Tunnelventilatie VERSIE 010412



Vergelijkbare documenten
Optreden GHOR bij tunnelincidenten

Menselijk gedrag bij tunnelincidenten

Coördinatie van het optreden bij tunnelincidenten

Inleiding tunnelveiligheid tactisch en strategisch

Veiligheidsvoorzieningen Leidsche Rijntunnel

Inleiding Leidsche Rijntunnel

Reflectie VB op tunnel incident

Alarmeren, aanrijden en benaderen bij tunnelincidenten

Gelijkwaardigheids oplossingen. Parkeergarage oppervlakte groter dan m2. Verschillende gelijkwaardige oplossingen:

Eén standaard, altijd vlot en veilig. Standaard TTI biedt uniforme richtlijn voor tunnelveiligheid

Overdruksystemen MTK wegtunnels V e r i f i c a t i e e n v a l i d a t i e

ExcelAir Praktijk Tip 2

Amsterdam Centraal Station Michiel de Ruijtertunnel

RCW Afstandsbediening

Gefeliciteerd met uw vernieuwde woning!

Rookbeheersing. Rookbeheersingsystemen regelgeving en randvoorwaarden. Ronald Driessens. rookbeheersingsdeskundige

BHV 10 TIPS VOOR DE BHV ER ALS DE BRANDWEER KOMT DE BEWONERS- HULPVERLENER. 1. Zorg voor herkenbaarheid van de BHV ers.

Welkom bij de Gastouderacademie! (handleiding voor gastouders)

Installatie-instructie Kodi 17.1 (Krypton) met Dizidoos build.

Welkom bij E-school Kinderopvang (handleiding voor pedagogisch medewerkers)

Handleiding FOCWA Kennisbank. Kennisbank V 1.0 Remco Jansen

Trigion Webportal Gebruiker

OPLEIDEN, TRAINEN, OEFENEN

VEILIGHEID OP DE CAMPUS

Handleiding Permanente Educatie

Na leren van paragraaf 5.1 kun je

brandbare stof zuurstof ontstekingsbron

Een aantrekkelijk alternatief voor lange (stads)tunnels ir. P. Jovanovic, ir. M. Holthuis

Tunnelveiligheid. een introductie

Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA

VRAAG EN ANTWOORD OPLEIDINGSHUIS

Instructiehandleiding

Instructie Ventilatie

Bedieningshandleiding GTC-II

WOW-NL in de klas. Les 2 Aan de slag met WOW-NL. Primair Onderwijs. bovenbouw. WOW-NL Les 2 1

oppervlakte grondvlak hoogte

Handleiding Facebook Pergamano International Augustus 2012

HANDLEIDING scholing voorbehouden en risicovolle handelingen

Veiligheidsventilatiesystemen (rookbeheersing)

Help, hij doet het niet

Snelweg invoegen en uitvoegen hoe?

Wat kan ik als cultuuraanbieder met?

SmartLife Veilig Gebruikershandleiding programma s beheren

Wat is er aan de hand?

Handleiding. Rijlesagenda.nl. Voor leerlingen. Rijlesagenda 1.3 Documentversie 1.4

OPDRACHTKAART. Thema: Prepress. InDesign 15. Pagina s PP Voorkennis: De vorige praktijkopdrachten afgerond.

Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA

Gebruikshandleiding

Voor het welzijn van kind en school. Klas 3!

1 oppervlakte grondvlak hoogte

Verwarming en ventilatie

LESBRIEF Aan de slag met Schoolwise

GEBRUIKERSHANDLEIDING EN MONTAGE-INSTRUCTIE

TV DE SCHAKEL CROP ONLINE - PERCEELREGISTRATIE VIA INTERNET

Brandveiligheid in parkeergarages

Room Controller NEW BEDIENING 40KMC---N 42HMC---N 42VMC---N 40SMC---N I S O

OPNAME-RAPPORT APK-KEURING GEBOUWEN. Opsteller. Namens. Datum onderzoek. Aanwezig Naam Namens. Naam bouwwerk. Straat. Gemeente. Bestemming bouwwerk

Praktijkervaring Leidsche Rijntunnel A2

Handleiding RR Trading Inserto series

Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display

Inzetstrategieën Haaglanden Rail- en spoortunnels Lengte 250 meter of meer

Watermist als veiligheidsmaatregel. Ir. E.W. Worm

Softwarehandleiding voor OSID

Oefenkaart 103C Tactieken en technieken toepassen bij brand

Het overzetten van WinDigipet data tussen PC (s) of Laptops

MyMediasite Handleiding V1.0

VOCHT EN VENTILATIE. Goede ventilatie voorkomt vocht in uw woning

Uw persoonlijke account

HOUTKACHELS OPEN HAARDEN EN GEZONDHEID

Veiligheidsventilatiesystemen (rookbeheersing) door Daniek de Jager

Inschrijven: Hoe kan ik me inschrijven voor het praktijkgedeelte van een cursus?

