DE ETHISCHE MATRIX WERKBLADEN



Vergelijkbare documenten
WERKBLADEN VOOR DE LEERLINGEN

Velt vzw Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze

Bio. (s)maakt het verschil

WAAR TREK JE DE GRENS? Hoe zouden we landbouwdieren moeten behandelen?

BIO: ETEN & WETEN INTROLES VOOR DE

Veel veld voor vlees, weinig veld voor groenten

Jullie hebben met jullie groep één dag geen vlees gegeten. Hierdoor moet er minder vlees geproduceerd worden.

De kip en het ei. Een kip gaat eieren leggen als ze ongeveer zes maanden oud is. Eén maal per anderhalve dag legt ze een ei.

Chocomelk. van eerlijke handel, biologische landbouw en lokale boeren! Handel, uit respect.

WERKBLADEN VOOR DE LEERLINGEN

Veelgestelde vragen over bio

Ecologie: Excursie naar milieuvriendelijke landbouwbedrijven

Veelgestelde Vragen voor Biogarantie-winkeliers

BIO: ETEN & WETEN INTROLES VOOR DE

BIO? DA S LOGISCH! INTROLES VOOR DE

Welke richting volg je? In welke mate ga je akkoord met volgende stellingen?

Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU

GEÏNTEGREERDE GEWASBESCHERMING IN DE WITLOOFTEELT INLEIDING EN WETGEVEND KADER

Regionale voedselproductie en duurzaamheid. Jasper Scholten 24 september 2013

Goedkoper en gewoner

DE ETHISCHE MATRIX GIDS VOOR DE LEERKRACHT

4.4 Opdracht: de boer

De uitgangspunten van bio Wegwijs in de termen en hun verklaringen: biologisch, ecologisch, bio-dynamisch...

Klonen van dieren. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Uitslag onderzoek Diervriendelijk vlees? EénVandaag Opiniepanel deelnemers Oktober 2009

Eieren & Pluimvee. afrekenen met bacteriën, virussen + schimmels

Bio is niet beter Door Renate van der Zee illustraties Matthias Giesen

Biologische landbouw Dirk Reheul - Guido Van Huylenbroeck

CERTISYS DE LANDBOUWER. VOLLEDIGE FYSIEKE CONTROLE alle percelen gebouwen/stallen dieren(welzijn) voorraden oogsten verwerkingsproces (eventueel)

Blij kuiken of veilig kuiken?

Wat weet jij over biologisch en over de bodem?

UNITING THE ORGANIC WORLD

Velt presenteert: de ecotuin

( BIOLOGISCHE ) Akker- en tuinbouw. Vol met boerenwijsheid én leuke Wist je datjes... CAMPAGNE GEFINANCIERD MET STEUN VAN DE EUROPESE UNIE

Gezondheid & Voeding

Resultaten Panelonderzoek VOEDSELFRAUDE

Meer betalen voor duurzaam? Alleen als de consument weet waarom Duurzaamheidkompas #7 thema: Ken de prijs. December 2011

Aardoliealarm in het bos

De kritische consument

BioDuurzaam - EKO. Bavo van den Idsert - Bionext


Wist u dat... «Wie kiest voor Label Rouge gevogelte, kiest voor kwaliteit, dierenwelzijn en verantwoord maatschappelijk ondernemen»

FAVV ENQUÊTE: DE MENING VAN DE CONSUMENTEN

WAT IS GENETISCHE MODIFICATIE?

Werkboekje. Natuur en milieu educatie. Groep 7. Naam: Fruit in de mix. Dit is een product van Stichting Vogelpark Avifauna

BIOBOER. Maar vandaag is het aardoliealarm. Kijk op je aardoliekaart of er voor jou een probleem is.

Duurzame voedselproductie en voedselzekerheid de onvolmaakte waarheid

In een notendop. 1 De Visie van het Netwerk Stadslandbouw Antwerpen. Het Netwerk stadslandbouw Antwerpen is

BIO: ETEN & WETEN INTROLES VOOR DE

Duurzaam tuinieren. door Lodewijk Hoekstra

Inleiding Het spel Algemeen doel van het spel

Presentatie ei innovatie onderzoek

Duurzame melk in supermarkten

Gezondheid van ons voedsel is biologisch gezonder?

