Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat



Vergelijkbare documenten
Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 2007

Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 2007 ȟȟ Bijlagenrapport tussenmeting

Ondernemerspeiling. Ondernemerspeiling op Waarstaatjegemeente.nl. Waar vinden uw bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk plaats?

Benchmark Ondernemingsklimaat

KING Ondernemingspeiling

Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

Ondernemingspeiling Foto: Jan van der Ploeg

Rapportage op maat: klanttevredenheidsonderzoek

Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 2011/2012

Werkgelegenheidsonderzoek 2010

Enquête Telefonische dienstverlening

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.

Figuur 1: Voorbeelden van 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages.

Enquête Revitalisering Bedrijventerrein Overvecht. Rapportage. Uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Meting economisch klimaat, november 2013

Huidig economisch klimaat

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn

Factsheet bedrijventerrein Pothof, Gemeente Rozenburg

Resultaten bewonersonderzoek, meting 2013

Ondernemerspeiling VNG Realisatie Gemeente Halderberge

Opzet en uitvoering onderzoek 'Motie Straus'

Resultaten USP-Bewonersscan, meting 2015

Factsheet bedrijventerrein Mijlpolder, Gemeente Binnenmaas

Werkbelevingsonderzoek 2013

GfK Group Media RAB Radar- Voorbeeldpresentatie Merk X fmcg. Februari 2008 RAB RADAR. Radio AD Awareness & Respons. Voorbeeldpresentatie Merk X

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden

Conjunctuurenquête Nederland. Vierde kwartaal 2015

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017

Onderzoek Trappers. rapportage. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Nationale Fiets Projecten Postbus AN Heerenveen

Rapportage op maat: klanttevredenheidsonderzoek

MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland 2015/2016. Gemeente Losser

Presentatie WAI database November Hoe ziet het werkvermogen van de Nederlandse werkende beroepsbevolking eruit?

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

RAPPORT BURGERPANEL BUSSUM PEILING DE GEMEENTELIJKE WEBSITE GEMEENTE BUSSUM Januari 2013

Bedrijfsnummer: 159. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Matchcare re-integratie

Klanttevredenheidsonderzoek. Dienstverlening team Werk en Inkomen, gemeente Olst-Wijhe

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Conjunctuurenquête Nederland. Tweede kwartaal Bedrijfsleven onveranderd positief

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Ondernemingspeiling. Page #1. Ondernemingspeiling op Waarstaatjegemeente.nl. De vragen gaan over uw bedrijfslocatie in de gemeente XXX

Ondernemerspeiling VNG Realisatie Gemeente Hollands Kroon

Klantgerichtheidmonitor UWV 2 e meting 2014

Onderzoek Zondagopenstelling Gemeente Borger-Odoorn

Rapport op maat: klanttevredenheidsonderzoek

1 Opzet tabellenboek, onderzoeksopzet en respondentkenmerken

Transcriptie:

Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat Resultaten eindmeting gemeente Breda Stadsrapportage Opdrachtgever: Ministerie van Economische Zaken ECORYS Nederland BV Kirsten Guijaux Damo Holt Arjan Koopman Rotterdam, 12 mei 2005 SvdM/TS ii12347

ECORYS Nederland BV Postbus 4175 3006 AD Rotterdam Watermanweg 44 3067 GG Rotterdam T 010 453 88 00 F 010 453 07 68 E netherlands@ecorys.com W www.ecorys.nl K.v.K. nr. 24316726

Inhoudsopgave 1 Inleiding 7 1.1 Achtergrond 7 1.2 Stadsrapportage 7 1.3 Beknopte onderzoeksverantwoording 8 1.4 Leeswijzer 8 2 Beschouwing ondernemingsklimaat gemeente Breda 11 2.1 Ondernemingsklimaat in vogelvlucht 11 2.2 Doelstellingen 14 2.3 Algemene tendensen 15 2.4 Uitwerking naar thema 15 2.4.1 Ondernemerschap 15 2.4.2 Kansrijke sectoren en clusters 16 2.4.3 Overig 16 3 Organisatie economisch beleid 19 4 Gemeentelijke dienstverlening 21 4.1 Dienstverlening 21 4.2 Communicatie 22 4.3 Vergunningen 22 4.4 Lokale lasten 23 4.5 Aanpak strijdige regelgeving 24 5 Ondernemerschap 25 5.1 Startersbeleid 25 5.2 Arbeidsmarktbeleid 25 5.3 Etnisch ondernemerschap 26 6 Acquisitie- en promotiebeleid 27 7 Ruimte, infrastructuur en veiligheid 29 7.1 Ruimtelijk beleid 29 7.2 Bereikbaarheid en parkeren 30 7.3 Veiligheid 31 8 Voorzieningen 33 Bijlage 1 Achtergrondkenmerken 35

Omvang steekproef eindmeting 35 Achtergronddata bij figuren 37 Bijlage 2 Statistische verantwoording 41

1 Inleiding 1.1 Achtergrond Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) heeft als belangrijkste taak het zorgen voor een goed functionerende Nederlandse economie met een krachtige en dynamische marktsector, die kan concurreren met het buitenland. Een goed ondernemingsklimaat is daarbij van groot belang, zodat bedrijven optimaal kunnen worden gefaciliteerd en gestimuleerd in hun bedrijfsvoering. In het kader van het Grotestedenbeleid (GSB) streeft het Rijk sinds het midden van de jaren 90 via een interdepartementale inspanning naar verbetering van het woon-, leef- en ondernemingsklimaat in specifiek de grote steden. Deze vormen een belangrijke motor van de (inter)nationale economie. Maar hoe ontwikkelt zich de situatie in de steden? Het Ministerie van EZ verzorgt in dit kader een tweejaarlijkse monitor van de kwaliteit van het ondernemingsklimaat in deze grote steden: de Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat (BGO). In 1999/2000 heeft de nulmeting plaatsgevonden en in 2001/2002 een tussenmeting. Het Ministerie van EZ heeft ECORYS Nederland BV gevraagd een eindmeting 2004/2005 uit te voeren. Kern van het benchmarkonderzoek is een telefonische enquête onder ondernemers naar hun waardering en wensen met betrekking tot het ondernemingsklimaat. Om de resultaten van deze enquête beter te kunnen interpreteren, het verhaal achter de cijfers, is een aantal interviews gehouden met stakeholders. Voorbeelden van stakeholders zijn onder andere grote ondernemers en vertegenwoordigers van de Kamer van Koophandel, MKB, VNO- NCW etc. Daarnaast is de gemeente zelf een belangrijke informatiebron. Iedere gemeente heeft informatie verstrekt door het invullen van een vragenlijst en deelname aan een interview. 1.2 Stadsrapportage Het rapport Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat. Thematische rapportage eindmeting (2005) doet uitgebreid verslag van de uitkomsten van de eindmeting. De eindmeting is uitgevoerd in de periode november 2004 tot en met april 2005 en vergelijkt deze met de resultaten van de nul- en tussenmeting. De invalshoek van de thematische rapportage is generiek: het in de 30 GSB-gemeenten in beeld brengen van het ondernemingsklimaat, de relatieve onderlinge sterktes en zwaktes en de ontwikkelingen daarin. Deze invalshoek heeft tot gevolg dat niet al het per Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 7

