Bevorderende en belemmerende factoren voor participatie aan inburgeringsinitiatieven voor anderstalige nieuwkomers



Vergelijkbare documenten
De Sociale plattegrond

VOORSTEL VAN DECREET. van de heren Mark Demesmaeker, Jan Peumans, Geert Bourgeois, Piet De Bruyn en Kris Van Dijck en mevrouw Helga Stevens

Het Vlaamse inburgeringsbeleid

ONTWERP VAN DECREET. tot wijziging van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid AMENDEMENTEN

Intake bij atlas trefdag NT2

3. Kan de minister meedelen welk aandeel van de asielzoekers daadwerkelijk een taalcursus start?

Sectoraal comité van het Rijksregister

Deel 1 Inburgering in Vlaanderen

Decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid

Decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid (B.S.8.V.2003) 1

Inburgering. Toelichting aan de hand van de regelgeving

MEMORIE VAN TOELICHTING

De samenwerking tussen OCMW en onthaalbureau

nr. 695 van CHRIS JANSSENS datum: 31 augustus 2016 aan LIESBETH HOMANS Inburgering - Vormingsprogramma - Resultaatverbintenis

ONTWERP VAN DECREET. tot wijziging van het decreet van 4 juni 2003 betreffende het inwerkingsbeleid

ONTWERP VAN DECREET. tot wijziging van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid AMENDEMENTEN

Advies. betreffende het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 4 juni 2003 betreffende het inwerkingsbeleid

Droits fondamentaux. inburgering opleiding. oriëntatie. traject gratis. taal. Onthaal van nieuwkomers

BinnenBand 10/10. Themanummer Inburgering. jaargang 15 nr. 68bis - oktober 2010

De NT2-trajecten van inburgeraars: een diagnose Peter De Cuyper HIVA Inhoud

Onthaalbureau Inburgering Limburg vzw. Presentatie voor ERSV (18/12/2012) AI in het Onthaalbureau

Brussel, 5 februari _Advies_Huizen_van_het_Nederlands. Advies. over het voorontwerp van decreet betreffende de Huizen van het Nederlands

Bereiken van nieuwkomers via inburgeringcursussen. Dr. Rik Baeten Domus Medica

Ontwerp van decreet. betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid. Amendementen ( ) Nr. 7 7 mei 2013 ( )

VR DOC.0254/2TER

Advies over het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen inzake wonen, inburgering en stedelijk beleid

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Jaarboek Inburgering & Integratie 2010

Gelet op de aanvraag van de Vlaamse Overheid, het Agentschap Binnenlands Bestuur ontvangen op 02/03/2016;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de uitvoering van het Vlaamse inburgeringsbeleid;

Onderwijs binnen het inburgeringstraject

Minderjarige nieuwkomers: wie zijn ze en hoe leiden we ze toe naar vrije tijdsinitiatieven?

Inhoud 1. Hoofdstuk 1: Kort verblijf, lang verblijf en vestiging Kort verblijf Lang verblijf Vestiging 11

Diversiteit in integratie

houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratieen inburgeringsbeleid

Doel van de Wet inburgering is ervoor te zorgen dat vreemdelingen die zich in Nederland vestigen:

Decreet van 30 april 2004 houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen

Veel info op enkele kliks

Brussel, 18 februari _Advies_Integratiedecreet. Advies

nr. 489 van TOM VAN GRIEKEN datum: 15 juli 2016 aan HILDE CREVITS Studietoelagen - Toekenningen aan niet-belgen

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei

Determinanten van een geslaagd NT2 traject

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING. Stuk 460 ( ) Nr. 5. Zitting november OND

De Onthaalouderacademie: onthaalouders sterker maken

Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. Beraadslaging VTC nr. 37/2013 van 11 september 2013

Profielen van asielzoekers, erkend vluchtelingen en subsidiair beschermden

De NT2 trajecten van inburgeraars in kaart gebracht. Peter De Cuyper HIVA. Inhoud

Agentschap Integratie en Inburgering Oost-Vlaanderen

Verplichte inburgering in Vlaanderen

Advies over de modulaire opleiding NT2 alfa R1, traject 1.2 voor de basiseducatie

Om het opleidingsprofiel in kaart te brengen, beschikken we over drie indicatoren:

Vacature. voltijds medewerker begeleiding educatief secundair traject inburgering

HET INBURGERINGSTRAJECT ALS OPSTAP NAAR EEN VERVOLGAANBOD NAAR WERK?

VR DOC.0254/1TER

Inburgeringsbeleid: taaldiversiteit als politieke uitdaging voor Brussel en de Vlaamse Rand

Welk traject legt een asielzoeker af?

Succescriteria bij de activering van anderstalige nieuwkomers

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Levenslang en samen leren omgaan met diversiteit

BERICHT AAN DE GEMEENTEN GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN VAN 14 OKTOBER 2012

Inburgeringstraject op maat van laaggeletterde moeders. Naar een meer geïntegreerd migratiebeleid, dankzij het AMIF

Wij ondersteunen, stimuleren en begeleiden het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid

ACADEMIEJAAR LEREN OP SCHOOL ÉN OP DE WERKPLEK. Graduaat in Maatschappelijk werk.

De nieuwe regels voor het bewijs van kennis van het Nederlands, nodig om bij een Vlaams lokaal bestuur aan de slag te kunnen.

VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN

Toelating tot arbeid en verblijf de gecombineerde vergunning/single permit voor buitenlandse werknemers

Inburgering. in Vlaanderen en Brussel

Vacature. voltijds medewerker begeleiding educatief secundair traject inburgering

NAAR EEN INTEGRALE AANPAK IN SINT-PIETERS-LEEUW Inspiratiedagen AG I&I VVSG Gent 5/9/2016 Leuven 26/9/2016

Diploma-erkenning NARIC - Erkende asielzoekers, vluchtelingen en subsidiairbeschermden

Welkom bij de Vlaamse Zorgkas. Wat meer uitleg over de zorgverzekering

ingediend op 2 november 2016 ( ) Ontwerp van decreet betreffende het Vlaams inburgerings- en integratiebeleid

Advies ter opvolging van het nieuwe afsprakenkader Nederlands tweede taal

Ontwerp van decreet. houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen

Ontwerp van decreet betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid DE VLAAMSE REGERING,

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Dienst Diversiteit Een kennismaking

Socioprofessionele reïntegratie. Conny Daens, GTB

Het inburgeringsexamen

Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal. Eindverantwoording Screening en matching vergunninghouders 2018

Gelet op de aanvraag van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ontvangen op 16 maart 2017;

Academiejaar 2013/2014. navorming. Mentor Klinisch Onderwijs. Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen

De NT2-trajecten van inburgeraars in kaart gebracht

Voorontwerp van decreet betreffende het lokaal sociaal beleid

Nieuwe regelgeving geattesteerde kadervorming

Wat? ESF project 1 sept aug dec 2019 VDAB, OCMW, In-Gent, Stad Gent en GSIW vzw

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Kwaliteitsvolle vraagverduidelijking

waardigheid participatie gelijke rechten solidariteit individuele vrijheid

Warme overdracht tussen leren en werken en de VDAB: visietekst

Doelgroep inburgering 18+ in Vlaanderen en Brussel vanaf 2/3/2008

Vormingen. Aanbod in West-Vlaanderen

Engagementsverklaring voor basis- en secundair onderwijs

Raadsvoorstel 26 januari 2012 AB RV

GELIJKE KANSEN IN BELGIË HISTORISCH ONDERZOEK

Gelet op de aanvraag van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB), ontvangen op 18/11/2014;

A001. Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap

betreffende het vergroten van de verantwoordelijkheid van ouders voor de succesvolle schoolloopbaan van hun leerplichtige kinderen

Project Taalcoaches. 1 januari december Locatie Moerdijk. Vluchtelingenwerk Brabant-West. Projectvoorstel taalcoaches.

