Concept Regeling Generatiepact MGR

Vergelijkbare documenten
Besluiten vast te stellen de Regeling generatiepact gemeente Nijmegen. Hoofdstuk 5 a AGN: Regeling Generatiepact gemeente Nijmegen

Regeling Generatiepact Noord-Hollands Archief

GEMEENTEBLAD. Nr Regeling generatiepact gemeente Veere 2019

Generatiepact Enschede

CVDR. Nr. CVDR607824_1. Generatiepact gemeente Assen

Generatiepact Rijswijk

Generatiepact voor de branche Woondiensten

Regeling generatiepact Gemeente Capelle aan den IJssel en de Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten

Generatiepact Omgevingsdienst Haaglanden

: aan medewerkers die 72 maanden of minder voor het behalen van hun AOW leeftijd zijn

Regeling generatiepact

Regeling generatiepact gemeente Heerlen

gemeente và. Regeling generatiepact Heemskerk 2016 HEEl11SkEl" ( 2 mei 2016 BIVO/2016/30236 I l l l l I l l l l l ll ll l ZO1F297B167

Generatiepact Den Haag

Generatiepact Brummen

gelet op de resultaten van het overleg in de commissie voor het georganiseerd overleg;

Moerdijk. gemeenff RAADSINFORMATIEBRIEF. 127Yol

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

FAQ Vitaliteitspact. 2. Wanneer gaat het Vitaliteitspact in? Je kunt vanaf 1 januari 2019 gebruik maken van de regeling.

Voorstel raad en raadsbesluit

Regeling Generatiepact gemeente Pijnacker-Nootdorp

Veel gestelde vragen en antwoorden over het Generatiepact Woondiensten

CONCEPT 01 juni 2017 Generieke LVO-regeling. 1. Inleiding. 2. Begripsbepalingen

Generatiepact Lochem 90 % 85 % 70 %

Levensfaseregeling Provincie Limburg

Besluit van Gedeputeerde Staten van Fryslân houdende Generatiepact Regeling Provincie Fryslân

Bijlage bij B&W-flap d.d. 16 december 2014 BD versie 2 december Aanpassing in het kader van de CAO

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel houdende regels omtrent Generatiepact 2018

REGLEMENT SENIORENREGELING GROOTHANDEL IN BLOEMBOLLEN 2019

Regeling generatiepact gemeente Kerkrade

PROVINCIAAL BLAD. Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent levensfase Levensfaseregeling Noord-Brabant

Gemeente Den Haag. - mede gelet op het gestelde in artikel 125 Ambtenarenwet juncto artikel 160 Gemeentewet,

Ledenbrief 15/052 CvA/LOGA 15/10, d.d. 23 juni 2015 inzake wijzigingen CAR-UWO i.v.m. wijzigingen Wet arbeid en zorg Eijsden-Margraten

Contact: HR Services ( optie 2 /

19. REGLEMENT SENIORENREGELING GROOTHANDEL IN BLOEMBOLLEN 2019

A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden:

provinciaal blad V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N

Generatiepact UW Samenwerking

B. De toelichting op artikel 6:4:1a wordt gewijzigd en komt te luiden:

Reglement Seniorenregeling Dierhouderij 2018

Concept Sociaal Statuut

Met ingang van 1 januari 2015 worden de artikelen 1:2a en 1:2b toegevoegd. Deze komen als volgt te luiden:

Onderhandelingsakkoord CAO RDW Oktober 2007

Gemeente Amsterdam College van burgemeester en wethouders. Hamervoordracht voor de collegevergadering van 8

Generatiepact Deventer

Gemeente Amsterdam College van burgemeester en wethouders. Hamervoordracht voor de collegevergadering van

Onderhandelaarsresultaat Cao-Onderzoekinstellingen 2017

Notitie Generatiepact VRK

Generatiebeleid veelgestelde vragen (FAQ)

Wat is het generatiepact

IKAP-Regeling rijkspersoneel

VEEL GESTELDE VRAGEN/FAQ s GENERATIEPACT METAAL EN TECHNIEK

Wijzigingen in de CAR/UWO, Wet arbeid en zorg. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Samenwerking Kempengemeenten,

Vragen en antwoorden over het Generatiepact Metalektro

Regeling Menukaart arbeidsvoorwaarden 2006

3 Salaris en vergoedingsregelingen. Bezoldiging

Bijlage 2 bij ledenbrief ECCVA/U Bijlage 2 CARUWO teksten

Werktijdvermindering in de Grafimedia cao uitleg van cao-partijen

Concept Sociaal plan privatisering Zwembad t Baafje

Gelet op artikel C.22 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;

Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst NRGA Toelichting bij wijziging. Artikel 6.28 doorbetaling bij ouderschapsverlof

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

Nummer: Versie: 1.1. Vastgesteld door het DB d.d. Instemming OR RAV d.d.

