Factsheet jongeren in de bouw

Vergelijkbare documenten
Analyse van ongevallen in de Bouwnijverheid

Analyse van ongevallen in de Bouwnijverheid

Dr. Loes Lanting, onderzoeker/cluster-coördinator gegevensverzameling, Consument en Veiligheid,

Arbeidsongevallen en blootstelling in de metaalsector

Factsheet ongevallen in de sector Scheepsbouw en reparatie

Ongevalscijfers. Arbeidsongevallen

Factsheet ongevallen havensector

Val in sanitaire ruimten (55 jaar en ouder)

Analyse van ongevallen in de Sector Onderhoud van Gebouwen

Aantal SEH-behandelingen Aantal ziekenhuisopnamen na SEH % opnamen jaar jaar jaar en ouder

Vallen (privé en sport)

Ongevallen met een barbecue

1 Omvang problematiek. Zaalvoetbalblessures. Blessurecijfers. Samenvatting

Factsheet ongevallen met kranen feb 2004 en

Ref: KVM R01 Datum: 30 November 2009 Pagina: 2 van 10 INHOUD

ONGEVALSANALYSE SECTOR ONDERWIJS

Blessures Spoedeisende Hulp behandelingen Ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling 910 Doden 8

Ongevalscijfers. J.A. Draisma. Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus AD Amsterdam. April 2015

Werken aan de toekomst van Nederland.

Fietsongevallen en alcohol

Jeugd 0 t/m 18 jaar Ongevalscijfers

ANALYSE ONGEVALLEN MET BEWERKINGSMACHINES

ANALYSE ONGEVALLEN IN DE GROND-, WEG-, EN WATERBOUW

Enkelblessures. Samenvatting. gemiddeld sporters aan een enkelblessure. Het betekent ook 1,4

Rapport. Arbeidsongevallen 2015 Ongevalscijfers

ANALYSE VAN ONGEVALLEN IN DE SECTOR TRANSPORT EN LOGISTIEK

Fietsongevallen. Ongevalscijfers. Samenvatting. Fietsers kwetsbaar. Vooral ouderen slachtoffer van dodelijk fietsongeval

Aantal blessures waarvan medisch behandeld SEH-behandelingen Ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling 20-50

Factsheet ongevallen tijdens werkzaamheden aan of nabij het spoor

Volleybalblessures. Blessurecijfers. Samenvatting. Omvang problematiek. Jaarlijks lopen volleyballers blessures op,

Ongevallen met speeltoestellen

Vingerbeknelling door deur

Analyse ongevallen in de Sector Vervoer over land (BIK 60) en Diensten voor vervoer (BIK 63)

Leren van ongevallen. Storybuilder: een schat aan informatie. Leren van ongevallen: het proces. Producten. Vraag aan u

Val in en om huis (55 jaar en ouder)

Rapport 681. Ongevallen met hoverboards

Fietsongevallen. Samenvatting

Factsheet arbeidsongevallen in de binnenvaart

Factsheet ongevallen met vaste steigers

Enkelblessures. Ongevalscijfers. Samenvatting. Enkelblessure op één na meest voorkomende sportblessure

rapport Zelf toegebracht letsel Kerncijfers 2014

Vallen 65 jaar en ouder

1 Behandelingen op de Spoedeisende Hulp-afdeling (SEH) 1

Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol bij jongeren van 10 tot en met 24 jaar

Vingerbeknelling door deur

Letsels bij kinderen 0-4 jaar

rapport Vallen 65 jaar en ouder Ongevalscijfers

Aantal onderzochte ongevallen top 3 sectoren

Veilig werken Veilig werken is het uitgangspunt van

SEH-behandelingen naar aanleiding van GHBgebruik

Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol bij jongeren van 10 tot en met 24 jaar

Ongevalscijfers. Samenvatting. Overledenen

1 Omvang problematiek. Fitnessblessures. Blessurecijfers. Samenvatting

Rapport. Arbeidsongevallen 2016 Ongevalscijfers

rapport Vallen 65 jaar en ouder Ongevalscijfers

Ongevallen in de woning

rapport Ongevallen en geweld op school Cijfers over letsels door ongevallen en geweld in 2014

Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol

rapport Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol

Analyse van ongevallen in de sector HORECA

Onderzoek naar verbetering van de bouwhelm.

Traumatisch hersenletsel

RISICO HOROSCOOP VOORSPELLING AANTALLEN ONGEVALLEN VOOR SECTOREN EN BEROEPEN

Blessures door veldvoetbal

Tijdelijk werken op hoogte

Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol bij jongeren van 10 tot en met 24 jaar

ANALYSE ONGEVALLEN VAN DE SECTOR AFVAL

Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2015

KennisQuiz. Menselijk handelen en arbeidsongevallen. Je ziet het of je ziet het niet: ongevallen en gedrag

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN

Blessures tijdens fitness

RAPPORTAGE INCIDENTENANALYSE PERIODE 2012 TOT EN MET 2015 Q2

De analyse is vervolgens uitgevoerd op ongevallen uit de sector procesindustrie en overige industrieën (BIK codering) :

Monitor Arbeidsongevallen in Nederland 2005

Blessurecijfers. Samenvatting. Polsblessure meest behandelde sportblessure op SEH-afdeling