individuele gemeente beschikbare onderzoeksmateriaal in de rapportage is verwerkt. Om deze reden is de voorliggende stadsrapportage uitgebracht. Dit stadsrapport bevat een korte beschouwing van het gemeentelijk ondernemingsklimaat dat is gebaseerd op de uitkomsten van de telefonische enquête onder ondernemers in de gemeente, de interviews met stakeholders en de door de gemeente verstrekte informatie. 1.3 Beknopte onderzoeksverantwoording Voor de telefonische enquête onder ondernemers is binnen elke gemeente een aselecte steekproef van bedrijven getrokken 1. Omdat elke steekproef gevoelig is voor toevallige fluctuaties is er sprake van een betrouwbaarheidsmarge rond de gegeven rapportcijfers. Deze marge verschilt per item, maar bedraagt in het algemeen maximaal 0,2 rapportpunt, bij een nagestreefde betrouwbaarheid van 90%. Een uitzondering vormen de items waarbij slechts een beperkt aantal respondenten een beoordeling heeft gegeven (m.n. over vergunningverlening en etnisch ondernemerschap). Daarom zijn deze onderzoeksresultaten indicatief (n-waarden zijn toegevoegd). De onderzoeksresultaten zijn gewogen naar de brancheverdeling van de totale gemeentelijke bedrijvenpopulatie. Statistisch significante verbeteringen en verslechteringen van een rapportcijfer ten opzichte van de nulmeting worden in de tabellen aangegeven door een opwaartse ( ) respectievelijk een neerwaartse pijl ( ). 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beschouwing van het ondernemingsklimaat in de gemeente weer. Hierin wordt ingegaan op het algemeen oordeel van ondernemers over het ondernemingsklimaat en geeft inzicht in een selectie van belangrijke onderdelen van het ondernemingsklimaat. Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin de door de gemeente geformuleerde doelstellingen wel of niet worden gehaald. Tot slot wordt ingegaan op de algemene tendensen uit de gesprekken met de gemeente en stakeholders ten aanzien van een aantal thema s. De volgende zes hoofdstukken geven de rapportcijfers op de verschillende onderdelen van het ondernemingsklimaat weer. De volgorde van de hoofdstukken sluit aan bij die van de thematische rapportage van de eindmeting: Organisatie economisch beleid (hoofdstuk 3); Gemeentelijke dienstverlening (hoofdstuk 4); Ondernemerschap (hoofdstuk 5); Acquisitie- en promotiebeleid (hoofdstuk 6); Ruimte, infrastructuur en veiligheid (hoofdstuk 7); Voorzieningen (hoofdstuk 8). Bijlage 1 geeft de verdeling van de gemeentelijke ondernemersstreekproef over een aantal achtergrondkenmerken weer en laat de achterliggende data zien die horen bij de figuren in de rapportage. 1 Voor een uitgebreidere statistische verantwoording wordt verwezen naar het Bijlagerapport thematische rapportage, hoofdstuk 2. 8 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

In Bijlage 2 is de statistische verantwoording opgenomen. Hierin staat ook de populatie, de steekproef en de weegfactor van de gemeente. Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 9

10 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

2 Beschouwing ondernemingsklimaat gemeente Breda 2.1 Ondernemingsklimaat in vogelvlucht Onderstaande tabel geeft inzicht in het oordeel van ondernemers in de gemeente Breda over het ondernemingsklimaat tijdens de nul-, tussen- en eindmeting. De gemeente Breda wordt vergeleken met het gemiddelde van de G30. Tabel 2.1 Algemeen oordeel ondernemingsklimaat Breda 6,7 6,9 6,7 G30 6,4 6,6 6,5 Uit de tabel blijkt dat ondernemers het ondernemingsklimaat in de gemeente Breda even hoog waarderen als tijdens de nulmeting. De eerdere stijging is niet doorgezet. De gemeente Breda scoort standaard wel hoger dan het G30-gemiddelde. Om in één oogopslag een beeld te krijgen van de ontwikkeling van de gemeente Breda op het totale ondernemingsklimaat, is in onderstaande tabel een overzicht gegeven van de ondernemersoordelen op een selectie van de belangrijkste indicatoren. De nul-, tussen- en eindmeting zijn naast elkaar gezet en in de laatste kolom is de ontwikkeling weergegeven. Tabel 2.2 Oordeel selectie belangrijkste indicatoren ondernemingsklimaat Breda Ontwikkeling Algemeen oordeel ondernemingsklimaat 6,7 6,9 6,7 = Beschikbare ruimte 5,9 6,5 6,7 + Bereikbaarheid per auto 7,3 7,4 7,3 = Parkeermogelijkheden 6,7 6,7 6,6 = Bereikbaarheid per openbaar vervoer 6,7 6,7 6,4 - Veiligheid omgeving bedrijfspand - 6,1 6,3 + Staat van openbare ruimte 6,6 6,5 6,9 + Kwaliteit woonomgeving - 7,4 7,1 - Kwaliteit aanbod recreatieve voorzieningen - 7,3 6,7 - Kwaliteit aanbod publieke diensten - 7,1 6,9 - Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 11

