Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Veraderjaar Jaarversla Nationale ombudsman 2002 Nr. 2 JAARVERSLAG INHOUDSOPGAVE Deel I WOORD VOORAF 8 AANDACHTSPUNTEN 9 KERNJAARVERSLAG 1 De overheid, ezien door de Nationale ombudsman in Kerncijfers Ontwikkelinen Klachtbehandelin als instrument voor herstel van vertrouwen Klachtbehandelin in Evaluatie Herkansin Klachtbehandelin in rapporten Onderzoek Onderzoek uit eien bewein Aanleidin Vooronderzoek Aferond onderzoek Lopend onderzoek Onderzoek op verzoek Overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften Belanenafwein/redelijkheid Motiverin Zorvuldiheid Bijzondere onderwerpen Publieksvoorlichtin Buitenlandbeleid van de Nationale ombudsman 55 2 Wetevin; ambt; bureau Wetevin c.a De Wet Nationale ombudsman Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman Aanwijzin decentrale overheden Wetsvoorstel extern klachtrecht Wetswijziinen die de bevoedheid van de Nationale ombudsman raken Ambt Reelin ambtstermijn substituutombudsman Nevenfuncties ambtsdraers Klachten over de Nationale ombudsman Inleidin Ontvanen klachten over de Nationale ombudsman en zijn medewerkers Het Bureau Nationale ombudsman Personeel Financiën Bedrijfsvoerin 77 3 Het werk van de Nationale ombudsman in cijfers De te behandelen zaken Afedane zaken Cijfers afedane zaken Onderzoek uit eien bewein Doorlooptijden verzoekschriften Afedane zaken per ebied De conclusie van de Nationale ombudsman Reden voor de klacht; beoordelin door de Nationale ombudsman Alemeen De beoordelin in de rapporten De reden voor de klacht in tussentijds afedane zaken De meest voorkomende problemen in de afedane zaken De effecten van het werk van de Nationale ombudsman Enkele achterrondkenmerken van indieners van verzoekschriften 92 4 Effecten van het werk van de Nationale ombudsman Soorten effecten Actie door de overheid Op het ebied van de politie Op het ebied van buitenlandse zaken Op het ebied van justitie Op het ebied van onderwijs, cultuur en wetenschappen 100 ISSN Sdu Uitevers s-gravenhae 2003 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

2 4.2.5 Op het ebied van financiën Op het ebied van defensie Op het ebied van volkshuisvestin, ruimtelijke ordenin en milieubeheer Op het ebied van sociale zekerheid en werkeleenheid Op het ebied van de waterschappen Op het ebied van de provincies Op het ebied van de emeenten Nationale ombudsman en omevin Staten-Generaal Bestuursoranen en andere instanties Voorlichtin Publieksvoorlichtin Overie activiteiten Buitenlandbeleid van de Nationale ombudsman Buitenlandse betrekkinen Voordrachten; publicaties Beoordelin verzoekschriften op bevoedheid en ontvankelijkheid; telefonische verzoeken om informatie Inleidin Cijfermati overzicht van de verwerkin van de verzoekschriften De toetsin van de verzoekschriften Inleidin Artikel 1a: Bevoedheid naar bestuursoraan Artikel 16: Bevoedheidsafbakenin naar edrain Inleidin Onbevoedheid bij alemeen reerinsbeleid en alemeen beleid betrokken bestuursoraan Onbevoedheid Nationale ombudsman ten aanzien van alemeen verbindende voorschriften (artikel 16, onder b) Onbevoedheid Nationale ombudsman bij openstaan of aanhani zijn van een bezwaarof beroepsprocedure (artikel 16, onder c) Onbevoedheid Nationale ombudsman bij rechterlijk toezicht (artikel 16, onder ) Artikel 14: Ontvankelijkheid; discretionaire bevoedheid Nationale ombudsman Inleidin Niet voldoen aan vereisten van artikel 12 in samenhan met artikel 14, onder a Kennelijke onerondheid van het verzoek (artikel 14, onder b) Onvoldoende belan of onvoldoende ewicht van de edrain (artikel 14, onder c) Samenhanende edrainen in lopende procedures (artikel 14, onder j en k) Buitenwettelijke verzoekschriften Behandelin van klachten en verzoeken om informatie per telefoon, (niet-overheid) en bezoek 138 BIJLAGEN Overzicht uitebrachte rapporten Vermeldin van rapporten in vakbladen in Toelichtin op de beoordelinscriteria van de Nationale ombudsman Bestuursoranen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman Artikel 78a van de Grondwet Wet Nationale ombudsman c.a Wet Nationale ombudsman Besluit bestuursoranen WNo en Wob Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman 218 DEEL II BEELD VAN HET IN 2002 VERRICHTE ONDERZOEK De hoofdstukken 7 t/m 25 staan op de cd-rom bij dit jaarversla. Voor de vollediheid zijn daarop ook de vooraande hoofdstukken en bijlaen openomen. 7 Politie en openbaar ministerie 223 7A Politie 223 7A.1 Inleidin 223 7A.1.1 Cijfers 223 7A.1.2 Praktijkcontacten 224 7A.2 Toepassin bepalinen betreffende de verdachte 224 7A.2.1 Verdenkin 224 7A.2.2 Verhoor (ook bejeenin tijdens) 227 7A.2.3 Bijstand en waarschuwen raadsman 229 7A.3 Vrijheidsbenemende dwanmiddelen 231 7A.3.1 Staande houden 231 7A.3.2 Aanhouden 231 7A.3.3 Vooreleiden en in verzekerin stellen 235 7A.3.4 Dwanmiddelen ter identificatie 236 7A.3.5 Heenzenden 236 7A.3.6 Vastleen van ebruik van vrijheidsbenemende dwanmiddelen 236 7A.4 Overie dwanmiddelen 237 7A.4.1 Binnentreden 237 7A.4.2 Doorzoeken wonin en doorzoeken auto s 239 7A.4.3 Handboeien en (veiliheids-/aanhoudins) fouillerin 241 7A.4.4 Inbeslanemin 242 7A.4.5 Vastleen van ebruik van overie dwanmiddelen 243 7A.5 Politieoptreden en vrijwilliheid (ook etuienverhoor) 243 7A.6 Geweldebruik 244 7A.6.1 Arrestatieteam 244 7A.6.2 Vuurwapenebruik 244 7A.6.3 Diensthond/pepperspray/wapenstok/fysiek eweld 244 7A.7 Verblijfsomstandiheden arrestanten 247 7A.8 Leitimatie 252 7A.9 Informatie 252 7A.9.1 Vastleen van informatie (inclusief het niet vernietien van info) 252 7A.9.2 Sinalerinen (o.a. OPS/NSIS) 256 7A.9.3 Verstrekken van informatie (aan derden, pers, Interpol en betrokkenen zelf) 257 7A.10 Optreden naar aanleidin van aaniften en meldinen 263 7A.10.1 Aaniften en meldinen 263 7A.10.2 Inrichtin opsporinsonderzoek 268 7A.11 Bejeenin 270 7A.11.1 Houdin en uitlatinen (taalebruik) 270 7A.11.2 Niet naekomen toezeinen 271 7A.12 Hulpverlenin 271 7A.12.1 Slachtofferhulp (Richtlijnen Terwee) 271 7A.12.2 Burenruzies 271 7A.12.3 Overie (zie verder 7A.4.1) 273 7A.12.4 Landelijk Telefoonnummer Politie, A.13 Politieoptreden en verkeer 276 7A.13.1 Aanrijdinen 276 7A.13.2 Weslepen 279 7A.13.3 Politie en de Wahv (Wet Mulder) 279 7A.13.4 Overie (WVW1994, Rvv, beeleidin politie van ambulance, ibn voertuien) 280 7A.14 Openbare orde 281 7A.15 Vreemdelinendiensten 282 7A.15.1 Cijfers 282 7A.15.2 Alemeen 283 7A.15.3 Enkele zaken 285 7A.16 Minderjarien 293 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

3 7A.17 Klachtbehandelin 294 7A.17.1 De kwaliteit van interne klachtbehandelin 294 7A.17.2 De behandelin van klachten 295 7A.17.3 Enkele rapporten 295 7A.18 Schadeveroedin 301 7A.19 Politieoptreden en het civiele recht 303 7A.20 Administratieve oranisatie 303 7A.21 Overie rapporten op het terrein van politie 304 7A.21.1 Bijzondere opsporinsambtenaren 304 7A.21.2 Rijksrecherche 305 7A.21.3 Overie rapporten/afdoeninen 305 7A.22 Interiteit B Openbaar ministerie 308 7B.1 Alemeen; cijfers 308 7B.2 Inbeslanemin 309 7B.3 Opsporin 310 7B.4 Vervolin (inclusief niet verdere vervolin/sepot/ intrekken rechtsmiddel) 313 7B.5 Tenuitvoerlein straffen 315 7B.6 Schadeveroedin 315 7B.7 Wet administratiefrechtelijke handhavin verkeersvoorschriften 315 7B.8 Slachtoffers van delicten 315 7B.9 Informatieverstrekkin 317 7B.10 Administratieve oranisatie 319 7B.11 Klachtbehandelin door het openbaar ministerie 320 7B.12 Interiteit 321 7B.13 Overie Ministerie van Alemene Zaken Cijfers Rapport Ministerie van Buitenlandse Zaken Cijfers 9.2 Het Ministerie De Visadienst kort verblijf en de Visadienst Interne klachtbehandelin Lealisatie en verificatie van documenten Onderzoek uit eien bewein Overie zaken Ambassades en consulaten Interne klachtbehandelin Afifte van een machtiin tot voorlopi verblijf Lealisatie en verificatie van documenten Overie zaken Justitie A Ministerie van Justitie A.1 Alemeen; cijfers A.2 Immiratie- en Naturalisatiedienst A.2.1 Alemene onderwerpen A Cijfers A Klachtenreelin IND A De behandelin door de Nationale ombudsman van klachten over de IND A Interne klachtbehandelin door de IND A (Niet) nakomen van toezeinen A Niet nakomen van rechterlijke uitspraken A.2.2 Visa en machtiinen tot voorlopi verblijf A Cijfers A Bevoedheid en toerekenin A Procedure machtiin tot voorlopi verblijf A Rapporten A Interventies A.2.3 Aanvraen om een verblijfsverunnin voor (on)bepaalde tijd asiel; aanvraen om een verblijfsverunnin voor (on)bepaalde tijd reulier A Asielronden A Knelpunten in de behandelin van aanvraen voor (on)bepaalde tijd asiel A Alleenstaande minderjarie asielzoekers A Onderzoek door het Ministerie van Buitenlandse Zaken op verzoek van de IND A Onderzoek uit eien bewein A De behandelin van aanvraen voor (on)bepaalde tijd reulier A Het driejarenbeleid A Herhaalde asielaanvraen A.2.4 Naturalisaties A.2.5 Adviescommissie voor vreemdelinenzaken A.3 Griffies van erechten A.4 Gevaneniswezen en TBS A.5 Raad voor de Kinderbeschermin A.6 Schadeveroedin A.7 Wet overdracht tenuitvoerlein strafvonnissen A.7.1 Alemeen A.7.2 Onmiddellijke tenuitvoerlein van een Brits vonnis A.7.3 Overdracht van Marokkaanse strafvonnissen A.8 Administratieve oranisatie A.9 Klachtbehandelin A.10 Centraal Justitieel Incasso Bureau A.10.1 Tenuitvoerlein van straffen A.10.2 De Wet administratiefrechtelijke handhavin verkeersvoorschriften A.10.3 Schadeveroedinsmaatreelen A.10.4 Overie (ook administratieve oranisatie) A.11 Interiteit A.12 Overie B Bestuursoranen op het terrein van Justitie B.1 Raden voor Rechtsbijstand B.2 Centraal Oraan Opvan Asielzoekers B.3 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen (LBIO) B.4 Landelijk Selectie- en Opleidinsinstituut Politie (LSOP) B.5 Commissie en secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven B.6 Nederlandse Orde van Advocaten B.7 Orde van Advocaten in de verschillende arrondissementen B.8 Gerechtsdeurwaarders B.9 Andere bestuursoranen op het terrein van het Ministerie van Justitie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties A Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties A.1 Cijfers A.2 Rapport A.3 Interventie B Andere bestuursoranen op het terrein van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen A Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen A.1 Cijfers A.2 UWV USZO-Groninen A.3 Overie zaken op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen B Andere bestuursoranen op het terrein van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 417 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

4 12B.1 Informatie Beheer Groep (IB-Groep) B.1.1 Cijfers B.1.2 Studiefinancierin B.1.3 Teemoetkomin onderwijsbijdrae en schoolkosten B.1.4 Leseld B.1.5 Vooronderzoek artikel 15 Wet Nationale ombudsman B.1.6 Overie B.2 Bestuursoranen op het terrein van onderwijs en onderzoek Financiën A Ministerie van Financiën A.1 Cijfers A.2 Belastindienst A.2.1 Inleidin A.2.2 Schadeveroedin, renteveroedin A.2.3 Behandelinsduur A.2.4 Informatieverstrekkin A.2.5 Heffin A Controle A Ambtshalve verminderin A Hardheidsclausule A Onjuiste aanslaen A Belastinteruaaf A Overie zaken op het terrein van de heffin A.2.6 Invorderin A Verrekenin A Betalinsreelin A Kwijtscheldin A Gebruik van dwanmiddelen A.2.7 Douane A.2.8 Klachtbehandelin A.2.9 Overie zaken op het terrein van de Belastindienst A.3 Ministerie van Financiën anderszins A.3.1 Dienst Domeinen A.3.2 Overie zaken op het terrein van het Ministerie van Financiën B Andere bestuursoranen op het terrein van Financiën Ministerie van Defensie Cijfers Het Ministerie Uitebracht rapport Tussentijdse beëindiin Nederlandse krijsmacht Koninklijke Marechaussee Uitebrachte rapporten Tussentijdse beëindiinen Koninklijke landmacht Koninklijke luchtmacht Maatschappelijke Dienst Defensie Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer A.1 Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer A.2 Directoraat-eneraal Wonen A.2.1 Alemeen A.2.2 Huursubsidie A.2.3 Secretariaat van de huurcommissies A.3 Directoraat-eneraal Milieubeheer A.4 Overie zaken met betrekkin tot het Ministerie B Andere bestuursoranen op het terrein van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer B.1 Huurcommissies Verkeer en Waterstaat A Ministerie van Verkeer en Waterstaat A.1 Cijfers A.2 Uitebrachte rapporten B Andere bestuursoranen op het terrein van Verkeer en Waterstaat B.1 Stichtin Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen B.1.1 Alemeen B.1.2 Uitebrachte rapporten B.2 Dienst Weverkeer B.2.1 Alemeen B.2.2 Uitebrachte rapporten B.3 Overie zaken op het terrein van Verkeer en Waterstaat Economische Zaken A Ministerie van Economische Zaken A.1 Cijfers A.2 Uitebrachte rapporten B Andere bestuursoranen op het terrein van Economische Zaken B.1 Kamers van Koophandel en Fabrieken Landbouw, Natuurbeheer en Visserij A Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij A.1 Cijfers A.2 Afehandelde zaken in A.2.1 Uitebrachte rapporten A.2.2 Interventies A.2.3 Tussentijdse beëindiin B Bestuursoranen op het terrein van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij B.1 Cijfers B.2 Rapport Sociale Zaken en Werkeleenheid A Ministerie van Sociale Zaken en Werkeleenheid A.1 Cijfers A.2 Uitebrachte rapporten en afedane zaken B Andere bestuursoranen op het terrein van Sociale Zaken en Werkeleenheid B.1 Bestuursoranen op het terrein van de sociale zekerheid B.1.1 Cijfers B.1.2 Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerin B Behandelinsduur B Informatieverstrekkin B Dienstverlenin; bejeenin; klachtbehandelin B Rente- en schadeveroedin B Overie klachten B.1.3 Sociale verzekerinsbank B Alemeen: cijfers B Behandelinsduur B Informatieverstrekkin B Dienstverlenin; bejeenin; klachtbehandelin B Rente- en schadeveroedin B.2 Centrale oranisatie werk en inkomen B.2.1 Cijfers B.2.2 De Centrale oranisatie werk en inkomen B Ontslaverunninen B Bemiddelin en scholin B Intake Volksezondheid, Welzijn en Sport A Ministerie van Volksezondheid, Welzijn en Sport A.1 Cijfers A.2 Inspectie voor de Gezondheidszor A.3 Overie B Andere bestuursoranen op het terrein van Volksezondheid, Welzijn en Sport B.1 Pensioen- en Uitkerinsraad B.2 Ziekenfondsen en zorverzekeraars B.3 Gezinsvoodij-instellinen B.4 Overie bestuursoranen op het terrein van Volksezondheid, Welzijn en Sport 537 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

5 21 Publiekrechtelijke Bedrijfsoranisatie Cijfers Uitebrachte rapporten Waterschappen Alemeen; cijfers Afedane zaken Behandelinsduur Invorderin Kosten van invorderin Kwijtscheldin Overie zaken met betrekkin tot invorderin Schadeveroedin Overie zaken Provincies Cijfers Rapporten Interventies Gemeenten Alemeen Aanesloten emeenten Cijfers Kwijtscheldin Afedane zaken Rapporten Interventies Gemeenschappelijke reelinen 565 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

6 WOORD VOORAF Voor u lit het Jaarversla 2002 van de Nationale ombudsman. Markant moment in 2002 was de vierin van het twintijari bestaan van het instituut Nationale ombudsman. Daartoe vond op 7 november 2002 in de Grote Kerk in Den Haa het symposium «Klachtbehandelin als instrument voor herstel van vertrouwen» plaats. Het symposium was ericht op het belan van het interne klachtrecht en werd bijewoond door oneveer 800 asten, die vrijwel allen bij het interne klachtrecht zijn betrokken. Vanwee het belan van interne klachtbehandelin voor het herstel van het vertrouwen van de burer in de overheid staat in dit jaarversla in hoofdstuk 1 de vraa centraal hoe het in 2002 met de interne klachtbehandelin door bestuursoranen is esteld. Bovendien wordt het per 1 januari 2002 inevoerde herkansinsbeleid eëvalueerd. Dit beleid is er op ericht om in zoveel moelijk evallen waarin interne klachtbehandelin ten onrechte achterwee is ebleven, te bereiken dat dit alsno ebeurt. Verder wordt in hoofdstuk 1 naast de ebruikelijke weerave van belanrijke rapporten een overzicht eeven van de «jurisprudentie» van de Nationale ombudsman met betrekkin tot de bepalinen inzake het interne klachtrecht van hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht. In hoofdstuk 2 worden de ontwikkelinen weereeven met betrekkin tot de wetevin betreffende de Nationale ombudsman, het ambt en het bureau. Hoofdstuk 3 eeft het werk van de Nationale ombudsman in cijfers weer, terwijl hoofdstuk 4 inaat op de effecten die het werk van de Nationale ombudsman heeft ehad. Hoofdstuk 5 betreft de communicatieve kant van zijn werk: de publieksvoorlichtin, de contacten met bestuursoranen en andere instanties, de buitenlandse betrekkinen etc. In hoofdstuk 6 tenslotte wordt meer in het alemeen weereeven hoe de Nationale ombudsman in 2002 heeft eoordeeld over zijn bevoedheid ten aanzien van bestuursoranen en over de ontvankelijkheid van burers om bij hem een verzoek in te dienen. Sinds het verslajaar 2001 worden de jaarverslaen cumulatief uiteeven op de bijevoede cd-rom en toeankelijk emaakt met een eenvoudie zoekstructuur. Het eerste deel het «kerndeel» van het jaarversla is tevens edrukt. Dit «kerndeel» bevat de hoofdstukken 1 tot en met 6 met alemene, inhoudelijke en cijfermatie eevens over het werk van de Nationale ombudsman. De overie hoofdstukken even een beeld van het verrichte onderzoek naar edrainen van de verschillende bestuursoranen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman. Overiens zijn de jaarverslaen sinds 1998 ook interaal te raadpleen via de website ( Daas na de vierin van het twintijari bestaan overleed Henk Heijdra, die als rekenplichtie en stafmedewerker financiële en personele zaken twinti jaar aan het Bureau Nationale ombudsman verbonden is eweest. Zijn rote inzet voor het Bureau zullen wij ons blijven herinneren. De Nationale ombudsman, R. Fernhout Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

7 AANDACHTSPUNTEN Met het oo op de behandelin van dit jaarversla in de Tweede Kamer volt hieronder een overzicht van enkele aandachtspunten: a. Alemeen de stand van zaken met betrekkin tot het interne klachtrecht (zie 1.2.2); de evaluatie van het herkansinsbeleid (zie 1.2.3); het onderzoek naar behandelin van «burerbrieven» door de Rijksdienst (zie ); de voorlichtin aan burers en (rechts)hulpverleners met als doel verrotin van de bekendheid van de Nationale ombudsman (zie en 5.3.1); het buitenlandbeleid van de Nationale ombudsman (zie en 5.4). b. Afzonderlijke bestuursoranen 1. Politie en openbaar ministerie het niet, te laat, of in onvoldoende mate instellen en het niet voortzetten van opsporinsonderzoek naar aanleidin van een aanifte en ebrekkie informatieverstrekkin daarover aan aanevers door de politie (zie 7A.10, 7B.1); het toezicht van het openbaar ministerie op sepotbeslissinen van politie- of parketmedewerkers en informatie aan slachtoffers over derelijke beslissinen (zie 7B.1); de verstrekkin van (vertrouwelijke) informatie door de politie (zie 7A.9.3); het behandelen van aanvraen en het uitbrenen van adviezen door de vreemdelinendiensten (zie 7A.15.2); de aanpassin van de politieklachtreelin aan hoofdstuk 9 Alemene wet bestuursrecht (zie 7A.17.1). 2. Justitie de ebrekkie nalevin van rechterlijke uitspraken door de Immiratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie (zie 10A.2.1.6); de lane duur van de behandelin van aanvraen om een machtiin tot voorlopi verblijf (mvv) door de Minister van Buitenlandse Zaken, de Visadienst, de vreemdelinendiensten en de diplomatieke posten (zie 10A.2.2.3); de opvolin van de aanbevelinen in het rapport over de Aanmeldcentra (AC) (zie 10A.2.3.5). 3. Financiën de stortin door de Belastindienst van belastinteruaven op een verkeerde rekenin (zie 13A.2.5.5). 4. Volkshuisvestin de vertrainen in het behandelen van verzoeken om huursubsidie door de Directie Informatie, Beheer en Subsidiereelinen (IBS) van het Ministerie van VROM (zie 15A.2.2) en de slechte telefonische bereikbaarheid van de helpdesk van de IBS (zie 6.5); de achterstanden in de behandelin van verzoekschriften door de huurcommissies (zie 15B), en daarmee samenhanend de erine capaciteit van het secretariaat van de huurcommissies (zie 15A.2.3). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

8 5. Sociale zekerheid het buiten behandelin laten van klachten over het niet tijdi beslissen op bezwaarschriften (zie 19B.1.2.1); de wijze waarop toepassin wordt eeven aan het bepaalde in artikel 9:10 Alemene wet bestuursrecht (zie 19B.1.2.3); de behandelinsduur van bezwaarschriften bij de Sociale verzekerinsbank, kantoor Leiden (zie 19B.1.3.1). 6. Volksezondheid de behandelinsduur van bezwaarschriften en de rechtsmiddelenverwijzin door zorverzekeraars (zie 20B.2). 7. Provincies het toetsinskader van provinciale klachtencommissies op het ebied van de jeudhulpverlenin (zie 23.2). 8. Gemeenten het buiten behandelin laten van klachten over het niet tijdi beslissen op bezwaarschriften (zie ); de behandelinsduur van bezwaarschriften teen opelede aanslaen onroerende zaakbelastin (zie ). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

9 DEEL I KERNJAARVERSLAG

10

11 1 DE OVERHEID, GEZIEN DOOR DE NATIONALE OMBUDSMAN IN Kerncijfers 2002 In 2002 zijn 9643 verzoekschriften ontvanen, teenover 9528 in De instroom is daarmee eniszins op het (hoe) niveau van 2001 estabiliseerd. Toch hebben zich wel verschuivinen vooredaan. Over de ministeries zijn in verzoekschriften ontvanen (48%; 2001: 55%). Het aantal verzoekschriften over de politie bedroe Het aandeel politieklachten binnen het eheel van verzoekschriften is daarmee elijk ebleven (zowel in 2001 als in 2002: 15%). Een stijin heeft zich vooredaan bij de decentrale overheden. Daarover zijn 858 verzoekschriften ontvanen, heteen binnen het eheel van verzoekschriften een stijin betekent van 8% in 2001 naar 10% in Een sterke stijin heeft zich vooredaan bij de overie bestuursoranen. De 2288 verzoekschriften in deze cateorie betekenen een stijin van 23% in 2001 naar 27% in Binnen de cateorie overie bestuursoranen laen de meeste verzoekschriften op het terrein van de uitvoerinsinstellinen voor de sociale zekerheid (Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen: 1003 en Sociale verzekerinsbank: 322). Over de Informatie Beheer Groep werden 178 verzoekschriften ontvanen en over de Zorverzekeraars 136. De vijf belanrijkste beleidsterreinen waarover in 2002 verzoekschriften zijn ontvanen zijn: justitie (inclusief vreemdelinenzaken en interatie): 24 %, sociale zaken en werkeleenheid: 17%, politie: 15%, buitenlandse zaken: 9%, financiën: 9%. Het aantal afedane zaken is esteen van 9088 in 2001 naar in Dit is een stijin van 14%. De werkvoorraad daalde van 2245 op 1 januari 2002 tot 1525 op 1 januari 2003: een dalin van 32%. In 2001 was no sprake van een stijin van de werkvoorraad met 26%. Ook de doorlooptijden zijn verbeterd. Van alle afedane zaken is 46% afehandeld binnen vier weken teenover 35% in Niettemin blijven de doorlooptijden van de arbeidsintensieve zaken aandacht vraen (zie verder hoofdstuk 3). De erealiseerde verbeterinen zijn het resultaat van enerzijds een stijin van de formatie (verder 2.4.1) en anderzijds het in 2002 inevoerde herkansinsbeleid (verder 1.2.3). Van de uiteindelijk in onderzoek enomen zaken (2898; 2001: 2727) kon in 86% van deze zaken het onderzoek tussentijds worden beëindid, terwijl in 14% van de zaken het onderzoek met een rapport is afesloten. Deze verhoudin lit in lijn met heteen de afelopen jaren ebruikelijk was: 2001 (85%-15%) en 2000 (88%-12%). Anders dan in vooraande jaren was de reden voor tussentijdse beëindiin in slechts 55% van de zaken eleen in een interventie bij het bestuursoraan. In 31% vond de tussentijdse beëindiin haar oorzaak in een afdoenin op rond van het per 1 januari 2002 inevoerde herkansinsbeleid (verder 1.2.3). Het aantal rapporten is licht esteen van 404 in 2001 naar 411 in Het percentae beoordelinen «niet behoorlijk» is opnieuw licht edaald, van 57% in 2001 naar 52% in In vijfti rapporten is een aanbevelin edaan. Het percentae rapporten met aanbevelinen is licht edaald van 13% in 2001 naar 12% in Overiens stonden aan het einde van het verslajaar no 26 aanbevelinen open. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

12 Van het eheel van klachten in 2002 over de ministeries (4039) neemt het Ministerie van Justitie het leeuwendeel voor zijn rekenin: 1813 (45%). Dit is een dalin ten opzichte van 2001: 2031 (51%). Deze dalin betreft vooral de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND). De Nationale ombudsman ontvin in verzoekschriften over de IND teenover 1563 in Het aantal klachten is niettemin, zowel in absolute zin, als ook relatief bezien no steeds hoo. Het aantal afedane zaken over de IND in 2002 bedroe 1366 (2001: 1524). Daarnaast zijn 586 klachten over de vreemdelinendiensten afedaan (2001: 326). Het totaal aantal afedane klachten over de IND en de vreemdelinendiensten (totaal aantal vreemdelinenzaken) bedroe in (2001: 1850). Vreemdelinenzaken vormen op deze wijze no steeds 19% van het totaal aantal afedane klachten. Binnen de vreemdelinenzaken neemt het aantal klachten over de afhandelin van aanvraen om een machtiin tot voorlopi verblijf (verder mvv) een bijzonder plaats in: 852. Dit is met 46% (2001: 34%) opmerkelijk hoo. In het verslajaar valt verder de forse stijin van het aantal klachten over het Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer op: van 153 in 2001 tot 372 in Het merendeel van deze klachten is ontstaan in de tweede helft van 2002 en betrof de afdelin Informatie, Beheer en Subsidiereelinen (verder IBS) aanaande de huursubsidie (verder 15A.3.2). Vanaf juli 2002 werd ook het frontoffice van het Bureau Nationale ombudsman econfronteerd met een snel stijend aantal telefonische vraen en klachten van verzoekers die problemen hadden met het niet continueren van de betalinen van de huursubsidie en met de telefonische bereikbaarheid van de helpdesk van IBS (verder 6.5). Het aantal aanesloten emeenten is in het verslajaar esteen van 189 per 1 januari 2002 tot 209 per 1 januari Daarmee is de Nationale ombudsman voor bijna 40% van de Nederlandse bevolkin ook de emeentelijke ombudsman (verder ). Ook het aantal aanesloten emeenschappelijke reelinen is esteen: van zeven per 1 januari 2002 tot achttien per 1 januari De Nationale ombudsman heeft tot taak om de door hem onderzochte edrainen te beoordelen op behoorlijkheid. Met het oo daarop is de behoorlijkheidsnorm van artikel 26, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman uitewerkt in een reeks van vereisten van behoorlijkheid (zie bijlae 3). De vereisten van behoorlijkheid zijn te zien als de noemer waarop klachten bij de Nationale ombudsman kunnen worden herleid. Dit betekent dat de neersla van het ebruik van deze vereisten inzicht eeft in de problemen met de overheid zoals de betreffende klaers die hebben ervaren. In het onderzoek van de Nationale ombudsman in 2002 waren de volende vereisten van behoorlijkheid in verhoudin het meest aan de orde (verder 3.6.4): a) voortvarendheid: 46%; b) actieve informatieverstrekkin: 12%; c) overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften: 7%; d) belanenafwein/redelijkheid: 6%; e) administratieve nauwkeuriheid: 5%; f) rechtszekerheid: 5%. Bij elkaar beslaan de scores op deze vereisten 80% van alle keren dat een beoordelinscriterium werd ebruikt in zaken die in een rapport (14%) dan wel in een interventie (31%) zijn eëindid. In 2002 is voor het eerst een root aantal zaken tussentijds beëindid door herkansin (55%), Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

13 waarbij een behoorlijkheidscriterium wordt ereistreerd omdat het bestuursoraan alsno de moelijkheid wordt eboden de klacht intern te behandelen. Deze ontwikkelin heeft tot evol dat de scores op de behoorlijkheidscriteria in 2002 niet verelijkbaar zijn met die uit vooraande jaren. Uit het feit dat de score op voortvarendheid (46%) in 2002 laer is dan in 2001 (52%; zie Jaarversla 2001, blz. 31 e.v.) en in 2000 (58%; zie Jaarversla 2000, blz. 17) ma dan ook niet zonder meer de conclusie worden etrokken dat het thans met de voortvarendheid van de overheid beter is esteld. 1.2 Ontwikkelinen Klachtbehandelin als instrument voor herstel van vertrouwen Markant moment in 2002 was de vierin van het twintijari bestaan van het instituut Nationale ombudsman. Daartoe vond op 7 november 2002 in de Grote Kerk in Den Haa het symposium «Klachtbehandelin als instrument voor herstel van vertrouwen» plaats (verder 5.3.2). Het symposium was ericht op het belan van het interne klachtrecht. Het interne klachtrecht lit sinds 1 juli 1999 verankerd in hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb). De ambtsperiode van de huidie Nationale ombudsman is op 1 oktober 1999 aanevanen. Het bein van deze ambtsperiode valt dus oneveer samen met de inwerkintredin van de wettelijke verplichtin tot interne klachtbehandelin. Voor de huidie ambtsperiode eldt als belanrijke doelstellin om er aan bij te draen dat aan het einde van deze periode van zes jaar het interne klachtrecht er werkelijk staat. De helft van die periode is thans verstreken. In het jaarversla over 1999 is versla edaan van een enquête die was ehouden onder een root aantal bestuursoranen over de stappen die deze bestuursoranen hebben ondernomen naar aanleidin van de inwerkintredin van de reelin van het interne klachtrecht in de Awb. Voorjaar 2002 is die enquête door mr. dr. M.T.A.B. Laemers en dr. L.E. de Groot-van Leeuwen van de Katholieke Universiteit Nijmeen herhaald (zie voor de volledie tekst: Hoe is het nu met de interne klachtbehandelin esteld? Het belan van de Nationale ombudsman bij oede interne klachtbehandelin is niet alleen eleen in het feit dat daardoor voorkomen wordt dat hij klachten krijt over de interne klachtbehandelin door bestuursoranen, of omdat het volens de wetever aan de Nationale ombudsman is om de kwaliteit van de interne klachtbehandelin te beoordelen en de nalevin van hoofdstuk 9 van de Awb te bevorderen. Het belan van oede interne klachtbehandelin dient een hoer doel. Zorvuldie klachtbehandelin door de overheidsinstellinen draat, naast simpelwe het oplossen van het concrete probleem, ook bij aan herstel van eschonden vertrouwen in het bestuur. Als door misslaen van een overheidsinstellin de relatie met de burer, de cliënt, is verstoord dan moet de overheidsinstellin in eerste instantie zelf proberen om die relatie te herstellen. Pas als de burer en de overheid er samen niet uitkomen, komt de Nationale ombudsman in beeld. Een overheidsinstellin die in staat is zelf de eschonden relatie met een burer te herstellen, wint hernieuwd vertrouwen en eeft blijk het belan van de kwaliteit van haar dienstverlenin serieus te nemen. Het is niet oed indien een buitenstaander als de Nationale ombudsman in eerste instantie belast zou zijn met de oplossin van een klacht. Dan aat een deel van het leerproces, zo niet het ehele leerproces, verloren en blijft de burer met zijn onenoeen zitten. Natuurlijk zijn en blijven er situaties waarin de burer ook na interne klachtbehandelin ontevreden blijft. Dan Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

14 is het aan de Nationale ombudsman om objectief en onpartijdi een oordeel te even en eventueel een aanbevelin te formuleren. Maar wanneer een klacht intern oed en tot tevredenheid wordt afewikkeld, dan hoeft de klaer niet meer naar de Nationale ombudsman. Die situerin van de Nationale ombudsman in de tweede lijn is niet nieuw. Op 1 juli 1989, tien jaar voor de inwerkintredin van het interne klachtrecht van hoofdstuk 9 van de Awb, is het zoenoemde kenbaarheidsvereiste in de Wet Nationale ombudsman eïntroduceerd. Voordat een klacht bij de Nationale ombudsman kon worden inediend, moest de klaer zijn rieven aan het betrokken bestuursoraan kenbaar hebben emaakt, zodat het bestuursoraan op deze wijze in de eleenheid werd esteld daarop zijn zienswijze te even. Hoewel de introductie van het kenbaarheidsvereiste mede werd ineeven door overweinen van zeefwerkin en werklastverminderin voor de Nationale ombudsman, werd in de memorie van toelichtin ook aandacht besteed aan het belan van een directe lijn tussen de klaer en het bestuursoraan. Door hoofdstuk 9 van de Awb is het kenbaarheidsvereiste verder opetuid. Een bestuursoraan heeft niet laner vrijblijvend de eleenheid om op een klacht te reaeren, zijn zienswijze te even, maar is voortaan wettelijk verplicht klachten van burers behoorlijk te behandelen Klachtbehandelin in 2002 Resultaten enquête 1999 en 2002 naast elkaar Ruim driehonderd oranisaties hebben de vraenlijst eretourneerd, dat is een respons van rond de 70%. Er is sinds de enquête van eind 1999 wel iets veranderd volens de bestuursoranen die de enquête hebben inevuld. Zowel in de enquête van 1999 als in die van 2002 worden de volende zes onderwerpen verondersteld te samen of apart indicatoren te zijn voor de mate waarin invullin is eeven aan de reelin van het interne klachtrecht van hoofdstuk 9 Awb: aanweziheid van een klachtreelin; feitelijke behandelin conform hoofdstuk 9; klachtadviesprocedure; verwijzin naar de Nationale ombudsman; reistratie schriftelijk inediende klachten; publicatie ereistreerde klachten. Resultaten enquête 1999 en 2002 in percentaes Eind 1999 Medio 2002 Aanweziheid klachtreelin Feitelijke behandelin conform hoofdstuk Klachtadviesprocedure Verwijzin naar de Nationale ombudsman Reistratie schriftelijk inediende klachten Publicatie ereistreerde klachten Met betrekkin tot de eerste vijf onderwerpen valt zonder meer te concluderen dat sprake is van een voortschrijdende implementatie. Met het zesde onderwerp, publicatie van ereistreerde klachten, is iets opmerkelijks aan de hand: in 2002 blijkt een eriner percentae van de bestuursoranen te voldoen aan de wettelijke plicht tot publicatie van de ereistreerde klachten dan in 1999 het eval was. Het percentae eind 1999 lijkt eflatteerd, want in 1999, zes maanden na de inwerkintredin van hoofdstuk 9, was niemand no daadwerkelijk met publicatie bezi. Nu, een aantal jaren later, blijkt hier toch een fors probleem te lien. Bestuursoranen hebben het er moeilijk mee. Verder uitesplitst ziet het beeld er als volt uit: Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

15 Percentae bestuursoranen dat stelt dat klachten worden ereistreerd en dat ereistreerde klachten worden epubliceerd, per cateorie bestuursoranen, medio 2002 Reistratie medio 2002 Publicatie medio 2002 Ministerie Provincie Gemeente Waterschap Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen Bedrijfs- of productschap Kamer van Koophandel Zorverzekeraar Zelfstandi bestuursoraan De verplichtin tot reistratie en publicatie van artikel 9:12a Awb is bij amendement toeevoed. Doel van het artikel is volens de toelichtin op het amendement: versterkin van het structureel leerproces voor bestuursoranen en het leveren van een bijdrae aan transparantie van en controle op bestuursoranen. Blijkens de parlementaire behandelin behoeven klachten niet letterlijk en interaal te worden epubliceerd. Omwille van de privacy van burers kunnen klachten eanonimiseerd worden epubliceerd. Er zijn ook een vormvereisten ten aanzien van de publicatie. De vorm kan een jaarversla zijn, maar publicatie op internet is eveneens moelijk, zoals bijvoorbeeld het Ministerie van Financiën doet. Zoveel is duidelijk: het aat bij de publicatie niet enkel om kwantitatieve eevens (aantal klachten, hoeveel erond/niet erond, etc.), maar vooral ook om kwalitatieve aanduidinen: waarover en over welke diensten wordt nu het meest eklaad. Die informatie is uit overweinen van transparantie en leren van emaakte fouten ook het meest interessant. Maar het doet kennelijk no veel pijn om die informatie open en bloot te publiceren. Behandelin mondeline klachten Klachten kunnen zowel mondelin als schriftelijk worden inediend. Als alemene reel eldt dat het bestuur moet zoren voor een behoorlijke afdoenin van die klachten. Bij een mondelin inediende klacht kan het even van ophelderin of het aanbieden van verontschuldiinen vaak al een oede reactie zijn. In de enquête 2002 is per bestuurscateorie het eien oordeel van bestuursoranen evraad over de mate waarin zij zordraen voor een behoorlijke behandelin van mondeline klachten. Oordeel over behoorlijke behandelin mondeline klachten per cateorie bestuursoranen, medio 2002, in procenten Goed Kan beter Niet oed Ministerie Provincie Gemeente Waterschap Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen Bedrijfs- of productschap Kamer van Koophandel 92 8 Zorverzekeraar Zelfstandi bestuursoraan In totaal is 79 procent van de bestuursoranen van menin dat van een behoorlijke behandelin van mondeline klachten sprake is. Neentien procent vindt dat het in ieder eval beter kan. Twee procent beantwoordt de vraa ontkennend, waarbij de waterschappen het meest kritisch zijn Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

16 ten aanzien van hun oordeel over al dan niet behoorlijke behandelin van mondeline klachten. Een belanrijke reden die door één waterschap daarvoor wordt opeeven is, dat mondeline klachten niet altijd op de juiste plek komen. Informele klachtbehandelin Ook bij schriftelijk inediende klachten kan een snelle en informele wijze van behandelen aanewezen zijn. Bij het ontwerpen van de reelin van het interne klachtrecht heeft ook voorop estaan dat nodeloze formaliserin of bureaucratiserin moet worden vermeden. Voorop staat de informele klachtbehandelin. Formele klachtbehandelin ook wanneer de klacht schriftelijk is inediend kan achterwee blijven als lans informele we naar tevredenheid aan de klacht teemoet is ekomen. De wetever schrijft niet voor dat een derelijke oplossin schriftelijk moet worden bevestid, maar zet wel dat het verstandi kan zijn dat het bestuursoraan de klaer schriftelijk meedeelt er vanuit te aan dat de klacht naar tevredenheid is afehandeld. Op die manier kan worden voorkomen dat een verschil van menin hierover pas veel later blijkt. De praktijk bij de verschillende cateorieën bestuursoranen laat het volende beeld zien: Schriftelijke bevestiin oplossin naar tevredenheid per cateorie bestuursoranen, in procenten Medio 2002 Ministerie 87 Provincie 91 Gemeente 79 Waterschap 83 Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen 67 Bedrijfs- of productschap 67 Kamer van Koophandel 73 Zorverzekeraar 84 Zelfstandi bestuursoraan 75 In totaal beantwoordt slechts 77% van de respondenten de vraa of een informele oplossin schriftelijk wordt bevestid, positief. De reden waarom 23% dat niet doet, is juist veelal eleen in de omstandiheid dat de an van zaken een informeel karakter draat. De schriftelijke bevestiin zou aan dat informele karakter weer afbreuk kunnen doen, c.q. overbodi zijn. Toch komt een schriftelijke bevestiin van een informele oplossin juist de duidelijkheid voor de klaer ten oede. Elke informele afdoenin is op ieder moment moelijk, mits het maar ebeurt tot tevredenheid van de klaer. Vaak wordt al direct na binnenkomst van de klacht telefonisch contact openomen met de klaer om te proberen ophelderin of enoedoenin te verschaffen. Het kan ook zijn dat het bestuursoraan reeds op het eerste ezicht van oordeel is dat de klacht erond is. Dan kan met een briefje waarin de klacht erond wordt verklaard en excuses worden aaneboden, worden volstaan. Als de klaer daarmee tevreden is, is de klacht afedaan en behoeft er een enkele procedurele stap meer te volen. De wetever aat ervan uit dat het aan de klaer zelf is om aan te even dat hij niet tevreden is. Het bestuursoraan doet er dan ook oed aan bij informele afdoenin van de klacht de klaer een briefje te sturen waarin het aaneeft ervan uit te aan dat de klacht nu naar tevredenheid is opelost en waarin de klaer wordt uitenodid binnen een bepaalde termijn te reaeren ineval hij met de afhandelin niet tevreden is. Reaeert de klaer niet, dan kan de klachtbehandelin worden beëindid en het dossier esloten. Geeft de klaer daarenteen aan niet tevreden te zijn, dan zal zijn klacht verder moeten worden behandeld overeenkomsti hoofdstuk 9 van de Awb. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

17 Formele klachtbehandelin Wat betreft de formele behandelin van klachten stelt hoofdstuk 9 Awb een aantal eisen. Als we aan de hand van deze vereisten kijken naar de praktijk van de klachtbehandelin dan komt uit de enquête 2002 het volende beeld naar voren: Aantal en percentae bestuursoranen dat in de praktijk zet te voldoen aan de afzonderlijke bepalinen over de behandelin van klaaschriften in hoofdstuk 9 Awb Wettelijke voorschriften Ja Nee % dat voldoet Schriftelijke bevestiin ontvanst klaaschrift Behandelin door niet betrokken persoon Kennisevin niet-behandelin binnen 4 weken Afschrift klaaschrift aan aaneklaade Geleenheid stellen te worden ehoord Versla maken van het horen Afhandelin binnen zes/tien weken Klaer in kennis stellen van onderzoeksbevindinen Kennisevin moelijkheid klaen bij No Reistratie schriftelijk inediende klachten Publicatie ereistreerde klachten Naast de kwestie van publicatie van ereistreerde klachten zitten de pijnpunten vooral in de afhandelinstermijn en in de verwijzin naar de Nationale ombudsman aan het einde van de interne klachtbehandelin. In iets mindere mate levert ook de verplichtin om van het horen een versla te maken no problemen op. De hoorplicht zelf daarenteen scoort redelijk oed, emiddeld 95%. Uitesplitst zijn er wel verschillen: Voldoen aan hoorplicht per cateorie bestuursoranen, in procenten Ministerie 94% Provincies 100% Gemeenten 99% Waterschappen 90% Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen 90% Bedrijfs- of productschap 93% Kamers van Koophandel 100% Zorverzekeraars 84% Zelfstandie bestuursoranen 89% Toch doen zich in de praktijk wel problemen voor. Is bijvoorbeeld aan de hoorplicht voldaan door de klaer een antwoordformulier toe te sturen waarop de klaer kan aaneven of hij/zij al dan niet ehoord wil worden? Uit de enquête blijkt dit praktijk te zijn bij met name bepaalde UWVonderdelen, SVB-kantoren en zorverzekeraars. Op zichzelf lijkt het met de hoorplicht wel verenibaar dat door middel van een antwoordformulier wordt evraad of de indiener van een schriftelijke klacht daarover wenst te worden ehoord. Maar op rond van de jurisprudentie met betrekkin tot de verelijkbare hoorplicht in bezwaar ma het bieden van de eleenheid zich te laten horen niet afhankelijk worden emaakt van een niet in de wet voorziene formaliteit, zoals het binnen een bepaalde termijn (telefonisch) reaeren op de vraa van het bestuursoraan aan betrokkene of hij ehoord wil worden. Met andere woorden: reaeert de klaer niet op het antwoordformulier dan ontheft dat het bestuursoraan niet van de verplichtin de klaer uit te nodien voor een hoorzittin. Het ma niet zo zijn dat het horen afhankelijk wordt emaakt van een extra handelin van de klaer. Het initiatief moet altijd bij het bestuursoraan lien. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

18 Conclusie De bestuursoranen die de vraenlijst hebben inevuld, lijken in ieder eval van menin dat zij met de implementatie van hoofdstuk 9 van de Awb op de oede we zijn. Een belanrijke uitzonderin vormt de verplichtin tot publicatie van ereistreerde klachten. Op de één na laatste plaats staat de afhandelinstermijn. Zo n 15% van de eënquêteerden laat weten deze termijnen niet te halen. Dertien procent van de bestuursoranen laat na klaers in kennis te stellen van de moelijkheid te klaen bij de Nationale ombudsman en 10% van de bestuursoranen laat na een versla te maken van het horen. Aan de overie voorschriften van hoofdstuk 9 Awb wordt door 92% of meer van de bestuursoranen naar eien zeen voldaan. Wel komt uit de enquête naar voren dat de wijze waarop sommie bestuursoranen invullin even aan de hoorplicht niet in overeenstemmin is met de Awb. En ook de aanbevelin van de wetever om een informele oplossin van een klacht steeds schriftelijk te bevestien wordt maar door 77% van de respondenten opevold. Ten slotte, het belan dat de Nationale ombudsman hecht aan interne klachtbehandelin heeft ertoe eleid dat de Nationale ombudsman sinds 1 januari 2002 in beinsel een onderzoek meer instelt vóórdat het interne klachtbehandelinstraject is doorlopen, ook al voldoet de klacht wel aan het kenbaarheidsvereiste en is zij dus wel aan het bestuursoraan vooreled. Het bestuursoraan dat de klacht niet zelf overeenkomsti hoofdstuk 9 Awb heeft opepakt krijt als het ware een herkansin (verder Jaarversla 2001, blz. 36 e.v.). Blijkens de enquête heeft dit herkansinsbeleid een extra impuls eeven. Bij 10% van de bestuursoranen heeft het eleid tot nadere aanpassin van de klachtenreelin aan hoofdstuk 9 Awb en 8% heeft de feitelijke klachtbehandelin aanepast. Daarnaar evraad even de bestuursoranen die met het herkansinsbeleid zijn econfronteerd aan, dat de reden waarom interne klachtbehandelin in een concrete zaak achterwee is ebleven, eleen is in het feit dat de oranisatie de brief of het mondelin verzoek niet als klacht heeft herkend. Klachtherkennin blijkt het rote knelpunt bij het daadwerkelijk toepassin even aan het interne klachtrecht. Door het herkansinsbeleid krijt een bestuursoraan de eleenheid een niet herkende klacht alsno overeenkomsti hoofdstuk 9 Awb intern te behandelen Evaluatie Herkansin Herkansin Zoals ezed, volt de Nationale ombudsman met inan van 1 januari 2002 ten aanzien van bestuursoranen een nieuwe werkwijze. Deze werkwijze eldt voor zaken waarin, voorafaand aan de indienin van het verzoekschrift bij de Nationale ombudsman, een interne klachtbehandelin overeenkomsti hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) heeft plaatsevonden. Dit terwijl de klaer zijn klacht wel heeft vooreled aan het betrokken bestuursoraan en in die zin heeft voldaan aan het kenbaarheidsvereiste inevole de Wet Nationale ombudsman. Tot deze bijstellin van de werkwijze is besloten vanwee het belan van interne klachtbehandelin voor het herstel van het vertrouwen van de burer in de overheid. Daarnaast stelt de Nationale ombudsman vast dat in een aanzienlijk deel van de evallen waarin een verzoekschrift in aanmerkin komt voor een onderzoek door de Nationale ombudsman, bestuursoranen de klacht niet eerst overeenkomsti de interne klachtprocedure van hoofdstuk 9 Awb hebben behandeld. Dat aat in teen de bedoelin van de wetever, die voor oen heeft ehad dat een onderzoek van de Nationale ombudsman in beinsel steeds vooraf wordt eaan door interne klachtbehandelin. Daarom is ezocht naar moelijkheden om te bereiken dat een volledi onderzoek van de Nationale ombudsman Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

19 als reel niet eerder plaatsvindt dan nadat de interne klachtprocedure is doorlopen. De nieuwe werkwijze is erop ericht om in zoveel moelijk evallen waarin interne klachtbehandelin ten onrechte achterwee is ebleven te bereiken dat dit alsno ebeurt (herkansin). Vanaf 1 januari 2002 stuurt de Nationale ombudsman in beinsel steeds als eerste stap in zijn onderzoeksproces een kopie van het verzoekschrift naar het bestuursoraan, wanneer de klaer op toereikende wijze (schriftelijk of mondelin) aan het kenbaarheidsvereiste heeft voldaan en ontvankelijk is in zijn verzoekschrift, maar het bestuursoraan zijn klacht desondanks niet als klacht heeft behandeld. Het bestuursoraan wordt daarbij verzocht alsno zor te draen voor behandelin van de klacht van verzoeker overeenkomsti de bepalinen van hoofdstuk 9 van de Awb. Bij de toezendin van het verzoekschrift aan het bestuursoraan wordt evraad om de Nationale ombudsman binnen twee weken te laten weten of deze interne klachtbehandelin alsno zal plaatsvinden. De Nationale ombudsman vraat het bestuursoraan nadrukkelijk om verzoeker zo spoedi moelijk, maar in ieder eval binnen de termijn als bedoeld in artikel 9:11 van de Awb in kennis te stellen van de bevindinen van het onderzoek naar de klacht en van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt, onder elijktijdie toezendin van een afschrift aan de Nationale ombudsman. Uiteraard kan ook in deze nieuwe werkwijze de interne klachtbehandelin overeenkomsti artikel 9:5 van de Awb worden estaakt zodra het bestuursoraan naar tevredenheid van de klaer aan diens klacht teemoet is ekomen. Ook wanneer zich dat eval voordoet, dient het bestuursoraan de Nationale ombudsman daarvan meteen in kennis te stellen. Op het Bureau Nationale ombudsman wordt nauwlettend bewaakt dat het bestuursoraan ook daadwerkelijk een afschrift stuurt van de klachtafhandelinsbrief aan de klaer. Wanneer een derelijk afschrift uitblijft, zal het bestuursoraan om ophelderin worden evraad. In elke zaak waarin het bestuursoraan de eleenheid wordt eboden alsno de interne klachtprocedure te volen wordt elijktijdi de klaer over deze werkwijze en de verdere procedure eïnformeerd. Naast de interne controle bij het Bureau Nationale ombudsman op de ontvanst van afhandelinsberichten, wordt ook de klaer er met nadruk op ewezen dat hij de Nationale ombudsman kan vraen alsno een onderzoek in te stellen wanneer het bestuursoraan zijn klacht niet tijdi of niet naar zijn tevredenheid afhandelt. Vooralsno eldt de nieuwe werkwijze niet voor de bestuursoranen op het terrein van de politie, in afwachtin van de inwerkintredin van hoofdstuk 9 Awb voor het politieveld. Ook voor bestuursoranen op de andere beleidsterreinen waarop hoofdstuk 9 Awb no niet in werkin is etreden (onderwijs, evaneniswezen en tbs, justitiële jeudinrichtinen, de reclasserin) en de beleidsterreinen waarop de Wet klachtrecht cliënten zorsector, de Wet bijzondere opneminen en psychiatrische ziekenhuizen en de Wet op de jeudhulpverlenin van toepassin zijn, wordt no ewacht met het invoeren van de nieuwe werkwijze. Evaluatie In 2002 zijn 953 zaken overeenkomsti deze nieuwe werkwijze aan de bestuursoranen vooreled met het verzoek alsno zor te draen voor behandelin van de klacht van verzoeker overeenkomsti de bepalinen van hoofdstuk 9 van de Awb. In 893 herkansinszaken was op 31 december 2002 bericht van het bestuursoraan ontvanen dat alsno tot interne klachtbehandelin zal worden overeaan. Op die datum stonden no 60 zaken open waarin dit bericht no niet bij de Nationale ombudsman is binnenekomen. In 770 herkansinszaken was op 31 december 2002 ook reeds een klachtafhandelinsbericht ontvanen. Het herkansinsbeleid is erop ericht dat alsno op korte termijn tot Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

20 interne klachtafhandelin wordt overeaan en dat zo spoedi moelijk, doch in ieder eval binnen de termijnen van artikel 9:11 Awb klachtafhandelin plaatsvindt. De evaluatie dient daarom antwoord te even op de vraa in hoeverre bestuursoranen alsno met interne klachtbehandelin instemmen (en dat de Nationale ombudsman binnen veertien daen laten weten) en op de vraa binnen welke termijnen na het verzoek van de Nationale ombudsman klachtafhandelin plaatsvindt. In slechts zeventien zaken (minder dan 2%) heeft het verzoek van de Nationale ombudsman om de klacht alsno overeenkomsti de bepalinen van hoofdstuk 9 Awb te behandelen, niet tot een derelijke klachtbehandelin eleid. In naenoe al deze zaken bleek daarvoor een oede reden aanwezi te zijn, bijvoorbeeld omdat inmiddels op afdoende wijze aan de klacht was teemoetekomen, dan wel omdat de klacht alsno als niet-ontvankelijk diende te worden aanemerkt. Slechts in één zaak, waarin ook na rappel iedere reactie op het verzoek achterwee bleef, is de Nationale ombudsman zelf tot onderzoek overeaan, heteen uiteindelijk eleid heeft tot rapport 2002/389. Wat betreft de termijn waarbinnen bestuursoranen hebben ereaeerd op het verzoek van de Nationale ombudsman om klachtbehandelin overeenkomsti de bepalinen van hoofdstuk 9 Awb, doet zich het volende beeld voor: Termijn waarbinnen bestuursoranen hebben ereaeerd op het verzoek van de Nationale ombudsman om klachtbehandelin conform hoofdstuk 9 Awb totaal aantal herkansinszaken reactie ontvanen < 14 daen na herkansinsverzoek in % reactie ontvanen > 14 daen na herkansinsverzoek in % % 26% Verder uitesplitst naar werkvelden ziet het beeld er als volt uit: Termijn waarbinnen bestuursoranen hebben ereaeerd op het verzoek van de Nationale ombudsman om klachtbehandelin conform hoofdstuk 9 Awb, inedeeld naar werkterrein totaal aantal herkansinszaken werkterrein reactie ontvanen < 14 daen na herkansinsverzoek in % % ja nee 893 emeenten 11% 82% 18% financiën* 6% 67% 33% IB-roep 3% 100% vreemdelinenzaken** 31% 65% 35% sociale zekerheid*** 24% 77% 23% overie werkterreinen 25% 79% 21% * Ministerie en Belastindienst ** IND, Visadienst, BuiZa en COA *** UWV, CWI en SVB Met betrekkin tot de vraa in hoeverre bestuursoranen op verzoek van de Nationale ombudsman alsno met interne klachtbehandelin instemmen kan de conclusie een andere zijn dan dat die bereidheid (op één uitzonderin na) volledi is. Voor zover op het verzoek afwijzend werd ereaeerd la daaraan steeds een oede reden ten rondsla. De reactietermijn van veertien daen werd in bijna een kwart van de evallen niet ehaald, waarbij met name opvalt dat op de terreinen van vreemdelinenzaken en financiën beneden emiddeld werd escoord. Het Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

21 bewaken van de reactietermijn van veertien daen zal dan ook voor de toekomst aandacht blijven vraen. Wat betreft de vraa naar de klachtafhandelinstermijn in die zaken waarin de Nationale ombudsman in 2002 een afhandelinsbericht heeft ontvanen, is het beeld als volt: Termijn waarbinnen de klachtafhandelinsberichten van bestuursoranen zijn ontvanen erekend vanaf het moment van het verzoek van de Nationale ombudsman om klachtbehandelin conform hoofdstuk 9 Awb totaal aantal klachtafhandelinsberichten na verzoek om herkansin is afhandelinsbericht ontvanen in de periode 0 4 weken 5 8 weken 9 12 weken weken > 17 weken % 31% 7% 3% 12% Uitsplitsin naar de verschillende werkterreinen levert het volende beeld op: Termijn waarbinnen de klachtafhandelinsberichten van bestuursoranen zijn ontvanen erekend vanaf het moment van het verzoek van de Nationale ombudsman om klachtbehandelin conform hoofdstuk 9 Awb, inedeeld naar werkterrein totaal aantal klachtafhandelinsberichten werkterrein na verzoek om herkansin is afhandelinsbericht ontvanen in de periode 0 4 weken 5 8 weken 9 12 weken weken >17 weken 770 emeenten 42% 22% 15% 9% 12% financiën* 53% 40% 2% 5% IB-roep 52% 44% 4% vreemdelinenzaken** 49% 42% 2% 1% 6% sociale zekerheid*** 49% 25% 5% 5% 16% overie werkterreinen 43% 23% 13% 3% 18% * Ministerie en Belastindienst ** IND, Visadienst, BuiZa en COA *** UWV, CWI en SVB Beide bovenstaande tabellen even aan dat emiddeld in 47% van de herkansinszaken bestuursoranen in staat zijn om na het verzoek van de Nationale ombudsman klachten alsno zeer snel tot snel binnen vier weken intern af te handelen en de Nationale ombudsman een kopie van het afhandelinsbericht te sturen. 78% van de herkansinszaken wordt binnen acht weken afedaan. Uitsplitsin naar de verschillende werkterreinen laat in dit opzicht een rote afwijkinen zien, zij het dat de emeenten duidelijk beneden het emiddelde scoren. Mede ezien de beslistermijnen van artikel 9:11 Awb kan dan ook worden esteld dat de meeste klachten zo spoedi moelijk (47%), doch in ieder eval binnen de termijnen van artikel 9:11 Awb ( =85%) in herkansin worden afehandeld. Problemen doen zich evenwel voor bij emeenten waar het percentae klachten dat eerst na dertien weken (9%) dan wel na zeventien weken (12%) wordt afehandeld, opvalt. Ook de percentaes klachtafhandelin na zeventien weken op de terreinen sociale zekerheid (16%) en overie (18%) zijn zorwekkend. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

22 Conclusie De evaluatie eeft de Nationale ombudsman de overtuiin dat het herkansinsbeleid moet worden voortezet en dat de herkansin tot de vaste werkmethoden moet worden erekend. De bereidheid van bestuursoranen om aan het herkansinsbeleid mee te werken is optimaal en klachten van burers worden na het verzoek van de Nationale ombudsman tot interne klachtbehandelin in 85% van alle herkansinszaken alsno binnen twaalf weken afehandeld en in 47% zelfs binnen vier weken. Ook al zou het herkansinsbeleid in bepaalde evallen leiden tot een erine verlenin van de termijn voor interne klachtbehandelin, dan no overstijt het belan van interne klachtbehandelin voor herstel van de vertrouwensrelatie tussen burer en overheid dit eventuele nadeel. Wel blijven het voldoen door bestuursoranen aan het verzoek om binnen veertien daen te reaeren, als ook het voldoen aan de uitnodiin om uiterlijk binnen de termijnen van artikel 9:11 Awb alsno tot klachtafhandelin over te aan zeker bij bepaalde bestuursoranen de verscherpte aandacht van de Nationale ombudsman vraen. Aandachtspunt blijft verder de wijze waarop burers/verzoekers het herkansinsbeleid ervaren. In 2003 zullen verzoekers ook hierop worden bevraad in een klanttevredenheidsonderzoek Klachtbehandelin in rapporten Als externe klachtinstantie, naar wie op rond van artikel 9:12, tweede lid, Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) aan het einde van de interne klachtprocedure moet worden verwezen, eeft de Nationale ombudsman in de tweede lijn niet alleen een oordeel over de edrain van het bestuursoraan waarover wordt eklaad, maar beoordeelt hij ook de wijze waarop het bestuursoraan de klacht intern heeft behandeld. Op deze wijze kan hij de kwaliteit van de interne klachtbehandelin en de nalevin van hoofdstuk 9 van de Awb bevorderen. De rapporten van de Nationale ombudsman over klachtbehandelin zijn medebepalend voor de interpretatie van de verschillende bepalinen van hoofdstuk 9 van de Awb. In deze pararaaf wordt in voelvlucht aaneeven in hoeverre de interpretatie van bepalinen van hoofdstuk 9 Awb in rapporten aan de orde is eweest. Artikel 9:1 Awb De Awb eeft in artikel 9:1, eerste lid, een definitie van het berip «klacht». De Wet Nationale ombudsman (verder WNo) omschrijft het berip klacht evenmin. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties af tijdens de behandelin in de Tweede Kamer een neatieve omschrijvin van het berip: «Alles wat een bezwaar is, zal in beinsel een klacht zijn» (Handelinen TK, 5 november 1998, blz ). Hij voede daaraan toe dat het niet aan de burer moet zijn, maar aan het bestuur om te beoordelen of er sprake is van een klacht of een bezwaar. Omekeerd, als een brief van een burer uitdrukkelijk als een verzoek om schadeveroedin wordt epresenteerd, kan het bestuursoraan in redelijkheid besluiten dat het hier een klacht betreft (rapport 2002/169, 7A.17.3). Klachten moeten betrekkin hebben op de wijze waarop het bestuursoraan zich «in een bepaalde aaneleenheid» jeens de klaer of een ander heeft edraen. Onder «edraen» is overiens mede een nalaten berepen. Met deze formulerin van artikel 9:1, wordt de reikwijdte van hoofdstuk 9 Awb op soortelijke wijze omschreven als in artikel 12 WNo. Alemene klachten over het beleid of de beleidsuitvoerin in het alemeen hebben een betrekkin op een bepaalde aaneleenheid jeens iemand en vallen derhalve buiten het bereik van hoofdstuk 9 (Kamer- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

23 stukken II 1997/98, , nr. 3, blz. 12/13). Dit betekent dat klachten over het beleid of over reelevin niet onder de reikwijdte van hoofdstuk 9 Awb vallen en het door verzoeker bestreden raadsbesluit kan dan ook niet worden aanemerkt als een edrain van een bestuursoraan in een bepaalde aaneleenheid jeens verzoeker (rapport 2002/214, verder ). Op rond van artikel 9:1, tweede lid, Awb worden edrainen van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursoraan, aanemerkt als edrain van dat bestuursoraan (zie ook rapport 2001/226, JB 2001, 265: handelin verzekerinsarts is edrain Gak). Deze toerekenin ma er evenwel niet toe leiden dat een klacht niet-ontvankelijk wordt verklaard, wanneer deze niet tot een of meer ambtenaren kan worden herleid (rapport 2002/064, verder 7A.17.3). Artikel 9:4 Awb De procedure van afdelin 9.2 Awb behoeft slechts evold te worden indien sprake is van schriftelijk inediende klachten die aan de vereisten van artikel 9:4 Awb voldoen. In rapport 2000/284 (JB 2000, 293) heeft de Nationale ombudsman evenwel aaneeven dat een brief die een edrain betreft van een ander bestuursoraan dan het eadresseerde een klacht is in de zin van artikel 9:4 Awb. Gezien het estelde in artikel 9:4, tweede lid, aanhef en onder c, Awb behoeft een in alemene bewoordinen estelde klacht niet in behandelin te worden enomen (rapport 2002/026, JB 2002, 110). Artikel 9:5 Awb Artikel 9:5 Awb beoot overbodie bestuurslasten teen te aan door bestuursoranen zo veel moelijk ruimte te bieden voor een snelle en informele klachtafhandelin. Op elk moment van de procedure van afdelin 9.2 kan de verplichtin tot het verder toepassen van de reels van deze afdelin vervallen, indien de klaer tevreden is over de wijze waarop het bestuursoraan aan zijn klacht is teemoetekomen. Die tevredenheid behoeft niet op een bepaalde manier te blijken, maar de memorie van toelichtin stelt wel dat bij onzekerheid over de vraa of zij aanwezi was, het bestuursoraan moet kunnen aantonen dat daarvan sprake was. Het aat om de vraa of de klaer tevreden was, en niet of hij naar het oordeel van het bestuursoraan tevreden had behoren te zijn (rapport 2000/374, AB 2001, 143; JB 2001, 43). Het bestuursoraan ma de tevredenheid van een klaer niet aannemen op rond van het feit dat het zelf overtuid is van de adequaatheid of redelijkheid van de eien reactie op de klacht (rapport 2002/321, verder 19B.1.3.3; rapporten 2002/202 en 275, verder ). Naast deze rapporten zijn in het verslajaar no de volende rapporten voor de interpretatie van artikel 9:5 van belan. Na het teemoet komen aan één klachtonderdeel kan niet worden aanenomen dat de behandelin van de overie klachtonderdelen achterwee kon blijven (rapport 2002/334, verder 9.3.1). Indien een beslissin wordt enomen voordat een klacht over het uitblijven van die beslissin is afehandeld, is er weliswaar niet laner reden tot klaen over het uitblijven van die beslissin, maar daarmee behoeft het onenoeen over de termijnoverschrijdin no niet te zijn weenomen (rapport 2002/001, verder 12A.3 en het hiervóór enoemde rapport 2002/334, verder 9.3.1). Artikel 9:6 Awb Op rond van artikel 9:6 Awb dient het bestuursoraan de ontvanst van de (schriftelijke) klacht schriftelijk te bevestien (rapport 2002/279, verder 10A.2.1.4). Schriftelijke ontvanstbevestiin dient de rechtszekerheid. Het tijdstip van ontvanst van de klacht is immers van belan voor de termijnen van behandelin van artikel 9:11 Awb. De verplichtin tot het versturen van een ontvanstbevestiin vervalt zodra het bestuursoraan Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

24 naar tevredenheid van de klaer aan diens klacht teemoet is ekomen. Komt het bestuursoraan per ommeaande aan de klacht teemoet, dan kan een ontvanstbevestiin achterwee blijven. Een reactie na ruim één week is echter niet zodani kort te noemen dat kan worden esproken van een reactie per ommeaande. De ontvanstbevestiin dient dan ook kort na de ontvanst te worden verzonden (rapport 2000/374, AB 2001, 143; JB 2001, 43). In rapport 2002/366 (verder 10A.2.1.4) was de ontvanstbevestiin pas acht maanden na ontvanst van de klacht verzonden. Artikel 9:7 Awb Voor de ehele behandelin eldt dat dit niet ma eschieden door deene die betrokken is eweest bij de edrain waarop de schriftelijke klacht betrekkin heeft (artikel 9:7 Awb). Veelvuldi komt de Nationale ombudsman tot de conclusie dat artikel 9:7 Awb is eschonden, bijvoorbeeld rapport 2000/374, AB 2001, 143; JB 2001, 43 (behandelend ambtenaar van de brief waarover wordt eklaad, is tevens de klachtbehandelaar); rapport 2002/151, 10A (ambtenaar die klachtafdoeninsbrief heeft ondertekend, heeft ook verzoek om aanvullend ehoor afewezen waarover wordt eklaad evenals de beschikkin waarbij het asielverzoek is afewezen); rapport 2002/408, 13A.2.8 (uitnodiin hooresprek door een van de ambtenaren die betrokken is eweest bij de edrain waarover wordt eklaad); rapport 2002/118, 16B.1.2 (klacht over hoofd medische zaken door dit hoofd zelf behandeld); rapport 2002/219, 19A.2 (klacht over het niet-horen tijdens bezwaar behandeld door medewerkster die de beslissin op het bezwaarschrift heeft opesteld) en rapport 2002/175, , JB 2002, 264 (klacht is behandeld door dezelfde emeenteambtenaar op wiens edrainen de klacht bij de emeente betrekkin had). Artikel 9:8 Awb Indien een klaaschrift voldoet aan de estelde vereisten, is het bestuursoraan in beinsel verplicht tot onderzoek ter zake. Artikel 9:8, eerste lid, Awb somt de evallen op waarin deze verplichtin niet eldt. Het bestuursoraan is in die evallen niet verplicht, maar wel bevoed de klacht te behandelen. Artikel 9:8, tweede lid voet afzonderlijk aan deze uitzonderinen toe de situatie waarin het belan van de klaer of het ewicht van de edrain te erin is. Het derde lid van artikel 9:8 verplicht het bestuursoraan de klaer zo spoedi moelijk, doch uiterlijk binnen vier weken van het niet in behandelin nemen van de klacht op de hoote te stellen. In die brief moet ook de reden voor het niet in behandelin nemen worden vermeld (rapport 2002/233, verder 10A.2.1.4). Een bestuursoraan ma zich er na het verstrijken van deze termijn in beinsel niet meer op beroepen dat het belan van de klaer dan wel het ewicht van de edrain kennelijk onvoldoende is (rapport 2002/301, verder ). Verschillende onderdelen van het eerste lid van artikel 9:8 zijn in de rapporten nader belicht. De jaartermijn van onderdeel b. was onderwerp van rapport 2002/271, (klachtbehandelin feitelijk opeschort in verband met externe adviserin. Na uitbrenen van het advies kon de emeente zich niet alsno op de jaartermijn beroepen). Verschillende rapporten in het verslajaar betroffen de onderdelen c. en d. van artikel 9:8, eerste lid (rapport 2002/361, verder 19A.2; rapport 2002/385, verder 19B.2.2 en rapport 2002/348, verder ). In hoeverre is een bestuursoraan bij niet tijdi beslissen ontheven van de verplichtin een klacht daarover te behandelen, omdat op rond van artikel 6:2 juncto 6:12 Awb bezwaar of beroep openstaat? De Nationale ombudsman wees er op dat hij zelf niet bevoed is om een onderzoek in te stellen, indien teen de betreffende edrain bezwaar of beroep openstaat (artikel 16, aanhef en onder c, WNo). Hierop wordt een Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

25 uitzonderin emaakt ineval het aat om bezwaar of beroep teen het niet tijdi beslissen. In die evallen is de Nationale ombudsman wel bevoed (zie de woorden «tenzij artikel 6:12 van de Awb van toepassin is» in enoemde bepalin). De meeste klachten die de Nationale ombudsman onderzoekt betreffen dan ook al jarenlan steevast klachten over het niet tijdi beslissen door bestuursoranen op een aanvraa of bezwaarschrift. Bij de inwerkintredin van hoofdstuk 9 Awb is het vanouds bestaande kenbaarheidsvereiste van artikel 12, tweede lid, Wet Nationale ombudsman (verder WNo) ewijzid: een verzoeker kan zich pas tot de Nationale ombudsman wenden nadat hij bij het betrokken bestuursoraan over de betreffende edrain een klacht heeft inediend. Als niet aan dit kenbaarheidsvereiste is voldaan, dan is de Nationale ombudsman niet verplicht om een verzoekschrift in onderzoek te nemen. Ook in de memorie van toelichtin bij hoofdstuk 9 Awb wordt benadrukt dat de procedure van interne klachtbehandelin door het bestuursoraan een voorprocedure is, die voorafaat aan de procedure bij de Nationale ombudsman. Van een zorvuldie klachtbehandelin door het bestuur zelf kan een belanrijke zeefwerkin uitaan: uiteindelijk hoeven minder klachten extern behandeld te worden. Uit deze samenhan tussen het interne klachtrecht (hoofdstuk 9 Awb) en het externe klachtrecht (WNo) volt dat, voor zover de Nationale ombudsman bevoed en verplicht is klachten over niet tijdi beslissen in behandelin te nemen, bestuursoranen niet kunnen afzien van hun bevoedheid derelijke klachten in behandelin te nemen. Volens de Nationale ombudsman is door de wetever uitdrukkelijk voorzien dat klacht en bezwaar kunnen samenlopen. Het is echter niet de bedoelin dat de klachtprocedure oneienlijk wordt ebruikt door deenen die te laat zijn met het indienen van een bezwaarschrift. Daarom is in de Awb bepaald dat de klacht niet hoeft te worden behandeld als deze na afloop van de bezwaartermijn is inediend (artikel 9:8, eerste lid, aanhef en onder c, Awb). Indien er wordt eklaad terwijl er no een bezwaarschrift kan worden inediend, dient de klacht volens de Nationale ombudsman wel deelijk te worden behandeld. Het zal dan veelal aan om klachten over het niet (tijdi) nemen van een besluit. Op rond van artikel 6:12 Awb is het bezwaar in dat eval immers niet aan een termijn ebonden. In zoverre lopen het interne klachtrecht van hoofdstuk 9 Awb en het externe klachtrecht op rond van de WNo parallel. Evenals de Nationale ombudsman dienen ook bestuursoranen klachten over het niet tijdi nemen van een besluit in behandelin te nemen, ook al staat op rond van artikel 6:12 Awb de moelijkheid van bezwaar no open. Er bestaat daarenteen op rond van de Awb een verplichtin tot het in behandelin nemen van een klacht indien teen de edrain administratief beroep of beroep bij de bestuursrechter moelijk is of is eweest (artikel 9:8, eerste lid, aanhef en onder d). Behandelin van een klacht over dezelfde edrain als waarteen beroep openstaat, lit dooraans ook niet in de rede omdat dit de beroepsprocedure zou kunnen doorkruisen. Onder omstandiheden kan een behandelin van de klacht overiens wel zinvol zijn, met name ineval niet tijdi op een bezwaarschrift is beslist. De Awb verhindert dat niet: het bestuursoraan blijft daartoe bevoed. Een oede klachtbehandelin kan dan een an naar de rechter voorkomen en ertoe leiden dat zo snel moelijk alsno een besluit op het bezwaarschrift wordt enomen. In dat eval zal de klaer veelal een behoefte meer hebben aan een verdere behandelin van zijn klacht. Naar het oordeel van de Nationale ombudsman lit ook hierin een zelfstandie rond voor bestuursoranen om daadwerkelijk ebruik te maken van de bevoedheid om klachten over het niet tijdi beslissen op bezwaar in behandelin te nemen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

26 Wat betreft het tweede lid van artikel 9:8 valt te wijzen op rapport 2002/001, 12A.3. Het bestuursoraan had een klacht buiten behandelin elaten met het arument dat klaer onvoldoende belan had bij de behandelin van zijn klacht over de behandelinsduur, omdat al op het verzoek was beslist. Volens de Nationale ombudsman kon het bestuursoraan in dit standpunt niet worden evold. Met het beslissen op het verzoek was weliswaar een verder oplopen van de termijnoverschrijdin voorkomen, maar was niet teemoet ekomen aan de klacht over de overschrijdin als zodani. Eerder (rapport 2001/065, JB 2001, 105) heeft de Nationale ombudsman al aaneeven dat een klacht niet teelijkertijd kennelijk onerond en kennelijk van onvoldoende belan of ewicht kan zijn. In het laatste eval wordt de klacht immers niet in behandelin enomen en onthoudt een bestuursoraan zich dan ook van elk oordeel over de edrain. Artikel 9:10 Awb Ook de hoorplicht van artikel 9:10 Awb is veelvuldi in rapporten aan de orde eweest. In rapport 2000/344, JB 2000, 360 heeft de Nationale ombudsman de misvattin rechtezet als zou de hoorplicht beperkt zijn tot bejeeninsklachten. Strikt enomen is in artikel 9:10, eerste lid, Awb een verplichtin tot wederhoor neereled. Het uitanspunt van hoor en wederhoor wordt door de Nationale ombudsman echter aanemerkt als beinsel van behoorlijke klachtbehandelin (rapport 1995/428, AB 1995, 597). Het beinsel van hoor en wederhoor dient dan ook bij de behandelin van een klacht consequent te worden toeepast. In het verslajaar heeft de Nationale ombudsman in verschillende rapporten (rapport 2002/111, 9.2.2; rapport 2002/364, 10A.2.1.4; rapport 2002/116, 10B.7, JB 2002, 199; rapport 2002/009, ; rapport 2002/036, 18A.2.1 en rapport 2002/026, JB 2002, 110) aaneeven dat van het uitanspunt van wederhoor slechts kan worden afeweken, indien de reactie van deene op wiens edrain de klacht betrekkin heeft eheel aansluit bij de klacht en de daarop eeven toelichtin. Dan is het niet noodzakelijk deze reactie opnieuw aan de klaer voor te leen. Wanneer deene op wiens edrain de klacht betrekkin heeft echter feitelijk verweer voert, dat wil zeen de edrain als zodani ontkent of feiten aanvoert die de edrain in een ander dalicht plaatsen, is er sprake van (nieuwe) eevens waarover de klaer zijn visie moet kunnen even. Wederhoor is dan een vereiste. In veel rapporten is de vraa aan de orde eweest in hoeverre van het horen van de klaer kan worden afezien. Op rond van het tweede lid van artikel 9:10 Awb kan alleen van het horen worden afezien in het eval dat de klacht kennelijk onerond is dan wel indien de klaer heeft verklaard een ebruik te willen maken van het recht te worden ehoord. Ten slotte volt uit de wetevinssystematiek dat het bestuursoraan ook niet behoeft te horen zodra het bestuursoraan naar tevredenheid van de klaer aan diens klacht teemoet is ekomen (artikel 9:5 Awb), dan wel indien niet is voldaan aan de ontvankelijkheidsvereisten, neereled in de artikelen 9:4 en 9:8 Awb. In rapport 2001/324, JB 2002, 18 en rapport 2002/238, 10A oordeelde de Nationale ombudsman dat een sprake was van een kennelijk oneronde klacht. In rapport 2002/102, 20B.2 was niet ebleken dat de klaer had verklaard een ebruik te willen maken van het recht om naar aanleidin van zijn klacht te worden ehoord. Het enkele feit dat het bestuursoraan de klacht erond acht en verontschuldiinen heeft aaneboden, rechtvaardit niet dat van het horen wordt afezien. Voor zover het bestuursoraan beoode om de klacht op informele wijze af te wikkelen conform artikel 9:5 Awb, was het verstandi eweest om betrokkenen mee te delen dat ervan werd uiteaan dat de klacht naar tevredenheid was opelost. Het was dan aan de klaer eweest om aan te even dat hij niet tevreden was, waarna een verdere formele afhandelin Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

27 van de klacht (inclusief het horen) had kunnen plaatsvinden (rapport 2002/344, verder 19A.2). Voor zover de klacht niet naar tevredenheid is afehandeld, ma het horen dan ook afhankelijk worden emaakt van een initiatief van de klaer? Sommie bestuursoranen vermelden óf in een klachtbrochure, óf in de ontvanstbevestiin dat klaers hun klacht desewenst mondelin kunnen toelichten, waartoe zij dan binnen een week (telefonisch) contact kunnen opnemen met het bestuursoraan. Zoals hiervóór in is aaneeven lijkt het op zichzelf wel met de hoorplicht verenibaar dat van de indiener van een schriftelijke klacht wordt evraad of hij daarover wenst te worden ehoord. Maar op rond van de jurisprudentie met betrekkin tot de verelijkbare hoorplicht in bezwaar ma het bieden van de eleenheid zich te laten horen niet afhankelijk worden emaakt van een niet in de wet voorziene formaliteit, zoals het binnen een bepaalde termijn (telefonisch) reaeren op de vraa van het bestuursoraan aan betrokkene of hij ehoord wil worden. Met andere woorden: reaeert de klaer niet, dan ontheft dat het bestuursoraan niet van de verplichtin de klaer uit te nodien voor een hoorzittin. In een tweetal rapporten (rapport 2002/142, verder 19A.2 en rapport 2002/321, verder 19B.1.3.3) heeft de Nationale ombudsman uitesproken dat het niet zo ma zijn dat het horen afhankelijk wordt emaakt van een extra handelin van de klaer. Het initiatief moet altijd bij het bestuursoraan lien. Voor het nemen van dit initiatief zijn verschillende moelijkheden: 1. het bestuursoraan nodit de klaer uit voor een hoorzittin; 2. het bestuursoraan informeert de klaer eerst over de hoorzittin en vraat de klaer om ineval hij een ebruik wil maken van zijn recht om te worden ehoord dit aan te even, heteen betekent dat de klaer wordt uitenodid voor een hoorzittin als hij niet op het verzoek reaeert; en 3. het bestuursoraan eeft bij de afhandelin van de klacht emotiveerd aan waarom er in het betreffende eval een hoorzittin heeft plaatsevonden (zie ook rapport 2002/184, verder 19A.2). Het horen kan binnen de klachtenprocedure op verschillende momenten ebeuren, te weten direct na ontvanst van de klacht of nadat de klacht eerst is onderzocht. Het voordeel van het «tweede moment» is dat dan alsno van het horen kan worden afezien als uit onderzoek blijkt dat de klacht naar tevredenheid kan worden opelost of kennelijk onerond is. Vollediheidshalve benadrukt de Nationale ombudsman in deze rapporten dat blijkens de memorie van toelichtin bij artikel 9:10 Awb ook telefonisch horen moelijk wordt eacht, mits daartoe in overle met de klaer wordt besloten (verder rapport 2002/026, JB 2002, 110). De klaer kan telefonisch worden evraad of hij afziet van een hoorzittin en enoeen neemt met telefonisch horen. Omdat de klaer zich in dat laatste eval moet kunnen voorbereiden, betekent dit dat het daadwerkelijk horen in de reel in een later telefoonesprek moet plaatsvinden. Ook kan het bestuursoraan anders dan in de bezwaarschriftprocedure (art. 7:6) eheel zelf bepalen of het ewenst is de klaer en de «aaneklaade» in elkaars aanweziheid te horen. Wanneer de klacht zich richt op een edrain van het bestuursoraan zelf (in dit eval de buremeester) kan van het horen van de buremeester als het voor klachtbehandelin verantwoordelijke bestuursoraan laat staan van het ezamenlijk horen van de klaer en het betrokken bestuursoraan een sprake zijn. De buremeester kon dan ook in haar standpunt worden evold dat er een voorschrift is dat dwint tot het ezamenlijk horen. Wel merkte de Nationale ombudsman op dat om de schijn van partijdiheid bij de behandelin van een klacht over (een lid van) een bestuursoraan te vermijden, de inschakelin van een klachtadviescommissie of -persoon in de zin van afdelin 9.3 Awb aanewezen kan zijn (rapport 2002/214, verder ). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