Generatiepact Steenwijkerland

Generatiepact Kerkrade

Uitruil stimuleringspremie voor een periode van buitengewoon verlof

Generatiepact. Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Vragen en antwoorden over de gevolgen per voor uw arbeidsvoorwaarden op basis van de Cao umc

Regeling tot wijziging van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG) herdruk als gevolg van de invoering van het IKB

REGELING KEUZEMODEL ARBEIDSVOORWAARDEN UNIVERSITEIT MAASTRICHT

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard:

Van de T salarisschalen T22 t/m T33 vervalt de garantie-lijn. Hiervoor in de plaats komt één bedrag

Werktijdenregeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven 2014

Transcriptie:

Concept Regeling Generatiepact MGR Algemene toelichting Wat is een generatiepact? Het generatiepact biedt medewerkers vanaf een bepaalde leeftijd de mogelijkheid vrijwillig minder te gaan werken. Daarmee krijgen zij meer vrije tijd, en kan de organisatie besparen op de loonkosten. De werkgever compenseert een deel van de uren die deze mensen inleveren. Het andere deel is voor hun eigen rekening. De vrijgekomen loonruimte wordt ingezet om jonge medewerkers aan te nemen. Waarom een generatiepact? 1. Aanleiding hiervoor is in eerste instantie dat er in de cao Gemeenten een aanbeveling is geformuleerd om een generatiepact op te stellen. 2. Daarnaast is het personeelsbestand van de MGR sterk vergrijst. De gemiddelde leeftijd is 49,7 jaar en slechts 9% is jonger dan 35 jaar. Voor het belang van de continuïteit van de organisatie moet hier meer evenwicht in komen. 3. Verder hebben we te maken met een stijgende AOW-leeftijd onze medewerkers moeten langer doorwerken. De MGR heeft belang bij vitale en optimaal inzetbare medewerkers. Het generatiepact is een van de personeelsinstrumenten die kan bijdragen aan vitaal werken. 4. Tot slot heeft de MGR de wens om te werken aan een betere mobiliteit in de organisatie. Mobiliteit kan gedefinieerd worden als de mate waarin mensen bereid en in staat zijn ten behoeve van zichzelf en/of de organisatie binnen de arbeidsmarkt te veranderen van functie, werkgever of beroep. Meer hierover staat in het Mobiliteitsbeleid MGR. Welk doel heeft het generatiepact? De doelen van de regeling generatiepact zijn als volgt: Bijdragen aan de set personeelsinstrumenten die leidinggevenden in kunnen zetten. Vergroten van duurzame inzetbaarheid van oudere medewerkers binnen de MGR. Instroom van jongere medewerkers en zo een evenwichtiger personeelsbestand realiseren. En daardoor bijdragen aan mobiliteit binnen de MGR. Bezoekadres: Nieuwe Dukenburgseweg 21a, 6534 AD Nijmegen Postadres: Postbus 38165, 6503 AD Nijmegen T: 024-7517500 KvK: 61535702 IBAN-nr: NL29INGB0007338615 t.n.v. MGR Rijk van Nijmegen BIC-code: INGBNL2A btw-nr: 854380140.B01 www.regiorvn.nl