Ontwikkeling Startersbeleid 6,3 6,3 6,3 = Promotie- en acquisitiebeleid 6,4 6,5 6,1 - Arbeidsmarktbeleid 6,5 6,7 6,1 - Duidelijkheid gemeentelijke organisatie 5,9 6,3 5,9 = Kwaliteit gemeentelijke dienstverlening 6,1 6,4 6,1 = Duidelijkheid gemeentelijk beleid/regelgeving 5,7 5,9 5,7 = Lokale lasten 5,6 5,9 5,6 = Legenda: Verschil nul- en eindmeting kleiner of gelijk aan -0,2 en/of statistisch significante daling : - Verschil nul- en eindmeting tussen -0,1 en +0,1 mits geen statistisch significante stijging of daling : = Verschil nul- en eindmeting groter of gelijk aan +0,2 en/of statistisch significante stijging : + Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemeente Breda relatief goed scoort op de fysiekruimtelijke aspecten van het ondernemingsklimaat (met name bereikbaarheid per auto, staat openbare ruimte, beschikbare ruimte en parkeren), het woonklimaat en de aanwezige voorzieningen. De waardering voor de meer zachte economische beleids- en dienstverleningsfactoren blijft hierbij achter. Deze scores laten veelal een belangrijke teruggang zien ten opzichte van de tussenmeting, maar komen rond hetzelfde niveau uit als tijdens de nulmeting. De waardering van het promotie- en acquisitiebeleid en het arbeidsmarktbeleid scoort in de eindmeting echter duidelijk lager dan in de nulmeting. Ook de waardering voor de toch goed scorende voorzieningen gaat per saldo achteruit. Het oordeel van ondernemers over de beschikbare ruimte voor bedrijventerreinen, de veiligheid van de omgeving van het bedrijfspand en de staat van de openbare ruimte heeft zich wel positief ontwikkeld. Opvallend is de sterk positieve ontwikkeling van de waardering voor de beschikbare ruimte. De waardering van ondernemers is gelijk gebleven voor zaken als het startersbeleid, de kwaliteit en duidelijkeheid van de gemeentelijke dienstverlening en de organisatie van het gemeentelijk beleid. Ondernemers is gevraagd welke twee elementen voor hen het zwaarste wegen bij het beoordelen van het ondernemingsklimaat (zie figuur 2.1). Uit figuur 2.1 blijkt dat ondernemers in Breda de dienst- en vergunningverlening en de bestuurlijke organisatie van het economisch beleid relatief het belangrijkste vinden. In vergelijking met de G30 als geheel wegen ondernemers in de gemeente Breda verkeer & parkeren en de communicatie door de gemeente relatief minder vaak mee. 12 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

Figuur 2.1 Belangrijkste elementen bij beoordelen ondernemingsklimaat 2 Dienstverlening en vergunningverlening Bestuurlijke organisatie economisch beleid Ruimtelijk beleid Verkeersbeleid en parkeren Communicatie door de gemeente Lokale lasten Woonklimaat Bedrijven-acquisitiebeleid Arbeidsmarktbeleid Startersbeleid Anders Aanbod recreatieve voorzieningen Aanbod publieke diensten Weet niet/geen antw oord 0% 4% 8% 12% 16% 20% 24% Breda G30 Uit figuur 2.2 blijkt dat het merendeel van de Bredase ondernemers vindt dat de aandacht voor het ondernemingsklimaat de afgelopen twee jaar gelijk is gebleven. In vergelijking met de G30 als geheel geven ondernemers in Breda wat vaker aan dat de aandacht van de gemeente voor het ondernemingsklimaat is toegenomen. 2 De ondernemers zijn gevraagd de twee voor hen belangrijkste elementen te noemen Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 13

Figuur 2.2 Toe- of afname aandacht ondernemingsklimaat gedurende laatste 2 jaar Toegenomen Niet veranderd Afgenomen Weet niet/geen antw oord 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Breda G30 2.2 Doelstellingen Na de nulmeting van de Benchmark hebben alle G30-gemeenten aangrijpingspunten benoemd om het ondernemingsklimaat te verbeteren. Voor deze aangrijpingspunten zijn in 2004 te behalen doelstellingen geformuleerd. Voor de doelstellingen die zijn uitgedrukt in te behalen rapportcijfers, zijn in onderstaande tabel voor de gemeente Breda de scores van de nul-, tussen- en eindmeting alsmede de in 2004 te behalen score opgenomen. Tabel 2.3 Doelstellingen naar aanleiding van vorige benchmark Doelstelling Nulmeting Tussenmeting Eindmeting Doel 2004 Informatie over beleid en regelgeving 6,0 6,4 5,8 6,3 Duidelijkheid gemeentelijk beleid en regelgeving 5,7 5,9 5,7 6,3 Externe communicatie bij vergunningaanvragen 6,0 6,1 5,7 6,4 Startersbeleid 6,3 6,3 6,3 6,5 Beschikbaarheid geschikte bedrijfslocaties 5,9 6,5 6,7 6,4 Ontwikkeling en herstructurering bedrijfslocaties 6,3 6,6 6,0 6,5 Bewegwijzering 6,4 6,8 6,6 7,0 Ontsluiting 6,3 6,9 7,0 6,6 Staat van openbare ruimte 6,6 6,5 6,9 6,8 Toeristisch beleid 6,7 6,8 6,4 7,1 Geconcludeerd kan worden dat de gemeente Breda op drie onderdelen haar doelstellingen heeft behaald, namelijk beschikbaarheid van geschikte bedrijfslocaties, ontsluiting en staat van de openbare ruimte. Op vier onderdelen waarop doelstellingen zijn geformuleerd, heeft Breda een achteruitgang zien. In het geval van de bewegwijzering is de stijging ten opzichte van de nulmeting niet voldoende geweest om de doelstelling te behalen. De waardering voor de duidelijkheid van het gemeentelijk beleid en de regelgeving ligt de score op hetzelfde niveau als tijdens de nulmeting. 14 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

2.3 Algemene tendensen In de eindmeting is de gemeenten gevraagd op welke economische thema s uit het Meerjarenontwikkelingsprogramma (MOP) tot dan toe de meeste dan wel minste vooruitgang is geboekt. De resultaten zijn opgenomen in tabel 2.4. Tabel 2.4 MOP-thema s met meeste en minste vooruitgang (volgens de gemeente zelf) Meeste vooruitgang geboekt Profiel dienstverlening Verbeteren toeristische functie Minste vooruitgang geboekt Werkgelegenheid De stakeholders hebben aangegeven wat naar hun mening de beste prestaties van de gemeente Breda zijn ten aanzien van het gemeentelijk economisch beleid van de afgelopen 2 jaar en over welke prestaties zij minder tevreden zijn. Als beste prestaties werden genoemd de ontwikkeling van een toekomstvisie, het aantrekkelijker maken van de binnenstad, de acquisitie van bedrijven, het Spoorzone project, de reorganisatie van de gemeente en de communicatie tussen de gemeente en het bedrijfsleven. De stakeholders zijn minder tevreden over het parkmanagement, de beveiliging van bedrijventerreinen, de afgenomen regionale samenwerking en verkokering en trage besluitvorming binnen de gemeente. De stakeholders zijn redelijk positief over de gemeentelijke dienstverlening. De stakeholders beoordelen de prestaties van de gemeente Breda op het gebied van toeristisch beleid minder positief dan de gemeente, mede door het volgens de stakeholders tegenvallende nieuwe evenementenbeleid van de gemeente. De werkgelegenheid is geen aandachtspunt van de stakeholders. De stakeholders zijn zeer tevreden over de binnenstad van Breda en de woonomgeving. Bereikbaarheid en ontsluiting worden ook hoog gewaardeerd door de stakeholders. 2.4 Uitwerking naar thema 2.4.1 Ondernemerschap Startersbeleid De waardering van ondernemers voor het startersbeleid in Breda is hoger dan het gemiddelde van de G30. Het Bredase rapportcijfer is gelijk gebleven ten opzichte van de nulmeting. Volgens de stakeholders is het startersbeleid niet zozeer een taak van de gemeente, maar meer van de Kamer van Koophandel. Wel schept de gemeente Breda de juiste randvoorwaarden en heeft geparticipeerd in een project voor allochtone starters. Dit wordt positief gewaardeerd door de stakeholders. Het beperken van het startersbeleid tot specifieke in plaats van alle starters vinden de stakeholders ook goed. Het startersbeleid wordt in belangrijke mate samen met de REWIN vormgegeven. Er is ook een apart pand geopend voor starters in de creatieve industrie (Triple-O project). Behalve het bieden van Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 15