28 Artikel 9:11 Awb Overschrijdin van de termijnen van artikel 9:11, eerste lid, Awb is veelvuldi aan de orde (bijv. rapport 2002/279, verder 10A.2.1.4). Voor bijzondere evallen, in ecompliceerde zaken, voorziet het tweede lid van artikel 9:11 in een verdain van ten hooste vier weken. Van verdain moet wel binnen de termijnen van het eerste lid schriftelijk aan klaer mededelin worden edaan. Anders dan in de bezwaarschriftprocedure is in de klaaschriftprocedure een verder uitstel moelijk voor zover de indiener van het klaaschrift daarmee instemt (vl. art. 7:10, vierde lid). Zeker voor klachten die een uitebreid feitelijk onderzoek veren, ware het beter eweest indien de wetever wel een moelijkheid voor verder uitstel had ecreëerd (zie ook M.P. Gerrits-Janssens, Klachtrecht onder de Awb, Deventer 2001, blz. 41/42). Uit rapport 2002/366, 10A blijkt dat in de klachtreelin van de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND) wel voorzien is in de moelijkheid van verder uitstel na contact met de klaer. De wetever heeft echter deze parallel met de bezwaarschriftprocedure niet etrokken. Artikel 9:12 Awb Artikel 9:12, eerste lid, Awb verplicht het bestuursoraan om, na het afsluiten van het onderzoek, de klaer schriftelijk zijn bevindinen van het onderzoek naar de klacht en eventuele conclusies mee te delen. In verschillende rapporten overweet de Nationale ombudsman dat het een vereiste is van zorvuldie klachtafhandelin dat op alle rieven wordt ineaan (rapport 2002/319, verder 7B.11; rapport 2002/310, verder 10A en rapport 2002/121, verder 19B.1.2.3). Wanneer een klacht deels erond wordt verklaard, ma van het bestuursoraan worden evraad aan te even welk onderdeel van de klacht erond wordt eacht (rapport 2002/301, verder ). Het bestuursoraan moet zijn oordeel afdoende expliciteren en motiveren (rapport 2002/234, verder 10A.2.1.4). Naar aanleidin van een eronde klacht dient het bestuursoraan maatreelen te treffen die, elet op de aard van de edrain waarover is eklaad, passend zijn (rapport 2002/226, verder 10A.2.1.4). De klachtafdoenin kan worden emandateerd. De afdoenin het sluitstuk van de klachtbehandelin kan echter niet worden opedraen aan iemand die betrokken is eweest bij de edrain waarop de klacht betrekkin heeft. Dit volt uit artikel 9:7 (rapport 2000/374, AB 2001, 143; JB 2001, 43). Het bestuursoraan is inevole artikel 9:12, tweede lid, verplicht om bij de kennisevin van de bevindinen en de conclusies te vermelden of over de edrain no een klacht kan worden inediend bij een daartoe aanewezen persoon of collee. Reelmati moet de Nationale ombudsman constateren dat bij klachtafhandelin niet wordt ewezen op de moelijkheid om een klacht in te dienen bij een externe klachtinstantie (bijv. rapport 2002/344, verder 19A.2). Artikel 9:14 Awb Artikel 9:14 Awb bepaalt dat bij toepassin van afdelin 9.3 een persoon of commissie moet worden aanewezen die wordt belast met de behandelin van en de adviserin over klachten. De aanwijzin eschiedt volens dezelfde procedure als het van toepassin verklaren van afdelin 9.3 op rond van artikel 9:13, namelijk bij wettelijk voorschrift of afzonderlijk besluit van een bestuursoraan. In rapport 2002/153 (verder 7B.11; 19A.2; JSV 2002, 159) in de Nationale ombudsman ervan uit dat het oordeel van de toezichthouder (de officier van justitie), dat de Sociale Verzekerinsbank behoort te vraen op rond van artikel 42 van het Besluit buitenewoon opsporinsambtenaar, kan worden opevat als de behandelin van en de adviserin over de klacht conform artikel 9:14, eerste lid, Awb. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

29 Artikel 9:16 Awb Indien de conclusies van het bestuursoraan afwijken van het door de klachtadviseur of klachtadviescommissie uitebrachte advies, brent het motiverinsvereiste met zich mee dat de redenen voor de afwijkin expliciet in de conclusies worden vermeld (artikel 9:16 Awb). Tevens bestaat dan de verplichtin om het advies toe te zenden aan de klaer. In rapport 2002/309, 10A werd de motiverin voor afwijkin van het advies onvoldoende eacht. Rapport 2002/301, betrof onder andere de opmerkin van edeputeerde staten dat de klachtadviescommissie een aandacht had eschonken aan de vraa of er wellicht aanleidin was toepassin te even aan het bepaalde in artikel 9:8, tweede lid, Awb. De Nationale ombudsman achtte deze opmerkin niet juist nu edeputeerde staten zelf de termijn van vier weken na de ontvanst van de klacht hadden laten verstrijken zonder dat zij verzoeker schriftelijk hadden eïnformeerd dat en waarom zij de door hem inediende klacht niet in behandelin zouden nemen. 1.3 Onderzoek Onderzoek uit eien bewein Aanleidin De Nationale ombudsman heeft, naast het doen van onderzoek naar aanleidin van klachten, de bevoedheid om onderzoek te doen uit eien bewein. Hoe belanrijk onderzoek uit eien bewein ook is, de primaire taak van de Nationale ombudsman is en blijft het op verzoek instellen van een onderzoek naar een edrain van een bestuursoraan. Voor onderzoek uit eien bewein wordt slechts een bescheiden capaciteit, minder dan 5%, van de oranisatie inezet. In een aantal situaties maakt de Nationale ombudsman ebruik van zijn bevoedheid om onderzoek te doen uit eien bewein. Allereerst kan zich de situatie voordoen dat berichten in de media of anderszins wijzen op structurele problemen in de uitvoerinspraktijk van bestuursoranen waardoor het vermoeden rijst van een niet-behoorlijke edrain jeens natuurlijke of rechtspersonen. Wanneer na vooronderzoek dit vermoeden wordt bevestid, kan de Nationale ombudsman besluiten tot een onderzoek uit eien bewein. Het in het verslajaar afesloten onderzoek naar de wijze van uitvoerin van het verdra tussen Nederland en Marokko inzake de overbrenin van evonniste personen is hiervan een voorbeeld. Neatieve sinalen in de media en van direct betrokkenen hebben de Nationale ombudsman na vooronderzoek doen besluiten een onderzoek uit eien bewein in te stellen. Ook het lopende onderzoek naar de vraa of de rijksoverheid wel voldoende voortvarend antwoord eeft op brieven van burers, is hiervan een voorbeeld. Het sinaal van de motie-kalsbeek (Kamerstukken II , III, nr. 5) over burerbrieven heeft de Nationale ombudsman doen besluiten in aansluitin op zijn onderzoek uit 1989 (rapport 1989/975) een hernieuwd onderzoek uit eien bewein in te stellen naar de behandelin van burercorrespondentie door de Rijksdienst (Kamerstukken II , III, nr. 6). Ook in die evallen waarin de Nationale ombudsman met enie reelmaat klachten krijt over een bepaalde uitvoerinspraktijk van een overheidsinstantie, zal hij ervoor kiezen op eien initiatief een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop die instantie de desbetreffende taak uitvoert. Op deze wijze kunnen, eerder dan in een zaak waarin het onderzoek zich richt op de ervarin van één enkele burer, eventuele knelpunten aan het licht komen die de oorzaak zijn van de vele klachten. De Nationale ombudsman neemt dan niet de afzonderlijke individuele klachten in onderzoek, maar stelt een onderzoek uit eien bewein in naar het eheel van oorzaken die aanleidin zijn tot de vele klachten over de betreffende instantie. De in het verslajaar afesloten onderzoeken naar de zorverzekeraars en de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

30 toepassin van artikel 1(F) van het Vluchtelinenverdra zijn hiervan een voorbeeld. Ook het lopende onderzoek naar de achterstandsproblematiek bij de vreemdelinendiensten (verder 7A.15.2) vormt een voorbeeld van een onderzoek uit eien bewein op deze rond. Ten slotte kan het zo zijn dat in het kader van de behandelin van een individuele klacht een (meer structureel probleem) aan het licht komt, waarover de verzoeker niet heeft eklaad. De bevoedheid tot het instellen van een onderzoek uit eien bewein biedt dan de moelijkheid dit aspect toch bij de beoordelin te betrekken. De hierna vermelde ecombineerde onderzoeken illustreren het belan van deze toepassin van artikel 15 van de Wet Nationale ombudsman. Het aat daarbij met name om aspecten van interne klachtbehandelin en van nalevin van andere bepalinen van de Alemene wet bestuursrecht, zoals bijvoorbeeld met betrekkin tot de verplichtin tot rechtsmiddelenverwijzin Vooronderzoek Soms komt het niet tot een onderzoek uit eien bewein in de strikte zin van het woord, omdat tijdens het vooronderzoek al blijkt dat het bestuursoraan zelf tot onderzoek is overeaan en maatreelen ter verbeterin neemt. De problemen rond de huursubsidie zijn hiervan een voorbeeld. Het eien interne accountantsonderzoek van het Ministerie van VROM naar de problemen rond de huursubsidie en de toezein van de Minister de in het rapport edane aanbevelinen over te nemen, hebben de Nationale ombudsman vooralsno doen besluiten af te zien van een onderzoek uit eien bewein (verder 15A.3.2). Ook naar de rechtspositie van eprivileieerden (personen met een buitenlandse nationaliteit die in Nederland werkzaam zijn op ambassades en consulaire verteenwoordiinen met hun ezinsleden en personen die in Nederland werkzaam zijn voor internationale oranisaties met hun ezinsleden) werd een vooronderzoek inesteld (verder ). Als evol van de invoerin van de Koppelinswet in 1998 mochten zij niet (laner) in de Gemeentelijke basisadministratie (verder GBA) staan of worden ereistreerd, met alle evolen van dien voor aanvraa van verunninen, oproep inentinen, inschrijvin als donor, stemmen bij de emeenteraadsverkiezinen en bij de Europese verkiezinen, vervanin rijbewijs, aanvraa bankrekenin of telefoonaansluitin (na uittreksel uit de GBA) en trouwen (inschrijvin burerlijke stand). In reactie op vraen van de Nationale ombudsman zond de Minister van Buitenlandse Zaken de Nationale ombudsman een circulaire toe, waarin de Minister voor Grote Steden- en Interatiebeleid de emeenten heeft opedraen om hanende de wijziin van de Wet GBA eprivileieerden niet laner uit de GBA te verwijderen. Tevens werd daarbij een circulaire aanekondid, waarin de moelijkheid wordt openomen dat eprivileieerden reeds vóór de feitelijke wetswijziin zich weer in de GBA kunnen laten reistreren. Aan de hand van de door de Minister verstrekte informatie besloot de Nationale ombudsman een nader onderzoek in te stellen. Een ander vooronderzoek betrof de Informatie Beheer Groep (verder IB-Groep) ( 12B.1.5). Uit meeezonden correspondentie bij een verzoekschrift bleek dat in de ontvanstbevestiin van de klacht was aaneeven dat de klaer het recht had te worden ehoord en dat hij, indien hij van dat recht ebruik wilde maken, dit binnen een bepaalde termijn schriftelijk aan de IB-Groep moest laten weten. Omdat deze laatste passae met betrekkin tot het horen niet in overeenstemmin leek te zijn met de hoorplicht als bedoeld in artikel 9:10, tweede lid, Awb en met de klachtenreelin van de IB-Groep, werd dit vooreled aan de IB-Groep. In reactie daarop heeft de IB-Groep de tekst van de ontvanstbevestiin(en) aanepast. De Nationale ombudsman beschouwde het inestelde vooronderzoek vervolens als afesloten. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

31 Aferond onderzoek Artikel 1(F) Vluchtelinenverdra Op 22 april 2002 is het rapport van de Nationale ombudsman naar aanleidin van het artikel 15-onderzoek naar de behandelinsduur van asielaanvraen in zoeheten artikel 1F-zaken uitebracht (rapport 2002/110, verder 10A.2.3.5). Op basis van artikel 1F van het Vluchtelinenverdra kunnen mensen die ernstie misdrijven of mensenrechtenschendinen hebben epleed in hun land van herkomst, worden uitesloten van de beschermin van dat Verdra en kan hun de toean tot Nederland worden eweierd. De Nationale ombudsman overweet dat een derelijke beslissin zorvuldi onderzoek vereist. Dit laat echter onverlet dat de wettelijke beslistermijnen in acht moeten worden enomen. Het is van belan voor de betrokken vreemdelin om zo snel moelijk te weten waar hij aan toe is. De Nationale ombudsman benadrukt echter dat in deze zaken ook het alemeen belan ediend is bij een voortvarende afhandelin: de kans op succesvolle vervolin neemt af naarmate de tijd verstrijkt, de Nederlandse openbare orde en veiliheid komen in het edin en vreemdelinen die hier al asiel hebben ekreen moen niet econfronteerd worden met personen van wie zij in hun land van herkomst te vrezen hadden. De voorraad aanvraen bij de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND) is constant opelopen van 25 in oktober 1999 (eindvoorraad 1999 was 866) tot 1800 in auustus Het 1F-projectteam, belast met de behandelin van deze zaken, is er bij lane na niet in eslaad de eldende wettelijke beslistermijnen na te leven. Voor de aanvraen om toelatin eldt een beslistermijn van zes maanden. Halverwee 2001 is de doorlooptijd echter opelopen tot derti maanden, een overschrijdin van twee jaar. De doorlooptijden van bezwaarprocedures waren in 2001 ruim 22 maanden. Hiervoor kent de wet een termijn van veertien weken. Een belanrijke oorzaak voor de aanzienlijke overschrijdin van de wettelijke beslistermijnen lit in de overdracht van 1F-zaken door de reionale IND-directies aan het 1F-projectteam, een werkeenheid van de IND waar de behandelin van alle 1F-zaken is econcentreerd. De wettelijke beslistermijnen zijn vaak al ruimschoots verstreken voordat het 1F-projectteam de zaken in behandelin krijt. De Nationale ombudsman vindt dit een ernstie tekortkomin in de oranisatie van het werk van de IND. Daarnaast heeft de IND een inschattinsfout emaakt ten aanzien van de verwachte instroom van nieuwe zaken. Het aanbod nieuwe aanvraen en bezwaarzaken is steeds veel hoer ebleken dan verwacht. De Nationale ombudsman constateert verder dat de omvan van het 1F-projectteam niet in relatie staat tot de hoeveelheid te behandelen zaken. Een andere vertraende factor is de plannin van een aanvullend ehoor. Meestal is een aanvullend ehoor van de betrokken vreemdelin noodzakelijk om een zorvuldie beslissin te kunnen nemen in een 1F-zaak. Uit het onderzoek van de Nationale ombudsman blijkt dat het al snel twee tot drie maanden duurt voordat een aanvullend ehoor daadwerkelijk plaatsvindt. Op een beslistermijn van zes maanden is deze termijn te lan. De betrokken vreemdelin wordt door de IND eïnformeerd op het moment dat zijn zaak wordt overedraen aan het 1F-projectteam. De Nationale ombudsman vindt het niet behoorlijk dat betrokkenen niet tussentijds worden eïnformeerd over de stand van zaken. De Nationale ombudsman heeft met instemmin kennis enomen van het voornemen van de Staatssecretaris om in alle 1F-zaken tussenberichten te versturen. Tijdens zijn onderzoek is het de Nationale ombudsman opevallen dat relevante eevens over ouderdom van zaken niet worden openomen in het automatiserinssysteem van de IND. Ook informatie over de tijd die is emoeid met de behandelin van zaak na overdracht aan het 1F-projectteam, wordt hierin niet openomen. De Nationale ombudsman Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

32 oordeelt dat de IND hiermee een moelijkheid laat lien om belanrijke procesinformatie snel beschikbaar te krijen. Gedurende het onderzoek heeft de Staatssecretaris aaneeven dat er maatreelen worden voorbereid met het oo op verbeterin of versnellin van de behandelin van 1F-zaken, zoals het inzetten van een extra team en het verzenden van tussenberichten. Naast deze maatreelen ziet de Nationale ombudsman moelijkheden voor verbeterinen waarvoor, voor zover bekend, binnen de IND no een plannen bestaan. De Nationale ombudsman doet de Staatssecretaris dan ook de aanbevelin om een plan van aanpak op te stellen om 1F-zaken tijdi te kunnen behandelen en de achterstanden binnen een jaar we te werken. Daarbij eeft hij als speciale aandachtspunten mee: de plannin van het nader ehoor en de reistratie van ouderdom van zaken. Overiens heeft de Nationale ombudsman weliswaar kritiek op de behandelin van 1F-zaken, maar benadrukt dat er in relatief korte tijd veel vooruitan is eboekt in de toepassin van artikel 1F van het Vluchtelinenverdra. De Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie deelde op 31 juli 2002 mee dat hij de aanbevelin overnam. Hij liet weten dat werd ewerkt aan de invullin van het plan van aanpak, en dat inmiddels een reeks concrete maatreelen in an was ezet. Verdra Nederland-Marokko inzake overbrenin evonniste personen Op 20 juni 2002 verscheen rapport 2002/190 (verder 10A.7.3) naar aanleidin van een onderzoek uit eien bewein naar de wijze waarop het Ministerie van Justitie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, met name de Nederlandse verteenwoordiin in Marokko, uitvoerin even aan het verdra tussen Nederland en Marokko inzake de overbrenin van evonniste personen. Dat verdra wordt sedert 30 december 1999 voorlopi toeepast. De belanrijkste aanleidin voor het onderzoek, dat op 6 november 2000 werd eopend, was eleen in de omstandiheid dat tot op dat moment ruim tien maanden na de voorlopie toepassin no een enkele edetineerde was overebracht. Voorts dient in dit verband te worden ewezen op neatieve sinalen uit de media en van direct betrokkenen. Het onderzoek richtte zich met name op de rol die de Nederlandse autoriteiten spelen bij het indienen van een verzoek tot overname door Nederlandse edetineerden in Marokko, alsmede op de wijze waarop de bij de Marokkaanse autoriteiten inediende verzoeken door de Nederlandse autoriteiten worden evold. Voorts richtte het onderzoek zich op de actieve en passieve informatieverstrekkin door de Nederlandse autoriteiten aan onder meer Nederlandse edetineerden in Marokko over de moelijkheden die het verdra biedt, alsmede over de voortan van de behandelin van inediende verzoeken tot overname. Het onderzoek richtte zich verder op de behandelinsduur en de wijze van behandelin van de inediende verzoeken tot overname. In het rapport staan de verzoeken van de eerste zeven Nederlanders die op 15 november 2000 zijn overebracht centraal. Zij waren allen veroordeeld tot evanenisstraffen (van drie tot tien jaar) en eldboetes voor (kort ezed) uitvoer van (soft)drus. Na deze overbrenin is tussen Nederland en Marokko een interpretatieverschil ontstaan over de uitle van artikel 7, tweede lid van het verdra. Dit punt is vervolens ook door de Nationale ombudsman bij zijn onderzoek betrokken. Het beeld dat de Nationale ombudsman van het optreden van de betrokken bestuursoranen tijdens het onderzoek heeft verkreen is in overweende mate positief te noemen. Zo kan bijvoorbeeld de duur van de behandelin van de overnameverzoeken met betrekkin tot de onderscheiden stappen in de procedure op een enkel punt na worden verklaard en erechtvaardid. Het vooraande betekent evenwel niet dat er een ruimte bestaat voor verbeterin. De Nationale ombudsman achtte het met name van belan Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

33 dat duidelijk op schrift wordt esteld welke rol is weeled voor de Nederlandse diplomatieke verteenwoordiin in Marokko met betrekkin tot het overnameverdra, en wat de betrokken edetineerden in dit verband van de diplomatieke verteenwoordiin moen verwachten. De Nationale ombudsman sloot in dit verband aan bij het rapport «Gedetineerdenzor buitenland» van 5 oktober 2000 van de Alemene Rekenkamer, waarin de Minister van Buitenlandse Zaken de aanbevelin wordt eeven helder te formuleren wat de taken van Buitenlandse Zaken zijn ten behoeve van de edetineerde Nederlanders in het buitenland op basis van een expliciete zornorm. De Nationale ombudsman af de Minister van Buitenlandse Zaken in overwein om, met inachtnemin van de overweinen uit de beoordelin, en in onderline afstemmin met het Ministerie van Justitie, specifieke beeleidinsnormen te ontwikkelen voor de Nederlandse verteenwoordiin te Marokko met betrekkin tot de uitvoerin van het overnameverdra. Bij brief van 20 december 2002 deelde de Minister mee dat hij deze aanbevelin zou opvolen. Zorverzekeraars Op 19 december 2002 heeft de Nationale ombudsman rapport 2002/375 (verder 20B.2) uitebracht naar aanleidin van een uit eien bewein inesteld onderzoek naar de wijze waarop zorverzekeraars een aantal bepalinen uit de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) naleven. Sinds 1 juli 1998 vallen zorverzekeraars voor een beperkt deel van hun activiteiten onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman heeft een aantal klachten behandeld waarin het onder andere in om overschrijdin door zorverzekeraars van de termijnen van de Awb voor het nemen van een beslissin op aanvraen inevole de Alemene Wet Bijzondere Ziektekosten (verder AWBZ) en de Ziekenfondswet (verder ZFW), en voor het nemen van een beslissin op bezwaarschriften. Ook heeft de Nationale ombudsman in een aantal evallen econstateerd dat in een beslissin op een aanvraa of op een bezwaarschrift niet was ewezen op de moelijkheid van bezwaar of beroep inevole de Awb. Deze sinalen hebben de Nationale ombudsman doen besluiten om het enoemde onderzoek in te stellen. Om onderzoekstechnische redenen is besloten het onderzoek te beperken tot de eerste helft van 2001 en tot vier zorverzekeraars. Voor de beslissin op aanvraen inevole de ZFW en de AWBZ is niet een bijzondere termijn esteld, zodat op rond van artikel 4:13 van de Awb in ieder eval moet worden beslist binnen de redelijke termijn van acht weken, tenzij betrokkene schriftelijk is meeedeeld dat niet binnen die termijn een beschikkin kan worden enomen. Ten aanzien van de behandelinsduur van aanvraen stelt de Nationale ombudsman vast dat de vier zorverzekeraars er in de eerste helft van 2001 dooraans alle in zijn eslaad de door hen ontvanen aanvraen binnen deze termijn af te doen. Ten aanzien van de behandelin van bezwaarschriften eldt inevole artikel 7:10, eerste lid, van de Awb in beinsel een termijn van zes weken. Op rond van artikel 58 van de AWBZ en artikel 74 van de ZFW dienen zorverzekeraars het Collee voor zorverzekerinen (verder CVZ) in bepaalde evallen om advies te vraen alvorens op een bezwaarschrift te beslissen. In die evallen eldt in beinsel een beslistermijn van 21 weken. Het CVZ dient binnen tien weken advies uit te brenen. In beide situaties kan de betrokken zorverzekeraar de beslissin voor ten hooste vier weken verdaen. Uit het onderzoek is naar voren ekomen dat de vier zorverzekeraars er in het merendeel van de evallen niet in zijn eslaad bezwaarschriften binnen de wettelijke termijn van zes respectievelijk 21 weken af te doen. Ook in de evallen waarin ebruik is emaakt van de moelijkheid van verdain voor vier weken, is de beslistermijn in een substantieel deel van de evallen vaak aanzienlijk overschreden. Dit Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

34 old in het bijzonder voor de afhandelin van bezwaarschriften waarover het CVZ diende te adviseren. De verzendin van de bevestiin van de ontvanst van een bezwaarschrift is vooreschreven in artikel 6:14, eerste lid, van de Awb. Uit het onderzoek is naar voren ekomen dat in de onderzochte periode één van de vier onderzochte zorverzekeraars niet in alle eëiende evallen een ontvanstbevestiin stuurde. Zoals bij de behandelinsduur van bezwaarschriften al is aaneeven, kan een bestuursoraan de beslissin op een bezwaarschrift voor ten hooste vier weken verdaen. In de Awb (artikel 7:10, derde lid) is bepaald dat van eventuele verdain schriftelijk mededelin moet worden edaan. Twee van de betrokken zorverzekeraars zijn niet in alle evallen correct met deze moelijkheid van verdain omeaan. Indien een bestuursoraan ook niet in staat is te beslissen binnen de verdaade termijn is verder uitstel moelijk voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt (artikel 7:10, vierde lid, van de Awb). Het betrokken bestuursoraan behoort de betrokkene derhalve te vraen om instemmin. Uit het onderzoek is ebleken dat slechts één van de betrokken zorverzekeraars consequent, bij dreiende overschrijdin van de verdaade beslistermijn, aan betrokkenen om instemmin met verder uitstel heeft verzocht. In de Awb is vooreschreven dat bestuursoranen bij de bekendmakin van een besluit waarteen bezwaar kan worden emaakt of beroep kan worden inesteld, meldin maken van die moelijkheid (artikelen 3:45 en 6:23). Uit het onderzoek is naar voren ekomen dat zich op het punt van de rechtsmiddelenvermeldin verschillende knelpunten hebben vooredaan. Aan het slot van zijn beoordelin wijst de Nationale ombudsman er no op dat hij uit zijn onderzoekspraktijk weet dat de problemen waarvan in dit onderzoek is ebleken ook spelen bij andere dan de vier in het onderzoek betrokken zorverzekeraars. In dat verband spreekt hij de hoop uit dat ook die andere zorverzekeraars lerin zullen trekken uit dit rapport. De Nationale ombudsman doet een aantal aanbevelinen. Zo is aan de vier zorverzekeraars in overwein eeven om, voor zoveel nodi, maatreelen te treffen ter bekortin van de behandelinsduur van bezwaarschriften. Aan twee van de vier zorverzekeraars worden aanbevelinen edaan ter verbeterin van de uitvoerinspraktijk op verschillende andere punten. Het rapport is aan alle zorverzekeraars ezonden en op 20 december 2002 aaneboden aan Zorverzekeraars Nederland. Klachtbehandelin Naast deze rote onderzoeken heeft een aantal kleinere onderzoeken uit eien bewein (zelfstandi dan wel ecombineerd met een onderzoek op verzoek) betrekkin ehad op aspecten van interne klachtbehandelin. Gewezen kan worden op rapport 2002/344 (verder 19A.2) over de nalevin door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkeleenheid van de artikelen 9:5 (informele klachtafhandelin), 9:10 (hoorplicht) en 9:12 (verwijzin naar de Nationale ombudsman) van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb). Ook in het onderzoek naar de Sociale verzekerinsbank (verder SVB) Leiden, dat leidde tot rapport 2002/321 (verder 19B.1.3.3) stond de nalevin van de hoorplicht van artikel 9:10 Awb centraal. Rapport 2002/385 (verder 19B.2.2) betrof een klacht over de lane behandelinsduur van een aanvraa om een tewerkstellinsverunnin die de Raad van bestuur van de Centrale oranisatie werk en inkomen (verder CWI) ten onrechte met een verwijzin naar artikel 9:8, eerste lid, onder c en d, Awb onerond had verklaard. In de casus die eleid heeft tot rapport 2002/349 (verder 19B.2.2.3) bleek uit de klachtafhandelinsbrief dat verzoekster niet conform artikel 9:12, Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

35 tweede lid, Awb naar de Nationale ombudsman was verwezen. Hierop heeft zich naast de behandelin van de inhoudelijke klacht van verzoekster het onderzoek uit eien bewein ericht. Op dit punt erkende de CWI dat er om onduidelijke redenen niet naar de Nationale ombudsman was verwezen. Per interne brief zijn de CWI-vestiinsmanaers er no eens op ewezen dat er bij de afhandelin van een klacht naar de Nationale ombudsman moet worden verwezen. Ten slotte, in rapport 2002/153 (verder 7B.11; 19A.2; JSV 2002, 159) in de Nationale ombudsman er in het kader van een ecombineerd onderzoek vanuit dat het oordeel van de toezichthouder (de officier van justitie), dat de SVB behoort te vraen op rond van artikel 42 van het Besluit buitenewoon opsporinsambtenaar, kan worden opevat als de behandelin van en de adviserin over de klacht conform artikel 9:14, eerste lid, Awb. Rechtsmiddelenverwijzin In Jaarversla 2001, blz. 18/19 heeft de Nationale ombudsman aaneeven dat en waarom hij bij niet-nalevin van de verplichtin tot rechtsmiddelenverwijzin eventueel tot een onderzoek uit eien bewein kan besluiten. Rechtsmiddelenverwijzin is aan de orde eweest in het hiervoor enoemde rapport over de zorverzekeraars. Ook de rapporten 2002/245 (CWI, verder 19B.2.2.2) en 2002/342 (emeente Weststellinwerf, verder ) betreffen het ten onrechte achterwee laten van een rechtsmiddelenverwijzin onder een besluit. De emeente deed de toezein aan het onderwerp «rechtsmiddelenverwijzin» bijzondere aandacht te zullen besteden in het kader van de bijscholinscursussen die reelmati worden eoraniseerd Lopend onderzoek Naast de hierboven (verder ) enoemde rote onderzoeken uit eien bewein naar de achterstandsproblematiek bij vreemdelinendiensten en de behandelin van «burerbrieven» door de Rijksdienst is ook een root aantal kleinere onderzoeken no aande. Aan het einde van het verslajaar liepen er no (al dan niet ecombineerde) onderzoeken naar interne klachtbehandelin bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (verder 12A.3), de Belastindienst (verder 13A.2.1), de huurcommissies (verder 15B.1), SVB Utrecht (verder 19B.1.3.3), CWI Groninen (verder 19B.2.2.1) en de emeenten Purmerend, Bernheze en Graafstroom (verder ). Ook een in 2002 estart onderzoek uit eien bewein naar de wijze waarop de emeente Velsen omaat met de adressenproblematiek van de bewoners van woonschepen was aan het einde van het verslajaar no niet aferond (verder ). Ten slotte kan no een ecombineerd onderzoek naar rechtsmiddelenverwijzin door de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND) worden enoemd, evenals een uitebreider zelfstandi onderzoek uit eien bewein naar het niet nakomen van rechterlijke uitspraken door de IND (verder 10A.2.1.3, sub e) Onderzoek op verzoek In de op de cd-rom openomen hoofdstukken 7 tot en met 25 wordt uitvoeri versla edaan van de per beleidsterrein uitevoerde onderzoeken en de daarover in 2002 verschenen rapporten. Afezien van de hiervoor onder (Klachtbehandelin in rapporten) openomen rapporten wordt hier volstaan met een korte aanduidin van een aantal min of meer belanrijke rapporten op basis van onderzoek naar aanleidin van tot de Nationale ombudsman erichte verzoekschriften. Deze selectie wordt niet epresenteerd per beleidsterrein (verder daarvoor de hoofdstukken 7 tot en met 25), maar aan de hand van de beoordelins- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

36 criteria die de Nationale ombudsman in de betreffende rapporten heeft ehanteerd (verder bijlae 3) Overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften Van overheidsinstanties moet worden verland dat hun edrainen in overeenstemmin zijn met vereisten van het eschreven recht, waartoe ook uitdrukkelijk de in de Grondwet en de internationale verdraen neerelede mensenrechtenbepalinen worden erekend. De vorm- en procedurevoorschriften van de Alemene wet bestuursrecht zijn van deze cateorie uitezonderd, omdat de Nationale ombudsman deze brent onder de meer edifferentieerde zorvuldiheidscriteria zoals hij die vanouds hanteert (zie Jaarversla 1995, blz ). Toetsin aan alemeen verbindende voorschriften zoals hiervoor omschreven, was aan de orde in de volende rapporten. Nalevin van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitenewoon opsporinsambtenaar was aan de orde in rapport 2002/289 (insluitinsfouillerin; verder 7A.7). Dit rapport aat over de fouillerin die voorafaat aan de insluitin van een arrestant in een politiecel. Op rond van artikel 28 van de Ambtsinstructie voor de politie ma aan de kledin worden ezocht naar moelijk evaarlijke voorwerpen. In artikel 29 is neereled dat het uittrekken van kledinstukken alleen in bijzondere situaties en met toestemmin van een hulpofficier van justitie of op aaneven van een arts, van de arrestant kan worden verland. Hoewel een sprake was van zo n situatie had de verzoekster in deze zaak van de politie te horen ekreen dat ze haar blouse moest uitdoen en haar slip tot op haar knieën moest laten zakken. De Nationale ombudsman achtte haar klacht daarover erond. Hij verwierp het beroep van de politie op vrijwillie medewerkin van verzoekster. Aanehouden personen staan onder druk en weten dooraans niet hoever de bevoedheden van de politie reiken. Veelal hebben zij dan ook een andere keuze dan te doen wat van hen wordt verland. Het onderhavie eval leek daarvan een voorbeeld te zijn. De Ambtsinstructie was eveneens aan de orde in rapport 2002/211 (verantwoordelijkheid voor medische hulp; verder 7A.12.3). In de zaak die leidde tot dit rapport was het volende voorevallen. Naar aanleidin van een 112-meldin van suïcide inen de dienstdoend arts en de politie ter plekke. Betrokkene bleek no in leven te zijn, maar buiten bewustzijn. De Nationale ombudsman overwoo dat de strekkin van artikel 24 Ambtsinstructie is dat de politie ervoor zort dat iemand die medische hulp nodi heeft deze krijt. De verplichtin om een bewusteloze per ambulance naar het ziekenhuis te laten vervoeren vervalt als de politie een arts bij de patiënt aantreft. In deze zaak meende de arts op rond van een bij de patiënt aanetroffen wilsverklarin te moeten afzien van behandelin en had daarom een ambulance operoepen. De arts klaade erover dat de politie, die na hem bij de bewusteloze aankwam, dat wel had edaan buiten hem om. De Nationale ombudsman overwoo dat een arts op rond van artikel 7:450, lid 3 van het Burerlijk Wetboek een schriftelijke niet-behandelverklarin moet opvolen, tenzij de arts eronde redenen aanwezi acht om daarvan af te wijken. Hij achtte het niet juist dat de politieambtenaar, zonder eerst in overle met de arts na te aan waarom deze van inrijpen had afezien en zonder hem te vertellen waarom zij (de politieambtenaar) het daarmee niet eens was, een ambulance heeft operoepen. In rapport 2002/228 (ten onrechte aanemerkt als verdachte; zie ) in het om de toetsin aan artikel 27 Wetboek van Strafvorderin. De klacht was afkomsti van een vredesactiviste, die met een andere activiste in mei 2001 aanbelde bij het hek van een toeanspoort van de vliebasis Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

37 Soesterber van de Koninklijke Luchtmacht. Een betrokken ambtenaar opende vanuit een wachtruimte het hek, waarna verzoekster en de andere activiste het terrein betraden. Zij liepen naar de slaboom bij de wachtruimte en vroeen om toean tot de vliebasis. Een korporaal en een soldaat der eerste klasse weierden verzoekster en de medeactiviste de toean tot de vliebasis. De korporaal noch de soldaat verzocht hen om we te aan. De korporaal verzocht om assistentie. Vervolens werd het toeanshek esloten en werd verzoekster en de andere activiste belet om de vliebasis te verlaten. Verzoekster klaade er onder meer over dat luchtmachtbewakers haar aldus ten onrechte van haar vrijheid hebben beroofd. De Nationale ombudsman overwoo dat in artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar is esteld het zich bevinden op andermans rond, waarvan de toean duidelijk is verboden. Aan verzoekster was echter niet duidelijk de toean verboden tot het terrein waarop zij zich bevond, het terrein tussen het toeanshek en de slaboom. Haar was slechts de (verdere) toean verboden tot het terrein achter de slaboom. De luchtmachtbewakers hadden verzoekster dan ook moeten zeen dat zij zich op verboden terrein bevond, haar moeten vraen om dit terrein te verlaten, en haar moeten meedelen dat zij, indien zij hieraan een ehoor zou even, kon worden aanehouden. Zoals de Minister van Defensie heeft erkend, hadden zij verzoekster de eleenheid moeten bieden om te vertrekken door het hek open te houden. Verzoekster was immers op we naar het hek, naar aannemelijk is met de bedoelin om het terrein te verlaten. Zij handelde op dat moment dan ook niet in strijd met artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht. Door verzoekster niet de eleenheid te bieden om te vertrekken, maar haar zonder meer op het terrein van de vliebasis vast te houden, is haar onrechtmati enie tijd haar vrijheid benomen. Een sereant-majoor van de Koninklijke Luchtmacht kwam ter assistentie, en constateerde dat verzoekster rondjes reed op haar fiets op het terrein tussen het esloten hek en de slaboom. Meteen nadat de sereantmajoor ter plaatse was ekomen had hij teen verzoekster ezed dat zij moest wachten op de komst van de Koninklijke Marechaussee, die inmiddels was ewaarschuwd. Oneveer twinti minuten later heeft de sereant-majoor teen verzoekster ezed dat zij was aanehouden, naar zijn eien zeen na een woordenwisselin en nadat over en weer verwijten waren emaakt. Verzoekster had echter niet in strijd ehandeld met artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht, en was dan ook ten onrechte aanemerkt als verdachte van een strafbaar feit, en ten onrechte aanehouden. Ook in zoverre was verzoekster ten onrechte van haar vrijheid beroofd. Hierbij overwoo de Nationale ombudsman dat na constaterin van een strafbaar feit uit een oopunt van rechtszekerheid, zodra dit moelijk is, aan de verdachte dient te worden meeedeeld dat tot aanhoudin wordt overeaan, en niet pas na twinti minuten en nadat een woordenwisselin heeft plaatsevonden. De onderzochte edrain was «niet behoorlijk». De Alemene wet op het binnentreden was aan de orde in rapport 2002/181 (binnentreden kamer; zie 10B.2) Het rapport betrof de vraa of een medewerker van het Centraal Oraan opvan Asielzoekers (verder COA) zonder toestemmin en teen de wil van de betrokken asielzoeker diens kamer in het asielzoekerscentrum (verder AZC) kon betreden teneinde deze te ontruimen. De Nationale ombudsman overwoo in het rapport dat een kamer in een asielzoekerscentrum is te beschouwen als een wonin in de zin van de Alemene Wet op het binnentreden (verder Awbi). Inevole de Awbi dient een ambtenaar die een wonin met toestemmin van de bewoner wil betreden, vooraf toestemmin te vraen aan de bewoner, waarna van diens toestemmin moet blijken. In Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

38 dit eval was de betrokken asielzoeker voor de keuze esteld om in verband met een hem opelede disciplinaire maatreel ofwel zelf zijn bezittinen uit zijn kamer te halen, ofwel dit over te laten aan medewerkers van het COA. De betrokken asielzoeker had hierop, ook na herhaald vraen, niet ereaeerd. Uit deze an van zaken kon niet worden afeleid dat de betrokken asielzoeker de medewerker van het COA toestemmin had eeven zijn kamer te betreden. Inevole de Awbi is voor het binnentreden van een wonin zonder toestemmin van de bewoner een schriftelijke machtiin vereist. De betrokken COA-medewerker beschikte echter niet over een derelijke machtiin. Hem had ook een machtiin kunnen worden verstrekt. Een machtiin kan uitsluitend worden verstrekt aan hen die bij of krachtens de wet bevoed zijn zonder toestemmin van de bewoner een wonin binnen te treden. Medewerkers van het COA zijn daartoe niet bevoed nu in de Wet COA een bevoedheid tot binnentreden wordt verleend, noch de bevoedheid tot het stellen van uitvoerinsreels met betrekkin tot een derelijke bevoedheid. In de Awbi is daarnaast bepaald dat binnentreden zonder toestemmin van de bewoner en zonder machtiin wel is toeestaan indien dat noodzakelijk is ter voorkomin of bestrijdin van ernsti en onmiddellijk evaar voor de veiliheid van personen of oederen. De onderzochte edrain was «niet behoorlijk». In rapport 2002/369 (verstrekkin vertrouwelijke informatie; verder 7A.9.3 en 7A.22) beoordeelde de Nationale ombudsman de klacht dat de politie vertrouwelijke informatie over verzoeker had verstrekt aan derden. De politie zou aan buurtenoten hebben verteld dat hij pedofiel zou zijn. In het onderzoek van de Nationale ombudsman is komen vast te staan dat een politieambtenaar zelfstandi de directeur van de school waar verzoeker in de ouderraad zat in vertrouwen heeft meeedeeld dat een collea aan politieeevens had ontleend dat verzoeker iets te maken had met pedofilie en dat zijn interiteit ten aanzien van kinderen in twijfel etrokken kon worden. Toetsend aan de Wet Politiereisters kwam de Nationale ombudsman tot de conclusie dat deze informatie niet aan het schoolhoofd had moen worden verstrekt, omdat dit niet noodzakelijk was ter uitvoerin van de politietaak. Preventieve maatreelen, zo al nodi, hadden namelijk ook op een andere manier etroffen kunnen worden. Overiens heeft de Nationale ombudsman in het onderzoek niet vastesteld dat verzoeker voor zedendelicten in aanrakin met de politie is eweest en evenmin dat hij voor een zedendelict is veroordeeld. De vraa of sprake was van schendin van het verbod van discriminatie als neereled in de Grondwet en internationale verdraen was aan de orde in de rapporten 2002/195 en 2002/198. De klacht die ten rondsla la aan rapport 2002/195 (verder ) hield onder meer in dat ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee zich schuldi hadden emaakt aan discriminatie, omdat verzoeker toen hij op een Nederlands station temidden van een roep personen uit een trein vanuit Duitsland stapte, als enie van deze roep vanwee zijn donkere huidskleur was staande ehouden met de vraa zijn paspoort te tonen. Op het station had een steekproefsewijze controle plaatsevonden in het kader van mobiel vreemdelinentoezicht, ter bestrijdin van illeale immiratie. In de trein bevonden zich tussen de 40 en 80 personen. Van de personen die uit de trein kwamen waren in totaal, inclusief verzoeker, acht personen econtroleerd. Volens de betrokken ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee had verzoeker zich, anders dan hijzelf had esteld, niet in een roep personen bevonden. Hij had als eerste de trein verlaten. Hij was het stationsemplacement onmiddellijk hard operend, waardoor hij de indruk had eeven dat hij zich aan controle wilde onttrekken. Op het moment dat verzoeker één van de ambtenaren passeerde, had laatstenoemde hem in de Nederlandse taal om een Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

39 paspoort evraad. Verzoeker had hierop niet ereaeerd en was verder erend. Daarop was één van de betrokken ambtenaren hem achterna erend en had hij hem in de Enelse taal om een paspoort evraad. De Nationale ombudsman overwoo in zijn rapport dat alle personen, van wie ma worden aanenomen dat zij rensaners zijn, aan vreemdelinentoezicht kunnen worden onderworpen. Op basis van dit vreemdelinentoezicht mocht verzoeker als rensoverschrijdende persoon worden econtroleerd, zonder dat hiervoor een bijzondere reden nodi was. Bij tijdebrek kan deze controle steekproefsewijs plaatsvinden. Een derelijke controle veronderstelt een controle van een edeelte van de te controleren personen zonder aanzien des persoons, bijvoorbeeld op basis van etalsmatie criteria. Daarnaast kan ook een selectie plaatsvinden van de te controleren personen op basis van objectieve controleerbare criteria. Daarbij kunnen eien ervarinseevens van de Koninklijke Marechaussee, en opvallend (bijvoorbeeld ontwijkend) edra wel een rol spelen, maar moen, anders dan de Minister van Defensie had esteld, persoonlijke intuïtie van een controlerend ambtenaar, of onveranderlijke persoonskenmerken van de te controleren personen (zoals huidskleur en ezichtsbouw) niet het enie criterium vormen voor controle. Ook in dit eval was vanwee tijdebrek sprake eweest van een selectie van de te controleren personen. Het was berijpelijk dat verzoeker de controle als onpretti heeft ervaren, omdat hij meende dat hij vanwee zijn donkere huidskleur werd econtroleerd. Er bestond echter een reden om te twijfelen aan de lezin van de Koninklijke Marechaussee dat er een bijzondere reden was eweest om verzoeker te controleren, buiten zijn edra, dat de betrokken ambtenaren als ontwijkend edra hadden eïnterpreteerd. Hoewel de Koninklijke Marechaussee op rond van de Vreemdelinencirculaire wel had moeten aaneven dat sprake was van tijdebrek op rond waarvan was overeaan tot steekproefsewijze controle, bleek uit het onderzoek niet van een rond voor het verwijt dat de Koninklijke Marechaussee zich ter zake van de keuze om verzoeker aan een controle te onderwerpen had laten leiden door verzoekers huidskleur, of zich anderszins schuldi had emaakt aan enie vorm van discriminatie. De onderzochte edrain was dientenevole «behoorlijk». Ook rapport 2002/198 (verder ) betreft een klacht over discriminerend edra van een ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee, in dit eval bestaande uit het uitebreid controleren van verzoekers paspoort bij de paspoortcontrole te Schiphol, terwijl de paspoorten van de andere reiziers niet werden econtroleerd. Verzoeker, die met het vlietui van Schiphol naar Londen wilde reizen, stelde dat zijn paspoort op die manier werd econtroleerd, omdat hij een Marokkaans uiterlijk had. De Nationale ombudsman overwoo onder meer dat de omstandiheid dat paspoortcontrole meestal slechts kort duurt, maar dat verzoekers paspoort tweemaal was doorebladerd, niet betekent dat in verzoekers eval sprake was van discriminatie. Dat eldt ook voor zover verzoekers paspoort wel door de machinereader is ehaald, maar dat van andere reiziers niet. Ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee zijn in beinsel vrij om bij een root reiziersaanbod selectief te werk te aan. Daarbij zou sprake kunnen zijn van discriminatie wanneer uitsluitend werd eselecteerd aan de hand van onveranderbare uiterlijke kenmerken. Uit het onderzoek bleek echter niet van een rond voor het verwijt dat de Koninklijke Marechaussee zich ter zake van de keuze om verzoeker te onderwerpen aan een controle heeft laten leiden door verzoekers huidskleur of zich anderszins heeft schuldi emaakt aan enie vorm van discriminatie. De onderzochte edrain was «behoorlijk». Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

40 Belanenafwein/redelijkheid Wanneer de Nationale ombudsman een klacht over een edrain krijt vooreled, dient waar nodi te worden naeaan of de edrain stoelt op een evenredie belanenafwein, en of de edrain behoorlijk is uit een oopunt van redelijkheid en billijkheid. Belanenafwein was aan de orde in rapport 2002/398 (betalinscapaciteit; verder 13A.2.6.1). De Nationale ombudsman overwoo dat het door de Belastindienst edurende enie tijd opeisen van de ehele betalinscapaciteit of een belanrijk deel daarvan voor de betrokken belastinschuldie zeer inrijpend is. Zijn of haar financiële huishoudin moet edurende die periode eheel daaraan worden aanepast, met alle evolen die dat kan hebben voor de nakomin van andere, drinende financiële verplichtinen. De afwein zoals bedoeld in de Leidraad Invorderin 1990 tussen enerzijds de belanen van de Staat en anderzijds die van de belastinschuldie dient door de ontvaner dan ook uiterst zorvuldi te worden emaakt. In aanmerkin enomen heteen verzoekster als bijzondere omstandiheden had aanevoerd, kon in dit eval volens de Nationale ombudsman evenwel niet worden ezed dat de Belastindienst daaraan onvoldoende was teemoetekomen door een relatief root deel van haar betalinscapaciteit niet maandelijks op te eisen. De redelijkheid was aan de orde in rapport 2002/263 (kosten voorprocedure; verder 13A.2.2 en V-N 2002/47.25). In dit rapport oordeelde de Nationale ombudsman dat niet kon worden ezed dat in de aanslareelende fase sprake is eweest van zodanie tekortkominen aan de zijde van de Belastindienst dat deze er toe nopen dat, in afwijkin van heteen in het maatschappelijk verkeer ebruikelijk is, toch een veroedin van de emaakte adviseurskosten zou moeten worden toeekend. Het was voorts niet aannemelijk dat in de bezwaarfase ten aanzien van de inhoudelijke aspecten no substantiële additionele kosten ten opzichte van de aanslareelende fase waren emaakt. De Belastindienst had dan ook in redelijkheid kunnen komen tot afwijzin van het verzoek. Ook in de zaak die werd afesloten met rapport 2002/045 (stortin op verkeerde rekenin; verder 13A.2.5.5) werd etoetst aan de redelijkheid. De Nationale ombudsman oordeelde dat de Belastindienst een teruaaf, die voortvloeide uit de vernietiin van een ten onrechte aan verzoekster opelede naheffinsaansla omzetbelastin, niet zonder meer had moen storten op de rekenin van de vennootschap onder firma waarvan verzoekster vennote was. Tijdens het onderzoek bood de Belastindienst aan 50% van het bedra van de teruaaf alsno aan verzoekster uit te betalen. De Belastindienst stelde zich daarbij op het standpunt dat hij alleen no het deel diende te betalen waarop de medefirmante inevole de firmaverhoudinen rechten kon doen elden. Volens de Nationale ombudsman was de ontstane situatie het evol van een fout van de Belastindienst en bracht de redelijkheid met zich de nadelie evolen daarvan te brenen voor rekenin van de Belastindienst. De aanbevelin om in overle met verzoekster maatreelen te nemen die ertoe zouden leiden dat zij van de fouten van de Belastindienst een nadelie evolen ondervond, werd opevold. Eveneens in de zaak die leidde tot rapport 2002/349 (vestiinsplaats CWI; verder 19B.2.2.3) speelde de redelijkheid een rol. Verzoekster klaade erover dat zij voor haar contacten met de Centrale oranisatie werk en inkomen (verder CWI) naar de vestiin in Almere moest, terwijl de vestiin te Harderwijk veel dichterbij was en ook dat zij de (reis)kosten voor die bezoekjes niet veroed kree. De Nationale ombudsman over- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

41 woo dat bij de keuze van de vestiinsplaatsen en de bijbehorende verzorinsebieden de reistijd (per openbaar vervoer) maatevend was eweest. Verzoekster kon in oneveer één uur het CWI te Almere bereiken. Dit was elet op het aantal verplichte bezoeken niet onredelijk. Dat dan ook de reiskosten niet werden veroed was evenmin onredelijk. Toetsin aan de redelijkheid vond ook plaats in de volende rapporten over de Dienst Domeinen. In de zaak die uitmondde in rapport 2002/081 (opstal, verkoop rond; verder 13A.3.1 en JB 2002/157) had verzoeksters moeder de Reionale Directie Domeinen Zuid (verder Domeinen), laten weten ebruik te willen maken van de haar door Domeinen eboden moelijkheid om de rond te kopen (waarvan het recht van opstal op 31 december 2000 verliep), maar het niet eens te zijn met de vastestelde prijs en met de rondsla waarop deze was vastesteld. In reactie daarop af Domeinen aan het aanbod onverkort te handhaven. Voor de beoordelin van de klacht was in de eerste plaats het volende van belan. Uit het Handboek Administratieve Oranisatie, zoals Domeinen dat hanteert, blijkt dat de Staat, en daarmee Domeinen als verteenwoordier van de Staat, in aaneleenheden inzake onroerende zaken waarvan de Staat de eiendom heeft, als rechtssubject optreedt met dezelfde rechten en verplichtinen als ieder ander rechtssubject. Gelet op zijn hoedaniheid van bestuursoraan was (de verteenwoordier van) de Staat weliswaar zoals in al zijn handelen ebonden aan reels van behoorlijk bestuur, maar onderscheidt hij zich overiens niet van iedere andere op de markt opererende partij. Voor de door verzoekster aan de orde estelde situatie betekende dit onder meer dat het Domeinen vrijstond binnen de renzen van de reels van behoorlijk bestuur bij de verkoop aan haar moeder te streven naar de hoost moelijke prijs. Domeinen kon worden evold in zijn standpunt dat de waarde van de rond ten behoeve van de verkoop aan verzoeksters moeder moest worden vastesteld op de waarde in vrij opleverbare staat. Domeinen stelde terecht dat het recht van opstal in beinsel was beëindid. Dit betekende dat bij verkoop de volledie en onbezwaarde eiendom kon worden eleverd. Het kon dan ook niet worden ezed dat Domeinen onjuist of onredelijk had ehandeld door de verkoopprijs jeens verzoeksters moeder vast te stellen op de waarde in vrij opleverbare staat. Ook kon Domeinen zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat er een aanleidin was voor het verlenen van een kortin op de vastestelde waarde aan verzoeksters moeder. De Nationale ombudsman achtte verzoeksters klacht in zoverre niet erond. Ten aanzien van verzoeksters klacht dat de vraaprijs te hoo was vastesteld, was echter het volende van belan. Als normale marktpartij kon Domeinen in deze niet het recht worden ontzed te streven naar de hoost moelijke opbrenst bij verkoop van de rond. Bij het optreden als normale marktpartij hoort echter dat Domeinen zich openstelt voor onderhandelinen met de wederpartij over de prijs. Het Handboek Administratieve Oranisatie stelt in dit verband dat het niet aat om een teenprestatie «die de overheid (...) vaststelt», maar om «een commerciële prijs die op de vrije markt tot stand komt via onderhandelinen tussen partijen». Bovendien diende Domeinen, in zijn hoedaniheid van bestuursoraan, vanuit een oopunt van behoorlijk bestuur bij zijn optreden jeens verzoeksters moeder rekenin te houden met haar belanen. Onder deze omstandiheden was het niet juist dat Domeinen de prijs waarvoor de rond aan verzoekster te koop wordt aaneboden, eheel eenzijdi en zonder verzoeksters moeder daarbij op enierlei wijze te betrekken, op een vast bedra had vastesteld. Domeinen had verzoekster in ieder eval, anders dan nu was ebeurd, duidelijk moeten maken dat de door Domeinen enoemde prijs een vraaprijs betrof en haar moeten wijzen op de moelijkheid van een teenbod of een teentaxatie. Dit klemde te meer Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

42 nu de door de taxateur eschatte waarde de waarde waar Domeinen voorafaand aan de taxatie zelf van uitin aanmerkelijk overtrof. Bovendien was van belan dat de voor de taxatie ehanteerde prijs van ruim ƒ 349 ( 158,37) per vierkante meter de in het taxatierapport enoemde marktreferentie van ƒ 196 ( 88,94) in de emeente waarin de rond is eleen aanmerkelijk overtrof, zonder dat in het taxatierapport werd aaneven hoe de rootte van deze afwijkin tot stand was ekomen. De aanbevelin aan de Minister van Financiën om te bevorderen dat Domeinen meewerkt aan een wijze van vaststellen van de verkoopprijs zoals in het rapport werd overwoen, werd opevold. In rapport 2002/043 (verkoopwaarde auto; zie 13A.3.1) dat tevens een edrain van het arrondissementsparket te Maastricht betrof, in het om de verkoop van een auto door de Dienst Domeinen. Aan het rapport verbond de Nationale ombudsman de aanbevelin om met inachtnemin van de taxatie van verzoekers auto ten tijde van de deponerin bij de Domeinen, de beslissin dat de verkoopprijs van ƒ 7500 ( 3403,35) een redelijke was, te heroverween. Dit leidde tot een hertaxatie door een externe deskundie, die de verkoopwaarde van de auto stelde op 5500 tot De Staatssecretaris bood verzoeker vervolens teen finale kwijtin 6000 aan. De Nationale ombudsman nam hier met instemmin kennis van, waarbij no werd opemerkt dat het opmerkelijk was dat de hertaxatie had eleid tot een bedra dat zoveel hoer was dan de ƒ 7500 ( 3403,35) die verzoeker oorspronkelijk was eboden Motiverin Het motiverinsbeinsel betreft de juistheid, de toereikendheid en de kenbaarheid van de motiverin. Voor zover een bestuursoraan meent dat van een evraad deskundienadvies moet worden afeweken, dan zal daarvoor een toereikende motiverin zijn vereist, bij voorkeur ebaseerd op een andersluidend deskundienadvies. Een motiverinsebrek in deze laatste betekenis was aan de orde in rapport 2002/386 (leeftijdonderzoek; zie 10A en JV 2003, 63). Het betreft een onderzoek naar een klacht over het verrichten van leeftijdsonderzoek ter vaststellin van de minder- of meerderjariheid bij alleenstaande minderjarie asielzoekers door middel van röntenfoto s van het sleutelbeen door de Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie. Dit ondanks de neatieve adviezen hierover van de Inspectie voor de Gezondheidszor (verder IGZ) en een uitspraak van de rechtbank van 10 oktober Daarnaast werd erover eklaad dat de IGZ een actie had ondernomen om het leeftijdsonderzoek stop te zetten na bovenenoemde rechterlijke uitspraak. Voorafaande aan de start van het leeftijdsonderzoek door middel van röntenfoto s van het sleutelbeen verzocht de Staatssecretaris van Justitie de IGZ om advies over deze methode. De IGZ liet de Staatssecretaris van Justitie weten dat er twijfels bestonden over de betrouwbaarheid van de leeftijdsbepalin door botmetin. Volens de IGZ kon het vaststellen van de kalenderleeftijd met behulp van botmetin alleen betrouwbaar worden edaan voor kinderen van zestien jaar en joner door middel van het maken van een foto van het hand/polsewricht. Ook uitte de IGZ haar twijfel over de proportionaliteit van het middel nu waarschijnlijk in een root aantal evallen niet duidelijk was of het middel het estelde doel, vaststellen van de kalenderleeftijd, diende. Vervolens liet de IGZ de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND) weten dat een deskundienoverle had plaatsevonden met betrekkin tot het botonderzoek ter vaststellin van de minder- of meerderjariheid. Hoewel er bij de aanwezie deskundien een twijfel meer bestond over de claviculamethode als methode op zichzelf, werd daarbij aaneeven dat het de voorkeur zou verdienen slechts de bioloische rijpheid en niet de kalenderleeftijd vast te stellen. In reactie op het advies van de IGZ liet de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

43 Staatssecretaris van Justitie weten dat op korte termijn zou worden estart met het sleutelbeenonderzoek. De Staatssecretaris van Justitie in echter niet in op de bezwaren van de IGZ. De Nationale ombudsman oordeelde dat de Staatssecretaris van Justitie niet zonder nadere motiverin de ernstie bezwaren van de IGZ, de bij uitstek deskundie inspectie, bij dit leeftijdsonderzoek naast zich neer kon leen, en achtte de klacht op dit onderdeel erond. In het advies liet de IGZ weten dat het noodzakelijk was een medischethische commissie in te stellen onder meer elet op de twijfels over de effectiviteit en proportionaliteit van het voorestelde leeftijdsonderzoek en ezien het feit dat de door de Staatssecretaris van Justitie ineschakelde onderzoeker zelf de protocollen opstelde waarin de werkwijze rond het onderzoek was vasteled en waarin was openomen dat de onderzoeker het protocol in overeenstemmin achtte met de ethische en wetenschappelijke normen van redelijkheid en zorvuldiheid zoals hij die kende. Uit het onderzoek bleek dat, hoewel de Staatssecretaris van Justitie aanvankelijk positief reaeerde op dit advies, er een medisch-ethisch commissie is inesteld. Duidelijk was dat de IGZ root belan hechtte aan de instellin van een externe commissie. De Nationale ombudsman was daarom van oordeel dat de Staatssecretaris van Justitie niet in redelijkheid, en zonder de IGZ daarvan op de hoote te stellen, kon afzien van het instellen van een medisch-ethische commissie. De Nationale ombudsman deed hierbij de aanbevelin om een medisch-ethische commissie in te stellen die erop toeziet dat de ethische en wetenschappelijke normen van het leeftijdsonderzoek zo oed moelijk worden ewaarbord. In een uitspraak van 10 oktober 2000 van de rechtbank te Den Haa werd de conclusie van de Staatssecretaris van Justitie, dat bij een volledi esloten sleutelbeen kon worden econcludeerd dat de vreemdelin 21 jaar is, onvoldoende onderbouwd eacht. De rechtbank af de Staatssecretaris van Justitie in overwein advies in te winnen bij de IGZ ten aanzien van de conclusies die op rond van het sleutelbeenonderzoek etrokken kunnen worden. De IGZ liet de Staatssecretaris van Justitie bij brief van 13 november 2000 vervolens weten dat op rond van het sleutelbeenonderzoek een betrouwbare uitspraak kan worden edaan over de kalenderleeftijd van achttien jaar. Op rond van het sleutelbeenonderzoek kan alleen worden vastesteld dat bij een volledi esloten sleutelbeen de vreemdelin minimaal twinti jaar oud is. Er kunnen een uitspraken edaan worden over de exacte leeftijd in eval van niet eheel esloten sleutelbeenderen. De Nationale ombudsman oordeelde dat het voortzetten van het sleutelbeenonderzoek niet te rechtvaardien was voorzover daaraan conclusies werden verbonden die verder reiken dan het vaststellen van een leeftijd van joner of ouder dan twinti jaar. De Nationale ombudsman deed de aanbevelin om het sleutelbeenonderzoek alleen te ebruiken om vast te stellen dat een vreemdelin bij een esloten sleutelbeen minimaal twinti jaar oud is. Bij een niet/onvolledi esloten sleutelbeen kunnen een zekere uitspraken edaan worden over de leeftijd van betrokkene. De klacht over het niet-stopzetten door de IGZ van het leeftijdsonderzoek achtte de Nationale ombudsman onerond. De taak van de IGZ is blijkens de Gezondheidswet eleen in de handhavin van de wettelijke voorschriften op het ebied van de volksezondheid en in het uitbrenen van adviezen en het verstrekken van inlichtinen aan de Minister van de Volksezondheid, Welzijn en Sport (verder VWS) met betrekkin tot vraastukken op het ebied van de volksezondheid. In alemene zin kan worden esteld dat de Inspectie is belast met het bewaken van de kwaliteit van de ezondheidszor. Een Inspecteur voor de Gezondheidszor kan, indien het nemen van maatreelen in verband met evaar voor de veiliheid of de ezondheid redelijkerwijs een uitstel kan lijden, een schriftelijk bevel even aan de zoraanbieder. Het leeftijdsonderzoek door Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

44 middel van de claviculamethode betrof echter niet het verlenen van medische zor. Er kon voorts niet worden esproken van een acuut evaar voor de veiliheid of ezondheid. Ook de kwaliteit van de eboden zor was hier niet zonder meer in het edin. Het leeftijdsonderzoek is een medisch onderzoek waarvan de uitsla mede bepalend is voor de beoordelin door de IND van de vraa of betrokkene in aanmerkin komt voor een verblijfsverunnin. Dit betekent dat de IGZ in redelijkheid heeft kunnen besluiten een evol te even aan het verzoek om het leeftijdsonderzoek stop te zetten. De Nationale ombudsman overwoo hierbij wel dat de IGZ elet op de vooreschiedenis en de betrokkenheid van de IGZ bij het leeftijdsonderzoek, er ook voor had kunnen kiezen wel een nader onderzoek te verrichten. Op 15 oktober 2002 voerde de IGZ alsno een esprek met de betrokken radioloen over de door hen evolde werkwijze bij het leeftijdsonderzoek Zorvuldiheid Met name in de praktijk van werken van de Nationale ombudsman is het vereiste van zorvuldiheid edifferentieerd tot een root aantal subcriteria. Deze zijn te roeperen in drie clusters: vereisten ten aanzien van de procesan, vereisten ten aanzien van voorzieninen die op het niveau van de oranisatie aanwezi moeten zijn en vereisten ten aanzien van de houdin en het edra van de actor(es). Vereisten ten aanzien van de procesan betreffen de voortvarendheid, de administratieve nauwkeuriheid, de actieve en adequate informatieverstrekkin en de actieve opstellin. Vereisten ten aanzien van de aanwezie voorzieninen betreffen voorzieninen ten behoeve van reistratie en coördinatie/afstemmin, voorzieninen ter beschermin van de privacy en ter bevorderin van de onpartijdiheid en de hulpvaardiheid, en voorzieninen met betrekkin tot de toeankelijkheid en adequate verblijfs- en bewaaromstandiheden. Vereisten ten aanzien van de houdin en het edra van de actor(es) betreffende de correcte bejeenin, het respecteren van de privacy, de onbevooroordeeldheid, een open oo voor de belanen van burers en een actieve en hulpvaardie opstellin en het oed vervullen van de zorplicht ten aanzien van aan het bestuursoraan toevertrouwde belanen. Voortvarendheid Het vereiste van voortvarendheid betreft het naleven van de wettelijke of interne termijnvoorschriften. In het verslajaar vallen wat betreft het vereiste van voortvarendheid de volende rapporten op. In rapport 2002/403 (beslistermijn ambtshalve advies mvv; verder 7A.15.3) kwam de behandelinsduur van een verzoek om ambtshalve advies over een in te dienen aanvraa om een machtiin tot voorlopi verblijf (verder mvv-aanvraa) aan de orde. De vreemdelinendienst van het reionale politiekorps Haalanden had drie maanden na indienin van het verzoek no een advies uitebracht. Verzoekster diende daarover een klacht in bij de vreemdelinendienst, weens het overschrijden van de wettelijke termijn, enoemd in de artikelen 4:13 en 4:14 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb), dan wel weens overschrijdin van de in de Vreemdelinencirculaire 2000 als redelijk enoemde termijn van drie maanden. De vreemdelinendienst achtte de klacht niet erond omdat het niet om een mvv-aanvraa in maar om een verzoek om een ambtshalve advies. Daarnaast bood artikel 4:14 Awb, naar de menin van de vreemdelinendienst, de moelijkheid verzoekster mee te delen binnen welke redelijke termijn zij wel een advies kon verwachten, heteen in dit eval zes maanden was. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

45 De Nationale ombudsman overwoo dat in de Vreemdelinencirculaire 2000 werd vermeld dat een referent in Nederland de mvv-procedure in an kon zetten door bij de vreemdelinendienst ten behoeve van de vreemdelin een verzoek in de dienen om ambtshalve advies. Daaruit volt dat de datum waarop het verzoek om ambtshalve advies wordt inediend, moet worden aanemerkt als de datum waarop de mvvprocedure is opestart. Deze procedure behoort in beinsel binnen drie maanden te zijn aferond. Dit betekent dat de vreemdelinendienst een advies in een mvv-procedure, oneacht of dat naar aanleidin van een mvv-aanvraa of naar aanleidin van een verzoek om ambtshalve advies is opemaakt, op een zodani tijdstip aan de Visadienst dient toe te zenden dat deze ook binnen de termijn van drie maanden kan beslissen. Ten overvloede merkte de Nationale ombudsman no op dat met de herinrichtin van de mvv-procedure per 1 juli 2002 de termijn waarbinnen op een aanvraa moet worden beslist niet is ewijzid, oneacht of de procedure een aanvan neemt met een aanvraa of met een verzoek om ambtshalve advies. In het onderzoek dat leidde tot rapport 2002/309 (buitenbehandelinstellin en beslistermijn; verder 10A.2.1.4) af de Staatssecretaris van Justitie als haar menin te kennen dat na het opheffen van de buiten behandelin stellin van een aanvraa om een verblijfsverunnin een nieuwe beslistermijn van zes maanden dient te worden ehanteerd, lopende vanaf het moment van opheffen. In het onderhavie eval was de aanvraa buiten behandelin esteld weens het ontbreken van een machtiin tot voorlopi verblijf (verder mvv). De Nationale ombudsman overwoo in het rapport echter dat de beslistermijn door het buiten behandelin stellen van de aanvraa slechts was estuit. Nadat het bezwaarschrift ericht teen de buiten behandelinstellin erond was verklaard, diende de aanvankelijke termijn van zes maanden weer verder te lopen en kon derhalve niet worden esteld dat de termijn op dat moment opnieuw zes maanden bedroe. Rapport 2002/078 (lane duur aanvraa mvv; verder 10A.2.2.4) betrof een klacht over de lane duur van behandelin van een referentaanvraa voor een mvv. De Nationale ombudsman overwoo dat de aanvraa niet binnen de vooreschreven termijn van drie maanden was behandeld. Daarelaten de verantwoordelijkheid van de korpschef van het betrokken politiekorps om zodani tijdi te adviseren dat de Visadienst no in redelijkheid de verklarin van de Minister van een bezwaar binnen drie maanden kon toezenden aan de Nederlandse diplomatieke verteenwoordiin, was de Visadienst verantwoordelijk voor de tijdie toezendin als zodani. De edrain van de Visadienst was in zoverre «niet behoorlijk». De afifte van de mvv door de Nederlandse verteenwoordiin te Rabat was vervolens vertraad omdat de verteenwoordiin had opemerkt dat betrokkene in het opsporinsreister stond ereistreerd. Om die reden had de post de vreemdelinendienst de vraa vooreled of deze sinalerin aan afifte van een mvv in de we stond. Achteraf bleek dat de vreemdelinendienst abusievelijk had naelaten te controleren of betrokkene criminele antecedenten had. Op dit punt was de edrain «niet behoorlijk». Pas drie maanden later berichtte de Visadienst de verteenwoordiin dat de sinalerin niet aan afifte van een mvv in de we stond. De Nationale ombudsman achtte het niet onjuist dat de verteenwoordiin controleert of de betrokkene criminele antecedenten heeft voordat tot afifte van een mvv wordt overeaan. De onderzochte edrain was op dit punt «behoorlijk». De Visadienst had zich echter ervan moeten verewissen dat het door de vreemdelinendienst opemaakte advies omtrent de in te dienen mvv-aanvraa was ebaseerd op zorvuldi onderzoek voordat hij Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

46 het advies overnam en de verteenwoordiin machtide tot afifte. De onderzochte edrain was op dit punt «niet behoorlijk». Dit was aanleidin om aan de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Justitie in overwein te even erop toe te zien dat de korpschefs in hun adviezen aan de Visadienst melden of en zo ja op welke wijze zij de betrokken vreemdelin hebben econtroleerd op criminele antecedenten. Deze aanbevelin werd overenomen. Rapport 2002/276 (lane duur naturalisatie Nederlandse Antillen; verder 10A.2.4) betreft een klacht over de lane duur van de behandelin van 48 aanvraen tot naturalisatie die waren inediend in de Nederlandse Antillen. Deze aanvraen worden na indienin door de Antilliaanse autoriteiten doorezonden naar de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND). De termijn om te beslissen op verzoeken om naturalisatie is één jaar; de beslissin kan tweemaal voor zes maanden worden aanehouden. Van de lijst van 48 naturalisatieaanvraen die verzoeker had overeled, was er slechts in één eval tijdi beslist. De Nationale ombudsman is alleen bevoed om het Nederlandse aandeel in de procedure te beoordelen. Hij overwoo onder meer dat de IND na ontvanst van de aanvraen tien zaken binnen een half jaar tot een jaar had afehandeld. In 24 zaken bedroe deze termijn één tot twee jaar, onder meer omdat de noodzakelijke informatie om op de aanvraa te kunnen beslissen ontbrak. Dit laatste vormt echter een rechtvaardiin voor de lane duur van de behandelin. Zodra de IND de aanvraa ontvin, was het namelijk aan de IND om de voortan te bewaken. De IND bood de behandelende instanties in de Nederlandse Antillen een termijn van in totaal één jaar om een verzuim te herstellen. Deze termijn is elijk aan de wettelijke beslistermijn en om die reden te lan. In zoverre was de onderzochte edrain «niet behoorlijk». Inmiddels had de IND in overle met de autoriteiten in de Nederlandse Antillen enkele wijziinen doorevoerd die een unsti effect hadden op de behandeltijd. Zo werden de aanvraen rechtstreeks aan de IND estuurd, en niet meer via de evolmachtid Minister; waren de termijnen om een verzuim te herstellen verkort (er werd minder vaak erappelleerd), kree ook de aanvraer informatie over ontbrekende eevens, zodat deze zelf actie kon ondernemen om die alsno te verstrekken. De Nationale ombudsman deed daarnaast de aanbevelin aan de Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie om in samenwerkin en overle met de autoriteiten van de Nederlandse Antillen het daarheen te leiden dat naturalisatieaanvraen alleen kunnen worden inediend als deze volledi zijn en voorzien van alle benodide documenten, en dat aanvraers van naturalisatie door voorlichtinsmateriaal vooraf worden eïnformeerd over het verloop van de procedure, de daaraan verbonden kosten en de voorwaarden die worden esteld aan het in behandelin nemen van een aanvraa. Op 8 november 2002 liet de Minister weten dat de aanbevelin werd opevold door deze te verwerken in de nieuwe beleidsreels die ter zake van de invoerin van de nieuwe Rijkswet op het Nederlanderschap voor de Nederlandse Antillen zullen aan elden. Rapport 2002/300 (beslistermijn aanvraa; verder 13A.2.3 en V-N 2002/54.33) aat over de behandelinsduur van een op 31 januari 2001 bij de Belastindienst/Onderneminen Goes (verder Belastindienst Goes) inediend verzoek om per 1 januari 2001 in aanmerkin te komen voor een zoenoemde eruisloze terukeer uit een besloten vennootschap. De behandelin van aanvraen om beschikkinen dient plaats te vinden binnen de daarvoor estelde termijnen. Inevole het bepaalde in artikel Voorschrift Awb 1997 is de hoofdreel dat de Belastindienst binnen acht weken na ontvanst van de aanvraa een beschikkin afeeft. In het Voorschrift Awb 1997 is echter tevens bepaald dat onder meer wanneer er Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

47 sprake is van ecompliceerde zaken, de Belastindienst op rond van het bepaalde in artikel 5a Alemene wet inzake rijksbelastinen (verder Awr) binnen één jaar op een aanvraa om een beschikkin dient te beslissen. Indien het niet moelijk blijkt de beschikkin op aanvraa binnen acht weken na ontvanst van de aanvraa te even, wordt op rond van artikel Voorschrift Awb 1997 de aanvraer daarvan zo spoedi moelijk in kennis esteld. Daarbij wordt aaneeven waarom de beschikkin no niet kan worden eeven en binnen welke termijn de beschikkin wel teemoet kan worden ezien. De Nationale ombudsman oordeelde dat de Belastindienst Goes door de emachtide van verzoekers niet zo spoedi moelijk, althans niet binnen de beslistermijn van acht weken van het Voorschrift Awb 1997 te informeren omtrent de termijn waarbinnen de beschikkin op de aanvraa van 31 januari 2001 teemoet kon worden ezien, had ehandeld in strijd met artikel Voorschrift Awb Voorts overwoo de Nationale ombudsman dat de Staatssecretaris van Financiën in zijn standpunt kon worden evold dat het hier aat om een nieuwe en ecompliceerde reelin waardoor het vaststellen van de (standaard)voorwaarden tijd kost. Echter, deze termijn wordt berensd door de wettelijke bepalin, die inhoudt dat een beschikkin dient te worden eeven binnen de wettelijke termijn van een jaar zoals bepaald in artikel 5a Awr. Met inachtnemin van artikel 4:15 Awb betekent dit dat nu met het verkrijen van de bij de emachtide van verzoekers opevraade eevens slechts enkele daen waren emoeid bein februari 2002 een beslissin had moeten worden enomen op de aanvraa van 31 januari Deze termijn was in dit eval ruim overschreden, nu eerst op 1 juli 2002 een beslissin op de aanvraa aan de emachtide van verzoekers was meeedeeld. De Nationale ombudsman achtte de klacht erond. In de zaak die leidde tot rapport 2002/328 (tijdi beslissen in bezwaar; verder 10A.2.1.4) had verzoekster een aanvraa inediend om een machtiin tot voorlopi verblijf (verder mvv). Nadat drie maanden waren verstreken, had verzoeksters emachtide een bezwaarschrift inediend teen het niet-tijdi beslissen op de aanvraa. Toen bij de ontvanstbevestiin van dit bezwaarschrift werd meeedeeld dat de Visadienst op dat moment emiddeld vijf maanden nodi had om een bezwaarschrift te behandelen, diende hij daarover een klacht in. Deze klacht werd onerond verklaard, omdat de wettelijke beslistermijn van tien weken in de bezwaarprocedure op dat moment no niet was verstreken. De Nationale ombudsman was van oordeel dat, hoewel de behandeltermijn van het bezwaarschrift no niet was verstreken op het moment dat de klacht was inediend, de IND in de afdoenin van de klacht was voorbijeaan aan de bedoelin van de wetever, te weten dat door het indienen van een bezwaarschrift teen het niet-tijdi beslissen wordt bereikt dat de zaak voortvarend wordt behandeld. In dit eval was met het indienen van het bezwaarschrift echter het teenoverestelde bereikt. De IND had de klacht dan ook erond moeten verklaren. De edrain was «niet behoorlijk». Rapport 2002/302 (behandelinsduur bezwaarschrift ozb; verder ). heeft betrekkin op de lane behandelinsduur van een bij de emeente Enschede inediend bezwaarschrift teen een aansla onroerende zaakbelastin. De Nationale ombudsman overwoo dat de door de Belastindienst sinds 1 januari 1997 door middel van toepassin van artikel 7:10 Awb ehanteerde termijn van zes weken (met de moelijkheid van verlenin met ten hooste vier weken) in beinsel als richtsnoer dient te worden ehanteerd bij de afhandelin van bezwaarschriften ter zake van heffinen die bij andere overheden (zoals emeenten) zijn inediend. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

48 Toepassin van de in artikel 7:10 Awb enoemde termijn kan echter achterwee blijven bij bijzondere inewikkeldheid en indien er sprake is van andere feiten en/of omstandiheden die een lanere behandelinsduur noodzakelijk maken. Dit doet zich voor bij bezwaarschriften teen aanslaen onroerende zaakbelastin, omdat er sprake is van piekbelastin. Van emeenten kan niet worden evraad dat zij bezwaarschriften teen aanslaen onroerende zaakbelastin afhandelen binnen de in artikel 7:10 van de Awb enoemde termijn van zes weken. De Nationale ombudsman stelde zich op het standpunt dat afhandelin binnen de redelijk te achten termijn van drie maanden echter wel haalbaar moet worden eacht. Het is ook een vereiste van voortvarendheid dat een esinaleerde fout tijdi wordt hersteld. In deze zin was het vereiste aan de orde in de zaak die leidde tot rapport 2002/128 (tenaamstellin kentekenbewijs; verder 16B.2.2), waarin verzoekster klaade over de wijze waarop de Dienst Weverkeer (verder RDW) had ereaeerd op haar brief van 17 september 1999, waarin zij meedeelde dat een derde een autokenteken op haar naam had laten zetten met ebruikmakin van een vervalst document op haar naam, en waarin zij verzocht om beëindiin van die tenaamstellin. Als evol van de tenaamstellin was haar een root aantal boetes opeled voor overtredinen die een ander had beaan. Pas op 29 februari 2000 reistreerde de RDW de tenaamstellin als vervallen en lede dit neer in een beschikkin van 1 maart Naar het oordeel van de Nationale ombudsman had de RDW moeten inzien dat in verzoeksters situatie sprake was van een uitzonderinseval en had daarin aanleidin moeten zien om de zaak niet standaardmati, maar voortvarend af te doen. Het viel in verzoeksters eval niet in te zien hoe zij een vrijwarinsbewijs had kunnen verkrijen, nu het niet in de lijn der verwachtinen la dat deene die met een vervalst document de desbetreffende auto op naam van verzoekster had laten reistreren, bereid zou zijn eweest om die auto op eien naam te laten reistreren en verzoekster een vrijwarinsbewijs te doen toekomen. De Nationale ombudsman overwoo hierbij dat het de RDW, elet op de eevens die verzoekster met betrekkin tot haar paspoort had overeled, duidelijk had moeten zijn dat de tenaamstellin van de betreffende auto klaarblijkelijk had plaatsevonden met een vervalst document op naam van verzoekster. De Nationale ombudsman achtte de onderzochte edrain in zoverre «niet behoorlijk». Administratieve nauwkeuriheid Tekortschietende administratieve nauwkeuriheid was aan de orde in rapport 2002/253 (slachtofferzor; verder 13A.2.9 en V-N 2002/45.25 en JB 2002/317) betreffende de Belastindienst/Fiscale Inlichtinen en Opsporinsdienst/Economische Controledienst (verder ECD). Verzoeker klaade erover dat de ECD bij de overdracht aan het Openbaar Ministerie (verder OM) van de zaak waarin hij aanifte had edaan, had naelaten de maatreelen te nemen die nodi waren om te bereiken dat hij als benadeelde partij zou worden evoed in de strafrechtelijke procedure teen de verdachte(n). De Nationale ombudsman achtte de onderzochte edrain van de ECD «niet behoorlijk». Hij af aan de Minister van Financiën in overwein te bevorderen dat de ECD met het OM afspraken maakt over de uitvoerin van de bepalinen in de Aanwijzin Slachtofferzor van het OM teneinde benadeelde partijen in de eleenheid te stellen zich ter zake van hun vorderin tot schadeveroedin in het strafproces te voeen. Aan het einde van het verslajaar was no niet op de aanbevelin ereaeerd. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

49 Actieve en adequate informatieverstrekkin In rapport 2002/332 (taxivervoer; verder 16A.2) behandelt de Nationale ombudsman een klacht van een boekhouder, die werkzaamheden verrichtte voor een aantal kleine taxionderneminen, over de informatieverstrekkin door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat over de op 1 januari 2000 inevoerde ondernemersverunnin voor het verrichten van taxivervoer. In dit verband klaade verzoeker er onder meer over dat het Ministerie in de informatie over de moelijkheid van het verkrijen van een verklarin van historische vakbekwaamheid, onvoldoende duidelijk was eweest. In deze zaak speelde een wijziin van de Wet personenvervoer voor het taxivervoer een rol waardoor de verantwoordelijkheid voor het taxibeleid verschoof van de provincies of de emeenten naar het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. In Amsterdam werden de verunninen en de verunninbewijzen tot 1 januari 2000 verleend door OLT AZAM (Openbaar Lichaam Taxizaken Amsterdam Zaanstad) en was de coördinatie van het straattaxivervoer (rotendeels) in handen van Taxi Centrale Amsterdam (TCA). De wijziinen leidden met name in Amsterdam tot de nodie perikelen. Tevens bracht de Commissie Konin een rapport uit naar aanleidin van onderzoek verricht naar de taxibranche in de reio Amsterdam van 1985 tot De Nationale ombudsman kwam tot de conclusie dat het Ministerie niet verantwoordelijk kon worden esteld voor het feit dat de Amsterdamse taxiondernemers onvoldoende op de hoote bleken van de invoerin van de nieuwe reelevin en de consequenties die dit voor hen had. Toen het aan het Ministerie duidelijk werd dat de situatie in Amsterdam een andere aanpak vereiste, was hiertoe overeaan, onder meer door het houden van voorlichtinsbijeenkomsten. Om die reden achtte de Nationale ombudsman de onderzochte edrain in dit opzicht «behoorlijk». Met betrekkin tot verzoekers klacht dat het Ministerie in de informatie over de moelijkheid van het verkrijen van een verklarin van historische vakbekwaamheid onvoldoende duidelijk was eweest, oordeelde de Nationale ombudsman dat een brief en de brochure «Ondernemersverunnin en Taxivervoer» onvoldoende duidelijk waren eweest over de vereisten voor de verklarin. In de brief werd verzoekster door het Ministerie op de hoote esteld van de instemmin door de Eerste Kamer met het wetsvoorstel dereulerin taxivervoer. De Minister kon niet worden evold in zijn standpunt dat de vereisten voor het verkrijen van een verklarin van historische vakbekwaamheid alemeen bekend mochten worden verondersteld, nu sprake was van een zodani essentiële wijziin dat de informatieverstrekkin over de nieuwe reelevin afdoende moest zijn voor een volledi berip daarvan, en daartoe meer specifieke informatie had moeten bevatten. Om die reden achtte de Nationale ombudsman de onderzochte edrain ook op dit punt «niet behoorlijk». Actieve informatieverstrekkin vert ook dat een adequate rechtsmiddelenverwijzin plaatsvindt. In dit verband valt te wijzen op rapport 2002/160 (rechtsmiddelenverwijzin; verder 13A.2.4 en V-N 2002/32.33 en JB 2002/236) waarin de klacht luidt dat de Belastindienst verzoekster ter eleenheid van de overbetekenin van het besla niet had ewezen op de moelijkheid om een verzetschrift in te dienen. De Nationale ombudsman stelde vast dat de (over)betekenin van het proces-verbaal van besla eldt als een bekendmakin aan belanhebbende (verzoekster) in de zin van artikel 3:41 Awb. Dit heeft tot evol dat op rond van het bepaalde in artikel 3:45 Awb (de rechtsmiddelverwijzin) ter eleenheid van de overbetekenin van het proces-verbaal van besla, meldin dient te worden emaakt van de openstaande moelijkheid tot het instellen van administratief beroep ex artikel 22 van de Invorderinswet De Belastindienst was daarom volens de Nationale ombudsman ehouden Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