Gebruikershandleiding

Handleiding weblog: Bagage voor je stage!

Brandwerendheidsvraagstukken van beton en beplating

Bespaar meer energie. met uw luchtgordijn

Toepassingsvoorbeeld: Bestaand alarmsysteem met e- Domotica koppelen

WORKSHOP OVERHEADPROJECTIE

Handleiding website FMS-spaarnwoude.nl

LAMINAIRE LUCHTSTROOMKAST

Uw ventilatiesysteem: Decentrale ventilatie

HANDLEIDING ECO 7 en ECO 10

Bedrijfshulpverlening

Eco 10. Eco 10 Castelmonte 1 of 14 Rev. 01

brandweer Nieuwegein Zuid Jij ook? Kom bij de brandweer!

Hittestress, hoe ventileren?

Huurdersinformatie. Goed ventileren, erg belangrijk

Filevorming en Ventilatie

HANDLEIDING MAGISTER VOOR: Naam KLAS

Afstandsbedieningshandleiding IR NED: Cassette model airconditioner CTS-12-SET CTS-18-SET CTS-24-SET

Hoofdbediening CO 2. RF en Uitbreidingssensor CO 2. RF Handleiding voor de gebruiker. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering

U kunt de helpbestanden op verschillende manieren openen. Standaard activeert u de helpbestanden via de toets F1.

Hoe moet je een prachtige presentatie maken?

Handleiding Windows Movie Maker

1 Starten Cursus doorlopen... 3

aanmaken van een webaccount om e-books te kunnen lenen P. 3-7 het lenen van e-books de basis P

Transcriptie:

Tunnelventilatie Dit document bevat de teksten, foto s en illustraties van de gelijknamige module op de e- Campus Tunnelveiligheid en is bedoeld om de leerstof van deze module offline en voor eigen gebruik te kunnen raadplegen. Het document is geen vervanging voor het online volgen van de e-learningmodule. Op inhoud en vorm van dit document berust copyright. Veiligheidsregio Utrecht. VERSIE 010412

TUNNELVENTILATIE Informatie over deze module Deze module gaat over: Leidsche Rijntunnel Doelgroepen: * leden van het CoPI * bevelvoerders en manschappen brandweer * agenten en ambulancepersoneel, zowel uitvoerend als coördinerend/leidinggevend * Rijkswaterstaat: officieren van dienst Voorkennis: de modules Inleiding tunnelveiligheid en Inleiding Leidsche Rijntunnel Niveau: gevorderd Benodigde tijd: ongeveer 20 minuten VERSIE 010412 2

Leerdoelen van deze module Na het volgen van deze module kun je weergeven: * wat het doel is van tunnelventilatie * hoe de langsventilatie in de Leidsche Rijntunnel is uitgevoerd * wanneer de langsventilatie in de Leidsche Rijntunnel automatisch wordt ingeschakeld * wat de voor- en nadelen van langsventilatie zijn * welke maatregelen er tegen geluidshinder en afkoeling kunnen worden genomen. TUNNELVENTILATIE VERSIE 010412 3

Modulewijzer TUNNELVENTILATIE Deze module bestaat uit de volgende onderdelen, die worden weergegeven in het modulemenu (zie het bovenste deel van de afbeelding rechts): * over deze module, met moduleinformatie, de leerdoelen en deze modulewijzer * de leerstof, verdeeld over een aantal deelonderwerpen * een aantal toetsvragen * de afsluiting, met daarin een samenvatting van de leerstof en een pagina met verwijzingen. Klik op een onderdeel van het modulemenu om dit te openen. Na elk onderdeel kom je weer in dit menu terug. Een groen vinkje naast een onderdeel geeft aan dat je dit hebt afgerond. Let op: het is van belang om alle pagina's van deze module te bekijken (ook die met de samenvatting en de verwijzingen), en alle toetsvragen te maken. Doe je dat niet, dan registreert de e-campus dat je de module slechts gedeeltelijk hebt doorlopen en niet hebt afgerond. Wel of niet afgerond? Je kunt eenvoudig zelf controleren hoe de e-campus het wel of niet afronden van een bepaalde module heeft geregistreerd. Het balkje naast de modulenaam in het moduleoverzicht geeft aan in hoeverre je de module hebt afgerond (onderste deel van de afbeelding). Doel Door het omsloten karakter van een wegtunnel blijven uitlaatgassen en - bij een incident - rook of gevaarlijke gassen lang hangen. Hierdoor kunnen ongezonde of levensbedreigende situaties ontstaan. Dodelijk getroffen slachtoffers bij tunnelbranden zijn voor het overgrote deel te wijten aan het inhaleren van rook, niet aan verbranding. Wegtunnels moeten daarom geventileerd worden. Het doel van tunnelventilatie is dan ook: VERSIE 010412 4

