Stageverslag bedrijfsoriëntatie Naam: Klas: Een onderdeel van je stage is het maken van een verslag. Als hulp daarvoor gebruik je het stageboekje en deze verslagrichtlijnen. Lever aan het einde van je stage het stageverslag in bij je stagebegeleider. Samen met het cijfer voor je stagebezoek en de beoordeling van het bedrijf vormt dit verslag je cijfer voor je stage. Inleverdatum: Veel succes, je stagedocent,
Zo moet je stageverslag er uit gaan zien Zorg dat het een netjes en verzorgd verslag wordt met plaatjes, foto s en tekeningen. Alle teksten moeten uitgewerkt worden op de computer. Het kleine stageboekje (dagboekje) moet je ook inleveren. 1 gebruik de zichtmap waarin deze opdrachten zitten ook voor je verslag 2 Maak een titelbladzijde (een leuke voorkant waar bijvoorbeeld op staat: stageverslag van op het kinderdagverblijf de ) 3 Gebruik de 2 e bladzijde om aan te geven - de naam en adres van het bedrijf - telefoonnummer van het bedrijf - het soort bedrijf (kort) - naam stagebegeleider 4 Maak van de 3 e bladzijde een inhoudsopgave (net als in een boek). Deze kun je pas maken als het verslag af is. Ook de bladzijden kun je nummeren als het verslag af is. 5 Zet de opdrachten op papier zoals ze op de volgende bladzijden staan aangegeven. Probeer in hele zinnen te antwoorden en dus niet alleen met ja of nee. Stageverslag Maartje Breukelse Winkel Vele Maatjes Utrecht Vele Maatjes Nieuwe gracht 145 3344AA Utrecht 030-123456 winkel in kinderkleding stagebegeleider mevr. Van Weer pagina 2 Inhoudsopgave voorkant titelbladzijde 2 inhoudsopgave 3 H1 alg.gegevens 4 H2 plattegrond 6 H3 personeel 7 H4 solliciteren 9 H5 bedrijfsopdr. 11 etcetera pagina 3 Hoofdstuk 1 Algemene gegevens Regels-------------------- Omschrijving van het bedrijf--------------------- Omschrijving van de geschiedenis van het bedrijf--------------------- ------------------------------ pagina 4 Hoofdstuk 2 plattegrond Pagina 6 Hoofdstuk 3 Personeel Mensen Full-time/parttime Functies Diploma s Opleidingen Pagina 7
Hoofdstuk 1 Algemene gegevens Regels en afspraken a. Welke afspraken zijn er met jou gemaakt over je werktijden? b. Welke afspraken zijn er gemaakt over komen en weggaan? c. Zijn er kledingafspraken en garderobe afspraken? d. Wat zijn de regels over pauzes, overblijfmogelijkheden, diensten kantine? e. Welke werkzaamheden mag jij in de loop van je stage doen en welke mag je niet doen? f. Zijn er nog andere afspraken gemaakt die hierboven nog niet genoemd zijn? Omschrijving van het bedrijf a. Vertel waarom je voor dit bedrijf hebt gekozen. b. Omschrijf in enkele zinnen wat voor soort bedrijf het is. c. Heeft de eigenaar nog meer bedrijven en zo ja waar? Omschrijving van de geschiedenis van het bedrijf a. Hoe oud is het bedrijf? b. Hoe is het ontstaan/ begonnen? c. Is de huidige eigenaar ook zelf dit bedrijf begonnen? Hoofdstuk 2 Plattegrond Maak een plattegrond van het bedrijf: Het gebouw Het terrein De zaal De winkel en dergelijke Zorg dat de verhoudingen kloppen! Gebruik bijvoorbeeld schaal 1:100 1 cm op papier is in het echt 100 cm (1m) Omschrijving indeling a. Is de indeling praktisch? b. Wat is er misschien minder handig aan de indeling? c. Is de indeling overzichtelijk? d. Is er bij het indelen rekening gehouden met veiligheid? e. Valt er nog iets te zeggen over indeling op assortiment, kleur, prijs?
