Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging



Vergelijkbare documenten
Economische conjunctuur

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Valutamarkt. fransetman.nl

wisselkoers Euro in Amerikaanse dollar 1,3644 Hoeveel dollar is 590?

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

Arbeid = arbeiders = mensen

6,3 ECONOMIE. Samenvatting door een scholier 4680 woorden 25 januari keer beoordeeld. Lesbrief Globalisering INFLATIE

Eindexamen economie vwo II

Examen HAVO. Economie 1

UIT groei en conjunctuur

Domein Welvaart en Groei

Domein E: Ruilen over de tijd. fransetman.nl

Samenvatting Economie Hoofdstuk 1 t/m 5: Verdienen en Uitgeven

Vraag Antwoord Scores

Te weinig verschil Verschil tussen de hoogte van uitkeringen en loon is belangrijk. Het moet de moeite waard zijn om te gaan werken.

Domein E: Concept Ruilen over de tijd

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II

Eindexamen economie havo I

Hoofdstuk 1: Waar produceren

5.1 Wie is er werkloos?

Loonkosten per product omhoog - Prijzen omhoog - Internationale concurrentiepositie omlaag

Keuzeonderwerp. Keynesiaans model. Gesloten /open economie zonder/met overheid met arbeidsmarkt. fransetman.nl

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-II

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de vragen onderverdeeld in 4 categorieën.

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen

20.1 Wat is economische groei?!

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

M * V = P * T (T kan ook Y (reëel inkomen zijn)

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

Vraag Antwoord Scores

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later

Eindexamen economie 1 vwo 2008-I

Samenvatting Economie Internationale Handel

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Bruto binnenlands product

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000

5.2 Wie is er werkloos?

Uitleg theorie AS-AD model. MEV Wat betekent AS-AD. Aggregated demand: de macro-economische vraag.

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECOMONIE MAANDAG 2 MAART UUR 13:00 UUR. Belangrijke informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-I

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

5,8. Praktische-opdracht door een scholier 1585 woorden 12 december keer beoordeeld

Verboden woord Lesvoorbereiding kaartjes kaartjes achterkant Spelregels Afronding

Eindexamen economie pilot havo II

UIT theorie ASAD

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000

Eindexamen economie vwo I

Praktische opdracht Economie Conjunctuurklok

Eindexamen economie vwo I

H2: Economisch denken

7,9. Samenvatting door E woorden 21 april keer beoordeeld. 1.Waar produceren? Kennen:

Vraag Antwoord Scores

Hoofdstuk 14 Conjunctuur

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Samenvatting Economie Inkomen Hoofdstuk 1 t/m 3

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II


Eindexamen economie havo I

Vraag Antwoord Scores

Samenvatting Economie Hoofdstuk 2

Samenvatting Economie Internationale handel

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Samenvatting Economie Europa en Conjunctuur

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-II

Eindexamen economie havo I

Module 16: docentenhandleiding. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie

Domein Welvaart en Groei

Eindexamen havo economie oud programma I

Samenvatting Economie Lesbrief Internationale handel

Basisperiode Periode 1 Stijgings-percentage Basisperiode Periode 1 Gegeven: 400 miljard

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II

Lesbrief Buitenland 2

Aanpassingen lesbrieven havo

Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en arbeidsmarkt? (openstaande)vacatures. 2)Noem een ander woord voor Werkenden werkgelegenheid.

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie VERS

Eindexamen economie 1 havo 2008-I

Ruilen over de tijd (havo)

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Groep Wegingsfactor Prijsverandering Partieel prijsindexcijfer Woning 40% +10% 110 Voeding 30% -10% 90 Kleding 20% +20% 120 Diversen 10% +15% 115

Correctievoorschrift VWO. economie 1 (nieuwe stijl)

Vroeger: directe ruil goederen tegen goederen, nadeel: moeilijk waardeverhouding / ruilverhouding te schatten.

Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * Als %

Samenvatting Economie Lesbrief Modellen

Transcriptie:

Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel minder dan gemiddeld. Ontstaat door veel vraag naar producten Trend Gemiddelde groei over groot aantal jaren Ontstaat door weinig vraag naar producten Recessie: 2 kwartalen aaneen afname van reëel BBP Depressie: 3 kwartalen krimp

conjuncturele ontwikkeling

Economische conjunctuur hoogconjunctuur Ontstaat door veel vraag naar producten Bedrijven weinig voorraden; bedrijfswinsten stijgen (aandeelkoersen stijgen) Veel vraag naar personeel: weinig werkloosheid laagconjunctuur Ontstaat door weinig vraag naar producten; bedrijven produceren minder, hebben minder mensen nodig; werkloosheid stijgt Overheid ontvangt minder belasting; financieringstekort stijgt. Bedrijven minder winst/verlieslatend