TUNNELVENTILATIE 1. Normale situatie: het schoonhouden van de tunnelatmosfeer door middel van de afvoer of het verdunnen van uitlaatgassen. 2. Incidentsituatie: het afvoeren van rook, rookgassen en/of andere gevaarlijke gassen, zodat tunnelgebruikers daar zo min mogelijk hinder van ondervinden. Foto: een screenshot van de documentaire Tunnel inferno (uit de reeks Seconds from disaster) over de brand in de Mont Blanctunnel op 24 maart 1999. Hierbij kwamen 37 tunnelgebruikers om, allemaal door rookvergiftiging. Soorten VERSIE 010412 5 Ventilatie Ventileren kan bij wegtunnels op drie manieren: 1. via natuurlijke ventilatie 2. via mechanische ventilatie 3. via een combinatie van deze twee. Natuurlijke ventilatie Bij wegtunnels vindt natuurlijke ventilatie plaats door middel van de wind, en doordat de verkeersstroom in de tunnel de daar aanwezige lucht een bepaalde snelheid geeft (de auto's duwen de lucht de tunnel uit, waardoor verse lucht de tunnel in wordt gezogen). Bij langere wegtunnels (vanaf 500 meter) volstaat natuurlijke ventilatie echter niet. Mechanische ventilatie Mechanische ventilatie gebeurt middels ventilatoren die de lucht in de tunnel geforceerd afvoeren. Hierdoor worden uitlaatgassen, rook en andere gevaarlijke

TUNNELVENTILATIE gassen de tunnel uitgeblazen en wordt verse lucht aangevoerd. Voor het mechanisch ventileren van wegtunnels bestaan verschillende systemen, waarvan de twee belangrijkste zijn: 1. langsventilatie 2. dwarsventilatie. Foto: tunnelventilator (straalventilator of jetfan). Langsventilatie en dwarsventilatie Langsventilatie (afb 1) Bij langsventilatie in een wegtunnel wordt de lucht door grote straalventilatoren (jetfans) in de rijrichting de tunnel uitgeblazen. De ventilatoren zijn gegroepeerd in clusters, waarvan er vaak meerdere in de tunnel zijn aangebracht om de luchtstroom op snelheid te houden. Langsventilatie is geschikt voor tunnels tot zo'n 4 kilometer lengte en kan beter dan dwarsventilatie overweg met grote branden met hevige rookontwikkeling. Dwarsventilatie (afb 2) Bij dwarsventilatie in een wegtunnel wordt de lucht om de zoveel meter via openingen in het tunnelplafond afgezogen, en wordt verse lucht via een andere opening in de tunnel geblazen. De 'vuile', afgezogen lucht wordt via een afvoerkanaal boven het plafond afgevoerd naar buiten. Dwarsventilatie wordt veelal gebruikt in: * tunnels met tweerichtingsverkeer in één tunnelbuis * lange tunnels, waarvoor langsventilatie niet geschikt is. Veel bergtunnels zijn voorzien van dwarsventilatie. VERSIE 010412 6

Afb 1: Langsventilatie TUNNELVENTILATIE Bovenaanzicht van een wegtunnel, met in iedere buis twee clusters ventilatoren. Naar het eind van de tunnelbuis wordt de weggeblazen lucht steeds vuiler. Afb 2: Dwarsventilatie Doorsnede van een bergtunnel in de breedte, met tweerichtingsverkeer en 'vals plafond' waarboven de aan- en afvoerkanalen lopen. VERSIE 010412 7

TUNNELVENTILATIE Langsventilatie in de Leidsche Rijntunnel In de Leidsche Rijntunnel is langsventilatie toegepast. In elk van de vier tunnelbuizen hangen twee groepen straalventilatoren (afb 1). Kijkend in de rijrichting zijn dat: 1. een groot ingangscluster bij de ingang van de tunnelbuis (afb 2) 2. een kleiner tunnelcluster op ongeveer 450 meter vanaf de ingang van de tunnelbuis (afb 3). Het tunnelcluster ondersteunt het ingangscluster. De ventilatie is regelbaar en wordt alleen wanneer nodig ingeschakeld. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld als sensoren aangeven dat de luchtkwaliteit in de tunnel beneden een bepaalde norm komt, of wanneer zich in de tunnel een incident voordoet (afb 4). Afb 1: Langsventilatie in de Leidsche Rijntunnel VERSIE 010412 8