Factsheet ongevallen in de voedings- en genotmiddelenindustrie

Arbeidsongevallen 2011

ANALYSE VAN ARBEIDSONGEVALLEN DOOR MENSELIJKE AGRESSIE

Ouderen op de SEH: na een val in beeld

Tennisblessures. Blessurecijfers. Samenvatting

Unispect - Toolbox 10 - Werken op hoogte. Inleiding

Vervolgonderzoek vuurwerkongevallen

Transcriptie:

Factsheet jongeren in de bouw Uitgegeven door Stichting Consument en Veiligheid Postbus 75169 1070 AD Amsterdam Augustus 2007 Bij de samenstelling van deze publicatie is de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht genomen. Consument en Veiligheid aanvaardt echter geen verantwoordelijkheid voor eventuele, in deze uitgave voorkomende, onjuistheden of onvolkomenheden. Overname van tekst of gedeelten van tekst is toegestaan, mits met de juiste bronvermelding.

Inhoudsopgave Hoofdstuk Inhoudsopgave 2 1 Cijfers en feiten 3 1.1 Expositie en blootstelling 3 1.2 Overzicht ongevallen 4 1.3 SEH-behandelingen 4 1.4 Ernstige ongevallen 9 1.5 Dodelijke ongevallen 13 1.6 Kosten 14 2 Risico s en maatregelen 15 2.1 Probleemschets 15 2.2 Risicofactoren 15 2.3 Maatregelen 19 2.4 Relevante wet- en regelgeving 21 2

1 Cijfers en feiten 1.1 Expositie en blootstelling In de periode 2001-2005 werkte er jaarlijks gemiddeld 480.000 personen in de bouw waaronder 68.000 jongeren (14%) in de leeftijd van 15 tot en met 24 jaar (zie tabel 2). Onder bouw verstaan we bouwrijp maken van terreinen, burgerlijke en utiliteitsbouw; grond-, water- en wegenbouw (geen grondverzet), bouwinstallatie, afwerken van gebouwen en verhuur van bouw- en sloopmachines met bedienend personeel. Activiteiten waar jongeren in de bouw vaak aan worden blootgesteld en waarbij ze een veiligheidsrisico lopen zijn staan en lopen, contact met handgereedschap, extreme krachtinspanning, opbotsen tegen een object en bedienen van machines. In tabel 1 zijn de 10 meest voorkomende gevaarsblootstellingen voor jongeren in de bouw weergegeven. Dit is gedaan op basis van het aantal blootgestelden en de blootstelling in uren per jaar. Tabel 1 Bowtie De 10 meest voorkomende gevaarsblootstellingen in de bouwnijverheid bij jongeren (15 tot en met 24 jaar) Aantal blootgestelden Blootstelling: Uren per jaar Vallen op gelijke hoogte 61.800 72.400.000 Contact met zelf gebruikt handgereedschap 38.900 38.800.000 Extreme krachtinspanning: kracht 36.000 22.000.000 Opbotsen tegen een object 21.100 21.600.000 Contact met voorwerpen die door een persoon worden gedragen of gebruikt: handgereedschap 23.900 21.400.000 Contact met bewegende delen van machines: het bedienen van een machine 21.000 18.700.000 Contact met voorwerpen die door een persoon worden gedragen of gebruikt: niet handgereedschap 12.800 12.400.000 Vallen van hoogte: gaten in de grond 19.900 12.200.000 Aanrijding door een bewegend voertuig 14.100 11.900.000 Contact met vliegende voorwerpen: rondvliegende voorwerpen 9.600 10.300.000 Bron: Missiesurvey 2006, Consument en Veiligheid 3

1.2 Overzicht ongevallen Tabel 2 Kerncijfers arbeidsongevallen (jaarlijkse gemiddelden) 15-24 jaar Bouw 25 jaar en ouder 15-24 jaar Arbeid totaal 25 jaar en ouder Aantal werkenden 68.000 412.000 1.240.000 6.647.000 Aantal SEH-behandelingen 3.000 9.200 21.000 64.000 SEH-behandelingen per 1.000 werkenden 44 22 17 9,6 Aantal ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling 90 480 520 2.900 Ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling per 1.000 werkenden 1,4 1,2 0,42 0,43 % Ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling van totaal aantal SEH-behandelingen 3 5 2 4 Aantal doden 3 21 11 81 Gemiddelde directe medische kosten (in euro) 1 760 940 700 930 Totale directe medische kosten (in euro) 1 2.300.000 9.000.000 15.000.000 61.000.000 Gemiddelde verzuimkosten (in euro) 2 1.700 4.700 1.500 4.400 Totale verzuimkosten (in euro) 2 2.800.000 25.000.000 16.000.000 160.000.000 Bron: Enquête Beroepsbevolking 2001-2005, Centraal Bureau voor de Statistiek; Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid; Statistiek niet-natuurlijke dood 2001-2005, Centraal Bureau voor de Statistiek; Letsellastmodel 2005, Consument en Veiligheid i.s.m. Erasmus Medisch Centrum 1 Directe medische kosten van een arbeidsongeval(len) waarvoor het slachtoffer is behandeld op een SEH-afdeling of is opgenomen in een ziekenhuis. 2 Verzuimkosten (tot één jaar na het ongeval) van arbeidsongevallen waarna het slachtoffer is behandeld op een SEH-afdeling of is opgenomen in een ziekenhuis 1.3 SEH-behandelingen Jaarlijks worden er naar schatting 12.000 personen behandeld op een SEH-afdeling van een ziekenhuis in Nederland als gevolg van een ongeval in de bouw. Gemiddeld 3.000 (25%) slachtoffers zijn in de leeftijd van 15 tot en met 24 jaar. Binnen deze groep komt een grote variëteit aan beroepen voor. Ongeveer een kwart van de jongeren die na een arbeidsongeval in de bouw worden behandeld op de SEH-afdeling, geeft aan bouwvakker te zijn, een achtste is timmerman. In de periode 2001-2005 is het aantal SEH-behandelingen naar aanleiding van ongevallen bij jongeren in de bouw significant afgenomen met 21%. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele veranderingen in het aantal werkende jongeren in de bouw. Jongeren in de bouw hebben een twee keer zo grote kans op een ongeval dat leidt tot behandeling op de SEH-afdeling als oudere werkenden in de bouw (25 jaar en ouder), zie figuur 1 en tabel 2. 4

