Naam Datum
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Leerdoelen 3 Opstarten van Autocad 3 Tekenen van lijnen met de functie ortho 3 Kleur van de lijn vernaderen 4 Toevoegen van tekst 5 Tekening beveiligen 5 Bijlage 6 2
Leerdoelen Tijdens deze opdracht werk je aan de volgende leerdoelen: Tekenen van lijnen Gebruiken van de functie ortho Kleur aanpassen Tekst toevoegen Tekening beveiligen met de functie BLOCK Beveiliging opheffen met de functie EXPLODE Lijnen tekenen met Absolute coördinaten Lijnen tekenen met relatieve coördinaten Lijnen tekenen met poolcoördinaten Tekenen van lijnen met de functie ortho In Autocad kan je gemakkelijk lijnen tekenen dit kun je doen door op het volgende icoontje te klikken Voordat je met opdracht i gaat beginnen is het belangrijk om te kijken of de functie ortho aanstaat. De functie helpt je om rechte lijnen te tekenen. Onderaan het scherm zie je een aantal knoppen. Op één van deze knoppen staat ortho. Zorg dat deze knop aanstaat. Opstarten Autocad 2012 Zet de computer aan Klik op start en vervolgens op alle programma`s en klik op het programma Autocad Het programma zal nu voor de eerste keer gaan laden Het programma is nu geladen en we kunnen beginnen met tekenen. Autocad start automatisch met een leeg scherm. Opdracht 1: Klik op het icoontje om een lijn te tekenen Typ nu 0,0 in op het toetsenbord. Je lijn begint nu in het punt 0,0. Ga nu met je muis naar rechts. De funtie ortho zorgt er nu voor dat je lijn altijd recht is. Typ in 210 en druk op. Ga nu met je muis recht omhoog. Typ in 297 en druk op. Ga nu met de muis naar recht. Typ in 210 en druk op. Klik nu op je rechtermuis knop en klik op close. Als je het goed hebt gedaan dan zie je nu een rechthoek in je scherm. Laat deze rechthoek zien aan je docent. 3
Tekenen van lijnen met de functie ortho Voordat je gaat beginnen met opdracht 2 moet je inzoomen op de onderkant van je rechthoek. Dit kan je doen door op het volgende icoontje te klikken Kleur van de lijn veranderen In de tekening die net hebt gemaakt zijn alle lijnen dezelfde kleur. Je gaat nu de kleur van een aantal lijnen aanpassen. Dit kan je doen door op het volgende icoontje te klikken Selecteer nu een raamwerk om de onderkant van je kader. Opdracht 2 Teken de lijnen zoals ze hieronder in het scherm zijn te zien. De maten staan erbij. Gebruik hierbij de ortho funtie. Opdracht 3 Selecteer de lijnen die hieronder rood zijn gekleurd Verander de kleur in rood en druk op. Als je de lijnen rood hebt gemaakt laat dan je tekening controleren door de docent. Als je klaar bent laat dan je tekening controleren 4
Toevoegen van tekst in de tekening Het komt vaak voor dat er in de tekening tekst wordt toegevoegd. Deze tekst is vaak bedoeld om het een en ander te verduidelijken. Je gaat nu ook tekst toevoegen in je tekenen. Opdracht 4 Opdracht 5 Toevoegen van tekst in de tekening Typ in je tekening de tekst zoals die hieronder staat. Maak de tekst rood. Als je tekst wil toevoegen typ je in de opdracht regel het woord TEXT en druk op. Let op dat je in het Engels typt. Sla de tekening op als kader(je eigen naam) Laat je tekening door de docent controleren 5 Klik nu ergens in de tekening en druk op. In de opdracht regel staat nu iets van specify height <2.500>,dit is de grootte van je letters. Druk op In de opdracht regel staat nu iets van specify rotation angle of text, hiermee geef je aan welke hoek de tekst moet maken. Druk op Typ nu je naam en druk op Laat je tekening door de docent controleren Tekening beveiligen Als je een tekening hebt gemaakt en je wilt dat deze niet gemakkelijk wordt aangepast kan je deze beveiligen. Opdracht 6 Selecteer de tekening die je hebt gemaakt en die je wilt beveiligen. Typ in de opdracht regel het woord BLOCK. Geef in het pop-up scherm je BLOCK een naam en druk op OK. Wil je de beveiliging opheffen dan selecteer je het Block en typ het woord EXPLODE. De beveiliging is nu opgeheven.