Afb 2: Ingangscluster TUNNELVENTILATIE Het ingangscluster van de hoofdrijbaan richting Amsterdam. Op de inzet zijn de rechter twee ventilatoren uitvergroot. Afb 3: Tunnelcluster Je ziet hier een deel van het tunnelcluster. Deze ventilatoren zijn een stuk kleiner dan die van het ingangscluster. VERSIE 010412 9

TUNNELVENTILATIE Afb 4: Langsventilatie voert rook af in de rijrichting De rook van een vrachtwagenbrand wordt door de langsventilatie in de rijrichting afgevoerd. Het inschakelen van de ventilatie in de Leidsche Rijntunnel De ventilatie in de Leidsche Rijntunnel kan op verschillende manieren worden ingeschakeld. Omdat een tijdige en grondige ventilatie van de tunnel letterlijk van levensbelang kan zijn, wordt bij bepaalde gebeurtenissen de ventilatie automatisch geheel of gedeeltelijk ingeschakeld. Ook kan de ventilatie handmatig worden bediend. Automatische inschakeling bij detectie Wanneer sensoren in een tunnelbuis brand (rook, vuur of warmte) detecteren, wordt automatisch de ventilatie in die tunnelbuis op 100% van het vermogen ingeschakeld. De ventilatie in de andere tunnelbuis van dezelfde rijrichting wordt automatisch op 25% van het vermogen ingeschakeld. Bij bijvoorbeeld de detectie van zichtverslechtering of een verhoogde concentratie toxische gassen (uitlaatgassen) wordt de ventilatie automatisch ingeschakeld of naar een hogere stand geschakeld. Calamiteitenbedrijf Wanneer de wegverkeersleider een tunnelbuis in het calamiteitenbedrijf zet, wordt de ventilatie in die tunnelbuis op vol vermogen ingeschakeld en wordt de ventilatie in de andere tunnelbuis van dezelfde rijrichting op 25% vermogen ingeschakeld. VERSIE 010412 10

TUNNELVENTILATIE Foto: ingangscluster van een tunnelbuis van de Leidsche Rijntunnel. Het voorkomen van rookterugslag Bij een brand in de tunnel voert de langsventilatie de rook in de rijrichting af. Bij een brand in een hoofdbuis zou dat kunnen leiden tot rookterugslag: de rook die uit de ene hoofdbuis komt, wordt door de ventilatie in de andere hoofdbuis mee de tunnel in gezogen (afb 1). Deze rook vormt tevens een gevaar voor de gevluchte tunnelgebruikers op de verzamelplaats (afb 1). Om rookterugslag te voorkomen, kan de ventilatierichting van de ventilatoren uit de tunnelclusters worden omgekeerd (afb 2). Zo blijven de tunnelbuizen naast de incidentbuis rookvrij (afb 3). Handmatige bediening Het omkeren van de ventilatierichting van een tunnelcluster gebeurt niet automatisch maar handmatig, bijvoorbeeld na detectie van verminderd zicht in een tunnelbuis. Afb 1: Rookterugslag Rookterugslag VERSIE 010412 11

TUNNELVENTILATIE Afb 2: Omkering ventilatierichting tunnelclusters Afb 3: Voorkomen rookterugslag VERSIE 010412 12

TUNNELVENTILATIE Rookafvoer bij langsventilatie: een demonstratie Het filmpje op www.youtube.com/watch?v=1dl-ldzgyr8 laat een test zien van de langsventilatie in de Holmesdale tunnel op de M25 (autosnelweg) aan de noordkant van Londen. Goed te zien is hoe na het inschakelen van de ventilatie (tijdstip 00:20, de tekst 'fans on' verschijnt in beeld) de rook in de rijrichting wordt afgevoerd. Wat interessant is om te zien, is dat ook voordat de ventilatie wordt ingeschakeld de rook naar één kant de tunnel uit drijft. Dat komt omdat er in een tunnel altijd een luchtstroom staat. Bij autoverkeer door de tunnel is dat nog sterker het geval: de auto's duwen de lucht voor zich uit de tunnel uit. Vergelijk dit met de luchtstroom die je voelt als je op het perron van een ondergronds metrostation staat en een trein het station binnenkomt. Tunnelventilatie en incidenten: voor- en nadelen Bij tunnelincidenten met brand of gevaarlijke stoffen vergroot langsventilatie de veiligheid van tunnelgebruikers en ondersteunt het de inzet van de hulpdiensten. Langsventilatie heeft echter ook bepaalde nadelen waar hulpdiensten tijdens het optreden in een tunnel rekening mee moeten houden. Onderstaande vooren nadelen worden op de volgende pagina's besproken. Voordelen * ervoor zorgen dat de brandweer het incident bovenstrooms kan benaderen * tunnelgebruikers bovenstrooms van het incident ondervinden geen hinder van rook of andere gevaarlijke gassen. Nadelen * de gelaagdheid van de rook wordt verstoord, waardoor het leef- en werkklimaat benedenstrooms van het incident verslechtert * het geluid van de ventilatoren hindert de spraakverstaanbaarheid * door de luchtsnelheid bestaat gevaar voor onderkoeling van slachtoffers. Foto: tunnelcluster in een tunnelbuis van de Leidsche Rijntunnel. VERSIE 010412 13

