Activiteitenbesluit: Horeca

Vergelijkbare documenten
Activiteitenbesluit Horeca

Activiteitenbesluit: Geluid

Activiteitenbesluit Geluid

Geluid. Dag

Bijlage 2: Maatwerkbeleid in het kader van het Activiteitenbesluit

BESCHIKKING WET MILIEUBEHEER

Hightide surf&food/kennemerstrand/802/ijmuiden

Activiteitenbesluit: Lozingen

Akoestisch onderzoek tennisvereniging de Munnik. Uitwerkingsplan de Plantage te Leiderdorp

(ontwerp) MAATWERKBESLUIT. Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit)

Geluid: RO en activiteitenbesluit

Vestigen/overnemen horecabedrijf

Notitie "geluid afkomstig van horecabedrijven en. evenementen in Oisterwijk"

Activiteitenbesluit. Modernisering algemene regels Wet milieubeheer

Maatwerkvoorschriften

Notitie akoestisch onderzoek

1. Aanleiding Conclusie... 7

OMGEVINGSDIENST FLEVOLAND & GOOf EN VECHTSTREEK

MAATMERKVOORSCHRIFT WET MILIEUBEHEER

Activiteitenbesluit en geluidhinder

Beschikking maatwerkvoorschriften

Wet milieubeheer. Beschikking maatwerkvoorschriften

Stemgeluid van terrassen

Akoestisch onderzoek van Limburg Stirum korpsen, Zeuven Heuvels 20 te Wezep

Voedingsmiddelen onder algemene regels

Akoestisch onderzoek. Onderwerp Gemaal 2e Bloksweg te Waddinxveen Datum 30 mei 2016 Geluidwaarnemer Maarten Groen Kenmerk

Beschikking maatwerkvoorschriften

BEOORDELING GEURHINDER

WET MILIEUBEHEER MAATWERK ACTIVITEITENBESLUIT MILIEUBEHEER

Akoestisch onderzoek Industrielawaai Bestemmingsplan Voorofsche Zoom te Boskoop

ARDEA acoustics & consult v.o.f. Jupiterlaan BE LEIDEN telefoon : fax :

Maatwerkvoorschriften

Akoestisch onderzoek partycentrum Zwembad De Zijl. Paramaribostraat 66, 2315 VK Leiden. (gemeente Leiden)

Beschikking maatwerkvoorschriften

Dirk van den Broek Supermarkten Van Wijngaarden Postbus AB Beverwijk. Betreft: Besluit op verzoek om Maatwerkvoorschriften

Akoestisch onderzoek evenementen Landgoed kasteel de Berckt te Baarlo ten behoeve van een ruimtelijke onderbouwing

Antwoorden AIM sessie Auznl3qpx2n

M R001 Nota geluidsbeleid. Bijlage 1. Verklarende woordenlijst

Akoestisch onderzoek Geluid in de omgeving ten gevolge van sportactiviteiten op sportpark Kleine Vink te Nieuwerkerk aan den IJssel

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting. Vos Zand en Grind BV te Ellertshaar

ONTWERPBESCHIKKING MAATWERKVOORSCHRIFTEN ACTIVITEITENBESLUIT MILIEUBEHEER

1. Inleiding Inrichtingen Festiviteiten Evenementen Overige geluidhinder

MAATWERKBESLUIT. Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit)

Zaaknummer: Vergunninghouder: S. van Dusschoten Projectomschrijving het oprichten van een hondenschool. Overwegingen ruimtelijke ordening

Antwoorden AIM sessie Asww88b6w9k

BESCHIKKING WET MILIEUBEHEER

Daniël Hake Datum advies 6 mei 2013, v4.2 Guido Distelbrink, Adviseur milieukwaliteit (geluid)

Datum: 27 september Versie: 1. ing. Aljan Gal / Sietze Boonstra

(ONTWERP)BESCHIKKING AMBTSHALVE INTREKKING VOORSCHRIFTEN VAN DE OMGEVINGSVERGUNNING. Schipper Recycling B.V.