50 om ter eleenheid van de overbetekenin van het proces-verbaal van besla aan verzoekster meldin te maken van de moelijkheid om op rond van artikel 22 van de Invorderinswet 1990 een beroepschrift, ericht aan de directeur van de Belastindienst, in te dienen bij de ontvaner. Gezien de strekkin van artikel 3:45 Awb dient een derelijke rechtsmiddelverwijzin in principe schriftelijk plaats te vinden. In dit eval was een schriftelijke rechtsmiddelverwijzin in de akte van (over)betekenin van het proces-verbaal van besla openomen. In zoverre kon worden esteld dat de Belastindienst jeens verzoekster was tekorteschoten. De constaterin dat een schriftelijke rechtsmiddelverwijzin was openomen, leidde niet automatisch tot de conclusie dat verzoekster ter eleenheid van de overbetekenin van het proces-verbaal van besla feitelijk niet door de Belastindienst (de deurwaarder) was ewezen op de moelijkheid om een verzet-/beroepschrift in te dienen, dan wel in meer alemene zin dat zij actie kon ondernemen indien zij het met de beslalein en de eplande verkoop niet eens was. Op dit punt stonden de lezinen van betrokkenen teenover elkaar. De Nationale ombudsman onthield zich ter zake van het even van een oordeel. Met instemmin werd kennis enomen van de toezein van de Staatssecretaris van Financiën dat bij de eerstvolende wijziin van de Leidraad Invorderin 1990 per 1 juli 2002 als verplichtin zou worden openomen dat bij overbetekenin van een besla op roerende zaken schriftelijk vermeld zal moeten worden door wie, binnen welke termijn en bij welk bestuursoraan beroep kan worden inesteld (de in artikel 22, eerste lid, Invorderinswet 1990 neerelede specifieke administratieve beroepsmoelijkheid die een derde heeft ten laste van wie besla is eled voor de belastinschuld van een ander). Deze vermeldin in de Leidraad Invorderin 1990 heeft plaatsevonden. Actieve opstellin Een actieve opstellin vereist onder meer dat een bestuursoraan actief informatie verwerft en toereikend onderzoek verricht. In rapport 2002/308 (stortin op vervallen rekenin; verder 13A.2.5.5, V-N 2002/52.32 en JB 2003, 31) oordeelde de Nationale ombudsman dat de Belastindienst in zijn onderzoeksplicht tekort was eschoten. Verzoekster had over het jaar 2000 een (relatief rote) teruaaf inkomstenbelastin evraad door middel van een T-biljet. Op de voorzijde van het biljet wordt aan belastinplichtie evraad een rekeninnummer in te vullen. Verzoekster had verzuimd bij deze vraa iets in te vullen. Nadat de aansla en de daaruit voortvloeiende teruaaf waren vastesteld, stortte de Belastindienst het bedra op een rekeninnummer dat no in zijn bestand voorkwam. De Belastindienst had dit rekeninnummer ruim vier jaar daarvoor voor het laatst ebruikt voor een teruaaf aan verzoekster over het jaar Verzoekster had deze rekenin inmiddels opezed en de bank had het nummer opnieuw uiteeven, aan een derde, bij wie de teruaaf dan ook terechtkwam. De Nationale ombudsman oordeelde dat de Belastindienst aan zijn onderzoeksplicht onvoldoende invullin had eeven door zonder meer aan te nemen dat het rekeninnummer in zijn bestand na ruim vier jaar no steeds bij verzoekster in ebruik zou zijn. De Belastindienst was daarmee voorbijeaan aan de alleszins reële kans dat zich in die periode wijziinen hadden vooredaan. Het had voor de hand eleen dat de Belastindienst verzoekster in de eleenheid zou hebben esteld om het verzuim bij het invullen van het T-biljet te herstellen en haar te vraen alsno een rekeninnummer voor de teruaaf op te even. De Nationale ombudsman deed de aanbevelin het bedra van de teruaaf alsno aan verzoekster uit te betalen. Voorts deed hij de aanbevelin om te bewerkstellien dat de Belastindienst in evallen waarin een nummer op het aaniftebiljet is afedrukt en waarin de belastinplichtie heeft Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

51 verzuimd zelf een rekeninnummer op te even, de indiener van het biljet steeds in de eleenheid te stellen dit verzuim binnen een door de Belastindienst estelde termijn te herstellen. Aan het eind van het verslajaar was no een reactie ontvanen op deze aanbevelinen. Een actieve opstellin vert ook dat het bestuursoraan de indiener van de bezwaarschrift eleenheid eeft te worden ehoord en daartoe zelf het initiatief neemt. Onder omstandiheden kan ook telefonisch worden ehoord. Rapport 2002/141 (telefonisch horen in bezwaar; 2002/141, verder 20B.2 en JB 2002, 218) had onder meer betrekkin op verzoeksters klacht dat zorverzekeraar CZ het verzoek om in het kader van de bezwaarprocedure telefonisch te worden ehoord in plaats van in persoon, niet had ehonoreerd. In reactie op dit klachtonderdeel liet CZ de Nationale ombudsman weten dat bij CZ telefonische hoorzittinen moelijk zijn, maar niet ebruikelijk. Gelet op de vele bezwaar- en beroepsprocedures van verzoekster, achtte CZ het in dit eval wenselijk verzoekster in persoon te horen. De Nationale ombudsman was van oordeel dat CZ ezien de eeven motiverin kon afzien van het telefonisch horen en verzoekster in persoon had willen horen. Respecteren privacy Naast het hiervoor onder «overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften» enoemde rapport 2002/369 over het verstrekken van vertrouwelijke informatie in strijd met de Wet politiereisters kwam het verstrekken van vertrouwelijke informatie ook aan de orde in rapport 2002/269 (verder 10A.2.3.2). In dit rapport kwam de Nationale ombudsman tot het oordeel dat de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND) ten onrechte vertrouwelijke informatie over het asielverzoek van verzoekster had verstrekt aan de media. Deze informatie betrof de aanweziheid van verzoekster in Nederland, haar asielaanvraa en haar verblijf in het Grenshospitium. Ook was verklaard dat in evallen als die van verzoekster onderzoek wordt edaan naar de moelijke toepassin van artikel 1F van het Vluchtelinenverdra (misdrijven teen de menselijkheid), en dat in de zaak van verzoekster een neatief voornemen was uitebracht. De Nationale ombudsman was van oordeel dat het Ministerie van Justitie hiermee in strijd had ehandeld met de toezein aan verzoekster dat haar asielverzoek vertrouwelijk zou worden behandeld. Volens de Nationale ombudsman diende het Ministerie in beinsel zeer teruhoudend te zijn bij het verstrekken aan de nieuwsmedia van informatie over een asielverzoek. Dit old ook voor het desevraad bevestien door het Ministerie van Justitie van lans andere we al bekend eworden informatie over een asielverzoek, omdat een derelijke officiële bevestiin van de asielaanvraa reeds op zichzelf relevante informatie inhield. Beschermin van de persoonlijke levenssfeer was eveneens aan de orde in rapport 2002/152 (verder 7A.9.3 en 7B.9). Dit rapport betreft de betrokkenheid van politie en openbaar ministerie bij de totstandkomin van een televisieproramma over een politiekorps. Daarin kwam een burenruzie aan de orde waarbij verzoekers betrokken waren. De Nationale ombudsman constateerde dat de politie terecht aan haar medewerkin voorwaarden had verbonden die beooden de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen te beschermen. De politie had echter ten onrechte niet onderkend dat beelden en informatie over de burenruzie tot verzoeker te herleiden waren. Daardoor had deze een bezwaar kunnen maken teen uitzendin. Voorts vond de Nationale ombudsman het niet juist dat de politie beeldmateriaal dat van de buurman van verzoeker was verkreen als bewijsmateriaal in een ophanden zijnde strafzaak teen verzoeker, had doorespeeld aan de prorammamaker. Ten slotte oordeelde de Nationale Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

52 ombudsman dat de politie in strijd met een richtlijn had ehandeld door het openbaar ministerie niet bij de «prescan» van de uitzendin te betrekken. Op zijn beurt had het openbaar ministerie vanuit zijn verantwoordelijkheid voor informatieverstrekkin aan de media meer toezicht moeten houden op de wijze waarop de politie medewerkin verleende. 1.4 Bijzondere onderwerpen Publieksvoorlichtin De Nationale ombudsman vindt het belanrijk dat burers hem weten te vinden en dat de vorm van rechtsbeschermin die hij hen kan bieden, laadrempeli en toeankelijk is. De afelopen jaren is daarom een aanpak ontwikkeld voor de voorlichtin aan het alemene publiek en relevante (rechts)hulpverleners over de taak en functie van de Nationale ombudsman. Vanaf het Jaarversla 1999 is aan het voorbereidend onderzoek daarvoor en de ontwikkelin van het voorlichtinsbeleid ieder jaar aandacht besteed. Het streven om naast free publicity de voorlichtin op een structurele en planmatie manier in te vullen met de inzet van betaalde communicatiemiddelen heeft in de Tweede Kamer weerklank evonden en is in de zomer van 2000 ondersteund door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vanaf het jaar 2001 is voor drie jaar een budet toeekend om de (juiste) bekendheid en daarmee de «vindbaarheid» van de Nationale ombudsman te verroten. In zijn brief van auustus 2000 merkt de minister op het prematuur te achten om een structureel bedra op te nemen, omdat informatie over de effecten van de nieuwe aanpak (zowel op de bekendheid als op de werkvoorraad van de Nationale ombudsman) ontbreekt. Bein 2003 zal daarom een evaluatie van de externe en interne effecten plaatsvinden. In wordt uitebreider ineaan op de uitanspunten en de doelstellinen van de publieksvoorlichtin. De afelopen twee jaar heeft de publieksvoorlichtin vorm ekreen in twee campanes: in 2001 is de publieksvoorlichtin landelijk van start eaan met een Postbus 51 campane, in 2002 heeft de Nationale ombudsman reionaal aan zijn bekendheid ewerkt. Met deze campanes is een nieuwe aanpak inezet: het bekendmaken van een nieuw ratis telefoonnummer om (potentiële) klaers zoveel moelijk al aan de telefoon te kunnen helpen. Direct erelateerd aan de campanes is op verschillende manieren ewerkt aan de toeankelijkheid van het instituut voor burers en intermediairs. De website is voorzien van een publieksdeel waar burers ook via elektronische we een klacht kunnen indienen, foldermateriaal is aanepast en brieven worden toeankelijker eformuleerd. (Rechts)hulpverleners worden met behulp van een Nieuwsbrief en mondeline presentaties reelmati eïnformeerd over de werkwijze en het werkterrein van de Nationale ombudsman. De resultaten van de campanes leiden tot de conclusie dat de Nationale ombudsman door de campanes beter vindbaar is (meer mensen weten hem te vinden) en juister bekend is (meer mensen weten dat zij de Nationale ombudsman kunnen inschakelen bij problemen met de overheid). Geen noemenswaardi effect is er eweest op de (spontane) naamsbekendheid. Twee opvallende resultaten verdienen de aandacht. Het eerste is, dat tijdens de twee campanes veel meer mensen, vooral telefonisch, hun vraa of probleem aan de Nationale ombudsman hebben vooreled. Uit de evaluatie blijkt dat vrijwel al deze mensen de Nationale ombudsman alleen door de campanes hebben kunnen vinden. Massamediale aandacht blijkt daarmee van root belan voor een betere vindbaarheid. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

53 Het tweede vermeldenswaardie resultaat betreft de interne bedrijfsvoerin. Uit de jaarcijfers over 2002 blijkt dat voor het eerst sinds jaren het aandeel buitenwettelijke verzoekschriften (verzoekschriften die vallen buiten de Wet Nationale ombudsman) ten opzichte van de totale instroom daalt. Bovendien blijkt de aard van de buitenwettelijke verzoekschriften te verschuiven: het aandeel consumentenklachten neemt af. Er lijkt daarmee sprake te zijn van een eleidelijk positief effect van de nieuwe aanpak die is inezet met de campanes: het bekendmaken van een nieuw ratis telefoonnummer om (potentiële) klaers zoveel moelijk al aan de telefoon te kunnen (door)verwijzen. Met het oo op deze resultaten moe het duidelijk zijn, dat het noodzakelijk is om in de publieksvoorlichtin en de voorlichtin aan intermediairs op de ineslaen we door te aan en daarvoor vanaf 2004 structureel een budet te krijen. Het is immers ewenst, dat burers bekend zijn met de vorm van rechtsbeschermin die de Nationale ombudsman biedt en dat zij hem ook kunnen vinden. Ook de overheid zelf speelt hierbij een belanrijke rol. Wanneer de overheid in alle openheid actief laat zien dat er volend op een interne klachtprocedure een externe, onafhankelijke voorzienin openstaat voor mensen, creëert zij een basis voor vertrouwen Buitenlandbeleid van de Nationale ombudsman De betekenis van een ombudsmaninstituut voor rechtsstaat en democratie heeft de Nationale ombudsman doen besluiten zijn kennis en ervarin van de afelopen twinti jaar, beschikbaar te stellen aan instituten in andere landen. De primaire taak van de Nationale ombudsman is en blijft het behandelen van klachten. Niet alle verzoeken om kennisuitwisselin kunnen daarom worden ehonoreerd. Dit zou immers te veel veren van de beschikbare onderzoekscapaciteit en afbreuk doen aan het primaire proces. Een keuze moest daarom emaakt worden. Bij deze keuze heeft de Nationale ombudsman zich laten leiden door onder andere de Notitie Mensenrechtenbeleid 2001 (Kamerstukken II 2000/2001, , nr. 2), de Balkannotitie (Kamerstukken II 2000/2001, , nr. 336) en de toetredinsvereisten van de Europese Unie zoals deze onder andere zijn neereled in de Conclusies van het Voorzitterschap van de Europese Raad in Kopenhaen van 21 en 22 Juni Tevens is rekenin ehouden met de staatsrechtelijke en historische banden die Nederland heeft met bepaalde landen. Te denken valt hierbij aan Aruba en de Nederlandse Antillen. Maar ook Indonesië en bijvoorbeeld Suriname vallen hieronder. Op rond van het vooraande is ervoor ekozen in eerste instantie ombudsman- en verelijkbare instituten in de kandidaat-lidstaten en de Westelijke Balkan te steunen als daarvoor bij het bureau een verzoek binnenkomt. In 2002 zijn hiertoe al enie activiteiten ontplooid. In maart heeft bijvoorbeeld een ontmoetin en kennisuitwisselin plaatsevonden met de mensenrechtenombudsman van Bosnië-Herzeovina. Verder heeft de Nationale ombudsman in november werkbezoeken ebracht aan respectievelijk de Roemeense en de Tsjechische ombudsmaninstituten. Met beide instellinen zijn daarna initiële afspraken emaakt voor een samenwerkin en tot het opstarten van een kennisuitwisselin (verder 5.4). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

54 2 WETGEVING; AMBT; BUREAU 2.1 Wetevin c.a De Wet Nationale ombudsman De Wet Nationale ombudsman (verder WNo) is in 2002 eenmaal ewijzid. Op 12 maart 2002 is artikel VI van de Eerste evaluatiewet Awb (Stb. 2002, 53) in werkin etreden. Bij dit artikel is, met teruwerkende kracht tot en met 1 juli 1999, een missla in artikel 14 WNo hersteld. Op die datum is de wet van 12 mei 1999 (Stb. 214) in werkin etreden, waarbij de tekst van een onderdeel van artikel 14 WNo opnieuw is vastesteld. De wetever heeft daarbij echter over het hoofd ezien dat tijdens de parlementaire behandelin van het wetsvoorstel een andere wijziin van artikel 14 in werkin was etreden, waarbij het desbetreffende onderdeel van dit artikel is verletterd. Als evol daarvan heeft de nieuw vastestelde tekst een onderdeel (onderdeel h) verdronen dat in de wet had moeten blijven staan en is het onderdeel dat door de nieuwe tekst vervanen had moeten worden (onderdeel i) ten onrechte ehandhaafd. Met de bedoelin om deze kennelijke missla zo snel moelijk onedaan te maken, werd op 21 juni 1999 een voorstel tot reparatie van de fout aan de Tweede Kamer vooreled bij een nota van wijziin van een al bij de Kamer aanhani wetsvoorstel, te weten het voorstel van de Eerste evaluatiewet Awb (Kamerstukken II 1998/99, , nr. 4). De parlementaire behandelin van dit wetsvoorstel heeft echter veel meer tijd in besla enomen dan was voorzien. Als evol daarvan heeft het een kleine drie jaar eduurd voordat de missla met teruwerkende kracht was hersteld. De Nationale ombudsman heeft overiens intussen de WNo toeepast alsof de missla niet had plaatsevonden (zie Jaarversla 1999, blz en Jaarversla 2000, blz ). De tekst van de WNo zoals deze luidt na de reparatie van de onderdelen h en i van artikel 14 is openomen als bijlae 6.1 van dit jaarversla Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman Het Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman (Stb. 1998, 547, ewijzid bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415; zie bijlae 6.3 van dit jaarversla) eeft een nadere reelin voor de berekenin en de wijze van betalin van de veroedin die bij de Nationale ombudsman aanesloten provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen inevole artikel 1c WNo verschuldid zijn ter dekkin van de kosten die zijn verbonden aan het beschikbaar stellen van de klachtvoorzienin bij de Nationale ombudsman aan de bestuursoranen van de desbetreffende decentrale overheden. Deze veroedin bestaat in beinsel uit een vast bedra per verzoekschrift dat de Nationale ombudsman over edrainen van de bestuursoranen van een decentrale overheid ontvant. Desewenst kunnen decentrale overheden echter ook kiezen voor een edifferentieerd tarief, waarbij een hoer bedra is verschuldid voor verzoekschriften die leiden tot een onderzoek van de Nationale ombudsman en een laer bedra voor de overie verzoekschriften. Een indexerinsbepalin in het Veroedinenbesluit draat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de bedraen jaarlijks aan te passen aan het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastestelde prijsindexcijfer van de consumptie van de overheid van de activiteit alemeen bestuur. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

55 In 2002 zijn de bedraen aanepast bij besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 auustus 2002 (nr. CW2002/U82 484, Stcrt. 170). Daarbij werden de bedraen voor de verzoekschriften ontvanen in de periode van 1 september 2001 tot en met 31 auustus 2002 met 5,1% verhood. Zij werden daarmee vastesteld op 960 per verzoekschrift voor het uniforme tarief en respectievelijk en 202 per verzoekschrift voor het edifferentieerde tarief. Als evol van de wijze waarop de indexerinsbepalin in het Veroedinenbesluit is eredieerd en het tijdstip waarop het benodide prijsindexcijfer beschikbaar komt, kan de jaarlijkse aanpassin van de bedraen pas plaatsvinden op een moment waarop de periode waarvoor die bedraen elden al is verstreken (zie ook Jaarversla 2000, blz ) Aanwijzin decentrale overheden Zoals al is vermeld in Jaarversla 2001 (blz. 51), zou de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kwartaal van 2002 enkele emeenten aanwijzen op wier bestuursoranen de WNo met teruwerkende kracht per 1 januari 2002 van toepassin is. Het in hierbij enerzijds om een nieuwe emeente die uit een herindelin is ontstaan (Castricum) en anderzijds om een vijftiental emeenten die niet konden worden meeenomen in het ministeriële besluit van 12 december 2001 (Stcrt. 247) omdat zij de definitieve besluitvormin over aansluitin bij de Nationale ombudsman no niet eheel hadden voltooid (Bemmel, Berambacht, Boarnsterhim, Echt, Etten-Leur, Gulpen-Wittem, Hattem, Laren, Lopik, Nederweert, Overbetuwe, Terschellin, Weststellinwerf, Zaltbommel en Zundert). Deze aanwijzin heeft plaatsevonden bij besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 februari 2002 (nr. CW2002/U53 426, Stcrt. 35). Hiermee kwam het aantal aanewezen emeenten per 1 januari 2002 op 189, omdat de sinds 1 januari 2000 aanesloten emeente Leidschendam als evol van de herindelin met de voormalie emeente Voorbur met inan van 1 januari 2002 heeft opehouden te bestaan. De in de loop van 2002 edane verzoeken aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van emeenten en emeenschappelijke reelinen om de WNo op hun bestuursoranen van toepassin te verklaren hebben eleid tot het ministeriële besluit van 10 december 2002 (nr. CW2002/U99 749, Stcrt. 245). Daarbij zijn met inan van 1 januari 2003 de bestuursoranen van achttien emeenten en elf emeenschappelijke reelinen aanewezen. Deze achttien emeenten zijn: Arnhem, Bolsward, Borculo, Bussum, Dinxperlo, Emmen, Gouda, Landerd, Leidschendam-Voorbur, Moordrecht, Muiden, Naarden, Neede, Oostflakkee, Pekela, Tilbur, Tubberen en Venray. De betrokken emeenschappelijke reelinen zijn: Instituut Zorverzekeraar Ambtenaren (IZA), Interemeentelijk samenwerkinsoraan Midden-Holland, Interemeentelijk Samenwerkinsverband Goeree-Overflakkee, Interprovinciale ziektekostenreelin (IZR), Natuur- & Recreatieschap Reeuwijkse Plassen en omevin, Recreatieschap Hitlandbos, Reio Parkstad Limbur, Reionale Sociale Dienst Alblasserwaard-Oost/Vijfheerenlanden, ReinUnie, Weschap Tunnel Dordtse Kil en Werkvoorzieninschap Oostelijk Zuid-Limbur. Met de aansluitin van de publiekrechtelijke zorverzekeraars IZA en IZR is nu op alle zorverzekeraars, voor zover zij als bestuursoraan optreden, de WNo van toepassin. Op IZA en IZR na, zijn zorverzekeraars privaatrechtelijk vormeeven rechtspersonen. Voor zover zij als bestuursoraan optreden, is de WNo op hen van toepassin inevole het bepaalde in artikel 1a, eerste lid, aanhef en onder e, WNo. Gemeenschappelijke reelinen vallen echter slechts onder de WNo voor zover de Minister van Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

56 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hen op verzoek van hun bestuur als zodani heeft aanewezen (zie artikel 1b, eerste en tweede lid, WNo). Zolan de besturen van IZA en IZR niet om aansluitin bij de Nationale ombudsman hadden verzocht, deed zich de opmerkelijke situatie voor dat cliënten van zorverzekeraars met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid wél, en cliënten van de twee publiekrechtelijke zorverzekeraars niet de moelijkheid hadden om klachten over bestuursoranen van hun zorverzekeraar voor te leen aan een wettelijk ereelde onafhankelijke externe klachtinstantie. Door de vrijwillie aansluitin van IZA en IZR bij de Nationale ombudsman is aan deze onelijkheid een einde ekomen. Het hiervoor vermelde aanwijzinsbesluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 december 2002 is bein 2003 evold door een ministerieel besluit waarbij de WNo met teruwerkende kracht tot en met 1 januari 2003 van toepassin is verklaard op no enkele emeenten. Het aat in dit ministerieel besluit van 5 februari 2003 (nr. CZW2003/54 325, Stcrt. 35) om vier emeenten. Twee daarvan zijn emeenten die per 1 januari 2003 zijn ontstaan uit emeentelijke herindelinen: Echt-Susteren en Zwijndrecht. In het eval van een emeentelijke herindelin dient de raad van de nieuwe emeente in te stemmen met de aansluitin bij de Nationale ombudsman. In Echt-Susteren zijn de voormalie emeenten Echt en Susteren samenevoed. De voormalie emeente Echt was al aanesloten bij de Nationale ombudsman. De per 1 januari 2003 ontstane nieuwe emeente Zwijndrecht is een samenvoein van de voormalie emeenten Zwijndrecht en Heerjansdam. Ook de voormalie emeente Zwijndrecht behoorde al tot de emeenten op wier bestuursoranen de WNo van toepassin is. Daarnaast werden in het ministeriële besluit van 5 februari 2003 twee emeenten aanewezen over wier aansluitin de besluitvormin wel al in 2002 was voltooid, maar die niet waren meeenomen in het ministeriële besluit van 10 december Het betreft de emeenten Heiloo en Ouderkerk aan den IJssel. Met deze aanwijzinen komt het aantal emeenten op wier bestuursoranen de WNo van toepassin is per 1 januari 2003 op 209. Het ezamenlijke inwonertal van deze 209 emeenten is ruim 6,2 miljoen. Het aantal bij de Nationale ombudsman aanesloten emeenschappelijke reelinen is per 1 januari 2003 op achttien ekomen. Zoals bekend, zijn tevens alle provincies en alle waterschappen aanesloten bij de Nationale ombudsman. De 209 bij de Nationale ombudsman aanesloten emeenten maken 42,7% uit van de 489 Nederlandse emeenten. Hun ezamenlijke inwoneraantal is 38,6% van de inwoners van alle emeenten. Wanneer nader wordt ekeken naar de rootte van de emeenten die hebben ekozen voor aansluitin bij de Nationale ombudsman, dan valt de tamelijk elijkmatie spreidin over alle roottecateorieën op. Er is dus een verband te zien tussen de aansluitin bij de Nationale ombudsman en de rootte van de emeente. Zoals blijkt uit de verschillende ministeriële aanwijzinsbesluiten hebben vier provincies, alle waterschappen, 140 emeenten en zestien emeenschappelijke reelinen de voorkeur eeven aan het bekostiinsmodel met het uniforme tarief per verzoekschrift. Acht provincies, 69 emeenten en twee emeenschappelijke reelinen maakten de keuze voor het edifferentieerde tarief (zie hiervoor, 2.1.2) Wetsvoorstel extern klachtrecht Bij koninklijke boodschap van 24 december 2002 is het voorstel voor de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

57 Wet extern klachtrecht bij de Tweede Kamer inediend (Kamerstukken II 2002/03, , nrs. 1 3). Dit wetsvoorstel, dat voorziet in een eenvormie reelin voor de externe klachtbehandelin en een landelijk dekkend stelsel van onafhankelijke klachtinstanties, is ebaseerd op het voorontwerp van wet dat de Commissie wetevin alemene reels van bestuursrecht in maart 2001 heeft uitebracht (zie Jaarversla 2001, blz ). De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie hebben bij het opstellen van het wetsvoorstel rekenin ehouden met de commentaren op het voorontwerp die zij op hun verzoek hebben ontvanen, onder meer van de Nationale ombudsman (zie Jaarversla 2001, blz ). De in dit wetsvoorstel voorestelde reelin van het extern klachtrecht heeft een drieledi doel, te weten: 1. het bieden van een alemene reelin voor het indienen en behandelen van klachten bij externe klachtvoorzieninen; 2. het voorzien in een landelijk dekkend stelsel van volwaardie externe klachtvoorzieninen bij decentrale overheden; en 3. het harmoniseren van bestaande eisen waaraan externe klachtvoorzieninen moeten voldoen. Het wetsvoorstel bevat een wettelijke stok achter de deur om te bereiken dat alle decentrale overheden in een met waarboren omklede ombudsfunctie zullen voorzien. Tevens zijn procedurereels ontworpen voor deze externe klachtvoorzieninen. Vooresteld wordt om het rootste deel van het procedurele hoofdstuk van de WNo over te hevelen naar de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb). Die operatie is echter niet beperkt ebleven tot een louter verplaatsen van artikelen van de ene wet naar de andere. De voorestelde procedurele bepalinen zijn ook in harmonie ebracht met de rest van de Awb en in het bijzonder met de reelin in de Awb van het interne klachtrecht. Verder is de eleenheid benut om een wettelijke beschermin van het ebruik van de naam ombudsman in de publieke sector in het wetsvoorstel op te nemen. Ook worden no enkele andere inhoudelijke aanpassinen vooresteld, zoals het in de wet neerleen van de interventiemethode van de (Nationale) ombudsman. Vannet Voor veel bestuursoranen is er nu al een externe klachtvoorzienin in de vorm van de Nationale ombudsman. Ministers, bestuursoranen op het terrein van de politie, zelfstandie bestuursoranen, de provincies en de waterschappen, en per peildatum 1 januari 2002 teen de tweehonderd emeenten alsmede enkele emeenschappelijke reelinen vallen onder de competentie van de Nationale ombudsman. Daarin wordt met het wetsvoorstel materieel een veranderin ebracht. Omdat provincies, waterschappen, emeenten en emeenschappelijke reelinen die bij de Nationale ombudsman zijn aanesloten, de (wettelijke) moelijkheid hebben om te verzoeken de aansluitin bij de Nationale ombudsman te beëindien, is het wetsvoorstel voor hen wel van belan. De voorestelde reelin van het extern klachtrecht is echter vooral van belan voor emeenten en emeenschappelijke reelinen die op dit moment niet bij de Nationale ombudsman zijn aanesloten. Daaronder zijn emeenten en emeenschappelijke reelinen die wel en die niet over een eien externe klachtvoorzienin beschikken. No niet alle emeenten zijn overeaan tot het daadwerkelijk implementeren van een externe klachtvoorzienin in enierlei vorm (aansluitin bij de Nationale ombudsman, een eien emeentelijke of een ezamenlijke ombudsman of ombudscommissie). Volens onderzoek van de VNG beschikten medio 2001 ruim 430 emeenten over een externe klachtvoorzienin of hadden er een in voorbereidin. Niettemin is er no steeds Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

58 een aantal witte vlekken. Bovendien moet bedacht worden dat ook binnen samenwerkinsverbanden op rond van de Wet emeenschappelijke reelinen aandacht moet worden eeven aan de klachtvoorzienin (zowel intern als extern) om te kunnen komen tot het ewenste sluitende stelsel. In het wetsvoorstel wordt vooresteld om het voorzien in een externe klachtvoorzienin te verplichten. Het wetsvoorstel bepaalt aan welke minimale eisen van onafhankelijkheid en onpartijdiheid een klachtvoorzienin moet voldoen om daadwerkelijk de naam «ombudsman» te kunnen voeren. Daarbij is ekozen voor het volende systeem. Ten aanzien van de bestuursoranen van het Rijk en de politie en de zelfstandie bestuursoranen blijft de Nationale ombudsman competent conform de huidie bepalinen in de WNo. Hierin brent het wetsvoorstel een veranderin. Voorts wordt de Nationale ombudsman bevoed ten aanzien van bestuursoranen van emeenten, provincies, waterschappen en emeenschappelijke reelinen, tenzij op rond van respectievelijk de Gemeentewet, Provinciewet, Waterschapswet of Wet emeenschappelijke reelinen een eien ombudsvoorzienin is inesteld. Wanneer een decentrale overheid opteert voor een eien ombudsvoorzienin, bestaat keuzevrijheid ten aanzien van de vorm. Van belan is dat een eien ombudsvoorzienin voldoet aan de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdiheid die de wet stelt. Het kan aan om een eien ombudsman of ombudscommissie of om een ezamenlijke samen met andere decentrale overheden. Ook is het moelijk dat men ebruik maakt van de diensten van de ombudsman van een andere decentrale overheid. Op deze manier wordt een landelijk dekkend stelsel van externe klachtvoorzieninen bereikt. De systematiek van het wetsvoorstel is een andere dan die van het voorontwerp. In het voorontwerp moesten decentrale overheden kiezen voor hetzij aansluitin bij de Nationale ombudsman, hetzij een eien voorzienin. Voor decentrale overheden die deze keuze niet maakten, old dat zij van rechtswee onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman kwamen te vallen. In het wetsvoorstel is ekozen voor de systematiek dat in beinsel de Nationale ombudsman bevoed is, tenzij sprake is van een eien ombudsvoorzienin. In de Provincie-, Gemeente- en Waterschapswet is bepaald dat, mocht een provincie, emeente of waterschap kiezen voor een eien voorzienin, de Nationale ombudsman het instellinsbesluit krijt toeezonden. Een verelijkbare bepalin is openomen in de Wet emeenschappelijke reelinen. Toezendin van dit besluit aan de Nationale ombudsman is noodzakelijk omdat de Nationale ombudsman anders niet precies weet welke decentrale overheden onder zijn competentie vallen. Met het oo daarop is ook bepaald dat decentrale overheden de Nationale ombudsman informeren wanneer zij besluiten de eien externe klachtvoorzienin te beëindien. In dat eval moet het besluit tot beëindiin van de instellin aan de Nationale ombudsman worden ezonden. Het instellen van een eien voorzienin of het beëindien ervan kan slechts per 1 januari van eni jaar plaatsvinden, waarbij eldt dat het informeren van de Nationale ombudsman voor 1 juli daaraan voorafaand dient te eschieden. Voor deze reelin van data is ekozen om de bevoedheid van de Nationale ombudsman en eien ombudsvoorzieninen overzichtelijk te houden, zodat een twijfel ontstaat welke ombudsman op een bepaald moment bevoed is. De Nationale ombudsman wordt een half jaar van tevoren op de hoote esteld wanneer er iets in zijn competentie ten aanzien van de decentrale overheden verandert. Op deze wijze krijt hij de moelijkheid om zich voor te bereiden op een eventuele uitbreidin of inkrimpin van zijn bevoedheid ten aanzien van decentrale overheden. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

59 Opdat voor iedereen kenbaar is welke ombudsman (de Nationale ombudsman of een eien voorzienin) bevoed is, reistreert de Nationale ombudsman de decentrale overheden waarvan hij een instellinsbesluit van een eien voorzienin heeft ontvanen, en maakt hij deze reistratie openbaar. Wanneer de Nationale ombudsman een besluit van beëindiin van een eien voorzienin heeft ontvanen, schrapt hij de desbetreffende decentrale overheid uit de openbare reistratie. Dat betekent dat onder de nieuwe wetevin een lijst zal bestaan van decentrale overheden die niet onder de competentie van de Nationale ombudsman vallen, aanezien zij beschikken over een eien externe klachtvoorzienin. Dit in teenstellin tot de huidie systematiek, waarin een lijst bestaat van decentrale overheden waarover de Nationale ombudsman wèl competent is (omdat deze overheden zich vrijwilli door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben laten aanwijzen). Alle overie decentrale overheden, die een eien externe klachtvoorzienin hebben, vallen op rond van artikel 1a, onderdeel b, van de WNo onder de Nationale ombudsman. Aldus is sprake van het beoode landelijk dekkend stelstel van externe klachtvoorzieninen, ook voor emeenschappelijke reelinen. Een eien externe klachtvoorzienin van een decentrale overheid moet voldoen aan de eisen die de wet daaraan stelt. Het is evenwel niet de bedoelin dat de Nationale ombudsman hierin een toetsende rol aat vervullen. Het door hem reistreren van decentrale overheden met een eien externe klachtvoorzienin moet louter worden ezien als een administratieve taak. Eisen aan externe klachtvoorzieninen Op het punt van de eisen die aan externe klachtvoorzieninen kunnen worden esteld, wordt in het wetsvoorstel uiteaan van de eisen zoals vermeld in de notitie van de toenmalie Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken mr. J. Kohnstamm van 22 januari 1998 (Kamerstukken II 1997/98, , nr. 1). Deze eisen zijn kort weereeven de volende: a. basis in een wettelijk voorschrift; b. benoemin door een verteenwoordiend lichaam; c. rechtspositionele onafhankelijkheid; d. benoemin voor een bepaalde duur; e. tussentijds ontsla alleen op bepaalde ronden; f. bevoedheid een eien oordeel te even over de klacht;. bevoedheid aanbevelinen te doen; h. bevoedheid onderzoek te doen op eien initiatief; i. onderzoeksbevoedheden verelijkbaar met die van de Nationale ombudsman; j. voldoende materiële en personele ondersteunin; k. benoemin van de ondersteunin op voordracht van de externe klachtvoorzienin; l. medewerkers van de klachtinstantie moen niet tevens deel uitmaken van de ambtelijke ondersteunin van het bestuursoraan over wiens edrainen de klachtinstantie oordeelt. Een belanrijke vraa is of elke eis of norm als «beslissend» moet worden beschouwd. Uitanspunt bij dit wetsvoorstel is eweest dat alle enoemde eisen althans naar de intentie ervan relevant zijn, maar dat de vorm waarin aan de eisen wordt voldaan, kan verschillen en dat daarom de reelin ervan niet telkens volledi en uitputtend in dit wetsvoorstel zelf behoeft te worden openomen. Daarbij is ook overwoen dat de vele emeenten die op dit moment op eien initiatief een externe klachtvoorzienin hebben ecreëerd, dat op uiteenlopende manieren hebben edaan, waarbij de ene manier niet per se beter is dan de andere. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

60 Het opnemen van één uniforme edetailleerde reelin in de wet, zou dan betekenen dat de emeenten die hierin voorop hebben elopen, worden estraft in die zin, dat zij zich alsno aan die uniforme reelin zouden moeten aanpassen. Om die reden zijn met name de in het wetsvoorstel voorziene wijziinen in de Gemeentewet eniszins summier ehouden en bestaat er voor de emeenten ruimte om een aantal zaken naar eien inzicht te reelen. Dit wijkt af van het voorontwerp en ook van de in de Gemeentewet openomen reelin voor de emeentelijke rekenkamer. De voorestelde wijziinen in de Provinciewet en de Waterschapswet volen hetzelfde stramien. De benoemin van de ombudsman voor bepaalde duur en de beperkin van de ontslaronden en de ronden voor het op non-activiteit stellen, zijn cruciaal voor de onafhankelijkheid. Deze eisen zijn daarom in het wetsvoorstel openomen. De emeenteraad is als verteenwoordiend oraan de aanewezen instantie om tot benoemin, ontsla en op-nonactiviteitstellin over te aan. De benoemin eschiedt voor een termijn van zes jaar, conform de termijn die in de WNo voor de Nationale ombudsman is openomen. Dat betekent dat de termijn van de ombudsman niet elijk oploopt met de zittinstermijn van de raad, die immers steeds voor vier jaar wordt ekozen. Dit verschil in termijnen is vanuit het oopunt van onafhankelijkheid van de ombudsman wenselijk. De scheidin van functies is van belan vanwee de onafhankelijke positie die een ombudsman of leden van een ombudscommissie moeten innemen ten opzichte van het bestuursoraan waarover zij oordelen. Vooresteld wordt dan ook om aan de bepalinen over incompatibiliteiten van raadsleden, wethouders, de buremeester en leden van de rekenkamer toe te voeen dat zij niet teelijkertijd emeentelijke ombudsman kunnen zijn of lid van een emeentelijke ombudscommissie. Verder wordt vooresteld om in de Gemeentewet een bepalin op te nemen waarin het de emeentelijke ombudsman wordt verboden om functies uit te oefenen waarvan de uitoefenin onewenst is met het oo op een oede vervullin van zijn ambt of op de handhavin van zijn onpartijdiheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Uitanspunt van het wetsvoorstel is de keuzevrijheid van de decentrale overheden om zelf, binnen de eeven moelijkheden, vorm te even aan het extern klachtrecht. Dit brent mee dat de moelijkheid, ook voor kleine emeenten, om te kiezen voor een eien ombudsman een reële optie moet blijven. Om die reden is de eis dat de medewerkers van de klachtinstantie een deel moen uitmaken van de ambtelijke ondersteunin van het bestuursoraan niet in het wetsvoorstel openomen. De ombudsman krijt volens het wetsvoorstel zelf de bevoedheid het personeel dat hij nodi heeft, voor benoemin voor te draen. Dit betekent dat hij zelf aaneeft of hij personen van buiten de oranisatie in dienst wil hebben. Noodzakelijk is dit niet. Het aat erom dat deenen die werkzaamheden verrichten voor de ombudsman, voor die werkzaamheden onafhankelijk zijn ten opzichte van de bestuursoranen die onder de competentie van de ombudsman vallen. Daarom bevat het voorstel de bepalin dat het personeel van de ombudsman voor de werkzaamheden die het voor de ombudsman verricht, uitsluitend aan hem verantwoordin schuldi is. Verder dient de lokale ombudsman erop toe te zien dat het hem toeewezen personeel niet wordt inezet bij de behandelin van klachten over dienstonderdelen van het bestuursoraan waar dat personeel nauwe banden mee heeft, en zo te waken over de onafhankelijkheid van de klachtbehandelin. Bij de onderzoeksbevoedheden van een lokale ombudsman, aat het om de wijze waarop invullin eeven wordt aan de eis dat die onderzoeks- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

61 bevoedheden verelijkbaar zijn met die van de Nationale ombudsman. Bijzondere aandacht aat daarbij uit naar de zoenoemde zware bevoedheden. De vraa is of het wel noodzakelijk of ewenst is dat de lokale ombudsman (of -commissie) ook de zware bevoedheden krijt die de Nationale ombudsman reeds bezit. De bevoedheid om te bevelen voor de klachtinstantie te verschijnen en, wanneer daar een ehoor aan wordt eeven, de moelijkheid om de «sterke arm» in te roepen (verelijk artikel 21, tweede lid, van de WNo (oud)) behoren tot de zwaarste bevoedheden. In het wetsvoorstel is ervoor ekozen de «sterke-armbevoedheid» niet toe te kennen aan de lokale ombudsman. Reden daarvoor is dat het niet nodi leek om een derelijke zware bevoedheid in het leven te roepen waar de emeentelijke praktijk tot nu toe steeds oed zonder kon. Terminoloie De alemene bepalinen over de externe klachtbehandelin worden onderebracht in een nieuwe titel 9.2 Klachtbehandelin door een ombudsman. De bepalinen over het interne klachtrecht worden onderebracht in titel 9.1 (nieuw). Wat de terminoloie betreft, handhaaft het wetsvoorstel de uit de WNo overenomen termen verzoeker en verzoekschrift voor het externe klachtrecht, waar voor het interne klachtrecht de woorden klaer en klaaschrift worden ebruikt. Het berip «wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin» uit de WNo wordt in titel 9.2 Awb vervanen door «bezwaar, beroep of bekla». Onder «bekla» moet worden verstaan de especialiseerde bestuursrechtelijke voorzieninen die, anders dan een klachtvoorzienin, tot een rechtens bindende uitspraak leiden. Derelijke voorzieninen worden in het leven eroepen ter beschermin van de rechtspositie van bepaalde cateorieën rechtssubjecten die dooraans in een bijzondere afhankelijkheidsrelatie tot de overheid staan, zoals edetineerden. Het wetsvoorstel bevat een definitie van het berip ombudsman. Daarmee wordt tevens beood het ebruik van dit woord in de publieke sector te beschermen. Onder ombudsman wordt verstaan de Nationale ombudsman of een andere onafhankelijke klachtinstantie, inesteld krachtens de Provinciewet, de Gemeentewet, de Waterschapswet of de Wet emeenschappelijke reelinen. Lans deze we wordt vasteled dat onder «ombudsman» alleen die klachtinstanties worden verstaan die voldoen aan de vereisten zoals die in titel 9.2 van de Awb en in de drie eerstenoemde wetten zijn openomen. De bepalin dat die andere klachtinstantie moet zijn aanewezen krachtens de wet in formele zin, arandeert dat er alleen ombudsmannen in de zin van de Awb kunnen bestaan voor wie een basis in de wet is neereled. De reikwijdte van deze definitie blijft niet beperkt tot de Alemene wet bestuursrecht. Indien deze berippen elders in de wetevin in materiële zin worden ebruikt ma worden verondersteld dat ze worden ebruikt in de betekenis die de Awb daaraan eeft, tenzij aan het desbetreffende berip in een andere reelin, in het verband daarvan, een duidelijke andere betekenis wordt toeekend. Procedurele bepalinen In het wetsvoorstel worden de procedurele bepalinen uit hoofdstuk II van de WNo rotendeels overeheveld naar titel 9.2 van de Awb. Daarbij heeft een aantal aanpassinen plaatsevonden. Onder meer wordt, anders dan in de WNo, eëist dat een verzoekschrift wordt ondertekend en edatekend. Ook nieuw ten opzichte van de WNo is de bepalin dat de ombudsman indien hij van oordeel is dat de klacht erond is in het rapport vermeldt welk vereiste van behoorlijkheid is eschonden. Hiermee Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

62 wordt de normerin die de ombudsman toepast kenbaar en toetsbaar, zowel voor de burer als voor de bestuursoranen. Deze verplichtin is te verelijken met de bepalin van artikel 8:77, tweede lid, Awb. De ministers stellen zich voor dat de «behoorlijkheidsjurisprudentie» van de Nationale ombudsman hierbij richtinevend kan zijn. Consequenties voor de WNo De voorestelde opzet van het extern klachtrecht brent een inrijpende wijziin van de WNo mee. De processuele bevoedheden en de bepalinen over de te volen procedure, neereled in hoofdstuk II van de WNo (oud), worden rotendeels overeheveld naar de Awb. De WNo wordt dan een voornamelijk institutionele wet waarin een basis wordt eeven voor het instituut Nationale ombudsman en waarin de reikwijdte van de WNo wordt aaneeven. Over het onderzoek zullen in de WNo no slechts aanvullende bepalinen worden openomen. Hetzelfde eldt overiens voor de reelin van externe klachtvoorzieninen in oranieke wetten. Ook die reelevin zal voornamelijk het karakter krijen van institutionele reelevin. Reelin voor de decentrale overheden Over de externe klachtvoorzienin voor de decentrale overheden worden in de diverse oranieke wetten institutionele bepalinen openomen. Daartoe worden wijziinen vooresteld in de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet. Deze bepalinen even allereerst aan dat aan de plicht van de decentrale overheden om te voorzien in een externe klachtvoorzienin voldaan kan worden door een eien ombudsman of ombudscommissie in te stellen, al dan niet ezamenlijk met andere decentrale overheden. Het is ook moelijk dat men ebruik maakt van de diensten van de ombudsman van een andere decentrale overheid. Indien een decentrale overheid een actie onderneemt, is op rond van het nieuwe artikel 1a, onderdeel b, van de WNo de Nationale ombudsman bevoed. Niet alleen voor de eien bestuursoranen moet er een externe klachtvoorzienin zijn. Ook moeten de decentrale overheden erop bedacht zijn dat emeenschappelijke reelinen waaraan zij deelnemen, over een externe klachtvoorzienin beschikken. Daarom is ook de Wet emeenschappelijke reelinen aanepast. Verder even de voorestelde wijziinen invullin aan de eisen waaraan een onafhankelijke externe klachtvoorzienin ten minste moet voldoen. De Wet emeenschappelijke reelinen Er moet ook kunnen worden eklaad over bestuursoranen van emeenschappelijke reelinen. Een emeenschappelijke reelin kan aaneven dat een ombudsman of ombudscommissie van een van de deelnemers aan de emeenschappelijke reelin bevoed is voor de externe klachtbehandelin. In dat eval moet het bestuur van de emeenschappelijke reelin de Nationale ombudsman hiervan in kennis stellen. De Nationale ombudsman wordt ook in kennis esteld van een eventuele beëindiin van de bevoedheid van de ombudsvoorzienin. Is er een sprake van aansluitin bij een eien ombudsvoorzienin van een van de deelnemers, dan is op rond van het voorestelde artikel 1a, onderdeel b, van de WNo de Nationale ombudsman competent ten aanzien van de bestuursoranen van de emeenschappelijke reelin. Anders dan het eval is voor emeenten, provincies en waterschappen, eldt voor emeenschappelijke reelinen niet de bepalin dat de bevoedheid van een decentrale ombudsvoorzienin slechts per 1 januari kan beinnen of eindien. Het beperken tot die datum is in het eval van emeenschappelijke reelinen niet wenselijk, omdat deze reelinen op elk willekeuri moment van het jaar kunnen aanvanen. Het is de bedoelin dat zij bij aanvan meteen kunnen beschikken over de externe Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

63 klachtvoorzienin van hun voorkeur. Indien de voorkeur bestaat om aan te sluiten bij een eien ombudsvoorzienin van een van deelnemers maar dit pas per 1 januari moelijk zou zijn, zou voor de relatief korte tussenliende periode de bevoedheid van de Nationale ombudsman elden. Alweer na een paar maanden zou de competentie om klachten over bestuursoranen van de emeenschappelijke reelin te behandelen, overaan naar de eien ombudsvoorzienin van een van de deelnemers. Dit zou de duidelijkheid niet ten oede komen. Daarom is ervoor ekozen het instellen of beëindien van de aansluitin bij een eien ombudsvoorzienin van een van de deelnemers niet op een bepaalde datum te fixeren. Inwerkintredin De wet treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werkin, waarbij voor een aantal artikelen en onderdelen een ander tijdstip kan worden vastesteld. Decentrale overheden dienen voldoende eleenheid te krijen om in te spelen op de vereisten die aan de externe klachtvoorzienin worden esteld en een besluit te nemen, al dan niet in overle met andere decentrale overheden, over de wijze waarop zij in een externe klachtvoorzienin willen voorzien. Daarom wordt de decentrale overheden een jaar de tijd eeven om te aan beschikken over een externe klachtvoorzienin of hun eventueel bestaande externe klachtvoorzienin aan te passen aan de eisen van de wet. Andere onderdelen van de wet kunnen wel vrijwel meteen nadat het voorstel kracht van wet heeft ekreen, in werkin treden. Commentaar van de Nationale ombudsman De Nationale ombudsman zal in het voorjaar van 2003 zijn commentaar op het wetsvoorstel extern klachtrecht onder de aandacht brenen van de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit de Tweede Kamer Wetswijziinen die de bevoedheid van de Nationale ombudsman raken Wijziin Gerechtsdeurwaarderswet c.a. Op 1 december 2002 is de Wet van 20 juni 2002 in werkin etreden tot wijziin van de Gerechtsdeurwaarderswet en enkele andere wetten in verband met enie technische aanpassinen (Stb. 2002, 318). Deze wet is voor de Nationale ombudsman van betekenis in verband met zijn bevoedheid ten aanzien van notarissen en erechtsdeurwaarders. De Nationale ombudsman merkt notarissen en erechtsdeurwaarders, voor zover zij ambtshandelinen verrichten, aan als bestuuroranen waarop de WNo van toepassin is (zie Jaarversla 1998, blz , Jaarversla 2000, blz. 87 en Jaarversla 2001, blz. 113). Door een uitspraak van de Afdelin bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 8 auustus 2001, JB 2001/216, m. nt. J.A.F. Peters; AB 2002, 51, m. nt. S.E. Zijlstra) kon evenwel twijfel rijzen over de vraa of een erechtsdeurwaarder als bestuursoraan moet worden beschouwd. Moelijk zou hetzelfde elden voor notarissen. Deze twijfel is echter weenomen in de nota van wijziin inzake het voorstel van wet tot wijziin van de Gerechtsdeurwaarderswet en de Waterschapswet in verband met enie technische aanpassinen (Kamerstukken II 2001/02, , nr. 6). Daarin wordt van de kant van de reerin ondubbelzinni het standpunt inenomen dat erechtsdeurwaarders en overiens ook notarissen -, voor zover zij ambtshandelinen verrichten, moeten worden aanemerkt als bestuursoranen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

64 Bij de totstandkomin van de Gerechtsdeurwaarderswet is van de kant van de reerin al helderheid verschaft over de positie van de erechtsdeurwaarder. Voor zover deze ambtshandelinen verricht, is hij bestuursoraan in de zin van artikel 1:1 van de Alemene wet bestuursrecht. In die hoedaniheid oefent hij desnoods met dwan of eweld op rond van een wettelijk voorschrift publiekrechtelijke macht uit die binnen de samenlevin econcentreerd dient te zijn in de handen van de overheid. Ook is de erechtsdeurwaarder in het voorstel voor een Kaderwet zelfstandie bestuursoranen als zelfstandi bestuursoraan epositioneerd (Kamerstukken II 2000/2001, , A, p. 4 5, nr. 3. p en nr. 5, p ). Met het oo op die positie als bestuursoraan is tijdens de totstandkomin van de Gerechtsdeurwaarderswet de voorestelde eheimhoudinsbepalin (het oorspronkelijke artikel 9) eschrapt, aanezien dezelfde eheimhoudinsplicht rechtstreeks uit artikel 2:5 Awb voortvloeit. In de toelichtin op deze nota van wijziin wordt uiteenezet dat bij de totstandkomin van de Gerechtsdeurwaarderswet onvoldoende is onderkend dat ambtshandelinen van erechtsdeurwaarders kunnen leiden tot besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb. Daarmee zouden de alemene en bijzondere bepalinen over besluiten (hoofdstukken 3 en 4 Awb) en over bezwaar en beroep (hoofdstukken 6, 7 en 8 Awb) van toepassin zijn. Dat zou onewenste evolen kunnen hebben voor het burerlijk procesrecht en is nooit beood met de Gerechtsdeurwaarderswet, die de positie en het functioneren van de erechtsdeurwaarder reelt. In de praktijk worden de hoofdstukken 3, 4, 6, 7 en 8 Awb ook niet toeepast. Daarom werden bij de nota van wijziin bepalinen toeevoed die ertoe strekken de hoofdstukken 3, 4, 6, 7 en 8 van de Alemene wet bestuursrecht uitdrukkelijk uit te sluiten. Nu ook onduidelijkheden over de positie van de notaris in het bestuursrecht zijn erezen die een wettelijke reelin noodzakelijk maken, is van de eleenheid tevens ebruik emaakt om de artikelen 2:1 en 2:2 en de hoofdstukken 3, 4, 6, 7 en 8 Awb buiten toepassin te stellen op de notariële ambtshandelinen. Deze omvatten de wettelijke werkzaamheden en de werkzaamheden die de notaris in samenhan daarmee pleet te verrichten (artikel 16 Wet op het Notarisambt). Op de buitenwettelijke (niet-ambtelijke) werkzaamheden van de notaris en de erechtsdeurwaarder is de Awb niet van toepassin, omdat de notaris en erechtsdeurwaarder bij het verrichten daarvan een bestuursoraan zijn. Het aldus ewijzide wetsvoorstel is door de beide Kamers van de Staten-Generaal aanvaard. Wijziin van de Politiewet 1993 in verband met de aanpassin van de politieklachtreelin aan hoofdstuk 9 van de Awb Zoals vermeld in Jaarversla 2001 (blz ), is bij de Tweede Kamer een voorstel van wet aanhani tot wijziin van de Politiewet 1993 in verband met de aanpassin van de politieklachtreelin aan hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (Kamerstukken II 2000/01, , nrs. 1 3). Dit wetsvoorstel af de Nationale ombudsman aanleidin om bij brief van 2 auustus 2001 enkele opmerkinen onder de aandacht van de vaste Commissie voor Justitie uit de Tweede Kamer te brenen. De Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontvinen een afschrift van deze brief. Het wetsvoorstel strekt ertoe de klachtreelin die is openomen in hoofdstuk X van de Politiewet 1993 aan te passen aan het op 1 juli 1999 in werkin etreden hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb), dat een alemene reelin bevat voor de behandelin van klachten door bestuursoranen. Zowel in hoofdstuk X van de Politiewet 1993 als in Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

65 hoofdstuk 9 van de Awb aat het om een reelin voor interne klachtbehandelin, dat wil zeen klachtbehandelin onder verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursoraan. Indien deze interne klachtbehandelin niet tot tevredenheid van de klaer leidt, kan deze dooraans zijn klacht vervolens voorleen aan een onafhankelijke externe klachtinstantie. Voor klachten over bestuursoranen op het niveau van de centrale overheid, van de politie, van de provincies en de waterschappen en van een deel van de emeenten en van de emeenschappelijke reelinen is de Nationale ombudsman die onafhankelijke externe klachtinstantie. Het is zaak dat de interne en de externe klachtprocedure oed op elkaar aansluiten. Bij de totstandkomin van de reelin in hoofdstuk 9 van de Awb is elet op een oede aansluitin met de Wet Nationale ombudsman. Zowel in hoofdstuk 9 van de Awb als in de Wet Nationale ombudsman (verder WNo) wordt aan een ieder het recht toeekend om een klacht in te dienen over, respectievelijk de Nationale ombudsman om een onderzoek te verzoeken naar, de wijze waarop een bestuursoraan zich in een bepaalde aaneleenheid heeft edraen (artikel 9:1, eerste lid, Awb en artikel 12, eerste lid, WNo). Daarbij is in beide wetten bepaald dat een edrain van een persoon werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursoraan wordt aanemerkt als een edrain van dat bestuursoraan (artikel 9:1, tweede lid, Awb en artikel 1a, vierde lid, juncto artikel 1, onderdeel b, WNo). Door aldus de edrainen van allen die voor een bestuursoraan werkzaam zijn toe te rekenen aan het bestuursoraan, wordt recht edaan aan de verantwoordelijkheid die het bestuursoraan draat en wordt voorkomen dat bij de klachtbehandelin de edrain van een individuele ambtenaar wordt eïsoleerd van de oranisatie waarin hij werkzaam is. De oorzaak van een eronde klacht over de overheid kan uiteraard in bepaalde evallen eleen zijn in een tekortschieten of een misdrain van één enkele ambtenaar. Veel vaker echter wordt een klachtwaardie edrain van een overheidsinstantie veroorzaakt door omstandiheden die niet (alleen) op één persoon zijn teru te voeren, maar die (ook) te maken hebben met factoren als de wijze waarop de desbetreffende overheidsdienst is eoraniseerd, de manier waarop leidin wordt eeven, emaakte beleidskeuzes, interne instructies, de heersende cultuur in de oranisatie en beschikbare budetten. Sommie klachten hebben in het eheel een betrekkin op het optreden van een bepaalde ambtenaar van de overheidsdienst in kwestie, maar betreffen de desbetreffende overheidsoranisatie in het alemeen. Een klacht kan bijvoorbeeld aan over het nalaten door de dienst om bepaalde actie te nemen, zonder dat is aan te wijzen welke medewerker tekort is eschoten, of over de toeankelijkheid van het kantoor van de dienst voor ehandicapten. Klachtbehandelin in de publieke sector dient niet slechts om de klaer enoedoenin te verschaffen door in voorkomende evallen de erondheid van zijn klacht te erkennen, maar moet ook ericht zijn op het verbeteren van de taakuitvoerin door de overheid door lerin te trekken uit klachten. Om dit laatste te kunnen doen, is het nodi om in het klachtonderzoek niet slechts de edrainen van ambtenaren, maar steeds alle omstandiheden binnen het bestuursoraan te betrekken die hebben bijedraen aan het ontstaan van de klacht. Door een klacht over (het optreden van medewerkers van) een overheidsinstantie aan te merken als een klacht over een edrain van het betrokken bestuursoraan dat immers in beinsel verantwoordelijk is voor alles wat door of namens die instantie wordt edaan of naelaten en Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

66 voor de wijze waarop de desbetreffende oranisatie functioneert -, wordt bereikt dat de reikwijdte van het klachtrecht niet te zeer wordt beperkt en dat in het klachtonderzoek aandacht kan worden eeven aan alle factoren die de klachtwaardie edrain hebben veroorzaakt. Anders dan in hoofdstuk 9 van de Awb en in de WNo, aat het in hoofdstuk X van de Politiewet 1993 zoals dat nu no luidt om klachten over het optreden van ambtenaren van politie, zonder dat het optreden van die ambtenaren met zoveel woorden wordt toeerekend aan het verantwoordelijke bestuursoraan. Het zou voor de hand hebben eleen dat de aanpassin van de politieklachtreelin in de Politiewet 1993 aan hoofdstuk 9 van de Awb ertoe zou hebben eleid dat, overeenkomsti de inzichten die aan hoofdstuk 9 van de Awb ten rondsla lien, niet laner wordt esproken van klachten over (het optreden van) ambtenaren, maar van klachten over (edrainen van) bestuursoranen. Dat is evenwel in dit wetsvoorstel niet het eval. Wat de omschrijvin van heteen waarover kan worden eklaad betreft, aat de aanpassin niet verder dan dat «het optreden van» is vervanen door «edrainen van». Die edrainen zijn echter edrainen van ambtenaren van politie van het reionale politiekorps (artikel 61, eerste lid), ambtenaren van het Korps landelijke politiediensten (artikel 62, eerste lid), bijzondere ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 42 (artikel 62, tweede lid) en militairen van onder meer de Koninklijke marechaussee (artikel 63, eerste lid). In de memorie van toelichtin wordt in het eheel niet stilestaan bij de reden waarom in het voorstel hoofdstuk X van de Politiewet 1993 op dit punt niet in harmonie wordt ebracht met hoofdstuk 9 van de Awb. Het valt overiens niet oed in te zien wat eraan in de we zou kunnen staan om ook in dit eval de systematiek van het interne klachtrecht van de Awb te volen. De Nationale ombudsman acht deze afwijkin van de Awb uiterst onelukki. Zij heeft bovendien tot evol dat de interne en de externe klachtprocedure niet altijd, zoals thans ook het eval is, oed op elkaar aansluiten doordat het klachtrecht in de Politiewet op deze wijze beperkter is dan in de WNo. In artikel 1a, eerste lid, aanhef en onder c, WNo is immers bepaald dat de WNo van toepassin is op «bestuursoranen aan welke bij of krachtens wettelijk voorschrift een taak met betrekkin tot de politie is opedraen, voor zover het de uitoefenin van die taak betreft». De afwijkin van Awb en WNo is te meer onewenst omdat het bij de totstandkomin van hoofdstuk 9 van de Awb nadrukkelijk de bedoelin is eweest van de wetever dat de klachtbehandelin door de Nationale ombudsman, behoudens bijzondere evallen, wordt voorafeaan door de interne klachtprocedure volens hoofdstuk 9 van de Awb. De omvan van de interne en de externe klachtbehandelin moet dan ook in beinsel identiek zijn. Het is ook ondoelmati wanneer de Nationale ombudsman op rond van de WNo een klacht in behandelin moet nemen die niet eerst (volledi) inhoudelijk is behandeld in de interne procedure. Er is dan immers een (volledi) intern klachtdossier waarop kan worden voortebouwd. Verder is het met het oo op de kwaliteit van de interne klachtbehandelin onewenst dat de Politiewet blijft spreken van edrainen van ambtenaren, omdat die formulerin er niet toe uitnodit om in het klachtonderzoek breed in de oranisatie te kijken naar de omstandiheden die aan het ontstaan van de klacht hebben bijedraen. Overiens wordt in de praktijk ook nu al, onder de huidie Politiewet, in verscheidene reio s, rekenin houdend met de voor een eventuele externe klachtbehandelin eldende bepalinen in de WNo, voor de interne klachtbehandelin een ruimere uitle aan de klachtreelin in de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

67 Politiewet eeven dan uit de tekst van de wet volt, zodat ook andere aspecten dan uitsluitend het optreden van de betreffende ambtenaren in de interne klachtbehandelin worden betrokken. Dat kan echter uiteraard een reden vormen om aanpassin aan de Awb op dit punt achterwee te laten bij de onderhavie wetswijziin. De Nationale ombudsman liet de Kamercommissie weten het ewenst te achten om in hoofdstuk X van de Politiewet, telkens waar in het voorstel wordt esproken van «edrainen van ambtenaren», de formulerin «edrainen van bestuursoranen» te ebruiken, met dien verstande dat een edrain van een ambtenaar van politie, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursoraan, wordt aanemerkt als een edrain van dat bestuursoraan. Op 10 juli 2002 ontvin de Tweede Kamer een nota van wijziin van het voorstel tot wijziin van de Politiewet 1993 in verband met de aanpassin van de politieklachtreelin aan hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (Kamerstukken II 2001/02, , nr. 6). In deze nota van wijziin wordt onder meer een bepalin toeevoed die erop neerkomt dat de voor het politiekorps vast te stellen klachtreelin erin dient te voorzien dat de klachtencommissie bij de behandelin van en adviserin over een klacht zo nodi aandacht schenkt aan de vraa in hoeverre de klacht wijst op structurele tekortkominen in het functioneren van de politie en met welke middelen eventuele tekortkominen kunnen worden opeheven. Blijkens de toelichtin op de nota van wijziin strekt deze aanvullin ertoe teemoet te komen aan de zor die de Nationale ombudsman over het wetsvoorstel heeft euit in zijn brief van 2 auustus 2001 aan de voorzitter van de vaste Commissie voor Justitie uit de Tweede Kamer. De ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties merkten in hun toelichtin op de nota van wijziin op dat zij het niet met de Nationale ombudsman eens waren dat het wetsvoorstel een afwijkin van de Awb zou behelzen. Het wetsvoorstel beoot juist het klachtrecht in de Politiewet 1993 aan te passen aan hoofdstuk 9 van de Awb en eeft slechts een praktische uitwerkin en invullin van die alemene reelin. In de nota naar aanleidin van het versla hadden zij al opemerkt dat aanvullende bepalinen in de Politiewet 1993 noodzakelijk zijn elet op de wijze waarop de politie is eoraniseerd en de specifieke bevoedheidsverdelin binnen het politiebestel. De Awb aat immers uit van een situatie waarin burer en ambtenaar met slechts één bestuursoraan van doen hebben. De Politiewet 1993 daarenteen maakt onderscheid tussen beheer en eza en ook het eza wordt no ekenmerkt door dualisme. Binnen de politieoranisatie is zonder nadere reelin derhalve niet direct duidelijk wie het verantwoordelijke bestuursoraan is in de zin van de Awb. Strikt enomen is steeds het bevoede eza, de officier van justitie of de buremeester, verantwoordelijk voor een bepaald politieoptreden en in die betekenis het verantwoordelijke bestuursoraan. Het is echter niet wenselijk, noch praktisch te realiseren om de officier van justitie en de buremeester met de behandelin van klachten over edrainen van de politie te belasten. Om een in de praktijk werkbare klachtreelin te creëren, wordt in de Politiewet 1993 vasteled welk bestuursoraan steeds verantwoordelijk is voor behandelin van een klacht. De beheerder draat zor voor de behandelin van de klacht terwijl de ezasdraers in de eleenheid worden esteld over de afhandelin van de klacht te adviseren. De bepalinen in de Politiewet 1993 strekken er derhalve slechts toe antwoord te even op vraen als waar een klacht over edrainen van de politie kan worden inediend en wie zor draat voor behandelin van de klacht, aldus de ministers. Het feit dat wordt esproken over edra- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

68 inen van ambtenaren van politie betekent niet dat een klacht slechts zal worden ontvanen wanneer de edrain is teru te voeren op één met naam en toenaam aan te wijzen persoon. Met het wetsvoorstel wordt eenszins beood de reikwijdte van het klachtrecht en de omvan van de klachtbehandelin te beperken. Ook in het politieklachtrecht dienen de omstandiheden binnen de oranisatie die hebben bijedraen aan het ontstaan van een klacht in de behandelin daarvan betrokken te worden. Ook het politieklachtrecht is ericht op het verbeteren van het functioneren van de politie door lerin te trekken uit klachten over haar optreden. Dat het niet de bedoelin is om de edrain van een individuele ambtenaar te isoleren van de oranisatie waarin hij werkzaam is, ma ook blijken uit de bepalin (artikel 61, tweede lid, onderdeel c) dat bij de jaarlijkse publicatie van de ereistreerde klachten en beslissinen dient te worden aaneeven in hoeverre bepaalde klachten wijzen op structurele tekortkominen in het functioneren van de politie en, zo nodi, welke middelen de tekortkominen kunnen opheffen. Alhoewel de ministers de zor van de Nationale ombudsman niet delen, wilden zij raa de eleenheid te baat nemen om die zor eheel we te nemen. Door middel van de bij de nota van wijziin voorestelde aanvullin benadrukken zij dat de commissie die is belast met de behandelin van en adviserin over klachten daarbij aandacht dient te besteden aan de vraa in hoeverre bepaalde klachten wijzen op structurele tekortkominen in het functioneren van de politie en met welke middelen eventuele tekortkominen kunnen worden opeheven. De Nationale ombudsman acht met deze aanvullin zijn zor ter zake weenomen. Wijziin van Luchtvaartwet inzake de beveiliin op luchtvaartterreinen Op 1 januari 2003 is de wet van 18 april 2002 tot wijziin van de Luchtvaartwet inzake de beveiliin op luchtvaartterreinen (Stb. 2002, 226) edeeltelijk in werkin etreden. Enkele onderdelen van deze wet treden in werkin op 1 april De wet strekt ertoe de uitvoerin van de beveiliin op burerluchthavens, die tot dusver plaatsvond door de overheid, voor passaiers en hun baae op te draen aan exploitanten van luchtvaartterreinen en voor vracht aan de luchtvaartmaatschappijen. Toezicht op deze taakuitoefenin wordt uiteoefend door de Minister van Justitie, die onder meer zort voor de nodie wet- en reelevin. Ter plaatse wordt toezicht op de nalevin van deze reels uiteoefend door de Koninklijke marechaussee, die daartoe voor deze taak aanwijzinen krijt van de Minister van Justitie. De exploitant van de luchthaven schakelt een particuliere beveiliinsoranisatie in voor de uitvoerin van de beveiliin. De taken van het personeel van een derelijke beveiliinsoranisatie hebben deels een publiekrechtelijk karakter. Mede naar aanleidin van verschillende reacties vanuit de Tweede Kamer heeft de Minister van Justitie bij nota van wijziin (Kamerstukken II 1999/2000, , nr. 6) vooresteld het publiekrechtelijke karakter van de taakuitvoerin door het beveiliinspersoneel no extra accent te even, door in het wetsvoorstel edrainen van het personeel van de particuliere beveiliinsoranisatie ter uitoefenin van publiekrechtelijke bevoedheden, aan te merken als edrainen van de Minister van Justitie. Hiermee wordt buiten twijfel esteld dat de Nationale ombudsman bevoed is in voorkomend eval over die edrainen te oordelen. Daarmee zijn ten opzichte van de bestaande wet de publiekrechtelijke waarboren verroot voor een juiste taakuitvoerin voor zover daarbij inbreuken worden emaakt op rechten van burers. Nader overle van het Ministerie van Justitie met het Bureau Nationale ombudsman bracht de noodzaak aan het licht om het voorstel op dit punt Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

69 no om technische redenen nader aan te passen, heteen is ebeurd in een tweede nota van wijziin (26 607, nr. 7). In de wet wordt ereeld dat voor de interne klachtbehandelin hoofdstuk 9 van de Awb van overeenkomstie toepassin is en dat de klachtenreelin uit de Wet particuliere beveiliinsoranisaties en recherchebureaus buiten toepassin blijft. Een klacht teen personeel van de particuliere beveiliinsoranisatie over de uitoefenin van zijn wettelijke taak kan worden inediend bij de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. Verantwoordelijk voor de afhandelin van een derelijke klacht in de interne procedure is de Minister van Justitie, die hiervoor mandaat kan verlenen aan de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. Wat de externe klachtbehandelin betreft, is ereeld dat voor de toepassin van de Wet Nationale ombudsman een edrain van het particuliere beveiliinspersoneel wordt aanemerkt als een edrain van de Minister van Justitie. Indien de klacht zich tevens richt teen een of meer ter plaatse werkzame ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee en betrekkin heeft op hetzelfde feitencomplex, wordt deze behandeld volens de procedure die eldt voor de Koninklijke Marechaussee. In de toelichtin wordt opemerkt dat het voor de burer bij nader inzien duidelijker lijkt een onderscheid te maken tussen de klachtafhandelin teen personeel van de Koninklijke Marechaussee en teen personeel van de particuliere beveiliinsoranisatie. In alle evallen kan hij de klacht indienen bij de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. Indien aan deze bij mandaat de afhandelin van de klacht is opedraen, kan hij om de waarheid aan het licht te brenen zo nodi de bevoedheden uitoefenen die hem krachtens zijn toezichthoudende taak krachtens de Luchtvaartwet en krachtens de artikelen 5:15 e.v. van de Awb toekomen. Wanneer de klacht zich uitsluitend richt teen een werknemer van de particuliere beveiliinsoranisatie wordt de edrain toeerekend aan de Minister van Justitie. In een aantal evallen zal de klacht pas worden inediend nadat de Koninklijke Marechaussee bij de zaak betrokken is eraakt, die immers toezicht houdt op de taakuitvoerin door de particuliere beveiliinsoranisatie. In dat eval is het onwenselijk dat hetzelfde feitencomplex in twee verschillende procedures wordt onderzocht en beoordeeld. In deze evallen wordt de klachtafhandelin ebundeld. Indien de zaak vervolens aan de Nationale ombudsman wordt vooreled, dan stuurt deze elijkluidende brieven aan zowel de Minister van Justitie als aan de Minister van Defensie met het verzoek te reaeren voor zover de klacht ieders verantwoordelijkheid reardeert. Het is dan aan de ministers om hun reacties onderlin af te stemmen. De bepalinen van de wet die betrekkin hebben op de behandelin van klachten zijn op 1 januari 2003 in werkin etreden. 2.2 Ambt Reelin ambtstermijn substituut-ombudsman In het voorstel van de Wet extern klachtrecht (Kamerstukken II 2002/03, , nrs. 1 3; zie hiervoor, 2.1.4) wordt een wijziin vooresteld in de ambtstermijn van de substituut-ombudsman. In zijn jaarverslaen heeft de Nationale ombudsman er enkele malen voor epleit om de ambtstermijnen van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman te laten overlappen, in het belan van de continuïteit van het instituut Nationale ombudsman (zie Jaarversla 1999, blz , en Jaarversla 2000, blz. 41). De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Tweede Kamer bij brief van 17 november 2000 laten weten dat bij een eerstvolende wijziin van de WNo een voorstel zal worden edaan tot aanpassin van de wet ter zake, rekenin houdend Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

70 met het eenhoofdie karakter van het ambt (Kamerstukken II 2000/01, , nr. 4). Volens het huidie artikel 9 van de WNo kan een nieuwe ombudsman de Tweede Kamer verzoeken om de ambtstermijn van de zittende substituutombudsman te verlenen voor de duur van ten hooste zes maanden. In de praktijk is deze verleninstermijn te kort ebleken. Daarbij komt dat de zittende substituut-ombudsman in onzekerheid verkeert over de vraa of de nieuwe ombudsman hem zal voordraen voor verlenin. Het is voorstelbaar dat de substituut-ombudsman het antwoord op die vraa niet zal afwachten, en zich al bij voorbaat verbindt aan een nieuwe betrekkin met inan van de datum waarop zijn ambtstermijn als substituut-ombudsman wettelijk afloopt. De nieuwe ombudsman kan er dus niet zonder meer van uitaan dat hij door de zittende substituutombudsman wewijs in het ambt kan worden emaakt. Om aan deze onzekerheden een einde te maken, wordt in het voorstel van de Wet extern klachtrecht vooresteld om de ambtstermijn van de substituut-ombudsman een jaar later te laten eindien dan die van de Nationale ombudsman. Het eenhoofdie karakter van het ambt van Nationale ombudsman wordt daarmee een eweld aanedaan. Weliswaar zal een nieuw benoemde ombudsman telkens edurende een jaar van rechtswee moeten werken met een substituut-ombudsman die op verzoek van zijn vooraner is benoemd, maar daarmee is hij aan het bein van zijn ambtsperiode verzekerd van de bijstand van een ervaren substituut-ombudsman en heeft hij desewenst alle eleenheid om op zoek te aan naar een substituut-ombudsman van eien keuze, met wie hij dan no vijf jaar kan samenwerken Nevenfuncties ambtsdraers Nevenfuncties Nationale ombudsman Mr. R. Fernhout bekleedt de volende nevenfuncties: voorzitter van de jury voor de Max van der Stoel-Mensenrechtenprijs van de Onderzoekschool Rechten van de Mens, beschikbaar esteld door de Universiteit van Tilbur (onbezoldid); lid Comité van aanbevelin Stichtin Yoesuf, islam en homoseksualiteit (onbezoldid); lid Comité van aanbevelin Stichtin Synaoe Nijmeen (onbezoldid); medeauteur van het handboek Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat (Kluwer, Deventer) (auteursveroedin). Nevenfuncties substituut-ombudsman mevrouw mr. S. J. E. Horstink-von Meyenfeldt Mevrouw mr. S. J. E. Horstink-von Meyenfeldt bekleedt de volende nevenfuncties: lid van het collee van bestuur van de Katholieke Theoloische Universiteit te Utrecht (vacatieeld); lid van de Beleidsadviescommissie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie (vanaf 1 auustus 2002) (onbezoldid); lid van de Commissie feitenonderzoek beveiliin Pim Fortuyn (vanaf 15 mei 2002) (vacatieeld); lid van het bestuur van de Vereniin voor overheidsmanaement (tot 1 mei 2002) (onbezoldid); lid van de raad van advies van de Vereniin voor overheidsmanaement (vanaf 1 mei 2002) (onbezoldid). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

71 2.3 Klachten over de Nationale ombudsman Inleidin Waar ewerkt wordt, worden fouten emaakt. Ook over de Nationale ombudsman en zijn medewerkers wordt eklaad. Grieven kunnen betrekkin hebben op een beslissin om een onderzoek in te stellen, een onderzoeksbeslissin of op een oordeel van de Nationale ombudsman. Daarnaast zijn er rieven over bijvoorbeeld de behandelinsduur, de bejeenin en de betrachte zorvuldiheid. Slechts deze laatste cateorie beschouwt de Nationale ombudsman als klachten die voor klachtbehandelin in aanmerkin komen. Grieven over een beslissin om een onderzoek in te stellen, over een onderzoeksbeslissin of over een oordeel in een rapport worden niet als klacht behandeld, maar als verzoek om herzienin. Teen een derelijke beslissin van de Nationale ombudsman staat een klachtvoorzienin open. In beinsel discussieert de Nationale ombudsman niet met partijen over de juistheid van een door hem inenomen standpunt. De Nationale ombudsman beslist in hooste en laatste instantie. Met zijn beslissin is de zaak afedaan. Dit neemt niet we dat de Nationale ombudsman rieven als hier bedoeld wel serieus neemt. In een enkel eval kan een rief ertoe leiden dat de Nationale ombudsman een beslissin als hiervoor bedoeld herziet. Dat kan het eval zijn als er nieuwe feiten of omstandiheden naar voren worden ebracht die eerder niet bekend waren en die, waren ze wel bekend eweest, tot een ander oordeel zouden hebben eleid. Ook als een beslissin is ebaseerd op een kennelijk verkeerde interpretatie van feiten of omstandiheden kan dat leiden tot een herzienin van een beslissin. Grieven over bijvoorbeeld de behandelinsduur, de bejeenin en de betrachte zorvuldiheid worden wel als klacht behandeld. Naar aanleidin van een klacht wordt op korte termijn contact met de klaer openomen en wordt bezien of de klacht snel naar tevredenheid van de klaer is op te lossen. In evallen waarin dat niet moelijk is krijt de klaer een emotiveerd antwoord op zijn klacht. Als de klacht erond wordt verklaard krijt de klaer verontschuldiinen aaneboden. In voorkomende evallen wordt lerin uit de klacht etrokken om verelijkbare fouten in de toekomst te voorkomen. De Nationale ombudsman beoordeelt of bestuursoranen, waarover bij hem wordt eklaad, klachten behoorlijk behandelen. Dit betekent dat de Nationale ombudsman zelf het oede voorbeeld moet even bij de behandelin van klachten. De behandelin van klachten over de Nationale ombudsman en zijn medewerkers moet voldoen aan de behoorlijkheidsnormen die de Nationale ombudsman zelf aan bestuursoranen stelt. Hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) is zelf niet van toepassin op de Nationale ombudsman, omdat de Nationale ombudsman een bestuursoraan is in de zin van die wet. De Nationale ombudsman behandelt klachten over zijn bureau echter zoveel moelijk overeenkomsti hoofdstuk 9 van de Awb. Bein 2003 treedt een vernieuwde klachtenreelin van de Nationale ombudsman in werkin Ontvanen klachten over de Nationale ombudsman en zijn medewerkers In 2002 zijn 74 klachten ontvanen door de Nationale ombudsman. In dit etal zijn berepen 50 klachten over een beslissin van de Nationale ombudsman over de ontvankelijkheid van een verzoekschrift of zijn bevoedheid, een onderzoeksbeslissin of het oordeel over de behoorlijkheid van een edrain van een bestuursoraan. Slechts in één van deze evallen za de Nationale ombudsman aanleidin om een herzien Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

72 rapport uit te brenen, met alleen een kleine aanpassin van de tekst onder bevindinen in het kader van anonimiserin. Voor het overie was er een aanleidin om op beslissinen teru te komen. Wel werd in één eval econstateerd dat verzoeker niet schriftelijk was eïnformeerd over de beslissin om een klachtonderdeel niet in onderzoek te nemen. Voor die omissie zijn verontschuldiinen aaneboden. Het aantal klachten dat voor klachtbehandelin in aanmerkin kwam, is 23. Daarvan zijn er dertien erond verklaard, vijf onerond, twee klachten zijn informeel afedaan en vier klachten waren op 1 januari 2003 no in behandelin. In één eval was de klacht afkomsti van een ambtenaar die als behandelend ambtenaar bij een onderzoek door de Nationale ombudsman was betrokken. Eind 2002 was deze klacht no in behandelin. De meeste andere klachten zijn inediend door verzoekers die een zaak hadden lopen bij de Nationale ombudsman. Hieronder volt een korte besprekin van enkele van de ontvanen klachten. Twee keer werd een klacht inediend over een uitin van het Bureau Nationale ombudsman in de media. Zo klaade de directeur van een zorverzekeraar over de inhoud van een column van de Nationale ombudsman in de Teleraaf. Hij vond de inhoud van de column en de kop daarboven onvoldoende enuanceerd. Ook af hij aan dat hij het op prijs had esteld als hij voor het verschijnen van de column daarover zou zijn eïnformeerd. Omdat er een onjuistheden in de column stonden za de Nationale ombudsman een aanleidin om op het estelde in de column teru te komen. Het voorstel om een betrokken bestuursoraan vooraf te informeren over de publicatie van een column is in overwein enomen. Geconcludeerd is echter dat dit niet oed moelijk is, omdat columns vaak kort voor de verschijninsdatum worden eschreven. Een advocaat klaade erover dat in de ontvanstbevestiin die het Bureau Nationale ombudsman per omaande stuurt herhaaldelijk niet zijn kenmerk was vermeld. Nu de advocaat vaker namens cliënten verzoekschriften bij de Nationale ombudsman indiende was het voor hem niet oed moelijk om na te aan op welk van zijn dossiers de ontvanstbevestiin betrekkin had. De klacht werd erond verklaard. Het was al beleid om in een ontvanstbevestiin het kenmerk te vermelden. Aan de medewerkers van de afdelin die de ontvanstbevestiinen verstuurt is die beleidslijn no eens onder de aandacht ebracht. In één dossier werd de ontvanstbevestiin naar de cliënt estuurd, in plaats van naar zijn emachtide. De klacht dat de emachtide een ontvanstbevestiin had ontvanen werd erond verklaard, onder het aanbieden van verontschuldiinen voor de an van zaken. In één eval klaade een verzoeker er schriftelijk over dat een medewerker in een telefoonesprek weini berip toonde voor zijn standpunt. Hoewel hij schreef dat hij de houdin van de medewerker klachtwaardi vond, werd de brief als ewoon volstuk in het dossier behandeld, en niet als klacht. De klacht over het niet oppakken van de klacht werd erond eacht. De an van zaken in het telefoonesprek werd betreurd. Bij onderzoek naar een klacht over het niet voortvarend afhandelen van een brief bleek dat die brief niet was beantwoord omdat de behandelend medewerkster landuri ziek was. Dit dossier was niet overenomen door een vervaner. Dit was in afwijkin van interne werkafspraken dat in een derelijk eval het dossier door een vervaner wordt overenomen. De klacht werd erond verklaard. In enkele andere evallen werden klachten Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

