iii Inhoudstafel Voorwoord.................................................. i Deel 1. Gemeenrechtelijke implicaties........................... 1 Antoine DOOLAEGE Inleiding.................................................... 1 Hoofdstuk I. Definities....................................... 2 Afdeling 1. Algemeen........................................... 2 Afdeling 2. De moratoire intresten................................. 3 Afdeling 3. De compensatoire intresten............................. 3 Afdeling 4. De gerechtelijke intresten............................... 4 Hoofdstuk II. De intresten in het Burgerlijk Wetboek................ 6 Afdeling 1. De moratoire intresten................................. 6 1. Relevante bepalingen............................................. 6 2. Kenmerken van de moratoire intrest.................................. 6 3. Toepassingsvoorwaarden.......................................... 7 4. Rentevoet...................................................... 8 5. Het anatocisme (intrestkapitalisatie).................................. 8 6. Verjaring...................................................... 9 7. De moratoire intresten in de fiscale rechtspraak......................... 10 Afdeling 2. De compensatoire intresten............................. 12 1. Relevante bepalingen............................................. 12 2. Toepassingsvoorwaarden.......................................... 12 3. Intrestvoet..................................................... 12 4. Het anatocisme.................................................. 12 5. Verjaring...................................................... 13 6. De compensatoire intresten in de fiscale rechtspraak..................... 14 Afdeling 3. Toerekening van betalingen in gevallen waar het gemeen recht van toepassing is in fiscale zaken............................ 17 Afdeling 4. Moratoire intresten en hoofdelijkheid..................... 19 Hoofdstuk III. Andere wetten dan het Burgerlijk Wetboek die ingrijpen op de verplichting tot het betalen van intresten in fiscale zaken... 20 Afdeling 1. Artikel 1675/2-artikel 1675/19 van het Gerechtelijk Wetboek: de collectieve schuldenregeling.......................... 20 1. Inleiding....................................................... 20 2. Schorsing van de intresten......................................... 20 A. Principe................................................... 20 B. Vanaf wanneer zijn de intresten geschorst?......................... 21
iv INTRESTEN BIJ HET BETALEN EN TERUGKRIJGEN VAN BELASTINGEN C. Tot wanneer zijn de intresten geschorst?........................... 22 Afdeling 2. Artikel 183-artikel 195 van het Wetboek van Vennootschappen: de vereffening van de vennootschap...................... 22 1. Inleiding....................................................... 22 2. Schorsing van de intresten......................................... 23 A. Principe................................................... 23 Afdeling 3. De Faillissementswet van 8 augustus 1997................. 24 1. De wet........................................................ 24 2. De niet-gewaarborgde intresten: schorsing............................. 24 A. Welke intresten?............................................. 24 B. Voor welke periode.......................................... 24 3. De bevoorrechte intresten van de schuldvordering gewaarborgd door een hypotheek, bijzonder voorrecht of pand............................... 25 Hoofdstuk IV. De onverschuldigde betaling........................ 26 Afdeling 1. Algemene situering van de problematiek................... 26 Afdeling 2. De materieelrechtelijke aspecten van de onverschuldigde betaling 27 1. De extensieve en de restrictieve interpretatie van de artikelen 1235/1376 B.W.. 27 2. De houding van de rechter......................................... 30 A. De eigenlijke geschillen met betrekking tot de onverschuldigde betaling... 30 B. De afgeleide geschillen........................................ 37 Afdeling 3. De formeelrechtelijke aspecten.......................... 46 1. Uitgangspunten.................................................. 46 2. De houding van de rechter......................................... 46 3. Besluit......................................................... 49 Afdeling 4. Samenvatting........................................ 50 Deel 2. Inkomstenbelastingen................................. 53 Sylvie DE RAEDT Hoofdstuk I. Inleiding........................................ 53 Hoofdstuk II. Intresten bij het betalen van inkomstenbelastingen........ 54 Afdeling 1. Voor welke termijn zijn de nalatigheidsintresten verschuldigd?.. 54 1. Aanvang van de termijn........................................... 54 A. Inleiding................................................... 54 B. De wettelijke betaaltermijnen en de door de administratie toegestane betaaltermijnen.............................................. 54 C. De aanvang van de periode waarvoor de nalatigheidsintresten worden berekend................................................... 61 2. Einde van de termijn.............................................. 81 A. Principe................................................... 81 B. Begrip betaling............................................ 81
