Installatie Platform 2.2 Ver. <<versienummer>>
Voorwoord Moderne automatiseringsprojecten stellen hoge eisen aan complete en kwalitatief hoogwaardige machine- en installatiedocumentatie. Tegelijkertijd is er voor de engineering steeds minder tijd beschikbaar. De nieuwe versie van het EPLAN-platform is speciaal hierop afgestemd. Efficiënte engineering gecombineerd met hoogwaardige en duidelijke documentatie. Snelle filters in de projectgegevens-navigators, omvangrijke synchronisatie van artikelgegevens en uitgebreide engineering van klemmen bieden meer comfort en snelheid bij het bewerken van projecten. Wij wensen u veel plezier met het EPLAN-platform 2.2 Het team van
I N H O U D S O P G A V E 1. INLEIDING... 1 2. INSTALLEREN... 2 2.1. Doeldirectory instellingen... 2 2.2. Gebruikergedefinieerde installatie... 5 3. VALIDEREN... 6 3.1. Lokale licentie... 6 3.2. Netwerklicentie... 7 4. ARTIKELEN EN PROJECTEN UIT EERDERE VERSIE... 8 4.1. Access-databank... 8 4.2. SQL Artikelbeheer... 8 4.3. Projecten overnemen... 9 BIJLAGE: TOELICHTING STAMGEGEVENS... 10
1. Inleiding Dit document is bedoeld als installatiehandleiding voor het EPLAN Platform 2.2. De programmatuur wordt normaal gesproken lokaal geïnstalleerd. In uitzonderingsgevallen kan ervoor gekozen worden het programma in het netwerk te installeren. Dit is erg specifiek en complex, waardoor dit niet door de helpdesk ondersteund kan worden. U heeft echter wel de mogelijkheid om hiervoor een installatieservice af te nemen. De bijbehorende data (stamgegevens en projecten) kunnen probleemloos ergens op een netwerkschijf worden neergezet. Wanneer deze centraal op het netwerk staan kunnen deze door ieder werkstation met toegang tot het netwerk worden benaderd. Bepaal vooraf waar u de gegevens wilt plaatsen. Denk hierbij aan de systeemstamgegevens, de originele EPLAN-stamgegevens, de gebruikers-, stations- en bedrijfsinstellingen. De bijlage bevat een toelichting op stamgegevens. Meer informatie over het platform, zoals softwarevereisten en vrijgaven en extra informatie over de installatie kunt u vinden in het document News_EPLAN_nl_NL.pdf op de installatie DVD in de map documents\nl_nl. 1
2. Installeren De EPLAN Setup Manager spreekt grotendeels voor zich. Echter bij twee vensters is extra aandacht vereist en zullen nader worden toegelicht: het definiëren van doeldirectories en het type installatie. Bovendien bevat de EPLAN Setup Manager een [Help]-knop met informatie. Denk vooraf goed na over de structuur die u wilt gaan hanteren (of is gehanteerd in een vorige versie) en installeer EPLAN pas wanneer u dit heeft overwogen. Zorg ervoor dat de gebruiker alle rechten heeft op de ingestelde directories. In dit document wordt EPLAN Electric P8 als voorbeeld gebruikt. Vanaf de 2.2 wordt de Data Portal mee geïnstalleerd. Heeft u al met een eerdere versie van EPLAN gewerkt en bent u van plan deze te deïnstalleren, maak dan een export van uw gebruikers-, bedrijfs- en stationsinstellingen. Deze kunt u indien nodig na de installatie importeren in de nieuwste versie. 2.1. Doeldirectory instellingen Plaats de installatie DVD om de setup manager automatisch te laten starten of voer de Setup.exe uit de hoofddirectory uit. Na het accepteren van de voorwaarden, komt onderstaand venster in beeld. Bladeren 2 3 4 5 6 7 8 1 Afbeelding 1: Installatievenster doeldirectories 1. Met de knop [Vorige versie] worden de directory instellingen van de vorige installatie ingeladen. Met de knop [Standaard] worden de standaard directory s ingevuld. 2