73 over de lane behandelinsduur erond verklaard. Niet onredelijk lan was een behandelinsduur van iets meer dan drie weken. In één eval waarin werd eklaad over de behandelinsduur bleek dat een brief wel door de Nationale ombudsman was beantwoord, maar dat het antwoord niet door verzoeker was ontvanen. De klacht was onerond. Verontschuldiinen werden aaneboden voor het niet nakomen van een toezein om een verzoeker binnen een week teru te bellen en voor het verloop van het esprek toen verzoeker zelf terubelde. De klacht dat een moeder en zoon per abuis als ehuwd werden aanemerkt werd als erond verklaard, evenals de klacht van een andere klaer dat de naam van zijn zoon verkeerd om werd eschreven. Een klaer die meende dat zijn zaak met onvoldoende voortvarendheid en betrokkenheid werd behandeld werd in het onelijk esteld. Juist omdat de betrokken onderzoekster de penibele situatie van de klaer onderkende had zij al voordat hij klaade diverse malen contact ehad met het bestuursoraan om een oplossin te bewerkstellinen. Dit was echter bij de klaer no niet bekend. Op het moment dat klaer zijn klachtbrief aan de Nationale ombudsman schreef la al een conceptbrief klaar waarin hij werd eïnformeerd over de omstandiheid dat het betrokken bestuursoraan inmiddels eld aan hem had overemaakt. Bij de afhandelin van een klacht over de Open Universiteit werd aan verzoeker meeedeeld dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (verder OCW) was eïnformeerd over de afdoenin. Die zin was echter ten onrechte openomen. Feitelijk was de Minister niet eïnformeerd, omdat de Open Universiteit een dienstonderdeel van het Ministerie van OCW is. De Nationale ombudsman excuseerde zich bij verzoeker voor de verkeerde voorstellin van zaken. Een hoofdofficier van justitie betreurde het dat hij niet was eïnformeerd over een klacht over een mededelin die een politieambtenaar aan een burer had edaan. De politieambtenaar had beweerd een parketmedewerker te hebben esproken. Volens verzoeker was die mededelin niet juist. In het kader van het onderzoek was de parketmedewerker als etuie ehoord. De Nationale ombudsman achtte de klacht van de hoofdofficier van justitie niet erond. Vuistreel van de Nationale ombudsman is om een hoofdofficier van justitie alleen uit te nodien om te reaeren op een klacht over een politiekorps als de klacht justitieel politieoptreden betreft. Het justitieel optreden stond in deze zaak zeer op de achterrond, zodat de Nationale ombudsman een aanleidin za om de hoofdofficier van justitie bij het onderzoek te betrekken. 2.4 Het Bureau Nationale ombudsman Personeel Formatie In 2002 is de medewerker belast met personele en financiële zaken plotselin overleden. Daarnaast hebben zeven medewerkers de dienst verlaten. In dezelfde periode zijn zeventien nieuwe medewerkers aanetrokken. De personeelsformatie voor 2002 bedroe 110,5 plaatsen (2001: 101,6), waarvan 7,5 (2001: 5,6) efinancierd door vrijwilli aanesloten bestuursoranen. De feitelijke bezettin van het Bureau Nationale ombudsman was op 31 december 2002: 129 medewerkers; het aantal medewerkers omerekend in fulltime equivalenten: 114,7. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

74 Op 31 december 2002 was het aandeel van de personeelsformatie dat, in de vorm van onderzoekers, direct is inezet voor de onderzoektaak 66% (2001: 66%). Van alle medewerkers werkte 45% in deeltijd (2001: 43,3%). Het aantal vrouwelijke medewerkers was 70% van het totaal (2001: 66,7%). Er zijn drie medewerkers bij de Nationale ombudsman werkzaam op basis van interim functievervullin (van Financiën en Verkeer en Waterstaat). Ziekteverzuim en bedrijfsmaatschappelijke beeleidin Het ziekteverzuim bij de medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman was in ,59% (exclusief zwanerschaps- en bevallinsverlof en inclusief landuri zieken). In 2001 was het ziekteverzuim 5,21%. Van de 129 op 31 december 2002 in dienst zijnde medewerkers hebben er 19 (15%) ebruik emaakt van beeleidin door de bedrijfsmaatschappelijk werker. Honorerin Op 31 december 2002 stonden 65 van de 129 medewerkers op het maximum van hun salarisschaal. Van deze 65 medewerkers ontvanen er inmiddels 16 (waarvan 6 op basis van een eerste toekennin in 2002) een toelae boven op het maximum van de salarisschaal. In het jaar 2002 is er met 83% (2001: 71%) van de medewerkers een functionerinsesprek evoerd respectievelijk zijn medewerkers beoordeeld. Opleidin, vormin en loopbaanbeeleidin In 2002 is een bedra van uitetrokken voor deskundiheidsbevorderin en loopbaanbeeleidin. Ten opzichte van 2001 ( ) betekende dit een stijin met 5%. Het aat om 2,5% (2001: 2,7%) van de personele uitaven. Georaniseerd overle Er vond zevenmaal overle plaats tussen de directeur van het Bureau Nationale ombudsman en de onderneminsraad. Onderwerpen die daarbij aan de orde kwamen waren onder andere: het vaststellen van budetten voor opleidinen en bewust belonen, het zelf verdelen van dossiers door de clusters, het plan van aanpak competentiemanaement, het competentieprofiel van de directeur, de toekomst van de financiële en personele functie bij de Nationale ombudsman, het promoten van nevenwerkzaamheden, het benoemen van een klachtencoördinator, het benoemen van een interne kwaliteitscontrole functionaris op het terrein van de bevoedheids- en ontvankelijkheidstoetsin, het beleid ten aanzien van landuri zieken, de interne mobiliteit en de ontwikkelin van de medewerkers, aanwijzen verplichte verlofda in 2003, het opstarten van een arbeidstevredenheidsonderzoek, het aanpassen van de klachtenreelin seksuele intimidatie, interne herhuisvestin, IKAP reelin 2003, en bijstellinen van het front-office. Met verteenwoordiers van de ambtenarencentrales is één keer overle evoerd. Onderwerpen die daarbij aan de orde kwamen waren onder andere: implementatie van de CAO-afspraken, stand van zaken oranisatieontwikkelin en de IKAP-reelin Financiën Inclusief de bij eerste en tweede suppletore berotin beschikbaar estelde middelen bedroe het budet van de Nationale ombudsman in (in ). Er is in (72%) besteed aan personele uitaven en (28%) aan materiële uitaven. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

75 2.4.3 Bedrijfsvoerin Op de aenda van het manaementteam In 2003 heeft het manaementteam 26 keer veraderd. Daarbij kwamen onder meer de volende onderwerpen aan de orde: een rote interne verhuizin om de nieuwe medewerkers te huisvesten; het uitbouwen van de systemen om de clusters van informatie te voorzien; het jaarplan communicatie 2002 (waaronder de publiekscampanes 2002 en 2003) en het informatieplan 2002; het in 2002 voor het eerst werken met prestatieafspraken tussen directeur en de vier hoofden van de onderzoeksafdelinen; het periodiek bespreken van de cockpitcijfers van de oranisatie; het vaststellen van het beleid bij landuri zieken, en het beleid ter preventie van RSI; het vaststellen van het beleid om nuttie externe nevenwerkzaamheden te stimuleren; het vaststellen van een nieuwe leidraad functionerinsesprekken waarin naast terukijken en vooruitkijken, ook vormin en belonin een plaats hebben ekreen; het vaststellen van het schema behandeltermijnen; het instellen van een werkroep telewerken om uit te zoeken welke telewerkvoorzieninen de thuiswerkers nu precies nodi hebben (het rapport van deze werkroep is in december 2002 beschikbaar ekomen); het instellen en equiperen van een vaste werkroep buitenlandse contacten waarvan de leden een bijdrae leveren aan de ontvanst van buitenlandse bezoekers en participeren in bezoeken aan buitenlandse instituten; het teen betalin onderbrenen van de personele en financiële functie van de Nationale ombudsman bij een van de rotere Collees. Sinds december 2002 is de Nationale ombudsman hierover in esprek met de Alemene Rekenkamer; manaement development van de leidinevenden en het opleidinsplan voor de andere medewerkers; de voorbereidinen van het jaarversla over 2002 en het vaststellen van een nieuwe opzet om in 2003 via een intern loboek de hoofdstukken 7 tot en met 25 van het jaarversla te laten roeien; het bespreken van een uitebreide concept-klachtreelin Nationale ombudsman. Implementatie is in de loop van 2003 te verwachten; brainstormen over het herijken van missie en visie, over kwaliteitscriteria voor en over kwaliteitsborin van het werk. Afrondin in 2003; het uit een oopunt van kwaliteitsborin intern benoemen van een aparte «controle» functionaris op het terrein van de bevoedheid en ontvankelijkheid; het implementeren van de nieuwe herkansinswerkwijze; het vaststellen van het (tweejarie) evaluatietraject van het dossier reistratiesysteem; het houden van een klanttevredenheidsonderzoek en van een medewerkers-tevredenheidonderzoek. Realisatie staat voor 2003; het in 2003 aantrekken van een tijdelijke informatiemanaer om de beschikbare kennis binnen de oranisatie toeankelijker te maken; het evalueren van de interne machtiinen. Werklast De berotinswetever heeft er in het voorjaar 2002 mee inestemd om de personele capaciteit van de oranisatie in overeenstemmin te brenen met de eroeide werklast door een structurele uitbreidin van de bezettin met tien formatieplaatsen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

76 De ramin van de instroom (van kort ezed, Rijksoverheid klachten en klachten van betalende decentrale overheden) voor het jaar 2002 was esteld op Er zijn uiteindelijk 9643 klachten ontvanen. In 2002 zijn klachten afedaan. De werkvoorraad is edaald van 2245 naar De doorlooptijden (zie 3.3) laten een voorzichtie verbeterin zien. Huisvestin Bij slareens in combinatie met wind slaat het water door de, bij de renovatie niet vervanen, raamkozijnen. Herstel hiervan kon niet meer worden erealiseerd in 2002 maar is thans voorzien in de periode april tot na de zomervakantie Ook in 2002 konden alle medewerkers no ewoon worden ehuisvest en was het niet nodi om andere alternatieven zoals flexibiliserin van de werkplekken te zoeken. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

77 3 HET WERK VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN IN CIJFERS 3.1 De te behandelen zaken In 2002 zijn 9643 verzoekschriften ontvanen, teenover 9528 in Een erine stijin dus. Het aantal afedane verzoekschriften is , teenover 9088 in Dit is een stijin van 14%. De werkvoorraad daalde, van 2245 op 1 januari 2002 tot 1525 op 1 januari 2003, een dalin van 32%. Tabel 1 eeft een overzicht van de aantallen te behandelen en afedane verzoekschriften over 2002 en Tabel 1 Werkvoorraad verzoekschriften in behandelin per 1 januari ontvanen te behandelen afedaan In behandelin per 1 januari * * In tabel 1 in hoofdstuk 3 van het jaarversla 2001 (blz.78) is als werkvoorraad per 1 januari 2001 het etal 2273 enoemd. Naderhand is een correctie ebleken ter rootte van 28 verzoeken. In 2002 zochten personen telefonisch contact met het Bureau Nationale ombudsman (verder 6.5), teenover in 2001, een dalin met 4,5%. Daarnaast werden 198 berichten met buitenwettelijke klachten en met informatieverzoeken ontvanen en afedaan. Alles bijeen wendden in personen zich telefonisch of schriftelijk tot de Nationale ombudsman. Van de in 2002 ontvanen verzoekschriften zijn er in de loop van het jaar 8466 inedeeld bij één van de bestuursoranen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman. Grafiek 1 eeft hiervan een overzicht, inedeeld per ebied. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

78 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

79 De bestuursoranen in rafiek 1 zijn in te delen in vier cateorieën: ministeries: 4039 verzoekschriften (48%; 2001: 55%); andere bestuursoranen (inclusief pbo): 2288 verzoekschriften (27%; 2001: 23%); politie: 1279 verzoekschriften (15%; 2001: 15%); laere publiekrechtelijke lichamen: 858 verzoekschriften (10%; 2001: 8%). Binnen de cateorie andere bestuursoranen laen de meeste verzoekschriften op het terrein van de uitvoerinsinstellinen voor sociale zekerheid (UWV: 1003, SVB: 322). Op het terrein van onderwijs, cultuur en wetenschappen betrof het de Informatie Beheer Groep met 178 verzoekschriften en op het terrein van volksezondheid, welzijn en sport, de zorverzekeraars (ziekenfondsen) met 136 klachten. Het rootste aandeel in rafiek 1 hebben de volende ebieden: justitie (incl. vreemdelinenzaken en interatie) (24%); sociale zaken en werkeleenheid (17%); politie (15%); buitenlandse zaken (9%); financiën (9%). Het Ministerie van Justitie (incl. Vreemdelinenzaken en Interatie) torent uit boven alle andere ebieden, met 1813 verzoekschriften (45% van alle 4039 verzoekschriften die betrekkin hebben op de ministeries; 2001: 51%). Van deze verzoekschriften hadden er 1216 betrekkin op de IND (14% van de 8466 ontvanen verzoekschriften uit rafiek 1 over 2002; 2001: 21%). 3.2 Afedane zaken Cijfers afedane zaken In 2002 zijn verzoekschriften afehandeld. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

80 De afedane verzoekschriften zijn te verdelen in drie cateorieën: 1. buitenwettelijke verzoekschriften (betreffen instanties die, op rond van artikel 1a van de Wet Nationale ombudsman (verder WNo), niet vallen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman: 16% (2001: 21%); 2. binnenwettelijke verzoekschriften die (na toetsin aan de artikelen 16 en 14 van de WNo) niet in aanmerkin kwamen voor onderzoek: 56% (2001: 49%); 3. binnenwettelijke verzoekschriften die in onderzoek zijn enomen en vervolens zijn afedaan: 28% (2001: 30%). Grafiek 2 vertoont een beeld over 2002 dat afwijkt van het beeld over Er is een stijin van 7% in de cateorie «binnenwettelijk niet in onderzoek» en een dalin van 5% in de cateorie «buitenwettelijk». Van de tussentijds beëindide onderzoeken wordt een substantieel deel afedaan via de in 2002 eïntroduceerde herkansin (verder 1.2.3). Elk jaar leiden veel klachten niet tot onderzoek als uitkomst van de toetsin aan de bepalinen in artikel 16 van de WNo over de bevoedheid van de Nationale ombudsman ten aanzien van de betreffende edrain en artikel 14 van de WNo over de ontvankelijkheid van de klaer (zie voor deze toetsin nader: hoofdstuk 6). Dit was ook het eval in Bij de behandelin van de afedane zaken waren in verhoudin de belanrijkste afwijzinsronden uit deze twee artikelen: kenbaarheidsvereiste: 23% (2001: 15%); de afbakenin van de bevoedheid van de Nationale ombudsman tot die van de rechter: alles bijeenenomen 11% (2001: 11%); Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

81 overschrijdin van de jaartermijn of onvollediheid van het verzoekschrift: 6% (2001: 5%); kennelijk onerond: 5% (2001: 5%). Het aantal klachten dat is afedaan na in aanmerkin te zijn ebracht voor onderzoek bedraat Daarvan hebben 413 (14%; 2001: 15%) eleid tot een rapport. Dat is 4% van alle afedane zaken. Het aantal rapporten bedroe 411 (2001: 404). Het rootste deel van de enoemde 2898 verzoekschriften 2485 (86%) betreft zaken die in aanmerkin waren ebracht voor onderzoek, maar waarbij, al dan niet via herkansin, het onderzoek tussentijds werd beëindid, zonder het uitbrenen van een rapport. Dit is 24% van alle afedane zaken. Het aantal van deze zaken is iets esteen ten opzichte van 2001 (2321). Van de 2485 tussentijds beëindide zaken werden er 1385 (56%) afesloten omdat het betrokken bestuursoraan de klaer intussen voldoende teemoet was ekomen. In 898 zaken werd het dossier om administratieve reden esloten, waarvan in 893 zaken (36%) na een eslaade herkansin. Tabel 2 eeft daarvan een overzicht. Tabel 2 Reden onderzoek tussentijds beëindid reden beëindiin aantal % Verzoeker is inmiddels op afdoende wijze teemoetekomen ,7 Dossier wordt om administratieve reden esloten, bijvoorbeeld het bestuursoraan reaeert positief op een verzoek om afhandelin van de klacht met toepassin van hoofdstuk 9 Awb of vanwee samenvoein met een ander dossier ,1 Verzoeker heeft uitdrukkelijk laten weten dat een prijs meer wordt esteld op verder onderzoek (bijv. omdat hij daarvan een unsti resultaat (meer) verwacht, of omdat hij zijn klacht elders in behandelin heeft eeven dan wel omdat hij ontevreden is 24 1,0 Verzoeker heeft, ook na rappel, niets meer van zich laten horen 29 1,2 Nationale ombudsman beëindit het onderzoek omdat tijdens het onderzoek alsno is ebleken van onbevoedheid van of nietontvankelijkheid van verzoeker 49 2,0 Nationale ombudsman beëindit het onderzoek omdat tijdens het onderzoek duidelijk is eworden dat verder onderzoek niet zinvol meer is, terwijl verzoeker niet op afdoende wijze is teemoetekomen 100 4, Onderzoek uit eien bewein De Nationale ombudsman kan uit eien bewein onderzoeken openen (artikel 15 WNo) en kan lopende onderzoeken eiener bewein uitbreiden (ecombineerde onderzoeken artikel 12 en artikel 15 WNo). In 2002 zijn drie in 2001 uit eien bewein estarte onderzoeken aferond en is een ecombineerd onderzoek uit 2001 aferond. Van de elf uit eien bewein in 2002 eopende onderzoeken zijn er vijf in 2002 aferond. Van de veertien in 2002 eiener bewein uitebreide onderzoeken is er een in 2002 aferond. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

82 3.3 Doorlooptijden verzoekschriften Hierna volen vier rafieken met overzichten van de doorlooptijden. Grafiek 3a laat zien dat van alle afedane zaken 46% is afehandeld binnen 4 weken, teenover 35% in Binnen acht weken is 67% afedaan, en binnen een half jaar 93%. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

83 In 2001 werd 44% van de niet in onderzoek enomen verzoekschriften afedaan binnen vier weken. In 2002 was dit 53%. In 2001 werd 68% van deze dossiers binnen acht weken afedaan en in % van de dossiers. In de evallen waarin de behandelinsduur laner was dan vier weken had dit voor een belanrijk deel te maken met de noodzaak om nadere informatie bij de verzoeker op te vraen, alvorens de vraa te beantwoorden of de klacht wel of niet in onderzoek kon worden enomen. Grafiek 3c betreft de zaken die zijn afedaan na in aanmerkin te zijn ebracht voor onderzoek. Van de 2898 zaken uit rafiek 3c is 28% afedaan binnen vier weken (2001: 12%), en 51% binnen acht weken (2001: 41%). Wanneer een zaak wordt afedaan met een onderzoek dat leidt tot een rapport vert dat meer tijd. In totaal 553 zaken (2001: 650) werden afedaan na een doorlooptijd van meer dan een half jaar, waarvan 388 (2001: 416) na meer dan veerti weken, en 286 (2001: 315) na meer dan een jaar. Op 1 januari 2003 waren 382 zaken in behandelin die ouder waren dan zes maanden (1 januari 2002: 389 zaken). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

84 Van de in rafiek 3c verwerkte verzoekschriften is een substantieel deel afedaan via de herkansinswerkwijze (verder 1.2.3). In rafiek 3d is dit deel no apart inzichtelijk emaakt. De doorlooptijden zijn berekend vanaf de datum van ontvanst van de klacht tot de datum waarop het bestuursoraan laat weten de klachtbehandelin over te nemen. 3.4 Afedane zaken per ebied Tabel 3a Aantal rapporten per ebied 1 ebied 2 totaal Alemene Zaken 1 1 Buitenlandse Zaken Justitie Vreemdelinenzaken en Interatie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 2 2 Financiën Defensie 9 9 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Verkeer en Waterstaat Economische Zaken Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Sociale Zaken en Werkeleenheid Volksezondheid, Welzijn en Sport Politie Buremeesters 1 1 Publiekrechtelijke Bedrijfsoranisatie 2 2 Gemeenten Provincies rapporten kunnen betrekkin hebben op meer dan één bestuursoraan 2 aantal rapporten over andere bestuursoranen van het betreffende ebied De ebieden met in verhoudin de meeste rapporten zijn: Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

85 justitie (incl. vreemdelinenzaken en interatie): 123 (27%) en de politie: 141 (30%). Tabel 3b Afedaan zonder rapport per ebied (m.u.v. herkansinszaken) 1 ebied 2 totaal Buitenlandse Zaken Justitie Vreemdelinenzaken en Interatie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Financiën Defensie 7 7 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Verkeer en Waterstaat Economische Zaken Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Sociale Zaken en Werkeleenheid Volksezondheid, Welzijn en Sport Politie Waterschappen Gemeenten Provincies verzoekschriften kunnen betrekkin hebben op meer dan één bestuursoraan. 2 afedaan zonder rapport (m.u.v. herkansinszaken) over andere bestuursoranen van het betreffende ebied. Tabel 3c Afedaan via herkansin per ebied1 ebied 2 totaal Buitenlandse Zaken Justitie Vreemdelinenzaken en Interatie Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties 5 5 Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Financiën Defensie 3 3 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Verkeer en Waterstaat Economische Zaken 2 2 Landbouw, Natuurbeheer en Visserij 4 4 Sociale Zaken en Werkeleenheid Volksezondheid, Welzijn en Sport Politie 7 7 Waterschappen Gemeenten Provincies Verzoekschriften kunnen betrekkin hebben op meer dan één bestuursoraan. 2 Afedaan via herkansin over andere bestuursoranen van het betreffende ebied. 3.5 De conclusie van de Nationale ombudsman In zijn rapporten toetste de Nationale ombudsman de onderzochte edrain aan de behoorlijkheidsnorm uit artikel 26, eerste lid van de WNo (verder 3.6). Op rond van deze beoordelin werd vervolens econcludeerd of de klacht al dan niet erond is. Wanneer de feiten niet voldoende konden worden vastesteld, moest de Nationale ombudsman zich van een derelijke beoordelin onthouden. Grafiek 4 bevat een overzicht van de conclusies in de 411 rapporten uit Zaken die worden afedaan via interventie leiden niet tot een Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

86 conclusie over de erondheid van de klacht. De ervarin leert dat het in die evallen over het alemeen aat om klachten die erond zouden zijn verklaard indien het wel zou zijn ekomen tot een rapport. Ook zaken die worden afedaan via de herkansin leiden niet tot een conclusie. In 145 rapporten werd de klacht eheel erond verklaard, een aandeel van 35% (2001: 41%). In 73 rapporten was de klacht eheel niet erond, een aandeel van 18% (2001: 20%). In 321 rapporten werd de klacht eheel of op een of meer onderdelen erond verklaard, een aandeel van 78% (2001: 77%). In 250 rapporten was de klacht op een of meer onderdelen niet erond, een aandeel van 61% (2001: 56%). 3.6 Reden voor de klacht; beoordelin door de Nationale ombudsman Alemeen De Nationale ombudsman heeft de behoorlijkheidsnorm uit artikel 26, eerste lid, van de WNo uitewerkt in een aantal vereisten van behoorlijkheid (verder bijlae 3 bij dit jaarversla). De klachten bij de Nationale ombudsman kunnen worden herleid tot deze vereisten. Dit betekent dat de scores op deze vereisten inzicht even in de problemen met de overheid die aanleidin aven tot een klacht bij de Nationale ombudsman. Grafiek 5 bevat een overzicht van het ebruik van de beoordelinscriteria in de 411 rapporten uit In totaal is 1175 keer een beoordelin eeven, een emiddelde per rapport van 2,9 (2001: 2,2). Tabel 4 bevat een verelijkbaar overzicht voor de zaken die in aanmerkin kwamen voor onderzoek maar niet hebben eleid tot een rapport. De zaken die via herkansin zijn afedaan zijn niet in dit overzicht openomen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

87 3.6.2 De beoordelin in de rapporten Grafiek 5 bevat een overzicht van de beoordelinen door de Nationale ombudsman in de 411 rapporten uit Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

88 De informatie in rafiek 5 kent twee inanen: 1. de verdelin van de totaalscore over de beoordelinscriteria Zoals in vooraande jaren hebben ook in 2002 de verschillende vereisten in de rubriek zorvuldiheid (rubriek 7) het rootste aandeel: 59% (2001: 59%). Dit betreft met name de vereisten van voortvarendheid en van actieve informatieverstrekkin. In 2002 zijn de volende vereisten in verhoudin het meest aan de orde eweest: overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften: 16% voortvarendheid: 13%; actieve informatieverstrekkin: 12%; belanenafwein/redelijkheid: 12%; actieve informatieverwervin: 10%; correctheid van bejeenin: 8%. Deze vereisten beslaan 71% van alle keren dat een beoordelinscriterium is ebruikt. 2. het oordeel per beoordelinscriterium Van alle 1175 keren dat een beoordelinscriterium is ebruikt, luidt het oordeel voor 40% «behoorlijk» (2001: 36%) en voor 52% «niet behoorlijk» (2001: 57%). Het beeld krijt meer reliëf wanneer de scores op de afzonderlijke vereisten worden bezien. Zo is het aandeel van het oordeel «niet behoorlijk» voor het vereiste van voortvarendheid 83%, en voor actieve informatieverstrekkin 68% De reden voor de klacht in tussentijds afedane zaken Afezien van herkansinszaken wordt ook voor zaken die tussentijds worden afedaan, vasteled welke van de vereisten van behoorlijkheid aan de orde waren. Tabel 4 vormt daarvan de neersla. Tabel 4 Reden voor de klacht in tussentijds afedane zaken Totaal % Totaal % 1 Grondrechten 3 0,1 10 0,3 2 Alemeen verbindende voorschriften 91 3, ,6 3 Redelijkheid/proportionaliteit 89 3, ,1 4 Rechtszekerheid 114 4,4 96 3,1 5 Gelijkheid 6 0,2 8 0,3 6 Motiverin 56 2,1 82 2,6 7 Zorvuldiheid , Voortvarendheid (in behandelin; bij herstel fout) , ,4 7.2 Actieve informatieverstrekkin , ,5 7.3 Actieve informatieverwervin 43 1,7 77 2,5 7.4 Administratieve nauwkeuriheid 142 5, ,9 7.5 Toereikendheid admin./ oranisatorische voorzieninen 33 1,3 28 0,9 7.6 Toereikendheid fysieke voorzieninen 15 0,6 10 0,3 7.7 Correctheid bejeenin 25 1, Respect/oo voor beschermin persoonlijke levenssfeer 3 0,1 5 0,2 7.9 Overie 96 3,7 72 2,3 Totaal De redenen zijn afeleid uit de lijst met beoordelinscriteria zoals die worden ebruikt in de rapporten. Bij één onderzoek kan meer dan één reden van toepassin zijn. 2 De herkansinszaken zijn buiten beschouwin elaten Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

89 Het verschil in aantallen tussen de jaren 2001 en 2002 laat zich verklaren door het buiten beschouwin laten van de in 2002 nieuw eïntroduceerde cateorie «herkansinszaken». Naar verhoudin hadden de meeste tussentijds afedane zaken 61% betrekkin op het vereiste van voortvarendheid, ofwel op klachten over de behandelinsduur De meest voorkomende problemen in de afedane zaken Samenvoein van de scores uit rafiek 5 en tabel 4 levert het aantal scores op voor elk van de beoordelinscriteria, en een totaal aantal scores van 3772 (zie voor een kanttekenin daarbij: Jaarversla 1995, blz. 24). Daarbinnen hebben de volende zes vereisten van behoorlijkheid het volende aandeel: voortvarendheid: 46%; actieve informatieverstrekkin: 12%; overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften: 7%; belanenafwein/redelijkheid: 6%; administratieve nauwkeuriheid: 5%; rechtszekerheid: 5%. Deze vereisten beslaan 80% van alle keren dat een beoordelinscriterium werd ebruikt in zaken die in een rapport dan wel in een interventie zijn eëindid. Het aat hier om de problemen zoals deze, blijkens hun klacht, werden ervaren door de indieners van de verzoekschriften. In 2002 is voor het eerst een root aantal zaken tussentijds beëindid door herkansin, waarbij een behoorlijkheidscriterium wordt ereistreerd omdat het bestuursoraan alsno de moelijkheid wordt eboden de klacht intern te behandelen. Deze ontwikkelinen hebben tot evol dat de scores op de behoorlijkheidscriteria in 2002 niet verelijkbaar zijn met die uit vooraande jaren. 3.7 De effecten van het werk van de Nationale ombudsman De effecten van het werk van de Nationale ombudsman komen apart aan de orde in hoofdstuk 4. Hieronder worden enkele cijfers eeven over de verschillende ween waarlans het werk van de Nationale ombudsman effect kan hebben: a. Tussentijdse beëindiinen Hiervoor, in 3.2.1, is ineaan op de zaken die in aanmerkin waren ebracht voor onderzoek, maar waarin het onderzoek, in eni stadium voordat het was voltooid, tussentijds werd beëindid. In 56% van de zaken die de Nationale ombudsman tussentijds afdeed zonder een rapport uit te brenen, werd de klaer op afdoende wijze teemoet ekomen. Daarnaast werd in 36% van de zaken de behandelin van de klacht door het bestuursoraan overenomen (herkansin). b. «Met instemmin» Het komt voor dat het betrokken bestuursoraan tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman een maatreel neemt naar aanleidin van de klacht, zonder dat dit aanleidin eeft om het onderzoek vervolens tussentijds te beëindien. In zo n eval kan de Nationale ombudsman reden zien om in het rapport, na de conclusie, op te merken dat hij «met instemmin» heeft kennis enomen van die maatreel. Dit ebeurde in 2002 in dertien rapporten (3%). c. Aanbevelin In 2002 is in vijfti rapporten een aanbevelin edaan (12%; 2001: 13%). In Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

90 vier van deze rapporten werd aan meer dan een bestuursoraan een aanbevelin edaan, waarmee het totaal aantal aanbevelinen in 2002 op 54 komt. Uit tabel 5 blijkt dat het betrokken bestuursoraan op 1 januari 2003 in 28 evallen op de aanbevelin had ereaeerd. Deze aanbevelinen werden steeds opevold. Op 1 januari 2003 stonden er no 26 aanbevelinen uit 2002 open. In 2001 zijn aanbevelinen edaan in 53 rapporten. De betrokken bestuursoranen moesten op 1 januari 2002 no in twinti evallen reaeren op die aanbevelinen. Twee van deze dossiers waren op 1 januari 2003 no niet esloten. In de overie evallen was de aanbevelin in de loop van 2002 opevold. Tabel 5 Het resultaat van de aanbevelin* a b c d e Totaal Aanbevelinen per ebied** Buitenlandse Zaken Justitie Vreemdelinenzaken en Interatie Financiën Defensie 1 1 Sociale Zaken en Werkeleenheid 1 1 Politie Buremeesters 1 1 Gemeenten Kamers van Koophandel 1 1 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen Sociale verzekerinsbank 1 1 Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen Zorverzekeraars 2 2 Totaal * Stand van zaken per 1 januari 2003 ** Één rapport kan betrekkin hebben op meer dan één bestuursoraan Leenda tabel: a = opvolen aanbevelin ten behoeve van verzoeker: evraade actie (excl. b) b = opvolen aanbevelin ten behoeve van verzoeker: schadeveroedin c = opvolen aanbevelin inzake alemene maatreel d = niet opvolen e = resultaat no niet bekend 3.8 Enkele achterrondkenmerken van indieners van verzoekschriften Voorzover dat uit het verzoekschrift kon worden opemaakt, werd in 1101 zaken de klacht inediend door een intermediair. Dit is 11% van de totale instroom van 9643 zaken (2001: 13%). Er was een stijin van het aantal zaken dat werd inediend door vereniinen respectievelijk stichtinen (van 78 naar 165). Dalinen waren te zien bij de volende intermediairs: advocaten (van 707 naar 582), Bureaus Rechtshulp (van 86 naar 49), particuliere intermediairs (van 150 naar 110) en belastinconsulenten/ administratiekantoren (van 131 naar 108). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

91 4 EFFECTEN VAN HET WERK VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN 4.1 Soorten effecten Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de effecten van het werk van de Nationale ombudsman zoals deze zich voordoen in de vorm van actie van de kant van de overheid. Van die actie kan sprake zijn in de volende stadia: a. tijdens de besluitvormin over het al dan niet in onderzoek nemen van een klacht Verzoekschriften die binnenkomen bij de Nationale ombudsman worden eerst beoordeeld op bevoedheid en ontvankelijkheid (zie hoofdstuk 6). Het komt voor dat medewerkers in dat kader telefonisch contact zoeken met de desbetreffende overheidsinstantie, vooral wanneer de klacht betrekkin heeft op de lane behandelinsduur van een verzoek of aanvraa, of anderszins op het uitblijven van actie. Telefonisch verkreen informatie over de stand van zaken is dan soms al toereikend om de indiener van een klacht tevreden te stellen. Wanneer door deze interventie het probleem dat aanleidin vormde voor het indienen van de klacht is weenomen, is er een reden meer om een onderzoek in te stellen. b. tijdens een onderzoek van de Nationale ombudsman In 2002 werd in 2485 zaken het onderzoek tussentijds beëindid (2001: 2321). In 56% van de zaken werd het onderzoek tussentijds beëindid nadat de Nationale ombudsman de zaak succesvol had behandeld via de interventiemethode. Van deze methode wordt in het bijzonder ebruik emaakt bij klachten die zijn ontstaan doordat de klaer een contact kon krijen met het desbetreffende bestuursoraan, of bij klachten waarvan behandelin een uitstel kan dulden. Daarnaast werd in 36% van de zaken de behandelin van de klacht door het bestuursoraan overenomen (herkansin). Het komt voor dat een bestuursoraan in de loop van het onderzoek aaneeft maatreelen te hebben etroffen (of te zullen treffen), terwijl de Nationale ombudsman een reden ziet om daarna het onderzoek tussentijds te beëindien, zodat hij het afsluit met een rapport. In 2002 werd in dertien rapporten (3% van het totaal aantal uitebrachte rapporten, 2001: 29; 7%) de zinsnede openomen dat de Nationale ombudsman met instemmin kennis had enomen van een door een bestuursoraan etroffen maatreel. c. na afloop van een onderzoek van de Nationale ombudsman De Nationale ombudsman heeft de bevoedheid om aanbevelinen te doen. In 2002 is dat ebeurd in vijfti rapporten oftewel in 12% van het totaal aantal van de 411 uitebrachte rapporten (2001: 53; 13%). In vier rapporten werd aan meer dan een bestuursoraan een aanbevelin edaan, waarmee het totale aantal edane aanbevelinen op 54 komt. In 28 evallen was aan het einde van 2002 al een reactie van het bestuursoraan op de aanbevelin ontvanen. Deze aanbevelinen zijn allemaal opevold (zie in dit verband ook hoofdstuk 3, 3.7, tabel 5). Van de 26 no openstaande aanbevelinen staat ruim een derde korter open dan een kwartaal, waarvan neen korter dan een maand. Er zijn twee soorten aanbevelinen: aanbevelinen die zijn ericht op het nemen van een maatreel ten unste van de desbetreffende verzoeker, en aanbevelinen die zijn ericht op het nemen van een maatreel met een meer structureel karakter. In 2002 was in 22 evallen de aanbevelin ericht op de individuele zaak van een verzoeker, in 28 evallen was de aanbevelin alemeen of preventief van aard en vier rapporten bevatten Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

92 een combinatie van beide. Het overrote deel van de no openstaande aanbevelinen betreft (mede) een maatreel met een meer structureel karakter. Het komt voor dat verschillende burers klaen over dezelfde soort edrain. Wanneer die edrain aanleidin eeft tot het doen van een aanbevelin, wordt veelal volstaan met het opnemen van die aanbevelin in het eerste rapport dat de Nationale ombudsman over de desbetreffende soort edrain uitbrent. De aanbevelin wordt dan niet in volende, elijksoortie zaken herhaald. 4.2 Actie door de overheid Hieronder volt een selectie van maatreelen van bestuursoranen die vooral enomen zijn naar aanleidin van interventies en aanbevelinen van de Nationale ombudsman. Het aat daarbij ook om acties in 2002 die een vervol zijn op rapporten uit 2000 en De maatreelen zijn eordend per aandachtsebied. In hoofdstuk 7 en volende hoofdstukken komen de meeste maatreelen uitebreider aan de orde, binnen het kader van de behandelin van rapporten en interventies per bestuursoraan Op het ebied van de politie De beheerder van het reionale politiekorps Amsterdam-Amstelland heeft laten weten de schadeclaim van een verzoeker te hebben heroverwoen, heteen heeft eleid tot de beslissin om alsno de schade te veroeden (rapport 2001/218, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Utrecht heeft laten weten haar aanvankelijke beslissin tot afwijzin van de aansprakelijkstellin van een verzoekster te hebben heroverwoen, en haar vervolens het door haar especificeerde bedra alsno te hebben toeezed. Het betrof een bedra van ƒ 1400 ( 667) ter zake van een aantal bij de aanhoudin en/of insluitin van verzoeksters echtenoot zoekeraakte eiendommen. De Nationale ombudsman had in het desbetreffende rapport overwoen dat de politie in beinsel verantwoordelijk was voor de eleden schade, nu het was ebleken dat er ebreken waren in de reistratie van de inenomen bezittinen (rapport 2001/340, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Brabant-Noord heeft laten weten dat de leidin van het arrestatieteam (verder AT) heeft toeezed de aanbevelin van de Nationale ombudsman ter harte te nemen, dat in het eval dat onschuldie buitenstaanders bij een actie betrokken zijn eraakt, de betrokken burer zal worden ewezen op zijn klachtrecht en op de instantie waartoe hij zich kan wenden, en dat op adequate wijze zor zal worden edraen voor de noodzakelijke voorlichtin aan die betreffende instantie omtrent de actie van het AT (rapport 2001/391, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Utrecht heeft laten weten dat zij de korpsleidin heeft verzocht betrokken politieambtenaren te verplichten zodanie maatreelen te nemen, dat slechts met instemmin van het arrondissementsparket te Utrecht tot seponerin wordt overeaan, in evallen zoals aan de orde in rapport 2001/404 (het in in dit eval om een aanifte van bedreiin met eweld en mishandelin door een buurman). Deze maatreelen zullen van tijdelijke aard zijn. Ook wordt aan een structurele voorzienin ewerkt: middels het Basisproject Opsporin worden alle opsporinsprocessen doorelicht en waar nodi verbeterd. In dit project wordt het systeem van de controle op de afhandelin en aanleverin van strafzaken door het reionale politiekorps Utrecht meeenomen, zodat sepotbeslissinen met instemmin van het parket in Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

93 Utrecht zullen worden enomen (rapport 2001/404, met aanbevelin. Zie ook hierna, onder 4.2.4). De beheerder van het reionale politiekorps Groninen heeft laten weten dat hij de politieambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de nalevin van de voorschriften in de Wet Administratiefrechtelijke Handhavin Verkeersvoorschriften, heeft doen wijzen op de toepasselijkheid van de in artikel 5:12 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) neerelede verplichtin zich desevraad te leitimeren (rapport 2002/070, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Friesland heeft laten weten dat de standaardbrief, die wordt ebruikt in het eval iemand door de politie wordt uitenodid of ontboden naar het politiebureau te komen om als verdachte te worden ehoord, zal worden aanepast. Aan deze brief zal worden toeevoed een vermeldin van de aard van het desbetreffende strafbare feit, alsmede de status van de betrokkene tijdens dat onderzoek. De korpsbeheerder heeft tevens aaneeven dat de nieuwe redactie van de standaardbrief niet alleen door het reionale politiekorps Friesland wordt inevoerd, maar ook door alle andere ebruikers van het X-pol damutatiesysteem (rapport 2002/091, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Haalanden heeft laten weten dat de politie zal zordraen voor de aanpassin van een reistratieset, opemaakt naar aanleidin van een aanrijdin waarbij een verzoeker betrokken was (rapport 2002/114, met aanbevelin) Op het ebied van buitenlandse zaken In rapport 2001/113 (Jaarversla 2001, blz. 309) was de Minister van Buitenlandse Zaken de aanbevelin edaan te bevorderen dat ambtenaren van de Nederlandse ambassade te Caïro (Eypte), en voor zoveel nodi ook van andere Nederlandse diplomatieke verteenwoordiinen in het buitenland, de inhoud van de door hen evoerde zakelijke telefoonesprekken schriftelijk vastleen, op zodanie wijze dat de aantekenin tenminste de datum van het esprek, de namen van de espreksdeelnemers en een zakelijke weerave van het verloop van het esprek bevat, en voorts dat de aantekenin wordt bewaard zolan daarmee een redelijk doel kan zijn ediend. Deze aanbevelin werd opevold in Overiens is ook in rapport 2002/334 een aanbevelin edaan ten aanzien van schriftelijke verslalein. In dit eval betrof het de inhoud van zakelijke esprekken die ambtenaren van de Nederlandse ambassade te Rabat (Marokko) voerden met indieners van aanvraen tot afifte van een machtiin tot voorlopi verblijf (verder mvv) of ander visum. Aan het eind van 2002 was no niet op deze aanbevelin ereaeerd. De Nationale ombudsman af de Minister in rapport 2002/148 in overwein te bevorderen dat de Nederlandse ambassade te New Delhi (India) visumaanvraen in behandelin neemt, ook in eval die onvolledi zijn. Dit voor zoveel nodi met inachtnemin van het bepaalde in artikel 4:5 van de Awb: opschortin in eval van een onvolledie aanvraa. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft de Nationale ombudsman bij brief van 16 december 2002 bericht de aanbevelin op te volen. De Minister werd in dit rapport voorts in overwein eeven te bevorderen dat de Nederlandse ambassade te New Delhi bij de indienin van een visumaanvraa niet laner verlant dat een bewijs van ziektekostenverzekerin wordt overeled, zolan een derelijk vereiste (no) niet is openomen in de (inter)nationale reelevin ter zake. De Minister van Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

94 Buitenlandse Zaken heeft de Nationale ombudsman bij brief van 16 december 2002 laten weten ook deze aanbevelin op te volen. Aan rapport 2002/216 lit de klacht ten rondsla dat het Nederlandse ambassadekantoor te Laos (Nieria) voor het verkrijen van een visum voor kort verblijf de voorwaarde had esteld dat een volledi eboekt retourticket werd etoond, voordat op de visumaanvraa was beslist. Het ticket werd ekocht, maar de visumaanvraa werd afewezen. Sinds 1 december 1999 eldt echter no slechts de eis van een zoenoemd econfirmeerd ticket, zodat de kosten in eval van afwijzin van de visumaanvraa beperkt blijven. In dit eval had de betrokkene derhalve onnodie kosten moeten maken. De Nationale ombudsman deed de Minister de aanbevelin om met verzoeker in overle te treden teneinde de emaakte kosten te veroeden. De Minister heeft hierop positief ereaeerd. De Nationale ombudsman heeft er in rapport 2002/120 met instemmin kennis van enomen dat het ehanteerde afsprakensysteem van de Nederlandse ambassade te Rabat (Marokko) is aanepast en dat aan mvv-eadiden een open uitnodiin wordt estuurd waarmee zij zich zonder nadere afspraak bij de ambassade kunnen melden. Voorts heeft de Nationale ombudsman met instemmin kennisenomen van de beëindiin van de praktijk van het ambassadepersoneel om steevast aan mvv-eadiden overlein te verlanen van de huwelijksakte. Ten slotte heeft de Nationale ombudsman er met instemmin kennis van enomen dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken de ambassade te Rabat nader heeft eïnstrueerd en daarbij heeft ewezen op de verdelin van taken en verantwoordelijkheden tussen de diverse diensten als vreemdelinendienst, Visadienst en ambassades en dat deze nadere instructies ertoe hebben eleid dat het ambassadepersoneel niet laner mvv-eadiden vraat om overlein van de benodide documenten betreffende de burerlijke staat. De Nationale ombudsman heeft voorts in rapport 2002/237 met instemmin kennisenomen van de inspanninen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Beneluxvisumkantoor te Rabat om de visumprocedures te verbeteren, en in overeenstemmin te brenen met de bepalinen van de Alemene wet bestuursrecht. De Nationale ombudsman heeft er in rapport 2002/231 met instemmin kennis van enomen dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken het Consulaat-Generaal der Nederlanden te Düsseldorf heeft eïnstrueerd de tekst van de brieven waarbij een naturalisandus wordt uitenodid, aan te passen in die zin dat daarmee een verwachtinen worden ewekt ten aanzien van het door het Consulaat-Generaal uit te brenen advies. In het onderzoek dat leidde tot rapport 2002/205 had de Minister van Buitenlandse Zaken laten weten dat het ontbreken van een medische verzekerin een reden kan zijn een visum te weieren, tenzij het reisdoel is het onderaan van een medische behandelin. De door de Nederlandse ambassade te Boekarest (Roemenië) op dit punt verstrekte informatie af aanleidin tot misverstanden. De Nationale ombudsman nam met instemmin kennis van de mededelin van de Minister dat hij de ambassade zou opdraen de informatievoorzienin op dit punt aan te passen en te verduidelijken Op het ebied van justitie De Minister van Justitie heeft laten weten dat de ehanteerde sepotcode 05 in de strafzaak teen een verzoeker is ewijzid in de sepotcode 01, en Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

95 dat deze code in de desbetreffende politiereisters is openomen. Tevens heeft de Minister aaneeven dat die arrondissementsparketten waar de mandaatverlenin no niet naar behoren is ereeld, zullen worden aaneschreven met het verzoek hun reelin te herzien, waarbij hen een modelreelin zal worden aanereikt. Bovendien zal door het Collee van procureurs-eneraal binnen het Openbaar Ministerie (verder OM) door middel van een brief aandacht worden evraad voor de wijze waarop bevelen «aanhoudin buiten heterdaad» worden eeven, uitevoerd en ereistreerd, zodat een landuri tijdsverloop tussen het bevel en de daadwerkelijke aanhoudin in de toekomst zal kunnen worden vermeden (rapport 2001/209, met aanbevelin). De Minister van Justitie heeft laten weten dat de door het Centraal Justitieel Incassobureau (verder CJIB) eïnde eldbedraen aan verzoekers echtenote zijn uitekeerd. Het betrof in dit eval de tenuitvoerlein door het CJIB van een schadeveroedinsmaatreel ten behoeve van een slachtoffer, verzoekers echtenote. In eerste instantie had het CJIB de deurwaarderskosten bij voorran uit de eïnde bedraen voldaan (rapport 2001/281, met aanbevelin). De Minister van Justitie heeft het volende meeedeeld, in aanvullin op de reactie van de beheerder van het reionale politiekorps Utrecht op de aanbevelin van de Nationale ombudsman in rapport 2001/404 (verder 4.2.1). Vooruitlopend op de afrondin van het Basisproject Opsporin, is aan alle officieren, hulpofficieren en (politie)parketsecretarissen verzocht om in de tussenliende periode ervoor te zoren dat sepot slechts kan plaatsvinden met instemmin van een verteenwoordier van het OM. Daarbij dient de naam van de verteenwoordier van het OM uit de sepotbeslissin naar voren te komen. De Minister heeft laten weten dat er OM-breed wordt eïnventariseerd hoe er binnen de verschillende arrondissementen wordt omeaan met het politiesepot. Het OM streeft binnen de bestaande moelijkheden naar een reelin die recht doet aan enerzijds de moelijkheid voor slachtoffers om zich tot enie instantie te wenden als de door hen edane aanifte niet in onderzoek wordt enomen, en anderzijds de afbakenin van verantwoordelijkheden van politie en OM (rapport 2001/404, met aanbevelin). De Minister van Justitie heeft laten weten dat hij de ratiebeslissin ten aanzien van een verzoeker, op het onderdeel van de bijstellin van de hoote van een eldboete, opnieuw heeft bezien. Hieruit was de Minister ebleken dat de betalinsverplichtin van die verzoeker om juridische en procedurele redenen eheel was komen te vervallen. Deze an van zaken leidde volens de Minister tot rechtsonzekerheid. De Minister af dan ook aan maatreelen te zullen nemen, opdat dit in de toekomst niet meer zal ebeuren (rapport 2002/104, met aanbevelin). De Minister van Justitie heeft laten weten dat het Collee van procureurseneraal de hoofdofficier van justitie te Amsterdam heeft verzocht de procedure-afspraken met de Sociale verzekerinsbank (verder SVB) over afdoenin van klachten over bijzondere opsporinsambtenaren te herzien. Dit in zoverre dat expliciet wordt aaneeven binnen welke termijn de hoofdofficier van justitie zijn advies over de afdoenin van de klacht dan wel zijn oordeel over de klacht aan de SVB kenbaar dient te maken, opdat de SVB kan voldoen aan de in de Awb estelde termijnen (rapport 2002/153, met aanbevelin). Ten aanzien van de Immiratie- en Naturalisatiedienst In rapport 2002/078 af de Nationale ombudsman de Staatssecretaris van Justitie (samen met de Minister van Buitenlandse Zaken) in overwein Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

96 erop toe te zien dat de korpschefs in hun adviezen aan de Visadienst melden of, en zo ja, op welke wijze zij een vreemdelin die een mvv aanvraat hebben econtroleerd op criminele antecedenten. De bewindslieden nemen deze aanbevelin over. Naar aanleidin van hun reactie werden no wel nadere vraen esteld over de wijze waarop uitvoerin aan de aanbevelin was eeven. Nadat de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie nadere informatie hadden verstrekt, deelde de Nationale ombudsman mee dat hij met instemmin kennis nam van de wijze waarop invullin was eeven aan het besluit de aanbevelin op te volen. In de zaak van rapport 2002/149 waren de documenten die bij de Nederlandse verteenwoordiin in Brazilië waren ineleverd ter ondersteunin van een mvv-aanvraa, zoekeraakt. De Minister van Justitie (samen met de Minister van Buitenlandse Zaken) werd in overwein eeven om de schade van het verlies van de documenten te veroeden. De aanbevelin is in 2002 opevold. Rapport 2002/110, dat op 22 april 2002 werd uitebracht, betreft een onderzoek op basis van artikel 15 Wet Nationale ombudsman (onderzoek uit eien bewein) naar de toepassin van artikel 1F van het Vluchtelinenverdra. Op basis van dit artikel kunnen personen die van oorlosmisdrijven worden verdacht een aanspraak maken op de beschermin van het Vluchtelinenverdra. Tijdens het onderzoek heeft de Staatssecretaris aaneeven dat er maatreelen werden voorbereid met het oo op verbeterin of versnellin van de behandelin van 1F-zaken, zoals het inzetten van een extra team en het verzenden van tussenberichten. De Nationale ombudsman heeft de Staatssecretaris van Justitie daarnaast in overwein eeven om een plan van aanpak op te stellen met maatreelen die er op ericht zijn dat de bestaande achterstanden worden weewerkt, en dat de Immiratieen Naturalisatiedienst (verder IND) in staat wordt esteld om binnen een jaar na het uitbrenen van dit rapport alle 1F-zaken binnen de wettelijke termijn af te doen. De Nationale ombudsman af aan dat daarbij in ieder eval kan worden edacht aan het aanzienlijk bekorten van de tijd die lit tussen het aanvraen van een aanvullend ehoor en het houden ervan, alsook aan voortansbewakin van de verschillende processtappen. De Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie deelde mee dat hij de aanbevelin overnam. Hij liet weten dat werd ewerkt aan de invullin van het plan van aanpak, en dat inmiddels een reeks concrete maatreelen in an was ezet. Zo is per 1 juli 2002, drie maanden eerder dan epland, een tweede 1F-unit in de reionale directie Zuid-West van de IND van start eaan; nieuwe medewerkers werden opeleid en verwacht werd dat de unit per 1 januari 2003 volledi operationeel zou zijn. Verder was een beslisondersteunend systeem in ebruik enomen. Daarnaast werd er ewerkt aan aanpassin van het automatiserinssysteem om te kunnen zordraen voor een betere reistratie van de ouderdom en doorlooptijden van de zaken. Ook zouden in de maand juli 2002 tussenberichten worden estuurd in alle zaken die in behandelin waren, en werden er meer medewerkers inezet op het horen van zaken waar moelijk 1F-aspecten spelen. De Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie liet tenslotte weten dat het plan van aanpak naar verwachtin in oktober 2002 ereed zou zijn. Aan het einde van 2002 was het plan no niet ontvanen. In 2001 stelde de Nationale ombudsman, met ebruikmakin van de bevoedheid ex artikel 15 Wet Nationale ombudsman (onderzoek uit eien bewein), een onderzoek in naar de kwaliteit van de verblijfsomstandiheden in de aanmeldcentra (AC s) te Zevenaar, Rijsberen en Schiphol na invoerin van de zoenoemde 48-uurs procedure. De Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

97 discussie met de Staatssecretaris van Justitie over de door de Nationale ombudsman edane aanbevelin, bestaande uit 25 onderdelen, was eind 2001 aferond, behalve ten aanzien van het karakter van de beperkinen in de beweinsvrijheid zoals die werden opeled aan de asielzoekers in AC Rijsberen en Zevenaar. Op 31 oktober 2002 oordeelde het Gerechtshof te Den Haa over de invoerin van de 48-uursprocedure dat, ezien de omstandiheden, in de land-ac s sprake was van vrijheidsontnemin zonder wettelijke rondsla. De Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie liet daarop bij brief van 1 november 2002 aan de Tweede Kamer weten dat naar aanleidin van de uitspraak van het hof aanvraen van asielzoekers niet laner zouden worden afewezen, uitsluitend omdat zij zich buiten het aanmeldcentrum hebben beeven. In een desbetreffende Tussentijds bericht Vreemdelinencirculaire (TBV 2002/52) is onder meer openomen dat een asielzoeker een land-ac kan verlaten edurende de periode dat zijn beschikbaarheid ten behoeve van het onderzoek naar zijn asielaanvraa niet noodzakelijk is. Dit is in elk eval zo edurende de uren tussen uur en 7.30 uur en in die evallen waarin aan de asielzoeker expliciet wordt meeedeeld dat zijn aanweziheid ten behoeve van het onderzoek die da niet meer noodzakelijk wordt eacht. Daarmee is impliciet ook teemoet ekomen aan het enie tot dan no niet opevolde onderdeel van de aanbevelin van de Nationale ombudsman in het enoemde AC-rapport. In rapport 2002/276 af de Nationale ombudsman de Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie in overwein om in samenwerkin en overle met de autoriteiten van de Nederlandse Antillen ervoor te zoren dat naturalisatieaanvraen op de Nederlandse Antillen alleen kunnen worden inediend als deze volledi zijn en voorzien van alle benodide documenten. Aanvraers van naturalisatie moeten bovendien door voorlichtinsmateriaal vooraf worden eïnformeerd over het verloop van de procedure, de daaraan verbonden kosten en de voorwaarden die worden esteld aan het in behandelin nemen van een aanvraa. Op 8 november 2002 liet de Minister weten dat de aanbevelin werd opevold door deze te verwerken in de nieuwe beleidsreels die ter zake van de invoerin van de nieuwe Rijkswet op het Nederlanderschap voor de Nederlandse Antillen zullen aan elden. In rapport 2002/068 heeft de Nationale ombudsman er met instemmin kennis van enomen dat de Staatssecretaris van Justitie de medewerkers van onder meer de IND onder de aandacht heeft ebracht dat de in het kader van een klachtbehandelin edane toezeinen moeten worden naekomen. In de zaak die leidde tot rapport 2002/279 heeft de Nationale ombudsman met instemmin kennisenomen van de toezein van de Staatssecretaris van Justitie, dat de al eerder etroffen maatreelen om in de toekomst overschrijdinen te voorkomen van door de rechtbank bepaalde termijnen na vernietiin nomaals kritisch zouden worden bezien en waar nodi verder worden aanescherpt. In rapport 2002/338 nam de Nationale ombudsman met instemmin kennis van het feit dat de Staatssecretaris van Justitie aandacht had evraad voor het toezien op de afspraak dat het dossier binnen de betrokken reionale directie van de IND blijft indien er een toezein is edaan over een beslistermijn. Ten aanzien van de vreemdelinendiensten In rapport 2002/075 af de Nationale ombudsman de beheerder van het reionale politiekorps Flevoland in overwein te bevorderen dat ambtenaren van de vreemdelinendienst van dat korps de inhoud van de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

98 door hen evoerde zakelijke esprekken schriftelijk vastleen, op zodanie wijze dat de notitie tenminste de datum van het esprek, de namen van de espreksdeelnemers en een zakelijke weerave van het verloop van het esprek bevat, en voorts dat de notitie wordt bewaard zolan daarmee een redelijk doel kan zijn ediend. De korpsbeheerder deelde op 22 juli 2002 mee dat hij de aanbevelin overnam. Rapport 2002/025 betrof een onderzoek naar een klacht over het niet tijdi terueven van een in bewarin enomen paspoort door de vreemdelinendienst van het reionale politiekorps Brabant Zuid-Oost. De Nationale ombudsman heeft met instemmin kennisenomen van de maatreelen die naar aanleidin van verzoekers klacht zijn enomen met betrekkin tot overle, verantwoordelijkheid en voortansbewakin voor wat betreft het onderzoek van documenten en de daarbij betrokken dienstonderdelen van het reionale politiekorps Brabant Zuid-Oost Op het ebied van onderwijs, cultuur en wetenschappen Het indienen van een klacht bij de Nationale ombudsman leidde ertoe dat de Inspectie van het Onderwijs alsno met verzoeker een afspraak maakte voor het even van een mondeline toelichtin op de door hem inediende klacht (interventie). De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft indrinende esprekken evoerd met functionarissen van de inspecties te Haarlem, Alkmaar en Zwolle en ook overiens stappen ezet om econstateerde onzorvuldiheden in de procedure betreffende het afleen van het centraal examen voor de Havo in het vervol te voorkomen (interventie). De Informatie Beheer Groep (verder IB-Groep) besloot in drie van de zes bij de Nationale ombudsman inediende klachten over de invorderin van studieschulden en in dat kader door de IB-Groep ineschakelde deurwaarders niet meer tot actieve invorderin over te aan (interventie). De IB-Groep verklaarde zich bij wijze van uitzonderin bereid om een verzoek tot peiljaarverlein alsno voor het schooljaar 2000/2001 te beoordelen (interventie). De IB-Groep was het met verzoekster eens dat de deurwaarder voor het innen van de leseldvorderin te zware middelen had inezet en vond ook dat de deurwaarder had moeten inaan op het verzoek om uitstel van betalin in verband met ziekte van verzoekster. De IB-Groep verzocht de deurwaarder daarop de zaak voorlopi aan te houden en af aan te onderzoeken of er nadere actie richtin de deurwaarder kon worden ondernomen (interventie). De IB-Groep heeft de tekst van de ontvanstbevestiin naar aanleidin van een klachtbrief aanepast in die zin dat op een juiste wijze invullin wordt eeven aan de hoorplicht van artikel 9: 10, tweede lid, Awb, en waarin een klaer thans ook wordt ewezen op de moelijkheid van telefonisch horen (interventie). De IB-Groep verwerkte in twee evallen alsno de aanmeldin bij het Centraal Bureau Aanmeldin en Plaatsin, waarmee de dreiin dat verzoekers niet mee konden doen aan de lotin werd afewend (interventies). De IB-Groep nam alsno een beslissin over de waarderin van een buitenlands diploma (interventie). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

99 De Open Universiteit Nederland heeft alsno de ontstane onduidelijkheid ten evole van eerdere onjuiste publicaties over de onbeperkte eldiheidsduur van behaalde certificaten weenomen (interventie) Op het ebied van financiën De Staatssecretaris van Financiën heeft alsno de door verzoeker eleden schade van 1039,15 veroed. De Belastindienst had ter eleenheid van een openbare verkoop een auto aan verzoeker verkocht. Verzoeker had de auto vervolens doorverkocht aan een autobedrijf, welke de auto op haar beurt eveneens had doorverkocht. Achteraf bleek het te aan om een estolen auto. Verzoeker werd door het betrokken autobedrijf aansprakelijk esteld, en had dientenevole kosten ten bedrae van 1039,15 emaakt (interventie). De an van zaken rond de afhandelin van het door verzoeker edane verzoek om schadeveroedin was voor de Belastindienst aanleidin om alsno ter compensatie een bedra van 115 aan verzoeker toe te kennen (interventie). De Staatssecretaris heeft bij de wijziin van de Leidraad Invorderin 1990 per 1 juli 2002 als verplichtin openomen dat bij overbetekenin van een besla op roerende zaken schriftelijk vermeld zal moeten worden door wie, binnen welke termijn en bij welk bestuursoraan beroep kan worden inesteld (de in artikel 22, eerste lid, Invorderinswet 1990 neerelede specifieke administratieve beroepsmoelijkheid die een derde heeft ten laste van wie besla is eled voor de belastinschuld van een ander) (rapport 2002/160, met instemmin, VN 2002, en JB 2002, 236). Verzoekster klaade over de wijze waarop de Belastindienst haar verzoek om de koop onedaan te maken behandelde, nadat was ebleken dat zij bij een door de Belastindienst ehouden openbare verkoop een «omekatte» auto had ekocht (interventie). De Belastindienst was bereid om verzoekster teemoet te komen door aan haar een uitkerin te doen van 3234,35. De Staatssecretaris is aan het verzoek van verzoeker om aanpassin van de aanslaen inkomstenbelastin 1994 en 1995 teemoet ekomen. Verzoeker had om herzienin van deze aanslaen evraad omdat zij onjuist waren als evol van foutieve loonopaven van zijn werkever als inhoudinsplichtie (interventie). De Belastindienst heeft de fout hersteld die de Belastindienst had emaakt door het inkomen van verzoekster vast te stellen in euro s op hetzelfde bedra als in uldens was aaneeven (interventie). De Belastindienst heeft in overle met verzoekster maatreelen enomen in die zin dat zij van de fouten van de Belastindienst een nadelie evolen zou ondervinden. Dit had te maken met een teruaaf die voortvloeide uit de vernietiin van een ten onrechte aan haar opelede naheffinsaansla omzetbelastin. Deze teruaaf is estort op de rekenin van een vennootschap onder firma waarvan zij vennoot was (rapport 2002/045, met aanbevelin). De Belastindienst deed de toezein met verzoeker in overle te treden om alsno te komen tot ambtshalve verminderin van de aansla, behandelin van het verzoek om middelin, en behandelin van een verzoek om kwijtscheldin (interventie). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

100 De Belastindienst/Directie Onderneminen zal verzoekers beroep alsno toewijzen ten aanzien van de inbeslaenomen zaken buiten de werkkamer (rapport 2002/124, met instemmin, IB 2002, 447 en VN 2002, 27.25). De Belastindienst heeft nadat verzoeker een klacht bij de Nationale ombudsman had inediend over de duur van afhandelin van zijn klacht door de Belastindienst, verzoekers klacht alsno afehandeld (interventie). De Belastindienst heeft verzoeker zijn verontschuldiinen aaneboden voor het feit dat verzoekers verzoeken om een zoeheten directeursverklarin niet (juist) waren behandeld (interventie). De Minister van Financiën heeft bevorderd dat Domeinen eraan meewerkt dat verzoekster wordt betrokken bij het vaststellen van de verkoopprijs van de rond (rapport 2002/081, met aanbevelin, en JB 2002, 157). De Staatssecretaris bood verzoeker na hertaxatie van de verkoopwaarde van de auto door een externe deskundie een bedra van 6000 teen finale kwijtin aan (rapport 2002/043, met instemmin) Op het ebied van defensie In 2002 beëindide de Nationale ombudsman één onderzoek naar aanleidin van een klacht over de Minister van Defensie tussentijds, nadat verzoeker had laten weten dat hij zijn klacht introk. Dit deed verzoeker omdat de Minister van Defensie alsno de hem toeezede rente ad 123,47 naar aanleidin van een te late betalin van een zoenoemde proportionele diensttijdratificatie, had betaald. Ten aanzien van de Koninklijke Marechaussee Uit het onderzoek dat leidde tot rapport 2002/138 bleek dat een medewerker van de Koninklijke Marechaussee (verder KMar) onjuist had eadviseerd over het aanbrenen van een noodverlenin van een paspoort. Hierdoor had verzoekster onnodi kosten emaakt ten bedrae van ƒ 59,90 ( 27,23) aan lees. De Nationale ombudsman af de Minister van Defensie in overwein om de kosten die in rekenin waren ebracht aan verzoekster voor de noodverlenin aan haar te veroeden. De Minister liet weten de aanbevelin over te nemen en deelde tevens mee dat de ambtenaren van de KMar die zijn belast met de verstrekkin van nooddocumenten van het rapport op de hoote werden ebracht. Rapport 2002/410 behandelt onder meer de klacht dat de KMar niet heeft onderkend dat een vrouw van Turks-Koerdische afkomst, nadat haar de toean tot Nederland was eweierd, een asielverzoek wilde indienen. De Minister van Defensie erkende in zijn reactie op de klacht dat door taalmoeilijkheden een of onvoldoende contact was eweest met verzoekster en dat een tolk was ineschakeld in de contacten met haar. Indien met behulp van een tolk was vastesteld dat zij van Koerdische afkomst was, had verzoekster volens voorschrift kunnen worden aanemeld bij de IND. De Nationale ombudsman nam er in dit verband met instemmin kennis van dat de IND had besloten om bij iedere eweierde Turkse vreemdelin expliciet naar de etnische afkomst te vraen in plaats van af te wachten of betrokkene daarover zelf iets aaneeft. De Nationale ombudsman voede daaraan toe dat indien de betrokkene aaneeft Koerd, Armeen of Syrisch Orthodox te zijn, de KMar de zaak eerst dient voor te leen aan de IND voordat tot daadwerkelijke toeansweierin werd overeaan. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

101 4.2.7 Op het ebied van volkshuisvestin, ruimtelijke ordenin en milieubeheer In 2002 heeft de Nationale ombudsman er in een root aantal evallen toe bijedraen dat klachten over de niet tijdie uitbetalin van huursubsidie als evol van de problemen op het Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieu met de omschakelin naar een nieuw huursubsidiërinssysteem, konden worden opelost. Dit ebeurde veelal doordat de klacht aan het Ministerie werd vooreled met de vraa of op korte termijn een oplossin kon worden eboden, waarna alsno uitbetalin volde, een voorschot werd toeekend, of anderszins passend werd ereaeerd Op het ebied van sociale zekerheid en werkeleenheid Het indienen van een klacht bij de Nationale ombudsman leidde ertoe dat in één eval een brief alsno door de Minister van Sociale Zaken en Werkeleenheid werd beantwoord (interventie). De Minister af in twee andere evallen toe dat een sollicitatieprocedure niet zorvuldi was verlopen en bood daarvoor zijn verontschuldiinen aan (interventies). De kantoren Assen en Zwolle van het Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen (verder UWV) Gak hebben het kantoor Enschede hulp eboden om de achterstanden bij het verwerken van aanvraen voor een uitkerin inevolde de Werkloosheidswet (verder WW) op dat kantoor we te werken (rapport 2002/140, met instemmin). UWV Cadans s-hertoenbosch heeft alsno met voortvarendheid een beslissin enomen op de WW-aanvraa en de ziekmeldin van verzoekster (rapport 2002/145 en RSV 2002, 207). UWV Cadans Zeist verzond de da vóór dat het rapport werd uitebracht de beslissin op het door verzoekster inediende bezwaarschrift (rapport 2002/173, met aanbevelin). UWV Gak heeft de Nationale ombudsman naar aanleidin van de aanbevelin in rapport 2001/165 (Jaarversla 2001, blz. 455) in 2002 laten weten dat het alsno een beslissin had enomen met betrekkin tot de aanspraak van betrokkene, die inmiddels was overleden, op een WAOuitkerin. Met het sturen van een beslissin naar de erven van betrokkene werd de aanbevelin opevold. UWV vermeldt voortaan in standaardbrieven waarin wordt verzocht om de (medische) ronden van bezwaar binnen vier weken in te dienen, dat het bezwaar bij overschrijdin van die termijn in beinsel niet ontvankelijk zal worden verklaard (interventie). UWV heeft de Nationale ombudsman laten weten positief te staan teenover de strekkin van de aanbevelin van de Nationale ombudsman om te bevorderen dat bij het opzetten en inrichten van de UWV-uitkerinsbetaalsystemen de moelijkheid wordt ecreëerd dat bij iedere betalin automatisch een specificatie wordt aaneleverd en dat deze specificatie standaard aan de uitkerinserechtide wordt toeezonden of dat de uitkerinserechtide er in brieven en besluiten van het UWV op wordt ewezen dat hij deze specificatie altijd kan opvraen. Op we naar de uniformerin van de uitkerinsprocessen sprak het UWV de verwachtin uit dat in 2005 een aantal verbeterinen is doorevoerd (rapport 2002/132, met aanbevelin, en RSV 2002, 158). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

102 UWV Cadans heeft de Nationale ombudsman in 2002 laten weten de aanbevelin in rapport 2001/378 (Jaarversla 2001, blz. 456 e.v. en RSV, 71) te zullen opvolen. Deze aanbevelin strekte ertoe te bevorderen dat UWV Cadans Leeuwarden een besluit, waarin de mate van arbeidsoneschiktheid wordt aaneeven, motiveert overeenkomsti de Lisv-mededelin M UWV Gak liet de Nationale ombudsman weten dat het in situaties waarin een cliënt een moelijke vermenin van belanen kan ervaren, als alemene beleidskoers hanteert dat een andere medewerker de evalsbehandelin overneemt (rapport 2002/121, met instemmin, JSV 2002, 130 en RSV 2002, 157). UWV Gak nodide verzoeker alsno uit voor een hoorzittin. Het UWV Gak had dit in eerste instantie niet edaan omdat verzoeker in zijn verzoekschrift daar niet zelf uitdrukkelijk om had verzocht en omdat hij ook na ontvanst van de brochure «Ik heb een klacht!» niet had kenbaar emaakt dat hij zijn klacht mondelin wilde toelichten (rapport 2002/142, met aanbevelin). UWV Gak deed aan verzoeker, nadat deze zich tot de Nationale ombudsman had ewend, alsno een voorstel tot veroedin van de wettelijke rente (interventie). De Sociale verzekerinsbank (verder SVB) aat zodanie afspraken maken met de officier van justitie over de klachtafwikkelin over buitenewone opsporinsambtenaren, dat de termijnen van de Alemene wet bestuursrecht door de SVB kunnen worden naeleefd (rapport 2002/153, met aanbevelin, en JSV 2002, 159). SVB Leiden ebruikt inmiddels de ontvanstbevestiin naar aanleidin van een inediend bezwaarschrift niet meer. Deze ontvanstbevestiin bevatte onduidelijke informatie over de duur en verlenin van de beslistermijn (rapport 2002/409, met instemmin). De SVB aat de werkinstructie met betrekkin tot de persoonsebonden budetreelin aanpassen. Deze aanpassin houdt in dat wanneer bij een overeenkomst met automatische betalin (op basis van een vast maandbedra) alleen een uurloon is inevuld, dit uurbedra door de SVB zal worden omerekend naar een maandbedra. De overeenkomst zal daarvoor niet meer, zoals in het eval van verzoekster, retour worden ezonden (interventie). SVB Roermond heeft alsno besloten om een bedra naar verzoeksters rekenin over te maken dat elijk is aan de kinderbijsla over het derde kwartaal van De SVB heeft hiertoe besloten omdat de SVB door tussenkomst van de Nationale ombudsman voor het eerst hoorde dat het contact tussen verzoekster en de oudste dochter was verbroken (en die dochter het bewuste bedra niet aan verzoekster wilde even) alsmede ezien het feit dat het verzoek om wijziin van het rekeninnummer te laat was verwerkt (interventie). Het indienen van een klacht bij de Nationale ombudsman leidde er in een aantal evallen toe dat verzoekers na interventie alsno door de Centrale oranisatie werk en inkomen (verder CWI) tevreden esteld konden worden. De CWI nam in één eval alsno actie bij het bemiddelen naar werk voor een verzoeker (interventies). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

103 De CWI liet de Nationale ombudsman in 2002 weten de aanbevelin op te volen die de Nationale ombudsman had edaan in rapport 2001/159 (Jaarversla 2001, blz. 469). De strekkin van de aanbevelin is te bevorderen dat in het eval een ontslabeschikkin mede steunt op informatie van een uitvoerinsinstellin, belanhebbende op rond van de artikelen 4:7 en 4:8 Awb in de eleenheid wordt esteld daarop te reaeren, voordat een beslissin wordt enomen. De uitvoerin van deze aanbevelin heeft de CWI vasteled in de interne werkprocessen. De CWI achtte de overschrijdin van de bezwaartermijn alsno verschoonbaar en liet weten een inhoudelijke beslissin op het bezwaarschrift te zullen nemen (rapport 2002/246) Op het ebied van de waterschappen In vier zaken nam het waterschap alsno een beslissin op het bezwaarschrift of deed de toezein binnen een concrete termijn een derelijke beslissin te zullen nemen (interventies). Een zuiverinschap liet weten dat verzoekster de haar abusievelijk toeezonden aanmanin als niet verzonden kon beschouwen en dat zij de aanmaninskosten van 4 niet hoefde te betalen (interventie). Een ander waterschap is alsno overeaan tot het verlenen van kwijtscheldin (interventie). Naar aanleidin van een klacht over de afwijzin van een verzoek om kwijtscheldin van waterschapbelastin informeerde de Nationale ombudsman in 2001 bij de Staatssecretaris van Financiën naar dit onderwerp. Mede naar aanleidin van de brief van de Nationale ombudsman verzocht de Staatssecretaris de Werkroep Inkomensbeleid en Kwijtscheldinsbeleid (verder WIK) hem nader te informeren. De WIK adviseerde de Staatssecretaris om de Uitvoerinsreelin in die zin aan te passen dat kwijtscheldin in beinsel moelijk wordt emaakt voor belastinschulden die betrekkin hebben op de periode waarin de schuldsanerinsreelin loopt, tenzij sprake is van een boedelschuld. De Staatssecretaris nam dit advies over en wijzide artikel 8 van de Uitvoerinsreelin Invorderinswet 1990 (interventie). Een hooheemraadschap deed de Nationale ombudsman de toezein binnen drie weken te zullen reaeren op de brief van verzoekers advocaat betreffende de vorderin van het hooheemraadschap alsmede om het treffen van executoriale maatreelen zolan op te schorten (interventie). Na interventie(s) door de Nationale ombudsman in een waterschap alsno over tot voortvarende behandelin van verzoekers bij dat waterschap inediende klacht. Een ander waterschap af alsno ehoor aan het verzoek van verzoekster tot correctie van haar persoonlijke eevens. Een waterschap kwam alsno zijn toezein na tot het plaatsen van een damwandconstructie (beschoeiin). Een vierde waterschap verleende alsno ambtshalve verminderin van verontreiniinsheffin over de jaren 1999, 1998 en Op het ebied van de provincies De voorzitter van de provinciale klachtencommissie Jeudhulpverlenin Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

104 en Jeudbeschermin Zeeland liet de Nationale ombudsman naar aanleidin van zijn in 2001 uitebrachte rapport 2001/313 (Jaarversla 2001, blz. 490 e.v.) weten dat de provinciale klachtencommissie raa bereid is om in toekomstie uitspraken klaer te wijzen op de moelijkheid vervolens no een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman. De provinciale klachtencommissie Jeudhulpverlenin Utrecht is alsno teemoet ekomen aan het door verzoekster euite bezwaar teen de tekst in het jaarversla 2000 van de klachtencommissie door in het jaarversla 2001 een passae op te nemen waarin het bezwaar van verzoekster werd verwoord en waarin de betreffende tekst wordt eherformuleerd (interventie). De provincie Zuid-Holland heeft verzoeker verontschuldiinen aaneboden voor de lane behandelinsduur van het verzoek om schadeveroedin (interventie) Op het ebied van de emeenten De emeente Gorinchem in alsno over tot het beantwoorden van verzoekers brieven (rapport 2002/002, met aanbevelin, en AB 2002, 90). De emeente Noordwijk heeft haar beslissin heroverwoen om het verzoek om veroedin van door verzoeker onnodi emaakte kosten voor het oraniseren van een rommelmarkt volledi af te wijzen. Deze kosten waren als evol van ebreken in de informatieverstrekkin door de emeente ten dele te wijten aan de emeente (rapport 2002/311, met aanbevelin). De emeente heeft verder maatreelen etroffen waardoor overle plaatsvindt tussen de afdelin Onderwijs, Welzijn en Sport en de afdelin Alemene en Juridische Zaken en zij op de hoote worden esteld van elkaars activiteiten betreffende verhuur van de sporthal en de verlenin van verunninen ten behoeve van activiteiten in de sporthal. De emeente Roermond heeft haar medewerkers, belast met de afhandelin van aanvraen reisdocumenten, eïnstrueerd over informatieverstrekkin aan derden (rapport 2002/147, met aanbevelin). De emeente Enschede heeft haar reelevin en oranisatie aanepast aan de per 1 september 2001 in werkin etreden Wet beschermin persoonseevens (rapport 2002/175, met instemmin, en JB 2002, 264). De emeente Nijmeen heeft alsno de vraenbrief van verzoeker van 20 februari 2000 in behandelin enomen en de klachtbrief van verzoeker van 13 januari 2002 conform hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht behandeld (rapport 2002/271, met aanbevelin). De emeente Nieuweein heeft maatreelen etroffen en zal aan hen die aan de emeente hadden laten weten niet akkoord te aan met de jaarlijkse saldoverklarin een ontvanstbevestiin sturen, met de mededelin dat binnen acht weken een inhoudelijk antwoord volt (rapport 2002/093, met instemmin, en JSV 2002, 129). Naar aanleidin van een rapport van de Nationale ombudsman heeft het collee van buremeester en wethouders van Dordrecht de emeenteraad vooresteld snel tot besluitvormin inzake een bestemminsplan te komen (rapport 2002/325). De emeente Weststellinwerf heeft de Nationale ombudsman de toezein edaan aan het onderwerp «rechtsmiddelenverwijzin» Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

105 bijzondere aandacht te zullen besteden in het kader van bijscholinscursussen die reelmati worden eoraniseerd (rapport 2002/342). De emeente Dordrecht aat werken aan een voorzienin dat een klacht voortaan ook per kan worden inediend (interventie). De emeente Gulpen-Wittem aat voortaan klachten over eluidsoverlast van buren met de medewerkers van de betreffende afdelin bespreken (interventie). De emeente Epe heeft alsno een verhuurder aaneschreven met betrekkin tot de nalevin van het Bouwbesluit (interventie). De emeente Apeldoorn heeft naar aanleidin van een klacht van een aantal inwoners, dat er no niets was edaan aan een de volksezondheid bedreiende vuilstort in hun woonomevin, met voorran een schoonmaakoperatie uitevoerd (interventie). De emeente Tiel heeft uit coulance redelijk emaakte kosten alsno veroed aan een moeder als evol van het oneval van haar dochtertje op de lijbaan in een openbare speeltuin (interventie). De Stadsbank Apeldoorn aat er alles aan doen om te voorkomen dat post, die is ericht aan personen van wie de postblokkade is opeheven, wordt eopend en zal deze voortaan rechtstreeks aan betrokkenen doorsturen (interventie). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

106 5 NATIONALE OMBUDSMAN EN OMGEVING 5.1 Staten-Generaal Op 20 maart 2002 werd het Jaarversla 2001 aaneboden aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Naar aanleidin van het jaarversla vond op 4 juni 2002 overle plaats met de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De plenaire behandelin van het jaarversla in de Tweede Kamer vond vervolens plaats op 3 september In de loop van het jaar voerde de Nationale ombudsman kennismakinsesprekken met de nieuwe voorzitter van de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en met de woordvoerders voor ombudsmanaaneleenheden van een aantal fracties uit de Tweede Kamer. 5.2 Bestuursoranen en andere instanties In 2002 waren er de ebruikelijke bijeenkomsten van de Nationale ombudsman en medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman met contactambtenaren van bestuursoranen: op 11 april met de contactambtenaren van de per 1 januari 2002 bij de Nationale ombudsman nieuw aanesloten emeenten, op 22 oktober met de contactambtenaren van de Immiratie- en Naturalisatiedienst, en voorafaand aan het symposium van de Nationale ombudsman op 7 november werd de contactambtenarenbijeenkomst voor de politie ehouden. De jaarlijkse bijeenkomst met de emeentelijke ombudsmannen werd op 17 juni op het Bureau Nationale ombudsman ehouden. In de loop van het jaar waren er diverse bilaterale contacten. Op 16 oktober werden de Nationale ombudsman en de substituutombudsman ontvanen in de Overleveraderin van de Minister van Justitie en het Collee van procureurs-eneraal. Er vond al dan niet naar aanleidin van concrete onderzoeken door de Nationale ombudsman overle plaats met (verteenwoordiers van) diverse bestuursoranen, onder meer met de Staatssecretaris van Justitie, met de dijkraaf en de directeur van het Hooheemraadschap van Delfland en met de alemeen directeur van het Collee van Toezicht op de Zorverzekerinen. Er is in het kader van de per 1 januari 2002 ewijzide uitvoerinsoranisatie sociale zekerheid tweemaal overle eweest met verteenwoordiers van het Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen en tweemaal met verteenwoordiers van de Centrale oranisatie werk en inkomen. De Nationale ombudsman en de substituutombudsman bezochten de directeur van de Stichtin de Ombudsman. In december 2002 bracht prinses Maxima een werkbezoek aan het Bureau Nationale ombudsman, waar zij met de beide ambtsdraers en enkele medewerkers heeft esproken over de werkzaamheden van het instituut. In verband met het opmaken van een voordracht ter vervullin van de vacature van voorzitter van de commissie van toezicht betreffende de inlichtinen- en veiliheidsdiensten als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de inlichtinen- en veiliheidsdiensten, heeft de daartoe bevoede commissie bestaande uit de vice-president van de Raad van State, de president van de Hoe Raad der Nederlanden en de Nationale ombudsman een lijst met drie kandidaten aan de vaste Commissie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overeled (Kamerstukken II 2002/03, , nr. 1). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

