Extra oefenopgaven VS KT5 OD en MAN KT1 en KT2 Rendement van artikelpresentaties berekenen Rendement van artikelpresentaties berekenen Opgave 1 Vul de volgende zin in. Bij een positieve schapruimte-elasticiteit betekent vergroting van de schapruimte een van de omzet. Opgave 2 Een artikel heeft een schapruimte-elasticiteit van 0,25. Wat betekent dat? Opgave 3 Een artikel in een woonwinkel staat in een schap van 150 cm breed. In drie maanden tijd was de omzet van dit artikel 4.000. De eigenaar van de woonwinkel, Nico, wil de opbrengst verhogen en besluit de schapruimte te verdubbelen tot 300 cm. Drie maanden later is de omzet van dit artikel gestegen naar 7.200. a. Bereken de schapruimte-elasticiteit. b. Als Nico de schapruimte met 30 cm verbreed had, in plaats van verdubbeld.en de omzetverhoging was hetzelfde gebleven. Wat was dan de schapruimte-elasticiteit geweest? Opgave 4 De omzet van een artikel is 480 per maand. Het artikel heeft een schapruimte-elasticiteit van 0,6. Wat wordt de verwachte extra omzet wanneer het artikel 10% méér schapruimte krijgt? Opgave 5 Wat geeft een getal voor schaprendement aan? Opgave 6 De jaaromzet van een sanitair artikel is 8.500. De brutowinst is 8% van de omzet. Het artikel neemt 2 meter schapruimte in. Bereken het schaprendement van dit artikel. Opgave 7 De omzet van de gehele drogisterij dat jaar is 490.750. De brutowinst is 62.250. De totale schapruimte is 220 meter. a. Bereken het schaprendement. b. Vergelijk het totale schaprendement met het schaprendement van het sanitaire artikel. Opgave 8 Wat bereken je bij schapbeheer met het DPP-model? 1
Voorraadbeheer en bestellen Omvang van de soorten voorraad (rekenvaardigheid) Opgave 9 De normale voorraad is 750 stuks. Het aantal artikelen dat op het moment van levering in voorraad is bedraagt 690 stuks. Bereken de servicegraad. Opgave 10 De totale omzet van een bedrijf is 450.000. Hiervan kon 8.000 niet direct uit voorraad worden geleverd. Bereken de servicegraad. Opgave 11 Een witgoedwinkel heeft van een artikel een economische voorraad van 4.000. Er is voor 700 bijbesteld, maar die voorraad is nog niet binnen. Daarnaast is 2.600 uit voorraad al wel verkocht, maar nog niet afgeleverd. a. Bereken de technische voorraad. b. Bereken de voorraad waarover de winkelier financieel risico loopt. Opgave 12 Over welk deel van de technische voorraad loopt een winkel financieel risico? a) Over de hele technische voorraad. b) Over het deel van de technische voorraad dat nog niet verkocht is. c) Over het deel van de technische voorraad dat al verkocht is. Opgave 13 Welke risico s loopt een winkelier over zijn economische voorraden? Opgave 14 Een computerwinkel heeft 40 i-pads en andere tablets in de verkoop en in de verwachting ze snel te kunnen verkopen alvast 50 nieuwe exemplaren besteld en betaald. Via internet zijn er 12 tablets verkocht, waarvan er 6 nog moeten worden opgehaald door klanten. De andere 6 zijn al opgehaald. Vanuit de winkel zijn er 26 tablets verkocht. Al snel daarna verschijnen er nieuwe types op de markt en concurrerende tablets van prijsvechters. Met snel dalende in- verkoopprijzen tot gevolg. a) Over hoeveel tablets van de voorraad loopt de winkel financieel risico? b) Wat zijn de financiële gevolgen voor de computerwinkel van de snel dalende in- en verkoopprijzen? 2
Opgave 15 Een natuurvoedingswinkel beschikt over de volgende voorraadgegevens van de 0,7 l BIO-frisdranken: Voorraadgegevens BIO-frisdrank magazijn winkel besteld, nog niet binnen verkocht* Bosbes 24 8 4 10 Oranjesinas 30 6 4 5 Cassis 16 6 10 12 Limoen 18 6 2 7 * nog niet verzonden/ afgeleverd. a. Bereken de technische voorraad van alle BIO-frisdranken. b. Bereken de economische voorraad van de BIO Cassis. 3