Inschrijvingsbeleid KBA Een mix van nationale en internationale leerlingen Volgende beleidsnota s vormen één geheel:

Transcriptie:

Academiejaar 2007-2008 Eerste examenperiode Bevorderende en belemmerende factoren voor participatie aan inburgeringsinitiatieven voor anderstalige nieuwkomers Scriptie ingediend tot het behalen van de graad van Licentiaat in de Pedagogische Wetenschappen, optie Sociale Agogiek Amber Luyten Promotor: Prof. Dr. Martin Valcke

ABSTRACT Deze scriptie situeert zich binnen de problematiek van de uitval van nieuwkomers bij de inburgeringscursussen. Vlaanderen reageert hier op in de vorm van sanctionering. Het is echter zinvol en constructief ook de oorzaken van het afhaken te bekijken en welke maatregelen dit mogelijk (hadden) kunnen voorkomen. Deze scriptie heeft dan ook tot doel diverse belemmerende en bevorderende factoren voor de participatie aan inburgeringsinitiatieven, meer specifiek de cursus maatschappelijke oriëntatie, door anderstalige nieuwkomers in kaart te brengen. Daartoe werd de literatuur en het Vlaamse en internationale beleid grondig verkend, en werd aanvullend een kwantitatief exploratief onderzoek uitgevoerd in onthaalbureau Kom-Pas (Gent). Door middel van een survey bij cursisten maatschappelijke oriëntatie (n = 65) werd gepoogd om een antwoord te formuleren op volgende onderzoeksvragen: (1) In welke mate verklaren persoons- en trajectgerelateerde aspecten verschillen in de beleving van een cursus maatschappelijke oriëntatie?; (2) Welke factoren zijn prioritair voor het afronden van de cursus maatschappelijke oriëntatie?; en (3) Welke factoren belemmeren het doorlopen van de cursus maatschappelijke oriëntatie? Uit de resultaten komt naar voren dat het behalen van een certificaat de meest bevorderende factor is voor het succesvol doorlopen van de cursus, ook motivatie blijkt een rol te spelen. Belemmerende factoren blijken meestal betrekking te hebben op randvoorwaarden, cursisten geven immers aan tevreden te zijn over de inhoud van de cursus. Mogelijke zaken ter verbetering zijn: toegankelijkheid, mogelijkheid om de cursus te combineren met andere cursussen of werk, mogelijkheid tot kinderopvang en groepsgrootte. Scriptietitel: Promotor: Bevorderende en belemerende factoren voor participatie aan inburgeringsinitiatieven voor anderstalige nieuwkomers Prof. dr. Martin Valcke Amber Luyten 3 de licentie pedagogische Wetenschappen (afstudeerrichting: sociale agogiek) Academiejaar 2007-2008

INHOUD Inhoud Woord vooraf Inleiding I III IV Hoofdstuk 1: Literatuuronderzoek 1 1. Inburgering in Vlaanderen 1 1.1 Het concept inburgering 1 1.2 Historiek van het inburgeringsbeleid 2 1.3 Doelgroep 4 1.4 Organisatie van het inburgeringstraject 6 1.4.1 Het primaire inburgeringstraject 6 1.4.2 Het secundaire inburgeringstraject 8 1.4.3 Sanctionering 8 1.5 Betrokken actoren 9 1.5.1 Gemeente 9 1.5.2 Onthaalbureau 10 1.5.3 Huis van het Nederlands 11 1.5.4 VDAB 12 1.5.5 Vlaams Minderhedencentrum 12 1.6 Inburgering in andere landen 12 1.6.1 Frankrijk 13 1.6.2 Duitsland 13 1.6.3 Nederland 14 2. Maatschappelijke oriëntatie 16 2.1 Conceptuele situering 16 2.2 Praktische organisatie 16 2.3 Bevorderende en belemmerende factoren 17 2.3.1 Invloedrijke factoren 18 2.3.1.1 Belemmerende factoren 18 2.3.1.2 Bevorderende factoren 21 2.3.2 Aanbevelingen 22 I

Hoofdstuk 2: Empirisch onderzoek 24 2.1 Situering 24 2.2 Onderzoeksvragen 24 2.3 Steekproef 24 2.4 Instrumenten 26 2.5 Analysetechniek 27 2.6 Resultaten 28 2.7 Besluit 38 Hoofdstuk 3: Conclusie en discussie 39 1. Implicaties onderzoeksresultaten 39 2. Beperkingen van het scriptieonderzoek 43 3. Aanbevelingen voor toekomstig onderzoek 44 Bibliografie 46 Bijlagen 52 II

Woord vooraf Een scriptie ontstaat vanuit de fascinatie voor en door een bepaald thema; in mijn geval was dat inburgering. Dankzij een boeiende stage bij het onthaalbureau Kom-Pas kon ik dit scriptie-idee uitwerken tot een concept in concrete vorm. Bovendien werd mijn onderzoek ook bij Kom-Pas uitgevoerd. Om deze scriptie tot een goed einde te kunnen brengen, heb ik de hulp gehad van verschillende mensen. Graag wil ik hen bedanken voor hun bijdrage. Eerst en vooral wil ik de mensen van Kom-Pas bedanken voor hun vertrouwen in mij, meer specifiek Marian Ceupens en de MO-docenten. Uiteraard wil ik ook graag een woord van dank richten aan de inburgeraars die de vragenlijst hebben ingevuld en er op die manier voor zorgden dat dit onderzoek kon slagen. Verder ben ik de mensen die de vragenlijsten vertaald hebben zeer erkentelijk voor hun tijd en moeite. Mijn promotor, prof. dr. Valcke, ben ik eveneens zeer dankbaar voor zijn begeleiding. Daarnaast wil ik mijn vriendinnen danken voor de ondersteuning: het nalezen, hun geloof in mij en hun meeleven. Deze scriptie had hier niet gelegen zonder hun steun. Tot slot wil ik ook mijn ouders, broers en zus bedanken voor hun vele aanmoedigingen. III

Inleiding Tijdens verschillende academiejaren van mijn opleiding, liep ik stage in een onthaalbureau. Aanvankelijk maakte ik kennis met de werking van de inburgeringssector in onthaalbureau PINA (Antwerpen): ik woonde zowel enkele trajectbegeleidingsessies als lessen maatschappelijke oriëntatie bij en mocht aanwezig zijn op overlegmomenten. Vervolgens kreeg ik de kans mijn kennis en vaardigheden te verdiepen binnen Kom-Pas (Gent). Ik raakte gefascineerd door de inrichting van de inburgeringscursussen, en voerde een kleinschalig kwalitatief onderzoek uit naar hoe anderstalige nieuwkomers de cursus Maatschappelijke Oriëntatie (MO) - na een periode van minstens 6 maanden - evalueren. Van hieruit ontstond de idee om me verder te verdiepen in het onderwerp binnen het kader van mijn afstudeerscriptie. Elk jaar komen immers duizenden nieuwe immigranten naar België. Het opbouwen van een nieuw bestaan is voor hen niet zo eenvoudig. Vanuit de idee dat de maatschappij de ogen niet kan sluiten voor de komst van migranten en de plicht heeft hen goed op te vangen, zodat ze een volwaardige plaats kunnen innemen in onze samenleving en er zelfstandig kunnen functioneren, worden integratie- en inburgeringinitiatieven georganiseerd. Nieuwkomers kunnen gebruik maken van deze initiatieven die hen op weg helpen een goede plaats te vinden in de nieuwe samenleving waarin zij terechtkomen (Keulen, 2004a). Het inburgeringsbeleid heeft als doel een grotere zelfredzaamheid op te bouwen bij de nieuwkomer en uiteindelijk een volwaardige participatie van de nieuwkomer aan de Vlaamse samenleving (Vlaamse Regering, 2003). Het is de bedoeling dat de nieuwkomer zich ontplooit op sociaal en cultureel vlak. Er is sprake van een geheel van interventies, namelijk cursussen Nederlands als tweede taal, cursussen maatschappelijke oriëntatie (MO), loopbaanoriëntatie en trajectbegeleiding (cf. infra). Als voorbereiding op het inburgeringsdecreet liet de Vlaamse overheid enkele onderzoeken uitvoeren, naar onder meer de rol van het aanbod maatschappelijke oriëntatie en de plaats ervan in het inburgeringstraject (Verstraete et al., 2000). De resultaten wezen erop dat het enorm belangrijk is dat de nieuwkomers actuele en concrete informatie aangeboden krijgen over hun nieuwe omgeving. Deze informatie handelt over een brede waaier van thema s die rechtstreeks met hun inburgeringsproces te maken hebben: stad en land, mobiliteit, publieke dienstverlening/verzorgingsstaat, verblijfssituatie, tewerkstelling, gezinssituatie en school, volwassenenonderwijs, gezondheidszorg, wonen, consumptie, vrije tijd (Vlaamse Regering, 2004b). Nieuwkomers krijgen tijdens de lessen maatschappelijke oriëntatie informatie over hun rechten en plichten, ze leren hoe onze samenleving functioneert en maken kennis met de basiswaarden en basisnormen die gelden in onze samenleving. Verder is het voor hen belangrijk dat ze deze informatie ook kunnen inoefenen (Vlaamse Regering, 2004b). Enkele vaardigheden zijn: informatie verwerven en selecteren, netwerken uitbouwen en IV

