Opdrachtkaarten Herfst



Vergelijkbare documenten
Opdrachtkaarten Lente

2. Maak met de 4 buizen een vierkant op de grond. Dit is het zoekraam.

Opdrachtenboekje. Waterkant

Opdrachten thema. Veluwe

Expeditie Boswachterscode

Werkblad: Vind me dan

NME-leerroute Kabouters in het Westerpark

Oude bomen. Opdracht 1 - Bijzondere bomen. Opdracht 2 De leeftijd van een boom meten. Benodigdheden

Voorbereiding post 5. Iedere vogel zijn eigen plekje Groep

7-12 jaar Scharrelavontuur jaar Scharrelavontuur

Spelen met zand. Zandpaspoort voor kinderen van 7 tot en met 12 jaar

Veldonderzoek. Deel 1. Biologisch onderzoek. Onderzoek van het water van het Apeldoorns Kanaal.

Ga je mee op watersafari?

4 Vind me dan. Achtergrondinfo Planten en dieren hebben allerlei manieren om niet op te vallen. Deze kunnen onderverdeeld worden in:

Een bovenbouwproject van het IVN Veldhoven Eindhoven Vessem Najaar 2014

lesbrieven water verzamelen avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 1:

Diertjes vangen en bekijken

Ontdekkingstocht duin, bos en strand

Docentenhandleiding Herfst

Leefgebieden in de duinen. Les met werkblad - biologie

Volg de aanwijzingen en ontdek met de cijfercode wat de naam van de boom is. Onze boom heet :...

Natuur dagboek. Op ontdekking in je achtertuin

Opdrachten thema. Veluwe

1 Actief in de natuur. Bodemgespuis en kriebeldiertjes

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

Leerpad Holle Wegen Halen. Opdrachten. Holle_Wegen_OPDRACHT.indd 1 20/04/10 14:04

4-7 jaar Scharrelavontuur. 4-7 jaar Scharrelavontuur. Sterke geuren. Aardegeuren. Pluk een blaadje van een plantje.

Voorbereiding post 5. De eik elk seizoen anders Groep 1-2

4 andere dieren bestaat. foto zo precies mogelijk na en kleur in.

Een moeilijk woord voor Natuurbrug is Ecoduct. Wat dat nu precies is, legt de schrijver Frank van Pamelen hieronder nog eens uit.

Regen. ( 20 oktober 14 november)

Opdracht 1 Nodig: kleurpotloden of stiften, poster Maak je huis mooi.

WERKBLAD OPDRACHTEN. Locatie: De Drie Linden Giersbergen 8 Drunen Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen

Doe- pad Watertorenweg

Woordenschat blok 03 gr4 Les 1 De bodem: de grond waarin planten kunnen groeien. De duinen: heuvels van zand langs de zee. De plant: een stengel met

Doos der wijzen: opdracht één

Mijn Boom. Werkboekje. C.N.M.E. De Groenling

Doe- pad Watertorenweg. Achtergrond informatie voor de begeleider. Groep 5-6

Opdrachten thema. Veluwe

Natuurtentoonstelling

Met Pim en Pientje op stap... PWN. Puur water en natuur.

onderzoek werkblad naam: Biodiversiteit les & In de klas Buiten - zoekkaart Bodemdiertjes of site dierenzoeker.nl of de app dierenzoeker

Voorbereiding post 5. Iedere vogel zijn eigen plekje Groep 1-2-3

En rijke mensen werken niet. Die kunnen de hele dag doen wat ze leuk vinden.

Voorspellen en tekst lezen

BOUW JE EIGEN WEERSTATION

ONDERZOEKERS:...(vul je naam in) Volg de aanwijzingen en ontdek met de cijfercode wat de naam van de boom is. Onze boom heet :...

Fossiele brandstoffen? De zon is de bron!

Werkblad Natuurlijk water in de Kwebben

Het onderzoek van de burgemeester 5/6

DOCENT. Thema: natuur BOMEN BIJ MIJN SCHOOL. groep 3 en 4. Stadshagen

Ik heb een nieuw horloge, zegt papa. Kijk.

Kaart 10 Sneeuw en ijs

Opdrachtkaarten heide

COMPOSTEREN MET KINDEREN WERKBLAD 24. Duizendpoot in bed

Leerpad Natuurbeleving kleuters Lesduur: ca 60 minuten Bestemd voor groep 1/2/3 Sluit aan bij kerndoel: 39, 40a

S C I E N C E C E N T E R

Leg in iedere cirkel op het werkvel iets van een grondsoort. Zet de naam van de grond erbij.

Ik laat je ontdekken hoe de mensen hier vroeger leefden. En je leert over de omgeving; over de grond, de bomen en de beestjes.

!!"#$%"&#'((&)"*%'+",-../!

