerken en met elkaar een aanvaardbaar niveau van veiligheid en leefbaarheid weten te consolideren. (Kernbeleid Veiligheid, 2010, p. 83) Landelijk gezien is deze regierol van de gemeente nog niet wettelijk vastgelegd. In augustus 2010 is een wetsvoorstel ingediend door de minister van BZK om deze regierol van gemeenten wettelijk te verankeren. Momenteel (mei 2013) ligt het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer en is het schriftelijk in behandeling. Gezien de verantwoordelijkheid van de burgemeester om de openbare orde en veiligheid te handhaven (art. 172.1 Gemeentewet), biedt deze wet een aanknopingspunt om de regierol (uit naam van de gemeente) aan te grijpen. Op lokaal niveau voeren Nederlandse gemeenten integraal veiligheidsbeleid op hun eigen manier. De gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg beschikken al geruime tijd over een eigen integraal veiligheidsbeleid, dat is opgesteld volgens de oude methode Kernbeleid Veiligheid. Gezien de termijnen van de beleidsnota s van beide gemeenten aflopen, hebben de colleges van beide gemeenten besloten om gezamenlijk één integraal veiligheidsbeleid te ontwikkelen. Bij het opstellen van dit beleid is gebruik gemaakt van de vernieuwde methode Kernbeleid Veiligheid (3 e herziende versie). Veiligheidsvraagstukken of -problematiek moeten integraal benaderd worden. Dit wil zeggen dat het in de breedste zin moet worden bekeken, maar wel met duidelijke afgebakende grenzen. De methode Kernbeleid Veiligheid gaat uit van vijf veiligheidsvelden die een concreet afgebakend terrein (scope) vormen om het integraal veiligheidsgebied vorm te geven. Het gaat om de veiligheidsvelden: 1) Veilige woon- en leefomgeving 2) Bedrijvigheid en veiligheid 3) Jeugd en veiligheid 4) Fysieke veiligheid 5) Integriteit en veiligheid Binnen elk veiligheidsveld worden veiligheidsthema s onderscheiden. Op de volgende pagina treft u het schematische overzicht van de 5 veiligheidsvelden en bijbehorende thema s. (Kernbeleid Veiligheid, 2010, p. 49) 5

Veilige woon- en leefomgeving Bedrijvigheid en veiligheid Jeugd en veiligheid Sociale kwaliteit Winkelgebied Overlastgevende jeugd(groepen) Fysieke kwaliteit Bedrijventerreinen Criminele jeugd/individuele probleemjongeren Objectieve Uitgaan/horeca Jeugd, alcohol en veiligheid drugs Subjectieve veiligheid Evenementen Toerisme en recreatie Veilig in en om scholen Fysieke veiligheid Verkeersveiligheid Brandveiligheid Externe veiligheid Voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing Integriteit en veiligheid Radicalisering/ terrorisme Georganiseerde criminaliteit Ambtelijke en bestuurlijke integriteit Het is van belang om duidelijke kaders te schetsen en de samenwerking te zoeken met diverse partners, omdat veiligheid een veelzijdig en complex terrein is. Deze kadernota stelt beide gemeenten en de veiligheidspartners in staat om (nieuwe) instrumenten en de werkwijze effectief in te passen in de (lokale) gestelde prioriteiten en uitvoeringsprocessen. Voorbeelden hiervan zijn aansluiting bij het Veiligheidshuis Breda, alcoholmatigingsprojecten als Think before you drink, de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, toepassing van de wet BIBOB bij vergunningverlening, bewustwordingscampagne Help Brabant mee op weg naar nul verkeersdoden, samenwerking met het RIEC en inzet van burgerparticipatie (Vliegende Brigade/buurtpreventie). 1.2 Strategische doelstelling In de startnotitie, die is vastgesteld door beide gemeenteraden, is een gezamenlijke strategische doelstelling bepaald. Deze komt voort uit de coalitieprogramma s van beide gemeenten. De strategische doelstelling is als volgt: het gezamenlijk opstellen van een kadernota integrale veiligheid 2013-2016 voor de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg en hiermee de basis leggen voor een daadkrachtige integrale aanpak (met ketenpartners) van veiligheidsvraagstukken en onveiligheidsgevoelens teneinde een omgeving te creëren/behouden waarin burgers, bedrijven en bezoekers veilig kunnen wonen, werken en recreëren. (de Gans, van 't Zand, & Verschuuren, 2012) 1.3 Uitgangspunten Net als bij de strategische doelstelling, zijn in de startnotitie ook de uitgangspunten opgenomen voor de totstandkoming van het integraal veiligheidsbeleid (de Gans, van 't Zand, & Verschuuren, 2012): Beide gemeenten voeren de regie over het veiligheidsbeleid en de samenwerking tussen interne en externe partners die betrokken zijn bij de verschillende veiligheidsvraagstukken. Elke partner kent zijn verantwoordelijkheid en bevoegdheden op zijn/haar werkveld en neemt deze verantwoordelijkheid of zet deze bevoegdheden in. Beide gemeenten en partners handelen snel (ad-hoc) op veiligheidsvraagstukken en problematiek, die spelen binnen de samenleving en zien samenwerking als belangrijk punt in het oplossen of reduceren van een bepaald veiligheidsprobleem. Niet alleen de interne en externe partners spelen een rol, maar natuurlijk ook de burgers en ondernemers. Beide gemeenten werken samen met de overige 4 gemeenten binnen het politieteam Dongemond om de aanpak van gemeentegrens overstijgende 6

