DAGEVALUATIETECHNIEKEN

Vergelijkbare documenten
Methodieken en werkvormen Module 11: Evalueren van activiteiten - Diverse werkvormen om te evalueren

om Babbelonië te evalueren

Evaluatiemethodieken voor activiteiten

STELLINGENSPEL. Tijd 10 minuten. Nodig Aanwijzingen voor de docent Stellingen Gekleurde kaartjes (1 per leerling) Flap en stift of bord en krijt

PLEINGEIN SPELENDERWIJS IN GESPREK OVER HET SCHOOLPLEIN

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke

Kinderrechten. Doelstellingen. Materiaal

Mirjams mama en moekie

6. Meningsvorming. doel Kritisch denken voorbereiding op een gesprek over verschillende oplossingen/meningen/enzovoort.

in ZICHT CHIRO IN 2020

ACTIVITEITEN GROEP 3 en 4

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken

Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

optellen 1 Doel: plaats bepalen op de getallenlijn 2 Doel: optellen met de rekentekens + en 3 Doel: optellen van concreet naar abstract Herhalen

Druk de A, B en C vragen op hetzelfde kleur papier af (v.b. op geel papier) Druk de P-vragen op een afwijkende kleur papier af en de D vragen ook.

Overzicht van de coöperatieve werkvormen per leerjaar Tweede leerjaar

Reflectie #Zo dus! Hieronder vind je een aantal oefeningen om te leren reflecteren waar je zelf mee aan de slag kunt.

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte

Stap 1 Voorafgaand aan het bestuderen van een nieuw onderwerp vatten leerlingen in kleine groepjes samen wat ze al van het onderwerp weten.

ontdekken de kinderen hoe een regenboog ontstaat en maken daarbij aantekeningen.

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

WERKEN MET VERHALEN VAN DE HODJA

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID

Uitgeverij Schoolsupport

Waarom ga je schrijven? Om mensen ervan te overtuigen dat een plek in je buurt opgeknapt moet worden.

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

DE BIBLIOTHEEK VAN JE DROMEN? groep A

TAFELTASJE. Tafeltasje is een rugzak met daarin allemaal leuke spelletjes om de maal- en deeltafels in te oefenen. juf Tessa

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

Handleiding Werkvormen Vragen stellen

Wat is Kraak kracht? Kraak kracht

Klap, stamp en sla. Opmerking. Tijd: 1-5 min. Deelnemers: minimaal 2 Materiaal: niets Opstelling: kinderen vormen tweetallen. Verloop van het spel:

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie

Inhoudstafel Luistermoment La J Kinderen Lees dit alvorens te beginnen... 2 Doel van de activiteit... 2 Overzicht... 2 Praktische voorbereiding...

Schoolbrede start (15 min) Zie hoofdstuk Schoolbrede start.

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk

Jongerenverwerking Franciscus Spreekt (duur: 60 minuten)

Lesfiche 3. Rooms-katholieke godsdienst De advent - Welzijnszorg. Ervaren dat je ook mooie geschenken kan wensen waar geen geld voor nodig is.

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

Sorteer netjes! 1. Knip de kaartjes van bijlage 1 uit. Sorteer

Lespakket. Ssst de tijger slaapt. Door: Maike Douglas jufmaike.nl. De lessen met een * ervoor zijn alleen geschikt voor kleuters. ã jufmaike.

Starttest. nee. nee. nee. nee. nee. nee. nee. Doe voorafgaand aan het verhaal de starttest. Kruis hieronder aan wat jij denkt.

Activiteiten introductiefase

Om de beurt halen deelnemers nu de briefjes uit de vuilniszak en lezen ze voor. Bespreek wat erop staat.

Ik ben Stephanie. Ik ben Stephanie

Pasen. Vrolijke paaskaart Leuke kaart om te kleuren die je met Pasen aan iemand kan geven. Bijvoorbeeld je vader, moeder, opa of oma.

Werkvormen bij Elk kind heeft recht op een gelijke behandeling (Uit: Recht in de roos) 1. De gelen en de groenen* Doel. Benodigdheden. Tijd.

Spreekbeurt, en werkstuk

Energie, derde graad Wie van de drie: Kernenergie, Windenergie of Gas

Kinderrechten. Doelstellingen. Materiaal

Liefde, voor iedereen gelijk?

Kijk naar de prenten van de bekende kunstenaar Andy Warhol. Kan je bij elke afbeelding het juiste product en de keersom geven?