2. Programmadirectory: Dit is de map waarin de programmatuur geïnstalleerd wordt. 3. Originele EPLAN-stamgegevens: Locatie voor originele stamgegevens van EPLAN 2.2. Tip: In de bijlage vindt u meer gedetailleerde informatie over stamgegevens Bij de eerste keer starten van EPLAN Electric P8 2.2 worden de originele EPLANstamgegevens gekopieerd naar uw systeemstamgegevens (zie instelling 4...\bedrijfskenmerk). Zo verkrijgt u de nieuwste stamgegevens in uw eigen EPLAN omgeving. Indien de gekozen locatie voor de systeemstamgegevens (zie afbeelding 1 punt 4) al stamgegevens bevat, bijv. een kopie van de vorige versie om uw eigen aangepaste formulieren en plotkaders mee te nemen naar de 2.2, verschijnt onderstaande pop-up. Afbeelding 2: Mogelijkheid om de systeemstamgegevens te synchroniseren [Gebruikergedefinieerd]: Hier kunt u zelf kiezen welke systeemstamgegevens u update. [Ja]: Alle systeemstamgegevens met originele EPLAN-namen worden geüpdate. [Nee]: Er wordt niets geüpdate. Niet aan te raden, omdat er dan met verouderde systeemstamgegevens gewerkt wordt. Kiest u ervoor om op een ander moment te synchroniseren dan kunt u dat doen via Hulpprogramma s > Stamgegevens > Systeemstamgegevens synchroniseren. Zorg dat u dat doet voor zowel Platform Data als voor Electric P8 Data. Afbeelding 3: Systeemstamgegevens synchroniseren 3
4. Systeemstamgegevens: Dit is de locatie voor de systeemstamgegevens. Moeten meerdere engineers werken met dezelfde systeemstamgegevens, kies hier dan allemaal dezelfde map op de betreffende netwerkschijf. Ons advies is om bij de installatie het pad voor de systeemstamgegevens direct in te stellen op de goede locatie. 5. Bedrijfskenmerk: Vul hier (de afkorting van) uw bedrijfsnaam in. 6. Gebruikersinstellingen: Kies een directory. Dat kan op de lokale harde schijf zijn, maar ook op een netwerkschijf. Deze instellingen zijn nodig om EPLAN op te kunnen starten. 7. Stationsinstellingen: Kies een directory. Dat kan op de lokale harde schijf zijn, maar ook op een netwerkschijf. Deze instellingen zijn nodig om EPLAN op te kunnen starten. 8. Bedrijfsinstellingen Kies een directory. Dat kan op de lokale harde schijf zijn, maar ook op een netwerkschijf. Deze instellingen zijn nodig om EPLAN op te kunnen starten. Meer informatie over op de server opgeslagen gebruikersprofielen is te vinden in News_EPLAN_nl_NL.pdf. De locatie van de instellingen kan invloed hebben op de performance. Tips en overige informatie vindt u in het document Multiuser_2_2_en_US.pdf op de installatie DVD in de map AdminTools\Documents\en_US. Tip: maak een printscreen van dit venster (afbeelding 1) en sla deze op. 4
2.2. Gebruikergedefinieerde installatie Als u in het volgende scherm klikt op [Gebruikergedefinieerde installatie] kunt u zien dat de programmatuur is onderverdeeld in een aantal programmacomponenten. Het platform bestaat uit onderstaande installatiepakketten: EPLAN License Client: pakket voor licentiëring (vereist) EPLAN Electric P8 2.2: pakket met programmabestanden van de programmavariant. In dit geval Electric P8 (vereist) EPLAN Electric P8 Data 2.2: pakket met originele EPLAN-stamgegevens van de programmavariant (aanbevolen) EPLAN Platform 2.2: pakket met programmabestanden voor het platform (vereist) EPLAN Platform Data 2.2: pakket met stamgegevens voor het platform (aanbevolen) Afbeelding 4: Venster gebruikergedefinieerde installatie EPLAN raadt aan om alle programmacomponenten te installeren in verband met eventuele uitbreiding van uw EPLAN platform (met bijv. Fluid of Pro Panel). Als dit de eerste keer is dat u EPLAN gebruikt, adviseert EPLAN ook om alle stamgegevenstypen te installeren, zodat u bij de start beschikt over alle standaard EPLAN stamgegevens. Is deze versie een update dan kunt u er ook voor kiezen om bepaalde stamgegevenstypen niet te installeren. 5