Toelichting hoofdstuk 4

In de zienswijze zijn 2 aspecten die opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden. Dat zijn geluidsaspecten en woongenot.

1 2AUG ilundi T.a.v. de heer R. Kreefft Herenstraat CB BERKEL EN RODENRIJS. Ons kenmerk Uw kenmerk Datum

Handhavingsbeleid horeca Boxtel

H.G.I. ADVIESBUREAU VOOR GELUIDSISOLATIE

Beschikking maatwerkvoorschriften

De VNG-publicatie omschrijft voor de beoordeling van geluidhinder het volgende stappenplan:

Afvalstoffenverordening 2017 gemeente Aalten

Beschikking Wet milieubeheer

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting

Meldingsformulier Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit)

Dutch HealthTec Academy te Utrecht

Nationale geluidshinderdag

AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI KIVIT STAALBOUW BV, GEBOUWDEEL A & B1, SANDERBOUTLAAN, ELSLOO RAPPORTNUMMER

BESCHIKKING. Maatwerkvoorschrift Activiteitenbesluit. datum: 6 mei 2015 Gemeente Oost Gelre zaaknummer: 12499

WET MILIEUBEHEER Maatwerk Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer besluit

Beleidsregels Terrassen April 2017

Akoestisch onderzoek Kastanjelaan 4a te Staphorst

Afvalstoffenverordening gemeente Beesel 2018

Transcriptie:

Activiteitenbesluit: Horeca Januari 2008 Met de modernisering van de VROM-regelgeving verandert er veel voor bedrijven en overheden. Door het nieuwe Activiteitenbesluit is ook een aantal regelingen voor de horecabranche aangepast. Dit informatieblad informeert horecaondernemers over de regels op het gebied van geluid, vetlozingen, geur, opslag van koolzuur en afvalstoffen en de veranderingen hierin ten opzichte van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. De volledige tekst van het Activiteitenbesluit is te bekijken via www.overheid.nl. Nadere informatie is te vinden op de websites www.vrom.nl, www.infomil.nl en www.horeca.org. Geluid Het Activiteitenbesluit biedt bescherming tegen lawaai afkomstig van horeca-inrichtingen. Zowel bestaande als nieuwe horecainrichtingen moeten zich in beginsel houden aan de standaard geluidsnormen, zoals vermeld in onderstaande tabel. L Ar,LT op de gevel van gevoelige gebouwen L Ar,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen L A max op de gevel van gevoelige gebouwen L A max in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 07:00 19:00 19:00 23:00 23:00 07:00 uur 50 db(a) 45 db(a) 40 db(a) 35 db(a) 30 db(a) 25 db(a) 70 db(a) 65 db(a) 60 db(a) 55 db(a) 50 db(a) 45 db(a) L Ar,LT staat voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en betekent grosso modo het gemiddelde geproduceerde geluid gemeten over een langere periode. L A max is het maximaal toegestane geluidsniveau in die periode. Al het geluid dat veroorzaakt wordt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen en de werkzaamheden die in de inrichting worden verricht, vallen in beginsel onder de geluidnormen. Ook het laden en lossen van vrachtwagens ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting vallen hieronder. Met aanpandige gebouwen worden gebouwen bedoeld die via de constructie aan de horecagelegenheid zijn verbonden, waardoor geluidsoverdracht kan plaatsvinden. De geluidnormen binnen aanpandige woningen gelden binnen de woonkamer, de slaapkamer en de keuken als zij meer dan 11 m 2 vloeroppervlak hebben. Sommige begrippen, zoals gevoelige gebouwen en terreinen, zijn gewijzigd en in lijn gebracht met de begrippen in de Wet geluidhinder. Bij woningen op bedrijventerreinen gelden 5 db(a) hogere geluidsnormen. Voor woningen op gezoneerde industrieterreinen gelden geen geluidsnormen, maar daarvoor in de plaats geldt de L Ar,LT norm op een afstand van vijftig meter van de inrichting.