Hier en daar een bui

( DATUM) WAARNEMERS : SCHOOL:

seizoenskleuren Kijk eens naar buiten! Hoe kun je zien welk seizoen het is? Aan de bomen, aan de

NME-leerroute Bomen in het Wandelbos

Tips voor activiteiten in de winter, lekker knutselen

Handleiding. Geschikte tijd uitvoering jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

S C I E N C E C E N T E R

Paddenstoelen kweken in de klas

WATER EN VUUR, EEN POP-POP-BOOTJE

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

1 Inleiding. Inleiding. Dit boek gaat over natuur- en scheikunde. Maar wat is natuur-kunde? Wat is schei-kunde? Een voorbeeld uit de

Kernvraag: Hoe maken we dingen warmer?

KNUTSELIDEETJES. Tulpen in een vaas. Benodigdheden: schaar, lijm, vouwblaadjes 8 x 8 cm, gekleurd papier. Aan het werk:

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt November

Begrijpend lezen. E i n d s i g n a l e r i n g k e r n 1 1. Inhoud De Eindsignalering bestaat uit de volgende toetsen:

WERKBLAD mijn landschap

Natuur, Buiten Activiteit:

DASSENWERK. werkbladen opdrachten Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Locatie De Drie Linden Giersbergen 8 Drunen

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal!

Bronnen. Meer info. Naam: Co-wetenschapp(st)er: Klas:

B O O M A C T I V I T E I T E N H O E K

Opdrachten thema. Veluwe

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT

GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 GROEP 7 GROEP 8. Kranten en tijdschriften

Colofon Educatief programma Het Zandspoor

Grafieken jaar. Rekenles over het maken van grafieken. Rekenen. 60 minuten. Weerstation, data, grafieken

Ook$met$kinderen$van$0$/$4$jaar$de$natuur$in!

( DATUM) WAARNEMERS : SCHOOL:

1 In het begin. In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde.

Doe- pad Watertorenweg

molenaarsles Opdracht 1 Welkom in één van de Schatkamers van de wereld. In deze lessen leer je meer over de molens van Kinderdijk. Wat gebeurt daar?

Grond onder je voeten

Winterslaap. Met filmpjes, werkblad en puzzels. groep 5/6. uitgave januari 2013

Leesboekje de seizoenen

In het water. Allemaal beestjes. Onderzoeken. Scheppen. Dit heb je nodig: Schepnetje. Dit heb je nodig: Petrischaaltje Zoekkaart Waterdiertjes Loep

S C I E N C E C E N T E R

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt

Wassen en de wasmachine bedienen.

WERKBLAD pingo. naam. Heel lang geleden was het hier erg koud. Dat noemen we de ijstijd. Er waren heuvels, heel bijzondere heuvels.

Transcriptie:

Zandspoor Opdrachtkaarten Herfst

Zandspoor Opdrachtkaarten Herfst Je gaat in het duingebied onderzoek doen naar allerlei dingen die met zand te maken hebben. De materialen die daarvoor nodig zijn, zitten in de rugzak. Bij iedere opdracht staat welke materialen je uit de rugzak nodig hebt. Voordat je een opdracht gaat uitvoeren, leg je die materialen klaar. Lees de opdrachten stap voor stap. Is de opdracht klaar? Zorg ervoor dat de spullen weer schoon in de rugzak gaan. Je moet aan het eind ook zelf goed kijken of alles weer in de rugzak zit. Succes met de opdrachten! Wat zit er in de rugzak? opdrachtkaarten Zandspoor 4 schrijfplankjes etuitje met: - 4 potloden - gum - puntenslijper liniaal 2 steelloeps 2 loeppotjes schepje kleurpotloden zoekkaart bodemdiertjes (kleine beestjes) bomenkaart

1. Rommeltjes Als een mens of een dier ergens geweest is, blijft er altijd wel wat liggen. Wat kan jij hiervan terugvinden? 1. Zoek in en langs het zand naar kleine dingen. Dat kan van alles zijn, zoals bladeren, doppen, plastic, blikjes, konijnenkeutels en takjes. 2. Vul het in het schema op je werkblad in. 3. Hoe komen die dingen hier? 4. Schrijf je antwoorden op in het schema op je werkblad.

2. Bomen en struiken Iedere plant heeft zijn favoriete plekje om te groeien. Dat geldt ook voor bomen. Welke bomen en struiken vind je in het duingebied? Wat heb je nodig? - Bomenkaart 1. Kijk goed naar de vijf bomen en struiken die op de bomenkaart staan. Deze planten zijn volop in het duingebied te vinden. 2. Probeer ten minste twee van deze soorten te vinden. Welke zijn het? 3. Vul de namen in op je werkblad. 4. Als je hier in de winter komt, welke bomen zijn dan nog groen?