107 In het kader van de samenwerkin van drie Hoe Collees van Staat, de Raad van State, de Alemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman, kwamen de ambtsdraers van de collees in 2002 een aantal malen bijeen. Het doel van deze bijeenkomsten is het bevorderen van de kwaliteit en de doelmatiheid van het werk van de afzonderlijke collees. De Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman voerden ezamenlijk dan wel afzonderlijk kennismakinsesprekken met onder meer de Inspecteur-eneraal van het Onderwijs, de Gouverneur van de Nederlandse Antillen, met de landelijk coördinator vreemdelinenkamers, met een deleatie van het Landelijk Bureau ter Bestrijdin van Rassendiscriminatie, en met de directeur van de Directie sancties, reclasserin en slachtofferzor van het Ministerie van Justitie. De Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman voerden verder kennismakinsesprekken met de nieuwe Minister-President, met de nieuwe politieke leidin van een aantal Ministeries en met de secretaris van de Ministerraad. 5.3 Voorlichtin Publieksvoorlichtin De Nationale ombudsman heeft beleid vastesteld voor de voorlichtin aan het alemeen publiek en relevante (rechts)hulpverleners op basis van zijn verantwoordelijkheid om burers bekend te maken met zijn taak en functie. Vanaf het Jaarversla 1999 wordt aan de voorbereidin en ontwikkelin van dit beleid ieder jaar aandacht besteed. Het streven om naast free publicity op een structurele manier vormen van betaalde communicatie in te zetten heeft in de Tweede Kamer weerklank evonden en is in de zomer van 2000 ondersteund door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vanaf het jaar 2001 is voor drie jaar een budet toeekend om de (juiste) bekendheid en daarmee de «vindbaarheid» van de Nationale ombudsman voor burers te verroten. In zijn brief van auustus 2000 merkt de Minister op het prematuur te achten om een structureel bedra op te nemen, omdat informatie over de effecten van de nieuwe aanpak (zowel op de bekendheid als op de werkvoorraad van de Nationale ombudsman) ontbreekt. Bein 2003 zal daarom een evaluatie van de externe en interne effecten plaatsvinden. De uitanspunten van de aanpak van de publieksvoorlichtin zijn de volende. De Nationale ombudsman kan zijn (rechtsbeschermende) functie alleen vervullen wanneer burers hem weten te vinden. Bovendien wil de Nationale ombudsman voorkomen dat mensen vereefs bij hem aankloppen. Er zijn in Nederland veel instanties die de naam ombudsman draen en het blijkt voor mensen er lasti te zijn om te berijpen wanneer ze wel of niet de Nationale ombudsman kunnen inschakelen. De Nationale ombudsman wil burers behulpzaam zijn bij het vinden van de we naar zijn instituut en wil hen inzicht bieden in zijn taak en werkterrein. Daarom voert hij een tweesporenbeleid in de publieksvoorlichtin. Enerzijds voorlichtin direct aan burers, via de massamedia en persoonlijk aan de telefoon. Anderzijds voorlichtin aan intermediaire instanties als bureaus voor rechtshulp, sociaal raadslieden, maatschappelijk werk en advocaten. Bekendheid, vindbaarheid en efficiency Een kernberip in de voorlichtinsaanpak aan het alemeen publiek is het verbeteren van de «vindbaarheid» van de Nationale ombudsman. Willen burers de Nationale ombudsman kunnen vinden, dan zullen zij moeten weten dat hij bestaat. Met andere woorden, spontane bekendheid is belanrijk voor «vindbaarheid». Een complicerende factor daarbij is, dat Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

108 iemand de rechtsbeschermin die de Nationale ombudsman biedt zeer waarschijnlijk maar een enkele keer in zijn of haar leven nodi heeft. Er is dus een reden om kennis daarover voortdurend paraat te houden. Een moelijk evol daarvan is, dat het verroten van de spontane bekendheid van de Nationale ombudsman een zaak van lane adem zal zijn. Als mensen naar de Nationale ombudsman op zoek aan, moet hij emakkelijk te vinden zijn. Dus is het van belan om informatie over de Nationale ombudsman op voor de hand liende plaatsen aan te bieden. De website op internet, met daarop een voor het alemeen publiek berijpelijk en toeankelijk onderdeel, aat in dat opzicht een steeds belanrijker plaats innemen. Van belan is ook dat bestuursoranen op een juiste manier informatie over de (moelijkheid van een) externe klachtprocedure bij de Nationale ombudsman beschikbaar stellen en dat (rechts)hulpverleners een oede kennis hebben van het werkterrein en de werkwijze van de ombudsman. Andere kernberippen zijn juiste bekendheid en efficiency. De bevoedheid en het werkterrein van de Nationale ombudsman zijn zo complex, dat van de meeste burers niet zonder meer kan worden verwacht dat zij zelfstandi kunnen beoordelen of zij met hun probleem of klacht bij de Nationale ombudsman terechtkunnen. Van belan is daarom, dat mensen die overween om de ombudsman in te schakelen, eerst telefonisch contact zoeken. Dat voorkomt dat zij vereefs de moeite nemen om uitebreid een brief te schrijven. Aan de telefoon kunnen de medewerkers van het frontoffice van het Bureau Nationale ombudsman meteen bepalen of iemand zijn klacht kan indienen of dat doorverwijzin op zijn plaats is. In het voorlichtinsmateriaal wordt dan ook nadrukkelijk ewezen op het ratis telefoonnummer waarop iedereen de Nationale ombudsman kan bereiken. Met deze aanpak wordt niet alleen estreefd naar een klantvriendelijke, maar ook naar een meer efficiënte bedrijfsvoerin: zoveel moelijk telefonisch doorverwijzen, en minder verzoekschriften die buiten de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen. Postbus 51 campane In het Jaarversla 2001 (blz. 103 e.v.) is uitvoeri stilestaan bij de evaluatie van de Postbus 51 campane die in dat verslajaar is ehouden. Effecten van de campane op de aard van de verzoekschriften (was een verzoekschrift binnen- of buitenwettelijk of anderszins) ijlen na en waren pas in 2002 duidelijk te analyseren. In het Jaarversla 2002 past om die reden no een korte terublik op een aantal resultaten van de Postbus 51 campane. De Postbus 51 campane (zowel schriftelijk als aan de telefoon) heeft een duidelijke respons ehad. Uit de aanvullende eevens blijkt dat mensen fors meer ebruik hebben emaakt van de middelen waarop in de campane specifiek is ewezen, te weten het klachtformulier uit de publieksbrochure en het elektronische klachtformulier op de website. Het lijkt erop dat instroom van beide formulieren op een emiddeld hoer niveau dan voor de campane blijft (van 12% naar 20%). De aard van de instroom aan verzoekschriften en (elektronische) klachtformulieren wijkt tijdens en kort na de campanemaanden niet af van de periode daarvoor. Het aandeel klachten dat valt buiten de Wet Nationale ombudsman (de buitenwettelijke klachten) is door de campane in elk eval niet toeenomen. Wel blijkt dat middels het elektronische klachtformulier op de website mensen duidelijk vaker een buitenwettelijke klacht indienen en minder vaak een «echte» binnenwettelijke klacht. Een andere belanrijke conclusie is, dat de campaneboodschap «eerst bellen, dan schrijven» blijkt te lonen. Mensen die hebben aaneeven dat ze eerst ebeld hebben voor ze hun klacht met behulp van het (elektronische) formulier instuurden, blijken duidelijk vaker een «echte» binnen- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

109 wettelijke klacht te hebben en duidelijk minder vaak een buitenwettelijke klacht. Het is dus belanrijk om de aanpak van de vindbaarheid van het 0800-telefoonnummer verder uit te bouwen. Wat ook duidelijk naar voren komt, is dat mensen die een klacht indienen via de website veel minder eneid zijn om te bellen dan mensen die de brochure hebben ebruikt. Reionale campane Na een landelijke Postbus 51 campane in 2001, heeft in 2002 de voorlichtin aan het alemeen publiek vorm ekreen in een reionale campane. In vijf provincies (Zeeland, Noord-Brabant, Limbur, Gelderland en Utrecht) is in de maanden mei en juni campane evoerd bij reionale radio- en televisieomroepen en in de reionale dabladen. De positieve resultaten van de campane in 2001 even een aanleidin tot een veranderin in de boodschap. Deze luidt onverminderd: de Nationale ombudsman behandelt alleen klachten over de overheid; iedereen kan bij hem terecht (een laadrempeli toeankelijke vorm van rechtsbeschermin); als men er met de overheidsinstantie zelf niet uitkomt (de Nationale ombudsman als tweedelijnsvoorzienin volend op de interne klachtbehandelin door de overheid zelf); bel om te vraen of het probleem door de Nationale ombudsman behandeld kan worden. In het kader van de campane zijn op rote schaal folders edistribueerd onder postkantoren, bibliotheken, (rechts)hulpverleners en (overheids)- instanties met een publieksfunctie in het campaneebied. Daarnaast is aan alle lokale radio-omroepen een cd-rom aaneboden met de radiospot, een uitebreid interview en informatiemateriaal. De start van de campane is zoveel moelijk ondersteund door free publicity. De evaluatie van de campane is lans twee sporen opezet: de externe evaluatie naar het bereik en de waarderin van de campane, en het effect op de bekendheid van de Nationale ombudsman; de metin van de interne effecten van de campane in respons aan de telefoon (aantal en aard van de vraen) en de metin van de schriftelijke instroom (aantal en aard van de klachten in de brieven, de formulieren in de folder, en de elektronische klachtformulieren). Evaluatie externe effecten De evaluatie van de externe effecten van de reionale campane laat het volende zien: de naamsbekendheid van de Nationale ombudsman onder alle respondenten is elijk ebleven voor en kort na de campane (11% resp. 12%); de functiebekendheid lit hoer: een derde (34%) van de respondenten weet dat de Nationale ombudsman klachten behandelt over de overheid; van de verschillende campane-uitinen herinneren mensen zich (eholpen) het meest de tv-spot (34%), 17% herinnert zich de advertentie, 13% de radiospot en 11% de brochure; emiddeld wordt de campane ewaardeerd met een 6.6 als rapportcijfer (op een 10-puntsschaal); de campane heeft effect ehad: 20% zet dat de campane hen iets nieuws heeft verteld en 41% dat hen door de campane duidelijker is eworden wat de Nationale ombudsman doet; de respondenten zien de Nationale ombudsman als een toeankelijk, betrouwbaar en onpartijdi instituut. Er wordt verschillend edacht over de onafhankelijkheid; respondenten die hebben aaneeven een campane-uitin te hebben ezien of ehoord even vaker het juiste antwoord op de stellinen Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

110 «De Nationale ombudsman kan ik inschakelen als de overheidsinstantie niets met mijn klacht doet» en «de Nationale ombudsman heeft een ratis telefoonnummer». Evaluatie interne effecten: in de campanemaanden is er een duidelijke toename van het aantal telefonische contacten via het 0800-nummer. Deze toename komt voor een root deel uit het campaneebied. In de maand voor de campane kwam ruim een kwart van de telefoontjes daar vandaan, tijdens de campanemaanden 37 tot 41%; er is sprake van een duidelijke toename in het aantal individuele folderaanvraen uit het campaneebied via het 0800-nummer. Een aantal maanden na de campane is deze toename weer teru op het oorspronkelijke niveau; in de eerste campanemaand is sprake van een toename in het aantal door het frontoffice ereistreerde telefonische vraen met 20% en in de tweede campanemaand met 10%; op het totaal ezien verandert de verhoudin tussen binnenwettelijke en buitenwettelijke vraen voor, tijdens en na de campane niet; het aandeel overheidserelateerde buitenwettelijke vraen vertoont tijdens de campanemaanden en één maand daarna een lichte toename; tijdens de campanemaanden is er een toename in de instroom van verzoekschriften, direct na de campane is er wel een toename; er is een toename te constateren in de instroom van elektronische klachtformulieren en klachtformulieren uit de publieksbrochure; vanaf juli is er sprake van een lichte toename (4 tot 6%) in het aandeel van verzoekschriften uit het campaneebied; vanuit het campaneebied worden tijdens de campanemaanden iets meer elektronische klachtformulieren inediend. Conclusie Het effect van de reionale campane is beperkter van aard dan bij de landelijke Postbus 51 campane. Dat laat zich eenvoudi verklaren door een laer bereik: minder mensen zijn in de reionale campane immers met de campane-uitinen econfronteerd. Wat opvalt is dat de reionale campane, evenals de Postbus 51 campane, nauwelijks effect heeft op de spontane naamsbekendheid. Moelijke oorzaken daarvoor zijn de volende. In de eerste plaats is de manier waarop de boodschap wordt ebracht van invloed. De Nationale ombudsman wil burers voorlichten vanuit zijn onafhankelijkheid en onpartijdiheid. Dat resulteert in een zakelijke informatieve boodschap, met minder attentiewaarde dan bijvoorbeeld een humoristische boodschap. Andere oorzaken lien in de mate waarin mensen «iets» hebben met het onderwerp en dat de campane vooral attentiewaarde heeft voor mensen die «erens mee zitten». Een positief effect is er op de functiebekendheid van de Nationale ombudsman. Na de campane weten meer mensen aan te even dat de Nationale ombudsman klachten behandelt over de overheid. Een positief extern effect is er ook in die zin dat ruim 60% van de respondenten denkt wijzer eworden te zijn van de campane. Ook heeft de reionale campane eleid tot een betere vindbaarheid van het instituut. Tijdens de campanemaanden hebben meer mensen de Nationale ombudsman ebeld (10 20%) en er is een beperkte verhoin in de instroom van verzoekschriften (5%). Al met al leiden de resultaten van de reionale campane en die van de Postbus 51 campane tot de conclusie dat de Nationale ombudsman door de campanes beter vindbaar is (meer mensen weten hem te vinden) en juister bekend is (meer mensen weten dat zij de Nationale ombudsman Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

111 kunnen inschakelen bij problemen met de overheid). De campanes hebben een effect op de spontane naamsbekendheid. Voor de toekomst betekent dit dat de «winst» voor de bekendheid vooral moet komen door meer functiebekendheid. Door het berip «Nationale ombudsman» verder inhoudelijk te laden is het wellicht moelijk via de we van eleidelijkheid meer spontane naamsbekendheid te realiseren. Dit betekent het volende: wil de Nationale ombudsman vindbaar zijn voor mensen die hem nodi (denken te) hebben, dan is aandacht via de massamedia nodi; de communicatiedoelstellin moet zich in de eerste plaats richten op de verrotin van de «juiste» bekendheid (functiebekendheid); een planmatie inzet van betaalde communicatiemiddelen met een eenduidie boodschap is hiervoor noodzakelijk; alleen zo kan de voorlichtin worden ericht op de eerste intake van vraen en klachten via de telefoon zodat intern efficiency kan worden erealiseerd in de bedrijfsvoerin Overie activiteiten Voorlichtin intermediairs In het verlende van de activiteiten die een rotere bekendheid onder het brede publiek tot doel hebben, is ook de voorlichtin aan (rechts)hulpverleners van belan. Zij zijn immers belanrijke intermediairs en «doorverwijzers» naar de Nationale ombudsman. Om de kennis over het werkterrein en de werkwijze onder deze doelroepen te verroten, wordt sinds 2000 vier keer per jaar een Nieuwsbrief uiteeven. Daarbij wordt jaarlijks onder de ruim 1100 abonnees een overzicht verspreid van belanrijke bestuursoranen waarover de Nationale ombudsman bevoed is, en wanneer nodi de meest recente versie van de Wet Nationale ombudsman. In 2001 is een verzamelband aaneboden om de abonnees te stimuleren de Nieuwsbrieven te bewaren. Het afelopen jaar heeft een student van de Hoeschool Utrecht in opdracht van de Nationale ombudsman een onderzoek ehouden naar de waarderin van de Nieuwsbrief door abonnees. Uit het lezersonderzoek blijkt dat de Nieuwsbrief wordt ewaardeerd en een duidelijke meerwaarde heeft voor intermediairs. Een rote meerderheid van de lezers vindt dat de casusbeschrijvinen in de Nieuwsbrief hen helpt een duidelijker beeld te krijen van het werk van de Nationale ombudsman. Ook wordt de Nieuwsbrief als plezieri en berijpelijk leesbaar ervaren. De Nieuwsbrief werd ewaardeerd met een emiddeld rapportcijfer 7,3. Een kwart van de respondenten ziet verbeterpunten in het beter laten aansluiten van de beschreven onderwerpen bij hun eien praktijk. Zij zien raa meer informatie over de ehanteerde onderzoeksmethoden en over de bevoedheids- en ontvankelijkheidstoets door de Nationale ombudsman. De inhoud van de Nieuwsbrief wordt hierop aanescherpt. Een analyse van de abonnees van de Nieuwsbrief toonde bovendien dat belastinconsulenten hiervan een deel uitmaakten. Een mailin onder deze doelroep leverde ruim vijfhonderd nieuwe abonnees op. Daarnaast heeft een team van medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman in het verslajaar dertien presentaties verzord voor uiteenlopende doelroepen, waaronder studenten van een hoere beroepsopleidin in de sociaal juridische dienstverlenin. Internet De website neemt inmiddels een prominente plaats in het communicatiebeleid van de Nationale ombudsman in. Er is sprake van een toenemend aantal ebruikers. In 2002 was dat een emiddeld aantal van 950 ebruikers per da (2001: 780). Op de website is onder meer een klachtformulier openomen, dat elektronisch of per post verzonden kan worden. Sinds de introductie van het elektronisch klachtformulier in 2001 beweet het aantal ontvanen Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

112 formulieren zich emiddeld rond de 15% van de ontvanen verzoekschriften. Ook de professionele ebruikers zijn belanrijke doelroepen van de website. Zij kunnen er uitebreide informatie vinden over de bevoedheden en de werkwijze van de Nationale ombudsman. De database met rapporten is een veel eraadpleed onderdeel. In het jaar 2002 was dat emiddeld ruim 2400 keer per maand (2001: 1900). In 2002 is onderzoek edaan naar wie de website bezoeken en hoe de website wordt ewaardeerd. Ten behoeve van dit onderzoek hebben 227 ebruikers een vraenlijst volledi inevuld. Bij no eens zeventien personen is een diepte-interview afenomen. Op basis van de uitkomsten van de inevulde vraenlijsten kan het volende ebruikersprofiel worden eschetst: 62% van de bezoekers is man, meer dan de helft heeft een hoere opleidin enoten, 74% heeft betaald werk en 10% van de bezoekers studeert. Het rootste deel van de bezoekers is tussen de 20 en 50 jaar oud. Verder bezoekt 77% de site van de Nationale ombudsman met privé doeleinden en 19% vanuit professioneel of zakelijk oopunt. Ook bleek dat het ebruiksemak, het informatieaanbod en de vormevin van de website positief werden beoordeeld. Het emiddelde rapportcijfer dat de ebruikers de website aven is een 7,6. De resultaten van de interviews boden ruimte voor een aantal aanbevelinen. Deze betreffen met name de naviatie van de website. Zo is er bijvoorbeeld voor de kenners van de website een duidelijk onderscheid tussen het «publieksvriendelijke» deel en het «professionele» deel op de homepae, maar voor andere bezoekers is dit onderscheid minder duidelijk. In 2003 zal worden bekeken hoe de website kan worden aanpast naar aanleidin van de conclusies en aanbevelinen. Burerbrieven De communicatie van de Nationale ombudsman met mensen die een klacht (willen) indienen verloopt voor een deel telefonisch, maar voor het overrote deel schriftelijk. Nu de Nationale ombudsman zich wil positioneren als een laadrempelie, toeankelijke oranisatie, moet dat zich uiten in alle contacten die men met het instituut heeft. Met (het klachtenformulier op) de website en de nieuwe klachtenfolder is hier heel nadrukkelijk rekenin mee ehouden. Bij correspondentie lit dit moeilijker omdat de basis van de inhoud van de brieven vrijwel altijd lit in (inewikkelde) wetevin. In het verslajaar is een project estart om alle brieven aan burers te herschrijven op berijpelijkheid. Het doel van dit project is tweeledi: enerzijds toeankelijke en berijpelijke brieven voor verzoekers, anderzijds een efficiënt en ebruiksvriendelijk brievensysteem voor de medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman. Met behulp van de Faculteit der Letteren van de Universiteit van Tilbur zijn in 2002 ruim honderd brieven eanalyseerd en herschreven tot modelbrieven. Voor deze brieven is in eien beheer een eautomatiseerd systeem ontwikkeld dat naar verwachtin in de eerste helft van 2003 zal worden eïmplementeerd. Symposium De Nationale ombudsman beweet zich tussen twee belanrijke doelroepen: verzoekers (burers, rechtspersonen en intermediairs) en bestuursoranen. Voor deze laatste roep is, mede in het kader van het twintijari bestaan op 7 november 2002 een symposium eoraniseerd over intern klachtrecht met als titel «Klachtbehandelin als instrument voor herstel van vertrouwen». Uitenodid was iedereen die zich bezihoudt met klachtbehandelin op rond van hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb). Bijna achthonderd betrokkenen hebben aan deze uitnodiin ehoor eeven. Prof. J. Naeyé, hooleraar Strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, zorde als davoorzitter voor een soepel verloop van de midda. Vier Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

113 sprekers brachten elk een andere invalshoek ten aanzien van het onderwerp klachtrecht ten ehore. De Nationale ombudsman verhaalde over een onderzoek naar de toepassin van hoofdstuk 9 Awb. Dit onderzoek is in zijn opdracht uitevoerd door de Universiteit van Nijmeen (zie ook 1.2.2). Mevrouw A.J.M.C. Buurman-Sanders, contactpersoon voor de Nationale ombudsman en klachtenfunctionaris bij de Informatie Beheer- Groep (verder IB-roep), was de tweede spreker. Zij hield een voordracht over klachtherkennin en de wijze waarop de IB-Groep daarmee omaat. De IB-Groep probeert klachtherkennin bijvoorbeeld te verbeteren door het verhoen van het bewustzijn van de oranisatie. Hiertoe worden reioteams eschoold, wordt maandelijks aan het manaementteam erapporteerd en worden presentaties eeven. Moelijke klachten komen zo sneller aan het licht. Wat kan worden verbeterd is de bekendheid van de interne klachtenreelin bij de klanten van de IB-Groep. Wanneer klanten beter weten waar en op welke manier zij een klacht kunnen indienen, bijvoorbeeld via een speciaal antwoordnummer of klachtenformulier, wordt herkennin daarvan ook makkelijker. Prof. A. van der Meiden, emeritus-hooleraar Communicatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht, nam het onderwerp klachtrecht en communicatie voor zijn rekenin. Bij communicatie tussen burers en bestuursoranen is er sprake van veel «ruis» door ontoeankelijk taalebruik van bestuursoranen, de arroantie van de overheid, lane wachttijden voordat iets wordt behandeld, bureaucratie, maar ook door onduidelijkheid in de klacht. Van der Meiden vraat aandacht voor de communicatieve vaardiheid van klachtbehandelaars. Een klachtbehandelaar moet zich in kunnen leven in zowel de klacht als in de klaer en hij moet inzicht hebben in de schadelijke effecten van slechte klachtbehandelin. Ten slotte sprak de heer G. Eilander, alemeen directeur NFO Trendbox B.V. te Amsterdam, vanuit de commerciële invalshoek over klachtmanaement. Trendbox is in staat klachtenbeheer binnen bedrijven automatisch aan te sturen. Klachtmanaement omvat, zo stelt Trendbox, alles wat je kunt doen in proactieve en corrierende zin, om te verhinderen dat een klacht een doortrekkende werkin krijt. Hatesites zijn een voorbeeld van die neatieve doorwerkin. Naar aanleidin van het symposium heeft de Nationale ombudsman een publicatie uiteeven over intern klachtrecht. Dit boek met de titel «Het nut van de klacht», bevat interviews met dertien mensen die elk op een bepaalde manier met interne klachtbehandelin te maken hebben. De drie sprekers maken onderdeel uit van de dertien eïnterviewden. 5.4 Buitenlandbeleid van de Nationale ombudsman In de afelopen twinti jaar heeft het Bureau Nationale ombudsman op allerlei terreinen beleid ontwikkeld waarbij de werkwijze zowel inhoudelijk als procedureel efficiënter en doeltreffender is eworden. Dit blijkt onder andere uit het feit dat het aantal klachten in de afelopen decennia sterk is esteen maar het aantal medewerkers niet evenredi is eroeid. Niet minder belanrijk is het feit dat het eza van de Nationale ombudsman in deze periode is opebouwd en inmiddels stevi is inebed in de Nederlandse rechtsorde. De ontwikkelin van de behoorlijkheidscriteria heeft aan de vestiin van deze positie zeer bijedraen. De ervarin waar het instituut vooral zelf baat bij heeft ehad, kan de Nationale ombudsman nu delen met instituten in andere landen die daaraan behoefte hebben. Teelijkertijd bestaat dan de moelijkheid zelf kennis op te doen over onderwerpen waarover no een uitekristalliseerd beleid is eformuleerd. De Nationale ombudsman heeft daarom besloten samen te aan werken met ombudsman- en verelijkbare instituten in andere landen waarbij van elkaars kennis en ervarin kan worden eleerd. Op die manier kan hij bijvoorbeeld jone instituten ondersteunen in het verbeteren van Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

114 hun werkprocessen en bijdraen aan het versterken van hun ezaspositie binnen hun land. De volende afweinen hebben bij de formulerin van het buitenlandbeleid van de Nationale ombudsman een rol espeeld, waarbij niet zozeer een keuze voor bepaalde instituten is emaakt als wel dat ekeken is naar de landen waarbinnen zich derelijke instituten bevinden. Uitanspunt Allereerst moet worden opemerkt dat de kerntaak van de Nationale ombudsman het behandelen van klachten is. Samenwerkin met andere instituten ma nimmer ten koste aan van dit primaire proces. Voorts zullen de kosten van een samenwerkin niet of nauwelijks moen drukken op het budet van het bureau. Hieruit volt dat slechts in beperkte mate met andere instituten zal kunnen worden samenewerkt. Een keuze moet daarom worden emaakt waarbij de Nationale ombudsman zich enerzijds heeft laten leiden door het mensenrechtenbeleid van de Nederlandse reerin immers een ombudsmaninstituut is daarmee onlosmakelijk verbonden en anderzijds door de toetredinscriteria van de Europese Unie voor de kandidaat-lidstaten. Nauw hiermee verbonden is het beleid van de Nederlandse reerin ten aanzien van de Westelijke Balkan. Dit beleid is daarom eveneens meeenomen bij de keuze. Ten slotte moet rekenin worden ehouden met de staatsrechtelijke of historische banden die Nederland heeft met landen als Aruba, de Nederlandse Antillen en Indonesië. Op rond van deze richtsnoeren is het buitenlandbeleid van de Nationale ombudsman ericht op ombudsman- en verelijkbare instituten in Midden- en Oost-Europa alsmede de staten in de Westelijke Balkan. Hieronder zal nader op deze keuze worden ineaan. Praktische overweinen De Nationale ombudsman is, bij de keuze van de landen waarmee een samenwerkin kan worden opestart, ook eleid door praktische overweinen. Zo speelt afstand een belanrijke rol. Wanneer een instituut zeer ver we lit, zal het opzetten van een samenwerkin meer tijd en eld kosten. Daarmee zou het primaire proces van het bureau op de achterrond kunnen raken. Om die reden zullen landen in de Europese reio eerder voor samenwerkin in aanmerkin komen. Zoals eerder opemerkt vormt de wettelijke taakopdracht van de Nationale ombudsman een andere absolute rens aan de moelijkheden die er bestaan om onderzoekers in een internationaal proramma in te zetten. Deze taak ma een evaar lopen of minder oed worden vervuld vanwee een samenwerkin. De Nationale ombudsman zal daarom niet eenzijdi op zoek aan naar moelijke samenwerkinsverbanden. Hij zal zijn activiteiten in dit verband vooral laten sturen door het beleid terzake van de Nederlandse reerin, van de Europese Unie of van de Raad van Europa. Activiteiten zullen worden verricht op initiatief van de Nederlandse reerin, de Europese Unie of de Raad van Europa dan wel op verzoek van een ombudsinstituut elders. Wel zal waar wenselijk, bekendheid worden eeven aan het feit dat de Nationale ombudsman internationale activiteiten ontplooit. Ten slotte kan no worden opemerkt dat de Nationale ombudsman als nieuwkomer op dit terrein, no maar een beperkt pakket aan diensten kan leveren. In de loop van de tijd zal dit kunnen wijzien. Notitie Mensenrechtenbeleid 2001 De Nationale ombudsman wil raa andere instituten in het buitenland assisteren maar wil daarbij aansluiten bij het beleid van de Nederlandse reerin. Bij het formuleren van het buitenlandbeleid is daarom vooral rekenin ehouden met de Notitie Mensenrechtenbeleid Deze notitie eeft een actueel beeld van het mensenrechtenbeleid van de Nederlandse reerin. Leidraad in de notitie is de vraa hoe dit beleid zo Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

115 effectief moelijk kan worden inebed en inezet. Daarbij heeft de reerin twee relaties voor oen: verhoudin tussen mensenrechten en conflicten en die tussen mensenrechten en ontwikkelin. In de notitie wordt uiteenezet dat in de periode na een conflict het van root belan is om projecten op te starten die de rechtsstaat versterken. Een van de projecten waar de reerin aan denkt is de installatie van een nationale ombudsman. In een post-conflictsituatie is het voorts van belan om het respect voor de mensenrechten weer onder de aandacht van de bevolkin te brenen en zodani in de maatschappij in te bedden dat ze weer voor eenieder aan leven. In de praktijk eeft Nederland hieraan reeds vorm door het verlenen van hulp bij de (weder)opbouw van de rechtsstaat, bijvoorbeeld door steun aan het Balkan-Stabiliteitspact. Het recht op ontwikkelin, waarbij de mens het centrale onderwerp is van ontwikkelin en het recht heeft op participatie en medezeenschap in dat ontwikkelinsproces, moet volens de reerin worden ebaseerd op een benaderin waarbij de burer subject en niet slechts het object van ontwikkelin is. Deze zoenoemde human rihts based approach to development, wint internationaal steeds meer aan betekenis. Het benadrukt dat een evenwichtie maatschappelijke ontwikkelin de meeste kans van slaen heeft als burers aanspraak kunnen maken op deelname aan het openbaar bestuur, op een reerin die verantwoordin aflet en op een onafhankelijk rechtssysteem dat voor iedereen toeankelijk is. Het is om die reden dat de Nederlandse reerin de bereidheid van andere reerinen om te werken aan oed bestuur, inclusief eerbiediin van de mensenrechten, als basis neemt voor een structurele bilaterale ontwikkelinsrelatie. Het is dus niet de bedoelin dat vanuit een externe positie toezicht wordt ehouden op inachtnemin van de mensenrechten. Daarom wordt aan een aantal landen steun eboden op het ebied van oed bestuur, mensenrechten en vredesopbouw en wordt in het bijzonder aan instellinen steun eboden die hierbij een belanrijke rol vervullen, aldus de notitie. De reerin heeft tijdens de kamerbehandelin van de mensenrechtennotitie (Kamerstukken II 2001/2002, , nr. 4, blz. 14) verder opemerkt dat de aandacht voor een oed functionerende rechtsstaat, waarin respect voor mensenrechten is earandeerd, in verschillende landen heeft eleid tot de instellin van een ombudsman. Door middel van aanbevelinen en het jaarversla kan een ombudsman immers kenbaar maken hoe het met de mensenrechten en het bestuur in het land is esteld en vanuit die positie invloed uitoefenen op de desbetreffende overheid. De Nationale ombudsman is verheud met de erkennin van de Nederlandse reerin van de rol van de ombudsman bij het beschermen van de mensenrechten en het ontwikkelen en consolideren van een (nieuwe) democratische rechtsorde. Op de door de reerin enoemde terreinen zal de Nationale ombudsman daarom speciaal aandacht vestien. Kopenhaen-criteria Maar niet alleen binnen de brede context van mensenrechten en oed bestuur heeft een ombudsman een betekenisvolle functie. In de reelevin van de Europese Unie en dan in het bijzonder in de criteria die eformuleerd zijn voor de kandidaat-lidstaten, ziet de Nationale ombudsman eveneens belanrijke richtsnoeren voor zijn buitenlandbeleid. De erkennin van de betekenis van de rol die een ombudsman voor nieuwe democratieën in de Europese Unie kan vervullen, vormt teelijkertijd een duidelijke indicatie voor de keuze van de landen waar hij activiteiten kan ontplooien. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

116 Bottom of Form 1 In de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad in Kopenhaen uit 1993 worden criteria enoemd waaraan een kandidaat-lidstaat moet voldoen alvorens te kunnen toetreden tot de EU. Deze zoenoemde Kopenhaencriteria vereisen onder andere dat een kandidaat-lidstaat moet beschikken over stabiele instellinen die de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en het respect voor en de beschermin van minderheden aranderen. Verder bepaalt artikel 6 van het Verdra betreffende de Europese Unie dat: «De Unie is erondvest op de beinselen van vrijheid, democratie, eerbiediin van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en van de rechtsstaat.» Deze beinselen zijn benadrukt in het Handvest van de rondrechten van de Europese Unie, dat in december 2000 in Nice is eproclameerd. In artikel 43 van dit Handvest is te lezen dat elke EU-burer het recht heeft zich te wenden tot de Europese Ombudsman met betrekkin tot evallen van wanbeheer bij het optreden van de communautaire instellinen of oranen. Voorts is door het Europees Parlement als een van de taken van de Europese ombudsman enoemd, het vormen van een effectief systeem ter verdediin van de belanen van de burer, voorzover zij binnen de bevoedheden van de Europese Gemeenschap vallen, en aldus bij te draen tot de verbeterin van het democratisch functioneren van de Gemeenschap (zie resolutie A4 0083/1994 van het Europees Parlement). De ombudsman wordt ook in de EU een rol van betekenis toeekend bij de toetredin van de kandidaat-lidstaten. Deze Europese context heeft verder richtin eeven aan het beleid voor de keuze van de landen van aandacht voor het buitenlandbeleid van de Nationale ombudsman. Daarbij is ook rekenin ehouden met het feit dat er veel bestaande proramma s en fondsen beschikbaar zijn esteld met het doel de kandidaat-lidstaten ereed te maken voor toetredin. Op deze manier kan van tevoren al zekerheid worden verkreen over het kostendekkend zijn van een te starten project. Balkannotitie Het mensenrechtenbeleid van de Nederlandse reerin heeft, zoals hiervoor opemerkt, ook betrekkin op de Balkan. Het ebied vormt tevens een aandachtsebied van de Europese Unie en de Raad van Europa. Het Nederlandse beleid voor deze reio is neereled in de zoenoemde notitie Westelijke Balkan: de Nederlandse rol in een veranderend landschap (Kamerstukken 200/2001, , nr. 336, blz. 3). In dit document wordt wederom de betekenis van een ombudsmaninstituut in jone democratieën vermeld en wordt eveneens aaneeven welke landen daarbij de aandacht van de reerin krijen. In de notitie wordt uiteenezet hoe in de afelopen tien jaar etnischnationalistische ambities de boventoon hebben evoerd en eleid hebben tot ernstie conflicten. Deze problematiek is niet verdwenen. De reerin heeft, in samenwerkin met de andere internationale actoren, zich de niet eenvoudie taak esteld, de reio duurzaam te stabiliseren. Vooral de combinatie van (post)conflictproblematiek en klassieke transitieproblematiek (i.e. van het oude politieke en economische systeem naar democratie en markteconomie) worden in de notitie als kenmerken enoemd die de situatie in de Balkan bijzonder maken. Uiteindelijk moet de reio ereed worden emaakt voor toetredin tot de Europese Unie. De criteria die elden voor de kandidaat-lidstaten, elden dus ook voor de landen van de Westelijke Balkan. Zover is het echter no niet. Aanvankelijk zal de aandacht vooral uitaan naar conflictpreventie en crisisbeheersin waarbij als hoofddoel van het Nederlandse beleid eldt: bevorderin van duurzame reionale stabiliteit, democratiserin (inclusief versterkin van de rechtsstaat), respect voor de mensenrechten en Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

117 minderheden, en verbeterin van de levensstandaard in de reio. Vooral op het punt van de democratiserin en de beschermin van de mensenrechten kan een ombudsmaninstituut een bijdrae leveren. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat in Bosnië-Herzeovina en Kosovo door de internationale emeenschap, met deze doelen voor oen, een ombudsman is inesteld. Gelet op de betekenis die het instituut zowel binnen het beleid van de Nederlandse reerin alsmede de Europese Unie heeft, is het niet meer dan loisch dat de Nationale ombudsman met dit beleid rekenin houdt bij het bepalen van de landen waarmee hij moelijk een kennisuitwisselin kan beinnen. Alvorens die te noemen, moeten no twee punten worden vermeld. Andere ebieden Nederland heeft verder no contacten met landen vanuit een staatkundie of een historische relatie. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan de ebiedsdelen van het Koninkrijk. Maar ook Indonesië en bijvoorbeeld Suriname vallen hieronder. Vanwee de beperkte middelen en capaciteit is ervoor ekozen het bestaande contact niet te intensiveren. Wel zal er aandacht zijn voor de ontwikkelin van een ombudsmaninstituut in deze ebieden en zal de Nationale ombudsman zich, zoals nu al het eval is, op de hoote stellen van de stand van zaken. Een verzoek om bijstand zal, waar moelijk, ehonoreerd worden. Gekozen ebieden Alles in aanschouwin nemend, is de Nationale ombudsman tot de conclusie ekomen dat de landen van Midden- en Oost-Europa en de Westelijke Balkan als eerste tot de aandachtsebieden moeten behoren. Als er vanuit deze landen een verzoek tot samenwerkin komt van een ombudsman- of verelijkbaar instituut, zal dit in beinsel positief worden ontvanen. Verzoeken uit andere landen zullen niet worden ehonoreerd maar er zal altijd ruimte blijven om uitzonderinen te maken wanneer de situatie zich daarvoor leent. Een project zal uiteindelijk alleen worden uitevoerd als daarvoor de benodide financiële middelen voor kunnen evonden. Gelede contacten Binnen het kader van het buitenlandbeleid zijn er in 2002 reeds verschillende activiteiten ondernomen. Sinds 2001, is de Nationale ombudsman al enkele malen door de Raad van Europa als expert evraad om te adviseren over ontwerpwetevin op het ebied van ombudsmannen. Aan het einde van 2001 bijvoorbeeld, heeft de Nationale ombudsman commentaar eeven op de ontwerpwet voor ombudsman voor Servië en in 2002 heeft hij een advies eschreven over de ontwerpwet voor een ombudsman in Montenero. In de toekomst zal de Nationale ombudsman deze taak vaker voor de Raad van Europa vervullen. Op deze manier kan hij al in een vroe stadium een bijdrae leveren aan het opzetten en optimaliseren van het instituut in de Westelijke Balkan. Verder heeft de Nationale ombudsman in maart 2002 samen met een onderzoeker, een bezoek ebracht aan Sarajevo, in Bosnië-Herzeovina, voor een kennisuitwisselin met de mensenrechtenombudsman, de heer Orton. Ze hebben daar presentaties eeven over de werkwijze van het Bureau Nationale ombudsman en esproken met de aanwezie onderzoekers. In november heeft de Nationale ombudsman op uitnodiin van de Roemeense ombudsman, de heer Muraru, een werkbezoek ebracht aan Roemenië. Het contact liep aanvankelijk via de Nederlandse ambassade die bij het samenbrenen van beide ombudsmannen een actieve rol heeft vervuld. Tijdens de ontmoetin is esproken over de werkwijze van de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

118 beide instituten en de wijziinen die van belan kunnen zijn voor het verder ontwikkelen en versterken van het instituut in Roemenië. Afesproken is toen dat enkele medewerkers van het Roemeens ombudsmaninstituut in de eerste helft van 2003 een werkstae zullen volen binnen het Bureau Nationale ombudsman terwijl teelijkertijd zal worden bekeken op wat voor manier een bijdrae kan worden eleverd aan het ehele instituut in Boekarest. De Nationale ombudsman heeft in november eveneens een werkbezoek ebracht aan de Tsjechische ombudsman. Het initiatief tot dit bezoek was afkomsti van de Tsjechische ambassadeur in Den Haa. Tijdens het werkbezoek is met de Tsjechische ombudsman de heer Motejl en de substituut ombudsman mevrouw Abatová esproken. Het proramma bood ook ruimte voor overle met de medewerkers van het instituut. De beide ambtsdraers waren het aan het einde van het bezoek eens, dat een verdere uitbouw van dit eerste bezoek op het niveau van de onderzoekers voor beide instituten vruchtbaar zou kunnen zijn. Daarom is afesproken in het bein van 2003 dit verder uit te werken en een nadere samenwerkin te bezien. 5.5 Buitenlandse betrekkinen Evenals in vooraande jaren ontvin de Nationale ombudsman buitenlandse bezoekers voor overdracht van ervarinen en soms ook voor steun anderszins. De volende personen werden ontvanen: Ambassadeur Petr Kubernát van Tsjechië; het Europees Comité inzake de Voorkomin van Folterinen en Onmenselijke of Vernederende Behandelinen of Bestraffinen (CPT) van de Raad van Europa; de heer Eduardo Cifuentes Muáoz, de Ombudsman van Colombia; een deleatie van ombudsman- en mensenrechteninstituten uit Midden-Amerika, Afrika en Indonesië; Pat Whelan, directeur van het kantoor van de Ierse Ombudsman; Bernard Hubeau, de Vlaamse ombudsman; De heer mr. F. Goededra, Gouverneur van de Nederlandse Antillen; de heer Protaris Rumanzi en mevrouw Mary Ashimwe uit Rwanda; de Russische Federale Ombudsman, de heer Ole Mironov, verezeld door twee stafleden; de heer Hyun Yoo van de Nationale Mensenrechtencommissie van de republiek van Korea. De ambtsdraers ondernamen de volende buitenlandse activiteiten: deelname van de Nationale ombudsman aan de «Meetin of the British, Irish and European Public Sector Ombudsmen» in London, 27 februari. Dit was tevens een bijeenkomst van de Europese afdelin van het IOI; werkbezoek van de Nationale ombudsman aan de mensenrechtenombudsman van Bosnië-Herzeovina, de heer Frank Orton. Sarajevo, 7 9 maart; deelname van de Nationale ombudsman aan de conferentie van Europese Ombudsmannen «The Role of the Ombudsman in the Protection of the Human Rihts», eoraniseerd door de Commissaris voor de Rechten van de Mens van de Raad van Europa in samenwerkin met de Ombudsman van Litouwen. Vilnius, 5-6 april; deelname van de substituut-ombudsman aan de workshop «The Athens Network of the Ombudsmen for the Protection of the Environment». Athene, april; deelname van de substituut-ombudsman aan de 6e Ombudsman Conferentie van het Europese Ombudsman Instituut «Role of Ombudsmen in the Beinnin of the XXI Century», eoraniseerd door de Poolse Ombudsman in samenwerkin met het EOI. Krakau, mei; Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

119 werkbezoek van de Nationale ombudsman aan het Roemeense ombudsmaninstituut op uitnodiin van zijn Roemeense collea, de heer Ioan Muraru. Boekarest, november; werkbezoek van de Nationale ombudsman aan het ombudsmaninstituut in Tsjechië op uitnodiin van de Tsjechische Ombudsman, de heer Otakar Motejl. Praa, november. 5.6 Voordrachten; publicaties Voordrachten De Nationale ombudsman en enkele medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman hielden bij verschillende eleenheden voordrachten over (aspecten van) het werk van de Nationale ombudsman. Zo hebben medewerkers op 7 februari een presentatie verzord voor eerstejaars studenten van de rechtenfaculteit van Tilbur. Op 15 februari vond een presentatie plaats voor studenten van de mbo-opleidin sociaal-juridische dienstverlenin. Voorts af de Nationale ombudsman op 26 maart een lezin over de taak en functie van de Nationale ombudsman voor leden van de Nijmeese Bestuurs- en staatsrechtelijke vereniin Politikon en andere studenten en medewerkers van de Katholieke Universiteit Nijmeen. Mevrouw S.E. Marseille heeft op 18 april een inleidin verzord op een bijeenkomst in Utrecht, eoraniseerd voor beleidsmedewerkers van de Home Office uit Eneland. Op diezelfde da hield mevrouw I. Mulder tijdens het conres Herzienin van het klachtrecht bij de overheid, een voordracht over het voorontwerp extern klachtrecht, het nieuwe herkansinsbeleid van de Nationale ombudsman en de behoorlijkheidscriteria. Het conres was eoraniseerd door het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid en vond plaats in Arnhem. Mevrouw E.J. van Rijssen heeft op 25 april een voordracht ehouden voor de klachtenfunctionarissen van de zorverzekeraars op een bijeenkomst in Zeist, eoraniseerd door de Ombudsman Zorverzekerinen. Mevrouw J. Nieuwenhuys heeft op 29 mei een presentatie eeven aan 150 strafrechtadvocaten over de Nationale ombudsman en de rol van de intermediairs tijdens een ledenveraderin van de Nederlandse Vereniin voor Strafrecht Advocaten in Nieuweein. Op 3 juli heeft de heer P.S. Sjouke een presentatie eeven op het conres «Interiteit in het openbaar bestuur», eoraniseerd door de Vereniin voor Overheidsmanaement over bestuurlijke interiteit als thema van de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman heeft op 12 december een voordracht ehouden tijdens de Beroepsopleidin Gemeentejuristen, over de verhoudin tussen emeenten en de Nationale ombudsman. Publicaties Ook in 2002 werd een root aantal rapporten van de Nationale ombudsman, al dan niet verkort of eannoteerd, epubliceerd in jurisprudentieperiodieken of -rubrieken (zie voor een overzicht van vindplaatsen: bijlae 2). Verder verschenen in 2002: R. Fernhout en S. Sjouke, Openbaarheid van bestuur versus persoonsbeschermin, in: De ombudsman teen discriminatie, bijdraen aan seminar eoraniseerd door de vier Belische parlementaire ombudsmannen en de Europese Ombudsman, Brussel, september 2001, blz ; De Nationale ombudsman en het hoer onderwijs, in Cherchez La Femme, opstellen aaneboden aan Marya van Empel, Amsterdam, 2002, blz ; R. Fernhout, De Nationale ombudsman en de Awb, in: M. Lurks, W. den Ouden, J.E.M. Polak, A.E. Schilder (red.), De rootste emene deler, opstellen aaneboden aan prof. mr. Th.G. Drupsteen, Kluwer 2002, blz Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

120 6 BEOORDELING VERZOEKSCHRIFTEN OP BEVOEGDHEID EN ONTVANKELIJKHEID; TELEFONISCHE VERZOEKEN OM INFORMATIE 6.1 Inleidin In dit hoofdstuk wordt in rote lijnen versla edaan van de toetsin van verzoekschriften op bevoedheid en ontvankelijkheid ( 6.2 tot en met 6.5). Verder komt de behandelin van telefonische klachten en vraen aan de orde. In 6.2 wordt een cijfermati overzicht van de toetsin van verzoekschriften eeven. In 6.3 wordt een beschrijvin van de toetsin van verzoekschriften aan de artikelen 1a, 16 en 14 van de Wet Nationale ombudsman (verder WNo) eeven. De behandelin van buitenwettelijke verzoekschriften komt aan de orde in 6.4. In 6.5 wordt aandacht besteed aan telefonisch inediende klachten en vraen. Ook wordt in die pararaaf kort ineaan op per ontvanen post. 6.2 Cijfermati overzicht van de verwerkin van de verzoekschriften De Nationale ombudsman ontvin in verzoekschriften. Vereleken met 2001, toen 9528 verzoekschriften werden inediend is dit een lichte stijin van 1,1%. Tabel 6 Jaarverelijkin nieuw binnenekomen verzoekschriften per maand januari februari maart april mei juni juli auustus september oktober november december totaal In 2002 heeft de Nationale ombudsman verzoekschriften afedaan (in de vorm van afschrijvinen, waarvan een deel na onderzoek, en rapporten). In 7465 zaken is een onderzoek inesteld omdat de Nationale ombudsman daartoe niet bevoed was, of omdat het verzoek niet ontvankelijk was. In die evallen is verzoeker uiteled waarom een onderzoek is inesteld. De omvan van de voorraad dossiers, die no op ontvankelijkheid en bevoedheid moest worden etoetst, was op 1 januari In 135 van die dossiers was er al wel een eerste beoordelin eweest. Het was in die evallen echter no niet moelijk om een definitieve beslissin te nemen over het al dan niet instellen van een onderzoek, omdat no niet over voldoende informatie werd beschikt. In 2001 werd 42,2% van de niet in onderzoek enomen verzoekschriften afedaan binnen vier weken. In 2002 was dit 53,2%. In 2001 werd 67,8% van de dossiers binnen acht weken afedaan en in ,7% van de dossiers. In de evallen waarin de behandelinsduur laner was dan vier weken had dit voor een belanrijk deel te maken met de noodzaak om Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

121 nadere informatie bij de verzoeker op te vraen om de vraa te kunnen beantwoorden of de klacht wel of niet in onderzoek kon worden enomen. 6.3 De toetsin van de verzoekschriften Inleidin Op deze plaats worden enkele toepassinen beschreven van de artikelen 1a, 16 en 14 van de WNo. In artikel 1a is ereeld op welke bestuursoranen de WNo van toepassin is. In artikel 16 staat in welke evallen de Nationale ombudsman een onderzoek ma instellen naar edrainen van bestuursoranen. In artikel 14 is ereeld in welke evallen de Nationale ombudsman wel bevoed, maar niet verplicht is een onderzoek in te stellen. Met inan van 1 juli 2002 heeft de Nationale ombudsman zijn beleid ten aanzien van klachten over edrainen van bestuursoranen in hun rol van werkever bijesteld. Voordien achtte de Nationale ombudsman behoudens enkele uitzonderinen klachten over edrainen, welke de interne arbeidsverhoudin tussen bestuursoranen en hun personeel betroffen, niet ontvankelijk. De uitzonderinen olden onder meer evallen waarin de klacht niet primair was teru te voeren op het bestaan van de arbeidsverhoudin, zoals bij het niet of te laat beantwoorden van brieven (zie Jaarversla 1985, Kamerstukken II 1985/86, , nrs. 1 2, blz ). De parlementaire eschiedenis en de preambule van de WNo vormden indertijd de basis voor dit standpunt, in de WNo zelf zijn een duidelijke aanknopinspunten te vinden. De parlementaire eschiedenis van hoofdstuk 9 Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) laat echter een ruimte voor twijfel: de interne klachtprocedure staat ook open voor personeel, werkzaam bij een bestuursoraan (Kamerstukken II 1997/98, , nr. 3, blz.2). Daarmee staat de rol van de Nationale ombudsman de externe klachtvoorzienin ten aanzien van edrainen van bestuursoranen vast. De Nationale ombudsman acht klachten van personeel, werkzaam bij een bestuursoraan, nu dus in beinsel wel ontvankelijk. Uiteraard elden hierbij de beperkinen van de artikelen 16 en 14 WNo. Zo zal de Nationale ombudsman een klachten in behandelin nemen als de klacht is ericht teen een besluit of edrain waarteen bezwaar of beroep aanetekend kan of kon worden. Tabel 7 Verdelin afedane verzoekschriften 2002 % 2001 % 1. Buitenwettelijke verzoekschriften een onderzoek, op rond van artikel 1a artikel , ,0 2. Binnenwettelijke verzoekschriften: a. een onderzoek, op rond van artikel artikel artikel kennisevinen 149 overie (inetrokken/non-respons) , ,9 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

122 2002 % 2001 % b. Via onderzoek afedaan door Afd. II, III en IV ,1 rapporten 413 herkansinen 893 overie afdoeninen totaal Artikel 1a: Bevoedheid naar bestuursoraan Voor de tekst van artikel 1a wordt verwezen naar de bijlaen, waarin de WNo is openomen. In is vermeld hoeveel nieuwe decentrale bestuursoranen onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman zijn ekomen. Inevole artikel 1a, eerste lid, onder b, WNo ma de Nationale ombudsman alleen klachten over bestuursoranen van provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen behandelen als zij overeenkomsti artikel 1b WNo zijn aanewezen. Zijn de bestuursoranen van een derelijk lichaam niet aanewezen, dan spreekt de Nationale ombudsman ook wel over een niet-aanesloten lichaam. Bij de toepassin van deze bepalin zijn twee interessante evallen aan de orde eweest. Het eerste eval: de bestuursoranen van de emeente Den Haa zijn niet aanewezen als bestuursoranen in de zin van de WNo. De emeente Den Haa heeft een eien emeentelijke ombudsman. Het collee van buremeester en wethouders van de emeente Den Haa, is inevole artikel D 3a van de Kieswet belast met de reistratie van Nederlandse kieserechtiden die in het buitenland wonen. Vroeer was de Rijksinspectie voor de bevolkinsreisters met deze taak belast. Het aat hier om de uitoefenin van een taak op rijksniveau. De vraa is erezen of het collee van buremeester en wethouders bij de uitoefenin van deze taak wel als bestuursoraan in de zin van de WNo kan worden aanemerkt. Conclusie was echter dat het hoe dan ook aat om een niet aanewezen bestuursoraan van een emeente. De Nationale ombudsman achtte zich daarom niet bevoed een onderzoek in te stellen naar de klacht dat verzoekster een stembiljet had ontvanen voor de verkiezinen van de leden van de Tweede kamer der Staten-Generaal (zie ook 6.4). Het tweede eval: in het oude artikel 170 van de Weenverkeerswet 1994 (verder WVW 1994) was het volende bepaald: indien een opsporinsambtenaar van oordeel was dat het belan van de veiliheid op de we of de vrijheid van het verkeer, dan wel het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen de verwijderin van een voertui noodzakelijk maakte, dan was de buremeester bevoed dat voertui te laten weslepen. De Nationale ombudsman heeft voor 1 januari 2002 enkele malen onderzoek verricht naar de juistheid van het oordeel van een opsporinsambtenaar over de wesleepwaardiheid van een voertui. Op 1 januari 2002 is artikel 170 van de WVW 1994 echter veranderd. Het beoordelen van de wesleepwaardiheid behoort nu tot de bevoedheid van het collee van buremeester en wethouders. Zij kunnen hun bevoedheid mandateren aan opsporinsambtenaren, maar ook dan blijft het formeel een bevoedheid van het collee. Dit betekent dat de Nationale ombudsman niet meer bevoed is een onderzoek in te stellen naar een beslissin over de wesleepwaardiheid als het aat om een niet-aanesloten emeente. Gaat het om een emeente die wel is aanesloten, dan zal de Nationale ombudsman inevole artikel 16, onder c of 14, onder, WNo overiens Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

123 ook een onderzoek meer instellen, omdat teen de beslissin om het voertui we te slepen een bestuursrechtelijke rechtsan open staat. Een lasti te beoordelen onderdeel van artikel 1a is het eerste lid, onder e, WNo: «andere bestuursoranen, voor zover niet bij alemene maatreel van bestuur uitezonderd». Voor de beantwoordin van de vraa of een instantie een bestuursoraan is in de zin van deze bepalin moet artikel 1:1 van de Alemene wet bestuursrecht worden eraadpleed. Volens dat artikel wordt onder bestuursoraan verstaan: a. een oraan van een rechtspersoon, die krachtens publiekrecht is inesteld (a-oraan); b. een ander persoon of collee, met eni openbaar eza bekleed (b-oraan). De Nationale ombudsman heeft in 2002 over de volende instanties uitesproken of zij bestuursoraan zijn in de zin van de WNo of niet. Geen bestuursoraan zijn: de Stichtin NOMAs (opvan minderjarie asielzoekers in Groninen en Friesland); de Koninklijke Nederlandse Munt BV; de Stichtin Pensioenfonds Werk en (re)interatie voor werknemers in de WSW en WIW. Voorheen was deze instellin, een stichtin als bedoeld in artikel 30a van de Wet Sociale Werkvoorzienin, onder het toen eldende esloten systeem van bestuursoranen aanewezen als bestuursoraan in de zin van de WNo. Het artikel is echter vervallen en de Stichtin oefent een openbaar eza uit; reïnteratiebedrijven. Bij de reïnteratiebedrijven valt het volende op te merken. Ook als reïnteratiebedrijven door het Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen (verder UWV) of door een emeente worden ineschakeld zijn het particuliere bedrijven, die niet zijn bekleed met openbaar eza. Indien het reïnteratiebedrijf over een eien klachtreelin beschikt, dan kan over de klachtbehandelin door het reïnteratiebedrijf worden eklaad bij het UWV respectievelijk bij de emeente voor zover het de uitvoerin van de overeenkomst tussen UWV respectievelijk de emeente enerzijds en het reïnteratiebedrijf anderzijds betreft. Wordt door het UWV respectievelijk door de emeente niet op bevrediende wijze aan die klacht teemoet ekomen, dan is de Nationale ombudsman wel bevoed een klacht over het UWV of de bij de Nationale ombudsman aanesloten emeente te behandelen. De klacht over het reïnteratiebedrijf komt hierbij echter niet rechtstreeks aan de orde. Wel als bestuursoraan aanemerkt zijn: Stichtin Het Gebaar; Stichtin NIDOS (opvan alleenstaande minderjarie asielzoekers); Stichtin Fonds voor de Podiumkunsten bij de behandelin van een bezwaarschrift; Stichtin Nederlands Instituut voor Lifttechniek (Liftinstituut) als uitvoerder van keurinen; notarissen en deurwaarders, voor zover zij ambtshandelinen verrichten; Bureaus voor Jeudzor, c.q. Stichtin Jeudzor (als verstrekker van een pleeeldveroedin of als uitvoerder van een voorzienin van pleezor die de eschiktheid van een pleeezin dient te beoordelen); Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

124 een zorkantoor (in een bijzondere situatie, waarin een zorverzekeraar was aan te wijzen waarbij een medewerker van een volkenrechtelijke instellin verzekerd was. Bij verzoeker was ten onrechte de indruk ewekt dat de kosten van opname in een verpleehuis via de AWBZ zouden worden veroed); (ezins)voodij-instellinen, voor zover zij openbaar eza uitoefenen; Raad voor de Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen (ROG); Commissie van Beroep inzake de Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen. Enkele (ezins)voodij-instellinen hebben vraen esteld bij de reikwijdte van de bevoedheid van de Nationale ombudsman. Zij erkenden dat (ezins)voodij-instellinen, voor zover zij openbaar eza uitoefenen, bestuursoraan zijn in de zin van de Awb en de WNo. Men vroe zich echter met name af of de Nationale ombudsman ook bepaalde feitelijke handelinen kon onderzoeken. De Nationale ombudsman bevestide dat de WNo alleen van toepassin is op (ezins)voodij-instellinen als zij publiekrechtelijke bevoedheden uitoefenen. Dat is echter niet alleen het eval als zij besluiten nemen in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Ook als de uitoefenin van een bevoedheid zich voordoet in een andere vorm, bijvoorbeeld een mondelin eeven bevel, of een handelin, ericht op publiekrechtelijk rechtsevol is er sprake van uitoefenin van openbaar eza. Ook de context van de edrain is hierbij van belan bij de beoordelin van de bevoedheid van de Nationale ombudsman. Ook de feitelijke handelinen en privaatrechtelijke rechtshandelinen die in het kader van of in samenhan met het verrichten van publiekrechtelijke handelinen worden verricht vallen onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman. In de praktijk betekent dit dat telkens wanneer een (ezins)voodij-instellin een publiekrechtelijke taak uitoefent, bijvoorbeeld in het eval van een door de kinderrechter uitesproken ondertoezichtstellin, in beinsel alle edrainen die zij in samenhan hiermee verricht voor onderzoek door de Nationale ombudsman in aanmerkin komen. De ROG en de Commissie van Beroep inzake de Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen hebben de bevoedheid van de Nationale ombudsman om hun edrainen te onderzoeken bestreden. De Nationale ombudsman bleef echter bij zijn standpunt dat beide instanties zijn aan te merken als bestuursoraan in de zin van de Wet Nationale ombudsman. Het volende is daarbij van belan. Sinds 1 april 1998 bestaat in de ezondheidszor het basisberoep ezondheidszorpsycholoo. Artikel 24 van de Wet op de beroepen in de individuele ezondheidszor (verder Wet BIG) stelt als voorwaarde om in het desbetreffende reister te kunnen worden ineschreven als ezondheidszorpsycholoo de verplichtin om in het bezit te zijn van een etuischrift waaruit blijkt dat betrokkene voldoet aan bij alemene maatreel van bestuur estelde opleidinseisen. In artikel 2 van het Besluit ezondheidszorpsycholoo (verder BGZP) is bepaald dat een derelijk etuischrift wordt uitereikt door een door de Minister van Volksezondheid, Welzijn en Sport aanewezen opleidinsinstellin. De Minister heeft zes opleidinsinstellinen aanewezen. Artikel 9 van het BGZP draat de opleidinsinstellinen op een examencommissie in te stellen en een opleidins- en examenrelement vast te stellen, waarin onder meer de behandelin van klachten teen beslissinen van de examencommissie en het verlenen van ontheffin van onderdelen van de opleidin wordt ereeld. In hoeverre de in de individuele ezondheidszor werkzame (klinisch) psycholoen en (ortho)pedaoen zonder verdere aanvullende opleidin in aanmerkin komen voor inschrijvin in het BIG-reister van ezondheidszorpsycholoen, is niet uitdrukkelijk als overansrecht Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

125 wettelijk ereeld. Met instemmin van de Minister van Volksezondheid, Welzijn en Sport en met medeweten van de Tweede Kamer (Handelinen II 21 januari 1998, blz ) hebben de twee betrokken beroepsvereniinen het Nederlands Instituut van Psycholoen (verder NIP) en de Nederlandse vereniin van pedaoen en onderwijskundien (verder NVO) en de zes aanewezen opleidinsinstellinen een samenwerkinsovereenkomst esloten waarbij zij de Overansreelin ezondheidszorpsycholoo hebben vastesteld. Bij deze privaatrechtelijke samenwerkinsovereenkomst hebben de beroepsvereniinen en opleidinsinstellinen een Raad voor de Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen (verder ROG) in het leven eroepen, waaraan de eindverantwoordelijkheid wordt opedraen voor het uitvoeren van de overansreelin ten behoeve van de reeds in de individuele ezondheidszor werkzame psycholoen en pedaoen die in aanmerkin willen komen voor het voeren van de titel ezondheidszorpsycholoo. In de overeenkomst is bepaald dat de ROG besluiten neemt tot het verlenen van alehele, edeeltelijke of een vrijstellin. Bij een besluit tot alehele vrijstellin wordt elijktijdi een etuischrift verstrekt. Een edeeltelijke vrijstellin aat verezeld van een studieadvies. Na het opvolen van het studieadvies meldt de betrokkene zich bij de opleidinsinstellin in de reio waarin hij of zij werkzaam is ter verkrijin van het etuischrift. Op rond van artikel 2 van de overeenkomst dienen de opleidinsinstellinen zich te conformeren aan de adviezen en besluiten ter zake van de ROG, zij het dat zij in voorkomend eval bezwaren naar voren kunnen brenen, waaraan de ROG vervolens al dan niet teemoet kan komen. In de overeenkomst wordt de ROG verder opedraen een commissie bezwaar en beroep in te stellen en een relement van bezwaar en beroep vast te stellen. De ROG heeft onder meer een Commissie van Beroep inesteld, die bindende uitspraken doet. Zoals bepaald in artikel 1:1, eerste lid, Awb, wordt onder bestuursoraan verstaan: a. een oraan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is inesteld, of b. een ander persoon of collee, met eni openbaar eza bekleed. Naar aanleidin van deze bepalin is het in de literatuur ebruikelijk om bestuursoranen onder te verdelen in zoenoemde a-oranen en b-oranen. De ROG en de Commissie van Beroep zijn een oranen van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is inesteld. Zij kunnen daarom een a-oraan zijn. Daarmee resteert de vraa of zij met openbaar eza zijn bekleed, in welk eval zij b-oraan zouden zijn. Voor b-oranen is, anders dan de ROG en de Commissie van Beroep kennelijk menen, niet van belan of hun instellin is ebaseerd op een wettelijke bepalin. In de samenwerkinsovereenkomst Overansreelin ezondheidszorpsycholoo die de zes opleidinsinstellinen hebben esloten met het NIP en de NVO hebben zij de hun in het BGZP toeekende bevoedheid om te beslissen op verzoeken om vrijstellin of ontheffin van (onderdelen van) de opleidin tot ezondheidszorpsycholoo overedraen aan de ROG voor zover die verzoeken afkomsti zijn van al in de individuele ezondheidszor werkzame psycholoen en pedaoen. Tevens voorziet de overeenkomst in het instellen door de ROG van een commissie van bezwaar en beroep. Blijkens de overeenkomst hebben de opleidinsinstellinen, ten unste van de ROG, afstand edaan van hun bevoedheid om te beslissen op verzoeken om ontheffinen (vrijstellinen) van deze cateorie psycholoen en pedaoen. Zij kunnen no wel bezwaren naar voren brenen teen beslissinen en adviezen van de ROG, maar het staat de ROG vrij niet aan die bezwaren teemoet te komen. Beslissinen Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

126 van de Commissie van Beroep zijn bindend. Daaruit blijkt dat de ROG en de Commissie van Beroep de aan hen toeekende of overedraen bevoedheden onder eien verantwoordelijkheid uitoefenen. De uitoefenin van de bevoedheid van de ROG om te beslissen op verzoeken van in de ezondheidszor werkzame psycholoen en pedaoen tot vrijstellin en de uitoefenin van de bevoedheid van de Commissie van Beroep om in beroep bindend uitspraak te doen ten aanzien van beslissinen van de ROG, moeten elet op de publiekrechtelijke rechtsevolen die daaraan zijn verbonden worden aanemerkt als het uitoefenen van openbaar eza. De omstandiheid dat de zes opleidininstellinen ter zake hun wettelijke bevoedheid bij privaatrechtelijke overeenkomst hebben overedraen, doet daaraan niet af. In dit verband is mede van belan dat de samenwerkinsovereenkomst Overansreelin ezondheidszorpsycholoo de instemmin heeft ekreen van de Minister van Volksezondheid, Welzijn en Sport en onderwerp is eweest van beraadslain van de Tweede Kamer met deze minister. Omdat de ROG en de Commissie van Beroep bekleed zijn met eni openbaar eza, moeten zij worden aanemerkt als bestuursoranen. Dit brent met zich mee dat de Wet Nationale ombudsman (verder WNo) op hen van toepassin is (rapport 2002/0213, zie ook 20B.4). Gecompliceerd is de situatie bij reionale indicatieoranen (verder RIO s). Dit soort instellinen komt in verschillende verschijninsvormen voor: als stichtin, als emeentelijke bestuurscommissie en als emeenschappelijke reelin. In de twee laatste evallen was de Nationale ombudsman, in ieder eval tot 1 oktober 2002, alleen bevoed om een onderzoek in te stellen als de emeente of de emeenschappelijke reelin bij de Nationale ombudsman was aanesloten. Op rond van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep moest worden aanenomen dat RIO s in stichtinsvorm een openbaar eza uitoefenen, omdat hun indicatiestellinen in het kader van de Alemene Wet Bijzondere Ziektekosten (verder AWBZ) als advies, en niet als beschikkin moesten worden aanemerkt. Zij waren dus tot 1 oktober 2002 een bestuursoraan in de zin van de WNo. Door een wijziin van artikel 9a van de AWBZ is nu buiten twijfel esteld dat een indicatiestellin een besluit is in de zin van de Awb. Ook RIO s in stichtinvorm oefenen bij de indicatiestellin per 1 oktober 2002 openbaar eza uit. Per die datum zijn zij dus wel bestuursoraan in de zin van de Awb en de WNo. Bij de adviserin in het kader van de Wet voorzieninen ehandicapten zijn de stichtinen een bestuursoraan. Inevole artikel 1a, vierde lid, WNo wordt een edrain van een ambtenaar, verricht in de uitoefenin van zijn functie, aanemerkt als een edrain van het bestuursoraan onder wiens verantwoordelijkheid hij werkzaam is. Iemand klaade erover dat de riffier van de Hoe Raad der Nederlanden in een per aanetekende post verstuurde brief een kortere termijn stelde voor het even van informatie dan de termijn die de PTT af om het poststuk af te halen op het postkantoor. In dit eval kon de termijn niet worden toeerekend aan een bestuursoraan in de zin van de WNo. De termijn was vastesteld door de Hoe Raad zelf. De Hoe Raad is in dit verband een bestuursoraan in de zin van de WNo. Het Centraal Administratiekantoor (verder CAK) voert taken uit bij de innin van eien bijdraen thuiszor. De Nationale ombudsman rekent edrainen van het CAK, voor zover het de uitoefenin van openbaar eza betreft bij de innin van bedoelde eien bijdraen, toe aan zorverzekeraars, of in voorkomende evallen, aan de Ziekenfondsraad. Enkele zorverzekeraars hebben de vraa esteld of zij wel verantwoor- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

127 delijk kunnen worden ehouden voor edrainen van het CAK, omdat zij een invloed hebben op het CAK. Op rond van de wetssystematiek blijft de Nationale ombudsman echter op het standpunt staan dat de edrainen van het CAK in het kader van de innin van eien bijdraen zijn toe te rekenen aan zorverzekeraars. Blijkens het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekerin verricht het CAK zijn taken niet op eien titel, maar namens zorverzekeraars. Het aat hierbij om een wettelijk mandaat van de zorverzekeraars aan het CAK. Dit betekent dat de edrainen van het CAK zijn toe te rekenen aan de zorverzekeraar wie de cliënt is verzekerd (zie voor een inhoudelijke beschrijvin van onderzoeken naar edrainen van het CAK 20B.2) Artikel 16: Bevoedheidsafbakenin naar edrain Inleidin Is vastesteld dat de instantie waarover wordt eklaad of waaraan de edrain kan worden toeerekend een bestuursoraan is, dan toetst de Nationale ombudsman het verzoekschrift vervolens aan de bevoedheidsbepalinen van artikel 16 WNo. Hieronder zijn enkele toepassinen beschreven Onbevoedheid bij alemeen reerinsbeleid en bij alemeen beleid betrokken bestuursoraan Een ondernemer was van oordeel dat de Minister van Economische Zaken een wispelturi beleid voerde op het punt van zonne-enerie. Ook de Minister van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer was bij het beleidsonderwerp betrokken. Het in hier om alemeen reerinsbeleid op het terrein van duurzame enerie, waarop de Tweede Kamer der Staten-Generaal controle uitoefent. De Nationale ombudsman achtte zich niet bevoed een onderzoek in te stellen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

128 Evenmin is de Nationale ombudsman bevoed een onderzoek in te stellen naar het reerinsbeleid op het punt van (wachtlijsten in) de ezondheidszor of op het punt van de aanschaf van de Joint Strike Fihter. Ook stelde de Nationale ombudsman een onderzoek in naar een klacht dat de reerin een maatreelen trof teen prijsverhoinen als evol van de invoerin van de Euro. Het alemene beleid inzake de terukeer van roepen asielzoekers, bijvoorbeeld Irakezen, waarover overle is eweest tussen de reerin en de Tweede Kamer, werd eveneens als reerinsbeleid beschouwd. Diverse klachten en vraen ontvin de Nationale ombudsman over de afwijzin van een verzoek om veroedin van kosten voor vaccinatie teen meninokokken (hersenvliesontstekin), emaakt voor de start van de landelijke vaccinatiecampane. Over dit onderwerp is overle eweest tussen de Minister van Volksezondheid, Welzijn en Sport (verder VWS) en de vaste Commissie uit de Tweede Kamer voor VWS. De Nationale ombudsman beschouwde deze kwestie als een zaak van alemeen reerinsbeleid. Onder alemeen reerinsbeleid wordt ook berepen het alemeen beleid ter handhavin van de rechtsorde. De Nationale ombudsman stelde daarom een onderzoek in naar alemeen eformuleerde klachten over het feit dat al bij een kleine snelheidsovertredin een administratieve sanctie wordt opeled. Klachten over emeentelijk huisvestinsbeleid kwamen niet voor onderzoek in aanmerkin, omdat het huisvestinsbeleid behoort tot het alemeen beleid van het betrokken bestuursoraan Onbevoedheid Nationale ombudsman ten aanzien van alemeen verbindende voorschriften (artikel 16, onder b) In artikel 16, eerste lid, van de Alemene Kinderbijslawet (verder AKW) is bepaald dat de Sociale verzekerinsbank (verder Svb) bevoed is om controlevoorschriften vast te stellen. De Svb heeft van de bevoedheid ebruik emaakt door het vaststellen van «Controlevoorschriften AKW». Daarin is onder meer openomen dat, als een aanvraer of een kind in het buitenland woont, de aanvraer van kinderbijsla op verzoek van de Svb een door een bevoede autoriteit ewaarmerkt levensbewijs van deene die buiten Nederland woont moet overleen. De Nationale ombudsman beschouwt dit voorschrift als een alemeen verbindend voorschrift en is dus niet bevoed de redelijkheid of billijkheid daarvan te onderzoeken. Het Besluit beleidsreels boeten AOW, Anw en AKW werd niet als alemeen verbindend voorschrift beschouwd. Het betreft hier beleidsreels. Geen onderzoek werd inesteld naar de klacht van een mevrouw die meende dat de overheid te weini budet beschikbaar stelt om ziekenhuizen in staat te stellen de ooziekte maculadeeneratie te behandelen. De klacht kwam in feite neer op een klacht over de wettelijke bekostiinssystematiek van medische behandelinen. De kwestie is onderwerp van overle eweest tussen de vaste Commissie voor VWS van de Tweede Kamer en de minister van VWS. De Nationale ombudsman heeft een aantal klachten ekreen over de stevie verhoin van de lees, verbonden aan het aanvraen van een verblijfsverunnin. Voor een ezin dat wekelijks 81 krijt om van te leven is een bedra aan lees van in totaal 854 moeilijk op te brenen. De artikelen 3.34 en 3.34a van het Voorschrift Vreemdelinen zijn echter alemeen verbindende voorschriften. De Nationale ombudsman is dus Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

129 niet bevoed een oordeel te even over de behoorlijkheid van de leesverhoin Onbevoedheid Nationale ombudsman bij openstaan of aanhani zijn van een bezwaar- of beroepsprocedure (artikel 16, onder c) Het komt met enie reelmaat voor dat verzoekers klaen over een besluit waarteen bezwaar of beroep openstaat, of waarteen een bezwaar- of beroepsprocedure aanhani is. Te denken valt aan klachten over de afwijzin van een verzoek om een verblijfsverunnin of aan een beslissin over de mate van arbeidsoneschiktheid in het kader van uitvoerin van de Wet op de arbeidsoneschiktheidsverzekerin (WAO). In een derelijk eval is de Nationale ombudsman niet bevoed een onderzoek in te stellen. Staat no een procedure open, dan biedt de Nationale ombudsman op rond van artikel 13 WNo doorzendin aan. Op rond van de artikelen 3:45 en 6:23 Awb zijn bestuursoranen verplicht bij een besluit aan te even of er een rechtsmiddel openstaat, voor wie, binnen welke termijn en bij welk oraan. Niet in alle evallen wordt aan deze wettelijke verplichtin voldaan (zie bijvoorbeeld rapport 2002/375 over zorverzekeraars). Soms wordt een informatieve brief estuurd, terwijl de brief het karakter had moeten hebben van een besluit. Soms beseft een bestuursoraan niet dat een beslissin een besluit is in de zin van de Awb. De Nationale ombudsman moet dan ook altijd alert blijven of een brief een besluit bevat, ook al is er een rechtsmiddelverwijzin bij de beslissin. Onzekerheid bestaat er over de vraa in welke evallen no een rechtsmiddel openstaat als het bestuursoraan heeft verzuimd op een openstaande bezwaar of beroepsmoelijkheid te wijzen en de termijn is verstreken. Blijkens de rechtspraak staat in dit soort evallen alleen no een rechtsmiddel open als er een bijzondere omstandiheid is. Wat een bijzondere omstandiheid is, is echter no niet uitekristalliseerd in de rechtspraak. Wordt de Nationale ombudsman econfronteerd met een na het einde van de bezwaar- of beroepstermijn inediende klacht over een besluit, waarbij niet is ewezen op het openstaande rechtsmiddel, dan wijst de Nationale ombudsman verzoeker erop dat in bijzondere evallen no bezwaar of beroep openstaat. Het is aan de bevoede instantie om te bepalen of het bezwaar of beroep in behandelin kan worden enomen. Heeft een bestuursoraan naar de menin van de Nationale ombudsman ten onrechte een rechtsmiddelverwijzin bij een besluit vermeld, dan stelt de Nationale ombudsman in beinsel een onderzoek uit eien bewein in naar die edrain op rond van artikel 15 WNo. Ook is niet altijd duidelijk of een beslissin is ericht op rechtsevol. Is dat niet het eval, dan is de beslissin een besluit in de zin van de Awb. Teen de mededelin dat een dienstverband van rechtswee zal eindien staat blijkens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (verder CRvB) bezwaar open, nu die mededelin is te beschouwen als een besluit om een aanstellin in vaste dienst, noch een verlenin van de tijdelijke aanstellin te even (zie CRvB 10 maart 1988, TAR 1988, 105). Zelfs als de mededelin achterwee blijft is bezwaar of beroep moelijk. Inevole artikel 8:1 Awb wordt met een besluit elijkesteld een andere handelin van een bestuursoraan waarbij (kortwe) een ambtenaar belanhebbende is. De beslissin op een verzoek om ontheffin van de sollicitatieplicht moet in de vorm van een besluit worden eeven. Iemand die het niet eens is met de voor hem of haar eldende sollicitatieplicht of met de dreiin dat Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

130 een kortin op de uitkerin zal worden opeled kan dus om ontheffin vraen van de sollicitatieplicht. Teen de beslissin op het verzoek, maar ook teen beslissin om te korten op de uitkerin weens te weini sollicitaties, kan dus bezwaar, en vervolens beroep worden aanetekend. Zolan die rechtsmiddelen openstaan of een bezwaar- of beroepsprocedure aanhani is, is de Nationale ombudsman dus niet bevoed een onderzoek in te stellen. Dit neemt overiens niet we dat de Nationale ombudsman onder omstandiheden wel een onderzoek kan instellen naar de bejeenin in dit soort kwesties. Lees voor emeentelijke diensten worden aanemerkt als emeentelijke belastinen en kunnen via dezelfde we worden aanevochten als belastinaanslaen: bezwaar bij de emeente en vervolens beroep bij de belastinrechter Onbevoedheid Nationale ombudsman bij rechterlijk toezicht (artikel 16, onder ) Dit artikel wordt vooral toeepast in evallen waarin bekla kan worden edaan op rond van de artikelen 12 en 552a van het Wetboek van Strafvorderin. Het aat dan om sepotbeslissinen van de officier van justitie of om inbeslanemin en het uitblijven van een last tot teruave van wat in besla is enomen. Ook wordt artikel 16, onder, WNo toeepast bij klachten over beslissinen van huurcommissies, indien over het onderwerp waarover de huurcommissie zich heeft uitesproken het oordeel van de kantonrechter kan worden evraad. Een andere cateorie van klachten waarbij dit artikel wordt toeepast zijn klachten op het terrein van de landinrichtin. In die evallen waarin men edrainen op rond van de Landinrichtinswet aan de rechter kan voorleen is de Nationale ombudsman niet bevoed een onderzoek in te stellen. Te denken valt aan de toekennin en omschrijvin van rechten, een plan van toedelin en een lijst van eldelijke reelinen. Klachten over het niet (juist) betekenen van een davaardin door een erechtsdeurwaarder worden op rond van artikel 16, onder, WNo buiten behandelin elaten. Op rond van artikel 121 van het Wetboek van Burerlijke Rechtsvorderin moet de rechter naaan of de vooreschreven termijnen en formaliteiten met betrekkin tot de betekenin van de davaardin in acht zijn enomen en of verstek moet worden verleend. Ook in een verzetprocedure kan aan de orde worden esteld dat een davaardin niet is ontvanen Artikel 14: Ontvankelijkheid; discretionaire bevoedheid Nationale ombudsman Inleidin Als de klacht aat over een edrain van een bestuursoraan in de zin van de WNo en artikel 16 WNo niet van toepassin is, dan is de Nationale ombudsman verplicht een onderzoek in te stellen, tenzij een der omstandiheden, enoemd in artikel 14 WNo zich voordoet. Voor de meeste onderdelen van artikel 14 eldt dat de Nationale ombudsman in beinsel (soms tijdelijk) een onderzoek instelt als de in dat onderdeel enoemde omstandiheid zich voordoet. In de rafiek hieronder wordt per onderdeel van artikel 14 een overzicht eeven van de verzoekschriften die op rond van dit artikel niet in onderzoek zijn enomen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

131 Niet voldoen aan vereisten van artikel 12 in samenhan met artikel 14, onder a Op 1 juni 1999 maakte een ambtenaar van een bestuursoraan een telefoonnotitie. Meer dan een jaar later, in de loop van 2000, raakte verzoeker op de hoote van de inhoud van de telefoonnotitie. Volens verzoeker was de inhoud van de telefoonnotitie niet juist. Op 9 juni 2001 diende verzoeker daarover een klacht in bij het bestuursoraan. Het bestuursoraan nam de klacht niet in behandelin, omdat de bestreden edrain meer dan een jaar voor de indienin van de klacht had plaatsevonden. Vervolens lede verzoeker zijn klacht voor aan de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman keurde het oed dat het bestuursoraan de klacht niet in behandelin had enomen. De Nationale ombudsman overwoo dat in artikel 9:8 Awb is ereeld dat een bestuursoraan niet verplicht is een klacht te onderzoeken als de edrain meer dan een jaar daarvoor heeft plaatsevonden. Uit de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

132 Memorie van Toelichtin op artikel 9:8 Awb blijkt dat afwijkin van de jaartermijn in de rede lit als een edrain pas later effect heeft Kennelijke onerondheid van het verzoek (artikel 14, onder b) In deze pararaaf worden enkele evallen beschreven waarin is besloten een onderzoek in te stellen, omdat de klacht kennelijk onerond was. In de brieven aan verzoekers wordt overiens de juridische term «kennelijk onerond» vermeden. In de brieven wordt uiteled waarom de Nationale ombudsman een aanleidin ziet om een onderzoek in te stellen. Een belanrijke cateorie van zaken waarbij artikel 14, onder b, wordt toeepast zijn klachten over de afwijzin van een verzoek om schadeveroedin in evallen waarin een bezwaar of beroep kan worden aanetekend teen die beslissin. Bij de beoordelin van dit soort klachten stelt de Nationale ombudsman zich teruhoudend op. De burerlijke rechter is immers bij uitsluitin bevoed om bindend te beslissen over de vraa of recht bestaat op schadeveroedin. Alleen wanneer in een derelijk eval naar het oordeel van de Nationale ombudsman de aanspraak op schadeveroedin zo duidelijk juist is dat het bestuursoraan in redelijkheid niet tot zijn afwijzende beslissin heeft kunnen komen, acht de Nationale ombudsman de afwijzin niet behoorlijk. In de overie evallen aat de Nationale ombudsman ervan uit dat het aan bestuursoraan vrijstaat om de claim te betwisten en het eventueel te laten aankomen op een rechtszaak. Soms is al aan de hand van het verzoekschrift vast te stellen dat het niet kennelijk onredelijk is dat het bestuursoraan de schadeclaim betwist. In die evallen stelt de Nationale ombudsman een onderzoek in. Een bijzondere cateorie van zaken hierbij is die van claims teen bestuursoranen als webeheerder. Op rond van de rechtspraak stelt de Nationale ombudsman dat zaken die op het wedek lien, maar die een deel uitmaken van de we, zoals boomtakken en modder, de we niet ebrekki maken. De webeheerder is niet aansprakelijk voor schade, die hierdoor is ontstaan. Dit kan anders zijn als de webeheerder, ondanks meldinen, heeft naelaten om de we schoon te maken. In een aan de Nationale ombudsman vooreled eval werd een onderzoek in esteld omdat de betrokken provincie het wedek daelijks inspecteerde en na een meldin over verontreiniin van het wedek direct in actie kwam door waarschuwinsborden te plaatsen en opdracht te even om het wedek te reinien. Een verzoekster maakt een ebruik van een bank- of iro-instellin. Verzoekster meent dat zij door het afschaffen van de kasfunctie van de Belastindienst de heffinskortin waar ze recht op heeft niet uitbetaald kan krijen. Zij stelt dat postcheques alleen worden verstrekt aan rekeninhouders van de ING Postbankroep. Dat is echter niet juist. Het hebben van een rekeninnummer is een voorwaarde voor contante uitbetalin van de heffinskortin door de Belastindienst via een postcheque. Enkele malen is erover eklaad dat de Belastindienst een teruave heeft estort op een ander rekeninnummer dan dat van de rechthebbende. De Belastindienst zou hebben verzuimd een naam-nummercontrole uit te oefenen. In een aantal evallen bleek uit de stukken dat verzoeker zelf het nummer heeft opeeven en heeft verzuimd een nieuw nummer bij de Belastindienst te melden. In dat soort evallen acht de Nationale ombudsman de klacht kennelijk onerond. Privaatrechtelijk heeft de Belastindienst in dit soort evallen voldaan aan de schuld. In redelijkheid kan van de Belastindienst niet worden verland een naam-nummercontrole uit te (laten) voeren. Van de zeer vele teruaven Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

