Informatie over het Afstuderen In dit document ontvangt u een overzicht van het doel, de verwachtingen, eisen en voorbeelden van afstudeeropdrachten van studenten van de Academie voor Algemeen en Financieel Management (AAFM). Het betreft de opleidingen Accountancy (AC), Finance & Control (F&C), Bedrijfskunde (BDK) en Human Resource Management (HRM). Studenten studeren in het 4 e studiejaar, in duo s af bij een organisatie die hen een passende afstudeeropdracht biedt in relatie tot de opleiding. Studenten Bedrijfskunde werken individueel aan de opdracht. De opdracht voor de studenten van de opleidingen, Finance & Control, Bedrijfskunde en Human Resource Management duurt 20 weken. Studenten Accountancy starten met een periode van 10 waarin zij 2 dagen per week aan het oriëntatieonderzoek werken. In de laatste 10 weken volgt het diepteonderzoek en het advies. Het eindproduct; een scriptie of presentatie middels A3 wordt in de 17 e week opgeleverd. Het doel van afstuderen: Afstuderen is een proeve van bekwaamheid waarbij de hbo-student laat zien dat hij op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar in staat is om een vraagstuk op te lossen en/of een opdracht uit te voeren. De student werkt aan een complexe opdracht waarin kennis uit theorie en praktijk worden verbonden met praktijkgericht onderzoek en/of onderwerp. Het afstudeerbedrijf Een afstudeerbedrijf moet voldoen aan het volgende: Er is een praktisch relevante opdracht beschikbaar die goed aansluit bij de betreffende opleiding; Er is een werkplek met de benodigde faciliteiten beschikbaar; de student werkt bij het bedrijf aan de opdracht en is in principe gedurende de voor het bedrijf normale werktijden aanwezig; Er is een bedrijfsbegeleider aanwezig die per week ongeveer 1,5 uur beschikbaar is;
De bedrijfsbegeleider is bereid om zowel voor het proces als voor de inhoud van de afstudeeropdracht een beoordelingsadvies te geven; De bedrijfsbegeleider 1 functioneert minimaal op hbo-niveau en heeft ten minste 4 jaar werkervaring; Het afstudeerbedrijf is niet het bedrijf waar de student stage heeft gelopen; Er is geen arbeidsrechtelijke relatie tussen het afstudeerbedrijf en de student; Er is geen familierelatie tussen de student(en) en de bedrijfsbegeleider of andere direct betrokken medewerkers van het bedrijf. Tijdens het afstuderen is het niet toegestaan werkzaamheden voor de opdrachtgever te verrichten. Eisen afstudeeropdracht De opdracht is relevant voor de praktijk in het werkveld van de betreffende opleiding en wordt maatschappelijk verantwoord uitgevoerd; De opdracht kan een bedrijfsmatige, complexe taak zijn of een onderzoeksopdracht, beide moeten methodisch worden aangepakt en worden verantwoord; De opdracht sluit aan bij de domein- of opleidingscompetenties en doet een stevig beroep op kennis uit de body of knowledge van de betreffende opleiding; Bij de uitvoering van de worden theorie en praktijk met elkaar geconfronteerd; De afstudeeropdracht wordt aangeboden door een externe opdrachtgever en indien noodzakelijk in overleg met de studenten geherformuleerd. De student kan ook zelf een afstudeeropdracht formuleren voor een belanghebbende 2. De desbetreffende belanghebbende zal in dat geval bereid moeten zijn om als opdrachtgever mee te werken aan de afstudeeropdracht. De afstudeeropdracht is één opdracht en mag dus niet bestaan uit verschillende opdrachten die geheel los van elkaar staan; een hoofdopdracht kan wel uit verschillende deelvragen en onderdelen bestaan met een uiteindelijk samenhangend resultaat; De opdracht is voldoende complex; dit wil zeggen dat de studenten kunnen laten zien dat zij verschillende zaken goed met elkaar kunnen combineren en integreren. Dit leidt tot een aantal eisen: o er zijn ten minste 4 direct betrokkenen die ieder een redelijk tot groot