Lijnen tekenen (absolute coördinaten) Lijnen tekenen (relatieve coördinaten) In de afbeelding hierboven is een lijn getekend van punt A naar punt B. Deze lijn is getekend met behulp van coördinaten. Een coördinaat geeft aan hoeveel stapjes je naar recht of links moet gaan en hoeveel stapjes naar boven of beneden. Een coördinaat staat tussen haakjes. (20,10) Dit betekent 20 stapjes naar rechts en 10 stapjes omhoog vanuit het punt (0,0) Opdracht 7 In de afbeelding hierboven is een lijn getekend van punt A naar punt B. Deze lijn is ook getekend met behulp van coördinaten. De coördinaten van punt A vertrekken vanuit punt (0,0) Hetzelfde heb je geoefend bij opdracht 7. Bij punt B staan geen coördinaten geschreven. Wel is in de tekening te zien dat punt B 40 stapjes verder naar recht ligt en 40 stapjes verder omhoog. Dit kan je zien doordat er staan @40,40. Als je een @ voor je coördinaten zet dan vertrekt deze vanuit het startpunt dat je zelf aangeeft. Opdracht 8 Klik op line in de tekenwerkbalk Typ in de opdrachtregel: Specify first point: 20,10 en druk op Typ in de opdracht regel: Specify next point: 60,50 en druk op Druk nogmaals op Ziet de lijn eruit zoals in het plaatje?? Klik op line in de tekenwerkbalk Typ in de opdrachtregel: Specify first point: 120,10 en druk op Typ in de opdracht regel: Specify next point: @40,40 en druk op Druk nogmaals op Ziet de lijn eruit zoals in het plaatje?? 6
Lijnen tekenen (poolcoördinaten) Oefening Opdracht 10 Maak de volgende tekeningen gebruik hiervoor de opdrachten 7,8 en 9 In de afbeelding hierboven is een lijn getekend van punt A naar punt B. Deze lijn is ook getekend met behulp van coördinaten. De coördinaten van punt A vertrekken vanuit punt (0,0) Hetzelfde heb je geoefend bij opdracht 7 en 8. Bij punt B staan geen coördinaten geschreven. Wel is in de tekening te zien dat punt B 56.57 verder ligt dan punt A en dat deze een hoek maakt van 45 graden.!!let op dat je een punt intypt!! Opdracht 9 Klik op line in de tekenwerkbalk Typ in de opdrachtregel: Specify first point: 220,10 en druk op Typ in de opdracht regel: Specify next point: @56.57<45 en druk op Druk nogmaals op Ziet de lijn eruit zoals in het plaatje??!!let op dat je bij de lengte van een lijn een punt gebruikt Sla de tekening op als lijnentekening(je eigen naam) Laat de tekeningen controleren door de docent 7
Afronden en afschuinen Afronden en afschuinen Hoeken afschuinen kan je eenvoudig doen door op het volgende icoontje te klikken (Chamfer) Opdracht 12 In de werktekening hierboven is goed te zien dat de hoeken van het werkstuk zijn afgeschuind en afgerond. Ook de werkstukken die jullie maken zullen moeten worden afgeschuind en afgerond. Hoeken afronden kan je eenvoudig doen door op het volgende icoontje te klikken Opdracht 11 (fillet) Open de tekening lijnen(je eigen naam) Klik op het icoontje afronden (fillet) Typ in de opdrachtregel: select First object or (Polyline/Radius/Trim/mUltiple) R en druk op Typ nu 10 in en druk op, je hebt nu de radius ingesteld op 10. Klik achtereenvolgens twee lijnen van een hoekstuk aan. Is de hoek afgerond?? Open de tekening lijnen(je eigen naam) Klik op het icoontje afronden (Chamfer) Typ in de opdrachtregel: select First object or (Polyline/Distance/Angle/Trim/Method/mUltiple) D en druk op Typ in de opdrachtregel: specify first chamfer distance 5 in en druk op Typ in de opdrachtregel: specify second chamfer distance 5 in en druk op Klik achtereenvolgens twee lijnen van een hoekstuk aan. Is de hoek afgeschuind?? Opdracht 13 Open de tekening kader Maak de tekening die aan het begin van dit hoofdstuk staat. Teken eerst alles met rechte lijnen Gebruik de functie Fillet en Chamfer Sla de tekening op als afschuinen(je eigen naam) Laat de tekening controleren door de docent 8
Toevoegen voor portfolio Tekening (kader) Tekening (lijnen) Tekening (afschuinen) 9