Elektrische installatie Vdiagnr. : 08-09 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose - Overzicht van de storingen - 16 Diagnose - Betekenis van de storingen - 17 Diagnose - Conformiteitscontrole - 22 Diagnose - Overzicht van de staten - 23 Diagnose - Betekenis van de staten - 24 Diagnose - Overzicht van de parameters - 29 Diagnose - Overzicht van de commando's - 30 Diagnose - Klachten - 31 Diagnose - Zoekschema's - 32 Edition néerlandaise "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht". MR-390-X90-000$000_nelTOC.mif Renault s.a.s. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault s.a.s. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault s.a.s.
Diagnose - Inleiding 1. GELDIGHEID VAN HET DOCUMENT In dit document staat de diagnose die geldig is voor alle volgende rekeneenheden: Model: LOGAN Betreffende functie: Toegang/Beveiliging Naam van de rekeneenheid: UCH Vdiagnr. : 08-09 2. ONMISBARE ELEMENTEN VOOR DE DIAGNOSE Type documentatie Methodes van de diagnose (dit document): Ondersteunende diagnose (geïntegreerd in het diagnoseapparaat), Dialogys. Elektrische schema's: Visu-Schéma (cd-rom), papier. Type diagnoseapparaat CLIP Type onmisbaar gereedschap Onmisbaar speciaal gereedschap Multimeter Elé. 1622 Elé. 1681 Verlengblok 55-polig Universeel verlengblok Indien de controle met het diagnoseapparaat aanleiding geeft tot het controleren van de elektrische bedrading, sluit dan het verlengblok Elé. 1622 of het universele verlengblok Elé. 1681 aan. BELANGRIJK Voor alle controles met Elé. 1622 of Elé. 1681 moet de massakabel van de accu worden losgenomen. Het verlengblok mag alleen worden gebruikt met een multimeter. Voed de controlepunten nooit met 12 V. 3. LET OP Werkwijze Voor het controleren van de rekeneenheden van de auto, sluit u het diagnoseapparaat aan en voert u de gewenste werkzaamheden uit. UCH_V08_PRELI/UCH_V09_PRELI MR-390-X90-000$077_nel.mif -2
Diagnose - Inleiding Storingen De storingen worden aanwezig verklaard of staan in het geheugen (verschenen in een bepaalde context en sindsdien verdwenen of nog altijd aanwezig maar niet geconstateerd onder de huidige omstandigheden). De staat aanwezig of in geheugen van de storingen moet bekeken worden bij het opstarten van het diagnoseapparaat na het aanzetten van + na contact (zonder iets aan de elementen van het systeem te doen). Een storing die aanwezig is, behandelt u zoals is aangegeven in het hoofdstuk Betekenis van de storingen. Bij een storing in het geheugen, noteert u de storingen die aangegeven zijn en volgt u de aanwijzingen van het deel Adviezen. Als de storing bevestigd is na het opvolgen van de adviezen, is de storing aanwezig. Behandel de storing. Als de storing niet bevestigd wordt, controleer: de elektrische lijnen die bij de storing horen, de stekkers van deze lijnen (oxidatie, verbogen pennetjes enz.). de weerstand van het als defect aangegeven orgaan, de ligging en de staat van de draden (isolatie gesmolten of gescheurd, doorschuren). Conformiteitscontrole Bij de conformiteitscontrole worden de gegevens gecontroleerd die door het diagnoseapparaat niet als defect worden aangegeven als zij niet goed zijn. Hiermee kunt u: afwijkingen vinden welke verband houden met de klacht maar die niet als defect worden aangegeven, De werking van het systeem controleren om te voorkomen dat een storing na de reparatie snel weer terugkomt. In dit hoofdstuk vindt u een diagnose van de staten en de parameters, met de omstandigheden van de controle. Als een staat niet goed is of als een parameter buiten de tolerantie is, raadpleeg dan de met de overeenkomstige methode voor het storing zoeken. Klachten - Zoekschema's Als de controle met behulp van het diagnoseapparaat correct is, terwijl de klacht van de klant nog steeds aanwezig is, behandelt u het probleem uitgaande van de klacht. Een samenvatting van de globale werkwijze ziet u in het diagram op de volgende bladzijde. MR-390-X90-000$077_nel.mif -3
Diagnose - Inleiding 4. ALGEMENE WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN: Voer een voordiagnose van het systeem uit Print de diagnosekaart van het systeem (in de CLIP en in het Werkplaatshandboek of de Service Mededeling) Sluit de CLIP aan Communicatie met rekeneenheid? NEE Zie zoekschema n 1 JA Lezen van de storingen Bestaan van storingen NEE Conformiteitscontrole JA Behandeling van de aanwezige storingen De verschijnselen blijven NEE Storing opgelost Behandeling van de storingen in het geheugen Gebruik de zoekschema's De verschijnselen blijven NEE Storing opgelost De verschijnselen blijven NEE Storing opgelost JA Neem contact op met de techline met de ingevulde diagnosekaart MR-390-X90-000$077_nel.mif -4
