Projectaanvraag/-voorstel, behorende bij de Regeling Financiële Bijdragen van de PVE (26/3/E4) Onderzoeksinstelling Wageningen UR Livestock Research Projecttitel Praktijkmonitoring en oplossingen voor welzijnsknelpunten bij eenden Projectnummer (PVE) (NB bij nieuwe projecten niet invullen) Vervolg op Verwachte duur/looptijd,5 jaar Behorende bij klankbordgroep Vleeseendenhouderij Projectleider (ASG) Dr. ir. Marinus van Krimpen Onderzoeker(s) Marinus van Krimpen, Marko Ruis. Fridtjof de Buisonjé In samenwerking met ---- (NB Alleen instellingen en/of bedrijven waarmee daadwerkelijk wordt samengewerkt.) Aan het PPE gevraagde subsidie 29 en eerder 21 211 en verder 13.,- Totaal per categorie Aan derden gevraagde subsidie (specificeren) Bijdrage van bedrijven (specificeren) Eigen bijdrage Totaal per periode 13.,- Pagina 1 van 6
1A. PROBLEEMSTELLING / AANLEIDING Met betrekking tot het aspect van dierenwelzijn kent de vleeseendenhouderij een aantal voordelen in vergelijking met de vleeskuikenhouderij. Vleeseenden worden relatief extensief gehouden, wat blijkt uit een lage bezetting van 6-7 eenden per m 2. Mede hierdoor is er in de eendenhouderij een laag medicijngebruik en een laag uitvalspercentage. Desondanks kent ook de eendenhouderij enkele belangrijke aandachtspunten ten aanzien van dierenwelzijn. In Nederland wordt niet of nauwelijks open water verstrekt. Uit onderzoek is gebleken dat afwezigheid van open water negatieve consequenties heeft voor het welzijn van eenden. Met open water wordt tegemoet gekomen aan de behoefte om te zwemmen, te poetsen en voedsel te zoeken (Ruis et al., 23; Rodenburg et al., 25). Voedselzoekgedrag (snebberen) voeren eenden normaal gesproken ook in het water en langs de waterkant uit. Het is echter gebleken dat dit gedrag ook op stro gericht kan worden. Hiermee wordt het risico op probleemgedrag zoals verensnebberen kleiner. In Nederland is verensnebberen hierdoor nauwelijks een probleem. Het aanbieden van open water in stallen is niet eenvoudig. Onbeperkte verstrekking van open water geeft een sterke achteruitgang van de kwaliteit van dit water en als gevolg van vermorsing ook van het strooisel, een sterke toename van de mesthoeveelheid door watervermorsing en een bevuiling van het verenpak aan de buikzijde (Buisonjé, 2). De vraag is op welke wijze in de eendenhouderij open water zodanig aangeboden kan worden, dat enerzijds het welzijn van de eenden bevorderd wordt en anderzijds de nadelen van open water zo beperkt mogelijk gehouden worden? In Engeland is onlangs door Cherry Valley een verandasysteem ontwikkeld, waarmee open water aangeboden wordt in een overdekte uitloop naast de stal (Allison, 29). Mogelijk kan dit systeem ook toegepast worden onder Nederlandse omstandigheden. In een brief aan de Tweede Kamer (17 april 29) roept Minister Verburg de sector op om oplossingen aan te dragen die een wezenlijke bijdrage leveren aan de doelstelling om te komen tot houderijsystemen die rekening houden met de natuurlijke behoefte van de eend. De eendensector is er zich terdege van bewust dat de aanwezigheid van maatschappelijk draagvlak essentieel is voor het bedrijfsmatig kunnen blijven houden van vleeseenden. Daarom verzoekt zij Wageningen UR Livestock Research na te gaan hoe welzijnsverbeteringen in de vleeseendenhouderij geïmplementeerd kunnen worden. 1B. DOELSTELLING Het doel van dit literatuuronderzoek is het inventariseren en toepasbaar maken van methoden die beschikbaar zijn voor het bevorderen van natuurlijk gedrag, o.a. door het toepassen van open water, in eendenstallen. 2. MOTIVERING VAN DE ONDERZOEKSINSTELLING Wageningen UR Livestock Research heeft een lange historie op het gebied van praktijkgericht onderzoek bij vleeseenden. Binnen WLR is veel (ook niet gepubliceerde) informatie over welzijn bij eenden aanwezig. Daarnaast heeft WLR toegang tot de belangrijkste internationale literatuur op dit terrein. 3. PROBLEEMEIGENAREN / BELANGHEBBENDEN Direct belanghebbende voor dit onderzoek is de eendensector zelf. De maatschappij verwacht dat vleeseenden op een verantwoorde wijze gehouden worden, rekening houdend met de natuurlijke behoefte van een eend (zie brief Verburg). 4. STAND VAN ZAKEN (WIE HEEFT AL WAT GEDAAN EN WAT ONTBREEKT ER NOG) WLR heeft in het verleden veel onderzoek gedaan naar het aanbieden van open water aan vleeseenden. Reeds gepubliceerd onderzoek wordt in dit project samengevat. Een deel van het uitgevoerde onderzoek is nog niet gepubliceerd en kan in het kader van dit project alsnog ontsloten worden. Cherry Valley heeft onlangs een verandasysteem ontwikkeld. Het functioneren van dit systeem zal in dit project meegenomen worden. Pagina 2 van 6