Figuur 1 Aantal SEH-behandelingen na een arbeidsongeval in de bouw per 1.000 werkenden in de bouw naar leeftijd Aantal SEH-behandelingen per 1.000 werkenden 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 15-24 jaar 25 jaar en ouder Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid; Enquête Beroepsbevolking 2001-2005, Centraal Bureau voor de Statistiek Voor bijna alle bedrijfstakken is het risico voor jongere werkenden groter dan voor volwassenen, zie figuur 2. Vergeleken met de meeste andere bedrijfstakken is de kans op een ongeval voor jongeren in de bouw relatief groot. Alleen in de metaalindustrie is de kans nog groter. Figuur 2 Aantal SEH-behandelingen na een arbeidsongeval per 100.000 werkenden naar leeftijd en bedrijfstak Aantal SEH-behandelingen per 1.000 werkenden 60 50 40 30 20 10 - Metaalindustrie Bouw Openbaar bestuur Voedings- en genotmiddelenindustrie Horeca Vervoer, post en communicatie Land - en tuinbouw Handel Overig 15-24 jaar 25 jaar en ouder Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid; Enquête Beroepsbevolking 2001-2005, Centraal Bureau voor de Statistiek 5

De daling van het aantal SEH-behandelingen naar aanleiding van ongevallen bij jongeren in de bouw (-21%) is sterker dan die voor de leeftijdsgroep 25 jaar en ouder in de bouw (niet significant), maar blijft wel achter bij de daling van alle arbeidsongevallen bij jongeren (-36%), zie figuur 3. In de trendanalyses is geen rekening gehouden met eventuele veranderingen in het aantal werkenden. Figuur 3 SEH-behandelingen na een arbeidsongeval (bouw en arbeid totaal): jaarlijks aantal SEH-behandelingen en lineaire trend naar leeftijd. Index: januari 2001=100 120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 2001 2002 2003 2004 2005 Bouw 15-24 jaar Bouw 25 jaar en ouder Arbeid totaal 15-24 jaar Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid Snijden aan een object is het meest voorkomende type ongeval waarna jongeren in de bouw een SEH-afdeling bezoeken (31%), zie figuur 4. Op de tweede plaats komt letsel door contact met een bewegend object (24%). Letsel door een val komt in 18% van de gevallen voor, een derde hiervan (6%) is een val van hoogte. Letsel door een vreemd voorwerp in het lichaam zien we in 12% van de gevallen. Een vergelijkbare verdeling is te zien bij de groep van 25 jaar en ouder. Ten opzichte van arbeidsongevallen in het algemeen bij jongeren, valt op dat jongeren in de bouw relatief vaak op een SEH-afdeling behandeld worden voor letsel door een vreemd voorwerp in het lichaam (met name in het oog). 6

Figuur 4 SEH-behandelingen na een arbeidsongeval (bouw en arbeid totaal) naar leeftijd: percentages naar type ongeval Stoten tegen stilstaand object 3% Vreemd voorwerp in lichaam 12% Geraakt door bewegend object 24% bouw 15-24 jaar overig scenario 4% Beknelling 8% Val 18% Snijden aan object 31% Stoten tegen stilstaand object 4% Vreemd voorwerp in lichaam 13% Geraakt door bewegend object 21% bouw 25 jaar en ouder overig scenario 5% Beknelling 7% Val 22% Snijden aan object 28% Vreemd voorwerp in lichaam 7% Stoten tegen stilstaand object 5% Geraakt door bewegend object 19% totaal arbeid 15-24 jaar overig scenario 12% Beknelling 11% Val 16% Snijden aan object 30% Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid Steigerconstructies en hobbymessen blijken vaak betrokken te zijn bij ongevallen in de bouw waarna de SEH-afdeling bezocht wordt, zie tabel 3. Dit geldt zowel voor jongeren als voor 25-plussers. Het hobbymes scoort echter ook hoog bij alle arbeidsongevallen bij jongeren, de steigerconstructie scoort daar minder hoog. 7