problematiek/vraagstukken integraal aan te pakken. Het betreft hier de gemeenten Woudrichem, Werkendam, Aalburg en Oosterhout. Bij de aanpak van een veiligheidsvraagstuk of probleem worden alle relevante organisaties/personen die een rol kunnen spelen bij de aanpak (middelen, personeel, financieel, etc.), betrokken. Alvorens oplossingen of maatregelen worden bedacht en uitgevoerd voor een probleem of veiligheidsvraagstuk, wordt eerst onderzocht wat de daadwerkelijke oorzaak is van het probleem. Terughoudend moet worden omgegaan met directe symptoombestrijding van het probleem. 1.4 Strategische partners Strategische partners zijn organisaties, instellingen en/of personen die voor een langere periode en op diverse terreinen met elkaar afspraken maken en samenwerken. Hierbij maken alle betrokken partijen gebruik van elkaars middelen, kennis en capaciteiten om bepaalde veiligheidsvraagstukken of problematiek aan te pakken en te tackelen. De strategische veiligheidspartners (en overlegvormen) van de gemeenten zijn o.a.: Politie Zeeland-West-Brabant, district De Baronie, basisteam Dongemond; Brandweer Midden- en West-Brabant, cluster Amerstreek; Openbaar Ministerie; Woningcorporaties: Goed wonen, Volksbelang en Thuisvester; Halt, regio Zeeland - West-Brabant; Novadic-Kentron; GGD en GGZ; Jongerenwerk, stichting Trema Welzijn / Surplus Welzijn; Buitengewoon opsporingsambtenaren; Veiligheidshuis Breda; Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Ondernemers Onderwijsinstellingen Interne medewerkers van beide gemeenten: verkeersdeskundigen, milieumedewerkers, beleidsmedewerkers jeugd en volksgezondheid/welzijn, coördinatoren openbare werken, communicatieadviseurs, etc. In bijlage I van het bijlagenboek vindt u een matrix overzicht met bovenstaande partners die een betekenis hebben binnen een bepaald veiligheidsthema. De rollen die ze spelen zijn (beknopt) beschreven bij de prioriteiten in hoofdstuk 3. Concrete uitwerking van de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de partners worden beschreven in de jaaruitvoeringsplannen (JUP s). Deze JUP s worden ieder jaar opgesteld en vastgesteld door de colleges van beide gemeenten. Vervolgens worden ze ter informatie aangeboden aan de gemeenteraden. Op basis van informatie van de strategische partners is de veiligheidsanalyse voor beide gemeenten opgesteld. De veiligheidsanalyse vormt de basis voor deze kadernota. De belangrijkste uitkomsten van de veiligheidsanalyse staan in het volgende hoofdstuk beschreven. 7

2. Veiligheid in de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg 2.1 De veiligheidsanalyse De veiligheidssituatie is in de maanden februari en maart van 2013 geanalyseerd door middel van een veiligheidsanalyse. In deze analyse zijn de uitkomsten van de Integrale Veiligheidsmonitor (2011) en recente cijfers van de politie (2009-2012) gebruikt als basisbronnen. Daarnaast zijn ook cijfers en gegevens van de brandweer, Halt, de GGD (gezondheidsprofiel/jeugdmonitor) en interne bronnen van beide gemeenten gebruikt als input voor de veiligheidsanalyse. Om deze gegevens te verifiëren ( het verhaal achter de cijfers ), zijn diverse gesprekken gevoerd met o.a. de teamchef van politieteam Dongemond, jongerenwerk, wijkagenten, een medewerkster van Halt, de coördinator risicobeheersing brandweer en interne (beleids)medewerkers van diverse afdelingen van beide gemeenten. Geanalyseerd en gekeken is naar de verschillen en overeenkomsten tussen subjectieve en objectieve gegevens. Bij cijfermatige gegevens is gerelativeerd naar wat dit betekent voor de veiligheidssituatie of de mate van problematiek. De wet van de kleine getallen en de beïnvloeding van cijfers spelen hierbij een belangrijke rol. Zo betekent bijvoorbeeld een stijging van 2 naar 4 vernielingen niet dat de veiligheidssituatie drastisch is verslechterd, terwijl het wel een stijging is van 100%. Daarnaast zijn cijfers beïnvloedbaar. Dit is bijvoorbeeld terug te zien bij het aantal controles die zijn uitgevoerd door de politie. Hoe meer de politie gaat controleren (op alcohol, drugs en snelheid), des te groter de kans is om bepaalde overtredingen of misdrijven aan te treffen. Ook de aandacht en publiciteit voor bepaalde onderwerpen, kunnen leiden tot een verhoging van de (meldings)cijfers. Nadat de subjectieve en objectieve gegevens zijn geanalyseerd, zijn conclusies getrokken en is vervolgens bekeken welke problemen spelen, wat de huidige aanpak is en welke beleidsversterkingen nodig zijn. De veiligheidsanalyse vormt samen met de prioriteitensessies, de basis voor het strategisch beleid in deze kadernota. In dit hoofdstuk wordt per veiligheidsveld en veiligheidsthema kort weergegeven wat de belangrijkste punten uit de veiligheidsanalyse zijn. De volledige uitkomsten van de veiligheidsanalyse zijn terug te vinden in bijlage II van het bijlagenboek. De rapportage van de analyse is vastgesteld door de colleges van beide gemeenten. 2.2 Veilige woon- en leefomgeving Binnen dit veiligheidsveld wordt gekeken naar de alledaagse woon- en leefomgeving van bewoners. Hierbij staat de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente en tussen de inwoners centraal. Dit veld bevat de volgende vier veiligheidsthema s: sociale kwaliteit, fysieke kwaliteit, objectieve veiligheid en subjectieve veiligheid. Al deze thema s zijn met elkaar verweven en beïnvloeden elkaar. Veiligheidsthema 2.2.1. Sociale kwaliteit De sociale kwaliteit betreft de interactie en relaties tussen bewoners en andere aanwezige personen binnen de gemeente. Samenhangend met de sociale kwaliteit is de sociale cohesie (verbondenheid met de gemeente en de buurt). Aspecten die bij kunnen dragen aan de sociale kwaliteit zijn betrokkenheid bij de buurt, kwaliteit van relaties met buurtbewoners en informele sociale controle. Sociale kwaliteit kan negatief beïnvloed worden door woonoverlast, burenruzies, drank- en drugsoverlast en hangjongeren. Cijfers om de sociale kwaliteit te beschrijven komen voort uit politiegegevens (objectief) 8

