Meester Birgitta Van Itterbeek Advocaat-vennoot Monard Law. 27 april 2017

Vergelijkbare documenten
Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen

Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen

RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN

RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN

Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen

Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen

Tax shelter voor startende ondernemingen

De Tax Shelter voor het investeren in startersvennootschappen. Bewijsregeling thans gepubliceerd.

Instelling. Onderwerp. Datum

In het ontwerp van programmawet werden een aantal maatregelen opgenomen die het starten van een onderneming moeten aanmoedigen.

Home > FAQ Tax shelter voor startende ondernemingen (vennootschappen) - Versie van toepassing op aandelen u...

We bespreken hieronder deze nieuwe regeling die vanaf aanslagjaar 2019 (dus investeringen in 2018) in werking treedt.


Ontbinding en vereffening

Tax shelter voor startende ondernemingen (binnen 4 jaar na oprichting)

HANDLEIDING START-UP PLAN

ArtikeL 269. De tekst van art. 269, 1,

De Tax Shelter voor het investeren in aandelen van niet-genoteerde startersvennootschappen

Instelling. Onderwerp. Datum

Aftrek voor risicokapitaal

We bespreken hieronder deze nieuwe regeling die, als alles goed gaat bij de parlementaire besprekingen, vanaf 2018 van toepassing zal zijn.

HANDLEIDING START-UP PLAN

De Tax Shelter voor het investeren in aandelen van niet-genoteerde startersvennootschappen

Afdeling III. Vrijgestelde inkomsten. Onderafdeling I. Meerwaarden

Fiscale aspecten bij éénmalige revisorale opdrachten. ViasDFK3 BEDRIJFSREVISOREN

Is er een evolutie op komst in de reglementering op het vlak van AICB s?

De Tax Shelter voor het investeren in aandelen van niet-genoteerde starters in de Programmawet 2015

De inkomsten uit de deeleconomie

Circulaire 2018/C/37 betreffende de invoering van een nieuwe vrijstelling van de taks op de beursverrichtingen

Circulaire 2018/C/116 over de wijzigingen die werden aangebracht aan de tarieven van de VenB en aan de aanvullende crisisbijdrage


De private privak: nieuwe impuls dankzij versoepeling van de regelgeving?

Overzicht van de belangrijkste wijzigingen aan het aangifteformulier inclusief de fiscale bijlagen voor het aj. 2015

De bewijsregeling inzake de Tax Shelter voor het investeren in startersvennootschappen: thans verder uitgewerkt ( 1 )

De Tax Shelter voor het investeren in aandelen van niet-genoteerde starters in de Programmawet 2015

Meerwaarden op aandelen: Vindt u uw weg in de praktijk?

Fiscale aspecten bij éénmalige revisorale opdrachten

KB van 1 april 2016 tot wijziging van het KB/WIB 92, inzake de belastingvermindering voor de verwerving van

Inbreng in een Belgische vennootschap door een niet-europese vennootschap van haar Belgische vaste inrichting (filialisering) (art.

GESPREIDE BELASTING VAN MEERWAARDEN OP BEPAALDE EFFECTEN

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995

Instelling. Onderwerp. Datum

De Tax Shelter voor het investeren in aandelen van niet-genoteerde starters in de Programmawet 2015

Aftrek voor risicokapitaal

15.10 Meerwaarden op belangrijke deelnemingen

Tip voor de bedrijfsleider: Vergeet uw 640 belastingvrij dividend niet!

Verlaagde vennootschapsbelastingen vanaf 1 januari 2018!

De private privak: nieuwe impuls dankzij versoepelde regelgeving?

INHOUD. Deel I Overdracht van ondernemingen

Algemene verhoging van het tarief van de roerende voorheffing tot 27% - Kunnen winsten nog voordelig worden uitgekeerd?

Omzetting van de Europese richtlijn naar het Belgisch recht

De roerende voorheffing op dividenden werd reeds opgetrokken van 15 % naar 25%.

CARE PROPERTY INVEST Naamloze Vennootschap. Openbare vastgoedbevak naar Belgisch recht

AEDIFICA Naamloze vennootschap Openbare vastgoedbevak naar Belgisch recht Louizalaan Brussel

De private privak: tweede keer goede keer?

Tax shelter in België:

Rolnummer Arrest nr. 23/2015 van 19 februari 2015 A R R E S T

Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus 4 januari 2010

Hof van Cassatie van België

Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten

Ondernemingsgegevens. Identificatiegegevens van de onderneming AANGIFTE IN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING AANSLAGJAAR 2015

Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus

TOELICHTING 275 C VOORAFGAANDE OPMERKINGEN TOELICHTINGEN

J U S T E L - Geconsolideerde wetgeving Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef Parlementaire werkzaamheden.

Ondernemingsgegevens. Identificatiegegevens van de onderneming AANGIFTE IN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING AANSLAGJAAR 2014

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

Ondernemingsgegevens. Identificatiegegevens van de onderneming. Inlichtingen omtrent de betreffende boekjaren. Naam. Ondernemingsnummer en rechtsvorm

VERSOEPELING VAN DE VOORWAARDEN VOOR HET AANHOUDEN VAN HET SOLVAC-AANDEEL

I. INLEIDING.

Het model van het aangifteformulier voor aanslagjaar 2014 is verschenen in het Belgisch Staatsblad dd

VERSOEPELING VAN DE VOORWAARDEN VOOR HET AANHOUDEN VAN HET SOLVAC-AANDEEL


HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni Geen accountantscontrole toegepast

15.9 Interne meerwaarden

De institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen. Hoofdstuk II. Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening

SPECIMEN. Bankinformatie. Contactpersoon. AANGIFTE IN DE RECHTSPERSONENBELASTING AANSLAGJAAR 2016 (Inkomsten van het jaar 2015) BIJKOMENDE INFORMATIE

AGENDA VAN DE BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING VAN 17 OKTOBER 2014 OM 9u.

