Algemene lesinformatie 2 Les 2: In de rally blijven De student is in staat om: Om op verschillende manieren forehand- en backhandbackhand technieken te slaan in dubbel- en enkelspel. Aan te geven welke principes gelden bij het opbouwen van een punt. Zelfstandig spel- en oefenvormen op te starten en te onderhouden. Met aandacht en begrip, focus, werklust en strijdlust aan de les deel te nemen. Samen te werken en te overleggen. Regelkennis toe te passen. 12 (junior) rackets om een groep van maximaal 24 studenten te kunnen bedienen. 20 zachte ballen (stage 3/rood eventueel aangevuld met foamballen) zodat er per student een bal beschikbaar is. 20 pylonen om de situaties te kunnen structureren. 8 banken of lint om 4 tot 6 velden te kunnen maken. White board of flip over om leerdoelen en of toernooischema s op te kunnen schrijven. Organisatiestructuur Een (standaard) sporthal 4-6 aparte veldjes 4 studenten per veldje 4 rackets en 2 ballen per veldje Groepsindeling Er wordt gewerkt in viertallen per veldje. Oefen- en spelvormen zijn geschikt voor twee- en viertallen. Uiteraard kan er gekozen worden voor het werken in verschillende twee- en viertallen gedurende de les. De startactiviteit is onder andere bedoeld om tweetallen te formeren die min of meer op hetzelfde beweegniveau zitten. Bij de volgende, specifieke vormen, staan vervolgens steeds twee uitvoeringsniveau s uitgewerkt. Deze les wordt wederom klassikaal gegeven. Op elk veldje wordt dezelfde oefen- of spelvorm gedaan. Wachtende en spelende studenten bij vormen geschikt voor twee, wisselen elkaar af. Arbeid/rust verhouding Er wordt gewerkt in de verhouding 1:1 en 1:2. 1 Algemene lesinformatie 2
Startactiviteit; een punt opbouwen ervaren (15 minuten) De studenten laten ervaren hoe je een punt kan opbouwen (tegenstander op jagen) Opdrachtbeschrijving De docent komt kort terug op de vorige les. Wat hebben we gedaan en wat heb je geleerd? Het ging om serveren en retourneren en de ervaring dat tennis helemaal niet zo moeilijk is en best intensief kan zijn. De docent legt uit dat we vandaag technisch gezien inzoomen op forehands en backhands, tactisch op het opbouwen van een punt en de opstelling in dubbelspel en in het algemeen op samenwerken en overleg. Per tweetal wordt geprobeerd over te spelen, waarbij elke student probeert de ander op te jagen door ruimte te creëren en de bal in de ruimte te slaan. De nadruk ligt echt op proberen. Naast de ruimte te gebruiken, kunnen zij experimenteren met harder slaan, de bal eerder nemen en bewust vertragen van het spel. De docent geeft verschillende baanlengtes aan (middels de aanwezige belijning in de zaal) om te laten ervaren hoe hard/zacht/hoog/laag/diep/ondiep geslagen moet worden om samen over te kunnen spelen binnen deze opdracht. Nadat de bal twee keer is fout geslagen, wisselt het tweetal met het wachtende tweetal op hun baantje. De studenten die wachten kunnen de opdracht controleren en in gedachten mee tennissen Beweeg- en regelrollen Beweegrollen: speler, ontdekker (= de studenten proberen zelfstandig een speelbare rally te ontwikkelen, rekening houdend met elkaars niveau) Regelrollen: sparringspartner (= de studenten proberen elkaar op te jagen, zonder direct het punt te willen winnen. Observator (= de studenten proberen,wanneer ze wachten, de (bewegings-)uitvoering op een moeilijk moment waar te nemen) Per tweetal een bal Twee tot vier rackets 2 Startactiviteit; een punt opbouwen ervaren
Activiteit 1; de forehand ervaren (10 minuten) De studenten laten ervaren wat forehand inhoudt en dit ontwikkelen door de principes van balans (stevig staan) en gevoel voor rustige zwaai. Extra: De studenten laten experimenteren met verschillende richtingen die met een forehand gegeven kan worden. Opdrachtbeschrijving Er wordt gewerkt in tweetallen. De bal wordt met een onderhandse (forehand) service in het spel gebracht De studenten spelen met forehands naar elkaar, waarbij de hoogte (onder toverkoord door) en diepte (krant) gecontroleerd wordt. Elke keer als de krant geraakt wordt, krijg je een punt. Wie heeft de meeste punten na X tijd? Het voorbeeld van de docent laat balans ( stevig staan ) en de vorm van een rustige zwaai zien. Extra opdracht er liggen drie verschillende kranten voor de studenten. (links-midden-rechts) De student probeert de bal te sturen naar de verschillende raakpunten. Hoeveel punten haal je nu? Beweeg- en regelrollen Beweegrollen: baseline speler Regelrollen: scheidsrechter (= de studenten onderhouden zelfstandig de wedstrijd, geven eerlijk aan of de bal in of uit was en tellen hardop) Per tweetal een bal Vier rackets Vier krantpagina s als mikpunt Toverkoord of lint om een extra net te maken 1 meter boven het gewone net. Spel- en veiligheidsregels Extra variant: Wanneer beide tweetallen op beweegniveau 2 werken, is een tegenovergestelde opstelling aan te raden. (zaagtandopstelling) 3 Activiteit 1; de forehand ervaren