het GGD gezondheidsprofiel 2011 (subjectief d.m.v. enquêtes) en de veiligheidsmonitor 2011 van beide gemeenten. Conclusies: Beide gemeenten scoren een voldoende op het gebied van sociale cohesie. Ruim 2/3 van het aantal volwassenen in beide gemeenten gaf in 2011 aan zich medeverantwoordelijk te voelen voor de leefbaarheid in de eigen buurt en gemeente. 7 op de 1000 inwoners van de gemeente Geertruidenberg geeft aan weleens ruzie te hebben gehad met de buren. Dit is een negatieve afwijking t.o.v. het regionaal gemiddelde. Ook de overlast van dronken mensen op straat wordt meer ondervonden in de gemeente Geertruidenberg (6,3%), echter is dit te verklaren door een groter aanbod van uitgaansgelegenheden (o.a. discotheek Oscars in Raamsdonkveer). Drugsoverlast wordt in beide gemeenten vrijwel niet geconstateerd. Veiligheidsthema 2.2.2. Fysieke kwaliteit De fysieke kwaliteit binnen de gemeente heeft betrekking op de inrichting van de woonomgeving en de gevoelens daarbij van de bewoners. Hierbij wordt vooral gekeken naar de inrichting, onderhoud en beheer van de openbare ruimte. Negatieve aspecten als vervuiling, verloedering en vernielingen hebben invloed op het veiligheidsgevoel van de bewoners. Objectieve cijfers komen uit gegevens van de politie (2009-2012) en gaan over het aantal meldingen/aangiftes van vernielingen en illegale afvalverbranding. De subjectieve gegevens komen van de GGD gezondheidsprofiel 2011 en de veiligheidsmonitor 2011. Conclusies: Inwoners van beide gemeente zijn tevreden over de inrichting van hun wijk/buurt (gemiddeld 95% in 2011). Geënquêteerde in beide gemeenten geven aan dat kinderen veilig zonder begeleiding in de buurt kunnen spelen (ruim 80%). Echter mist de helft van de bevraagde inwoners in beide gemeenten een plek voor jongeren om elkaar te ontmoeten. Het missen van een dergelijke plaats leidt ertoe dat jongeren op plaatsen gaan hangen die daarvoor niet bedoeld zijn. Op sommige plaatsen ondervinden bewoners dan ook overlast van deze hangjongeren. Het aantal vernielingen in beide gemeenten is in de afgelopen jaren afgenomen, maar is nog steeds een grote kostenpost voor de overheid, ondernemers en burgers (voornamelijk rond de jaarwisseling). Veiligheidsthema 2.2.3. Objectieve veiligheid Dit thema gaat over veelvoorkomende en geregistreerde criminaliteit. Criminaliteitsvormen zijn o.a. woninginbraken, voertuigcriminaliteit en geweldsdelicten (bedreiging, fysiek geweld, zedenmisdrijven en huiselijk geweld). Objectieve gegevens komen enkel voort uit gegevens van de politie. Conclusies: Het aantal woninginbraken is in beide gemeenten hoog (ondanks een afname in gemeente Geertruidenberg), maar is tevens een regionaal probleem. Het aantal geweldsmisdrijven is in beide gemeenten relatief laag t.o.v. de rest van de middelkleine gemeenten uit de regio West-Brabant. Beide vormen van criminaliteit maken onderdeel uit van de zogenoemde HIC (High Impact Crimes). Deze delicten hebben een grote impact op het leven van de slachtoffers (angst, slapeloosheid, haat, agressie etc.). Het aantal fietsendiefstallen en diefstallen uit auto s (m.n. navigatiesystemen, airbags, radio s) is, naast de woninginbraken, relatief hoog in beide gemeenten. Veiligheidsthema 2.2.4. Subjectieve veiligheid Het veiligheidsgevoel van bewoners is subjectief. Door middel van burgerenquêtes (o.a. verwerkt in de veiligheidsmonitor 2011 en het gezondheidsprofiel 2011) kan men deze gevoels peilen. Echter is rekening gehouden met het feit dat deze gevoelens een 9

momentopname zijn. Vragen die aan bewoners zijn gesteld zijn bijvoorbeeld hoe ze zich overdag en s avonds/ s nachts voelen op straat of in hun woning. Het functioneren en de bereikbaarheid van gemeente en politie hebben daarnaast ook invloed op het veiligheidsgevoel van de bewoners. Conclusies: De veiligheidsbeleving van de inwoners van beide gemeenten is ruim voldoende. Gemiddeld komen beide gemeenten uit op een rapportcijfer van een 7. Zowel volwassenen als ouderen voelen zich overdag het meest veilig in beide gemeenten. Gemiddeld voelt slechts 13% zich wel eens onveilig in beide gemeenten t.o.v. 17% in de rest van de regio West-Brabant. Alle gemeenten uit de regio West-Brabant beoordelen het functioneren en de bereikbaarheid van de politie onvoldoende. Eveneens wordt het functioneren van beide gemeenten als licht onvoldoende beoordeeld. De oorzaken daarvan zijn onbekend. 2.3 Bedrijvigheid en veiligheid Binnen dit veiligheidsveld valt de veiligheidsbeleving en criminaliteit rondom recreatieve en economische voorzieningen als winkelgebieden, bedrijventerreinen, uitgaansgelegenheden en recreatiegebieden. Dit veld bevat de volgende vijf veiligheidsthema s: veilig winkelgebied, veilige bedrijventerreinen, veilige horeca en uitgaan, veilige evenementen en veilig toerisme en recreatie. Opgemerkt moet worden dat het gaat om de sociale veiligheid die betrekking heeft op deze thema s en niet de fysieke (externe) veiligheid rond inrichtingen met gevaarlijke stoffen op bedrijventerreinen (zie veiligheidsveld 2.4 Fysieke veiligheid ). Veiligheidsthema 2.3.1. Veiligheid winkelgebieden Dit thema heeft betrekking op het aantal winkeldiefstallen en inbraken. Verschil wordt gemaakt tussen incidenten met of zonder geweld. Er zijn in beide gemeenten geen grootschalige winkelgebieden, maar kleinschalige groeperingen van winkeliersbedrijven. Conclusies: Lokale winkels (kleding, elektronica, supermarkten etc.) zijn in beide gemeenten over het algemeen gevestigd in winkelstraten. Alleen Raamsdonkveer kent een kleinschalig winkelcentrum genaamd Het Anker. Grootstedelijke problematiek rondom winkelcentra (parkeerproblemen, hangjongeren en ouderen, en zwervers) kent men niet of in mindere mate. Het aantal meldingen van winkeldiefstallen is in de gemeente Geertruidenberg (43 in 2012) hoger dan in de gemeente Drimmelen (10 in 2012). Veiligheidsthema 2.3.2. Veiligheid bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn belangrijk voor de werkgelegenheid. De inrichting van deze terreinen, maar ook vormen van criminaliteit, kunnen invloed hebben op de veiligheid van deze terreinen. Diverse aspecten zijn o.a. inbraak, diefstal en overvallen op bedrijven en kantoren. Aspecten als verkeersveiligheid, brandveiligheid en externe veiligheid worden behandeld in veiligheidsveld 4: fysieke veiligheid. Conclusies: Beide gemeenten kennen veel bedrijvigheid. In totaal zijn er 11 bedrijventerreinen in beide gemeente, waarvan de grootste in Raamsdonkveer (Dombosch I en II) en Made (Brieltjenspolder). Vooral bij deze grotere terreinen nemen de ondernemers het heft in handen om criminaliteit gezamenlijk te bestrijden. Het aantal meldingen van bedrijfs/kantoor inbraken in beide gemeenten is afgenomen. In 2012 zijn het aantal diefstallen uit een bedrijf/kantoor gestegen. 10