Diagnose - Inleiding 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN (vervolg) Controle van de kabelbundels Moeilijkheden bij de diagnose Het aansluiten van de stekkers en/of het werken aan de kabelbundel kan, tijdelijk, de oorzaak van de storing wegnemen. De elektrische metingen van de spanningen, de weerstanden en de isolaties zijn meestal correct, vooral als de storing niet aanwezig is op het moment van de analyse (storing in het geheugen). Controle op het oog Zoeken van beschadigingen, onder de motorkap en in het interieur. Voer een nauwgezette controle uit van de beschermingen, van de isolaties en van de correcte ligging van de kabelbundels. Zoek oxidatiesporen. Manuele controle Gebruik, tijdens de werkzaamheden aan de kabelbundels, het diagnoseapparaat op zo'n manier dat het een verandering aangeeft van de staat van de storingen van "in het geheugen" naar "aanwezig". Controleer of de stekkers correct zijn vergrendeld. Zet de stekkers lichtjes onder mechanische spanning. Verdraai de kabelbundel. Als er zich een verandering in de staat voordoet, probeer dan de oorzaak van het incident te lokaliseren. Onderzoek van elk element Maak de stekkers los en controleer het uiterlijk van de klemmetjes en van de pennetjes evenals het felsen (niet gefelst op de isolatie). Controleer of de klemmetjes en de pennetjes goed in de stekkerbehuizing vergrendeld zijn. Controleer of de klemmetjes of pennetjes tijdens het aansluiten niet worden teruggedrukt. Controleer de contactdruk van de klemmetjes met behulp van een pennetje van het juiste model. Controle van de weerstand Controleer de geleiding van de complete lijnen, daarna sectie voor sectie. Zoek een kortsluiting aan massa, aan + 12 V of met een andere draad. Als een storing is gedetecteerd, repareer of vervang dan de kabelbundel. MR-390-X90-000$077_nel.mif -5
Diagnose - Inleiding 5. DIAGNOSEKAART LET OP! LET OP Bij alle incidenten van een complex systeem moet een complete diagnose worden uitgevoerd met het juiste gereedschap. Met de DIAGNOSEKAART, die tijdens de diagnose wordt ingevuld, krijgt en houdt u een overzicht van de uitgevoerde diagnose. Het is een essentieel element in de communicatie met de fabrikant. DAAROM MOET ALTIJD EEN DIAGNOSEKAART WORDEN INGEVULD ALS DE TECHNISCHE HELPDESK OF GARANTIERETOURAFDELING EROM VRAAGT. Er zal altijd naar deze kaart worden gevraagd: bij verzoeken om technische bijstand door de techline, om bij te voegen bij onderdelen die "onder controle" staan en die retour gezonden moeten worden. Het is daarmee een voorwaarde voor het vergoeden van de garantie, en is een hulp bij het analyseren van de uitgebouwde onderdelen. 6. VEILIGHEIDSMAATREGELEN Bij alle werkzaamheden moeten de veiligheidsvoorschriften worden nageleefd om materiële schade en lichamelijk letsel te voorkomen: controleer de laadtoestand van de accu om beschadiging van de rekeneenheden te voorkomen door een te geringe lading, gebruik geschikt gereedschap. MR-390-X90-000$077_nel.mif -6
Diagnose - Werking van het systeem WERKING VAN HET SYSTEEM Als de startvergrendeling operationeel is knippert het rode controlelampje van de startvergrendeling (langzaam; een flits/seconde). Na het aanzetten van het contact, wordt de code van de sleutel verzonden naar het huis met hulporganen interieur. Als het huis met hulporganen interieur de code herkent, geeft het toestemming tot het starten van de motor en het inspuitsysteem ontgrendelt. BIJZONDERHEDEN De rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft geen referentiecode in zijn geheugen: de code die verzonden is wordt in het geheugen opgeslagen. Als er geen overeenkomst is tussen de codes van het huis met hulporganen interieur en de sleutel, blijft het systeem vergrendeld. Het rode startvergrendelingslampje knippert (snel). De motor kan niet worden gestart. LET OP Als gestart wordt met een accu met een lage accuspanning is het mogelijk dat de startvergrendeling door de spanningsdaling opnieuw wordt ingeschakeld. Als de spanning lager is kan er niet worden gestart, zelfs niet als de auto wordt aangeduwd. Herkenning van de sleutels bij normale werking CONTROLELAMPJE STARTVERGRENDELING Auto beveiligd (contact uit) Sleutel herkend, inspuitsysteem vrijgegeven Sleutel niet herkend, inspuitsysteem beveiligd Knipperen van het lampje met 1 Hz lampje brandt vast gedurende 3 secondes en gaat dan uit Knipperen van het lampje met 4 Hz MR-390-X90-000$154_nel.mif -7