Bovenstrooms benaderen TUNNELVENTILATIE Bij een brand in een ongeventileerde tunnel zal de rook zich naar alle richtingen door de tunnel verspreiden. De rook verzamelt zich onder het tunneldak, waarna de rooklaag steeds dikker wordt en de brand na verloop van tijd aan het zicht onttrekt. In een dergelijke situatie kan de brandweer niet effectief optreden, omdat het incident niet zichtbaar is en door rook en warmte moeilijk of niet te benaderen is. Dit geldt ook voor een incident met gevaarlijke stoffen: zonder ventilatie zullen gevaarlijke gassen zich door de hele tunnel verspreiden en is er geen (relatief) veilig 'bovenwinds gebied' van waaruit de brandweer zijn inzet kan doen. Bovenstrooms benaderen Langsventilatie zorgt ervoor dat het deel van de tunnel bovenstrooms van het incident rook- en gasvrij blijft, waardoor de brandweer het incident bovenstrooms kan benaderen (illustratie rechts). Warmteafvoer door langsventilatie Warmte van een brand komt op verschillende manieren in de tunnelbuis terecht, onder andere door warmtestroming en door warmtestraling. Door langsventilatie wordt een deel van de stromingswarmte afgevoerd. Langsventilatie heeft echter geen effect op de stralingswarmte die door de brand wordt afgegeven. Dat betekent dat de brandweer ook bovenstrooms nog steeds beducht moet zijn op de stralingswarmte van het incident! Backlayering Wanneer langsventilatie onvoldoende capaciteit heeft, zal een deel van de rook tegen de ventilatierichting in (in bovenstroomse richting) door de tunnelbuis drijven. Dit verschijnsel staat bekend als backlayering. De mensen in het tunneldeel bovenstrooms van het incident ondervinden hier hinder van: * de brandweer, die het incident bovenstrooms benadert * tunnelgebruikers die de tunnel nog niet hebben (kunnen) verlaten, waaronder bijvoorbeeld slachtoffers. VERSIE 010412 14

TUNNELVENTILATIE De langsventilatie in wegtunnels is daarom ontworpen om voldoende krachtig te zijn om backlayering te voorkomen. Maar let op: bij elke tunnelbrand zal backlayering in het beginstadium van de brand optreden, als de volledig ingeschakelde ventilatie nog op gang moet komen. Het filmpje op www.youtube.com/watch?v=3p4lgljw9jw laat backlayering zien bij een brandproef (bak met brandstof) in een ongeventileerde tunnel. Veilig gebied vóór het incident Langsventilatie zorgt ervoor dat bovenstrooms van het incident een veilig gebied ontstaat, waar tunnelgebruikers geen last ondervinden van rook of gas en waar ook de warmte zich minder snel opbouwt. Dat betekent dat tunnelgebruikers die zich daar bevinden: * beter in staat zijn zichzelf in veiligheid te brengen: geen belemmering van het zicht, minder warmte, geen rook of gas * die - bijvoorbeeld omdat ze bekneld zijn - zichzelf niet in veiligheid kunnen brengen een grotere overlevingskans hebben. Illustratie: veilig gebied bovenstrooms van het incident. Verlies gelaagdheid (stratificatie) van rook Langsventilatie heeft ook een aantal nadelen. Eén daarvan is dat de rook benedenstrooms van het incident zijn gelaagdheid (stratificatie) verliest. Op het filmpje over backlayering was duidelijk te zien dat bij een tunnelbrand zich een rooklaag vormt tegen het tunneldak. Beneden die rooklaag is het zicht redelijk en bevat de lucht minder rook. Vluchtende tunnelgebruikers zijn hierdoor beter in staat vluchtdeuren te bereiken om zichzelf in veiligheid te brengen. Bij ingeschakelde langsventilatie gaat de rook benedenstrooms van het incident wervelen en verliest zijn gelaagdheid. Ook de door de langsventilatie meegevoerde stromingswarmte zal zich benedenstrooms van het incident opbouwen. Door dit alles verslechteren de omstandigheden voor de daar (nog) aanwezige tunnelgebruikers, zowel voor automobilisten (vluchten) als voor de brandweer (doorzoeken tunnelbuis, redding). VERSIE 010412 15