Deze aantallen zijn niet schrikbarend hoog te noemen t.o.v. het totaal aantal bedrijven dat in beide gemeenten aanwezig is. Veiligheidsthema 2.3.3. Veiligheid horeca en uitgaan Onveiligheid en overlast rondom uitgaan en horeca komt vaak voor. Vormen van overlast zijn vernielingen, bedreigingen en uitgaansgeweld. Dit kan leiden tot onveiligheidsgevoelens van stappers, ondernemers en omwonenden. Verder kan het leiden tot gezondheidsrisico s door overmatig alcohol- c.q. drugsgebruik. De mate van overlast en criminaliteit kan per week verschillen, maar kan ook structureel elke week dezelfde vormen hebben. Conclusies: In beide gemeenten kent men geen massaal en uitgebreid uitgaansleven, zoals men dit in Brabantse steden als Breda, Oosterhout en Tilburg wel heeft. Het merendeel van de jongeren en volwassenen gaat in deze steden stappen. Raamsdonkveer kent wel een discotheek waar jongeren uit omliggende gemeenten naar toe trekken (discotheek Oscars). Incidenten als vernielingen en geweldsdelicten tijdens het uitgaan, worden in de politiecijfers niet beschreven als bijvoorbeeld uitgaansgeweld of uitgaansvernielingen. Uit politierapportages is echter wel te herleiden of het gaat om incidenten die plaats hebben gevonden voor-, tijdens- en na het uitgaan. Het aantal meldingen van geluidsoverlast valt in beide gemeente mee en zijn te verklaren. Ook voelt ruim 98% van de bewoners in beide gemeenten zich veilig op plaatsen rondom uitgaansgelegenheden. Veiligheidsthema 2.3.4. Veiligheid evenementen Het aantal evenementen is in de loop der jaren sterk toegenomen. Daarnaast bezoeken steeds meer mensen evenementen in hun vrije tijd. Naast alle positieve aspecten van evenementen brengen ze ook risico s met zich mee. Bekende risico s zijn o.a. brand, veranderende weersgesteldheid, verkeerstromen, verdringing/paniek in menigten, geweld en diefstal en de gezondheidsrisico s door alcohol/drugs/uitputting. Organisatoren, gemeenten en hulpdiensten zijn genoodzaakt goed met elkaar samen te werken om de risico s zo klein mogelijk te houden. Bij het verlenen van de evenementenvergunning worden daarom duidelijke afspraken gemaakt waaraan elke partij moet voldoen. Conclusies: Beide gemeenten kennen jaarlijks een groot aantal evenementen. De meeste vallen onder de categorie klein of middelgroot. Voor elk evenement moet een vergunningsaanvraag of melding worden gedaan bij de gemeente. De meest voorkomende problemen die bewoners ondervinden bij evenementen zijn geluidsoverlast en verkeersproblemen. Echter is het aantal meldingen van geluidsoverlast door maatschappelijke acceptatie in beide gemeenten nihil. Carnaval is een noemenswaardig evenement, omdat dit in beide gemeenten uitbundig gevierd wordt. Naast de positieve kanten van carnaval zijn er ook negatieve aspecten als openbare dronkenschap (vooral onder jongeren) en het toenemende aantal woninginbraken tijdens deze dagen. Veiligheidsthema 2.3.5. Veiligheid toerisme en recreatie Dit thema heeft betrekking op onveilige situaties die zich voordoen in en rondom recreatie- en natuurgebieden. Verschillende vormen van criminaliteit die zich kunnen voordoen zijn: diefstal uit of van vaartuigen, geweldplegingen, overlast, vernieling, milieuvervuiling, alcoholgebruik, etc. Omdat er beperkt zicht is op bepaalde omvangrijke en moeilijk toegankelijke gebieden (o.a. Nationaalpark de Biesbosch), is het niet mogelijk uitspraken te doen over bepaalde vormen van problematiek en/of criminaliteit. 11

Enkel bekende politiecijfers kunnen een objectieve uitspraak geven over de mate van problematiek of criminaliteit. Conclusies: In beide gemeenten is veel te doen voor dagjesmensen en toeristen. Er zijn verschillende bezienswaardigheden en activiteiten die men kan doen als fietsen, wandelen, varen, waterrecreatie en zwemmen. Het grootste recreatie- en natuurgebied is de Biesbosch. Dit omvangrijke gebied (meer dan 9.000 hectare) is afgelegen van de bewoonde wereld (omringd door water). Veiligheidspartners geven aan dat er nauwelijks zicht is op wat zich afspeelt in dit gebied. Coördinatie over dit nationaal park is belegd bij het Parkschap. Vaartuigcriminaliteit komt in beide gemeenten in mindere mate voor en vindt vooral plaats bij havens. Hierbij wordt het hele vaartuig gestolen of bepaalde onderdelen (motoren, waterpomp, brandstof en andere voorwerpen). Vaartuigcriminaliteit is voor beide gemeenten een aandachtspunt. 2.4 Jeugd en veiligheid Dit veiligheidsveld heeft betrekking op de veiligheid van jongeren en de onveiligheid die door jongeren gecreëerd wordt, zowel thuis, op straat, op en rondom scholen en tijdens het uitgaan. Thema s in dit veiligheidsveld zijn overlastgevende jeugdgroepen, criminele jeugd/individuele probleemjongeren, alcohol- en drugsgebruik onder jongeren en veiligheid op en rondom scholen. Veiligheidsthema 2.4.1. Overlastgevende jeugdgroepen Elke gemeente heeft zijn eigen jeugdgroepen. (Groepen) jongeren hebben net als iedereen de vrijheid om te bewegen, zich te vermaken en te recreëren in de openbare ruimte. Ze moeten zich houden aan de regels die gelden binnen de gemeente (APV). Dit thema heeft betrekking op het overtreden van de regels en het veroorzaken van overlast door jongeren (vernielingen, geluidsoverlast, intimidatie, geweldsincidenten, alcohol- en drugsgebruik). Veel van deze problemen hebben invloed op het veiligheidsgevoel en de leefbaarheid in de buurt. Conclusies: Beide gemeenten hebben hun eigen jeugdgroepen. Deze zijn volgens de Beke-shortlistmethodiek gecategoriseerd. In sommige gevallen kan de shortlistmethodiek niet goed worden toegepast op een bepaalde jeugdgroep. Momenteel wordt regionaal gekeken hoe men de shortlistmethodiek beter kan toepassen. De samenstelling en categorie van de jeugdgroepen wil nog weleens wisselen of opschalen, en dus moet gekeken worden naar één vastgestelde aanpak per categorie jeugdgroep. De jeugdgroepen worden geïnventariseerd door de politie en aangevuld door jongerenwerk en gemeenten. Het aantal meldingen van jeugdoverlast (lawaai, vervuiling, vernielingen, pesterijen etc.) is in beide gemeenten hoog (2012: 140 in gemeente Geertruidenberg en 84 in de gemeente Drimmelen). Objectief gezien betreft het een klein percentage van het aantal jongeren dat in de gemeenten deze overlast veroorzaakt. De tolerantiegrenzen van overlastmelders spelen bij deze hoge aantallen een belangrijke rol. Veiligheidsthema 2.4.2. Criminele jeugd/individuele probleemjongeren Bij dit thema staan individuele (criminele) probleemjongeren centraal. Criminele jongeren zijn jongeren die meerdere keren een misdrijf hebben gepleegd of een procesverbaal (minimaal 10) hebben gehad, de zgn. veelplegers. Deze jongeren zorgen voor veel problemen binnen een gemeente. Zo kunnen ze verantwoordelijk zijn voor woninginbraken, diefstallen, geweldplegingen, intimidatie, drugshandel, overlast etc. Criminele jongeren kunnen andere jongeren ( meelopers ) in de gemeente meetrekken in hun gedrag en criminele activiteiten. 12