Ons eten en het milieu

Herkomst en Dierenwelzijnseisen

Studienamiddag: Duurzaamheid in de Grootkeuken

VIND JE TUSSEN DE LABELS JE VOEDING NOG? VIND JE TUSSEN DE LABELS JE VOEDING NOG? VIND JE TUSSEN DE LABELS JE VOEDING NOG? VIND JE TUSSEN DE LABELS

Waarom is bioverwerking anders dan gangbaar?

oork omen v an ziekten en pl agen

De filosofie van het voeren

het adres voor een compleet assortiment voor de kip Verstand van buiten leven. LET OP! Het assortiment kan per winkel verschillen.

Directie Voedings- en Veterinaire Aangelegenheden LNV Consumentenplatform Consumentenonderzoek Natuurlijkheid, waarde voor beleid

Op weg naar een zorgvuldige veehouderij in 2020 Ruimte voor initiatieven? Die moet je verdienen!

Wie niet durft te verdwalen vind geen nieuwe wegen

Bionext en Biohuis. Samenwerken in ketenverband. Bavo van den Idsert Directeur Bionext

NATUUR EN BIODIVERSITEIT

De toekomst zal het leren Visie Dierenbescherming op de toekomst van de pluimveehouderij

Inhoudsopgave. In dit e-book worden verschillende onderwerpen behandeld over biologisch eten. De volgende onderwerpen komen aan bod: Biologisch eten.

Het milieu is rechtstreeks verantwoordelijk voor onze gezondheid (zuivere lucht, zuiver water zijn nodig om te overleven.)

Noden in de biologische pluimveehouderij. Ine Kempen (Proefbedrijf Pluimveehouderij) An Jamart (Bioforum)

De noodzaak van een radicale ommekeer in landbouw en veeteelt

BIODIVERSITEIT. RECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS VERsnippering, VER. ONRECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS Klimaatsverandering

Milieuproblemen: Stoffen worden in het milieu onttrokken (deel verwijderen) en er worden andere stoffen aan toegevoegd = veranderen van het milieu.

Champignon teelt. afrekenen met bacteriën, virussen + schimmels

Natuur In Zicht - Biodiversiteit

Gezondheid & Voeding

Eieren op grote schaal

1. De ecologische voetafdruk

Jong & Duurzaam. Klimaat Dieet

Voedsel en Landbouw: tijd om te kiezen!

Transcriptie:

DE ETHISCHE MATRIX WERKBLADEN 170 MILJOEN KIPPEN? KUNNEN WE DAT PIKKEN?

DE ETHISCHE MATRIX: 170 MILJOEN KIPPEN, KUNNEN WIJ DAT PIKKEN? Respect voor: Welzijn Keuzevrijheid Rechtvaardigheid Boeren CEL 1 Voldoende inkomen Goede werkomstandigheden Boeren hebben recht op goede arbeidsomstandigheden en op een eerlijk en voldoende inkomen. CEL 2 Wettelijke voorschriften Ondernemingsvrijheid om te kiezen voor intensieve of biologische landbouw Wettelijke voorschriften beperken de vrije keuze van de boer. Maar hij kan wel zelf beslissen of hij bio kweekt of niet. CEL 3 Eerlijke handel Eerlijke en duidelijke wettelijke voorschriften De boer krijgt een eerlijke prijs voor zijn producten. Wettelijke voorschriften worden voor iedereen op dezelfde wijze toegepast. Dieren CEL 4 Dierenwelzijn Dit principe houdt in: - het voorkomen van dierenleed - het verbeteren van de gezondheid CEL 5 Gedragsvrijheid Waarbij een kip kip mag zijn, en een varken varken. Kooien kunnen deze vrijheid soms verhinderen. CEL 6 Intrinsieke waarde Dieren worden niet louter als economisch product beschouwd, maar als levende wezens. Hun bewustzijn wordt gerespecteerd. Natuur & milieu CEL 7 Natuurbehoud CEL 8 Biodiversiteit CEL 9 Ecologische duurzaamheid Dit verwijst naar de preventie van schade aan natuur en milieu (bodem, water, lucht, dieren, planten)... In het geval van schade moeten herstel- of compensatiemaatregelen worden uitgevoerd. Dit principe houdt in dat we de verscheidenheid aan planten- en diersoorten beschermen en dat we overlevingskansen bieden aan planten- en dieren. Dit principe houdt in: - de zorg voor levensnoodzakelijke bronnen zoals bodem en water; - het verantwoord gebruik van niet-hernieuwbare bronnen (zoals fossiele brandstoffen) en hernieuwbare bronnen (zoals hout); - de beperking van de uitstoot van broeikasgassen. Consumenten CEL 10 Voedselveiligheid en kwaliteit Voedingsmiddelen moeten van goede kwaliteit zijn, en mogen geen gevaar voor je gezondheid inhouden. CEL 11 Keuzemogelijkheden voor de consument De consument moet correct geïnformeerd worden en kan op basis daarvan bewust kiezen. CEL 12 Betaalbaarheid Beschikbaarheid Basisvoedingsmiddelen moeten betaalbaar en ruim beschikbaar zijn via verschillende verkoopskanalen. ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN 3