ruimte, zorgt dit project ook voor contact met en coaching van ondernemers. Dit vinden de stakeholders een goed initiatief. Arbeidsmarkt- en kennisbeleid Het rapportcijfer van de Bredase ondernemers over het arbeidsmarktbeleid is de afgelopen jaren gedaald. Het cijfer is meer achteruitgegaan dan het gemiddelde van de G30. De stakeholders vinden dat de gemeente in hogere mate sturend zou moeten optreden om het aanbod van onderwijs beter af te stemmen op de behoefte van bedrijven aan geschikt personeel. De gemeente geeft aan dat de initiatieven op dit punt versterkt worden. Etnisch ondernemerschap De ondernemers in Breda beoordelen het beleid voor stimulering van etnisch ondernemerschap lager dan het G30-gemiddelde. De gemeente Breda geeft echter aan geparticipeerd te hebben in een project voor allochtone starters. Dit wordt door de stakeholders positief gewaardeerd. Het beleid is er nu op gericht deze doelgroep te bedienen via het reguliere starters- en bredere economische beleid (in samenwerking met de Kamer van Koophandel). 2.4.2 Kansrijke sectoren en clusters 2.4.3 Overig Acquisitie- en promotiebeleid Het acquisitie- en promotiebeleid wordt door ondernemers in de gemeente Breda hoger gewaardeerd dan het gemiddelde van de G30 steden. Het rapportcijfer is sinds de nulmeting wel achteruitgegaan en relatief meer gedaald dan het cijfer voor de G30 gemiddeld. Ter compensatie voor het vertrek van een aantal vooral industriële bedrijven uit Breda, heeft de gemeente zich ingezet om nieuwe, toonaangevende bedrijven aan te trekken. De gemeente richt zich hiervoor met name op kennisgerichte bedrijven. Dit initiatief van de gemeente wordt door de stakeholders als één van de beste prestaties van de gemeente Breda van de afgelopen jaren gezien. Gemeentelijke organisatie en dienstverlening Het algemeen oordeel van Bredase ondernemers over de gemeentelijke dienstverlening is gelijk aan het rapportcijfer ten tijde van de nulmeting en hoger dan het gemiddelde van de G30. De gemeente heeft gewerkt aan de inrichting van een bedrijvenloket en beziet nog de verdere mogelijkheden hiervoor. De waardering van de stakeholders voor de dienstverlening van de gemeente Breda is niet zo goed. Deze matige dienstverlening is volgens de stakeholders te wijten aan de verkokering binnen de gemeente en het gebrek aan efficiëntie en klantvriendelijkheid. Ook de besluitvorming is in de ogen van de stakeholders langzaam.om deze redenen vinden de stakeholders de afgekondigde reorganisatie een positieve ontwikkeling. 16 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

De stakeholders beoordelen de communicatie van de gemeente richting het bedrijfsleven positief. Een suggestie van de stakeholders is dat de gemeente meer gebruik zou kunnen maken van het internet. Op dit moment staat er nog te weinig informatie voor ondernemers op de website van de gemeente Breda. Volgens de stakeholders is er een goede overlegstructuur tussen de gemeente en het bedrijfsleven. Ruimte, infrastructuur en veiligheid Het rapportcijfer van de Bredase ondernemers voor beschikbare ruimte is hoger dan het gemiddelde voor de G30 en is sterk gestegen ten opzichte van de nulmeting. De waardering van ondernemers voor het beleid ten aanzien van de ontwikkeling en herstructurering van bedrijfslocaties is afgenomen ten opzichte van de nulmeting en gelijk aan het rapportcijfer voor de G30 gemiddeld. De stakeholders vinden dat er voldoende aandacht is voor de ontwikkeling van bedrijfslocaties. Eigenlijk vindt men dat hierdoor te weinig aandacht wordt besteed aan leegstand. Volgens de stakeholders is er een slechte opvang van leegstand van oude bedrijfspercelen. De gemeente zou hier het beleid beter op moeten afstemmen. Ook vinden de stakeholders dat de gemeente meer druk zou moeten leggen op het verbeteren van de beveiliging van met name bedrijventerreinen.het oordeel over veiligheid van de bedrijfsomgeving is lager dan het G30 gemiddelde maar wel toegenomen sinds de tussenmeting. De gemeente heeft hierin volgens de stakeholders een te afwachtende houding. De gemeente heeft inmiddels echter wel diverse KVO-trajecten ingezet. Over het parkmanagement zijn de stakeholders ook niet zo tevreden omdat de gemeente in hun ogen het niet aandurft om de verantwoordelijkheid over te dragen aan de ondernemers. Op bedrijventerrein Steenakker is de gemeente bezig met een pilot voor de invoering van parkmanagement. Voor andere terreinen zijn wel plannen, maar nog geen acties in uitvoering, omdat eerst de resultaten van de pilot wordt afgewacht. De gemeente draagt in de pilot de taken over aan de Stichting Parkmanagement, welke het verder oppakt. De stakeholders zijn wel positief over de bereikbaarheid van bedrijfspanden en de ontsluiting, met name door de goede ligging ten opzichte van grote ontsluitingswegen en de nabijheid van andere grote steden als Antwerpen en Rotterdam. De ondernemers in Breda waarderen de bereikbaarheid per auto net zo hoog als tijdens de nulmeting en dit onderdeel scoort beter dan in de G30 gemiddeld. Het Spoorzone project is volgens de stakeholders ook één van de beste prestaties van de gemeente. De invulling van oude bedrijfspercelen is volgens de stakeholders echter slecht. Zij vinden dat er iets aan deze leegstand moet worden gedaan. Zij voeren echter als reden hiervoor aan dat de gemeente geen belang heeft bij het vullen van de lege panden, aangezien dat minder geld opbrengt dan de ontwikkeling van nieuwe terreinen. Voorzieningen De binnenstad van Breda wordt door de ondernemers goed gewaardeerd. Ook de gemeente geeft aan dat op dit punt belangrijke vooruitgang is geboekt. Een van de meest in het oog springende initiatieven is het Chassé Park. Ook het gerealiseerde dwaalmilieu/ t Sas wordt genoemd. Momenteel wordt verder gewerkt aan het terugbrengen van het water in de stad. Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 17