Conclusies: In beide gemeenten zijn geen criminele jeugdgroepen actief. Wel zijn diverse jongeren in de afgelopen jaren in aanraking gekomen met politie, Halt en/of justitie. Individuele (criminele) jongeren worden besproken in het Justitieel Casus Overleg (JCO s) in het Veiligheidshuis Breda. Alle veiligheidspartners en zorginstellingen sluiten hierbij aan en bedenken een aanpak gericht op de jongeren en hun omgeving. Veiligheidsthema 2.4.3. Jeugd, alcohol en drugs Bij dit thema wordt het alcohol- en drugsgebruik onder jongeren behandeld. Jongeren verkennen hun grenzen en experimenteren daarbij door alcohol en drugs te gebruiken. Zorgpartners zoals de GGD en Novadic-Kentron, maken zich met name zorgen over de trend dat jongeren steeds vaker, steeds meer en op steeds jongere leeftijd alcohol drinken. Binnen dit thema vallen onder meer de signalen van indrinken, hinderlijk gebruik van alcohol in de openbare ruimte en eveneens het gebruik van drugs. Conclusies: Alcoholgebruik onder jongeren is in beide gemeenten (ruim 58%) hoger dan in de rest van de gemeenten in West-Brabant (52%). Vooral het aantal jongeren dat op 14-15 jarige leeftijd is begonnen met drinken is fors toegenomen. Het aantal 12-13 jarigen dat op die leeftijd begint met drinken is positief afgenomen. Het percentage binge-drinkers (meer dan 6 glazen alcohol per gelegenheid) is in beide gemeenten hoger (35% gemiddeld) dan in de rest van de gemeenten in West-Brabant (28%). Het softdrugsgebruik onder jongeren ligt met 3% net boven het West-Brabantse gemiddelde van 2%. De aanpak van alcoholgebruik onder jongeren is in beide gemeenten een prioriteit. Alcoholgebruik op straat (door jongeren) verdient de komende jaren de nodige aandacht. Drugsgebruik komt in beperkte mate voor, maar blijft een belangrijk aandachtspunt. Veiligheidsthema 2.4.4. Veiligheid in en om scholen Scholen zijn, naast de opvoeding thuis, de basis voor het vormen en ontwikkelen van het kind. Op school kan het soms ook onveilig zijn. Veiligheidsproblemen op en rond school zijn pesten, spijbelen, intimidatie, geweld, diefstal, vernielingen en verkeersonveiligheid. Onderwijsinstellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van het personeel, leerlingen en bezoekers. Om de veiligheid te vergroten is er een samenwerkingsverband in de vorm van Convenant Veilige school. Hierbij hebben gemeenten, politie, OM, Halt en alle onderwijsinstellingen in de gemeenten Dongen, Drimmelen, Gilze en Rijen, Geertruidenberg en Oosterhout afspraken gemaakt en deze ondertekend in het convenant. Conclusies: Op basis van de GGD gezondheidsprofielen 2011 van beide gemeenten, kan geconcludeerd worden dat er geen noemenswaardige problemen zijn. Het spijbel- en pestgedrag ligt in beide gemeenten rond het gemiddelde van de rest van de gemeenten in West-Brabant. Daarnaast zijn de afspraken in het Convenant veilige school, in 2012 opnieuw bevestigd en ondertekend. 2.5 Fysieke veiligheid De eerste 3 veiligheidsvelden hebben met name betrekking op sociale veiligheidsthema s. Dit veiligheidsveld gaat over fysieke veiligheid, wat vooral gericht is op de risico s die bedrijven en instellingen met zich mee kunnen brengen en de gevolgen daarvan. Thema s die vallen binnen dit veld zijn: verkeersveiligheid, brandveiligheid, externe veiligheid (opslag, verwerking en transport van gevaarlijke stoffen) en de voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing. 13

Veiligheidsthema 2.5.1. Verkeersveiligheid Verkeersveiligheid heeft betrekking op de veiligheid van verkeersdeelnemers, de inrichting van de infrastructuur en verdere activiteiten in de aangrenzende omgeving (scholen, speelgelegenheden, woningen etc.). De veiligheid wordt beïnvloed door de fysieke infrastructuur (drempels, 30 km-zones, wegversmallingen, verkeerslichten etc.) en het rijgedrag van verkeersdeelnemers. Onderwerpen hierbij zijn o.a. verkeersongevallen, verlaten van het plaats ongeval, te hard rijden, rijden onder invloed (alcohol en drugs) en agressief rijgedrag. Conclusies: het aantal verkeersdoden in beide gemeenten is nihil. Het aantal ongevallen met letsel lag in de gemeente Drimmelen gemiddeld rond de 30 per jaar en in de gemeente Geertruidenberg was dit aantal gedaald van 52 in 2011 tot 22 in 2012. Daarnaast is het aantal materiële schademeldingen dalend, maar nog wel vrij hoog (gemeente Geertruidenberg gemiddeld 150 meldingen en gemeente Drimmelen 90 meldingen). Eveneens is het aantal meldingen verlaten plaats ongeval hoog in beide gemeenten (wegrijden na het veroorzaken van en ongeval/materiële schade zonder het slachtoffer te helpen of de schade te melden). Het aantal meldingen ligt ruim boven de 100 per jaar voor beide gemeenten. Rijden onder invloed van alcohol ligt gemiddeld rond de 40 aanhoudingen per jaar. Zoals eerder is aangegeven kan de politie deze aantallen beïnvloeden door bijvoorbeeld meer alcoholcontroles uit te voeren of te surveilleren. Veiligheidsthema 2.5.2. Brandveiligheid Dit thema heeft betrekking op brandveiligheid van gebouwen, zoals woningen, horecaondernemingen, tijdelijke bouwwerken (evenementen), instellingen en bedrijven. Om de brandveiligheid van deze gebouwen goed te waarborgen ziet de brandweer toe op preventie (gebruiksvergunning, -melding en controles), geeft voorlichting aan doelgroepen en bereid men zich voor op de bestrijding van incidenten en calamiteiten. Conclusies: Beide gemeenten en de brandweer lopen op schema voor wat betreft het aantal brandveiligheidscontroles. De brandweer in beide gemeenten rukt regelmatig uit voor hulpverleningsdiensten (technische hulpverlening, zoals losknippen van verkeersslachtoffers) en in mindere mate voor brandbestrijding. Vooral de aangrenzende snelwegen A27 en A59 hebben invloed op het aantal hulpverleningsuitrukken. Veiligheidsthema 2.5.3. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico s die de opslag, verwerking en transport van gevaarlijke stoffen met zich meebrengt. Bij dit thema is geïnventariseerd hoeveel risicovolle bedrijven, kwetsbare objecten en bedrijven die vallen onder de wet Besluit Risico s Zware Ongevallen (BRZO-bedrijven), aanwezig zijn binnen de gemeente en of hier bijzonderheden/problemen mee zijn geweest. Conclusies: Beide gemeenten beschikken over een extern veiligheidsbeleid/visie en voeren dit beleid uit. Het aantal risicovolle bedrijven/objecten in beide gemeenten ligt rond de 30 (LPG- tankstations of propaan tanks bij boerderijen). Kwetsbare objecten (onderwijsinstellingen, verzorgingstehuizen, publieksgebouwen, etc.) zijn er binnen de gemeente Drimmelen het meeste, met 58 objecten. In de gemeente Geertruidenberg kent men 32 kwetsbare objecten. De gemeente Geertruidenberg kent 2 BRZO-bedrijven. Bij beide inrichtingen is de provincie Noord-Brabant vergunningverlener en toezichthouder. De rampenbestrijdingsplannen van beide inrichtingen zijn actueel. 14