Conjunctuurindicatoren Hoe beïnvloeden de indicatoren het BBP? Hoogconjunctuur Bestellingen (orders) bij bedrijven stijgen Bouwvergunningen stijgen Bedrijfsinvesteringen stijgen Consumentenvertrouwen stijgt Werkloosheid daalt Laagconjunctuur Bestellingen (orders) bij bedrijven dalen Bouwvergunningen dalen Bedrijfsinvesteringen dalen Consumentenvertrouwen daalt Werkloosheid stijgt (Zie conjunctuurklok cbs)

Laagconjunctuur Werkloosheid stijgt Belastingen Financieringstekort overheid stijgt Reële BBP lager dan trendmatig Uitkeringen kunnen Welvaartsvast of Waardevast zijn Btw en inkomstenbelasting dalen Uitgaven overheid stijgen Inkomsten overheid dalen Welvaartsvast: uitkeringen meestijgen met gemiddelde loonstijging Waardevast: uitkeringen meestijgen met inflatiepercentage. Koopkracht blijft constant Productie bedrijven (= bruto gevoegde waarde) stijgt minder hard/ daalt btw stijgt minder hard/daalt (bij gelijke tarieven) Overheid gaat tekort financieren. Lenen op de geldmarkt; meer geldvraag hogere rente. Investeringen bedrijven zullen verminderen.

Laagconjunctuur Export duurder exportwaarde Minder consumptie Aanbod munt valutamarkt wisselkoers Minder import E - M betalingsbalans

Waarde van een munt uitgedrukt in een andere munt. WISSELKOERS (ONTSTAAT OP VALUTAMARKT)

valutamarkt HOE ONTSTAAT VRAAG EN AANBOD

Vraag op valutamarkt Aanbod op valutamarkt Export producten: buitenland wisselt hun munt in onze munt. Vraag naar euro Rente stijgt in ons land. Aantrekkelijk voor buitenlandse beleggers. Winstgevendheid bedrijven stijgt in ons land. Aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Zij wisselen hun munt om in onze munt. Vraag naar euro. Wisselkoers stijgt Import producten: wij kopen in buitenland. Ruilen onze munt om in hun munt. Aanbod van euro Rente in buitenland aantrekkelijk. Onze beleggers gaan naar buitenland. Winstgevendheid bedrijven in buitenland stijgt. Onmze investeerders gaan naar buitenland. Wij wisselen onze munt om in hun munt. Aanbod van euro Wisselkoers daalt

euro in dollar wisselkoers Valutamarkt 2 1,8 1,6 1,4 1,2 1 0,8 Vraag Aanbod 0,6 0,4 0,2 0 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 hoeveelheid Loonkosten in het eurogebied dalen. Wat gebeurt er met de wisselkoers? Rentepercentage stijgt in eurogebied. Wat gebeurt er met de wisselkoers?

REDENERING NAAR WISSELKOERS Loonkosten stijgen Bedrijven laten prijzen stijgen Exportproducten duurder Export stijgt Vraag naar euro op de valutamarkt stijgt Wisselkoers stijgt Rentepercentage stijgt Aantrekkelijk voor buitenlandse beleggers Vraag naar euro op de valutamarkt stijgt Wisselkoers stijgt

euro in dollar wisselkoers Valutamarkt 2 1,8 1,6 1,4 1,2 1 0,8 Vraag Aanbod nieuwe vraag 0,6 0,4 0,2 0 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 hoeveelheid Export is gestegen Buitenlandse beleggers trekken naar eurogebied

Vaste wisselkoers Wisselkoers vast met een andere munt Wisselkoers wordt afgesproken VARIABELE WISSELKOERS (=ZWEVENDE) Verandert door vraag en aanbod op valutamarkt

Redeneringen Economische groei, betalingsbalans, wisselkoers Hetzelfde met rente.

Economische groei Vraag naar arbeid Werkloosheid Inkomen gezinnen Inkomstenbelasting Begrotingstekort Financieringstekort Consumptie gezinnen Vraag goederenmarkt Import Lopende rekening tekort Betalingsbalans tekort Omzet bedrijven BTW Lopende rekening verbetert Exportwaarde Importwaarde elastisch Aanbod op valutamarkt Wisselkoers Export goedkoper Import duurder

Rente Aantrekkelijk buitenlandse beleggers Kapitaalrekening verbetert Productie bedrijven Werkgelegenheid (=vraag naar arbeid(ers)daalt Werkloosheid stijgt Vraag op goederenmarkt daalt Goederenrekening verslechtert Betalingsbalans verbetert Exportwaarde Importwaarde Vraag op valutamarkt Wisselkoers Export duurder Import goedkoper