3. Kleur in het landschap Schilders maken graag het landschap met verf op het doek na. Ze kijken daarvoor goed welke kleuren ze allemaal om zich heen zien. Wat heb je nodig? - kleurpotloden 1. Kijk goed om je heen. Zoek een mooie kleurige omgeving. Dit kan groot zijn, bijvoorbeeld een groep bomen. Maar het kan ook klein zijn, zoals kleine bloempjes of een stukje gekleurde schors. 2. Teken dit op je werkblad.

4. Weer en wind Mensen bouwen huizen om lekker droog en warm te zitten. De meeste dieren kunnen dat niet. Die moeten het buiten maar zien vol te houden in weer en wind. 1. Wat voor weer is het nu? Vul dit op je werkblad in. 2. Stel je bent nu de weerman op TV. Welke weersvoorspelling zou je doen voor vandaag? Denk daarbij ook aan de temperatuur, hoeveel het regent en of de zon schijnt. 3. Welk weer heb jij het liefst als je hier een dag doorbrengt? 4. Als het winter wordt, verandert het weer. Het warme weer is dan voorbij. De dieren moeten dus een goed plekje vinden om te overwinteren. Welk plekje zou jij de dieren hier aanraden? Waarom is dat een geschikte plaats?

5. Kleine beestjes Als je goed kijkt zijn er veel kleine beestjes te vinden in de duinen. Weet jij hoe ze heten? Wat heb je nodig? - wit laken - zoekkaart kleine beestjes - 2 loeppotjes - 2 steelloeps 1. Zoek een boom of struik waarvan de takken vrij laag boven de grond hangen. 2. Pak het laken en leg het onder de takken plat uitgespreid op de grond. 3. Schud flink aan de takken, maar zorg er voor dat ze niet kapot gaan of afbreken. 4. Kijk goed of er dieren op het laken vallen. Zitten er dieren op, stop die dan in het loeppotje. 5. Probeer met de zoekkaart de namen van de beestjes te vinden. 6. Vul de namen van de gevonden dieren in op je werkblad.

6. Waar is het het warmst? In het stuifzandgebied van de duinen kan het lekker warm zijn. Je gaat onderzoeken hoe warm het hier is. Wat heb je nodig? - Thermometer 1. Je gaat op zoek naar het warmste plekje in deze omgeving. Ga daarvoor niet verder dan 15 passen van de opdrachtpaal af. 2. Pak de thermometer. Houd die zeker 1 minuut op dezelfde plek (in de lucht, op of in de grond). De zon mag niet op de thermometer schijnen. Wacht tot de temperatuur niet meer verandert. Hoeveel graden wijst de thermometer nu aan? 3. Onderzoek een andere plek die mogelijk even warm of nog warmer is. Doe dat op dezelfde manier als bij 2. 4. Vul op je werkblad in waar het het warmst was en hoe warm het daar was.

7. Wat hoor ik? Er zijn veel geluiden in de natuur te horen. Welke kun je allemaal horen? 1. Ga op de grond zitten. 2. Ben 2 minuten stil en praat niet met elkaar. Luister goed. 3. Je probeert zoveel mogelijk geluiden te horen. 4. Wat hoor je allemaal? Waar komt het geluid vandaan? Wie maakt het geluid? 5. Vul de geluiden in op je werkblad.

8. De bodem Hoe ziet het er uit in de grond? Wat heb je nodig? - schepje - liniaal 1. Zoek een plekje in het stuifzand. Maak daar een kuiltje van 20 cm diepte in het zand. Eén kant van het kuiltje moet steil zijn. 2. Op het werkblad staat een strook van 20 cm lengte. Op die strook moet je laten zien welke kleur de grond heeft. Je doet dat met het zand zelf. 3. Pak een klein beetje zand van het bovenste deel van het kuiltje. Leg dat bovenaan op de strook van je werkblad. Wrijf flink met je vinger het zand over dat plekje en kleur zo het papier. Als het zand erg droog is, kun je het met een natte vinger oppakken en daarmee wrijven. 4. Schud het zand eraf en je ziet dat het werkblad wat kleur gekregen heeft. 5. Pak nu weer een beetje zand dat iets dieper in het kuiltje zit. Leg dit weer op je werkblad en wrijf met je vinger. 6. Schud het zand eraf en ga weer verder met het zand dat weer wat dieper zit. Zo kom je onderaan het kuiltje terecht. Maak het kuiltje dicht. 7. Zoek nu een plekje in het bos. Maak daar weer een kuiltje zoals je in het stuifzand hebt gedaan. 8. Kleur daarna de bodem op de strook op het werkblad. Doe dat op dezelfde manier zoals je bij punt 3 t/m 6 hebt gedaan. 9. Als je klaar bent met de bodem van het bos, dan kun je die bodem met die van het stuifzand vergelijken. Welke verschillen zie je?