Het toeristische beleid van Breda krijgt een iets hoger rapportcijfer van de ondernemers dan het gemiddelde in de G30. Deze waardering is echter lager dan het cijfer dat de Bredase ondernemers aan dit onderdeel toekenden ten tijde van de nulmeting. De stakeholders vinden dat het toeristische beleid van Breda te wensen over laat. Het is volgens hen geen prioriteit voor de gemeente. De gemeente geeft aan onder meer te werken aan de ontwikkeling van een toeristisch-recreatieve voorziening op de Bavelse Berg. De stakeholders zijn wel positief gestemd over het feit dat het Retailplatform nieuw leven is ingeblazen door de gemeente en de Kamer van Koophandel. Dit platform is een overlegorgaan tussen de gemeente, de Kamer en de ondernemers in Breda. Het evenementenbeleid van de gemeente Breda heeft volgens de stakeholders nog te weinig resultaat gehad, mede door het gebrek aan financiële middelen dat de gemeente er aan uit kan geven. De stakeholders vinden dit niet goed voor het imago van de stad. 18 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

3 Organisatie economisch beleid Tabel 3.1 Rapportcijfers ondernemers over gemeentelijke organisatie Breda Duidelijkheid organisatie 5,9 6,3 5,9 Aandacht verbeteren ondernemingsklimaat 6,0 6,4 5,7 Inlevingsvermogen bestuurders 5,4 5,9 5,6 Regionale samenwerking 6,0 6,1 6,0 G30 Duidelijkheid organisatie 5,7 5,9 5,8 Aandacht verbeteren ondernemingsklimaat 5,7 5,8 5,6 Inlevingsvermogen bestuurders 5,2 5,4 5,3 Regionale samenwerking 5,9 6,1 5,9 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 19

20 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

4 Gemeentelijke dienstverlening 4.1 Dienstverlening Tabel 4.1 Rapportcijfers ondernemers over kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening Breda Algemeen oordeel dienstverlening 6,1 6,4 6,1 Nakomen afspraken 6,3 6,6 6,1 Snelheid beantwoorden verzoeken 5,5 5,8 5,2 Kennisniveau ambtenaren 6,4 6,3 6,0 Klachtenmogelijkheden 5,8 6,2 6,0 G30 Algemeen oordeel dienstverlening 5,8 5,9 5,8 Nakomen afspraken 6,1 6,2 6,1 Snelheid beantwoorden verzoeken 5,2 5,3 5,3 Kennisniveau ambtenaren 6,1 6,1 5,9 Klachtenmogelijkheden 5,6 5,8 5,7 Tabel 4.2 Rapportcijfers ondernemers over loketorganisatie Breda Openingstijden loket 7,0 6,7 6,5 Vindbaarheid loket 6,9 6,5 6,4 G30 Openingstijden loket 6,2 6,4 6,4 Vindbaarheid loket 6,5 6,3 6,2 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 21

4.2 Communicatie Tabel 4.3 Rapportcijfers ondernemers over gemeentelijke informatie en communicatie Breda Contactmogelijkheden ambtenaren 6,1 6,4 5,9 Telefonische bereikbaarheid 5,6 6,3 6,0 Contactmogelijkheden bestuurders 5,2 6,0 5,7 Informatie over beleid/regelgeving 6,0 6,4 5,8 Duidelijkheid beleid/regelgeving 5,7 5,9 5,7 G30 Contactmogelijkheden ambtenaren 6,0 6,1 5,9 Telefonische bereikbaarheid 5,6 5,9 5,8 Contactmogelijkheden bestuurders 5,4 5,5 5,5 Informatie over beleid/regelgeving 5,7 5,8 5,8 Duidelijkheid beleid/regelgeving 5,6 5,7 5,6 4.3 Vergunningen Tabel 4.4 Rapportcijfers bouwv- en milieuvergunning Rapportcijfer afhandelingsduur - - 6,0 (n=8) Afhandelingsduur in weken - - 15 (n=8) Rapportcijfer tijdsinzet - - 4,3 (n=7) Tijdsinzet in uren - - 90 (n=4) Percentage lege te hoog - - 89,7% (n=8) Tabel 4.5 Rapportcijfers bouwvergunning Rapportcijfer afhandelingsduur - - 6,3 (n=13) Afhandelingsduur in weken - - 10 (n=10) Rapportcijfer tijdsinzet - - 5,6 (n=11) Tijdsinzet in uren - - 63 (n=8) Percentage lege te hoog - - 40,9% (n=13) 22 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

Tabel 4.6 Rapportcijfer milieuvergunning Rapportcijfer afhandelingsduur - - 4,8 (n=8) Afhandelingsduur in weken - - 22 (n=7) Rapportcijfer tijdsinzet - - 5,1 (n=8) Tijdsinzet in uren - - 105 (n=7) Tabel 4.7 Rapportcijfers parkeervergunning Rapportcijfer afhandelingsduur 6,3 (n=11) 7,7 (n=7) 6,6 (n=5) Afhandelingsduur in werkdagen 20 (n=11) 5 (n=7) 2 (n=4) Rapportcijfer tijdsinzet 6,8 (n=10) 7,5 (n=7) 7,7 (n=3) Tijdsinzet in uren 8 (n=9) 2 (n=7) 1 (n=3) Percentage lege te hoog 28,4 % (n=9) 27,1 % (n=6) 13,4% (n=8) 1 In de nulmeting is gevraagd naar de afhandelingsduur in weken. Op grond van de evaluatie van de nulmeting is dit in de tussenmeting gewijzigd in werkdagen. Voor de vergelijkbaarheid zijn de resultaten van de nulmeting omgerekend in dagen. 2 In de nulmeting is gevraagd naar de tijdsinzet in dagen. In de tussenmeting is dit gewijzigd in uren. De resultaten van de nulmeting zijn voor de vergelijkbaarheid omgerekend in uren. Tabel 4.8 Rapportcijfers ondernemers over afstemming vergunningverlening Breda Onderlinge afstemming 5,7 (n=42) 5,7 (n=13) 5,0 (n=27) Externe communicatie bij vergunningaanvragen 6,0 (n=51) 6,1 (n=13) 5,7 (n=29) G30 Onderlinge afstemming 5,3 5,3 5,3 Externe communicatie bij vergunningaanvragen 5,6 5,8 5,7 4.4 Lokale lasten Tabel 4.9 Rapportcijfers ondernemers over lokale lasten Breda 5,6 5,9 5,6 G30 5,4 5,6 5,3 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 23