Diagnose - Werking van het systeem ALGEMEEN Het huis met hulporganen interieur bevindt zich onder het dashboard aan bestuurderszijde. BELANGRIJK Na het vervangen van het huis met hulporganen interieur, moeten de bij het uitrustingsniveau van de auto behorende functies worden geconfigureerd met behulp van het diagnoseapparaat. LET OP Zolang het inleren van de startvergrendeling niet is uitgevoerd kan er niet worden gestart. Na het vervangen of toevoegen van een sleutel, moeten de sleutels opnieuw worden toegewezen. Bijzonderheden van het systeem Dit systeem kan werken met maximaal vier afstandsbedieningen (het huis met hulporganen interieur kan vier verschillende codes verwerken). De ontvanger van het radiografische signaal is ingebouwd in het huis met hulporganen interieur. De werking van de schakelaar van de centrale portiervergrendeling wordt uitgeschakeld als de portieren vergrendeld zijn met de afstandsbediening. Het vergrendelen en ontgrendelen van de portieren via de afstandsbediening wordt zichtbaar gemaakt door het oplichten van de alarmknipperlichten (als alle portieren goed gesloten zijn): vergrendeling: 2 knipperingen, ontgrendeling: 1 knippering. Afhankelijk van het uitrustingsniveau, vergrendelen de portieren weer automatisch als geen enkel portier is geopend binnen 30 secondes na het ontgrendelen (zonder knipperen van de alarmknipperlichten). Het huis met hulporganen interieur regelt de binnenverlichting van de auto. Als een binnenlicht vergeten is, schakelt het huis met hulporganen interieur de voeding van de verlichting uit na ongeveer 30 minuten. De uitvoering "Hoge gamma" laat het binnenlicht geleidelijk doven na het vergrendelen via de FM-afstandsbediening. Het magazijn levert de sleutels ongecodeerd zonder nummer. Na verlies of diefstal van een sleutel of op verzoek van de klant, is het mogelijk om een sleutel van de auto uit te schakelen. Hij kan, indien nodig, opnieuw aan dezelfde auto worden toegewezen. LET OP Met dit systeem is het niet mogelijk het huis met hulporganen interieur en de sleutels tegelijk te vervangen. Deze onderdelen worden ongecodeerd geleverd. Er is geen mogelijkheid de door de elementen van het systeem (huis met hulporganen interieur en rekeneenheid van het inspuitsysteem) ingeleerde code te wissen. De ingeleerde code kan niet gewist worden. MR-390-X90-000$154_nel.mif -8
Diagnose - Werking van het systeem CODEREN VAN DE REKENEENHEID INSPUITING De rekeneenheid van het inspuitsysteem wordt ongecodeerd geleverd. Hij moet de code van de startvergrendeling inleren bij zijn montage om het starten mogelijk te kunnen maken. Zet het contact gedurende enkele secondes aan zonder te starten. Zet het contact weer uit. De startvergrendeling is na enkele seconden geactiveerd (rode startvergrendelingslampje knippert). LET OP Bij dit type startvergrendeling houdt de auto levenslang zijn startvergrendelingscode. Dit systeem heeft geen noodcode. Het is verboden proefritten uit te voeren met rekeneenheden van het inspuitsysteem uit het magazijn geleend die weer teruggeven moeten worden. De ingeleerde code kan niet gewist worden. MR-390-X90-000$154_nel.mif -9
Diagnose - Configuratie en inleren CONFIGURATIE De nieuwe onderdelen zijn niet gecodeerd. Na montage in de auto, moeten zij een code inleren voordat zij goed kunnen werken. Hiervoor is het nodig dat een aantal onderdelen al correct gecodeerd is (met de code van de auto). Raadpleeg de toepassingstabel. LET OP Zodra de code is ingeleerd in het onderdeel, kan dit alleen nog maar in deze auto worden gebruikt: de code kan niet worden gewist en een tweede code kan ook niet worden ingeleerd. De ingeleerde code kan niet gewist worden. TOEPASSINGSTABEL. WERKZAAMHEDEN Huis met hulporganen interieur (UCH) STAAT VAN DE ELEMENTEN Sleutel Rekeneenheid inspuitsysteem REPARATIECODE NODIG Inleren van het huis met hulporganen interieur Toewijzen of uitschakelen sleutel Inleren rekeneenheid van het inspuitsysteem Ongecodeerd Gecodeerd Gecodeerd JA Gecodeerd Ongecodeerd* - JA Gecodeerd Gecodeerd Ongecodeerd NEE * De toegewezen sleutel moet ongecodeerd zijn of reeds in de auto zijn ingeleerd. OPMERKING: hij kan ingeleerd maar niet operationeel zijn (niet toegewezen). TER HERINNERING: alleen de sleutels die bij deze handelingen worden aangeboden, zullen werken. MR-390-X90-000$231_nel.mif -10