Tabel 3 Top 5 van producten betrokken bij arbeidsongevallen waarna behandeling op een SEH-afdeling heeft plaatsgevonden Aantal % Bouw 15-24 jaar Steigerconstructie 210 7 Hobbymes 140 5 Metalen buis/pijp 110 4 Metaal, niet gespecificeerd 100 3 Glas, niet gespecificeerd 90 3 Bouw 25 jaar en ouder Steigerconstructie 570 6 Hobbymes 360 4 Ladder 340 4 Metaal, niet gespecificeerd 290 3 Metalen buis/pijp 280 3 Totaal arbeid 15-24 jaar Mes, niet gespecificeerd 930 4 Hobbymes 620 3 Snijmachine, elektrisch 600 3 Metaalsplinter 570 3 Metaal, niet gespecificeerd 530 3 Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid Jongeren werkzaam in de bouw bezoeken in ruim de helft van de gevallen de SEHafdeling met letsel aan de schouder, arm of hand (54%), zie figuur 7. Bijna één derde van de jongeren heeft letsel aan de vingers (32%). Opvallend is het hoge percentage oogletsels (12%). De genoemde percentages zijn vergelijkbaar met die voor de leeftijdsgroep van 25 jaar en ouder werkzaam in de bouw. 8

Figuur 5 SEH-behandelingen na een arbeidsongeval in de bouw bij jongeren: percentages naar getroffen lichaamsdeel en type letsel Hoofd/hals/nek: 22% oogletsel: 12% Romp/wervelkolom: 4% oppervlakkig letsel/kneuzing romp: 2% open wond hoofd: 6% oppervlakkig letsel/kneuzing hoofd: 2% Schouder/arm/hand: 54% open wond pols/hand/vinger: 24% oppervlakkig letsel/kneuzing pols/hand/vinger: 14% fractuur hand/vinger: 4% Heup/been/voet: 19% oppervlakkig letsel/kneuzing enkel/voet/teen: 5% oppervlakkig letsel/kneuzing heup/been: 3% enkeldistorsie: 3% Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid 1.4 Ernstige ongevallen Als gevolg van arbeidsongevallen in de bouw worden jaarlijks 580 slachtoffers na behandeling op de SEH-afdeling opgenomen in het ziekenhuis, waarvan 90 (16%) in de leeftijdsgroep van 15 tot en met 24 jaar. Dit aantal is in de periode 2000-2005 voor de jongeren in de bouw niet significant veranderd. Bij de ouderen (25 jaar en ouder) in de bouw lijkt het aantal te zijn gestegen maar de stijging is niet statistisch significant. Bij jongeren in het algemeen lijkt het aantal ziekenhuisopnamen (na SEH-behandeling) in verband met een arbeidsongeval te zijn gedaald, maar ook dit resultaat is niet statistisch significant. In de trendanalyses is geen rekening gehouden met eventuele veranderingen in het aantal werkenden. Jongeren in de bouw lopen een iets groter risico een ongeval te krijgen dat leidt tot een ziekenhuisopname na behandeling op de SEH-afdeling dan 25-plussers, zie figuur 6 en tabel 2. 9

Figuur 6 Aantal ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling na een arbeidsongeval in de bouw per 1.000 werkenden in de bouw naar leeftijd 1,6 Aantal ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling per 1.000 werkenden 1,4 1,2 1,0 0,8 0,6 0,4 0,2 0,0 15-24 jaar 25 jaar en ouder Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid; Enquête Beroepsbevolking 2001-2005, Centraal Bureau voor de Statistiek Het percentage ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling voor ongevallen in de bouw is niet heel hoog en ook niet heel laag ten opzichte van andere sectoren, zie figuur 7. Figuur 7 Percentage ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling naar leeftijd en bedrijfstak 12 Percentage ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling 10 8 6 4 2 0 Land- en tuinbouw Vervoer, post en communicatie Voedings- en genotmiddelenindustrie Openbaar bestuur Bouw Metaalindustrie Handel Horeca Overig Onbekend 15-24 jaar 25 jaar en ouder Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid 10

Een val in de bouw leidt relatief vaak tot letsel waarvoor, na behandeling op de SEHafdeling, een ziekenhuisopname noodzakelijk is, zie figuur 8. In vergelijking met 25- plussers worden jongeren in de bouw relatief vaak opgenomen na geraakt te zijn door een bewegend object, maar minder vaak na een val van trap of ladder, of val van overige hoogte. Figuur 8 Ziekenhuisopname na SEH-behandeling na een arbeidsongeval in de bouw naar leeftijd: percentages naar type ongeval Beknelling 5% Geraakt door bewegend object 29% bouw 15-24 jaar Overig scenario 11% Val van hoogte, val uit, van 30% Snijden aan object 11% Val van trap of ladder 7% Val overig 7% Geraakt door bewegend object 14% Snijden aan object 13% Beknelling 3% bouw 25 jaar en ouder Val overig 7% Overig scenario 7% Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid Val van trap of ladder 15% Val van hoogte, val uit, van 41% Beknelling 17% totaal arbeid 15-24 jaar Overig scenario 16% Geraakt door bewegend object 20% Val van hoogte, val uit, van 14% Val van trap of ladder 5% Val overig 9% Snijden aan object 19% Onder ongevallen in de bouw die geanalyseerd zijn in Storybuilder (ongevallen die verder onderzocht zijn door de Arbeidsinspectie), blijkt dat een val van hoogte, ladder of steiger vaak voorkomt, zie tabel 4. Deze tabel bevat echter geen gegevens over jongeren in de bouw, de gegevens hebben betrekking op slachtoffers van arbeidsongevallen in de bouw van alle leeftijden. De ongevallen die geanalyseerd zijn in Storybuilder zijn over het algemeen ernstige arbeidsongevallen. 11