Figuur 4.1 Bekendheid met hoogte OZB Ja Nee Weet niet/ geen antw oord 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Breda G30 4.5 Aanpak strijdige regelgeving Tabel 4.10 Oordeel ondernemers over de mate waarin vooraf helderheid bestond over bouwvoorschriften, milieuvereisten, brandveiligheid, ARBO en voedselveiligheid Bouwvoor- Milieu- Brandveilig- ARBO Voedsel- schriften vereisten heid veiligheid Breda 5,4 5,8 6,0 6,1 5,9 Gemiddelde G30 5,7 5,8 6,1 6,1 6,2 24 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

5 Ondernemerschap 5.1 Startersbeleid Tabel 5.1 Rapportcijfers ondernemers over startersbeleid Breda 6,3 6,3 6,3 G30 6,0 6,2 6,1 Tabel 5.2 Rapportcijfer startersbeleid naar startjaar 1949 of eerder - 6,5 (n=4) 6,3 (n=7) 1950 tot en met 1979-6,7 (n=11) 5,7 (n=13) 1980 tot en met 1989-6,3 (n=18) 5,7 (n=15) 1990 tot en met 1994-5,8 (n=12) 6,5 (n=11) 1995 tot en met 1999-6,7 (n=23) 6,0 (n=13) 2000 tot en met 2004-5,6 (n=14) 6,8 (n=27) 5.2 Arbeidsmarktbeleid Tabel 5.3 Rapportcijfer ondernemers over arbeidsmarkt Breda 6,5 6,7 6,1 G30 6,3 6,4 6,1 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 25

Figuur 5.1 Percentage bedrijven met problemen bij het vervullen van vacatures Ja Nee Weet niet/ geen antw oord 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Breda G30 Figuur 5.2 Problemen bij het vervullen van vacatures per soort functie en functieniveau (meerdere antwoorden mogelijk) Laag functieniveau Midden functieniveau Uitvoerend/Technisch Financieel/administratief Verkoop IT/automatisering Leidinggeven/Management Hoog functieniveau 0% 20% 40% 60% 80% 100% 5.3 Etnisch ondernemerschap Tabel 5.4 Rapportcijfers ondernemers over etnisch ondernemerschap Breda - - 4,7 (n=5) G30 - - 6,1 26 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

6 Acquisitie- en promotiebeleid Tabel 6.1 Rapportcijfers ondernemers over acquisitie- en promotiebeleid Breda 6,4 6,5 6,1 G30 6,1 6,2 5,9 Tabel 6.2 Rapportcijfer acquisitie- en promotiebeleid naar nationaliteit bedrijf Volledig nationaal bedrijf (alleen actief in Nederland) - 6,4 (n=77) 6,1 (n=106) Nationaal bedrijf met buitenlandse nevenvestigingen - 6,9 (n=6) 5,1 (n=5) Internationaal bedrijf met hoofdkantoor in het buitenland - 6,6 (n=10) 6,4 (n=3) Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 27

28 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

7 Ruimte, infrastructuur en veiligheid 7.1 Ruimtelijk beleid Tabel 7.1 Rapportcijfers ondernemers over ruimtelijk beleid Breda Beschikbaarheid bedrijfslocaties 5,9 6,5 6,7 Beleid ontwikkeling/herstructurering bedrijfslocaties 6,3 6,6 6,0 Bewegwijzering 6,4 6,8 6,6 Ontsluiting 6,3 6,9 7,0 Staat openbare ruimte 6,6 6,5 6,9 Veiligheid - 6,1 6,3 G30 Beschikbaarheid bedrijfslocaties 6,1 6,2 6,4 Beleid ontwikkeling/herstructurering bedrijfslocaties 6,1 6,3 6,0 Bewegwijzering 6,7 6,7 6,5 Ontsluiting 6,3 6,6 6,8 Staat openbare ruimte 6,5 6,6 6,7 Veiligheid - 6,2 6,4 Figuur 7.1 Percentage ondernemers dat op dit moment voldoende ruimte heeft voor bedrijf Ja Nee Weet niet/ geen antw oord 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Breda Totaal G30 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 29

Tabel 7.2 Oordeel beschikbaarheid bedrijfslocaties naar vestigingslocatie Op een centrumlocatie - 6,7 (n=35) 6,5 (n=36) In een woonwijk - 6,4 (n=53) 6,9 (n=60) Op een bedrijventerreinlocatie - 6,5 (n=29) 6,7 (n=23) Buitengebied/buiten de bebouwde kom - 5,7 (n=3) 5,9 (n=6) Elders - 7,4 (n=4) - (n=0) 7.2 Bereikbaarheid en parkeren Tabel 7.3 Rapportcijfers ondernemers over bereikbaarheid en parkeren Breda Bereikbaarheid per auto 7,3 7,4 7,3 Bereikbaarheid per OV 6,7 6,7 6,4 Parkeermogelijkheden 6,7 6,7 6,6 G30 Bereikbaarheid per auto 6,8 6,9 6,9 Bereikbaarheid per OV 6,3 6,5 6,7 Parkeermogelijkheden 6,1 6,1 6,2 Tabel 7.4 Oordeel parkeermogelijkheid naar vestigingslocatie Op een centrumlocatie - 5,8 (n=37) 6,2 (n=41) In een woonwijk - 6,8 (n=66) 6,7 (n=72) Op een bedrijventerreinlocatie - 7,2 (n=37) 7,0 (n=45) Buitengebied/buiten de bebouwde kom - 4,8 (n=6) 8,0 (n=5) Elders - 8,4 (n=4) 6,0 (n=1) Tabel 7.5 Oordeel bereikbaarheid per auto naar vestigingslocatie Op een centrumlocatie - 6,6 (n=40) 6,9 (n=41) In een woonwijk - 7,6 (n=66) 7,5 (n=72) Op een bedrijventerreinlocatie - 7,6 (n=37) 7,6 (n=45) Buitengebied/buiten de bebouwde kom - 6,4 (n=6) 7,4 (n=5) Elders - 7,5 (n=4) 10 (n=1) 30 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