Activiteit 2; de backhand ervaren (10 minuten) De studenten laten ervaren wat een backhand inhoudt en dit ontwikkelen door balans (tegen de bal aanleunen) en gevoel voor een korte zwaai. Extra: De studenten laten waarnemen welke slag (forehand of backhand) gespeeld moet worden. Er is minder tijd, aangezien de ballen ad random aankomen Opdrachtbeschrijving Er wordt gewerkt in viertallen. Een tweetal in de rol van trainers, het andere tweetal oefent om de beurt. Het is dus een 2-1 situatie. Alle studenten beginnen op de eigen achterlijn. Het tweetal speelt rustig de bal op richting de backhand van de oefenende student.daarna wordt de rally onderhouden (2-1), waarbij het tweetal probeert de oefenende student links en rechts te laten lopen, zonder het punt direct te willen winnen. (waardoor de oefenende student gedwongen wordt ook backhands te slaan) De oefenende student probeert alles rustig terug te slaan, onder het toverkoord door richting de kranten. Wanneer de rally afgelopen is, wisselt de oefenende student met zijn partner. Het voorbeeld van de docent laat balans (tegen de bal aanleunen) en gevoel voor een korte zwaai zien. Extra opdracht: het tweetal in de rol als trainer, probeert op willekeurige wijze (dus niet in een vast patroon links en rechts) de oefenende student te laten lopen. Ook de oefende student speelt in willekeurige richtingen terug en of probeert het tempo van terugspelen te verhogen en het daarmee moeilijker te maken voor de trainers Beweeg- en regelrollen Beweegrollen: baseline speler Regelrollen: Aangever/trainer (= de studenten spelen zo aan, dat de ander een bepaalde slag kan oefenen) Per viertal een bal (+ 1 reserve bal Vier rackets Twee kranten als mikpunt Toverkoord of lint om een extra net te maken 1 meter boven het gewone net. 4 Activiteit 2; de backhand ervaren
Activiteit 3; tiebreak in dubbels (10 minuten) De studenten in viertallen gefocused en met werklust te laten strijden tegen elkaar, na overleg over geldende tiebreak regels in een dubbelspel. Opdrachtbeschrijving Er wordt (samen-)gewerkt in viertallen, twee teams van twee spelers. Alle spelers starten op hun eigen achterlijn (side by side). Er wordt een tie break gespeeld. Laat de studenten eerst overleggen (ontdekken of op basis van voorkennis) over de service volgorde in het dubbelspel. Begeleidt deze discussie als docent. Het viertal probeert eerst een vast slagenpatroon af te werken: bovenhandse service, return op de service, twee extra ballen. Als dat lukt, mag het punt tegen elkaar uitgespeeld worden. Welk team wint de tie break? Extra opdracht: het af te werken slagenpatroon wordt moeilijker, aangezien we in een one up opstelling spelen. (= een speler aan het net en een speler achterin) Beweeg- en regelrollen Regelrollen: scheidsrechter, samenwerken en strijden (= geconcentreerd samen een oefening doen, tegen andere tweetallen in dit geval) Beweegrollen: serveerder, retourneerder, baselinespeler, wedstrijdspeler Per viertal een bal Vier rackets Eventueel een white board om de verschillende opstellingen op uit te leggen. Een pylon om het rechter en linker service vak te structureren. 5 Activiteit 3; tiebreak in dubbels
Slotactiviteit; de tactische tiebreak in dubbels (25 minuten) De studenten laten ervaren dat er drie basistactieken zijn om een punt te winnen: het langst volhouden, het de ander moeilijk maken of zelf het punt direct scoren. Daarnaast de studenten te laten tellen (score bijhouden) volgens het tie-break systeem. Extra: De studenten laten nadenken over welke basistactiek effectief is tegen deze tegenstander. Opdrachtbeschrijving Er wordt gewerkt in viertallen op een hele baan. Twee teams van twee leerlingen. Volgens de tiebreak telling wordt een dubbelspel wedstrijd gespeeld. Na enige tijd stopt de docent het spel: het team dat op dat moment voorstaat, heeft gewonnen. Bij gelijk spel, het winnende punt. Een winnend team zoekt vervolgens (willekeurig) een ander winnend team op om een volgende wedstrijd te spelen op een veld naar keuze. Hetzelfde geldt voor de verliezende teams. Het (eventuele) voorbeeld van de docent laat nogmaals de uitleg van een tie break zien en mogelijke opstellingen. Extra opdracht: de studenten proberen een bewuste basistactiek te kiezen om het de tegenstander moeilijk te maken. De keuze voor een basistactiek wordt gemaakt op basis van wat het team zelf goed kan in combinatie met wat de tegenstander niet zo goed kan Beweeg- en regelrollen Beweegrollen: wedstrijdspeler Regelrollen: scheidsrechter, samenwerken en strijden. observator: tegenstander's zwakheden inschatten.. Per viertal een bal Vier rackets White board of flip over Een pylon om het rechter en linker service vak te structureren. 6 Slotactiviteit; de tactische tiebreak in dubbels