A. Inleiding. De Hoge Raad had zijn advies uitgebracht op 7 september 2017.

Relatie Vennootschap Bedrijfsleider Recente fiscale ontwikkelingen. Luc Maes 24/11/2016

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

ten bijkomende titel, onroerende goederen, met of zonder koopoptie, in leasing geven overeenkomstig artikel 47 van het Koninklijk Besluit van lien

Comm. VA Wereldhave Belgium SCA - Gewone en Buitengewone Algemene Vergadering - VOLMACHTFORMULIER VOLMACHT

AGENDA EN VOORGESTELDE BESLUITEN VOOR DE GEWONE ALGEMENE VERGADERING

Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus

Analyse van de nieuwe adviezen van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen inzake fusies en (partiële) splitsingen

OPROEPING TOT DE BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS

Hoofdstuk I, Afdeling VI, Afdeling XXIV, Art. 62, Art. 63/11, Art. 120, , Art. 144/2, Art. 200, Art en Bijlage IIbis

AEDIFICA Naamloze vennootschap Openbare vastgoedbevak naar Belgisch recht Louizalaan Brussel. T BOLWERK Naamloze vennootschap

CONNECT GROUP Naamloze Vennootschap Industriestraat Kampenhout (de Vennootschap)

2. Wat is het fiscale voordeel?

BELASTINGKREDIET van toepassing in de PERSONENBELASTING (art. 289bis, 290, 2 en 291, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992)

HOOFDSTUK I. Definities. Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Inhoudstafel. Afdeling 2. Planningsmogelijkheden bij overnames in het licht van de antimisbruikregels... 5

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

11. Cijfervoorbeelden

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus April 2010

SOFINA SA Nijverheidstraat Brussel Gerechtelijke arrondissement Brussel (RPM Brussel)

Artikel 60bis tot 60bis/3 van het Wetboek der Successierechten

AANVRAAGFORMULIER VOOR HET ATTEST VERLAAGD TARIEF SUCCESSIERECHTEN ARTIKEL 60BIS/3 1, WETBOEK DER SUCCESSIERECHTEN FAMILIALE VENNOOTSCHAP

Transcriptie:

Themadag Zakelijke zekerheden en financieel recht Sessie 4. Alternatieve financieringsmogelijkheden: een overzicht (Crowdfunding, taks shelters voor startende ondernemingen (startersfondsen), private versus openbare privak) Meester Birgitta Van Itterbeek Advocaat-vennoot Monard Law 27 april 2017 Bollebergen 2a bus 33 BE-9052 Zwijnaarde (Gent) T 09 224 31 46 F 09 225 32 17 info@mdseminars.be www.mdseminars.be

Inhoudsopgave documentatie sessie 4 Wetgeving... 1 - Artikel 145/26 1 WIB 1992... 3 - Artikel 185bis 1 WIB 1992... 9 - Artikel 192 3 WIB 1992... 13 - Koninklijk besluit van 23 mei 2007 met betrekking tot de private privak... 23 - Koninklijk besluit van 10 juli 2016 met betrekking tot de alternatieve instellingen voor collectieve belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven... 45 - Wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën... 89 - Koninklijk besluit van 5 maart 2017 met betrekking tot de openbare startersfondsen en de private startersprivaks... 129

M&D Seminars 1 Wetgeving

M&D Seminars 2

M&D Seminars 3 Artikel 145/26 1 WIB 1992

M&D Seminars 4

M&D Seminars 5 Onderafdeling IIsepties. - Vermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van startende onderneminge - Terugname van de vermindering Artikel 145 26, WIB 92 Onderafdeling IIsepties en art. 145 26 zijn van toepassing op de uitgaven voor het verwerven van aandelen of rechten van deelneming van een erkend startersfonds die worden uitgegeven vanaf 01.07.2015 (art. 48 en 57, progw 10.08.2015 - B.S. 18.08.2015) [Historiek] 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de betalingen voor: a) nieuwe aandelen op naam verworven met inbrengen in geld die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van een in 3, eerste lid, bedoelde vennootschap en waarop de belastingplichtige, al dan niet via een crowdfundingplatform dat erkend is door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten of een gelijkaardige autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, heeft ingeschreven naar aanleiding van de oprichting van die vennootschap of een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting ervan en die hij volledig heeft volstort; b) rechten van deelneming van een erkend startersfonds dat voldoet aan de in 2 gestelde voorwaarden en waarop de belastingplichtige heeft ingeschreven naar aanleiding van de uitgifte van die rechten van deelneming. Voor de toepassing van dit artikel wordt een vennootschap geacht te zijn opgericht op datum van de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie van de rechtbank van koophandel of van een gelijkaardige registratieformaliteit in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Wanneer de activiteit van de vennootschap bestaat uit de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, wordt de vennootschap, in afwijking van het tweede lid, geacht te zijn opgericht op het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijke persoon, respectievelijk van de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon ter griffie van de rechtbank van koophandel of van het vervullen van een gelijkaardige registratieformaliteit door die natuurlijke persoon of andere rechtspersoon in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. 2. Het in 1, eerste lid, b, bedoelde erkend startersfonds is een fonds met een vast aantal rechten van deelneming dat is opgenomen op de lijst van erkende startersfondsen, opgesteld door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten. De rechten van deelneming van het fonds zijn vertegenwoordigd door op naam gestelde rechten van deelneming. De beheervennootschap van het fonds belegt de inbrengen in het fonds en de opbrengsten uit de vervreemding van investeringen van het fonds, na aftrek van de kosten, uitsluitend in de hierna vermelde investeringen en binnen de hierna vermelde grenzen: 1 ten minste 80 pct. wordt rechtstreeks geïnvesteerd in nieuwe aandelen van in 1 bedoelde vennootschappen die worden uitgegeven naar aanleiding van de oprichting van een dergelijke

