Normale Verdeling Inleiding



Vergelijkbare documenten
De normale verdeling

( ) Hoofdstuk 4 Verloop van functies. 4.1 De grafiek van ( ) Spiegelen t.o.v. de x-as, y-as en de oorsprong

Wiskunde D Online uitwerking 4 VWO blok 6 les 2

bijspijkercursus wiskunde voor psychologiestudenten bijeenkomst 9 de normale verdeling (niet in [PW])

6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x ( x 1) Willem-Jan van der Zanden

TI83-werkblad. Vergelijkingen bij de normale verdeling

Kwadratische verbanden - Parabolen klas ms

De normale verdeling. Les 3 De Z-waarde (Deze les sluit aan bij de paragraaf 10 van Binomiale en normale verdelingen van de Wageningse Methode)

Oef 1. Oef 2 Geef het functievoorschrift van g, h en k als a = 1

Wiskunde D Online uitwerking 4 VWO blok 5 les 3

Wisnet-HBO. update maart. 2010

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Bepaalde Integraal (Training) Wat reken je uit als je een functie integreert

Lesbrief de normale verdeling

G0N11a Statistiek en data-analyse: project Eerste zittijd Modeloplossing

VOOR HET SECUNDAIR ONDERWIJS

d. Maak een spreidingsdiagram van de gegevens. Plaats de x-waarden op de x-as en de z-waarden op de y-as.

Eindexamen wiskunde B1 havo 2006-I

Oplossingen hoofdstuk 8

Examen VWO. wiskunde A1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.

Examen VWO. wiskunde B1

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2006-II

VOOR HET SECUNDAIR ONDERWIJS. Kansmodellen. 4. Het steekproefgemiddelde. Werktekst voor de leerling. Prof. dr. Herman Callaert

WISNET-HBO NHL update jan. 2009

Verbanden en functies

Vraag Antwoord Scores

Examen VWO wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Wiskunde De Normale en Binomiale Verdeling. Geschreven door P.F.Lammertsma voor mijn lieve Avigail

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

werkcollege 6 - D&P9: Estimation Using a Single Sample

Werkbladen 3 Terugzoeken

2.1 Lineaire functies [1]

H. 8 Kwadratische vergelijking / kwadratische functie

Functies en symmetrie

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

drie getallen met spreidingsbreedte 11, bijvoorbeeld 5, 9 en 16

Omwentelingslichamen

P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).

Formules Excel Bedrijfsstatistiek

META-kaart vwo5 wiskunde A - domein Afgeleide functies

Exacte waarden bij sinus en cosinus

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Inleiding MATLAB (2) november 2001

figuur 1 80 afstand 70 (km)

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen VWO. wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 donderdag 23 juni 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Boek 2 hoofdstuk 8 De normale verdeling.

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2002-I

het antwoord 0, Antwoordmodel VWO wa II Startende ondernemingen Maximumscore % komt overeen met een kans van 0,4 (per 9 jaar) 1

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

Lang leve invnorm op de TI-83 grafische rekenmachine

Keuzemenu - De standaardnormale verdeling

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Bij alle verbanden geldt dat je, als je een negatief getal in een formule invult, je altijd haakjes om dat getal moet zetten.

wiskunde B pilot vwo 2016-II

leeftijd kwelder (in jaren)

Functies. Verdieping. 6N-3p gghm

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

UNIFORM EINDEXAMEN MULO tevens TOELATINGSEXAMEN VWO/HAVO/NATIN 2009

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2003-II

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

Eerste en derdegraadsfunctie

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Hertentamen 2 januari 2014

Rekenen met de normale verdeling (met behulp van grafisch rekentoestel)

Exact periode 3 Rechte lijn kunde

6.1 Beschouw de populatie die wordt beschreven door onderstaande kansverdeling.

opdracht 1 opdracht 2 opdracht 3 1 Parabolen herkennen Algebra Anders Parabolen 1 Versie DD 2014

extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4

Rekenregels voor het differentiëren. deel 1

Hoofdstuk1 Wat analisten willen..