Tabel 7.6 Oordeel bereikbaarheid per o.v. naar vestigingslocatie Op een centrumlocatie - 7,3 (n=37) 6,6 (n=41) In een woonwijk - 7,0 (n=65) 6,7 (n=72) Op een bedrijventerreinlocatie - 6,1 (n=35) 6,7 (n=45) Buitengebied/buiten de bebouwde kom - 4,5 (n=6) 5,0 (n=5) Elders - 7,0 (n=4) - (n=1) 7.3 Veiligheid Figuur 7.2 Aangiftebereidheid ondernemers Ja, altijd Ja, soms Nee Weet niet/ geen antw oord 0% 20% 40% 60% 80% 100% Breda G30 Figuur 7.3 Redenen waarom ondernemers geen aangifte doen Het kost me teveel tijd Het levert niets op Ik kan geen moment w eg uit mijn bedrijf Hangt van de situatie af (ernst delict, schade, etc) Lost het zelf op Bang voor represailles Anders 0% 20% 40% 60% 80% Breda G30 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 31

32 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

8 Voorzieningen Tabel 8.1 Rapportcijfers ondernemers gemeentelijk voorzieningen Breda Koopzondagen 6,7 6,7 6,4 Sluitingstijden horeca 6,8 7,0 6,3 Toeristisch beleid 6,7 6,8 6,4 Woonomgeving - 7,4 7,1 Recreatieve voorzieningen - 7,3 6,7 Publieke diensten - 7,1 6,9 G30 Koopzondagen 6,2 6,4 6,6 Sluitingstijden horeca 6,7 6,8 6,6 Toeristisch beleid 6,5 6,5 6,3 Woonomgeving - 7,0 6,9 Recreatieve voorzieningen - 6,9 6,6 Publieke diensten - 6,9 6,9 Figuur 8.1 Oordeel aanbod woningen in duurdere segmenten Zeer goed Goed Niet goed/niet slecht Slecht Zeer slecht Weet niet/ geen antw oord 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Breda G30 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 33

Figuur 8.2 Oordeel aanbod reguliere eengezinswoningen Zeer goed Goed Niet goed/niet slecht Slecht Zeer slecht Weet niet/ geen antw oord 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Breda G30 34 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

Bijlage 1 Achtergrondkenmerken Omvang steekproef eindmeting Tabel b.1 Verdeling respons naar sector Aantal % Land- en tuinbouw, visserij (inclusief hoveniers) 7 5% Industrie (inclusief grafische industrie) 7 5% Bouwnijverheid (inclusief installatiebedrijven) 5 3% Groothandel 10 6% Detailhandel en reparatie van consumentenartikelen 52 34% Horeca 9 6% Vervoer, opslag en communicatie (inclusief reisbureaus) 3 2% Financiële dienstverlening 1 1% Zakelijke dienstverlening, verhuur/handel onroerend goed, verhuur roerende zaken 52 34% Openbaar bestuur (overheid) 0 0% Onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg (inclusief rijscholen) 1 1% Cultuur, sport en recreatie 2 1% Overige dienstverlening (kappers, schoonheidsspecialist, etc) 6 4% Totaal 155 100 Tabel b.2 Verdeling respons naar vestigingslocatie Aantal % Op een centrumlocatie 44 28% In een woonwijk 75 48% Op een bedrijventerreinlocatie 28 18% Buitengebied/buiten bebouwde kom 7 5% Elders 1 1% Totaal 155 100 Tabel b.3 Internationaal of nationaal bedrijf Aantal % Volledig nationaal bedrijf (alleen actief in Nederland) 143 92% Nationaal bedrijf met buitenlandse nevenvestigingen 7 5% Internationaal bedrijf met hoofdkantoor in het buitenland 5 3% Totaal 155 100% Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 35

Tabel b.4 Nationaliteit ondernemer Aantal % Autochtone ondernemer (Nederlands) 141 91% Allochtone ondernemer 9 6% Weet niet/geen antwoord 5 3% Totaal 155 100% Tabel b.5 Startjaar bedrijf Aantal % 1949 of eerder 16 10% 1950 tot en met 1979 32 21% 1980 tot en met 1989 31 20% 1990 tot en met 1994 20 13% 1995 tot en met 1999 23 15% 2000 tot en met 2004 33 21% Weet niet/geen mening 0 0% Totaal 155 100% Tabel b.6 Verdeling respons naar aantal arbeidsplaatsen Aantal % 1 of minder 57 37% 2 tot en met 5 64 41% 6 tot en met 10 10 6% 11 tot en met 50 15 10% 51 of meer 7 5% Weet niet/geen mening 2 1% Totaal 155 100% 36 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

Achtergronddata bij figuren Tabel b.7 Belangrijkste elementen bij beoordelen ondernemingsklimaat 3 Element Breda G30 Dienstverlening en vergunningverlening 12% 12% Bestuurlijke organisatie economisch beleid 11% 12% Ruimtelijk beleid 9% 8% Verkeersbeleid en parkeren (inclusief bereikbaarheid) 9% 13% Communicatie door de gemeente 8% 11% Lokale lasten 8% 8% Woonklimaat 6% 7% Bedrijven-acquisitiebeleid 5% 3% Arbeidsmarktbeleid 4% 3% Startersbeleid 3% 4% Anders 3% 1% Aanbod recreatieve voorzieningen 2% 1% Aanbod publieke diensten (zorg, welzijn, onderwijs etc.) 1% 2% Weet niet/geen antwoord 18% 17% Totaal 100% 100% Tabel b.8 Toe- of afname aandacht ondernemingsklimaat gedurende laatste 2 jaar Breda G30 Toegenomen 23% 21 % Gelijk gebleven 53% 52 % Afgenomen 9% 10 % Weet niet/geen mening 15% 16 % Tabel b.9 Bekendheid met hoogte OZB Breda G30 Ja 28% 32 % Nee 55% 51 % Weet niet 17% 17 % Tabel b.10 Percentage bedrijven met problemen bij het vervullen van vacatures Breda G30 Ja 10 % 7 % Nee 88 % 91 % Weet niet 2 % 2 % 3 De ondernemers is gevraagd de twee voor hen belangrijkste elementen te noemen Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 37