Diagnose - Configuratie en inleren Een nieuw huis met hulporganen interieur is niet gecodeerd. Na montage in de auto, moet een code worden ingeleerd voordat het huis goed kan werken. Hiervoor moet u over ten minste één van de oude sleutels van de auto beschikken, en over de reparatiecode en moet de rekeneenheid van het inspuitsysteem correct zijn gecodeerd (raadpleeg de toepassingstabel). LET OP als het huis met hulporganen interieur een code heeft ingeleerd, kan het alleen nog in deze auto worden gebruikt. Hij kan niet worden gewist of door een tweede worden vervangen. BELANGRIJK Alleen de sleutels die bij deze procedure worden aangeboden zullen werken op voorwaarde: dat zij al voor deze auto waren gecodeerd, dat zij nieuw zijn (ongecodeerd). N.B.: Als u het huis met hulporganen vervangt hoeft u niets te doen aan de rekeneenheid van het inspuitsysteem, deze behoudt dezelfde startvergrendelingscode. INLEERPROCEDURE VOOR HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR De inleerprocedure van het huis met hulporganen interieur wordt uitgevoerd met behulp van het diagnoseapparaat. Start de communicatie met de rekeneenheid huis met hulporganen. Selecteer in het menu "Specifiek commando", het commando "SC004 Inleren huis met hulporganen interieur". Het diagnoseapparaat toont "Haal de sleutel uit het contactslot". Het diagnoseapparaat toont "Wilt u de reparatiecode invoeren". Contact uit, voer de geheime reparatiecode in (12 hexadecimale tekens) en bevestig de code. Als het formaat van de code correct is, toont het diagnoseapparaat "Plaats een reeds op de auto ingeleerde sleutel in het contactslot", de inleerprocedure is bezig. Het diagnoseapparaat toont "Inleren huis met hulporganen interieur klaar, wilt u het inleren van de sleutelcodes", het huis met hulporganen interieur is gecodeerd. Ga naar de inleerprocedure van de sleutel om de andere sleutels (maximum drie) toe te wijzen. Voordat dit bericht verschijnt kan een aantal secondes verlopen. LET OP Tussen iedere handeling mag niet meer dan 5 minuten tijd zitten, anders wordt de procedure geannuleerd. Als het huis met hulporganen interieur is gecodeerd kan deze code niet meer worden gewist of veranderd. MR-390-X90-000$231_nel.mif -11
Diagnose - Configuratie en inleren BIJZONDERHEDEN Als op het scherm staat: "De ingevoerde reparatiecode correspondeert niet met de aangeboden sleutel. Controleer of u de juiste code hebt ingevoerd en of de sleutel wel bij de auto hoort": De ingevoerde code is niet correct of het huis met hulporganen interieur is al gecodeerd in een andere auto. Raadpleeg de staat ET110 van de diagnose van de UCH. Controleer de code en probeer de code opnieuw. "Het huis met hulporganen is gecodeerd, wilt u het inleren van de sleutelcodes", het huis met hulporganen interieur is al gecodeerd op deze auto "Controleer de reparatiecode", de ingevoerde code is incorrect, controleer en herhaal de invoer. "Inleren van huis met hulporganen interieur mislukt, sleutel niet bruikbaar op deze auto":de code van de sleutel correspondeert niet met de ingevoerde code (sleutel van een ander model auto). "De aangeboden sleutel is ongecodeerd. Wilt u een andere reeds op de auto ingeleerde sleutel aanbieden": De sleutel is ongecodeerd, gebruik een reeds op deze auto gecodeerde sleutel. MR-390-X90-000$231_nel.mif -12
Diagnose - Configuratie en inleren TOEWIJZEN VAN DE SLEUTELS BELANGRIJK als niet alle sleutels beschikbaar zijn, moet later een nieuwe toewijzingsprocedure met alle sleutels worden uitgevoerd. Start de communicatie met de rekeneenheid huis met hulporganen. In het menu "Specifiek commando", bevestig het commando SC015 "Toewijzen sleutel". Het diagnoseapparaat toont "Haal de sleutel uit het contactslot". Het diagnoseapparaat toont "Wilt u de reparatiecode invoeren". Contact uit, voer de geheime reparatiecode in (12 hexadecimale tekens in hoofdletters) en bevestig de code met de ENTER-toets. Het diagnoseapparaat toont "Let op, ontbrekende sleutels worden onbruikbaar. Voer de procedure opnieuw uit om ze toe te wijzen": het inleren is bezig. Het diagnoseapparaat toont "Steek de sleutel in het contactslot, zet het contact aan en bevestig": zet het contact aan met een sleutel van de auto of een nieuwe sleutel. Het scherm toont "1 sleutel ingeleerd", daarna "bevestigen, dan "haal de sleutel uit het contactslot". Het diagnoseapparaat stelt voor "Wilt u nog een sleutel inleren?" Voor toewijzen van andere sleutels, zet u het contact een paar secondes aan met de andere toe te wijzen sleutels (maximum drie) en bevestig. Het scherm toont "2, 3 of 4 sleutel ingeleerd", daarna bevestigen, dan "haal de sleutel uit het contactslot". LET OP Dit moeten oude sleutels van de auto zijn of nieuwe, niet gecodeerde sleutels. Het diagnoseapparaat toont "Schrijven van de gegevens in het geheugen", het huis met hulporganen interieur is gecodeerd en de sleutels zijn toegewezen. Deze boodschap blijft enkele secondes aanwezig, waarna de toewijzing van kracht is. LET OP Tussen iedere handeling mag niet meer dan 5 minuten tijd zitten, anders wordt de procedure geannuleerd. Het diagnoseapparaat toont "procedure onderbroken: let op, alleen de sleutels die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De sleutels die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer ongecodeerd en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". Dit bericht verschijnt ook als de communicatie met huis met hulporganen interieur wegvalt of bij een onderbreking van de accu. MR-390-X90-000$231_nel.mif -13