MGR Rijk van Nijmegen 2 Regeling Generatiepact MGR Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. Ambtenaar: de ambtenaar in de zin van artikel 1:1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling sector Gemeenten (CAR) die in vaste dienst is aangesteld en onder de werking van de CAR valt. b. MGR: Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen. c. Directeur: de directeur van de desbetreffende module van de MGR. d. De regeling: de Regeling Generatiepact MGR Rijk van Nijmegen. e. Formele arbeidsduur: de arbeidsduur per week volgens de aanstelling. f. Verminderde arbeidsduur: de arbeidsduur per week zoals die voor de ambtenaar is vastgesteld op grond van deze regeling. g. Salaris: het salaris in de zin van artikel 1:1 CAR, naar evenredigheid van de formele arbeidsduur inclusief eventuele toelagen voor zover niet nominaal toegekend. h. Oorspronkelijk salaris: het salaris vóór toepassing van deze regeling. i. Nieuwe salaris: het salaris na toepassing van deze regeling. Artikel 2 Aanvraag 2.1 De ambtenaar kan een schriftelijk verzoek indienen bij zijn leidinggevende als hij gebruik wil maken van de regeling. 2.2 De ambtenaar dient het verzoek voor deelname in uiterlijk drie maanden voor de gewenste ingangsdatum, conform de daarvoor aangewezen aanvraagprocedure. De aanvraagprocedure staat beschreven op het intranet van de desbetreffende module. 2.3 Het verzoek wordt binnen drie maanden na ontvangst gehonoreerd of geweigerd via een schriftelijk besluit, op basis van de voorwaarden zoals beschreven in artikel 3. Artikel 3 Voorwaarden voor deelname 3.1 De bevoegdheid tot het beslissen op een verzoek tot deelname aan deze regeling ligt bij de directeur. De directeur kan deze bevoegdheid in ondermandaat laten uitoefenen door de manager HR MGR. 3.2 Het verzoek om deelname (artikel 2) wordt ingewilligd nadat is vastgesteld dat: a) Er geen bedrijfs- of dienstbelangen zijn die zich daartegen verzetten. b) De gewenste ingangsdatum voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 2. c) De ambtenaar op de gewenste ingangsdatum de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt. d) De ambtenaar een aanstelling heeft voor onbepaalde tijd bij de MGR. e) De omvang van het dienstverband in de voorgaande 12 maanden niet is verhoogd. Als deze omvang in de voorgaande 12 maanden wel is verhoogd, dan geldt de formele arbeidsduur van voor de verhoogde arbeidsduur als basis voor de toepassing van deze regeling, met inachtneming van het bepaalde in 3.2.f. f) De verminderde arbeidsduur maximaal 50% bedraagt van de formele arbeidsduur. De arbeidsduur in het laatste kalenderjaar voorafgaand aan het begin van de periode die aanvangt 10 jaar direct voorafgaande aan de AOW-leeftijd van de aanvrager geldt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.2.e, als criterium voor vermindering van de arbeidsduur van 50%. g) Er geen sprake is van samenloop met een vorm van verlof of van ontslag met een uitkeringsregeling waarbij het risico op een fiscale eindheffing vanwege een regeling voor vervroegde uittreding (RVU) aanwezig is. Zie voor een specificering artikel 7.

MGR Rijk van Nijmegen 3 Artikel 4 Duur deelname 4.1 Deelname aan deze regeling kan niet tussentijds worden beëindigd door de deelnemende ambtenaar gedurende de resterende duur van de aanstelling. 4.2 Deelname aan deze regeling wordt alleen beëindigd: a) Door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd; b) Door ontslag; c) Indien een ambtenaar langer dan 6 maanden langdurig arbeidsongeschikt is wegens ziekte, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.1; d) Indien een ambtenaar nevenwerkzaamheden verricht waarbij pensioen wordt opgebouwd, zie voor een specificering artikel 9.2; e) Indien een ambtenaar in het laatste jaar voor zijn pensioendatum meer verlof heeft, dan in een regulier kalenderjaar wordt opgebouwd. Deelname aan de regeling eindigt dan op zo n moment, dat de medewerker volledig verlof op kan nemen voorafgaand aan het pensioen. Artikel 5 Verlof en arbeidsduur 5.1 In het kader van deze regeling wordt de vermindering van arbeidsduur voor de deelnemende ambtenaar uitgevoerd door hem gedeeltelijk doorbetaald buitengewoon verlof te verlenen. 5.2 De ambtenaar die wenst deel te nemen aan de regeling kan kiezen uit 3 varianten: a) Hij verzoekt om 80% van zijn formele arbeidsduur te werken tegen 90% van het oorspronkelijk salaris met 100% pensioenopbouw; b) Hij verzoekt om 60% van zijn formele arbeidsduur te werken tegen 80% van het oorspronkelijk salaris met 100% pensioenopbouw; c) Hij verzoekt om 50% van zijn formele arbeidsduur te werken tegen 75% van het oorspronkelijk salaris met 100% pensioenopbouw. 5.3 Het buitengewoon verlof dat wordt verleend in het kader van deze regeling mag niet worden opgespaard over de jaargrens heen. 5.4 Tijdens deelname aan deze regeling wordt het wettelijk en bovenwettelijk verlof teruggebracht tot het verlof dat hoort bij de verminderde arbeidsduur. 5.5 Tijdens deelname aan deze regeling kan de ambtenaar een verzoek indienen voor uitbreiding van deelname aan de regeling, voor zover de verminderde arbeidsduur maximaal 50% bedraagt van de formele arbeidsduur. 5.6 Het is niet mogelijk om, als een ambtenaar reeds gebruik maakt van een bepaalde variant, een nieuw verzoek in te dienen om een variant toe te passen waarin meer gewerkt wordt dan de reeds toegepaste variant. 5.7 De ambtenaar die gebruik maakt van de regeling kan geen aanspraak maken op een urenvermeerdering in welke vorm dan ook. Artikel 6 Salaris en toelagen 6.1 De ambtenaar ontvangt bij deelname aan deze regeling over elk uur buitengewoon verlof dat in het kader van deze regeling is verleend, een percentage conform artikel 5.2 van het voor hem geldende salaris inclusief toelagen per uur. 6.2 Over toegekend buitengewoon verlof (voorafgaand of tijdens de periode van deelname aan deze regeling) dat niet is toegekend in het kader van deze regeling, gelden de reguliere bepalingen voor buitengewoon verlof. 6.3 Voor de berekening van secundaire arbeidsvoorwaarden en emolumenten die gebaseerd zijn op het salaris van de ambtenaar, wordt bij deelname uitgegaan van het op grond van deze regeling vastgestelde nieuwe salaris, voor zover in deze regeling niet uitdrukkelijk anders is bepaald.