In opdracht van LNV voert WLR op dit moment ook een studie uit die gericht is op een integraal duurzame ontwikkeling van de eendensector (Herontwerp Eendenhouderij). Het voorgestelde project sluit naadloos bij deze LNV-studie aan. 5A. WERKWIJZE / PROJECTACTIVITEITEN Alle relevante nationale en internationale literatuur met betrekking tot het welzijn van eenden en het toepassen van open water zal worden samengevat in een rapport. Insteek is om te komen tot praktische adviezen die toepasbaar zijn in de praktijk. Daarnaast is bij een intern WLR fonds een aanvraag ingediend voor een studiereis naar Engeland. Doel van deze reis is het bekijken van het door Cherry Valley ontwikkeld verandasysteem, waarmee open water aangeboden wordt in een overdekte uitloop naast de stal. Als deze reis gehonoreerd wordt, zullen de bevindingen verwerkt worden in het rapport en uiteraard ook teruggekoppeld worden naar de klankbordgroep Eendenhouderij. Overigens kunnen belangstellenden vanuit de sector/overheid (tegen vergoeding van de kosten) bij deze reis aansluiten. 5B. WERKWIJZE / TIJDSPLANNING Een conceptversie van het rapport zal een half jaar na goedkeuring van het werkplan worden opgeleverd aan de klankbordgroep. 6. BEGELEIDING / PROJECTORGANISATIE De onderzoekers stemmen werkzaamheden onderling af en beoordelen elkaars bijdragen aan het manuscript. Een conceptversie van het rapport wordt voorgelegd aan de klankbordgroep. Aanvullingen en suggesties vanuit de klankbordgroep zullen, mits niet in strijd met de wetenschappelijke bevindingen, zo goed mogelijk in de definitieve versie worden verwerkt. 7. RESULTAATVERWACHTING (MIDDELLANGE TERMIJN) Van het onderzoeksproject worden de volgende resultaten verwacht Effect op productkwaliteit kostprijs per eenheid flexibiliteit arbeidsaspecten ketenvorming product/sector imago milieuaspecten concurrentiekracht dierenwelzijn zeer negatief negatief n.v.t. positief zeer positief Pagina 3 van 6
8. PRODUCTEN (ONDERWERPEN VOOR VERVOLG / BASIS VOOR HET RAPPORT) De resultaten van deze studie zullen worden weergegeven in een Nederlandstalig rapport. Mogelijk kunnen de conclusies aanleiding geven tot specifiek vervolgonderzoek. 9. KENNISOVERDRACHT / COMMUNICATIEPLAN De bevindingen van deze studie zullen praktisch samengevat worden in een artikel voor Pluimveehouderij. Pagina 4 van 6
1. BEGROTING IN EURO Personeelskosten Functie omschrijvi ng Uurtari ef Aantal uren Totaal F unctie omschrijvi ng Uurtari ef Aantal uren Totaal Functie omschrijvi ng Uurtari ef Aantal uren Totaal S WO 144 7 1.8 H BO 89 18 1.62 Cumulatief 11.682 Cumulatief Cumulatief Reiskosten R eden Km. Aantal Totaal R eden Km. Aantal Totaal Reden Km. Aantal Totaal tarief km. ta rie f km. tarief km. Overle g,18 7 Cumulatief 7 Cumulatief Cumulatief Materiële en overige kosten Kosten van Datum Omschrijving Kosten Datum Omschrijving Kosten Redactie rapport 244 Drukken rapport 5 Datum Omschrijving Kosten Cumulatief 744 Cumulatief Cumulatief TOTAAL B E GR. P1 12.496 TOTAAL B E GR. P 1 TOTAAL B E G R. P1 Pagina 5 van 6
TOTAAL BEGR. P1 12.496 TOTAAL BEGR. P1 (Overnemen van vorige pagina) Materiële en overige kosten (vervolg) Dieraccommodatie TOTAAL BEGR. P 1 Omschrijving Kosten Omschrijving Kosten Omschrijving Kosten Cumulatief Cumulatief Cumulatief Onvoorziene kosten (max. 5%) Subtotaal 12.496 Subtotaal Subtotaal Perc. Post onvoorzien Perc. P ost onvoorzien Perc. Post onvoorzien 54 Totale kosten Bedrag13. Bedrag Bedrag Overige toelichtingen Arbeid vormt de belangrijkste kostenpost van dit project. In totaal zijn 11 dagen arbeid berekend. Deze worden als volgt verdeeld - Uitwerken + bespreken projectvoorstel 1 dag - Uitwerken nog niet gepubliceerd WLR onderzoek 2 dagen - Verzamelen en uitwerken literatuur 7 dagen - Toelichten concept rapport, definitief maken rapport, artikel pluimveehouderij 1 dag Aldus opgemaakt op 2 april 21 Te Lelystad Door Marinus van Krimpen Pagina 6 van 6