133 moet een aanzienlijk deel op verzoek van de rechthebbende juist estort worden op de rekenin van een ander. Iemand klaade erover dat hij in het nieuwe aanifteformulier inkomstenbelastin onder het kopje «uitkerin» zijn AOW en bedrijfspensioen moest opeven. Hij vond dat niet terecht omdat hij no nooit ebruik had behoeven te maken van een uitkerin. Verzoeker af kennelijk een neatieve uitle aan het berip «uitkerin». Onder verwijzin naar de dikke Van Dale stelde de Nationale ombudsman een onderzoek in, omdat het woord «uitkerin» hier werd ebruikt in een neutrale, en niet in een pejoratieve betekenis. Een emeenteraadslid klaade erover dat het collee van buremeester en wethouders had laten weten zijn klachten over estelde taakverwaarlozin door het collee niet overeenkomsti hoofdstuk 9 Awb te behandelen. De Nationale ombudsman achtte de klacht van verzoeker over de niet ontvankelijk-verklarin van zijn klacht kennelijk onerond. De klachtprocedure van hoofdstuk 9 Awb is niet eschreven voor meninsverschillen tussen raadsleden en het emeentebestuur. Bij de bekendmakin van een besluit tot verlenin van een bouwverunnin wees de emeente ook op de moelijkheid de president van de rechtbank te vraen om een voorlopie voorzienin te treffen. Verzoeker maakte van deze moelijkheid ebruik. De president wees het verzoek af weens het ontbreken van een spoedeisend belan. Verzoeker meende dat de emeente hem onjuist had voorelicht en wilde dat de emeente het betaalde riffierecht aan hem zou veroeden. De emeente wees het verzoek af. De Nationale ombudsman achtte de klacht kennelijk onerond. De emeente had voldaan aan de wettelijke plicht om op het openstaande rechtsmiddel te wijzen. Het was aan verzoeker zelf, eventueel eadviseerd door een juridisch deskundie, om de kans op succes in te schatten. Een verzoekster was het niet eens met de uitkomst van een mediationtraject tussen haar en een emeente. Het traject was eëindid met de ondertekenin van een vaststellinsovereenkomst tussen partijen. De Nationale ombudsman stelt een onderzoek in als een mediationovereenkomst is esloten waarop de reels van de Stichtin Nederlands Mediation Instituut (NMI) van toepassin zijn en in het kader van de mediation een vaststellinsovereenkomst is esloten. Behoudens bijzondere omstandiheden zijn partijen ebonden aan die overeenkomst. Een spijtoptant kan de overeenkomst niet via de Nationale ombudsman openbreken. Geen onderzoek werd inesteld naar een klacht dat een folder van UWV Gak onvoldoende informatie af over het voor verzoeker eldende sociaal minimum. In de folder staat aaneeven dat het sociaal minimum niet voor iedereen elijk is. De hoote hant af van de leeftijd, de leefvorm en de ezinssamenstellin. Ook is het sociaal minimum uitedrukt in percentaes van het minimumloon. Daarmee was naar het oordeel van de Nationale ombudsman voldoende informatie eeven. Een folder kan nu eenmaal een volledi overzicht even van de toepasselijke reelevin. Buiten onderzoek bleef verder een klacht dat een emeente verzoeker de kosten liet draen voor de vertalin van een in het Spaans opestelde eboorteakte. Verzoeker stelde dat burers in andere, rotere emeenten oedkoper uit zijn, omdat de kans roter is dat een van de medewerkers de Spaanse tekst kan vertalen. Uit de parlementaire eschiedenis van de Wet emeentelijke basisadministratie persoonseevens blijkt echter dat het de verantwoordelijkheid van de burer zelf is om op eien kosten een Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

134 voor de Nederlandse autoriteiten berijpelijk stuk aan te leveren. Gemeenten hebben de bevoedheid de burer te vraen een door een beëdid vertaler vertaald document te overleen. Dat het aan het emeentebestuur vrij staat om zich op een andere wijze van een vertalin te voorzien doet hier niet aan af. Ook werd een onderzoek inesteld naar een klacht dat een commissaris van de Koninin een toelichtin had eeven op zijn neatief advies over een aanvraa voor een koninklijke onderscheidin. Uit jurisprudentie van de Afdelin bestuursrechtspraak bleek dat dit soort informatie, als het op schrift is esteld, niet openbaar behoeft te worden emaakt, omdat het aat om documenten, opesteld voor intern beraad. Gelet op die uitspraak kon niet worden esteld dat de commissaris van de Koninin niet behoorlijk had ehandeld door zijn advies niet aan verzoeker toe te lichten Onvoldoende belan of onvoldoende ewicht van de edrain (artikel 14, onder c) Deze bepalin wordt veel ebruikt als een bestuursoraan zelf al heeft erkend dat de edrain niet behoorlijk was en verontschuldiin heeft aaneboden. Ook als een verzoeker klaat over het uitblijven van een antwoord en hij tussentijds antwoord heeft ekreen stelt de Nationale ombudsman in het alemeen een onderzoek in, ervan uitaande dat het verzoeker er om was te doen een antwoord te krijen. Dit neemt overiens niet we dat iemand die dat wil in beinsel wel kan klaen over de lane behandelinsduur, ook al heeft die persoon inmiddels antwoord ehad. Geen onderzoek werd inesteld naar de klacht van een werkever dat hij zijn werknemer van UWV Gak een «sociaal loon» mocht betalen. In de evallen waarin sociaal loon ma worden betaald kan de werkever het loon aanvullen tot 100% van het loon dat de werknemer verdiende voordat hij arbeidsoneschikt werd. Die aanvullin dient dan te worden meeenomen bij de beoordelin van de arbeidsoneschiktheid van de werknemer. Nu een sociaal loon mocht worden uitbetaald was het evol dat de werknemer een laere WAO-uitkerin kree. Teen de beslissin over de hoote van de uitkerin had hij bezwaar aanetekend. De werkever was in deze procedure een rechtstreeks belanhebbende. De Wet Nationale ombudsman (verder WNo) kent een belanhebbendeberip zoals de Alemene wet bestuursrecht dat kent. De Nationale ombudsman acht het echter niet juist dat iemand die niet-ontvankelijk zou zijn in een bestuursrechtelijke procedure, omdat hij een rechtstreeks belanhebbende is, het besluit toch via de Nationale ombudsman zou kunnen aanvechten. In dit soort evallen stelt de Nationale ombudsman daarom op rond van artikel 14, onder c, WNo een onderzoek in Samenhanende edrainen in lopende procedures (artikel 14, onder j en k) De Nationale ombudsman hoeft een onderzoek in te stellen zolan in een andere procedure zijdelins iets overwoen zou kunnen worden over een andere edrain, die nauw samenhant met de edrain waarover een klacht is inediend bij de Nationale ombudsman. Als het voor de besluitvormin van de Nationale ombudsman van belan kan zijn om de uitkomst van die andere procedure af te wachten stelt de Nationale ombudsman een onderzoek in. Naar analoie van artikel 12, eerste lid, laatste volzin, WNo kan een verzoeker uiterlijk een jaar na de datum waarop die andere procedure met een onherroepelijke uitspraak is eëindid om een onderzoek vraen. Dat eldt ook als de klacht niet binnen de termijn van een jaar is vooreled Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

135 aan de Nationale ombudsman of het bestuursoraan. Zou verzoeker dat wel hebben edaan, dan zou hem immers ook zijn eschreven dat hij de afloop van de procedure over die andere edrain moet afwachten. Artikel 14, onder k, wordt bijvoorbeeld toeepast als iemand klaat over de bejeenin bij aanhoudin en bij inverzekerinstellin en in een strafzaak door de verdediin wordt aanevoerd dat de verdachte zijn verklarin door die bejeenin niet in vrijheid heeft afeled. Ook een klacht over dreiende en intimiderende taal van een bestuursoraan in correspondentie over verplichtinen in het kader van een wachteldreelin werd tijdelijk niet in onderzoek enomen, omdat er een procedure liep over een kortin op het wachteld. 6.4 Buitenwettelijke verzoekschriften Tabel 8 Afedane buitenwettelijke verzoekschriften naar aandachtsebied* 2002 % 2001 % Overheid a. huisvestin b. bijstand c.a c. heffinen/belastinen d. overie , ,6 2. Laere overheden overi a. emeenschappelijke reelinen 9 0,5 11 0,6 3. Rechterlijke macht 120 7, Inhoud wettelijke reelinen 18 1,1 44 2,3 5. Diversen (overheid in zijn alemeen, vraa, onduidelijk eschrift) 59 3,5 75 3,8 Niet overheid Overie (o.a. consumentenzaken verzekerinen, arbeids-, huur-, e.a. civielrechterlijke kwesties) , ,7 totaal * een verzoekschrift kan betrekkin hebben op meer dan één aandachtsebied Verzoekschriften die een betrekkin hebben op bestuursoranen in de zin van de Wet Nationale ombudsman worden aanemerkt als buitenwettelijk. In 2002 zijn 1704 verzoekschriften als buitenwettelijk afedaan. Dit is een afname ten opzichte van 2001 (1952) met 12,7%. De afdoenin van buitenwettelijke verzoekschriften is econcentreerd bij het frontoffice van afdelin 1. Buitenwettelijke verzoekschriften zijn onder te verdelen in twee cateorieën, te weten (bestuurs)oranen van de overheid die niet onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen (buitenwettelijke overheid) en instanties die niet tot de overheid erekend kunnen worden. De eerste cateorie betreft met name klachten over emeenten die niet bij de Nationale ombudsman zijn aanesloten, bestuursoranen van emeenschappelijke reelinen die niet zijn aanesloten en de rechterlijke macht. De verdelin van klachten over buitenwettelijke overheid en niet-overheid was in ,8% 46,2% (in 2001: 53,3% 46,7%). Onder buitenwettelijke overheid wordt verstaan de volende cateorieën: overheid in het Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

136 alemeen, buitenwettelijke emeenschappelijke reelinen/emeenten, inhoud wettelijke reelinen en rechterlijke macht. Het aandeel verzoekschriften met betrekkin tot niet-aanesloten emeenten is toeenomen tot 41,7% van het aantal buitenwettelijke verzoekschriften (2000: 38,6%). Om te bevorderen dat bestuursoranen, waaronder niet-aanesloten emeenten, klachten met toepassin van hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) behandelen, worden verzoekers in het voorkomende eval er door de Nationale ombudsman op ewezen hun klacht onder vermeldin van deze wettelijke bepalin aan de emeente voor te leen. Voor zover de emeente heeft voorzien in een externe klachtinstantie en deze bij de Nationale ombudsman bekend is, wordt de klaer hiervan in kennis esteld. Opvallend in de klachten over niet-aanesloten emeenten waren de verzoekschriften die in het verkiezinsjaar 2002 betrekkin hadden op het Projectbureau Verkiezinen van de emeente Den Haa. Inevole de Kieswet is dit bureau belast met taken ten behoeve van Nederlandse kieserechtiden die in het buitenland wonen. Deze taken bestaan onder meer uit het reistreren van de kieserechtidheid van personen die hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben en die stemmen per brief. Gelet op de onbevoedheid van de Nationale ombudsman ten aanzien van de emeente Den Haa zijn de verzoekers verwezen naar de emeentelijke ombudsman. De klachten over instanties die niet tot de overheid behoren betroffen voornamelijk eneriebedrijven of nutsbedrijven, banken en verzekeraars. Daarnaast werd onverminderd over aanbieders van (mobiele) telefoondiensten eklaad, meer in het bijzonder over een item waaraan door de Stichtin De Ombudsman in de media veel aandacht is besteed, te weten het onewenst teen betalin toeestuurd krijen van SMS-berichten. Evenals in 2001 werd de Nationale ombudsman reelmati benaderd door mensen die te maken hebben met schuldproblematiek. In dat kader wordt reelmati over bewindvoerders en de rechter-commissaris eklaad. Waar de klachten betrekkin hadden op de rechterlijke macht, zijn verzoekers ewezen op de reelin voor de behandelin van klachten die het bestuur van het erecht op rond van artikel 26 van de Wet op de rechterlijke oranisatie moet hebben vastesteld. 6.5 Behandelin van klachten en verzoeken om informatie per telefoon, (niet-overheid) en bezoek De concentratie van de beantwoordin van publieksvraen lit hoofdzakelijk bij het frontoffice van het Bureau. Lans deze we wordt beood het eerste contact tussen de burer en het Bureau zo efficiënt moelijk te laten verlopen. Uitanspunt is dat aan de telefoon een eerste beoordelin emaakt kan worden of een klacht op het werkterrein van de Nationale ombudsman thuishoort (het onderscheid tussen binnen- en buitenwettelijke klachten). Wanneer telefonisch wordt eklaad over een instantie waarover de Nationale ombudsman in beinsel bevoed is, wordt in het telefoonesprek naeaan of er een wettelijke bepalinen zijn die een onderzoek door de Nationale ombudsman naar de klacht in de we staan. Indien een klacht zich niet leent voor onderzoek door de Nationale ombudsman wordt de klaer ewezen op andere (juridische) procedures voor zover die aanwezi zijn. In deze evallen wordt verwezen naar instanties die de beller misschien verder kunnen helpen. De landelijke publiekscampane van najaar 2001 heeft in mei 2002 een vervol ekreen met de reionale radio en televisie in de zuidelijke provincies. Gedurende deze campane la het aantal telefoontjes oneveer 20% boven het emiddelde van de voorafaande maanden. Het Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

137 telefoonaanbod over 2002 nam in verelijkin met 2001 af met 4,5%. In 2002 kree de Nationale ombudsman in totaal telefonische verzoeken om informatie (2001: ). De hoeveelheid buitenwettelijke die via hetzelfde medium is afedaan en een betrekkin had op een overheidsoraan bedroe in (2001: 276). Het aantal ereistreerde bezoeken aan het Bureau Nationale ombudsman van mensen met een nieuwe klacht of vraa la in 2002 op 91 (in 2001 vond hiervan een reistratie plaats). Sinds september 2001 heeft het Bureau Nationale ombudsman de beschikkin over een nieuw systeem van reistreren van inkomende telefoon. Het nieuwe systeem biedt een roter en meer edifferentieerd inzicht in de telefonische klachten en verzoeken. Door middel van deze vorm van reistratie kan een beter beeld ekreen worden van trends en actuele items. In 2002 zijn voor het eerst over een vol kalenderjaar de klachten en verzoeken om informatie per telefoon in het nieuwe reistratiesysteem verwerkt. Door een andere, meer nauwkeurie indelin naar bestuursoraan is er een veranderin ekomen in verelijkin met de tabel «Overzicht telefonische verzoeken om inlichtinen» uit vooraande jaren. Tabel 9 Onderverdelin naar hoofdroep van behandelin van klachten en verzoeken om informatie per telefoon, (niet-overheid) en bezoek Hoofdroep Aantal Politie 1579 Ministeries 3164 Andere bestuursoranen op rijksniveau 2993 Publiekrechtelijke bedrijfsoranisaties 10 Waterschappen 95 Provincies 38 Gemeenten 974 Gemeenschappelijke reelinen 10 Buitenwettelijk 8713 Overie 84 Totaal De hoofdroepen «emeenten» en «emeenschappelijke reelinen» hebben betrekkin op de emeenten en emeenschappelijke reelinen die bij de Nationale ombudsman zijn aanesloten. De hoofdroep «buitenwettelijk» valt evenals bij buitenwettelijke verzoekschriften uiteen in niet-overheid en overheid (zie pararaaf 6.4). De hoofdroep «overie» slaat op klachten over oranen waarvan telefonisch op korte termijn niet met zekerheid is vast te stellen of deze onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen. Deze restroep bevat ook reistraties die om administratief-technische redenen niet bij een andere hoofdroep kunnen worden inedeeld. Alle klachten zijn ereistreerd naar hun aard in 18 (samenestelde) subcateorieën, waaronder «verzoek om informatie». Deze laatste cateorie betreft de telefoontjes die niet het karakter hebben van een klacht, maar uitsluitend een vraa aan de Nationale ombudsman om juridisch advies of een doorverwijzin. Tabel B eeft een overzicht van de percentaes van ereistreerde klachten naar aard van de klacht, verdeeld over buitenwettelijk en binnenwettelijk. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

138 Tabel 10 Overzicht ereistreerde klachten naar aard van de klacht, verdeeld over buitenwettelijk en binnenwettelijk Aard van de klacht Buitenwettelijk Binnenwettelijk Administratieve handelin 1,7% 4,5% Behandelinsduur 4,1% 24,5% Bejeenin 3,0% 6,0% Bereikbaarheid 0,4% 2,7% Besla/deurwaarder/invorderin 0,6% 1,6% Beslissin (inhoud) 11,6% 20,5% Betalin/kwijtscheldin 13,3% 5,7% Dienstbetoon 15,5% 12,1% Discriminatie 0,3% 0,1% Inhoud wettelijke reelin 2,9% 3,4% Interiteit 0,3% 0,2% Klachtbehandelin 1,2% 3,1% Non-respons 0,5% 1,7% Overie 21,9% 3,7% Privacy/inzae 0,8% 0,9% Schadeveroedin 1,0% 1,2% Verzoek om informatie 18,2% 5,0% Voorlichtin/informatieverstrekkin 2,7% 3,1% Totaal 100% 100% Wat betreft de verdelin naar aard van de binnenwettelijke klachten sprint in het oo dat meer dan een kwart van de klachten betrekkin had op de behandelinsduur, of het niet reaeren door een bestuursoraan. In iets meer dan 20% had de klacht betrekkin op de inhoud van een beslissin. In die evallen werd de beller erop ewezen dat zijn klacht over een besluit dat een bestuursoraan had enomen niet voor onderzoek in aanmerkin kwam, omdat de Nationale ombudsman in derelijke evallen niet bevoed, dan wel niet verplicht is onderzoek in te stellen (art. 16c en 14 WNo). Overiens wordt in veel zaken werd eklaad over het dienstbetoon van de overheid, hoofdzakelijk door de politie (van de 1579 telefonisch over de politie inediende klachten inen er 438, dat is 27,7%, over ebrek aan dienstbetoon). Bij bijna 22% van de buitenwettelijke klachten werd de aard van de klacht ereistreerd onder de restcateorie overie. Veelal bleek in die evallen dat de Nationale ombudsman ten aanzien van de instellin waarover werd eklaad niet bevoed is (bijvoorbeeld in consumentenaaneleenheden). De beller wordt in die evallen meeedeeld dat de Nationale ombudsman de klaer niet van dienst kan zijn en de beller wordt doorverwezen. Aan de beoordelin van de aard van de klacht wordt dan niet toeekomen. Dikwijls zien mensen de Nationale ombudsman als alemene vraabaak en vraen in veel buitenwettelijke aaneleenheden de Nationale ombudsman om informatie (18,2%). In de evallen dat in een buitenwettelijke aaneleenheid werd eklaad over een beslissin, had dit in overrote meerderheid betrekkin op een door een niet-aanesloten emeente enomen besluit of een rechterlijke uitspraak. Enkele hoofdroepen zijn nader onderverdeeld naar oranen en dienstonderdelen. Aan de hand van een aantal tabellen zullen deze hoofdroepen worden besproken. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

139 Tabel 11 Overzicht ereistreerde klachten politie, verdeeld naar diverse diensten Onderdeel Aantal Arrestatieteams 37 Criminele inlichtinen eenheid 3 Externe commissie 5 Interreionaal rechercheteam 2 Vreemdelinendiensten 486 Alemeen (overie) 1046 Totaal Tweederde van de klachten had betrekkin op de politie in het alemeen. Met name werd telefonisch eklaad over de bejeenin en het dienstbetoon door politieambtenaren. Voor het overie in een root deel van de politieklachten over de vreemdelinendiensten. Hoofdzakelijk werd er in dat kader eklaad over de behandelinsduur van verunninaanvraen (70%). Tabel 12 Overzicht ereistreerde klachten ministeries, verdeeld naar meest voorkomende dienstonderdelen Ministerie Dienstonderdeel Aantal Alemene Zaken 9 Buitenlandse Zaken (inclusief tot 22 juli 2002 Ontwikkelinssamenwerkin) Departement alemeen 24 Ambassades en consulaten 102 Subtotaal 126 Justitie (inclusief vanaf 22 juli 2002 Vreemdelinenzaken en Interatie) Departement alemeen 77 Bureau Visadienst 84 Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) 95 Dienst Justitiële Inrichtinen 13 Gevanenissen en huizen van bewarin 22 Immiratie- en Naturalisatiedienst (IND) 784 Openbaar ministerie 148 Raad voor de Kinderbeschermin 77 Subtotaal 1300 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (inclusief tot 22 juli 2002 Grote Steden- en Interatiebeleid) Departement alemeen 22 Alemene Inlichtinen- en Veiliheidsdienst (AIVD, voorheen BVD) 6 Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) 7 Subtotaal 38 Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Departement alemeen 33 Inspectie voor het onderwijs 6 Nederlands Instituut voor Oorlosdocumentatie (NIOD) 2 Subtotaal 41 Financiën Departement alemeen 21 Belastindienst (particulieren en onderneminen) 636 Centraal Bureau Motorrijtuienbelastin (CBM) 34 Domeinen 6 Douane 19 Fiscale Inlichtinen- en Opsporinsdienst/Economische Controle Dienst (FIOD/ECD) 3 Subtotaal 719 Defensie Departement alemeen 14 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

140 Ministerie Dienstonderdeel Aantal Koninklijke Landmacht 9 Koninklijke Luchtmacht 2 Koninklijke Marine 2 Koninklijke Marechaussee 9 Subtotaal 36 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Departement alemeen 39 Directie Informatie Beheer en Subsidiereelinen (IBS, huursubsidie) 547 Secretariaat van de Huurcommissies 20 VROM-inspectie 4 Subtotaal 610 Verkeer en Waterstaat Departement alemeen 39 Rijkswaterstaat (RWS) 24 Subtotaal 63 Economische Zaken Departement alemeen 13 Nederlandse Mededininsautoriteit (NMa) 2 Subtotaal 15 Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Departement alemeen 43 Alemene Inspectie Dienst (AID) 3 LASER 19 Subtotaal 65 Sociale Zaken en Werkeleenheid Departement alemeen 42 Arbeidsinspectie 6 Inspectie Werk en Inkomen 3 Subtotaal 51 Volksezondheid, Welzijn en Sport Departement alemeen 57 Inspectie Jeudhulpverlenin en Jeudbeschermin 9 Inspectie voor de Gezondheidszor van het Staatstoezicht op de Volksezondheid 19 Keurinsdienst van Waren 6 Subtotaal 91 Totaal 3164 Het aantreden van het nieuwe kabinet in juli 2002 heeft een aantal wijziinen in de indelin van ministeries met zich meeebracht. Zo zijn de ministersposten voor Ontwikkelinssamenwerkin en Grote Steden- en Interatiebeleid komen te vervallen. Nieuw is de Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie onder wiens verantwoordelijkheid de Immiratie- en Naturalisatie Dienst (IND) is komen te vallen. Omwille van de samenhan wordt de reistratie van telefonische klachten op het terrein van het Bureau Visadienst en de Visadienst ekoppeld aan de IND, een dienst van het Ministerie van Justitie. In totaal zijn in 2002 over de IND 784 telefonische klachten ereistreerd waarvan er 469 betrekkin hadden op de behandelinsduur. Er werd 160 keer eklaad over een door de IND enomen beslissin. Op het terrein van het Ministerie van Justitie werd reelmati ebeld over opelede sancties op rond van de Wet administratiefrechtelijke handhavin verkeersvoorschriften (ook wel Wet Mulder). Tien procent van het totaal aantal klachten over het ministerie had betrekkin op beslissinen die mensen in dit kader ontvinen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (verder CJIB) of van de officier van justitie (beslissin op beroep). Omdat de bepalinen van de artikelen 16c en 14 van de Wet Nationale ombudsman toetsin van derelijke beslissinen door de Nationale ombudsman in de we staan, worden de bellers ewezen op de beroepsprocedure en voor bijstand verwezen naar rechtshulpverleners. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

141 Het rootste deel van de klachten over het Ministerie van Buitenlandse Zaken in over ambassades en consulaten. Voornamelijk werd eklaad over trae behandelin en de voorlichtin en informatieverstrekkin inzake visumaanvraen (samen 45% van de klachten). Vanaf juli 2002 sinaleerde de Nationale ombudsman aan de hand van vele telefonische klachten dat het Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer (verder VROM) in problemen was ekomen bij de verstrekkin van huursubsidie. Aanvankelijk la bij de telefonische klachten sterk de nadruk op de bereikbaarheid van de helpdesk voor huursubsidieaanvraers. Veel mensen wilden informeren naar het uitblijven van de huursubsidiebetalinen waardoor de helpdesk van het ministerie overbelast raakte. Nadat de Minister had besloten tot bevoorschottin van huursubsidieerechtiden, hadden de telefoontjes vanaf oktober voornamelijk het karakter van klachten over het uitblijven van betalinen, de behandelinsduur van eerste aanvraen, wijziinsformulieren, bezwaarschriften en overie correspondentie. Klachten over de bereikbaarheid bleven aanhouden. De piek in het aantal telefoontjes over het Ministerie van VROM la daas nadat het televisieproramma TROS Radar aandacht had besteed aan de huursubsidieproblematiek onder vermeldin dat men met klachten bij de Nationale ombudsman terecht kon. Van het totaal aantal telefonische klachten in 2002 over ministeries had ruim 17% betrekkin op de Directie Informatie Beheer en Subsidiereelinen van het Ministerie van VROM. Naar aanleidin van de landelijke inentinscampane teen meninokokken C werd de Nationale ombudsman afelopen zomer veel ebeld over de veroedin voor het inenten op eien kosten. Veel ouders klaaden dat zij de kosten die zij hadden emaakt voor het inenten van hun kinderen vóórdat de landelijke campane van start in, niet veroed kreen. Omdat het tot het alemeen beleid van de reerin erekend moest worden dat deze kosten niet door de overheid werden edraen, was de Nationale ombudsman ter zake niet bevoed en had het voor de bellers dus een zin hun klacht schriftelijk in te sturen. De behandelin van klachten en verzoeken om informatie per telefoon over het Ministerie van Financiën in in bijna 90% van de evallen over de Belastindienst. Elders in het jaarversla wordt nader op dit onderwerp ineaan ( 13A.2). Tabel 13 Overzicht ereistreerde klachten andere bestuursoranen, verdeeld naar aandachtsebied Aandachtsebied Bestuursoraan Aantal Justitie Besturen van erechten 12 Bureau Voorlichtin Interlandelijke Adoptie (VIA) 2 Centraal Oraan Opvan Asielzoekers (COA) 17 Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven 5 Gerechtsdeurwaarders 47 Gezinsvoodij-instellinen (jeudzor) 36 Klachtencommissie Raad voor de Kinderbeschermin 5 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen (LBIO) 76 Nederlandse Orde van Advocaten en de Orden van advocaten in de arrondissementen 20 Notarissen 36 Particuliere justitiële inrichtinen TBS 1 Raden voor Rechtsbijstand 18 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kiesraad 1 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

142 Aandachtsebied Bestuursoraan Aantal Stichtin Administratie Indonesische Pensioenen 2 Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Commissariaat voor de Media 1 Informatie Beheer Groep (IB-Groep) 199 Nederlandse Oranisatie voor toeepastnatuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) 3 Openbare Universiteiten 11 Financiën Stichtin Maror-elden Overheid 1 Stichtin Waarborfonds Motorverkeer 5 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Dienst voor het kadaster en de openbare reisters 19 Huurcommissies 78 Stichtin Waarborfonds Eien Woninen (WEW) 2 Verkeer en Waterstaat APK-keurinsstations 3 Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen (CBR) 77 Dienst Weverkeer (RDW) 78 Luchtverkeersleidin Nederland 1 Stichtin Inschrijvin Eien Vervoer (SIEV) 1 Stichtin VAM (Innovam) 2 Economische Zaken Kamers van Koophandel 7 Nederlandse ondernemin voor enerie en milieu B.V. (NOVEM) 2 Stichtin Instituut voor Midden- en Kleinbedrijf (IMK) 1 Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Commissies inevole de Zaai- en Plantoedwet 1 Landinrichtinscommissies 1 Staatsbosbeheer 2 Sociale Zaken en Werkeleenheid Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) 88 Keurinsinstanties inevole de Wet op de evaarlijke werktuien 1 Sociale verzekerinsbank (SVB) 365 Uitvoerinsinstituut Werknemersverzekerinen (UWV) Bouwnijverheid 36 Cadans 295 Gak 893 Guo 45 USZO 208 Subtotaal 1477 Volksezondheid, Welzijn en Sport Commissie Alemene Oorlosevallenreelinen (CAOR) 2 Collee Tarieven Gezondheidszor (CTG) 2 Collee voor Zorverzekerinen 7 Pensioen- en Uitkerinsraad (PUR) 7 Stichtin Het Gebaar 20 Zorverzekeraars Centraal Administratie Kantoor (CAK) 46 Ziekenfondsen 181 Zorkantoren 23 Subtotaal 250 Totaal Bijna de helft van de telefonische klachten over andere bestuursoranen die de Nationale ombudsman in 2002 ontvin, in net als in 2001 over het Uitvoerinsinstituut Werknemersverzekerinen (verder UWV). Deze klachten inen met name over de lane behandelinsduur van aanvraen en bezwaarschriften. Ook werd de Nationale ombudsman veel telefonisch benaderd door mensen die het niet eens waren met een beslissin van het UWV. Deze bellers werden ewezen op de bezwaar- en beroepsprocedure en voor bijstand verwezen naar rechtshulpverleners. In 2002 hadden 365 telefoontjes betrekkin op de Sociale verzekerinsbank. Naast de klachten over het uitblijven van betalin van kinderbijsla, is de aard van deze klachten te verelijken met de aard van de klachten over het UWV. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

143 Over zorverzekeraars werd 250 keer telefonisch eklaad. Opvallend was met name het aantal telefoontjes over het Centraal Administratiekantoor Bijzondere Zorkosten (verder CAK). Het CAK verricht de vaststellin en innin van de wettelijke eien bijdrae, namens de in de Alemene Wet Bijzondere Ziektekosten (verder AWBZ) enoemde uitvoerinsoranen (ziekenfondsen, particuliere ziektekostenverzekeraars en uitvoerende oranen van de publiekrechtelijke ziektekostenreelinen voor ambtenaren). De Nationale ombudsman is bevoed een edrain van het CAK te onderzoeken als aan het CAK een mandaat is verleend. Feitelijke edrainen van het CAK worden dan toeerekend aan het bestuursoraan dat het mandaat voor de taakuitvoerin heeft verleend. In 2002 ontvin de Nationale ombudsman 46 telefoontjes over het CAK. Deze bellers klaaden met name over het feit dat het CAK verzuimde tijdi nota s te verzenden voor de Eien Bijdrae Bijzondere Zorkosten. De bellers werd eadviseerd eerst een klacht in te dienen bij de verantwoordelijke zorverzekeraar en als dat niet tot het ewenste resultaat zou leiden, konden zij zich wederom tot de Nationale ombudsman wenden. In 2002 werd in 199 evallen telefonisch over de Informatie Beheer Groep eklaad. De telefoonesprekken hadden met name betrekkin op klachten over kwijtscheldin/betalin van studieschuld en op klachten over beslissinen inzake het recht op studiefinancierin. De bellers die het laatste onderwerp aan de orde stelden, werden verwezen naar de administratiefrechtelijke voorzieninen die daarteen openstonden. In november 2001 werd Stichtin Het Gebaar opericht. Het Gebaar is een teemoetkomin van de Nederlandse reerin aan de Indische emeenschap voor het beleid van vooraande reerinen. Stichtin het Gebaar is een bestuursoraan dat werkzaam is onder politieke verantwoordelijkheid van de Minister van Volksezondheid, Welzijn en Sport. De Nationale ombudsman ontvin in 2002 twinti telefonische klachten over deze stichtin. De klachten inen met name over de lane behandelinsduur van aanvraen. Tabel 14 Overzicht ereistreerde buitenwettelijke klachten, onderverdeeld naar overheid en niet-overheid Buitenwettelijk Oraan Aantal Overheid Gemeenten 1775 Gemeenschappelijke reelinen 20 Rechterlijke macht 402 Overie (overheid in het alemeen, wettelijke reelinen) 377 Niet-overheid Wonincorporaties 372 Overie (consumentenzaken, etc.) 5768 Totaal Het rootste deel van de buitenwettelijke telefonische klachten had in 2002 betrekkin op oranisaties die niet tot de overheid behoren. Het aat hier vaak om consumentenaaneleenheden, verzekerinskwesties, huurzaken of problemen in de arbeidsrechtelijke sfeer. De ervarin is dat mensen de Nationale ombudsman «ebruiken» als alemene vraabaak. Ook al weet men dat een bepaalde zaak niet tot de competentie van de Nationale ombudsman behoort, toch wordt vaak een (ratis) juridisch advies evraad of een verwijzin naar een andere hulpverlenende instantie. Op rond van de wetseschiedenis behoort deze maatschappelijke advies- en verwijsfunctie ook uitdrukkelijk tot de taak van de Nationale ombudsman. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

144 Tabel 15 Overzicht ereistreerde klachten over emeenten, onderverdeeld naar buiten- en binnenwettelijk Aandachtsebied Buitenwettelijk Binnenwettelijk Bijstand/sociale zekerheid Heffinen/belastinen Huisvestin (bouwen en wonen) Overie Totaal Nederland telt oneveer vijfhonderd emeenten. Daarvan waren er in 2002 bijna tweehonderd aanesloten bij de Nationale ombudsman. Van alle telefoontjes die de Nationale ombudsman in 2002 ontvin in 15,5% over emeenten. Verhoudinsewijs werd er telefonisch in 2002 meer eklaad over emeenten die niet onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen dan over aanesloten emeenten. Wat de aanesloten emeenten betreft werd telefonisch relatief veel eklaad over aaneleenheden in de sfeer van huisvestin en wonen (meer dan 35%). De klachten over niet-aanesloten emeenten werden voornamelijk ereistreerd onder het aandachtsebied «overie» (40%). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

145 BIJLAGE 1 OVERZICHT UITGEBRACHTE RAPPORTEN = erond n = niet erond o = een oordeel # = met aanbevelin! = met instemmin Rapportenoverzicht Nationale ombudsman 2002 Alemene zaken Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/296 Minister van Alemene Zaken brief niet beantwoord n Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/240 Nederlands bureau brandweer examens 2002/315 Korps landelijke politiediensten 2002/365 Korps landelijke politiediensten 2002/382 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten onrechte te weini punten toeekend voor examen; bezwaarschrift hierover beoordeeld door dezelfde medewerker met wie verzoeker het examen heeft inezien n.a.v. bezwaarschrift slechts de evolde procedure etoetst die tot de totstandkomin van eindcijfer heeft eleid optreden van twee ambtenaren: eweierd in te aan op verzoek om medische beeleidin; edreid verzoeker in ijzelin te nemen; efaxte beslissinen niet moen inzien en niet in ontvanst moen nemen eweierd om leitimatiebewijs te tonen aan verzoeker en wijze van klachtafhandelin; te weini tijd ekreen om te reaeren op brief en een reactie op brief van verzoeker wijze waarop ambtenaar heeft ehandeld bij eleenheid van stilhouden en aanspreken i.v.m. epleede verkeersovertredin: op evaarlijke manier rechts en links inehaald door politieauto; onheus bejeend door op voorinenomen wijze verzoekster aan te spreken; ondanks eerdere afwijzin alsno weerrapport van KNMI betrokken bij klachtafhandelin wijze van klachtbehandelin: verzoek afewezen om schriftelijke verklarinen van betrokken ambtenaren toe te sturen meeedeeld dat verzoekster oneschikt was om deel te nemen aan verkeer en verzoekster erop ewezen dat haar lezin het op moest nemen teen twee verklarinen van betrokken ambtenaren onzorvuldie handelwijze bij sollicitatie: aan functie verbonden eisen en voorwaarden niet vóór bekendmakin van vacature vasteled, dan wel onvoldoende kenbaar emaakt aan sollicitanten steeds andere criteria opevoerd op rond waarvan verzoeker niet voor esprek is uitenodid en sprake van leeftijdsdiscriminatie bij beoordelin sollicitatie van verzoeker n n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

146 Buitenlandse zaken en justitie Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/056 Visadienst lane behandelinsduur van verzoekers bezwaarschrift teen de afwijzende beslissin op aanvraa om mvv 2002/078 Visadienst trae behandelin van een verzoek om ambtshalve toetsin van een aanvraa voor een mvv voor echtenoot; no een mvv eeven ondanks verklarin van een bezwaar van de Minister van Buitenlandse Zaken die naar de ambassade is estuurd 2002/095 Visadienst lane behandelinsduur van bezwaarschrift nadat de arrondissementsrechtbank onder meer een eerder besluit op een ander bezwaarschrift had vernietid en had bepaald dat de Minister opnieuw diende te beslissen; toezein dat hij uiterlijk binnen vier weken na datekenin zou beslissen, niet naekomen en beslissin met beroep op bijzonderheden is tot onbekende datum uitesteld 2002/136 Visadienst lane behandelinsduur van aanvraa tot mvv ten behoeve van in Pakistan verblijvende echtenote en kinderen 2002/149 Bureau Visadienst en/ of Visadienst het in het onerede maken van verzoekers documenten; tekorteschoten in de vervullin van de zorplicht t.a.v. aan hen toevertrouwde belanen en onvoldoende hulpvaardie opstellin betoond 2002/170 Visadienst lane behandelinsduur van aanvraa van mvv t.b.v. verzoekers echtenote en twee dochters overlede oriinele akten als niet afdoende bewijs terzijde eled 2002/190 Minister van Justitie en Minister van Buitenlandse Zaken onderzoek naar de wijze waarop uitvoerin wordt eeven aan het Verdra tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake de overbrenin van evonniste personen, dat sinds 30 december 1999 voorlopi wordt toeepast 2002/205 Visadienst teenstrijdie informatie verstrekt over behandelinsduur visumaanvraen, daarbij eldende termijnen en moment van beschikken over eldie reisbiljetten en reisverzekerin 2002/239 Visadienst lane behandelinsduur van bezwaarschrift; toezein dat binnen vier weken na ontvanst van evraade stukken een beslissin op het bezwaarschrift zou worden enomen, niet naekomen 2002/255 Visadienst lane behandelinsduur bezwaarschrift teen beslissin waarbij aanvraa om verlenin van mvv t.b.v. echtenote en dochter werd afewezen; toezein dat binnen vier weken beslist, dan wel een vervolstap zou worden ezet, niet naekomen 2002/258 Visadienst lane behandelinsduur van in oktober 1999 inediende aanvraa om verlenin van mvv aan verzoekers echtenote in Irak waardoor verscherpin van het nareiscriterium van de op 1 april 2001 van kracht eworden Vreemdelinenwet dreide te worden teeneworpen,#,# n n,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

147 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/307 Visadienst lane behandelinsduur van verzoekers bezwaarschrift teen het niet tijdi beslissen op zijn aanvraa om verlenin van een mvv voor zijn in Irak verblijvende echtenote; toezein dat binnen tien weken na inediende aanvraa zou worden beslist niet naekomen Buitenlandse zaken Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/078 Ambassade te Rabat op 15 januari 2001 no een mvv eeven ondanks de verklarin van een bezwaar van de Minister van Buitenlandse Zaken die eind november 2000 naar de ambassade is estuurd 2002/079 Ambassade te Rabat bij brief estelde vraen over bezoek prins Willem-Alexander aan Marokko niet afdoende schriftelijk beantwoord nader estelde vraen niet afdoende schriftelijk beantwoord 2002/087 Ambassade te Rabat afifte van mvv t.b.v. verzoeksters echtenoot vertraad terwijl was meeedeeld dat er een bezwaar bestond teen afifte van mvv verzoek edaan tot heroverwein van de verstrekte machtiin tot afifte van mvv 2002/111 Ministerie van Buitenlandse Zaken telefonische bejeenin door een met naam enoemde ambtenaar en de manier waarop klacht hierover is beoordeeld, volens verzoekster ebaseerd op onjuiste weerave van het telefoonesprek 2002/120 Ambassade te Rabat verzoekster niet in bezit esteld van mvv, hoewel Minister van Buitenlandse Zaken bij beschikkin had besloten een bezwaar te maken en verzoeksters klacht over voorwaarde dat zij een kopie van haar elealiseerde huwelijksakte diende te tonen voordat werd overeaan tot afifte van mvv, niet (inhoudelijk) behandeld 2002/148 Ambassade te New Delhi ambassade van beoode loee eëist dat zij bij indienin van haar visumaanvraa voor kort verblijf aantoonde dat zij een ziektekostenverzekerin had afesloten, terwijl niet vaststond of positief op visumaanvraa zou worden beslist en eëist dat zij aantoonde dat zij een vlieticket had ereserveerd 2002/149 Nederlandse Consulaat-Generaal te Sao Paulo 2002/201 Ministerie van Buitenlandse Zaken 2002/205 Ambassade te Boekarest 2002/210 Ministerie van Buitenlandse Zaken 2002/216 Consulaat-Generaal te Laos aantal oriinele documenten van verzoeker, zijn echtenote en hun kinderen zoekeraakt nadat deze waren ineleverd bij het Consulaat-Generaal ter ondersteunin van hun aanvraen om afifte van mvv lane duur van het onderzoek dat is inesteld in het kader van zijn asielaanvraa lane behandelinsduur van aanvraa visum voor kort verblijf teenstrijdie informatie verschaft m.b.t. ziektekostenverzekerin visa verstrekt voor een willekeurie termijn voor beantwoordin van vraen in verzoekers brief volstaan met verwijzin naar Immiratie- en Naturalisatiedienst n,! n n,! # n n n o # Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

148 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/231 Consulaat-Generaal te Düsseldorf 2002/237 Beneluxvisumkantoor te Rabat 2002/272 Ministerie van Buitenlandse Zaken 2002/297 Nederlandse verteenwoordiin te Parijs (Frankrijk) 2002/322 Directie Personenverkeer, Miratie en Consulaire Zaken handelwijze ambassadekantoor in het kader van de aanvraen om verlenin van een visum voor kort verblijf t.b.v. Nieriaanse partner van verzoeker: oriinele eboorteakte beschadid en verdacht emaakt door er een stempel op te zetten, een in Nederlandse taal opestelde beslissin aan Nieriaanse partner overhandid, uren buiten in de zon moeten wachten alvorens zij toeelaten werden tot ambassadekantoor en door medewerkers uitelachen vereist dat een volledi eboekt retourticket op naam van partner moest worden overled, terwijl no niet bekend was wanneer zij naar Nederland kon afreizen esuereerd dat positief advies zou worden uitebracht aan IND over spreekvaardiheid in Nederlandse taal van verzoekers echtenote, terwijl dit niet is ebeurd verzoekers vriendin niet in eleenheid esteld aanvraa om mvv in te dienen: zij diende haar naam en adres achter te laten en kree ruim twee weken later een schriftelijke uitnodiin bij het verstrekken van paspoort door ambassade in Zweden niet eïnformeerd dat (nood)paspoort verstrekt door Nederlandse diplomatieke verteenwoordiin aanleidin tot problemen bij toelatin tot Japan zou kunnen vormen; klacht hierover afewezen niet op de hoote ebracht van de aanhoudin van haar zoon in Frankrijk van verzoeker, een tot Nederlander enaturaliseerde Pakistaan, verland dat hij zijn eboorteakte ter verificatie en lealisatie zou overleen ter vaststellin van zijn identiteit i.v.m. aanvraa om mvv t.b.v. verzoekers echtenote; verzoeker wenst terubetalin van hieraan verbonden lees 2002/328 Visadienst wijze van behandelin van klacht over lane behandelinsduur van bezwaarschrift teen het niet-tijdi beslissen op inediende aanvraa om mvv 2002/329 Visadienst lane behandelinsduur van verzoeken om ambtshalve advies over door zijn echtenote en dochter in te dienen aanvraa om mvv; toezein om binnen twee weken alsno advies uit te brenen niet naekomen; niet op de hoote ebracht van verstrijken van toeezede termijn en de redenen daarvoor 2002/334 Ambassade te Rabat # klacht niet behandeld ondanks rappelbrief; pas op 23 oktober 2000 mvv afeeven terwijl door ministerie op 4 september 2000 al was besloten daarteen een bezwaar te maken; behandelin correspondentie van emachtide ambassade wilde uitsluitend mvv verstrekken n als verzoeker een schriftelijke uitnodi- in had ontvanen informatieverstrekkin door ambassade en ebeurtenissen op 17 en 23 oktober 2000 o 2002/395 Ministerie van Buitenlandse Zaken tijd die is emoeid met het verkrijen van benodide informatie voor de behandelin van asielaanvraa n,! n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

149 Defensie Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/009 Koninklijke Marechaussee 2002/046 Maatschappelijke Dienst Defensie envelop met eldinhoud van ƒ 1000 ( 453,78), overhandid aan medewerker Koninklijke Marechaussee voor een kennis die werd uitezet naar Marokko, nooit kennis bereikt, verzoeker verlant veroedin wijze van klachtafhandelin; een toepassin van het beinsel van hoor en wederhoor bewuste envelop zoekeraakt door afhandelin van Koninklijke Marechausee wijze van afhandelen klacht: in klachtreelin enoemde termijn overschreden, verzoeker niet in eleenheid esteld op onderzoeksresultaten te reaeren, niet ewezen op moelijkheid klacht voor te leen aan Nationale ombudsman, onderzoek niet rondi omdat verzoeker op 16 vraen een antwoord kree klacht behandeld door onderzoekscommissie, onderzoek niet rondi omdat slechts drie personen zijn ehoord, onderzoek niet onpartijdi 2002/138 Minister van Defensie niet ereaeerd op klachtbrief Koninklijke Marechaussee optreden van ambtenaar op Schiphol: onjuist eadviseerd over noodzaak van noodverlenin in verzoeksters paspoort, waardoor zij onnodi kosten heeft emaakt en wijze van klachtafhandelin: niet op alle onderdelen van klacht ineaan; klacht onerond verklaard,# 2002/195 Koninklijke Marechaussee 2002/198 Koninklijke Marechaussee 2002/228 Koninklijke Luchtmacht 2002/242 Koninklijke Marechaussee 2002/312 Koninklijke Marechaussee 2002/410 Koninklijke Marechaussee schuldi emaakt aan discriminatie omdat verzoeker vanwee huidskleur als enie zijn paspoort moest tonen; tijdens transport na aanhoudin onvoorzichti ereden en plotselin eremd; eweierd verzoeker bij te laten staan door advocaat; toestemmin eweierd om echtenote te bellen pas na 15 minuten toeestaan ebruik te maken van toilet; lane behandelinsduur van klacht handelwijze bij paspoortcontrole te Schiphol: ediscrimineerd door alleen verzoekers paspoort te controleren; verzoeker onvriendelijk bejeend een uitle verschaft over uitebreide paspoortcontrole; reden van overdracht paspoort aan andere ambtenaar niet meeedeeld paspoort van derde uitebreid doorebladerd voor oen van verzoekers echtenote optreden jeens verzoekster bij vliebasis Soesterber: verzoekster ten onrechte van haar vrijheid beroofd door hek achter haar te sluiten, haar meermalen hardhandi vastepakt en teen hek eduwd, haar arm op haar ru edraaid nadat zij een antwoord had eeven verzoekster en haar kinderen na terukeer op Schiphol aan hun lot overelaten wijze van bejeenen van verzoeker, van Griekse nationaliteit en woonachti in Nederland, toen hij met zijn ezin de paspoortcontrole wilde passeren niet onderkend dat verzoekster een asielverzoek wilde indienen, klacht niet aanemerkt als erond of onerond n o n n n o n,! Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

150 Economische zaken Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/033 Kamer van Koophandel Veluwe en Twente 2002/266 Minister van Economische Zaken 2002/373 Minister van Economische Zaken 2002/393 Kamer van Koophandel en Fabrieken Amsterdam Vereniin Vrienden van de Terwoldse Molen niet uiteschreven uit handelsreister, innin van verschuldide bijdraen overedraen aan deurwaarder, via deurwaarder edane toezein dat bij uitschrijvin vóór 1 november 1999 de bijdrae voor 1999 zou worden afeboekt niet naekomen na oproep tot investerinen in zonneenerie eind 2000 het overle dienaanaande met bedrijfsleven estaakt; niet eïnformeerd over beleidswijziinen ten aanzien van zonne-enerie en niet inhoudelijk ereaeerd op PV-manifest meeedeeld dat er moelijk no een nieuw convenant zou worden afesloten en niet ereaeerd op klachtbrief lane behandelinsduur door de Directie Personeel, Oranisatie en Informatiemanaement (POI) van zijn bezwaarschrift teen de beslissin van de Directeur voor de Industriële Eiendom en edane toezeinen om spoedi te beslissen niet naekomen als deponerinsdatum niet de datum van ontvanst maar de datum van verwerkin van stukken opevoerd n n,# Financiën Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/022 Belastindienst/ Onderneminen neatief beslist op verzoek om verzoeksters kosten voor deskundie bijstand te veroeden verzoekster op onzorvuldie wijze ten onrechte aanemerkt als verplicht verzekerde ondernemer voor het ziekenfonds over 2000 en 2001, bezwaar over 2001 op onzorvuldie wijze afewezen, aansla premie Ziekenfondswet 2000 pas 2 maanden na bezwaar vernietid, no na intrekkin verklarin Ziekenfondswet een voorlopie aansla opeled, uit door verzoekster inediend schattinsformulier 2000 had duidelijk kunnen blijken dat zij uitsluitend aan loonbelastin onderworpen inkomsten enoot 2002/043 Dienst Domeinen # verkopen van auto voor te laa vastestelde verkoopprijs niet terueven van persoonlijke spullen n die zich tijdens inbeslanemin in auto bevonden 2002/045 Belastindienst/ Particulieren/ Onderneminen Gouda aan verzoekster toekomende teruaven inkomstenbelastin 1996 en 1997 verrekend met aanslaen omzetbelastin waarvan reeds vaststond dat deze ten onrechte waren opeled; het bedra van de teruaaf in afwijkin van op aaniftebiljetten inkomstenbelastin enoemde rekenin estort op rekenin t.n.v. de v.o.f. waarvan zij firmante was; eweierd uitstel van betalin te verlenen voor aansla inkomstenbelastin 1998,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

151 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/081 Reionale directie Domeinen Zuid te Breda 2002/082 Belastindienst/ Onderneminen Goes 2002/124 Belastindienst/ Directie Onderneminen Noord Zwolle 2002/160 Belastindienst/ Onderneminen Eindhoven 2002/162 Belastindienst/ Particulieren/ Onderneminen Leiden 2002/176 Belastindienst/ Onderneminen Amsterdam 2002/253 Belastindienst/ FIOD/ECD Haarlem 2002/256 Staatssecretaris Financiën 2002/263 Belastindienst/ Onderneminen Gorinchem 2002/293 Belastindienst/ Particulieren 2002/300 Belastindienst/ Onderneminen Belastindienst/ Centrum voor Procesen Productontwikkelin verkoopt rond waarop recht van opstal is verleend uitsluitend teen etaxeerde waarde in vrij opleverbare staat, verleent een kortin voor het feit dat de rond als onderrond van wonin in ebruik is door Domeinen evraade prijs verschilt van emeenteprijs en ehanteerde waarde voor onroerend zaakbelastin stelt zich op standpunt dat verzoeker is ehouden haar eautomatiseerde boekhoudin naar de wensen van de Belastindienst aan te passen daarbij een rekenin houdend met de kosten die daar volens verzoekster aan waren verbonden beroep teen beslalein op roerende zaken in verzoekers woonhuis afewezen beroep teen beslalein op inventaris werkkamer verzoeker afewezen besla eled op roerende zaken van X waaronder zich een diitale stencilmachine bevond die eiendom was van verzoekster en verhuurd aan X, verzoekster niet ewezen op moelijkheid verzetschrift in te dienen ter eleenheid van overbetekenin van het besla waardoor zij een schade heeft eleden van ƒ ,54 ( ,85) ondanks verzoek een verlenin voorlopie teruaaf inkomstenbelastin 2001 en 2002 afwijzend beslist op verzoek om ambtshalve verminderin van opelede aanslaen inkomstenbelastin/premie volksverzekerin bij overdracht van zaak aan openbaar ministerie naelaten maatreelen te nemen die nodi waren om te bereiken dat verzoeker als benadeelde partij zou worden evoed in strafrechtelijke procedure teen verdachte(n) verzoek om veroedin van kosten voor deskundie bijstand bij het maken van bezwaar teen (navorderins-)aanslaen inkomstenbelastin 1991 tot en met 1995 afewezen afwijzend beslist om toekennin van kostenveroedin bedra van teruaaf op aansla 2000 estort op een door de bank eblokkeerde rekenin op naam van verzoeker en diens inmiddels overleden moeder en eweierd bedra alsno te storten op door verzoeker op aaniftebiljet vermelde rekenin een beslissin enomen op inediend verzoek om toepassin van eruisloze terukeer uit een NV of BV (art. 14c, eerste lid, Wet op de vennootschapsbelastin 1969) een beslissin enomen op inediend verzoek om toepassin van eruisloze terukeer uit een NV of BV (art.14c, eerste lid, Wet op de vennootschapsbelastin 1969) # n n! n o,! n n,# n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

152 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/306 Belastindienst/ Particulieren Heerlen 2002/308 Belastindienst/ Particulieren Middelbur 2002/354 Belastindienst/ Directie Particulieren 2002/377 Belastindienst/ Douane 2002/380 Belastindienst/ Particulieren/ Onderneminen Leiden 2002/398 Belastindienst/ Directie Particulieren Utrecht 2002/408 Belastindienst/ Particulieren/ Onderneminen teruave inkomstenbelastin 1999 niet op de rekenin estort die stond vermeld op T-biljet, maar op de rekenin die verzoekster samen had met haar echtenoot van wie ze aan het scheiden was die in het bestand van de Belastindienst voorkwam Belastindienst niet bereid het bedra alsno aan verzoekster uit te betalen teruave aansla inkomstenbelastin 2000 foutief estort op rekenin die niet meer op verzoeksters naam staat en niet bereid bedra op andere rekenin te storten verzoekers beroep teen beslissin over betalinsreelin voor aansla inkomstenbelastin afewezen niet ineaan op arumenten van verzoeker in reactie op verzoekers klacht: verwezen naar diverse wettelijke bepalinen zonder daarvan afschriften mee te sturen; laten weten dat verzoeker bij aankomst op Schiphol pas na dreiin met inschakelin van Koninklijke Marechaussee wilde meewerken aan controle van zijn baae; laten weten verzoeker niet etutoyeerd te hebben laten weten dat proces van waardebepalin DVD-speler korter duurde dan volens verzoeker het eval was aanifte inkomstenbelastin 1999 no niet afehandeld en een antwoord eeven op brieven hierover beroep afewezen teen afwijzende beslissin op verzoek om een betalinsreelin inzake de aansla inkomstenbelastin/premie volksverzekerin 2001 niet ineaan op klacht over informatieverstrekkin bankrekenin dochter tijdens rechtszaak, ten onrechte esuereerd dat verzoeker niet in wenste te aan op aaneboden esprek, ebruik emaakt van woordkeuze die verzoeker diskwalificeert als klaer n,# n n n Gemeenten Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/002 Gemeente Gorinchem 2002/093 Sociale Dienst emeente Nieuweein 2002/122 Gemeente Leeuwarden 2002/147 Buremeester emeente Roermond een inhoudelijk antwoord ontvanen op brieven waarin verzoeker het collee de vraa stelt wanneer een inspraak/ overleoraan binnenstad wordt inesteld ondanks rappel per aanetekende brief niet ereaeerd op brief waarmee verzoeker bezwaar heeft emaakt teen de «saldoverklarin 2000» echtscheidinsbeschikkin niet snel enoe ineschreven in reisters burerlijke stand niet voldoende ereaeerd op verzoekers klacht hierover,#! n # Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

153 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel afhandelin van brieven door buremeester: onjuiste informatie verstrekt aan de Nederlandse ambassade in Beijin over paspoorthistorie; later bij brief no steeds van die onjuiste informatie uiteaan en niet ineaan op verzoek om inzae in alle schriftelijke informatie over verzoeker zelf in telefoonesprek voorkeur uitesproken o om verzoeker een laissez-passer te verstrekken onjuiste informatie tot op heden niet in n administratie ecorrieerd en extra administratieve lees eheven voor een nieuw paspoort 2002/164 Gemeente Enschede klachten over verdaen van bezwaarschriften n kennelijk onerond verklaard formulerin ebruikt bij beslissin op verzoekers klacht is onelukki en onjuist 2002/175 Gemeente Enschede afhandelin van klachtbrief, in bezwaarschriftprocedure,! in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur ebruik emaakt van emeentelijke basisadministratie persoonseevens om verzoekers identiteit/ adres te controleren, klacht behandeld door dezelfde ambtenaar op wiens edrainen de klacht betrekkin had 2002/178 Gemeente Vuht wijze van klachtafhandelin 2002/202 Gemeente Amersfoort niet afdoende inhoudelijk ereaeerd op brief verzoekers waarin zij vraen stellen over ontruimin en sloop van een pand in Amersfoort; afwijzende beslissin op het verzoek om een financiële teemoetkomin en klacht niet tijdi afedaan uitblijven van een reactie inzake de aansprakelijkstellin en het toestaan van de tijdelijke bewonin van de schuur op het betreffende perceel 2002/214 Gemeente Nijmeen wijze van klachtafhandelin: buremeester stelt dat zij het tot afhandelin van de klacht bevoede bestuursoraan is, buremeester van menin dat er een aanleidin was om elijktijdi met verzoeker te worden ehoord en an van zaken rond raadsbesluit en de moelijke teenstrijdiheid van dit besluit met de Gemeentewet buiten beschouwin elaten onerond verklaren van klacht omtrent het niet naleven van het bepaalde in artikel 74, tweede lid, van de Gemeentewet voor zover het betreft het niet onverwijld doen van mededelin aan de raad inzake ontvanst van verzoekers brief 2002/245 Gemeente Amersfoort 2002/249 Gemeente Amersfoort 2002/261 Gemeente Haarlemmermeer leerplichtambtenaar onvoldoende rekenin ehouden met psychische esteldheid van verzoekers zoon, proces-verbaal laten opmaken weens oneoorloofd schoolverzuim wijze waarop verzoeker door ambtenaar te woord is estaan: betrokken medewerkster niet deskundi wijze waarop klacht is behandeld wijze waarop esprek is evoerd wijze waarop Bestuursdienst heeft ereaeerd op brieven: niet ineaan op vraa om administratie bij te werken; niet ineaan op alle estelde vraen; een meldin emaakt van inhoud van telefoonesprek dat heeft plaatsevonden; niet ineaan op alle klachten n n n n o # Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

154 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel klacht behandeld door dienst die ook zijn brieven heeft beantwoord en brief verzoeker behandeld als een bezwaarschrift 2002/262 Gemeente Nijmeen een of onvoldoende informatie eeven, voorafaande aan de invoerin van het zoeheten pasparkeren, over de kosten die aan de niet-rekenin ebonden chipkaart zijn verbonden en moeten worden betaald bij aanschaf van een derelijke kaart 2002/271 Gemeente Nijmeen klachtbrief niet in behandelin enomen weens overschrijdin jaartermijn 2002/274 Gemeente Losser ten onrechte opemerkt dat betrokkenen zijn eïnformeerd over aanle van ontsluitinsween; verzoek tot versnelde realiserin afewezen 2002/275 Gemeente Castricum een beslissin enomen op klacht over het niet nakomen van toezein om in voorkomende evallen aan betrokkenen een meldin te sturen, waarin reden van vertrain behandelinstermijn wordt meeedeeld 2002/302 Gemeente Enschede ondanks herhaalde rappelbrieven pas in mei 2000 beslissin verzonden op in maart en april 1998 door verzoeker inediende bezwaarschriften teen aanslaen OZB 1999 en /311 Gemeente Noordwijk te laat erop ewezen dat aan emeente toebehorende sporthal niet aan verzoeker was verhuurd op bepaalde data, terwijl de emeente hem al wel een verunnin had verleend voor het oraniseren van een vlooienmarkt in de desbetreffende sporthal op die data; eweierd eleden schade te veroeden 2002/317 Sociaal rechercheur sector Sociale Zaken aan werkever meeedeeld dat onderzoek dat teen verzoekster liep strafrechtelijk van aard was afwijzin verzoek om schadeveroedin 2002/325 Gemeente Dordrecht conceptbestemminsplan waarin de tracékeuze voor de doortrekkin van de Alolrin te Dordrecht dient te worden openomen no niet verder in procedure ebracht, zodat onduidelijk blijft binnen welke termijn er een veilie verkeersontsluitin van het ebied ten oosten van de Schenkeldijk te Dordrecht kan worden erealiseerd 2002/327 Dienst Ruimtelijke ontwikkelin, Milieu en Economische Zaken Breda 2002/342 Gemeente Weststellinwerf 2002/346 Gemeente Haarlemmermeer evolde procedure bij ontruimin van wonin van moeder van verzoeker in het alemeen: toezein dat er een oede spullen weeooid zouden worden niet naekomen; klacht niet binnen de daarvoor in de Awb eldende termijnen afedaan evolde procedure tot ontruimin wonin doorezet zonder dat betrokken dienst ter plaatse heeft econtroleerd of wonin afdoende was ereinid de manier waarop toepassin is eeven aan de bepalin van rechtsmiddelenverwijzin in artikel 3:45 Awb in een besluit, waarin een verzoek is afewezen van een tijdelijk aanestelde leerkracht om deelname in de spaarloonreelin voor onderwijspersoneel verzoek afewezen om verzoeker met toepassin van de hardheidsclausule ontheffin te verlenen van de zoenoemde overwinstreelin die is openomen in eiendomsakte van verzoekers wonin n,# n,!,# # n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

155 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/347 Gemeente Haarlemmermeer een toestemmin verleend om wonin te verhuren 2002/348 Gemeente Winterswijk bezwaarschrift teen het verlenen van een sloopverunnin voor een pand niet in behandelin enomen 2002/355 Gemeente Boarnsterhieled in juni 2002 no een conceptbesluit voor- aan emeenteraad inzake in december 2000 en januari 2001 inediende verzoeken om planschade ex artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordenin 2002/384 Gemeente Lanedijk bij beslissin op verzoekers klacht verwezen naar de moelijkheid om beroep teen de beslissin in te stellen bij de arrondissementsrechtbank, i.p.v. verwijzin naar de Nationale ombudsman 2002/387 Gemeente Lanedijk klacht niet binnen termijn afehandeld zoals die is vasteled in de Awb 2002/397 Gemeente Tiel een formeel verkeersbesluit enomen voor het fiets-/bromfietspad te Tiel, terwijl bijbehorend verkeersbord is eplaatst en sindsdien het pad als zodani wordt ebruikt en verzoeker kan een bezwaarschrift indienen omdat verkeersbesluit formeel no niet is enomen Justitie Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/007 Bureau Bijzondere Zaken van Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/012 Reiopolitie Flevoland 2002/013 Arrondissementsparket Maastricht 2002/017 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/030 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/032 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/040 Officier van justitie Den Haa een afdoende antwoord eeven op voorelede vraen inzake betrouwbaarheid, deskundiheid en politieke onpartijdiheid van een bij de IND werkzame tolk wijze waarop is opetreden teen een roep joneren, waarvan verzoeksters dochters deel uitmaakten, die een discotheek in Almere hadden bezocht: de joneren met diensthonden opewacht, de bus evold en econtroleerd op zwartrijders, onnodi disproportioneel eweld toeepast onfatsoenlijke opmerkinen emaakt onvoldoende eïnformeerd omtrent de activiteiten van het openbaar ministerie n.a.v. een aanifte van oplichtin teen verzoeker en n.a.v. verzoekers aanifte van valsheid in eschrift onvoldoende voortvarend ehandeld om kinderalimentatie te innen van verzoeksters ex-echtenoot in de periode voor hij failliet is verklaard, ex-echtenoot op oude adres ezocht ondanks door verzoekster dooreeven adreswijziin en pas op 6 april ereaeerd op verzoeksters brief van 21 januari klacht over tolk, die t.b.v. contactambtenaar vertaald heeft wat verzoeker heeft ezed buiten aanweziheid van contactambtenaar, onerond verklaard lane behandelinsduur van op 13 auustus 1996 inediende asielverzoeken, na afrondin van strafrechtelijk onderzoek door sepotbrief van 6 januari 1998 en nader ehoor op 21 september 1999 niets meer edaan, niet ereaeerd op brieven van advocaat van 14 auustus 1999 en 23 februari 2000 aanhoudin verzoekers en overbrenin naar politiebureau n n o n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

156 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/043 Arrondissementsparket Maastricht 2002/051 Staatssecretaris van Justitie verstrekken van machtiin tot vervreemdin auto, niet berichten over voorenomen vervreemdin niet (tijdi) beantwoorden van brieven pas in april 2000 ambtsbericht vrijeeven terwijl dit al in december 1999 beschikbaar was, waardoor verzoekster (advocaat) onvoldoende in staat was op een oede manier rechtsbijstand te verlenen aan Azerbeidzjaanse cliënt en inediende klacht ten onrechte buiten behandelin esteld 2002/054 Openbaar Ministerie totdat verzoeker zich tot Nationale ombudsman wendde onvoldoende actie ondernomen n.a.v. aanifte, ondanks verscheidene schriftelijke verzoeken daartoe Hoofdofficier van Justitie 2002/058 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/059 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/060 Arrondissementsparket Maastricht 2002/068 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/073 Officier van justitie Zutphen totdat verzoeker zich tot Nationale ombudsman wendde niet ereaeerd op zijn brief, ondanks diverse rappels toezeinen m.b.t. het plannen van een leeftijdsonderzoek en de daarna te volen procedure niet naekomen, reactie op verzoekers klacht leidt tot onduidelijkheid of verzoeker zou worden onderworpen aan leeftijdsonderzoek, en zo ja, over tijdstip van dit onderzoek en te nemen vervolstappen een rekenin ehouden met verzoekers eestelijke ezondheidstoestand lane behandelinsduur van bezwaarschrift van 13 oktober 1999 teen afwijzende beslissin op verzoekers asielaanvraa verzoeker niet nader eïnformeerd over het door de reiopolitie in te stellen onderzoek niet ereaeerd op rappelbrief van verzoeker lane behandelinsduur van verzoekers bezwaarschrift; lane behandelinsduur van aanvraa verlenin van verunnin tot verblijf; toezeinen m.b.t. beslistermijnen niet naekomen verzoeker aanemerkt als verdachte van diefstal bevel tot aanhoudin buiten heterdaad van verzoeker aan politie eeven 2002/074 Gerechtsdeurwaarder onvoldoende actie ondernomen om tot incasso te komen van een vorderin die aan verzoekers is toeewezen bij vonnis van de kantonrechter 2002/077 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen Gouda 2002/084 Arrondissementsparket Den Haa 2002/085 Immiratie- en Naturalisatiedienst wijze van handelen n.a.v. verzoek van verzoekers ex-echtenote om de invorderin van kinderalimentatie ter hand te nemen: overeaan tot besla leen op loon voordat discussie over hoote van het bedra was aferond, te laat telefonisch meeedeeld dat indien hij het bedra zou hebben betaald waarover een discussie bestond, een kosten in rekenin zouden zijn ebracht onredelijk betalinsvoorstel edaan pas na ruim acht maanden transactievoorstel edaan i.v.m. door verzoekster epleede verkeersovertredin, n.a.v. brieven verzoekster een duidelijke verklarin eeven voor het lane tijdsverloop termijn van slechts drie werkdaen eeven voor indienen van correcties en aanvullinen op «rapport onderzoek herkomstbepalin»; wijze van afdoenin klacht van verzoeker over termijnstellin n n o,! n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

157 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/086 Arrondissementsparket Assen 2002/090 Kandidaaterechtsdeurwaarder Rotterdam 2002/092 Penitentiaire Inrichtin Noordsinel te Rotterdam 2002/099 Staatssecretaris van Justitie 2002/101 Arrondissementsparket Almelo hoofdofficier van justitie vermeldt in brief, waarin zij bericht de strafzaak teen verzoeker te seponeren weens verjarin, dat zij van menin is dat wetti en overtuiend bewijs t.a.v. de feiten epleed in 1987 aanwezi is schriftelijk stuk overhandid aan een 17-jarie medewerkster van verzoeker zonder rekenin te houden met de privacy van de medewerker op wiens loon besla werd eled medewerkers hebben een stapel aantekeninen en studiemateriaal laten verdwijnen c.q. vernietien de na verzoekers in vrijheidsstellin binnenekomen post laten verdwijnen c.q. vernietien directeur niet ereaeerd op brief van verzoeker een evol eeven aan uitspraak van arrondissementsrechtbank, waarbij verzoekers beroep erond werd verklaard en waarbij de Staatssecretaris werd opedraen binnen 14 weken opnieuw te beslissen op bezwaarschrift persbericht aan de media verstrekt zonder verzoeker, teen wie een strafrechtelijk onderzoek was inesteld, daarvan teelijkertijd een afschrift toe te sturen 2002/104 Minister van Justitie # verzoek tot heroverwein van het t.a.v. n verzoeker enomen ratiebesluit afewezen de ratieverzoeken van dienstweieraars n worden als cateorie beoordeeld motiverin van de afwijzin betreffende het verzoek tot bijstellin van de hoote van de eldboete 2002/108 Immiratie- en Naturalisatiedienst verzoekster, werkzaam bij IND, klaat over lane behandelinsduur van bezwaarschrift teen afwijzin van sollicitatie naar een andere functie binnen IND en over het feit dat IND niet inhoudelijk op haar brieven heeft ereaeerd 2002/110 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/116 Deken van de Orde van Advocaten in arrondissement Breda wijze waarop de IND omaat met zaken van vreemdelinen ten aanzien van wie het vermoeden bestaat dat zij in verband met het artikel 1F van het Verdra (mensen die ernstie misdrijven of mensenrechtenschendinen hebben epleed in hun land van herkomst, worden uitesloten van de beschermin van dat verdra en kan de toean tot Nederland worden eweierd) betreffende de status van vluchtelinen niet onder de werkinssfeer van dat verdra vallen wijze waarop klacht over met naam enoemde advocaat is afedaan: onvoldoende invullin eeven aan het beinsel van hoor en wederhoor en naelaten te vermelden dat verzoeker klacht kan voorleen aan de Raad van Discipline de Deken heeft eoordeeld dat eschetste omstandiheden in davaardin juist zijn, zich onthouden van een oordeel over door haar aanedraen feiten en omstandiheden en vraen onbeantwoord elaten n n o,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

158 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/117 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/123 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/127 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/129 Bureau voorlichtin interlandelijke adoptie 2002/134 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/149 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/150 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/151 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/152 Openbaar Ministerie te Groninen 2002/153 Hoofdofficier van justitie arrondissementsparket Amsterdam onvoldoende actie ondernomen om de door haar ex-echtenoot verschuldide kinderalimentatie te innen, onvoldoende eïnformeerd over de voortan van de inninen en de inspanninen van het LBIO terzake, ondanks herhaalde verzoeken en edane toezeinen daartoe niet overeaan tot terubetalin van ten onrechte betaalde ouderbijdrae lane behandelinsduur asielaanvraa verscheidene keren eweierd door verzoeker betaalde bijdrae voor voorlichtinsbijeenkomsten te restitueren omdat hij zich korter dan drie weken voor aanvan had afemeld lane behandelinsduur van inediende aanvraa om toelatin tot Nederland als vluchtelin onvoldoende voortvarend ehandeld lane behandelinsduur van inediend bezwaarschrift teen beslissin van Staatssecretaris waarbij aanvraa om toelatin als vluchtelin werd afewezen n.a.v. asielverzoek niet aanvullend ehoord, waardoor verzoeker wezenlijk deel niet naar voren heeft kunnen brenen en onvoldoende tijd eund voor het indienen van aanvullinen en correcties op het rapport van nader ehoor wijze van klachtbehandelin; klacht niet met benodide onafhankelijkheid beoordeeld bijdrae eleverd aan een door SBS6 uitezonden televisieproramma over politie Groninen; hierbij kwam een lanlopende burenruzie aan bod waarbij verzoekers zijn betrokken onderzoek uit eien bewein: wijze waarop verzoekers klacht over een aantal sociaal rechercheurs van de SVB wordt afehandeld behandelinsduur van die afhandelin 2002/155 Gerechtsdeurwaarder onvoldoende actie ondernomen ter uitvoerin van vonnis in civiele procedure waarbij verzoeker als eisende partij optrad in mei meeedeeld dat incassoprocedure was estaakt i.v.m. emiratie van de veroordeelde partij in februari, terwijl verzoeker in maart was meeedeeld dat de zaak no in behandelin was 2002/156 Minister van Justitie verzoek om tenuitvoerlein in Nederland van door de Britse rechter aan verzoeker opelede evanenisstraf afewezen motiverin van afwijzin van overnameverzoek m.b.t. lanere strafduur in Nederland 2002/161 Officier van justitie toestemmin eeven om verzoeker buiten Haarlem heterdaad aan te houden 2002/163 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/166 Griffier kantonerecht Utrecht lane behandelinsduur van aanvraa om verlenin verblijfsverunnin op rond van driejarenbeleid in rolberichten estelde termijn voor indienen van processtukken wijkt in nadeel van justitiabele af van door rolrechter eeven termijn verzoeker meeedeeld dat hij op de da voor de rolzittin stukken kon aanleveren n n,# n n n n n,#! n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

159 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/174 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/181 Centraal Oraan opvan asielzoekers 2002/182 Ministerie van Justitie 2002/185 Raad voor de Kinderbeschermin, directie Noord West Klachtencommissie III van de Raad voor de Kinderbeschermin innin van betalin van onderhoudselden t.b.v. verzoekers zoon overenomen over periode vanaf 1 mei 1998 i.p.v. 1 juni 1998 overeaan tot het leen van loonbesla; onderhoudsbijdrae en opslakosten eïnd over periode t/m november 1999 i.p.v. oktober 1999; het over december 1999 eïnde bedra niet aan verzoeker terubetaald, nadat LBIO bekend was eworden dat bijdrae vanaf 1 december 1999 niet meer was verschuldid kamer van asielzoeker in AZC zonder zijn toestemmin en teen zijn wil binnenetreden om deze te ontruimen niet eïnformeerd dat inwilliin van bij de Duitse autoriteiten inediende verzoek om overplaatsin naar een penitentiaire inrichtin in Nederland tot evol zou kunnen hebben dat verzoeker laner in detentie zou moeten verblijven dan wanneer hij in Duitsland zijn straf zou uitzitten verzoek onvoldoende voortvarend behandeld een ezinsvoodij-instellin ineschakeld die niet was toeerust voor de behandelin van de problematiek van twee adoptiekinderen van verzoeker; moelijkheid tot hechtin tussen verzoeker, zijn echtenote en kinderen eneeerd door hun verzoek om de kinderen vaker te kunnen bezoeken af te wijzen; informatie onthouden over behandelplan het eïndiceerde onderzoek m.b.t. de behandelin van de kinderen etraineerd; adviezen van hem en zijn echtenote over een veetarisch dieet van de kinderen eneeerd; een uitsluitsel eeven over zoekeraakte eiendommen van de kinderen klachtbrief over procedure ondanks een rappel niet beantwoord 2002/186 Minister van Justitie verzoeken om erkennin van aansprakelijkheid afewezen voor de door verzoekers estelde eleden schade door edwonen afbouw van methadonverstrekkin 2002/187 Arrondissementsparket Den Haa 2002/188 Arrondissementsparket s-hertoenbosch 2002/194 Immiratie- en Naturalisatiedienst wijze waarop aan verzoekers minderjarie zoon erichte brief is opesteld: slechts zoon aaneschreven en niet ook de ouders, niet concreet omschreven waarvan zoon werd verdacht, zoon operoepen om tijdens schooltijd op Paleis van Justitie te verschijnen, zonder moelijkheid te bieden voor maken van andere afspraak; in telefoonesprek niet in willen aan op verzoek om de zaak te bespreken wijze van omaan met verzoeken om hulp van verzoekers: voorbijeaan aan verzoek om aanifte op te nemen, niet ereaeerd op als bijlae bij brief evoede dreimail eweierd verzoekers uit te nodien voor persoonlijk esprek wijze van afhandelen van klacht over tolk: voorbijeaan aan advies van Klachtenadviescommissie Tolken en niet overeaan tot toetsen van deskundiheid desbetreffende tolk # n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

160 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/197 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/201 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/207 Officier van justitie Den Haa onvoldoende voortvarend ehandeld om alimentatie te innen van verzoeksters ex-man en een te root deel van de betalin ebruikt ter dekkin van de kosten die worden emaakt voor het innen van de alimentatie lane behandelinsduur van inediende aanvraa om toelatin tot Nederland als vluchtelin opdracht eeven tot strafrechtelijke ontruimin van een pand, terwijl een kort edin davaardin aan de officier was efaxt, datum van behandelin kort edin was dooreeven en was emeld door president rechtbank dat niet strafrechtelijk zou worden ontruimd voordat hij in een kort edin zijn oordeel zou hebben eeven 2002/208 Gerechtsdeurwaarder onjuiste lijst opesteld van in besla enomen roerende zaken van verzoeker 2002/209 Immiratie- en wijze van afhandelen klacht over contactambtenaar: Naturalisatiedienst betrokken ambtenaar niet ehoord eerdere klachten over deze contactambtenaar buiten beschouwin elaten 2002/220 Gerechtsdeurwaarder wijze van uitvoerin bij leen van conservatoir besla onder twee bedrijven op verzoek van verzoeker: niet toeestaan dat verzoeker en/of erechtelijk bewaarder tijdens beslalein aanwezi waren en niet al die zaken in besla enomen waartoe de arrondissementsrechtbank verlof had verleend; omschrijvin in proces-verbaal van inbeslaenomen zaken kwam niet (eheel) overeen met feitelijk inbeslaenomen zaken niet al die zaken in besla enomen waartoe president van de arrondissementsrechtbank verlof had verleend 2002/221 Griffie(r) van het kantonerecht te Meppel pas op 1 december een afschrift toeestuurd van het op de terechtzittin van 16 november ewezen vonnis, terwijl in tussentijd een rolbericht is toeestuurd; onvoldoende besef etoond voor het belan van een procespartij om spoedi te weten wat kantonrechter heeft besloten door het woord «onverwijld» uit te leen als «na één week»; op onprofessionele wijze ereaeerd op verzoekers brief 2002/224 Minister van Justitie verzoek om tenuitvoerlein in Nederland van de door Britse rechter aan verzoeker opelede evanenisstraf afewezen; wel inestemd met eenzelfde verzoek van een in dezelfde strafzaak medeveroordeelde aan wie dezelfde straf is opeled; lane behandelinsduur van verzoek in periode van 4 mei tot 5 juli 1999 lane behandelinsduur van verzoek in periode van 31 maart 1998 tot 22 juni /226 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/229 Centraal Oraan opvan Asielzoekers 2002/231 Immiratie- en Naturalisatiedienst hoewel verzoekers klacht over lane behandelinsduur erond is bevonden een passende maatreel enomen verzoeker niet adequaat eïnformeerd over voortan behandelin bezwaarschrift riffierecht dat aan verzoeker verschuldid was niet veroed; ontvanst van faxberichten en brieven niet bevestid; enoemde faxberichten en brieven, waaronder een klacht, niet inhoudelijk behandeld het Consulaat-Generaal niet ewezen op ten onrechte ewekte positieve verwachtinen n n n o n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

161 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/233 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/234 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/238 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/242 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/247 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/248 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/257 Arrondissementsparket Zwolle Ressortsparket Arnhem 2002/259 Openbaar Ministerie te Rotterdam 2002/267 Raad voor de Kinderbeschermin Klachtencommissie V van de Raad voor de Kinderbeschermin 2002/268 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/269 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/276 Minister Vreemdelinenzaken en Interatie wijze van klachtbehandelin; in brief was openomen dat het een klacht betrof maar de brief van verzoeker is niet als klacht behandeld en zonder opave van redenen voorbijeaan aan toepassin van hoofdstuk 9 van de Awb en de eien interne klachtreelin lane behandelinsduur van namens verzoeker inediend bezwaarschrift; n.a.v. verzoek om verlenin van verblijfsverunnin op rond van het driejarenbeleid slechts verwezen naar alemene brief; wijze van afhandelen klacht verlenin van verblijfsverunnin op rond van driejarenbeleid afhankelijk esteld van intrekkin bezwaarschrift lane behandelinsduur van verzoek tot naturalisatie; verzoekster niet deudelijk op de hoote ebracht van (herhaalde) aanhoudin van beslissin op naturalisatieverzoek; klacht over lane behandelinsduur onerond verklaard; klachtbehandelin niet conform hoofdstuk 9 Awb verzoekster en minderjarie kinderen zonder echtenoot uit Nederland verwijderd en vervolens dezelfde da weer naar Nederland teruebracht onvoldoende actie ondernomen m.b.t. innin van kinderalimentatie vanaf 21 maart 2001 onvoldoende actie ondernomen m.b.t. innin van kinderalimentatie tot 21 maart 2001 lane behandelinsduur van inediende aanvraa tot verlenin van verblijfsverunnin; toezein dat binnen vier weken zou worden beslist niet naekomen in ambtsbericht de feiten van mishandelin onjuist weereeven in strijd met de waarheid bij brief meeedeeld dat het betreffende politieonderzoek van voldoende kwaliteit is eweest en onvoldoende inhoudelijk ereaeerd op brief verzoeker advocaat-eneraal heeft in versla de feiten van mishandelin onvolledi weereeven en vermeld dat verzoeker heeft bijedraen aan de escalatie van het conflict toestemmin eeven om verzoeker te laten aanhouden door arrestatieteam bejeenin tijdens esprekken in kader brief 27 april 1999 door de rechtbank aan de Raad opedraen onderzoek naar moelijkheden van omansreelin wijze van klachtafhandelin door Klachtencommissie documenten van X-internetbankieren niet als betalinsbewijs eaccepteerd; edwonen om verschuldide kinderalimentatie per acceptiro te voldoen; niet zorvuldi omeaan met privéeevens; in rekenin brenen van kinderalimentatie voor de navolende maand informatie over asielaanvraa aan media verstrekt; klacht hierover onerond verklaard lane behandelinsduur van een aantal, in de Nederlandse Antillen, inediende naturalisatieverzoeken n n n o o n n n n,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