Tabel 4 Type ongevallen in de bouwnijverheid die verder onderzocht zijn door de Arbeidsinspectie en geanalyseerd zijn in Storybuilder voor slachtoffers van alle leeftijden (voor typen met meer dan 30 ongevallen in 6 jaar) Type Ongeval Periode 1998- Feb 2004 per jaar % Val van hoogte dak, verdieping, e.d. 603 98 21% Val van ladder 450 73 16% Val van steigers 382 60 13% Contact met vallende objectenoverig (bouwwerken, steigers, e.d.) 274 45 10% Contact met bewegende delen van een machine* 215 36 8% Contact met vallende objecten van kranen incl. vallende lasten* 96 16 3% Contact met vliegende (wegschietende) objecten 79 13 3% Contact met zwaaiende objecten/ hangende lasten 81 13 3% Contact met elektriciteit 76 12 3% Aanrijding (van voetganger) door voertuig 62 10 2% Ongevallen op/ in bewegende voertuigen 54 9 2% Val van bewegende platforms 56 9 2% Val van hoogte - onbeschermd overig 49 8 2% Contact met handgereedschap 48 8 2% Val op gelijke hoogte 43 7 2% Beknellingen 42 7 1% Contact met object gedragen/ gebruikt door het slachtoffer 39 6 1% Brand 32 5 1% Bron: M. Mud. Analyse van ongevallen in de Bouwnijverheid, mei 2007, F-d-0_3-Bouw-070524-MM, worm.viadesk.com *Geëxtrapoleerd naar periode 1998-2004 op basis van analyse jaren 2002 en 2003 Meer dan een kwart van de jongeren in de bouw die na behandeling op de SEH-afdeling opgenomen worden in het ziekenhuis heeft letsel aan de romp, zie figuur 9. Het aantal cases is te klein om een betrouwbare uitspraak te doen over de typen letsels en specifiekere lichaamsdelen. 12

Figuur 9 Ziekenhuisopname na SEH-behandelingen na een arbeidsongeval in de bouw bij jongeren: percentages naar getroffen lichaamsdeel en type letsel Hoofd/hals/nek: 20% Romp/wervelkolom: 27% Schouder/arm/hand: 30% Heup/been/voet: 23% Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2005, Consument en Veiligheid 1.5 Dodelijke ongevallen Jaarlijks vonden in de periode 2001-2005 gemiddeld drie dodelijke ongevallen in de bouw plaats bij jongeren van 15 tot en met 24 jaar (zie tabel 5). Dit komt overeen met 5,0 dodelijke ongevallen per 100.000 werkenden (15-24 jaar) in de bouw per jaar. Dit is veel ten opzichte van arbeidsongevallen in het algemeen bij jongeren maar gelijk aan het aantal doden per 100.000 werkenden in de bouw van 25 jaar en ouder. Tabel 5 Jaarlijks aantal dodelijke arbeidsongevallen en aantal dodelijke ongevallen per 100.000 werkenden naar leeftijd Aantal Aantal per 100.000 Bouw 15-24 jaar 3 5,0 Bouw 25 jaar en ouder 21 5,0 Arbeid totaal 15-24 jaar 11 0,86 Bron: Statistiek niet-natuurlijke Dood 2001-2005, Centraal Bureau voor de Statistiek; Enquête Beroepsbevolking 2001-2005, Centraal Bureau voor de Statistiek 13

1.6 Kosten De gemiddelde directe medische kosten van arbeidsongevallen bij jongeren in de bouw waarvoor het slachtoffer behandeld wordt op een SEH-afdeling of opgenomen wordt in het ziekenhuis bedragen 760 per slachtoffer, zie ook tabel 1. Deze kosten zijn vergelijkbaar met die voor arbeidsongevallen bij jongeren in het algemeen ( 700), maar lijken lager dan die van een ongeval in de bouw in de leeftijdscategorie 25 jaar en ouder ( 940). De gemiddelde verzuimkosten (tot een jaar na het ongeval) van arbeidsongevallen bij jongeren in de bouw waarvoor het slachtoffer behandeld wordt op een SEH-afdeling of opgenomen wordt in het ziekenhuis bedragen 1.700 per slachtoffer. Dit is in dezelfde orde van grootte als de verzuimkosten voor arbeidsongevallen bij jongeren in het algemeen ( 1.500) maar beduidend lager dan de gemiddelde verzuimkosten van een arbeidsongeval in de bouw bij de leeftijdsgroep 25 jaar en ouder ( 4.700). 14