Eindexamen wiskunde A vwo I

Populaties beschrijven met kansmodellen

Eindexamen wiskunde B havo I

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 13 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde A1,2

Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling

Vergelijkingen met wortelvormen

wiskunde B pilot vwo 2017-II

Functieonderzoek. f(x) = x2 4 x Igor Voulis. 9 december De functie en haar definitiegebied 2. 2 Het tekenverloop van de functie 2

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Opmerking Als bij het aflezen uit de figuur een percentage van 76, 78 of 79 is gevonden, dan hiervoor geen punten in mindering brengen.

Nederland 1% 1% 20% 62% 11% 2% 3% Europa 1% 4% 44% 36% 12% 2% 1%

Eindexamen wiskunde A1 vwo 2001-II

De vergelijking van Antoine

Transcriptie:

Normale Verdeling Inleiding Wisnet-hbo update maart 2010 1 De Normale verdeling De Normale Verdeling beschrijft het gedrag van een continue kansvariabele x. Om kansen te berekenen, moet de dichtheidsfunctie gegeven zijn. De grafiek van de dichtheidsfunctie van een normale verdeling is "klokvormig". Oppervlakken onder de grafiek van de dichtheidsfunctie geven dan de kansen aan. De kans dat bijvoorbeeld bij een normale verdeling met gemiddelde μ =0 en standaarddeviatie σ =1 dat de waarde van de variabele x groter is dan 1.645 is 0.05. In formule is dat bij deze verdeling (zie ook in de figuur hierboven): P x O 1, 645 =0.05

2 Eigenschappen van de standaardnormale verdeling Bij de standaardnormale verdeling heeft de kansvariabele een gemiddelde waarde van μ =0 en standaarddeviatie σ =1. De bijbehorende kromme heeft een klokvorm en is de grafiek van de kansdichtheidsfunctie: 1 e K1 2 x2 2 π De grafiek is symmetrisch t.o.v. de lijn door μ =0 en links en rechts van de top zijn buigpunten. Als we het over de normaalverdeling hebben met deze eigenschap van μ en σ, dan spreken we liever over de kansvariabele z. Deze buigpunten bevinden zich precies bij x =1 en bij x =K1. (In feite dus bij z =1 en bij z =K1) Dat wil zeggen precies bij de waarde van de standaarddeviatie σ links en rechts. De gehele oppervlakte onder de grafiek is precies gelijk aan 1. 3 Standaarddeviatie σ Als de standaarddeviatie niet gelijk is aan 1, wordt de kromme vervormd. De kansvariabele noemen we nu x. Vermenigvuldig met σ ten opzichte van de verticale as (als σ bijvoorbeeld twee maal zo groot wordt, dan wordt de grafiek twee maak zo breed en dus vervang je x door x σ. σ 1 2 π K 1 2 e x σ 2 Omdat de oppervlakte onder de kromme gelijk moet blijven aan 1, wordt de kromme lager als deze breder wordt. De hele functie moet dus gedeeld worden door σ Naarmate dus σ groter wordt, wordt de kromme lager én breder. De waarde van σ correspondeert met de buigpunten van de grafiek. In de figuur loopt σ van 1 (smalle grafiek) tot 4 (brede grafiek).

0.18 0.16 0.14 0.12 0.10 0.08 0.06 0.04 0.02 K10 K5 0 5 10 4 Gemiddelde waarde Als de gemiddelde waarde niet gelijk is aan 0 maar aan een andere waarde bijvoorbeeld μ =5, dan is het enige dat er met de grafiek gebeurt, dat de grafiek een horizontale verplaatsing ondergaat. Als de grafiek 5 naar rechts gaat, dan vervang je in de formule x door x - 5. Als de waarde van de standaarddeviatie σ weer loopt van 1 tot 4, wordt de kromme weer breder en lager, maar nu ligt de verticale symmetrieas bij μ =5. σ 1 2 π e K 1 2 xk5 2 σ 2

