Europa rond de Middellandse Zee rond 500 v. Chr. Sint-Janslyceum s-hertogenbosch, Theo Manders Inleiding geschiedenis Griekenland Rond 2000 v. Chr. Stedelijke centra: Op Kreta, Minoische cultuur Op Griekse vasteland, Myceense cultuur Verdwijnen rond 1200 v. Chr. Er was wel een culturele eenheid ontstaan: * Eigen godenwereld * Gezamenlijke religieuze spelen (Olympische spelen) Vanaf 850 v. Chr. Ontwikkelingen: Ontstaat nieuwe stedelijke cultuur POLIS = Griekse stadstaat Door sterke bevolkingsgroei ontstond tekort aan voedsel. Bevolking trok weg en stichtte koloniën. Ontstaan netwerk van Griekse stadstaten aan de kusten van de Middellandse zee. 1
1 7 2014 Minoische cultuur Myceense cultuur 2
1 7 2014 Godenwereld Olympische spelen 3
1 7 2014 Tijd van Grieken en Netwerk van Griekse stadstaten aan de kusten van de Middellandse zee. 4
Griekse stadstaten komen in opstand tegen Perzische onderdrukking.. Perzische oorlogen. Strijd tussen de vrije Griekse polis burgers tegen de slaven van de Perzische koning Youtube 5
1 7 2014 Thermopylae Fragment Marathon 6
Salamis In de stadstaten (poleis) van Griekenland kende men diverse soorten van bestuur: Oligarchie Aristocratie Tirannie Monarchie Democratie Timocratie : bestuur door een kleine groep (rijken) : variant van oligarchie, bestuur van de besten (adel) : bestuur door een heerser / tiran. : bestuur door een heerser (erfelijk) : bestuur van het volk : bestuur door militairen 7
In de stadstaat (polis) Athene was er eerst sprake van een aristocratie maar uiteindelijk had er zich een ander uniek bestuurssysteem ontwikkeld, de democratie. Komt van δῆμος (dèmos), "volk" en κρατέω (krateo) regeren. o Elke burger van Athene was voor de wet gelijk en kon politiek actief zijn en vrij spreken tijdens de volksvergadering. o Deze vond plaats op de agora (marktplaats/stadscentrum). Deze had verschillende functies: een politieke, een sociale en een commerciële. Directe democratie, men koos geen vertegenwoordigers maar stemde zelf over wetgeving en uitvoering. Youtube (19 min) Opmerkingen: 1. Maar alleen vrije volwassen (vanaf 20) mannelijke burgers hadden stemrecht! 2. Iedere burger kan deelnemen aan volksvergadering en via een loting (elke burger gelijke kans op een functie) bijvoorbeeld politiek actief zijn in de Raad van 500 (adviesgroep, voorbereidding voorstellen volksvergadering) of in het dagelijks bestuur. 3. Mensen die te machtig dreigden te worden konden via een schervengerecht (ostracisme) voor 10 jaar worden verbannen. 8
5. De klassieke vormentaal van de Grieks Romeinse cultuur. NaPerzischeoorlogenstarttemenmetdewederopbouwvanAthene. In de periode van Perikles (5 e eeuw v. Chr.) beleefde de stad haar culturele hoogtepunt. De 1.wetenschap, 2. filosofie, Griekse bouwkunst en beeldende kunst werden een voorbeeld voor latere periodes. Daarom noemen we deze klassiek = van blijvende waarde. 9
1. Wetenschap: Men begon naar natuurlijke oorzaken te zoeken voor onverklaarbare verschijnselen (daarvoor zocht men die in de in de goden wereld). o Thales van Milete: Aandebasisvanalledingen op aarde ligt een oerstof = water. Eerstepoging om de natuur rationeel te verklaren. Demokritos komt later met het idee dat de oerstof niet met het oog waar te nemen is en niet verder te dele = atoom ( ondeelbaar ) o o Pythagoras: De gehele wereld is uit te drukken in verhoudingen tussen getallen. Hij is bekend vanwege o.a. de stelling van Pythagoras. Was een triomf voor het gebruiken van het menselijk denken. Hippokrates: Grondlegger van de Westerse geneeskunde. Niet de goden, maar natuurlijke oorzaken waren de verantwoordelijk voor een ziekte 2. Filosofen: Strevennaarkennisenwijsheid(φιλοσοφία= liefde voor wijsheid ) 1. Socrates: Zocht naar wijsheid door constant vragen te stellen, en antwoorden te zoeken. Wat is rechtvaardig handelen, dapperheid, wijsheid? Was kritisch naar de democratie, later veroordeeld tot drinken gifbeker. Omdat ik weet dat ik niks weet, weet ik meer dan anderen 2. Plato: Leerling van Socrates. Er is een verschil tussen de zichtbare wereld en de wereld van de ideeën (zaken die alleen met het verstand te begrijpen zijn). Deze zijn te achterhalen door de goede vragen te stellen. Was ook de stichter van de Atheense Academie, het eerste instituut voor hoger onderwijs in het westen. De staat zou het best geregeerd kunnen worden door filosofen omdat zij begrepen wat rechtvaardigheid is. 10
Naast Athene was er nog een 2e belangrijke stadstaat in Griekenland, Sparta. In Sparta werd de macht gedeeld door twee koningen die samen met een raad van wijze mannen en 5 ministers (eforen) de staat bestuurden. In de praktijk hadden de burgers hier weinig macht. Alles in Sparta draaide om het leger van hoplieten (soldaat, Spartaanse opvoeding). Het werk werd gedaan door de bewoners in het gebied rond Sparta de heloten (soort van slaven). 11
Rond 431 brak er een oorlog uit tussen de twee machtigste Griekse stadstaten en hun bondgenoten. Verschillen Athene Sparta God Athene Ares Economie Kunstenaars, filosofen, handelaren, Ambachtslieden, soldaten ambachtslieden Regering Democratie Militaire Oligarchie Combinatie van ολιγος (oligos) = ʹweinigʹ en αρχειν (archein) = ʹheersen. Bijvoorbeeld een groep militairen, aristocraten, of rijken die een land besturen. Scholing Jongens werd op school geleerd na te denken over het leven, de natuur en de politiek. Jongens en meisjes kregen een militaire training Militair Grote vloot, zeemacht Groot leger, landmacht Deze staat bekend als de Peloponnesische oorlog (431-404 v. Chr.) Peloponnesische oorlog (431-404 v. Chr.) Athene verloor deze oorlog en de democratie moest tijdelijk plaatsmaken voor een Spartaans gezinde oligarchie. Hoewel de democratie in 403 weer werd hersteld was het hierna gedaan met de macht van de stadstaten Athene en Sparta. Hierdoor werd het voor de koning van Macedonië, Philippos mogelijk heel Griekenland te onderwerpen (346 v. Chr.) (monarchie) en de periode van zelfstandige Griekse stadstaten te beëindigen. 12
Peloponnesische oorlog 13