Diagnose - Configuratie en inleren BIJZONDERHEDEN Als op het scherm staat: "Het huis met hulporganen interieur is ongecodeerd. Start de inleerprocedure van het huis met hulporganen interieur": het huis is ongecodeerd. Het is niet mogelijk sleutels toe te wijzen aan een ongecodeerd huis met hulporganen interieur. "Controleer de reparatiecode", de ingevoerde code is incorrect, controleer en herhaal de invoer. Als de sleutel niet correspondeert met het huis met hulporganen interieur van de auto, toont het diagnoseapparaat "procedure onderbroken: let op, alleen de sleutels die voor het starten van de procedure al aan de auto waren toegewezen kunnen worden gebruikt. De sleutels die aangeboden werden voor het afbreken van de procedure zijn niet langer ongecodeerd en kunnen alleen nog maar aan deze auto worden toegewezen". MR-390-X90-000$231_nel.mif -14
Diagnose - Configuratie en inleren CONFIGURATIES VAN HET HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR De mogelijke configuraties van het huis met hulporganen interieur zijn: Omschrijving en positie op het diagnoseapparaat Type sleutel (LC097) Detectie gordel vergeten (LC165) Airbag (LC113) Auto vergrendeld door functie CAR (LC169) Automatische hervergrendeling (LC012) Toestemming functie C.A.R. door diagnose (LC170) Functie radiofrequentie (LC171) Type toets portiervergrendeling (LC172) Configuratie automatisch Type huis met hulporganen interieur (Zie 87B, Huis met hulporganen interieur, Werking systeem) Controleer vervolgens de configuraties via het menu "Lezen van de configuratie". MR-390-X90-000$231_nel.mif -15
Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code DF177 DF180 DF270 DF272 DF274 Omschrijving in diagnoseapparaat Circuit sirene Verbinding decoder ring Vrijgave afslagventiel Circuit codelijn Toets portiervergrendeling MR-390-X90-000$308_nel.mif -16
Diagnose - Betekenis van de storingen DF177 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT SIRENE CC.1 : Kortsluiting aan + 12 volt CC.0 : Onderbreking of kortsluiting aan massa ADVIEZEN Als de auto uitgerust is met een alarm : Controleer of de auto geconfigureerd is met alarm. Controleer of LC105 "Alarm af fabriek" is "Met alarm van de portier- en kapcontacten". Controleer de staat en de aanwezigheid van de zekeringen. Vervang deze indien nodig. Controleer de staat en de aansluiting van de stekker van de sirene (pennetjes teruggedrukt, geoxideerd, gebroken, enz.). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. NA REPARATIE Voer een conformiteitscontrole uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_DF177/UCH_V09_DF177 MR-390-X90-000$385_nel.mif -17
Diagnose - Betekenis van de storingen DF180 AANWEZIG VERBINDING DECODER RING CC.0 : Kortsluiting aan massa CC.1 : Kortsluiting aan + 12 V ADVIEZEN Geen bijzonderheden CC.0 Controleer de aansluiting en de staat van de stekkerverbindingen van de transponderring. Herstel de stekker indien nodig. Controleer de aansluiting en de staat van de 40-polige stekker EH1 van het huis met hulporganen interieur. Herstel de stekker indien nodig. Maak de stekker los van de transponderring en controleer/herstel de + 12 V na contact voeding op aansl. 3 van de transponderring. Herstellen indien nodig. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van massa van de volgende verbinding: Zekeringplaat, zekering F04 (10A) Aansl. 3 transponderring Herstellen indien nodig. CC.1 Controleer de aansluiting en de staat van de stekkerverbindingen van de transponderring. Herstel de stekker indien nodig. Controleer de aansluiting en de staat van de 40-polige stekker EH1 van het huis met hulporganen interieur. Herstel de stekker indien nodig. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Massa Stekker EH1 40-polig van de UCH aansl. A16 Aansl. 2 transponderring Aansl. 4 transponderring Herstellen indien nodig. NA REPARATIE Voer een conformiteitscontrole uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_DF180/UCH_V09_DF180 MR-390-X90-000$385_nel.mif -18