2 Risico s en maatregelen 2.1 Probleemschets Vergeleken met andere bedrijfstakken is de kans op een arbeidsongeval voor jongeren (15-24 jaar) in de bouw groot. Per 1.000 werkende jongeren in de bouw komen er per jaar 44 jongeren voor behandeling naar een SEH-afdeling. Alleen voor jongeren in de metaal is dit aantal groter. Ook vergeleken met de leeftijdsgroep van 25 jaar en ouder in de bouw (22 SEH-behandelingen per 1.000 werknemers) lopen de jongeren in de bouw een groot risico tijdens hun werk een ongeval te krijgen waarvoor behandeling op een SEH-afdeling noodzakelijk is. De afgelopen jaren werden er weliswaar minder jongeren uit de bouw op een SEHafdeling behandeld, dit aantal daalt echter minder snel dan bij arbeidsongevallen bij jongeren in het algemeen. Wat dat betreft lijkt er nog wel winst te behalen in het voorkomen van ongevallen bij jongeren in de bouw. De kans op ernstig letsel (ziekenhuisopname na SEH-behandeling) is iets groter voor jongeren in de bouw dan voor 25-plussers in de bouw. Het aantal ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling voor jongeren in de bouw is 1,4 per 1.000 werkenden en voor 25- plussers in de bouw is dat 1,2 per 1.000 werkenden. We zien dus dat bij jongeren in de bouw de kans op ernstig letsel ongeveer 20% groter is dan bij de oudere leeftijdsgroep in de bouw, terwijl de kans op minder ernstig letsel (SEH-behandeling) twee keer zo groot is (zie boven). Letsels door snijden (31%) en contact met een bewegend object (24%) komen vaak voor bij jongeren in de bouw. Daarnaast lopen deze jongeren vaak letsel op door een val (18%). Met name de letsels na een val van hoogte zijn relatief ernstig. Ook valt op dat relatief veel jongeren (12%) in de bouw op een SEH-afdeling behandeld worden in verband met oogletsel. 2.2 Risicofactoren Oorzaken van ongevallen bij jongeren in de bouw zijn samen te vatten in vijf belangrijke risicofactoren: - veiligheidsvoorzieningen - persoonlijke beschermingsmiddelen 15

- veiligheidsbewustzijn - vaardigheden - toezicht Gebleken is dat de volgende factoren de kans op een arbeidsongeval in de bouw bij jongeren vergroten: - een flexibel arbeidscontract - langere werktijden (meer dan 40 uur per week) - werkzaam zijn in kleine bedrijven - richten op de afwerking van gebouwen De preventie van arbeidsongevallen bij jongeren in de bouw is zeer waarschijnlijk het meest efficiënt als interventies specifiek op deze groepen gericht worden. Voor voorbeelden van de vijf groepen risicofactoren kan aan de volgende zaken gedacht worden: Veiligheidsvoorzieningen: - het ontbreken van (voldoende) veiligheidsvoorzieningen op de werkplek, hierbij gaat het bijvoorbeeld om randbeveiliging van daken en steigers, voorzieningen voor veilig werken met ladders en afscherming van machines. - geen gebruik maken van veiligheidsvoorzieningen Persoonlijke beschermingsmiddelen: - geen of onjuist gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, bijvoorbeeld het dragen van een veiligheidsbril om oogletsels te voorkomen. Veiligheidsbewustzijn: - niet goed opletten - onvoorzichtingheid - te veel risico nemen - te snel willen werken - niet of onvoldoende naleven van de veiligheidsvoorschriften Vaardigheden: - onvoldoende adequaat omgaan met gereedschap en machines - onvoldoende ervaring met de taak en werkzaamheden Toezicht: - onvoldoende adequaat en deskundig toezicht - onvoldoende controle op correct gebruik van de vereiste persoonlijk beschermingsmiddelen - onvoldoende controle op het beoordelen van de werkplek op veiligheid en de aanwezigheid van de toezichthouder om, indien nodig, direct in te kunnen grijpen 16

Voor de belangrijkste typen arbeidsongevallen in de bouw bij werknemers van alle leeftijden zijn de risicofactoren in de vorm van falende barrières nader uitgewerkt. Omdat deze niet overeen hoeven te komen met die voor jongeren in de bouw is het de vraag of de hiergenoemde risicofactoren ook gelden voor jongeren. In de bouw zijn dit de belangrijkste type ongevallen: Val van hoogte o Dak/vloer/verdieping o Ladder (en trapjes) o Steigers Contact met vallende objecten o Objecten exclusief hangende lasten/kranen o Lasten/objecten van kranen Contact met bewegende delen van machines Contact met elektriciteit Per type ongeval zullen de falende barrières en dus risicofactoren besproken worden: Val van dak/vloer verdieping. Het ontbreken van randbeveiliging op vloeren en daken van bouwwerken is in bijna de helft (46%) van dit type ongevallen de falende barrière. De randbeveiliging kan nooit zijn aangebracht, ondeugdelijk zijn of falen doordat deze (tijdelijk) is weggehaald. Voornaamste falende taak is het niet aanwezig zijn / verschaffen van deugdelijke randbescherming. Achterliggende oorzaken hierbij: - Ontbrekende of onvoldoende plannen en procedures voor het werken op hoogte: 31% - Gebrekkige communicatie of samenwerking: 18% - Onvoldoende motivatie/ alertheid voor veiligheid: 13% - Conflict met andere bedrijfsbelangen: 11% - Ondeugdelijk materiaal 11% In 28% van dit type ongevallen had valbescherming toegepast moeten worden voor het type werkzaamheden. In 56% hiervan was er geen valbescherming door de organisatie verschaft, in 29% wel, maar werd deze niet gebruikt door het slachtoffer. Top drie achterliggende oorzaken zijn onvoldoende motivatie/ alertheid voor veiligheid (23%), ontbrekende of onvoldoende plannen en procedures voor het werken op hoogte (26%) en gebrekkige communicatie of samenwerking (13%). In 27% van de ongevallen was de toestand/ bekwaamheid van de gebruiker oorzaak. In 21% van deze ongevallen wordt gelopen op te zwakke onderdelen van daken en vloeren, omdat deze hier niet voor bedoeld zijn (zoals daklichten) of nog in aanbouw. In 16% van deze ongevallen is het dak of de vloer zelf niet in orde (instabiel of niet sterk genoeg). 17