MGR Rijk van Nijmegen 4 Artikel 7 Samenloop met andere verlofregelingen 7.1 Bij start van deelname aan deze regeling mag er geen sprake zijn van een verlofstuwmeer. Verloftegoeden uit voorgaande kalenderjaren moeten eerst worden opgemaakt. 7.2 Samenloop met de zogeheten 60+ regeling is niet toegestaan. 7.3 Samenloop van deze regeling met levensloopverlof, zorgverlof, ouderschapsverlof, bijzonder verlof, e.d. is niet toegestaan bij de variant zoals genoemd in artikel 5.2c. Bij de varianten zoals genoemd in artikel 5.2a en 5.2b is dit alleen toegestaan zolang de gemiddelde verminderde arbeidsduur per week minstens 50% bedraagt van de formele arbeidsduur. Artikel 8 Ziekte & arbeidsongeschiktheid 8.1 Wanneer de ambtenaar die gebruik maakt van deze regeling langdurig arbeidsongeschikt wordt wegens ziekte, wordt het recht op doorbetaling zoals bepaald in artikel 7:3 van de CAR gedurende het eerste half jaar berekend over het nieuwe salaris. Na zes maanden komt deelname aan de regeling te vervallen en wordt het recht op doorbetaling berekend over het oorspronkelijk salaris, met dien verstande dat de ambtenaar nooit een hoger bedrag doorbetaald krijgt dan dat hij op grond van deze regeling betaald zou hebben gekregen als hij niet ziek was geweest. 8.2 De re-integratie na ziekte is gebaseerd op de omvang van de verminderde arbeidsduur. Als deelname aan de regeling ten einde is gekomen tijdens ziekte, is de re-integratie gebaseerd op de volledige arbeidsduur. Artikel 9 Andere consequenties van deelname 9.1 De vergoeding reiskosten woon-werkverkeer (indien van toepassing) wordt naar rato van het daadwerkelijk aantal dagen woon-werkverkeer aangepast. 9.2 Ambtenaren die deelnemen aan deze regeling mogen met toestemming van de MGR nevenwerkzaamheden verrichten mits en voor zover dit niet strijdig is met artikel 15:1 e CAR. Zij mogen echter geen pensioen elders opbouwen. Als dat wel het geval is, komt deelname aan deze regeling te vervallen. 9.3 Een ambtsjubileumgratificatie wordt berekend over het nieuwe salaris. 9.4 Voor een ambtenaar die boventallig is verklaard, komt het van werk naar werk traject niet te vervallen door deelname aan deze regeling. De bemiddeling zal betrekking hebben op de verminderde arbeidsduur. 9.5 Voor de ambtenaar die gebruik maakt van de regeling en gelijktijdig gedeeltelijk vervroegd pensioen opneemt (ABP KeuzePensioen), wordt alleen 100% pensioen opgebouwd over het deel waarover geen vervroegd pensioen wordt genoten. Artikel 10 Looptijd 10.1 Deze regeling gaat in per [datum] en heeft een looptijd tot [datum 5 jaar erna]. 10.2 De regeling wordt 12 maanden voor het einde van de looptijd geëvalueerd in afstemming met de werknemersvertegenwoordiging. 10.3 De regeling kan na evaluatie en met overeenstemming tussen werkgevers- en werknemersvertegenwoordiging vijf jaar verlengd worden. Of aangepast worden of niet verlengd worden.