M&D Seminars 6 vennootschap of een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting ervan en die volledig worden volstort; 2 ten hoogste 20 pct. wordt aangehouden onder de vorm van contanten op een rekening in euro of in een munt van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, bij een kredietinstelling die is erkend en wordt gecontroleerd door een toezichthoudende overheid van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. De rechten van deelneming in een erkend startersfonds komen enkel voor de vermindering in aanmerking wanneer op 31 december van een jaar volgend op het jaar tijdens hetwelk de belastingplichtige zijn inbreng in dat fonds heeft betaald, blijkt dat de door het erkend startersfonds opgehaalde sommen zijn geïnvesteerd in nieuwe aandelen binnen de grenzen als bedoeld in het derde lid. De belastingvermindering wordt toegekend voor het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbaar tijdperk waarin de datum van 31 december valt waarop aan de investeringsvoorwaarde is voldaan. 3. Dit artikel is van toepassing op de aandelen van een vennootschap die tezelfdertijd aan alle onderstaande voorwaarden voldoet: 1 de vennootschap is een binnenlandse vennootschap of een vennootschap waarvan de maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die over een in artikel 229 bedoelde Belgische inrichting beschikt, die ten vroegste op 1 januari 2013 werd opgericht; 2 de vennootschap is niet opgericht in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen; 3 de vennootschap wordt op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschap aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan; 4 de vennootschap is geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap; 5 de vennootschap is geen vennootschap met als statutair hoofddoel of voornaamste activiteit de oprichting, de verwerving, het beheer, de verbouwing, de verkoop of de verhuur van vastgoed voor eigen rekening of het bezit van deelnemingen in vennootschappen met een soortgelijk doel, noch een vennootschap waarin onroerende goederen of andere zakelijke rechten met betrekking tot dergelijke goederen zijn ondergebracht, waarvan natuurlijke personen die in de vennootschap een opdracht of functies als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1, uitoefenen, hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, het gebruik hebben; 6 de vennootschap is geen vennootschap die is opgericht met het oog op het afsluiten van een management- of bestuurdersovereenkomst of die haar voornaamste bron van inkomsten haalt uit management- of bestuurdersovereenkomsten; 7 de vennootschap is een niet-beursgenoteerde vennootschap; 8 de vennootschap heeft nog geen kapitaalvermindering doorgevoerd of dividenden uitgekeerd; 9 de vennootschap maakt niet het voorwerp uit van een collectieve insolventieprocedure of bevindt zich niet in de voorwaarden van een collectieve insolventieprocedure; 10 de vennootschap gebruikt de ontvangen sommen niet voor de uitkering van dividenden of de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen; 11 de vennootschap heeft na de betaling van de in 1, eerste lid, a, bedoelde sommen door de belastingplichtige of de in 2, derde lid, 1, bedoelde investering door een erkend startersfonds niet meer dan 250.000 euro ontvangen via de toepassing van dit artikel.

M&D Seminars 7 Aan de in het eerste lid, 4, tot en met 6 en 10 vermelde voorwaarden moet door de vennootschap worden voldaan gedurende de 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap. De belastingvermindering is niet van toepassing op: 1 uitgaven die in aanmerking zijn genomen voor de toepassing van artikel 145 1, 4 of 145 32 ; 2 betalingen voor de verwerving van aandelen, rechtstreeks of via een erkend startersfonds, in een vennootschap: a) waarin de belastingplichtige, rechtstreeks of onrechtstreeks, een in artikel 32, eerste lid, bedoelde bedrijfsleider is; b) waarin de belastingplichtige als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of een gelijksoortige functie uitoefent; c) die een aannemings- of lastgevingsovereenkomst heeft gesloten met een andere vennootschap waarvan de belastingplichtige aandeelhouder is en waarbij die andere vennootschap er zich toe heeft verbonden om tegen vergoeding een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard op zich te nemen in de eerste vennootschap; 3 betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap, rechtstreeks of via een erkend startersfonds, met betrekking tot het gedeelte van die aandelen waardoor de belastingplichtige een vertegenwoordiging van meer dan 30 pct. van het maatschappelijk kapitaal van die vennootschap bekomt. De betalingen voor het verwerven van nieuwe aandelen of van rechten van deelneming in een erkend startersfonds komen voor de belastingvermindering in aanmerking tot een bedrag van 100.000 euro per belastbaar tijdperk. De belastingvermindering is gelijk aan 30 pct. van het in aanmerking te nemen bedrag. Het in het vierde lid vermelde percentage wordt verhoogd tot 45 pct. voor de in 1, eerste lid, a, vermelde betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap die voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan, een vennootschap is die tevens aan ten minste aan twee van de drie onderstaande criteria voldoet: - het balanstotaal bedraagt niet meer dan 350.000 euro; - de omzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde bedraagt niet meer dan 700.000 euro; - het gemiddelde personeelsbestand gedurende het jaar bedraagt niet meer dan 10. De bedragen in euro vermeld in deze paragraaf worden niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178. 4. De betalingen voor aandelen of rechten van deelneming in een erkend startersfonds komen voor de belastingvermindering in aanmerking op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting van het belastbare tijdperk waarin de betaling is gedaan, de stukken overlegt waaruit blijkt dat: - voldaan is aan de in 1 en 3 en, in voorkomend geval, in 2 gestelde voorwaarden; - hij de aandelen of rechten van deelneming in een erkend startersfonds in het belastbaar tijdperk heeft aangeschaft en deze op het einde van dat belastbaar tijdperk nog in zijn bezit heeft.

M&D Seminars 8 5. De in 1 vermelde belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangiften in de inkomstenbelastingen van de volgende vier belastbare tijdperken het bewijs levert dat hij de betrokken aandelen of rechten van deelneming in een erkend startersfonds nog in zijn bezit heeft. Aan deze voorwaarde moet niet meer worden voldaan met ingang van het belastbare tijdperk waarin de belastingplichtige aandeelhouder of deelnemer in het fonds is overleden. Wanneer de betrokken aandelen of rechten van deelneming in een erkend startersfonds anders dan bij overlijden worden overgedragen binnen de 48 maanden na de aanschaffing ervan, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk van de vervreemding vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig 1 voor die aandelen of die rechten van deelneming in een erkend startersfonds werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 48 maanden. De in 1, eerste lid, b, vermelde belastingvermindering voor het verwerven van rechten van deelneming van een erkend startersfonds wordt bovendien slechts behouden op voorwaarde dat de in 2, derde lid, vermelde investeringsverplichtingen worden nageleefd. Wanneer de in 2, derde lid, vermelde investeringsverplichtingen niet worden nageleefd gedurende de 48 maanden die volgen op de inbreng in een erkend startersfonds, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het jaar waarin wordt vastgesteld dat die verplichtingen door het fonds niet worden nageleefd, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig 1 voor de rechten van deelneming van dat erkend startersfonds werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de inbreng of de vervreemding van de investering waarvoor de beleggingsverplichting niet is nageleefd tot het einde van de periode van 48 maanden. De in 1 vermelde belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de in 3, tweede lid, gestelde voorwaarde wordt nageleefd. Wanneer de in 3, tweede lid, vermelde voorwaarde niet wordt nageleefd gedurende de 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het jaar waarin wordt vastgesteld dat die voorwaarde niet wordt nageleefd, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig 1 voor die aandelen of die rechten van deelneming van een erkend startersfonds werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de datum waarop de voorwaarde niet is nageleefd tot het einde van een periode van 48 maanden. 6. De Koning bepaalt de wijze waarop het in 4 en 5, eerste lid, bedoelde beoogde bewijs wordt geleverd. De Koning bepaalt de formaliteiten die een erkend startersfonds moet vervullen om aan te tonen dat aan in 2, derde lid, gestelde voorwaarden wordt voldaan.