Tabel b.11 Problemen bij het vervullen van vacatures per soort functie en functieniveau (meerdere antwoorden mogelijk) Uitvoerend/ Financieel/ Verkoop IT/automatiseringeven/ Leiding- Overig Technisch adminstratief management Laag functieniveau 60% 0% 40% 0% 0% 0% Midden functieniveau 18% 4% 45% 4% 29% 0% Hoog functieniveau 28% 0% 28% 19% 25% 0% Tabel b.12 Aangiftebereidheid ondernemers Ja, altijd Ja, soms Nee Weet niet/ geen antwoord Breda 97% 2% 1% 1% Gemiddelde G30 92 % 4 % 3 % 1 % Tabel b.13 Redenen waarom ondernemers geen aangifte doen Het kost me teveel tijd Het levert niets op Ik kan geen moment weg uit mijn bedrijf Hangt van de situatie af (ernst delict, schade, etc) Lost het zelf op Bang voor represailles Anders Breda 31% 61% 0% 8% 0% 0% 0% Gemiddelde G30 30% 56% 2% 5% 1% 2% 3% Tabel b.14 Percentage ondernemers dat op dit moment voldoende ruimte heeft voor bedrijf Breda G30 Ja 88% 85 % Nee 12% 14 % Weet niet 1% 1 % Tabel b.15 Oordeel aanbod woningen in duurdere segmenten Breda G30 Zeer goed 5% 5 % Goed 61% 58 % Niet goed/niet slecht 9% 9 % Slecht 8% 14 % Zeer slecht 1% 2 % Weet niet/geen antwoord 15% 13 % 38 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

Tabel b.16 Oordeel aanbod reguliere eengezinswoningen Breda G30 Zeer goed 2% 2 % Goed 49% 44 % Niet goed/niet slecht 13% 13 % Slecht 13% 21 % Zeer slecht 1% 3 % Weet niet/geen antwoord 21% 17 % Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 39

40 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

Bijlage 2 Statistische verantwoording Voor de telefonische enquête onder ondernemers is binnen elke gemeente een aselecte steekproef van bedrijven getrokken. Omdat elke steekproef gevoelig is voor toevallige fluctuaties bestaat het gevaar voor vertekening van de resultaten. Dit geldt met name voor onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde branches per gemeente in de steekproef. Deze kan ook optreden als gevolg van selectieve non-respons. Om die reden is besloten om per gemeente, zoals reeds eerder is gebeurd bij de nul- en de tussenmeting, de steekproeven te herwegen naar brancheverdeling in de betreffende gemeente. Hierbij is gebruik gemaakt van de populatiegegevens van de Kamer van Koophandel per gemeente over 6 branches (zie tabel). Elke ondernemer krijgt dan een weegfactor behorend bij een branche. Deze weegfactor voor ondernemer i is (per gemeente) gelijk aan: w = ih N n h h waarbij N h staat voor de populatieomvang in branche h en n h voor de netto steekproefomvang. In de volgende tabel is de berekening van de weegfactor voor de gemeente Breda opgenomen. Tabel 0.1 Populatie en steekproef in Breda Populatie- Percentage Steekproef- Percentage Weegfactor omvang omvang Branche netto Landbouw 139 2% 7 5% 19,9 Industrie 437 5% 7 5% 62,4 Handel, bouw en vervoer 2.204 25% 18 12% 122,4 Horeca en detailhandel 2.342 27% 61 39% 38,4 (Zakelijke) dienstverlening 2.842 33% 53 34% 53,6 Overige 684 8% 9 6% 76,0 Totaal 8.648 100% 155 100% Uit de tabel blijkt dat de verdeling van de ondernemers over de branches in de steekproef afwijkt van die in de populatie. Met name horeca en detailhandel is in de steekproef oververtegenwoordigd, terwijl handel, bouw en vervoer en zakelijke dienstverlening zijn ondervertegenwoordigd. Door weging wordt hiervoor gecorrigeerd. Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 41

Deze weegfactor is onder andere gebruikt om per gemeente de gemiddelde rapportcijfers te bepalen 4. Het gemiddelde rapportcijfer voor een gemeente is dan het gewogen gemiddelde van het gemiddelde rapportcijfer per branche: r = 6 h= 1 N N h rh Omdat we te maken hebben met een steekproef heeft dit gemiddelde een bepaalde betrouwbaarheid. Deze wordt uitgedrukt in de steekproefvariantie. In het geval van een gestratificeerde steekproef (of bij benadering voor een herwogen steekproef) is deze variantie 5 : v ( r) = 1 N 6 N 2 h ( N h nh ) h= 1 s n 2 h h waarbij s h staat voor de standaarddeviatie in het rapportcijfer in branche h. Voor de 90%- marge geldt dan: m ( r) = 1,64 * v( r) De werkelijke waarde ligt dan met 90% zekerheid tussen r m(r) en r + m(r). In het onderzoek wordt een vergelijking gemaakt tussen het gemiddelde in de nul- en de eindmeting 6. Het verschil tussen twee gemiddelden is statistisch significant als de marge op het verschil kleiner is dan het verschil zelf: m( r r r 1 r0 ) 1 0 Omdat het twee onafhankelijke steekproeven betreft geldt voor de marge op het verschil: m ( r1 r0 ) = 1,64* v( r1 ) + v( r0 ) Voor elke combinatie van rapportcijfers van nul- en eindmeting is deze marge bepaald en vervolgens is bekeken welke marges kleiner zijn dan de verschillen zelf. Waar dit het geval is, is sprake van een significante verandering tussen nul- en eindmeting. Dat wil zeggen dat de hypothese verworpen wordt dat er in de populatie geen verandering heeft plaatsgevonden. Statistisch significante verbeteringen en verslechteringen van een rapportcijfer ten opzichte van de nulmeting worden in de navolgende tabellen aangegeven door een opwaartse respectievelijk neerwaartse pijl. Voor de duidelijkheid zij opgemerkt dat het mogelijk is dat wanneer twee gemeenten op een zelfde element van het 4 5 6 Voor deze berekening is gebruik gemaakt van de analysetechniek SPSS Explore. Zie Cochran, Sampling Techniques, John Wiley & Sons, 1977, p.95. De vergelijking tussen nul- en eindmeting is gemaakt met behulp van de analysetechniek SPSS Compare Means, Independent-Samples T Test. 42 Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat

ondernemingsklimaat in beide metingen exact dezelfde rapportcijfers scoren, in de ene gemeente wel en in de andere geen sprake is van een significante verandering. Zoals hierboven is aangegeven gaat het om gemiddelde rapportcijfers. Het al dan niet statistisch significant zijn van een verschil tussen twee gemiddelde cijfers wordt niet alleen bepaald door de grootte van dit verschil, maar ook door de variatie in de aan het gemiddelde ten grondslag liggende individuele rapportcijfers. Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat 43