02 Maatwerkmogelijkheden De gemeente kan gemotiveerd en onderbouwd technische voorschriften stellen aan een inrichting om aan de geldende geluidsnorm te voldoen. Ook heeft de gemeente de mogelijkheid om hogere of lagere geluidsnormen op te leggen voor de gehele inrichting of voor een specifieke activiteit, anders dan feestjes. Hierbij kunnen aanvullende eisen gesteld worden, zoals aan de duur van de activiteit, het treffen van maatregelen of het tijdstip van de activiteit. Overgangsrecht Voor bestaande inrichtingen zijn in paragraaf 6.5 van het Activiteitenbesluit diverse overgangsregelingen opgenomen. Voor inrichtingen die al zijn opgericht voor december 1992 kunnen bijvoorbeeld tot 5 db(a) hogere geluidsnormen op de gevel gelden. Daarnaast gelden er geen geluidsnormen bij dienst- en bedrijfswoningen die bij de eigen inrichting of bij de inrichting van derden horen en voor inrichtingen die voor de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit, vielen onder het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. Geluidsbronnen die niet onder geluidsnormen vallen Een aantal geluidsbronnen valt niet onder de geluidsnormen, zoals stemgeluid van bezoekers en piekgeluid van bezoekersverkeer. De belangrijkste twee zijn echter: Stemgeluid van terras Stemgeluid van bezoekers op een terras is niet in de beoordeling van bovenstaande geluidsnormen meegenomen. Als we dat wel zouden doen, dan zou het in veel gevallen onmogelijk zijn om een terras in gebruik te hebben. Het geluid dat afkomstig is van terrassen wordt weliswaar niet of nauwelijks afgeschermd, maar er wordt vanuit gegaan dat deze geluiden opgaan in het omgevingsgeluid. De regel is als volgt: het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, wordt bij het bepalen van het geluidsniveau buiten beschouwing gelaten. Uitzonderingen: Overdekte terreinen. Een voor publiek toegankelijk onbebouwd deel van de inrichting. Hiermee bedoelen we dus buitenterreinen zoals tuinen of terrassen die voorzien zijn van een vaste overdekking. Dus niet met een zonnescherm of luifel. Verwarmde terrassen. Deze nodigen uit tot een gebruik in alle jaargetijden Binnenterreinen. Hiermee worden buitenplaatsen bedoeld die omsloten zijn door bebouwing. Het omgevingsgeluid is hier doorgaans veel lager. Stemgeluid van het terras zal dan eerder leiden tot overlast. Voor deze uitzonderlijke situaties gelden de geluidnormen uit artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit dus wel. Onversterkte muziek Ook onversterkte muziek is vrijgesteld van de geluidsnormen. Een gemeente kan door een verordening afwijkende regels stellen. In principe is onversterkte muziek binnen het bedrijf en op het terras mogelijk. Bij de laatste kan echter wel een akoestisch onderzoek gevraagd worden. Bedrijfsduurcorrectie Het toepassen van een bedrijfsduurcorrectie bij muziekgeluid is niet meer toegestaan. De bedrijfsduurcorrectie is de correctie als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Dit is de logaritmische verhouding tussen de tijdsduur dat de geluidsbron gedurende de beoordelingstijd in werking is, en de duur van die beoordelingsperiode. Met artikel 6.14 van het Activiteitenbesluit kan het bevoegd gezag door een maatwerkvoorschrift bepalen dat er voor muziekgeluid in de nachtperiode toch een bedrijfsduurcorrectie mag worden toegepast. Aan de maatwerkbepaling kan een einddatum gekoppeld worden. Horecaconcentratiegebieden De gemeente kan met een gemeentelijke verordening een concentratiegebied voor horeca aanwijzen, waardoor een hogere geluidsnorm geldt. Met andere woorden: er mag dan dus meer geluid geproduceerd worden. Een dergelijke mogelijkheid was ook al in het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen

03 milieubeheer opgenomen. Voorlopig blijft dezelfde mogelijkheid zoals opgenomen in het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer gehandhaafd. In de toekomst zal de mogelijkheid voor gebiedsgericht geluidbeleid uitgebreid worden, zodat gemeenten via een verordening ook lagere normen kunnen opleggen voor woon- of landschappelijke gebieden. Collectieve en incidentele festiviteiten Bij het vieren van collectieve festiviteiten en activiteiten met een maatschappelijk belang bijvoorbeeld carnaval of kermis kan de gemeenteraad met een verordening vaststellen dat de geluidsvoorschriften in een bepaalde periode of gebied niet gelden. Ook festiviteiten in een individuele inrichtingen, bijvoorbeeld een liveoptreden, kunnen onder een vrijstelling vallen, Een gemeente mag zo n vrijstelling voor ten hoogste twaalf dagen per jaar per inrichting afgeven. Akoestisch onderzoek Wanneer het ten gehore brengen van muziek structureel deel uitmaakt van de bedrijfsvoering en uit de aard van het bedrijf onmisbaar is, verlangt de gemeente een akoestisch onderzoek bij de melding. In geval van het enkel afspelen van achtergrondmuziek is een akoestisch onderzoek niet nodig. Wanneer moet er een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd? Als het aannemelijk is dat in enig vertrek van de inrichting het equivalente geluidsniveau (LAeq), veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan 80 db(a). Indien dit vertrek in- of aanpandig is gelegen met gevoelige gebouwen, geldt een verplichtingsgrens voor het doen van akoestisch onderzoek van 70 db(a). Voor de vraag of het aannemelijk is dat het geluidsniveau binnen de inrichting het niveau van 70 of 80 db(a) zal overschrijden, wordt in eerste instantie afgegaan op wat de inrichtinghouder in de melding aangeeft. Daarnaast speelt de aard van de inrichting een rol. In onderstaande tabel staan gemiddelde waarden Type bedrijf Activiteiten langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT ) Restaurant Praten en achtergrondmuziek 70-75 db(a) Cafe Rustig bruin cafe/bar 75-80 db(a) Cafe/bar met jukebox Cafe/bar, drukke bar Cafe/bar, jongerenbar Cafe/bar met dansen 80-85 db(a) 85-90 db(a) 90-95 db(a) 90-100 db(a) Disco Voor ouder publiek 85-95 db(a) Voor jongeren Met live-muziek 90-105 db(a) 95-115 db(a)

04 voor geluid en het soort geluid per bedrijfstype uitgesplitst. De gemeente mag natuurlijk ook altijd bepalen dat een akoestisch onderzoek in een concreet geval niet nodig is. Als er volgens de wetstekst van het Activiteitenbesluit niet standaard een akoestisch onderzoek gevraagd kan worden en de gemeente van mening is dat een onderzoek toch vereist is, dan moet de gemeente dat onderbouwen. De gemeente kan dan binnen een termijn van vier weken na de melding alsnog om een akoestisch onderzoek vragen. Muziek in de buitenlucht Ook wanneer op een locatie in de buitenlucht muziek wordt geproduceerd, moet de inrichting een akoestisch rapport overleggen. Lozingen Iedere inrichting waarin voedingsmiddelen worden bereid waarbij vethoudend afvalwater vrijkomt, is verplicht een vetafscheider en een slibvangput te plaatsen. De achtergrond achter deze maatregel is simpel: rioolverstoppingen door gestold vet komen veel voor en veroorzaken overlast en milieuverontreiniging. Een ander punt is dat een getalsmatige emissiegrenswaarde voor vet in het te lozen afvalwater heel moeilijk te bepalen is. conform de oude NEN 7087 of de nieuwe NEN-EN 1825-2) en goed wordt onderhouden. Zelfs als aan deze voorwaarden is voldaan, is dat geen garantie voor een probleemloze lozing op het riool. Daarom mag redelijkerwijs van de ondernemer worden verwacht dat hij nog een aantal preventieve maatregelen treft. Zoals het zorgvuldig gebruik van reinigingsmiddelen en het voor het spoelen zoveel mogelijk droog van het servies verwijderen van maaltijdrestanten. Bovendien moet de ondernemer eventuele gebreken aan de afscheider of slibvangput direct verhelpen. Het bevoegd gezag heeft hier een toetsende taak. In de NEN-EN 1825 staat dat de vetafscheider ten minste elke maand en bij voorkeur elke veertien dagen geleegd, gereinigd en met schoon water hervuld moet worden. Het Activiteitenbesluit laat een lagere frequentie toe, mits daarmee de goede werking van de vetafscheider wordt gewaarborgd. Ook voorziet het Activiteitenbesluit in een overgangsregeling voor reeds geplaatste afscheiders. Deze bestaande vetputten kennen wat betreft ijkpunten voor onderhoud en reiniging andere uitgangspunten. Uitzonderingen Voor inrichtingen die zijn opgericht voor 1 januari 2008 en vielen onder het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, is in artikel artikel 6.36, lid 2 van het besluit bepaald dat indien er geen vetput binnen de inrichting aanwezig is, dat geacht wordt dat bij maatwerk is toegestaan dat een vetput ook niet nodig is. Lid 5 van artikel 4.109 geeft ruimte voor een uitzondering. Bijvoorbeeld wanneer het bereiden van voedingsmiddelen binnen een inrichting weinig voorkomt, kan dat een reden zijn om geen afscheider te hoeven plaatsen. Naarmate er echter meer bedrijven vethoudend afvalwater op hetzelfde gedeelte van het rioolstelsel lozen, kan het bevoegd gezag in zo n geval toch verplichten tot het plaatsen van een vetafscheider en een slibvangput. Wanneer een vetafscheider vereist is, is het van groot belang dat deze groot genoeg is om het vet te verwerken (gedimensioneerd