M&D Seminars 9 Artikel 185bis 1 WIB 1992

M&D Seminars 10

M&D Seminars 11 Artikel 185bis, WIB 92 Art. 185bis, 4, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2016 op de verrichtingen en toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten vanaf 01.07.2016 (art. 9 en 24, progw 03.08.2016 - B.S. 16.08.2016, Numac: 2016003278) Art. 185bis, 1 en 3, is van toepassing vanaf 07.01.2016 (art. 19, W 18.12.2015 - B.S. 28.12.2015) [Historiek] 1. In afwijking van artikel 185 zijn de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 15 en 271/10 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 190, 195, 285, 288 en 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, alsmede de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, slechts belastbaar op het totaal van de ontvangen abnormale of goedgunstige voordelen en van de niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven en kosten andere dan waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen, onverminderd evenwel het feit dat zij de in artikel 219 bedoelde bijzondere bijdrage verschuldigd zijn. 2. Wat de in 1 bedoelde organismen voor de financiering van pensioenen betreft, zijn de bepalingen van de artikelen 202 tot 205 en 285 tot 289 en van artikel 123 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, niet van toepassing. Wat de in 1 bedoelde beleggingsvennootschappen en gereglementeerde vastgoedvennootschappen betreft, zijn de bepalingen van de artikelen 202 tot 205, artikel 279 met betrekking tot de roerende voorheffing ingehouden op Belgische dividenden en artikelen 285 tot 289, niet van toepassing. Wanneer de deelbewijzen van een compartimenten van een in het tweede lid bedoelde beleggingsvennootschap uitsluitend worden aangehouden door in het eerste lid bedoelde organismen voor de financiering van pensioenen zijn de bepalingen van het eerste lid voor de beleggingsvennootschap van toepassing met betrekking tot dit compartiment. 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing voor het belastbaar tijdperk waarin een private privak bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014, de volgende bepalingen niet naleeft: 1 de in het artikel 192, 3, bedoelde bepaling; 2 een of meer statutaire regels die volgen uit het specifiek karakter van deze vennootschap als instelling voor collectieve belegging. Voor de toepassing van het eerste lid worden de onder het in de 1 en 2 bedoelde regime voordien gevormde reserves beschouwd als: 1 belaste reserves in de mate dat de private privak bewijst dat zij voortkomen van gerealiseerde meerwaarden of ontvangen dividenden van beleggingen bedoeld in artikel 192, 3, 1 et 2 ;

M&D Seminars 12 2 vrijgestelde reserves voor het saldo en in zoverre het bedrag van die reserves op een of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt is en blijft en niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning; 3 winst van dat belastbare tijdperk indien en in zoverre de voorwaarden van het 2 niet langer worden nageleefd. De reserves bedoeld in het tweede lid, 2, worden bovendien beschouwd als winst van het belastbaar tijdperk waarin de vennootschappen bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 worden geschrapt van de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 302, 1, van deze wet, onverminderd de toepassing van artikel 210, 1, 5. De FOD Financiën kan de vennootschap schrappen van de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 302, 1, van de wet van 19 april 2014 in de gevallen bepaald door de Koning of in geval van overtreding van statutaire regels bepaald door de Koning. De FOD Financiën deelt de schrapping mee door middel van een aangetekende brief geadresseerd aan de zetel van de vennootschap. Een beroep tegen een beslissing tot schrapping is mogelijk volgens de gemeenrechtelijke procedure van beroep in administratieve zaken. 4. In de gevallen bepaald door de Koning kan de FOD Financiën een institutionele alternatieve instelling voor collectieve belegging schrappen van de in artikel 289, 1 van de wet van 19 april 2014 bedoelde lijst. De FOD Financiën deelt de schrapping mee door middel van een aangetekende brief geadresseerd aan de zetel van de vennootschap. Een beroep tegen een beslissing tot schrapping is mogelijk volgens de gemeenrechtelijke procedure van beroep in administratieve zaken.

M&D Seminars 13 Artikel 192 3 WIB 1992

M&D Seminars 14

M&D Seminars 15 Artikel 192, WIB 92 (historisch) Art. 192, 3, is van toepassing vanaf 07.01.2016 Art. 192, 1, 1e lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014 Art. 192, 1, 8e lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2013, alsmede op meerwaarden gerealiseerd vanaf 28 november 2011 en voor verrichtingen of overbrengingen die plaatsvinden vanaf 28 november 2011, tijdens een belastbaar tijdperk dat ten vroegste op 6 april 2012 afsluit en verbonden is aan het aanslagjaar 2012 Art. 192, 1, 1e lid, nieuw 4e lid, nieuw 5e lid, nieuw 6e lid, nieuw 7e lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2013 (art. 146, 1 en 2, en art. 153, 5e lid, W 29.03.2012 - B.S. 06.04.2012) Art. 192, 1, 1e lid, nieuw 4e lid, nieuw 5e lid, nieuw 6e lid, nieuw 7e lid, is van toepassing op meerwaarden, waardeverminderingen en minderwaarden gerealiseerd vanaf 28 november 2011, op minderwaarden en waardeverminderingen die in de boekhouding zijn opgenomen vanaf 28 november 2011, en voor verrichtingen of overbrengingen die plaatsvinden vanaf 28 november 2011, tijdens een belastbaar tijdperk dat afsluit ten vroegste op de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad en is verbonden aan het aanslagjaar 2012 (art. 146, 1 en 2, en art. 153, 5e lid, W 29.03.2012 - B.S. 06.04.2012) [Elke wijziging die vanaf 28 november 2011 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de bepalingen bedoeld in de artikel 146 (art. 153, 6e lid)] Art. 192, 1, 1e lid, is van toepassing vanaf 10.01.2010 (art. 57, W 22.12.2009 - B.S. 31.12.2009) Art. 192, 1, 1e lid en 3e lid, is van toepassing voor verrichtingen of overbrengingen die plaatsvinden vanaf de dag van bekendmaking in het B.S. (art. 16 en art. 35, 1e lid, W 11.12.2008 - B.S. 12.01.2009) Art. 192, 3, is van toepassing vanaf 01.01.2007 (art. 321 en art. 346, W 27.12.2006 - B.S. 28.12.2006 - err. B.S. 24.01.2007 - err. B.S. 12.02.2007) [Voor de toepassing van de fiscale bepalingen worden de instellingen voor collectieve beleggingen waarop de overgangsbepalingen van de wet van 20.07.2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles van toepassing zijn, geacht vanaf 01.01.2007 onder het toepassingsgebied te vallen van de bepaling die overeenkomstig hun statuut gebruikt wordt in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992] Art. 192, 1, 1e lid, is van toepassing op leningen van aandelen afgesloten vanaf de datum van bekendmaking in het B.S. (art. 42 en art. 74, 2e lid, W 15.12.2004 - B.S. 01.02.2005) Art. 192, 1, is van toepassing op de aandelen uitgeleend vanaf de bekendmaking in het B.S. (art. 48 en art. 61, W 10.03.1999 - B.S. 14.04.1999) Art. 192, bestaande tekst wordt 1 en 2 (invoeging), is van toepassing op de belastingvrije inbrengen verricht vanaf de dag van de bekendmaking van deze wet in het B.S. (art. 22 en art. 80, 17, W 22.12.1998 - B.S. 15.01.1999) Art. 192, 1e lid, is van toepassing op de vanaf 01.01.1997 toegekende of betaalbaargestelde inkomsten (art. 21 en art. 49, 2e lid, KB 20.12.1996 - B.S. 31.12.1996) Art. 192, 1e lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 1994 (art. 8 en art. 30, 8, W 28.12.1992 - B.S. 31.12.1992 - err. B.S. 18.02.1993)