Diagnose - Betekenis van de storingen DF270 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VRIJGAVE ELEKTROKLEP DIESEL ADVIEZEN Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storing "DF272 Circuit codelijn" als deze aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard: 5 secondes na het aanzetten van het contact. Controleer de aansluiting en goede staat van de stekker van het gecodeerd afslagventiel. Herstellen indien nodig. Maak de decoder los en controleer, contact uit, de isolatie (ten opzichte van + 12 volt en de massa), de geleiding en ontbreken van overgangsweerstanden van de verbinding : Decoder aansl. A6 Gecodeerd afslagventiel (zie schema's van motortype van de auto) Herstellen indien nodig. Controleer de conformiteit van de voeding 12 volt en van de massa van het gecodeerd afslagventiel (zie schema's van het motortype van de auto). Herstellen indien nodig. NA REPARATIE Voer een conformiteitscontrole uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_DF270/UCH_V09_DF270 MR-390-X90-000$385_nel.mif -19
Diagnose - Betekenis van de storingen DF272 AANWEZIG CIRCUIT CODELIJN ADVIEZEN Bijzonderheden: Geen bijzonderheden. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het instrumentenpaneel. Herstel de stekker indien nodig. Controleer de aansluiting en de staat van de 40-polige stekker EH1 van het huis met hulporganen interieur. Herstel de stekker indien nodig. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbinding: 40 -polige EH1 stekker van het huis met hulporganen aansl. B36 (zie elektrisch schema van het betreffende motortype) rekeneenheid inspuitsysteem Herstellen indien nodig. NA REPARATIE Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_DF272P/UCH_V09_DF272P MR-390-X90-000$385_nel.mif -20
Diagnose - Betekenis van de storingen DF274 IN GEHEUGEN TOETS VAN DE PORTIERVERGRENDELING CC.0 : Kortsluiting aan massa ADVIEZEN De storing wordt in geheugen verklaard na het activeren van de schakelaar van de portiervergrendeling. Controleer de aansluiting en de staat van de 40-polige stekker EH1 van het huis met hulporganen interieur. Vervang de stekker indien nodig. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: UCH stekker EH1 40-polig aansl. A8 UCH stekker EH1 40-polig aansl. A17 Massa Aansl. 1 stekker van de knop portiervergrendeling Aansl. 5 stekker van de knop portiervergrendeling Aansl. 2 stekker van de knop portiervergrendeling Herstellen indien nodig. NA REPARATIE Voer een conformiteitscontrole uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_DF274M/UCH_V09_DF274M MR-390-X90-000$385_nel.mif -21
Diagnose - Conformiteitscontrole ADVIEZEN Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose ET127 : Lampje startvergrendeling UIT Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET127. ET184 : Code sleutel geldig Staat JA bij aanzetten van het contact Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET184. Startvergrendeling ET185 : Code sleutel ontvangen Staat JA bij aanzetten van het contact Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET185. ET549 : Startvergrendelin g actief NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET549. PR056: Aantal toegewezen sleutels 2 sleutels af fabriek ingeleerde t/m 4 sleutels in de naverkoop Geen bijzonderheden Portieren - kleppen ET489 : Voorportieren Open bij open voorportieren. ET551 : Achterportieren of bagageruimte Open bij het openen van de achterportieren of bagageruimte Bij een probleem : Raadpleeg de betekenis van de staat ET489. Bij een probleem : Raadpleeg de betekenis van de staat ET551. UCH_V08_CCONF/UCH_V09_CCONF MR-390-X90-000$462_nel.mif -22
Diagnose - Overzicht van de staten Staat gereedschap ET127 ET184 ET185 ET489 ET549 ET551 Omschrijving in diagnoseapparaat Lampje startvergrendeling Code sleutel geldig Code sleutel ontvangen Voorportieren Startvergrendeling actief Achterportieren of bagageruimte MR-390-X90-000$539_nel.mif -23
Diagnose - Betekenis van de staten ET127 CONTROLELAMPJE STARTVERGRENDELING ADVIEZEN De staat startvergrendeling actief moet "UIT" worden met + na contact. De staat startvergrendeling moet "AAN" worden als de sleutel niet meer in het contactslot zit. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het instrumentenpaneel. Herstellen indien nodig. Controleer de aansluiting en de staat van de 40-polige stekker EH1 van het huis met hulporganen interieur. Herstellen indien nodig. Controleer met een multimeter de geleiding en de isolatie van de volgende verbinding: Stekker EH1 40-polig van de UCH aansl. B32 Aansl. 1 zwarte stekker 24-polig instrumentenpaneel Herstellen indien nodig. NA REPARATIE Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_ET127/UCH_V09_ET127 MR-390-X90-000$616_nel.mif -24