INHOUDSTAFEL v Afdeling 2. Waarop zijn de nalatigheidsintresten verschuldigd?........... 89 Afdeling 3. Berekeningsmodaliteiten............................... 90 1. Intrestvoet..................................................... 90 2. De nalatigheidsintresten worden berekend per kalendermaand.............. 91 3. De nalatigheidsintresten worden berekend op de nog verschuldigde som...... 92 4. De nalatigheidsintresten zijn niet verschuldigd als zij maandelijks niet meer dan 5 euro bedragen................................................. 92 Afdeling 4. Nalatigheidsintresten bij betwiste inkomstenbelastingen....... 93 1. Principe....................................................... 93 2. Voor welke betwiste inkomstenbelastingen?............................ 94 3. Berekening van de periode van schorsing.............................. 94 A. Voor aanslagen met betrekking tot het aanslagjaar 1999 en volgende.... 94 B. Voor aanslagen met betrekking tot het aanslagjaar 1998 en vorige....... 96 Afdeling 5. Kwijtschelding van nalatigheidsintresten................... 97 1. Het verzoek tot vrijstelling van nalatigheidsintresten (art. 417 WIB 1992)..... 97 A. Principe................................................... 97 B. Bijzondere gevallen........................................... 97 C. Modaliteiten tot vrijstelling.................................... 99 D. De procedure............................................... 99 E. Welke nalatigheidsintresten kunnen worden kwijtgescholden?.......... 102 2. Ambtshalve kwijtschelding van nalatigheidsintresten..................... 103 3. Het onbeperkt uitstel van invordering, ook voor nalatigheidsintresten........ 104 Afdeling 6. Betwistingen inzake nalatigheidsintresten.................. 104 1. Grondslag...................................................... 105 2. Bevoegde rechtbank.............................................. 105 3. Termijn........................................................ 105 Hoofdstuk III. Intresten bij het terugkrijgen van inkomstenbelastingen.... 107 Afdeling 1. Waarop zijn moratoriumintresten verschuldigd?............. 107 1. Voor terugbetalingen inzake aanslagjaar 1998 en vorige.................. 108 A. Principe (art. 418 (oud) WIB 1992).............................. 108 B. Uitzonderingen.............................................. 124 2. Voor de terugbetalingen inzake aanslagjaar 1999 en volgende.............. 128 A. Principe................................................... 128 B. Uitzonderingen.............................................. 129 Afdeling 2. Voor welke termijn zijn moratoriumintresten verschuldigd?.... 135 1. Inleiding en principe.............................................. 135 2. Voor terugbetalingen inzake aanslagjaar 1998 en vorige.................. 136 A. Belastingverhogingen en administratieve boetes..................... 136 B. Voorheffingen en voorafbetalingen............................... 136 C. Nalatigheidsintresten......................................... 141 3. Voor de terugbetalingen inzake aanslagjaar 1999 en volgende.............. 141 A. Principe................................................... 141 B. Uitzondering................................................ 142
vi INTRESTEN BIJ HET BETALEN EN TERUGKRIJGEN VAN BELASTINGEN Afdeling 3. Berekeningsmodaliteiten............................... 143 1. Welke intrestvoet................................................ 143 2. De moratoriumintresten worden berekend per kalendermaand............. 144 3. De moratoriumintresten worden berekend op elke terugbetaling............ 144 4. Het bedrag van de betaling waarop de moratoriumintresten worden berekend, worden afgerond op het lagere veelvoud van 10 euro..................... 145 5. Kapitalisatie van moratoriumintresten?............................... 145 Afdeling 4. Betwistingen inzake moratoriumintresten.................. 146 1. Grondslag...................................................... 146 2. Bevoegde rechtbank.............................................. 146 3. Termijn........................................................ 147 Afdeling 5. Een aandachtspunt: moratoriumintresten bij terugbetalingen aan erfgenamen......................................... 147 Deel 3. De met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen..... 149 Céline VAN HOUTE Hoofdstuk I. Inleiding........................................ 149 Hoofdstuk II. Intresten bij het betalen van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen........................... 150 Afdeling 1. Voor welke termijn zijn de nalatigheidsintresten verschuldigd?.. 150 1. Aanvang van de termijn........................................... 150 A. Inleiding................................................... 150 B. De wettelijke betaaltermijnen................................... 