M&D Seminars 16 Art. 192, 1e lid, is van toepassing op de verrichtingen van fusie, splitsing, aannemen van een andere rechtsvorm of inbreng die vanaf 01.10.1993 hebben plaatsgevonden (art. 22 en art. 80, 5, W 22.12.1998 - B.S. 15.01.1999) Art. 192, is van toepassing vanaf aanslagjaar 1992 (art. 105bis, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992) Art. 192, 3, is van toepassing vanaf 07.01.2016 (art. 20, W 18.12.2015 - B.S. 28.12.2015) 1. Onverminderd de toepassing van artikel 217, 3, zijn eveneens volledig vrijgesteld de niet in artikel 45, 1, eerste lid, 1, bedoelde meerwaarden verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, op aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, 1, en 203 van de winst te worden afgetrokken en gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom werden behouden. De vrijstelling is slechts van toepassing in zover het belastbare bedrag van de meerwaarden hoger is dan het totaal van de vroeger op de overgedragen aandelen aangenomen waardeverminderingen, verminderd met het totaal van de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3, werden belast. In afwijking van het eerste lid wordt voor de meerwaarden gerealiseerd op aandelen of delen verkregen in ruil ten gevolge van een verrichting die is vrijgesteld met toepassing van artikel 45, 1, eerste lid, 2, wordt het met toepassing van dit artikel vrijgestelde bedrag beperkt tot het verschil tussen de vervreemdingsprijs en de werkelijke waarde van de aandelen of delen op het ogenblik van de inbrengverrichting. De vrijstelling bepaald in het eerste lid is niet van toepassing op de ondernemingen waarvoor het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, geldt, voor de gerealiseerde verrichtingen op de effecten die behoren tot de handelsportefeuille, zoals bedoeld in artikel 35ter, 1, tweede lid, a, van hetzelfde besluit. Voor de ondernemingen bedoeld in het vorige lid wordt de interne overdracht van aandelen van of naar de handelsportefeuille beschouwd als een vervreemding. De uitgedrukte doch niet verwezenlijkte meerwaarden en de latente meerwaarden op deze aandelen worden beschouwd als winst van het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk deze aandelen de handelsportefeuille verlaten. Daarentegen worden de uitgedrukte doch niet verwezenlijkte meerwaarden en de latente meerwaarden op aandelen beschouwd als vrijgestelde winst van het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk deze aandelen deel beginnen uitmaken van de handelsportefeuille als de onderneming ze gedurende tenminste één jaar behouden heeft, of als belastbare winst als de onderneming ze gedurende minder dan een jaar behouden heeft. Voor de berekening van de meerwaarde die krachtens het vierde en het vijfde lid belastbaar is, zal de waarde van de aandelen bepaald op 31 december 2011 beschouwd worden als de aanschaffings- of beleggingswaarde verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen als de betreffende aandelen reeds in de boekhouding van de vennootschap zijn opgenomen op 31 december 2011. Voor de toepassing van het eerste lid, worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, 1, eerste lid, 2, 211, 214, 1, en 231, 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn

M&D Seminars 17 verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan. Om vast te stellen of aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap, worden de overgedragen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, 1, eerste lid, 2, 211, 214, 1, en 231, 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de inbrenger of de omgevormde, overgenomen of gesplitste vennootschap. 2. Wanneer met betrekking tot verrichtingen als vermeld in artikel 46, 1, eerste lid, 2, de herbelegging als bedoeld in artikel 47 deel uitmaakt van de inbreng of, in voorkomend geval, wanneer de inbrengverkrijgende vennootschap zich onherroepelijk verbonden heeft die herbelegging te verwezenlijken, wordt het op het ogenblik van de verrichting voorlopig niet belaste gedeelte van de meerwaarde als vermeld in artikel 47, ten name van de vroegere belastingplichtige volledig vrijgesteld, onverminderd de toepassing betreffende die meerwaarde, van de bepalingen van artikel 190 ten name van de inbrengverkrijgende vennootschap. Het boekhoudkundig uitdrukken van die meerwaarde ten name van de inbrengverkrijgende vennootschap blijft zonder invloed op de vaststelling van het resultaat van het belastbaar tijdperk. 3. Voor de toepassing van 1, eerste lid, wordt de voorwaarde verbonden aan de eventuele inkomsten van aandelen van private privaks bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, geacht vervuld te zijn wanneer deze het geheel van hun activa beleggen: 1 in aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, 1, en 203 integraal van de winst te worden afgetrokken; of 2 in aandelen van in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 bedoelde private privaks; of 3 in bijkomende of tijdelijke termijnbeleggingen van maximaal 6 maanden of liquiditeiten voorzover deze beleggingen per kalenderdag niet meer dan 10 pct overschrijden van het balanstotaal op de eerste dag van het belastbaar tijdperk, zoals blijkt uit de toepassing van de gemeenrechtelijke boekhoudregels, vermeerderd of verminderd met de tot die kalenderdag geboekte toenames of afnamen van gestort kapitaal, gerealiseerde meerwaarden of minderwaarden of uitgekeerde dividenden, en dit voor een periode die, per belastbaar tijdperk, ten minste gelijk is aan dat belastbaar tijdperk verminderd met zes maanden. Voor de toepassing van deze paragraaf, worden beleggingsvennootschappen die in een lidstaat van de Europese Unie beantwoorden aan de kenmerken van een alternatieve instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014, waarvan de effecten volgens de in die lidstaat overeenkomstige bepalingen met betrekking tot het openbaar beroep op het spaarwezen privaat worden aangehouden, gelijkgesteld met de private privaks bedoeld in artikel 298 van deze wet. top pagina Art. 192, 1, 1e lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014 (art. 98 en art. 103, 2e lid, W 27.12.2012 - B.S. 31.12.2012) [Elke wijziging die vanaf 21 november 2012 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de bepalingen bedoeld in het artikel 98 (art. 103, 3e lid)]