INLEIDING Wat betekent ETHIEK? Het woord ethiek wordt vaak verkeerd begrepen en wel eens verward met geloof, of met gevoel. Ethiek wordt beter beschreven als de wetenschap van hoe we zouden moeten leven. Ethische principes: welzijn, keuzevrijheid en rechtvaardigheid. Als je fysiek aangevallen wordt, dan is je welzijn aangetast. Als je belet wordt om de door jou gekozen studierichting te volgen dan is je keuzevrijheid aangetast. Als je beschuldigd wordt van iets wat je niet gedaan hebt, dan is dat niet rechtvaardig. De ethische matrix Welzijn, keuzevrijheid en rechtvaardigheid worden bekeken vanuit verschillende invalshoeken: in relatie tot boeren, consumenten, dieren en milieu. Dit zijn 4 belangrijke groepen in het debat over ethiek met betrekking tot landbouw. Zo bekomen we een ethische matrix, opgebouwd uit 12 vakken. Welzijn Keuzevrijheid Rechtvaardigheid Boeren CEL 1 CEL 2 CEL 3 Dieren CEL 4 CEL 5 CEL 6 Natuur-Milieu CEL 7 CEL 8 CEL 9 Consumenten CEL 10 CEL 11 CEL 12 Het gebruik van de matrix verduidelijkt de positie van de 4 belangengroepen in ethische discussies. Verschilpunten en onenigheden komen op een duidelijke manier naar boven. Hoe gebruiken we de matrix? Bij het gebruik van de matrix geef je aan welke effecten dat het geselecteerde systeem (biologische landbouw intensieve landbouw) volgens jou zal hebben op de ethische principes voor elke belangengroep. Dit doe je aan de hand van een case study, namelijk de kippenteelt, waarbij kippen opgekweekt worden voor hun vlees. Je vergelijkt de ethische impact van de biologische kippenteelt met deze van de intensieve kippenteelt. De scores die worden toegekend variëren in een schaal van +2 (sterk respect voor het principe) tot 2 (maakt een grote inbreuk op het principe). Ook de ik weet het niet -optie kan gebruikt worden. Denk je dat de biologische kippenteelt duidelijk beter is voor een principe, dan geef je een score +2. Als het veel slechter is dan geef je een score 2. Kleinere effecten scoren +1 en 1. De score 0 wordt gebruikt als je denkt dat er geen verschil is in de ethische impact van de twee systemen. Als je geen mening kan vormen dan geef je een?. 4 ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN

DE KEUZEVRIJHEID VAN DE KIP Voor het invullen van de matrix kan je informatie en meningen over de verschillende systemen lezen. De informatie is gebaseerd op wetenschappelijke en officiële publicaties en helpt je om een oordeel te vormen. Bij het toekennen van een score is het belangrijk om je voor even in de schoenen van de belangengroep te plaatsen. Je probeert je voor te stellen wat het betekent om een landbouwer te zijn als je de score in de rij boeren invult. En hoe het voelt om een kip te zijn als je de vakjes over dierenwelzijn invult. Algemene cijfers en feiten over vleeskippen INTENSIEVE KIPPENTEELT BIOLOGISCHE KIPPENTEELT In Vlaanderen worden elk jaar meer dan 170.000.000 kippen gekweekt voor hun vlees. Het merendeel wordt intensief gekweekt. Dit wil zeggen dat meer dan 10.000 kippen, vaak 20 à 30.000 kippen samen opgroeien in één kippenstal. Deze kippen komen nooit buiten en hebben een gemiddelde oppervlakte van 0,04 m 2 per kip. Ze worden geslacht als ze ongeveer 40 dagen oud zijn. Dan wegen ze ongeveer 2 tot 2,5 kg. In Vlaanderen worden elk jaar ongeveer 100.000 bio-vleeskippen gekweekt. Biologisch gekweekte kippen zitten hoogstens met 4.800 kippen in één stal en hebben meer binnenruimte: 0,10 m 2 per kip. Ze hebben ook een buitenloop van min. 4 m 2 per kip. Ze moeten minstens 81 dagen oud zijn vooraleer ze geslacht worden. ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN 5