151 C. De aanvang van de periode waarvoor de nalatigheidsintresten worden berekend................................................... 164 2. Einde van de termijn.............................................. 171 A. Principe................................................... 171 B. Begrip betaling............................................ 171 Afdeling 2. Waarop zijn intresten verschuldigd?...................... 173 Afdeling 3. Berekeningsmodaliteiten............................... 174 1. Principe....................................................... 174 2. Intrestvoet..................................................... 174 3. Intresten worden berekend per kalendermaand......................... 174 4. Intresten worden berekend op de nog verschuldigde som.................. 174 5. De intresten zijn niet meer verschuldigd als zij maandelijks niet meer dan 5 euro bedragen....................................................... 174 6. Voorbeeld...................................................... 175 Afdeling 4. Nalatigheidsintresten bij betwiste met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen............................... 176 Afdeling 5. Kwijtschelding van nalatigheidsintresten................... 177 Afdeling 6. Betwistingen inzake nalatigheidsintresten.................. 177
INHOUDSTAFEL vii Hoofdstuk III. Intresten bij het terugkrijgen van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.......... 177 Deel 4. Lokale belastingen.................................... 179 Luc DE MEYERE Hoofdstuk I. Inleiding........................................ 179 Afdeling 1. Historiek........................................... 179 Afdeling 2. Techniek van de verwijzing............................. 181 Hoofdstuk II. Intresten bij het betalen van lokale belastingen.......... 183 Afdeling 1. Voor welke termijn zijn de intresten verschuldigd?........... 183 1. Betaaltermijn. Het onderscheid tussen kohierbelasting en contante inning..... 183 A. Inleiding................................................... 183 B. Contantbelasting............................................ 184 C. Kohierbelasting.............................................. 185 2. Vanaf wanneer zijn intresten verschuldigd?............................ 186 A. Contantbelastingen........................................... 186 B. Kohierbelastingen............................................ 189 3. Einde van de loop der intresten...................................... 191 Afdeling 2. Berekeningsmodaliteiten............................... 191 Afdeling 3. Nalatigheidsintresten bij betwiste belastingen............... 192 Afdeling 4. Vrijstelling van nalatigheidsintresten...................... 194 Afdeling 5. Betwistingen inzake door de belastingplichtige verschuldigde intresten........................................... 195 Hoofdstuk III. Intresten bij het terugkrijgen van lokale belastingen....... 196 Afdeling 1. Algemeen........................................... 196 Afdeling 2. Terugbetalingen na vernietiging belastingreglement door de Raad van State........................................... 198 1. Algemeen...................................................... 198 2. De belastingplichtige diende een bezwaarschrift in....................... 198 3. De belastingplichtige diende geen bezwaarschrift in...................... 198 A. Onverschuldigde betaling...................................... 199 B. Aansprakelijkheidsvordering................................... 200 C. Besluit..................................................... 202 Afdeling 3. Terugbetaling na consignatie............................ 203 1. Algemeen...................................................... 203 2. Intresten op de geconsigneerde bedragen?.............................. 203 Afdeling 4. Betwistingen........................................ 205 Hoofdstuk IV. Retributies...................................... 205
viii INTRESTEN BIJ HET BETALEN EN TERUGKRIJGEN VAN BELASTINGEN Deel 5. Belasting over de toegevoegde waarde..................... 207 Peter POPPE Hoofdstuk I. Inleiding........................................ 207 Hoofdstuk II. Intresten bij het betalen van BTW.................... 209 Afdeling 1. Intresten van rechtswege............................... 209 1. Voor welke termijn zijn de intresten verschuldigd?....................... 209 A. Aanvang van de termijn van opeisbaarheid van de BTW.............. 209 B. De aanvang van de intresten.................................... 216 C. Einde van de termijn.......................................... 232 2. Waarop zijn de nalatigheidsintresten verschuldigd?...................... 235 A. Het saldo dat blijkt uit de rekening-courant........................ 235 B. De aanleg van een bijzondere rekening............................ 236 3. Berekeningswijze van de intresten.................................... 236 A. Intrestvoet................................................. 236 B. De intresten worden berekend per kalendermaand................... 236 C. Afronding.................................................. 237 4. Personen van wie de intrest kan worden gevorderd...................... 