belang hebben bij de opdracht en die een zekere mate van invloed hebben. De student moet dus met meerdere partijen overleggen en meerdere belangen met elkaar integreren om tot een goed resultaat te kunnen komen; o de student kan dusdanig zelfstandig werken dat zijn verantwoordelijkheid overeenkomt met die van een beginnend beroepsbeoefenaar; de student kiest zelf voor de inzet van methoden en oplossingen en ziet zelf welke werkzaamheden hij moet verrichten om tot een goed resultaat te komen; o het probleem, de vraagstelling of de opdracht bevat meerdere probleemaspecten die uiteindelijk in het resultaat geïntegreerd worden; o o de oplossingsruimte is geheel open en ligt dus niet van tevoren al vast; de uitwerking geeft blijk van authenticiteit. De student geeft de afstudeerperiode en de afstudeerscriptie dus een persoonlijk karakter, een eigen kleuring waardoor de opdracht getuigt van creativiteit en vernieuwing. 1 De bedrijfsbegeleider hoeft niet per se inhoudelijk deskundig te zijn aangezien de studenten zelf inmiddels beginnend beroepsbeoefenaren zijn. 2 De centrale vraagstelling en de afbakening van de afstudeeropdracht worden door de student geformuleerd.
De opdracht heeft een voldoende strategisch karakter hetgeen wil zeggen dat de student: o de structurele aspecten die betrekking hebben op de opdracht meeneemt zodat de oplossing of het advies ook voor de langere termijn succes oplevert; o het verband kan aangeven tussen de opdracht en de organisatiedoelstellingen. De opdracht wordt voldoende verantwoord 3 uitgevoerd, d.w.z. dat de student: o methodisch verantwoord werkt; o zelf keuzes maakt over bijvoorbeeld de werkwijze en zelf besluiten neemt; o over die keuzes en besluiten in het rapport verantwoording aflegt. De opdracht leidt tot een onderzoeksrapport, een rapport waarin de uitvoering en het resultaat van de opdracht wordt verantwoord, of tot een adviesrapport; De opdracht biedt de mogelijkheid voor de student om individueel aan te tonen dat hij een beginnend hbo-beroepsbeoefenaar is; De afstudeeropdracht staat centraal. De afstudeeropdracht kan binnen bovenstaande eisen worden uitgevoerd als onderzoek of als complexe praktische opdracht die door de vormgeving, de theoretische onderbouwing en de verantwoording toch op een voldoende hbo-niveau wordt uitgevoerd Het eindrapport kan dus een onderzoeksrapport zijn maar ook een rapport waarin de uitgevoerde opdracht is beschreven met daarbij een duidelijke beschouwing en verantwoording én die theoretisch goed is onderbouwd. Het methodisch werken houdt in, dat de student met een methodische en systematische aanpak zijn onderzoek verricht. Hij mag zelf bepalen welke methode bruikbaar is. De aanpak van een opdracht en/of onderzoek moet erin resulteren dat resultaten en eventuele veranderingen in de organisatie worden geaccepteerd. De opdrachtgever moet weten waar hij aan toe is en er moet sprake zijn van een verantwoorde planning. Vooraf moeten gewenste resultaten goed worden geformuleerd door het stellen van heldere doelen. De student moet, alvorens de aanmelding voor het afstuderen in te sturen, controleren of de opdracht aan bovenstaande eisen voldoet. Daarnaast is het van belang dat : de aanleiding, de probleembeschrijving, de vraag en de eventuele gevolgen goed omschreven zijn; de opdracht voldoende afgebakend is; de zwaarte van de opdracht overeenkomt met de studiebelasting die voortvloeit uit de studiepunten die voor het afstuderen zijn vastgesteld Accountancy De opleiding Accountancy leidt in de eerste plaats op voor het beroep van accountant. Daarnaast biedt de accountancy-opleiding uitzicht op een veelheid van bedrijfseconomische en administratieve functies. Ook binnen de accountantspraktijk verschuift het accent van de typische accountantswerkzaamheden (controle en administratieve bijstand) naar adviezen op het terrein van de (administratieve) organisatie, belastingen en controlling. Bedrijfskunde De opleiding Bedrijfskunde is een brede opleiding met een integrale benadering naar organisaties (profit- en non profit), ondersteund door bedrijfskundige methoden en technieken. BDK-studenten