Val van ladder (en trapjes) In bijna de helft (47%) van de ongevallen waarbij men van een ladder valt, is deze niet goed geplaatst (niet in een veilige hoek, niet op een vlakke ondergrond en niet gezekerd tegen verschuiven. Achterliggende oorzaak lag in 40% van de gevallen niet direct bij het slachtoffer zelf, maar bij de werkgever die er niet voor gezorgd had dat de omstandigheden zodanig waren dat ladders en trapjes veilig geplaatst konden worden (vaak is het in die gevallen zo, dat er ander formaat/ type ladders of andere voorzieningen voor werken op hoogte aanwezig hadden moeten zijn). Achterliggende oorzaken zijn met name onvoldoende motivatie/ alertheid voor veiligheid (44%) en onvoldoende goed materiaal (15%) en conflict met andere bedrijfsbelangen (15%). De ladder zelf was in 19% van de ongevallen niet goed (vaak versleten rubberen doppen of van verkeerde afmeting). In 38% verliest men het evenwicht (bijvoorbeeld door verkeerde positie op de ladder zoals te ver te reiken) (7%), of doordat men de handen niet vrij heeft om op de ladder altijd een driepunts contact te hebben om stabiel te blijven staan. Val van steigers In 32% van de ongevallen bij val van steiger ontbreekt een (deugdelijke) randbescherming, in 21% van de ongevallen is de steiger niet goed verankerd, in 14% is de steiger vloer niet deugdelijk (zwak of er ontbreken planken) en in 13% is de constructie van de steiger ontoereikend bij de uitgeoefende belasting. In 5% had valbescherming toegepast moeten worden. Contact met vallende objecten (exclusief hangende lasten/kranen) In 34% van dit type ongevallen bevindt het slachtoffer zich in (onder) een gebied waar deze niet mag zijn (gevaarszone; het gebied waar men kan verwachten dat er voorwerpen naar beneden vallen; bijvoorbeeld bij sloopwerkzaamheden). Hiervan ca. 1/3 gerelateerd in het onvoldoende afbakenen en afsluiten van de gevaarszone. In 44% van de gevallen lag de oorzaak in bij het niet goed vastmaken/ bevestigen van het object (bijvoorbeeld vallende gevelplaten). In 9% werden de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (helm, veiligheidsschoenen) niet gedragen, in 7% waren er onvoldoende beveiligingen aangebracht (afscherming, netten). Contact met vallende lasten/objecten van kranen In 68% van dit type ongevallen bevindt het slachtoffer zich in (onder) een gebied waar deze niet mag zijn (gevaarszone; het gebied waar men kan verwachten dat er voorwerpen naar beneden vallen; bijvoorbeeld bij sloopwerkzaamheden). Hiervan ca. 1/3 gerelateerd in het onvoldoende afbakenen en afsluiten van de gevaarszone. In 48% van de gevallen lag de oorzaak in bij het niet goed vastmaken/ bevestigen van lasten. In 35% van de gevallen betrof het een onjuiste bediening van de kraan. 18

Contact met bewegende delen van een machine Bij de ongevallen met machines ontbreekt bij 22% de afscherming, en is deze in 35% wel aanwezig maar onvoldoende om het ongeval te voorkomen. In 12% van deze gevallen is de afscherming verwijderd of gedeactiveerd, in 8% door het slachtoffer bewust omzeild. In 19% is er sprake van verkeerde bediening van de machine. In 66% van de gevallen is het slachtoffer zicht niet bewust van het feit dat deze met lichaamsdelen in het bereik van de bewegende delen is gekomen of schiet het slachtoffer uit. In 9% van de gevallen wordt de gevaarszone van de machine bewust genegeerd. Contact met elektriciteit In 64% van de ongevallen met elektriciteit wordt gewerkt aan niet spanningsvrij gemaakte installatieonderdelen. In 23% worden niet de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen toegepast en in 20% zijn spanningsdragende onderdelen niet goed afgeschermd en in 16% ontbreekt de primaire isolatie. Op de website van Arbouw, www.arbouw.nl, zijn specifiek per beroepsgroep de risico s op een rij gezet. Hierin wordt geen specifiek onderscheid gemaakt naar jongeren in de bouw. Arbouw is de organisatie die is opgericht om het de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren en het ziekteverzuim te verminderen. Bekijk de gebruikte bronnen I. Vriend et al. Arbeidsongevallen bij jongeren in de metaalindustrie en in de bouw. Amsterdam: Stichting Consument en Veiligheid; februari 2003, rapportnummer: 256, ISBN: 90-6788-281-X M. Mud. Analyse van ongevallen in de Bouwnijverheid. F-d-0_3-Bouw-070524-MM, worm.viadesk.com, Mei 2007. Website Arbouw: www.arbouw.nl 2.3 Maatregelen De volgende maatregelen kunnen genomen worden om het aantal arbeidsongevallen bij jongeren te verminderen: - Zorgdragen voor juist en kwalitatief goed materiaal en gereedschap en deze regelmatig controleren op kwaliteit en gebruik. - Veiligheidsvoorzieningen aanbrengen en deze regelmatig controleren op kwaliteit en gebruik. - Bevorderen van het gebruik van kwalitatief goede persoonlijke beschermingsmiddelen, ook voor werknemers die niet in vaste dienst zijn. - Jongeren in de bouw meer bewust maken van de risico s die samengaan met het werk dat zij verrichten en met hun gedrag. 19