TUNNELVENTILATIE Logische keuze ventilatierichting Dit alles lijkt in strijd met het doel van (langs)ventilatie: het vergroten van de veiligheid van tunnelgebruikers en het ondersteunen van de inzet van hulpverleners. Toch is de keuze van de ventilatierichting logisch. Bij een brand in een tunnel zal het verkeer benedenstrooms van het incident de tunnel meestal snel verlaten hebben: de tunnel wordt 'leeggereden'. Daarentegen zal zich bovenstrooms van het incident vaak een file vormen, omdat andere tunnelgebruikers de brand niet kunnen of willen passeren. Bovenstrooms van het incident zullen zich vaak meer tunnelgebruikers bevinden dan benedenstrooms. Langsventilatie ventileert daarom in de rijrichting. Geluidshinder en afkoeling VERSIE 010412 16 Geluidshinder De straalventilatoren die voor langsventilatie worden gebruikt hebben de eigenschap nogal luidruchtig te zijn. Wanneer een cluster van 5-8 ventilatoren op vol vermogen draait, produceert dit een geluidsdruk op oorhoogte van zo'n 85 decibel of db(a). Ter vergelijking: dit is de geluidsdruk van verkeer op een drukke weg op 10 meter afstand, of het geluid van een stationair draaiende tankautospuit in een tunnel, ook op 10 meter afstand. Een gevolg van de geluidsdruk in een tunnel met ingeschakelde ventilatie is dat de spraakverstaanbaarheid sterk vermindert: hulpverleners kunnen elkaar slecht verstaan, medisch personeel wordt gehinderd bij het onderzoeken van slachtoffers. Afkoeling Afhankelijk van onder andere de wind buiten de tunnel, de hoeveelheid stilstaand verkeer (obstakels) en de grootte van een brand (hoe groter het brandvermogen, hoe meer 'tegendruk' de brand geeft), zorgt langsventilatie voor een luchtsnelheid van tussen de 2,5 en 10 meter per seconde

TUNNELVENTILATIE (m/s), in de meeste gevallen zo'n 5-7 m/s. Een gevolg hiervan is het bekende wind chill effect, waardoor de gevoelstemperatuur daalt. Voor tunnelgebruikers, met name slachtoffers die langdurig niet of weinig bewegen, zorgt dit voor afkoeling, of op den duur zelfs voor onderkoeling. Maatregelen tegen geluidshinder en afkoeling De eenvoudigste maatregel tegen geluidshinder en afkoeling is het terugschakelen van de langsventilatie. Wanneer een tunnelbuis in het calamiteitenbedrijf komt (zie eerder in deze module), wordt de ventilatie in de incidentbuis namelijk automatisch op volle sterkte ingeschakeld, terwijl dat niet bij alle incidenten nodig is. Bij elk incident zal daarom worden gekeken of en hoeveel langsventilatie nodig is, en in welke tunnelbuis. Ventilatieprotocol Als dat is vastgesteld, kan contact worden opgenomen met de wegverkeersleider in de verkeerscentrale om de ventilatie eventueel terug te schakelen. De daarbij te volgen procedure is vastgelegd in het ventilatieprotocol. Dit wordt op de volgende pagina uitgelegd. Andere maatregelen Een effectieve manier om de spraakverstaanbaarheid van portofoon- en telefoonverkeer te verbeteren is het afschermen van portofoon of telefoon van geluid door met je rug naar de werkende ventilatoren te gaan staan. De geneeskundige hulpverlening kan gebruik maken van elektrische straalkachels om afkoeling van slachtoffers tegen te gaan. Ook het tijdig afdekken van slachtoffers met dekens is hiervoor van groot belang. Foto: afschermen van de portofoonspreeksleutel. VERSIE 010412 17

Ventilatieprotocol TUNNELVENTILATIE In het ventilatieprotocol is vastgelegd welke mogelijkheden er zijn voor het terugschakelen van de ventilatie in de Leidsche Rijntunnel, en welke procedure daarbij gevolgd wordt. Samengevat: * In normaal bedrijf is de ventilatie, afhankelijk van de zicht- en luchtcondities in de tunnel, ingeschakeld op een vermogen tussen 0 en 100%. Hoe minder het zicht en/of hoe vuiler de lucht, des te hoger de ventilatiestand. * Wanneer de wegverkeersleider (WVL) een tunnelbuis in het calamiteitenbedrijf zet, wordt de ventilatie in die tunnelbuis op 100% geschakeld, en in de andere buis van dezelfde rijrichting op 25%. * Dit 100%-25% regime is ook van toepassing indien sensoren in een tunnelbuis brand (rook, vuur, warmte) detecteren. * Wanneer de veiligheid en de condities in een tunnelbuis dit toelaten (bijvoorbeeld: geen brand), kan de ventilatie in die tunnelbuis worden teruggeschakeld. * Dit verzoek kan alleen door de OVDbrandweer worden gedaan aan de hoogst aanwezige functionaris van Rijkswaterstaat (weginspecteur of OVD-RWS). Deze geeft het verzoek door aan de WVL. * De WVL moet en zal het verzoek tot terugschakelen altijd toetsen aan de metingen en meldingen van de tunneltechnische installaties. VERSIE 010412 18