M&D Seminars 18 1. Onverminderd de toepassing van artikel 217, 3, zijn eveneens volledig vrijgesteld de niet in artikel 45, 1, eerste lid, 1, bedoelde meerwaarden verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, op aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, 1, en 203 van de winst te worden afgetrokken en gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom werden behouden. De vrijstelling is slechts van toepassing in zover het belastbare bedrag van de meerwaarden hoger is dan het totaal van de vroeger op de overgedragen aandelen aangenomen waardeverminderingen, verminderd met het totaal van de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3, werden belast. In afwijking van het eerste lid wordt voor de meerwaarden gerealiseerd op aandelen of delen verkregen in ruil ten gevolge van een verrichting die is vrijgesteld met toepassing van artikel 45, 1, eerste lid, 2, wordt het met toepassing van dit artikel vrijgestelde bedrag beperkt tot het verschil tussen de vervreemdingsprijs en de werkelijke waarde van de aandelen of delen op het ogenblik van de inbrengverrichting. De vrijstelling bepaald in het eerste lid is niet van toepassing op de ondernemingen waarvoor het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, geldt, voor de gerealiseerde verrichtingen op de effecten die behoren tot de handelsportefeuille, zoals bedoeld in artikel 35ter, 1, tweede lid, a, van hetzelfde besluit. Voor de ondernemingen bedoeld in het vorige lid wordt de interne overdracht van aandelen van of naar de handelsportefeuille beschouwd als een vervreemding. De uitgedrukte doch niet verwezenlijkte meerwaarden en de latente meerwaarden op deze aandelen worden beschouwd als winst van het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk deze aandelen de handelsportefeuille verlaten. Daarentegen worden de uitgedrukte doch niet verwezenlijkte meerwaarden en de latente meerwaarden op aandelen beschouwd als vrijgestelde winst van het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk deze aandelen deel beginnen uitmaken van de handelsportefeuille als de onderneming ze gedurende tenminste één jaar behouden heeft, of als belastbare winst als de onderneming ze gedurende minder dan een jaar behouden heeft. Voor de berekening van de meerwaarde die krachtens het vierde en het vijfde lid belastbaar is, zal de waarde van de aandelen bepaald op 31 december 2011 beschouwd worden als de aanschaffings- of beleggingswaarde verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen als de betreffende aandelen reeds in de boekhouding van de vennootschap zijn opgenomen op 31 december 2011. Voor de toepassing van het eerste lid, worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, 1, eerste lid, 2, 211, 214, 1, en 231, 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan. Om vast te stellen of aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap, worden de overgedragen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, 1, eerste lid, 2, 211, 214, 1, en 231, 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de inbrenger of de omgevormde, overgenomen of gesplitste vennootschap. 2. Wanneer met betrekking tot verrichtingen als vermeld in artikel 46, 1, eerste lid, 2, de herbelegging als bedoeld in artikel 47 deel uitmaakt van de inbreng of, in voorkomend geval, wanneer de inbrengverkrijgende vennootschap zich onherroepelijk verbonden heeft die herbelegging te verwezenlijken, wordt het op het ogenblik van de verrichting voorlopig niet belaste gedeelte van de meerwaarde als vermeld in artikel 47, ten name van de vroegere belastingplichtige volledig vrijgesteld, onverminderd de toepassing betreffende die meerwaarde, van de bepalingen

M&D Seminars 19 van artikel 190 ten name van de inbrengverkrijgende vennootschap. Het boekhoudkundig uitdrukken van die meerwaarde ten name van de inbrengverkrijgende vennootschap blijft zonder invloed op de vaststelling van het resultaat van het belastbaar tijdperk. 3. Voor de toepassing van 1, eerste lid, wordt de voorwaarde verbonden aan de eventuele inkomsten van aandelen van private privaks bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, geacht vervuld te zijn wanneer deze het geheel van hun activa beleggen: 1 in aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, 1, en 203 integraal van de winst te worden afgetrokken; of 2 in aandelen van in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 bedoelde private privaks; of 3 in bijkomende of tijdelijke termijnbeleggingen van maximaal 6 maanden of liquiditeiten voorzover deze beleggingen per kalenderdag niet meer dan 10 pct overschrijden van het balanstotaal op de eerste dag van het belastbaar tijdperk, zoals blijkt uit de toepassing van de gemeenrechtelijke boekhoudregels, vermeerderd of verminderd met de tot die kalenderdag geboekte toenames of afnamen van gestort kapitaal, gerealiseerde meerwaarden of minderwaarden of uitgekeerde dividenden, en dit voor een periode die, per belastbaar tijdperk, ten minste gelijk is aan dat belastbaar tijdperk verminderd met zes maanden. Voor de toepassing van deze paragraaf, worden beleggingsvennootschappen die in een lidstaat van de Europese Unie beantwoorden aan de kenmerken van een instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004, waarvan de effecten volgens de in die lidstaat overeenkomstige bepalingen met betrekking tot het openbaar beroep op het spaarwezen privaat worden aangehouden, gelijkgesteld met de private privaks bedoeld in artikel 119 van deze wet. top pagina Art. 192, 1, 8ste lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2013, alsmede op meerwaarden gerealiseerd vanaf 28 november 2011 en voor verrichtingen of overbrengingen die plaatsvinden vanaf 28 november 2011, tijdens een belastbaar tijdperk dat ten vroegste op 6 april 2012 afsluit en verbonden is aan het aanslagjaar 2012 (art. 44 en 59, 10de lid, W 13.12.2012-20.12.2012) [Elke wijziging die vanaf 28 november 2011 aan de afsluitingsdatum van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking op de toepassing van artikel 44 (art. 59, 11de lid)] 1. Volledig vrijgesteld zijn eveneens de niet in artikel 45, 1, eerste lid, 1, bedoelde meerwaarden verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, op aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, 1, en 203 van de winst te worden afgetrokken en gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom werden behouden. De vrijstelling is slechts van toepassing in zover het belastbare bedrag van de meerwaarden hoger is dan het totaal van de vroeger op de overgedragen aandelen aangenomen waardeverminderingen, verminderd met het totaal van de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3, werden belast. In afwijking van het eerste lid wordt voor de meerwaarden gerealiseerd op aandelen of delen verkregen in ruil ten gevolge van een verrichting die is vrijgesteld met toepassing van artikel 45, 1, eerste lid, 2, wordt het met toepassing van dit artikel vrijgestelde bedrag beperkt tot het verschil tussen de vervreemdingsprijs en de werkelijke waarde van de aandelen of delen op het ogenblik van de inbrengverrichting.