Hoofdstuk 3 Personeel Beschrijving van het personeel Hoeveel mensen werken er op het stagebedrijf? a. Welke functies hebben deze mensen? (Als het een groot bedrijf is benoem je alleen de functies van je afdeling) b. Hoeveel mensen zijn er fulltime en parttime? Zijn er ook hulpkrachten voor op zaterdag en/of koopavond? c. Wie zijn er aanwezig als jij stage loopt? d. Welke diploma s en/of ervaring heb je nodig als je hier zou willen werken? e. Welke opleiding moet je dan volgen? Hoofdstuk 4 solliciteren Maak voor dit hoofdstuk tijdig een afspraak met de persoon binnen het bedrijf die over het aannemen van personeel gaat. De vragenlijst voor dit gesprek vind je verderop in de stagehandleiding. Hoofdstuk 5 bedrijfsopdracht Vraag aan je stagedocent wat je hiervoor het beste kunt doen. Beschrijf een handeling/ werkzaamheid, die vaak op je stagebedrijf/ -instelling wordt gedaan, bijvoorbeeld: Een onderhoudsbeurt (bijv. bouw/ techniek) Een haar-/ huidbehandeling (bijv. kapper/ verzorging) Het afrekenen in een winkel Een viering (verjaardag, kerst, sinterklaas op scholen/ peuterspeelzalen/ kinderdagverblijven). Hoofdstuk 6 Werkzaamheden Omschrijving werkzaamheden a. Welke werkzaamheden mag jij uitvoeren op je stagebedrijf? b. Wat is je hoofdtaak? c. Welke klussen of opdrachten vindt je het leukst? Vertel ook waarom. d. Welke werkzaamheden vind je niet zo leuk om te doen en waarom? Zijn er drukke of juist rustige perioden? Is daar een reden voor?
Hoofdstuk 7 Beloning Maak voor dit hoofdstuk tijdig een afspraak met een persoon binnen het bedrijf. De vragenlijst voor dit gesprek vind je verderop in de stagehandleiding. Hoofdstuk 8 Arbeidsbeleving Maak voor dit hoofdstuk tijdig een afspraak met een persoon binnen het bedrijf. De vragenlijst voor dit gesprek vind je verderop in de stagehandleiding. Hoofdstuk 9 Afsluiting Omschrijving van stagebeleving. Blader hiervoor ook nog even terug in je kleine stageboekje. a. Wat vond je leerzaam aan deze stage? (bijvoorbeeld de werkzaamheden, de technieken, hoe mensen binnen een bedrijf met elkaar omgaan, hoe er met klanten wordt omgegaan.) b. Wat waren de minder leuke kanten aan deze stage? c. Welke bijzondere dingen zijn er gebeurd? (raadpleeg ook je kleine stageboekje) d. Zou je later willen werken in deze branche? Waarom wel waarom niet? e. Is deze stage voor jouw nuttig geweest? f. Hoe ga je de mensen bedanken op je stage of hoe heb je ze bedankt? Hoofdstuk 10 Zelfbeoordeling Vul aan het einde van je stage je eigen beoordeling in over jezelf. Deze vind je achterin deze handleiding. Hoofdstuk 11 Beoordeling stagebedrijf Laat aan het einde van je stage je verslag inkijken door je stagebegeleider en laat hem of haar ook een beoordelingsformulier voor je invullen. Ook deze zit achterin deze handleiding.