Omzetsnelheid (rekenvaardigheid) Opgave 16 Een witgoedzaak had in 2010 een omzet van 789.000,- En een omzetsnelheid van 6,3. Peter, de eigenaar, maakt een vergelijking met de branchecijfers op internet. Hij wil kijken hoe zijn zaak ervoor staat en of hij de zaak kan uitbreiden. Peters zaak heeft een wvo van 120 m². Kengetallen van de omzet in 2010 (exclusief btw) bij wit-en bruingoedzaken: omzet per winkel omzet per verkoopkracht omzet per m² wvo IWO 1.575.000,- 186.000,- 5.100,- 74 % Bron: raming EIM a. Bereken de gemiddelde voorraad van Peters zaak met behulp van de branchegegevens. Rond af op hele euro s. b. Bereken de omzetduur. Reken voor een jaar 360 dagen en rond af op hele dagen naar boven. c. Hoe groot is het verschil in omzet met de branchecijfers als je kijkt naar het aantal vierkante meters wvo? Opgave 17 De omzetsnelheid van een artikel is 6,3. De gemiddelde voorraad is 2.785,-. a. Bereken de inkoopwaarde van de omzet. b. Bereken de omzetduur. Reken voor een jaar 360 dagen. Opgave 18 Bereken de omzetsnelheid bij een omzetduur van 22 dagen. Reken voor een jaar 360 dagen. 4
Opgave 19 Een winkel beschikt over 2011 over de volgende cijfers (excl. btw): Omzet 834.300,-. brutowinst 44% Voorraden 1 januari 65.000,- 1 juli 87.000,- 31 december 110.000,- a. Bereken de inkoopwaarde van de omzet (IWO). b. Bereken de gemiddelde voorraad. c. Bereken het bedrag van de inkopen in 2011. 5
Opgaven Voorstel plaatsen bestelling Opgave 20 Eva heeft van een artikel een maximumvoorraad van 40 en een werkelijke voorraad van 10. Het bestelniveau ligt op 12. a. Wanneer moet Eva dit artikel gaan bestellen? b. Hoeveel moet Eva van dit artikel bestellen? Opgave 21 Bas gaat luxe-mapjes bestellen voor zijn kantoorboekhandel. Ze worden geleverd in setjes van 8 stuks. Het bestelniveau is 10 stuks. De voorraad in de winkel is 6. De maximumvoorraad is vastgesteld op 32 stuks. Hoeveel setjes moet Bas van dit artikel bestellen? Opgave 22 Een winkelbedrijf verkoopt per jaar 40 exemplaren van een product. De bestelkosten bedragen 10. De voorraadkosten per stuk bedragen 0,90. De Formule van Camp* luidt: Q = [{2 (V B)} : C] Waarbij geldt: Q = optimale bestelgrootte V = verbruik per jaar in eenheden B = bestelkosten per bestelling in euro C = voorraadkosten per eenheid in euro * De formule van Camp zit niet (meer) in je examen. Deze opgave maak je alleen wanneer je rekenen leuk vindt of wanneer je docent je er opdracht toe geeft. Bereken de optimale bestelgrootte en laat zien hoe je dit in 4 stappen berekent. Opgave 23 Een fietsenwinkel verkoopt van een bepaald merk 8 mountainbikes per halfjaar. De bestelkosten bedragen 13. De voorraadkosten per stuk bedragen 18. a. Bereken het aantal mountainbikes dat per jaar verkocht wordt. b. Bereken de optimale bestelgrootte met behulp van de formule van Camp (Indien nodig afronden). 6
Verkoopcijfers Verkoopcijfers Opgave 24 Deze tabel geeft in percentages het exploitatiebeeld weer van computershops in 2002 en 2010. Vul de ontbrekende getallen in de tabel in. Exploitatiebeeld computershops 2002 2010 netto-omzet 100% 100% inkoopwaarde 76% 68% brutowinst kosten: 18% - personeelskosten 8% 14% - huisvestingskosten 2% 5% - verkoopkosten 3% 2% - overige kosten 7% bedrijfsresultaat Exploitatiebeeld (in % van de netto-omzet, exclusief btw) Bron: raming EIM, o.b.v. CBS-gegevens 7
Opgave 25 Wat is de btw bij inkoop van een artikel? a. Het verschil tussen de consumentenprijs en de inkoopprijs. b. Het verschil tussen de consumentenprijs en de verkoopprijs. c. Het verschil tussen de inkoopprijs en de inkoopfactuurprijs. d. Het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopfactuurprijs. e. Het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs. Opgave 26 Frits koopt een grasmaaier in voor 239,00. Het hoge btw-tarief geldt. Hij verkoopt de grasmaaier in de winkel voor 294,00. a) Hoeveel btw betaalt Frits over de grasmaaier bij inkoop? b) Hoeveel btw ontvangt Frits over de grasmaaier bij verkoop? c) Hoeveel btw draagt Frits uiteindelijk over de grasmaaier af aan de omzetbelasting? Laat twee manieren zien waarop je dit kunt berekenen. Rond af op eurocenten. Opgave 27 De winkel van Annika had in 2011 een netto-omzet van 166.000. De inkoopwaarde van de omzet was 70%. De kosten kwamen uit op 22%. Bereken het bedrijfsresultaat in euro s. Opgave 28 Een herenmodezaak had in december een omzet van 92.800. De inkoopwaarde van de omzet is 73%. a. Bereken de brutowinst. b. De winkel heeft een nettowinst van 3.778. Bereken de exploitatiekosten. 8