gebruiken, communiceren en in onderhandeling gaan. Er wordt tijdens de lessen geprobeerd de theoretische informatie zoveel mogelijk in de praktijk te bekijken: er worden regelmatig uitstappen gemaakt naar verschillende organisaties zodat de nieuwkomers ook in werkelijkheid kunnen ervaren wat er tijdens de lessen wordt gezegd. Deze bezoeken hebben als doel de nieuwkomers vertrouwd maken met de organisaties en op die manier de drempel verlagen voor de nieuwkomer om er een volgende keer zelfstandig naar toe te stappen. Deze scriptie zal zich daarom verder toespitsen op het onderdeel maatschappelijke oriëntatie (MO); meer specifiek is ze gesitueerd binnen de problematiek van de uitval van nieuwkomers bij de cursus MO. In het verlengde van deze motivering voor het belang van de cursus maatschappelijke oriëntatie voor anderstalige nieuwkomers, werd voor een belangrijk deel van de doelgroep van het inburgeringsbeleid het volgen van integratiecursussen verplicht gemaakt. Ondanks het feit dat de verplichting in voege is getreden, of net daardoor, zijn er nog steeds een aantal nieuwkomers dat afhaakt tijdens hun inburgeringstraject. Sinds 2004 kunnen zij hiervoor worden gesanctioneerd (De Cuyper & Wets, 2007). In plaats van enkel sancties op te leggen, is het interessanter om eerst de oorzaken van het afhaken te bekijken en welke maatregelen dit mogelijk (hadden) kunnen voorkomen. Deze scriptie heeft dan ook tot doel diverse belemmerende en bevorderende factoren voor de participatie aan inburgeringsinitiatieven, meer specifiek de cursus maatschappelijke oriëntatie, door anderstalige nieuwkomers in kaart te brengen. Daartoe werd de literatuur en het Vlaamse en internationale beleid grondig verkend, en werd aanvullend een kwantitatief empirisch onderzoek uitgevoerd in onthaalbureau Kom-Pas (Gent). Deze scriptie is opgebouwd uit drie hoofdstukken, waarvan het eerste de uitkomst van een literatuuronderzoek tweeledig presenteert. In het eerste deel wordt er een uitgebreide kijk op inburgering in Vlaanderen geboden. Zowel het concept inburgering als de historiek van het inburgeringsbeleid worden hier uit de doeken gedaan. Daarnaast worden ook de doelgroep en de betrokken actoren van het inburgeringsbeleid geduid. Tot slot wordt er een blik geworpen op het verloop en de organisatie van inburgering in buurlanden Frankrijk, Duitsland en Nederland. In het tweede deel van de literatuurstudie wordt dieper ingegaan op maatschappelijke oriëntatie als onderdeel van het inburgeringstraject, dat de focus vormt van het gevoerde scriptieonderzoek. De conceptuele situering wordt gevolgd door een uiteenzetting over de praktische organisatie van maatschappelijke oriëntatie. Daarna volgt een cruciaal onderdeel, namelijk het bespreken van bevorderende en belemmerende factoren die in de literatuur naar voren komen. Het tweede hoofdstuk is voorzien voor het bespreken van het empirisch onderzoek. Een korte situering wordt gevolgd door de onderzoeksvragen en een bespreking van de steekproef. Ook de gehanteerde instrumenten en analysetechniek worden geëxpliciteerd. De uitvoerige bespreking van de onderzoeksresultaten wordt afgerond met een besluit. V

Het derde en tevens laatste hoofdstuk behandelt de conclusie en discussie. De resultaten van dit scriptieonderzoek worden geconfronteerd met elementen uit het onderzoeksveld en de literatuurstudie, en er worden mogelijke aanbevelingen geformuleerd om uitval te belemmeren. Met een kritische blik worden beperkingen van het uitgevoerde het scriptieonderzoek aangegeven. Ter afrondingen worden suggesties voor toekomstig onderzoek geformuleerd. VI

Hoofdstuk 1: Literatuuronderzoek 1 Inburgering in Vlaanderen 1.1 Het concept inburgering Het begrip inburgering duikt voor het eerst op in een officiële beleidsintentie in Vlaanderen in 1999, namelijk in het regeerakkoord van de Vlaamse Regering van juli 1999 (Verstraete et al., 2001). Voordien werd er telkens gesproken over het onthaal(beleid) van nieuwkomers. Het onthaalbeleid (cf. infra), dat onderdeel uitmaakte van het minderhedenbeleid, werd opgericht om te voorkomen dat nieuwkomers in een maatschappelijke achterstandspositie verzeilen omdat ze niet beschikken over de noodzakelijke kennis en/of vaardigheden om op voet van gelijkheid aan onze samenleving te participeren (Taels, 2002, 5). De term inburgering werd ingevoerd vanuit Nederland, waar hij in 1992 door Entzinger en Van der Zwan geïntroduceerd werd (De Cuyper & Wets, 2007). De definitie van inburgering die in het inburgeringsdecreet van 2003 in Vlaanderen wordt gehanteerd, luidt: Inburgering is een interactief proces waarbij de overheid aan vreemdelingen een specifiek programma aanbiedt, dat hun (hen?) enerzijds de mogelijkheid biedt om zich eigen te maken met de nieuwe sociale omgeving en anderzijds ertoe bijdraagt dat de samenleving de personen van de doelgroep als volwaardige burgers gaat erkennen, met als doel een volwaardige participatie van die personen in de samenleving. (Vlaamse Regering, 2003). In de decreetswijziging van 2006 is een aangepaste definitie terug te vinden, namelijk: Inburgering is een interactief proces waarbij de overheid aan inwijkelingen een specifiek programma aanbiedt, dat hun enerzijds de mogelijkheid biedt om hun zelfredzaamheid te verhogen en anderzijds ertoe bijdraagt dat de samenleving die personen als volwaardige burger erkent, met als doel een volwaardige, actieve participatie en een gedeelde burgerschap van eenieder en het verkrijgen van een voldoende sociale samenhang. (Vlaamse Regering, 2006). De eerste verandering slaat op de term vreemdelingen die in het aangepaste decreet vervangen wordt door de term inwijkelingen. Deze verandering is een gevolg van de uitbreiding van de doelgroep die in dit aangepaste decreet opgenomen wordt. Het inburgeringsbeleid richt zich op nieuwkomers en op oudkomers - dit zijn personen die reeds langer legaal in Vlaanderen of Brussel verblijven, ongeacht of ze over de Belgische nationaliteit beschikken, die zelf buiten België geboren zijn en waarvan ten minste één van de ouders geboren is buiten België (Vlaamse Regering, 2006). Verder werden de kerndoelstellingen in de definitie gewijzigd. Naast emancipatie van de inburgeraar - zelfredzaamheid verhogen - wordt er gestreefd naar een actief en gedeeld burgerschap. Daarnaast wordt sociale cohesie eveneens als doelstelling opgenomen: door de samenleving als volwaardige burgers erkend worden waardoor een voldoende sociale samenhang ontstaat (Carels, 2007). 1