Diagnose - Betekenis van de staten SLEUTELCODE GELDIG ET184 ADVIEZEN De staat is "JA" bij contact aan (+ na contact) met een sleutel van de auto. Als de staat "NEE" blijft, probeer het dan met een andere sleutel van de auto voordat u verdergaat. ET184: "NEE" ondanks dat contact aan is en de sleutel bij de auto hoort en de sleutelcode ontvangen is Controleer of de staat ET004 "+ 12 V na contact" "JA" IS contact aanwezig. Wijs de sleutels toe met behulp van de reparatiecode. Als de storing aanhoudt, vervang de defecte sleutel van de auto. NA REPARATIE Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_ET184/UCH_V09_ET184 MR-390-X90-000$616_nel.mif -25
Diagnose - Betekenis van de staten SLEUTELCODE ONTVANGEN ET185 ADVIEZEN Controleer of er geen enkele storing aanwezig of in het geheugen is. De staat is "JA" bij contact aan (+ na contact) met een geldige sleutel. Als de staat "NEE" blijft, probeer het dan met een andere sleutel van de auto voordat u verdergaat. ET185 "NEE" contact aan en sleutel hoort bij auto Controleer of de staat ET004 "+ 12 V na contact" "JA" IS contact aanwezig. Verwijder alle metalen voorwerpen van de sleutelring en probeer het opnieuw. Zet het contact aan met een sleutel van een andere auto, nadat u de metalen inzetstukken van de sleutel heeft verwisseld: Als de staat "SLEUTELCODE ONTVANGEN" "JA" wordt, vervang de sleutel van de auto. Als de staat "SLEUTELCODE ONTVANGEN" "NEE" blijft, controleer de stekkerverbindingen tussen de transponderring en het huis met hulporganen interieur. Vervang de transponderring. NA REPARATIE Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_ET185/UCH_V09_ET185 MR-390-X90-000$616_nel.mif -26
Diagnose - Betekenis van de staten VOORPORTIEREN ET489 ADVIEZEN Controleer of er geen storing aanwezig is. Open de voorportieren een voor een. Controleer met elk voorportier open, of de staat ET489 "OPEN" is, en als elk voorportier dicht is, de staat "DICHT" is. Controleer de verbindingsstekker van de kabelbundel van de voorportieren. Controleer de geleiding en de isolatie van de verbindingen: Portiercontact links voor aansl. 1 Portiercontact rechts voor aansl. 1 Portiercontact links voor aansl. 2 Portiercontact rechts voor aansl. 2 Aansl. B40 van de stekker EH1 van de UCH Aansl. B40 van de stekker EH1 van de UCH Massa Massa Herstellen indien nodig (zie het elektrische schema van de auto). Controleer de geleiding tussen de twee aansluitingen van de portiercontacten. Trek aan de handgreep om het slot te openen en controleer of er geen geleiding is tussen de twee aansluitingen. Controleer of het slot goed in de slotpen valt. In geval van storing, vervangt u het slot. NA REPARATIE Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_ET489/UCH_V09_ET489 MR-390-X90-000$616_nel.mif -27
Diagnose - Betekenis van de staten ACHTERPORTIEREN OF BAGAGERUIMTE ET551 ADVIEZEN Controleer of er geen storing aanwezig is. Open de achterportieren één voor één, open daarna de bagageruimte. Controleer met elk achterportier of de bagageruimte open, of de staat ET551 "OPEN" is, en als de achterportieren of bagageruimte dicht zijn, de staat ET551 "DICHT" is. Controleer de verbindingsstekker van de kabelbundel van de achterportieren en van de bagageruimte. Controleer de geleiding en de isolatie van de verbindingen: Portiercontact links achter aansl. 1 Portiercontact rechts achter aansl. 1 Portiercontact links achter aansl. 2 Portiercontact rechts achter aansl. 2 Bagageruimtecontact aansl. 1 Bagageruimtecontact aansl. 2 Aansl. B30 van de stekker EH1 van de UCH Aansl. B30 van de stekker EH1 van de UCH Massa Massa Massa Aansl. B30 van de stekker EH1 van de UCH Herstellen indien nodig (zie het elektrische schema van de auto). Controleer de geleiding tussen de twee aansluitingen van de portier- en bagageruimtecontacten. Trek aan de handgreep om het slot te openen en controleer of er geen geleiding is tussen de twee aansluitingen. Controleer of het slot goed in de slotpen valt. In geval van storing, vervangt u het slot. NA REPARATIE Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. UCH_V08_ET551/UCH_V09_ET551 MR-390-X90-000$616_nel.mif -28
Diagnose - Overzicht van de parameters Parameter gereedschap PR056 Aantal toegewezen sleutels Omschrijving in diagnoseapparaat MR-390-X90-000$693_nel.mif -29