Lesafsluiting - reflectie Beschrijving Studenten kunnen zelfstandig zoeken via Google naar instructiefilmpjes op You Tube, met zoekwoorden als Dynamic Tennis en Tenniskids en Great Doubles Tot Slot: Mogelijkheid tot gerichte reflectie: Wat waren jullie ervaringen? Is de forehand en backhand nu moeilijk? Wat heb je technisch geleerd? En tactisch? Welke manieren zijn er om een punt te winnen? Wie kan herhalen wat jullie afspraken waren in het dubbelspel? Heb je met aandacht deze les gevolgd? Zo ja/nee, waar merkte je dat dan aan bij jezelf? 7 Lesafsluiting - reflectie
Begeleidingskaart 2 Tips Loopt 't Wat zie je Wat doe je Wat zeg je Het niveauverschil tussen de partners is te groot. Maak andere tweetallen. De studenten houden de neiging te hard te willen slaan Coach op zachter slaan en of creëer direct mikpunten. De rally s duren te kort waardoor de intensiteit daalt Het door wisselen verloopt rommelig; de studenten geven elkaar te weinig ruimte. Gebruik bij de oefeningen een reservebal zodat snel door gegaan kan worden; wachtende studenten rapen de bal Laat de wachtende studenten ook echt op een bank of achter een pylon wachten op hun beurt. Het samenwerken loopt stroef. Voer een gesprek over samenwerken benoem gewenst gedrag en controleer de voortgang. De mikpunten zijn te klein Creëer grotere mikpunten door de beschikbare lijnen te gebruiken Er wordt te hard geslagen Het spelen in de ruimte is te hoog gegrepen. Coach op gericht slaan en gooien. Ondersteun dat nogmaals met een voorbeeld. Maak de studenten daarvan bewust en focus op lang volhouden Leeft 't Wat zie je Wat doe je Wat zeg je De studenten willen na het uitproberen strijden. De studenten spelen niet eerlijk. Laat de studenten zoeken naar een manier om punten tegen elkaar te spelen. Voer een gesprek over eerlijk spelen en de uitdaging van het wedstrijdelement benoem gewenst gedrag, controleer de voortgang. Het spel verloopt te statisch stimuleer het elkaar uitdagen laat elkaar iets meer lopen, zonder dat de rally snel afgelopen is De studenten hebben geen aansprekend en uitdagend voorbeeld van tennis Gebruik via de laptop/dvd wat beelden van toptennis en coach op dit proberen Lukt 't bijna Wat zie je Wat doe je Wat zeg je 8 Begeleidingskaart 2
De studenten hebben moeite met de verschillende slagen door elkaar heen. Coach de studenten om zo veel mogelijk forehands te gebruiken, of laat de aangevers toch aangooien in plaats van aanslaan. De bal gaat te snel Er is totaal geen gevoel voor de backhand. De one up opstelling leidt tot weinig spectaculaire rally s. De studenten hebben geen moeite met verschillende slagen door elkaar heen. De studenten kunnen naar elkaar toe spelen met forehand en backhand met controle. Gebruik, indien voorradig, een foam bal. Gebruik, indien voorradig, een foam bal en of adviseer een dubbelhandige techniek. (techniek tips) Laat in ieder geval side by side vanaf de achterlijn beginnen. Vergroot het veld. laat de studenten ook naar het net toe komen om een volley in te passen. 9 Begeleidingskaart 2
Techniek tips; fore- en backhand Beschrijving Forehand: Bovenlichaam indraaien (racket in positie brengen) wanneer de aankomende bal bij het net is. Zorg voor een stabiel racketblad bij het raakpunt Houd je hoofd stil. Probeer een vast raakpunt te ontdekken. Zwaai van laag naar hoog. Het raakpunt is verantwoordelijk voor de richting; meer voor je voor de linker richting en meer naast je voor de rechter richting. Lichaamsgewicht mee laten gaan met de bal. Denk aan poseren voor de foto. Houd het racket ontspannen vast, waarbij op het raakpunt de nagels naar voren wijzen. Backhand: Bovenlichaam indraaien (racket in positie brengen) wanneer de aankomende bal bij het net is. Zorg voor een stabiel racketblad bij het raakpunt. Houd je hoofd stil. Zwaai horizontaal door de bal. Het raakpunt is verantwoordelijk voor de richting; meer voor je voor de rechter richting en meer naast je voor de linker richting en recht door. Lichaamsgewicht mee laten gaan met de bal. Denk aan poseren voor de foto. Houd het racket ontspannen vast, waarbij op het raakpunt de nagels naar onderen wijzen. Het voelt alsof je een frisbee over een grote afstand moet gooien. 10 Techniek tips; fore- en backhand