DE GROTE VERKEERSTOETS

VERMINDER DE CHAOS IN JE HOOFD DOOR DEZE GOUDEN TIPS. Yvonne Burgmeijer Overmaat 24, 6831 AH, Arnhem

Jaarthema-activiteit Door dik en dun Het grote geluksonderzoek

Thema school. Deze werkbundel is van:

LESSUGGESTIES BIJ DE BOEKENKIST COMING OF AGE - praktijkonderwijs

Inhoudstafel Luistermoment Centrum-West Lees dit alvorens te beginnen... 2 Doel van de activiteit... 2 Overzicht... 2 Praktische voorbereiding...

basisoefeningen workshops Alphons Laudyschool, fase 1

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte

Li Lefebure & Margot Senden

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Welke coöperatieve werkvormen gaan we aanleren?

Doel. Wat heb je nodig? Spelregels.

HEMELS HUWELIJK KALENDER 52 X WIJ TIJD VOOR ELKAAR. Willem en Marian de Vink

Lesbrief Assenstelsels. Versie 1

Dit spel is erg geschikt als introductiespel. In dat geval gaan we bij het benoemen van de kinderen uit van hun eigen namen. Je kunt ook kiezen om dit

In je kracht. Werkboek voor deelnemers

Maak je keuze (Uit: RECHT-vaardig, menswaardig)

GEVOELLIJNEN - FOR THE BIRDS GEVOELLIJNEN

Activiteit 8. Taal Kringgesprek Ik ben bang... Doelen. Materiaal. Voortaak

Als één blok samen. Laat 's morgens bij het binnenkomen de clip van de Phillibustas zien:

Activiteitenblad Piratenstrijd

Werkvorm 1: "Je laatste Whatsapp, Sms, Ping of Tweet"

Les 11. Meetkundige begrippen. Lijnen. een gebogen lijn een gebroken lijn een rechte. Een rechte benoemen we met een kleine letter.

Lesideeën beroepenkaarten WERKEND NEDERLANDS

Oefenen met breuken. Circuitles voor groep 6

WOORDEN VERANDEREN. grap. glas. kras. grijs NIEUWE WOORDEN MAKEN. sterk - kers. ster. Kies een woord uit het woordpakket. gras -

SAMEN-WERKEN MET DE MENSEN OM JOU HEEN

Werkplekboek. Kinderbegeleider duaal Het schoolgaande kind (3-12jaar)

Teken een architect. Lees het volgende verhaal:

WIJ BESLISSEN MEE: KINDEREN EN INSPRAAK

Lesbrief bij de voorstelling Aardblij

OPDRACHTEN BIJ THEMA 9 FEEDBACK

Getekende woorden. 1 Bekijk de bladzijde. Welke woorden vallen meteen op?

lesmap Wortel van Glas HETGEVOLG Wortel van Glas 16+

Spreekopdrachten thema 2 Geld

Drukte bij de molen groep 5/6

Vergaderen. Wat is dat? Waarom moet dat? Dit is het boekje van..

De leerlingen kleuren prenten in aan de hand van informatie waarover de andere leerling beschikt.

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Lesbrief: Sporten met een doelgroep Thema: Waar ga ik heen?

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over de Paralympische Spelen

Transcriptie:

DAGEVALUATIETECHNIEKEN In wat volgt zijn een heel aantal mogelijke evaluatietechnieken terug te vinden. Deze technieken kan je aanpassen op basis van het onderwerp / topic dat je wil evalueren of bespreken. Je kan er voor kiezen om nadien iedereen nog aan het woord te laten of enkele deelnemers eruit te pikken. + en punten Je benoemt 2 punten die goed gingen en 1 punt dat beter kon. Kies bewust voor twee positieve punten en één negatief punt om het positieve de boventoon te laten voeren. Dit kun je zowel mondeling (iemand maakt verslag) als schriftelijk doen. Als je de punten opschrijft, kun je namelijk nog eens terugkijken. Ook kun je er dan gemakklijk leer- en verbeterpunten uit halen. Lijnevaluatie Aan de hand van een vraag moet je een plaats bepalen op een lijn van slecht naar goed. Vervolgens kun je mondeling toelichten waarom je voor een bepaalde plaats op de lijn gekozen hebt. Je kunt de denkbeeldige lijn natuurlijk horizontaal gebruiken (van links naar rechts), maarje kunt ook een verticale lijn maken: als je het goed vond, ga je zo hoog mogelijk staan op bijvoorbeeld tafels, stoelen en kasten. Dobbelsteenevaluatie Elk vlak van een dobbelsteen betreft een ander onderwerp,bijvoorbeeld: 1 voorbereiding, 2 uitleg, 3 activiteit, 4 afwisseling/uitdaging, 5 opruimen en 6 sfeer. Je mag om de beurt gooien en over het onderwerp dat gegooid wordt, mag je iets zeggen. Dit is een mondelinge evaluatie waarbij vrij makkelijk genotuleerd kan worden. Er is wel een kans dat niet alles benoemd wordt. Luciferevaluatie Je krijgt, op het moment dat je aan de beurt bent, een lucifer. Zolang je deze brandend in je handen kan houden, mag je zeggen wat je van de activiteit/opkomst vond. Dit is een snelle manier van evalueren waarbij je niet blijft hangen in lange discussies. Voorwerpevaluatie Hierbij evalueer je aan de hand van een voorwerp. Je gaat op zoek naar een voorwerp dat jou aanspreekt met betrekking tot het onderwerp. Als iedereen iets heeft gevonden, mag je de relatie tussen het voorwerp en het onderwerp benoemen. Dit is een creatieve evaluatie om op een sfeervolle manier iets af te sluiten. Vooral leuk om bij opkomsten/activiteiten te doen die veel met sfeer te maken hebben. Smiley-evaluatie Op een flap staan allerlei onderwerpen opgeschreven. Aan de hand van een gekleurde smiley (of smiley met emoticon) laat je weten wat je van een bepaald onderwerp vond. Dit kan mondeling toegelicht worden of door het aantal smiley s per onderwerp te tellen waardoor er een score ontstaat. 1

Applausmeter Bij elk onderwerp wordt door middel van klappen aangegeven hoe leuk je iets vond. Hoe leuker je het vond, hoe harder je klapt. Er wordt verder geen toelichting gevraagd en dit kan dan ook een snelle manier van evalueren zijn. Sterren of rondjes scoren Je krijgt een vel papier met daarop de verschillende onderwerpen van de evaluatie en daarachter een aantal lege sterretjes of rondjes. Hoe meer sterretjes of rondjes je invult, hoe beter je het vond. Bij deze manier is het heel gemakkelijk omlater een score te kunen bepalen. Evaluatie in de ruimte Deze evaluatie doe je buiten. Zoek een centraal punt, bijvoorbeeld een boom en ga er met zijn allen omheen staan. Bij elk onderdeel van de evaluatielaat je aan de hand van de afstand tot de boom zien hoe leuk je het vond. Hoe dichter bij de boom je bent, hoe leuker je het vond. Handjes - Duim omlaag:ik vond de activiteit niet goed - Een vinger: ik vond de activiteit matig - Duim omhoog: ik vond de activiteit goed - Volledige hand: ik vond de activiteit zeer goed Muzieknoten Plak muzieknoten op vijf horizontale lijnen. Hoe hoger de muzieknoot geplakt wordt, hoe beter je de activiteit vond. Weerkaart - Zon: zeer leuke activiteit - Zon met wolk: leuke activiteit - Wolk: matige activiteit - Wolk met regen: slechte activiteit - Wolk met onweer: zeer slechte activiteit Spinnenweb Teken een spinnenweb en laat iedereen er een spin in tekenen. Hoe dichter de spin bij het midden van het web zit, hoe beter hij/zij de activiteit vond. Vuilnisbak Hoe slechter de activiteit, hoe meer je richting vuilnisbak gaat staan. Hoe beter, hoe verder je ervan weg gaat staan. 2