- Meer aandacht voor de begeleiding, opleiding en het inwerken van werknemers. - Consequent toezicht houden op het gebruik van veiligheidsvoorzieningen, persoonlijke beschermingsmiddelen en op de naleving van veiligheidsprocedures. - Beter en consequent naleven van de geformuleerde richtlijnen voor adequaat en deskundig toezicht voor werknemers jonger dan 18 jaar. Deze maatregelen zijn met name van invloed op jongeren in de bouw die een groter risico hebben op een ongeval, namelijk: - jongeren met een flexibel arbeidscontract - jongeren met langere werktijden (meer dan 40 uur per week) - jongeren die werkzaam zijn in kleine bedrijven - jongeren die zich richten op de afwerking van gebouwen Meer specifiek kan aan de volgende maatregelen gedacht worden (dit geldt voor medewerkers van arbeidsongevallen in de bouw van alle leeftijden, mogelijk dat er voor jongeren in de bouw nog andere specifieke maatregelen te achterhalen zijn): - Aanwezigheid van deugdelijke randbeveiliging op daken, vloeren, platforms - Plaatsing van ladders (zijn de omstandigheden geschikt voor plaatsing van ladders, zijn deze van juiste afmeting en worden ze op een stabiele en vlakke ondergrond geplaatst onder een veilige hoek, en gezekerd tegen verschuiven). - Verschaffen en gebruik valbescherming bij werken op hoogte zonder randbescherming - Aanwezigheid van deugdelijke randbeveiliging op steigers en controle op beheersmaatregelen die er voor zorgen dat de randbeveiligingen aanwezig en in goede staat blijven - Constructie steigers (met name afsteuningen, verankeringen, e.d.) en staat van de steiger vloeren (o.a. aansluiting op gebouw) - Aandacht voor het goed bevestigen van bouwmaterialen, zoals gevelplaten. - Het weren van personen onder gevaarszones van hangende lasten en onder overige zones waar een verhoogd vallend object gevaar bestaat (bijvoorbeeld daar waar deze op dat moment worden aangebracht). - Het deugdelijk vastmaken van lasten - Aanwezigheid van deugdelijke afschermingen bij machines en voldoende competentie van de bedieners er van. - Controle op het spanningsvrij maken bij het werken aan spanningsdragende elektrische delen en maatregelen om er voor te zorgen dat dit tijdens de werkzaamheden ook zo blijft ( Lock-out & tag-out ) Op de website van Arbouw, www.arbouw.nl, worden per risico binnen een specifieke beroepsgroep maatregelen weergegeven. Hierin wordt geen specifiek onderscheid gemaakt naar jongeren in de bouw. Arbouw is de organisatie die is opgericht om het de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren en het ziekteverzuim te verminderen. 20

Bekijk de gebruikte bronnen Bron: I. Vriend et al. Arbeidsongevallen bij jongeren in de metaalindustrie en in de bouw. Amsterdam: Stichting Consument en Veiligheid; februari 2003, rapportnummer: 256, ISBN: 90-6788-281-X Bron: M. Mud. Analyse van ongevallen in de Bouwnijverheid. F-d-0_3-Bouw-070524-MM, worm.viadesk.com, Mei 2007. Website Arbouw: www.arbouw.nl 2.4 Relevante wet- en regelgeving Door het ministerie van SZW zijn wetten en regels opgesteld voor arbeid onder jongeren. Zo zijn er regels voor de werkzaamheden die jongeren van een bepaalde leeftijd uit mogen voeren en zijn de toegestane werktijden vastgelegd in de Arbeidstijdenwet. Deze wetten en regels gelden ook voor jongeren in de bouw. Informatie hierover is te vinden op de website van het ministerie van SZW (www.szw.nl) en de website van de Arbeidsinspectie (www.arbeidsinspectie.nl). Ook op website van Arbouw, www.arbouw.nl, wordt een overzicht gegeven van wet- en regelgeving die van toepassing zijn op de bouw. Arbouw is de organisatie die is opgericht om het de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren en het ziekteverzuim te verminderen. Bekijk de gebruikte bronnen Website ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: www.szw.nl Website van de Arbeidsinspectie: www.arbiedsinspectie.nl Website Arbouw: www.arbouw.nl 21