1.2 Historiek van het inburgeringsbeleid Doorheen de geschiedenis heeft België vele immigranten onthaald (Raes, 2005). In de jaren 50-60 doet de Belgische staat zelf een oproep om vreemdelingen naar België te laten komen omdat een tekort aan ongeschoolde arbeidkrachten op te vangen. Deze oproep wordt gedaan vanuit de idee dat het verblijf van de immigranten tijdelijk zou zijn (Verstraete et al., 2000). Door de oliecrisis en de bijhorende economische crisis in de jaren 70 vaardigt België - net zoals andere West-Europese landen - een immigratiestop uit (Moulart, 2006). Het aantal immigranten blijft wel nog stijgen door onder andere gezinsherenigingen en gezinsvorming (Moulart, 2006; Wets, 2001). Tijdens de staatshervorming van 1980 krijgt de Vlaamse Gemeenschap bevoegdheid voor het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, en de vestiging van vreemdelingen wordt met de Vreemdelingenwet van 15 december 1980 juridisch erkend (VMC, 2001). Voortaan wordt de klemtoon gelegd op de zorg voor de integratie van immigranten en hun gezinnen in plaats van op de begeleiding van tewerkstelling van geïmmigreerde arbeiders (VMC, 2001). Tijdens de gemeenteverkiezingen van 1988 behaalt extreem rechts een forse stijging en als reactie hierop wordt het migrantenthema een volwaardig en prioritair beleidsthema (Verstraete et al., 2000). De eerste onthaalprojecten voor nieuwkomers zijn terug te vinden in het begin van de jaren negentig. Integratiecentra in de grootsteden experimenteren door naar de Nederlandse aanpak te kijken en die aan te vullen met hun eigen visie. Zowel maatschappelijke oriëntatie, Nederlandse taallessen en trajectbegeleiding komen aan bod tijdens dergelijke onthaalprojecten. Buiten de grootsteden duiken er later ook onthaalinitiatieven op georganiseerd door lokale integratiediensten. De integratiecentra eigenen zich al snel de functie toe om de lokale onthaalprojecten meer te laten samenwerken (Janssen, 2007). Het inburgeringsbeleid van de Vlaamse overheid bouwt volgens Janssen (2007) in grote mate verder op dit pionierswerk van de integratiesector. 1996 Strategisch Plan voor het Vlaams Minderhedenbeleid 1998 onthaalbeleid voor nieuwkomers als onderdeel van het minderhedenbeleid 1999 experimentele fase aangekondigd 28 februari 2003 inburgeringsdecreet gestemd in het Vlaamse Parlement 1 april 2004 inburgeringsdecreet in uitvoering juli 2004 Marino Keulen wordt benoemd tot Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering 14 juli 2006 decreet gewijzigd 1 januari 2007 nieuw decreet in werking 1 februari 2008 aanpassingsdecreet goedgekeurd 2 maart 2008 aanpassingsdecreet treedt in werking Figuur 1: Beleidsoverzicht inburgering in Vlaanderen De Vlaamse overheid besteedt voor het eerst aandacht aan nieuwkomers in het Strategisch plan voor het Vlaams Minderhedenbeleid van 1996. In dit document erkent 2

ze - hoogstwaarschijnlijk geïnspireerd door de verschillende onthaalprojecten die in de integratiesector verschenen - de noodzaak van een onthaalbeleid voor nieuwkomers (Fermont, 2002). Twee jaar later, in 1998, verschijnt het minderhedenbeleid waarin het onthaalbeleid voor nieuwkomers als één van de drie beleidssporen opgenomen wordt (Wets, 2007). Vrij snel hierna ontwikkelt de overheid in samenspraak met het werkveld een concept voor het onthaalbeleid, waarin onder andere trajectbegeleiding, Nederlandse taallessen en maatschappelijke oriëntatie een prominente plaats innamen (Fermont, 2002, 7). De regering kondigt een experimentele fase aan en financiert 26 onthaalbureaus - dit zijn op dat moment projecten die zich op nieuwkomers richten - gedurende drie jaren (ICEM, 2003). Later zal er een schaalverkleining optreden en worden er acht onthaalbureaus officieel erkend (cf. infra). Tijdens deze periode bieden de onthaalbureaus inburgeringstrajecten aan gericht op meerderjarige nieuwkomers enerzijds en worden er pilootprojecten voor minderjarige nieuwkomers opgestart anderzijds (ICEM, 2003). Op 28 februari 2003 werd dan het eerste inburgeringsdecreet goedgekeurd in het Vlaamse Parlement. Dit decreet wordt opgesteld op basis van de verworven ervaringen en kennis uit de experimentele fase. Het inburgeringsdecreet gaat op 1 april 2004 in uitvoering. Sommige nieuwkomers worden vanaf nu verplicht in te burgeren. Met de aantreding van de nieuwe Vlaamse Regering in 2004 verschuift het inburgeringsbeleid van de bevoegdheid van Welzijn naar deze van Binnenlands Bestuur (Devillé & Vermeyen, 2007). Bijna twee jaar later, op 14 juli 2006, stemt het Vlaams Parlement over een wijziging van dit inburgeringsbeleid. Concreet gaat het over een uitbreiding van de (verplichte) doelgroep en een betere afdwingbaarheid van het decreet (De Cuyper & Wets, 2007). Deze wijziging wordt goedgekeurd en het nieuwe decreet treedt op 1 januari 2007 in werking. Een half jaar later worden er grote veranderingen ingevoerd in de verblijfswetgeving voor vreemdelingen. Er treedt een nieuwe asielprocedure in werking, waardoor er noodzaak ontstaat aan een nieuwe afbakening van de doelgroepen van het inburgeringsbeleid. Het Vlaams Minderhedencentrum wordt om advies gevraagd en op 16 januari 2008 wordt er een nieuw aanpassingsdecreet - waarin de adviezen van het Vlaams Minderhedencentrum worden verwerkt - goedgekeurd door het Vlaamse Parlement (VMC, 2008a). Allereerst hebben asielzoekers voortaan recht op inburgering vanaf het moment dat hun asielaanvraag meer dan vier maanden geleden werd aangevraagd. Meer zelfs: vanaf dat moment zijn ze verplicht om de cursus maatschappelijke oriëntatie te volgen. De andere onderdelen van het traject - cursus Nederlands en loopbaanoriëntatie mogen ze naar eigen keuze volgen (Fermont, 2008). Ten tweede wordt de definitie van verplichte inburgeraar gewijzigd. Voortaan zijn alle vreemdelingen in het Vlaamse gewest verplicht om in te burgeren wanneer ze voor het eerst met een verblijfstitel van meer dan drie maanden ingeschreven worden in het rijksregister en een verblijfsstatuut hebben dat hen wel recht geeft op inburgering maar hen niet vrijstelt (VMC, 2008a). Verder wordt er in het decreet gesproken over een flexibel traject voor werkende inburgeraars, dat hen de kans geeft om werk en inburgering te combineren. Daarnaast 3

geldt er niet langer een vervaldatum op de inburgeringsplicht; een inburgeraar die voor het eerst verblijfspapieren krijgt voor meer dan drie maanden, blijft verplicht zolang hij niet voldaan heeft aan de verplichtingen (Fermont, 2008, 18). Personen die de Belgische nationaliteit verwerven in het buitenland zonder eerst naar België te komen - zogenaamde nieuwe Belgen vallen voortaan ook onder de verplichting wanneer ze naar België komen (Fermont, 2008). Tot slot wordt er in het aanpassingsdecreet een link gelegd tussen de sociale huurreglementering en inburgering: Wie onder de inburgeringsplicht valt, kan alleen nog een sociale woning krijgen als hij een inburgeringstraject volgt (VMC, 2008a, 31). 1.3 Doelgroep In het Strategisch Plan (1998) (cf. supra) wordt voor het eerst het begrip nieuwkomers gebruikt. Men omschrijft deze doelgroep als volgt: (a) gezinsherenigers, (b) gezinsvormers, (c) ontvankelijk verklaarde asielzoekers, en (d) geregulariseerde. Sindsdien zijn er een heel aantal aanpassingen gebeurd. In dit deel is er voor gekozen om enkel de belangrijkste veranderingen en de huidige situatie weer te geven, zodanig dat het overzichtelijk blijft. In 2003 wordt door het Vlaams Parlement het eerste inburgeringsdecreet goedgekeurd en dit decreet breidt meteen ook de doelgroep nieuwkomers uit. Concreet betekent dit dal alle meerderjarige vreemdelingen die zich maximaal één jaar geleden voor de eerste keer ingeschreven in een Vlaamse of Brusselse gemeente en zicht hebben op een langdurig verblijf, tot de doelgroep behoren. Het gaat hier dan bovenop de reeds bestaande doelgroep onder andere over: slachtoffers van mensenhandel die ingeschreven zijn in het Rijksregister; onderdanen van de Europese Unie of landen als Noorwegen, IJsland en Liechtenstein en arbeidsimmigranten. In 2004 treedt dit goedgekeurde inburgeringsdecreet dan in werking, maar er wordt nog één belangrijke aanpassing gedaan voor de doelgroep: het principe verplichte inburgering werd ingevoerd. Vanaf dit moment is er een onderscheid te maken tussen nieuwkomers die verplicht zijn om het volledige inburgeringstraject te volgen enerzijds en nieuwkomers die recht hebben op een inburgeringstraject anderzijds. Door internationale wetgevingen is het immers niet mogelijk om alle personen te verplichten. Zo hebben EER-onderdanen (en hun huwelijkspartner, hun kinderen jonger dan eenentwintig jaar en hun ouders) niet de plicht maar wel het recht om deel te nemen aan een inburgeringstraject (Vlaamse Regering, 2004). Nieuwkomers die zich in Brussel vestigen kunnen eveneens niet verplicht worden door het aparte institutionele karakter van het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest (De Cuyper & Wets, 2007). Daarnaast worden nieuwkomers die vijfenzestig jaar of ouder zijn en nieuwkomers die ernstig ziek zijn of een handicap hebben, vrijgesteld van de verplichting (Vlaamse Regering, 2004). In figuur 2 is schematisch weergegeven welke vragen er gesteld kunnen worden, om te bepalen of iemand al dan niet verplicht is om het inburgeringstraject te volgen. 4