leren management-, economische- en juridische invalshoeken te combineren bij het analyseren van bedrijfskundige vraagstukken. Finance & Control Een afgestudeerde bedrijfseconoom is in staat tot het ontwerpen, inrichten en onderhouden van (geautomatiseerde) informatiesystemen voor besturing van organisaties. Bij deze opleiding leren studenten ook vormgeven, inrichten en toetsen van de administratieve organisatie en het bepalen en beheersen van financieel-economische en fiscale risico s. Het doel van een afstudeeropdracht is dat de student werkt aan een duurzame oplossing voor de organisatie opgebouwd uit analyse, advies en implementatie. Voorbeelden van afstudeeropdrachten: Analyseren interne processen, uitvoeren risico inventarisatie, verbetervoorstel maken en implementeren. Analyse inkoopproces met als doel kosten verlaging, advies geven over strategisch inkoopbeleid. Plannen van kapitaalstroom van een bedrijf en een prognose maken van de kasstromen. Dit implementeren. HRM Een afgestudeerde HR business partner is in staat vanuit de strategie van de organisatie de belangrijkste opgaven voor HR te formuleren en de juiste interventies te plaatsen. Ook worden de studenten klaargestoomd voor de rol van adviseur en/of ondersteuner naar de directie, managers en vaak ook de medewerkers op het gebied van personeel en organisatie. Afgestudeerde HR- manager is in staat om het personeelsbeleid op te stellen, in onderhandeling te treden over arbeidsvoorwaarden met het personeel, een luisterend oor te bieden, bemiddeling bij conflicten en problemen tussen managers en medewerkers. Hoofdlijnen afstudeerproces bij Finance & Control, Bedrijfskunde en HRM In de eerste 4 weken schrijft de student een oriëntatierapport met daarin de opdrachtformulering. In de 4 e week heeft de student een intervisiemoment op de academie. In de 5 of 6 week bezoekt de docentbegeleider het bedrijf om de opdracht te bespreken. Daarop volgt de definitieve goedkeuring van de opdrachtformulering en kan de student de opdracht uitvoeren. In de 10e week heeft de student een terugkomdag en intervisie op de academie. Uiterlijk in de 15 e week, levert de student het conceptrapport in. Uiterlijk in week 17 levert de student het definitieve afstudeerrapport in. In week 17 of 18 presenteert de student het adviesrapport aan alle betrokken partijen van de organisatie/het bedrijf. Hierbij bespreekt de docentbegeleider de beoordeling van de bedrijfsbegeleider. Deze beoordeling wordt gebruikt als advies voor de uiteindelijke beoordeling door de docenten en extern gecommitteerde. De student verdedigt individueel het afstudeerrapport tijdens de afstudeerzitting die plaatsvindt in week 19 of 20 na de start van het afstuderen. Hoofdlijnen afstudeerproces Accountancy In de eerste 8 weken schrijft de student een oriëntatierapport met daarin de opdrachtformulering. In overleg met de organisatie komt de docentbegeleider op bedrijfsbezoek om de opdracht te bespreken. Daarop volgt de definitieve goedkeuring van de opdrachtformulering en kan de student de opdracht uitvoeren. De student levert in week 15 het conceptadviesrapport in. En in week 17 levert de student het definitieve afstudeerrapport in.
De bedrijfspresentatie vindt plaats in week 18. Hierbij bespreekt de docentbegeleider de beoordeling van de bedrijfsbegeleider. De student verdedigt individueel het afstudeerproces, gemaakte keuzes en het reflectierapport tijdens de afstudeerzitting die plaats vindt in week 20 na start van het afstuderen.