Foto s / Dixitkaarten Een grote hoop foto's wordt verspreid over de deelnemers. Iedereen zoekt een foto uit die weergeeft wat hij/zij van de activiteit vond. Iedereen krijgt rustig de tijd om te kiezen en vertelt nadien aan de anderen waarom hij/zij een bepaalde foto gekozen heeft. Dit kan ook met de kaarten van het spel Dixit of met Boomerangkaarten (reclamekaarten die je vindt in bv. Kinepolis). Kleurenmaskers Elke deelnemer maakt voor zichzelf een masker met verf en een papieren zak. Je kan hierbij spelen met kleuren, met vorm, met lijnen en op die manier trachten uit te drukken wat je van de activiteit vond. Je kan op voorhand een legendemaken voor de kleuren. De maskers worden daarna tentoongesteld en besproken. Kaartspel Iedere deelnemer krijgt zeven kaarten, genummerd van 1 tot 7 (1 = zeer slecht, 2 = slecht, 3 = tamelijk, 4 = het kon beter, 5 = goed, maar..., 6 = goed, 7 = zeer goed). Per onderdeel van het programma kunnen de deelnemers punten geven. Nadien worden de punten in grote groep besproken. Thermometer Op een grote rol papier worden de verschillende onderdelen van de activiteit getekend, in chronologische volgorde, zodanig dat je een soort tijdsband krijgt. Per onderdeel wordt op deze tijdsband een grote thermometer getekend. De deelnemers geven met een lijn aan hoe zij zich tijdens deze onderdelen hebben gevoeld (hoog is heel goed, laag is waardeloos). Je krijgt dus een soort koortscurve. Omdat alle deelnemers op hetzelfde papier schrijven, kan je nadien nagaan hoe bepaalde onderdelen zijn ervaren. De stoel De begeleider noemt een onderdeelvan het programma waar de deelnemers commentaar op moeten geven. De deelnemers geven ieder om beurt een stelling met betrekking tot datgene dat geëvalueerd wordt. Na het geven van zijn stelling gaat de deelnemer op de stoel zitten. De andere deelnemers komen dichter bij de stoel staan als ze het met die stelling eens zijn. Degenen die het er niet mee eens zijn gaan juist verder van de stoel vandaan staan. Lachebekjes Hang een lachend, een neutraal en een droevig gezichtje op drie muren in het lokaal. Maak een lijst met de punten die je wilt evalueren. Noem een onderdeel van de evaluatie, bv. speluitleg. De deelnemers gaan vervolgens onder de lachebek staan die aansluit bij hun mening. Eventueel kan er worden gediscussieerd over de meningen. Drummertje Je neemt vier trommels (of andere instrumenten). Een hoog klinkende trommel staat voor een activiteit van een hoog niveau terwijl een lage trommel staat voor een activiteit van een laag niveau. Ook het ritme waarmee geslagen wordt, heeft een betekenis. Bijvoorbeeld het tempo van de activiteit, of de mate van de inhoud, of... 3

Ballon Hoe groter je de ballon opblaast, hoe beter het thema bevonden wordt. Bloemen Op voorhand kan je op papier een serie bloemen tekenen. De bladeren zijn echter nog niet geverfd. We laten dit de deelnemers doen. Hoe lichter de kleur, hoe beter de activiteit. De bloemen kunnen uiteraard ook door de deelnemers zelf getekend worden. Brievenbussen Iedereen geeft schriftelijk zijn/haar mening over de activiteit en deponeert die in verschillende enveloppen (bv. inkleding, uitleg, verloop,...). Dobbelsteen De groep wordt in kleine groepjes verdeeld. Elk om de beurt gooien ze met een dobbelsteen (een supergrote is natuurlijk leuker dan een gewone dobbelsteen). -1 gooien = iets zeggen over onderwerp/thema 1-2 gooien = iets zeggen over onderwerp/thema 2 -... Evaluatieboek We hangen een leeg boek in het toilet of op andere plaatsen. We steken er bijvoorbeeld themawijzers in (evaluatie per thema) of we laten de leden vrij om erin te zetten wat zij willen. Gekleurde slang Met krijt wordt een slang getekend op de grond. Deze slang wordt verdeeld in gelijke stukken, waar telkens een onderwerp in komt te staan. De leden krijgen 5 rode en 5 groene kaartjes (of kroonkurken of...). Rood staat voor "kan beter" of "minder interessant". Groen staat voor "dit was dik in orde" of" heel interessant". Nadien gaat iedereen in een cirkel rond de slang zitten en worden de resultaten besproken. Knip en plakwerk Per onderdeel dat geëvalueerd moet worden wordteen flap gemaakt. Deze wordt in de ruimte opgehangen. De leden krijgen nu de mogelijkheid om in kranten en rijdschriften naar slagzinnen, teksten, foto's te zoeken die zij in verband brengen met een specifiek evaluatieaspect. Dit gegeven kleven ze op de flap van dat onderdeel. Rondschrijfmethode Zonder gesproken woorden. Elke deelnemer krijgt een blad en schrijft daar enkele zinnen op. - ik vond dat de activiteit... - ik vond dat de groep - ik voelde mijzelf... vandaag - ik hoop dat we de volgende keer... 4