Opgave 29 Bekijk de onderstaande grafiek over de omzetontwikkeling van bloemenwinkels en van de totale detailhandel en beantwoord de vraag over de conclusies. Omzetontwikkeling branche t.o.v. totale detailhandel (2004 = 100) Bron: raming EIM, o.b.v. CBS-gegevens Het peiljaar is 2004. De omzet in dat jaar is gelijk aan 100. Kloppen de onderstaande conclusies over 2007? Schrijf op waarom je vindt van wel of niet. In 2007 zette de bloemenbranche 10% meer om dan in het jaar ervoor. In 2007 zette de bloemenbranche 20% meer om dan de totale detailhandel. 9
Opgave 30 De grafiek geeft de omzetontwikkeling weer van supermarkten en foodspeciaalzaken over de afgelopen jaren ten opzichte van de totale detailhandel. Omzetontwikkeling branche t.o.v. totale detailhandel en foodspeciaalzaken (2003 = 100) Bron: CBS a) Wat zeggen de cijfers in 2008 over de omzetontwikkeling van supermarkten en foodspeciaalzaken ten opzichte van 2003? b) Welke globale conclusie kun je trekken over de blauwe en de gele lijnen tussen 2008 en 2010? Opgave 31 De grafiek geeft de omzet van de supermarkten per maand weer. Omzet Supermarkten: omzet per maand 2011 Omzet-, prijs- en volume-ontwikkeling (in % t.o.v. dezelfde maand een jaar eerder) Bron: CBS Wat kun je aflezen over de omzet en het volume in de maand juli? 10
Hoe wordt de verkoopprijs bepaald? Voorraadadministratie Opgave 32 Een winkel beschikt over de volgende in- en verkoopgegevens voor een bepaald artikel. Inkoop Verkoop Datum Stuks Inkoop per stuk Datum Stuks Verkoopprijs per stuk 12 oktober 24 8,00 12 18 oktober 22 9,90 19 oktober 24 8,20 19-25 oktober 20 9,95 26 oktober 24 8,40 Bereken de voorraadwaarde op 1 november. a. Bij gebruik van de vaste verrekenprijs als deze is vastgesteld op 8,25. b. Bij gebruik van het Fifo-systeem. c. Bij gebruik van het Lifo-systeem. d. Op basis van de actuele waarde als de inkoopprijs op 1 november 8,35 is. e. Op basis van de verkoopprijs. Opgave 33 Een kledingwinkel beschikt over de volgende in- en verkoopgegevens voor een bepaald artikel. Inkoop Verkoop Datum Stuks Inkoop per stuk Datum Stuks Verkoopprijs per stuk 2 juni 20 80,00 6 juni 5 170,00 15 juni 10 84,00 13 juni 3 172,50 24 juni 30 81,00 20 juni 8 172,20 26 juni 15 172,20 Bereken de voorraadwaarde op 1 juli a. Bij gebruik van de vaste verrekenprijs als deze is vastgesteld op 81,50. b. Bij gebruik van het Fifo-systeem. c. Bij gebruik van het Lifo-systeem. d. Op basis actuele waarde als de prijs op 1 mei 82,00 is. e. Op basis van de verkoopprijs. 11
Rekenen met indexcijfers Indexcijfers Opgave 34 Bij een index wordt altijd een basisjaar aangegeven. In dat jaar wordt de index op 100 gesteld. Consumentenprijzen; prijsindex 2006 = 100 Onderwerpen CPI Jaarmutatie CPI = de procentuele verandering met het voorgaande jaar Perioden 2006 100,00 1,2 2007 101,61 1,6 2008 104,14 2,5 2009 januari 104,08 1,9 2009 februari 104,81 2,0 2009 maart 105,86 2,0 2009 april 106,10 1,8 2009 mei 106,24 1,6 2009 juni 105,87 1,4 2009 juli 104,74 0,2 2009 augustus 105,03 0,3 2009 september* 105,59 0,4 Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen 12-10-2009 a. Wat is het indexcijfer van 2008? b. Bereken de prijs in 2006 als het boodschappenmandje in 2007 94 kostte. Opgave 35 Van een artikel zijn de volgende gegevens bekend: Prijsindex 2009 2010 2011 Index 100 102,8 106,12 Prijs 56,00 Hoeveelheidindex 2009 2010 2011 Index 100 102,3 104,6 Aantal 1500 Waarde-index 2009 2010 2011 Index Waarde Vul de ontbrekende cijfers in. Rond de indexcijfers af op 1 decimaal! Opgave 36 Mevouw Peeters bekijkt de omzetcijfers van haar modewinkel in de afgelopen jaren. Jaar Omzetindex 2009 100 2010 94 2011 102 a. Bereken met hoeveel procent de omzet in 2011 is veranderd ten opzichte van 2010. b. Bereken met hoeveel procent de omzet in 2010 is veranderd ten opzichte van 2009. 12