238 5. Kwijtschelding van fiscale nalatigheidsintresten......................... 238 6. Verjaring van de invordering van intresten van rechtswege................. 241 Afdeling 2. Intresten na ingebrekestelling........................... 243 1. Voor welke termijn zijn de intresten verschuldigd?....................... 243 A. Inleiding................................................... 243 B. De aanvang van de periode waarvoor de intresten worden berekend..... 243 C. De invloed van het dwangbevel op de intresten van rechtswege......... 245 2. Waarop zijn de intresten verschuldigd?................................ 246 3. Berekeningsmodaliteiten........................................... 247 A. Intrestvoet................................................. 247 B. De intresten worden berekend per kalendermaand................... 247 4. Verjaring van de invordering van intresten na ingebrekestelling............. 248 Hoofdstuk III. Intresten bij het terugkrijgen van BTW................ 249 Afdeling 1. Intresten van rechtswege............................... 249 1. Voor welke termijn zijn de intresten verschuldigd?....................... 249 A. Aanvang van de termijn waarop de belastingplichtige recht heeft op de terugbetaling van een overschot aan aftrekbare BTW................. 249 B. Toerekening van een belastingkrediet op een openstaande belastingschuld. 252 C. Belastingplichtigen die gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie...................................................... 254 2. Waarop zijn de intresten verschuldigd?................................ 257 A. Het belastingkrediet.......................................... 257 3. Berekeningsmodaliteiten........................................... 259 4. Verjaring van de vordering tot het bekomen van intresten van rechtswege..... 260 Afdeling 2. Intresten na ingebrekestelling........................... 260
INHOUDSTAFEL ix 1. De aanvang van de periode waarvoor de intresten worden berekend......... 260 2. Waarop zijn de intresten verschuldigd?................................ 261 3. Berekeningsmodaliteiten........................................... 262 4. Kapitalisatie van intresten.......................................... 263 5. Verjaring van de vordering tot het bekomen van intresten na ingebrekestelling. 263 Deel 6. Registratie- en successierechten.......................... 265 Bart WESTEN Hoofdstuk I. Successierechten.................................. 265 Afdeling 1. Inleiding........................................... 265 Afdeling 2. Intresten bij het betalen van successierechten (art. 81-82 W. Succ.) 266 1. Voor welke termijn zijn de intresten van rechtswege verschuldigd?.......... 266 A. Vanaf het verstrijken van de betalingstermijn....................... 266 B. Uitstel van betaling........................................... 269 C. Tot op het ogenblik van de betaling.............................. 273 2. Waarop zijn de intresten verschuldigd?................................ 274 3. Berekening van de verschuldigde intresten............................. 274 A. Algemeen.................................................. 274 B. Berekening van de intresten.................................... 276 C. Aanrekening van betalingen.................................... 279 4. Kwijtschelding of vermindering van de intresten (art. 141bis W. Succ.)....... 279 5. Wie moet de intresten betalen?...................................... 281 A. Betalingsplicht (art. 70 t.e.m. 74 W. Succ.)......................... 281 B. Bijdrageplicht (art. 75 W. Succ.)................................. 283 6. Intresten na aanmaning........................................... 284 7. Verjaring van de vordering tot het betalen van intresten................... 286 Afdeling 3. Intresten bij de teruggave van successierechten (art. 142² W. Succ.) 288 1. Teruggave van de rechten.......................................... 288 2. Voor welke termijn heeft de belastingplichtige recht op intresten in geval van teruggave?..................................................... 290 A. Vanaf wanneer kunnen de intresten gevorderd worden?............... 290 B. Tot op het ogenblik van betaling................................ 297 3. Berekening..................................................... 298 4. Verjaring van de vordering tot teruggave.............................. 298 Afdeling 4. Intresten bij het betalen en de teruggave van andere taksen..... 299 1. Taks tot vergoeding van de successierechten............................ 299 2. Jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen, op de kredietinstellingen en op de verzekeringsondernemingen................................. 300 3. Jaarlijkse taks op de coördinatiecentra................................ 301 Hoofdstuk II. Registratierechten................................. 301 Afdeling 1. Inleiding........................................... 301 Afdeling 2. Intresten bij het betalen van registratierechten............... 302