M&D Seminars 20 De vrijstelling bepaald in het eerste lid is niet van toepassing op de ondernemingen waarvoor het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, geldt, voor de gerealiseerde verrichtingen op de effecten die behoren tot de handelsportefeuille, zoals bedoeld in artikel 35ter, 1, tweede lid, a, van hetzelfde besluit. Voor de ondernemingen bedoeld in het vorige lid wordt de interne overdracht van aandelen van of naar de handelsportefeuille beschouwd als een vervreemding. De uitgedrukte doch niet verwezenlijkte meerwaarden en de latente meerwaarden op deze aandelen worden beschouwd als winst van het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk deze aandelen de handelsportefeuille verlaten. Daarentegen worden de uitgedrukte doch niet verwezenlijkte meerwaarden en de latente meerwaarden op aandelen beschouwd als vrijgestelde winst van het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk deze aandelen deel beginnen uitmaken van de handelsportefeuille als de onderneming ze gedurende tenminste één jaar behouden heeft, of als belastbare winst als de onderneming ze gedurende minder dan een jaar behouden heeft. Voor de berekening van de meerwaarde die krachtens het vierde en het vijfde lid belastbaar is, zal de waarde van de aandelen bepaald op 31 december 2011 beschouwd worden als de aanschaffings- of beleggingswaarde verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen als de betreffende aandelen reeds in de boekhouding van de vennootschap zijn opgenomen op 31 december 2011. Voor de toepassing van het eerste lid, worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, 1, eerste lid, 2, 211, 214, 1, en 231, 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan. Om vast te stellen of aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap, worden de overgedragen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, 1, eerste lid, 2, 211, 214, 1, en 231, 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de inbrenger of de omgevormde, overgenomen of gesplitste vennootschap. 2. Wanneer met betrekking tot verrichtingen als vermeld in artikel 46, 1, eerste lid, 2, de herbelegging als bedoeld in artikel 47 deel uitmaakt van de inbreng of, in voorkomend geval, wanneer de inbrengverkrijgende vennootschap zich onherroepelijk verbonden heeft die herbelegging te verwezenlijken, wordt het op het ogenblik van de verrichting voorlopig niet belaste gedeelte van de meerwaarde als vermeld in artikel 47, ten name van de vroegere belastingplichtige volledig vrijgesteld, onverminderd de toepassing betreffende die meerwaarde, van de bepalingen van artikel 190 ten name van de inbrengverkrijgende vennootschap. Het boekhoudkundig uitdrukken van die meerwaarde ten name van de inbrengverkrijgende vennootschap blijft zonder invloed op de vaststelling van het resultaat van het belastbaar tijdperk. 3. Voor de toepassing van 1, eerste lid, wordt de voorwaarde verbonden aan de eventuele inkomsten van aandelen van private privaks bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, geacht vervuld te zijn wanneer deze het geheel van hun activa beleggen: 1 in aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, 1, en 203 integraal van de winst te worden afgetrokken; of 2 in aandelen van in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004 bedoelde private privaks; of 3 in bijkomende of tijdelijke termijnbeleggingen van maximaal 6 maanden of liquiditeiten voorzover deze beleggingen per kalenderdag niet meer dan 10 pct overschrijden van het balanstotaal op de eerste dag van het belastbaar tijdperk, zoals blijkt uit de toepassing van de gemeenrechtelijke boekhoudregels, vermeerderd of verminderd met de tot die kalenderdag

M&D Seminars 21 geboekte toenames of afnamen van gestort kapitaal, gerealiseerde meerwaarden of minderwaarden of uitgekeerde dividenden, en dit voor een periode die, per belastbaar tijdperk, ten minste gelijk is aan dat belastbaar tijdperk verminderd met zes maanden. Voor de toepassing van deze paragraaf, worden beleggingsvennootschappen die in een lidstaat van de Europese Unie beantwoorden aan de kenmerken van een instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 119 van de wet van 20 juli 2004, waarvan de effecten volgens de in die lidstaat overeenkomstige bepalingen met betrekking tot het openbaar beroep op het spaarwezen privaat worden aangehouden, gelijkgesteld met de private privaks bedoeld in artikel 119 van deze wet. top pagina

M&D Seminars 22

M&D Seminars 23 Koninklijk besluit van 23 mei 2007 met betrekking tot de private privak

M&D Seminars 24

M&D Seminars 25 Titel 23 MEI 2007. - Koninklijk besluit met betrekking tot de private privak. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-06-2007 en tekstbijwerking tot 30-03-2017) Bron : FINANCIEN Publicatie : 12-06-2007 nummer : 2007003282 bladzijde : 31612 BEELD Dossiernummer : 2007-05-23/33 Inwerkingtreding : 22-06-2007 Inhoudstafel Tekst Begin HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. Art. 1-2 HOOFDSTUK II. - Inschrijving. Art. 3 HOOFDSTUK II. - Bedrijfsuitoefening. Art. 4-9 HOOFDSTUK III. - Toezicht. Art. 10 HOOFDSTUK IV. - Financiële instrumenten uitgegeven door de private privak en hun overdracht of verwerving. Art. 11-12 HOOFDSTUK V. - Beleggingsbeleid. Art. 13-16 HOOFDSTUK VI. - Fiscale bepalingen. Art. 17 HOOFDSTUK VII. - Opheffingsbepalingen. Art. 18 HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen en inwerkingtreding. Art. 19-20 Tekst Inhoudstafel Begin HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. Artikel 1. Dit besluit regelt het statuut van de private privaks, bedoeld in de artikelen 119 en 120 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, hierna te noemen de wet van 20 juli 2004. Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder : 1 private beleggers : beleggers die voor eigen rekening ingaan of zijn ingegaan op de volgende aanbiedingen van effecten uitgegeven door een private privak : a) aanbiedingen van effecten die een totale tegenwaarde van ten minste [ 2 100.000 euro] 2 per belegger en per categorie effecten vereisen; b) aanbiedingen met een nominale waarde per eenheid van ten minste [ 2 100.000 euro] 2 ; 2 de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 8, van de