Doelgroep ja Bent u ingeschreven in het rijksregister van een gemeente die behoort tot het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest? nee ja Bent u een EER-onderdaan? nee Rechthebbend ja Bent u gehuwd of gezinslid van een Belg of EER-onderdaan? Verplicht nee ja Bent u 65 jaar of ouder? nee ja Heeft u een ernstige ziekte of handicap en kan u een medisch attest voorleggen? nee Figuur 2: Verplichte of rechthebbende nieuwkomers (gebaseerd op De Cuyper & Wets, 2007) In 2007 wordt het decreet nogmaals gewijzigd, met implicaties voor de doelgroep. Het inburgeringsbeleid is niet enkel meer gericht op nieuwkomers, maar voortaan ook op bepaalde groepen oudkomers - vreemdelingen die hier al langer verblijven maar nooit een inburgeringstraject gevolgd of voltooid hebben (Amar, 2006). Voortaan wordt vooral de term inburgeraar gebruikt die verwijst naar zowel nieuwkomers als oudkomers (Amar, 2006). De term nieuwkomer wordt nog gebruikt om een specifiek deel van de inburgeringspopulatie te duiden en zo een onderscheid te maken met de mensen die al langer in België verblijven. In de loop van deze scriptie zal zowel het begrip inburgeraar als het begrip nieuwkomer gehanteerd worden. Verder wordt er door de wijziging van het decreet de doelgroep verplichte inburgeraars uitgebreid. Om dit alles overzichtelijk te houden, worden de inburgeraars volgens drie vragen gerangschikt: 1) Heeft de inburgeraar recht op een inburgeringstraject? 2) Is de inburgeraar verplicht om het inburgeringstraject te volgen? 3) Behoort de inburgeraar tot de prioritaire doelgroep? Uitgezonderd de asielzoekers en de anderstalige minderjarige nieuwkomers die achttien jaar worden, behoren alle verplichte inburgeraars in het Vlaamse gewest tot de prioritaire doelgroep in Vlaanderen. Ook een bepaalde groep gezinsherenigers die niet verplicht kan 5

worden 1, krijgt voorrang. De oudkomers voor wie de verplichting voorzien is in het decreet maar nog niet in werking getreden is, krijgen wel al voorrang (VMC, 2008b). Wat het Brusselse gewest betreft geldt er geen verplichting maar krijgen sommige inburgeraars wel voorrang. De prioritaire doelgroep is gelijk aan de Vlaamse, maar daarnaast behoren in Brussel ook asielzoekers na 4 maanden asielprocedure tot de prioritaire doelgroep (VMC, 2008). Tot slot wordt er recentelijk (maart 2008) nog een laatste maal een verandering inzake doelgroep doorgevoerd. Door de veranderende verblijfswet voor vreemdelingen, worden voortaan asielzoekers die minstens vier maanden geleden hun asielaanvraag indienden, verplicht om de cursus maatschappelijke oriëntatie te volgen. Wat betreft de andere delen van het inburgeringstraject zijn ze rechthebbend maar niet verplicht. Asielzoekers wiens aanvraag nog geen vier maanden geleden werd ingediend hebben geen recht op inburgering (Fermont, 2008). Mensen die de Belgische nationaliteit gekregen hebben in het buitenland, zonder eerst naar België te komen - omdat hun ouders bijvoorbeeld al in België wonen en de Belgische nationaliteit hebben - worden ook verplicht zich in te burgeren wanneer ze naar België komen (Fermont, 2008). Personen die in aanmerking komen voor inburgering en zich voor het eerst in het Rijksregister laten inschrijven met een verblijfstitel van meer dan drie maanden, worden eveneens verplicht een inburgeringstraject te volgen, tenzij ze tot één van de vrijgestelde categorieën behoren. Dit houdt in dat bepaalde mensen die vroeger niet verplicht waren, dit nu wel zijn en omgekeerd dat sommige mensen voortaan aan de inburgeringsverplichting ontsnappen (VMC, 2008a). 1.4 Organisatie van het inburgeringstraject Het inburgeringstraject bestaat uit twee delen: een primair traject en een secundair traject. Beide trajecten verschillen van elkaar in vorm, op vlak van de beoogde doelstellingen en ook de verantwoordelijke instanties zijn verschillend. 1.4.1 Het primaire inburgeringstraject Het primaire inburgeringstraject is het meest uitgebreide traject en heeft als doel de personen van de doelgroep tot een grotere zelfredzaamheid laten komen. Deze persoon is in staat actief zijn levensloopbaan 2 uit te bouwen en hiertoe voldoende Nederlands te beheersen. Hiermee bedoelt men dat de nieuwkomers in staat moeten zijn hun levensloopbaan actief uit te bouwen en hiervoor de Nederlandse taal voldoende dienen te beheersen (De Cuyper & Wets, 2007, 5). Dit traject bestaat uit een vormingsprogramma 1 Een niet-eu+-onderdaan (= niet behoren tot EU, EER of Zwitserland) die zich bij een EU+-onderdaan (uitgezonderd Belg) voegt in teken van gezinshereniging (VMC, 2008b) 2 Onder levensloopbaan wordt verstaan: het volledige traject dat een individuele natuurlijke persoon kan doorlopen gedurende zijn leven en waarbij de verschillende rollen zoals die van onder meer kind, student, burger, werkende, vrijetijdsmens, echtgeno(o)t(e), gezinsverzorger, ouder of gepensioneerde, afwisselend aan bod kunnen komen. (Vlaamse regering, 2006, 2). 6

dat maatschappelijke oriëntatie, Nederlands als tweede taal en loopbaanoriëntatie omvat en trajectbegeleiding. Tijdens de cursus maatschappelijke oriëntatie (cf. infra) wordt er lesgegeven over het leven in België, over de rechten en plichten van de nieuwkomer en over de waarden en normen die aan de grondslag van onze samenleving liggen. Het doel van deze cursus is het verhogen van het zelfstandig functioneren van de nieuwkomer (Vlaamse Regering, 2003). Het pakket Nederlands als tweede taal (NT2) heeft tot doel in een zo kort mogelijke tijd een basistaalvaardigheid van het Nederlands aan te reiken aan de nieuwkomers als opstap naar een vervolgcursus (Vlaamse Regering, 2003). Om te bepalen - voornamelijk op basis van niveau - wat het meest geschikte aanbod NT2 is voor elke individuele nieuwkomer, wordt deze nieuwkomer doorverwezen naar het Huis van het Nederlands. Tijdens de intake in het Huis van het Nederlands wordt een test afgenomen om zo op basis van de scholingsgraad te bepalen aan welke institutie - centrum voor basiseducatie, centrum voor volwassenenonderwijs of universitair talencentrum - de nieuwkomer best zijn cursus NT2 volgt. In het primaire traject volgen laaggeschoolden 180 uur Nederlands, hooggeschoolden krijgen 120 Nederlands aangeboden. Het Huis van het Nederlands geeft informatie over het aanbod Nederlands als tweede taal in de gemeente of regio (Fermont, 2002). Het doel van de loopbaanoriëntatie wordt als volgt verwoord in het inburgeringsdecreet: Een individueel proces te ondersteunen en te begeleiden waarbij de nieuwkomer de eigen levensloopbaan uittekent en daarbij inzicht verwerft in de arbeidsmarkt en het onderwijssysteem. Het is hierbij de bedoeling dat de reeds aanwezige competenties van de nieuwkomer vertaald worden naar onze samenleving (Vlaamse Regering, 2003). Bij loopbaanoriëntatie vormt het perspectief van de nieuwkomer het vertrekpunt, de nieuwkomer kan kiezen of hij een traject wil volgen dat gericht is op werk, het behalen van een diploma of maatschappelijke participatie. Het eerste traject - dat zich focust op een professioneel perspectief - wordt in het Nederlands aangeboden door de VDAB op het einde van hun primair traject. Inburgeraars die voor de andere twee perspectieven kiezen, krijgen loopbaanoriëntatie in hun eigen taal op het onthaalbureau (De Cuyper & Wets, 2007). Trajectbegeleiding zorgt voor de ondersteuning van de inburgeraar gedurende dit vormingsprogramma. Het ministerieel besluit van 12 maart 2004 omschrijft de taken die tot de trajectbegeleiding behoren: het onthaal, de intake, de trajectbepaling, het sluiten van het inburgeringscontract, de voortgangscontrole van het traject en de uitreiking van het attest van inburgering (Vlaamse Regering, 2004b). Wanneer een nieuwkomer zich aanmeldt op het onthaalbureau zal hij door een trajectbegeleider in zijn moeder- of contacttaal ontvangen worden. Deze trajectbegeleider stelt op basis van informatie van de inburgeraar en in samenspraak het inburgeringsprogramma op. De nieuwkomer kan zich tijdens het volgen van dit inburgeringsprogramma tot zijn trajectbegeleider wenden wanneer hij problemen heeft. De trajectbegeleider houdt het overzicht op het traject van 7