Diagnose - Overzicht van de commando's Commando gereedschap AC004 AC005 AC006 AC136 AC175 Omschrijving in diagnoseapparaat Portiervergrendeling ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN ONTGRENDELING BESTUURDERSPORTIER Zoemer vergrendeling op afstand Controlelampje portiervergrendeling SC003 SC004 SC015 Reserve Inleren huis met hulporganen interieur Toewijzen sleutel LC012 LC097 LC113 LC165 LC169 LC170 LC171 LC172 Automatische hervergrendeling. Type sleutel Airbag Detectie gordel vergeten Auto vergrendelt door CAR functie Toestemming functie C.A.R. door diagnose Functie radiofrequentie Type toets portiervergrendeling MR-390-X90-000$770_nel.mif -30
Diagnose - Klachten ADVIEZEN Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. GEEN COMMUNICATIE MET DE REKENEENHEID ZOEK- SCHEMA 1 STARTPROBLEEM DE MOTOR START NIET ZOEK- SCHEMA 2 MR-390-X90-000$847_nel.mif -31
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 1 GEEN COMMUNICATIE MET DE REKENEENHEID ADVIEZEN Geen bijzonderheden Probeer het diagnoseapparaat op een auto die geen enkele storing heeft. Controleer: de verbinding tussen het diagnoseapparaat en de diagnoseaansluiting (staat van de kabel), de zekeringen interieur en motorruimte. Controleer de + 12 V voor contact op aansl. 16, de + 12 V na contact op aansl. 1 en de massa op de aansl. 4 en 5 van de diagnoseaansluiting. Herstellen indien nodig. Controleer de verbinding rekeneenheid. Sluit het verlengblok aan en controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: : Huis met hulporganen interieur 15-polige stekker P1 aansl. A3 UCH stekker P1 15-polig aansl. A5 Huis met hulporganen interieur 15-polige stekker P1 aansl. A1 Zekeringhouder + na contact Massa UCH stekker EH1 40-polig aansl. B34 Aansl. 7 van de diagnoseaansluiting (lijn K) Herstellen indien nodig. NA REPARATIE Voer een complete controle uit met behulp van het diagnoseapparaat. UCH_V08_ALP01/UCH_V09_ALP01 MR-390-X90-000$924_nel.mif -32
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 De motor start niet ADVIEZEN Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Werkt de centrale vergrendeling? NEE Zie 87B, Huis met hulporganen interieur JA Zet het contact aan. Dooft het waarschuwingslampje startvergrendeling? NEE JA Laat de startmotor draaien. Er gebeurt niets. De startmotor klikt maar de motor draait niet. De bendix van de startmotor draait loos rond. De motor draait maar start niet. De motor gaat steeds langzamer draaien en start niet. C D Voer een test uit van het domein inspuitsysteem met het diagnoseapparaat. Controleer de accuspanning. Controleer de staat van de startmotor. NA REPARATIE Voer een complete controle uit met behulp van het diagnoseapparaat. UCH_V08_ALP02/UCH_V09_ALP02 MR-390-X90-000$924_nel.mif -33
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 VERVOLG 1 Brandt het waarschuwingslampje startvergrendeling CONTINU? NEE Knippert het lampje? JA Normaal Snel (zie 83A, Instrumentenpaneel, Klachten) Het huis met hulporganen interieur heeft geen + na contact gezien. Voer een test uit met het diagnoseapparaat en behandel de staat ET004 "+ 12 V na contact" Voer een test uit met het diagnoseapparaat en behandel de staat ET185 "Code sleutel ontvangen". NA REPARATIE Voer een complete controle uit met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$924_nel.mif -34
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 VERVOLG 2 Controleer de accuspanning tijdens het draaien van de startmotor en de voeding van de + startmotor. Controleer de staat van de kabelschoen van de bekrachtiging van de startmotor. Herstellen indien nodig. Controleer de + 12 V op de kabelschoen van de bekrachtiging van de startmotor, terwijl de startmotor draait. Herstellen indien nodig (voeding contactslot, werking contactslot, verbinding contactslot / startmotor). Als het probleem nog steeds niet opgelost is, controleer dan of de startmotor goed werkt. Vervang de startmotor indien nodig. NA REPARATIE Voer een complete controle uit met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$924_nel.mif -35
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 VERVOLG 3 C Controleer de accuspanning terwijl de startmotor draait en controleer de gevlochten massastrips tussen de aandrijfgroep en het chassis van de auto. Controleer of de motor niet is vastgelopen of geblokkeerd. Als de storing aanhoudt, vervang de startmotor. NA REPARATIE Voer een complete controle uit met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$924_nel.mif -36
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 VERVOLG 4 D Controleer de goede werking van de startmotor. Vervang de startmotor indien nodig. Als de storing aanhoudt, controleer de distributieriem. NA REPARATIE Voer een complete controle uit met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$924_nel.mif -37