Elk geeft zijn blad aan zijn rechterbuur, die deze zinnen leest en eventueel voorziet van commentaar, vragen,... opnieuw gaan de bladen door naar rechts. En zo tot ze terug bij de oorspronkelijke schrijver zijn. Stille wanddiscussie Er hangen flappen aan de muur met daarop de onderwerpen die je wilt evalueren. Iedereen loopt rond en schrijft commentaar op de flappen. Anderen kunnen hier dan weer op reageren. Rode kaart Iedereen krijgt een rode en een groende kaart. Op de groene kaart schrijft men de positieve dingen over het onderwerp, op de rode de negatieve dingen. Nadien bespreek je dit in de groep. Sprekers en zwijgers We kiezen een onderwerp en ieder krijgt vijf lucifers. Telkens wanneer iemand iets zegt in het gesprek, moet hij/zij één lucifer naar het midden van de tafel schuiven (ja en nee zijn kosteloos, je moet minstens een volledige zin zeggen). Op die manier krijgen zwijgers of stille personen ook de kans om iets te zeggen. Ze worden eigenlijk ook min of meer verplicht om deel te nemen aan het gesprek. Iedereen moet gedurende de werkvorm minstens 3 lucifers gebruiken. Gekleurd water Noteer vooraf enkele stellingen die je wil voorleggen. Iedere deelnemer krijgt nu een bekertje met rode verf. In het lokaal staat ook een doorzichtige bokaal met helder water. Elke deelnemers geeft aan in welke mate hij/zij akkoord gaat met de stelling door veel verf (akkoord) of zeer weinig verf (niet akkoord) in de bokaal te doen. Hoe gekleurder het water wordt, hoe meer de groep dus akkoord gaat met de stelling. Je kan twee vergelijkingsbokalen plaatsen. Eentje met helder water en eentje met zeer veel rode verf in, zodat het contrast beter duidelijk wordt. Per stelling is uiteraard een nieuwe bokaal helder water nodig. Kringevaluatie Alle deelnemers staan in een kring. Iedereen sluit de ogen. Je leest als begeleider een stelling voor en de deelnemers zetten een stap naar voren als ze akkoord zijn en een stap achteruit als ze niet akkoord zijn. Afhankelijk van de grootte van de stap kunnen de deelnemers nog wat nuance legge (grote stap is helemaal akkoord / niet akkoord) Nu mag iedereen zijn/haar ogen openen. De onderlinge positie wordt besproken. Tijdens het gesprek blijft iedereen op zijn/haar plaats staan. Tip: duid de startkring aan met krijt. Zo zie je steeds hoe iedereen zich verplaatst. 5

Vouwblad Bovenaan een blad wordt de naam van elke deelnemer geschreven. De deelnemers zitten in een kring. Ze moeten onder de naam zowel iets positiefs als iets negatiefs schrijven over die persoon. Als dat gebeurd is, geven ze het blad door aan degene die links van hen zit, maar eerst moeten ze hun geschreven stuk afdekken door het om te plooien. Zo gaat men verder tot men terug zijn/haar eigen blad heeft gekregen. Je kan kiezen of ieder leest wat er geschreven staat of een neutraal persoon (die de dingen minder scherp voorstelt dan ze geschreven staan voorleest. Hand Je tekent je eigen hand op een papier en schrijft iets bij elke vinger. wijsvinger: Dit zou beter kunnen middelvinger: Dit vond ik kut duim: Dit vond ik heel goed pink: Hier voel ik me onzeker bij ringvinger: dat vraag ik me nog af Cirkelbeweging Je tekent verschillende cirkels in elkaar (zoals een ui). In het midden staat je speelpleinmascotte, die altijd superhappy is. Je geeft iedereen verschillende kaartjes die ze in een schil moeten leggen. Hoe dichter bij de mascotte, hoe beter. Snoepvraagjes Begeleider stelt een vraag en deelnemers antwoorden met M&M s. Rood = slecht gevoel Geel = super goed gevoel Blauw = feeling blue; depri Bruin = kak, niet leuk Groen: ik was er nog niet klaar voor Oranje: het had nog toffer gekund door Stekskes / lucifers Iedere deelnemer heeft een stekkendoosje + stekjes. De begeleider gooit een stelling/vraag in de groep en iedereen steekt zijn stekje aan. Hoe langer hij dit laat branden hoe positiever de deelnemer hierover is. Hoeken De verschillende hoeken van het lokaal krijgen een bepaalde waarderingswaarde. 1e hoek: zeer goed, 2e hoek: goed, 3e hoek: slecht, 4e hoek: zeer slecht, midden van het lokaal: matig. Op die manier evalueer je verschillende dingen. 6