162 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/278 Orde van Advocaten te Breda 2002/279 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/282 Stichtin voor Jeudbeschermin en Jeudhulpverlenin wijze waarop waarnemend deken bezwaren over een tweetal advocaten heeft afedaan; naelaten edrasreels bij oordeel te betrekken; bij oordeel slecht rekenin ehouden met belanen advocaten; bezwaar teen inhoud ten onrechte verworpen en indruk ewekt partijdi te zijn wijze van klachtafhandelin: ontvanst klacht niet schriftelijk bevestid; niet binnen wettelijke termijn afehandeld; niet naar tevredenheid uiteled waarom tot tweemaal toe een evol is eeven aan uitspraak rechtbank mededelin van ezinsvood dat eind juni een sprake meer was van crisis bij zoon van verzoeker niet uitvoeren van crisisplaatsin 2002/284 Koninklijke Beroepsoranisatie behandelin van klacht bij klachtencommis- van sie niet voortezet, althans de klacht niet ter Gerechtsdeurwaarderen behandelin doorezonden of overedraders aan de Kamer voor Gerechtsdeurwaar- 2002/288 Arrondissementsparket een termijn ekreen om over voorstel na Maastricht te denken 2002/292 Stichtin Jeudbescherminkin een evol eeven aan de in de beschik- van de kinderrechter eeven opdracht Friesland om na overle te beoordelen of herstel van contacten tussen verzoekers en pleekind moelijk is niet betrekken van verzoekers bij de beoordelin van oman met pleekind 2002/295 Raad voor de partijdie manier van werken bij uitvoeren Kinderbeschermin van onderzoek in verzoekers ezin: afeaan op verklarinen in politieonderzoek en een eien onderzoek bij anderen edaan; door verzoekster aanereikte eevens niet of nauwelijks in rapport vermeld wijze van onderzoek: huisarts niet eraadpleed, wijze van bemoeienis met medische aaneleenheden en tijdens terechtzittin indruk ewekt partijdi te zijn vóór terechtzittin indruk ewekt partijdi te zijn 2002/297 Openbaar Ministerie niet op de hoote ebracht van de te Zwolle aanhoudin van haar zoon in Frankrijk Ministerie van onvoldoende actie ondernomen om de Justitie uitleverinsprocedure van haar zoon te bespoedien 2002/298 Gerechtsdeurwaarder binnen eunde betalinstermijn werkever benaderd met eventueel te leen loonbesla; werkever met fax aaneschreven; een specificatie eeven van evorderd bedra plotselin en onaanekondid hervatten van invorderin en het leen van executoriaal besla op irorekenin verzoeker Arrondissementsparket Rotterdam 2002/309 Immiratie- en Naturalisatiedienst niet ereaeerd op beroepschrift van 14 maart 1998, noch op brief van 11 oktober 1998 lane behandelinsduur van verzoekers aanvraa om een verblijfsverunnin nadat zijn bezwaarschrift teen de buiten behandelinstellin van de aanvraa erond was verklaard; de wijze waarop de IND zijn klacht hierover heeft behandeld n,! n o,# n n o n n n n,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

163 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/310 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/318 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/319 Arrondissementsparket Haarlem 2002/323 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/330 Centraal Oraan opvan Asielzoekers 2002/335 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/337 Centraal Justitieel Incassobureau 2002/338 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/339 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2002/340 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/345 Ministerie van Justitie 2002/352 Immiratie- en Naturalisatiedienst wijze waarop de IND is ineaan op verzoekers klacht over het feit dat de IND in brieven een doorkiesnummer vermeldt, terwijl het om een alemeen telefoonnummer aat lane behandelinsduur van inediend bezwaarschrift teen afwijzende beslissin op aanvraa van verlenin van een verblijfsverunnin een motiverin eeven voor weierin om rijbewijs aan verzoeker teru te even; een door verzoekers raadsman eschreven brief niet inhoudelijk beantwoord wijze van handelen n.a.v. verzoek van verzoekers ex-echtenote om invorderin van verschuldide kinderalimentatie ter hand te nemen: onvoldoende uitle verschaft over hoote en samenstellin van het bedra van de vorderin; na 12 jaar verland dat verzoeker aantoont de alimentatie tijdi te hebben betaald; aanenomen dat verzoeker zijn betalinsplicht niet, dan wel onvoldoende zou nakomen behandelin van klacht over het uitbijven van uitplaatsin van het AZC naar een wonin: verzoeker ereistreerd als eenpersoonshuishouden niet volledi eïnformeerd over status van eenpersoonhuishouden en doorverwezen naar een afwezie loistiek medewerker van het COA onvoldoende actie ondernomen om kinderalimentatie te innen; onvoldoende informatie m.b.t. innin verzoeker voor tweede maal binnen korte tijd econfronteerd met beschikkin waarop in de adresserin zijn voorletters ontbreken ondanks eerdere correspondentie daarover lane behandelinsduur van aanvraen van november 1997 om toelatin als vluchtelin en om verlenin van verblijfsverunnin onvoldoende voortvarend bij de invorderin van achterstallie kinderalimentatie; niet reaeren op brief van verzoekster met verzoek om uitle over haar dossier eweierd oriinele rossen te retourneren; een medewerkin verleend om kosteloze inzae te krijen; niet ereaeerd op bezwaar teen beslissin rechtbank om wettelijke schuldsanerin op ex-echtenoot toe te passen wijze waarop klacht over optreden van contactambtenaar tijdens nader ehoor is afehandeld; te veel afeaan op wat verzoeker op de hoorzittin heeft verklaard, waardoor niet alle klachtonderdelen inhoudelijk zijn behandeld bij afbreken kies tijdens detentie in PI Vut een kroon eplaatst klacht over afwijzin zonder motivatie van verzoek om uitstel voor het even van een reactie op een ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken kennelijk onerond verklaard,# # n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

164 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/358 Openbaar ministerie te Arnhem 2002/364 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/366 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/386 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/395 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/396 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/401 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2002/402 Immiratie- en Naturalisatiedienst niet eïnformeerd over vervolin van twee verdachten van oplichtin, terwijl er aanwijzinen zijn dat het om de personen aat teen wie verzoeker aanifte van diefstal heeft edaan wijze van afhandelin klacht over onheuse bejeenin tijdens nader ehoor wijze van klachtafhandelin door IND over bejeenin ambtenaar van IND: klacht niet binnen wettelijke termijn afehandeld; tweemaal toezein niet naekomen; niet ereaeerd op rappelbrief IND laat ter vaststellin van de minderjariheid of meerderjariheid botonderzoeken verrichten bij alleenstaande minderjarie asielzoekers terwijl het Staatstoezicht op de Volksezondheid, Inspectie voor de Gezondheidszor, daarover neatief heeft eadviseerd en IND heeft een medischethische commissie inesteld die toeziet op de medisch-ethische kant van deze botonderzoeken en IND heeft in de uitspraak van de rechtbank een aanleidin ezien om het laten verrichten van botonderzoeken bij ama s te doen beëindien lane behandelinsduur van asielaanvraa wijze van klachtbehandelin: lane behandelinsduur van inediend bezwaarschrift en een passende maatreel in vooruitzicht esteld terwijl klacht erond is verklaard lane behandelinsduur van inediende aanvraa om verlenin van verblijfsverunnin en alhoewel klacht hierover erond is verklaard, er is no een passende maatreel in het vooruitzicht esteld lane behandelinsduur van aanvraa tot naturalisatie,# Landbouw, natuurbeheer en visserij en binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/227 LASER schade aan bloembollen t..v. wateroverlast niet etaxeerd, hoewel dit verscheidene keren was toeezed verzoeker niet de moelijkheid eboden bezwaren mondelin toe te lichten; wijze van voorlichten over verdere procedure n Landbouw, natuurbeheer en visserij Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/023 Productschap voor Vee en Vlees 2002/036 Alemene Inspectiedienst Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij verzoek om schadeveroedin i.v.m. verplichte inentin ter bestrijdin van infectieuze bovine rhinotracheitis (IBR) afewezen lane behandelinsduur van bezwaarschriften teen aan verzoeker opelede heffinen in het kader van preventie runderziekten wijze van afhandelin klacht m.b.t. het optreden van een aantal controleurs n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

165 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel een correct beeld eschetst van de wijze waarop de controleurs zijn opetreden 2002/113 Staatsbosbeheer wijze waarop natuurebied Rottie Drieberen Meenthe is beheerd: de bestemmin van het ebied onvoldoende ehandhaafd door onbevoeden toean tot ebied te verlenen, niet juist dat Staatsbosbeheer verzoeker wel heeft aanesproken op edra in strijd met de bestemmin van het ebied maar buren niet en daarnaast de wijze waarop zijn klacht is behandeld 2002/180 Rijksinstituut voor bij aanvaardin van verzoek om beoordelin Visserijonderzoek van opslasysteem van schaaldieren onvoldoende zorvuldi te werk eaan en bij uitvoeren van onderzoek niet de vereiste zorvuldiheid in acht enomen 2002/204 Landbouwschap etracht bedra voortvloeiend uit alemene heffinsaansla over 1993 alsno te incasseren in 2000/2001 en invorderin niet willen opschorten totdat de Nationale ombudsman klacht zou hebben beoordeeld schikkinsaanbod van december 2000, dat verzoeker pas in mei 2001 ontvin, niet meer estand willen doen 2002/320 Plantenziektenkundie Dienst 2002/324 Bureau Heffinen Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij rapport opesteld n.a.v. ter plaatse uitevoerd onderzoek naar spuitschade in tuin van verzoeker t..v. ebruik van bestrijdinsmiddelen in naasteleen maïsperceel zonder dat verzoekers zijn ehoord en zonder dat de schade is eïnspecteerd verzoek tot uitstel van indienin van mineraalaanifte over 2000 onemotiveerd afewezen; onjuiste telefonische informatieverstrekkin in april 2001 en onjuist doorverbonden inhoud van afwijzende beslissin; onjuiste telefonische informatieverstrekkin in mei 2001 en eweierd verzoeker door te verbinden met jurist o n n n n n Onderwijs, cultuur en wetenschappen Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/001 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 2002/370 Rijksdienst voor de Monumentenzor niet inhoudelijk ineaan op inediende klacht met betrekkin tot de behandelinsduur van verzoek van 11 oktober 2000 verbindt een evolen aan conclusie dat emeente Groninen in eval van verzoeker aan de rijksreelin m.b.t. subsidieverlenin een juiste uitle eeft en niet volledi ereaeerd op zijn klacht maar die reactie ter behandelin overedraen aan bezwarencommissie van het Ministerie van OC&W Politie Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/003 Reiopolitie Kennemerland wijze waarop verzoekers klacht over weierin om aanifte op te nemen is afehandeld, met name omdat korpschef een voorinenomen standpunt heeft inenomen over eventuele strafvervolin 2002/008 Reiopolitie Utrecht afhandelin van aanrijdin verzoekers zoon: in het opemaakte reistratieformulier de plaats van aanrijdin onjuist weereeven n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

166 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel verzoekers zoon ten onrechte aaneduid met 14.1 klachtbehandelin: klachtbehandelaar niet zelf verschenen tijdens esprek, maar een collea heeft het esprek evoerd 2002/010 Reiopolitie eweierd aanifte van laster jeens Noord-Holland Noord verzoeker op te nemen en bezwaar emaakt teen wijze waarop de ambtenaar verzoeker teemoet is etreden 2002/011 Ambtenaar Korps tijdens het horen van twee kennissen van landelijke politiediensten verzoeker vertrouwelijke informatie over verzoeker doorespeeld en aantal onwaar- heden verteld, waardoor neatief beeld werd eschetst klacht niet in behandelin enomen en bovendien niet duidelijk emotiveerd waarom klacht niet werd onderzocht 2002/014 Reiopolitie Zeeland onvoldoende actie ondernomen n.a.v. aaniften en meldinen van verzoekster en/of haar moeder, van strafbare feiten epleed door buurman; onvoldoende daadkrachti opetreden en zich partijdi opesteld 2002/015 Reiopolitie Drenthe verzoeker tijdens vrijwilli verblijf op politiebureau in een afesloten ruimte eplaatst en hem laten aan zonder contact op te nemen met zorkader en verzoek om schadeveroedin afewezen 2002/016 Reiopolitie Haalanden meldkamer verleende een toestemmin aan twee motorsurveillanten om een ambulance te beeleiden naar het ziekenhuis 2002/018 Reiopolitie Drenthe onvoldoende onderzoek verricht n.a.v. verzoekers aanifte van mishandelin op 15 mei 1998, etuien pas in september 1999 ehoord, verzoeker onvoldoende eïnformeerd over het onderzoek n.a.v. zijn aanifte 2002/019 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/025 Vreemdelinendienst reiopolitie Brabant Zuid-Oost 2002/028 Reiopolitie Flevoland Beheerder reiopolitie Flevoland 2002/029 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond Beheerder Reiopolitie Rotterdam Rijnmond wijze van aanhoudin in Amsterdam: reden van aanhouden niet meeedeeld, zonder aanleidin direct eboeid, bij instappen in politieauto teen dakrand eduwd, op politiebureau inesloten, pas na drieënhalf uur naar huis ebracht en daarbij verbaal edwonen om wonin binnen te aan nadat dienst paspoort in bewarin had enomen voor technisch onderzoek, verzoeker zijn paspoort, ondanks herhaald uitdrukkelijk verzoek, niet voor 2 juni 2000 terueeven en niet voldaan aan verzoek kopieën te verstrekken van correspondentie en lane behandelinsduur van het verzoek om informatie verzoeker onheus bejeend, aanehouden, zijn kledin onderzocht, inesloten in politiecel, niet ten spoediste eleid voor hulpofficier, bij eleidin voor de hulpofficier niet ezed dat hij werd vooreleid, hulpofficier was ook aanwezi op plaats van delict en derhalve niet objectief, pas na ruim twee uur verhoord klacht afedaan zonder dat klachtenadviescommissie verzoeker heeft ehoord of hem daartoe in de eleenheid heeft esteld bij binnentreden verzoeksters wonin haar voordeur eforceerd waarbij onnodi veel schade ontstaan is verzoek om schadeveroedin i.v.m. politieoptreden afewezen n o o n n n n,! n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

167 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/034 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/035 Reiopolitie Haalanden 2002/037 Reiopolitie Gelderland-Zuid eweierd aanifte van mishandelin op te nemen, disproportioneel eweld teen verzoeker ebruikt waardoor hij letsel heeft opelopen en schade eleden, verzoek om schadeveroedin afewezen verzoeker in vervol op zijn klachtbrief niet ehoord, terwijl per brief was aanekondid dat verzoeker zou worden uitenodid voor een esprek handelwijze n.a.v. aanhoudin: verzoeker (die suiker- en kankerpatiënt is) niet voldoende in eleenheid esteld om medicijnen en speciaal voedsel mee te nemen, intimiderende bejeenin: verzoeker zou racist zijn, zonder verzoeker ervan in kennis te stellen huiszoekin verricht tijdens insluitin niet de juiste verzorin eboden, eweierd aanifte op te nemen, intimiderende bejeenin: verzoeker zou een crimineel zijn en er zou een aatje in zijn hoofd worden eschoten intimiderende opmerkinen: verzoeker was zieli fiuur, het was maar oed dat hij kanker had i.p.v. een topbaan verzoeksters brief van 3 november 2000, ondanks verscheidene rappelbrieven, tot 13 juni 2001 niet inhoudelijk beantwoord 2002/038 Reiopolitie Utrecht verzoeker tijdens «Meafestatie» hardhandi aanepakt tenevole waarvan hij zijn knie zwaar heeft ekneusd 2002/040 Reiopolitie Haalanden excessief eweld toeepast, een aantal verzoekers onnodi lan opehouden op het politiebureau een onevenredi aantal politieambtenaren teen verzoekers inezet in ieder eval één verzoekster efouilleerd door een mannelijke politieambtenaar eweierd om schade te veroeden voor politieoptreden Beheerder reiopolitie Haalanden 2002/041 Reiopolitie Utrecht verzuimd om een reistratie te maken van verzoekers bezoek aan politiebureau, nadat verzoeker betrokken was eweest bij verkeersoneval 2002/042 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/044 Reiopolitie Zaanstreek- Waterland 2002/047 Reiopolitie Kennemerland 2002/048 Beheerder reiopolitie Amsterdam- Amstelland niet opmaken van een reistratieset door de medewerker publieksservice aanhoudin van verzoekster, boeien, chef niet teruekomen op eerder oordeel dat verzoeksters klacht niet erond is, niet etwijfeld aan waarheidsehalte van klacht eweld teen verzoekster door politieambtenaren terwijl zij was inesloten in een ophoudruimte, onheus verbaal bejeend niet voldoende actie ondernomen om evaarlijke verkeerssituatie teen te aan wijze van handelen n.a.v. verzoekers meldin van aanrijden van zijn eparkeerd staande auto: vrijwel direct meeedeeld dat weini kans bestond op oede afloop, hoewel verzoeker kenteken van bestuurder had dooreeven een reconstructie van aanrijdin uitevoerd, onderzoek estaakt terwijl verfresten op verzoekers auto no niet waren onderzocht; klacht over bovenstaande niet volens eldende procedure afehandeld verzoek om schadeveroedin i.v.m. hondenbeet niet toeewezen n n o,# n n o n n n o n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

168 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/049 Reiopolitie Middenen West-Brabant 2002/052 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond optreden bij aanhoudin van persoon in café, waarbij een toeloop van mensen ontstond: excessief en onnodi eweld toeepast, waarbij verzoeker door diensthond in zijn been is ebeten, een aanifte willen opnemen terwijl op bureau een sprake was van hectische situatie, toezein telefonisch contact op te zullen nemen niet naekomen wijze van optreden politie: verzoeker als verdachte aanemerkt, eboeid en nodeloos ruw te werk eaan, niet meeedeeld waarom verzoeker is aanehouden en niet ewezen op rechten en plichten wijze waarop een met naam enoemde ambtenaar is omeaan met aanifte van vernielin van een poort: schriftelijke aanifte op een onjuiste wijze verwerkt in proces-verbaal van aanifte en onvoldoende onderzoek verricht naar aanleidin van de aanifte eweierd het proces-verbaal aan te passen/aan te vullen met de eevens uit verzoekers aanifte(brief) 2002/053 Reiopolitie Twente handelwijze politieambtenaren: verzoekster aanehouden terwijl daar onvoldoende reden voor was, disproportioneel ehandeld door haar edurende de nacht in te sluiten en buitenspori aantal politieambtenaren betrokken bij aanhoudin aanifte van het doen van valse aanifte niet willen opnemen en beheerder politiekorps aantal onjuistheden in beslissin vermeld 2002/055 Reiopolitie Zaanstreek- Waterland 2002/060 Reiopolitie Limbur-Zuid 2002/061 Reiopolitie Brabant Zuid-Oost 2002/063 Beheerder reiopolitie Flevoland Reiopolitie Flevoland wijze van bejeenen na door verzoeker beane verkeersovertredin: eïrriteerd ebaard raampje open te doen, meeedeeld dat er een «kneiter van een uitrijverbod» stond, nadat verzoeker had meeedeeld dat hij het verbod niet had ezien, ezed dat hij het verbod anders niet had overtreden in het bijzijn van politieambtenaren weelopen en verzoeker toeeroepen dat hij vanzelf een acceptiro zou ontvanen, verzoeker in verwarrin achterelaten zonder de zaak persoonlijk af te handelen, eweierd verzoekers brief als klacht in behandelin te nemen n.a.v. verzoekers aanifte van oplichtin meeedeeld dat de zaak een prioriteit had, n.a.v. verzoekers brief meeedeeld dat hij de zaak onder aandacht van opsporinsproramma op televisie moest brenen als hij resultaat wilde hebben verzoekers ten onrecht aanehouden en aan handen eboeid, wijze van bejeenen bij verhoor in politiebureau: woorden in de mond eled en edwonen verklarin te ondertekenen onthouden van oordeel over klacht verklarin van verzoeker omtrent verkeersoneval onjuist weereeven in reistratieset eweierd om eleden schade te veroeden o n n n n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

169 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/064 Reiopolitie Zeeland onvoldoende onderzoek verricht n.a.v. aaniften van het illeaal in brand steken van bomen, waardoor schade aan wonin verzoeker is ontstaan en onvoldoende onderzoek verricht n.a.v. de kennisevin dat een jachtdocument is vervalst dan wel onder valse voorwendsels is verkreen waardoor een ander ten onrechte kan jaen op extra rond Commissie voor politieklachten reiopolitie Zeeland 2002/065 Reiopolitie Haalanden 2002/066 Reiopolitie Gelderland-Zuid 2002/069 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/070 Reiopolitie Groninen 2002/071 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2002/072 Reiopolitie Flevoland Beheerder reiopolitie Flevoland 2002/073 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze niet te herleiden is tot één of meerdere medewerkers van de politie Zeeland politieambtenaren hebben er niet voor zoredraen dat verzoeker na zijn aanhoudin werd bijestaan door een advocaat, ondanks zijn verzoek hiertoe onvoldoende actie (opsporinshandelinen) ondernomen n.a.v. drie meldinen van verzoeker dat hij op 14 december 1999 onderdelen van zijn estolen bromfiets heeft aanetroffen bij een handelaar niet spoedi na 14 december contact openomen met verzoeker onvoldoende actie ondernomen n.a.v. meldinen i.v.m. burenruzie: een etuien ehoord n.a.v. aanifte van mishandelin van verzoekster een contactpersoon aanewezen bij wie verzoekers terecht kunnen met klachten, terwijl dit was toeezed eweierd aanifte van mishandelin op te nemen en bij drie eleenheden niet opetreden n.a.v. meldin van eluidsoverlast optreden van met naam enoemde politieambtenaar: bij aanhoudin van verzoeker eweierd zijn naam te noemen; verzoeker op politiebureau inesloten, terwijl andere ambtenaar had ezed dat de deur slechts dicht zou worden edaan, maar niet op slot; deur opnieuw esloten terwijl die van hulpofficier open mocht blijven onnodi eweld ebruikt bij aanhoudin en insluitin verzoeker op onwaardie wijze met onnodi veel politieambtenaren aanehouden ter executie van een aan hem opelede straf; intimiderend en/of manipulerend uitelaten over verzoekers verleden ten opzichte van diens vriendin verzoeker overebracht naar evanenis zonder hem in eleenheid te stellen een advocaat te raadpleen onvoldoende onderzoek inesteld n.a.v. diefstal van waardevolle oederen uit verzoekers wonin op niet meeedeeld dat onderzoek na was stileled klacht over uitblijven van actie van de zijde van de politie niet erond verklaard verzoeker aanemerkt als verdachte van diefstal verzoeker aanehouden buiten heterdaad; opmerkin emaakt over eerdere veroordelin weens oplichtin n n n n o!,# n n o n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

170 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/075 Vreemdelinendienst Reiopolitie Flevoland 2002/076 Reiopolitie Gelderland-Zuid Beheerder reiopolitie Gelderland- Zuid 2002/078 Vreemdelinendienst Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/089 Reiopolitie Haalanden lane behandelinsduur van aanvraa om mvv voor verzoekers partner; verzoek om aanvraa met spoed te behandelen niet ehonoreerd verzoeker bij zijn aanhoudin teen de rond edrukt, zijn wonin rondi doorzocht en kabel van zijn videorecorder kapot emaakt, bij insluitin op politiebureau zijn medicijnen afenomen tevens huissleutel en horloe afenomen in beslissin op verzoekers klacht overwoen dat aan verzoeker op politiebureau mededelin is edaan van de reden van aanhoudin op 15 januari 2001 no een mvv eeven ondanks verklarin van een bezwaar van de Minister van Buitenlandse Zaken die eind november 2000 naar de ambassade is estuurd optreden jeens verzoekster: onheus bejeend hoewel zij aanaf zich onwel te voelen, verzoekster via pijnprikkel edwonen haar armen te strekken, op politiebureau niet direct een arts toeewezen, Bureau Slachtofferhulp niet inelicht verzoeksters mondeline klacht aanvankelijk niet in behandelin enomen eboeid en disproportioneel eweld toeepast, wijze van klachtafhandelin m.b.t. optreden jeens verzoekster op 9 april en optreden jeens verzoekster op 20 november: onheus bejeend, zonder haar toestemmin medisch dossier opevraad, oordeel over klacht eeven zonder etuien te horen 2002/091 Reiopolitie Friesland # verzoeker er niet op ewezen dat hij zou worden ehoord als verdachte, toen hij werd verzocht op het politiebureau te verschijnen onvoldoende onderzoek verricht naar aanleidin n van de aanifte, verzoeker onvol- doende onbevooroordeeld bejeend en onvoldoende tijd eeven om procesverbaal te lezen niet ineaan op alle klachten van verzoeker 2002/094 Reiopolitie Z onvoldoende onderzoek verricht naar aanleidin van verzoeksters meldinen van door haar ex-partner epleede strafbare feiten: de indruk ewekt dat verzoekster onwaarheden sprak door aan een journalist van het AD onjuiste informatie te verschaffen, tijdens klachtbehandelin verzuimd de journalist en toenmali advocaat te horen, de directe chef van ex-partner was onvoldoende objectief om zaak teen ex-partner af te handelen en reden voor lane afhandelinsduur was de noodzakelijke zorvuldiheid en afhankelijkheid van andere instanties zich teenover verzoeksters advocaat denirerend over haar uitelaten, een verklarin verstrekt op basis waarvan de emeente is verzocht een duplicaat paspoort af te even en ontkend dat advocaatkosten het evol zijn van onzorvuldiheid en onvoortvarendheid van het korps n,# n o,# n o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

171 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/096 Reiopolitie Limbur-Zuid 2002/098 Reiopolitie Hollands Midden 2002/103 Reiopolitie Haalanden meeedeeld dat dossier m.b.t. ex-partner eind juni 1999 pas werd ontvanen, terwijl dossier al eerder in bezit was en toezein om brief te sturen niet naekomen onvoldoende evol eeven aan uitkomst van klachtbehandelin, over het opsporinsonderzoek n.a.v. de meldin dat drie zanvoels van verzoeker waren estolen, een verdere oporinshandelinen verricht en verzoek om schadeveroedin afewezen aan verzoekers toenmalie werkever meeedeeld dat verzoeker was aanenomen als aspirant aent, waardoor zijn toenmalie dienstbetrekkin is beëindid; een evol eeven aan voornemen verzoeker aan te stellen als aspirant aent; telefonisch toeezede maandeld niet uitbetaald verzoeker pas na aanhoudin in de auto na aandrinen verteld waarvoor hij was aanehouden niet adequaat ereaeerd op vraa om medicijnen voor epilepsie op het moment dat verzoeker in cel verbleef 2002/107 Reiopolitie Utrecht optreden van politie n.a.v. een kraakactie: evorderd dat de krakers het betreffende pand verlieten, terwijl een sprake was van ontdekkin op heterdaad van een strafbaar feit en op de vraa van een van de krakers om welk strafbaar feit het in, deelde de politie mee dat deze niet zo bijdehand moest doen 2002/109 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/112 Ambtenaar reiopolitie Limbur Zuid Beheerder reiopolitie Limbur Zuid 2002/114 Reiopolitie Haalanden Beheerder reiopolitie Haalanden onvoldoende actie ondernomen n.a.v. aanifte van mishandelin en vermeldin in brief dat politieambtenaar de verdachte van de mishandelin na confrontatie van foto s en video-opnamen niet volledi heeft herkend, terwijl verzoeker stelt dat dit wel het eval is politieambtenaar heeft teen verzoeker ezed dat wat hem is overkomen eienlijk niet veel had vooresteld aanifte van smaad en/of laster van verzoeker teen familielid (van verzoeker) op voorinenomen wijze behandeld, waardoor zijn aanifte volens verzoeker niet heeft eleid tot een vervolinsbeslissin door de officier van justitie advies van de commissie voor politieklachten om verzoekers klacht onerond te verklaren overenomen, terwijl de commissie zich heeft laten leiden door een voorinenomen standpunt van de politie het overnemen van het advies van de klachtencommissie betreffende de inhoud van het mutatierapport opemaakte reistratieset n.a.v. aanrijdin onzorvuldi en onnauwkeuri inevuld, m.n. de aanetroffen verkeerssituatie niet conform de werkelijkheid weereeven in opemaakte tekenin klacht over enoemd politieoptreden op onzorvuldie wijze behandeld o n n n n o n,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

172 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/115 Reiopolitie Middenen West-Brabant wijze waarop aanrijdin met een Belische vrachtauto waarbij de bestuurder is doorereden, is afehandeld: toezein om proces-verbaal direct naar verzoekers huisadres te sturen niet naekomen en onvoldoende onderzoek verricht naar de betrokkenheid van vrachtauto en bestuurder daarvan 2002/119 Reiopolitie Utrecht buiten verzoeksters medeweten informatie verstrekt aan schade-expert, waardoor verzoekster een veroedin heeft ekreen voor schade t..v. vernielinen verzoekster ten onrechte aanemerkt als verdachte van poin tot doodsla, zware mishandelin en bedreiin; tijdens inverzekerinstellin verzoekster de nacht door laten brenen in de kledin die zij droe, op vieze deken, keihard bed en zonder medicijnen te verstrekken 2002/126 Reiopolitie Gelderland Zuid 2002/130 Beheerder reiopolitie Twente Reiopolitie Twente 2002/131 Reiopolitie Noord-Holland Noord 2002/135 Reiopolitie Brabant Noord 2002/137 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond ambtenaar in telefoonesprek in strijd met de waarheid verteld dat hij voorafaand aan telefoonesprek met parketsecretaris had esproken en korpsbeheerder niet ereaeerd op verzoeksters brief een afschrift verstrekt van versla hoorzittin klacht over manier waarop politieambtenaren verzoekers hebben bejeend onerond verklaard manier waarop politieambtenaar verzoekers heeft bejeend: esuereerd dat verzoekers veelvuldi (seks)telefoonlijnen en TV-spelletjes bellen en porno-sites bezoeken; teen hen heeft eschreeuwd en dochter belasterd; opzettelijk verkeerde informatie vasteled in het proces-verbaal en chef heeft ondereschikte niet ecorrieerd op evaarlijke wijze evorderd het voertui van verzoeker stil te houden door hem eerst in te halen en vervolens de politieauto tussen de auto van verzoeker en zijn vooraner te drinen en pas daarna het zwaailicht aan te zetten wijze van klachtafhandelin: een klachtbemiddelaar aanwezi bij esprek; korpsbeheerder in brief niet inhoudelijk ineaan op klachtonderzoek; korpsbeheerder zijn beslissin onvoldoende emotiveerd tijdens verzoekers insluitin een contact openomen met een arts ondanks zijn verzoek daartoe wijze van handelen in nasleep van verkeersoneval waarbij zoon van verzoekers om het leven kwam: aan andere bestuurder meeedeeld dat verzoekers zoon «wel vaker op schade had ereden» en «reelmati aan de verdovende middelen zat»; persoonlijke oederen in auto niet veiliesteld; auto afevoerd naar sloopbedrijf zonder de eienaar of nabestaanden slachtoffer in kennis te stellen; niet de moelijkheid eboden persoonlijke oederen uit auto te halen; onvoldoende moelijkheid eboden een klacht in te dienen niet ewezen op moelijkheid tot hulp van Buro Slachtofferhulp o n n n n n o o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

173 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/146 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/149 Vreemdelinendienst van reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/152 Reiopolitie Groninen bij klachtafhandelin onvoldoende ineaan op heteen emachtide naar voren bracht eweierd aanifte ter zake van fraude en flessentrekkerij, die verzoekster telefonisch wilde doen, op te nemen en verzoekster s nachts van haar bed elicht i.v.m. een parkeerprobleem het onerede raken van verzoekers documenten niet ereaeerd op brief waarin verzoekers zich beklaaden over de medewerkin die de politie heeft verleend aan het proramma 2002/157 Reiopolitie Utrecht zonder toestemmin verzoekers wonin binnenetreden voorafaand aan binnentreden een mededelin edaan van het doel van binnentreden verzoekers wonin doorzocht 2002/158 Reiopolitie Brabant meldinen van verzoeker weens vernielinen Zuid-Oost en bedreiinen door zijn buurman niet vasteled niets ondernomen n.a.v. deze meldinen verzoekers zoon van 12 jaar tijdens etuienverhoor intimiderend benaderd en woorden in de mond eled 2002/159 Reiopolitie Brabant Zuid-Oost 2002/161 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland Reiopolitie Amsterdam- Amstelland Korps landelijke politiediensten 2002/167 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond optreden n.a.v. op parkeerterrein eparkeerde caravan van verzoeker en zijn vriendin: hem in politieberichtenverkeer door de ether een lastie man enoemd; ehandeld in strijd met rechtselijkheid door alleen t.a.v. hun caravan op te treden esommeerd de caravan binnen twee daen te verwijderen; in telefoonesprek de hoorn op de haak eooid nadat verzoeker had meeedeeld dat op rond van de APV de caravan twee weken mocht blijven staan; klacht over bovenstaande niet inhoudelijk afedaan bij vooreleidin verzoeker meeedeeld door hulpofficier van justitie dat hij werd inesloten omdat hij schuldi was bejeenin door politieambtenaren bij vrijlatin uit cel klacht over politieoptreden afedaan op rond van niet-onpartijdi onderzoek aanhoudin door ambtenaren van het KLPD op het politiebureau tijdens verhoor verzoeker edreid met twee jaar evanenisstraf als hij niet zou bekennen; da later meeedeeld dat officier van justitie een enoeen zou nemen met verklarin en dat hij moest rekenen op twee jaar evanenisstraf wijze van behandelen bij aanhoudin: eweld teen verzoeker ebruikt waardoor zijn ezicht pijn deed, niet evraad of eluisterd naar verzoekers visie op het ebeurde; bij indienen van klacht brief van verzoekers advocaat zoekemaakt bejeenin van verzoeker tijdens overbrenen naar politiebureau: eweld ebruikt en uitescholden eweierd verzoeker de ochtend na aanhoudin te laten bellen met zijn baas, pas na ruim 3 maanden ereaeerd op brief van verzoekers advocaat, in bezwaarfase van de klacht niet bereid tot klachtesprek n n n n o o n n o o n o n o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

174 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/168 Reiopolitie Zaanstreek- Waterland 2002/169 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/170 Vreemdelinendienst van reiopolitie Utrecht 2002/171 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/172 Klachtencommissie Reiopolitie Drenthe 2002/177 Reiopolitie Groninen Reiopolitie Groninen 2002/183 Beheerder Reiopolitie Twente 2002/188 Reiopolitie Brabant Noord buitenproportioneel zware aanpak: verzoekster per brief voor de keus esteld al dan niet toestemmin te verlenen om haar zoon, die een hek had vernield, aan te melden bij bureau HALT, terwijl bij uitblijven van deze toestemmin strafrechterlijke vervolin zou worden inesteld de van verzoekster estolen auto na enkele daen etraceerd maar niet in besla enomen, verzoek om schadeveroedin afewezen, brief hierover niet als klacht herkend onvoldoende onderzoek naar eienaar van de auto, auto vrijeeven aan een nietrechthebbende, verzoek om schadeveroedin onvoldoende voortvarend behandeld lane behandelinsduur van aanvraa van mvv verzocht oriinele akten te overleen verzoeker op de plaats van zijn aanhoudin en buitenebruikstellin van zijn auto een eleenheid eeven persoonlijke bezittinen uit de auto te halen persoonlijke bezittinen ook niet uit auto ehaald door politieambtenaren, CJIB niet in kennis esteld dat verzoeker edetineerd zou worden niet correct ehandeld door in advies aan de korpsbeheerder, inzake teen verzoeker (ambtenaar bij de reiopolitie Drenthe) inediende klacht, aan te even dat verzoeker zonder enoezame reden was weebleven bij hoorzittin, zonder edeen onderzoek naar de redenen voor zijn afweziheid te doen bijstand verleend aan GGD-medewerkers om verzoekers vrouw en dochtertje uit zijn huis bij hem vandaan te halen disproportioneel eweld jeens verzoeker toeepast wijze van behandelen klacht: verzoeker niet in eleenheid esteld om te reaeren op verklarinen van door klachtencommissie ehoorde etuie(n), een of onvoldoende acht eslaen op verklarin verzoekers voormalie partner, een verklarinen van artsen bij beslissin betrokken klacht niet behandeld conform de klachtenreelin omdat hoor en wederhoor niet is toeepast bij beoordelin klacht niet van de juiste eevens uiteaan t.a.v. de datum van beëindiin van het dienstverband en de daarmee samenhanende plicht tot inleverin van zijn tuniek en bontmuts wijze van bejeenen edurende conflict m.b.t. eluidsoverlast van naburie sportvereniin: onvoldoende beschermin eboden, bij aanifte door enkele bij het incident betrokken joneren een redelijke eleenheid eboden om hun verhaal te doen verzoekers evraad een aanifte te doen van mishandelin van verzoekster en hen daarbij onder druk ezet verzoekers in processen-verbaal denirerend pa en ma enoemd; Minister van Justitie foutief voorelicht over afhandelin van vernielin van kunstwerk n n n n n n n n o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

175 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/189 Reiopolitie Hollands Midden 2002/191 Reiopolitie Haalanden 2002/199 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/200 Reiopolitie Zuid-Holland Zuid 2002/203 Commissie voor de Politieklachten Amsterdam- Amstelland Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/211 Reiopolitie Gelderland Zuid 2002/212 Reiopolitie Haalanden 2002/215 Reiopolitie Haalanden 2002/222 Beheerder reiopolitie Zeeland n.a.v. aanrijdin waarbij verzoeker betrokken was op reistratieformulier niet vermeld dat de wederpartij was doorereden na aanrijdin; voor kopie van processenverbaal verwezen naar openbaar ministerie, terwijl deze daar nooit naartoe zijn ezonden; onvoldoende de bevindinen van etuien vasteled aan verzoeker evraad: «wat doet u hier?» en verzoeker vervolens een half uur staande ehouden evraad zijn rijbewijs ter inzae af te even verklarin van verzoeker (betrokkene bij verkeersoneval) over de toedracht van het oneval niet, dan wel niet juist, weereeven in reistratieformulier ten onrechte een technisch onderzoek verricht naar de toedracht van het verkeersoneval wijze van behandelin op het politiebureau toen verzoekers verklarin afleden over vechtpartij die zich had vooredaan: behandeld alsof zij veroorzakers van vechtpartij waren; econfronteerd met bestaan van video over vechtpartij, maar zij mochten de film niet bekijken onheus bejeend door politieambtenaar termijn overschreden voor klachtbehandelin politievoertui heeft verkeer op A9 in evaar ebracht termijn van behandelin van klacht overschreden teen verzoek in van medisch verantwoordelijke ter plaatse en zonder nader overle met hem, een ambulance operoepen terwijl de betreffende patiënt een nonreanimatieverklarin had inevuld manier van politieoptreden: van huis ehaald in strijd met afspraak met officier van justitie en inesloten op politiebureau, medicijnen niet of te laat verstrekt en informatie over de inhoud van verhoren dooreeven aan de partij die bij de politie aanifte heeft edaan teen verzoeker tijdens politieverhoor uitescholden wijze van politieoptreden: midden in de nacht in wonin van ouders aanehouden voor mishandelin, zeven politieauto s inezet voor aanhoudin, een machtiin tot binnentreden afeeven door hulpofficier van justitie en politieambtenaar zich in de hal van de wonin opesteld omdat verzoeker vluchtevaarlijk zou zijn een aantal door verzoeker inediende klachten niet erond verklaard n n o n n o o n! n n,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

176 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Reiopolitie Zeeland 2002/223 Reiopolitie Gelderland Zuid 2002/225 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland bij overdraen verzoekers onnodi root aantal politieambtenaren en politievoertuien aanwezi; voorafaand aan verhoor verzuimd mee te delen dat verzoeker niet tot antwoorden verplicht was; na verhoor niet onmiddellijk in vrijheid esteld; telefoonesprek met klachtbemiddelaar onjuist weereeven; eweierd verzoekers aanifte terzake van valse aanifte op te nemen tijdens vervoer onheuse opmerkinen emaakt wijze van bejeenen tijdens huisbezoek: insinuerende en onepaste opmerkinen emaakt en suestieve vraen esteld teenstrijdie verklarin afeled tijdens hoorzittin van klachtencommissie twee ambtenaren in opemaakte reistratieset naar aanleidin van een oneval de toedracht onjuist weereeven tot op heden een proces-verbaal verstrekt met daarin openomen een correcte weerave van het oneval 2002/230 Reiopolitie Utrecht wijze van optreden jeens verzoeker tijdens esprek: tekst en uitle evraad over zijn betrokkenheid en aanweziheid, terwijl hij optrad als emachtide i.v.m. visumaanvraa; tijdens esprek nooit erefereerd aan, uit rapportae blijkende, twijfels i.v.m. verblijfplaats en beroep van de aanvraer; toezein dat positief advies zou worden uitebracht niet naekomen 2002/232 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland Commissie voor de Politieklachten Amsterdam- Amstelland Beheerder reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/235 Beheerder reiopolitie Haalanden 2002/236 Beheerder reiopolitie Amsterdam- Amstelland aanifte eweierd, hoewel eerder is beslist dat verzoekers aaniften onterecht niet waren openomen en niet in kennis esteld van het feit waarom politie niet meer zou bemiddelen in conflict met buren een eleenheid eboden om naam te achterhalen van ambtenaar bij wie verzoeker aanifte wilde doen; niet willen bemiddelen in het conflict met zijn buren omdat deze verhuisd zouden zijn, heteen niet het eval is ten onrechte opemerkt dat ontvanen klacht was inediend door de Stichtin Klachten en Adviesbureau Politieoptreden niet ereaeerd op brief verzoeker niet ereaeerd op brief verzoeker een redelijke termijn eund voor het maken van een afspraak voor het horen van minderjarie zoon verzoekster op het politiebureau en politieambtenaar zich intimiderend opesteld door met aanhoudin te dreien als zoon niet zou verschijnen op één van de voorestelde tijdstippen niet in eleenheid esteld zijn rijbewijs op te halen om aan te tonen dat deze niet inevorderd was auto zonder rond in besla enomen auto ebruikt om een persoon we te brenen zonder dat verzoeker toestemmin had eeven n o n n n n n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

177 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/242 Vreemdelinendienst van reiopolitie Limbur-Noord verzoekster en haar vier minderjarie kinderen escheiden van echtenoot, respectievelijk vader, uit Nederland verwijderd en vervolens dezelfde da weer teruebracht; verzoekster meeenomen zonder sokken en schoenen, verzoekster eboeid, op politiebureau escheiden van haar kinderen inesloten verzoekster meeenomen zonder jas 2002/243 Reiopolitie Utrecht verzoeker bij aanhoudin eboeid, onheuse bejeenin door verzoeker voor «mafkees» uit te maken een aantal klachten over uitlatinen van politieambtenaren tijdens klachtenprocedure buiten beschouwin elaten onnodi veel eweld toeepast bij aanhoudin 2002/244 Reiopolitie IJsselland 2002/250 Beheerder reiopolitie Midden- en West-Brabant 2002/251 Beheerder reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/257 Reiopolitie Flevoland Beheerder reiopolitie Flevoland 2002/259 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/260 Reiopolitie Gooi en Vechtstreek 2002/264 Reiopolitie Gelderland Midden wijze van bejeenen tijdens en na aanhoudin verzoeker: onnodi aressief en ewelddadi opetreden, hem niet toeestaan zich aan te kleden, niet toeestaan zijn echtenote om tekst en uitle te vraen, handboeien te strak edaan, eweierd arts te waarschuwen verzoeker slechts ekleed in onderbroek in ophoudruimte achterelaten, eweierd aanifte op te nemen terzake het doen van valse aanifte door echtenote, informatieverstrekkin klachtbehandelin door politieambtenaren aanehouden aressieve manier van benaderen, moelijk alcoholebruik van politieambtenaar en onvoldoende aandacht besteed aan uitle over heteen is voorevallen eschreeuwd naar verzoeker het ebruik van eweld bij overbrenin naar politiebureau verzoeker, slachtoffer van mishandelin, klaat erover dat de politie kort nadat het feit was epleed de drie verdachten ezamenlijk in hun auto naar het politiebureau heeft laten aan en niet het Bureau Slachtofferhulp heeft inelicht eerste klacht verzoeker onerond eacht en tweede klacht een oordeel kunnen even onzorvuldie voorbereidin van aanhoudin, die achteraf ten onrechte bleek te zijn eschied en verzoeker onvoldoende aandacht en hulp eeven op da van aanhoudin volende da ook onvoldoende hulp en aandacht eeven wijze van bejeenin: toen verzoeker met ernstie verwondinen op politiebureau kwam om aanifte te doen van mishandelin, eweierd aanifte op te nemen; aaneeven dat politie eerst de kant van het verhaal wenste te horen van persoon teen wie de aanifte was ericht aaneeven dat aanifte een verwaarloosbaar feit betrof en toch niet zou worden doorestuurd naar officier van justitie wijze van bejeenin: informatie over verzoeker inewonnen en dooreeven aan derde met wie verzoeker conflict had uitemaakt voor stinkende pedofiel beheerder van reiopolitie heeft klacht niet beantwoord n n o n n n o o n o n o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

178 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/270 Reiopolitie Drenthe verzoeker slachtoffer eworden van roofoverval op zijn wonin: onvoldoende hulp eboden bij het verkrijen van medische hulp; harpoenachti voorwerp niet in besla enomen; mededelin van rechercheur dat voorwerp weeooid kon worden onvoldoende opsporinsonderzoek naar overval verricht advies om harpoenachti voorwerp we te ooien en an van zaken m.b.t. horen van Duitse werknemers 2002/280 Reiopolitie Zeeland politieambtenaar heeft tijdens technisch onderzoek schade veroorzaakt aan bromfiets van verzoeker veroorzaakte schade niet veroed 2002/281 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond Reiopolitie Hollands Midden 2002/283 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland Beheerder reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/285 Reiopolitie Brabant Noord 2002/286 Reiopolitie Haalanden 2002/287 Beheerder reiopolitie Flevoland Reiopolitie Flevoland 2002/288 Reiopolitie Limbur Zuid 2002/289 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/290 Reiopolitie Brabant Zuid-Oost niet adequaat ereaeerd op telefonische noodoproep tijdens een overval op bedrijf van verzoeker; 112-centraliste heeft na doorschakelin niet echeckt of daadwerkelijk contact met meldkamer tot stand was ekomen medewerker van de meldkamer heeft een contact openomen met de 112-centrale toen hij na doorschakelin van het esprek niemand hoorde aan de andere kant van de lijn en schade ten evole van voornoemde edrain niet veroed aanehouden weens belediin en overebracht naar politiebureau; enie uren in cel eplaatst; niet ereaeerd op hulpvraa van verzoeker door middel van in cel aanwezie bel en ebaren klacht over aanhoudin en overbrenin onerond verklaard, terwijl verklaard is dat aanhoudin voorafaande aan optreden politieambtenaren onelukki en escalerend was eweest onthouden van oordeel over klacht over verblijf op politiebureau door surveillanceauto epasseerd op weedeelte met dooretrokken witte streep verzoeker edwonen tot stoppen na evaarlijke manoeuvre (snijden) en hierdoor verkeer in evaar ebracht naelaten zor te draen voor afdoende herstel van voordeur en deurpost van de wonin van verzoekers ouders na beschadiin bij binnentreden en laten weten de schade niet te zullen veroeden een eleenheid ekreen om te reaeren op de extra informatie van de politie niet eïnformeerd naar onderdeel van politieauto dat in bezit van verzoeker was voorafaand aan aanhoudin een stopteken eeven bij stilhoudin zoon verzoeker aanereden een termijn ekreen om over transactievoorstel na te denken; verzoeker onder druk ezet optreden jeens moeder: bij aanhoudin als zodani herkenbaar opetreden (twee beeleidende politieambtenaren in uniform ekleed en in herkenbare politieauto meeereden) en tweetal oederen niet aan moeder overhandid aanweziheid van twee mannelijke politieambtenaren in ruimte waar dochter haar moeder heeft evisiteerd voor insluitin meldin van overlast van de buren niet serieus enomen n o o n n,# n o n n n o o o o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

179 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/291 Reiopolitie Limbur Zuid 2002/294 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/299 Reiopolitie Haalanden 2002/305 Vreemdelinendienst van reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/313 Reiopolitie Haalanden 2002/314 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2002/316 Reiopolitie Kennemerland (teenstrijdie) informatie ekreen over moelijkheid tot het doen van aanifte niet voldoende onderzoek edaan n.a.v. aanifte van aanrijdin op 10 februari 1998; proces-verbaal pas op 7 april 2000 opemaakt; niet op de hoote ebracht van verjarin van het strafbare feit; op reistratieformulier en in het proces-verbaal niet inevuld dat verzoeker letsel had opelopen door aanrijdin niet insturen van reistratieformulier en proces-verbaal aan verzekerinsmaatschappij verzoeker; optreden van politieambtenaar bij verzoeker thuis tijdens esprek aanifte van verzoekster niet openomen en edreid met boete van ƒ 60 ( 27,23) als verzoekster teen de pui van het politiebureau zou blijven zitten verzoekster mede d.m.v. fysiek contact uit bureau ezet verzoeker tot twaalf uur een eten ekreen wijze van bejeenin door ambtenaren; een drinken ekreen verzoeker niet in observatiecel eplaatst; teen verzoeker ezed dat hij maar uit het kraantje van het toilet moest drinken; opmerkin dat het kon zijn dat collea ziek was en dat verzoeker maar moest zien wat hij deed met zijn klacht over de manier waarop hij is behandeld lane behandelinsduur van aanvraa voor een mvv voor echtenote van verzoeker en drie kinderen; een juiste informatie verstrekt over de stand van zaken van de procedure handelwijze politiekorps Haalanden: teen verzoekster ezed dat zij een aanifte van mishandelin kon doen, belofte om ebeurtenissen te rapporteren niet naekomen, verzoekster lan in cel laten zitten, een arts laten komen, haar niet naar huis ebracht en zonder toestemmin verzoeksters huis binneneaan eweld ebruikt bij aanhoudin, niet laten telefoneren naar raadsman en wijze van klachtafhandelin aanhoudin van verzoeker reden van de aanhoudin niet aan verzoeker meeedeeld en in politiebus eooid na sollicitatie middels brief laten weten dat resultaat van antecedentenonderzoek aanleidin was voor afwijzin, terwijl eerder tijdens esprek de politie haar had laten weten dat de afwijzin was eleen in ervarinen die de politie in het verleden met verzoekster had opedaan 2002/317 Reiopolitie Friesland hoofdafdelin bedrijfsinformatie en automatiserin op rond van informatie van sociaal rechercheur er vanuit eaan dat er een strafrechtelijk onderzoek teen verzoekster liep en daardoor tijdelijk arbeidscontract niet verlend n n n n n! n o o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

180 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/319 Reiopolitie Kennemerland 2002/333 Vreemdelinendienst van reiopolitie Limbur-Noord 2002/336 Reiopolitie Groninen 2002/343 Reiopolitie Hollands Midden Klachtencommissie reiopolitie Hollands Midden 2002/350 Vreemdelinendienst van reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/351 Reiopolitie Gelderland Midden Beheerder reiopolitie Gelderland- Midden 2002/356 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002/357 Reiopolitie Hollands Midden bij aanhoudin weens verdenkin van rijden onder invloed verzoeker wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd om afifte van zijn rijbewijs af te dwinen; in procesverbaal verzween dat verzoeker wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd wijze van optreden tijdens en na staandehoudin; staandehoudin verricht met onnodi veel voertuien en mensen; zonder reden verzoekers in boeien eslaen; aantal verzoekers er niet op ewezen dat zij tijdens verhoren niet tot antwoorden verplicht zijn; verzoekers zodani onder druk ezet dat zij de aanvraa voor een verunnin tot verblijf hebben inetrokken zich tijdens staandehoudin niet eleitimeerd politieambtenaar heeft informatie over verzoeker aan Raad voor Kinderbeschermin verstrekt zonder erbij te vermelden dat hij door zijn chef was eïnstrueerd zich te distantiëren van verzoeker om als onplezieri ervaren contact tussen hem en verzoeker te voorkomen onvoldoende optreden n.a.v. klacht over parkeeredra van een buurman; tijdens een esprek zijn klacht ebaatelliseerd door verzoeker te vraen of het er is om via het voetpad om te moeten lopen en door mee te delen dat niemand anders heeft eklaad niet voldaan aan het vereiste van hoor en wederhoor door verzoeker niet in de eleenheid te stellen te reaeren op het versla van het esprek met de politieambtenaar niet ereaeerd op klacht van verzoeker die door de Nationale ombudsman naar de korpsbeheerder werd doorezonden afhandelin aanvraa om mvv t.b.v. verzoekers partner en dochter vertraad en verzoeker onnodi op kosten ejaad; edra van met naam enoemde ambtenaar tijdens afspraak; wijze van klachtbehandelin niet meeedeeld dat het niet meer nodi was een formulier aan woninstichtin te zenden; niet tijdi meeedeeld dat door verzoeker ineleverde stukken no bij vreemdelinendienst waren; een excuses aaneboden voor lane duur klachtbehandelin lane duur klachtbehandelin politieambtenaar heeft verzoeker eslaen, aan haar etrokken en enkele uren inesloten en bij afhandelin klacht een aandacht besteed aan eleden letsel en schade verzoeker door politieambtenaar op de rond eooid onvoldoende voortvarend opetreden n.a.v. aanifte over diefstal bromscooter; een actie ondernomen na telefonische meldin van waarschijnlijke verblijfplaats van de bromscooter verzoek om veroedin, door een derde aan de bromscooter toeebrachte schade, afewezen n o n n # o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

181 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/358 Reiopolitie Gelderland Zuid Beheerder reiopolitie Gelderland Zuid Reiopolitie Gelderland Midden 2002/359 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2002/360 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2002/362 Reiopolitie Gelderland Midden 2002/367 Reiopolitie Haalanden 2002/368 Reiopolitie Haalanden 2002/369 Reiopolitie Haalanden niet eïnformeerd over vervolin van twee verdachten van oplichtin, terwijl er aanwijzinen zijn dat het om de personen aat teen wie verzoeker aanifte van diefstal heeft edaan klacht niet overeenkomsti klachtenprocedure afehandeld bij onderzoek verzuimd om bij andere korpsen na te vraen of daar ook aaniftes of meldinen waren binnen ekomen die in verband kunnen worden ebracht met verdachten informatie aan derden verstrekt, welke inhield dat bewoners werd meeedeeld dat er criminelen op een bepaald adres waren komen wonen; brief van korpsbeheerder eantedateerd; wijze van klachtbehandelin niet direct in eleenheid esteld om aanifte van belediin te doen; politieoptreden n.a.v. vuurwerkincident: procesverbaal had aan de officier van justitie moeten worden vooreled; klachtbehandelaar had niet de brief van de districtschef op moen stellen; verzoekers niet in eleenheid esteld hun klachten nader te concretiseren niet ereaeerd op telefonische meldinen op alarmnummer over bedreiin en een kopie van de aanifte van die bedreiin verstrekt verdachte van bedreiin niet direct aanehouden; aanifte pas neen daen later openomen; verdachte pas later verhoord, verder wordt niet voldoende opetreden teen veelvuldi ebruik van voetpad door (brom)fietsers en automobilisten, over handelwijze politie: ten onrechte bij aanhoudin ebruik emaakt van een schriftelijke machtiin tot binnentreden en tijdens insluitin niet dan wel onvoldoende ereaeerd op zijn bellen onvoldoende actie ondernomen n.a.v. verzoeksters aanifte ter zake mishandelin lane behandelinsduur klacht privacy eschonden door in het politiereister over hem openomen informatie door te even aan een ambtenaar van de emeente Den Haa wijze waarop klacht is afehandeld: onvoldoende duidelijk emotiveerd onvoldoende onderzoek verricht naar een aanewezen bromfiets die volens verzoeker zijn bromfiets is: identiteitskenmerken onvoldoende econtroleerd; onvoldoende onderzoek edaan naar eevens die bezitter van bromfiets heeft verstrekt; bromfiets niet in besla enomen etuie van de diefstal niet ehoord ten onrechte vertrouwelijke informatie over verzoeker aan derden verstrekt, in de periode die voorafin aan vertrek van verzoeker en zijn ezin uit hun wonin en eweierd diverse mondeline en schriftelijke aaniften op te nemen van teen verzoeker epleede strafbare feiten; naelaten zijn schriftelijke aanifte van mishandelin en bedreiin met eni misdrijf teen het leven ericht op te nemen n n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

182 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/371 Reiopolitie Haalanden 2002/372 Reiopolitie Zuid-Holland Zuid Beheerder reiopolitie Zuid-Holland- Zuid 2002/376 Commissie voor de Politieklachten Rotterdam-Rijnmond Beheerder reiopolitie Rotterdam- Rijnmond 2002/378 Reiopolitie Zuid-Holland Zuid 2002/392 Beheerder reiopolitie Brabant-Noord 2002/394 Klachtencommissie reiopolitie Middenen West-Brabant 2002/400 Reiopolitie Groninen 2002/403 Vreemdelinendienst van reiopolitie Haalanden 2002/406 Reiopolitie Gelderland Zuid 2002/411 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond Beheerder reiopolitie Rotterdam- Rijnmond n.a.v aanrijdin waarbij verzoeker betrokken was een onjuiste weerave van feiten vermeld onder punt 18 van reistratieset, waardoor verzoeker als schuldie aan de aanrijdin is aanewezen politieambtenaar heeft later ontkend dat zij verzoeker ter plaatse heeft meeedeeld dat hij een enoeen moest nemen met de aan hem toeewezen schuld een evol eeven aan schriftelijk verzoek om informatie, ondanks verscheidene rappels klacht niet binnen de in de interne klachtenreelin vastestelde termijn afehandeld wijze van klachtbehandelin: onvoldoende tijd uitetrokken voor klacht waardoor niet alle punten konden worden behandeld; niet onbevooroordeeld opesteld, maar zijde ekozen van politie wijze van klachtbehandelin: klacht onerond verklaard, terwijl dit lijnrecht staat teenover oordeel politie Amsterdam- Amstelland; ten onrechte econcludeerd dat bezoekers berip op hadden ebracht voor hun aanhoudin en om die reden dit klachtonderdeel niet beoordeeld verzoekers zonen en andere joneren in de avonduren weestuurd van bepaalde plaatsen, waarbij edreid werd met het opleen van een boete, zonder aan te even op welke (strafrechtelijke) ronden dit optreden berust toezein om verzoeker te informeren over afloop van esprek met surveillancedienst over andere wijze van benaderen van de joneren niet naekomen bejeenin door politieambtenaren na verkeersovertredin onvoldoende onderzoek inesteld naar klachten over bejeenin: verzoeker niet ehoord en in advies aan korpsbeheerder er ten onrechte vanuit eaan dat verzoeker in strijd met door rechter vastestelde omansreelin had ehandeld bejeenin door ambtenaar van politie; een met naam enoemde etuie niet ehoord wijze van klachtafhandelin over lane behandelinsduur van verzoek om ambtshalve advies inzake aanvraa tot verlenin van mvv optreden van twee met naam enoemde politieambtenaren bij aanhoudin en insluitin op politiebureau niet toelicht waarom verzoeker is efotorafeerd één uitlatin jeens verzoeker niet informeren naar toelatinsbeleid café X, uitlatinen jeens verzoeker, verzorin van wonden, toiletan in kader van klachtafhandelin politieambtenaar R niet ehoord door Klachtencommissie in kader van klachtafhandelin andere politieambtenaar niet ehoord door Klachtencommissie # n n n n n n n o n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

183 Provincies Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/133 Gedeputeerde Staten provincie Noord- Holland 2002/165 Gedeputeerde Staten provincie Zuid- Holland 2002/301 Collee van Gedeputeerde Staten Limbur een beslissin enomen op verzoek om een boerderij in de emeente Bennebroek op de provinciale monumentenlijst te plaatsen na edeeltelijk onthouden van oedkeurin no een nieuw besluit enomen over Bestemminsplan «Plassen-, Natuur- en Weideebieden» van emeente Reeuwijk wijze van klachtafhandelin verzoeker bestempelt fout van collee als stemminmakerij 2002/388 Provincie Utrecht stelt zich op het standpunt dat Provinciale Klachtencommissie Jeudhulpverlenin Utrecht niet als provinciaal bestuursoraan kan worden aanemerkt kan derhalve een klachten in behandelin nemen over de Klachtencommissie Jeudhulpverlenin n n Sociale zaken en werkeleenheid Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/020 Kliq Den Haa verzoeker onvoldoende bijestaan in zijn conflict met Centrum Vakopleidin Middenen West-Nederland, met betrekkin tot tempo waarin verzoeker opleidin diende af te ronden Centrum Vakopleidin Midden- en West-Nederland 2002/024 Alemeen Ziekenfonds De Volhardin U.A. in strijd met eerdere afspraken, tijdsdruk van opleidin opevoerd door praktijkopleider wijze waarop verzoek om premierestitutie ten behoeve van twee dochters is afehandeld: niet ereaeerd op brief waarin werd verzocht om herzienin premieberekenin niet ereaeerd op brief waarin werd verzocht om uitle 2002/057 UWV Gak Haarlem reïnteratieplan van verzoekers werkever etoetst op basis van onvoldoende informatie, conclusie die verzekerinsarts uit reïnteratieplan heeft etrokken niet juist 2002/067 UWV Gak Den Haa opnieuw onzorvuldi bij opvraen en verwerken van jaarstukken over verzoeksters inkomsten als zelfstandie, ditmaal m.b.t /080 UWV Gak Arnhem eweierd om contactverbod van verzoeker op te heffen en eweierd om esprek daarover te hebben 2002/097 Arbeidsinspectie reio Zuid 2002/102 Zorverzekeraar De Friesland onzorvuldi ehandeld bij het onderzoek naar verzoekers werkplek: een tekortkominen m.b.t. Risico-Inventarisatie en Evaluatie econstateerd een overtredinen econstateerd m.b.t. de psychische en fysieke belastin van beeldschermwerk wijze waarop verzoeker door medewerker is bejeend n.a.v. een door hem edaan verzoek om veroedin van hulpmiddelen wijze van klachtafhandelin m.b.t. voornoemde medewerker en de an van zaken op de hoorzittin 2002/121 UWV Gak Venlo controlewerkzaamheden i.v.m. verzoekers WW-uitkerin op onzorvuldie wijze uitevoerd; recht op privacy niet erespecteerd n n n n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

184 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel controlewerkzaamheden opedraen aan binnendienstmedewerker die tevens verzoekers buurman is en bij klachtafhandelin niet (inhoudelijk) ereaeerd op klacht over wijze van controleren door betrokken binnendienstmedewerker 2002/132 UWV Gak Hilversum # in verband met aan verzoekster toeekende Wajon-uitkerin: niet elke betalin standaard toeelicht en niet tot verhoin van de uitkerin overeaan ondanks het feit dat verzoekster erop had ewezen dat zij een te lae uitkerin ontvin het verzoekster niet meer moelijk laten zijn n met vraen rechtstreeks in contact te komen met de behandelend medewerker en het plaatsen van bepaalde opmerkinen in brieven die verzoekster als belediend heeft ervaren 2002/139 UWV Gak Leiden wijze van afhandelin klacht over optreden verzekerinsarts tijdens onderzoek n.a.v. aanvraa voor arbeidsoneschiktheidsuitkerin trae voortan van behandelin van n verzoeksters aanvraa voor arbeidsoneschiktheidsuitkerin 2002/140 UWV Gak Enschede no een beslissin enomen op verzoekers aanvraa voor WW-uitkerin; toeze- inen niet naekomen m.b.t. toezenden beslissin op aanvraa en terubellen om hem over de situatie te informeren toezein m.b.t. betalen van voorschotten niet naekomen o 2002/141 CZ Groep Zorverzekerinen 2002/142 UWV Gak Leeuwarden 2002/143 Reionaal directeur voor de arbeidsvoorzienin Haalanden 2002/145 UWV Cadans Den Bosch 2002/153 Sociale Verzekerinsbank verzoekster onvoldoende in eleenheid esteld te worden ehoord ter toelichtin van bezwaarschrift inhoud brief van CZ waarmee wordt ereaeerd op verzoeksters klachtbrief klacht onerond verklaard zonder verzoeker in eleenheid te hebben esteld te worden ehoord toestemmin verleend aan verzoeksters werknemer om de arbeidsverhoudin met haar te beëindien; een advies inewonnen bij uitvoerinsinstellin, ondanks het feit dat verzoekster zich tijdens ontslaprocedure op haar ziekte heeft beroepen verzoeksters verweer in het kader van hoor en wederhoor niet vooreled aan werkever lane beslistermijn op verzoeksters aanvraa voor een werkloosheidsuitkerin een reactie ontvanen in aansluitin op brief van de SVB met betrekkin tot zijn klacht over edrainen van een aantal sociaal rechercheurs 2002/173 UWV Cadans Zeist no een beslissin enomen op bezwaarschrift teen beschikkin waarin verzoekster wordt meeedeeld dat de aan haar toeekende veroedin voor huishoudelijke hulp onewijzid wordt voortezet 2002/179 UWV Cadans Rijswijk een zn. E 121-verklarin bij Collee voor Zorverzekerinen aaneleverd, ondanks verzoek hiertoe van CVZ en brief van verzoekers 2002/184 UWV Gak te Amsterdam niet ineaan op klacht verzoeker over bejeenin van hem en zijn moeder; in klachtafhandelinsbrief een motiverin openomen; niet in de eleenheid esteld om over zijn klacht te worden ehoord n,# n,#,#,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

185 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/192 Zorkantoor Amsterdam wijze van reaeren op brieven van verzoekster 2002/218 Sociale Verzekerinsbanster niet ereaeerd op aanvraa van verzoekuitkerin (woonachti in Spanje) voor AOW- en evenmin op de vier maanden later estuurde herinnerinsbrief 2002/219 UWV Cadans op door verzoekster inediend bezwaarschrift beslist zonder dat er een hoorzittin had plaatsevonden klacht hierover laten behandelen door medewerkster op wie deze klacht betrekkin had 2002/246 Centrum voor werk en inkomen te Rotterdam wijze waarop ondertekend besluit niet in behandelin is enomen weens termijnoverschrijdin 2002/252 UWV Gak Eindhoven wijze van bejeenin door verzekerinsarts n wijze van klachtbehandelin n 2002/265 Huurcommissie lane behandelinsduur van zijn verzoek in s-hertoenbosch het kader van artikel 13 van de Huurprijzenwet woonruimte 2002/273 UWV Cadans een inhoudelijke reactie ontvanen na indienin klacht; klacht niet afedaan binnen maximale termijn verzekerinsarts ineschakeld om commentaar n te even op psychiatrisch rapport 2002/303 UWV Cadans no steeds niet beslist op bezwaarschrift van oktober 2001 inzake recht op ziektewetuitkerin vanaf 4 juli /304 UWV Gak Groninen na toekennin van een uitkerin inevole n Wajon, deze niet verrekend met bijstandsuitkerin van de emeente waardoor verzoeker werd econfronteerd met een teruvorderin van die emeente van onverschuldid aan hem betaalde bijstandselden een onderzoek plaatsevonden naar de inkomenspositie van verzoeker in bepaalde periode 2002/321 Sociale Verzekerinsbank 2002/326 Arbeidsdeskundie UWV Gak Helmond 2002/341 Reionaal Directeur voor de Arbeidsvoorzienin Zeeland te Middelbur 2002/344 Minister van Sociale Zaken en Werkeleenheid 2002/349 Centrum voor werk en inkomen te Almere wijze waarop toepassin is eeven aan het bepaalde in artikel 9:10 van de Alemene wet bestuursrecht wijze van bejeenin tijdens esprek pas na lane tijd laten weten dat verzoeker een recht had op Wajon-uitkerin toestemmin verleend aan werkever om arbeidsovereenkomst te beëindien omdat verzoekster meer dan twee jaar arbeidsoneschikt was; onzorvuldie procedure omdat het advies van de uitvoerinsinstellin zonder meer is overenomen en verzoekster niet is ehoord de manier waarop toepassin is eeven aan artikel 9:10 van de Alemene wet bestuursrecht (hoorplicht) en artikel 9:12 (na afrondin klachtprocedure verwijzin naar Nationale ombudsman) bij de afhandelin van een klacht over een sollicitatieprocedure bij de Arbeidsinspectie onderzoek uit eien bewein: wijze waarop toepassin is eeven aan het estelde in artikel 9:12, tweede lid, van de Alemene wet bestuursrecht voor contacten met CWI moet verzoeker naar vestiin Almere, terwijl andere vestiin veel dichterbij is en reiskosten worden niet veroed klachtbrief niet overeenkomsti de in de klachtenbrochure beschreven procedure behandeld n,n,! o n,! n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

186 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/353 Reionaal Directeur voor de Arbeidsvoorzienin Zeeland toestemmin verleend aan werkever om arbeidsverhoudin met verzoeker op te zeen: onvoldoende onderzoek edaan naar bedrijfseconomische situatie van werkever; niet emotiveerd waarom aan verzoekers arumenten werd voorbijeaan verzoeker niet in eleenheid esteld om te reaeren op vonnis van kantonrechter 2002/361 UWV Gak Den Haa pas na een jaar beslist op verzoekers bezwaarschrift inzake WAO-uitkerin; klacht over lane behandelinsduur van bezwarenprocedure niet in behandelin enomen 2002/374 UWV Cadans no steeds een duidelijkheid verschaft over financiële afwikkelin van uitspraak van de rechtbank van april 2000, een specificaties verstrekt over aan verzoeker uitekeerde bedraen; niet inhoudelijk ereaeerd op verzoekers klachten hierover 2002/379 UWV Cadans een inhoudelijke reactie eeven op klachtbrieven van verzoeker, maar ze doorestuurd naar de afdelin Bezwaar en Beroep; deze afdelin adviseerde verzoeker klachten te richten aan de klachtencommissie; op brief aan klachtencommissie volt slechts een ontvanstbevestiin en mededelin dat klacht is doorezonden 2002/381 UWV GUO Gouda vorderin op verzoeker vermeerderd doordat niet is ineaan op verzoek om kostenverhoende (incasso)maatreelen te staken tot emeente beslissin had enomen op verzoek in het kader van het Besluit bijstand zelfstandien (BBZ) 2002/385 Centrum voor werk en inkomen te Zoetermeer 2002/391 Sociale Verzekerinsbank Zorkantoor Amsterdam onderzoek uit eien bewein naar oordeel dat Raad van bestuur van de CWI heeft uitesproken omtrent uitblijven van beslissin op aanvraa om tewerkstellinsverunnin (oordeel luidde: onerondverklarin) verzoek om veroedin van ederfde inkomsten onvoldoende emotiveerd afewezen verstrekte informatie over facturen onvoldoende duidelijk, beslist op bezwaren terwijl ziektekostenverzekeraar hierop had moeten beslissen in kader van AWBZ 2002/399 UWV Gak niet de informatie verstrekt die verzoeker nodi acht om te kunnen berekenen welke (belastin)schade zij heeft eleden door achterstallie betalin 2002/407 Centrum voor werk en inkomen Midden West Nederland 2002/409 Sociale Verzekerinsbank in onzekerheid elaten over stand van zaken m.b.t. aanvraa ontslaverunnin, ontslaverunnin onvoldoende emotiveerd onvoldoende toepassin eeven aan beinsel van hoor en wederhoor handelwijze naar aanleidin van inediend bezwaarschrift n,#,#,# n n,#,# n Verkeer en waterstaat Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/004 Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen een met naam enoemde examinator heeft verzoekers afelede praktijkexamen onvoldoende beoordeeld 2002/021 Dienst Weverkeer verzoekers auto in februari 2001 afekeurd weens roestschade, terwijl deze schade een jaar eerder bij toelatinskeurin ontdekt had moeten worden n o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

187 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/050 Commissie van beroep artikel 3 Wet rijonderricht motorrijtuien 2002/062 Innovam Branchekwalificatieinstituut niet uitdrukkelijk ereaeerd op schadeclaim verzoeker afwijzin schadeclaim weini voortvarende wijze waarop beroepschrift is behandeld en brief niet beantwoord ten evole van handelwijze een (her)examen rij-instructeur motorrijtuien cateorie E achter B, deel 2 kunnen doen, omdat rij-instructeurbewijs inmiddels was verlopen 2002/083 Dienst Weverkeer meeedeeld dat RDW niet beschikt over eevens omtrent verzoekers rijbewijs van vóór 1986, welke verzoeker nodi had om aan te tonen dat in zijn rijbewijs abusievelijk een aantekenin voor cateorie E bij B ontbrak 2002/100 Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat 2002/118 Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen 2002/125 Minister van Verkeer en Waterstaat onvoldoende voortvarend opetreden bij realiseren van eluidsscherm lans de A20 ter hoote van Ommoord verzoekers klacht in handen esteld van hoofd medische zaken, zijnde de persoon teen wie de klacht ericht is niet bereid om in overle te treden over nader overeen te komen prijs voor huis van verzoekers, dat in het kader van Project Geluidsisolatie Schiphol aan de Minister is verkocht 2002/128 Dienst Weverkeer wijze van reaeren op brief van verzoekster waarin zij meedeelde dat een derde m.b.v. een vervalst document een autokenteken op haar naam had laten zetten, en verzocht om beëindiin van die tenaamstellin; kwestie niet voortvarend uitezocht en afehandeld tenaamstellin niet met teruwerkende kracht beëindid, hoewel dit telefonisch was toeezed 2002/144 Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen 2002/154 Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen 2002/193 Examencommissie voor privévliebewijzen 2002/206 Ministerie van Verkeer en Waterstaat 2002/217 Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen verzoekster verzocht nadere keurin bij ooarts te onderaan, terwijl alemeen keurend arts haar had meeedeeld dat haar ezichtsscherpte voldoende was verzoekster, die als bestuurder van een personenauto een aanrijdin heeft veroorzaakt (t..v. een kennelijke black-out), onvoldoende eïnformeerd over procedurele evolen van het besluit van de Minister tot het opleen van een onderzoek om een motorrijtui te besturen en onvoldoende eïnformeerd over het medisch onderzoek dat zij moest onderaan en daarnaast heeft het CBR het bedoelde onderzoek pas laat doen plaatsvinden antwoord op vraa in theorie-examen vleuelvlietuien fout erekend verzoeker afewezen op rond van zijn leeftijd voor functies waarnaar hij had esolliciteerd een schriftelijk antwoord ontvanen op verzoekers brieven m.b.t. afwijzin ten onrechte aanvullend onderzoek van ooarts evorderd t.b.v. afifte van verklarin van eschiktheid; verzoek tot veroedin van ooartsenhonorarium afewezen 2002/331 Dienst Weverkeer niet ewezen op moelijkheid om blokkade te laten opnemen in kentekenreister, zodat voorkomen wordt dat eevens uit kentekenreister aan derden ter beschikkin worden esteld n n n n n o n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

188 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/332 Minister van Verkeer en Waterstaat 2002/363 Examinator Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen 2002/389 Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Luchtvaart in reactie op zijn klacht meeedeeld dat verzoeker voor hoorzittin kon verschijnen in Veendam en dat zijn onkosten voor eien rekenin zouden zijn wijze waarop het ministerie voorlichtin heeft eeven over inevoerde ondernemersverunnin voor het verrichten van taxivervoer: in informatie over moelijkheid van verkrijen verklarin van historische vakbekwaamheid onvoldoende duidelijk emaakt dat sprake moet zijn van aaneenesloten periode van vijf jaar waarin betrokkene belast is eweest met beheer taxiondernemin; aanvraa verunnin onvoldoende voortvarend afehandeld onvoldoende tijdi inezien dat situatie in A dam andere aanpak vereiste en pas in september 2000 een ander communicatietraject ontwikkeld motorrijexamen als onvoldoende beoordeeld indruk ewekt dat menin van instructeur als subjectief wordt beschouwd; niet ineaan op alle door rij-instructeur aanevoerde punten standpunten van rij-instructeur verkeerd weereeven vasteled dat verzoekster zou hebben erkend dat zij niet anders zou hebben ereden dan door examinator is omschreven; tijdens esprek meer aandacht voor relatie leerlin-instructeur en verstoorde verhoudin tussen betrokken examinator en instructeur dwinende en onepaste toon ebezid in beschikkin t.a.v. onverwijld retourneren van vliebrevet n n n n o n Volksezondheid, welzijn en sport Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/005 Pensioen- en Uitkerinsraad 2002/027 Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorkosten 2002/088 Centraal Administratiekantoor Bijzondere Zorkosten 2002/105 Stichtin Jeudzor Zeeland zonder verzoeker te informeren zijn ex-echtenote eevens verstrekt met betrekkin tot zijn inkomsten uit buitenewoon pensioen facturen betreffende de periode 1 tot en met 7 van het jaar 2000 pas in september 2000 aan verzoeker toeezonden een facturen aan verzoekster doen toekomen betreffende aan haar verleende thuiszor en niet ereaeerd op klachtbrief van verzoekster verzoekers, van wie vijf kinderen door de rechter onder toezicht zijn esteld, klaen in dit kader over handelwijze van de stichtin: mededelin dat een medewerker van de stichtin was aanewezen als ezinsvood en naelaten brieven te beantwoorden kasten openebroken niet eïnformeerd over rechten en plichten en bedoelinen van de stichtin, naelaten verzoekers aanwijzinen te sturen, kinderen uit huis ehaald zonder ze in de eleenheid te stellen te eten, naar het toilet te aan en afscheid te nemen, niets ondernomen om tot een oplossin te komen en verzoeken om behandelinsplan eneeerd n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

189 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/106 Inspectie voor de Gezondheidszor Maastricht 2002/196 Inspectie voor de Gezondheidszor 2002/213 Commissie van Beroep inzake Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen Raad voor de Overansreelin Gezondheidspsycholoen 2002/277 Keurinsdienst van Waren 2002/375 Salland verzekerinen Anova Zorverzekerinen wijze waarop inspectie uitvoerin heeft eeven aan verzoek van Minister om no artsen te horen die zor hebben verleend aan verzoekers zoon: mededelin eaccepteerd dat eevens van twee artsen niet meer zijn te achterhalen; onvoldoende inespannen om de eevens te achterhalen; niet in de eleenheid esteld om edurende het onderzoek vraen te stellen aan de artsen niet uitenodid voor esprek tussen inspectie en betrokken hulpverleners wijze van omaan met meldin van colleahuisarts over vermeend disfunctioneren van verzoeker, eveneens huisarts in haar uitspraak overwoen dat commissie heeft econstateerd dat verzoekster niet voldoende werkervarin heeft opedaan om rechtstreeks in aanmerkin te komen voor een volledie vrijstellin raad heeft zich op standpunt esteld dat niet is voldaan aan het criterium waaraan voldaan moet zijn (een minimum-aantal uren relevante werkervarin) om in aanmerkin te komen voor een volledie vrijstellin van de opleidin tot ezondheidspsycholoo meeedeeld een nader onderzoek te doen naar elektrische araedeur, die naar beneden is evallen waardoor auto verzoeker is beschadid behandelinsduur aanvraen, ebruik ontvanstbevestiinen, verdainsberichten, instemminsverzoeken, vermeldin van rechtsmiddelen behandelinsduur van bezwaarschriften! n,n n n n!,# n,n!,# behandelinsduur van aanvraen, ebruik n ontvanstbevestiinen behandelinsduur bezwaarschriften,,n ebruik verdainsberichten, vermeldin van rechtsmiddelen verzoeken om instemmin met verder uitstel OWM Nuts Zorverzekerin # behandelinsduur van aanvraen n behandelinsduur van bezwaarschriften,,n vermeldin rechtsmiddelen, ebruik ontvanstbevestiinen ebruik van verdainsberichten, verzoeken om instemmin met verder uitstel Groene Land Achmea!,# behandelinsduur van aanvraen, ebruik n ontvanstbevestiinen en verdainsberichten behandelinsduur bezwaarschriften,,n vermeldin rechtsmiddelen verzoeken om imstemmin verder uitstel 2002/383 Provinciale Klachtencommissie Jeudhulpverlenin en Jeudbeschermin Noord-Brabant verzoeker niet ewezen op moelijkheid om n.a.v. zijn klachten de Nationale ombudsman te vraen een onderzoek in te stellen,! Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

190 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/386 Inspectie voor de ezondheidszor op verzoek om botonderzoeken stop te zetten ereaeerd met mededelin dat zij eerst nader bericht van de Staatssecretaris van Justitie af wilde wachten, verzoekster acht dit onjuiste taakopvattin van de Inspectie 2002/404 Zorverzekeraar VGZ onvoldoende actie ondernomen om te helpen bij het zoeken naar andere huisarts, eweierd verzoekster voor operatie te verwijzen naar ziekenhuis, wetende dat ze een huisarts had niet ereaeerd op klacht over vooraande 2002/405 O.W.M. NUTS Zorverzekerin niet ereaeerd op verzoek om toezendin van verstrekkinenpakket ziekenfonds en daarnaast niet beslist op de door verzoekster inediende declaraties inzake vaccinatiekosten en reiskosten n n Volkshuisvestin, ruimtelijke ordenin en milieubeheer Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/006 Directie Informatie, Beheer en Subsidiereelinen Staatssecretaris Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer 2002/026 Directoraat-Generaal van de Volkshuisvestin Voorzitter huurcommissie Haarlem 2002/031 Staatssecretaris Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer 2002/039 Staatssecretaris van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer 2002/100 Directoraat-Generaal Milieubeheer 2002/241 Huurcommissie Rotterdam telefonische bereikbaarheid: drie keer moeten bellen alvorens verzoeker vraa kon voorleen telefonische informatieverstrekkin: verzoeker klaat over wijze waarop hij te woord is estaan niet beslist op bezwaarschrift teen beslissin tot wijziin van het huursubsidiebedra 2000/2001 wijze van klachtbehandelin over handelwijze van de voorzitter, verzoekers hebben niet kunnen reaeren op schriftelijke reactie van voorzitter wijze waarop verzoekers tijdens zittin te woord zijn estaan in briefwisselin bij zijn standpunt ebleven dat verzoekers berekeninen van de minimaal redelijke hurprijs van zijn wonin niet juist zijn, terwijl het secretariaat van de huurcommissies in Gelderland heeft laten weten dat deze berekeninen wél juist zijn naar aanleidin van brief contact openomen met emeente waarin verzoeker is evestid met verzoek om te reaeren op opmerkinen in brief over betrokken emeente, terwijl dit niet nodi was en vooraf een toestemmin daarvoor was evraad onvoldoende voortvarend opetreden bij realiseren van eluidsscherm lans de A20 ter hoote van Ommoord verzoekers individueel inebrachte bezwaren ten onrechte opevat als onderdeel van door betrokken bewonersvereniin collectief inestelde bezwaar teen huurverhoin; verzoeker niet uitenodid voor mondeline behandelin van zijn individueel inebrachte bezwaren; klacht afehandeld door persoon op wie de klacht (mede) betrekkin had o n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

191 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2002/254 Ministerie van VROM niet beslist op bezwaarschrift van 4 maart 2000: in plaats van beslissin te nemen op bezwaarschrift teruvorderinsbeslissin nader uiteled en verzocht aan te even of verzoeker zijn bezwaar wenste te handhaven; niet tijdi inhoudelijk ereaeerd op klachtbrief verzoeker door bewoordinen enoodzaakt om aan te even dat hij een afbetalinsreelin wilde treffen 2002/390 Directoraat-Generaal Milieubeheer wijze waarop is ereaeerd op brieven verzoeker n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