Veiligheidsthema 2.5.4. Voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing Gemeenten, operationele diensten (politie, brandweer en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio), de gemeenschappelijke meldkamer en defensie, maken tijdens rampen en crises deel uit van de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant. Binnen de Veiligheidsregio bereiden alle organisaties zich individueel, maar ook multidisciplinair, voor op de bestrijding van rampen en calamiteiten. Het Regionaal Crisisplan 2012 (RCP) beschrijft de aanpak van rampen en crisis en heeft de oude gemeentelijke rampenplannen vervangen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het onderdeel Bevolkingszorg. Conclusies: Beide gemeenten werken actief samen met de gemeente Oosterhout om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Dit samenwerkingsverband heet 3x Oranje. Naast het gezamenlijk opleiden, trainen en oefenen van de gemeentelijke organisatie, kan men in geval van een crisis of ramp beroep doen op elkaars personeel (burenhulp). Opleiden, trainen en oefenen van de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie (volgens het RCP 2012) staat voor 2013-2014 op de agenda. Het multidisciplinair oefenen met brandweer, politie en GHOR start in 2014 en wordt verzorgd door de werkgroep Multidisciplinair en Bestuurlijk Oefenen (MDBO) van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Met de komst van het nieuwe RCP moet de gehele gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie opnieuw worden getraind en opgeleid. Voor dit proces zijn tijd en (financiële) middelen beschikbaar gesteld. 2.6 Integriteit en veiligheid Dit veiligheidsveld is opgebouwd uit thema s die een grote inbreuk kunnen hebben op de maatschappelijke integriteit, als wel op belangrijke regels en andere afspraken op het gebied van de veiligheid en stabiliteit binnen de samenleving. Thema s binnen dit veiligheidsveld zijn radicalisering en terrorisme, georganiseerde criminaliteit en ambtelijke en bestuurlijke integriteit. Veiligheidsthema 2.6.1 Radicalisering en terrorisme Dit thema heeft betrekking op individuen die vervreemd raken van hun omgeving en steeds verder af komen te staan van de samenleving. Het risico is dat deze personen beïnvloedbaar zijn voor radicale of terroristische idealen, opvattingen of ideeën. Discriminatie kan hierin een belangrijke rol spelen, omdat men zich buitengesloten of niet begrepen voelt door bepaalde personen of de samenleving. Illegale praktijken betreffende radicalisering of terrorisme spelen zich vooral af achter gesloten deuren. Overheidsinstanties doen er alles aan om signalen op te vangen en daar naar te handelen. Burgers kunnen daarnaast ook een belangrijke signalerende functie hebben voor deze onderwerpen (getuigen van discriminatie, verdachte handelingen, (racistische) mishandelingen etc.). Conclusies: Het aantal klachten van discriminatie in beide gemeenten is vrijwel nihil, volgens de gemeentelijke anti-discriminatie voorzieningen. De politie en gemeenten hebben verder geen reden om aan te nemen dat radicalisering en terrorisme zich in beide gemeenten voordoen. Veiligheidsthema 2.6.2. Georganiseerde criminaliteit Georganiseerde criminaliteit houdt zich bezig met illegale praktijken in vormen als mensenhandel, witwassen, drugshandel, prostitutie, afpersing, internetcriminaliteit, moorden etc. Criminele organisaties doen er alles aan om hun praktijken te verbergen 15

voor de buitenwereld. Helaas komt het regelmatig voor dat illegaal verkregen vermogen geïnvesteerd wordt in legale branches, zoals woningbouw en horeca. Die vermenging van boven- en onderwereld proberen gemeenten, politie, OM, Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC), Belastingdienst, woningcorporaties en andere partners te voorkomen. Verwevenheid met de bovenwereld kan voor maatschappelijke onrust zorgen. Burgers en ondernemers kunnen het slachtoffer worden van deze criminelen, maar durven niets te doen uit angst voor represailles. Criminelen wanen zich op deze manier ontastbaar. Een van de belangrijk instrument, naast de informatie-uitwisseling en het opzetten van casussen binnen het RIEC, voor gemeenten is de BIBOB-toets. Bij deze toets wordt gekeken of een vergunningsaanvrager legaal (bijvoorbeeld voor een nieuwe horecaonderneming) aan zijn financieel vermogen komt. Mensenhandel kan een onderwerp zijn binnen het RIEC-overleg, maar wordt daarnaast behandeld in het Signalenoverleg Mensenhandel, waarbij beide gemeenten zijn aangesloten. Conclusies: Criminele activiteiten kunnen door middel van bepaalde signalen (verdachte personen, voertuigen, bepaalde handelingen als een afrekening of mishandeling) bij partners binnen het RIEC in het zicht komen. Als deze praktijken aan het licht komen, springen diverse partners hierop in. Men begint met het verzamelen van alle beschikbare informatie en brengen dan een casus in. Tijdens de casus worden activiteiten of personen nauwlettend in de gaten gehouden en onderzocht. Voor de gemeente Geertruidenberg geldt dat 1 casus in de voorbereidende fase zit voor de integrale aanpak, 1 casus zit in de onderzoeksfase en 1 casus zit in de integrale aanpak en wordt uitgevoerd. Voor de gemeente Drimmelen geldt dat zij 1 casus hebben in de voorbereidende fase. Veiligheidsthema 2.6.3. Bestuurlijke en ambtelijke integriteit Gemeenten zijn verplicht om een integriteitsbeleid te voeren. Dit houdt in dat gemeenten beleid moeten hebben met daarin opgenomen: een verplichte gedragscode, de integratie van integriteit in het personeelsbeleid en de verantwoordingsplicht van het college aan de gemeenteraad. Conclusies: Beide gemeenten beschikken over een integriteitsbeleid, maar voeren deze op hun eigen manier uit. Zo heeft de gemeente Geertruidenberg ervoor gekozen om de eed of belofte niet ceremonieel af te laten leggen, maar door middel van het tekenen van een integriteitsverklaring door alle ambtenaren. In de gemeente Drimmelen gebeurt dit nog wel ceremonieel. In beide gemeenten is en blijft integriteit een belangrijk aandachtspunt. 2.7 Vervolg Zoals aan het begin van het hoofdstuk is aangegeven, is de veiligheidsanalyse vastgesteld door de colleges van beide gemeenten. De veiligheidsanalyse bevat, naast het beeld van de veiligheidssituatie, ook een advies aan de gemeenteraden over de te stellen beleidskaders. De gemeenteraden hebben twee functies volgens het dualisme, namelijk: 1. het stellen van (beleids)kaders en 2. het controleren van het college op de uitvoering daarvan. In het volgende hoofdstuk wordt de advisering aan beide gemeenteraden beschreven en de totstandkoming van de prioriteiten. De advisering en het vast stellen van prioriteiten, heeft plaatsgevonden door middel van prioriteitensessies. Tijdens deze sessies is de veiligheidsanalyse gepresenteerd en is vervolgens aan beide raden gevraagd om prioriteiten (kaders) te stellen voor het Integraal Veiligheidsbeleid 2013-2016. 16