DE ETHISCHE MATRIX CEL 1 Het welzijn van de boeren De intensieve kippenteelt zorgt voor een voldoende groot inkomen voor de boer. Door goedkopere invoer van kippenvlees vanuit bv. Brazilië, komt dit inkomen echter meer en meer onder druk te staan. Veel kippen samen in de stal zorgen voor veel stof, bv. van hun veren. Dit is een risicofactor in de ontwikkeling van chronische bronchitis en longproblemen voor de boer. In de intensieve teelt bouwen kippen weinig natuurlijke weerstand op. Hierdoor worden ze vatbaar voor allerlei ziektes. Daarom krijgen ze regelmatig geneesmiddelen toegediend (bv. antibiotica), al dan niet gemengd met het voer. Dit gebruik leidt tot resistentievorming bij de aanwezige bacteriën. Op termijn draagt dit bij tot de resistentie van bacteriën die de gezondheid van de mens bedreigen. Zo wordt het steeds moeilijker om bepaalde ziekten bij de mens, en dus ook bij de boer, te behandelen. De biologische kippenteelt kan een voldoende groot inkomen verschaffen. Er zitten minder kippen in één stal, en ze hebben meer plaats. Biokippen hebben ook een buitenloop, waardoor de boer meer buiten vertoeft. Dat kan aangenaam zijn, maar de boeren hebben ook vaak te kampen met slecht weer. Biokippen hebben een hogere natuurlijke weerstand. Daarom krijgen ze minder geneesmiddelen toegediend. Het voer mag geen geneesmiddelen bevatten. Hierdoor is de kans op resistentievorming tegen deze geneesmiddelen bij bacteriën klein. Ook de kans op resistentievorming van bacteriën bij de mens en dus ook de boer, wordt hierdoor kleiner. 6 ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN

CEL 2 Keuzevrijheid voor de boer Kippenboeren moeten heel wat wetten respecteren vooraleer ze van start kunnen gaan met een kippenkwekerij. Er zijn bijvoorbeeld regels voor de bouw van hun stallen. Ook het opkweken van de kippen is gebonden aan specifieke wetten. Zo bestaan er wetten over: - huisvesting en hygiëne; - welzijn van de kippen tijdens verblijf in de stal en op transport; - bestrijding van ongedierte; - eisen i.v.m. reiniging en ontsmetting. Elke kippenboer moet deze wetgeving toepassen. Elke kippenboer maakt dagelijks kans op een controle want controleurs doen geregeld steekproeven. Bio-kippenboeren moeten alle regels en wetten opvolgen die opgelegd zijn aan andere boeren. Alle wetten die hiernaast beschreven zijn, zijn sowieso ook van toepassing bij de biokippenkweker. Daarnaast moeten bio-kippenhouders ook strikt het lastenboek voor de biologische teelt volgen. Als ze hieraan voldoen, krijgen bioboeren het biocertificaat voor hun kippen. Gemiddeld worden bio-kippenhouders jaarlijks 1 tot 2 keer per jaar soms onaangekondigd gecontroleerd om na te gaan of ze de wetgeving bio respecteren. Deze biocontrole houdt in: - controle van de buitenloop ; - fysieke controle van de stallen (grootte, aantal kippen in de stal, ); - fysieke controle van de voeders en aanwezige geneesmiddelen; - staalname van de voeders; - boekhoudkundige controle om de aankoop en verkoop op te volgen, bv. van kippen, voeders, De bio-kippenboer moet met meer wetten rekening houden, en wordt meer gecontroleerd. Dat is een rechtstreeks gevolg van de keuze die hij maakte om biologisch te kweken. ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN 7