MGR Rijk van Nijmegen 5 Artikel 11 Slotbepalingen 11.1 Dwingende bepalingen in hogere wet- en regelgeving gaan voor de bepalingen in deze regeling. Wijzigingen in de hogere wet- en regelgeving werken direct door in deze regeling. Dit kan gevolgen hebben voor iedereen die deelneemt aan deze regeling of wil gaan deelnemen. 11.2 Indien de medewerker het niet eens is met het genomen besluit ten aanzien van het verzoek tot deelname aan de regeling, dan kan hij/zij bezwaar maken volgens de geldende bezwaarprocedure. Op het intranet van de desbetreffende module is hier meer informatie over te vinden. 11.3 De medewerker is verplicht die inlichtingen te geven, die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze regeling. 11.4 De directeur is bevoegd in gevallen, waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, een voorziening te treffen en/of af te wijken van de regeling. Toelichting per artikel Artikel 1 Hierin wordt een aantal termen gedefinieerd. Artikel 2 In artikel 2 staat hoe een medewerker een aanvraag voor deelname kan doen en welke termijnen hiervoor gelden. Artikel 3 Geeft aan welke voorwaarden er zijn voor deelname. Onder meer dat de minimale leeftijd 60 jaar moet zijn en dat iemand een aanstelling voor onbepaalde tijd moet hebben bij de MGR. Ook wordt gezegd dat een medewerker minimaal 50% moet blijven werken van zijn oorspronkelijke arbeidsduur (dus als je 36 uur werkt, moet je minimaal 18 uur blijven werken). Dit om te voorkomen dat de fiscus een boete oplegt. Ook is in artikel 3.2.f aangesloten op het bepaalde in artikel 8.7 uitvoeringsregeling Loonbelasting, eerste lid sub a. Deze bepaling houdt als het ware een tweede toets moment in. Voorbeeld: als de AOW-leeftijd van de aanvrager 66 jaar is, wordt het tweede toets moment de arbeidsomvang in het hele kalenderjaar waarin 55 jarige leeftijd wordt bereikt. Deze toets geeft alleen een andere uitkomst dan het eerste toets moment als de arbeidsomvang in het hele kalenderjaar waarin de 55 jarige leeftijd wordt bereikt verschilt van de arbeidsomvang in het jaar voorafgaand aan deelname. Artikel 4 Het artikel geeft aan dat er geen weg terug is. De regeling is bedoeld om medewerkers te helpen bij het langzaam afbouwen van hun carrière, zodat zij vitaal kunnen blijven werken tot hun pensioen. De regeling kan daarom niet stopgezet worden, behalve vanwege ontslag of volledige opname van verlof. Artikel 5 Beschrijft de drie varianten waaruit medewerkers kunnen kiezen. En het artikel geeft aan dat er tussentijds opgeschaald kan worden van enkele uren minder werken per week tot de helft minder werken per week. Om fiscale redenen is de ondergrens van 50% minder werken gehanteerd. Er kan geen gebruik worden gemaakt van urenvermeerdering in welke vorm dan ook. Artikel 6 In dit artikel wordt bepaald hoe het nieuwe salaris wordt berekend en dat andere aanspraken worden gebaseerd op het nieuwe salaris.

MGR Rijk van Nijmegen 6 Artikel 7 Dit is een samenloopbepaling. Hierin wordt geregeld dat er geen gelijktijdig gebruik gemaakt kan worden van verschillende regelingen. De 60+ regeling is in feite een nog lagere variant van de regeling generatiepact, namelijk een 93-100-100 variant. Verder mogen er andere vormen van bijzonder verlof worden opgenomen zolang iemand maar 50% blijft werken van de oorspronkelijke arbeidsduur. Artikel 8 Dit artikel regelt wat er gebeurt bij langdurige ziekte. Het recht op doorbetaling bij ziekte is gebaseerd op het nieuwe salaris. Na zes maanden komt deelname aan de regeling te vervallen. Doorbetaling wordt dan gebaseerd op het oorspronkelijke salaris. De terugval in salaris is voor de medewerker dan niet zo groot. Verder wordt iets gezegd over welke arbeidsduur gehanteerd wordt bij re-integratie. Artikel 9 Hierin staan een aantal gevolgen van deelname. Zo wordt de vergoeding reiskosten en de ambtsjubileumgratificatie berekend over het nieuwe aantal werkdagen cq salaris. Verder staat aangegeven dat nevenwerkzaamheden toegestaan zijn, mits ze gemeld zijn bij de MGR. Artikel 10 Regelt de looptijd en evaluatie van de regeling. Artikel 11 Het artikel geeft een hardheidsclausule waarbij de directeur in specifieke gevallen kan afwijken van de regeling. Dit moet dan wel gemotiveerd gebeuren om precedentwerking te voorkomen. Verder is genoemd hoe de medewerker bezwaar kan maken.