3. Prioriteiten 3.1 Proces Tijdens twee onafhankelijke prioriteitensessies voor beide gemeenten hebben de aanwezige raadsleden of fracties de prioriteiten bepaald voor de komende jaren. In de gemeente Drimmelen zijn 5 prioriteiten gesteld, omdat het aantal stemmen gelijk waren bij 3 thema s. In de gemeente Geertruidenberg zijn 4 prioriteiten gesteld, maar zijn twee prioriteiten tot één gevoegd. Het stellen van prioriteiten heeft in beide gemeenten op een andere datum plaatsgevonden. De twee presentaties van de veiligheidsanalyse deelde dezelfde opzet, maar de inhoud was afgestemd op de gemeente waar de presentatie gehouden werd. De hand-outs van deze presentaties kunt u vinden in bijlage III van het bijlagenboek. In dit hoofdstuk vindt u de gebruikte methodiek voor het stellen van de prioriteiten (stickermethodiek) en de uitkomsten van de prioriteiten per gemeente. 3.1.1 Stickermethodiek De werkwijze waarop de prioriteiten zijn bepaald, is gebaseerd op de stickermethodiek die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is ontwikkeld. Raadsleden of fracties krijgen daarbij groene en oranje stickers die ze op bepaalde onderwerpen kunnen plakken, die volgens hen of de fractie prioriteit heeft. In totaal kreeg ieder raadslid of fractie twee groene en één oranje sticker. Groene stickers gaven de prioriteiten aan die volgens de aanwezige raadsleden of fracties extra aandacht behoeven en oranje welke geen of minder aandacht nodig hebben. Aan de stickers van de fracties hing een wegingsfactor gebaseerd op het aantal zetels binnen de gemeenteraad. 3.2 Uitkomsten prioriteitensessie Gemeente Drimmelen Op 25 april 2013 heeft de presentatie van de veiligheidsanalyse plaatsgevonden in het gemeentehuis te Made. Dit gebeurde tijdens de informatieronde waarbij raads- en burgerleden toelichting kregen en gelegenheid hadden om vragen te stellen over de analyse. De opinieronde van 2 mei 2013 is gebruikt om prioriteiten te stellen. Bij de gemeente Drimmelen is besloten per fractie te stemmen. Per fractie zijn groene en oranje stickers uitgedeeld. Aan elke fractie hangt een wegingsfactor door middel van het aantal zetels. De fracties en wegingsfactoren zijn als volgt: Lijst Harry Bakker 6 zetels Volkspartij voor Vrijheid en Democratie 4 zetels Combinatie Algemeen Belang 4 zetels Partij van de Arbeid 2 zetels Christen Democratisch Appèl 2 zetels Groen Drimmelen 2 zetels Groen Links 1 zetel 17

De vijf prioriteiten van het integraal veiligheidsbeleid voor de periode 2013-2016 in de gemeente Drimmelen zijn: 1) Woninginbraken; 2) Verkeer en veiligheid; 3) Alcoholgebruik onder jongeren; 4) Jeugdoverlast; 5) Geweldsmisdrijven. Hieronder vindt u de schematische weergave van het aantal stemmen gedaan door de fracties in de gemeente Drimmelen. Veiligheidsveld 1: Veilige woon- en Leefomgeving Woninginbraken 14 Geweldsmisdrijven 4 Voertuigcriminaliteit 1 Functioneren van de gemeente Vernielingen (o.a. met de jaarwisseling) Dronken mensen op straat Drugsoverlast Anders, namelijk Veiligheidsveld 2: Bedrijvigheid en Veiligheid Veiligheid in de Biesbosch 2 (geluids)overlast horeca (geluids)overlast evenementen Aanstellen van een BOA voor handhaving Drank- en Horecawet 4 Diefstal vanaf/uit vaartuig Inbraken en diefstallen in kantoren/bedrijven Anders, namelijk Veiligheidsveld 3: Jeugd en Veiligheid Jeugdoverlast 4 Alcoholgebruik onder jongeren 4 Aantal verdachten tussen de 12 en 24 jaar Toepassing van de Bekeshortlistmethodiek Drugsgebruik onder jongeren Anders, namelijk Veiligheidsveld 4: Fysieke Veiligheid Controle en toezicht op externe veiligheid 1 2 Opleiden, trainen en oefenen 2 Verkeer en veiligheid 10 Rijden onder invloed van alcohol Verlaten plaats ongeval 2 Anders, namelijk Veiligheidsveld 5: Integriteit en veiligheid Aanpak georganiseerde criminaliteit 7 Aanpassen BIBOB-beleid na wetswijziging Voortdurend aandacht voor integriteit bestuur en ambtenaren Anders, namelijk Gemeente Geertruidenberg Op 8 april 2013 heeft de presentatie van de veiligheidsanalyse, direct gevolgd door de prioriteitensessie, plaatsgevonden. 13 van de 19 aanwezige raadsleden hebben daarbij de groene en oranje stickers op de volgende problematiek geplakt. De vier prioriteiten van het integraal veiligheidsbeleid voor de periode 2013-2016 zijn in de gemeente Geertruidenberg: 1) Woninginbraken; 2) Geweldsmisdrijven; 3) Alcoholgebruik onder jongeren; 4) Aanpak georganiseerde criminaliteit, inclusief het aanpassen van het BIBOBbeleid na de wetswijziging. Op de volgende pagina vindt u de schematische weergave van het aantal stemmen gedaan door de individuele raadsleden. De onderstreepte thema s zijn de gekozen prioriteiten. 18