CEL 3 Rechtvaardigheid voor de boer Vlaamse boeren moeten vaak vechten voor een eerlijke prijs. Supermarkten willen de prijs voor de klant zo laag mogelijk houden. Hierdoor wordt de boer verplicht om zo goedkoop mogelijk kippen op te kweken. De boer zelf heeft het moeilijk om zo voldoende geld te verdienen. Goedkope invoer, bv. van kippenvlees uit Brazilië, waar de mensen minder verdienen en de kippen in minder hygiënische omstandigheden gekweekt worden, bedreigen het inkomen van de Vlaamse boer. Vlaamse bioboeren moeten vaak vechten voor een eerlijke prijs. De bioboer krijgt een hogere prijs voor zijn biokippen van bv. de supermarkten, maar heeft ook meer kosten bij de opkweek: bv. de grond voor de buitenloop, duurder biologisch voedsel, een grotere stal voor eenzelfde aantal kippen, meer tijd nodig voor de kweek Supermarkten kopen soms biokippen in het buitenland omdat ze daar iets goedkoper zijn. Dit is onder meer mogelijk omdat er meer biokippenkwekerijen zodat er een continu aanbod is. De Vlaamse bioboer moet dus zo kostenefficiënt mogelijk kweken om aan de supermarkten te kunnen leveren. 8 ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN

CEL 4 Dierenwelzijn De intensieve kippenkweek heeft weinig oog voor het natuurlijk gedrag van de kip. De kippen komen nooit buiten, en leven met duizenden op een kleine oppervlakte samen in een stal (minstens 0,04 m 2 per kip). Deze hoge aantallen verhogen de stress bij kippen waardoor ze elkaar beginnen pikken. Omdat ze altijd binnen leven in gecontroleerde omstandigheden (temperatuur, vochtigheid en lichtinval worden meestal computergestuurd) bouwen ze weinig natuurlijke weerstand op. Hierdoor worden ze vatbaar voor allerlei ziektes. Daarom krijgen ze regelmatig geneesmiddelen toegediend, bv. antibiotica of coccidiostatica. De kippen worden geslacht na ongeveer 40 dagen. De snelle groei door het gebruik van krachtvoer en geneesmiddelen, leidt bij de dieren soms tot gewrichtsproblemen en kreupelheid. Het uitgangspunt van de biokweek is dat kippen hun natuurlijk gedrag kunnen uiten. Dit houdt in dat biokippen: - een buitenloop hebben met ruime afmetingen (4m 2 per kip); - een binnenruimte hebben min. 0,1 m 2 per kip; - in groep kunnen leven; - hun snavel niet systematisch afgekapt wordt zodat ze in de grond kunnen pikken. Hierdoor wordt de natuurlijke weerstand van de kippen groter. Geneesmiddelen zoals antibiotica zijn enkel toegelaten om ernstige ziekten te bestrijden. De minimum slachtleeftijd van 81 dagen maakt dat de kippen trager kunnen opgroeien. Biologische vleeskippen leven langer. ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN 9

CEL 5 Gedragsvrijheid In de stal is de mogelijkheid tot natuurlijk gedrag beperkt. Kippen kunnen in de stal niet onbeperkt scharrelen, stofbaden nemen, vleugels strekken of flapperen met de vleugels. Rustperiodes worden gemakkelijk verstoord door andere kippen. De kippen hebben buitenloop en meer ruimte in de stal. Dat komt meer tegemoet aan hun natuurlijke behoeften. Biokippen kunnen meer scharrelen, stofbaden nemen, hun vleugels eens strekken of in een hoekje uitrusten. CEL 6 Intrinsieke waarde De intensieve kippenkweek streeft naar een snelle gewichtstoename. Na ongeveer 40 zijn ze slachtrijp en worden ze naar het slachthuis gebracht. Het slachten van een intensief gekweekte kip gebeurt op dezelfde wijze als een biokip. De biologische kippenkweek geeft de kip meer kansen om op een natuurlijke wijze te leven en op te groeien. Zo kunnen ze op een diervriendelijker wijze dubbel zo oud worden als een intensief gekweekte kip (minimaal 81 dagen). Het slachten van een biokip gebeurt op dezelfde wijze als van een intensief gekweekte kip. 10 ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN

CEL 7 Natuurbehoud Bij de teelt van de gewassen (granen, oliehoudende zaden, ) die aan de kippen te eten gegeven worden, gebruikt de boer pesticiden tegen insecten en onkruid. Resten van deze pesticiden blijven achter in het milieu (bodem, lucht, water). Grote hoeveelheden kippen produceren grote hoeveelheden mest. Omdat de boer zelf geen grond heeft om de mest uit te strooien, moet hij ze elders kwijtraken. Omdat er veel van zulke intensieve bedrijven (veel mest, weinig grond) zijn, ontstaat er een mestoverschot. Daardoor vergroot de kans op overbemesting: er wordt te veel mest uitgestrooid op de beschikbare landbouwgrond. Overbemesting vervuilt het grondwater met nitraten en ligt mee aan de oorzaak van het verdwijnen van verschillende plantensoorten. Sinds de jaren 90 wordt de mestproductie in Vlaanderen gereglementeerd via het Vlaams MestActiePlan (MAP). Bij de teelt van biologische voedergewassen is het gebruik van synthetische pesticiden verboden. Enkel een paar natuurlijke bestrijdingsmiddelen zijn toegelaten. Zo vrijwaart de biologische boer het milieu (bodem, lucht, water) van schadelijke residu s. Biologische kippen produceren ook mest. Het aantal kippen dat een biokweker mag houden, wordt bepaald door de hoeveelheid landbouwgrond die hij, of een collega bioboer, heeft om de kippenmest op uit te strooien. Zo voorkomt de wetgeving bio dat er een mestoverschot ontstaat. De mest van buiten lopende kippen komt grotendeels in de bodem terecht. De norm die de hoeveelheid mest, en dus het exacte aantal kippen bepaalt, komt overeen met de norm die de Europese wetgeving vastlegt om nitraatvervuiling van het grondwater te voorkomen. ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN 11

CEL 8 Biodiversiteit De grote hoeveelheid mest en het gebruik van pesticiden oefenen druk uit op de natuurlijke biotoop. Mede hierdoor is de biodiversiteit de voorbije decennia achteruit gegaan. Intensieve landbouwsystemen streven naar een verregaande optimalisatie. In deze context hebben hagen en heggen, solitaire bomen, kleine velden, minder kans en streeft de boer naar grote, aaneengesloten velden zonder hindernissen. Soorten die vroeger algemeen waren, zoals de veldleeuwerik, zijn nu zeldzaam geworden. Een intensieve kippenkwekerij neemt minder ruimte in dan een biokippenkwekerij. Op een bioboerderij wordt er bij de kweek van de voedergewassen ruime vruchtwisseling toegepast: Hagen, heggen bieden overlevingsplaatsen aan vogels en kleine zoogdieren. Hier geldt een verbod op gebruik van pesticiden en kunstmest en worden organische meststoffen gebruikt. Het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (ggo s) is verboden. Studies hebben aangetoond dat er op biologische bedrijven in vergelijking met intensieve bedrijven, 5 keer meer wilde plantensoorten voorkomen, 25% meer vogels zijn, en er 60% meer geleedpotigen zijn. Er zijn bv. 3 keer meer niet-schadelijke vlinders. De bio-kippenkwekerij neemt veel meer beschikbare ruimte in dan een intensieve kippenkwekerij. 12 ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN

CEL 9 Ecologische duurzaamheid De intensieve kippenteelt verbruikt veel niet-hernieuwbare energiebronnen voor de productie van kunstmest en pesticiden en voor verwarming van de stallen in de winter. Pesticiden die in de teelt voor voedergewassen gebruikt worden, doden vele bodemorganismen, insecten en grotere dieren. Ze vernietigen ook onkruidgewassen. Deze werkwijze heeft als gevolg dat er mindere natuurlijke voedselbronnen (zaden, insecten, ) zijn voor vogels en kleine zoogdieren. Biologische landbouw is niet erg afhankelijk van niet-hernieuwbare energiebronnen zoals fossiele brandstoffen die gebruikt worden om kunstmest en pesticiden te produceren. Ook stallen met biokippen worden in de winter verwarmd. De biologische landbouw tracht via preventieve maatregelen (rassenkeuze, natuurlijke vijanden, vruchtwisseling,..) plagen en ziekten in bedwang te houden. Hierdoor wordt de natuurlijke voedselketen minder aangetast. ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN 13