Bijlage bij hoofdstuk 4 Maak voor dit hoofdstuk tijdig een afspraak met de persoon binnen het bedrijf die over het aannemen van personeel gaat. Solliciteren Datum: De vragen worden gesteld aan: Naam: Functie: 1. Hoe laat het bedrijf merken dat er een vacature (vrije baan) is? 2. Heeft het bedrijf wel eens mensen via het uitzendbureau of arbeidsbureau aangenomen? 3. Wat is de beste manier om te solliciteren bij uw bedrijf? Te bellen, schrijven, mailen of op bezoek komen? 4. Als er een sollicitatiebrief binnenkomt, waar let u bij het lezen op? 5. Naar welke dingen wordt altijd gevraagd bij een sollicitatiegesprek? 6. Wie zitten er tijdens een dergelijk sollicitatiegesprek allemaal bij? (directeur, personeelschef, werknemers?) 7. Is het uiterlijk van een sollicitant belangrijk en zo ja, waar let u op?
8. Om welke reden(en) is een sollicitant wel eens afgewezen? 9. Wie zou u aannemen; iemand met een diploma en een schitterende cijferlijst die niet zo enthousiast is of iemand met minder goede resultaten maar die de baan wel heel graag wilt hebben? 10. Vindt u het verstandig wanneer een scholier(e) een vakantie- of bijbaantje heeft? 11. Wanneer er iemand solliciteert met een zwakke gezondheid, neemt u die persoon dan wel of niet aan? Kunt u uitleggen waarom? 12. Hebt u voor mij nog tips die ik zelf kan gaan gebruiken als ik moet solliciteren? Dank u wel voor dit interview!
Bijlage bij hoofdstuk 7 Maak voor dit hoofdstuk tijdig een afspraak met een persoon binnen het bedrijf. Beloning Datum: De vragen worden gesteld aan: Naam: Functie: 1. Hoe worden de lonen hier uitbetaald? (per week, per 4 weken, per maand? ) 2. Kunt u mij het verschil uitleggen wat wordt bedoeld met een bruto en een netto salaris? 3. Krijgen de mensen wel eens iets extra s buiten het gewone salaris om? Zo ja, wat is dat dan? (bijvoorbeeld kerstpakket, uitje etc.) 4. Wanneer krijgt men hier vakantiegeld en hoeveel is dat? 5. Op welke manier kun je in een hogere salarisgroep komen? 6. Zijn er binnen het bedrijf cursussen of opleidingen te volgen? 7. Scheelt het in salaris als je meer diploma s heeft en toch hetzelfde werk doet als iemand anders? 8. Kunt u mij vertellen wat ik op mijn leeftijd bruto en netto kan verdienen en waaraan ik het geld moet betalen dat van mijn brutosalaris afgaat? Dank u wel voor dit interview!
Bijlage bij hoofdstuk 8 Maak voor dit hoofdstuk tijdig een afspraak met een persoon binnen het bedrijf. Arbeidsbeleving Datum: De vragen worden gesteld aan: Naam: Functie: 1. Wat moet u zoal doen op en dag? 2. Welke dingen vindt u van uw beroep het leukst? 3. Welke onderdelen van uw werk vindt u minder leuk? 4. Welke opleiding(en) heeft u moeten volgen om dit werk te kunnen doen? 5. Vindt u dat u genoeg betaald krijgt gezien de opleiding(en) die u heeft moeten volgen? 6. Wat zijn uw werktijden? 7. Hoeveel vakantiedagen heeft u per jaar? 8. Zou u beroep leuker kunnen zijn? Wat zou er dan moeten veranderen? 9. Komt u gevaarlijke dingen tegen tijdens uw werk? Zo ja, wat? 10. Bent u s avonds moe als u thuiskomt? Kunt u uitleggen hoe dat komt? 11. Moet u veel nadenken bij uw werk?