de inburgeraar en zorgt ook mee voor de overgang van het primaire naar het secundaire inburgeringstraject. 1.4.2 Het secundaire traject Als de nieuwkomer het primaire traject heeft afgesloten, kan hij doorstromen naar een vervolgprogramma in functie van werk, diploma of maatschappelijke participatie. Dit vervolgprogramma is het secundaire traject en wordt georganiseerd door reguliere voorzieningen 3. Inburgeraars die kiezen voor een traject met een professioneel perspectief - werk - starten een inwerkingstraject dat voorzien wordt door de VDAB (De Cuyper & Wets, 2007). Dit traject bevat een intensieve, individuele begeleiding aan de hand van een stappenplan waarbij gestreefd wordt naar duurzame tewerkstelling (Moulart, 2006). In de inwerkingstrajecten zijn ook schakelpakketten Nederlands voorzien, aangezien de nieuwkomer volgens de beleidsnota 2004-2009: de kans moet krijgen zijn basiskennis Nederlands verder uit te diepen (Keulen, 2004a, 14). Voorlopig werden enkel de trajecten naar werken in een decreet georganiseerd; aan de secundaire trajecten met een educatief - diploma - en sociaal-cultureel perspectief - maatschappelijke participatie - wordt momenteel volop gesleuteld (De Cuyper & Wets, 2007). Het Vlaams Minderhedencentrum kreeg een experimentele projectsubsidie toegekend om een aanbod voor deze trajecten uit te werken. In het jaarverslag van het Vlaams Minderhedencentrum (2008) staat vermeld dat inburgeraars die willen voort studeren nood hebben aan een intensief taaltraject en studieadvies. Het Vlaams Minderhedencentrum zou graag het educatieve traject in onthaalbureaus uittesten in samenwerking met universiteiten, hogescholen en centra voor volwassenenonderwijs. Ook voor de inburgeraars die op een sociaal perspectief gericht zijn - dit zijn vooral thuiswerkende vrouwen die kinderen verzorgen en opvoeden - wordt er een module ontwikkeld (VMC, 2008a). Zowel voor inburgeraars die kiezen voor het professioneel als het educatief perspectief speelt een versnelde erkenning en gelijkwaardigheidverklaring van buitenlandse diploma s en de erkenning van eerder verworven competenties een belangrijke rol (Keulen, 2004a; Verstraete et al., 2001; VMC, 2008a). Het is belangrijk voor het behoud van de eigenwaarde van de nieuwkomers en eveneens belangrijk als maatschappelijk belang omdat de kennis en ervaring van de inburgeraars sneller benut en ingeschakeld kan worden in onze samenleving (Keulen, 2004a). Bovendien wordt het belangrijk geacht dat ze zo snel mogelijk weten of hun buitenlands diploma erkend zal worden. 1.4.3 Sanctionering In zijn beleidsnota 2004-2009 schrijft de bevoegde minister Keulen dat inburgering primair de verantwoordelijkheid van de nieuwe Vlaming zelf is (Keulen, 2004a, 13). De Vlaamse overheid wordt wel verantwoordelijk gesteld voor het aanbieden van goede, 3 Een voorziening, inzonderheid in de sectoren onderwijs, tewerkstelling, welzijn en cultuur, die: hetzij als Vlaamse voorziening wordt georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschapscommissie; hetzij binnen het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad wordt georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (Vlaamse Regering, 2003). 8

toegankelijke en voldoende inburgeringscursussen, maar wanneer hieraan voldaan wordt, is het de verantwoordelijkheid van de nieuwkomer om het inburgeringstraject ook af te maken (Keulen, 2004a). Aangezien er een inburgeringsplicht heerst, worden er in het decreet ook sancties vermeld voor de verplichte nieuwkomers die zich niet aanmelden op het onthaalbureau of het vormingsprogramma niet regelmatig volgen (De Cuyper & Wets, 2007). De verantwoordelijkheid om dit te controleren ligt bij de onthaalbureaus (Vlaamse Regering, 2006). In het beginstadium van het inburgeringsbeleid was er sprake van strafrechterlijke sanctie, maar door de grote rompslomp die hiermee gepaard ging werd er zelden effectief gesanctioneerd. Het aangepaste decreet voorziet echter effectieve sanctionering: wie zich niet aan het opgelegde traject houdt, riskeert een administratieve boete van vijftig tot vijfduizend euro (Amar, 2007; Vlaamse Regering, 2006). Dit systeem van administratieve geldboetes moet het mogelijk maken snel en effectief in te spelen op inbreuken op de inburgeringsplicht (Keulen, 2007). Ook wie niet verplicht is een inburgeringstraject te volgen, maar op vrijwillige basis start, kan zo een administratieve boete krijgen als het traject afgebroken wordt, behalve in Brussel (Amar, 2007). 1.5 Betrokken actoren Hieronder worden de verschillende actoren - gemeente, onthaalbureau, Huis van het Nederlands, VDAB en Vlaams Minderhedencentrum - besproken die een rol spelen binnen het inburgeringstraject. 1.5.1 Gemeente De gemeente komt meestal als eerste in contact met de nieuwkomer, wanneer deze zich laat inschrijven in het bevolkingsregister. Hierdoor heeft de gemeente een informatie- en doorverwijzingsplicht ten opzichte van de inburgeraars (Amar, 2007; De Cuyper & Wets, 2007; Fermont, 2002; Keulen, 2004a). Nieuwkomers die zich voor het eerst met een verblijfstitel van langer dan drie maanden inschrijven in het Rijksregister, worden door de gemeente geïnformeerd over het inburgeringbeleid (De Cuyper & Wets, 2007; Fermont, 2008). De gemeente licht de (verplichte) inburgeraars in over mogelijke sancties en verwijst hen door naar het onthaalbureau. Daarnaast stuurt de gemeente maandelijks de adressenlijsten van de personen die zich de voorbije maand hebben ingeschreven en tot de doelgroep van het inburgeringsbeleid behoren, naar het onthaalbureau (Raes, 2005; Vlaamse Regering, 2003). Op die manier kan het onthaalbureau nagaan of een inburgeraar die tot de doelgroep van het inburgeringsbeleid behoort, zich ook komt aanmelden op het onthaalbureau. Als de inburgeraar zich niet heeft aangemeld binnen de termijn van drie maanden na de inschrijving, geeft het onthaalbureau dit door aan de gemeente. De gemeente zorgt ervoor dat de betrokkene opnieuw geïnformeerd wordt en verwijst hem vervolgens terug door naar het onthaalbureau (Raes, 2005; Vlaamse Regering, 2003). 9