x INTRESTEN BIJ HET BETALEN EN TERUGKRIJGEN VAN BELASTINGEN 1. Voor welke termijn zijn de intresten verschuldigd?....................... 302 A. Vanaf de betekening van het dwangschrift......................... 302 B. Uitstel van betaling........................................... 303 C. Tot op het ogenblik van de betaling.............................. 303 2. Waarop zijn de intresten verschuldigd?................................ 304 3. Berekening van de verschuldigde intresten............................. 304 4. Kwijtschelding of vermindering van de intresten?........................ 305 5. Wie moet de intresten betalen?...................................... 306 6. Verjaring van de vordering tot het betalen van intresten................... 307 Afdeling 3. Intresten bij de teruggave van registratierechten............. 309 1. Teruggave van de rechten.......................................... 309 2. Voor welke termijn heeft de belastingplichtige recht op intresten in geval van teruggave?..................................................... 310 A. Vanaf wanneer kunnen de intresten gevorderd worden?............... 310 B. Tot op het ogenblik van betaling................................ 317 3. Berekening..................................................... 318 4. Verjaring van de vordering tot teruggave.............................. 318 Deel 7. Regionale belastingen................................. 321 Luc DE MEYERE Hoofdstuk I. Inleiding........................................ 321 Hoofdstuk II. Intresten en eigenlijke regionale belastingen............. 322 Afdeling 1. Inleiding........................................... 322 1. Algemeen...................................................... 322 2. Betwistingen inzake intresten....................................... 323 A. Termijn.................................................... 323 B. Bevoegde rechtbank.......................................... 323 3. Intresten op intresten (anatocisme)................................... 324 Afdeling 2. Eigenlijke belastingen in het Vlaamse Gewest............... 324 1. Inleiding....................................................... 324 A. Heffingen.................................................. 324 2. Heffing op de verontreiniging van het oppervlaktewater,.................. 326 A. Inleiding................................................... 326 B. Intresten bij het betalen en terugkrijgen van heffingen................ 326 C. Vrijstelling van intresten....................................... 330 D. Verjaring.................................................. 330 3. Heffing op de winning van grondwater............................... 331 A. Inleiding................................................... 331 B. Intresten bij het betalen en terugkrijgen van heffingen................ 331 C. Vrijstelling van intresten....................................... 331 D. Verjaring.................................................. 331 4. Heffing op de verwijdering van vaste afvalstoffen........................ 332 A. Inleiding................................................... 332
INHOUDSTAFEL xi B. Intresten verschuldigd bij het betalen van de heffing.................. 332 C. Intresten bij het terugkrijgen van de heffing........................ 336 5. Mestheffingen................................................... 337 A. Inleiding................................................... 337 B. Intresten bij het betalen van de heffing............................ 338 C. Intresten bij het terugkrijgen van de heffing........................ 339 6. Heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten............... 340 A. Inleiding................................................... 340 B. Verwijzingsregel............................................. 340 C. Intresten bij het betalen van de heffing............................ 341 D. Intresten bij terugkrijgen van de heffing........................... 343 7. Heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen of woningen.. 344 A. Inleiding................................................... 344 B. Verwijzingsregel?............................................ 344 C. Intresten bij het betalen van de heffing............................ 346 D. Intresten bij het terugkrijgen van de heffing........................ 350 E. Specifieke regel voor de gemeenten............................... 350 8. Grindheffing.................................................... 351 A. Inleiding................................................... 351 B. Intresten bij het betalen van de heffing............................ 351 C. Intresten bij het terugbetalen van de heffing........................ 353 9. Planbatenheffing................................................. 354 A. Algemeen.................................................. 354 B. Kohier en aanslagbiljet........................................ 354 C. Betalingstermijn............................................. 355 D. Intresten bij het betalen van de heffing............................ 356 E. Intresten bij terugkrijgen van de heffing........................... 356 10. Watervangheffing................................................ 