192 BIJLAGE 2 VERMELDING VAN RAPPORTEN IN VAKBLADEN IN 2002 Overzicht van rapporten die vermeld worden in vakbladen van 1 januari tot en met 31 december Voor dit overzicht zijn de volende vakbladen doorenomen: AB Rechtspraak Bestuursrecht (AB) Ararisch Recht (AR) Bouwrecht (BR) Infobulletin Belastindienst (IB) Jurisprudentie Bestuursrecht (JB) Jurisprudentie Sociale Voorzieninen (JSV) Jurisprudentie Vreemdelinenrecht (JV) Mirantenrecht (MR) Milieu & Recht (M&R) Nieuwsbrief Asiel- en Vluchtelinenrecht (NAV) Rechtspraak Sociale Verzekerin (RSV) Tijdschrift voor Formeel Belastinrecht (TFB) Tijdschrift voor Gezondheidsrecht (TvG) Uitspraken Klachtrecht Cliënten Zorsector (UKCZ) Vakstudienieuws (VN) Verkeersrecht (VR) Politie en openbaar ministerie 2001/341 JB 2002, nr. 19 afl. 1, blz /391 AB 2002, nr. 65 afl. 9, blz /402 AB 2002, nr. 175 afl. 21, blz /211 TvG 2002, nr. 60 afl. 7, blz In Delikt en Delinkwent 2002 wordt in afl. 3 (blz ) en afl. 8 (blz ) een aantal rapporten besproken. Ministeries Buitenlandse Zaken 2002/237 MR 2002, nr. 70 afl. 7, blz /322 MR 2002, nr. 82 afl. 9/10, blz /328 MR 2002, nr. 83 afl. 9/10, blz Justitie (met uitzonderin van politie en openbaar ministerie) 2001/288 NAV 2002, nr. 10 afl. 1, blz /384 JV 2002, nr. 91 afl. 3, blz /384 NAV 2002, nr. 88 afl. 2, blz /030 NAV 2002, nr. 126 afl. 4, blz /051 NAV 2002, nr. 125 afl. 4, blz /110 NAV 2002, nr. 137 afl. 5, blz /153 JSV 2002, nr. 159 afl. 12, blz /163 NAV 2002, nr. 229 afl. 7, blz. 502 Buitenlandse Zaken & Justitie 2001/329 MR 2002, nr. 44 afl. 4, blz /095 JB 2002, nr. 181 afl. 8, blz Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

193 Financiën 2001/257 IB 2002, nr. 65 afl. 2, blz /022 VN 2002, nr afl. 10, blz /045 VN 2002, nr afl. 16, blz /081 JB 2002, nr. 157 afl. 7, blz /082 IB 2002, nr. 411 afl. 12, blz /082 JB 2002, nr. 158 afl. 7, blz /082 VN 2002, nr afl. 21, blz /124 IB 2002, nr. 447 afl. 12, blz /124 VN 2002, nr afl. 27, blz /160 JB 2002, nr. 236 afl. 11, blz /160 VN 2002, nr afl. 32, blz /162 VN 2002, nr afl. 29, blz /253 JB 2002, nr. 317 afl. 14, blz /253 VN 2002, nr afl. 45, blz /263 VN 2002, nr afl. 47, blz /293 VN 2002, nr afl. 50, blz /300 VN 2002, nr afl. 54, blz /306 VN 2002, nr afl. 54, blz /308 VN 2002, nr afl. 52, blz Defensie 2001/329 MR 2002, nr. 44 afl. 4, blz. 132 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer 2002/026 JB 2002, nr. 110 afl. 5, blz Economische Zaken 2002/266 AB 2002, nr. 365 afl. 40, blz Volksezondheid, Welzijn en Sport 2001/064 UKCZ 2002 afl. 2, blz /087 UKCZ 2002 afl. 2, blz /234 UKCZ 2002 afl. 2, blz /106 UKCZ 2002 katern 5, blz Bestuursoranen Centrale oranisatie werk en inkomen 2001/373 JB 2002, nr. 42 afl. 2, blz /020 JSV 2002, nr. 43 afl. 4, blz Huurcommissies 2002/026 JB 2002, nr. 110 afl. 5, blz Koninklijke Beroepsoranisatie voor Gerechtsdeurwaarders 2002/284 JB 2002, nr. 348 afl. 15, blz Orde van advocaten 2002/116 JB 2002, nr. 199 afl. 9, blz Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

194 Pensioen- en Uitkerinsraad 2002/005 JSV 2002, nr. 42 afl. 4, blz Sociale Verzekerinsbank 2002/153 JSV 2002, nr. 159 afl. 12, blz Stichtin Jeudhulpverlenin 2001/298 UKCZ 2002 afl. 2, blz Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen 2001/360 JSV 2002, nr. 13 afl. 2, blz /378 JB 2002, nr. 61 afl. 3, blz /378 RSV 2002, nr. 71 afl. 3, blz /121 JSV 2002, nr. 130 afl /121 RSV 2002, nr. 157 afl. 6, blz /132 RSV 2002, nr. 158 afl. 6, blz /145 RSV 2002, nr. 207 afl. 8, blz /219 JSV 2002, nr. 188 afl. 14, blz /219 RSV 2002, nr. 251 afl. 10, blz /273 JSV 2002, nr. 199 afl. 15, blz /273 RSV 2002, nr. 282 afl. 11, blz /304 RSV 2002, nr. 313 afl. 12, blz Zorverzekeraars 2002/141 JB 2002, nr. 218 afl. 10, blz /141 JSV 2002, nr. 158 afl. 12, blz /141 RSV 2002, nr. 206 afl. 8, blz Waterschappen 2001/116 AB 2002, nr. 107 afl. 14, blz /264 AB 2002, nr. 120 afl. 15, blz Gemeenten 2001/324 JB 2002, nr. 18 afl. 1, blz /002 AB 2002, nr. 90 afl. 12, blz /093 JSV 2002, nr. 129 afl /175 JB 2002, nr. 264 afl. 12, blz /178 AB 2002, nr. 265 afl. 31, blz /317 JSV 2002, nr. 228 afl. 17, blz Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

195 BIJLAGE 3 DE BEOORDELINGSCRITERIA In 3.6 wordt verwezen naar het stelsel van beoordelinscriteria dat de Nationale ombudsman heeft ontwikkeld ter nadere uitwerkin van de behoorlijkheidsnorm van artikel 26, eerste lid van de Wet Nationale ombudsman. De lijst met beoordelinscriteria en de totstandkomin ervan zijn toeelicht in Jaarversla 1988 (blz ). Op de lijst, die bein 1996 eniszins is bijesteld (zie Jaarversla 1995, blz ), staan de volende criteria. LIJST VAN BEOORDELINGSCRITERIA 1. Overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften (d.w.z. alle alemeen werkende reels niet zijnde beleidsreels of andere interne instructies): a) mensenrechten/rondrechten: aa) in de rondwet vasteled ab) in internationale verdraen vasteled b) bevoedheidsvoorschriften c) vorm- en procedurevoorschriften (behoudens de hierna te noemen Awb-voorschriften) d) inhoudelijke voorschriften 2. Geen misbruik van bevoedheid (het zoenoemde verbod van détournement de pouvoir; zie art. 3:3 Alemene wet bestuursrecht (Awb)) 3. Belanenafwein/redelijkheid 3.1 t.a.v. besluiten (d.w.z. alles wat niet feitelijk handelen is): a) belanenafwein (zie art. 3:4, eerste lid Awb) b) evenrediheid (zie art. 3:4, tweede lid Awb) 3.2 t.a.v. feitelijk handelen: evenrediheid/proportionaliteit 4. Rechtszekerheid/vertrouwen a) honoreren van edane toezeinen b) honoreren van ewekte erechtvaardide verwachtinen/vertrouwen c) rechtszekerheid anderszins d) actief evol even aan rechterlijke beslissinen (zie bijvoorbeeld daartoe strekkende bepalinen in hoofdstuk 8 Awb) 5. Gelijkheid (voorzover niet vallend onder 1a) 6. Motiverin (juistheid, toereikendheid en kenbaarheid; zie onder meer artt. 3:27, 3:46 3:50, 4:82, 7:12, 7:26 Awb) 7. Zorvuldiheid A. t.a.v. de procesan: 7.1 voortvarendheid a) o..v. wettelijk of intern termijnvoorschrift (zie onder meer artt. 4:13, 4:14, 7:10, 7:24 Awb) b) anderszins (bijvoorbeeld redelijke termijn/tijdi herstel esinaleerde fout) Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

196 7.2 administratieve nauwkeuriheid 7.3 actieve/adequate informatieverstrekkin a) behandelinsbericht (zie onder meer artt. 3:17 tweede lid, 6:14 eerste lid Awb) b) tussenbericht (zie onder meer art. 7:24 zesde lid Awb) c) tijdie mededelin van besluit tot niet (inhoudelijke) beantwoordin d) informatieverstrekkin over rechten/plichten van de burer (zie onder meer artt. 3:41 3:45 Awb) e) informatieverstrekkin anderszins (bijvoorbeeld onjuiste informatie/een antwoord op estelde vraa; zie onder meer artt. 7:4, 7:9 Awb) 7.4 actieve opstellin a) horen (zie onder meer art. 7:2 Awb) b) actieve informatieverwervin anderszins (bijvoorbeeld toereikend onderzoek; zie onder meer artt. 3:2, 3:9 Awb) c) vastlein verkreen informatie (zie onder meer art. 7:7 Awb) d) hoor en wederhoor B. t.a.v. aanweziheid voorzieninen op het vlak van de oranisatie: 7.5 voorzieninen ten behoeve van reistratie: a) ontvanst-/verblijfsreistratie b) voortansbewakin 7.6 voorzieninen ten behoeve van coördinatie/afstemmin 7.7 voorzieninen ter beschermin van de privacy 7.8 voorzieninen ter bevorderin onpartijdiheid 7.9 voorzieninen ter bevorderin hulpvaardiheid t.o.v. burers 7.10 toeankelijkheid a) fysieke toeankelijkheid b) telefonische bereikbaarheid 7.11 adequate verblijfs- en bewaaromstandiheden C. t.a.v. houdin/edra actor(es): 7.12 correcte bejeenin: a) betonen van respect voor de menselijke waardiheid/interiteit van de burer (in het alemeen) b) betrachten van wat in het alemeen vanuit overweinen van fatsoen ma worden verland (voorzover niet vallend onder één van de andere subcriteria van 7) c) achterwee laten van onbetamelijke opmerkinen (bijvoorbeeld discriminerende opmerkinen/uitschelden) d) tonen van de vereiste zelfbeheersin/sociale vaardiheden/ professionaliteit Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

197 7.13 respecteren privacy (voorzover niet vallend onder 1a: rondrechten; zie onder meer ook art. 2:5 Awb) 7.14 onbevooroordeeldheid (zie ook art. 2:4 Awb) 7.15 open oo voor positie/belanen van burers/inlevinsvermoen/ actieve en hulpvaardie opstellin 7.16 oed vervullen van zorplicht t.a.v. aan bestuursoranen toevertrouwde belanen 8. Overie eisen van behoorlijkheid Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

198 BIJLAGE 4 BESTUURSORGANEN BINNEN DE BEVOEGDHEID VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN Artikel 1a van de Wet Nationale ombudsman bepaalt welke bestuursoranen vallen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman. Dat laatste kan op drie wijzen ebeuren: 1. Door rechtstreekse en specifieke aanwijzin in de Wet Nationale ombudsman (art. 1a, eerste lid, onderdelen a, c en d). Het betreft hier: de Ministers (en daarmee de Ministeries en al hun dienstonderdelen, waar ook in het land werkzaam); de bestuursoranen met een taak op het terrein van de politie en met betrekkin tot buitenewoon opsporinsambtenaren. 2. Door rechtstreekse, maar niet specifieke aanwijzin in de Wet Nationale ombudsman (art. 1a, eerste lid, onderdeel e). Het betreft hier in hoofdzaak de cateorie van andere bestuursoranen (dat wil zeen bestuursoranen die niet hiërarchisch ondereschikt zijn aan een Minister), alsmede de bestuursoranen van de publiekrechtelijke bedrijfsoranisatie. Vóór de wijziin van de Wet Nationale ombudsman van 30 juni 1998 werden de zelfstandie bestuursoranen enumeratief aanewezen bij alemene maatreel van bestuur. Na deze wijziin is er sprake van een alemene aanwijzin direct in de wet zelf, met dien verstande dat: A. bij alemene maatreel van bestuur daar een uitzonderin op kan worden emaakt. Dat is ebeurd voor bepaalde taken van de Nederlandse Omroep Stichtin, De Nederlandsche Bank N.V., de Pensioen- en Verzekerinskamer en de Stichtin toezicht effectenverkeer (per 1 maart 2002: Stichtin Autoriteit Financiële Markten). B. voor met onderwijs en onderzoek belaste bestuursoranen op het beleidsterrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de specifieke aanwijzin, bij alemene maatreel van bestuur, vooralsno is ehandhaafd. De aldus aanewezen bestuursoranen zijn in het overzicht van andere bestuursoranen dat hierna volt, aaneeven met een *. 3. Door aanwijzin, op verzoek, van bestuursoranen van provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen (art. 1a, eerste lid, onderdeel b), bij ministerieel besluit (als bedoeld in art. 1b, eerste lid; vóór de wijziin van de Wet Nationale ombudsman van 30 juni 1998 ebeurde deze aanwijzin bij alemene maatreel van bestuur). Aldus zijn aanewezen de bestuursoranen van: de waterschappen, op verzoek van de Unie van Waterschappen (per 1 januari 1994); de provincies, op verzoek van het Interprovinciaal Overle (per 1 juli 1996); de emeenten Apeldoorn, Enschede, Katwijk, Oesteest, Roermond, Voorschoten en Weert (per 1 juli 1996); Beverwijk, Brummen, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heusden, Leiderdorp, Nijkerk, Noordwijk, Ruurlo, Steenwijk (vanaf 1 januari 2003: Steenwijkerland) en Venlo (per 1 november 1997); Gorinchem en Losser (per 12 juni 1998); Breda en Schijndel (per 1 juli 1998); Beemster, Bernheze, Dantumadeel, Duiven, Ermelo, Ferwerderadiel, Gaasterlân-Sleat, Harenkarspel, Lanedijk, Lemsterland, Lisse, Middelharnis, Moerdijk, Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

199 Reeuwijk, Voorst (per 1 januari 1999); Nijmeen (per 1 februari 1999); Baarle-Nassau, Berh, Blaricum, Boskoop, Brunssum, Bunschoten, Diemen, Dordrecht, Geertruidenber, Groenlo, Haarlem, Leidschendam (in verband met herindelin tot 1 januari 2002), Leusden, Nederlek, Nieuweein, Noordwijkerhout, Ridderkerk, Rijnsbur, Sassenheim, Ten Boer, Tiel, Veendam, Woudenber en Woudrichem (per 1 januari 2000); Alkmaar, Amersfoort, Appinedam, Bennebroek, Bereijk, Beren (Limbur), Bloemendaal, Castricum (in verband met herindelin tot 1 januari 2002), Didam, Dirksland, Epe, Franekeradeel, Gennep, Hendrik-Ido-Ambacht, Kollumerland en Nieuwkruisland, Leeuwarden, Lochem, Menaldumadeel, Nijefurd, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Purmerend, Rijswijk, Scherpenzeel, Schoonhoven, St. Michielsestel, Sliedrecht, Sneek, Steenberen, Tytsjerksteradiel, Veldhoven, Vuht, Waeninen, Waterinen, Winterswijk, Wûnseradiel, Wymbritseradiel, Zwijndrecht (per 1 januari 2001); Aalsmeer, Aalten, Achtkarspelen, Alblasserdam, Alphen-Chaam, Ambt Montfort, Arcen en Velden, Baarn, Beesel, Bellinwedde, Bemmel (vanaf 1 januari 2003: Linewaard), Berambacht, Boarnsterhim, Boderaven, Breukelen, Brielle, Castricum (ontstaan uit herindelin), De Lier, De Marne, De Ronde Venen, Den Helder, Doetinchem, Donen, Doneradeel, Doorn, Drimmelen, Dronten, Echt (in verband met herindelin tot 1 januari 2003), Edam-Volendam, Eemsmond, Eiberen, Etten-Leur, Gendrinen, Graafstroom, Graft-De Rijp, Gulpen-Wittem, Hattem, Heerde, Heerenveen, Helden, Hellendoorn, Horst aan de Maas, Hummelo en Keppel, IJsselstein, Laren, Lelystad, Lith, Littenseradiel, Loenen, Lopik, Maarn, Maarssen, Maasbracht, Maasbree, Maasdonk, Maasland, Meijel, Nederweert, Noordoostpolder, Ooststellinwerf, Opsterland, Overbetuwe, Renkum, Renswoude, Roerdalen, Scheemda, Schiermonnikoo, Schipluiden, Smallinerland, Swalmen, Terschellin, Uiteest, Uithoorn, Urk, Valkenbur (Zuid-Holland), Veenendaal, Vehel, Velsen, Vianen, Vlatwedde, Vlieland, Vlist, Wehl, Weststellinwerf, Winschoten, Winsum, Zaltbommel, Zandvoort, Zeevan, Zevenhuizen-Moerkapelle en Zundert (per 1 januari 2002); Arnhem, Bolsward, Borculo, Bussum, Dinxperlo, Emmen, Gouda, Landerd, Leidschendam-Voorbur, Moordrecht, Muiden, Naarden, Neede, Oostflakkee, Pekela, Tilbur, Tubberen en Venray (per 1 januari 2003); daarnaast zullen in het eerste kwartaal van 2003 met teruwerkende kracht tot 1 januari 2003 worden aanewezen de emeenten Heiloo en Ouderkerk aan den IJssel en de als evol van herindelinen ontstane nieuwe emeenten Echt-Susteren en Zwijndrecht; de emeenschappelijke reelinen: het Schadeveroedinsschap HSL-Zuid, A16 en A4 (per 1 januari 2001); het Recreatieschap Voorne- Putten-Rozenbur, het (Natuur- en) Recreatieschap Harinvliet, het Recreatieschap Rottemeren, het Recreatieschap Midden-Delfland, het (Natuur- en) Recreatieschap Krimpenerwaard en het Havenschap Delfzijl/Eemshaven (per 1 januari 2002); Instituut Zorverzekeraar Ambtenaren (IZA), Interemeentelijk samenwerkinsoraan Midden- Holland, Interemeentelijk Samenwerkinsverband Goeree- Overflakkee, Interprovinciale ziektekostenreelin (IZR), Natuur- & Recreatieschap Reeuwijkse Plassen en omevin, Recreatieschap Hiltlandbos, Reio Parkstad Limbur, Reionale Sociale Dienst Alblasserwaard-Oost/Vijfheerenlanden, ReinUnie, Weschap Tunnel Dordtse Kil en Werkvoorzieninschap Oostelijk Zuid-Limbur (per 1 januari 2003); 4. Andere bestuursoranen De hiervoor enoemde wijziin van de Wet Nationale ombudsman, per 30 juni 1998, betekent dat de Nationale ombudsman zelf dient te besluiten Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

200 of hij een bepaalde instantie aanmerkt als een bestuursoraan, dit tot het moment dat er eventueel op dit terrein een alemene reelin tot stand komt. Vooralsno kan aanknopin worden evonden bij de enumeratieve lijst van het hiervoor enoemde aanwijzinsbesluit zoals dat van kracht was tot de wijziin van de Wet Nationale ombudsman van 30 juni Voorbeelden van bestuursoranen die niet hiërarchisch ondereschikt zijn aan een Minister (N.B.: het overzicht is niet uitputtend): A. op het terrein van het Ministerie van Justitie Raden voor rechtsbijstand Commissie tot beheer van het schadefonds eweldsmisdrijven Centraal oraan opvan asielzoekers Nederlandse orde van advocaten en Orden van advocaten in de arrondissementen Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen (LBIO) Bureau Voorlichtin Interlandelijke Adoptie Klachtencommissie verunninhouders interlandelijke adoptie Collee beschermin persoonseevens Koninklijke Notariële Beroepsoranisatie B. op het terrein van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kiesraad Nederlands Instituut voor brandweer en rampenbestrijdin Landelijk selectie- en opleidinsinstituut politie (LSOP) Kapittel der Militaire Willems-Orde C. op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (zie voor de betekenis van *: hiervoor onder 2B.) de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen* de Open Universiteit* de openbare universiteiten* de Koninklijke Bibliotheek* landelijke oranen als bedoeld in artikel van de Wet educatie en beroepsonderwijs* de Nederlandse Oranisatie voor toeepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO* de Centrale commissie vaststellin examenopaven en beoordelinsnormen* het Nederlands Instituut voor Oorlosdocumentatie* de Nederlandse oranisatie voor het wetenschappelijk onderzoek* Informatie Beheer-Groep Instituut voor Toetsontwikkelin (CITO) Commissariaat voor de Media Nederlandse Omroep Stichtin, voor zover belast met prorammacoördinatie en zendtijdindelin Rechtspersonen als bedoeld in art. 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid (met name de fondsen op de verschillende terreinen van cultuur) D. op het terrein van het Ministerie van Financiën De Nederlandsche Bank N.V., met uitzonderin van bepaalde taken Pensioen- en Verzekerinskamer, met uitzonderin van bepaalde taken Stichtin Autoriteit Financiële Markten Stichtin Maror-elden overheid Stichtin Waarborfonds Motorverkeer Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

201 E. op het terrein van het Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Huurcommissies Stichtin Bureau Architectenreister (SBA) KIWA N.V. Dienst voor het kadaster en de openbare reisters Stichtin Waarborfonds Eien Woninen F. op het terrein van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat Dienst weverkeer (RDW) Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen (CBR) Houders van een erkennin voor de periodieke keurin van motorrijtuien, aanhanwaens en opleers (zn. APK-keurinsstations) Stichtin Nationale en Internationale Wevervoer Oranisatie (NIWO) Stichtin Inschrijvin Eien Vervoer (SIEV) Stichtin Innovam, opleidinsinstituut voor het motorvoertui-, tweewieler- en aanverwant bedrijf Commissie van beroep als bedoeld in art. 3 van de Wet rijonderricht motorrijtuien 1993 Instellinen belast met de afifte van vaarbewijzen en met het afnemen van examens voor het vaarbewijs (waaronder de ANWB) Raad voor de Transportveiliheid Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit (OPTA) Luchtverkeersleidin Nederland Commissie Milieuhyiëne Luchtvaartterrein Eelde G. op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten Examenbureau van de Nederlandse Orde van Accountantsadministratieconsulenten Kamers van Koophandel en Fabrieken Nederlands Meetinstituut B.V. (NMi B.V.) Nederlands Instituut van Reisteraccountants (NIvRA) Nederlandse ondernemin voor enerie en milieu B.V. (NOVEM B.V.) Stichtin Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf Nederland Waarbor Platina, Goud en Zilver N.V. H. op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Landinrichtinscommissies en Centrale Landinrichtinscommissies Grondkamers Commissie Beheer Landbouwronden de openbare landbouwhoescholen Staatsbosbeheer I. op het terrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkeleenheid Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen (UWV) Centrale oranisatie werk en inkomen (CWI) Sociale verzekerinsbank (SVB) J. op het terrein van het Ministerie van Volksezondheid, Welzijn en Sport Collee ter Beoordelin van Geneesmiddelen (CBG) Collee van Toezicht op de Zorverzekerinen (CTZ) Centraal Oraan Tarieven Gezondheidszor (COTG) Pensioen- en Uitkerinsraad (PUR) Stichtin Het Gebaar Raad voor de Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen Commissie van Beroep inzake de Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

202 BIJLAGE 5 BIJLAGE 5 ARTIKEL 78a VAN DE GRONDWET Hoofdstuk 4. Raad van State, Alemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste collees van advies (...) Artikel 78a 1. De Nationale ombudsman verricht op verzoek of uit eien bewein onderzoek naar edrainen van bestuursoranen van het Rijk en van andere bij of krachtens de wet aanewezen bestuursoranen. 2. De Nationale ombudsman en een substituut-ombudsman worden voor een bij de wet te bepalen termijn benoemd door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Op eien verzoek en weens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslaen. In de evallen bij de wet aanewezen kunnen zij door de Tweede Kamer der Staten-Generaal worden eschorst of ontslaen. De wet reelt overiens hun rechtspositie. 3. De wet reelt de bevoedheid en werkwijze van de Nationale ombudsman. 4. Bij of krachtens de wet kunnen aan de Nationale ombudsman ook andere taken worden opedraen. (...) (Het opschrift van hoofdstuk 4 is ewijzid, en artikel 78a is inevoed, bij de wet van 25 februari 1999, Stb. 133, in werkin etreden op 25 maart 1999.) Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

203 BIJLAGE 6 BIJLAGE 6 WET NATIONALE OMBUDSMAN c.a. 6.1 Wet Nationale ombudsman Wet van 4 februari 1981, Stb 35, laatstelijk ewijzid bij de wet van 24 januari 2002, Stb. 53. Wij Beatrix, bij de ratie Gods, Koninin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overwein enomen hebben, dat er behoefte bestaat aan een bijzondere voorzienin tot onderzoek van de wijze waarop de overheid zich in een bepaalde aaneleenheid jeens de burer heeft edraen en dat het in verband hiermede wenselijk is over te aan tot de instellin van het ambt van Nationale ombudsman en tot wijziin van een aantal wetten; Zo is het, dat Wij, de Raad van State ehoord, en met emeen overle der Staten-Generaal, hebben oedevonden en verstaan, elijk Wij oedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I. WET NATIONALE OMBUDSMAN BEGRIPSBEPALINGEN EN TOEPASSINGSBEREIK Artikel 1 Deze wet verstaat onder: a. ombudsman: de Nationale ombudsman, bedoeld in artikel 2; b. ambtenaar: een ambtenaar, een ewezen ambtenaar, een persoon met wie door een bestuursoraan een arbeidsovereenkomst is esloten naar burerlijk recht, ook na beëindiin van de arbeidsovereenkomst, een dienstplichti militair, ook na het einde van de dienstplicht, alsmede andere personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van het bestuursoraan, ook na het beëindien van de werkzaamheden. Artikel 1a 1. Deze wet is van toepassin op de edrainen van de volende bestuursoranen: a. Onze Ministers; b. bestuursoranen van provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen, die overeenkomsti artikel 1b zijn aanewezen; c. bestuursoranen aan welke bij of krachtens wettelijk voorschrift een taak met betrekkin tot de politie is opedraen, voor zover het de uitoefenin van die taak betreft; d. bestuursoranen van provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen voor zover het de edrainen van voor hen werkzame buitenewoon opsporinsambtenaren betreft; e. andere bestuursoranen, voor zover niet bij alemene maatreel van bestuur uitezonderd. 2. In afwijkin van het eerste lid, onder e, is deze wet slechts van toepassin op bestuursoranen belast met onderwijs en onderzoek op het beleidsterrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voor zover deze bij alemene maatreel van bestuur zijn aanewezen. 3. In afwijkin van het eerste lid is deze wet niet van toepassin op Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

204 edrainen van de Commissie elijke behandelin, bedoeld in de Alemene wet elijke behandelin. 4. Een edrain van een ambtenaar, verricht in de uitoefenin van zijn functie, wordt aanemerkt als een edrain van het bestuursoraan onder wiens verantwoordelijkheid hij werkzaam is. Artikel 1b 1. Bij ministerieel besluit worden de bestuursoranen van provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen aanewezen, waarop deze wet van toepassin is. 2. Een aanwijzin als bedoeld in het eerste lid eschiedt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken op verzoek van het bestuur van de desbetreffende provincie, emeente, emeenschappelijke reelin of het desbetreffende waterschap. Op verzoek van of namens de provincies onderscheidenlijk de waterschappen eschiedt de aanwijzin van de provincies onderscheidenlijk de waterschappen ezamenlijk. 3. Het verzoek om aanwijzin wordt voor 1 juli van het jaar voorafaand aan het jaar waarin de aanwijzin in moet aan bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken inediend. Onze Minister van Binnenlandse Zaken bevestit onverwijld de ontvanst van het verzoek. 4. De aanwijzin van de daarvoor in aanmerkin komende bestuursoranen eschiedt telkens met inan van 1 januari van het desbetreffende jaar. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan in afwijkin van de eerste volzin de aanwijzin van bestuursoranen op een ander tijdstip doen inaan, indien omstandiheden van drinende aard daartoe nopen. Het aanwijzinsbesluit wordt in de Staatscourant bekendemaakt. 5. De aanwijzin eschiedt voor een periode van vier jaar. Deze periode wordt telkens met twee jaar verlend, tenzij het bestuur van de desbetreffende provincie, emeente, emeenschappelijke reelin of het desbetreffende waterschap voor 1 januari van het jaar voorafaand aan het jaar waarin de verlenin plaats zal vinden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken heeft verzocht de aanwijzin te beëindien. Onze Minister van Binnenlandse Zaken bevestit onverwijld de ontvanst van het verzoek. Van de beëindiin van de aanwijzin wordt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken mededelin edaan in de Staatscourant. Artikel 1c 1. De rechtspersoon waartoe het inevole artikel 1b aanewezen bestuursoraan behoort, is een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen veroedin verschuldid ter dekkin van de kosten die zijn verbonden aan het beschikbaarstellen van de klachtvoorzienin bij de Nationale ombudsman aan het desbetreffende bestuursoraan. 2. Bij of krachtens alemene maatreel van bestuur worden nadere reels esteld omtrent: a. de berekenin van de te betalen veroedin; b. de wijze van betalin van de verschuldide veroedin; c. het tijdstip waarop de verschuldide veroedin dient te zijn voldaan. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

205 HOOFDSTUK I. DE NATIONALE OMBUDSMAN Artikel 2 1. Er is een Nationale ombudsman. 2. De ombudsman wordt benoemd door de Tweede Kamer der Staten- Generaal. Bij de benoemin slaat de Tweede Kamer zodani acht op een aanbevelin, daartoe in ezamenlijk overle opemaakt door de vicepresident van de Raad van State, de president van de Hoe Raad der Nederlanden en de president van de Alemene Rekenkamer en bevattende de namen van ten minste drie personen, als zij zal diensti oordelen. 3. De benoemin eschiedt voor de duur van zes jaren. 4. Indien de Tweede Kamer voornemens is de ombudsman opnieuw te benoemen, kan zij bepalen dat het tweede lid, tweede volzin, buiten toepassin blijft. 5. Indien blijkt dat de Tweede Kamer niet tijdi tot de benoemin van een nieuwe ombudsman zal kunnen komen, voorziet de Tweede Kamer zo spoedi moelijk in de waarnemin van het ambt van ombudsman. Artikel 10, vijfde tot en met zevende lid, is van overeenkomstie toepassin. Artikel 3 1. De Tweede Kamer ontslaat de ombudsman met inan van de eerstvolende maand na die waarin hij de vijfenzestijarie leeftijd bereikt. 2. De Tweede Kamer ontslaat de ombudsman voorts: a. op zijn verzoek; b. wanneer hij uit hoofde van ziekten of ebreken blijvend oneschikt is zijn functie te vervullen; c. bij de aanvaardin van een ambt of betrekkin bij deze wet onverenibaar verklaard met het ambt van ombudsman; d. bij het verlies van het Nederlanderschap; e. wanneer hij bij onherroepelijk eworden rechterlijke uitspraak weens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatreel is opeled die vrijheidsbenemin tot evol heeft; f. wanneer hij inevole onherroepelijk eworden rechterlijke uitspraak onder curatele is esteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsanerinsreelin natuurlijke personen van toepassin is verklaard, hij surséance van betalin heeft verkreen of weens schulden is eijzeld;. wanneer hij naar het oordeel van de Tweede Kamer door handelen of nalaten ernsti nadeel toebrent aan het in hem te stellen vertrouwen. Artikel 4 1. De Tweede Kamer stelt de ombudsman op non-activiteit ineval: a. hij zich in voorlopie hechtenis bevindt; b. hij bij een no niet onherroepelijk eworden rechterlijke uitspraak weens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatreel is opeled die vrijheidsbenemin tot evol heeft; c. hij onder curatele is esteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsanerinsreelin natuurlijke personen van toepassin is verklaard, hij surséance van betalin heeft verkreen of weens schulden is eijzeld inevole een no niet onherroepelijk eworden rechterlijke uitspraak. 2. De Tweede Kamer kan de ombudsman op non-activiteit stellen, indien teen hem een erechtelijk vooronderzoek ter zake van misdrijf wordt inesteld of indien er een ander ernsti vermoeden is voor het bestaan Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

206 van feiten of omstandiheden die tot ontsla, anders dan op ronden vermeld in artikel 3, tweede lid onder b, zouden kunnen leiden. 3. In het eval, bedoeld in het tweede lid, eindit de non-activiteit na drie maanden. De Tweede Kamer kan de maatreel echter telkens voor ten hooste drie maanden verlenen. 4. De Tweede Kamer beëindit de non-activiteit zodra de rond voor de maatreel is vervallen. 5. De Tweede Kamer kan bij de beslissin waarbij de ombudsman op non-activiteit wordt esteld, bepalen dat tijdens de duur van de nonactiviteit een salaris of slechts een edeelte van het salaris zal worden enoten, in het laatste eval onder aanwijzin van het edeelte dat zal worden enoten. 6. Indien de non-activiteit anders dan door ontsla is eëindid, kan de Tweede Kamer beslissen, dat het niet enoten salaris alsno eheel of edeeltelijk zal worden uitbetaald, in het laatste eval onder aanwijzin van het edeelte dat zal worden uitbetaald. Artikel 5 1. De ombudsman kan niet bekleden: a. het lidmaatschap van publiekrechtelijke collees waarvoor de keuze eschiedt bij krachtens wettelijk voorschrift uiteschreven verkiezinen; b. een openbare betrekkin waaraan een vaste belonin of toelae is verbonden; c. het lidmaatschap van vaste collees van advies en bijstand aan de Reerin; d. het beroep of ambt van advocaat, procureur of notaris. 2. De ombudsman vervult een betrekkinen waarvan de uitoefenin onewenst is met het oo op een oede vervullin van zijn ambt of op de handhavin van zijn onpartijdiheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Artikel 6 De bepalinen van de Alemene pensioenwet politieke ambtsdraers zijn van overeenkomstie toepassin op de ombudsman, met dien verstande dat deze wordt elijkesteld met een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, doch de verrekenin van de inkomsten plaatsvindt overeenkomsti artikel 9 van die wet. Artikel 7 Wij reelen bij alemene maatreel van bestuur de aanspraken in eval van ziekte, alsmede de overie rechten en verplichtinen van de ombudsman die deel uitmaken van zijn rechtspositie, voor zover niet bij de wet ereeld. Artikel 8 Alvorens zijn ambt te aanvaarden let de ombudsman in de handen van de Voorzitter der Tweede Kamer af: a. de eed of verklarin en belofte dat hij tot het verkrijen van zijn benoemin rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of onder welk voorwendsel ook, aan iemand iets heeft eeven of beloofd, alsmede dat hij om iets in zijn ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk van iemand eni eschenk of enie belofte heeft aanenomen of zal aannemen; b. de eed of belofte van trouw aan de Grondwet. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

207 Artikel 9 1. De Tweede Kamer benoemt op verzoek van de ombudsman zo nodi een of meer personen tot substituut-ombudsman. De ombudsman maakt daartoe een aanbevelin op, die de namen van ten minste drie personen bevat. 2. De benoemin van een substituut-ombudsman eschiedt voor de duur van de ambtstermijn van de ombudsman op wiens verzoek hij is benoemd. De Tweede Kamer kan op voordracht van de nieuwe ombudsman de ambtstermijn van een substituut-ombudsman verlenen voor de duur van ten hooste zes maanden. 3. Indien de Tweede Kamer voornemens is een substituut-ombudsman opnieuw te benoemen, kan zij bepalen dat het eerste lid, tweede volzin, buiten toepassin blijft. 4. De artikelen 3 tot en met 8, 18 tot en met 24 en 27, vijfde lid, zijn van overeenkomstie toepassin op een substituut-ombudsman. 5. De ombudsman reelt de werkzaamheden van een substituutombudsman. 6. De ombudsman kan bepalen dat de bevoedheden, bedoeld in de artikelen 25, 26, 27, eerste tot en met vierde lid, en 28, derde lid, tevens worden uiteoefend door een substituut-ombudsman. De ombudsman kan voor de uitoefenin van die bevoedheden richtlijnen vaststellen. Artikel De ombudsman reelt zijn vervanin door een substituut-ombudsman, voor het eval dat hij tijdelijk niet in staat is zijn ambt te vervullen. 2. Indien een substituut-ombudsman aanwezi of beschikbaar is, voorziet de Tweede Kamer zo spoedi moelijk in de vervanin van de ombudsman. In dat eval eindit de vervanin wanneer de ombudsman weer in staat is zijn ambt te vervullen of, indien de ombudsman op non-activiteit is esteld, op het tijdstip dat de non-activiteit eindit. 3. Indien de ombudsman overlijdt of inevole artikel 3 wordt ontslaen, blijven de substituut-ombudsmannen, in afwijkin van het bepaalde in artikel 9, tweede lid, eerste volzin, in functie tot het tijdstip waarop een nieuwe ombudsman in functie is etreden. De Tweede Kamer voorziet in dat eval zo spoedi moelijk in de waarnemin van het ambt van ombudsman door een substituut-ombudsman. 4. Indien een substituut-ombudsman aanwezi of beschikbaar is, voorziet de Tweede Kamer zo spoedi moelijk in de waarnemin van het ambt van ombudsman. 5. De waarnemin eindit van rechtswee op het tijdstip waarop een nieuwe ombudsman in functie is etreden. 6. Op deene die krachtens het tweede of het vierde lid de ombudsman vervant of het ambt van ombudsman waarneemt, zijn de artikelen 2, tweede lid, tweede volzin, derde en vierde lid, 3, eerste lid, 6 en 9 van deze wet niet van toepassin. 7. Indien de in het zesde lid bedoelde vervaner respectievelijk waarnemer een betrekkin of lidmaatschap als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen b en c, bekleedt of aat bekleden, is hij voor de duur van de vervanin respectievelijk de waarnemin in die betrekkin of dat lidmaatschap van rechtswee op non-activiteit esteld. Artikel Te zijner ondersteunin beschikt de ombudsman over een bureau. 2. De tot het bureau behorende personen worden door Ons op voordracht van de ombudsman benoemd, bevorderd, eschorst en ontslaen. 3. Wij bepalen in welke evallen tot het bureau behorende personen door de ombudsman worden benoemd, bevorderd, eschorst en ontslaen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

208 HOOFDSTUK II. HET ONDERZOEK Artikel Een ieder heeft het recht de ombudsman schriftelijk te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursoraan zich in een bepaalde aaneleenheid jeens een natuurlijk persoon of rechtspersoon heeft edraen, tenzij sedertdien meer dan een jaar is verstreken. Indien binnen een jaar nadat de edrain plaatsvond die edrain aan het oordeel van een rechterlijke instantie, dan wel inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin aan het oordeel van een andere instantie is onderworpen, eindit de termijn een jaar na de datum waarop in die procedure een uitspraak is edaan waarteen een beroep meer openstaat, of de procedure op een andere wijze is eëindid. 2. De verzoeker dient alvorens het verzoek te doen, over de edrain een klacht in bij het betrokken bestuursoraan, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden everd. Indien de klacht binnen een jaar nadat de edrain plaatsvond is inediend, eindit de in het eerste lid bedoelde termijn een jaar na de kennisevin door het bestuursoraan van de bevindinen van het onderzoek. 3. Het verzoekschrift dient te bevatten: a. de naam en het adres van de verzoeker; b. zo duidelijk moelijk, een omschrijvin van de edrain waarop het verzoekschrift betrekkin heeft en mededelin wie zich aldus heeft edraen en jeens wie de edrain heeft plaatsevonden; c. de rieven met betrekkin tot de edrain; d. de wijze waarop een klacht is inediend en zo moelijk de bevindinen van het onderzoek naar de klacht door het betrokken bestuursoraan. 4. Indien het verzoekschrift in een vreemde taal is esteld en een vertalin voor een oede behandelin van de klacht noodzakelijk is, kan de Nationale ombudsman besluiten het verzoekschrift niet in behandelin te nemen, mits de verzoeker de eleenheid heeft ehad binnen een door de ombudsman estelde termijn het verzoekschrift met een vertalin aan te vullen. 5. Tenzij artikel 16 van toepassin is, is de ombudsman bevoed en, tenzij artikel 14 van toepassin is, ook verplicht aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid evol te even. Artikel 13 Indien naar het oordeel van de ombudsman ten aanzien van de in het verzoekschrift bedoelde edrain voor de verzoeker een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin openstaat, verwijst hij hem onverwijld naar de bevoede instantie en draat hij het verzoekschrift, nadat daarop de datum van ontvanst is aanetekend, aan die instantie over. Voor de toepassin van de reelin waarop de openstaande voorzienin berust, wordt het verzoekschrift beschouwd als te voldoen aan de in die reelin voorkomende bepalinen met betrekkin tot de wijze van indienin en adresserin en wordt voorts het tijdstip, waarop het verzoekschrift door de ombudsman is ontvanen, beschouwd als het tijdstip waarop de zaak bij de in die reelin bedoelde instantie aanhani is emaakt. Deze instantie stelt de verzoeker in de eleenheid, binnen derti daen nadat zij hiervan mededelin heeft edaan, zijn verzoekschrift overeenkomsti de voor die voorzienin eldende reels aan te vullen of te wijzien en voor zover nodi het voor behandelin verschuldide recht te voldoen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

209 Artikel 14 De ombudsman is niet verplicht een onderzoek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, in te stellen of voort te zetten, indien: a. het verzoekschrift te laat is inediend of niet voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 12, derde en vierde lid; b. het verzoek kennelijk onerond is; c. het belan van de verzoeker of het ewicht van de edrain kennelijk onvoldoende is; d. de verzoeker een ander is dan deene jeens wie de edrain heeft plaatsevonden; e. een verzoekschrift, dezelfde edrain betreffende, bij hem, dan wel bij een tot de behandelin van verzoekschriften bevoede commissie uit de Eerste of Tweede Kamer of uit de verenide veraderin der Staten- Generaal, in behandelin is of behoudens indien een nieuw feit of een nieuwe omstandiheid bekend is eworden en zulks tot een ander oordeel over de bedoelde edrain zou hebben kunnen leiden door hem is afedaan of daarover door de betrokken commissie haar conclusie op een verzoekschrift aan de Eerste of Tweede Kamer dan wel de verenide veraderin der Staten-Generaal is vooresteld; f. een verzoekschrift, dezelfde edrain betreffende, inevole een wettelijk ereelde klachtvoorzienin bij een onafhankelijke klachtinstantie in behandelin is of daardoor is afedaan;. ten aanzien van de edrain voor de verzoeker een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin heeft openestaan en hij daarvan een ebruik heeft emaakt; h. ten aanzien van de edrain anders dan inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin door een rechterlijke instantie uitspraak is edaan; i. niet is voldaan aan het vereiste van artikel 12, tweede lid, tenzij van de verzoeker redelijkerwijs niet kan worden everd dat hij de uitkomst van de behandelin van de klacht door het bestuursoraan verder afwacht; j. zolan ten aanzien van een edrain van het bestuursoraan die nauw samenhant met het onderwerp van het verzoekschrift een procedure aanhani is bij een rechterlijke instantie, dan wel inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin bij een andere instantie; k. en zolan het verzoekschrift betrekkin heeft op een edrain die nauw samenhant met een onderwerp, waaromtrent anders dan inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin een procedure bij een rechterlijke instantie aanhani is. Artikel 15 Tenzij artikel 16 van toepassin is, is de ombudsman bevoed uit eien bewein een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursoraan zich in een bepaalde aaneleenheid heeft edraen. Artikel 16 De ombudsman is niet bevoed een onderzoek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, of artikel 15 in te stellen of voort te zetten: a. indien de aaneleenheid behoort tot het alemeen reerinsbeleid, daaronder berepen het alemeen beleid ter handhavin van de rechtsorde, of tot het alemeen beleid van het betrokken bestuursoraan; b. betreffende alemeen verbindende voorschriften; c. zolan ten aanzien van de edrain een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin openstaat, tenzij artikel 6:12 van de Alemene wet bestuursrecht van toepassin is, of inevole een zodanie voorzienin een procedure aanhani is; d. zolan ten aanzien van de edrain anders dan inevole een Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

210 wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin een procedure bij een rechterlijke instantie aanhani is, dan wel beroep openstaat teen een uitspraak die in een zodanie procedure is edaan; e. indien ten aanzien van de edrain inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin door een rechterlijke instantie uitspraak is edaan; f. in aaneleenheden betreffende belastinen en andere heffinen, indien ten aanzien van de edrain een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin heeft openestaan;. ten aanzien van edrainen waarop de rechterlijke macht toeziet. Artikel Indien de ombudsman op rond van artikel 14 of artikel 16 een evol eeft aan een verzoek tot het instellen van een onderzoek, dan wel het onderzoek niet voortzet, doet hij daarvan zo spoedi moelijk schriftelijke mededelin aan de verzoeker onder vermeldin van de redenen. In het eval dat hij een onderzoek niet voortzet doet hij de hiervoor bedoelde mededelin tevens aan het betrokken bestuursoraan en, in voorkomend eval, aan de betrokken ambtenaar. Met het oo op het bepaalde in het derde lid neemt hij daarbij artikel 19, vierde lid, laatste volzin, van deze wet en het bepaalde in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, in acht. 2. Indien de ombudsman op rond van artikel 14, onderdeel i, een evol eeft aan een verzoek tot onderzoek, dan wel het onderzoek niet voortzet, wijst hij verzoeker tevens op de moelijkheid het betrokken bestuursoraan, de betrokken instellin of dienst die, of het betrokken bedrijf dat onder verantwoordelijkheid van dat oraan werkzaam is, dan wel de betrokken ambtenaar, alsno van zijn rieven met betrekkin tot de edrain in kennis te stellen en in de eleenheid te stellen zijn of haar zienswijze daarop te even. 3. De ombudsman eeft aan een ieder die daarom verzoekt, afschrift of uittreksel van de mededelin, bedoeld in het eerste lid. Met betrekkin tot de daarvoor in rekenin te brenen veroedinen en met betrekkin tot de kosteloze verstrekkin is het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in burerlijke zaken van overeenkomstie toepassin. Artikel De ombudsman stelt het bestuursoraan en deene, op wiens edrain het onderzoek betrekkin heeft, alsmede in het eval, bedoeld in artikel 12, eerste lid, de verzoeker in de eleenheid schriftelijk dan wel mondelin en al dan niet in elkaars teenwoordiheid een en ander ter beoordelin van de ombudsman hun standpunt toe te lichten. 2. De betrokkenen kunnen zich doen verteenwoordien of doen bijstaan door een raadsman. De ombudsman kan weieren bepaalde personen die van het verlenen van rechtseleerde hulp hun beroep maken en niet advocaat of procureur zijn, als verteenwoordier toe te laten. Artikel Het bestuursoraan, deene op wiens edrain het onderzoek betrekkin heeft, etuien en de verzoeker verstrekken de ombudsman de inlichtinen die deze ten behoeve van een onderzoek behoeft en zijn op een daartoe strekkend verzoek verplicht daartoe voor hem te verschijnen. Gelijke verplichtinen rusten op ieder collee, met dien verstande dat het collee bepaalt wie zijner leden aan de verplichtinen zal voldoen, tenzij de ombudsman één of meer bepaalde leden aanwijst. Betrokkenen kunnen zich doen bijstaan door een raadsman. 2. De verplichtin om voor de ombudsman te verschijnen eldt niet voor Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

211 Onze Ministers. Wanneer een minister zelf niet verschijnt, laat hij zich verteenwoordien. 3. Inlichtinen die betrekkin hebben op het beleid, evoerd onder de verantwoordelijkheid van een minister of een ander bestuursoraan kan de ombudsman bij de daarbij betrokken ambtenaren slechts inwinnen door tussenkomst van de minister onderscheidenlijk dat oraan. 4. De inevole het eerste lid operoepen personen kunnen zich van het verstrekken van inlichtinen verschonen weens ambts- of beroepseheim, doch alleen voor zover betreft heteen waarvan de wetenschap aan hen als zodani is toevertrouwd. Ambtenaren kunnen zich slechts met verwijzin naar de hun inevole de Ambtenarenwet onderscheidenlijk de Militaire Ambtenarenwet 1931 en de Politiewet 1993 opelede eheimhoudinsplicht verschonen voor zover het verstrekken van de verlande inlichtinen in strijd is met enie andere wettelijke bepalin tot eheimhoudin of met het belan van de Staat. De ombudsman kan ter stavin van het beroep op het verschoninsrecht overlein vraen van een bijzondere schriftelijke last van het oraan, welks tussenkomst voor het verstrekken van inlichtinen in het derde lid is vooreschreven. Dit oraan kan bepalen, dat de eheimhoudinsplicht slechts wordt opeheven met betrekkin tot het verschaffen van inlichtinen aan de ombudsman onder de voorwaarde dat het eheime karakter daarvan wordt ehandhaafd. 5. Het oraan door welks tussenkomst de inlichtinen worden inewonnen, kan zich bij het horen van de ambtenaren doen verteenwoordien. Artikel De ombudsman is bevoed ten dienste van het onderzoek werkzaamheden aan deskundien op te draen. Hij is voorts bevoed in het belan van het onderzoek deskundien en tolken op te roepen. Zij die als deskundie of als tolk zijn operoepen, zijn verplicht voor de ombudsman te verschijnen en hun diensten als zodani te verlenen. 2. Op deskundien, tevens ambtenaren, zijn het derde, vierde en vijfde lid van artikel 19 van overeenkomstie toepassin. 3. De tolken en deskundien zijn verplicht tot eheimhoudin van heteen hun ter zake van hun dienstverlenin ter kennis komt. Artikel Oproepinen inevole de artikelen 19 en 20 eschieden bij aanetekende brief. 2. De ombudsman kan bevelen, dat personen die, hoewel wettelijk operoepen, niet zijn verschenen, door de openbare macht voor hem worden ebracht om aan hun verplichtinen te voldoen. Artikel De ombudsman kan bevelen, dat etuien niet zullen worden ehoord en tolken niet tot de uitoefenin van hun taak zullen worden toeelaten dan na het afleen van eed of belofte. 2. Zij leen in dat eval in handen van de ombudsman de eed of belofte af; indien zij worden ehoord als etuie: dat zij zullen zeen de ehele waarheid en niets dan de waarheid; de tolken: dat zij hun plichten als tolk met nauwezetheid zullen vervullen. 3. De deskundien zijn verplicht hun taak onpartijdi en naar beste weten te verrichten. Artikel De inevole deze wet operoepenen ontvanen desverland voor reis- en verblijfkosten alsmede weens tijdverzuim en daarmede verband Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

212 houdende noodzakelijke kosten, veroedin uit s Rijks kas overeenkomsti het bij en krachtens de Wet tarieven in burerlijke zaken bepaalde. 2. Voor zover bij alemene maatreel van bestuur niet anders is bepaald, ontvanen de in het eerste lid bedoelde personen die in openbare dienst zijn een veroedin als bedoeld in het eerste lid, indien zij zijn operoepen in verband met hun taak als zodani. 3. De ombudsman beroot de inevole dit artikel verschuldide veroedin. Artikel Aan de ombudsman worden op diens schriftelijk verzoek ten behoeve van een onderzoek bescheiden, ebezid bij de vervullin van de overheidstaak in de aaneleenheid waarop het onderzoek betrekkin heeft, al dan niet in afschrift, overeled. Artikel 19, derde en vierde lid, is van overeenkomstie toepassin. 2. De ombudsman kan, voor zover dit naar zijn oordeel ten behoeve van het onderzoek is vereist, zonder toestemmin, met uitzonderin van woninen, alle plaatsen betreden waar het bestuursoraan, wiens edrain onderzocht wordt, zijn taak verricht. Voor het betreden van woninen is toestemmin van de bewoner vereist. 3. Onze Ministers kunnen aan de ombudsman het betreden van bepaalde plaatsen verbieden, indien dit naar hun oordeel de veiliheid van de staat zou schaden. Artikel De ombudsman deelt, alvorens het onderzoek te beëindien, zijn bevindinen schriftelijk mede aan het betrokken bestuursoraan en, in voorkomend eval, aan de ambtenaar wiens edrain voorwerp van onderzoek is eweest, alsmede, in het in artikel 12, eerste lid, bedoelde eval aan de verzoeker. 2. De ombudsman stelt het bestuursoraan, de ambtenaar en de verzoeker in de eleenheid zich binnen een door hem te stellen termijn omtrent de bevindinen te uiten. Artikel De ombudsman beoordeelt of het bestuursoraan zich in de door hem onderzochte aaneleenheid al dan niet behoorlijk heeft edraen. 2. Indien ten aanzien van de edrain waarop het onderzoek van de ombudsman betrekkin heeft anders dan inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin door een rechterlijke instantie uitspraak is edaan, neemt de ombudsman de rechtsronden waarop die uitspraak steunt of mede steunt, in acht. Artikel Wanneer een onderzoek is afesloten, stelt de ombudsman een rapport op, waarin hij zijn bevindinen en zijn oordeel weereeft. Met het oo op het bepaalde in het vierde lid neemt hij daarbij artikel 19, vierde lid, laatste volzin van deze wet en het bepaalde in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, in acht. 2. De ombudsman zendt zijn rapport aan het betrokken bestuursoraan en, in voorkomend eval, aan de ambtenaar wiens edrain voorwerp van onderzoek is eweest. Indien het onderzoek berustte op een verzoekschrift als bedoeld in artikel 12, zendt hij zijn rapport tevens aan de verzoeker. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

213 3. Zo hij daartoe aanleidin ziet, kan de ombudsman aan het betrokken oraan zijn zienswijze over eventueel te nemen maatreelen bekendmaken. 4. De ombudsman eeft aan een ieder die daarom verzoekt afschrift of uittreksel van een rapport als bedoeld in het eerste lid. Met betrekkin tot de daarvoor in rekenin te brenen veroedinen en met betrekkin tot kosteloze verstrekkin is het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in burerlijke zaken van overeenkomstie toepassin. Tevens let hij een zodani rapport ter inzae op een door hem daarvoor aan te wijzen plaats. 5. Voor het overie is de ombudsman verplicht tot eheimhoudin van heteen hem bij de uitoefenin van zijn taak is bekend eworden, voor zover dat uit de aard der zaak volt. Artikel De ombudsman zendt jaarlijks een versla van zijn werkzaamheden aan de beide Kamers der Staten-Generaal en aan Onze Ministers. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstie toepassin met dien verstande dat de ombudsman bij het versla eevens kan voeen, slechts ter vertrouwelijke kennisnemin door de leden van de Staten-Generaal en Onze Ministers. 2. Hij draat er zor voor dat het versla openbaar wordt emaakt en alemeen verkrijbaar wordt esteld. 3. De ombudsman kan ook dadelijk na het afsluiten van een onderzoek de beide Kamers der Staten-Generaal inlichten omtrent zijn bevindinen en oordeel, zo dikwijls hij de eerdere kennisnemin daarvan voor de Kamers van belan acht of één der Kamers dit verzoekt. HOOFDSTUK III. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 29 De voordrachten voor door Ons te nemen besluiten ter uitvoerin van deze wet worden edaan door Onze Minister van Binnenlandse Zaken. Artikel 30 Artikel 12 vindt een toepassin ten aanzien van edrainen van de bij ministerieel besluit aanewezen bestuursoranen, bedoeld in artikel 1b, die hebben plaatsevonden voordat dat besluit in werkin is etreden. Artikel 30a Tot een jaar na inwerkintredin van een besluit als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder e, dan wel na de beëindiin van een aanwijzin als bedoeld in artikel 1b kan met betrekkin tot een edrain van het desbetreffende bestuursoraan die heeft plaatsevonden: a. voordat het desbetreffende bestuursoraan is uitezonderd bij een besluit als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder e, dan wel b. voordat de aanwijzin van het desbetreffende bestuursoraan als bedoeld in artikel 1b is beëindid, een verzoekschrift als bedoeld in artikel 12 bij de Nationale ombudsman worden inediend. Artikel 31 Deze wet kan worden aanehaald als: Wet Nationale ombudsman. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

214 (Artt. II t/m XV: wijziin van diverse wetten en een bepalin over de inwerkintredin; hier niet openomen.) Overans- en slotbepalinen in de wet van 18 juni 1998 tot wijziin van de Wet Nationale ombudsman en de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 356) (...) ARTIKEL VI Artikel 1a, tweede lid, van de Wet Nationale ombudsman en artikel 1a, tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur vervallen vijf jaar na inwerkintredin van deze wet. Alsdan wordt in artikel 10, tweede lid, onder b, en artikel 14, onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur «in artikel 1a, eerste lid, onder c en d, en het tweede lid, bedoelde bestuursoranen» vervanen door: in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursoranen. (...) ARTIKEL VIII Deze wet treedt in werkin op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip Besluit bestuursoranen WNo en Wob Besluit van 11 september 1998, Stb. 580, houdende uitzonderin respectievelijk aanwijzin van bestuursoranen als bedoeld in de Wet Nationale ombudsman en de Wet openbaarheid van bestuur (Besluit bestuursoranen WNo en Wob), zoals ewijzid bij besluit van 21 december 2000, Stb Artikel juni 1998 (zie koninklijk besluit van 18 juni 1998, Stb. 357). Als bestuursoraan als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Nationale ombudsman onderscheidenlijk artikel 1a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet openbaarheid van bestuur, zijn uitezonderd: a. de Nederlandse Omroep Stichtin, enoemd in artikel 16 van de Mediawet, voor zover belast met andere werkzaamheden dan welke voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met de coördinatie van de proramma s van de instellinen die zendtijd hebben ekreen voor landelijke omroep, onderscheidenlijk met het indelen van de zendtijd van de instellinen die zendtijd hebben verkreen voor de landelijke omroep; b. De Nederlandsche Bank NV, voor zover belast met de werkzaamheden die voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met haar taken op rond van artikel 26 van de Bankwet 1998 vanaf het tijdstip van inwerkintredin van de Bankwet 1998 tot 1 januari 1999 respectievelijk de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 3 van de Bankwet 1998 in de periode vanaf 1 januari 1999, en haar taken en bevoedheden inevole artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998; c. de Verzekerinskamer, voor zover belast met werkzaamheden die voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met haar taken en bevoedheden inevole de Wet toezicht verzekerinsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekerinsbedrijf, de Pensioen- en Spaarfondsenwet, de Wet verplichte deelnemin in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, de Wet betreffende verplichte deelnemin in een beroeps- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

215 pensioenreelin en de Wet tot invoerin van een leeftijdsrens voor het notarisambt en oprichtin van een notarieel pensioenfonds; d. de Stichtin toezicht effectenverkeer, voor zover belast met werkzaamheden die voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met haar taken en bevoedheden inevole de Wet toezicht effectenverkeer Artikel 2 Als bestuursoraan als bedoeld in artikel 1a, tweede lid, van de Wet Nationale ombudsman onderscheidenlijk artikel 1a, tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur, zijn aanewezen de bestuursoranen van: a. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, enoemd in artikel 1.5 van de Wet op het hoer onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; b. de Open Universiteit, enoemd in artikel 1.3 van de Wet op het hoer onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; c. Openbare universiteiten als bedoeld in de bijlae bij de Wet op het hoer onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; d. Openbare hoe scholen als bedoeld in de bijlae bij de Wet op het hoer onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; e. de Koninklijke Bibliotheek, enoemd in artikel 1.5 van de Wet op het hoer onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; f. landelijke oranen als bedoeld in artikel van de Wet educatie en beroepsonderwijs;. de Nederlandse Oranisatie voor toeepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO, enoemd in artikel 3 van de TNO-wet; h. de Centrale commissie vaststellin examenopaven en beoordelinsnormen, enoemd in het Besluit Instellin Centrale commissie vaststellin examenopaven en beoordelinsnormen; i. het Rijksinstituut voor Oorlosdocumentatie, enoemd in het koninklijk besluit van 28 juli 1979 (Stb. 426); j. de Nederlandse oranisatie voor wetenschappelijk onderzoek, enoemd in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse oranisatie voor wetenschappelijk onderzoek. Artikel 3 Dit besluit treedt in werkin met inan van de da na de datum van de uitifte van het Staatsblad waarin het wordt eplaatst [14 oktober 1998] en werkt teru tot en met 30 juni Artikel 4 Dit besluit wordt aanehaald als: Besluit bestuursoranen WNo en Wob. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

216 6.3 Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman Besluit van 4 september 1998, Stb. 547, houdende reels over de veroedinen die verschuldid zijn terzake van door de Nationale ombudsman ontvanen klachten (Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman), zoals ewijzid bij besluit van 14 september 2001, Stb Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. rechtspersoon: rechtspersoon waartoe het inevole artikel 1b van de wet aanewezen bestuursoraan behoort; c. verzoekschrift: schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet; d. wet: Wet Nationale ombudsman. Artikel 2 1. De rechtspersoon is per verzoekschrift dat door de Nationale ombudsman wordt ontvanen over edrainen van een bestuursoraan dat tot die rechtspersoon behoort, een veroedin verschuldid ter rootte van 874,89 [ten aanzien van verzoekschriften die zijn ontvanen in de periode 1 september 2001 tot en met 31 auustus 2002: 960 (aanpassin bij besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 auustus 2002, Stcrt. 170)]; 2. In afwijkin van het eerste lid kan bij ministerieel besluit ten aanzien van de rechtspersoon worden bepaald dat een per verzoekschrift edifferentieerde veroedin is verschuldid, te weten: a. een veroedin ter rootte van 2 717,24 [ten aanzien van verzoekschriften die zijn ontvanen in de periode 1 september 2001 tot en met 31 auustus 2002: (aanpassin bij besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 auustus 2002, Stcrt. 170)] indien het een verzoekschrift betreft dat leidt tot een onderzoek als bedoeld in artikel 12 van de wet, en b. een veroedin ter rootte van 184,23 [ten aanzien van verzoekschriften die zijn ontvanen in de periode 1 september 2001 tot en met 31 auustus 2002: 202 (aanpassin bij besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 auustus 2002, Stcrt. 170)] in de overie evallen. 3. In afwijkin van het eerste en tweede lid bepaalt Onze Minister, de Nationale ombudsman ehoord, in het eval dat twee of meer verzoekschriften dezelfde edrain betreffen, dat eenmaal de voor een derelijk verzoekschrift eldende veroedin is verschuldid. Artikel 3 1. Het ministerieel besluit, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt eeven op verzoek van de desbetreffende rechtspersoon. 2. Het in het eerste lid bedoelde ministeriële besluit heeft een eldiheidsduur van twee jaar. Deze eldiheidsduur wordt telkenmale met een periode van twee jaar verlend, tenzij de desbetreffende rechtspersoon voor 1 december van het jaar voorafaand aan het jaar waarin de verlenin plaats zal vinden, aan Onze Minister heeft verzocht de toepassin van artikel 2, tweede lid, ten aanzien van hem te beëindien. 3. Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt voor 1 december van het jaar voorafaand aan het jaar met inan waarvan het bestuursoraan van de rechtspersoon inevole artikel 1b van de wet is aanewezen, bij Onze Minister inediend. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

217 4. Indien het in het eerste lid bedoelde verzoek niet voor de in het derde lid bedoelde datum wordt edaan, kan dat verzoek iedere periode van twee jaar na die datum worden inediend, uiterlijk voor 1 december van het jaar waarin een periode van twee jaar eindit. De toepassin van artikel 2, tweede lid, vindt dan plaats met inan van 1 januari van het jaar volend op het einde van de periode van twee jaar. Artikel 4 1. De veroedin, bedoeld in artikel 2, dient jaarlijks achteraf en uiterlijk op 30 november van het desbetreffende kalenderjaar te zijn voldaan aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Onze Minister stelt jaarlijks vast hoeveel de rechtspersoon in het totaal aan veroedinen is verschuldid, erekend over de periode 1 september van het voorafaande jaar tot en met 31 auustus van het desbetreffende jaar. Deze vaststellin eschiedt terstond na de laatstenoemde datum. Artikel 5 1. Bij ministeriële reelin worden de bedraen, bedoeld in artikel 2, aanepast overeenkomsti het door het Centraal Bureau voor de Statistiek in het kader van de Nationale Rekeninen vastestelde prijsindexcijfer van de consumptie van de overheid van de activiteit alemeen bestuur, volens de jaar-op-jaarmethode. 2. De in het eerste lid bedoelde aanpassin vindt voor het eerst plaats in het jaar 2000 ten aanzien van de verzoekschriften die zijn ontvanen in de periode 1 september 1999 tot en met 31 auustus 2000, op basis van het in dat lid bedoelde prijsindexcijfer 1999 ten opzichte van Vervolens vindt ieder jaar de aanpassin op overeenkomstie wijze plaats. Artikel 6 [Overansbepalin.] Artikel 7 Dit besluit treedt in werkin met inan van de da na de datum van uitifte van het Staatsblad waarin het wordt eplaatst [23 september 1998] en werkt teru tot en met 30 juni Artikel 8 Dit besluit kan worden aanehaald als Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

218

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Veraderjaar 2004 2005 30 030 Jaarversla Nationale ombudsman 2004 Nr. 2 JAARVERSLAG INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF 9 AANDACHTSPUNTEN 10 DEEL I KERNJAARVERSLAG 15 1 ONDERZOEK

Nadere informatie

ONVZ Zorgplan Internationaal 2015

ONVZ Zorgplan Internationaal 2015 ONVZ Zorplan 2015 U staat op het punt uw of een van de verzekerinen aan te vraen. U wilt onze tandartsverzekerin of het Privé Zorpakket. Wat u ook kiest, u bent bij ons in oede handen. Welkom bij ONVZ.

Nadere informatie

ONVZ Vrije Keuze Zorgplan 2016

ONVZ Vrije Keuze Zorgplan 2016 ONVZ Vrije Keuze Zorplan 2016 U staat op het punt uw basisverzekerin of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. U wilt onze tandartsverzekerin of het Privé Zorpakket. Wat u ook kiest, u bent

Nadere informatie

ONVZ Zorgplan Internationaal 2016

ONVZ Zorgplan Internationaal 2016 ONVZ Zorplan 2016 U staat op het punt uw of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. Of u wilt onze tandartsverzekerin. Wat u ook kiest, u bent bij ons in oede handen. Welkom bij ONVZ. Zonder

Nadere informatie

Aanmeldformulier collectieve zorgverzekering 2016

Aanmeldformulier collectieve zorgverzekering 2016 Aanmeldformulier collectieve zorverzekerin 2016 Welkom bij PNOzor. Je staat op het punt jouw basisverzekerin of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. Wat je ook kiest, je bent bij ons in oede

Nadere informatie

Aanmeldformulier zorgverzekering 2015

Aanmeldformulier zorgverzekering 2015 Aanmeldformulier zorverzekerin 2015 Welkom bij PNOzor. Je staat op het punt jouw basisverzekerin of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. Wat je ook kiest, je bent bij ons in oede handen. Bedankt

Nadere informatie

Beantwoording technische vragen van raadsfracties over de jaarrekening 2006 gemeente Maasdriel.

Beantwoording technische vragen van raadsfracties over de jaarrekening 2006 gemeente Maasdriel. Beantwoordin technische vraen van raadsfracties over de jaarrekenin 2006 emeente Maasdriel. Inleidin. De door raadsfracties estelde technische vraen zijn in dit overzicht verzameld en voorzien van een

Nadere informatie

Collectieve Arbeidsovereenkomst Energie- en Nutsbedrijven Juni 2005

Collectieve Arbeidsovereenkomst Energie- en Nutsbedrijven Juni 2005 Collectieve Arbeidsovereenkomst Enerie- en Nutsbedrijven Juni 2005 Deze CAO loopt van 1 april 2005 tot en met 31 maart 2007. 1 Raam-CAO voor de Enerie- en Nutsbedrijven INHOUD blz. Hoofdstuk 1. Alemene

Nadere informatie

KONINKLIJK BESLUIT van 8 JANUARI 1992 betreffende de voedingswaarde-etikettering van voedingsmiddelen (Stbl. 21.II.1992)

KONINKLIJK BESLUIT van 8 JANUARI 1992 betreffende de voedingswaarde-etikettering van voedingsmiddelen (Stbl. 21.II.1992) KONINKLIJK BESLUIT van 8 JANUARI 1992 betreffende de voedinswaarde-etiketterin van voedinsmiddelen (Stbl. 21.II.1992) Wijziinen: K.B. 1 april 2004 (Stbl. 15.VI.2004) Gelet op de wet van 24 januari 1977

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan. For happy kids!

Pedagogisch beleidsplan. For happy kids! Pedaoisch beleidsplan Inhoudsopave B 1. Voorwoord blz. 3 2. Beripsbepalin blz. 3 3. Alemene visie blz. 4 4. Kindbeeld blz. 5 5. Pedaoische visie blz. 5 6. Werkwijze astouderbureau blz. 8 7. Wet-en reelevin

Nadere informatie

B P V - g i d s. 2010-2011 (augustus 2010) (BOL-2+3+4) Techniek & ICT. BPV-gids-aug-2010---01 zonder foto's # 1-37

B P V - g i d s. 2010-2011 (augustus 2010) (BOL-2+3+4) Techniek & ICT. BPV-gids-aug-2010---01 zonder foto's # 1-37 B P V - i d s 2010-2011 (auustus 2010) (BOL-2+3+4) Techniek & ICT BPV-ids-au-2010---01 zonder foto's # 1-37 BPV-ids (BOL-2+3+4) Afdelin / opleidin: Bouw- en Civiele Techniek (bol-4) Elektrotechniek (E)

Nadere informatie

Paraaf hoofd afdeling Paraaf Beheer: Paraaf portefeuillehouder: (financiële beoordeling)

Paraaf hoofd afdeling Paraaf Beheer: Paraaf portefeuillehouder: (financiële beoordeling) Aan de directie van de Veiliheidsreio Flevoland Aan het bestuur van de Veiliheidsreio Flevoland Lelystad : 27 auustus 2008 Onderwerp : Voortansrapportae reionaliserin brandweer Nummer : Van Steller : Brandweer

Nadere informatie

AANVRAAGFORMULIER SEPAY TRANSACTIEDIENST

AANVRAAGFORMULIER SEPAY TRANSACTIEDIENST PQID AANVRAAGFORMULIER SEPAY TRANSACTIEDIENST Overeenkomst t.b.v. transactieverwerkin tussen SEPAY B.V. en Eindebruiker. Alle velden voorzien van een ster (*) dienen te worden inevuld. Onvolledi inevulde

Nadere informatie

SAMEN WERKEN AAN EEN VEILIG ALMERE VOORTGANGSRAPPORTAGE 2 E HELFT 2014 2

SAMEN WERKEN AAN EEN VEILIG ALMERE VOORTGANGSRAPPORTAGE 2 E HELFT 2014 2 3 8 7 veili veili 4 leeswijzer ACTIEPROGRAMMA VEILIGHEID 2015-2018 veili 1 veili 11 33 veili leeswijzer 22 3 5 veili 8 2 veili eili TWEEDE HELFT 2014 6 7 veili VOORTGANGSRAPPORTAGE 5 veili veili 4 44 6

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands Examen samenvatting

Samenvatting Nederlands Examen samenvatting Samenvattin Nederlands Examen samenvattin Samenvattin door een scholier 2518 woorden 21 mei 2006 6,3 100 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Centraal examen Nederlands Examen Samenvattin: Blz. 40: De

Nadere informatie

Het schoolondersteuningsprofiel. van. De Fakkel

Het schoolondersteuningsprofiel. van. De Fakkel Het schoolondersteuninsprofiel van De Fakkel Het Schoolondersteuninsprofiel van De Fakkel Januari 2014 Deel I Ondersteuninsprofiel 1 Typerin van de school 2 Kenetallen 3 De kwaliteit van onze basisondersteunin

Nadere informatie

Notitie klassenmanagement

Notitie klassenmanagement Notitie klassenmanaement Inhoudsopave Inhoudsopave... 2 Inleidin; Korte omschrijvin en motivatie van klassenmanaement.... 3 Motivatie klassenmanaement... 4 1. Voorkomen en reuleren van edrasproblemen....

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 Beheer en onderhoud

Hoofdstuk 7 Beheer en onderhoud hoofds tuk 7 Hoofdstuk 7 Beheer en onderhoud 7.1 Inleidin 7.1.1 Beheer en onderhoud hoofdwatersystemen, rijksween en hoofdvaarween Sinds 1 januari 2006 is Rijkswaterstaat een aentschap. Rijkswaterstaat

Nadere informatie

AUTOFISCALITEIT BEDRIJVEN

AUTOFISCALITEIT BEDRIJVEN AUTOFISCALITEIT In samenwerkin met Eurofleet Consult stellen wij u hieronder een overzicht van de aandachtspunten voor 2014 voor *. Omwille van de duidelijkheid hebben wij een onderscheid emaakt tussen:

Nadere informatie

PNO Ziektekosten verzekeringen 2012

PNO Ziektekosten verzekeringen 2012 PNO Ziektekosten verzekerinen 2012 U staat op het punt uw basisverzekerin of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. Wat u ook kiest, u bent bij ons in oede handen. Welkom bij PNO Ziektekosten.

Nadere informatie

KLACHTEN PER OVERHEIDSINSTANTIE. Jaarverslag

KLACHTEN PER OVERHEIDSINSTANTIE. Jaarverslag KLACHTEN PER OVERHEIDSINSTANTIE 2014 Jaarverslag 2014 INHOUDSOPGAVE Ministerie van Algemene Zaken 3 Ministerie van Buitenlandse Zaken 4 Ministerie van Veiligheid en Justitie 5 Openbaar Ministerie 5 CJIB

Nadere informatie

Nieuwsbrief JAARGANG 11 - JANUARI 2008

Nieuwsbrief JAARGANG 11 - JANUARI 2008 Nieuwsbrief JAARGANG 11 - JANUARI 28 Interview Henk Teels van de Woonbond Het afelopen jaar heeft Henk Teels van de Woonbond (de belanenbehartier van huurdersoranisaties) eholpen om het overle tussen de

Nadere informatie

Royal Wel-Thuis Inboedelverzekering Verzekeringsvoorwaarden WTI 02

Royal Wel-Thuis Inboedelverzekering Verzekeringsvoorwaarden WTI 02 Royal Wel-Tuis Inboedelverzekerin Verzekerinsvoorwaarden WTI 02 Artikel 1 Verzekerde zaken Verzekerd zijn: inboedel a de inboedel, waaronder wordt verstaan alle roerende zaken die tot de partiuliere uisoudin

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel Openbaar

Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel Openbaar Colleevoorstel Openbaar Onderwerp Beleinen fossiele industrie en oproep divestment: reactie ABP Proramma Duurzaamheid BW-nummer Portefeuillehouder H. Tiemens Samenvattin Op 15 november 2016 heeft de fractie

Nadere informatie

Uitvoering certificatie GMP + - regeling diervoedersector 2004

Uitvoering certificatie GMP + - regeling diervoedersector 2004 Uitvoerin certificatie GMP + - reelin diervoedersector 2004 Kwaliteitsreeks nr 108 Oktober 2005 Productschap Diervoeder Uitvoerin certificatie GMP + - reelin diervoedersector 2004 Kwaliteitsreeks nr 108

Nadere informatie

MICROBIOLOGISCHE BEOORDELING VAN VLEES EN VLEESWAREN

MICROBIOLOGISCHE BEOORDELING VAN VLEES EN VLEESWAREN De rol van de microbioloie in de vleeswarenindustrie Zesde deel M6 MICROBIOLOGICHE BEOORDELING VAN VLEE EN VLEEWAREN Auteur : F.K. tekelenbur TNO Voedin Zeist oktober 1999 blad 1 van 16 INHOUDOPGAVE 1

Nadere informatie

Vitaal werkgebied aan het IJ

Vitaal werkgebied aan het IJ Vitaal werkebied aan het IJ Ontwikkelinsvisie Minervahaven Minervahaven: Planebied in het rode kader 2 Vitaal werkebied aan het IJ Ontwikkelinsvisie Minervahaven Inbo Adviseurs Stedenbouwkundien Architecten

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke

Nadere informatie

Opgave 3. Letters herkennen.

Opgave 3. Letters herkennen. Opave 3. Letters herkennen. In deze opave a je een bescheiden bein maken met het herkennen van letters. Om ons daarbij een beetje te beperken wordt alleen ewerkt met hoofdletters. Hieronder zie je de patronen

Nadere informatie

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Klachtenregeling IGZ Artikel 1 1 Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de inspectie zich in een bepaalde aangelegenheid jegens

Nadere informatie

w.herzog @ versatel. nl Technisch Beleid VVH 2010-2015

w.herzog @ versatel. nl Technisch Beleid VVH 2010-2015 1 Beleid 2010-2015 Om het beoefenen van de volleybalsport te willen bevorderen beseft Volleybalvereniin Harderwijk ( VVH ) dat er voldoende keuzemoelijkheden moeten zijn voor leden om op hun eien niveau

Nadere informatie

Begoniastraat 4 te Hengelo Ov. Sfeervolle twee onder één kap woning met een royale dakkapel en eigen achterom

Begoniastraat 4 te Hengelo Ov. Sfeervolle twee onder één kap woning met een royale dakkapel en eigen achterom Beoniastraat 4 te Henelo Ov Sfeervolle twee onder één kap wonin met een royale dakkapel en eien achterom Omevinskaart Beoniastraat 4 te Henelo Ov Sfeervolle TWEE ONDER EEN KAP WONING, eleen in de eliefde

Nadere informatie

Lifo vragenlijst organisatie kultuur

Lifo vragenlijst organisatie kultuur hj;hl,n; LIFO Lifo vraenlijst oranisatie kultuur BCon LIFO INTERNATIONAL, INC. Directors of Overseas LIFO Prorammes MATCH bv & K.A.T. bvba Kastanjelaan, 21 2242 Pulderbos Tél.: 03/ 658 98 70 Fax : 03/

Nadere informatie

Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger.

Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger. Rapport Ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger. Oordeel Op basis van het onderzoek is van oordeel dat de klacht over de minister

Nadere informatie

Sector-CAO Kabel & Telecom 2007 2008

Sector-CAO Kabel & Telecom 2007 2008 Sector-CAO Kabel & Telecom 2007 2008 Collectieve arbeidsovereenkomst voor de Kabel- & Telecombedrijven Deze CAO loopt van tot en met 31 maart 2008 SECTOR-CAO KABEL & TELECOM 1 Sector-CAO Kabel & Telecom

Nadere informatie

Vervoort Peter. Loopband TEST

Vervoort Peter. Loopband TEST 0 Vervoort Peter Loopband TEST 1 Beste Peter, Op datum van heb je een inspanninstest afeled bestaande uit 7 stappen Deze lactaattest werd afeled op een Loopband. De duur van elke stap was 5 min. Het doel

Nadere informatie

MIWE roll-in e+, MIWE eco : nova User Report - bericht uit de praktijk. bakkerij Evertzberg, Germany

MIWE roll-in e+, MIWE eco : nova User Report - bericht uit de praktijk. bakkerij Evertzberg, Germany MIWE roll-in e+, MIWE eco : nova User Report - bericht uit de praktijk bakkerij Evertzber, Germany De doelstellinen zijn duidelijk, zet Oliver Platt, terwijl hij naar een uiterst moderne productiehal kijkt

Nadere informatie

Nota Binnensportaccommodaties

Nota Binnensportaccommodaties Nota Binnensportaccommodaties Inhoudsopave Hoofdstuk 1 Inleidin 1.1 Doel... 1.2 Sportaccommodaties... 1.3 Betekenis van sport... 1.4 Procesmatie behandelin nota... 1.5 Leeswijzer... Hoofdstuk 2 Classificerin

Nadere informatie

Klachtenregeling gemeentelijke ombudsman

Klachtenregeling gemeentelijke ombudsman Klachtenregeling gemeentelijke ombudsman Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de ombudsman zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of haar

Nadere informatie

hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe;

hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe; Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam zijn klacht van 29 juli 2008 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat de Raad voor Rechtsbijstand:

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december Rapportnummer: 2013/198

Rapport. Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december Rapportnummer: 2013/198 Rapport Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december 2013 Rapportnummer: 2013/198 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat zij op 22 mei 2013

Nadere informatie

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl) Wiskunde B1 (nieuwe stijl) Eamen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 2 Woensda 18 juni 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit eamen zijn maimaal 8 punten te behalen; het eamen bestaat uit 16 vraen.

Nadere informatie

Rapport. Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073

Rapport. Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073 Rapport Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073 2 Klacht DE ONDERZOCHTE GEDRAGING Het in strijd met het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht niet informeren van betrokkene over de mogelijkheid

Nadere informatie

Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40.

Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de officier van justitie bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) op geen enkele wijze heeft gereageerd op zijn herhaalde schriftelijke verzoek

Nadere informatie

Bestrijding van luchtverontreiniging: gas- en luchtwassers

Bestrijding van luchtverontreiniging: gas- en luchtwassers Bestrijdin van luchtverontreiniin: as- en luchtwassers De zich duidelijk aftekenende strijd teen de luchtverontreiniin plaatst de natwasser voor lucht- en procesassen, ook wel scrubber enoemd, weer in

Nadere informatie

Besluit op bezwaar niet uitgevoerd Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen

Besluit op bezwaar niet uitgevoerd Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen Rapport Gemeentelijke Ombudsman Besluit op bezwaar niet uitgevoerd Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen 10 september 2009 RA0942181 Samenvatting De Dienst Werk en Inkomen beëindigt een aanvullende

Nadere informatie

Wanneer kan de Nationale ombudsman u helpen?

Wanneer kan de Nationale ombudsman u helpen? Wanneer kan de Nationale ombudsman u helpen? Problemen met de overheid? De Nationale ombudsman ondersteunt u graag. De overheid is er voor u. Maar soms ervaart u dat niet zo. Bijvoorbeeld als de procedures

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing / handleiding. Bona S20 Vacuum stofzuiger voor Bona Buffer

Gebruiksaanwijzing / handleiding. Bona S20 Vacuum stofzuiger voor Bona Buffer Gebruiksaanwijzin / handleidin Bona S20 Vacuum stozuier voor Bona Buer Lees de handleidin voordat u de stozuier eze ebruiksaanwijzin is bestemd voor het bedienend personeel. Lees eerst deze ebruiksaanwijzin,

Nadere informatie

Klachtenreglement AZOMA (Ambulante Zorg Op Maat Amsterdam)

Klachtenreglement AZOMA (Ambulante Zorg Op Maat Amsterdam) Klachtenreglement AZOMA (Ambulante Zorg Op Maat Amsterdam) Klachtenreglement in de zin van artikel 2 Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector van de vennootschap onder firma AZOMA, kantoorhoudende te Amsterdam

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121

Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002

Nadere informatie

OORDEEL. Het klachtenformulier is gedateerd 13 november 2008 en bij het secretariaat ingeboekt op 17 november 2008 onder nummer 80-2008.

OORDEEL. Het klachtenformulier is gedateerd 13 november 2008 en bij het secretariaat ingeboekt op 17 november 2008 onder nummer 80-2008. Dossiernummer 80-2008 OORDEEL Verzoeker De heer en mevrouw B. te Almelo Datum verzoek Het klachtenformulier is gedateerd 13 november 2008 en bij het secretariaat ingeboekt op 17 november 2008 onder nummer

Nadere informatie