Veiligheidsveld 1: Veilige woon- en Leefomgeving Woninginbraken 6 Geweldsmisdrijven 5 Voertuigcriminaliteit Functioneren en bereikbaarheid van politie en gemeenten Vernielingen (o.a. met de jaarwisseling) 1 Burenruzies 1 Dronken mensen op straat 1 Drugsoverlast Anders, namelijk Veiligheidsveld 2: Bedrijvigheid en Veiligheid (geluids)overlast horeca 1 (geluids)overlast evenementen 2 Aanstellen van een BOA voor handhaving Drank- en Horecawet Diefstal vanaf/uit vaartuig Inbraken en diefstallen in kantoren/bedrijven Winkeldiefstallen Anders, namelijk Veiligheidsveld 3: Jeugd en Veiligheid Aanpak jeugdoverlast 1 6 Alcoholgebruik onder jongeren 4 Aantal verdachten tussen de 12 en 24 jaar Toepassing van de Bekeshortlistmethodiek Drugsgebruik onder jongeren 1 Anders, namelijk 1 Aanpak van overlast door scooters Veiligheidsveld 4: Fysieke Veiligheid Controle en toezicht op externe veiligheid Opleiden, trainen en oefenen Verkeer en veiligheid 1 Rijden onder invloed van alcohol 1 Verlaten plaats ongeval 1 Anders, namelijk Veiligheidsveld 5: Integriteit en veiligheid Aanpak georganiseerde criminaliteit 2 Aanpassen BIBOBbeleid na wetswijziging 2 Voortdurend aandacht voor integriteit bestuur en ambtenaren 1 Anders, namelijk 3.3 Prioriteiten 2013-2016 In de hierna volgende deelhoofdstukken worden de prioriteiten uitgewerkt. Aangezien beide gemeenten overeenkomende prioriteiten hebben, wordt op deze gebieden zo veel mogelijk integraal samenwerkt. Lokaal gestelde prioriteiten worden door de betreffende gemeente individueel opgepakt. Per prioriteit wordt aangeven wat het thema inhoud, wat de hoofdlijnen zijn in de aanpak, wie de belangrijkste partners zijn en welke (algemene) doelen de gemeenten en veiligheidspartners zich stellen. Verder is gekeken naar wat de landelijke en regionale uitgangspunten zijn van de politiek en de (lokale) veiligheidspartners. De eerste drie prioriteiten zijn voor beide gemeenten hetzelfde. Gevolgd door één lokale prioriteit binnen de gemeente Geertruidenberg en twee lokale prioriteiten binnen de gemeente Drimmelen: 1. Woninginbraken; 2. Geweldsmisdrijven; 3. Alcoholgebruik onder jongeren; 4. Georganiseerde criminaliteit (gemeente Geertruidenberg); 5. Verkeer en veiligheid (gemeente Drimmelen); 6. Jeugdoverlast (gemeente Drimmelen). 19

3.3.1 Woninginbraken Beschrijving woninginbraken : Landelijk - woninginbraken zijn in Nederland een probleem. Een zwaardere vorm van woninginbraken zijn de woningovervallen. Hierbij wordt vaak geweld gebruikt tegen de slachtoffers. Het aantal woningovervallen neemt weliswaar in aantal af, maar zijn onder de noemer overvallen (andere voorbeelden zijn overvallen op geldtransporten, financiële instellingen als banken, etc.) nog steeds het hoogste in Nederland. Woninginbraken en -overvallen vallen onder de zogeheten High Impact Crimes. Slachtoffers raken getraumatiseerd of voelen zich steeds minder veilig in hun eigen omgeving of woning. Het huidige kabinet Rutte-Asscher stelt de aanpak van woninginbraken en overvallen hoog op de agenda. (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, 2013) In de periode tussen 2005 en 2011 is het aantal woninginbraken toegenomen met 16%. In 2011 registreerde de politie ongeveer 108.000 diefstallen (inbraak, inclusief diefstal uit box, schuur en garage) uit woningen. Dit is een stijging van 6% vergeleken met het jaar ervoor. (van Rosmalen, Kalidien, & de Heer-de Lange, 2012) Regionaal in het regionaal beleidsplan Zeeland-West-Brabant 2013-2014, hebben alle gemeenten in de regio aangeven dat woninginbraken, overvallen en straatroof (WOS), één van de 5 gemeenschappelijke veiligheidsthema s is voor de periode 2013-2014. Het totaal aantal woninginbraken stijgt in de politieregio Zeeland-West-Brabant (hierna: ZWB). De politieregio ZWB is sinds begin 2013 opgedeeld in 4 districten: Zeeland, de Markiezaten, de Baronie en Hart van Brabant. Beide gemeenten vallen onder het district de Baronie. Uit een vergelijking van de nieuwe districten blijkt dat het aantal woninginbraken per 1000 woningen in de Baronie en in Hart van Brabant hoger is dan in de andere districten. (Politie Zeeland-West-Brabant, 2012) Uit een analyse van de eerste drie maanden van 2013 is gebleken dat het aantal woninginbraken in district de Baronie op 740 staat. Dit is een gemiddelde stijging van ongeveer 14% ten opzichte van 2012. (Brouwer & Igor, 2013) Lokaal uit de politiecijfers van de periode 2009-2012 blijkt dat het aantal woninginbraken in de gemeente Geertruidenberg licht dalend is en voor de gemeente Drimmelen schommelend. Het aantal woningovervallen in 2012 was in beide gemeenten nul. Het gemiddelde aantal woninginbraken ligt in de gemeente Geertruidenberg rond de 70 per jaar. In de gemeente Drimmelen ligt dit aantal hoger, namelijk rond de 112 per jaar. Woninginbraken gebeuren vooral tijdens de donkere maanden (oktober t/m maart), tijdens de vakantiemaanden (juni t/m augustus) en met carnaval. (Schaap, 2013) Hoofdlijnen in de aanpak 2013-2016: Landelijke aanpak - de overheid (lees: gemeenten, politie, OM en andere overheidsinstanties) heeft de taak om Nederland zo veilig mogelijk te maken. Voor wat betreft de aanpak van woninginbraken, heeft de rijksoverheid middelen gekregen om enerzijds daders op te sporen (repressief) en anderzijds te voorkomen dat deze delicten worden gepleegd (preventief). Echter kan de rijksoverheid en lokale overheden niet volledig waarborgen dat deze delicten niet meer zullen voorkomen (veiligheidsutopie). Daarom moet, naast het overheidsingrijpen, maximaal worden gestreefd naar zelfredzaamheid van de burgers. Burgers verwachten hierop dat de overheid niet alleen daadkrachtig en serieus te werk gaat, maar eveneens dat ze de burgers als 20