3. Valideren Er zijn twee soorten licenties, namelijk lokaal en netwerk. Hieronder staat beschreven hoe u kunt valideren. 3.1. Lokale licentie Wanneer u EPLAN Electric P8 voor het eerst opstart, zal automatisch het venster Licentie valideren (afbeelding 5) verschijnen of het Licentie selecteren -venster (zie afbeelding 7). Bij Licentie valideren kies u Met een validatiecode. Als het venster van afbeelding 7 in beeld komt kiest u het menu Stand-alone-licentie > Validatiecode invoeren Afbeelding 5: Licentie selecteren venster U dient uw validatiecode in te voeren om EPLAN Electric P8 op te kunnen starten. Deze code kunt u via onderstaand venster Online aanvragen. Afbeelding 6: Validatiecode invoeren venster 6
3.2. Netwerklicentie Om met een netwerklicentie te werken, moet een apart programma, genaamd EPLAN License Manager (ELM) geïnstalleerd worden op een netwerkserver. Staan er al een EPLAN License Manager en License Tools geïnstalleerd van een eerder platform, installeer dan de nieuwste versie van de software. Indien u nog geen nieuwe validatiecode heeft ontvangen via de email, kunt u een email sturen naar support@eplan.nl o.v.v. het serienummer. Op de installatie DVD in de map AdminTools\Documents\en_US kunt u de installatiehandleiding ELM_Install_en_US.pdf vinden voor de ELM. Hierin staan belangrijke (DCOM) instellingen. Gebruik dit document om de ELM te installeren. Om gebruik te maken van een netwerklicentie start u EPLAN op met de [Shift] toets ingedrukt. Het Licentie selecteren -venster komt in beeld. Afbeelding 7: Licentie selecteren > Netwerklicentie Ga naar het menu Netwerklicentie > Met de License Manager verbinden. Afbeelding 8: Venster met License Manager verbinden In dit venster vult u de servernaam van de License Manager in. Om de verbinding met de License Manager te verbreken kiest u voor Netwerklicentie > Van de License Manager verbreken. 7
4. Artikelen en projecten uit eerdere versie Artikelen en projecten uit eerdere versies van EPLAN dienen geconverteerd te worden, voordat de gegevens gebruikt kunnen worden in de nieuwste versie. Houdt er rekening mee dat artikeldatabanken of projecten aangemaakt in / geconverteerd naar de nieuwste versie niet downwards compatible zijn. 4.1. Access-databank Als u een artikeldatabank uit een eerdere versie opent in versie 2.2 dan zal een pop-up komen met de vraag: De artikeldatabank is niet beschikbaar in de vereiste versie. Wilt u de artikeldatabank actualiseren? U heeft een tweetal mogelijkheden: met [Ja] zal automatisch een kopie gemaakt worden, in dezelfde directory als het origineel ( <databanknaam> back-up 1.mdb ) en het origineel zal worden geconverteerd naar versie 2.2. De geconverteerde databank is nog wel te gebruiken in een eerdere versie (t/m 2.0) bij artikel- en apparaatselectie. Op deze manier hoeft de databank alleen onderhouden te worden in de nieuwste versie. Afbeelding 9: Voorbeeld automatische back-up artikeldatabank (Access) Als u ervoor kiest om de databank niet te actualiseren, dan wordt de databank niet geopend. Vervolgens moet een andere databank ingesteld worden. 