In & Outs van Trombocytentransfusies Het trombocytenproduct: de Inhoud en de Vorm Jacques Wollersheim, transfusiearts UTG J.Wollersheim@Sanquin.nl Regionale Themamiddag Bloedtransfusie 4/1/2014 1
Product: In h & d Ou ts en de Vorm Courtesy B.Tomson 4/1/2014 2
Het trombocytenproduct: Bereidingswijze 1. Uit buffycoats van meerdere eenheden volbloed Volbloed 4 uur rusten voor bewerking 1 BC: 90% trombocyten uit volbloedzak ± 50 ml BC-samengevoegd = (in NL) 5 Eenheid BC, ABO Rh-D identiek 1 Eenheid Plasma toevoegen (afgesplitst van een van de vijf volbloed, man) na samenvoeging Ht= 0,15 tot 0,22 L/L. centrifugeren: erytrocyten en leukocyten sedimenteren + gefiltreerd Trombocyten-samengevoegd in plasma (<26 uur) 330 ml 7 dagen houdbaar Direct, uit voorraad leverbaar. 4/1/2014 3
5 Uit Buffy Coats: volbloedafname bewerking 4 uur rusten binnen 26 uur 4/1/2014 4
Uit 5 volbloeddonaties: EC Tr-samengevoegd in Pl Pl a 5 5 5 b 5 1 5 c 5 1 4 d 5 1 1 4/1/2014 5
Het trombocytenproduct 1. Uit buffycoats van 5 eenheden volbloed 2. Via -aferese gesuspendeerd in plasma tijdens dezelfde donatie leukocyten verwijderd + aanvullend gefiltreerd. Trombocyten, aferese, in plasma 150-400 ml, 7 dagen houdbaar HLA/HPA getypeerd bestralen: preventie GVHD, op bestelling, donor: + neonaten, gesplitst, op voorraad, donor: nooit getransfundeerd voorraad (O neg tekort), nooit getransfundeerd 4/1/2014 6
Geleverde Trombocytenconcentraten BC-TC AF-TC 2013 55783 3565 (6,0%) 2012 57723 4255 (6,8%) 4/1/2014 7
Donoruitsluiting Trombocyten, aferese, in plasma: alleen mannen (TRALI preventie) tenzij HLA-TC Trombocyten, samengevoegd, in plasma: alleen mannelijk plasma (2009) Ooit getransfundeerd; afkeuring (HLA preventie/vcjd preventie) 4/1/2014 8
Het trombocytenproduct: Eigenschappen Standaard prestorage leukocyten verwijdering: <5x10 6 leukocyten/e (90% <1x10 6 ) cytokinines CMV-veilig HLA-immunisatie concentratie 0,8 1,6x10 9 /ml Aantal/E 250x10 9 Ery s < 6x10 9 /L (niet rood) Aerobe en anaerobe monitoring (7 dagen) Uitgifte: negative-to-date. 4/1/2014 9
Opslag Bewaartemp 20-24 C, uitwisseling van O 2 en CO 2 schudden (=transport) koolstofdioxide en lactaat ph daling; functionaliteit ph 37 C 7,5-6,3 (=6,4 bij 22 C) einde van de bewaartermijn Discoid = swirling uitgifte controle: kleur / aggregaten 4/1/2014 10
Houdbaarheid (1) Ontvangst < 6 uur toediening (tenzij schudkast) Aanprikken < 6 uur toedienen Bewaarmedium: 100% plasma: 7 dagen PAS / plasma 60:40% 100% PAS III PAS II / plasma * : 5 dagen PAS III / plasma: 7 dagen * Volledige vervanging van PAS II door PASIII is in voorbereiding uitgaande van < 5 dagen trombocytenpellet geresuspendeerd in 280 300 ml houdbaarheid 3 uur - (allergische) reacties op de plasmacomponent verkleinen - plasma incompatibel bloedgroep O (anti-a / B) 4/1/2014 11
Houdbaarheid (2) (aferese of samengevoegd), in plasma, geconcentreerd Bereiding: - uitgangsproduct < 5 dagen: ph 37 C >6,7-15 ml apart bewaren - restant: +ACD-A, centrifugeren, scheiden, - plasma/acd-a weg - trombocytenpellet in 15 ml resuspenderen - optrekken in spuit 20 ml Concentratie 10-19x10 9 trombocyten/ml 3 uur na bereiding ph >5,9 niet schuddend bewaren - (allergische) reacties op de plasmacomponent verkleinen - plasma incompatibel bloedgroep O (anti-a / B) - volumebelasting 4/1/2014 12
Met dank aan Bert Tomson 4/1/2014 13
Pediatrische doeleinden: gesplitst 1) Neonaten 3 maanden Trombocyten, aferese in plasma klinisch relevante IEA 1:32 plasma-incompatibiliteit 1:64 60 ml; 50-100x10 9 trombocyten/e 2) 3 maanden Trombocyten, aferese of samengevoegd Plasma/PASIII 140 tot 200 ml houdbaarheid van gesplitste = ongesplitst 4/1/2014 14
Dosering en toediening 5-10x10 9 trombocyten/kg Neonaten: plasma-incompatibel dan anti-a en/of anti-b 1:64 Rh-D neg <45 jaar: Rh-D neg product (evt anti-d) Infuussysteem met filter 170 tot 200 µm (NaCl 0,9%) 4/1/2014 15
TRIP Rapport 2012 Hemovigilantie en Biovigilantie 4/1/2014 16
Parvo indicaties Ongeborenen bij intra-uteriene transfusies (IUT) 2. Prematuren (< 32 weken en/of < 1500 gram) 3. Neonaten na IUT, gedurende 6 maanden na de à terme datum 4. Zwangeren (alleen bij transfusie tijdens de zwangerschap) 5. Patiënten met aangeboren dan wel verworven hemolytische anemie, bij wie geen antistoffen tegen B19 aantoonbaar zijn. 6. Patiënten met een cellulaire immuun deficiëntie, bij wie geen antistoffen tegen B19 aantoonbaar zijn 4/1/2014 17