CEL 10 Consumentenwelzijn Veel pesticiden die in de voedselproductie gebruikt worden, zijn giftig voor mensen. Er is een grote bezorgdheid omtrent de invloed van pesticidenresidu s in het milieu op de menselijke gezondheid. Dit geldt ook voor pesticiden die gebruikt worden bij de kweek van kippenvoer. Rauw kippenvlees kan schadelijke bacteriën zoals Salmonella, bevatten. Omdat er veel kippen op een kleine oppervlakte gekweekt worden, is de kans op massale verspreiding bij een besmetting groot. Het regelmatig gebruik van geneesmiddelen in de kippenteelt, kan leiden tot het ontstaan van resistente bacteriën. Dit gebruik kan op lange termijn de veiligheid van de consument in gevaar brengen. De overheid voert strenge controles uit bij alle kippenkwekers. Dat betekent dat alle kippenvlees in het winkelrek veilig en gezond is voor de consument. Synthetische pesticiden zijn verboden in de biologische landbouw. Rauw bio-kippenvlees kan schadelijke bacteriën zoals Salmonella, bevatten. Biokippen scharrelen buiten in de grond en komen zo gemakkelijk in contact met deze bacteriën. Omdat hun natuurlijke weerstand hoger is, en ze langer leven, is de kans reëel is dat ze over de besmetting overgroeien voordat ze geslacht worden. Omdat ze in kleinere groepen gehouden worden, is de kans op massale verspreiding bij een besmetting klein. Aangezien ze buiten lopen, staan ze ook meer bloot aan algemene milieuvervuiling, zoals dioxines in de lucht of in de bodem. Biokippen hebben een hogere natuurlijke weerstand. Daarom krijgen ze minder geneesmiddelen toegediend. Ook de kans dat bacteriën resistent worden tegen antibiotica bij de mens verkleint hierdoor. Sommige onderzoekers zijn ervan overtuigd dat bio gezonder is dan nietbio. Anderen betwisten dit. Het wordt verder onderzocht. 14 ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN

CEL 11 Consumentenkeuze In de winkelrekken liggen heel wat vleeskippen. Deze producten voldoen aan de minimale wettelijke vereisten, en soms aan extra voorschriften. Dit is voor de consument echter niet altijd te achterhalen. Zo wordt bijvoorbeeld het al of niet gebruiken van antibiotica bij de opkweek van de kip niet op het etiket of de verpakking vermeld. Import uit verre landen verhoogt de onduidelijkheid, waardoor de consument niet meer weet wat hij juist koopt. Het gebruik van de termen bio, biologisch, eco... werd in 1991 door de EU wettelijk beschermd. Deze termen en de aanwezigheid van een biolabel op de verpakking (Biogarantie, EKO, AB, ), geven de garantie dat producten geteeld en verwerkt zijn volgens de regels van de biologische teelt én dat het productieproces gecontroleerd is door onafhankelijke controleorganisaties. ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN 15

CEL 12 Consument en rechtvaardigheid Betaalbaarheid en beschikbaarheid Voedingsmiddelen uit intensieve systemen zijn (veel) goedkoper dan bioproducten. Dit komt omdat de productie van een intensieve kip minder kost voor de boer. Er is geen buitenloop, de kippen hebben minder ruimte binnen, ze worden sneller geslacht: allemaal factoren die de kostprijs per kip doen dalen. De dieren worden in grotere aantallen samen gekweekt en dat is economisch efficiënter. De gangbare landbouw veroorzaakt aanzienlijke kosten die met belastinggelden worden betaald of op de volgende generaties worden afgewenteld. Denk bijvoorbeeld aan de kosten voor waterzuivering om pesticidenresidu s te verwijderen. Die pesticiden worden gebruikt bij de teelt van voedergewassen voor de kippen. Dat merk je niet bij de aankoop van je kip, maar later wel als belastingbetaler. Toch is de lage prijs van intensief gekweekte kippen een belangrijk pluspunt voor veel consumenten. Biovlees kost meer dan gangbaar vlees. De kost om een biokip te kweken is hoger. Het voeder is biologisch geteeld, en duurder. Biokippen leven langer, ze hebben een uitloop en ruimere stallen. Als je een biokip koopt, betaal je dus mee voor het langere leven en de betere voeding van die kip. Tenslotte moet ook het omvangrijke controlesysteem, waaraan biologische boeren en bedrijven zich onderwerpen, gefinancierd worden. De prijs van een biokip in de winkel heeft weinig verborgen kosten. Er vindt bij de teelt van de voedergewassen bijvoorbeeld geen vervuiling door pesticiden plaats die via andere financiële wegen hersteld moet worden. Het aanbod van biokippen is beperkt. Je vindt ze in enkele supermarkten, in natuurvoedingswinkels en bij bioslagers. Intensief gekweekte kippen vind je op veel plaatsen: supermarkt, voedingswinkel, slager, op de markt... 16 ETHISCHE MATRIX - WERKBLADEN