357 A. Inleiding................................................... 357 B. Betalingstermijn............................................. 357 C. Intresten bij het betalen van de heffing............................ 358 D. Intresten bij het terugkrijgen van de heffing........................ 358 E. Verjaringstermijn............................................ 358 11. De cijns op de strandconcessies...................................... 359 A. Algemeen.................................................. 359 B. Betalingstermijn............................................. 359 C. Intresten................................................... 359 12. Elektriciteitsheffing............................................... 359 A. Algemeen.................................................. 359 B. Betalingstermijn............................................. 359 C. Intresten bij het betalen en terugkrijgen van de heffing................ 360 D. Verjaring.................................................. 360 13. Aardgasheffing.................................................. 360 A. Algemeen.................................................. 360 B. Betalingstermijn............................................. 360
xii INTRESTEN BIJ HET BETALEN EN TERUGKRIJGEN VAN BELASTINGEN C. Intresten bij het betalen en terugkrijgen van de heffing................ 360 D. Verjaring.................................................. 361 Afdeling 3. Het Waalse Gewest................................... 361 1. Decreet betreffende de vestiging, invordering en de geschillen inzake de directe gewestbelastingen................................................ 361 A. Inleiding................................................... 361 B. Betalingstermijn............................................. 362 C. Intresten bij het betalen van de heffingen.......................... 364 D. Intresten bij het terugkrijgen van de heffing........................ 365 E. Verjaring.................................................. 365 2. Milieuwetboek.................................................. 366 A. Inleiding................................................... 366 B. Retributies en belasting op de waterwinningen...................... 366 C. Belasting op het lozen van industrieel en huishoudelijk afvalwater....... 367 Afdeling 4. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest...................... 369 1. Gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en houders van een zakelijk recht op sommige onroerende eigendommen.............. 369 A. Inleiding................................................... 369 B. Betalingstermijn............................................. 369 C. Intresten bij het betalen van de heffing............................ 370 D. Intresten bij het terugkrijgen van de heffing........................ 371 E. Verjaring.................................................. 371 2. Overgenomen provinciale fiscaliteit.................................. 371 3. Taks op de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur...................................................... 372 4. Heffing op de lozing van afvalwater.................................. 372 A. Inleiding................................................... 372 B. Betalingstermijn............................................. 373 C. Intresten verschuldigd bij het betalen van de heffing.................. 373 D. Intresten bij het terugkrijgen van de heffing........................ 374 E. Verjaring.................................................. 374 Hoofdstuk III. Besluit......................................... 374 Deel 8. Zegelrechten........................................ 377 Céline VAN HOUTE Hoofdstuk I. Intresten bij het betalen van zegelrechten............... 377 Afdeling 1. Betaling van zegelrechten............................... 377 1. Eisbaarheid van de rechten......................................... 377 2. Wijze van betaling............................................... 378 3. Betaaltermijnen.................................................. 380 A. Principe................................................... 380 B. Uitzonderingen: betaaltermijnen voor de betalingen in speciën.......... 380
INHOUDSTAFEL xiii Afdeling 2. Voor welke termijn zijn de intresten in geval van laattijdige betaling verschuldigd?................................ 382 1. Algemeen...................................................... 382 2. Vertrekpunt voor de loop van de intresten............................. 382 3. Tot op het ogenblik van betaling.................................... 382 Afdeling 3. Waarop zijn intresten verschuldigd?...................... 383 Afdeling 4. Berekeningsmodaliteiten............................... 383 1. Intrestvoet..................................................... 383 2. Aanrekening van betalingen........................................ 383 3. De intresten worden berekend zoals in burgerlijke zaken.................. 384 Afdeling 5. Mogelijkheid tot kwijtschelding van de intresten bij laattijdige betaling van de zegelrechten?............................ 