Toetsvragen: inleiding TUNNELVENTILATIE Deze module wordt afgesloten met een aantal toetsvragen waarmee je zelf kunt controleren of je de informatie van deze module hebt begrepen en onthouden. Het is van belang dat je elke vraag beantwoordt. Aanwijzingen * Je kunt pas doorgaan met een volgende vraag indien de voorafgaande vraag juist beantwoord is. Of een gegeven antwoord juist of onjuist is, wordt door middel van een mededeling en een pictogram aangegeven. * Bij vragen waarbij je één of meerdere antwoorden moet aanvinken, klik je na de selectie op de ronde controleerknop om te checken of je antwoord juist is. * Heb je een vraag fout beantwoord: geen nood. Je kunt dezelfde vraag direct weer opnieuw beantwoorden. Haal alle vinkjes weg die je bij de antwoorden had gezet (zodat je weer met een 'schone lei' begint) en maak opnieuw een selectie uit de antwoorden. * Boven elke toetsvraag vind je een link naar de leerstof waarop deze betrekking heeft. Bij een fout antwoord kun je deze leerstof nog eens doornemen, waarna je de toetsvraag waarschijnlijk wel goed kunt beantwoorden. Rechts: de pictogrammen voor een goed en een fout antwoord. VERSIE 010412 19

Toetsvragen TUNNELVENTILATIE 1. Wat is het doel van tunnelventilatie? (Van de vier mogelijke antwoorden zijn er twee goed!) a) Het schoonhouden van de tunnelatmosfeer b) Het afvoeren van rook, rookgassen en/of andere gevaarlijke gassen c) Het constant houden van de temperatuur in de tunnel d) Het creëren van een natuurlijke atmosfeer in de tunnel 2. Hoe is de langsventilatie in de Leidsche Rijntunnel uitgevoerd? Van de vier mogelijke antwoorden zijn er twee goed. a) In iedere tunnelbuis hangen twee groepen ventilatoren, een ingangscluster en een tunnelcluster b) De ventilatie is regelbaar en wordt alleen indien noodzakelijk ingeschakeld c) In iedere tunnelbuis hangen twee groepen ventilatoren, een ingangscluster en een uitgangscluster d) De ventilatie is regelbaar en staat altijd aan 3. Wanneer wordt de langsventilatie in de Leidsche Rijntunnel automatisch ingeschakeld? (Van de vier mogelijke antwoorden zijn er twee goed!) a) Bij het in het calamiteitenbedrijf zetten van de tunnel b) Bij de detectie van rook, vuur, warmte en/of toxische gassen c) De ventilatie in de tunnel staat altijd aan d) Bij voetgangersdetectie, bij detectie van zichtverslechtering, bij brandmelding en bij een combinatie van signalen 4a. Selecteer in de onderstaande lijst de voordelen van tunnelventilatie. (Van de vier mogelijke antwoorden zijn er twee goed!) a) De brandweer kan het incident bovenstrooms benaderen b) Tunnelgebruikers bovenstrooms van het incident ondervinden geen hinder van rook of andere gevaarlijke gassen c) De temperatuur in de tunnel gaat omlaag d) De zichtlengte in de tunnel wordt langer VERSIE 010412 20

TUNNELVENTILATIE 4b. Selecteer in de onderstaande lijst de nadelen van tunnelventilatie. (Van de vier mogelijke antwoorden zijn er twee goed!) a) De gelaagdheid van de rook wordt verstoord met verslechtering van het leef- en werkklimaat voorbij het incident als gevolg b) Ventilatie veroorzaakt gevaar voor onderkoeling van slachtoffers c) De spraakverstaanbaarheid wordt beter. d) Het gevaar voor onderkoeling neemt af 5. Selecteer uit de lijst de maatregelen die genomen kunnen worden tegen geluidshinder en afkoeling. (Van de zes mogelijke antwoorden zijn er vier goed!) a) Gedeeltelijk uitschakelen van de ventilatie b) Afschermen van portofoon of telefoon c) Gebruikmaken van straalkachels d) Afsluiten van de tunnelmonden om tocht te voorkomen e) Het afdekken van slachtoffers met dekens f) Het verstrekken van de jassen uit de grote hulpposten Toetsvragen afgerond Prima! Je hebt de toetsvragen bij deze module met goed gevolg afgerond. Klik nu opnieuw op het groene pijltje rechts onderin het modulevenster. Je komt dan terug in het modulemenu. Rond vervolgens de module af met het onderdeel Afsluiting, met daarin pagina's met de samenvatting, de verwijzingen en over het afronden van de module. Het is belangrijk dat je ook deze laatste pagina's goed bekijkt, alleen dan zal de database registreren dat je de module volledig hebt afgerond. VERSIE 010412 21