1.5.2 Onthaalbureau De uitvoering van het inburgeringsdecreet van 28 februari 2003 (Vlaamse Regering, 2003) zorgt er voor dat het aantal onthaalbureaus teruggeschroefd wordt van 26 tot 8. Er zijn vijf provinciale onthaalbureaus erkend - één voor elke provincie - en drie stedelijke onthaalbureaus - Kom-Pas in Gent, PINA in Antwerpen en BON in Brussel (Keulen, 2004c-j). Het onthaalbureau heeft de opdracht het primaire inburgeringstraject uit te bouwen en vorm te geven (Vlaamse Regering, 2003). Binnen het primaire inburgeringstraject organiseert het onthaalbureau de cursus maatschappelijke oriëntatie en verzorgt het de trajectbegeleiding (De Cuyper & Wets, 2007). Verder volgt het onthaalbureau de trajectresultaten op van het secundaire traject in overleg met de organiserende instanties. Het onthaalbureau zorgt ook voor een overzicht van het inburgeringstraject en rapporteert de bevindingen hieromtrent aan de Vlaamse Regering en de betrokken gemeenten (Vlaamse Regering, 2006). De nieuwkomer meldt zich aan bij het onthaalbureau - in principe na doorverwijzing van de gemeente - en het onthaalbureau gaat op zijn beurt na of de nieuwkomer tot de doelgroep van het inburgeringsbeleid behoort (Raes, 2005). Een trajectbegeleider zal een intakegesprek voeren met de persoon om gegevens te verzamelen voor registratie en voor het uitstippelen van een inburgeringstraject en hij zal ook nagaan of de persoon nood heeft aan trajectbegeleiding. De nieuwkomer wordt dan doorverwezen naar het Huis van het Nederlands, indien van toepassing, om te bepalen welke cursus NT2 het best geschikt is voor de nieuwkomer (De Cuyper & Wets, 2007). Nieuwkomers met een professioneel perspectief gaan ook nog bij de VDAB langs - meestal met tolk - waarbij de VDAB de mogelijkheid bekijkt om eventueel meteen naar de arbeidsmarkt over te stappen en eveneens peilt of de nieuwkomer behoefte heeft aan loopbaanoriëntatie (Moulart, 2006). Om deze verschillende doorverwijzingen en screeningen vlot op elkaar te laten volgen, is de één-loket-functie in het leven geroepen (Keulen, 2004b). In de meeste onthaalbureaus zijn de mensen van de VDAB en het Huis van het Nederlands op bepaalde uren aanwezig in het onthaalbureau, zodat de nieuwkomer maar op één plaats aanwezig moet zijn (De Cuyper & Wets, 2007). Op basis van de resultaten van de verschillende screeningen zal de trajectbegeleider in samenspraak met de nieuwkomer de inhoud van zijn individuele inburgeringsprogramma vastleggen. De afspraken die gemaakt worden tussen beide partijen, worden in een inburgeringscontract neergeschreven (Vlaamse regering, 2004b). De trajectbepaling binnen het primaire traject, de opvolging van het traject, het afleveren van de attesten en de (administratieve) opvolging van het secundaire traject behoren allemaal tot het takenpakket van een onthaalbureau (De Cuyper & Wets, 2007). Tot slot is er nog een belangrijke taak weggelegd voor het onthaalbureau op vlak van de cursus maatschappelijke oriëntatie. Het onthaalbureau is verantwoordelijk voor de organisatorische aspecten omtrent de cursus en ook de inhoudelijke kant aangezien de docenten van het onthaalbureau de lessen geven. 10

Kom-Pas Het onthaalbureau Kom-Pas is verantwoordelijk voor de inburgering van anderstalige nieuwkomers die zich in Gent en of deelgemeenten gevestigd hebben (Kom-Pas, 2008). Kom-Pas is ontstaan uit het allereerste onthaalproject voor anderstalige nieuwkomers, dat georganiseerd werd door het Gentse integratiecentrum De Poort-Beraber (Janart, 2000). Kom-Pas bestaat ondertussen al meer dan 10 jaar en is recent, na lange tijd onder de Stad Gent gefunctioneerd te hebben, een vzw geworden. Het onthaalbureau Kom-Pas bestaat uit vier teams: trajectbegeleiding, maatschappelijke oriëntatie (MO), administratie & financiën, beleid & ontwikkeling en tijdsbesteding. Elk team heeft zijn eigen coördinator en aan het hoofd van de gehele organisatie staat de directeur. De gebouwen van Kom-Pas bevinden zich in de Kongostraat 42, in Gent. In deze gebouwen is ook het Huis van het Nederlands ondergebracht en worden er lessen NT2 gegeven. Het VDAB-gebouw bevindt zich aan de overkant van de straat. 1.5.3 Huis van het Nederlands Vanaf september 2004 werden er in Vlaanderen acht Huizen van het Nederlands geopend: een Huis van het Nederlands in elke Vlaamse provincie en een Huis van het Nederlands in Antwerpen, Brussel en Gent (Vlaamse Regering, 2004c). Deze Huizen van het Nederlands organiseren zelf geen cursussen Nederlands als Tweede taal (NT2), maar zijn samenwerkingsverbanden tussen onder andere de aanbodsverstrekkers NT2, de VDAB en de onthaalbureaus (Vlaamse Regering, 2004b). Het Huis van het Nederlands is verantwoordelijk voor het screenen en eventueel doorverwijzen van de inburgeraar naar een gepast aanbod Nederlands als tweede taal en eventueel de verdere opvolging van dit aanbod (Moulart, 2006). Dit screenen gebeurt door middel van een intakegesprek en een eventuele testing, waarna het Huis van het Nederlands bekijkt welk aanbod het geschiktste is voor die specifieke nieuwkomer (Vlaamse Regering, 2006). De nieuwkomer wordt meestal doorverwezen naar een centrum voor basiseducatie wanneer hij laaggeschoold is. De tweede mogelijkheid zijn de centra voor volwassenenonderwijs. Hooggeschoolden ten slotte kunnen worden doorverwezen naar een universitair talencentrum. Het Huis van het Nederlands is in 2004 wel opgericht in functie van het inburgeringsbeleid, maar de doelgroep van het Huis van het Nederlands is groter dan enkel inburgeraars. Het Huis van het Nederlands houdt zich bezig met alle anderstaligen die Nederlands wensen te leren, te screenen en door te verwijzen naar een gepast aanbod (De Cuyper & Wets, 2007). Een tweede taak die hen is toegewezen, is het optimaliseren van het aanbod. Dit houdt in dat ze: 1) de knelpunten, behoeften en oplossingen signaleren aan de overheid; 2) de afstemming van het aanbod NT2 tussen verschillende centra optimaliseren; 3) objectief, meet- en registratie-instrumentarium ontwikkelen en opvolgen (De Cuyper & Wets, 2007). 11

1.5.4 VDAB De VDAB is verantwoordelijk voor de loopbaanoriëntatie van de inburgeraar naar de arbeidsmarkt. Aangezien het onthaalbureau de coördinerende functie heeft over het inburgeringstraject werd er een samenwerkingsprotocol afgesloten tussen de VDAB en het onthaalbureau (Vlaamse Regering, 2006). De VDAB screent de nieuwkomers op arbeidsmarktrijpheid en diegenen die kiezen voor een professioneel perspectief krijgen in het primaire traject loopbaanoriëntatie. Inburgeraars hebben immers recht op bijzondere opleiding en begeleiding met betrekking tot duurzame tewerkstelling (De Cuyper & Wets, 2007). Het inwerkingstraject - secundair traject gericht op werk - wordt bepaald op grond van een screening die de wensen, behoefte, vaardigheden en competenties van de betrokkene in kaart brengt (De Cuyper & Wets, 2007, 10). In het aangepaste decreet van 2006 (Vlaamse Regering, 2006) werd besloten dat VDAB de loopbaanoriëntatie voor mensen met een professioneel perspectief organiseert. De andere nieuwkomers zullen ook loopbaanoriëntatie kunnen volgen maar dan georganiseerd door het onthaalbureau. Daarnaast ontwikkelde VDAB schakelcursussen in het kader van het secundaire traject. In het nieuwe decreet (Vlaamse Regering, 2006) krijgt de loopbaanoriëntatie een andere plaats toegewezen. Het onthaalbureau zal loopbaanoriëntatie organiseren voor nieuwkomers die na het primaire traject niet doorstromen naar de VDAB. Wie wel doorstroomt naar de VDAB, krijgt daar loopbaanoriëntatie (De Cuyper & Wets, 2007). 1.5.5 Vlaams Minderhedencentrum Het Vlaams Minderhedencentrum is onder andere verantwoordelijk voor de ondersteuning van de onthaalbureaus. Het Vlaams Minderhedencentrum doet dit door enerzijds overleg te organiseren en door vorming aan te bieden anderzijds. Het overleg dient om ervaringen te delen, knelpunten te signaleren en de visies en de manier van werken van de verschillende onthaalbureaus op elkaar af te stemmen. Overleg vindt voor verschillende groepen plaats, zo is er overleg voor de algemene coördinatoren van de onthaalbureaus, de verantwoordelijken maatschappelijke oriëntatie, de coaches trajectbegeleiding en de werking rond minderjarigen. Het Vlaams Minderhedencentrum organiseert ook vormingen voor medewerkers van onthaalbureaus, soms zijn deze voor specifieke medewerkers bedoeld andere keren staan deze vormingen open voor alle medewerkers (VMC, 2008a). 1.6 Inburgering in andere landen In dit onderdeel wordt een korte schets weergegeven van hoe inburgering verloopt in de buurlanden Frankrijk, Duitsland en Nederland. De situatie in de eerste twee landen wordt beknopt besproken, de Nederlandse situatie zal uitgebreider behandeld worden aangezien het Vlaamse inburgeringsbeleid hier op gebaseerd is. 12