384 Afdeling 6. Verjaring van de vordering tot betaling van intresten......... 384 Hoofdstuk II. Intresten bij het terugkrijgen van zegelrechten........... 385 Afdeling 1. Gevallen van teruggave van de rechten.................... 385 Afdeling 2. Recht op moratoire intresten bij het terugkrijgen van de zegelrechten......................................... 386 1. Vanaf wanneer heeft de belastingplichtige recht op intresten in geval van teruggave?..................................................... 386 2. Tot op het ogenblik van de betaling.................................. 387 3. Berekeningsmodaliteiten........................................... 387 4. Verjaring van de vordering tot teruggaaf.............................. 388 Deel 9. Met het zegel gelijkgestelde taksen....................... 389 Céline VAN HOUTE Hoofdstuk I. Intresten bij het betalen van met het zegel gelijkgestelde taksen 389 Afdeling 1. Inleiding........................................... 389 1. Intresten van rechtswege verschuldigd................................ 389 2. Intresten verschuldigd na aanmaning tot betaling........................ 390 Afdeling 2. Voor welke termijn zijn de intresten in geval van laattijdige betaling verschuldigd?................................. 390 1. Intresten van rechtswege verschuldigd................................ 390 A. Aanvang van de termijn....................................... 390 B. De wettelijke betaaltermijnen................................... 391 C. De aanvang van de periode waarvoor de intresten worden berekend..... 394 D. Tot op het ogenblik van de betaling.............................. 397 2. Intresten verschuldigd na aanmaning tot betaling vanwege de administratie.... 400 A. Algemeen.................................................. 400 B. Vertrekpunt................................................ 400 C. Tot op het ogenblik van betaling................................ 401 Afdeling 3. Waarop zijn intresten verschuldigd?...................... 401
xiv INTRESTEN BIJ HET BETALEN EN TERUGKRIJGEN VAN BELASTINGEN 1. Intresten van rechtswege verschuldigd bij het verstrijken van de betaaltermijn.. 401 2. Intresten verschuldigd na aanmaning tot betaling........................ 401 Afdeling 4. Berekeningsmodaliteiten............................... 401 1. Voor beide soorten intresten........................................ 401 A. Intrestvoet................................................. 402 B. De intresten worden berekend op de nog verschuldigde som........... 402 C. Aanrekening van betalingen.................................... 403 D. De intresten worden berekend zoals in burgerlijke zaken.............. 403 2. De aanvang en de grondslag is afhankelijk van het soort van intrest.......... 403 A. Intresten van rechtswege verschuldigd............................ 403 B. Intresten verschuldigd vanaf de aanmaning tot betaling............... 403 3. Dubbele berekening bij combinatie van beide soorten intresten............. 404 Afdeling 5. Kwijtschelding of vermindering van intresten............... 404 Afdeling 6. Verjaring van de vordering tot betaling van intresten......... 405 Hoofdstuk II. Intresten bij het terugkrijgen van met het zegel gelijkgestelde taksen.......................................... 406 Afdeling 1. Gevallen van teruggave van de rechten.................... 406 1. Alle ten onrechte betaalde taksen.................................. 406 2. Specifieke gevallen voorzien in het W. Taksen.......................... 406 A. Taks op de beursverrichtingen en de reporten....................... 406 B. Taks op de aflevering van effecten aan toonder..................... 406 C. Jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten........................ 407 D. Jaarlijkse taks op de winstdeelnemingen........................... 407 E. Uitzonderlijke taks op de stortingen bestemd voor het langetermijnsparen. 407 F. Taks op het langetermijnsparen................................. 407 G. Belasting voor aanplakking..................................... 408 Afdeling 2. Recht op intresten bij het terugkrijgen van met het zegel gelijkgestelde taksen.................................. 408 1. Vanaf wanneer heeft de belastingplichtige recht op intresten in geval van teruggave?..................................................... 408 A. In geval van onverschuldigde betaling............................. 408 B. De wettelijke teruggaveprocedure van de beurstaksen geheven in strijd met het Europees gemeenschapsrecht................................. 411 2. Tot op het ogenblik van de betaling.................................. 411 3. Berekeningsmodaliteiten........................................... 411 4. Verjaring van de vordering tot teruggaaf.............................. 411 A. Algemeen.................................................. 411 B. Toepassing van artikel 2028 W. Taksen ingeval van teruggaaf n.a.v. een veroordeling wegens strijdigheid met het gemeenschapsrecht (bv. beurstaks).............................................. 412 Appendix: de fiscale regularisatie (programmawet van 27 december 2005).. 415 Antoine DOOLAEGE