Samenvatting TUNNELVENTILATIE In deze module zijn de volgende onderwerpen aan bod gekomen: Tunnelventilatie Tunnelventilatie houdt de tunnelatmosfeer schoon en voert bij incidenten rook en gevaarlijke gassen af. Naast natuurlijke ventilatie door wind en verkeersstroom bestaat er mechanische ventilatie in de vorm van dwarsventilatie of langsventilatie. Bij langsventilatie voeren clusters straalventilatoren de lucht in de rijrichting af, bij dwarsventilatie wordt de lucht op meerdere plaatsen afgezogen en via een afvoerkanaal boven het tunnelplafond afgevoerd. Ventilatie Leidsche Rijntunnel In de Leidsche Rijntunnel wordt langsventilatie toegepast middels (in elke tunnelbuis) een ingangscluster ventilatoren bij de tunnelmond en een tunnelcluster met kleinere ventilatoren op 450 meter van de tunnelmond. De ventilatie is regelbaar en wordt alleen wanneer nodig ingeschakeld. Dat laatste gebeurt automatisch bij bepaalde gebeurtenissen, met name bij het inschakelen van het calamiteitenbedrijf, bij stilstanddetectie en de detectie van verminderd zicht. Door omkering van de ventilatierichting van het tunnelcluster kan rookterugslag in een tunnelbuis worden voorkomen. Tunnelventilatie en incidenten Voordelen langsventilatie: bovenstrooms van het incident ontstaat een rook- en gasvrij gebied via welk de brandweer het incident kan benaderen en waar tunnelgebruikers betere vlucht- en overlevingskansen hebben. Dit wordt alleen gerealiseerd als de langsventilatie voldoende krachtig is om backlayering te voorkomen. Nadelen van langsventilatie zijn het verlies van rookgelaagdheid, geluidshinder en de kans op onderkoeling van tunnelgebruikers. Mogelijke maatregelen hiertegen omvatten het terugschakelen van de ventilatie volgens het ventilatieprotocol, het afschermen van communicatiemiddelen en het verwarmen van de hulpverleningslocatie. VERSIE 010412 22

Verwijzingen TUNNELVENTILATIE Meer informatie over de onderwerpen uit deze module vind je op de volgende plaatsen: (de links openen in je webbrowser; voor de weergave van PDF'en dient Adobe Reader of Adobe Acrobat op je computer te zijn geïnstalleerd) Een zeer informatieve presentatie over tunnelventilatie is te vinden op de website van Rijkswaterstaat, op www.rws.nl/rws/bwd/home/pdf/tunnel/pao/vov_11a_huijben.pdf. Een uitstapje naar langsventilatie in spoortunnels is te vinden op www.nifv.nl/web/show/id=162377/presentationid=45348/print=true#langsventila tie (klik de printopdracht weg!) Meer over wind chill staat op deze pagina van de KNMI-website: www.knmi.nl/cms/content/31764/gevoelstemperatuur_windchill Module afgerond Bedankt voor je tijd en aandacht! Je bent aanbeland bij de laatste pagina van deze module. Hoe nu verder? 1. Ga na of je alle onderdelen en pagina's van deze module hebt bekeken. 2. Zo ja: sluit de module af door op het groene kruisje rechtsboven in het modulevenster te klikken (let op: niet op het kruisje van je browservenster klikken, dan verlaat je de e-campus!). Je ziet nu opnieuw jouw volledige leerpad, waarin het balkje naast de module die je zojuist hebt afgerond helemaal gevuld is. Pas als je alle modules uit je leerpad hebt afgerond, ben je klaar met jouw opleiding op de e-campus Tunnelveiligheid. Je kunt dit zelf controleren, omdat dan alle balkjes naast de modulenamen in jouw leerpad volledig gevuld zijn. Bij het volledig afronden van je leerpad krijg je geen aparte melding. Alleen het afronden van individuele modules wordt op pagina's als deze uitgelegd. Wanneer de database registreert dat je klaar bent met je leerpad, krijg je een e-mail met daarin een certificaat. VERSIE 010412 23

Antwoorden op de toetsvragen 1. a b 2. a b 3. a b 4a. a b 4b. a b 5. a b c e TUNNELVENTILATIE VERSIE 010412 24