4.2. SQL Artikelbeheer Ook als u een SQL-server gebruikt, geldt dat het artikelbeheer niet uitwisselbaar is met vorige versies van EPLAN. Omdat er tijdens de conversie naar een hogere versie GEEN BACK-UP kan worden gemaakt, krijgt u de melding eerst een back-up te maken. Ons advies is eerst een export naar *.xml te maken van uw artikelgegevens. Maak vervolgens een nieuwe databank aan op de SQL-server (dit wordt de backup) en importeer hierin uw XML-export van de vorige versie. Het advies is om de versie van EPLAN op te nemen in de naam van de databank. Meer informatie is te vinden in het support document SQL-artikelbeheer. 8
4.3. Projecten overnemen Wanneer u een project uit een eerdere versie wilt openen, zal het project geconverteerd moeten worden naar de 2.2 versie. Onderstaande melding zal automatisch verschijnen: Afbeelding 10: Venster project actualiseren Wanneer u op [Ja] klikt, verschijnt onderstaand venster. Afbeelding 11: Mogelijkheid om de systeemstamgegevens te synchroniseren met het project [Gebruikergedefinieerd]: Hier kunt u zelf kiezen welke projectstamgegevens u wilt updaten [Ja]: Alle projectstamgegevens met originele EPLAN-namen worden geüpdate [Nee]: Er wordt niets geüpdate. Niet aan te raden, omdat er dan met verouderde systeemstamgegevens gewerkt wordt. Kiest u ervoor om op een ander moment te synchroniseren dan kunt u dat doen via Hulpprogramma s > Stamgegevens > Systeemstamgegevens synchroniseren. Zorg dat u dat doet voor zowel de Platform Data als voor de Electric P8 Data. Naast het geconverteerde project komt er in dezelfde directory een kopie te staan van het oude project dat de naam krijgt: projectnaam_vx.x_jjjmmdduummss.elk en -.edb. Dit project is nog te openen in de versie waarin het project voor het laatst bewerkt is. Wilt u deze kopie niet dan kunt u het script Remove backup downloaden op www.eplansupport.nl met de mogelijkheid om tijdens het openen van een ouder project in de 2.2 direct de kopie laten verwijderen. Lees eerst de bijbehorende handleiding. 9
Bijlage: Toelichting stamgegevens Stamgegevensbestanden zijn op te delen in twee categorieën. Bestanden met engineeringdata zoals symboolbibliotheken, de artikeldatabank, uw functiedefinities en macro s. Daarnaast zijn er ook bestanden die u helpen om de engineeringdata te verwerken en weer te geven (formulieren en plotkaders). Hieronder ziet u drie verschillende locaties van stamgegevens weergegeven, namelijk de project-, systeem- en de originele EPLAN-Stamgegevens. Synchronisatie van de systeemstamgegevens kan op twee manieren plaats vinden. A. 1. 2. 3. B. Afbeelding 14: Stamgegevens 10
A. B. Afbeelding 15: Menuopties stamgegevens synchronisatie Er kan synchronisatie plaats vinden tussen deze verschillende stamgegevens met behulp van twee menuopties (zie ook ). A) Via Hulpprogramma s > Stamgegevens > Huidig project synchroniseren, kunt u de projectstamgegevens met uw systeemgegevens synchroniseren. B) Via Hulpprogramma s > Stamgegevens > Systeemstamgegevens synchroniseren, kunt u uw systeemstamgegevens met de originele EPLAN-stamgegevens synchroniseren. Daarnaast kunt u uw artikelen via Hulpprogramma s > Artikel > Huidig project synchroniseren synchroniseren: Afbeelding 16: Menuoptie artikelstamgegevens synchronisatie 11