05 Voedselrestvermaler Het gebruik van een voedselrestvermaler in de afvoer is expliciet verboden. Het afvalwatersysteem wordt met de lozing van vermalen voedselresten extra belast. Het toelaten van lozing op de riolering via de voedselrestvermaler staat haaks op de uitgangspunten van het Nederlandse afvalscheidingsbeleid. Geur Bij het vervaardigen of bereiden van voedingsmiddelen is geuremissie te verwachten. Zolang deze activiteit en de emissie in aard en omvang overeenkomen met voedselbereiding in een huishouden, is het niet redelijk hier meer of andere eisen aan te stellen dan voor huishoudens zouden gelden. Als er sprake is van bedrijfsmatige voedselbereiding zal er een doelmatige ontgeuringsinstallatie geplaatst moeten worden. Of een afvoerpijp die voldoende hoog is in vergelijking met de omliggende bebouwing en die de uittredende lucht zoveel mogelijk verticaal uitblaast. Dampen die vrijkomen bij grillen (anders dan met houtskool) dan wel frituren of bakken in olie of vet, moeten altijd geleid worden afgezogen door een doelmatig verwisselbaar of reinigbaar vetvangend filter. Een doelmatige ontgeuringsinstallatie moet voldoende capaciteit bevatten om betreffende geurcomponenten te reduceren. De ontgeuringsinstallatie wordt zo vaak als voor een goede werking nodig is, vervangen, gereinigd of geregenereerd. Maatwerkmogelijkheden Het kan zijn dat de geurbelasting ondanks de nieuwe regels te hoog is. Het bevoegd gezag kan in die gevallen een maatwerkvoorschrift inzetten om de geur belasting te verlagen. Ze kan bijvoorbeeld bepalen dat de afzuiging moet worden verbeterd of dat de afvoerpijp van de afgezogen dampen en gassen moet worden verhoogd of verplaatst. Daarnaast staan gedrags maat regelen, bronafzuiging voor het beperken van diffusie-emissies openstaande ramen of deuren of het beperken van de geurbelasting op specifieke tijdstippen op het maatwerkmenu van het bevoegd gezag. Bij de besluitvorming wordt de geurhindersystematiek van de Nederlandse emissierichtlijn (NeR) betrokken. Opslag koolzuurflessen Voor koolzuurflessen met een doelmatige drukontlastvoorziening zijn uit het oogpunt van externe risico s, zoals explosiegevaar, geen bijzondere opslageisen nodig. Dit heeft TNO uit een van haar onderzoeken geconcludeerd. De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen nummer 15 (PGS 15) is dan ook niet van toepassing op de opslag van koolzuurflessen met een doelmatige drukontlastvoorziening. Flessen met blusgas worden in de PGS 15 al uitgezonderd van de desbetreffende voorschriften. Deze uitzondering is ook in het Activiteitenbesluit overgenomen. Opslag koolzuur in tanks De opslag van koolzuur in een bovengronds reservoir is uitgezonderd van de vergunningplicht. De voorschriften in het Activiteitenbesluit stellen de benodigde eisen aan de opslag en het gebruik van bovengrondse stationaire opslagtanks. Voor stationaire bovengrondse opslagtanks met een inhoud van maximaal 300 liter zijn deze voorschriften echter te streng. Daarom geldt voor deze kleinere tanks, die ook geregeld binnen worden gebruikt, andere regels. Voor de opslag van koolzuur in tanks gelden geen interne en externe veiligheidsafstanden. Keuringseisen zijn in het Activiteitenbesluit niet opgenomen, omdat die al in het Warenwetbesluit drukapparatuur staan vermeld. Afvalstoffen Voor de horecaondernemer geldt dat afvalstoffen zowel gevaarlijke als niet-gevaarlijke gescheiden gehouden en gescheiden afgegeven moeten worden, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd. In het Landelijk Afvalbeheersplan is aangegeven wanneer gescheiden inzameling redelijk is. Meer informatie is te vinden in de handreiking Wegen naar preventie bij bedrijven en de Databank met milieumaatregelen en praktijkvoorbeelden op www.infomil.nl. Zwerfafval Degene die de inrichting drijft is, zo vermeldt het Activiteitenbesluit, verplicht alle zwerfafval dat afkomstig is van zijn inrichting op te ruimen. De straal waarbinnen de verplichting tot verwijderen geldt, is 25 meter.