0.3 0.2 0.1 K5 0 5 10 15 5 Oppervlakken en kansen De oppervlakte onder de kromme geeft de kans weer. Kijk altijd of je met de grenswaarde links of rechts van het gemiddelde zit en bekijk of de oppervlakte ongeveer de gevraagde kans weergeeft. Het is belangrijk om aan te geven hoeveel maal de standaarddeviatie σ je links of rechts uit het midden zit. Deze excentriciteit z die te maken heeft met de standaardnormale verdeling geeft dus aan "het aantal malen σ uit het midden". Vergelijk de volgende kansen met links de standaardnormale verdeling en rechts de normale verdeling met bepaalde μ en σ. De vorm van de kromme is steeds dezelfde, hooguit breder (en lager) en/of horizontaal verschoven. In de figuur is ook de grootte van σ aangegeven.

Standaardnormale verdeling Normale verdeling 0.3 0.2 0.1 0.18 0.14 0.10 0.06 0.02 K3 K2 K1 0 1 2 3 0 2 4 6 8 10 Normale verdeling met μ = 0 en σ = 1 Normale verdeling met μ = 5 en σ = 2 PzO 0.5 =0.3085 (De grenswaarde heeft excentriciteit z = 0.5) PxO 6 = 0.3085 (De grenswaarde heeft excentriciteit z =0.5) Pz! 0.5 =1K0.3085 = 0.6915 Pz! 6 =1K0.3085 = 0.6915 Standaardnormale verdeling Normale verdeling 0.3 0.2 0.1 K3 K2 K1 0 1 2 3 0.04 0.03 0.02 0.01 0 130 140 150 160 170 Standaardnormale verdeling met μ = 0 en σ = 1 Normale verdeling met μ = 150 en σ = 8 Pz!K1.5 =0.0668 (De grenswaarde heeft excentriciteit z =K1.5) Px! 138 =0.0668 (De grenswaarde heeft excentriciteit z =K1.5) P z OK1.5 =1K0.0668 = 0.9332 PzO 138 =1K0.0668 = 0.9332

5.1 Gebruik van de tabel van de standaardnormale verdeling Bekijk bovenstaande figuur. Rechts zien we schematisch de kans dat x kleiner is dan 138. Deze kans is voorgesteld door het gele oppervlak. Deze verdeling heeft gemiddelde μ = 150 en standaarddeviatie σ = 8. Er moet berekend worden hoe groot de kans is dat x kleiner is dan 138. We "vertalen" de situatie rechts naar in feite dezelfde situatie links. Echter links is het de standaardnormale verdeling (met μ = 0 en σ = 1) Verder komen de figuren verhoudingsgewijs met elkaar overeen. Bekijke nu hoe groot de excentriciteit is rechts. Dat wil zeggen hoeveel maal de waarde van zit je van het midden af: en dat is hier 1.5 8 dat je uit het midden gerekend, naar links zit. 150 K138 Immers = 12 8 8 = 3 = 1.5 De excentriciteit is dus z = -1.5 2 In gedachten klappen we deze situatie om naar rechts zodat het gele staartje naar rechts komt. Als je nu de waarde van de excentriciteit weet: z = 1.5 (en nu dus positief omdat je in gedachten omgeklapt hebt naar rechts), kun je in de tabel van de Standaardnormale verdeling (zie figuur hieronder) de kans aflezen en die is 0.0668. Als je de oppevlakte van het grijze gedeelte wilt weten, kan dat gemakkelijk als je bedenkt dat de oppervlakte onder de hele grafiek gelijk moet zijn aan 1.

Als de excentriciteit in twee decimalen is opgegeven, kun je de in de tabel kijken om de kans uit te rekenen: P(z >1.54) = 0.0618. Je kijkt dan in de kolom (bij 0.04) voor de tweede decimaal van z op de regel van z = 1.5. script van de figuur