12. Denkt u thuis wel eens aan uw werk? Zo ja, aan welke dingen dan bijvoorbeeld? 13. Is uw werk eentonig? Waarom vindt u dat? 14. Vindt u de sfeer op het werk leuk? Kunt u dat uitleggen? 15. Wat doet u tijdens de pauzes? 16. Wordt er wel eens wat georganiseerd door het bedrijf na het werk of in het weekend? Zo ja, wat dan? 17. Kunt u zelf bepalen hoe u uw dag ingedeeld of wordt dat voor u gedaan? Dank u wel voor dit interview. Beantwoord nu zelf de volgende vragen: 1. Heb je het idee dat de andere mensen van het bedrijf het leuk vinden dat je er bent, of zou dat ze niets kunnen schelen? Vertel erbij waarom je dit denkt. 2. Heb je vaak per dag pauze? Schrijf ook de tijden erbij. 3. Met wie breng je de pauzes meestal door? 4. Wat doe je tijdens de pauzes? 5. Mag je wel eens langer blijven zitten tijdens de pauzes dan de tijd die je daar eigenlijk voor hebt? 6. Wat vond je vandaag het leukste van je werk?
Zelfbeoordelingformulier: Vul aan het einde van je stage je eigen beoordeling in over jezelf 1. Het werk dat me werd opgedragen heb ik: O goed gedaan O redelijk gedaan O matig gedaan 2. Ik had bij het uitvoeren van de opdrachten: O veel hulp nodig O weinig hulp nodig O geen hulp nodig 3. Het werk heb ik met: O veel plezier gedaan O plezier gedaan O weinig plezier gedaan 4. Ik vind zelf dat ik: O veel initiatief heb getoond O soms wel initiatief heb getoond O weinig initiatief heb getoond (initiatief tonen= zelf iets ondernemen, ideeën naar voren brengen) 5. Ik deed mijn werk in een: O hoog tempo O normaal tempo O langzaam tempo 6. Ik was: O keurig op tijd op mijn werk O Soms te laat op mijn werk O vaak te laat op mijn werk _
7. Ik heb mijn werk: O heel netjes uitgevoerd O netjes uitgevoerd O een beetje slordig uitgevoerd 8. Ik zag er iedere dag: O heel netjes uit O netjes uit O soms wat slordig uit 9. Verzuim: O geen O gering O vaak 10. Ik vond dat ik: O vanaf het begin heel goed meedraaide in het bedrijf O gaandeweg steeds beter ging meedraaien in het bedrijf O eigenlijk niet leuk meedraaide binnen het bedrijf 11. Met mijn collega s kon ik: O heel goed opschieten O wel redelijk opschieten O niet zo best opschieten 12. Met het leidinggevend personeel kon ik: O heel goed opschieten O wel redelijk goed opschieten O niet zo best opschieten 13. Als er problemen waren dan werd ik: O prima door mijn collega s opgevangen O goed door mijn collega s opgevangen O niet goed door mijn collega s opgevangen Opmerkingen:
Stagebeoordeling door het bedrijf Wilt u een beoordeling geven van de leerling(e) wat de volgende punten betreft? Graag een uitleg bij de vragen geven waarom iets goed of minder goed is. Wij stellen het zeer op prijs als u de beoordeling met de leerling bespreekt zodat hij/ zij er tevens wat van leert. Indien u hier bezwaar tegen heeft kunt u de beoordeling ook meegeven aan de leerling in een envelop, opsturen of contact opnemen met de stagebegeleider. (Broecklandcollege, Engel de Ruyterstraat 40, 3621 CV Breukelen Tel. 0346-262408 fax 0346-266353) Naam van de leerling: 1. Het optreden van de leerling(e): a. welwillendheid b. het verdragen van kritiek 2. Instelling t.o.v. het werk 3. Inzicht: 4. Uitvoering van de werkzaamheden 5. Zelfstandigheid 6. Netheid 7. Tempo 8. Initiatief: 9. Samenwerking:
10. Geschiktheid voor dit beroep: 11. Eindbeoordeling: Onvoldoende/ voldoende/ ruim voldoende/ goed 12. aanvullende opmerkingen: Wij danken u hartelijk voor u medewerking en begeleiding van onze leerling(e). Datum Handtekening stagebegeleider