M&D Seminars 26 wet van 20 juli 2004 : a) aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waarden, uitgegeven door nietgenoteerde vennootschappen; b) obligaties en andere schuldinstrumenten, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen; c) rechten van deelneming uitgegeven door andere niet-genoteerde instellingen voor collectieve belegging voor zover zij, overeenkomstig hun beheersreglement of statuten, een beleggingsbeleid voeren dat nauw aansluit bij het statutair doel van de private privak en voor zover deze beleggingsinstellingen de nodige informatie verschaffen waaruit blijkt dat de beleggingen beantwoorden aan dit statutair beleggingsbeleid; d) alle andere waarden, uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen, waarmee de onder de litterae a) tot c) vermelde financiële instrumenten via inschrijving, aankoop of omruiling kunnen worden verworven; e) éénvoudige leningen, al dan niet met financiële zekerheidstelling, toegestaan aan niet-genoteerde vennootschappen; 3 " [ 1 FSMA] 1 " : de [ 1 Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten] 1, bedoeld in artikel 44, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. ---------- (1)<KB 2011-03-03/01, art. 331, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2011> (2)<KB 2013-09-26/08, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 19-10-2013> HOOFDSTUK II. - Inschrijving. Art. 3.Een vennootschap kan alvorens haar werkzaamheden aan te vatten, bij de FOD Financiën haar inschrijving als private privak aanvragen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs. Zij wordt ingeschreven op voorlegging van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van haar statuten die de volgende bepaling bevatten : " Deze vennootschap verbindt er zich toe de bepalingen van artikel 143 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten die slaan op het statuut van de private privak alsmede de bepalingen van de wet van 20 juli 2004 die slaan op de in artikel 119, eerste lid, van die wet, bedoelde instellingen voor collectieve belegging en alle gebeurlijke wijzigingen daarvan, alsmede de bepalingen van dit koninklijk besluit en alle gebeurlijke wijzigingen daarvan, na te leven ". De FOD Financiën stelt de [ 1 FSMA] 1 in kennis van elke inschrijving. ---------- (1)<KB 2011-03-03/01, art. 331, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2011> HOOFDSTUK II. - Bedrijfsuitoefening. Art. 4. Aandeelhouders of vennoten met stemrecht mogen niet met elkaar verbonden zijn in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen. Zij attesteren dit middels gedagtekende en ondertekende inschrijving in het register van de effecten op naam. Zij moeten de private privak inlichten en binnen de zes maanden terugtreden als aandeelhouder of vennoot als daar na deze attestatie wijziging in komt. Aandeelhouders of vennoten die dit niet hebben geattesteerd in het register van de effecten op naam of die nog niet zijn teruggetreden, worden niet toegelaten tot een algemene vergadering. In afwijking van het eerste lid, kunnen aandeelhouders of vennoten die met elkaar

M&D Seminars 27 verbonden zijn in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen ervoor kiezen om, voor de toepassing van dit hoofdstuk, als één aandeelhouder of vennoot te worden beschouwd. Zij lichten de private privak daarover in. Aandeelhouders of vennoten met stemrecht die door een familiale of aanverwante band tot in de vierde graad met elkaar verbonden zijn, worden voor de toepassing van dit hoofdstuk samen beschouwd als één aandeelhouder of vennoot. Art. 5. De vennootschap telt minstens zes aandeelhouders of vennoten. Art. 6. Benevens de bepalingen van het Wetboek vennootschappen, kunnen algemene vergaderingen slechts beslissen met meerderheden van minstens vier aandeelhouders of vennoten die samen meer dan 50% bezitten van de stemrechten verbonden aan alle stemrechtverlenende effecten. Art. 7. De artikelen 5 en 6 gelden niet indien de private privak onder haar aandeelhouders of vennoten minstens één van volgende rechtspersonen of entiteiten telt : 1 Belgische en buitenlandse instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet van 20 juli 2004 en enige andere buitenlandse instelling voor collectieve belegging; 2 vennootschappen bedoeld in artikel 4, derde lid, 2, van de wet van 20 juli 2004; 3 Belgische en buitenlandse pensioenfondsen en hun beheervennootschappen, bedoeld in artikel 6 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen; 4 vennootschappen die door het nemen van een deelneming in een private privak uitvoering geven aan bijzondere opdrachten die hen in het kader van de tenuitvoerlegging van de economische politiek van een overheid zijn toevertrouwd op grond van een door deze overheid uitgevaardigde reglementering; en één of meerdere van deze rechtspersonen of entiteiten minstens 30% van de stemrechten verbonden aan alle stemrechtverlenende effecten bezitten en zij op grond van hun regulering of statuten dergelijke participaties mogen bezitten. Art. 8. Artikel 6 geldt niet indien de private privak onder haar aandeelhouders of vennoten minstens één van volgende rechtspersonen of entiteiten telt : 1 de rechtspersonen of entiteiten bedoeld in artikel 7; 2 Belgische en buitenlandse kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen; 3 Belgische en buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten in de zin van artikel 46, 1, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; en één of meerdere van deze rechtspersonen of entiteiten minstens 20% en maximaal 30% van de stemrechten verbonden aan alle stemrechtverlenende effecten bezitten en zij op grond van hun regulering of statuten dergelijke participaties mogen bezitten. Art. 9. In geval de artikelen 7 of 8 toepassing vinden, mag geen enkele aandeelhouder of vennoot die niet bedoeld wordt in die artikelen, een controle in de zin van artikel 5 van het Wetboek van vennootschappen over de private privak uitoefenen. HOOFDSTUK III. - Toezicht.