1.6.1 Frankrijk Tot eind 2006 hadden nieuwkomers die voet aan land zetten in Frankrijk de keuze of ze een inburgeringscontract afsloten of niet (Haut conseil à l intégration, 2004). Indien ze hiervoor kozen, moesten ze verplicht deelnemen aan taallessen en een korte cursus maatschappelijke oriëntatie (De grenzen van de Europse Unie, 2005). Sinds 1 januari 2007 is elke nieuwkomer verplicht het Contract d Accueil et d Intégration te tekenen. Dit contract representeert een wederzijds engagement tussen de Staat enerzijds en de nieuwkomer anderzijds. Het inburgeringsprogramma is gratis en duurt een jaar. Het Franse inburgeringsbeleid richt zich vooral op nieuwkomers die zicht hebben op een permanent verblijf (Carrerra, 2006). De nieuwkomer volgt een formation civique ; dit is een vormingsdag waarop de inburgeraars informatie krijgen over de Franse instituties, de waarden van de Republiek en de politieke en administratieve organisatie van Frankrijk. Deze vorming wordt altijd vertaald naar de moedertaal van de inburgeraar. Daarnaast is er een informatiesessie van maximaal zes uur voorzien over het leven in Frankrijk waarin de nieuwkomer kennismaakt met de gang van zaken in het dagelijkse leven. Tot slot wordt de Franse taalkennis van de inburgeraar getest. Wanneer deze ontoereikend is, wordt de inburgeraar ingeschreven in een taalcursus die maximum 400 uren duurt. De inburgeraar wordt verplicht een taalexamen af te leggen waarmee hij le Diplôme Initial de Langue Française kan behalen. Wanneer de nieuwkomer zich niet aan de in het contract vastgelegde engagementen houdt, heeft dit gevolgen voor zijn verblijfsvergunning (ANAEM, 2008). 1.6.2 Duitsland Het inburgeringsbeleid in Duitsland wordt gestuurd volgens de - in 1 januari 2005 vernieuwde - wetten: Zuwanderungsgesetz en de Aufentgesetz. Deze wetten regelen de toegang en het verblijf van immigranten in Duitsland (Carrerra, 2006). Door de vernieuwing van de wetten worden de immigratiemogelijkheden aangepast aan de mogelijkheden die Duitsland - volgens het Federaal Gouvernement - kan bieden voor integratie, maar de staat biedt alle immigranten in Duitsland basisintegratiemogelijkheden om de inspanningen die ze leveren om deel uit te maken van de Duitse samenleving, te ondersteunen (Bundesministerium des Innern, 2008). Het inburgeringsprogramma richt zich op immigranten die een ontoereikende kennis van het Duits hebben en op diegenen die al langer in Duitsland verblijven maar die nog nood hebben aan integratie (Carrerra, 2006). Het programma bestaat uit een tweedelige taalcursus en een cursus oriëntatie. Kennis van de Duitse taal wordt beschouwd als de sleutel tot integratie, daarom evalueert de lokale vreemdelingenautoriteit in welke mate de immigrant de taal beheerst en verwijst hem indien nodig door naar de taalcursus. De taalcursus is onderverdeeld in twee periodes: 300 uren voor het aanleren van de basis van het Duits en 300 uren voor gevorderd taalgebruik (Carrerra, 2006). Het beoogde doel is dat deelnemers in staat zijn zichzelf verstaanbaar te maken in dagdagelijkse situaties in Duitsland (Bundesamt für Migration und Flüchtlinge, 2008). Als nieuwkomers de taalcursus afgerond hebben, 13

kunnen ze deelnemen aan een taalexamen dat hen recht geeft op een officieel Zertificat Deutsch indien ze slagen (Bundesministerium des Innern, 2008). Na de taalcursus worden de nieuwkomers geacht een oriëntatiecursus te volgen. Deze cursus duurt 45 uren en wordt ingericht met het oog op het verhelderen van het gouvernementeel systeem en de staatsadministratie in Duitsland. De oriëntatiecursus behandelt politiek en democratie, een overzicht van de recente Duitse geschiedenis, samenleving en dagelijkse cultuur, basiswaarden van de Duitse samenleving zoals vrijheid van godsdienst, tolerantie en gelijke rechten. Met deze cursus wil men de inburgeraars helpen om makkelijker hun weg te vinden in de nieuwe samenleving en hen iets aanbieden waarmee ze zich kunnen identificeren. Als de inburgeraars slagen op het taalexamen en een test die volgt op de cursus oriëntatie, ontvangen ze een certificaat dat aangeeft dat ze hun integratiecursus succesvol hebben beëindigd (Bundesamt für Migration und Flüchtlinge, 2008). 1.6.3 Nederland Nederland kent sinds 1996 het inburgeringsbeleid, aanvankelijk alleen voor nieuwkomers, maar vanaf 1999 ook voor oudkomers. Op 30 september 1998 trad de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) in werking, hierdoor zijn nieuwkomers verplicht aan een door de gemeente vast te stellen inburgeringsprogramma deel te nemen. Voor oudkomers is er sprake van een vrijwillige deelname in plaats van een wettelijke verplichting. De doelgroep bestaat uit vreemdelingen van 16 tot 65 jaar die als nieuw- of oudkomer duurzaam in Nederland mogen verblijven (Ministerie voor Vreemdelingenzaken en Integratie, 2005). Het inburgeringsprogramma voor nieuwkomers in Nederland omvat trajectbegeleiding en een educatief traject. Het educatieve traject bestaat uit: Nederlands als tweede taal (NT2), Maatschappij Oriëntatie (MO) en Beroepenoriëntatie (BO), waarbij MO geïntegreerd wordt in de cursus NT2. Het traject neemt ongeveer 600 uur in beslag en dient binnen twaalf maanden afgerond te worden (Schedler & Glastra, 2002). De onderdelen Nederlands als tweede taal en Maatschappij Oriëntatie worden afgesloten met een toets. Nieuwkomers die de eindtoets hebben afgelegd, ontvangen een certificaat. Er worden drie eindniveaus onderscheiden: sociale zelfredzaamheid, educatieve zelfredzaamheid en professionele zelfredzaamheid (Schedler & Glastra, 2002). Het traject wordt ondersteund door maatschappelijke begeleiding. Het sluitstuk van het inburgeringstraject wordt gevormd door de doorgeleiding naar verdere educatie of naar de arbeidsmarkt (Vissers, 2002). Bij de evaluatie van dit inburgeringsbeleid is de regering tot de conclusie gekomen dat de gewenste resultaten van het beleid tot nog toe zijn uitgebleven. De regering is overtuigd van de noodzaak aan een nieuw inburgeringsstelsel dat een meer verplichtend en resultaatsgericht karakter draagt (Ministerie voor Vreemdelingenzaken en Integratie, 2005). Op 1 januari 2007 treedt daardoor de nieuwe Wet Inburgering in werking. Vanaf dit moment worden naast bepaalde groepen nieuwkomers die al verplicht waren, ook oudkomers verplicht in te burgeren; in 1999 werden deze toegevoegd aan de beoogde doelgroep maar waren ze enkel rechthebbend en niet verplichtend. Aan de 14