Vuilniszak, reiskoffer, schatkist Het is tof als je er echt een vuilniszak, reiskoffer en een soort schatkist hebt staan. Iedereen moet dan drie papiertjes schrijven. Daarna bespreek je die. Het eerste papiertje is iets wat tegen gevallen is en je zo snel mogelijk wil vergeten. Dit belandt in de vuilniszak. Een tweede is iets wat je bijgeleerd hebt en wat je de rest van je leven zal meedragen. Dit gaat in de reiskoffer. Een derde is iets wat je altijd zal koesteren en dat gaat achter slot en grendel in de schatkist. Kaarten Er ligt een spel kaarten in het midden. De eerste persoon neemt er een kaart af. Is het een rode moet hij iets positief zeggen over het thema, is het een zwarte, iets negatief. Als de eerste persoon is geweest, gaan we over naar de volgende. Kaarsen Iedereen zit in een kring en heeft een kaarsje voor zich staan. Elke persoon mag iets zeggen wat hij kwijt wil. Hierna blaast de persoon zijn kaarsje uit. De Handlezer Ga per 2 zitten en lees elkaars hand. Zeg bvb. ik zie in deze handlijn dat jij de sessie bijzonder boeiend vond maar ze duurde te lang... De ander mag er op reageren. Je kan ook zelf de handlezer spelen (zodat jij eigenlijk stellingen naar voor kan brengen) de andere "gelovigen" reageren dan of hun hand dat ook vindt...of zoiets. De Muziektekstjes Je hangt wat vast items omhoog (zoals inhoud, de groep,...) en dan laat je iedereen bedenken welke muziektekst daar het beste bij past. Vb. Laat me nu toch niet alleen, we zullen doorgaan, de meeste dromen zijn bedrog, brandweer van verlangen,... en dan vertellen waarom die tekst nu bij je past. Duo-evaluatie Per 2 gaan zitten en tegen elkaar vertellen wat je er van vond. In grote groep vertellen waar jullie verschilden en wat het zelfde was. Belangrijk om te vermelden is dat ze voldoende kritisch moeten zijn. Het is dus verboden om tegen je buur te zeggen: dat vind ik ook. Ofwel vul je aan waarom je dat ook vindt ofwel leg je jouw andere standpunt uit. Variatie: in elk duo moet een tegenstelling zijn. Een iemand vond de sessie kweenioegoe en verzint daar argumenten voor, de slechte doet dat voor hem (er is altijd wel iets goed als slecht aan een sessie). In grote groep kan je dan 2 kanten maken per sessie: de goeien (zij vonden het goed) tegen de slechten (zij vonden het slecht). Het gaat dus ook een stuk over gedwongen stellinginname en relativeren van elkaars argumenten. 7

Verven Je neemt een groot stuk papier (van de rol) die moet helemaal vol geraken met (verf)tekeningen. Je kan een grote algemene opdracht geven, bvb. wat is je impressie van vandaag. Je kan ook tussenopdrachtjes geven: teken iets over je gevoel bij de groep, welk beeld van vandaag zal je niet vergeten, iets abstract over wat je bijgeleerd hebt... Alle tekeningen kunnen door elkaar staan maar je kan bij een goeie groep ook wel vragen om 1-alles-integrerende-opdracht te geven: het moet 1 tekening zijn. Bijvoorbeeld 1 boerderij met een koe (ruzie met meisje), graan oogsten (veel bijgeleerd), beerput (slecht gevoel), platteland (saai), paard dat over hek springt (zotten dag).. Gezichtjes Lachend: ik vond de activiteit/sessie goed Strak: ik vond de activiteit/sessie matig Bedroefd: ik vond de activiteit/sessie niet goed Dashboard evaluatie Teken voor elke deelnemer een dashboard van een auto met allerlei meters en verklikkerlichtjes (voor de snelheid, het toerental, het oliepeil, de hoeveelheid benzine, de staat van het wegdek, ). Ken aan elke meter een aspect van de cursus toe (liep het vlot, loop je niet over je toeren, ). Laat de deelnemers de stand van hun meters aanduiden en bespreek in groep/groepjes. 8