Dit is een publicatie van: Ministerie van VROM > Rijnstraat 8 > 2515 XP > Den Haag > www.vrom.nl VROM 7551 / JANUARI 2008 Ministerie van VROM > staat voor ruimte, milieu, wonen, wijken en integratie. Beleid maken, uitvoeren en handhaven. Nederland is klein. Denk groot. Wanneer een melding doen? Door de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit hoeven bestaande inrichtingen geen nieuwe melding te doen. Een nieuwe melding voor bestaande bedrijven is alleen nodig indien de activiteiten of de werking van het bedrijf wordt gewijzigd. Voordelen van het Activiteitenbesluit voor horecabedrijven. Het opslaan van koolzuur in een tank leidt niet meer tot vergunningplicht. Koolzuurflessen met een doelmatige drukontlastvoorziening hoeven niet meer in een kluis opgeslagen te worden. Rendabele energiebesparende maatregelen In de loop van 2008 vindt u een overzicht van de rendabele maatregelen op een elektronische database op de website van Infomil. Meer informatie De informatie in dit factsheet is ontleend aan de tekst van het Activiteitenbesluit van oktober 2007 en de bijbehorende ministeriele regeling van november 2007. De beschreven informatie is geen volledige weergave van het Activiteitenbesluit. Er kunnen dan ook geen rechten aan worden ontleend. Meer informatie over het Activiteitenbesluit kunt u vinden op www.vrom.nl/activiteitenbesluit. Overheden kunnen terecht bij de helpdesk van InfoMil, via de website www.infomil.nl of telefonisch via 070 373 55 75. Bedrijven kunnen voor meer informatie terecht bij hun koepelorganisatie. Alle informatiebladen die gemaakt zijn rondom het Activiteitenbesluit zijn digitaal beschikbaar op de websites van het ministerie van VROM (www.minvrom.nl) en Infomil (www.infomil.nl) In deze serie Informatiebladen zijn er onder andere over de volgende onderwerpen: het Activiteitenbesluit; ICT; Lozingen; Lucht; Opslag van stoffen; en Geluid. Daarnaast wordt gewerkt aan nieuwe factsheets en zijn er branchespecifieke bladen voor bijvoorbeeld Horeca, Woon- en verblijfsgebouwen, en Zeefdrukkerijen.